CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 1.1 Ontwerp-bestemmingsplan Leijoever plantoelichting.pdf

Raadsvergadering 17 september 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Leijoever (Riel) AANGENOMEN19.372 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE GOIRLE

BESTEMMINGSPLAN LEIJOEVER (RIEL)

GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TERVISIELEGGING ONTWERP DATUM VASTSTELLING

DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONHERROEPELIJK NAAM EN ADRES OPSTELLER

: : : : : : : : : :

GOIRLE

NL.IMRO.0785.BP2022002LEIJOEVER-OW01 1:1000 ONTWERP

PARTNERSRO CERESSTRAAT 13 BREDA

1

PLANTOELICHTING

2

INHOUDSOPGAVE PLANTOELICHTING 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Inleiding Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

5 5 6 7 8 8

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Beschrijving plangebied Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur Technische infrastructuur

9 9 9 11

3. 3.1. 3.2. 3.3.

Ruimtelijk beleidskader Rijk Provincie Gemeente

12 12 14 17

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Thematische beleidskaders Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Volkshuisvesting Groen Verkeer en parkeren Duurzaamheid

23 23 24 26 29 30 31

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9.

Milieuaspecten Milieuhinder en bedrijven Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpad Geluid Lucht Geur Bodem Natuur Milieueffectrapportage

34 34 34 37 37 38 39 40 42 45

6. 6.1. 6.2. 6.3.

Water Beleid Huidige en toekomstige situatie Conclusie

48 48 52 54

3

7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5.

Opzet planregels Plansystematiek Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel

55 55 55 55 59 61

8. 8.1. 8.2.

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62 62 62

Bijlagen 1. Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Separate bijlagen 2. Onderbouwing herbegrenzing, 6 september 2023 3. Archeologisch bureauonderzoek en geo-archeologisch verkennend booronderzoek, 14 februari 2019 4. Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 5. Standaardadvies 2021 6. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, 12 juli 2022 7. Verkennend en nader bodemonderzoek, 17 maart 2010 8. Nader bodemonderzoek, 20 maart 2013 9. Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest (grond), 15 augustus 2019 10. Verkennend en nader bodemonderzoek en nader onderzoek asbest, 16 december 2019 11. Rapportage aanvullend bodemonderzoek, 24 april 2020 12. Beschikking Wet bodembescherming, 10 augustus 2021 13. Quickscan flora en fauna, 9 maart 2023 14. Aanvullend onderzoek gebiedenbescherming, 30 juni 2023 15. Onderzoek stikstofdepositie, 17 april 2023 16. Besluit en aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 17. Eindverslag inspraakprocedure 18. Verslag (voor)overleg

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1.

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Achter de woonpercelen aan de Goirleseweg en de Vonderstraat bevindt zich, grenzend aan ’t Leike en de beek de Leij, een voormalig bedrijfsperceel. Alleen de fundering van de reeds gesloopte opslagloods is nog aanwezig. Van der Weegen Bouwontwikkeling heeft het initiatief genomen voor de herontwikkeling van dit perceel en direct aangrenzende gronden naar woningbouw. Met deze herontwikkeling wordt de bedrijfsbestemming verwijderd en de leegstand opgeheven. Bovendien wordt voorafgaand aan de bouw van de nieuwe woningen de aanwezige bodemverontreiniging gesaneerd.

Globale ligging van het plangebied (bron: maps.google.nl)

5

Het bouwplan Leijoever voorziet met de bouw van 14 woningen in de behoefte aan woningbouw in Riel. Er worden, passend binnen de stedenbouwkundige structuur van de directe omgeving, zes twee-onder-één kapwoningen en acht patiowoningen gebouwd, die worden ontsloten via ‘t Leike. Bij de nieuwe inrichting van het gebied is rekening gehouden met de aanleg van een ecologische zone langs de Leij, die ter hoogte van het bedrijfsperceel ontbreekt. Begin 2021 heeft de gemeenteraad voor deze ontwikkeling een bestemmingsplan vastgesteld. Dit besluit van de raad is in december 2021 vernietigd door de Raad van State. Het vigerende bestemmingsplan Kom Riel laat de bouw van deze woningen niet toe. De gemeente Goirle is voornemens medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridischplanologische regeling voor de beoogde herontwikkeling. 1.2.

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Goirle, sectie F, nummers 1273 en 1274 (gedeeltelijk) en ligt achter de bestaande woonpercelen aan de Vonderstraat en de Goirleseweg en grenst aan ‘t Leike. In het zuidoosten wordt het plangebied begrensd door de Leij en in het noordoosten door de groenzone tussen de Leij en ’t Leike.

Begrenzing van het plangebied (bron: maps.google.nl) 6

P.S. Het plangebied op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan is ruimer vanwege het verzoek tot herbegrenzing aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (zie par. 3.2), die de plangrens ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Leijoever’ (zoals hierboven afgebeeld) overschrijdt.

1.3.

Vigerend bestemmingsplan Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, geldt in het plangebied het bestemmingsplan Kom Riel, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 19 juni 2007 en op 8 november 2007 in werking is getreden.

Uitsnede plankaart bestemmingsplan Kom Riel Op 26 februari 2019 het Parapluplan gemeente Goirle vastgesteld. Dit parapluplan gaat over de volgende onderwerpen: - terrassen; - standplaatsen; - evenementen; - parkeren; - zendmasten; - ruimte tussen bouwwerken. Voor zover relevant zijn regels uit het parapluplan opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

7

1.4.

Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouwen gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook de inhoud van het vigerend beleid beschreven en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.

1.5.

Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleidskader van rijk, provincie en gemeente. Het thematische beleidskader komt aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.

8

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie door middel van een beschrijving van de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur. 2.1.

Historische ontwikkeling Het dorp Riel is samengesteld uit de gehuchten Brakel, Zandeind en de dorpskom of Kerkeind. Brakel is daarvan het oudste buurtschap, waar al in de prehistorische en Romeinse tijd bewoners gevestigd waren. Zo zijn in 1840 op de heide onder Brakel meer dan 50 urnen opgegraven. Riel is een typisch Brabants esdorp. De dorpen zijn hier niet, zoals in Drenthe, concentrisch van vorm, maar langgerekt. Deze zogenaamde kransakkerdorpen breidden zich uit naarmate de beschikbare bouwgrond rondom de akkers vol raakte. Nieuwe vestigingen vonden dan wat verderop aan de kronkelige weg rondom de akkers plaats. Dit nederzettingspatroon is in Riel goed bewaard gebleven. Een bijzonderheid is dat de eerste ontginningsactiviteiten hier al in de 7e eeuw moeten hebben plaatsgevonden. De blokvormige verkaveling, waarbij akkers door hagen en houtwallen omringd werden om het vee te weren, is in Riel nog steeds te herkennen. In de eeuwen vóór het gebruik van kunstmest werden de akkers vruchtbaarder gemaakt door er zoden op te leggen die met dierlijke mest waren vermengd. Dit verklaart het holle, hoge karakter van de oude akkers. In de 12e eeuw kwam er in Riel een opleving in de ontginning van de woeste gronden, doordat een kerkelijke instelling zich hierop toelegde.

Later, toen Brabant door de Staten-Generaal tot Generaliteitsland was verklaard en als een wingewest werd uitgebuit, hadden de boeren weinig reden en mogelijkheden om hun arsenaal uit te breiden. De meeste boerderijen ter plaatse dateren uit het einde van de 19e eeuw, omdat bij een grote brand in 1877 vele hoeven verloren gingen. Riel maakte deel uit van de heerlijkheid Hilvarenbeek, maar lag echter daarvan gescheiden door het grondgebied van Goirle.

2.2.

Ruimtelijke en functionele structuur Het komgebied van Riel kent een overwegende woonfunctie. Aan de historische linten wordt de woonfunctie afgewisseld met bedrijven, horeca, detailhandel, openbare gebouwen en dergelijke. Het plangebied betreft een van oudsher aanwezig bedrijfsperceel langs de oostrand van Riel, grenzend aan de beek de Leij. Aan weerszijden van het plangebied is langs de Leij een ruime groene zone aanwezig, zowel aan de zijde van de Goirleseweg als ’t Leike. In de groenzone aan de zijde van ’t Leike zijn binnen het plangebied onder meer speelvoorzieningen aanwezig.

9

Het plangebied wordt enerzijds begrensd door een woonpercelen binnen de bebouwde kom en anderzijds door het buitengebied aan de overzijde van de Leij. Aan de Goirleseweg staan vier vrijstaande woningen op ruime percelen aan een ruime groene ruimte als entree tot het dorp. Deze woningen bestaan uit één bouwlaag met een hoge rieten kap, waarin een tweede bouwlaag is ondergebracht. Een zelfde woning staat aan de Vonderstraat ten zuiden van de toegang tot het huidige bedrijfsperceel. Bij de positie van deze woonpercelen is aan de Goirleseweg rekening gehouden met een ruime groenzone met onverhard wandelpad langs de Leij. Aan de Vonderstraat en ’t Leike staan aaneengebouwde woningen. Op de woonpercelen direct grenzend aan het plangebied staan woningen met een variërende goothoogte. Aan de straatzijde hebben de hoofdgebouwen een goothoogte van circa 5,5 meter, hetgeen overeenkomt met twee bouwlagen. Het dakvlak aan de straatzijde loopt door over een aanbouw met de garage en entree van de woning, en heeft daardoor aan de straat een goothoogte van 3 meter. Aan de, naar het plangebied gekeerde achterzijde is de goothoogte van de woningen slechts 3 meter. Aan de overzijde van de Vonderstraat staan twee-onder-één kapwoningen bestaande uit twee bouwlagen met een kap. Op de hoek van de Vonderstraat met de Goirleseweg is de nieuwbouw van brede school De Vonder gerealiseerd.

De nu aanwezige bebouwing varieert in hoogte van één tot twee bouwlagen met een kap.

Woningen aan de Vonderstraat (bron: maps.google.nl)

10

De aaneengebouwde woningen aan de overzijde van ’t Leike bestaande uit twee bouwlagen met een kap. Aan de zijde van de Leij zijn de woningen ook georiënteerd op het beekdal en het buitengebied. 2.3.

Technische infrastructuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.

11

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader. 3.1.

Rijk Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een root dele bij provincie, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in vele gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces ingang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de lange termijn visie in beeld.

Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonden regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Verder afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid In de zogenaamde Realisatieparagraaf (‘Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid’) zijn alle nationale ruimtelijke belangen uit de verschillende Planologische Kern Beslissingen en de voorgenomen verwezenlijking daarvan gebundeld. Daarbij wordt onder meer ingezet op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden (nationale landschappen en Ecologische Hoofdstructuur) en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast.

12

In de Realisatieparagraaf benoemt het kabinet ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. De Realisatieparagraaf is toegevoegd aan de Nota Ruimte en heeft de status van structuurvisie. Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan. Ladder voor duurzame ontwikkeling Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro).

Conclusie In paragraaf 4.3 (Volkshuisvesting) wordt beschreven in hoeverre met onderhavig plan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

13

Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw beoogt onder andere een impuls aan integrale gebiedsontwikkeling te geven. De regels uit de Chw hebben overwegend betrekking op het bestuursprocesrecht en hebben als doel om proceduretijden van bij wet aangewezen projecten te verkorten. In Bijlage I van de Chw zijn de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waar de stroomlijning van procedures voor geldt. Artikel 3.1 van deze bijlage moet daarin de bouw van 11 of meer woningen als één van de ruimtelijke projecten, waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn. Conclusie De Chw is van toepassing op onderhavig bestemmingsplan, voor wat betreft de procedurele versnellingen. Dit is van toepassing op alle besluiten, die vereist zijn voor de verwezenlijking van woningen. Het onderhavige project is niet aangemeld bij het ministerie als bijzondere voorziening. De bouw van de woningen binnen het plangebied is niet aangemeld als experimenteerproject in het kader van de Chw. 3.2.

Provincie Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de NoordBrabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien.

Diep, rond en breed bekijken, dus. Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa.

14

De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Conclusie Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierna wordt ingegaan op deze verordening. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant” (hierna; IOV) vastgesteld. De IOV is op 5 november 2019 inwerking getreden. De IOV is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De IOV is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies.

Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. De IOV is beleidsneutraal van karakter. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen, voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit).

15

De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in 'Stedelijk gebied' en 'Landelijk gebied'. Conclusie Riel en daarmee ook het plangebied zijn aangewezen als concentratiegebied binnen het 'Stedelijk gebied' (paarse vlak op nevenstaande afbeelding). Voor het bouwen van woningen binnen het 'Stedelijk gebied' geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt. Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het 'Stedelijk gebied' en dat de ruimte binnen het 'Stedelijk gebied' zo goed als mogelijk wordt benut. De beoogde woningbouwontwikkeling past binnen de regionale afspraken die gemaakt zijn over woningbouw en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. In paragraaf 4.3 (Volkshuisvesting) wordt beschreven dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

De gronden langs de beek de Leij zijn tevens voorzien van de aanduidingen ‘Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone’ en ‘behoud en herstel watersystemen’ (lila vlak met paarse arcering op nevenstaande afbeelding). De ecologische verbindingszone wordt over een breedte van 10 meter binnen het plangebied gerealiseerd, de overige 40 meter wordt aangelegd op het aangrenzende landgoed binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Landgoed Leijvennen, Riel’. Om te voorkomen dat de ontwikkeling strijdig is met de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een herbegrenzing van de aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone’ en het werkingsgebied ‘behoud en herstel watersystemen' noodzakelijk.

16

De gronden die in voorliggend bestemmingsplan zijn voorzien van de bestemming Natuur en een strook van 40 meter daaraan grenzend worden toegevoegd aan het Natuur Netwerk Brabant en de aanduiding ‘behoud en herstel watersystemen’ wordt behouden. In samenhang hiermee worden de aanduidingen ‘Stedelijk gebied’ en ‘Landelijk gebied’ gewijzigd. De procedure ziet er dan als volgt uit. Het start met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en het voornemen van het college van burgemeester en wethouders om een verzoek tot herbegrenzing in te gaan dienen bij Gedeputeerde Staten. Tegen zowel het bestemmingsplan als het voornemen tot herbegrenzing kunnen zienswijzen worden ingediend. Vervolgens zal het college van burgemeester en wethouders – eventueel met beantwoording van de zienswijzen op het voornemen tot herbegrenzing - op basis van artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten een verzoek doen tot herbegrenzing van de opgenomen aanduidingen en structuren. De onderbouwing van de herbegrenzing is als bijlage opgenomen. Conform artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (artikel 4.35 ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant) zijn de voorgestelde wijzigingen van de begrenzing van de structuren uit de verordening opgenomen in dit bestemmingsplan.

De gronden binnen het bestemmingsplan ‘Landgoed Leijvennen, Riel’ hebben al bestemmingen die de aanleg van de ecologische verbindingszone mogelijk maken. Deze gronden zijn daarin ook voorzien van de aanduiding ‘overige zone – ecologische verbindingszone’ en zijn over een breedte van 40 meter onderdeel van het herbegrenzingsverzoek. Tegen het voornemen tot wijziging van de begrenzing van de structuren kunnen zienswijzen worden ingediend. Deze zienswijzen worden tezamen met het verzoek (samen met eventuele bijbehorende stukken) en het gemeentelijk standpunt ten aanzien van de zienswijzen aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant verzonden. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing. Wanneer het college van Gedeputeerde Staten instemt met het herbegrenzingsverzoek is er geen sprake meer van strijdigheid met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3.

Gemeente Omgevingsvisie De gemeente Goirle bereidt zich voor op de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de aankomende Omgevingswet, is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zet de gemeente, samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners, de integrale koers uit op weg naar de toekomst, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De gemeente Goirle neemt de bestaande kwaliteiten van de gemeente als vertrekpunt en houdt daarbij rekening met uitdagingen die op ons afkomen in de aankomende decennia. Daarnaast bouwt de omgevingsvisie verder op eerder opgesteld beleid van de gemeente en andere overheden. De omgevingsvisie is op 21 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. 17

In Riel staat een gezonde, veilige en sociale woonomgeving centraal. De overlast voor inwoners moet tot het minimum worden beperken en nieuwe milieubelastende activiteiten worden niet toegestaan in het woongebied. In Riel wordt gestreefd naar het behoud van voorzieningen en het toekomstbestendig maken van de gebouwde omgeving. Onder toekomstbestendig verstaan we het levensloopbestendig maken van woningen, verduurzamen van de energievoorziening en het vergroenen van de openbare ruimte. Een deel dat op lange termijn kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen zijn nieuwe woningbouwontwikkelingen in en rondom de kern. Er wordt ingezet op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud. Hiervoor is het van belang dat de woningen zowel in aantal als in type woning voldoen aan de behoefte.

Uitsnede visiekaart Riel 18

Conclusie Op de visiekaart is het plangebied aangeduid als locatie voor verstedelijking. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen op een voormalig bedrijfsperceel mogelijk. Een milieubelastende activiteit maakt plaats voor woningbouw. Met de variatie in woningtype binnen het plangebied wordt voorzien in de behoefte aan zowel woningen voor starters als seniorenwoningen. De patiowoningen worden levensloopbestendig gebouwd. Ook de beoogde tweeonder-één kapwoningen binnen het plangebied zijn door de aanpasbare plattegrond van de begane grond (met de mogelijkheid om ook daar de slaapkamer en badkamer te realiseren) levensloopbestendig. Het op de visiekaart aangeduide groen wordt behouden en versterkt. Bestemmingsplan Het plangebied heeft in het bestemmingsplan Kom Riel een bedrijvenbestemming (paarse vlak op de afbeelding). Nabij ’t Leike heeft een klein deel van de gronden binnen het plangebied de bestemmingen Verkeers- en verblijfsdoeleinden (grijze vlakken op de afbeelding) en Groenvoorzieningen (groene vlakken op de afbeelding). Het betreft gemeente-eigendom dat voor een goede stedenbouwkundig ruimtelijke aansluiting op ‘t Leike bij de herontwikkeling worden betrokken.

Uitsnede plankaart bestemmingsplan Kom Riel De huidige bestemmingen staan geen woningbouw toe.

19

Conclusie Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen op een voormalige bedrijfsperceel mogelijk. Dit sluit aan op het uitgangspunt ‘Dorps’ bouwen op herstructureringslocaties, dat is opgenomen in de Structuurvisie Goirle. Met de variatie in woningtype binnen het plangebied wordt voorzien in de behoefte aan zowel woningen voor starters als seniorenwoningen. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Stedenbouwkundige notitie 'Inbreidingsmogelijkheden kom Riel' In 2005 heeft de gemeenteraad de stedenbouwkundige notitie 'Inbreidingsmogelijkheden kom Riel' vastgesteld. Deze notitie vormt het toetsingskader waaraan toekomstige initiatieven stedenbouwkundig kunnen worden beoordeeld op hun aanvaardbaarheid. Volgens deze notitie maakt het plangebied onderdeel uit van deelgebied 2 Woonwijk Oost. Het plangebied is gelegen in de uiterste zuidoosthoek van dit deelgebied. In de notitie is voor het plangebied aangegeven dat het mogelijk is aanvullende woningbouw te situeren, waarbij het groene karakter en het beekdallandschap moeten worden gerespecteerd. Er dient voldoende afstand te zijn voor de realisatie van een in het groen gelegen langzaamverkeerroute langs de Leij. De bebouwing mag niet dichter op de Leij worden gebouwd. Hierbij kan worden uitgegaan van de rooilijn van de voorheen aanwezige opslagloods.

Verder zijn de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden van deelgebied 2 van toepassing op het plangebied van voorliggend bestemmingsplan: - toevoeging in de overgangszone tussen de bestaande dorpsrand en het beekdal van de Leij dienen gebaseerd te zijn op de bestaande stedenbouwkundige structuur en met de achterzijden te grenzen aan het beekdallandschap; - er dient voldoende afstand gehouden te worden bij toevoegingen aan de dorpsrand tot het beekdal; - bebouwing dient te bestaan uit één of 2 bouwlagen en voorzien te zijn van een kap; aan het beekdal uit één bouwlaag met kap. Aanvullend zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: - de woningen moeten worden gebouwd rondom een hofje; - er dient een groen pleintje te worden aangelegd als verbindend element tussen de inbreiding en de bestaande woonbuurt; - langs de Leij dient een ecologische zone te worden aangelegd; - ontsluiting van de nieuwe woningen dient plaats te vinden via ’t Leike; - met de herontwikkeling moet het mogelijk zijn een ‘ommetje’ te maken; nieuwe langzaamverkeerroutes moeten bestaande wegen met elkaar verbinden; - binnen het plangebied moet worden voorzien in de parkeerbehoefte.

20

Conclusie Met het voorliggende initiatief wordt voldaan aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden die zijn opgenomen in de stedenbouwkundige notitie 'Inbreidingsmogelijkheden kom Riel' en aanvullende uitgangspunten: - de nieuwe woningen staan aan een hofje dat voor het autoverkeer alleen vanaf ’t Leike toegankelijk is; de gronden direct gelegen aan ’t Leike blijven groen en er is ruimte voor speelvoorzieningen; - met de aanleg van een woonstraat evenwijdig aan de Vonderstraat wordt aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige structuur; - de woonpercelen grenzen met de achterzijde aan het beekdallandschap; de gevel van de voormalige opslagloods is de grens van de woonpercelen aan de zijde van de Leij; - de woningen bestaan uit maximaal anderhalve bouwlagen met een kap en aan het beekdal uit één bouwlaag (vanwege de gewenste typologie zonder kap); - de achterste perceelsgrenzen aan de zijde van het beekdal zijn gelegen op de oostgevel van de voormalige opslagloods; - de gronden tussen de nieuwe woonpercelen en de Leij worden ingericht als ecologische zone; - de toegang tot het bedrijfsperceel vanaf de Vonderstraat wordt een langzaamverkeerroute en in de ecologische zone wordt een wandelpad aangelegd; - binnen het plangebied worden de benodigde parkeerplaatsen aangelegd.

De gebruiksmogelijkheden (bestemmingen Groen, Natuur, VerkeerVerblijfsgebied en Wonen), de inrichting van het plangebied en de maximale bouwmogelijkheden (bouwregels in de bestemming Wonen) zijn hierop afgestemd. Integraal Dorpsontwikkelingsplan Riel Voor het plangebied zijn in het integraal Dorpsontwikkelingsplan Riel geen specifieke voorwaarden of uitgangspunten opgenomen. Toekomstvisie In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend” vastgesteld. Kortweg werd aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie - gebaseerd op de drie kernbegrippen ‘groen, sociaal en ondernemend’ – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente. Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad.

21

Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar juist ook in buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol.

22

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. Milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken. 4.1.

Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand Stedenbouwkundige uitgangspunten In de stedenbouwkundige notitie 'Inbreidingsmogelijkheden kom Riel' zijn specifiek voor het plangebied stedenbouwkundige randvoorwaarden opgenomen. In aansluiting op deze randvoorwaarden is met inachtneming van de aanvullende uitgangspunten een verkavelingsopzet gemaakt waarbij de inrichting van het gebied aansluit bij de bestaande stedenbouwkundige structuur en grenzen de woonpercelen met de achterzijde aan het beekdallandschap. De woningen aan de zijde van de Leij worden gebouwd in één bouwlaag met een maximale bouwhoogte van 4 meter. De woningen op de percelen die grenzen aan de bestaande woonpercelen aan de Vonderstraat en ’t Leike bestaan uit anderhalve bouwlaag met een kap (met daarin een verdieping).

Verkavelingsopzet Leijoever De openbare ruimte is voorzien van de bestemmingen Groen en Verkeer Verblijfsgebied, de woonpercelen van de bestemming Wonen. Door middel van bouwvlakken is de locatie van de woningen vastgelegd. De grens van het bouwvlak voor de patiowoningen is bewust gepositioneerd in het verlengde van de voorgevels van Leike 2 t/m 10. Om de nieuwe ontwikkeling goed aan te laten sluiten bij de omgeving, is het stedenbouwkundig wenselijk dat de 23

groenvoorziening/speeltuin begrenzingen heeft. De aan de groenvoorziening gesitueerde patiowoningen (kavels 13 en 14), de bebouwing op kavel 6 en de bestaande woning Leike 10 zorgen tezamen voor deze stedenbouwkundig gewenste begrenzing. De grens van het bouwvlak voor de patiowoningen aan de zijde van de Leij ligt op de locatie van de zuidoostgevel van de voormalige opslagloods. Hiermee wordt gebouwd binnen de zone die in de Verordening ruimte is aangeduid als ‘Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone’. Het waterschap heeft ingestemd met het versmallen van de ecologische verbindingszone langs de Leij onder de voorwaarde dat deze over de resterende breedte van 10 meter wordt ingericht als ecologische verbindingszone, in samenhang met de ecologische verbindingszone aan de overzijde van de Leij op het te ontwikkelen Landgoed Leijvennen. De gronden langs de Leij zijn voorzien van de bestemming Natuur.

4.2.

Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Archeologie Omdat in groeiende mate het Europese archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologische belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: 1. de introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologische onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder; 2. de verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld.

Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of inventariserende veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. 24

Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan. Bureauonderzoek en verkennend onderzoek Door Econsultancy is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als separate bijlage opgenomen. Volgens de IKAW ligt het plangebied grotendeels in een niet gekarteerd gebied, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Riel. Het plangebied grenst wel aan een gebied met een lage kans op het aantreffen van archeologische waarden. De lage kans zal gelden voor bewoningsactiviteiten. Echter, voor activiteiten die gerelateerd zijn aan het beekdal van de voorloper van de Leij heeft het plangebied wel een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. Op basis van het archeologisch bureauonderzoek wordt verwacht dat het plangebied binnen een dalvormige laagte dan wel deels binnen de westelijk gelegen beekdalhelling van de Leij zou liggen.

Deze onder (vrij) natte omstandigheden gevormde landschapselementen vormden geen gunstige (tijdelijke) bewoningslocaties, maar er konden wel specialistische activiteiten worden ontplooid, zodat het plangebied wel een verhoogde trefkans heeft op de aanwezigheid van beekdalgerelateerde resten (resten van zogenaamde off-site activiteiten en rituele deposities, zodat archeologische resten van jacht- en visattributen, dumpzones, voorden, bruggen, wegen, winplaatsen van grondstoffen en depositieplaatsen). In de omgeving van het plangebied zijn enkele archeologische resten uit de Late-Prehistorie voornamelijk aangetroffen op de hoger gelegen terrasafzettingswelvingen en dekzandruggen en enkele resten uit de Middeleeuwen/Nieuwe tijd binnen de begrenzing van de historische dorpskern van Riel. Het plangebied ligt echter buiten de historische dorpskern en is in ieder geval vanaf het begin van de 19e eeuw in agrarisch gebruik geweest. De huidige situatie is pas vanaf eind jaren ’60 van de 20e eeuw ontstaan. Naast een bureauonderzoek is een (geo-archeologisch) verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat onder de fundering van de loods en de aanwezige verhardingen rondom de voormalige loods sprake is van ophoging met cunetzand en humeuze grond. Onder deze ophogingslagen komen beekdalafzettingen voor.

Deze variëren in lithologie/textuur en bestaan uit lichtgrijs tot grijs gekleurd, matig fijn tot matig grof zand met vooral in de onderste meter voorkomende laagjes grindrijk, zeer grof zand met vaak erboven nog een dun laagje sterk humeus/venig zand of sterk zandige veen (veel hout- en plantenresten aanwezig). De laagjes grindrijk, zeer grof zand (concentratie van grind in de vorm van een zogenaamde “gravel lag”) met vaak erboven nog een dun laagje sterk humeus/venig zand of sterk zandige veen betreffen de onderkant van beekgeulen/verlaten beekmeanders. 25

In de oostelijke helft van het plangebied bestaat de top van de beekdalafzettingen uit donkerzwartbruin gekleurde, matig humeuze, sterk zandige beekleem. Op basis van deze bodemopbouw ligt het gehele plangebied binnen het beekdal van de Leij. De aangetroffen bodemopbouw laat zien dat er geen diepgaande bodemverstorende ingrepen in het pakket beekdalafzettingen hebben plaatsgevonden, waardoor beekdalgerelateerde resten dus nog in situ kunnen worden aangetroffen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen verstoringen van de aanwezige beekdalafzettingen veroorzaken. Omdat de nieuwe woningen op palen worden gefundeerd, wordt aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden voorkomen. Ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarde is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Bij grondwerkzaamheden met een oppervlakte van 100 m² of meer en dieper dan 40 cm is een omgevingsvergunning vereist. Cultuurhistorie en monumentenzorg Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Monumentenwet 1988, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In het plangebied komt geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing voor. Rijksmonumenten In het plangebied komen geen rijksmonumenten voor.

Gemeentelijke monumenten In het plangebied komen geen gemeentelijke monumenten voor. 4.3.

Volkshuisvesting Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant De 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' (Actualisering 2020) geeft inzicht in de veranderingen in de omvang, groei en samenstelling van de bevolking van de provincie Noord-Brabant. Deze prognoses zijn voor beleidmakers op elk maatschappelijk terrein, waaronder woningbouw en volkshuisvesting, van belang. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose groeit De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose neemt het inwonertal van Noord-Brabant toe van ruim 2.563.000 in 2020 tot bijna 2.842.000 mensen in 2050. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 30 jaar naar verwachting nog met bijna 280.000 personen zal groeien. Vergeleken met de vorige provinciale prognose uit 2017 ligt de bevolkingsgroei beduidend hoger, zal een hoger ‘bevolkingsmaximum’ worden bereikt en komt het omslagpunt van

26

groei naar krimp naar verwachting buiten de prognoseperiode (na 2050) te liggen. De woningvoorraad bereikt eveneens een grotere omvang in vergelijking met de vorige prognose. De hogere bevolkingsgroei speelt hierbij uiteraard een rol. Samen met de vergrijzing en de individualisering leidt dit tot een sterke groei van het aantal huishoudens (en dus woningen). Verwacht wordt dat er in Brabant anno 2050 circa 1.360.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, bijna 100.000 woningen meer dan de ramingen uit 2017. Dat betekent een toename van een kleine 220.000 woningen ten opzichte van de ruim 1.140.000 die er aan het begin van 2020 in onze provincie staan. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognoseperiode groeien, al vlakt de groei in de loop van de prognoseperiode wel (sterk) af. Al met al wacht Brabant de komende tijd nog een flinke woningbouwopgave, met een accent op de eerstkomende jaren. Tot 2035 zal de woningvoorraad nog met bijna 160.000 woningen moeten toenemen, waarvan 120.000 in de eerstkomende 10 jaar. Dit betekent dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto) aan de voorraad zullen moeten worden toegevoegd. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen.

In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden Het beleid richt zich onder meer op: 3. het bouwen van voldoende woningen en 4. het voorzien in een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus. Het is dan ook van provinciaal belang, dat de regionale woningmarkt goed functioneert. Daarvoor worden in regionaal verband afspraken gemaakt. De 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' geeft daarvoor, aangevuld met regionale woningbehoefteonderzoeken, waaronder het Regionaal Perspectief op Wonen, de input. Regionaal Perspectief Wonen en Woningbouw 2021 De gemeente Goirle maakt samen met de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk deel uit van de regio Hart van Brabant. Jaarlijks stelt deze regio, samen met de provincie NoordBrabant, het Regionaal Perspectief op Wonen vast. In dit perspectief zijn afspraken opgenomen over de kwantitatieve woningbouwopgave, voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de, hiervoor genoemde, periodiek door de provincie uitgebrachte bevolkingsen woningbehoefteprognose. Op de ontwikkeldag (voorheen Regionaal Ruimtelijke Overleg) van 15 december 2021 is het perspectief op Bouwen en Wonen 2022 vastgesteld. Hierin staat hoe regionaal wordt afgestemd over woningbouw.

27

De Gemeente Goirle heeft een plancapaciteit die groter is van 130%. Dit komt doordat Goirle in eerder regionale afspraken heeft vastgelegd dat er in Bakertand 735 woningen voor regionale behoefte worden gebouwd. Daarnaast heeft Goirle in de Omgevingsvisie een aantal gebieden opgenomen die voor verstedelijking in aanmerking komen. Of dat deze daadwerkelijk voor woningbouw worden ingezet is nog niet zeker. In het woningbouwprogramma voor de komende jaren bouwt Goirle enkel in bestaand stedelijk gebied. Dit geldt niet voor de locaties die mogelijk voor verstedelijking in aanmerking komen. Dit betekent dat deze gebieden voor afstemming regionaal moeten worden besproken. In de plannen voor de komende 5 jaar voldoet Goirle niet aan de gewenste 25% sociale huur. Goirle heeft echter in de Woonvisie vastgelegd dat er in het totale woningbouwprogramma voor de kern Goirle 30% en de kern Riel 20% sociaal huur wordt gebouwd. Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied en is één van de locaties in Riel die al jaren op de planning staat als woningbouwlocatie. In Riel is een tekort aan seniorenwoningen. Op dit moment wonen de meeste senioren in een eengezinswoning, al dan niet vrijstaand. De verwachting is dat deze woningen vrijkomen voor gezinnen met de bouw van patiowoningen binnen het plangebied. Woonvisie Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie.

De Woonvisie is vastgesteld door de gemeenteraad op 2 juli 2019. Het doel van de Woonvisie is onder meer het vaststellen van een gemeentelijke ambitie op het gebied van wonen, het bieden van een afwegingskader voor beleidskeuzes. In de Woonvisie komen thema's en trends in het wonen aan de orde, worden actuele knelpunten geduid en worden de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie is gekozen voor vier hoofdthema's: 5. wonen en de woonomgeving; 6. wonen, zorg en welzijn; 7. nieuwbouw en 8. duurzaamheid. Gestreefd wordt naar een gemeente waarin voldoende mate van differentiatie in het woningaanbod is zodat iedereen passende woonruimte kan vinden. Binnen het plangebied worden verschillende woningtypen gebouwd: twee-onderéén kapwoningen en patiowoningen. Het aanbod is daarmee zodanig gevarieerd dat de ontwikkeling is gericht op verschillende doelgroepen, van jonge gezinnen tot senioren. Binnen de gemeente zijn veel potentiële woningbouwlocaties. Er moet daarom een zorgvuldige afweging plaatsvinden. Niet alleen omdat er niet meer woningen gebouwd 'mogen' worden, maar ook omdat wanneer er meer capaciteit wordt geboden dan er behoefte is, de kans groot is dat er uiteindelijk minder wordt gebouwd dan die behoefte. Bij te veel aanbod tegelijkertijd kunnen plannen elkaar onderling beconcurreren of zelfs elkaar in gijzeling nemen omdat bij geen 28

van de plannen voldoende wordt afgenomen om te starten. De afweging waar woningen mogen worden gebouwd vindt plaats in de Notitie Prioritering woningbouwlocaties. Ladder voor duurzame verstedelijking Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Uit deze paragraaf blijkt dat hiervan sprake is. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt binnen het bestaand stedelijk gebied is een nadere onderbouwing van de locatie ingevolge de gewijzigde ladder niet benodigd. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van woningbouw op een voormalig bedrijfsperceel aan de rand van Riel mogelijk. Functioneel en ruimtelijk wordt aangesloten bij de directe omgeving. Uit het voorgaande blijkt dat er grote behoefte is aan woningen in een dorps woonmilieu die geschikt zijn voor senioren. Ook is er binnen dit woonmilieu behoefte eengezinswoningen. Het bouwplan Leijoever voorziet in deze behoefte, enerzijds door twee type woningen te bouwen. Beide woningtypen zijn door de aanpasbare plattegrond van de begane grond geschikt voor senioren. De verwachting is dat deze doelgroep woningen in Riel vrijmaakt voor gezinnen. Het bouwplan past derhalve binnen de kaders op het gebied van wonen. 4.4.

Groen In 2021 heeft de gemeente Goirle het Programma groen vastgesteld. Daarin staat over Riel het volgende: Riel is een kleine kern en wordt gekenmerkt door het oude dorpslint met historische gebouwen en groene tuinen. De dorpsrand aan de oostzijde grenst aan het beekdal van de Leij en aan de westkant ligt het Bels lijntje, dat een functie heeft als ecologische verbindingszone en als recreatieve route. Op de groenstructurenkaart is net als in de omgevingsvisie het groen langs de Leij aangeduid. Met de beoogde woningbouwontwikkeling wordt ook een groen verbinding aangelegd langs de Leij, waarmee het ook mogelijk wordt om langs de Leij te wandelen. De bestaande groenstructuur wordt hiermee versterkt. Bestaande bomen binnen het plangebied worden zoveel mogelijk behouden. De aanwezige houtwal aan de zijde van ’t Leike, wordt verwijderd om de nieuwbouw in ruimtelijke opzicht onderdeel te laten zijn van het aansluitend woongebied. De groene ruimte als zodanig wordt gehandhaafd als verbindend groenelement tussen oude en nieuwe woonbuurt. Bomen die worden gekapt (naar verwachting 13), worden binnen het plangebied herplant in de openbare ruimte. Conclusie Doordat in de verkavelingsopzet rekening is gehouden met de aanleg van een ecologische zone langs de Leij wordt de groenstructuur in Riel versterkt. 29

4.5.

Verkeer en parkeren Verkeer Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. In het GVVP worden de thema's verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/minder validen, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. Vanaf het centraal station in Tilburg rijden er bussen naar Riel. De halte aan het Dorpsplein ligt op loopafstand van het plangebied. De hoofdverkeersstructuur van Riel wordt niet aangepast. Het plangebied wordt ontsloten vanaf de bestaande woonstraat ’t Leike. De beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen (uitgaande van 6 autobewegingen per woning per etmaal) levert geen problemen op in deze woonstraat. De huidige inrichting van deze weg laat een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen toe. De huidige toegang tot het voormalige bedrijfsperceel zal worden ingericht als langzaamverkeerroute. Via de nieuwe woonstraat wordt dit pad verbonden met ’t Leike.

In het verlengde van de langzaamverkeerroute vanaf de Vonderstraat wordt er langs de patiowoningen een voetpad aangelegd naar de groenzone langs de Leij. Met de aanleg van een ecologische groenzone langs de Leij wordt het mogelijk om vanaf de Goirleseweg langs de Leij naar ’t Leike te lopen. Conclusie Omdat de hoofdverkeersstructuur niet worden aangepast en de toename van het aantal verkeersbewegingen beperkt is, past de ontwikkeling binnen het gemeentelijk verkeers- en vervoersbeleid. Parkeren Bij de vestiging van nieuwe functies en intensivering van bestaande functies worden de parkeernormen gehanteerd zoals deze zijn opgenomen in de publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van het CROW. Dit is in de planregels opgenomen. Voor de kern Riel worden de gemiddelde normen voor “matig stedelijk gebied Rest bebouwde kom” aangehouden. Dit houdt in dat voor de twee-onder-één kapwoningen een norm van 2,1 gecollegeldt. Een patiowoning kan worden aangemerkt als een tussenwoning waarvoor een norm geldt van 1,9 30

parkeerplaats per woning. Op verzoek van omwonenden is voor alle woningen rekening gehouden met 2,1 parkeerplaats per woning. Binnen het plangebied dienen derhalve 29 parkeerplaatsen te worden aangelegd. Bij de patiowoningen worden 2 parkeerplaatsen per perceel op eigen terrein aangelegd. Doordat bij de twee-onder-één kapwoningen per bouwperceel minimaal één opstelplaats wordt aangelegd en op één kavel twee parkeerplaatsen, is in de openbare ruimte gereserveerd voor nog 6 parkeerplaatsen. Conclusie Binnen het plangebied worden 29 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormen die van toepassing zijn voor het plangebied. 4.6.

Duurzaamheid Binnen het plangebied wordt op de volgende wijze invulling gegeven aan het thema duurzaamheid. Ecologische zone Aan de oostzijde van het plangebied wordt een ecologisch zone gerealiseerd van tenminste 50 meter breed. De zone is deels gelegen in het plangebied van dit bestemmingsplan Leijoever en voor het overige deel in het aangrenzende (onherroepelijke) bestemmingsplan Leijvennen. Er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld voor het deel van de ecologische zone dat gesitueerd is in het plangebied. Hierin zijn de volgende landschapselementen opgenomen: 1. Houtsingel: De houtsingel vormt een afscheiding tussen het plangebied en het gebied ten noordoosten daarvan. Deze vegetatie zorgt ervoor dat het geheel een besloten karakter krijgt. De houtsingel versterkt daarnaast de zichtlijn vanuit ’t Leike richting de Leij en Landgoed de Leijvennen. De houtsingel bestaat uit inheemse bomen zoals Gewone Lijsterbes, zachte en ruwe berk. 2. Struweel: Het struweel zorgt voor enkele kleine stapstenen in het plangebied. Hier vinden diverse soorten beschutting. Daarnaast biedt het voedsel- en nestgelegenheid. Het struweel bestaat uit een gemengd sortiment met soorten zoals vuilboom, lijsterbes, kardinaalsmuts, rode kornoelje en hulst. 3.

Bloemrijke ruigte: Om te zorgen voor voldoende voedselaanbod voor onder andere solitaire bijen, komt op enkele plekken een bloemrijke ruigte. Door het opentrekken en inzaaien van de grond kan deze ruigtevegetatie ontstaan. In het zaadmengsel zitten meerjarige soorten die passen in de eikenbeukenklasse, zoals valse salie, stijf havikskruid en helmkruid. 4. Poel: De poel vormt een leefgebied voor divers amfibiesoorten. Door de flauwe oever aan de noordzijde warmt het water daar snel op. Daarnaast biedt de flauwe oever ruimte aan vochtminnende plantsoorten. Op deze manier profiteren zowel planten als dieren van dit element en draagt de poel optimaal bij aan de biodiversiteit. Door de aanleg van poelen langs de Leij kunnen amfibieën zich makkelijk verplaatsen door de EVZ. 5. Grondwal: Het plangebied ligt hoger dan de omgeving. Door de EVZ te verlagen ontstaat ruimte voor hoogteverschillen in het landschap. Dit uit zich in twee grondwallen tegen de woningen aan, welke de hoogte van het 31

plangebied behouden. Hierdoor ontstaan microklimaten waar warmte minnende maar ook vochtminnende planten en dieren van profiteren. 6. Wandelpad: Het gebied langs de Leij is aantrekkelijk voor allerlei recreanten waaronder de inwoners van de aangrenzende woonwijk, de groene omgeving leent zicht uitstekend voor een wandeling. Hiervoor wordt een wandelpad door het projectgebied gerealiseerd. Deze sluit aan op het wandelpad van Landgoed de Leijvennen. 7. Wadi: De wadi, die in het oosten van de projectlocatie komt, heeft geen primaire functie voor de natuurwaarden. Het is wel aannemelijk dat deze van meerwaarde is voor de omgeving, maar de bekken is primair voor het opvangen en vasthouden van hemelwater. Om deze ecologisch waardevol te maken, is het wenselijk dat deze permanent vochtig is. Het onderhoud geschiedt hetzelfde als dat van het kruidenrijke grasland. Hierdoor wordt de kans geboden aan vochtminnende soorten zich hier te vestigen. En draagt de wadi bij droogstand bij aan het voedselaanbod voor insecten. 8. Solitaire bomen: Verspreid over het gebied komen enkele solitaire bomen of boomgroepen te staan. Deze bestaan uit diverse soorten zoals linden of iepen. Deze bomen zorgen voor extra schuil- en nestgelegenheid voor diersoorten zoals vogels en eekhoorns. Daarnaast bieden de boomsoorten een nectarvoorziening voor diverse insecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1666/documents/27803