CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 2 Zuidrand goirle, locatie land van anna_bijlagen 14-28 bij toelichting.pdf

Oordeelsvormend 15 februari 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna en gewijzigd vaststellen beeldkwaliteitsplan Land van Anna (Goirle)20.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.

Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.

Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)

Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.

Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.

De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.

Bijlage 3: Boorprofielen

Legenda (NEN 5104 en ASB)

laaggrens (wordt bepaald voor de ondergrens van de beschreven laag)

 < 0,3 cm D 0,3 - < 3 cm E > 3 cm

scherpe overgang overgang geleidelijk diffuse overgang

amorfiteit veen (veraardheid)

? zwak amorf A matig amorf @ sterk amorf

niet tot zwak veraarde resten structuur nog zichtbaar sterk veraard, structuurloos

gezeefd traject

Projectnaam: Goirle Zuidrand Projectnr. 466291.100

Boring:

1

Boring:

2

Datum:

2-2-2021

Datum:

2-2-2021

X-coördinaat:

133157,69

X-coördinaat:

133211,29

Y-coördinaat:

391603,16

Y-coördinaat:

391626,26

Maaiveldhoogte: NAP 13,467 m

Maaiveldhoogte: NAP 13,591 m 0 (30) 30

1300 (70)

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

0

1350

(30) 30

(50)

1300

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, licht bruingrijs, Edelmanboor, AC-horizont, omgewerkte grond, dekzand

80

1250

1250

Boring:

3

Boring:

4

Datum:

2-2-2021

Datum:

2-2-2021

X-coördinaat:

133179,20

X-coördinaat:

133148,04

Y-coördinaat:

391668,23

Y-coördinaat:

391708,51

Maaiveldhoogte: NAP 13,364 m

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

0

akker

Maaiveldhoogte: NAP 13,685 m 0

akker

(20)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand

20 (35)

1300

110

(30) 100

55

(45)

1250 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor, AC-horizont, omgewerkte grond, dekzand

1350 (60)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand

60

1300

(25) 85

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

(35)

1250

Boring:

5

Boring:

6

Datum:

2-2-2021

Datum:

2-2-2021

X-coördinaat:

133117,56

X-coördinaat:

133064,37

Y-coördinaat:

391753,06

Y-coördinaat:

391780,29

Maaiveldhoogte: NAP 13,577 m

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, licht bruingrijs, Edelmanboor, AC-horizont, omgewerkte grond, dekzand

120

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

0

akker

Maaiveldhoogte: NAP 13,475 m 0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand

1350

(100)

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand 1300

(95)

1300

1250

100 (10) 110 (30) 140

95

1250 Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht bruingrijs, Edelmanboor, AC-horizont, omgewerkte grond, dekzand

(25) 120

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, lichtbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

Schaal: 1: 40

getekend volgens NEN 5104

Projectnaam: Goirle Zuidrand Projectnr. 466291.100

Boring:

7

Boring:

8

Datum:

2-2-2021

Datum:

2-2-2021

X-coördinaat:

133093,04

X-coördinaat:

133122,50

Y-coördinaat:

391720,02

Y-coördinaat:

391668,69

Maaiveldhoogte: NAP 13,483 m

Maaiveldhoogte: NAP 13,524 m 0

(40)

40

1300 (45)

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen wortels, licht bruingrijs, Edelmanboor, AC-horizont, omgewerkte grond, dekzand

85

1250

(35)

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

0

1350 (60)

1300

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, A-horizont, bouwvoor, dekzand

60

(40)

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor, C-horizont, moedermateriaal, dekzand

120

Schaal: 1: 40

getekend volgens NEN 5104

Kaartbijlagen

133050

133100

133150

133200

133250

133300

133350

133400

133450

391900

133000

Legenda Aanvullende boorpunten Onderzoeksgebied

391800

391850

( ! 391850

132950

391800

391900

132900

6 ! (

391750

7 ! ( 391700

4 ! (

391700

391750

5 ! (

8 ! (

391650

391650

3 ! (

2 ! (

391600

391600

1 ! (

! ° DATUM

rev00

OPDRACHTGEVER

GET.

GIS SPECIALIST

P.C. Teekens

VP Grondexploitatie B.V.

PROJECTLEIDER

J. Colijn

PROJECTOMSCHRIJVING

Opgraving - variant AB - beekdal Goirle Zuidrand Groenblauw

FORMAAT

A3

BLAD IN BLADEN

STATUS

WIJZ.NR

rev00

Situatie met ligging aanvullende boorpunten

SCHAAL

1:1.500

DATUM

24-2-2021

KAARTTITEL

391500

(ABC)

WIJZIGING

1 van 1 C0

www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

466291-S1 132900

132950

133000

133050

133100

133150

133200

133250

133300

133350

C:\Users\D08030\OneDrive - Antea Group\Data\Projecten\2021\AB Goirle\AB Goirle\466291-S1.mxd

133400

391550

391550

24-2-2021

391500

C0

NR

133450

132800

132850

132900

132950

133000

133050

392000

132750

392000

132700

391950

391950

WP 2.1. (meander)

WP 2.2. (meander) WP 1 (poel) 391900

391900

WP 2.3. (meander)

391850

! °

391800

WP 2.4. (meander; aanleg niet archeologisch begeleid)

C0

NR

24-2-2021 DATUM

rev00

(ABC)

WIJZIGING

OPDRACHTGEVER

GET.

GIS SPECIALIST

P.C. Teekens

VP Grondexploitatie B.V.

PROJECTLEIDER

J. Colijn

PROJECTOMSCHRIJVING

Opgraving - variant AB - beekdal Goirle Zuidrand Groenblauw

KAARTTITEL

Situatie met ligging werkputten en alle sporen

SCHAAL

1:1.000

FORMAAT

A3

DATUM

BLAD IN BLADEN

STATUS

WIJZ.NR

24-2-2021 rev00

1 van 1 C0

www.anteagroup.nl

KAARTNUMMER

466291-ASK 132700

132750

132800

132850

132900

132950

C:\Users\D08030\OneDrive - Antea Group\Data\Projecten\2021\AB Goirle\AB Goirle\466291-ASK.mxd

133000

133050

391800

391850

WP 2.4. (meander)

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. (0513) 63 43 13 E. jori.colijn@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.

www.anteagroup.nl

Bijlage 15 Selectiebesluit archeologie

782

Bijlage 16 T ransformatiekader

785

Transformatiekader

Transformatiekader Zuidrand Goirle 18 juli 2017

Projectnr.: 17026a Datum: 29 augustus 2017

Rothuizen Architecten Stedenbouwkundigen b.v. I. rothuizen.eu E. rdh@rdh.eu Breda Ceresstraat 15e 4811 CA Postbus 2128 4800 CC T. 076 -53 17 444 Middelburg Kleverskerkseweg 49 4338 PB Postbus 29 4330 AA T. 0118 - 65 37 37 KVK 20141277 BTW NL819471021 B01

Nederlandse Bouw Unie NBU I. nbu.nl E. info@nbu.nl Etten-Leur Nijverheidsweg 16 4879 AR Postbus 110 4870 AC T. 076 502 28 88

Peter Savelberg PS Vastgoed/VP Exploitatie bv I. petersavelberg.com E. petersavelberg@tristatecity.nl Goirle Bergstraat 28 5051 HC T. 013 - 53 08 120

Leystromen I. leystromen.nl E. info@leystromen.nl Rijen Julianastraat 51 5121 LN Postbus 70 5120 AB T. 088 - 031 33 00

De Erfgoedfabriek I. brabant.nl/erfgoedfabriek E. erfgoedfabriek@brabant.nl ‘s-Hertogenbosch Brabantlaan 1 5216 TV Postbus 90151 5200 MC T. 073 - 68 12 812

Gemeente Goirle I. goirle.nl E. info@goirle.nl Goirle Oranjeplein 1 5051 LT T. 013 - 5310 610

Transformatiekader

Voorwoord De Gemeente Goirle is van oudsher bekend om haar textielindustrie. Aan de zuidrand van Goirle, tegen het dal van de Leij, liggen twee voormalige textielfabrieken: Van Besouw en Van Puijenbroek. Deze complexen hebben hun oorspronkelijke bestemming grotendeels verloren. De huidige eigenaren (NBU en VP Exploitatie) werken in samenspraak met de gemeente Goirle, de Provincie Noord Brabant en woningbouwcorporatie de Leystromen aan de ontwikkeling van dit gebied. Dit gebeurt in het kader van de integrale gebiedsontwikkeling van de Zuidrand van Goirle. Samen met het Waterschap Brabantse Delta en Brabants Landschap hebben partijen in 2015 een visie opgesteld over de toekomst van de Zuidrand. De Zuidrand van de Gemeente Goirle is een gebied met een bijzonder karakter. Naast de aanwezigheid van de twee voormalige textielfabrieken Van Besouw en Van Puijenbroek kenmerkt het gebied zich door een samenkomen van landschap, water en bebouwing, gevormd door een rijk verleden.

Wij hebben besloten in het Transformatiekader geen expliciete ontwerpoplossingen voor te stellen. Wel hebben we twee hoofdthema’s bepaald die we in willen zetten om het transformatiepotentieel te duiden: lijnen en ruimten. Deze zijn weer onderverdeeld in gebouwlijke lijnen en ruimten: gevels en massa’s, en stedelijke: stedelijke structuren en stedelijke ruimten. Het transformatiepotentieel wordt in kaarten verbeeld en per deelgebied tekstueel toegelicht. Een verzamelkaart toont het integrale eindresultaat. Voor het functioneel potentieel zijn alleen de gebouwen beschouwd die door BAAC met een voldoende beoordeeld zijn. Op deze wijze hopen wij dat de ontwerpers die in de toekomst in dit schitterend gebied aan de slag gaan de juiste kaders meekrijgen om een afgewogen ontwerpbeslissing te maken.

Rothuizen Architecten Stedenbouwkundigen Breda, augustus 2017

Ook is door adviesbureau BAAC een drietal bouwhistorische verkenningen uitgevoerd voor de locatie van Van Besouw, de locatie van Van Puijenbroek en het gehele plangebied Zuidrand Goirle. Tijdens dit proces is behoefte ontstaan om meer helderheid te krijgen over de cultuurhistorische waarden die behouden moeten worden. In samenspraak met De Erfgoedfabriek van de Provincie Noord Brabant is besloten Rothuizen Architecten Stedenbouwkundigen een Transformatiekader te laten opstellen. In het thans voorliggende rapport wordt dit Transformatiekader gepresenteerd. Het bestaat uit twee delen. Deel I behelst een analyse van alle relevante informatie en onderzoeken. In deel II wordt, op basis van de analyses uit deel I, het Transformatiekader gepresenteerd.

5

Transformatiekader

Inhoudsopgave Inleiding DEEL I: Analyse

DEEL II: Transformatiekader

Hoofdstuk 1:

Stedenbouwkundige ontwikkeling�������������������������������������������������������������������������������������������� 12

Hoofdstuk 7:

transformatiepotentieel������������������������������������������������������������������������������������������������������������ 44

1.1

historie landschap��������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 12

7.1

Waardekaart BAAC�������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 46

1.2

Gebruik van water en het land:������������������������������������������������������������������������������������������������� 12

7.A

Gevels���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 48

1.3

Verkavelingen���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 12

7.B

Bouwmassa������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 50

1.4

Conclusie����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 14

7.C

Stedelijke structuur ������������������������������������������������������������������������������������������������������������������ 52

Hoofdstuk 2:

Visie landschap (Kuijper Compagnons)������������������������������������������������������������������������������������ 16

7.D

Stedelijke ruimte����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 54

Hoofdstuk 3:

Ontwikkeling van de Textielindustrie in Goirle�������������������������������������������������������������������������� 18

7.2

Functioneel potentieel��������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 56

3.1

Ontwikkeling textielindustrie���������������������������������������������������������������������������������������������������� 18

7.3

Totaalkaart��������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 60

3.2

Sociaal economische ontwikkeling������������������������������������������������������������������������������������������� 18

Hoofdstuk 4:

Bouwhistorisch onderzoek�������������������������������������������������������������������������������������������������������� 20

4.1

Cultuurhistorisch onderzoek plangebied��������������������������������������������������������������������������������� 20

4.2

Bouwhistorische verkenning locatie Van Puijenbroek�������������������������������������������������������������� 20

4.3

Bouwhistorische verkenning locatie Van Besouw�������������������������������������������������������������������� 21

Hoofdstuk 5:

Technische staat gebouwen������������������������������������������������������������������������������������������������������ 22

5.1

Van Puijenbroek������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 22

5.2

Van Besouw������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 32

Hoofdstuk 6:

Verhalen en symbolen��������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 38

6.1

Schoorstenen����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 38

6.2

Vormgeving van beide kantoren������������������������������������������������������������������������������������������������ 39

6.3

Van Puijenbroek������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� 40

Bijlage 1:

Discussie workshop Transformatiekader 29 mei 2017

7

Transformatiekader

Inleiding Transformatiekader - opgave De Erfgoedfabriek van de Provincie Noord-Brabant is intensief bezig met het ontwikkelen van een nieuw instrument om transformaties van gebouwd cultureel erfgoed op een voor alle stakeholders inzichtelijke wijze te waarderen: het Transformatiekader. De gedachte achter het Transformatiekader is om in een vroeg stadium van een herbestemmingstraject, bijvoorbeeld in de haalbaarheidsfase, na te gaan wat, op basis van cultuur- en bouwhistorische waarden, de mogelijkheden zijn om (delen van) het erfgoed aan te passen ten behoeve van een nieuwe bestemming. Het verschil met alleen een bouwhistorisch onderzoek zit in de interpretatie van de gegevens. Deze interpretatie geschiedt door een architect cq. ontwerper. Hij of zij gaat op zoek naar de cultuurhistorische essentie van het gebouw en de locatie en geeft aan wat de ruimte voor transformatie is. De bouwhistorische rapportages betreffen namelijk bovenal de analyse van de gebouwsubstantie gezien vanuit een bouwhistorisch perspectief en voldoen daarmee aan de vraag, maar een visie vanuit de bredere ruimtelijke en cultuurhistorische hoek ontbreekt. Hiermee zou naast de waardering per gebouw, ook de samenhang van de gebouwen als onderdeel van een ontwikkelingsproces, productieproces, ruimtelijk of sociaal kunnen worden gewaardeerd. Het Transformatiekader moet deze leemte opvullen.

Een (toekomstige) eigenaar of ontwikkelaar zal het Transformatiekader gebruiken om de ontwikkelpotentie van het object te bepalen. Door het Transformatiekader in een vroeg stadium af te stemmen met de monumentencommissie en de RCE weet de (toekomstige) eigenaar wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn van een herbestemming. Dat vergroot de kans op een succesvolle verloop van een eventueel vervolgproces.

Plangebied Het plangebied omvat de zuidrand van Goirle. Het gebied ligt tussen de Vloeidijk, Bergstraat, Kerkstraat, Beeksedijk en de Leij. Het transformatiekader omvat dit gehele gebied. Het herbestemmingsgebied omvat alleen de twee fabriekscomplexen: Van Puijenbroek en Van Besouw. De ontwikkeling van het gebied ter plaatse van de voormalige fabriek van Van Enschot wordt nu als een gemiste kans gezien. Mede daarom bekijken we de cultuurhistorische waarden in een breder plangebied dan alleen de herbestemmingsopgaven. Bij toekomstige ontwikkelingen kan dit transformatiekader een leidraad zijn. Analyse Het transformatiekader resulteert op deze plek uit de analyse van 6 onderzoeksgebieden, die in deel I aan bod komen. Namelijk: 1. Stedenbouwkundige ontwikkeling van het gebied, in samenhang met het landschap 2. Ontwikkeling van het landschap ten zuiden van de fabriekscomplexen als onderdeel van blauwgroen routes. KuijperCompagnons heeft voor het plangebied een visie omtrent het natuurlandschap en waterbeheer rondom de Leij gemaakt. Dit onderdeel van de visie is een vast kader geweest bij het uitwerken van het transformatiekader. 3. Ontwikkeling textielindustrie 4. Bouwhistorisch Onderzoek 5. Technische staat van de gebouwen 6. Verhalen en symbolen

Topografische kaart, schaal 1:25.000 - bron: PDOK Plangrens:

Transformatiekader - vormgegeven In deel II volgt het transformatiekader. Dit bestaat uit kaarten met aanduidingen van plekken, rooilijnen en waardevolle elementen. Deze worden niet alleen gewaardeerd, maar krijgen ook tekst, uitleg en in sommige gevallen regels voor toekomstige (bouw) ontwikkelingen of mogelijkheden voor functies.

9

DEEL I:

Analyse

Analyse

Hoofdstuk 1: Stedenbouwkundige ontwikkeling Onder de stedenbouwkundige ontwikkeling valt de ontwikkeling van water- en groenstructuren, verkavelingen, paden, wegen en bebouwing. Op deze plek aan de rand van het Beekdal van de oude en nieuwe Leij is de relatie tussen natuur en mens belangrijk geweest voor het begin van Goirle. 1.1

historie landschap

Het riviertje de Leij zorgt samen met het riviertje de Donge en de Reusel voor de afwatering van de hogere zandgronden van Tilburg. Gedurende de steentijd zijn er verschillende nederzettingen in het Beekdal. Rond het jaar 1000 na Christus ontstaan de eerste vaste agrarische nederzettingen. Hieronder het schema gebruik gronden, zie afbeelding doorsnede landschap: 1. De beek 2. De hooilanden (weide) 3. Woning 4. Agrarische gronden (akkerland) 5. Bos (en heide) De boeren vestigden zich tussen de hooilanden en het akkerland. Op onderstaande aquarel is goed te zien

5

1

2

3

hoe de huisjes tussen de lichtgroene (hooiland) en gele gronden (akkers) in staan. De zandrug ter plekke van de huidige Kerkstraat en Bergstraat was de meest geschikte plek om zich te vestigen. Het water was vijand nummer één en in eerste instantie werden de meeste boerderijen dan ook aan de noordzijde van de straat gezet. Aan de zuidzijde van de straat liggen langgerekte kavels tot aan de Leij. Op deze manier had elke boer zijn eigen stukje grond aan het water om het vee te laten drinken. Vanuit de eerste nederzettingen ontstaan buurtschappen en uiteindelijk herdgangen op de plekken waar de kerken zich vestigen. Herdgang Kerk en iets noordelijker Dorp komen op de kaart te staan. 1.2

Gebruik van water en het land:

De omgang met het water is van grote invloed geweest op de ontwikkeling en organisatie van de woningen en bedrijven. Fase 1 boeren - bang voor het water: Gebruik: gronden als hooiland Gevolg: men woonde met de rug naar het water en de welgestelde mensen woonden aan de drogere noordzijde van de straat.

4

Doorsnede landschap. - bron: Stadsvorm Tilburg, historische ontwikkeling, TU/e faculteit Bouwkunde en Gemeente Tilburg

Fase 2 industrialisatie - grip op de waterstand: Gebruik: water gebruiken (Blauwe Sloot) Gevolg: Uitbouw mogelijk tot aan het water. De textielfabrieken breiden uit met de achterkant naar het water. Fase 3 wegtrekken industrialisatie: Fabriekscomplexen blokkeren doorzicht Beekdal. Het terrein van de fabriek van Enschot komt vrij. Er komt een nieuwe verkaveling te liggen met woningen. De woningen liggen met de achtertuin richting het water. Fase 4 nu: Beekdal in gebruik voor waterretentie Waardering landschap en natuur Gevolg: nieuwe mogelijkheden in Zuidrand Goirle: • Kleine nijverheid aan het Beekdal is mogelijk • Wonen aan of in het Beekdal is mogelijk

Aquarel met daarop het Oog van Goirle. - bron: onbekend

12

Kadastrale kaart 1811-1832, schaal 1:10.000. - bron: Beeldbank Cultureel Erfgoed

1.3

Verkavelingen

Op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn de langgerekte kavels van de Kerkstraat tot aan de Leij overheersend. Zichtbaar is de kerk en overige bebouwing. Aan de noordzijde staat meer bebouwing dan aan de zuidzijde overeenkomstig de veiligheid ten opzichte van het water. De watermolen staat aangegeven en het molenwiel is

zichtbaar in het landschap. Deze ligt in de huidige tuin van Huize Anna. Vanaf de Watermolenstraat wordt de verkaveling minder langgerekt. Daar is ook de straat of waarschijnlijker het pad zichtbaar waarlangs de fabriek van Van Puijenbroek is ontstaan en die aansluit op de huidige Bergstraat. De kavels sluiten aan op dit pad en hebben een meer vierkante vorm dan de kavels aan de Kerkstraat. Rond 1850 wordt over het akkerland op verzoek van

Analyse

Topografische kaart 1890, schaal 1:10.000 - bron: Historische Atlas Noord-Brabant Plangrens:

Tilburg de huidige Tilburgse weg aangelegd. De opkomende industrie van Tilburg (en ook Goirle) wilde graag een directe verbinding met Turnhout. De Bergstraat werd met een bochtje verlengd en ging over in de rechte weg naar Poppel. Op de Topografische kaart van 1890 verschijnen deze verharde wegen. Tegelijkertijd zijn nog steeds de langgerekte kavels van de Kerkstraat zichtbaar. Een paar grotere volumes, de eerste weverijen, staan als grotere schuren op het boerenerf. Op de

kaart is nu naast de watermolen met het molenwiel ook de molen aan de Groeneweg ingetekend. Langs de Bergweg zien we nauwelijks nog bebouwing. De fabriek van Van Puijenbroek ontstaat aan de Watermolenstraat op de hoek met het pad dat tot over de Bergstraat doorloopt tot aan de ‘bergen’ (grafheuvels uit de Steentijd). De locatie van het huidige Sint Elisabeth is ook al zichtbaar als groter ensemble dat tot aan de Leij loopt.

Topografische kaart, schaal 1:10.000 - bron: PDOK Plangrens:

De wegenstructuur van de Zuidrand van Goirle van 1890 en nu verschilt niet veel. De verkavelingen en bouwvolumes zijn wel veranderd. In 125 jaar zijn alle akkers en niet ingevulde gronden ingevuld met woningbouw en verschillende verkavelingsvormen. Opvallend zijn de grote zwarte vlakken van het winkelcentrum, de oude fabriekscomplexen en het nieuwe industrieterrein Tijvoort. Zichtbaar is ook het Molenwiel van de watermolen en verschillende andere waterretentiegebieden in het

Leijdal. De oude tramverbinding langs de Kerk is als lijn zichtbaar zowel op de kaart van 1890 en nu. De nieuwe Leij is gedurende een eeuw een aantal keren rechtgetrokken, het meest opvallend in het zuidwestelijke deel. Opvallend is dat er geen bebouwing is ontstaan, die zich richt op of aan het Beekdal. Alle bebouwing richt zich op het Dorp, ook in het laatste woningbouwplan ter plekke van de voormalige fabriek van Van Enschot.

13

Analyse

E. Brug over de Leij bij het woonwijkje ter plekke van Van Enschot. Zichtbaar zijn de hoge hagen en achtertuinen.

Schema ontwikkeling Goirle in relatie tot het Beekdal, schaal 1:25.000.

1.4

Conclusie

Goirle met achterkant aan het beekdal Het beekje de Leij is de start van de ontwikkeling van Goirle geweest. De gronden rond de beek waren niet veilig om te wonen en het dorp heeft zicht in noordelijke richting ontwikkeld. Door grondeigendommen en gemeentegrenzen is ook nu nog steeds het beekje de grens tussen dorp en groen. Opvallend is dat nergens functies, industrie of

wonen áán het groen zijn gesitueerd. Het groen is de achterkant. Vanuit het Beekdal zie je de industriehallen, de schoorstenen, bomenrijen of hagen. Verbindingen en zichtlijnen Opvallend aan het gebied is dat er geen dwarsverbindingen door het gebied zijn. Pas bij de Leij ligt een pad in oost-westelijke richting. Vanuit de industriele complexen is geen fysieke

F. Smal doorzicht tot in het Beekdal tussen Thebe Elisabeth en de tuin van Huize Anna.

E. Pad richting het Beekdal. vanuit de Hoogen Dries, een woonstraat ter plekke van de voormalige fabriek Van Enschot.

verbinding met het Beekdal. Tevens vormen de complexen een buffer tussen dorp en het beekdal. Er is een aantal verbindingen vanuit Goirle naar en door het Beekdal. Deze liggen nog steeds op hun oorspronkelijke plek, namelijk op de hoger gelegen dijken. Daarnaast zijn er een drietal paden en zichtlijnen; Vanuit de Hoogen Dries en tussen Thebe Elisabeth en de tuinmuur van Huize Anna. B. Kerklaantje (voormalige tramlijn).

14

Analyse

A

I H F B E G C

D

Verbindingen en zichtlijnen in en door het Beekdal, schaal 1:10.000.

Kaart Verbindingen (en zichtlijnen) in en door het Beekdal: A. auto hoofdroute - Beekse Dijk: De verbinding tussen Goirle en Hilvarenbeek. Op deze plek komt het landschap tot ver in Goirle B. langzaam verkeer - Kerklaantje. De vroegere tramverbinding naar Hilvarenbeek en Poppel C. auto - watermolenstraat en Molendijk: richting breehees en landgoed Gorp en Rovert D. langzaam verkeer - Vloeidijk: Oude dijk richting Breehees en landgoed Gorp en Rovert. E. langzaam verkeer - pad langs de Leij F. langzaam verkeer - pad vanuit Hoogen Dries door het Beekdal tot aan het Kerklaantje. G. voormalig pad. - langs dit pad is de fabriek van van

Verkavelingsrichting (rood) en ontwikkelingsrichting (paars) fabriekscomplexen, schaal 1:10.000.

Puijenbroek ontstaan. Uiteindelijk is de verbinding verdwenen. het pad is wel nog zichtbaar bij een paar kavels vanaf de bergweg. Zichtlijnen H. Vanuit de Bergweg langs de muur van Huize Anna ligt een lange zichtlijn door een donker gat tot ver in het Beekdal. Deze laatste is opvallend en vormt een verrassend doorkijkje in het diepe beekdal, in tegenstelling tot veel andere doorzichten die eindigen op bomen langs de Leij. I. Vanuit de Hoogen Dries ligt langs de retentievijver een breed doorzicht naar het beekdal. Op deze plek ligt ook een brug over het water.

verkavelingsrichtingen In het deel van de Kerkstraat zijn nog steeds de lange smalle verkavelingen zichtbaar vanuit het vroege ontstaan van Goirle. Voorbij de Watermolenstraat komen er meer richtingen bij. De kavels aan de Bergstraat draaien mee met de richting van de straat. Ter plekke van de fabriek van Van Puijenbroek verdraait de richting. Dit is terug te zien in de richtingen van de eerste volumes van de fabriek aan de Watermolenstraat en het hoofdkantoor gebouwd in 1905. De fabriek heeft zich ontwikkeld vanuit de Watermolenstraat en later richting het beekdal.

In het complex van Van Besouw zijn de lange smalle kavels zichtbaar die één voor één zijn aangekocht. Toen er geen ruimte meer richting de Leij was, is men gaan uitbreiden richting de Beekse Dijk.

15

Analyse

Hoofdstuk 2: Visie landschap (Kuijper Compagnons) Kuijper Compagnons heeft een uitgebreide visie ontworpen voor de Zuidrand Goirle. Onderdeel van deze visie is het herinrichten en versterken van het Beekdal. Daarin komt ook waterretentie uitgebreid aan bod. Voor het transformatiekader is hun visie, die samen met de Provincie en het Waterschap De Dommel is opgesteld, uitgangspunt. Het beekdal van de Nieuwe Leij zal in de toekomst niet de grens maar de verbinding tussen het dorp en het landschap vormen. De beek zal de natuurlijke ruggengraat zijn die het wonen, natuur en recreatie met elkaar verbindt. De visie voor de Zuidrand gaat uit van het vergraven van een deel van de bestaande loop. Daarbij wordt inspiratie gezocht bij de historische loop van de Nieuwe Leij. 1. Ten zuiden van de locatie van Van Besouw wordt de huidige loop van de beek behouden. De zuidzijde De Weerden is recent nog heringericht en de zuidelijke oever is vergraven. Daarnaast ligt ten zuiden van het gebied het hoofdriool die de verlegging van de beek naar het zuiden belemmert. De beek wordt hier vergraven en krijgt een flauwe natuurlijke oever richting het dorp. 2. Ten zuiden van de tuin van Huize Anna wordt de Nieuwe Leij verlegd richting het zuiden. Op deze wijze krijgt de beek meer ruimte voor de natuurlijke oevers en kunnen de bestaande bomen in de tuin goed inpast worden.

Het oude Moleneiland vormt inspiratie en aanleiding om op deze plek ook de oude beektak en het molenwiel te herstellen. De oude loop ligt in de tuin van Huize Anna en wordt verbonden met de huidige vijver in de tuin. 3. Tussen de Molendijk en de Vloeddijk (Het Vloed) wordt de Nieuwe Leij richting het dorp gebracht (verlegd). De historische loop van de beek dient hierbij als inspiratie. In Het Vloed heeft de beek voldoende ruimte en krijgt zij een deel van haar voormalige meanderende karakter terug.

Over de gehele lengte krijgt de beek natuurlijke oevers met een ecologische waarde. De visie voor de Nieuwe Leij ter hoogte van de Zuidrand heeft een hoog ambitieniveau en zet niet alleen in op kwaliteitsverbetering door aanleg van bredere natuurlijke oevers, maar ook op het herstel van de meandering van de beek, het vergroten van de biodiversiteit in het gebied, het realiseren van de ecologische hoofdstructuur en de vergroting van de recreatieve kwaliteiten in de Zuidrand en het buitengebied.

Doorsnede beek ten hoogte Van Besouw. - bron: Visie Zuidrand Goirle [Kuiper Compagnons]

Aanleg zomer- winterbed Voor de aquatische ecologie is de belangrijkste maatregel het veranderen van het huidige profiel met steile oevers naar een zomer- en winterbed met flauwe oevers. Hierdoor wordt de stroomsnelheid in de zomerperiode verhoogd en heeft de beek in de winterbedding voldoende capaciteit om het water af te voeren. Micro-meandering Binnen de bestaande ruimte van de beek kan een micro-meandering aangebracht worden: door het gedeeltelijk opvullen van het huidige doorstroomprofiel, afwisselend aan beide zijden van de beek, gaat de Nieuwe Leij meanderen binnen de huidige zonering. Hiermee kan de zomerstroomsnelheid binnen de Nieuwe Leij vergroot worden. Ter hoogte van de locatie van Van Besouw is deze ingreep goed denkbaar omdat de ruimte voor grote meandering (zoals bij locatie Van Puijenbroek) hier beperkt is. Natuurvriendelijke oevers Door de aanleg van een brede winterbedding met een talud van 1:10 ontstaat een brede overgang van een natte naar een droge situatie. Dit is van grote waarde voor de ecologie. Deze natuurvriendelijke oevers kunnen naadloos aansluiten bij het in te richten droge deel van de ecologische verbindingszone. Ecologische verbindingszone Langs de oevers van de Nieuwe Leij wordt een ecologische verbindingszone ontwikkeld. De inrichting is gericht op amfibieën, libellen en vlinders.

Dit betekent een zone van gemiddeld 25 meter langs Groenstructuren Goirle. - bron: Visie Zuidrand Goirle [Kuiper Compagnons]

16

Analyse

de beekloop. Hierbinnen dienen poelen aanwezig te zijn in een afwisselend landschap bestaande uit grasland, opgaande begroeiing en bosjes en ruigte. Een variatie tussen struweel, ruigte en bloemrijk grasland afgewisseld met poelen, is passend voor het gebied. (inrichting volgens het type ‘Nat kralensnoer’ uit het voorbeeldboek Groene Schakels van de provincie Noord-Brabant). bron: Visie Zuidrand Goirle [Kuiper Compagnons]

Meer ruimte voor de nieuwe Leij. - bron: Visie Zuidrand Goirle [Kuiper Compagnons]

Nieuwe dorpsrand en nieuwe wandelroutes. - bron: Visie Zuidrand Goirle [Kuiper Compagnons]

17

Analyse

Hoofdstuk 3: Ontwikkeling van de Textielindustrie in Goirle 3.1

Ontwikkeling textielindustrie

De textielindustrie is van grote invloed geweest op de groei van Goirle. Allereerst was het een bijverdienste naast het boerenwerk. Vanuit huis of stal werkte men als wever of spinner. Hieronder een kort overzicht: ƒƒ 1665 – 15% van Goirlese beroepsbevolking spinner of wever ƒƒ 1797 – 31% werkzaam in de textiel ƒƒ 1830 – Belgische opstand (kwartiering van soldaten) ƒƒ 1843 – Blekerij voor linnen en pellen van Willem van Enschot ƒƒ 1850 – Half miljoen el linnen per jaar geweven voor Goirlese opdrachtgevers ƒƒ 1861-1865 hoogconjunctuur door Amerikaanse Burgeroorlog (katoenprijs omhoog) – In deze periode veel beginkapitaal om fabrieken te starten. ƒƒ 1865 – eerste fabriek Van Puijenbroek ƒƒ 1870 – 67,8% van gezinshoofden in Goirle werkzaam in textielnijverheid ƒƒ 1884-1885 – bouw eerste fabriek van Van Besouw

(Bron: Fotoboek Een eeuw Goirle)

Uit dit overzicht blijkt dat de huisnijverheid zich binnen vijftig jaar ontwikkeld heeft tot een industrie in 1900. Het Beekdal met de Leij was een uitstekende plek voor de industrie om zich te vestigen in verband met het stromende water. Drie grote fabrieken werden op deze plek opgezet: Van Enschot, Van Puijenbroek en Van Besouw. 3.2

Sociaal economische ontwikkeling

De industrie had een aanzuigende werking en steeds meer arbeiders kwamen naar Goirle. De kleine kern groeide uit tot een dorp. Ondanks de concurrentie tussen de verschillende bedrijven waren ze in familiaire zin behoorlijk met elkaar verknoopt. De eigenaren behoorden tot de elite van het dorp en trouwden met elkaar “op stand” De directeurshuizen waren aan de Kerkstraat en Bergstraat gelegen; het huis van Gerard van Besouw tegenover de pastorie en Huize Anna (van Van Puijenbroek) aan de Bergstraat.

Pas later gaan de fabrikanten zich vestigen aan de nieuwere Tilburgseweg. Woningen voor arbeiders Naast hun eigen huizen bouwden de fabrikanten ook arbeiderswoningen of kochten ze bestaand vastgoed om dit aan hun arbeiders te verhuren. Veelal gebeurde dit uit noodzaak om personeel te werven. Ook zijn er verhalen over gezinnen die op zaterdag gebruik maakten van de douches die de fabriek had. De eisen van de woningwet uit 1901 waren nog lang niet overal doorgevoerd en veel woningen hadden nog geen bad of douche. Thebe Elisabeth De ontwikkeling van Thebe Elisabeth is eveneens ontstaan vanuit de fabriekseigenaren. In1908 werd een hotel gebouwd t.p.v. oorspronkelijke herberg (en tramhalte) aan de Bergwerg. Dit werd al snel gekocht door Van Puijenbroek, die het later verhuurde en verkocht aan de pastor. In 1931 werd het verkocht aan de congregatie van de Liefdezusters van het Kostbare Bloed. Het hotel werd ingericht als tehuis voor ouden van dagen en werd het St. Elisabethgesticht. Achter het tehuis kwam een nieuw klooster, schoolgebouw en kloostertuin. Eind jaren zestig werd het oude klooster vervangen door een nieuw modern verzorgingshuis, dat er nu nog steeds staat.

Luchtfoto vanaf de Kerk richting de Bergstraat. Aan de watermolenstraat zie je het fabrieksplein met schoorstenen van Van Puijenbroek. - Bron: Fotoboek Een eeuw Goirle

Sociale voorzieningen Met name Jan van Besouw stond bekend als een zeer sociale werkgever. Hij verbeterde arbeidsomstandigheden en voerde sociale vernieuwingen door. Een voorbeeld is de oprichting van een corporatie die het welzijn van de arbeiders bevorderde, onderwijs stimuleerde en drankmisbruik bestreed. Daarnaast was hij vernieuwend en haalde bijvoorbeeld Benno Premsela binnen voor het ontwerp van de tapijten. Hij heeft in de jaren vijftig veel voor Goirle betekend op sociaal en cultureel vlak. Het is niet voor niets dat midden in het dorp het Cultureel Centrum Jan van Besouw ligt.

Het wagenpark van Van Puijenbroek. - Bron: Fotoboek Een eeuw Goirle

18

Analyse

Topografische kaart 1929, schaal 1:20.000: zichtbaar zijn de eerste weverijen van Van Besouw en Van Puijenbroek. - bron: Kadaster

Topografische kaart 1958, schaal 1:20.000: zichtbaar is de verdere schaalvergroting van de fabrieken, het Klooster en het verdichten van het dorp. - bron: Kadaster

Foto 1933 foto van het St. Elisabethgesticht met daarachter het klooster van de congregatie der Liefdezusters van het Kostbaar Bloed. bron: Collectie Regionaal Archief Tilburg

Topografische kaart 1980, schaal 1:20.000: zichtbaar is St. Elisabeth en grootschalige woningbouw verkavelingen aan de noordoostzijde van Goirle. - bron: Kadaster

Topografische kaart 2010, schaal 1:20.000: zichtbaar is de nieuwe ontwikkeling op het terrein van Van Enschot en de laatste uitbreiding van Van Besouw en Van Puijenbroek. - bron: Kadaster

Foto 1915 vanuit de Kerk met de schoorstenen van Van Enschot en Van Besouw. Op de achtergrond de molen en woningbouw aan de Molenstraat. - bron: Collectie Regionaal Archief Tilburg

19

Analyse

Hoofdstuk 4: Bouwhistorisch onderzoek Voorjaar 2015 zijn door BAAC achtereenvolgens een “Cultuurhistorisch onderzoek Plangebied Zuidrand Goirle” , een “Bouwhistorische verkenning Locatie Van Puijenbroek” en een “Bouwhistorische verkenning Locatie Van Besouw” opgeleverd. Deze rapporten vormen belangrijke uitgangspunten voor het Transformatiekader. In het kader van deze rapportage zal beperkt worden ingegaan op de onderzoeken. Voor gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de rapporten. 4.1

Cultuurhistorisch onderzoek plangebied

De aspecten Archeologie, Historische Geografie en Bouwhistorie worden uitgewerkt op landschappelijke schaal. Archeologie Het grootste deel van het gebied heeft een middelhoge verwachting. Het deel dat grenst aan de bebouwing van Goirle heeft deels een hoge verwachting. Bij transformatie van het gebied moet dus rekening worden gehouden met een vrij extensieve vorm van archeologische begeleiding bij de planvorming met proefsleuven en onderzoeken in het noordelijke deel wanneer dieper wordt gegraven dan 30cm. Het bodemarchief zal geen grote rol hoeven te spelen bij de transformatie van de gebouwen.

elementen aanwezig zoals het tracé van de trambaan. De fabrieken in het gebied zijn organisch gegroeid vanaf de rand van Goirle tot zij de Leij bereikten waarna in zijdelingse richting werd uitgebreid. Opmerkelijk is de ontwikkeling van het terrein van Van Puijenbroek, omdat dit zijn ontstaan vond aan de Watermolenstraat. 4.2 Bouwhistorische verkenning locatie Van Puijenbroek De fabriek is ontstaan aan de Watermolenstraat vanuit een gebouw dat voorkomt op een kaart uit 1865. In 1889 wordt het bestaande gebouw vergroot met een ververij, die de ontwikkeling van het complex in gang zet. De hoofdontwikkelingsrichting is evenwijdig aan de Bergweg tot de kavelgrens achter de bestaande woonbebouwing wordt bereikt. Daarna wordt zijdelings uitgebreid in de richting van de Leij. Een uitbreiding met een kantoorvleugel wordt langs de Bergweg gebouwd. De belangrijkste bouwhistorische waarden worden vertegenwoordigd door de gebouwen rond de schoorsteen, gevolgd door de gebouwen ter weerszijde van de oorspronkelijke fabrieksstraat en het kantoorgebouw aan de Bergweg.

Historische geografie en bouwhistorie De verkavelingsrichtingen en eigendomsgrenzen hebben de ontwikkeling van de fabriekscomplexen bepaald. De verkaveling was gericht vanaf de kern van Goirle, min of meer loodrecht op de Leij. In deze richting zijn ook de meeste structurerende

Briefhoofd 1906. - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Puijenbroek

20

Aanduiding onderzochte gebouwen - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Puijenbroek

Ontwikkeling gebouwen Van Puijenbroek. - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Puijenbroek

Briefhoofd 1919. - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Puijenbroek

Fabrieksplein Van Puijenbroek

Analyse

4.3 Bouwhistorische verkenning locatie Van Besouw Het complex is gegroeid vanuit de in 1885 gebouwde fabriek aan de Kerkstraat in de richting van de Leij. Aanvankelijk stond de fabriek op enige afstand van de weg. Na verdichting aan deze zijde wordt naar achteren uitgebouwd, tot waarschijnlijk het complex te lang werd voor een efficiënte bedrijfsvoering. Er werd zijdelings, naar het oosten uitgebreid en zo ontstond de huidige fabrieksstraat. In 1952 wordt het kantoorgebouw langs de Kerkstraat gebouwd, gecombineerd met een export- en inpakruimte, die in 1953 wordt uitgebreid in de zelfde vormgeving met een magazijn en Kalenderkamer. De belangrijkste bouwhistorische waarden worden gevormd door het kantoorgebouw met langs de fabrieksstraat het als waardevol aangemerkte trafohuisje, de weverij, het accu en pompgebouw en de schoorsteen.

Schoorsteen Van Besouw. - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Besouw

Aanduiding onderzochte gebouwen. - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Besouw

Ontwikkeling gebouwen Van Besouw . - bron: BAAC Bouwhistorische verkenning locatie Van Besouw

Luchtfoto van de stoomweverij Van Besouw 1929. - bron: Regionaal Archief Tilburg

Overweging betreffende de onderzoeken De rapportages betreffen bovenal de analyse van de gebouwsubstantie gezien vanuit een bouwhistorisch perspectief en voldoen daarmee aan de vraag. Wat ontbreekt is een visie vanuit de bredere cultuurhistorische hoek. Als deze zou worden toegevoegd, dan zou ook de samenhang van de gebouwen als onderdeel van een ontwikkelingsproces, productieproces of historisch geografisch proces kunnen worden gewaardeerd. Vanuit die gezichtspunten zouden bijvoorbeeld, los van de puur bouwhistorische waardering, aan gebouwen of gedeelten van gebouwen een extra waarde kunnen worden toegevoegd. Een waarde die voortkomt uit een samenhang zoals boven aangegeven. Zo zou je bijvoorbeeld voor de gevel van het kantoor van Van Besouw tot een meer genuanceerde waardering komen in plaats van hoge waardering geen status waardering die de gevel nu heeft en zou bijvoorbeeld de zaagtandgevel aan de Bergstraat van Van Puijenbroek een hogere waardering krijgen als onderdeel van de afwikkeling van kantoorgebouw naar productiehallen. Zo kan ook de garage van Van Puienbroek hoger gewaardeerd worden, omdat deze in de bedrijfscultuur een belangrijke rol speelde.

Hoek van het kantoor Van Besouw aan de Kerkstraat.

21

Analyse

Hoofdstuk 5: Technische staat gebouwen Op basis van een rondgang is een globale inschatting gemaakt van de technische staat van de gebouwen. De gebouwen zijn alleen visueel geschouwd, en alleen vanaf de begane grond. Tegen de achtergrond van de herbestemming is vooral gekeken naar het casco, de constructie en de gevels en is voor zover mogelijk gekeken naar de dakconstructie, omdat de kwaliteit hiervan een indicatie is voor de kwaliteit van de veelal niet zichtbare kapconstructie. In de onderstaande beschrijving worden bij diverse gebouwen fenomenen

benoemd. Het benoemen is bedoeld ter indicatie en is niet uitputtend. 5.1

Van Puijenbroek

De algemene staat van de gebouwen is redelijk tot goed. Gezien de constructiewijze van de meeste gebouwen is roestend ijzer in het metselwerk, naast rottend houtwerk door langdurige lekkage, de grootste bedreigingen van de technische staat. IX

Gebouw

Fundering

Metselwerk

Wandopeningen

Kapconstructie

Dak

Algemeen

I

5

4

3

?

4

4

Rijksmonument (voorste gedeelte). Kantoorgedeelte niet bezocht, lekkage in legramen en kap kantoor

II

5

5

4

3

?

4

Vrij veel lekkagesporen in de weggestucte kapvoet

III

5

3/4

4

Rijksmonument. Metselwerk basement goed. Schacht erosie voegwerk en steen

IV

5

4

3

Roestende opleggingen en zetting boven deur, eroderend metselwerk

V

5

VI

5

4

4

4

5

4

Scheuren in gevel door aanbouw en door plaatselijke zetting

VII

5

5

4

4

4

4

Goot loopt over trekbalken spant. Mogelijk aantasting balkkoppen

VIII

5

5

4

?

?

5

In goede staat

IX

5

5

5

?

?

5

In goede staat

X

?

?

?

?

?

?

Niet geschouwd

4

4

4

Kap in redelijke tot goede staat

4

3

VIII

VII

3

XXI

VI

Opmerkingen

XIII

XX

II

XII

I

XV

XVII

XVI XVIII

5

4

3

3

3

3

Leksporen en zakgootconstructie doen matige staat vermoeden

XIII

?

?

?

?

?

?

Niet geschouwd

XIV

5

4

4

?

4

4

In redelijke tot goede staat op ontsierende reparatie in de gevel na

XV

?

?

?

?

?

?

Niet geschouwd

XVI

5

5

4

4

?

4

In redelijke tot goede staat

XVII

5

4

?

4

3

4

Behalve lekkage, in redelijke staat

XVIII 5

3/4

3/4

4/5

5

4

Behalve de gevel in redelijke tot goede staat

XIX

5

3/4

4

4

5

4

Gevel overbelast en aangetast door lekke goot, verder goede staat

XX

5

3/4

4

?

?

4

Gevel gescheurd en voegwerk geerodeerd

XXI

5

4/5

5

?

?

5

In goede staat

XXII

?

?

?

?

?

?

Niet geschouwd

1. Zeer slechte staat 2. Slechte staat 3. Matige staat

XIX

XXII

XII

4. Redelijke staat 5. Goede staat ?. Wel aanwezig, niet geschouwd

V III

XI

X

Rijksmonument. door venster bekeken

XI

22

XIV

Rijksmonument Aanduiding onderzochte gebouwen Van Puijenbroek, schaal 1:2.000.

IV

Analyse

I. Ververij kantoor Gevelmetselwerk redelijk tot goed, schilderwerk behoeft onderhoud, waardoor plaatselijk houtwerk aangetast.

I. Voorgevel in redelijke staat.

I. Mogelijk asbest windveer, voegwerk geërodeerd, schilderwerk verweerd.

II. Metselwerk en houtwerk goed, respectievelijk redelijk. Leksporen onder goot en rond kapvoet doen aantasting kapconstructie vermoeden.

II. Gebouw II Geheel ingebouwd. Metselwerk in goede staat. Kapconstructie is weg gewerkt achter stuc op latjes. Vanwege de leksporen en de constructie met een (zak)

goot over de spantopleggingen, moet hier met een aantasting van de kapvoet en balkkoppen rekening worden gehouden.

I. Spantconstructie in goede staat.

23

Analyse

III. Schoorsteen Metselwerk is in redelijke tot goede staat, waarbij het basement beter is dan de schacht. In de schacht heeft geërodeerd metselwerk geleid tot schade aan de baksteen. Mogelijk is dit ook veroorzaakt door hervoegen met een te harde cementhoudende mortel.

III. Metselwerk hogerop aangetast door eroderend voegwerk.

III. Aanzicht schoorsteen.

24

III. Metselwerk is goed, hogerop aangetast door eroderend voegwerk.

III. Veegluik in relatief recent gerestaureerd metselwerk.

III. Metselwerk is goed, hogerop aangetast door eroderend voegwerk.

Analyse

IV. Lekkage onder legraam.

V. Interieur Machinekamer.

IV. Ketelhuis

V. Machinekamer

Het metselwerk is in een redelijke tot goede staat, waarbij moet worden opgemerkt dat in de buitengevel eroderend/ verkankerend metselwerk, vermoedelijk na voegwerkherstel. Boven de deur een zettingsscheur ten gevolge van het inbrengen van de deur. De kapconstructie is aan het oog onttrokken door pleisterwerk, maar een lekspoor onder het legraam, ter plaatse van de kapvoet, boven de oplegging van een spant doet vermoeden dat de kapvoet en de spantoplegging zijn aangetast. Een scheur in het metselwerk tekent zich af in deze buurt, wat ook het gevolg kan zijn van een roestend anker ten gevolge van de lekkage.

Dit gebouw kon alleen door het venster worden geschouwd. Het gevelmetselwerk is in goede staat. De indruk is dat de constructie ook in een goede staat verkeert.

IV. Voorgevel met rechtsonder aangetast metselwerk en scheur boven deur. Mogelijk asbesthoudende windveer.

V. Gevel machinekamer.

25

Analyse

VI. Weverij De algemene staat van het gebouw is globaal gezien goed. Ten behoeve van de functionaliteit is de kapconstructie deels afgetimmerd en de bedekking hersteld. Hierdoor is de constructie daar niet zichtbaar. Het niet afgetimmerde deel is in goede staat, hoewel aangenomen moet worden dat op de bij dit soort constructies zwakke plekken ter plaatse van de zakgoten, de constructie zal zijn aangetast. Het metselwerk is in goede staat. Nabij de aansluiting met de nieuwe gevel is het gebouw over de volle hoogte gescheurd. Sporadisch is het metselwerk gescheurd ten gevolge van roestend ijzer en een kleine zakking ter plaatse van het gekoppelde kozijn in de noord-westgevel, waarschijnlijk ontstaan door onderspoeling van de fundering of graafwerkzaamheden ter plaatse van de deur. VII. Weverij Gebouw is in goede staat en staat voor het grootste deel tussen andere gebouwen. Door de gootconstructie, die eenzijdig over de trekbalken van het spant lopen, kan aantasting van de balkkoppen vermoed worden. De stalen kozijnen zijn (vrijwel) niet geroest en ook de houten kozijnen zijn in redelijke staat. VI. Gevelaanzicht noord-west.

VI. Niet afgetimmerde sheddakconstructie.

26

VII. Metsel en houtwerk zijn in goede staat.

VI. Lichte zakking met daardoor gescheurd metselwerk ter weerszijde van de deur.

VII. Voormalige buitengevel, nu in gebouw XIV.

VII. Kapconstructie met links de zakgoot over de trekbalken.

Analyse

VIII. Gevelmetselwerk is in goede staat, hier en daar geërodeerd voegwerk, (vrijwel) geen roestvorming bij lateien, roosters en ankers.

VIII. Magazijn

IX. kantoorgebouw

Gebouw is niet van binnen geschouwd. Te oordelen aan het gevelmetselwerk is de technische staat in ieder geval redelijk, waarschijnlijk goed.

De technische staat is zondermeer goed. Aandachtspunt is beginnende roestvorming bij de oplegging van enkele stalen lateien. Een aantal hardstenen waterslagen onder kozijnen zijn ontsierd door uit geërodeerde brandlagen.

IX. Voorgevel.

IX. Brandlaag in hardstenen waterslag en beginnende roestvorming rond kruipruimte ventilatierooster.

IX. Venster met mogelijk beginnende roestvorming in linker oplegging van de latei.

27

Analyse

X. Magazijn

XII. Gebouw XII

Gebouw is niet geschouwd.

Overkapte straat tussen de gebouwen I en IV. Kopgevel is in goede staat. Mogelijk asbesthoudende windveren. Kapconstructie is niet zichtbaar achter pleisterwerk. Door de constructiewijze waarbij de zakgoot over de trekbalken van de spanten loopt, moet rekening worden gehouden met aangetaste balkkoppen. Doordat de binnenzijde van de kap is gepleisterd, is deze niet zichtbaar. Door de (oude) verkleuringen en reparatieplekken in de pleisterlaag moet aangenomen worden dat de constructie in matige tot redelijke staat is.

XI. Gebouw XI Is een deel van de overkapping van de fabrieksstraat tussen de gebouwen I en VI en bestaat alleen uit een dakconstructie. De stalen spanten zijn in goede staat. Weinig leksporen en geen opvallende scheurvorming rond de opleggingen duiden op een redelijke tot goede technische staat.

XIV. Interieur met gevel gebouw VII.

XII. Voorgevel. XIV. Voorgevel met detonerende reparatie waar oorspronkelijk een brede deur heeft gezeten.

XIII. Gebouw XIII Gebouw is niet geschouwd. XIV. Gebouw XIV Gebouw bestaat uit sheddaken tussen de gebouwen VII, VIII en IX. In de van oorsprong vrijwel gesloten gevel zijn openingen gemaakt en is een deel van het metselwerk vervangen. Het gevelmetselwerk is XI. Kapconstructie.

28

in een redelijke technische staat. De visuele staat is slecht, veroorzaakt door het weinig passende, niet ontstoorde metselwerk. Het deel van het dak dat zichtbaar is ziet er goed uit, de kapconstructie is aan het zicht onttrokken, maar er zijn geen opvallende leksporen zichtbaar, dat doet verwachten dat de kapconstructie in redelijke tot goede staat is. Schilderwerk en daarmee de verwachte staat van het houtwerk is redelijk tot goed.

Analyse

XVII. Kantoor, grondstoffenmagazijn De platdakconstructie was aan het zicht onttrokken. Gezien het ontbreken van verdachte verkleuringen kan er van worden uitgegaan dat de dakconstructie in redelijke technische staat is. Een legraam is gebroken, waar een lekkage het gevolg van is.

XVII. Legraam gebroken.

XVI. Spantconstructie in goede staat.

XV. Gebouw XV Gebouw is niet geschouwd. XVI. Magazijn Het dakbeschot is aan het oog onttrokken door plaatwerk. Hierin tekenen zich een aantal plekken af die nat zijn geweest, maar over het algemeen is te verwachten dat de kapconstructie in een goede technische staat is. Scheurvorming die het gevolg kan zijn van roestende opleggingen van de trekbalken van de spanten is niet aangetroffen. Het metselwerk is in een goede staat. XVI. Spanten opgelegd in penanten, opleggingen zijn in goede staat.

XVII. Staat van het metselwerk is goed.

XVII. Lichtkap lekt op de nok.

29

Analyse

XVIII. Magazijn Het gevelmetselwerk is in een redelijke staat. Voegwerk is laag aan de gevel geërodeerd en aan de linkerzijde aangetast als gevolg van langdurige waterbelasting door een verstopte hemelwaterafvoer. De deur is in matige staat en het schilderwerk heeft onderhoud nodig. De metselwerk binnenwanden zijn in goede staat en bij de legramen zijn geen duidelijke sporen van langdurige lekkage. Het pannendak is in goede staat en ondanks dat de kapconstructie aan het oog is onttrokken kan verwacht worden dat deze in goede staat is.

XVIII. Gevelmetselwerk plaatselijk geërodeerd boven maaiveld en ten gevolge van een langdurig lekkende hemelwaterafvoer. XIX. Kapconstructie is aan het zicht onttrokken. Sporen van grootschalige langdurige lekkage ontbreken.

XIX. Spoelerij, wasserij Dit gebouw bestaat uit twee, uit constructief oogpunt vrijwel identieke beuken met vakwerkspanten, vergelijkbaar met gebouw XVIII. Later zijn hier gelijkvormige gebouwen aan twee zijden aan toe gevoegd. Het gevelmetselwerk is in redelijke staat, plaatselijk aangetast door waterbelasting uit een met gebouw XVIII gedeelde verstopte hemelwaterafvoer en de goot. De zijgevel is licht ontzet doordat de gevel van het aangebouwde volume op deze topgevel is gezet. De pannen dakbedekking en XVIII. Kapconstructie met bijzondere vakwerkspanten is in goede staat.

30

XIX. Zetting doordat de gevel van het aangebouwde volume op de topgevel rust. Erosie van metselwerk door verstopte goot.

golfplaten bedekking op de ventilatiestraten zij in goede technische staat. Mogelijk is de golfplaat van de ventilatiestraten asbesthoudend. De legramen zijn afgedekt met transparante kunststof platen. De spanten van één gebouw zijn bekleed met pleisterwerk en daarom niet te controleren. Omdat er geen sporen van grote langdurige lekkages zijn aangetroffen, kan worden aangenomen dat de spanten in een goede technische staat verkeren.

Analyse

XX. Ketelhuis

XXI. Ketelhuis

Het interieur is niet geschouwd.

Gevelmetselwerk in een redelijke tot goede staat met enig eroderend voegwerk net boven straatniveau. Schilderwerk van dakrand en stalen vensters is in goede staat en metselwerk vertoont geen duidelijk zichtbare sporen van roest in de stalen vensters en lateien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1308/documents/22563