CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

04c Vaststellen aangepast bestemmingsplan.pdf

Besluitvormend 20 december 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel gewijzigd vaststellen aangepast bestemmingsplan Looienhoek 125.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

60

geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bijdraagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met teveel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Verantwoording

Het bestemmingswijziging en de verkeer aantrekkende werking als gevolg daarvan zal niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2 uit de Wet Luchtkwaliteit. Indien het aantal voertuigbewegingen per dag meer bedraagt dan 50 wordt in het kader van zorgvuldigheid wel geadviseerd de verslechtering van de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. Dit is echter niet aan de orde, zo blijkt uit het akoestisch onderzoek. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk aangezien het project niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Door het vervallen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en de daarmee samenhangende verkeersbewegingen mag zelfs een verbetering verwacht worden. In de Wet luchtkwaliteit is geen omgekeerde werking opgenomen.

5.5

Externe veiligheid Algemeen

Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRnvgs) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Externe veiligheid gaat over risicobronnen (bedrijven of transportroutes) en risicoontvangers (personen of objecten die risico lopen). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij risicovolle inrichtingen en leidingen gelden wettelijke afstanden, voor vervoer van gevaarlijke stoffen is dat voorlopig nog niet het geval. Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Deze begrippen zijn gedefinieerd in het Bevi. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op iemand die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan weergegeven worden met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt meestal begrensd door de 1% letaliteitsgrens. Dit is de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

61

Verantwoording

Volgens de Risicokaart van de provincie bevinden zich in de omgeving geen bedrijven of inrichtingen met een extern veiligheidsrisico die belemmering vormen voor de oprichting van een dierenpension. Evenmin vindt er in de omgeving van het plangebied vervoer plaats van gevaarlijke stoffen die vallen onder de werkingsfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Ten zuidoosten van het plangebied is een inrichting waar een bovengrondse propaantank van 3 m3. Voor deze tank geldt een veiligheidsafstand van 10 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Ten noorden van het plangebied ligt een tweetal gastransportleidingen van de Gasunie. Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van leidingen met vervoer van gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. De leidingen hebben een werkdruk van 66,2 bar en hebben een diameter van respectievelijk 24 en 35 inch. Het plangebied valt buiten het invloedsgebied van de leidingen en bovendien wordt er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die voorziet in de vestiging van kwetsbare groepen. Het plangebied ligt op een afstand van 260 meter van deze leidingen. Het groepsrisico is niet aan de orde.

Gasunie leidingen

Propaantank 3 m3

Figuur 12 : Uitsnede Risicokaart Noord-Brabant

5.6

Bedrijven en milieuzonering Algemeen

Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

62

woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te kunnen voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.

Verantwoording

Het plan ziet op het omzetten van de bestemming Agrarisch Bedrijf naar de bestemming Agrarisch verwant bedrijf, in de vorm van een dierenpension. Dit leidt niet tot de oprichting van nieuwe gevoelige functies (woningen). In relatie tot gevoelige objecten in de omgeving dient bekeken te worden of er voldoende afstand wordt gehouden tussen het bedrijf en woningen en andere milieugevoelige objecten in de omgeving. In de bijlage is in een afzonderlijke notitie ingegaan op de inpassing van het dierenpension in de omgeving, aan de hand van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Op basis van de bevindingen uit de toets aan de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering kan het volgende geconcludeerd worden: - Een gemiddeld modern dierenpension is een bedrijf in milieucategorie 3.2 met een grootste afstand van 100 meter voor geluid; - De omgeving Looienhoek is te typeren als omgevingstype gemengd gebied; - In gemengd gebied kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen voor een specifieke bedrijfsituatie. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

- Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek blijkt dat met het plan Looienhoek 1 voldaan kan worden aan geluidnormen naar de omgeving (bedrijfsactiviteiten en verkeer); - De overige aspecten geur, stof en gevaar zijn in deze niet relevant. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd dat een dierenpension inpasbaar is in de omgeving op basis van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Daarmee is een goed leefklimaat ter plaatse van de woningen geborgd. De effecten met betrekking tot verkeersbewegingen zijn in paragraaf 4.4 reeds behandeld.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

63

6 6.1

WATERPARAGRAAF

Beleid Waterwet

Op 22 december 2009 trad de Waterwet in werking. De Waterwet heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van waterwetgeving. Met de inwerkingtreding van deze wet is tevens de Watervergunning van kracht geworden. Een watervergunning van het waterschap Aa en Maas als waterbeheerder is nodig voor het gebruikmaken van een oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende beschermingszones door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen.

Provincie Noord-Brabant

Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Verordening ruimte Noord-Brabant. In de themakaart ‘water’ van de Verordening ruimte is de locatie niet gelegen binnen speciale zoneringen.

Watertoets

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht een watertoets voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het ruimtelijke planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. Zowel kwantiteit als kwaliteit zijn daarbij belangrijk. Het benutten van kansen en het combineren van functies wordt hierbij nagestreefd.

Waterschap Brabantse Delta

Waterschap Brabantse Delta is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap de hoofdlijnen van haar beleid uitgewerkt in verschillende thema’s. Waterberging en bescherming van de Natura 2000 – gebieden zijn de belangrijkste prioriteiten die in dit waterbeheerplan genoemd worden. De regels hieromtrent zijn nader uitgewerkt in de keur van het waterschap. Deze keur is recentelijk vernieuwd en geldt per 1 maart 2015 voor alle Brabantse waterschappen Binnen de Keur is onderhavige locatie niet gelegen binnen bijzondere of beschermde gebieden. De uitvoering van het beleid is opgesteld in zowel de Beleidsregels behorend bij de Keur 2015 als de Algemene Regels. In respectievelijk artikel 13 en 15 zijn de regels met betrekking tot de afvoer van het hemelwater opgenomen. Hierbij is aangegeven dat er enkel compensatie nodig is zodra sprake is van een toename van afgekoppeld verhard oppervlakte, met meer dan 2.000 m², of er sprake is van een totaal aan afgekoppeld verhard oppervlak van 10.000 m².

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

64

Tevens dienen voor alle waterhuishoudkundige werken waarvoor op grond van de Keur ontheffing noodzakelijk is, dit aangevraagd te worden bij het Waterschap. De bouw van de woningen dient te gebeuren binnen de kaders van het duurzaam omgaan met water en de beleiduitgangspunten van het waterschap. Hiervoor wordt in paragraaf 6.4 een nadere afweging gemaakt.

6.2

Waterhuishoudkundige situatie Riel ligt binnen het stroomgebied van de Lei. De locatie is gesitueerd in een infiltratiegebied. In de directe omgeving bevinden zich geen waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebieden. Ten oosten van het plangebied ligt een A-watergang die in oostelijke richting afwatert op de Lei. De omgeving is aangesloten op drukriolering. De bodem bestaat zand (hoge bruine enkeerdgrond, zEZ23). Gezien de gemiddeld hoogste grondwaterstand (80-120 cm –mv) kan geconcludeerd worden dat er voldoende drooglegging is en de bodem in principe geschikt is voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Figuur 13 : uitsnede Legger Waterschap Brabantse Delta

6.3

Beoogde ruimtelijke ontwikkeling Uit een vergelijking van de nieuwe situatie met de bestaande situatie, kan de toec.q. afname van de hoeveelheid verhard oppervlak berekend worden. De herbestemming vindt plaats binnen de bestaande bebouwing. De hoeveelheid verhard oppervlak (gebouwen, erfverharding) blijft derhalve ongewijzigd.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

65

6.4

Afweging met betrekking tot wateraspecten Scheiding van vuil water en schoon hemelwater

De locatie is aangesloten op het drukrioleringstelsel. Hierop wordt het huishoudelijke afvalwater geloosd. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding en kolkjes geloosd op omliggende perceelsloten en gronden. Daarmee wordt het vuile water en het schone hemelwater gescheiden. Bij nieuwbouw geldt de verplichting om het schone hemelwater van de verharde oppervlaktes op eigen terrein te infiltreren/bergen. Hieraan zal invulling gegeven worden.

Afweging hergebruik-infiltratie-berging-afvoer

Hergebruik van schoon hemelwater in de woonomgeving is beperkt mogelijk in de vorm van opvang van regenwater voor bijvoorbeeld het sproeien van de tuin. In de huidige situatie wordt het hemelwater via oppervlakkige afvloeiing afgevoerd naar de omliggende bermsloten. Voor de nieuwe woningen zal een oplossing gezocht worden in de vorm van (beperkt) hergebruik en bovengrondse infiltratie door oppervlakkige afvloeiing.

Hydrologisch neutraal ontwikkelen

De drie Brabantse waterschappen (Aa & Maas; De Dommel; Brabantse Delta) hebben sinds 1 maart 2015 dezelfde beleidsuitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij toename van verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat de plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal uitgevoerd moeten worden wat betekent dat voorkomen moet worden dat als gevolg van de uitbreiding versneld op het watersysteem wordt geloosd. In dit geval is er geen sprake van toename van verhard oppervlak. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande bebouwing. Er worden derhalve geen eisen gesteld aan retentie. Wel is van belang dat het hemelwater, wordt opgevangen en niet wordt afgevoerd op het riool of direct op het primaire watersysteem. De afvoer van regenwater verloopt via oppervlakkige afvloeiing naar de eigen tuin en naar de perceelsranden. In geval van zeer extreme situaties zal dan de eigen tuin onderlopen en afvloeien naar de naastgelegen onbebouwde agrarische gronden. Daarmee ontstaat er geen overlast voor derden.

Voorkomen van vervuiling

Verder is van belang dat bij de uiteindelijke uitvoering van de bouwplannen aandacht besteed zal worden aan het materiaalgebruik. Dit ter bescherming van de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarom zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van bouwmaterialen die niet uitlogen of uitspoelen.

Wateroverlastvrij bestemmen

Gezien de situering van het perceel en de grondwaterstanden valt het plangebied niet in een mogelijk overstromingsgebied. Wateroverlast is dan ook niet aannemelijk.

Waterschapsbelangen

Met dit plan zijn er geen directe waterschapsbelangen in het geding.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

66

6.5

Overleg Waterschap De waterparagraaf wordt in het kader van het vooroverleg voor advies en ter beoordeling voorgelegd aan het Waterschap.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

67

7 7.1

UITVOERBAARHEID

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de openbare voorbereidingsprocedure wordt het plan in procedure gebracht en is er voor eenieder de gelegenheid om kennis te nemen van het plan. In het kader van deze procedure bestaat er de mogelijkheid om op de plannen te reageren via de gangbare bezwaar- en beroepsprocedures. Aangenomen mag worden dat de beoogde functiewijziging van agrarisch naar wonen, en het vervallen van de geurcontour over een deel van de omgeving, maatschappelijk draagvlak heeft. Het college is bij de voorbereiding van het bestemmingsplan niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen.

7.2

Economische uitvoerbaarheid Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.

7.3

Grondexploitatie Op grond van artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan vast te stellen bij bouwplannen, zoals vastgelegd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeente besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Tussen gemeente en de initiatiefnemer wordt daartoe een zogenaamde anterieure overeenkomst inzake de grondexploitatie gesloten. In deze overeenkomst zijn bepalingen over onder meer de plankosten, grondexploitatie, landschappelijke inpassing, civieltechnische kosten en planschade tussen gemeente en initiatiefnemer opgenomen. Tussen gemeente en initiatiefnemer is een planschade overeenkomst afgesloten waarbij initiatiefnemer zich borg stelt voor eventuele planschade. Met deze overeenkomst is het verhaal van de kosten van grondexploitatie voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

7.4

Conclusie Er is sprake van een uitvoerbaar plan omwille van de volgende redenen: - tussen gemeente en initiatiefnemer is een planschade overeenkomst afgesloten, waarin door initiatiefnemer eventuele planschade voor zijn rekening zal worden genomen; - de kosten voor uitvoering van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer; - de gronden waarop de bestemmingswijziging ziet zijn in eigendom van initiatiefnemer; - er is niets gebleken van reële financiële, planologische of maatschappelijke belemmeringen.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

68

8 8.1

JURIDISCHE PLANOPZET

Uitgangspunten Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Daarbij is aangesloten op de regeling in het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

8.2

De gekozen bestemmingen Aan het plangebied worden de volgende bestemmingen toegekend: - Bedrijf - Dierenpension - Agrarisch Bedrijf - Dierenpension Deze bestemming is van toepassing op het perceelsgedeelte van het voormalige agrarische bouwvlak. Ter plaatse van deze bestemming is een dierenpension toegestaan. Agrarisch Deze bestemming betreft het perceelsgedeelte ten westen van het dierenpension waar het uitloopveld voor de honden komt. De agrarische bestemming van de gronden blijven gehandhaafd. Door middel van een functie-aanduiding ‘uitloopveld honden’ mogen deze gronden tevens gebruikt worden voor het dierenpension. Op deze gronden mag niet gebouwd worden. Wel mag het perceel omheind worden. Dubbelbestemmingen en functie-aanduidingen Verder zijn op de verbeelding de dubbelbestemmingen en aanduidingen opgenomen zoals die op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied gelden. Deze dubbelbestemmingen zijn in de regels van een regeling voorzien conform het vigerende bestemmingsplan. Op de gronden zijn de volgende dubbelbestemmingen/aanduidingen van toepassing: - Waarde – Archeologie - Gemeentelijk monument Voorwaardelijke bepalingen Teneinde zeker te stellen dat een aantal ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden die bepalend zijn voor de planopzet, zijn in de regels voorwaardelijke bepalingen opgenomen.

Daarbij gaat het om de volgende zaken: - Landschappelijke inpassing (conform inrichtingsplan).

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

69

9 9.1

DE PROCEDURE

Vooroverleg In het kader van het vooroverleg wordt het plan aangeboden aan de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta.

9.2

Te volgen procedure Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan een ieder een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen zullen beoordeeld worden en aanvullend in dit bestemmingsplan worden opgenomen.

9.3

Beroep bij de Raad van State en toegepaste bestuurlijke lus Bij besluit van 18 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Goirle het voorliggende bestemmingsplan vastgesteld. Tegen het besluit voor vaststelling van het bestemmingsplan is een beroep ingesteld bij de Raad van State. De Raad van State heeft naar aanleiding van dit beroep op 6 juli 2022 een tussenuitspraak gedaan (uitspraak 202002631/1/R2). In de tussenuitspraak van de Raad van State wordt de indiener van het beroep voor een deel in het gelijk gesteld, waardoor een aanpassing van het voorliggend bestemmingsplan nodig is. De Raad van State heeft geoordeeld dat de gebreken in het voorliggende bestemmingsplan met toepassing van een bestuurlijke lus in het genomen besluit kunnen worden hersteld. Om de gebreken in het bestemmingsplan te herstellen heeft de Raad van State in de uitspraak geoordeeld dat het voorliggend plan op de onderdelen 3.4, 3.5, 4.3 en 6.3 uit de uitspraak dient te worden aangepast. Concreet gaat het daarbij om het volgende: Het plan voldoet niet aan de voorwaarde dat een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel voorziet.

Weliswaar heeft de gemeenteraad in de plantoelichting aandacht besteed aan de vestiging van het dierenpension in relatie tot de omgeving, maar er is niet gebleken dat de gemeenteraad de aspecten die in de betreffende voorwaarde zijn genoemd daarbij ook heeft betrokken, waaronder de bijdrage aan het versterken van de omgevingskwaliteit en het leveren van een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. In het plan zijn geen regels gesteld die voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de EVZ, dan wel is gemotiveerd dat het gebied hiervoor minder geschikt wordt. Het plan is in dit opzicht strijdig met artikel 3.25 van de IOV. Artikel 4.4.2, aanhef en onder b, van de planregels verwijst ten onrechte naar de geluidrapportage van 7 september 2018, in plaats van de rappor-

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

70

-

tage van 18 juni 2019. In die rapportage zijn de te treffen maatregelen opgenomen in de paragraven 4.2.1 t/m 4.2.4. Het bestemmingsplan is in zoverre onzorgvuldig voorbereid. Artikel 4.4.3, aanhef en onder c, van de planregels verwijst naar de pagina’s 6 en 7 van het akoestisch rapport (Hoofdstuk 3, onder uitgangspunten pension). In het rapport van 18 juni 2019 zijn de uitgangpunten pension opgenomen op de pagina’s 7 en 8. Ook in zoverre is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid.

Op basis van het voorgaande heeft uitvoerig overleg met de provincie Noord-Brabant plaatsgevonden met betrekking tot hoe de gewenste ontwikkeling zich verhoudt tot de huidig geldende Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Met de provincie is overeengekomen dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de Interim Omgevingsverordening wanneer gelijktijdig toepassing wordt gegeven aan artikel 3.71 en artikel 3.73 (niet-agrarische functie) dan wel artikel 3.60 en 3.61 (agrarisch verwante functie). Tevens is met de provincie overleg gevoerd met betrekking tot de ecologische verbindingszone. Eveneens in overleg met de provincie is besloten de parkeervoorziening buiten de ecologische verbindingszone te laten. Tevens is gemotiveerd dat de voorgenomen ontwikkeling de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone niet beperkt. In goed overleg met de provincie zijn de voorgenomen wijzigingen in het plan verwerkt. Deze zijn als volgt: In het voorliggend plan is paragraaf 3.1.3 toegevoegd, waarin een zeer uitgebreide toetsing aan de huidig geldende Interim Omgevingsverordening is uitgevoerd.

Er is daarmee in voldoende mate aantoonbaar dat sprake is van een bestaand bouwperceel wanneer de bepalingen voor vestiging van een niet-agrarische functie dan wel agrarisch verwante functie gelijktijdig worden toegepast met de bepalingen voor uitbreiding van een niet-agrarische functie dan wel agrarisch verwante functie. Tevens is hierin een afweging gemaakt van de aspecten die in deze bepalingen zijn genoemd, waaronder de bijdrage aan het versterken van de omgevingskwaliteit en het leveren van een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Er is een uitgebreide motivatie opgenomen met betrekking tot de ecologische verbindingszone, waarin is gemotiveerd dat het gebied met de voorgenomen ontwikkeling niet minder geschikt wordt voor het verwezenlijken, het behouden en/of het beheren van de ecologische verbindingszone. Deze motivatie is eveneens opgenomen in de nieuw toegevoegde paragraaf 3.1.3. De voormalige paragraaf 3.1.3 is opnieuw genummerd naar paragraaf 3.1.4. Tevens is in overleg met de provincie bepaald dat de kwaliteitsverbetering van het landschap opnieuw berekend moet worden omdat volgens de provincie sprake is van een ontwikkeling in categorie 3 vanuit de werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant die de gemeente Goirle hanteert. De paragraaf is hierop aangepast.

De planregels zijn aangepast in die zin dat de in artikel 4.4.2 en 4.4.3 opgenomen verwijzingen naar het akoestisch rapport naar de juiste versie en pagina’s verwijzen. De verbeelding is in overeenstemming gebracht met de voorgenomen wijzigingen, waarbij het bestemmingsvlak voor de bestemming ‘Bedrijf’ is aangepast, zodat het parkeerterrein en de daarbij behorende toegang/inrit hier binnen gelegen zijn.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

71

Met de voornoemde wijzigingen is een nieuw besluit genomen door de gemeenteraad voor een gewijzigde vaststelling van het voorliggende plan, waarmee toepassing is gegeven aan de bestuurlijke lus naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State.

21 oktober 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

72

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan























!

#

"

!



















































!





$







0

)

%

*

+

&



$

)



!



'

"



(



















)





,

-



.

1

2

/

3

!

>

4

!





(



5

5

!

"

?



(

$

6

4

5

7

4

!

4

!

'

8





$

<

!

@

&

A

'



B

"

9

0

!

'







:

;

<

=

&

B

C

@

&

D

/

E





5



'

"

9

!







5

/

3

F





5

!

'











5

/

G

$

8

'

!

&



J

/



$

!





"

(

"

(





!

(

0

(



<

H

<

0



A

(

'

?

&

D

<

A

0

(

?

I



(

"

!

6

4

!

K

"

%

"

K



5

"

!



C

L









&

!



(

6

!

$

$

'

M







(

'

$





;

<

/



0



1

N

/

3

!

>

4

!





(



5

5

!

"

?



(

$

6

4

5

7

4

!

4

!

'









Q

"

A

4

O



!

<

H



A

6

K

I

!

!

'

I





(

:

>

&

P

<

=

R

C

&

D

/

E





5



'

"

9

!





<

3

F





5

!

'









@

H

D

A

&

/

3

E





5



6

5

S

0

6



C

T

@

6

5

S

0

6

6

5

S

0

6

S

0

6

$

6

4





5

6

$

!



3

6

J

!



(

"



(



V





"

"



S

5

!





0





$

$

5

U

&

"

!

(



!



6

5

!

0

!



/

W



0



'

1

$

!

4

6

(

!

U

"

9

6

X

/

3

3

!

>

4

!





(



5

5

!

"

?



(

$

6

4

5

7

4

!

4

!

'







Q



$

A

5



$

C

&

!



:

>

Q

E

=

&

D

T

A

&

D

/

E





5



'

"

9

!





<

3

F





5

!

'









I

L

$

L

I

L

A

&

/

3

E





5



6

5

S

0

6



6

5

S

0

6

6

5

S

0

6

6

5

S

0

6

$

6

4





5

6

$

!



3

<

J

!



(

"



(





L



L

L

5

L

5

Q

/

/

L



0







$

$

5

U

&

"

!

(

!





6

5

!

0



0

1



Y

/

3

!

>

4

!





(



5

5

!

"

?



(

$

6

4

5

7

4

!

4

!

'









P

"

A

4

O



<

!

H



A

6

K

I

!

!

'

I

!

(

:

>

P

&

=

<

<

C

&

D

/

E





5



'

"

9

!





<

3

F





5

!

'









@

H

D

A

&

/

3

E





5



6

5

S

0

6



C

@

@

6

5

S

0

6

$

6

4





5

6

$

!



3

J

!



(

"



(



V





"

"



S

6

5

S

0

6

6

5

S

0

6

!





0





$

$

5

&

U

"

!

(



!



6

5

!

0

!



/

W

Z





)







[

-







)



-

)

X



b

'

\

c

$



,



-

]



!

,

4

6









(



!



U

"



d

9





_



6







,









.





^

















^



_









,



`

)

a

,

]

,











)











a

,

e



f







g

h







i

g

3

1





j

]











j

k













j

^

l

$

5





E





5



4

!

'

!

4





5

"



(

6



0

/



0



G

<

G

D

G

C

G

R

G

/

m



,

m





8

!

'

8

!

S









j



-

0

:



8

0

,



!

:



]

j

5

r





S



S

4

6

a





)













j







)







n

j







o

p

b

q

p



_

o

p

b

2

p

p

^

,



(

N

!

6





7

S





5

"

=

K



=

:

s

=

/

t

6

:

r

'





"



S

6

!



K

!

6

"

$

'

=

3

s





3

(

!

S

0

:

u



'

4

"



S

6

!

5

S

S

6

=

:

s

=

2

2

p

B

@

A

@

2

2

p

B

@

A

@

X

Y

p

Q

@

A

@

2

N

p

P

@

A

@

o

q

p

3



$



U

&

!



w

"

'

'



!

5

"

!

5

0

:

!

!

'

v

S

6

"



:



!

E

'



!

:



S

S

l

6

6

"

"

'

(



$

S

K

S

5

$

"

'





'

=

$



6

5





=

=

3

s

$

x





W

$

(

\

)

!

6

5

.





-

!

&

%



'



6

'

S

"

j

5



!

'

$

$

&

!



,

$

6

3

:

W

'

s



s

$



S

U

M

!

!



U



#

"

'

:

"

S

(

u

:

$

'

y

'





S

"

7

S

&



$

K

6

"





4

!

S

'

!

S

!







6

=

=



=

/



:







'

t



S



6

"

$

$

'





$





'

$

6



7

6

&

$

:

9

S

6

!

'

$



'

'



$

!

9

!

'



K





"





=

$

4



!

S

6

=

!

$

(



6

S

$

u

H

6

5

!

H

:



$

&

S

!

;

'

!



S

!

6

:

6

u

$



'





(

S

S

"

6



!

&





=

6

=

3

:

!

E



5

&

>

"

>

"

!

$

!

(

S



6

5

$



!

K

'

&

4

I

:

"

>

"

!

9

!

'

(



S

6

&

5



'

S

'

K

0

"

&

"

=

S

(



'

!

=

:

s

=

/

3

9

6

J

5

!

!

y

"

!

#



!

$

!



!

3

'



6

$

'

$

6

$

:

'



y



$

!

:

u



$

'

'

:

$

F

'

S



5

'



S



6

!



:



(

S

E

S

S

6

K

K

6

6

!

'

S

6

4

K

4

"





4



L

$

&

'

=



:

6

4

"

s



L

=

=

<

=

:

s

=

3

#

"

#

$

#

S

!

'

:

(

!

y



0

&

!

S

'

6

:

K

F

S

'

6

S





"

S

(

'

6



4

=





S

6

=

3

"

J

"

s

6

4

S

6



:

$

s



=





$

&

!

5

:

:



V



:

J

!

!



;





6



,

I



4

"

z



"



$



0



S

S



{

&

S

6

%

(

$



S

'

'



&





&



!

%

!

"

,

(

6

(

S



"



K



=

=

=



6

K

I

"

0

5

$

/

<

=

$

'

(

!

6

K

I

$

'

!



I



(

!



A

G

B

G

P

G

T

G

Q

G

<

@

3

1





j

]











j

k













j

^

l

$

5





E





5



4

!

'

!

4





5

"



(

6



0

/

-

~





€



‚

ƒ

„

€

ƒ

†

€

†

ƒ





‡

ƒ





ˆ

‰

Š

‹



‰

.



1

Œ



Ž





2

‘

1

’



’

“

N

”

”

‘



8

!

S

0

:

r



(

S

6

6

7



5

"

K



1

“

–

”

“

X

Ž

”

1

”

”

‘

”

ž

•

Ž

Ÿ

ž

Y

’

¡

–

1

—

”

•

‘

˜

c



1



™

’

•

o

“

1

”

”



|

š

›

1

œ

š



™



q

’



1

š

Ž

’

œ

}

”

1

š

’

’



2

p

™

¢

=

/

t

6

:

s

r

'

$









"





S

6

6

!

!

"





K



!

6

!

:

"

l

$

"

'

"

=



S

(



'

"

6

=

/

3



!

G

"

$





$

5

:



£

"

S

(

!

(

"







6



'

!

!

:

(

"

l

"



"



K

$

'





5



=

=

3



$

&

8

!

!

'

w

0

"



'

:

(



!

8

:

$

5

"

0

!

6

:

5

"

"

S

S



U

v





(

!

4

'

K

!

S



6



'

S

$

S



'

=

=

=

!



6

5

!

0

2

}

2

}

<

Q

3

s

$

$



(



¥





m

5



¦





6





¤







"

)

$

'



S



§



I

%





j



&

"



!



!





I

!









&

j



.

!

$



¨

a

5

g





!

]

"





¬



©

2

<

H

h

h

ª

«





§



ª

h



§

^

A

(

'

?

&

D

­

<

A

0

(

?

I



/

1



J

®



W



(

!

'

U



"



!

$

j

5

:



.

U

!



"

'

\



$

)





¤





®







j

.



\

)





F

!

'

=

0



!

'

:

U

"



=

K

!



5



(

!

!

!



$

%

&

!

!

'

9



'

"

(

2

N

¯

&

!

!

'

9



'

"

(

2

N

¯

&

!

!

'

9



'

"

(

X

¯

&

!

!

'

9



'

"

(

o

¯

&

!

!

'

9



'

"

(

'

9

'

"

(

'

"

(

'

"

(

/

y

5

L



£





$



$

6

4

0

'

0

'

S

"

S

"





:

U

"



=

3

W

V

!



U

$

K



$

'











S

5

"

0

M

!







!





:

U

"



=

'

q

¯

&

2

c

¯

!

!

o

¯

&

2

p

¯

!

!

2

N

¯

!

o

¯

!

2

p

¯

&

p

p

¯

!

!



9





9



!



9

!



9



'

"

(

'

"

(



'

"

(



'

"

(

/

w

"

5

5

!

0



!

'

:

U

"



=

!

!

'

9



/

W

!

8

!

$

F

!

I

0





!





"





"

$





!

:

U

"



=

5





$



"

!

!

®

U

4

U

K

1

W

S





j

'



!

S



0



(

,

'

,





6

¤



E





®

5



I



$





j







5

I





S

,

&

,



$



$

'



5

S

&

2

!

!

'

9



Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

AKOESTISCH ONDERZOEK

Looienhoek 1 te Riel Dierenpension

Datum

: 18 juni 2019

Rapportnummer

: 219-RLo1-il-v1

Project

: Akoestisch onderzoek Ruimtelijke procedure Dierenpension Looienhoek 1 te Riel

Opdrachtgever

: Fam. De Bakker

Datum rapport

: 18 juni 2019

Projectleider Collegiale toets

Voor akkoord: A. van der Vleuten

: Ing. A. van der Vleuten : Ir. W.A. van Aerle

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Normstelling Ruimtelijke procedure, milieuzonering Activiteitenbesluit (milieu) Circulaire industrielawaai Natuurwet Algemeen

2 3 4 5 5 6

3.

Bedrijfsvoering

7

4. 4.1 4.2

Geluidbronnen bedrijf Mobiele bronnen Stationaire bronnen

9 9 9

5. 5.1 5.2 5.3

Resultaten Directe hinder (RBS) Bels lijntje (natuur) Indirecte hinder

13 13 15 16

6.

Conclusie

17

Bijlage 1 Bijlage 2a Bijlage 2b Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 3d Bijlage 4

: Situatietekening : Invoergegevens directe hinder : Invoergegevens indirecte hinder : Rekenresultaten- LAr,LT : Rekenresultaten- LAmax : Rekenresultaten indirecte hinder : Rekenresultaten natuurtoets Bels lijntje : Bepaling binnenniveau hondenverblijven, productinfo dakventilator

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

1. Inleiding In verband met de wens om een dierenpension met honden te beginnen, aan de Looienhoek 1 te Riel, zou de agrarische bestemming gewijzigd moeten worden naar een bestemming waar een agrarisch verwante inrichting (hondenpension) is toegestaan. Hiervoor is aan M & A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Het, eerder uitgebrachte, rapport (217-RLo1-il-v3a) d.d. 7 september 2018 is aangepast. In onderhavig rapport is een gewijzigde locatie van de afzuigventilator meegenomen en is de half dichtgemetselde deur (gevelbron 3/ 3a) op juiste wijze in het model meegenomen. Voor de nachtperiode is nu uitgegaan van 4% blaftijd. Aangezien nagenoeg alle honden in de nachtperiode slapen is dit een veilige aanname. Verder is de geluiduitstraling van de inrichting richting het Bels Lijntje (natuur) in beschouwing genomen. De geluidbronnen op het eigen terrein betreffen directe hinder. De voertuigen op de openbare weg betreffen indirecte hinder. Zowel de directe als de indirecte hinder dienen in het kader van een goede ruimtelijke ordening beschouwd te worden. Er zal worden getoetst aan de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor de bronniveaus van verschillende bronnen is gebruik gemaakt een aantal literatuur- en ervaringswaarden van bekende geluidbronnen.

De belangrijkste geluidsbronnen van de inrichting zullen bestaan uit hondengeblaf en personenauto- en vrachtwagenbewegingen van o.a. bezoekers van het dierenpension. In het dierenpension zullen maximaal 45 honden gelijktijdig gehuisvest worden en ca. 20 katten. Voor het gemiddelde en maximale bronvermogen voor de honden is respectievelijk 105 en 120 dB(A) per hond aangehouden.

1

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

2. Normstelling 2.1 Ruimtelijke procedure, milieuzonering Aangesloten is bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ editie 2009. Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een richtafstand tot gevoelige functies (zoals woningen) per bedrijfstype cq milieucategorie aangegeven. Regulier dient een stappenplan, zoals opgenomen in bijlage 5.3 van de publicatie en bijlage B ‘Toetsingskader’ van deze rapportage, gevolgd te worden. Onderhavige inrichting valt onder de categorie ‘Dierenasiels en -pensions’, SBI-code 9609. Deze heeft volgens lijst 1 -Activiteiten in het Groene Boekje milieucategorie 3.2. De bijbehorende richtafstand voor geluid bedraagt 100 meter (rustige woonwijk). De richtafstandenlijsten gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype In de VNG-publicatie worden richtafstanden tot woningen per bedrijfstype en omgevingstypen aangegeven.

Onderscheid wordt gemaakt tussen omgevingstype ‘rustige woonwijk’, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding, het qua aanvaarbare milieubelasting vergelijkbare omgevingstype ‘rustig buitengebied’ en omgevingstype ‘gemengd gebied’, een gebied met een matige tot sterke functiemenging en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. In het kader van de ruimtelijke ordening is uitgegaan van omgevingstype ‘rustige woonwijk’ . Voor de beschouwing van de mogelijke milieuhinder is de omgeving te vergelijken met omgevingstype ‘rustig buitengebied’. Richtafstanden De richtafstand behorende bij milieucategorie 3.2 bedraagt voor omgevingstype ‘rustige woonwijk’ 100 meter. Geluidonderzoek en bijbehorende grenswaarden De VNG-publicatie maakt onderscheid in een beoordeling van 1) de gemiddelde en maximale geluidniveaus ten gevolge van activiteiten op eigen terrein, en 2) de gemiddelde geluidniveaus ten gevolge van activiteiten buiten eigen terrein c.q. ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking.

2

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

Activiteiten op eigen terrein De geluidniveaus ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘rustige woonwijk’ mogen niet meer bedragen dan: C 45 dB(A) etmaalwaarde voor (langtijd)gemiddelde beoordelingsniveaus o 45 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 40 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 35 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur C 65 dB(A) etmaalwaarde voor maximale geluidniveaus (piekgeluiden) o 65 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 60 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 55 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur Activiteiten buiten eigen terrein De geluidniveaus ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘rustige woonwijk’ mogen niet meer bedragen dan: C 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking o 50 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 45 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 40 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur

3

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

2.2 Activiteitenbesluit (milieu) Een dierenpension valt onder de werksfeer van het Activiteitenbesluit. Voor het toetsingskader wordt aangesloten bij de geluideisen, zoals vermeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (‘Activiteitenbesluit’). Deze eisen, die gesteld worden aan de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus en de geluidbelastingen als gevolg van piekniveaus op de gevels van geluidgevoelige gebouwen, zijn overeenkomstig artikel 2.17 van bovengenoemd Besluit. Deze eisen zijn, als volgt: Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, geldt o.a. dat: • de niveaus op de in onderstaande tabel 2.1 genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.1 Geluideisen conform Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Dag 7.00 - 19.00 uur

•

Avond 19.00 - 23.00 uur

Nacht 23.00 - 7.00 uur

LAr,LT op de gevel van geluidgevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

Piekniveau op de gevel van geluidgevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

Piekniveau in in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.1 opgenomen piekniveaus zijn niet van toepassing op het laden en lossen.

De controle op en berekening van de in de voorschriften opgenomen geluidsgrenswaarden dient te geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" uitgave 1999.

4

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

Er bestaat de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften op te stellen. Er is voor de normering gezien de woonomgeving, conform milieu, uitgegaan van rustige woonwijk, weinig verkeer, zoals omschreven in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening: C 45 dB(A) etmaalwaarde voor (langtijd)gemiddelde beoordelingsniveaus o 45 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 40 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 35 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur C 65 dB(A) etmaalwaarde voor maximale geluidniveaus (piekgeluiden) o 65 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 60 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 55 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur 2.3. Circulaire indirecte hinder Door het ministerie van VROM aan gemeenten en provincies een circulaire opgesteld met regels voor de beoordeling van de geluidshinder veroorzaakt door wegverkeer van en naar een inrichting. Conform recente jurisprudentie dient deze vorm van geluidhinder beoordeeld te worden conform de ‘Industrielawaaimethode’. Conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 21 oktober 1998 geldt voor de indirecte hinder ten gevolge van het aan- en afrijdend verkeer een beperking van de reikwijdte van de milieuvergunning tot die afstand, waarbinnen de herkomst van het verkeer in alle redelijkheid kan worden teruggevoerd op de aanwezigheid van de inrichting. 2.4.

Natuurwet Aan de westzijde van het dierenpension bevindt zich het Belslijntje, dat is aangewezen als ecologische verbindingszone (EVZ) van het natuurnetwerk Brabant. Het betreft een groene schakel, welke natuurgebieden verbindt. Het betreft géén natura-2000 stiltegebied, zoals bedoeld in de provinciale milieuverordening Noord-Brabant. Er is dan ook geen sprake van een wettelijke geluidnormering. Om toch iets te kunnen aangeven over de akoestische kwaliteit ter plaatse van het Belslijntje, zou gekeken kunnen worden naar de geluidnormering voor natura-2000 stiltegebieden, zoals opgenomen in de provinciale milieuverordening Noord-Brabant. Hierin staat, conform art. 5.2.7 lid 4 het volgende: • Als richtwaarde voor de geluidbelasting vanwege een inrichting gelegen buiten een stiltegebied op minder dan 50 m van het stiltegebied geldt een geluidsniveau van 50 dB(A) LAeq,24 uur , 24 uur, op 1,5 meter hoogte, op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting.

5

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

2.5. Algemeen Er dient uit gegaan te worden van de maximaal planologische mogelijkheden. Ten aanzien van de locatie Akkerweg 2, waar zich een sportschool bevindt, is uitgegaan van de mogelijkheden om op dat terrein een bedrijfswoning op te richten. Hiervoor zijn enkele fictieve woningen opgenomen in het akoestisch model. Verder is rekening gehouden met de maximale mogelijkheden van de omliggende woonbestemmingen. In de bouwvoorschriften in bestemmingsplan staat het volgende: • De afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m, indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt geldt deze afstand als minimale afstand tot de as van de weg. • De afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 m. Op de uiterste, maatgevende locaties, waar in de toekomst woningen opgericht zouden mogen worden conform het bestemmingsplan, zijn rekenpunten opgenomen in het geluidmodel. Op geluidgevoelige bestemmingen, waar het hondengeblaf van de inrichting herkenbaar is, dient vanwege het intermitterende karakter van blaffen een strafcorrectie van 5 dB(A) aangehouden te worden op de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai). Verder is rekening gehouden met piekgeluiden in de dagperiode ten gevolge van laad- en losgerelateerde geluidbronnen (bijv. een optrekkende vrachtwagen).

In de milieuregelgeving mogen die specifieke bronnen worden uitgesloten van toetsing aan de normen.

6

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

3. Bedrijfsvoering Het bedrijf wil zich bezig gaan houden met de tijdelijke huisvesting van honden en katten (dierenpension). Hiervoor zijn op het terrein van de inrichting huisvestinggebouwen voor honden en katten aanwezig, waarin totaal maximaal 45 honden gelijktijdig kunnen worden gehuisvest. Verder is er een bedrijfswoning aanwezig (Looienhoek 1). Uitgangspunten pension: C Op het terrein van de inrichting zijn de personenautobewegingen van bezoekers van het honden- en kattenpension en dierenarts relevant. Het halen en brengen van de dieren geschiedt in de dagperiode. Er is uitgegaan van 15 auto’s, welke heen en terug rijden (30 bewegingen). Verder is het mogelijk dat er in de avondperiode 3 auto’s heen- en terug rijden (6 bewegingen). C

Het voer voor de honden en katten wordt geleverd met een auto en het lossen geschiedt handmatig.

C

De honden worden uitsluitend in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) buitengelaten in de uitlooprennen / veld (elke hond maximaal 2 uur). Voor de uitlooprennen / velden is de maximaal mogelijke planologische situatie in kaart gebracht. C maximaal 25 honden in het veld ten westen van de gebouwen (bronnen H1 t/m H8); C maximaal 20 honden in uitlooprennen/ strook ten zuiden van het huisvestinggebouw (bronnen H9 en H10);

Overzicht locaties honden

De honden worden uitsluitend in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) uitgelaten in de hondenweiden. Verder komen de honden niet buiten. Voor de hondenweiden is als uitgangspunt

7

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

gehanteerd dat er in totaal maximaal ‘90 uur’ honden buiten verblijven in de dagperiode. Ter verduidelijking, dit betekent dat bijvoorbeeld 45 honden, 2 uur per hond in de buitenweiden kunnen verblijven in de dagperiode. Er worden maximaal 25 honden in de buitenweiden aan de westzijde van het hondengebouw uitgelaten (elk 2 uur). Dit is gemodelleerd middels 8 bronnen (hond H1 t/m H8). Ter plaatse van het gedeelte aan de zuidzijde van het gebouw worden maximaal 20 honden buiten gelaten. Dit is gemodelleerd middels 2 bronnen (H9 en H10). De blaftijd bedraagt 5% hiervan. C

De ‘buitenzijde’ van de uitlooprennen wordt over de volledige hoogte van 1,5 meter akoestisch afgesloten (gesloten en een minimale massa van 10 kg/m2). De uitlooprennen zijn verder afgeschermd met gaaswerk.

C

De overige tijd verblijven de honden in de binnenverblijven. Er is uitgegaan van (worstcase): Dagperiode: 12 uur Avondperiode: 4 uur Nachtperiode: 8 uur

C

De hondenpoep wordt met het overige afval afgevoerd. Uitgangspunt is maximaal één vrachtwagen op een dag, welke heen en terugrijdt in de dagperiode.

C

Er komt een ventilator in het hondengebouw ten behoeve van de ventilatie.

Alle overige, niet specifiek genoemde geluidbronnen, zijn akoestisch niet relevant. Samenvatting -representatieve bedrijfssituatie-: Binnen de inrichting vinden de volgende geluidproducerende activiteiten plaats: C Honden buiten (buitenweiden) C Honden in binnenverblijven C Ventilator C Personenauto’s (halen en brengen dieren / dierenarts) C Vrachtwagenbeweging

8

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

4. Geluidsbronnen bedrijf 4.1. Mobiele bronnen Personenauto’s Binnen de inrichting vinden een aantal personenautobewegingen plaats die betrekking hebben op het halen/brengen van een hond of kat of de dierenarts. De rijroute, voor de rijbewegingen t.b.v. het pension, zijn in het akoestisch model ingevoerd als een mobiele rijlijn (route P1). • 30 heen- of terugbewegingen in de dagperiode • 6 heen- of terugbewegingen in de avondperiode Voor de personenauto’s (mobiele route P1) wordt in de berekeningen een langtijdgemiddeld en maximaal bronvermogen gehanteerd van respectievelijk 90 en 95 dB(A). Vrachtwagen Ten behoeve van het leveren van producten/ afvoer afval vinden er enkele bewegingen plaats met een vrachtwagen. De rijroute, voor de rijbewegingen van de vrachtwagens, zijn in het akoestisch model ingevoerd als een mobiele rijlijn (route Vr). • 2 heen- en terugbewegingen in de dagperiode (1 vrachtwagen heen en terug) Dit is het maximaal aantal bewegingen dat op één dag voorkomt. Voor de vrachtwagen (mobiele route Vr) wordt in de berekeningen een langtijdgemiddeld en maximaal bronvermogen gehanteerd van respectievelijk 102 en 107 dB(A). Voor de rijbewegingen is voor de vrachtwagen een rijsnelheid van 20 km/h en voor de personenauto’s een rijsnelheid van 40 km/h aangehouden.

Deze snelheid is een gemiddelde snelheid en deze zal in werkelijkheid voor het achteruit rijdend verkeer lager zijn en voor het vooruit rijdend verkeer hoger. 4.2. Stationaire bronnen 4.2.1 Honden Binnen de inrichting zullen in totaal maximaal 45 honden tegelijk worden gehuisvest. In het hondenpension zijn hiervoor voldoende binnenhokken gerealiseerd. Een binnenhok kan worden gebruikt om een hond af te zonderen. Aan de zuidzijde van de bebouwing komen buitenweiden. De honden kunnen elk minimaal 2 uur per dag buiten worden gelaten. Volgens een artikel in het vakblad Geluid van 1999 “Blaffende honden bijten niet” varieert de blaftijd tussen de 3 en 10 %. Blafgedrag in een hondenfokkerij wordt hoofdzakelijk bepaald door de voedertijd en bezoekers op het terrein. Voor een hondenpension, blijkt uit jurisprudentie (zaaknummer 200408068/1 d.d. 13-07-2005), dat voor dergelijke inrichtingen een blaftijd van 5% kan worden gehanteerd. De letterlijke tekst van de uitspraak is als volgt: ‘Uit het deskundigebe-

9

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

richt blijkt dat bij een hondenpension een blaftijd van 5% als representatief kan worden aangemerkt’. Wanneer de honden in de binnenhokken verblijven kan deze blaftijd lager liggen. Voor de honden is voor het langtijdgemiddeld bronvermogen 105 dB(A) aangehouden en voor het maximale bronvermogen is 125 dB(A) gehanteerd. Hiermee is rekening gehouden met enkele honden die tegelijkertijd een blafpiek veroorzaken (120 dB(A) van één hond + 5 dB(A) = 125 dB(A)). Voor onderhavige inrichting zijn een aantal relevante factoren aanwezig, welke als onderbouwing gelden voor de (theoretische) blaftijd van 5% voor de dag- en avondperiode en 4% voor de nachtperiode: • de honden buiten worden afgeschermd middels een gesloten omheining; visuele stoorbronnen zijn nagenoeg niet aanwezig; • binnen het bedrijf zal een zodanig hondenmanagement worden gevoerd, dat honden die meermalen aanhoudend blaffen direct terug in het binnenverblijf wordt gebracht. Hierdoor wordt de blaftijd aanzienlijk verminderd; • momenten waarvan bekend is dat de honden gaan blaffen (o.a. voertijd) geschieden binnen; • Een hond, welke als duidelijke stoorfactor voor andere honden optreedt (ook binnen) zal in een afzonderingsruimte worden geplaatst (wanden van deze ruimte lopen door tot het plafond); • In het hondengebouw is een ‘toegangssluis’ ontworpen (dubbele deurconstructie). • Het hondengebouw wordt geïsoleerd.

Alle naden en kieren in het bestaande gebouw worden zorgvuldig gedicht. Bij de berekeningen bij het dierenpension aan de Looienhoek te Riel is verdedigbaar (jurisprudentie en bovengenoemde maatregelen) dat is uitgegaan van een blaftijd van 5% voor zowel de dag-, als avondperiode en een blaftijd van 4% voor de nachtperiode (dan slapen nagenoeg alle honden). De honden worden in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) uitgelaten buiten. Als uitgangspunt gehanteerd dat er in totaal maximaal ‘90 uur’ honden in de buitenweiden verblijven in de dagperiode. Ter verduidelijking, dit betekent dat bijvoorbeeld 45 honden 2 uur per hond in de buitenweiden kunnen verblijven in de dagperiode. Maar bijvoorbeeld ook 30 honden elk 3 uur. Er worden maximaal 25 honden in de buitenweiden aan de westzijde van het hondengebouw uitgelaten (elk 2 uur). Dit is gemodelleerd middels 8 bronnen (hond H1 t/m H8). Ter plaatse van het gedeelte aan de zuidzijde van het gebouw worden maximaal 20 honden buiten gelaten. Dit is gemodelleerd middels 2 bronnen (H9 en H10). De blaftijd bedraagt 5% hiervan. De buitenzijde van de buitenweiden/ruimten worden over een hoogte van 1,5 meter hoogte afgesloten met een gesloten schutting (minimale massa van 10 kg/m2), welke absorberend (bijvoorbeeld middels Kokowall) is uitgevoerd aan de zijde waar zich de honden bevinden.

Tussen de verschillende hondenweiden is een afscherming aanwezig met gaaswerk.

10

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

4.2.3. Uitstraling door de binnenverblijven (honden) In het dierenverblijf bevinden zich maximaal 45 honden, verdeeld over de boxen. Het equivalent binnenniveau in de binnenhokken, nabij gevels bedraagt 105 dB(A) en voor de pieken is uitgegaan van 120 dB(A). In het gebouw wordt de verdiepingsvloer dusdanig geïsoleerd, dat er in de ‘zolder’ een lager geluidniveau heerst van maximaal 60 dB(A). De opbouw van deze tussenvloer wordt als volgt (boven-onder): C houten vloerplaten (dik >20 mm), met hierop glaswol (Soneroll, Isover) dik ca. 90 á 100 mm N.B. voor de bepaling van bovenstaande binnenniveaus wordt verwezen naar bijlage 4. Het hellende dak boven de tussenvloer bestaat uit dakplaten, houten gordingen en gebakken dakpannen. Ter plaatse van het hellende dak onder de tussenvloer (bij de honden), worden steenwol-isolatieplaten met een minimale dikte van 60 mm (bijvoorbeeld RockRoof) met een aftimmering van gipskartonplaten met een dikte van minimaal 9,5 mm aangebracht. Verder heeft het gebouw een steens muurconstructie. In de noordzijde en oostzijde bevinden zich enkele ramen van beton en enkelglas (uitgegaan van 4 mm dikte). De ventilatieopeningen aan de boven- en onderzijde van deze bestaande ramen dienen dichtgezet te worden met beplating, steenwol en een aftimmering van gipskartonplaten met een dikte van minimaal 9,5 mm.

Aan de oost- en westzijde zijn houten deuren gerealiseerd. De kierdichting van deze bestaande deuren dient verbeterd te worden door middel van het plaatsen van een kierdichtingsprofiel (enkele kierdichting). Als alternatief kan er voor gekozen worden, om tegen de deuren die niet gebruikt gaan worden, aan de binnenzijde steenwolisolatie en een aftimmering van gipskartonplaten met een dikte van minimaal 9,5 mm aan te brengen. Ter plaatse van het linker draaideel van de meest noordoostelijke deur (in het model bron ‘deur 3/3a’) is aan de binnenzijde reeds een gemetseld binnenblad gerealiseerd. Uitsluitend het rechter draaideel van deze deurconstructie is te openen. Verder dienen de grote deuren (afmeting 3,6 x 3,6 m2), mits deze lichter zijn dan 27 kg/m2, minimaal verzwaard te worden tot dat gewicht. De volgende isolatiewaarden zijn gehanteerd (RA, buiten): C Bestaand dak (boven zolder): C Dak met steenwolplaten en aftimmering (dierenverblijven): C Bestaande kleinere deuren (verbeterde kierdichting): C Grote deuren (verbeterde kierdichting, minimaal 27 kg/m2) C Linker deurdeel, noordoostelijke deur (bron 3) (met gemetseld binnenblad) C Betonraam met glasdikte 4 mm

24 dB(A) 30 dB(A) 23 dB(A) 27 dB(A) 38 dB(A) 27 dB(A)

Er is voor zowel de dag- als de avondperiode uitgegaan van een blaftijd van 5% en voor de nachtperiode van een blaftijd van 4% (dan slapen nagenoeg alle honden). Dit is een reële inschatting, gezien het feit dat de honden verdeeld worden over de boxen (visuele en akoestische afscherming).

11

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

De doorberekening is gemaakt conform de methode “Uitstraling gebouwen (methode II.7) van de Handleiding Meten en rekenen industrielawaai” 1999. Zie hiervoor bijlage 2. 4.2.4. Ventilatie Er wordt 1 ventilator geplaatst, welke 24 uur per dag in werking kan zijn. Er is voor het bronvermogen uitgegaan van 75 dB(A). Er dient een ventilator te worden geselecteerd, welke aan deze randvoorwaarde voldoet: Lw # 75 dB(A), oftewel maximaal 66 dB(A) op 1 meter afstand van de ventilator. Bijvoorbeeld Fancom type 3445 (diameter 450 mm), welke op maximaal 75% van het maximale toerental draait. Daar het geluidsniveau tot de vijfde macht evenredig is met het toerental betekent dit dat de reductie in het bronvermogen minimaal 6,25 dB bedraagt bij een toerental van 75%. Deze ventilator dient aan de zuidzijde van de nok van het hondengebouw te worden gerealiseerd met een maximale emissiehoogte van 3 meter. Voor de locatie van de ventilator in het geluidmodel wordt verwezen naar bijlage 2 in dit rapport.

12

Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2019

M & A Omgeving BV

5. Resultaten Met behulp van voornoemde invoergegevens is een akoestisch model samengesteld via het computerprogramma van DGMR “Geomilieu V4.50”. Dit akoestisch model is doorgerekend via methode II.8 van de handleiding “Meten en rekenen industrielawaai” (1999). Op een aantal waarneempunten op de gevels van de dichtst bijgelegen woningen en op referentiepunten, zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus bepaald voor de bedrijfssituatie. 5.1. Representatieve bedrijfssituatie Met een akoestisch model is de geluidsuitstraling naar de omgeving bepaald, aan de hand van methode II.8 van de handleiding “Meten en Rekenen Industrielawaai” (1999). Met behulp van het model zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus bepaald. De resultaten voor de representatieve bedrijfssituatie (RBS) staan gegeven in tabel 5.1. De volledige resultaten zijn gegeven in de bijlage 3a en 3b. Voor de dagperiode is een waarneemhoogte van 1,5 meter gehanteerd en voor de avond- en nachtperiode 5 meter. Tabel 5.1 : Geluidsuitstraling dierenpension LAr,LT [dB(A)]*

LAmax [dB(A)]

Immissiepunt

dag

avond

nacht

dag

avond

nacht

1. Brakel 1a

36

21

21

59

42

42

2. Brakel 6

38

20

19

61

42

42

3. Brakel 4

41

23

22

64

45

45

4. Brakel 2

41

28

25

65

52

49

5. Looienhoek 2 -zij-

43

34

29

70 (65)**

58

53

6. Looienhoek 2 -achter-

39

32

30

66 (65)**

54

54

7. Looienhoek 4

28

27

25

50

49

49

8. Akkerweg 1

35

28

27

58

51

51

9. Akkerweg 3

32

19

17

59

41

41

10. Fictieve woning Akkerweg 2

37

33

32

58

55

55

11. Fictieve woning Akkerweg 2

32

31

30

53

53

53

t010. Tuin Akkerweg 2

43

34

34

66

57

57

t006. Tuin Looienhoek 2

45

34

31

69

54

54

T003. Brakel 4 grens mogelijke woningbouw

41

25

23

65

46

46

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1305/documents/24237