CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 2 Concept-RAV Begroting-2023.pdf

Besluitvormend 14 juni 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Jaarstukken 2021 en begroting 2023 Regionale Ambulancevoorziening (RAV)13.423 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................. 1 INLEIDING............................................................................................................................ 2 1 BELEID .......................................................................................................................... 4 1.1 Activiteiten en doelstellingen ...................................................................................... 4 1.2 Beleidsthema’s.......................................................................................................... 4 2 PROGRAMMA’S ................................................................................................................ 8 2.1 Meldkamer Brabant-Noord .......................................................................................... 8 2.2 Meldkamer Midden- en West-Brabant ........................................................................ 10 2.3 RAV Brabant-Noord ................................................................................................. 11 2.4 RAV Midden- en West-Brabant .................................................................................. 14 2.5 Overzicht overhead .....................................................................................................

17 3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ................................................................ 18 4 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ...................................................................................... 19 4.1 Organisatie ................................................................................................................ 19 4.2 Personeel ............................................................................................................... 19 4.3 Informatievoorziening/automatisering........................................................................ 20 4.4 Financiën ............................................................................................................... 20 4.5 Facilitaire zaken en huisvesting ................................................................................. 21 4.6 Indicatoren ............................................................................................................. 22 5 PARAGRAAF FINANCIERING EN TREASURY ....................................................................... 23 6 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .......................................... 26 6.1 Beleid omtrent reserves en voorzieningen en risico’s ...................................................

26 6.2 Reserves en voorzieningen ....................................................................................... 26 6.3 Inventarisatie van de risico’s .................................................................................... 26 7 STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2023 ................................................................................ 29 8 INVESTERINGSBEGROTING 2023 .................................................................................... 30

BIJLAGEN Bijlage 1 Staat van vaste activa............................................................................................ 31 Bijlage 2 Staat van reserves en voorzieningen ........................................................................ 32 Bijlage 3 Meerjarenraming ................................................................................................... 33 Bijlage 4 Prognosebalans ..................................................................................................... 34 Bijlage 5 Exploitatierekening per afdeling .............................................................................. 35 Bijlage 6 Begroting naar taakvelden ...................................................................................... 37 Bijlage 7 Gebruikte afkortingen ............................................................................................ 38

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 1

INLEIDING

Voor u ligt de begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord (MWN). De regeling omvat het werkgebied van de twee veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord, en is gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en de Gemeentewet. Deze begroting is gebaseerd op de in het landelijk Referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid voor de RAV Midden- en West-Brabant en de RAV Brabant-Noord opgenomen eisen ten aanzien van de spreiding van standplaatsen en te leveren paraatheid. Op grond van deze eisen zijn prestatiecontracten gesloten met de regionale zorgverzekeraars, waarin de eisen uit het referentiekader nader zijn gespecificeerd in concrete locaties voor standplaatsen, het aantal te leveren ambulances per dagdeel en het dekkingspercentage responstijd in geval van een A1urgentie, gemeten per RAV-regio. Bij de RAV Brabant MWN staat de patiënt centraal. Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid staan hoog in ons vaandel, en we zijn altijd op zoek naar verbetering van onze dienstverlening.

Hierbij stellen wij ons de vraag: Hoe realiseren wij optimale waardecreatie voor de patiënt? Met andere woorden: hoe leveren wij de zorg die het beste aansluit op de zorgvraag van de patiënt? We leveren mobiele zorg: de juiste ambulancezorg, op het juiste moment en de juiste plaats, door de juiste zorgverlener. We brengen de patiënt naar de zorg, óf de zorg naar de patiënt. Wat mag de patiënt daarbij nog meer van ons verwachten? Dat hij correct behandeld wordt. En dat de ambulance op tijd ter plaatse is. Kwaliteit van zorg De kwaliteit van zorg is een aspect dat lastig te meten is. Het uiteindelijke resultaat van de verleende ambulancezorg is het beste te beoordelen als de gehele keten van zorg bekeken kan worden. Zorgcoördinatie (ontschotting) en zorgdifferentiatie (zorg op maat) worden gezien als dé oplossing voor betere kwaliteit van zorg en meer efficiency; overleg en samenwerking met de zorgpartners in de keten staat daarom hoog op de agenda de komende jaren. Binnen de RAV wordt gewerkt met een aantal instrumenten om, door middel van zorgevaluatiebegeleiding (ZEB), de kwaliteit van zorg door de verschillende functiegroepen te meten en te verbeteren. In de volgende hoofdstukken wordt hier nader op ingegaan. Klanttevredenheid Bij klanttevredenheid gaat het voornamelijk om bejegening en behandeling: de manier waarop de ambulancehulpverlening is uitgevoerd.

Sinds 2016 wordt elke drie jaar een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) uitgevoerd door het NIVEL, bij alle RAV’s met behulp van dezelfde systematiek. Dit maakt benchmarken tussen de verschillende RAV’s mogelijk. De resultaten worden verwerkt in het rapport Ambulances in Zicht. De resultaten van het onderzoek zijn de laatste jaren onveranderd zeer positief. Naast het landelijke KTO zal in 2023 de klanttevredenheid ook worden onderzocht door middel van direct contact met de patiënt. Hiervoor is in 2022 een evaluatie-instrument ontwikkeld. Deze evaluatie richt zich in eerste instantie op het mobiel consult, en wordt later uitgerold naar de andere soorten ambulancezorg. Ook uit de klachtenprocedure komt belangrijke input over klanttevredenheid. Alle klachten worden geregistreerd en met veel persoonlijke aandacht behandeld door onze klachtenfunctionaris. Verbeterpunten worden gebruikt om de ambulancezorg op een hoger niveau te brengen.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 2

Paraatheid en prestaties Tijdigheid is slechts een van de onderdelen van het Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0, maar de RAV Brabant MWN ziet de optimale inzet van spreiding en beschikbaarheid nog steeds als een belangrijk aandachtspunt. Op wijzigingen in het werkgebied zoals fusie of verplaatsing van ziekenhuizen wordt tijdig ingespeeld. De daaruit voortvloeiende verbeteracties worden besproken met de zorgverzekeraars. Het doel is zoveel mogelijk patiënten in het werkgebied binnen 15 minuten te kunnen bereiken met de capaciteit die voorhanden is. Als de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau kan worden gebracht, en onder normale omstandigheden, wordt verwacht dat in 2023 in beide RAV-regio’s 95% van de ritten met urgentie A1 binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 3

1 BELEID 1.1

Activiteiten en doelstellingen

De Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-West-Noord heeft tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. Zij tracht dit doel te bereiken met alle wettelijke toegestane middelen die daaraan naar haar mening kunnen bijdragen. De GR RAV Brabant Midden-West-Noord heeft tot taak:  Het instellen en in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord;  Het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord;  Het vaststellen en (doen) uitvoeren van het Regionaal Ambulance Plan van de regio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord;  Het (doen) leveren van een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Hulpverleningsdienst Brabant-Noord. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. 1.2

Beleidsthema’s

In januari 2021 werd de nieuwe Wet ambulancezorgvoorzieningen van kracht. Hiermee is de vergunning tot ambulancezorg verleend aan de huidige aanbieders, onder strakke overheidsregulering. Doordat de ambulancezorg wettelijk is aangemerkt als NEDAB (nieteconomische dienst van algemeen belang) is er geen sprake van Europese aanbesteding. Wel gaat de overheid nauwlettend volgen of aan de eisen wordt voldaan. De samenleving en de zorg veranderen in snel tempo. Ook het acute zorglandschap verandert door technologische en zorginhoudelijke ontwikkelingen, en zal op deze veranderingen moeten inspelen. Een nieuwe inrichting is dan ook wenselijk om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van acute zorg in de toekomst voor iedereen te garanderen. In de maatschappelijke discussie rondom de toekomstige inrichting van het acute zorglandschap zijn er een aantal speerpunten die van direct belang zijn voor de ambulancesector zoals: acute zorg thuis, samenwerking tussen ketenpartners in de vorm van zorgcoördinatie, samenwerking tussen ketenpartners bij het bestrijden van het personeelstekort. Daarnaast wordt er ook ingezet op verbetering van (digitale) informatieoverdracht tussen ketenpartners en onderzoek naar innovatieve technnologische en digitale oplossingen. De toekomstvisie van onze RAV, zoals vastgelegd in ons Meerjarenplan 2022-2025, sluit aan bij deze landelijke ontwikkelingen.

Met andere woorden, we zitten op de goede weg! Een paar voorbeelden hiervan zijn de inzet van onze verpleegkundig specialisten in het primaire proces, de pilot ‘Zorgcoördinatie in de Bossche regio’ en de samenwerking tussen onze RAV en verschillende ziekenhuizen in de regio op het gebied van werving en opleiding (en duobanen) van verpleegkundigen. Er is in de ambulancesector veel aandacht voor de werkelijke kwaliteit van zorg en het verbeteren hiervan door samenwerking in de keten. De vraagtekens die de ambulancesector al jaren stelt bij de 15-minutennorm, worden ook door het ministerie onderkend. Tijdigheid blijft een onderdeel van de kwaliteit van ambulancezorg, maar de focus zal in de komende jaren verschuiven van tijdigheid naar kwaliteit van zorg. Eerder sprak de minister al zijn trots uit over de Nederlandse ambulancezorg, en de manier waarop de sector zelf actief is om de kwaliteit van de zorg te verhogen, onder andere door het ontwikkelen van het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 4

Onze toekomstvisie De RAV Brabant Midden-West-Noord stelt de patiënt centraal: optimale waardecreatie voor de patiënt is ons streven. We leveren mobiele zorg: de juiste ambulancezorg, op het juiste moment, op de juiste plaats en door de juiste hulpverlener. Dit betekent dat we de patiënt naar de zorg brengen, óf de zorg naar de patiënt. Door differentiatie is deze zorg steeds beter afgestemd op de vraag van de patiënt. Daarbij werken we ook steeds nauwer en beter samen met onze ketenpartners: samen kunnen we ervoor zorgen dat de patiënt precies die zorg krijgt die hij nodig heeft. Zorgcoördinatie is daarbij onze stip op de horizon. Pilot Zorgcoördinatie in de Bossche regio Op 1 januari 2020 startte de RAV Brabant MWN deze pilot, met goedkeuring en subsidiëring van VWS. In deze pilot werkt de RAV Brabant MWN intensief samen met het Jeroen Bosch Ziekenhuis, de HAP Huisartsenposten Oost-Brabant, Brabant Zorg (VVT), Vivent (VVT), Farent (sociaal domein) en Reinier van Arkel (GGZ). De Covid-pandemie zorgde voor wat vertraging, maar eind 2021 werd gestart met de daadwerkelijke fysieke samenwerking vanuit de meldkamer in Den Bosch. De pilot loopt drie jaar, in 2023 zal afronding en evaluatie plaatsvinden. Zorgdifferentiatie Wij zijn ervan overtuigd dat zorgdifferentiatie de oplossing is om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt.

In 2023 biedt de RAV Brabant Midden-West-Noord een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse geholpen wordt. In het vervoersegment verzorgen wij spoedvervoer (hoogcomplex) en planbaar vervoer (laag- en middencomplex). Naast de standaardzorg door reguliere ambulanceteams zijn er inmiddels meer mogelijkheden in behandeling en diagnosestelling door de inzet van verpleegkundig specialisten in ons primaire proces. Zorgdifferentiatie biedt niet alleen een betere zorg op maat voor de patiënt, maar draagt ook bij aan efficiency van de inzet en het terugdringen van het personeelstekort. Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 Jarenlang werd door VWS vastgehouden aan de 15-minutennorm om het niveau van ambulancezorg te beoordelen, bij gebrek aan alternatieve indicatoren, daarbij de ambulancesector uitdagend om met voorstellen te komen. Inmiddels heeft de sector een kwaliteitskader ontwikkeld dat is goedgekeurd en dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde.

In ons nieuwe meerjarenplan (dat loopt van 2022 tot en met 2025 en dat op 1 juli 2021 is vastgesteld door ons Algemeen Bestuur) staat beschreven hoe de RAV Brabant MWN voldoet aan het nieuwe kwaliteitskader. Evaluatie van Zorg intern Intern wordt de kwaliteit van hulpverlening doorlopend bewaakt door ons bureau ZIO (Zorg, Innovatie & Opleiden), onder andere door middel van intercollegiale zorgevaluatiebegeleiding (ZEB). Onze ambulanceverpleegkundigen worden al sinds 2015 geëvalueerd door middel van deze methodiek, die afkomstig is uit de luchtvaart en inmiddels zeer effectief is gebleken. In 2019 is de methodiek uitgebreid naar de functie chauffeur. Centralisten worden structureel getoetst op het volgen van de uitvraagprotocollen door een hiervoor opgeleide collega; deze methodiek is ingebed in het meldkameruitvraagsysteem ProQA. Het streven is om in de nabije toekomst ook de functies uitgiftecentralist, verpleegkundig specialist en de medewerkers van de Laag- en Middencomplexe Ambulancezorg hierin op te nemen. Zo hebben we in 2023 in de volle breedte een systeem neergezet voor meten, evalueren en verbeteren van de kwaliteit van zorg, dat uniek is in Nederland. Hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden, dat voldoende capaciteit beschikbaar blijft voor het uitvoeren van de evaluaties.

In de afgelopen jaren kwam die capaciteit meerdere malen onder druk te staan, onder andere als gevolg van de Covid-crisis. Neventaken werden tijdelijk gestopt om de continuïteit van het primaire proces te kunnen waarborgen.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 5

Evaluatie van Zorg met de ketenpartners De structurele evaluatie van zorg met de ketenpartners was lange tijd niet mogelijk vanwege privacybeperkingen (AVG). Inmiddels is er toestemming om voor dit doel wederzijds patiëntgegevens uit te wisselen, en is de evaluatie weer opgepakt. Een belangrijke ontwikkeling, omdat een volledige evaluatie alleen plaats kan vinden als alle schakels in de acute zorgketen hierbij betrokken worden. De RAV Brabant MWN werkt met digitale feedback op het ritformulier met de ziekenhuizen en er zijn op vastgestelde momenten in het jaar gezamenlijke casuïstiekbesprekingen. Evaluatie van zorg met de patiënt In lijn met haar meerjarenbeleid brengt de RAV in 2022 de evaluatie van zorg met patiënten in kaart. Middels een project wordt een instrument ontwikkeld en geïmplementeerd waarmee er kwantitatief en kwalitatief inzicht is in de kwaliteit van zorg zoals deze ervaren wordt door de patiënten op basis van het verschil tussen de beleving en verwachting van de patiënt. Met dit inzicht kunnen verbeter- en beheersmaatregelen getroffen worden, die de kwaliteit van de geleverde zorg verder zal verhogen. Het instrument is getest middels een pilot binnen hulpverleningen van het type mobiel zorgconsult (voorheen Eerste Hulp Geen Vervoer). Over deze hulpverleningen zal via het instrument worden gerapporteerd in de MARAP-rapportages.

In 2023 worden meer hulpverleningen mobiel zorgconsult geëvalueerd en wordt er een start gemaakt met het verbreden van het instrument naar andere typen vervoer. Paraatheid en prestaties Zoals hierboven al genoemd is er binnen de ambulancesector een toenemend besef waarneembaar dat de wijze waarop geleverde ambulancezorg beoordeeld wordt niet past bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen binnen de sector. De focus op tijdigheid van zorg in de vorm van de prestatie-indicator ‘responstijd’ kan een obstakel zijn in de wenselijke transitie naar meer patiëntgerichte zorg binnen de ambulancesector. De 15-minuten norm is niet gebaseerd op enige wetenschappelijke onderbouwing van de te behalen gezondheidswinst. Er zijn te veel factoren, gelegen buiten de ambulancezorg, die deze gunstig of ongunstig beïnvloeden. Om die reden is de te behalen gezondheidswinst alleen te onderzoeken in de zorgketen. De 15-minuten norm wordt evenwel nog niet losgelaten, deze indicator heeft namelijk een link met het landelijk referentiekader voor spreiding en beschikbaarheid dat elk jaar opnieuw bekeken en bijgesteld wordt als basis voor het budget voor de paraatheid. De Covid-crisis had de afgelopen twee jaar veel effect op onze productie, paraatheid en prestaties.

De ritduur nam toe, vanwege het aan- en uittrekken van beschermende middelen, het schoonmaken en luchten van de ambulance, wachttijden bij de ziekenhuizen, pieken in het ziekteverzuim en het stoppen van DIA (Directe Inzet Ambulance) vanwege het pandemieprotocol op de meldkamer. Met als gevolg dat de prestaties in de crisisperiode fors verslechterden. Inmiddels is er weer sprake van een lichte verbetering. De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. Wij ondernemen actie door in een eigen opleiding HBO-V-afgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundige. Daarnaast richten wij ons primair proces efficienter in door differentiatie in vervoer. In 2023 hopen wij daarmee wederom de paraatheid conform het referentiekader in te vullen. Als dat volgens planning verloopt, en onder normale omstandigheden, kan dan de 95% dekking bereikt worden. Personeel Ons personeel is ons belangrijkste kapitaal. Naast het werven van voldoende geschikt personeel, besteden wij de komende jaren veel aandacht aan de duurzame inzetbaarheid van het zittende personeel. Betrokkenheid, motivatie, ontwikkelingsmogelijkheden en vitaliteit worden gestimuleerd en er wordt doorlopend nagedacht over de meest efficiënte capaciteitsplanning.

Functiedifferentiatie Het realiseren van zorgdifferentiatie binnen onze RAV heeft zijn oorsprong in ons standpunt dat de patiënt en zijn zorgvraag centraal staat. Maar deze ontwikkeling heeft ook andere positieve effecten.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 6

De hieruit voortvloeiende functiedifferentiatie biedt namelijk veel ontwikkelingsmogelijkheden voor onze medewerkers. Zij krijgen de kans om, na het volgen van een opleiding, door te groeien naar een andere functie. Zij worden hierbij vergaand gefaciliteerd door de RAV. Ook schept functiedifferentiatie de mogelijkheid voor medewerkers om (tijdelijk) werkzaam te zijn in een andere functie, bijvoorbeeld bij (tijdelijke) fysieke of mentale overbelasting. Daarnaast draagt functiedifferentiatie bij aan het efficiënt inzetten van personeelscapaciteit: er zijn minder ALS (Advanced Life Support)verpleegkundigen nodig waardoor het personeelstekort minder nijpend wordt. Opleiding HBO-V-afgestudeerden Zoals al genoemd startte de RAV Brabant MWN in oktober 2019 de interne opleiding van HBO-V-ers tot ambulanceverpleegkundige. De opleiding duurt 18 maanden, van start tot zelfstandige inzetbaarheid, en zal in de komende jaren een belangrijke bron van instroom van ambulanceverpleegkundigen zijn. Prestatiecontracten zorgverzekeraars Sinds in 2014 de nieuwe bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg werd ingevoerd, is de te leveren beschikbaarheid de basis voor het te ontvangen budget en niet meer de productie. Het door de NZa aan de RAV toegekende budget is het maximumbudget waarover in het lokaal overleg met de zorgverzekeraars moet worden onderhandeld.

Bij deze onderhandelingen worden door zorgverzekeraars en RAV jaarlijkse prestatieafspraken overeengekomen. Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor Spreiding en Beschikbaarheid afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. Het te realiseren dekkingspercentage responstijd A1 is hierbij landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25% van de maximale korting van 2,5%. Voor de overige 1,25% worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt. De ambulancesector heeft een dynamisch karakter. Al jarenlang is er sprake van volumegroei in het ritaanbod en een fors tekort aan acute-zorgpersoneel. De wereldwijde Covid-19-pandemie bracht weer hele andere uitdagingen, die hun neerslag hadden op de prestaties. Al met al is de 95% dekkingsnorm voor de meeste RAV’s in Nederland zeer moeilijk haalbaar. Het realiseren van de paraatheidsuitbreidingen conform het landelijk referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid valt of staat met het beschikbaar zijn van voldoende geschikt personeel. Bij volledige invulling van de paraatheid én onder normale omstandigheden verwachten wij in 2023 in beide RAV-regio’s 95% dekking te kunnen behalen.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 7

2 PROGRAMMA’S De RAV Brabant Midden-West-Noord heeft één programma, namelijk Ambulancezorg en onderscheidt een viertal deelprogramma’s:  Meldkameractiviteiten in de regio Brabant-Noord  Meldkameractiviteiten in de regio Midden- en West-Brabant  Ambulancehulpverlening in de regio Brabant-Noord  Ambulancehulpverlening in de regio Midden- en West-Brabant In dit hoofdstuk wordt per deelprogramma uiteengezet wat de RAV Brabant Midden-West-Noord in 2022 wil bereiken, wat we hiervoor gaan doen en wat dit gaat kosten. Uitgangspunt hierbij zijn drie hoofddoelstellingen: kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, optimale spreiding en beschikbaarheid en bedrijfsvoering binnen budgettaire kaders. 2.1

Meldkamer Brabant-Noord

2.1.1 Wat willen we bereiken? De best passende zorg voor de patiënt Het efficiënt en zorgvuldig afhandelen van de meldingen die binnenkomen op de meldkamer ambulancezorg. Verbetering van de kwaliteit van zorg door een juiste indicatiestelling en urgentiebepaling. Behouden van het niveau van de ACE-status op het triagesysteem ProQA De MKA Brabant-Noord behaalde in september 2016 de ACE-status. Een van de prestatieïndicatoren om te monitoren of het gewenste niveau gehandhaafd blijft, is de nalevingsscore die conform de AQUA-systematiek minstens 92% moet zijn. Optimale spreiding en beschikbaarheid Het optimaal inzetten van de beschikbare ambulances door de meldkamer. De aansturing door de meldkamer heeft direct effect op de overschrijdingspercentages van het spoedvervoer. In 2023 hopen wij te kunnen beschikken over software die de MKA ondersteunt in het realiseren van optimale spreiding en beschikbaarheid. Goede samenwerking in de MKA Oost-Brabant De samenvoeging van de meldkamers Brabant-Noord en Brabant Zuidoost in de MKA Oost-Brabant werd in 2019 gerealiseerd in de verbouwde huisvesting te Den Bosch. De komende jaren zal onveranderd aandacht zijn voor afstemming en eenduidigheid van de meldkamerprocessen, het bewerkstelligen van een goede samenwerking tussen de medewerkers, en het opereren van de nieuwe meldkamer binnen de financiële kaders van de NZa.

2.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? Onderzoeken mogelijkheden zorgcoördinatie De stip op de horizon van de acute zorg is dat individuele zorgaanbieders zijn georganiseerd in een regionaal netwerk acute zorg. De zorgvraag is het uitgangspunt en de patiënt wordt zo snel mogelijk geholpen door de juiste zorgverlener. De patiënt belt één telefoonnummer en hoeft niet zelf al vooraf de afweging te maken welke zorg of hulpverlener hem op dat moment het beste zal helpen. Samen met onze ketenpartners onderzoeken we in de komende jaren de mogelijkheden van gezamenlijke triage. Hiervoor is in 2020 de pilot ‘Zorgcoördinatie in de Bossche regio’ gestart, met subsidie van VWS via de zorgverzekeraars. Als alles volgens planning verloopt zal dit pilotproject in 2023 geëvalueerd worden.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 8

Monitoren en optimaliseren van het gebruik van ProQA Dit systeem, dat internationaal zijn waarde al bewezen heeft, is in 2012 ingevoerd ter verbetering van de uitvraagmethodiek in het intakeproces, door het verkrijgen van eenduidige intake, triage en meldersinstructie. Het nauwgezet en doorlopend monitoren van het meldkamerproces, o.a. door het gebruik van prestatie-indicatoren, is een vereiste voor optimaal gebruik van het systeem en het vasthouden van het niveau van de ACE-status, die in 2016 bereikt werd. Ondersteuning bij optimale spreiding en beschikbaarheid De aanbestedingsprocedure voor de selectie en aanschaf van de software die de MKA ondersteunt bij de keuzes rondom de optimale spreiding en beschikbaarheid is in 2022 van start gegaan. Wij hopen in 2023 de implementatie succesvol te hebben afgerond. Samenwerking en afstemming Brabant-Noord en Brabant-Zuidoost in MKA Oost-Brabant Na de samenvoeging van beide meldkamers blijft de RAV Brabant MWN de belangen van de witte kolom behartigen. De kwaliteit van zorg moet gehandhaafd blijven. Dit geldt met name voor de uitvraagmethodiek, waarin de RAV de afgelopen jaren geïnvesteerd heeft om een hoger niveau te bereiken. Op het personele vlak zijn intrinsieke motivatie en een goede onderlinge samenwerking de aandachtspunten. De RAV wil dit bereiken door intensieve communicatie, informatievoorziening, afstemming en begeleiding.

Ook zal bewaakt worden dat de nieuwe samengevoegde meldkamer opereert binnen de financiële kaders van de NZa. Productie Declarabele meldingen Prestatie-indicatoren Nalevingsscore ProQA protocollen Toelichting Declarabele melding

2023

2022

aantal

46.000

45.000

%

94%

94%

Een telefonische hulpvraag die leidt tot het verrichten van ambulancevervoer of –hulpverlening.

Nalevingsscore ProQA

Alle 112-meldingen worden aangenomen met ProQA. Er wordt gemeten hoeveel procent naleving op de protocollen wordt gerealiseerd.

Productie

De prognose van het aantal declarabele meldingen voor de begroting 2023 is gebaseerd op de productie van 2019 tm februari 2022, vanwege het effect van de COVID-19-pandemie op het ritaanbod.

2.1.3 Wat gaat het kosten? Product

MKA Brabant-Noord

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

Lasten

1.879.000

inkomsten

Overige

Gemeentelijke

Nza

inkomsten

bijdrage

1.900.000

72.000

0

Totaal resultaat excl. overhead 93.000

pagina 9

2.2

Meldkamer Midden- en West-Brabant

2.2.1 Wat willen we bereiken? De best passende zorg voor de patiënt Het efficiënt en zorgvuldig afhandelen van de meldingen die binnenkomen op de meldkamer ambulancezorg. Verbetering van de kwaliteit van zorg door een juiste indicatiestelling en urgentiebepaling. Behouden van het niveau van de ACE-status op het meldkameruitvraagsysteem ProQA De MKA Midden- en West-Brabant-Noord behaalde in 2017 de ACE-status. Een van de prestatieïndicatoren om te monitoren of het gewenste niveau gehandhaafd blijft, is de nalevingsscore die conform de AQUA-systematiek minstens 92% moet zijn. Optimale spreiding en beschikbaarheid Het optimaal inzetten van de beschikbare ambulances door de meldkamer. De aansturing door de meldkamer heeft direct effect op de overschrijdingspercentages van het spoedvervoer. In 2023 hopen wij te kunnen beschikken over software die de MKA ondersteunt in het realiseren van optimale spreiding en beschikbaarheid. Goede samenwerking in de MKA Bergen op Zoom De samenvoeging van de meldkamers Midden- en West-Brabant en Zeeland in de MKA Bergen op Zoom werd in juni 2020 gerealiseerd in de nieuwe huisvesting te Bergen op Zoom.

De komende jaren zal onveranderd aandacht zijn voor afstemming en eenduidigheid van de meldkamerprocessen, het bewerkstelligen van een goede samenwerking tussen de medewerkers, en het opereren van de nieuwe meldkamer binnen de financiële kaders van de NZa. 2.2.2 Wat gaan we hiervoor doen? Onderzoeken mogelijkheden zorgcoördinatie De stip op de horizon van de acute zorg is dat individuele zorgaanbieders zijn georganiseerd in een regionaal netwerk acute zorg. De zorgvraag is het uitgangspunt en de patiënt wordt zo snel mogelijk geholpen door de juiste zorgverlener. De patiënt belt één telefoonnummer en hoeft niet zelf al vooraf de afweging te maken welke zorg of hulpverlener hem op dat moment het beste zal helpen. Samen met onze ketenpartners onderzoeken we in de komende jaren de mogelijkheden van gezamenlijke triage. De resultaten van de pilot ‘Zorgcoördinatie in de Bossche regio’, die in 2020 startte in de regio Brabant-Noord, en die in 2023 zal worden geëvalueerd, zullen hierin worden meegenomen. Monitoren en optimaliseren van het gebruik van ProQA Dit systeem, dat internationaal zijn waarde al bewezen heeft, is in 2012 ingevoerd ter verbetering van de uitvraagmethodiek in het intakeproces, door het verkrijgen van eenduidige intake, triage en meldersinstructie. Het nauwgezet en doorlopend monitoren van het meldkamerproces, o.a.

door het gebruik van prestatie-indicatoren, is een vereiste voor optimaal gebruik van het systeem en het vasthouden van het niveau van de ACE-status, die in 2017 bereikt werd. Ondersteuning bij optimale spreiding en beschikbaarheid De aanbestedingsprocedure voor de selectie en aanschaf van de software die de MKA ondersteunt bij de keuzes rondom de optimale spreiding en beschikbaarheid is in 2022 van start gegaan. Wij hopen in 2023 de implementatie succesvol te hebben afgerond. Samenwerking en afstemming Midden- en West-Brabant en Zeeland in MKA Bergen op Zoom Na de samenvoeging van beide meldkamers in juni 2020 blijft de RAV Brabant MWN de belangen van de witte kolom behartigen. De kwaliteit van zorg moet gehandhaafd blijven. Dit geldt met name voor de uitvraagmethodiek, waarin de RAV de afgelopen jaren geïnvesteerd heeft om een hoger niveau te bereiken. Op het personele vlak zijn intrinsieke motivatie en een goede onderlinge samenwerking de aandachtspunten. De RAV wil dit bereiken door intensieve communicatie,

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 10

informatievoorziening, afstemming en begeleiding. Ook zal bewaakt worden dat de nieuwe samengevoegde meldkamer opereert binnen de financiële kaders van de NZa.

Productie Declarabele meldingen

2023

2022

aantal

93.000

88.000

%

94%

94%

Prestatie-indicatoren Nalevingsscore ProQA protocollen Toelichting Declarabele melding

Een telefonische hulpvraag die leidt tot het verrichten van ambulancevervoer of –hulpverlening

Nalevingsscore ProQA

Alle 112-meldingen worden aangenomen met ProQA. Er wordt gemeten hoeveel procent naleving op de protocollen wordt gerealiseerd.

Productie

De prognose van het aantal declarabele meldingen voor de begroting 2023 is gebaseerd op de productie van januari 2019 tm februari 2022, vanwege het effect van de COVID-19pandemie op het ritaanbod.

2.2.3 Wat gaat het kosten? Product

MKA Midden- en West Brabant

2.3

Lasten

2.702.000

inkomsten

Overige

Gemeentelijke

Nza

inkomsten

bijdrage

2.851.000

14.000

0

Totaal resultaat excl. overhead

163.000

RAV Brabant-Noord

2.3.1 Wat willen we bereiken? Optimaliseren patiëntveiligheid en verhogen van de kwaliteit van zorg In het kader van de zorgevaluatie (ZEB) worden hulpverleningen onder vastgestelde thema’s systematisch via collegiale intervisie besproken. Essentiële gegevens worden vastgelegd in een database. In 2023 willen we 5% van alle spoedhulpverleningen met de ambulanceverpleegkundigen evalueren. Voor het ZEB-traject met de ambulancechauffeurs dat in 2019 operationeel werd, geldt de doelstelling dat in 2023 per chauffeur 2 hulpverleningen per jaar geëvalueerd zijn volgens de ZEB-methodiek. Deze doelstellingen stonden aanvankelijk gepland voor 2021 en 2022. Als gevolg van de Covid-19-pandemie zijn alle neventaken tijdelijk stilgelegd, waardoor er vertraging ontstond en de doelstellingen doorgeschoven werden naar 2023. De beste passende zorg voor de patiënt De zorgvraag van de patiënt staat centraal. Dit betekent dat vervoer alleen plaatsvindt als dat strikt nodig is, en dat het soms beter is om de juiste zorg ter plaatse te leveren. We maken een weloverwogen afweging om óf de zorg naar de patiënt te brengen óf de patiënt naar de zorg.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 11

Was er voorheen altijd een intentie tot vervoer, nu verschuift het accent langzaam naar acute mobiele zorg zonder vervoer. Dit vergt uitbreiding van het zorgaanbod binnen de ambulancehulpverlening in de vorm van zorgdifferentiatie. We doen dit op verschillende manieren. De inzet van Verpleegkundig Specialisten Ambulancezorg (VSAZ) in het primair proces is daar één van. Deze groep heeft meer mogelijkheden en expertise in diagnosestelling, en meer bevoegdheden in behandeling van de patiënt. In 2023 zijn er VSAZ werkzaam in en rondom de drie grote steden van ons werkgebied: Den Bosch, Tilburg en Breda. Een andere manier om beter aan te kunnen sluiten op de zorgvraag van de patiënt is onze divisie Laag- en Middencomplex Ambulancevervoer (LMC). Na een aantal jaren van voorbereiding, werving en (bij)scholing en zal in 2023 sprake zijn van drie volwaardige LMC-teams die samen 95% van het ambulancevervoer in deze categorie verzorgen. Realiseren van prestatieafspraken De RAV Brabant-Noord heeft de ambitie om in 2023, onder normale omstandigheden, een dekkingspercentage te behalen van minimaal 95% op de responstijden van de hulpverleningen met urgentie A1 en A2. In 2023 is het streven om de paraatheid op het niveau van het actuele referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid te brengen.

Voorwaarde hierbij is dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau gebracht kan worden, en dat er geen sprake is van afwijkende omstandigheden (zoals bijv. de Covid-19-pandemie). Voldoen aan de WAV-vereisten De RAV spant zich in om te blijven voldoen aan de eisen van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Belangrijk hierbij is om de bedrijfsvoering binnen de budgettaire kaders te houden van de vigerende bekostigingssystematiek. 2.3.2 Wat gaan we hiervoor doen? Voortzetten ZEB-traject Sinds 2017 vindt een-op-een screening plaats van spoedhulpverleningen tussen ambulanceverpleegkundige en zorgevaluatiebegeleider (ZEB), ondersteund door het medisch stafbureau. In 2023 willen we ervoor zorgen dat het aantal zorgevaluatiebegeleiders op peil blijft, én bewaken dat zij in staat worden gesteld om de voor ZEB bestemde tijd daadwerkelijk in te zetten, zodat het gestelde doel (5% van de spoedhulpverlening geëvalueerd) wordt behaald. Voor het ZEB-traject voor ambulancechauffeurs geldt hetzelfde. Monitoring en begeleiding van dit traject vindt op dezelfde manier plaats zodat de doelstelling van 2023 kan worden behaald (2 hulpverleningen per chauffeur per jaar geëvalueerd). Evaluatie van zorg met de patiënt In 2022 wordt er een instrument ontwikkeld om de geleverde zorg rechtstreeks, één op één, met de betreffende patiënt te evalueren.

De focus ligt hierbij op het mobiele zorgconsult (voorheen Eerste Hulp, Geen Vervoer). In plaats van de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren wordt deze thuis geholpen, al dan niet in afstemming met de huisarts. Onderzoek heeft aangetoond dat bij dit type ambulancezorg het meeste risico bestaat op ontevredenheid. De verwachting is dat het evaluatieinstrument in 2023 geïmplementeerd en in gebruik genomen is. Zorgdifferentiatie Om de geleverde ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, realiseren wij de komende jaren differentiatie, door verschillende niveaus van de ambulancezorg te bieden. Naast het reguliere ambulancevoer bieden we ook Laag- en Middencomplexe zorg en de inzet van verpleegkundig specialisten in ambulancezorg (VSAZ) in het primaire proces van ambulancezorg. Functiedifferentiatie Zorgdifferentiatie vereist functiedifferentiatie. Voor de verschillende niveaus van ambulancezorg is verschillende expertise nodig. Een belangrijke rol is weggelegd voor de groep verpleegkundig

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 12

specialisten. De complexere zorgvraag van de patiënt heeft aanvullende expertise nodig. Verpleegkundig Specialisten in ambulancezorg en Physician Assistants passen goed in dit profiel omdat zij meer kennis hebben en meer handelingen zelfstandig mogen uitvoeren. Paraatheid versus personeelstekort In 2023 is het streven om de paraatheid te leveren conform het referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid, onder voorwaarde dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau kan worden gebracht. De RAV voert een actief en aantrekkelijk wervingsbeleid en een loopbaanbeleid waarin aandacht is voor functiedifferentiatie en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is er inzet van BMH (bachelor medische hulpverlening) als ambulanceverpleegkundige, en worden er HBO-V-afgestudeerden opgeleid tot ambulanceverpleegkundige door onze CZOgeaccrediteerde interne opleiding. Productie Declarabele ritten EHGV-ritten Niet-declarabele ritten (inclusief VWS) Totaal ritten Prestatie-indicatoren Dekkingspercentages spoedvervoer: - responstijd A1 (melding-aankomst binnen 15 min) - responstijd A2 (melding-aankomst binnen 30 min) - percentage geëvalueerde hulpverleningen (ZEB-vpk) - evaluatie 2 hulpverleningen per chauffeur/jaar (ZEB-chf) Ritten naar urgentie A1-ritten A2-ritten B-ritten Totaal ritten Toelichting Declarabele rit

2023

2022

aantal aantal aantal aantal

33.000 13.000 10.000 56.000

33.000 12.000 12.000 57.000

% % % %

95% 95% 5% 100%

95% 95% 5% 100%

aantal aantal aantal aantal

23.500 23.000 9.500 56.000

24.500 23.000 9.500 57.000

Ambulancerit in opdracht van de MKA, waarbij vervoer voor de patiënt geïndiceerd is.

EHGV-rit

Eerste hulp, geen vervoer. Een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening en of vervoer waarbij vervoer na onderzoek van de patiënt niet nodig blijkt te zijn.

Niet-declarabele rit

Rit die niet gedeclareerd wordt; dit kan een voorwaardenscheppende, een loze rit of een afgebroken rit zijn.

A1-ritten

Spoedeisende rit in opdracht van de centralist in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt, en in het geval dat dit gevaar pas na beoordeling door de ambulancebemanning ter plaatse kan worden uitgesloten.

A2-ritten

Rit in opdracht van de centralist naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn.

B-ritten

Rit in opdracht van de centralist naar aanleiding van een zorgvraag zonder A1- of A2-urgentie.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 13

Productie

De prognose van het aantal declarabele meldingen voor de begroting 2023 is gebaseerd op de productie van januari 2019 tm februari 2022, vanwege het effect van de Covid-19-pandemie op het ritaanbod.

2.3.3 Wat gaat het kosten? Product

RAV Brabant-Noord 2.4

Lasten

inkomsten

Overige

Gemeentelijke

Nza

inkomsten

bijdrage

22.934.000 25.081.000 1.297.000

0

Totaal resultaat excl. overhead 3.444.000

RAV Midden- en West-Brabant

2.4.1 Wat willen we bereiken? Optimaliseren patiëntveiligheid en verhogen van de kwaliteit van zorg In het kader van de zorgevaluatie (ZEB) worden hulpverleningen onder vastgestelde thema’s systematisch via collegiale intervisie besproken. Essentiële gegevens worden vastgelegd in een database. In 2023 willen we 5% van alle spoedhulpverleningen met de ambulanceverpleegkundigen evalueren. Voor het ZEB-traject met de ambulancechauffeurs dat in 2019 operationeel werd, geldt de doelstelling dat in 2023 per chauffeur 2 hulpverleningen per jaar geëvalueerd zijn volgens de ZEB-methodiek. Deze doelstellingen stonden aanvankelijk gepland voor 2021 en 2022. Als gevolg van de Covid-19-pandemie zijn alle neventaken tijdelijk stilgelegd, waardoor er vertraging ontstond en de doelstellingen doorgeschoven werden naar 2023. De beste passende zorg voor de patiënt De zorgvraag van de patiënt staat centraal. Dit betekent dat vervoer alleen plaatsvindt als dat strikt nodig is, en dat het soms beter is om de juiste zorg ter plaatse te leveren. We maken een weloverwogen afweging om óf de zorg naar de patiënt te brengen óf de patiënt naar de zorg. Was er voorheen altijd een intentie tot vervoer, nu verschuift het accent langzaam naar acute mobiele zorg zonder vervoer. Dit vergt uitbreiding van het zorgaanbod binnen de ambulancehulpverlening in de vorm van zorgdifferentiatie.

We doen dit op verschillende manieren. De inzet van Verpleegkundig Specialisten Ambulancezorg (VSAZ) in het primair proces is daar één van. Deze groep heeft meer mogelijkheden en expertise in diagnosestelling, en meer bevoegdheden in behandeling van de patiënt. In 2023 zijn er VSAZ werkzaam in en rondom de drie grote steden van ons werkgebied: Den Bosch, Tilburg en Breda. Een andere manier om beter aan te kunnen sluiten op de zorgvraag van de patiënt is onze divisie Laag- en Middencomplex Ambulancevervoer (LMC). Na een aantal jaren van voorbereiding, werving en (bij)scholing en zal in 2023 sprake zijn van drie volwaardige LMC-teams die samen 95% van het ambulancevervoer in deze categorie verzorgen. Realiseren van prestatieafspraken De RAV Brabant-Noord heeft de ambitie om in 2023, onder normale omstandigheden, een dekkingspercentage te behalen van minimaal 95% op de responstijden van de hulpverleningen met urgentie A1 en A2. In 2023 is het streven om de paraatheid op het niveau van het actuele referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid te brengen. Voorwaarde hierbij is dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau gebracht kan worden, en dat er geen sprake is van afwijkende omstandigheden (zoals bijv. de Covid-19-pandemie).

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 14

Voldoen aan de WAV-vereisten De RAV spant zich in om te blijven voldoen aan de eisen van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Belangrijk hierbij is om de bedrijfsvoering binnen de budgettaire kaders te houden van de vigerende bekostigingssystematiek. 2..2 Wat gaan we hiervoor doen? Voortzetten ZEB-traject Sinds 2017 vindt een-op-een screening plaats van spoedhulpverleningen tussen ambulanceverpleegkundige en zorgevaluatiebegeleider (ZEB), ondersteund door het medisch stafbureau. In 2023 willen we ervoor zorgen dat het aantal zorgevaluatiebegeleiders op peil blijft, én bewaken dat zij in staat worden gesteld om de voor ZEB bestemde tijd daadwerkelijk in te zetten, zodat het gestelde doel (5% van de spoedhulpverlening geëvalueerd) wordt behaald. Voor het ZEB-traject voor ambulancechauffeurs geldt hetzelfde. Monitoring en begeleiding van dit traject vindt op dezelfde manier plaats zodat de doelstelling van 2023 kan worden behaald (2 hulpverleningen per chauffeur per jaar geëvalueerd). Evaluatie van zorg met de patiënt In 2022 wordt er een instrument ontwikkeld om de geleverde zorg rechtstreeks, één op één, met de betreffende patiënt te evalueren. De focus ligt hierbij op het mobiele zorgconsult (voorheen Eerste Hulp, Geen Vervoer). In plaats van de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren wordt deze thuis geholpen, al dan niet in afstemming met de huisarts.

Onderzoek heeft aangetoond dat bij dit type ambulancezorg het meeste risico bestaat op ontevredenheid. De verwachting is dat het evaluatieinstrument in 2023 geïmplementeerd en in gebruik genomen is. Zorgdifferentiatie Om de geleverde ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, realiseren wij de komende jaren differentiatie, door verschillende niveaus van de ambulancezorg te bieden. Naast het reguliere ambulancevoer bieden we ook Laag- en Middencomplexe zorg en de inzet van verpleegkundig specialisten in ambulancezorg (VSAZ) in het primaire proces van ambulancezorg. Functiedifferentiatie Zorgdifferentiatie vereist functiedifferentiatie. Voor de verschillende niveaus van ambulancezorg is verschillende expertise nodig. Een belangrijke rol is weggelegd voor de groep verpleegkundig specialisten. De complexere zorgvraag van de patiënt heeft aanvullende expertise nodig. Verpleegkundig Specialisten in Ambulancezorg en Physician Assistants passen goed in dit profiel omdat zij meer kennis hebben en meer handelingen zelfstandig mogen uitvoeren. Paraatheid versus personeelstekort In 2023 is het streven om de paraatheid te leveren conform het referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid, onder voorwaarde dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau kan worden gebracht.

De RAV voert een actief en aantrekkelijk wervingsbeleid en een loopbaanbeleid waarin aandacht is voor functiedifferentiatie en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is er inzet van BMH (bachelor medische hulpverlening) als ambulanceverpleegkundige, en worden er HBO-V-afgestudeerden opgeleid tot ambulanceverpleegkundige door onze CZOgeaccrediteerde interne opleiding. Producten Declarabele ritten EHGV-ritten Niet-declarabele ritten (inclusief VWS) Totaal ritten

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

aantal aantal aantal aantal

2023

2022

70.000 23.000 25.000 118.000

68.500 19.500 17.000 105.000

pagina 15

Prestatie-indicatoren Dekkingspercentages spoedvervoer: - responstijd A1 (melding-aankomst meer dan 15 min) - responstijd A2 (melding-aankomst meer dan 30 min) - percentage geëvalueerde hulpverleningen (ZEB-vpk) - evaluatie 2 hulpverleningen per chauffeur/jaar (ZEB-chf) Ritten naar urgentie A1-ritten A2-ritten B-ritten Totaal ritten Toelichting Declarabele rit

% % % %

95% 95% 5% 100%

95% 95% 5% 100%

aantal aantal aantal aantal

64.500 31.500 22.000 118.000

44.000 38.000 23.000 105.000

Ambulancerit in opdracht van de MKA, waarbij vervoer voor de patiënt geïndiceerd is.

EHGV-rit

Eerste hulp, geen vervoer. Een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening en of vervoer waarbij vervoer na onderzoek van de patiënt niet nodig blijkt te zijn.

Niet-declarabele rit

Rit die niet gedeclareerd wordt; dit kan een voorwaardenscheppende, een loze rit of een afgebroken rit zijn.

A1-ritten

Spoedeisende rit in opdracht van de centralist in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt, en in het geval dat dit gevaar pas na beoordeling door de ambulancebemanning ter plaatse kan worden uitgesloten.

A2-ritten

Rit in opdracht van de centralist naar aanleiding van een zorgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel zo snel mogelijk ter plaatse dient te zijn.

B-ritten

Rit in opdracht van de centralist naar aanleiding van een zorgvraag zonder A1- of A2-urgentie.

Productie

De prognose van het aantal declarabele meldingen voor de begroting 2023 is gebaseerd op de productie van januari 2019 tm februari 2022, vanwege het effect van de COVID-19-pandemie op het ritaanbod.

2.4.3 Wat gaat het kosten? Product

RAV Midden- en West Brabant

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

Lasten

inkomsten

Overige

Gemeentelijke

Nza

inkomsten

bijdrage

42.152.000 45.800.000 2.497.000

0

Totaal resultaat excl. overhead

6.145.000

pagina 16

2.5 Overzicht overhead Het BBV schrijft voor dat we de overhead van de RAV begroten op een centrale begrotingspost: het ’overzicht overhead’. In deze begrotingspost zijn de automatiseringskosten, huisvestingskosten en diverse materiële overheadlasten (drukwerk, opleidingskosten etc.) opgenomen. Daarnaast zijn de personele lasten opgenomen van die functies die we op grond van de ’notitie overhead’ van de commissie BBV kwalificeren als overhead. Niet alle functies die we bij de RAV kennen, zijn specifiek in deze notitie genoemd. Voor de indeling zoals gehanteerd, hebben we dus een aantal pleitbare aannames moeten doen, die zijn afgestemd met materiedeskundigen. Om inzichtelijk te maken waar de overhead uit bestaat, is deze verdeeld in 4 onderdelen:

Overzicht overhead Huisvesting/automatisering Uitbestede bedrijfsvoering aan HSC Personeel overig Totaal

real. 2021 325.748 1.584.036 6.564.600 585.498 9.059.882

begr 2022

begr 2023

314.313 1.660.787 6.849.097 555.736 9.379.933

326.781 1.726.664 7.120.775 577.780 9.752.000

De begrote overhead van 2022 is conform de begrotingswijziging 2022, die op 6 juli 2022 zal worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van de RAV. In 2023 bedraagt de overhead 12,3 % van de totale kosten.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 17

3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Doel van het onderhoud is: kapitaalverlies te voorkomen en de gebouwen en installaties in zodanige (bouw)technische staat te houden, dat de gebruiksmogelijkheden en/of huurinkomsten gewaarborgd zijn. Hiervoor is een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) opgesteld. De basis voor de MJOP wordt gevormd door een conditiemeting van het gebouw. Deze conditiemeting wordt door gecertificeerde inspecteurs uitgevoerd voor alle locaties, dit conform de eisen van NEN 2767. Hierbij maakt men gebruik van de elementencoderingen gebaseerd op de NLSFB codering. De NL-SFB codering heeft zich in Nederland ontwikkeld tot de standaard op het gebied van elementgerichte classificaties en wordt veel toegepast bij meerjarenonderhoud. Deze gegevens zijn opgenomen in het softwarepakket Planon Building Management, en met de door Planon aangeleverde kengetallen verwerkt tot de MJOP. De MJOP is een richtlijn voor uitvoering van onderhoud met een raming van de kosten. Op basis hiervan worden de jaarlijks opgenomen activiteiten uitgevoerd. We gebruiken als standaardnorm voor de mate en wijze van onderhoud, de waardering “goede conditie”. Jaarlijks worden nog een aantal zaken nagetrokken door de projectleider huisvesting: 1. Is de conditie zodanig dat uitvoering noodzakelijk is (dit is o.a. afhankelijk van de intensiteit van het gebruik en kan daardoor afwijken).

Op basis van de bevindingen wordt het tijdstip, jaar van onderhoud, eventueel in de MJOP aangepast. 2. Zijn er activiteiten te combineren waardoor er voor het primaire proces maar één keer overlast is (b.v. schilderwerk en vervanging vloerbedekking in één keer, of als een verbouwing noodzakelijk is het planmatig onderhoud hiermee combineren). Op basis van deze bevindingen en overwegingen kan het MJOP eventueel ook worden aangepast. 3. Zijn er ontwikkelingen m.b.t. het gebouw waardoor uitvoering niet meer opportuun is (b.v. gaat een locatie verhuizen of wordt een locatie op termijn opgeheven). Op basis van deze bevindingen kan het MJOP eventueel ook worden aangepast. De gegevens in het MJOP moeten steeds worden aangevuld met gegevens vanuit de praktijk. Dit kan naar aanleiding van de jaarlijkse eigen visuele inspectie, en/of op basis van ervaringscijfers van daadwerkelijke uitvoering. Dit is een continu proces. De visuele inspectie conform de NEN 2767 wordt, voor de panden in eigendom, elke 4 jaar herhaald. Deze externe inspectie kan ook aanpassingen in het MJOP tot gevolg hebben. EED (Energy Efficiency Directive) Conform Europese regelgeving zijn we verplicht Maatschappelijk Verantwoord te Ondernemen en een Duurzaamheids- en Energiebeleid te hebben. Dit heeft tot gevolg dat we in de periode t/m 2021 diverse investeringen op dit gebied uitgevoerd hebben.

In huur- en eigendompanden zijn investeringen gedaan om de bouwkundige schil te verbeteren, LED-verlichting aan te brengen en zonnepanelen te plaatsen waar dit technisch mogelijk was. In de komende periode wordt de locatie ’s-Hertogenbosch verduurzaamd door noodzakelijke vervangingen om te zetten naar duurzame alternatieven. Hiermee dringen we het energieverbruik terug op deze locatie. Het jaar 2023 staat in het teken van regulier storingsonderhoud op alle locaties en het verder verduurzamen in het kader van de EED/energielabels. Op projectbasis zal er gekeken worden naar de huidige VWS-posten en locaties met de nadruk in 2023 op regio 1 West-Brabant en regio 2 Midden-Brabant.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 18

4 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING

Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: alle ondersteunende activiteiten die nodig zijn om de doelstellingen van de RAV te realiseren. De bedrijfsvoering draagt daarmee bij aan een efficiënte en effectieve organisatie van het proces ambulancezorg. Naast de bedrijfsvoering die binnen de RAVspecifiek is georganiseerd, zoals HR, Facilitaire zaken, control, planning, communicatie, kwaliteit, wagenpark, voertuig ICT en opleiding worden de taken salarisadministratie, financiën, inkoop, DIV en automatisering door de RAV ingekocht bij Hét Service Centrum (HSC). Hoewel het management van het HSC ten aanzien van deze functies een afgeleide bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft, is bewustwording en kennis van de omgeving waarbinnen de RAV zijn taken uitvoert noodzakelijk. Hét Service Centrum verzorgt voor GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant, de RAV Brabant Midden-West-Noord en de GGD Noord- en Oost-Gelderland een aantal ondersteunende diensten. De eerste drie organisaties delen de diensten (financiën, salarisadministratie, DIV, automatisering en informatisering en met name beheer van het netwerk en kantoorautomatisering). De GGD Noord- en Oost-Gelderland deelt mee op het terrein van automatisering. Hét Service Centrum is geen aparte organisatie, maar het resultaat van een brede samenwerking.

De laatste jaren zijn een groot aantal taken vanuit HSC teruggegaan naar de RAV en de GGD’s, omdat deze taken dichter bij het primaire proces efficiënter georganiseerd kunnen worden. 4.1 Organisatie De organisatie moet het werken van geschikte en gemotiveerde mensen aan processen en producten adequaat faciliteren. De structuur volgt de strategie van de organisatie en is dienend aan sturing en samenwerking. Een slagvaardig managementteam, ondersteund door een professionele staf, met onderscheidend leiderschap vormt daarbij de basis. Door aan deze voorwaarden te voldoen kan de RAV zich handhaven binnen het topsegment van de RAV-organisaties en de maatstafconcurrentie binnen de ambulancezorg het hoofd bieden. Op basis van deze uitgangspunten ontwikkelt de organisatie zich op een aantal aspecten:  Zij kenmerkt zich door haar medewerkers te prikkelen, uit te dagen en verantwoordelijkheid te laten nemen voor de eigen ontwikkeling;  Er is ruimte voor innovatie;  De organisatie is in control;  Ontwikkeling van expertise vindt voornamelijk plaats door het zoeken van regionale en landelijke samenwerking. 4.2

Personeel

Om het gat tussen het referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid en de werkelijke paraatheid te dichten is het aantrekken en behouden van voldoende bevoegd en bekwaam personeel een belangrijke organisatiedoelstelling. Om dit te realiseren zijn en worden binnen de RAV, op basis van de doelstellingen zoals deze zijn geformuleerd in het meerjarenplan, diverse projecten gestart en vervolgd. Deze moeten er voor zorgen dat we, ook in 2023, voldoende betrokken en bevlogen zorgprofessionals kunnen aantrekken. Uiteraard blijft de krapte op de arbeidsmarkt van acute zorgmedewerkers voelbaar. De projecten die een bijdrage leveren aan het beschikken over voldoende bevoegd en bekwaam personeel zijn zorgdifferentiatie, het zelf opleiden van personeel, het intensiveren van de ketensamenwerking en het bevorderen van de vitaliteit van onze medewerkers.

BEGROTING 2023 RAV BRABANT MWN

pagina 19

Zorgdifferentiatie biedt niet alleen betere zorg op maat voor de patiënt, maar draagt ook bij aan efficiency van de inzet personeel, het terugdringen van het personeelstekort en de mogelijkheid voor de medewerker om zich verder te ontwikkelen. Zorgdifferentiatie zie je binnen onze organisatie terug in de pilot Verpleegkundig Specialisten in het primair proces en de doorontwikkeling van het Laag- en Middencomplex Ambulancevervoer. Het zelf verzorgen van een Verpleegkundige Vervolg Opleiding (VVO) maakt het voor ons mogelijk om verpleegkundigen met een HBO-V achtergrond, samen met verpleegkundigen met een IC, CCU of SEH-specialisatie, op te leiden tot zelfstandig werkende ambulanceverpleegkundigen. Daarnaast blijven we investeren in BMH-stagiaires en -trainees. Door het zelf opleiden van ambulancechauffeurs kunnen we flexibel opleiden op maat. We hopen hiermee, in combinatie met een zorgvuldig selectieproces, het uitvalpercentage tot een minimum te beperken. Door samenwerking met de ketenpartners kunnen stageplaatsen en duobanen worden gerealiseerd, waardoor zorgprofessionals behouden blijven voor de acute zorg. Naast deze projecten draagt het verder ontwikkelen van de strategische personeelsplanning bij aan een gerichte en effectieve manier om te sturen op de optimale bezetting van onze organisatie.

Ook investeren we in pilots voor loopbaanpaden voor ambulancechauffeurs en is er plan van aanpak opgesteld rondom het bevorderen van het werkgeluk en de vitaliteit van werknemers wat vanaf 2022 verder zal worden uitgerold. 4.3

Informatievoorziening/automatisering

De RAV Brabant MWN voert taken uit binnen de zorgketen en de veiligheidsketen. De informatievoorziening en automatisering van de RAV is dan ook voornamelijk gericht op optimalisatie van de primaire processen binnen deze ketens. Voor netwerkbeheer en kantoorautomatisering neemt de RAV diensten af van HSC/ICA. In 2022 zijn de belangrijkste projecten de vervanging van het navigatiesysteem, het implementeren van geautomatiseerde feedback vanuit twee ziekenhuizen, informatiegestuurd werken, de implementatie van software ter ondersteuning van zorgevaluatiebegeleiding en verdere inrichting van de afdeling Bedrijfsvoering waar informatiemanagement & ICT onder is gebracht. Daarnaast is er continue, dus ook in 2022 en 2023 aandacht voor informatiebeveiliging & privacy, de doorontwikkeling van business intelligence en het digitale ritformulier, en nieuwe informatiebehoefte als gevolg van zorgdifferentiatie, mobiele zorg en zorgcoördinatie. Daarnaast zal in 2023 worden gewerkt aan de verdere verfijning en implementatie van het nieuwe navigatiesysteem, de software ter ondersteuning van zorgevaluatiebegeleiding, de implementatie van feedback vanuit alle ziekenhuizen en informatiegestuurd werken.

In 2023 wordt er ook een project gestart om aan te sluiten op het landelijk schakelpunt LSP ten einde informatie over medicatie, intoleranties, contra-indicaties, allergieën en de professionele samenvatting van de huisarts ter beschikking te hebben bij een hulpverlening. Ook worden pilots met nieuwe, slimme medische apparatuur verwacht welke ondersteund dienen te worden. 4.4

Financiën

Een van de hoofdverantwoordelijkheden van dit onderwerp is de “planning & control” met als taak het verzorgen van de verschillende informatieproducten inclusief analyse en advisering. Een andere verantwoordelijkheid is die voor de financiële administratie. Taken zijn dan onder meer het inrichten van de administratie (voldoen aan eisen BBV en behoefte organisatie) en het verwerken van de financiële mutaties. Ook Treasury valt onder de verantwoordelijkheden van Financiën. Taken zijn onder andere het (mede) opstellen van het Treasurystatuut, het daaraan uitvoering geven en daarover in het hoofdstuk Financiën rapporteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1297/documents/23220