CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 1.1 Ontwerp-bestemmingsplan Leijoever plantoelichting.pdf

Raadsvergadering 17 september 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Leijoever (Riel) AANGENOMEN19.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onder bijgebouwen worden begrepen alle vrijstaande en aangebouwde bijgebouwen. De begripsomschrijving is in artikel 1 opgenomen. Bijgebouwen mogen zowel binnen het bouwvlak als binnen het gebied 'bijgebouwen' worden gebouwd. De bouwmogelijkheden binnen het gebied 'bijgebouwen' worden begrensd door een absoluut aantal m². De maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen dat ter plaatse van het gebied 'bijgebouwen' wordt toegestaan, is afhankelijk van de oppervlakte van het (kadastrale) perceel. De volgende indeling en maatvoering wordt daarbij gehanteerd: 1 een bouwperceel met een bouwperceel maximaal 50 m² met een oppervlakte tot 150 m² 2 een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 60 m² 150 m² tot 200 m² 3 een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 68 m² 200 m² tot 250 m² 4 een bouwperceel met een oppervlakte van maximaal 75 m² 250 m² tot 500 m² Deze bepaling geldt alleen voor het gebied 'bijgebouwen'. Voor het bepalen van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen is dus alleen de oppervlakte die ter plaatse van het gebied 'bijgebouwen' aanwezig is, 57

bepalend. De bepaling is dus niet van toepassing op het bouwvlak voor de woning. Een aangebouwd bijgebouw mag voor woondoeleinden worden gebruikt, mits dat niet leidt tot een toename van het aantal woningen. De goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,65 meter bedragen, de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen. Indien binnen een bouwvlak voor een woning, een gebouw de maximale hoogtemaat van een bijgebouw overstijgt, dan zal dat gebouw niet worden beschouwd als bijgebouw, omdat het in bouwkundige opzicht niet ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Toetsing vindt dan plaats aan de hoogtematen voor het hoofdgebouw, de woning. Voorwaardelijke verplichtingen Er zijn drie voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Eén voorwaardelijke verplichting ziet toe op de vereiste sanering van de aangewezen gronden voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend. De tweede voorwaardelijke verplichting stelt eisen aan de inrichting van de gronden met de bestemming ‘Natuur’ binnen 2 jaar na het tijdstip van het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen. De derde is gericht op de oprichting van groene erfafscheidingen op de woonpercelen. Carports In de bouwregels is een afzonderlijke regeling opgenomen voor carports. In artikel 1 wordt het begrip carport omschreven.

Op elk bouwperceel mag maximaal één carport van maximaal 30 m² worden opgericht, welke achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning moet worden gebouwd. Daarnaast geldt, dat een carport grotendeels moet worden opgericht naast de zijgevel van de woning. De hoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 meter bedragen. Erfafscheidingen In de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is een regeling opgenomen voor erfafscheidingen. Erfafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van de woning mogen niet hoger zijn dan 1 meter; overige erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter. Onder omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Beroep/bedrijf aan huis Zoals hierboven aangegeven mogen de woning en de daarbij behorende bijgebouwen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Hierbij geldt, dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m² mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Het percentage van 30% wordt berekend over het bestaande totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen.

58

Mantelzorg In de gebruiksregels is, naast het algemene verbod om gronden in strijd met de bestemming te gebruiken, een verbod opgenomen om bijgebouwen (niet zijnde aangebouwde bijgebouwen) te gebruiken voor (al dan niet afhankelijke) bewoning. Van deze bepaling kan worden afgeweken ten behoeve van mantelzorg. De betreffende afwijking is afgestemd op de provinciale 'Voorbeeldregeling huisvesting ten behoeve van mantelzorg 'van 23 september 2003 en opgenomen in de planregels. Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' bestemde gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op deze gronden mag slechts onder voorwaarden worden gebouwd. Bovendien is een vergunningenstelsel opgenomen voor grondwerkzaamheden. 7.4.

Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemeen geldende bouw-, gebruiks-, procedure-, afwijkings- en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. De antidubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels Deze regels bevatten een regeling voor een beperkte overschrijding van bouwgrenzen. Daarnaast is een regeling opgenomen voor de ruimte tussen bouwwerken. Deze bepaling is bedoeld om het ontstaan van smalle ontoegankelijke open ruimten tussen gebouwen op aangrenzende terreinen te voorkomen, omdat deze aanleiding tot hinder door vervuiling kunnen geven. De bepaling kan zowel worden nageleefd door gebouwen tegen elkaar aan te plaatsen, indien het bestemmingsplan dat toestaat, als door een tussenruimte van meer dan een meter breedte te realiseren. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning hiervan afwijken, indien de smalle open ruimte voldoende voor onderhoud bereikbaar is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opening in de zijgevel van het gebouw. Tenslotte is in de algemene bouwregels de parkeernorm opgenomen.

Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de algemene gebruiksregels voor wat betreft strijdig gebruik. Algemene aanduidingsregels Op grond van het provinciaal beleid gelden in een deel van het plangebied enkele aanduidingen die toezien op de aanleg van een ecologische verbindingszone. Gelet op de stedelijke ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is het nodig om de in de 59

provinciale omgevingsverordening opgenomen aanduidingen ‘Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone', Behoud en herstel watersystemen' en ‘Stedelijk gebied’ voor het gedeelte buiten de bestemming Natuur te verwijderen. In de plaats van de aanduiding ecologische verbindingszone wordt een strook grond van in totaal 50 meter toegevoegd aan het Natuur Netwerk Brabant. Een strook van 10 meter is binnen het plangebied van dit bestemmingsplan gelegen. Artikel 11 bevat de bepalingen die nodig zijn voor dit uitbreiden en verwijderen van aanduidingen uit het provinciaal beleid. Gezamenlijk laten zij zien hoe structuren uit het provinciaal beleid na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden herbegrensd. Paragraaf 3.2 geeft hier meer informatie over. Dit artikel bevat de volgende aanduidingen: 1. overige zone - in IOV Noord-Brabant te verwijderen Behoud en herstel watersystemen: Deze aanduiding is van toepassing op de aangeduide ecologische verbindingszone. Om duidelijk te maken dat met uitzondering van de gronden met de bestemming Natuur het plangebied bedoeld is voor woningbouw, wordt deze aanduiding verwijderd. 2. overige zone - in IOV Noord-Brabant te verwijderen Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone: De aanduiding wordt verwijderd omdat invulling wordt gegeven aan de doelstelling om een ecologische verbindingszone aan te leggen.

De gronden die als zodanig worden ingericht, worden toegevoegd aan het Natuur Netwerk Brabant. 3. overige zone - in IOV Noord-Brabant te verwijderen Stedelijk gebied: De aanduiding wordt verwijderd omdat invulling wordt gegeven aan de doelstelling om een ecologische verbindingszone aan te leggen. De gronden die als zodanig worden ingericht, worden toegevoegd aan het Natuur Netwerk Brabant. 4. overige zone - in IOV Noord-Brabant toe te voegen Behoud en herstel watersystemen: Deze aanduiding is van toepassing op het toegevoegde NNB buiten het plangebied. 5. overige zone - in IOV Noord-Brabant toe te voegen Natuur Netwerk Brabant: Deze aanduiding is opgenomen voor de bestemming Natuur binnen het plangebied. Het herbegrenzingsverzoek bevat ook de 40 meter die buiten het plangebied wordt ingericht als ecologische verbindingszone. De aanduidingen zoals genoemd onder 1 tot en met 5 zullen alleen in de ontwerpbestemmingsplan aanwezig zijn. Tegelijkertijd met het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan ligt ook het voornemen tot herbegrenzing van de IOV Noord-Brabant ter inzage. Daarna wordt een verzoek naar de provincie gestuurd om deze begrenzingen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aan te passen. De provincie neemt hierover een besluit voor vaststelling van het bestemmingsplan, waarmee 60

deze aanduidingen in het vastgestelde bestemmingsplan kunnen worden verwijderd. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het corrigeren van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een praktische uitvoering van het plan. Daarnaast is in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen ten aanzien van de wettelijke regels. Algemene procedureregels In dit artikel zijn de regels opgenomen die burgemeester en wethouders in acht dienen te nemen bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regel over andere eisen. Overige regels Dit artikel bevat een bepaling over de wettelijk regelingen waar in de planregels naar wordt verwezen. 7.5.

Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Gebruik dat strijdig was met het vorige bestemmingsplan blijft strijdig. Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds worden gehandhaafd. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Het overgangsrecht volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening, dat verplicht tot het opnemen van een standaard overgangsregel voor bouwwerken (artikel 3.2.1) en gebruik (artikel 3.2.2). Slotregel Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

61

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1.

Economische uitvoerbaarheid In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom de grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet een exploitatieplan worden vastgesteld voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins, zoals bijvoorbeeld door middel van een overeenkomst, is verzekerd. Nu deze situatie zich voordoet, kan gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan worden besloten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Het project wordt op kosten van initiatiefnemer gerealiseerd. Het bestemmingsplan is eveneens opgesteld op kosten van de initiatiefnemer. Alleen de kosten voor begeleiding van de planologische procedure komen voor rekening van de gemeente (waarvoor leges bij initiatiefnemer in rekening worden gebracht). Omdat het verhaal van kosten daarmee is verzekerd, is het op- en vaststellen van een exploitatieplan niet vereist en kan als zodanig worden besloten. Tevens is met initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Onderzoek uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6, onder f.

Bro heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. De kosten voor de woningbouwontwikkeling komen volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het gaat om, een economisch uitvoerbaar plan.

8.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan is onderworpen aan inspraak en heeft ter inzage gelegen voor ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. Tijdens deze periode konden zij schriftelijk een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Van de gevoerde inspraakprocedure is een eindverslag opgesteld dat als bijlage in deze toelichting is opgenomen. Van het gevoerde overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is een verslag gemaakt dat eveneens in de bijlagen is opgenomen.

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1666/documents/27803