09 Nota bodembeheer.pdf
Tekst van het document
20 https://www.bodemplus.nl/actueel/nieuwsberichten/2020/richtlijn-asbest-puinhoudende-bodem-tijdelijk/
Blad 76 van 87
21
Meldingen en procedures De gemeenten zijn bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit. In dat kader ontvangen, beoordelen en registreren de gemeenten de meldingen en verzorgen zij het toezicht op en de handhaving van het op landbodem toepassen van partijen grond of baggerspecie. Deze taken zijn in de volgende paragrafen toegelicht.
21.1
Wanneer melden Op grond van artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit moeten alle toepassingen van grond en baggerspecie worden gemeld, met uitzondering van: • het toepassen van minder dan 50 m3 schone grond en baggerspecie (klasse AW2000); • het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel; • het toepassen van grond en baggerspecie door particulieren (behalve wanneer de werkzaamheden worden uitbesteedt aan een aannemer, in dat geval moet wel een melding worden ingediend); • het verplaatsen van grond of baggerspecie binnen één landbouwbedrijf (de grond/baggerspecie moet in dat geval wel afkomstig zijn van een binnen hetzelfde landbouwbedrijf gelegen perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld). Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.
21.2
Meldingstermijn en loket Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen, moet dit tenminste vijf werkdagen van tevoren melden, bij voorkeur digitaal, via het Meldpunt bodemkwaliteit21 (https://www.meldpuntbodemkwaliteit.nl/Voorportaal.aspx). Het meldpunt stuurt de melding vervolgens ter beoordeling door naar het betreffende bevoegde gezag. Op de website van het meldpunt zijn de meldingsformulieren te vinden alsmede informatie over welke gegevens bij de melding moeten worden gevoegd. Men kan bij het meldpunt ook terecht voor vragen over het invullen van de meldingsformulieren of het aanvragen van een account om digitaal te kunnen melden. Indien er onduidelijkheden of twijfels bestaan over het op een locatie mogen toepassen van een bepaalde partij, kan contact worden opgenomen met de bodemambtenaar van de desbetreffende gemeente.
21.3
Beoordeling De gemeenten toetsen de voorgenomen toepassing, en de eventueel bijgeleverde stukken, aan het Besluit bodemkwaliteit en onderliggende Bodembeheernota. Hierbij wordt in ieder geval nagegaan of: • het meldingsformulier volledig is ingevuld en of de benodigde bewijsmiddelen zijn bijgevoegd (dus of de melding ontvankelijk is); • de werkzaamheden onder het juiste toepassingskader zijn aangemeld; 21 Meldingen die in het kader van overgangsrecht nog moeten worden getoetst aan het Bouwstoffenbesluit dienen recht-
streeks bij het bevoegd gezag te worden ingediend.
Blad 77 van 87
• terecht van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel gebruik wordt gemaakt; • indien gebruik wordt gemaakt van de Toets herkomst NEN 5725, of deze volledig en correct is ingevuld; • op basis van de verstrekte informatie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er inderdaad geen sprake is van bijzondere omstandigheden of onverwachte situaties; • de aangeleverde bewijsmiddelen acceptabel en voldoende zijn; • de eindconclusie over de toepasbaarheid van de partij grond of baggerspecie juist is. De gemeente is het bevoegd gezag en heeft de taak om de melding te toetsen. De deelnemende gemeenten hebben de mogelijkheid een andere partij zoals de omgevingsdienst aan te wijzen om deze taken over te nemen. Indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens naar het oordeel van de toetsende instantie onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn, zullen door de toetser nadere gegevens van de melder worden verlangd. Dit verzoek kan telefonisch, per email of per brief plaatsvinden. Door de melder kan in principe vijf werkdagen na het melden met de werkzaamheden worden aangevangen. De gemeente neemt namelijk geen formeel besluit op de melding. Een toepasser kan zich niet beroepen op het uitblijven van een reactie van de gemeente op een melding. De toepasser is en blijft namelijk zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit.
21.4
Registratie Een goede registratie van meldingen is van belang voor het toezicht op het toepassen van grond en baggerspecie en voor het op termijn actualiseren van de bodemkwaliteitskaart. Meldingen die digitaal worden ingediend, worden automatisch geregistreerd onder het account dat iedere gemeente heeft bij het Meldpunt bodemkwaliteit. Analoge meldingen worden door de gemeente geregistreerd. Hierbij worden onder meer de volgende gegevens vastgelegd: de informatie van het meldingsformulier; de daadwerkelijke start van het project; wanneer de werkzaamheden zijn afgerond; eventuele afwijkingen in de uitvoering.
21.5
Toezicht en handhaving Proactieve handhaving De melding geeft de gemeente de mogelijkheid om te verifiëren of de toe te passen partij en de voorgenomen toepassing voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit. Door de gemeente worden bij de melder aanvullende gegevens opgevraagd indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn.
Blad 78 van 87
Actieve handhaving Een deel van de gemelde toepassingen wordt in het veld gecontroleerd. Hierbij wordt onder andere aandacht besteedt aan: komt de toepassingslocatie overeen met wat in de melding is aangegeven? komt het toegepaste volume overeen met de melding? komt het toegepaste materiaal overeen met wat is gemeld? Om het toepassen (hergebruik) van grond en baggerspecie op zorgvuldige wijze te kunnen laten plaatsvinden, alsmede het toezicht hierop te vereenvoudigen, gelden een aantal procedurele voorschriften: indien de uitvoeringsdatum ten tijde van de melding nog niet kon worden aangegeven, dient de gemeente uiterlijk vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden op de hoogte te worden gesteld; de eigenaar of erfpachter van de locatie waarop de toepassing plaatsvindt dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een kopie van het meldingsformulier, en de bijbehorende ontvangstbevestiging van de gemeente, aan een toezichthoudend ambtenaar te kunnen overleggen; de uitvoerder van het project dient de voor de aan te voeren c.q.
toe te passen partij grond of baggerspecie relevante bewijsmiddelen te kunnen overleggen; afwijkingen van de oorspronkelijke melding dienen terstond te worden gemeld; wanneer tijdens de uitvoering van het ontgraven of toepassen van grond of baggerspecie uit zintuiglijke waarnemingen blijkt dat de grond of baggerspecie mogelijk is verontreinigd, mag deze grond/baggerspecie niet zonder nader onderzoek of nadere bewerking worden hergebruikt. Indien een dergelijke waarneming wordt gedaan, dient de grond/baggerspecie in depot te worden gezet en dient contact te worden opgenomen met de gemeente. Als blijkt dat de toepassing niet overeenkomt met de melding zullen de toezichthouders er op toezien dat de ongewenste situatie ongedaan wordt gemaakt. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de beschikbare wettelijke hulpmiddelen. Afhankelijk van de geconstateerde tekortkoming, zal melding worden gedaan bij het Toezichtloket Bodem van de Inspectie Leefomgeving en Transport (https://www.ilent.nl/onderwerpen/bodemtoezicht). Naast gerichte inspecties in relatie tot gemelde toepassingen, worden door de toezichthouders surveillances uitgevoerd teneinde te controleren op niet gemelde toepassingen van grond en baggerspecie. Post-actieve handhaving Tot slot is het mogelijk om handhavend op te treden door het uitvoeren van een handhavingsonderzoek.
Indien het noodzakelijk wordt geacht om tot monsterneming over te gaan, bijvoorbeeld wanneer wordt betwijfeld of de kwaliteit van de toegepaste partij grond of baggerspecie overeenkomt met de gemelde kwaliteit, moeten de bemonstering en het laboratoriumonderzoek plaatsvinden overeenkomstig het daarvoor van toepassing zijnde kaders. Daarnaast kan strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk worden opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Wat hierbij bepalend is, is of sprake is van een aandachtspunt zoals beschreven in de HandhavingsUitvoeringsMethode Besluit bodemkwaliteit (HUM-Bbk)22. Deze HUM-Bbk is 22 De HUM-Bbk is een uitgave van SenterNovem Bodem+, in opdracht van het ministerie van VROM (kenmerk
3BODM0906, augustus 2009).
Blad 79 van 87
bedoeld om alle handhavende overheidsinstanties, die toezicht houden in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit, ondersteuning te bieden bij het signaleren, beëindigen, ongedaan maken of terugdraaien van een overtreding. Transport Voor het transport van (vrijkomende) grond en baggerspecie moet worden voldaan aan de Wegenverkeerswet, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en de wetgeving met betrekking tot het transporteren van afvalstoffen. (Vrijkomende) grond of baggerspecie is in principe een afvalstof, tenzij door de eigenaar aantoonbaar voldoende garanties kunnen worden gegeven dat de betreffende partij binnen afzienbare tijd direct nuttig kan worden hergebruikt op een andere locatie. In het geval van afvalstoffen dienen de volgende documenten bij het transport aanwezig te zijn: 1. een volledig ingevulde en ondertekende ‘standaard begeleidingsbrief’ het vermelden van een afvalstroomnummer is afhankelijk van de bestemming (gaat de partij wel of niet naar een inrichting); 2. een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO: Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie); 3. een verwijzing naar kwaliteitsgegevens (deze kwaliteitsgegevens moeten op de locatie van herkomst of de locatie van toepassing aanwezig zijn).
Indien kan worden aangetoond dat de partij grond of baggerspecie op korte termijn wordt hergebruikt, dan wel rechtstreeks van een leverancier vandaan komt, zijn voor het transport de volgende documenten vereist: 1. een vrachtbrief in het kader van transportwetgeving (de eerdergenoemde begeleidingsbrief is ook als vrachtbrief te gebruiken); 2. een gewaarmerkt kopie van het certificaat voor vervoer (NIWO); 3. een verwijzing naar kwaliteitsgegevens. Opgemerkt wordt dat voor wat betreft grond en baggerspecie het Besluit bodemkwaliteit alleen betrekking heeft op het toepassen hiervan. Derhalve is het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit niet bevoegd voor het uitvoeren van controles in het kader van transport (- of afvalstoffen) wetgeving. Het bevoegd gezag in relatie tot transport zijn de politie en de provincie. Daarnaast zijn de Inspectie van Verkeer en Waterstaat en de ILenT inspectie eerstverantwoordelijke voor ketentoezicht in relatie tot het Besluit bodemkwaliteit. Wel mag een toezichthouder van de gemeente die transporten controleren die gerelateerd zijn aan een toepassing conform het Besluit bodemkwaliteit. Bij het controleren van transporten is samenwerking met de provincie of de politie echter altijd aan te bevelen.
21.6
Meldingen en procedures onder de Omgevingswet
21.6.1
Meldingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen meldingen niet meer gaan via het meldpunt bodemkwaliteit, maar via Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de digitale ondersteuning van de Omgevingswet.
Blad 80 van 87
De centrale spil is het Omgevingsloket, waar digitale informatie over de leefomgeving onder de Omgevingswet samenkomt. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of een melding indienen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Middels duidelijke stappen en vragen worden initiatiefnemers door het proces geleid. Door het maken en aanleveren van toepasbare regels door gemeenten kunnen gemeenten zelf de vragen en indieningsvereisten over activiteiten voor een verzoek bepalen. Wanneer er in het Omgevingsloket een melding wordt ingediend, krijgen zowel het bevoegd gezag als de behandeldienst (indien ingesteld) hiervan een melding. Het kan zijn dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet het DSO (of delen daarvan) nog niet kunnen worden gebruikt. Om tijdelijk toch nog vergunningaanvragen of meldingen te ontvangen, zijn er tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) beschikbaar. In hoofdstuk 4 van het Bal staat per milieubelastende activiteit of er door de initiatiefnemer informatie moet worden verstrekt (gegevens en bescheiden) aan het bevoegd gezag en/of een melding moet worden verricht.
Voor de volgende bodem-gerelateerde activiteiten is in het Bal een informatie/meldplicht geregeld: informatieplicht: o graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (paragraaf 4.119 van het Bal); o graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (paragraaf 4.120 van het Bal); o saneren van de bodem (paragraaf 4.121 van het Bal); o toepassen van bouwstoffen (paragraaf 4.123 van het Bal); meldplicht: o graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (paragraaf 4.120 van het Bal); o saneren van de bodem (paragraaf 4.121 van het Bal); o opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie (paragraaf 4.122 van het Bal); o toepassen van grond of baggerspecie (paragraaf 4.124 van het Bal). Voor activiteiten waarbij zowel een melding moet worden gedaan als ook gegevens en bescheiden worden aangeleverd (informatieplicht), dienen beide onderdelen in het DSO ingevuld te worden.
21.6.2
Termijnen De meldingstermijnen wijzigen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en worden hieronder beknopt samengevat. Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit De initiatiefnemer verstrekt gegevens en bescheiden over de voorgenomen toepassing minimaal één week voorafgaande aan de aanvang van de activiteit. Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Minimaal 4 weken voor aanvang van de activiteit wordt door de initiatiefnemer de melding verricht. In het geval van tijdelijke uitname geldt een meldingstermijn van 1 week. Dezelfde termijnen gelden voor de gegevens en bescheiden die dienen te worden aangeleverd. Verder dient de initiatiefnemer binnen 1 week na afronding van de activiteit gegevens en bescheiden aan te leveren.
Blad 81 van 87
In het geval van spoedreparaties is het niet verplicht te voldoen aan de hierboven gestelde termijnen voor informatie- en meldplicht. Wel dient de initiatiefnemer na afronding van de werkzaamheden alsnog gegevens en bescheiden aan te leveren. Saneren van de bodem Voor de activiteit saneren van de bodem dient de melding minimaal 4 weken voor aanvang van de activiteit te zijn verricht. Daarnaast moeten gegevens en bescheiden worden verstrekt: ten minste 4 weken voor de aanvang dienen gegevens over de begrenzing en verwachte startdatum te zijn verstrekt. Minimaal 1 week voor het begin van de activiteit verstrekt de initiatiefnemer het bevoegd gezag met betrekking tot de uitvoerder en milieukundige begeleiding. Ten hoogste 4 weken na afronding na afronding van de activiteit verstrekt de initiatiefnemer een evaluatieverslag en eventuele aanvullende documenten. Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie De initiatiefnemer meldt de activiteit minimaal 4 weken voorafgaande aan de start van de activiteit. Er gelden twee uitzonderingen: over het samenvoegen van partijen is maar één keer een melding nodig.
Het is niet nodig om iedere keer te melden dat er partijen worden samengevoegd; wanneer er eenmalig wordt opgeslagen dient er een week voor de opslag een melding te worden gedaan (met inwerkingtreding van de Omgevingswet komt het begrip ‘tijdelijke opslag’ te vervallen). Toepassen van bouwstoffen Alleen in het geval van het toepassen van de bouwstoffen AVI-bodemassen en immobilisaten geldt een informatieplicht voorafgaande aan de activiteit. Voor het toepassen van overige bouwstoffen geldt geen informatieplicht vooraf. De gegevens en bescheiden voor het toepassen van AVI-bodemassen en immobilisaten dienen minimaal 4 weken voor de start te zijn ingediend. Ongeacht de hierboven genoemde informatieplicht dient de initiatiefnemer de kwaliteit van de toe te passen bouwstoffen op moment van toepassen te kunnen aantonen. De gegevens en bescheiden dienen daarom beschikbaar te zijn tijdens de werkzaamheden. In enkele situaties is het niet noodzakelijk om de kwaliteit van het materiaal te kunnen aantonen tijdens de werkzaamheden.
Dit geldt voor het toepassen van metselmortel of een natuursteenproduct, vormgegeven bouwstoffen als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit 2021 die zonder verandering van eigenschappen of samenstelling onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast, nietteerhoudend asfalt of asfaltbeton, tijdelijk uit een werk wegnemen of wanneer een natuurlijk persoon (particulier) bouwstoffen toepast, anders dan in zijn beroep of bedrijf. Toepassen van grond of baggerspecie Voor het melden van een toepassing geldt een meldplicht van 1 week. In het geval het gaat om meerdere toepassingen, is een meldingstermijn van 4 weken van toepassing. Er zijn uitzonderingen van toepassing: Voor de volgende gevallen geldt er geen meldingsplicht: toepassing door natuurlijk persoon: particulieren tot maximaal 25 m3; bedrijf voor telen van gewassen: toepassen op eigen landbouwgronden; maximaal 50 m3 grond kwaliteit landbouw/natuur. Milieuverklaring bodemkwaliteit moet aanwezig zijn;
Blad 82 van 87
maximaal 50 m3 baggerspecie kwaliteitsklasse algemeen toepasbaar: Milieuverklaring bodemkwaliteit moet aanwezig zijn (met uitzondering van toepassen in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone); baggerspecie verspreiden op de landbodem, als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a van het Bal; als een activiteit vergunningplichtig is volgens hoofdstuk 3 van het Bal, dan geldt er geen meldplicht. De gegevens die een melding moet bevatten, maken in dat geval onderdeel uit van de vergunningaanvraag; al eerder gemeld: als er al eerder een melding is gedaan voor dezelfde toepassing, hoeft een initiatiefnemer niet opnieuw te melden. Wel moet de initiatiefnemer gegevens en bescheiden per partij aanleveren volgens artikel 4.1267. Minimaal één week voor aanvang van de activiteit dient de initiatiefnemer het bevoegd gezag te voorzien van gegevens en bescheiden. De gegevens en bescheiden hoeven niet aangeleverd te worden in de volgende gevallen: toepassing door natuurlijk persoon: particulieren tot maximaal 25 m3; bedrijf voor telen van gewassen: toepassen op eigen landbouwgronden; grond met kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Milieuverklaring bodemkwaliteit moet aanwezig zijn; baggerspecie met kwaliteitsklasse algemeen toepasbaar.
Milieuverklaring bodemkwaliteit moet aanwezig zijn (met uitzondering van toepassen in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone); baggerspecie verspreiden op de landbodem, als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a van het Bal. Milieuverklaring bodemkwaliteit moet aanwezig zijn. Op de website https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/toepassen-grond-baggerspecie/toepassingsbereik-melding-gegevens/ zijn stroomdiagrammen opgenomen die de meldplicht en informatieplicht verduidelijken.
21.6.3
Toezicht en handhaving Het basistakenpakket voor toezicht en handhaving is onder de Omgevingswet op een paar onderdelen gewijzigd. De omzetting van het basistakenpakket wordt zo beleidsneutraal mogelijk gedaan. In hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de toebedeelde taken nu eenvoudiger te vinden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er enkele wijzigingen in het basistakenpakket (BTP) uitgevoerd door omgevingsdiensten. Het doel is om een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving te bevorderen. Een aantal belangrijke wijzigingen zijn: de milieubelastende activiteit is nu de ingang voor het basistakenpakket en niet langer het begrip 'inrichting'; bodemgerelateerde activiteiten zijn onder de Omgevingswet niet langer apart geregeld. Dit is omdat deze activiteiten onder de regels van milieubelastende activiteiten vallen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); onder het basistakenpakket vallen nu ook de uitvoering en het toezicht en de handhaving van de regels in het omgevingsplan, als het gaat om activiteiten uit het basistakenpakket. Wanneer een activiteit niet binnen het bereik van het basistakenpakket valt, mag deze wel als extra taak bij de omgevingsdienst belegd worden.
Blad 83 van 87
Deel 4: Bodemkwaliteitskaarten Om het toepassen van grond of baggerspecie binnen de regio te vereenvoudigen hebben decentrale overheden de mogelijkheid om bodemkwaliteitskaarten op te stellen. Gemeenten stellen over het algemeen een bodemkwaliteitskaart op voor de landbodem binnen hun grondgebied. In een bodemkwaliteitskaart zijn over het algemeen de volgende kaarten opgenomen: 1. Ontgravingskaart; 2. Toepassingskaart; 3. Functiekaart. Dit deel van de Nota geeft een toelichting op de kaarten en beschrijft wanneer welke kaart gebruikt moet worden.
Blad 84 van 87
22
De bodemkwaliteitskaart
22.1
Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft een indicatie van de chemische kwaliteit van een partij grond die wordt ontgraven voor hergebruik elders. Hierbij is onderscheid gemaakt in de bovengrond en de ondergrond. De te verwachten bodemkwaliteit is verdeeld in de kwaliteitsklassen die binnen het Besluit bodemkwaliteit van kracht zijn (zie figuur 18).
Figuur 18: Overzicht normen landbodem
Wanneer de ontgravingskaart gebruikt kan worden als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de vrijkomende grond, is opgenomen in deel 3, hoofdstuk 20. Aangenomen wordt dat grond uit bodemlagen dieper dan 2,5 m -mv. van eenzelfde zo niet een betere kwaliteit is dan grond afkomstig uit de laag 0,5 - 2,5 m -mv. Om deze reden wordt de ontgravingskaart van de ondergrond representatief geacht voor grond uit bodemlagen dieper dan 2,5 m -mv. met inachtneming van het verrichten van een vooronderzoek zoals beschreven in deel 3, hoofdstuk 20.
22.2
Functiekaart Zie voor nadere beschrijving van de bodemfunctieklassenkaart hoofdstuk 4 (deel 1 van deze Nota).
22.3
Toepassingskaart generieke kader Op de toepassingskaart is de kwaliteitsklasse aangegeven waar een partij grond of baggerspecie aan moet voldoen wanneer men deze op een bepaalde locatie binnen de gemeente wil toepassen. Het landelijk geldende beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit (= het generieke kader; zie ook deel 3 van deze Nota, hoofdstuk 16 en 17; na inwerkingtreding van de Omgevingswet artikel 4.1272 Bal) schrijft voor dat: De kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor de functie die de bodem heeft én; Voor het toepassen van de partij grond of baggerspecie de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem niet mag verslechteren. Dit betekent dat een op de landbodem toe te passen partij grond of baggerspecie getoetst moet worden aan zowel de kwaliteitsklasse als de functieklasse van de ontvangende bodem. De
Blad 85 van 87
strengste van beide klassen bepaalt uiteindelijk de kwaliteitsklasse waar een toe te passen partij grond of baggerspecie aan moet voldoen.
22.4
Bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctiekaart onder de Omgevingswet De bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart behouden onder de Omgevingswet hun centrale functie binnen het lokale bodembeleid. De functiekaart en het gebiedsspecifieke beleid wordt gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan (dit is opgenomen in deel 1 van deze Nota). De bodemkwaliteitskaart blijft bruikbaar als basis voor de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit, op basis van artikel 25c van het gewijzigde Besluit bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitskaart kan ook als losstaand document vastgesteld worden. Gelijk aan de huidige situatie dient de bodemkwaliteitskaart eens per vijf jaar geactualiseerd te worden. Bodemkwaliteitskaarten ouder dan 5 jaar kunnen niet gebruikt worden als bewijsmiddel voor de milieuverklaring bodemkwaliteit. Indien de bodemkwaliteitskaart gebruikt wordt als milieuverklaring bodemkwaliteit, dient aan de volgende zaken te worden voldaan: de bodemkwaliteitskaart is ten hoogste vijf jaar geleden vastgesteld dan wel geactualiseerd; er is een vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725 uitgevoerd. Meer over het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel van de bodemkwaliteit en het vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725 is beschreven in deel 3 van deze Nota, hoofdstuk 20.
De bodemfunctiekaart wordt onderdeel van het omgevingsplan op basis van artikel 5.89p van het Bkl (indeling landbodem in bodemfunctieklassen). Ook onder de Omgevingswet is de lokale overheid vrij om binnen haar beheergebied gebieden een functie aan te wijzen. Het vastleggen van de bodemfunctie is onder de Omgevingswet zelfs een verplichting (Bkl, artikel 5.89p). De uitwerking van de bodemfuncties binnen het beheergebied moet worden opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente. De functie van de bodemkwaliteitskaart, eisen aan de bodemkwaliteitskaart en hoe de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden voor de milieuverklaring bodemkwaliteit zijn beschreven in hoofdstuk 2A (artikelen 25a t/m 25g) van het nieuwe Besluit bodemkwaliteit en in verder detail in hoofdstukken 5 en 7 van de nieuwe Regeling bodemkwaliteit 2021. De bodemkwaliteitskaart behoudt onder de Omgevingswet dezelfde functies voor de uitvoering van het bodembeleid als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten23 is beschreven aan welke eisen bodemkwaliteitskaarten dienen te voldoen. Onder het huidige stelsel is het opstellen van een bodemkwaliteitskaart conform deze eisen een verplichting vanuit de Regeling bodemkwaliteit. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze Richtlijn niet langer een verplichting maar een richtlijn.
De bodemkwaliteitskaart moet worden opgesteld op grond van de regels die daartoe zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2021.
23 Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, 3 september 2007, met wijzigingsblad van 1 januari 2019. Beschikbaar via:
https://www.nen.nl/milieu/bodem
Blad 86 van 87
Bijlage 1 Afkortingenlijst
Blad 87 van 87
Bijlage 1 Afkortingenlijst AMvB = Algemene maatregel van bestuur BAG = Basisregistratie Adressen en Gebouwen Bal = Besluit activiteiten leefomgeving Bbk = Besluit bodemkwaliteit BGT = Basisregistratie Grootschalige Topografie Bkl = Besluit kwaliteit leefomgeving BSO = Buitenschoolse opvang BUS = Besluit uniforme saneringen DSO = Digitaal stelsel Omgevingswet GBT = grootschalige bodemtoepassing GHG = Gemiddeld hoogste grondwaterstand HUM-Bbk = Handhaving Uitvoerings Methode Besluit bodem kwaliteit IOV = Interim omgevingsverordening LWM = lokale maximale waarden m -mv = meter onder het maaiveld msPAF = meer-soorten Potentieel Aangetaste Fractie NNP = Natte natuurparel PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen PCB = Polychloorbifenyl PFAS = Poly- en perfluoralkylstoffen PFOA = Perfluoroctaanzuur PFOS = Perfluoroctaansulfonzuur PMV = Provinciale milieuverordening TAM = Tijdelijke alternatieve maatregelen
TGG = Thermisch gereinigde grond Wbb= Wet bodembescherming Wro = Wet ruimtelijke ordening ZZS = Zeer zorgwekkende stoffen m/m = massa percentage
Bijlage 2 Geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart Midden- en WestBrabant
Bijlage 2 Geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart Midden- en West-Brabant
Legenda Functieklasse Natuur Landbouw Wonen Industrie Water Overig Natte Natuur Parel
! ° D0
NR
18-3-2022 DATUM
Def
OPDRACHTGEVER
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
PROJECTOMSCHRIJVING
Actualisatie functieklassenkaart participerende gemeenten OMWB
KAARTTITEL
Functieklassenkaart participerende gemeenten OMWB
KAARTNUMMER
0474495.100-FK
(ABC)
WIJZIGING
GET.
GIS SPECIALIST
J. van de Zand PROJECTLEIDER
I. Lanting
SCHAAL
1:200.000
FORMAAT
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
18-3-2022 Def
1 van 1 D0
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\GIS-Shapes\BKK_AG\2021_BKK_ODMWB\Aanpassingen_202203\OMWB.mxd
Bijlage 3 Geactualiseerde toepassingskaart Midden- en West-Brabant
Bijlage 3 Geactualiseerde toepassingskaart Midden- en West-Brabant