04c Vaststellen aangepast bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
De gewenste ontwikkeling betreft geen bedrijfsvoering die zal concurreren met functies op het bedrijventerrein. Een dierenpension is, vanuit de vele jurisprudentie, aan te merken als een agrarisch verwante activiteit (gezien dienstverlening aan derden plaatsvindt door het houden van dieren). Daarmee ligt de ligging in het buitengebied meer voor de hand. Verder dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn voor de dieren om buiten te kunnen zijn. Hiertoe neemt de initiatiefnemer een uitloopveld in gebruik. Dit veld mag, gezien de agrarisch verwante aard van het bedrijf, op de agrarische gronden worden gerealiseerd. Gezien de nodige ruimte voor het uitloopveld, welke op bedrijventerreinen niet beschikbaar is, ligt vestiging op een bedrijventerrein niet voor de hand. De voorgenomen ontwikkeling komt met het dierenpension tegemoet aan de vraag naar goede, kwalitatief hoogwaardige opvang voor honden en katten op een rustige plek die van alle gemakken is voorzien. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling een nieuwe invulling gegeven aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Hiermee wordt leegstand en verpaupering van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voorkomen. Ook daarmee wordt invulling gegeven aan een maatschappelijk vraagstuk waar veel gemeenten en provincies in Nederland mee te kampen hebben. De voorgenomen ontwikkeling zal daarmee niet leiden tot leegstand elders.
Bij de voorgenomen ontwikkeling zal sprake zijn van een goede, bij het gebied passende landschappelijke inpassing. Hiertoe is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld waarin de voorgenomen landschappelijke inpassing nader is uitgewerkt en onderbouwd. Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en de omgeving. De gemeente heeft op basis van afspraken met de provincie de regionale 21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
32
afspraken Kwaliteitsverbetering Hart van Brabant vastgesteld. Hierin is de mate van investering in de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen nader in uitgewerkt. Wanneer aan de uitgangspunten in deze visie wordt voldaan dan is sprake van een voldoende grote investering in de ruimtelijke kwaliteit. Zoals nader omschreven in paragraaf 3.1.4 wordt aan de uitgangspunten uit dit afsprakenkader voldaan, waarmee een voldoende grote bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder wordt er aan de aanwezige bebouwing in zijn geheel een nieuwe invulling gegeven. Daarmee wordt leegstand van bebouwing in het buitengebied voorkomen. Hiermee wordt voorkomen dat de bebouwing verpaupert. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Alle bestaande bebouwing (circa 500 m²) wordt gebruikt voor de nieuwe functie. Sloop zou bovendien niet wenselijk zijn gelet op de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en het erf. Evenmin wordt er nieuwe bebouwing opgericht.
Gezien het voorgaande kan met de voorgenomen ontwikkeling worden voldaan aan de voorwaarden zoals zijn opgenomen in artikel 3.71 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant, waarmee de uitbreiding die mogelijk wordt gemaakt met toepassing van dit artikel gelijktijdig kan worden toegepast met de vestiging van de niet-agrarische functie zoals is opgenomen in artikel 3.73 van de verordening. De provincie Noord-Brabant geeft aan dat zij de voorgenomen bedrijfsvoering nadrukkelijk als agrarisch verwant beschouwen. Dit oordeel wordt gesterkt door de vele jurisprudentie die er heerst omtrent dierenpensions, waarin wordt bevestigd dat een dierenpension als agrarisch verwant kan worden beschouwd omdat sprake is van dienstverlening aan derden door het houden van dieren. Om deze reden is, naast toetsing aan de regels voor niet-agrarische functies, eveneens getoetst aan de regels voor agrarisch verwante functies.
Voor de vestiging van een agrarisch verwante functie zijn in artikel 3.61 de volgende regels opgenomen: Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf als: o de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving; o de ontwikkeling niet leidt tot splitsing (IOV) van het bouwperceel; o is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; o mestbewerking is uitgesloten. Als een binnen de omgeving passende omvang van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf geldt een bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare. Een nadere toetsing aan deze voorwaarden laat het volgende zien: -
Zoals reeds nader aangetoond bij de toetsing aan de voorwaarden uit artikel 3.73 en 3.71 is sprake van een functie die passend is in de omgeving.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
33
Zoals nader omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een onevenredige milieuhinder aan de omgeving en kan aan de geldende normen ten aanzien van de verschillende milieuaspecten worden voldaan. Daarnaast zullen met de voorgenomen ontwikkeling geen omliggende bedrijven en/of functies in de ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader is omschreven in paragraaf 4.4 van het voorliggende plan, geen sprake van aanpassingen aan of van een aantasting van de infrastructuur ter plaatse. Tevens zal parkeren geheel op eigen terrein plaatsvinden. Het aantal verkeersbewegingen zal met de voorgenomen ontwikkeling niet in onevenredige mate toenemen. Daarmee zal er geen sprake zijn van nadelige gevolgen op de mobiliteit en/of ontsluiting in het gebied. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een splitsing van het bouwperceel. Er zal sprake zijn van één bedrijf op één (uit te breiden) bouwperceel. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Alle bestaande bebouwing (circa 500 m²) wordt gebruikt voor de nieuwe functie. Sloop zou bovendien niet wenselijk zijn gelet op de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en het erf. Evenmin wordt er nieuwe bebouwing opgericht.
Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van de vestiging van of de omschakeling naar een kantoorfunctie met een baliefunctie, een lawaaisport en/of mestbewerking. -
Het bestemmingsvlak voor de niet-agrarische bedrijfsbestemming krijgt een omvang van ongeveer 3.650 m² (0,365 hectare). Daarbinnen zijn eveneens de parkeervoorzieningen gelegen. Dit is aanzienlijk minder dan de maximaal toegestane 1,5 hectare. Ook wanneer het uitloopveld voor de honden (van ongeveer 1.800 m²) meegenomen worden in de maximale oppervlakte van het bouwperceel dan zal sprake zijn van een aanzienlijk kleinere oppervlakte dan de maximaal toegestane 1,5 hectare.
Gezien het voorgaande kan met de voorgenomen ontwikkeling eveneens aan de voorwaarden voor vestiging van een agrarisch verwant bedrijf worden voldaan. Echter geldt vanuit de begripsbepaling voor vestiging dat vestiging alleen mogelijk is op een bestaand bouwperceel. Net als bij niet-agrarische functies in het landelijk gebied geldt echter dat de vestiging van een agrarisch verwante functie gelijktijdig mag plaatsvinden met de uitbreiding van een (bestaande) agrarisch verwante functie. Ook dit is door de provincie Noord-Brabant nader bevestigd. De regels voor uitbreiding van een agrarisch verwante functie zijn verwoord in artikel 3.60 en luiden als volgt: Er kan worden voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: o een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; o welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; o hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. 21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
34
Een nadere toetsing aan deze voorwaarden laat het volgende zien: -
De gemeente Goirle heeft bij het opstellen van de gemeentelijke visie en het bestemmingsplan voor het buitengebied voor verschillende gebieden onderzocht welke functies in de gebieden passend en wenselijk zijn. Nietagrarische bedrijvigheid is, onder voorwaarden, mogelijk in het gebied waarin de locatie is gelegen. Daarnaast zijn in de directe omgeving van de locatie al meerdere voormalige agrarische bedrijven gelegen die reeds zijn omgeschakeld naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie en/of naar burgerwoningen. Het gebied waarin de locatie is gelegen is daarmee steeds meer aan het transformeren van een agrarisch gebied naar een meer gemengd gebied met verschillende functies. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee goed binnen het gebied waarin de locatie is gelegen. Verder is bij de toetsing aan artikel 3.73 met een bredere scope naar de locatie in relatie tot het landschap gekeken. Uit die toetsing is te concluderen dat, gezien de aard van het gebied en het lint waarin de locatie is gelegen, sprake is van een functie die past in de omgeving. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader is omschreven in paragraaf 4.4 van het voorliggende plan, geen sprake van aanpassingen aan of van een aantasting van de infrastructuur ter plaatse. Tevens zal parkeren geheel op eigen terrein plaatsvinden.
Het aantal verkeersbewegingen zal met de voorgenomen ontwikkeling niet in onevenredige mate toenemen. Daarmee zal er geen sprake zijn van nadelige gevolgen op de mobiliteit in het gebied. Daarnaast wijzigt de verkeerssituatie bij de inrit naar het dierenpension niet ten opzichte van de bestaande situatie. Er is daarmee geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende en/of publieksaantrekkende werking. Zoals nader is aangetoond in de hoofdstukken 4 en 5 van het voorliggend plan zal de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige gevolgen hebben op de in de omgeving aanwezige functies en/of waarden. Tevens zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden en/of bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Daarnaast zullen ook geen andere functies in de ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad. Er is daarmee geen sprake van een belemmering van de verdere (al dan niet agrarische) ontwikkeling van het gebied. De gewenste ontwikkeling betreft geen bedrijfsvoering die zal concurreren met functies op het bedrijventerrein. Een dierenpension is, vanuit de vele jurisprudentie, aan te merken als een agrarisch verwante activiteit (gezien dienstverlening aan derden plaatsvindt door het houden van dieren). Daarmee ligt de ligging in het buitengebied meer voor de hand.
Verder dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn voor de dieren om buiten te kunnen zijn. Hiertoe neemt de initiatiefnemer een uitloopveld in gebruik. Dit veld mag, gezien de agrarisch verwante aard van het bedrijf, op de agrarische
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
35
gronden worden gerealiseerd. Gezien de nodige ruimte voor het uitloopveld, welke op bedrijventerreinen niet beschikbaar is, ligt vestiging op een bedrijventerrein niet voor de hand. De voorgenomen ontwikkeling komt met het dierenpension tegemoet aan de vraag naar goede, kwalitatief hoogwaardige opvang voor honden en katten op een rustige plek die van alle gemakken is voorzien. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling een nieuwe invulling gegeven aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Hiermee wordt leegstand en verpaupering van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voorkomen. Ook daarmee wordt invulling gegeven aan een maatschappelijk vraagstuk waar veel gemeenten en provincies in Nederland mee te kampen hebben. De voorgenomen ontwikkeling zal daarmee niet leiden tot leegstand elders. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal sprake zijn van een goede, bij het gebied passende landschappelijke inpassing. Hiertoe is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld waarin de voorgenomen landschappelijke inpassing nader is uitgewerkt en onderbouwd. Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en de omgeving. De gemeente heeft op basis van afspraken met de provincie de regionale afspraken Kwaliteitsverbetering Hart van Brabant vastgesteld.
Hierin is de mate van investering in de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen nader in uitgewerkt. Wanneer aan de uitgangspunten in deze visie wordt voldaan dan is sprake van een voldoende grote investering in de ruimtelijke kwaliteit. Zoals nader omschreven in paragraaf 3.1.4 wordt aan de uitgangspunten uit dit afsprakenkader voldaan, waarmee een voldoende grote bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder wordt er aan de aanwezige bebouwing in zijn geheel een nieuwe invulling gegeven. Daarmee wordt leegstand van bebouwing in het buitengebied voorkomen. Hiermee wordt voorkomen dat de bebouwing verpaupert. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Alle bestaande bebouwing (circa 500 m²) wordt gebruikt voor de nieuwe functie. Sloop zou bovendien niet wenselijk zijn gelet op de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en het erf. Evenmin wordt er nieuwe bebouwing opgericht.
Gezien het voorgaande kan met de voorgenomen ontwikkeling worden voldaan aan de voorwaarden zoals zijn opgenomen in artikel 3.60 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant, waarmee de uitbreiding die mogelijk wordt gemaakt met toepassing van dit artikel gelijktijdig kan worden toegepast met de vestiging van de agrarisch verwante functie zoals is opgenomen in artikel 3.61 van de verordening. Nabij de locatie is verder een zone gelegen die is aangemerkt als ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’. Voor de bescherming van deze zones zijn in artikel 3.25 van de verordening specifieke regels opgenomen. Daarbij geldt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de ecologische verbindingszone regels treft ten behoeve van het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone 21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
36
met een breedte van 50 meter in stedelijk gebied en 25 meter in landelijk gebied. Verder moeten regels worden gesteld om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die in ieder geval het oprichten van bebouwing beperken en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal het parkeerterrein worden verkleind. Hierbij zal het deel van de halfverharding ten behoeve van het parkeerterrein dat binnen de aangeduide zone is gelegen, zijnde de toerit/ingang van het parkeerterrein van ongeveer 6 x 1,3 meter (ongeveer 8 m²), worden gesaneerd. Daarmee zal geen sprake (meer) zijn van (half)verharding ten behoeve van de parkeervoorziening in de aangeduide zone. Daarbij zal de landschappelijke inpassing, welke in overeenstemming met stichting Het Brabants Landschap tot stand is gekomen, worden doorgetrokken op de plaats van de te saneren verharding. In overeenstemming met de stichting Het Brabants Landschap is de landschappelijke inpassing, conform het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage bij deze toelichting is opgenomen, opgezet zodat deze voorkomt dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone.
Met andere woorden, de realisatie van de landschappelijke inpassing draagt bij aan het verwezenlijken van de doelstellingen van de provincie met betrekking tot de te ontwikkelen ecologische verbindingszone. Door deze landschappelijke inpassing, in de vorm van een knip- en scheerhaag met daarlangs knotwilgen, door te trekken en de halfverharding te saneren wordt bijgedragen aan de invulling en realisatie van de ecologische verbindingszone. Zoals te zien in de volgende afbeelding is ook een beperkt gedeelte van het uitloopveld gelegen binnen de zone die op de provinciale kaart behorende bij de Interim Omgevingsverordening is aangemerkt als ‘Natuurnetwerk Brabant – ecologische verbindingszone’.
Kaart natuur en stiltegebieden, Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
37
Binnen de aangeduide zone dienen regels te worden gesteld die het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone met een minimale breedte van 25 meter borgen (omdat de locatie in het landelijk gebied is gelegen). De aangeduide zone betreft meer een zoekgebied voor de daadwerkelijke realisatie van de ecologische verbindingszone, waarvoor een concreet inrichtingsvoorstel moet worden opgesteld. Voor het betreffende gebied heeft de gemeente Goirle reeds een inrichtingsvoorstel met ontwerpen opgesteld, waarbij de te realiseren ecologische verbindingszone is ingetekend. Daarbij is de inrichting van het Bels lijntje als uitgangspunt genomen. Het Bels lijntje, dat sowieso deel gaat uitmaken van de ecologische verbindingszone, is in de voorgaande afbeelding weergegeven als grijsgroene strook binnen de paarse zone. Deze strook wordt geheel ingericht als ecologische verbindingszone. De breedte van 25 meter dient echter geborgd te zijn. Als een breedte van 25 meter wordt aangehouden, waarbinnen in ieder geval het Bels lijntje is gelegen, dan ligt het uitloopveld, zoals te zien in de volgende afbeelding, buiten de feitelijk te realiseren ecologische verbindingszone.
Te realiseren EVZ met breedte van 25 meter. De gemeente heeft het uitloopveld in het inrichtingsvoorstel eveneens buiten de feitelijk te realiseren ecologische verbindingszone gelaten. Dit is door de ecoloog van de provincie Noord-Brabant en de projectleider voor de inrichting van de ecologische verbindingszone bevestigd. Verder heeft de gemeente voor de verdere inrichting van de ecologische verbindingszone, naast de inrichting van het Bels lijntje, zogenaamde “stapstenen” in het ontwerp meegenomen. Dit betreffen wat grotere percelen die op een ecologische manier worden ingericht. Zoals te zien in de volgende afbeelding worden deze “stapstenen” niet ter plaatse van de locatie ingericht.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
38
Te ontwikkelen “stapstenen” uit inrichtingsvoorstel EVZ nabij de locatie. De voorgenomen landschappelijke inpassing, welke in overeenstemming met stichting Het Brabants Landschap tot stand is gekomen, draagt bij aan het verwezenlijken van de doelstellingen met betrekking tot de ecologische verbindingszone. Daarmee wordt voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone. Verder is het uitloopveld buiten het feitelijk gebied voor de inrichting en realisatie van de ecologische verbindingszone gelegen en staat dit de te ontwikkelen “stapstenen” niet in de weg. Verder is ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd, waarin de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling op natuurgebieden en mogelijk voorkomende soorten flora en fauna zijn onderzocht. Uit deze quickscan, waarvan het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting, blijkt dat de aanwezigheid van honden en het mogelijke hondengeblaf geen nadelige effecten zal hebben op de ecologische verbindingszone en de eventueel daarin voorkomende soorten flora en fauna.
De gekozen natuurlijke afscheiding van het uitloopveld, welke tevens als geluidreducerende maatregel fungeert, zorgt er voor dat de honden niet in de ecologische verbindingszone kunnen komen en daarmee geen feitelijke schade kunnen veroorzaken. Het uitloopveld zal daarmee geen nadelige invloed hebben op de ecologische waarden en de realisatie van de ecologische verbindingszone. Er is daarmee in voldoende mate aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot een verminderde werking van de ecologische verbindingszone. Tevens zal de voorgenomen ontwikkeling het behoud en beheer van de te realiseren ecologische verbindingszone niet in de weg staan. Met de voorgenomen ontwikkeling kan daarmee aan de bepalingen zoals zijn opgenomen in artikel 3.25 van de Interim Omgevingsverordening worden voldaan. Aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant wordt gezien het voorgaande in deze paragraaf voldaan.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
39
3.1.4 Kwaliteitsverbetering Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie Noord-Brabant op grond van artikel 3.2 van de Verordening Ruimte dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur. Het achterliggende idee is dat ontwikkelingen actief bijdragen aan versterking van het landschap. Dit gaat dus verder dan de reguliere landschappelijke inpassing die vooral is gericht op het mitigeren van de effecten van een ontwikkeling op de omgeving of het beperken van verlies aan omgevingskwaliteit. Kwaliteitsverbetering wordt niet alleen bereikt met een traditionele groene inpassing van het initiatief. De aanleg van (cultuurhistorische) landschapselementen, het terugbrengen of behouden van ontginningsstructuren, de realisering van nieuwe natuur, ecologische verbindingszones of landschapsversterkende maatregelen van waterstructuren dragen ook bij aan de kwaliteit van het landschap. Dit geldt ook voor sloop van bebouwing, het verbeteren van de recreatieve ontsluiting van een gebied en het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden.
Voor toepassing van de kwaliteitsverbetering sluit de gemeente Goirle aan op de systematiek zoals die in regionaal verband is afgesproken in de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ (november 2015). In deze werkafspraken wordt onderscheid gemaakt in een drietal categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen (extra kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). In onderhavige tabel is de regeling schematisch weergegeven.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
40
Toepassing van deze werkafspraken laat zien dat in onderhavig geval sprake is van een categorie 3 ontwikkeling (omschakeling naar een niet-agrarisch of agrarisch verwant bedrijf met uitbreiding van het bestaand bouwperceel). Voor een categorie 3 ontwikkeling geldt dat landschappelijke inpassing vereist is op basis van de regels inzake kwaliteitsverbetering en dat daarnaast een investering in de ruimtelijke kwaliteit dient te worden gedaan op basis van de behaalde bestemmingswinst door de waardevermeerdering van de gronden. Hiervoor zijn in de werkafspraken forfaitaire bedragen opgenomen voor de afzonderlijke bestemmingen. In de huidige situatie is sprake van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch bedrijf’, waarmee onderscheid is tussen agrarische gronden met en zonder bouwvlak. Voor agrarische gronden zonder bouwvlak is een forfaitaire waarde opgenomen van € 5,50 per m². Voor agrarische gronden met bouwvlak geldt een forfaitaire waarde van € 20,- per m². Het huidige bouwvlak is ongeveer 3.000 m² groot. Daarnaast is het huidige parkeerterrein ongeveer 590 m² groot, de daarbij behorende verharding (toerit van parkeerplaats naar het bedrijf) ongeveer 268 m² groot en heeft het uitloopveld een grootte van ongeveer 1.800 m². Er is daarmee in feite sprake van 3.000 m² aan agrarische gronden met bouwvlak en 2.658 m² aan agrarische gronden zonder bouwvlak.
De waarde van de huidige situatie is daarmee als volgt te bepalen: 3.000 m² x € 20,- = € 60.000,+ 2.658 m² x € 5,50 = € 13.290,-. = € 73.290,-.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
41
In de gewenste situatie zal het bouwvlak niet worden vergroot of gewijzigd. Daarmee is sprake van een bedrijfsbestemming met bouwvlak van ongeveer 3.000 m². De toerit van de parkeerplaats naar het bedrijf van ongeveer 268 m² blijft eveneens behouden. Het huidige parkeerterrein zal worden verkleind. Enerzijds zodat dit buiten de ecologische verbindingszone komt te liggen, anderzijds om de afstand van 30 meter tot de dichtstbijzijnde woning van derden te borgen. Het parkeerterrein zal daarbij worden verkleind tot ongeveer 502 m². Tezamen met de toerit zal daarmee in de gewenste situatie sprake zijn van gronden met een bedrijfsbestemming zonder bouwvlak van 770 m². Verder zal het uitloopveld voor honden, zoals is besproken met de provincie, de bestemming ‘Agrarisch’ behouden zonder bouwvlak, maar met een aanduiding die het uitloopveld mogelijk maakt. Het uitloopveld zal verder niet worden vergroot of gewijzigd. Daarmee is in de gewenste situatie sprake van een agrarische bestemming zonder bouwvlak van ongeveer 1.800 m². In de werkafspraken is voor gronden met een bedrijfsbestemming met bouwvlak een forfaitaire waarde van € 60,- per m² vastgelegd. Voor gronden met een bedrijfsbestemming zonder bouwvlak geldt een forfaitaire waarde van € 30,- per m².
De waarde van de gewenste situatie is daarmee als volgt te bepalen: 3.000 m² x € 60,- = € 180.000,+ 770 m² x € 30,- = € 23.100,+ 1.800 m² x € 5,50 = € 9.900,= € 213.000,-. De waardevermeerdering is dan als volgt te berekenen: € 213.000,- - € 73.290,- = € 139.710,-. Vanuit de werkafspraken dient hiervan minimaal 20% te worden geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Dit houdt in dat een minimale investering nodig is van € 27.942,-. Hierin wordt voorzien door de uitvoering van een beplantingplan dat in samenspraak met het Brabants Landschap is opgesteld (zie bijlage). De uitvoering, instandhouding en het beheer van het beplantingsplan wordt planologisch geborgd in de regels van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke bepaling. Daarnaast wordt tussen initiatiefnemer en gemeente een overeenkomst afgesloten met daarin bindende afspraken over de uitvoering, instandhouding en beheer van het beplantingsplan. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de regels inzake kwaliteitsverbetering. De mate van investering van het beplantingsplan wordt berekend op basis van de normen die vanuit het provinciaal beleid gelden (StiLa). Daarnaast zal op het deel van de parkeervoorziening dat wordt gesaneerd, in aansluiting op de bestaande groenvoorzieningen in de ecologische verbindingszone, een nieuwe knip- en scheerhaag worden aangeplant met daarlangs knotwilgen.
Dit sluit aan bij de knip- en scheerhaag en knotwilgen welke nu al aanwezig zijn in de ecologische verbindingszone ter hoogte van het uitloopveld. Verder worden een aantal inheemse solitaire bomen op het terrein geplant om de overgang van de ecologische verbindingszone naar het erf te verzachten. Het betreft 2 bomen op het uitloopveld, 1 boom op de agrarische grond tussen het uitloopveld en de parkeerplaats, 1 boom in de noordelijke punt boven de parkeerplaats en 2 bomen midden op het grasveld 21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
42
dat links van de oprit nabij de woning is gelegen. Deze aanplant wordt door de initiatiefnemer zelf als kwaliteitsverbeterende maatregel getroffen om de verbinding met de ecologische verbindingszone te versterken. Wanneer dit een onvoldoende grote investering betreft dan zal het resterende bedrag worden gestort in het gemeentelijke of een provinciaal groenfonds. Daarmee zal in voldoende mate worden voorzien in een investering in de ruimtelijke kwaliteit op basis van de behaalde bestemmingswinst door de voorgenomen bestemmingswijziging. Gezien het voorgaande wordt aan het gestelde in de werkafspraken Kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant zoals door de gemeente Goirle wordt gehanteerd.
3.2
Gemeentelijk beleid
3.2.1 Structuurvisie Goirle De gemeente Goirle beschikt over een Structuurvisie Goirle (2010), waarin het te voeren ruimtelijk beleid voor de gemeente voor de periode tot 2020 is uiteengezet. Aan de hand van te onderscheiden beleidsthema’s en deelgebieden wordt ingegaan op de toekomstige beleidsdoelstellingen voor de gemeente. De structuurvisie gaat vergezeld van een uitvoeringsprogramma. Grondslag voor de structuurvisie is de Toekomstvisie Goirle uit 2008, waarin de gemeente haar ambities voor 2020 heeft geformuleerd. Deze ambities zijn per deelgebied nader uitgewerkt. Voor dit plan spitst het beleid zich toe op het thema landbouw en deelgebied Buitengebied West, waartoe het plangebied behoort.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
43
Als onderdeel van het deelgebied Buitengebied West is in de Structuurvisie het volgende beleid geformuleerd.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
44
Het plangebied maakt deel uit van de bebouwingsconcentratie Looienhoek. Hiervoor is het volgende beleid geformuleerd.
Figuur 8 : Situering bebouwingsconcentratie In het algemeen geldt voor de landbouw het volgende beleid:
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
45
Een toets aan het beleid uit de Structuurvisie Goirle laat het volgende zien: - De omzetting van een agrarische locatie naar een agrarisch verwante locatie past binnen het VAB-beleid voor het buitengebied, en in het bijzonder binnen bebouwingsconcentraties waar het plangebied deel van uitmaakt; - Invulling wordt gegeven aan de invulling van de ecologische verbindingszone Bels Lijntje; - Bijgedragen wordt aan het behoud van cultuurhistorische bebouwing. De boerderij is een gemeentelijk monument.
3.2.2 Bestemmingsplan Buitengebied Op de gronden is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Goirle van kracht (vigerend per 20 april 2011). In 2015 is er voor dit plan een herziening opgesteld, ‘Landelijk Gebied, herijking’. In het bestemmingsplan is de locatie gelegen binnen de gebiedsbestemming ‘Agrarisch’. Op het bedrijfsperceel Looienhoek 1 rust de bestemming ‘Agrarisch bedrijf’ en voorzien van een bouwvlak. Deze gronden zijn bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, een grondgebonden agrarisch bedrijf. Er mag binnen het bestemmingsvlak gebouwd worden ten dienste van het ter plaatse uitgeoefende bedrijf. Het bouwvlak is circa 0,3 hectare groot. Tevens zijn de volgende aanduidingen van toepassing: - Gemeentelijk monument - Archeologische verwachtingswaarde (gronden buiten het bouwvlak). In het bestemmingsplan is in artikel 11.5.7 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het omzetten van een agrarische bestemming naar de bestemming Bedrijf mogelijk maakt, voor het vestigen van een agrarisch verwant bedrijf. Daarbij dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
46
-
-
-
-
De vestiging is niet toegestaan op locaties binnen de aanduiding GHS-natuur en 'GHS-landbouw' op de zoneringkaart: dit is niet het geval, het plangebied ligt niet binnen deze aanduidingen. Hergebruik van de gronden ten behoeve van agrarische doeleinden redelijkerwijs niet langer mogelijk is: de locatie is gesitueerd in een bebouwingsconcentratie en er horen zeer weinig gronden bij het bedrijf (totaal circa 1,5 hectare). Dit maakt dat agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet aan de orde is. Gelet op de algemene ontwikkeling in de agrarische sector van stoppende bedrijven is niet te verwachten dat deze locatie in aanmerking komt voor hergebruik. Het bestemmingsvlak mag niet worden vergroot: het dierenpension wordt gevestigd binnen het bestaande bestemmingsvlak, en binnen de bestaande bebouwing. Enkel voor de uitloop van de honden in de buitenlucht wordt een aparte voorziening gerealiseerd die deels buiten het huidige bestemmingsvlak komt te liggen. Op een locatie waarmee met toepassing van de Ruimte voor Ruimteregeling reeds gebouwen zijn gesloopt, mag geen nieuwe bebouwing worden gebouwd: dit is niet aan de orde. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast: dit is niet aan de orde. De ontwikkeling vindt plaats binnen het huidige bedrijfsperceel. Het boerderijcomplex op deze locatie is aangeduid als gemeentelijk monument.
Met de beoogde functieverandering wordt bijgedragen aan het behoud van deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De gronden buiten het bedrijfsperceel zijn aangeduid als archeologisch verwachtingswaarde. Hiervoor geldt een aanlegvergunningenstelsel. Geen van de genoemde werken/werkzaamheden zijn in dit geval aan de orde. Buitenopslag is niet toegestaan: er vindt geen buitenopslag plaats. Alle activiteiten gebeuren binnen de bestaande bebouwing (behalve de uitloop van honden).
Geconcludeerd kan worden dat het plan aan alle voorwaarden kan voldoen, met uitzondering van de bepaling dat het bestemmingsvlak niet vergroot mag worden. Hierdoor is gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid niet mogelijk. Aangezien de gemeente van mening is dat het plan ruimtelijk inpasbaar is, wordt daarom medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan die de beoogde ontwikkeling mogelijk maakt.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
47
Figuur 9 : uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’, bestemming ‘Agrarisch-Bedrijf’
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
48
4 4.1
RUIMTELIJKE ASPECTEN
Flora en fauna Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hiermee zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en Faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet. De wet heeft tot doel om de biodiversiteit in Nederland te beschermen. In de Wet natuurbescherming worden gebiedsbescherming, soortenbescherming en bosbescherming in aparte delen behandeld, voortbouwend op de drie vervangen wetten.
Gebiedsbescherming: Natura 2000
De Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en genieten op basis daarvan wettelijke bescherming. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Het meest nabij gelegen Natura2000 gebied ligt op een afstand van circa één kilometer ten oosten van het plangebied (Regte Heide & Riels Laag).
Figuur: situering Natura2000 gebied
Gebiedsbescherming: Natuur Netwerk Brabant
Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang. Voorbeelden van dergelijke gebieden in Brabant zijn: de bossen, de heide en vennen, de stuifduinen, de schraalgraslanden en wateren zoals rivieren en beken. Het doel van
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
49
het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Het Natuur Netwerk Brabant hangt samen met het Natuur Netwerk in de andere delen van Nederland en met het Europese net van natuurgebieden, bekend onder de naam Natura 2000. Het NNB bestaat uit: • bestaande natuur- en bosgebieden; • gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn gronden die met subsidie uit het Natuurbeheerplan zijn gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming is verdwenen; • nog niet gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn meestal agrarische gronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur, maar waar de gewenste natuurfunctie nog niet is gerealiseerd. De oude functie of bestemming is nog aanwezig; • ecologische verbindingszones. In de omgeving van het plangebied maakt het De Regte Heide en aangrenzende bosgebiedjes deel uit van het NNB. Deze gebieden liggen op circa één kilometer van het plangebied. Rondom deze gebieden liggen buffer- beschermingszones (Groenblauwe mantel, Attentiegebied NNB). Het Bels Lijntje is aangemerkt als ecologische verbindingszone. Dit grenst direct ten westen aan het plangebied.
Gezien de aard van het plan (functieverandering van agrarisch naar agrarisch verwant), zijn er voor de beschermde gebieden geen significante negatieve effecten te verwachten. Gesteld kan worden dat het beëindigen van de veehouderij en de daarmee samenhangende emissies (geur, ammoniak, fijn stof) een positief effect heeft. Tevens wordt met het plan invulling gegeven aan de realisering van de ecologische verbindingszone Bels Lijntje. In samenwerking met het Brabants Landschap is daarvoor een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
50
Figuur 10 : uitsnede kaart Verordening Ruimte, natuur en landschap
Soortenbescherming
Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot verstoring, aantasting van broedplaatsen en vernietiging van verblijfplaatsen van beschermde soorten. Dit kan er toe leiden dat het voortbestaan van de soort op termijn in gevaar komt. Om dit te voorkomen beschermt de Wet natuurbescherming in het wild levende planten- en diersoorten. De mate van bescherming hangt af van de zeldzaamheid en kwetsbaarheid van de soort. De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes: - Vogels in de zin van de Vogelrichtlijn - Dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en in de Europese verdragen van Bonn en Bern - Overige soorten, als bedoeld in bijlagen A en B bij de Wet natuurbescherming De wet hanteert het nee, tenzij principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Wel is het mogelijk om een vrijstelling of ontheffing aan te vragen. In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is per categorie bepaald welke verboden gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend. Het plangebied bestaat uit een agrarisch bedrijfsperceel met opstallen in agrarisch gebruik. Beplanting is aanwezig in de vorm van bomen en struiken op het voorterrein en op de perceelsgrenzen. De aangrenzende gronden worden intensief agrarisch gebruikt als weide en grasland.
Het plangebied en omgeving is in principe geschikt als leefgebied en foerageergebied voor vleermuizen. Binnen het plangebied zijn enkele broedende vogels te verwachten in de opgaande vegetatie aan de rand van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen zwaarder beschermde soorten vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en overige ongewervelden (zoals bijv. zeldzame dagvlinders en libellen) te verwachten, vanwege het ontbreken van geschikte biotoop. Het plan ziet niet op ingrepen in de fysieke omgeving. Er wordt geen bebouwing gesloopt op beplanting verwijderd. Met het definitief vervallen van de agrarische bestemming en de daarbij behorende emissies (geur, ammoniak, fijn stof) kan gesteld worden dat dit ook een positief effect heeft op de leefgebieden en de daar voorkomende diersoorten. Met de aanleg van nieuwe beplanting (EVZ Bels Lijntje)
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
51
en erfbeplanting wordt nieuw leefgebied gerealiseerd voor vogels en kleine zoogdieren. Negatieve effecten voor deze soortgroepen worden uitgesloten met inachtneming van de zorgplicht. Geconcludeerd kan worden dat er, buiten vleermuizen en vogels, zeer waarschijnlijk geen beschermde soorten voorkomen. Indien sloop- en bouwwerkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, worden de effecten op gevoelige soorten geminimaliseerd.
Bescherming houtopstanden
Houtopstanden die onder de werking van de Wet natuurbescherming vallen, mogen alleen worden gekapt als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De kap moet van te voren worden gemeld bij Gedeputeerde Staten van de provincie. Na de (gemelde) kap dient de eigenaar van de houtopstand ervoor te zorgen dat drie jaar na het kappen van het bos, hetzelfde areaal bos aanwezig is in de vorm van jonge beplanting. Provinciale Staten kunnen in een verordening regels stellen over het indienen van de melding en over de wijze waarop moet worden herbeplant. Het kappen van beschermde bomen is in dit geval niet aan de orde.
Algemene zorgplicht
In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een algemene zorgplicht opgenomen voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, voor bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving
4.2
Cultuurhistorie Provinciaal beleid
De omgeving van het plangebied maakt volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant geen deel uit van een gebied met bijzondere cultuurhistorische waarden. In de omgeving ligt wel de Regte Heide. Dit gebied is in de Verordening ruimte aangeduid als Cultuurhistorisch Vlak. De cultuurhistorische vlakken binnen de provincie verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid ervan. De provincie wil de onvervangbare waarden beschermen in de Verordening. Het gaat om de cultuurhistorische vlakken in de cultuurhistorische landschappen zoals aangegeven op de Cultuurhistorische Waardenkaart. Plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. Dit betekent dat het bestemmingsplan moet voorzien in een beschermende regeling zoals een vergunningstelsel en waar nodig verbodsbepalingen. Alle verschillende waarden en kenmerken in de cultuurhistorische vlakken, kunnen worden ondergebracht in een zevental hoofdcategorieën. Een overzicht hiervan is opgenomen in de CHW versie 3. Het plan leidt niet tot aantasting van het cultuurhistorische karakter van de omgeving.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
52
Figuur 11 : Uitsnede kaart Verordening ruimte: Cultuurhistorie
Gemeentelijk beleid
De gemeente Goirle heeft in 2014 de ‘Erfgoedverordening Goirle 2014’ vastgesteld. Deze verordening regelt de aanwijzing en instandhouding van gemeentelijk monumentale zaken. Voor het plangebied is van belang dat de boerderij is aangewezen als een gemeentelijk monument. De langgevelboerderij met rieten dak stamt uit de 17de eeuw, maar is wel verschillende keren verbouwd. Links achter de boerderij staat een fraaie stal met steunberen. Achter de boerderij bevindt een grote gemetselde schuur met zadeldak met wolfseind. In totaal is er, naast de boerderij, circa 500 m2 aan bebouwing aanwezig. Het complex is vooral bijzonder door een zeer fraai achtererf, compleet met waterput en bakhuis. Rond de boerderij staan tal van mooie bomen waaronder een notenboom. Het perceel is verder behoorlijk landschappelijk ingepast met bomen aan de weg en op de perceelsranden. De locatie wordt via een eigen oprit ontsloten via de Looienhoek.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
53
Door de herbestemming van de boerderij wordt bijgedragen aan het behoud van deze cultuurhistorisch waardevolle boerderij.
De aanduiding als gemeentelijk monument wordt in het bestemmingsplan overgenomen, met de daarbij behorende beschermende regelgeving uit het vigerende bestemmingsplan.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
54
4.3
Archeologie Wet op de archeologische monumentenzorg
In de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), aangenomen in 2006, is het doel van het in 1992 gesloten Verdrag van Valletta (Malta) verwerkt. Het doel is bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Met de Wamz wordt het Verdrag van Valletta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan dient de gemeente rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Goirle, zijn de gronden buiten het bestemmingsvlak aangeduid als een gebied met een archeologische verwachtingswaarde.
Dit houdt in dat het verboden is zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders op de gronden die zijn aangeduid als ‘archeologische waarde’, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: - het verzetten van grond (afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen) van meer dan 100 m3 een en ander voorzover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; - de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; - het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; - het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m² anders dan een bouwwerk. Al deze zaken zijn niet aan de orde. Archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.4
Mobiliteit en parkeren Verkeer De Looienhoek is onderdeel van de doorgaande route tussen Goirle-Riel en Alphen. Er is geen fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer. Het profiel van de wegen bestaat uit asfalt en grasbermen. Parallel hieraan loopt het Bels Lijnte, een voormalig spoortracé dat nu in gebruik is als fietspad. Op basis van de ‘worst case’ representatieve bedrijfssituatie zoals die in het akoestisch onderzoek gehanteerd wordt, wordt uitgegaan van de volgende verkeersbewegingen die het dierenpension genereert. Binnen de inrichting vinden een aantal personenautobewegingen plaats die betrekking hebben op het halen/brengen van een hond of kat of de dierenarts: • 30 heen- of terugbewegingen in de dagperiode • 6 heen- of terugbewegingen in de avondperiode.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
55
Ten behoeve van het leveren van producten/afvoer afval vinden er enkele bewegingen plaats met een vrachtwagen: • 2 heen- en terugbewegingen in de dagperiode (1 vrachtwagen heen en terug) Dit is het maximaal aantal bewegingen dat op één dag voorkomt. Het bedrijf wordt geëxploiteerd door de initiatiefnemers die bij het bedrijf wonen. Er is verder geen personeel. De aantallen verkeersbewegingen die als gevolg van het plan gegenereerd worden zijn beperkt te noemen en inpasbaar in het lokale verkeersbeeld. Door de beëindiging van het agrarische bedrijf komen de hiermee samenhangende transportbewegingen (veelal zwaar verkeer) eveneens te vervallen. Dit draagt bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Parkeren Het uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van het dierenpension volledig op eigen terrein wordt opgevangen. Om de parkeerbehoefte van een initiatief te kunnen bepalen, hanteert de gemeente Goirle de Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels uit 2011. In het geval van een nieuw initiatief wordt de parkeereis bepaald op basis van de parkeernormen zoals vastgelegd in de nota. Per functie zijn parkeerkengetallen opgenomen, deze zijn niet gedifferentieerd naar locatie. In de Nota Parkeernormen is de functie ‘dierenpension’ niet specifiek opgenomen.
Gezien de activiteiten van het dierenpension kan voor het bepalen van de parkeernorm het beste worden aangesloten bij de normen die gelden voor bedrijfsfuncties. In het dierenpension werkt slechts een beperkt aantal werknemers, waardoor de vergelijking kan worden gemaakt met een arbeidsextensief bedrijf. Hiervoor is in de nota een parkeernorm opgenomen van 0,8-0,9 parkeerplaats per 100 m2 bvo. Het bedrijf is circa 400 m2 groot. Uitgaande van deze oppervlakte en norm zijn voor het dierenpension tussen de 3 en 4 parkeerplaatsen benodigd. Gelijktijdig trekt een dierenpension wel bezoekers (die een korte tijd parkeren om hun hond of kat te halen of te brengen) waardoor voor de parkeernorm voor het bezoekersparkeren aansluiting kan worden gezocht bij de functie ‘kantoren’. Het dierenpension heeft een oppervlakte van 400 m2. Uitgaande van deze oppervlakte en een norm van tussen de 2,3 en 3,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, zijn voor het dierenpension tussen de 9 en 12 parkeerplaatsen benodigd. De gemeente gaat voor het dierenpension uit van een arbeidsextensief bedrijf. De gemeentelijke norm hiervoor is 0,8-0,9. Er worden meer parkeerplaatsen aangelegd dan volgens deze norm vereist is, omdat het bezoekersaandeel iets hoger zal zijn dan voor andere soorten arbeidsextensieve bedrijven.
De parkeernormen zoals opgenomen in de gemeentelijke parkeernormennota geven een bandbreedte voor het bepalen van de parkeerbehoefte, maar bieden onvoldoende basis om tot een eenduidige parkeereis te komen. Om een realistische parkeernorm voor het dierenpension te bepalen, is de bedrijfssituatie beschouwd, zoals die ‘worst case’ in het akoestisch onderzoek is opgenomen. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de akoestisch meest ongunstige situatie: een representatieve bedrijfssituatie met maximale mogelijke aantal voertuigbewegingen. In die ‘worst case’ situatie, die representatief is voor een drukke dag in de vakantieperiode, is sprake van 1 vrachtwagen en 18 personenauto’s die het terrein van het dierenpension bezoeken. Het laden en lossen van de vrachtwagen hoeft 21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
56
niet plaats te vinden op de (personenauto) parkeerplaatsen die zijn voorzien in het plangebied. Hiermee hoeft voor het bepalen van de parkeerbehoefte dus geen rekening te worden gehouden. Het aantal parkeerplaatsen moet wel groot genoeg zijn om te voorzien in de parkeerbehoefte van het personeel en de bezoekers. Voor het personeel van het dierenpension (de initiatiefnemers die ter plaatse wonen) zijn 2 parkeerplaatsen benodigd, die gedurende de hele dag bezet zijn. Zoals aangegeven in het akoestisch onderzoek, is op een drukke dag in de vakantieperiode sprake van 18 personenauto’s die het dierenpension bezoeken om een hond of kat te brengen of te halen. Om verstoring van dieren zoveel mogelijk te voorkomen, is sprake van venstertijden waarbinnen huisdieren kunnen worden gehaald en gebracht. Er vanuit gaande van dat de helft van de auto’s in de ochtendperiode het dierenpension bezoekt, dat (worst case) alle auto’s in één uur komen en gaan en dat gemiddeld 15 minuten wordt geparkeerd, zijn in deze maatgevende situatie 5 parkeerplaatsen nodig voor bezoekersparkeren. Op het terrein van het dierenpension worden 7 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om op eigen terrein volledig in de parkeerbehoefte te voorzien.
4.5
Technische infrastructuur De omgeving is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals drukriolering en andere nutsvoorzieningen (gas, water, elektra). Het plangebied blijft aangesloten op de bestaande infrastructuur, hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
57
5 5.1
MILIEUASPECTEN
Algemeen Voor dit project hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Op 1 april 2011 wijzigde het Besluit milieueffectrapportage. De wijziging houdt in dat als nieuwe activiteiten of projecten mogelijk worden gemaakt, een afweging moet plaatsvinden of een m.e.r.-beoordeling nodig is of niet. Een m.e.r.-beoordeling is nodig als niet kan worden uitgesloten dat het betreffende project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben op grond van de selectiecriteria zoals genoemd in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Die selectiecriteria hebben onder meer betrekking op de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en de aard van de omgeving. Mede gelet op wat elders in deze toelichting wordt opgemerkt over de afzonderlijke milieuaspecten, heeft het project geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in de zin van het Besluit milieueffectrapportage en de Europese richtlijn.
5.2
Bodem Algemeen
Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In het kader van de bouwaanvraag voor de nieuwe woningen, dient inzichtelijk gemaakt te worden of de bodem op de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Om vast te stellen of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen) dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Hiermee dient te worden aangetoond dat de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem en grondwater geen belemmering oplevert voor het beoogde gebruik.
Verantwoording
Aangezien het gebruik niet relevant wijzigt, (van agrarisch naar agrarisch verwant) en er geen nieuwe milieugevoelige objecten worden mogelijk gemaakt met dit plan, is een bodemonderzoek derhalve niet aan de orde.
5.3
Geluid Algemeen
Het is van belang om mensen te beschermen tegen geluidshinder en tegen nadelige gezondheidseffecten door geluid. Het belangrijkste wettelijke kader hiervoor is de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet biedt geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door zonering. Geluidsgevoelige gebouwen zijn woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Dat zijn onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
58
Binnen bepaalde afstanden (zones) van verschillende geluidsbronnen gelden grenswaarden voor de geluidsbelasting op gevoelige gebouwen en terreinen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. Ook gelden er grenswaarden voor het akoestische klimaat in de gebouwen zelf. In situaties waarop de Wgh niet van toepassing is, is de bescherming tegen geluid toch verzekerd. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet in die gevallen namelijk altijd nog sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening Dit geldt bijvoorbeeld bij wegen waar maximaal 30 km/uur gereden mag worden of bij bedrijven die niet op een geluidsgezoneerd bedrijventerreinen liggen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan betrekking hebben op het realiseren van een geluidgevoelige functie en/of op het toevoegen van een nieuwe geluidsbron. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient voor alle functies die gevoelig zijn voor geluid bepaald te worden of na realisering van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Verantwoording
Het plan voorziet niet in nieuwe geluidgevoelige objecten (woningen). Er dient derhalve geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd te worden. Voor het plangebied is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd (zie bijlage). Aangesloten is bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ editie 2009. Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een richtafstand tot gevoelige functies (zoals woningen) per bedrijfstype cq milieucategorie aangegeven. Regulier dient een stappenplan, zoals opgenomen in bijlage 5.3 van de publicatie en bijlage B ‘Toetsingskader’ van deze rapportage, gevolgd te worden. Onderhavige inrichting valt onder de categorie ‘Dierenasiels en -pensions’, SBI-code 9609. Deze heeft volgens lijst 1 -Activiteiten in de VNG publicatie milieucategorie 3.2. De bijbehorende richtafstand voor geluid bedraagt 100 meter (rustige woonwijk). De richtafstandenlijsten gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). In de VNG-publicatie worden richtafstanden tot woningen per bedrijfstype en omgevingstypen aangegeven.
Onderscheid wordt gemaakt tussen omgevingstype ‘rustige woonwijk’, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding, het qua aanvaarbare milieubelasting vergelijkbare omgevingstype ‘rustig buitengebied’ en omgevingstype ‘gemengd gebied’, een gebied met een matige tot sterke functiemenging en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. In het kader van de ruimtelijke ordening is uitgegaan van omgevingstype ‘gemengd gebied’. Voor de beschouwing van de mogelijke milieuhinder is uitgegaan van de ‘worst case benadering’ dat de omgeving te vergelijken is met omgevingstype ‘rustig buitengebied’.
21 oktober 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
59
In de berekening is uitgegaan van een representatieve bedrijfssituatie waarbij er sprake is van bedrijfsactiviteiten op eigen terrein (het houden van maximaal 45 honden op hetzelfde moment met bijbehorende activiteiten) en activiteiten buiten het eigen terrein (verkeer). Het hoogste geluidsniveau (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) op woningen bedraagt 43 dB(A) (inclusief impulscorrectie hondengeblaf) etmaalwaarde ter plaatse van de zijgevel van de woning aan de Looienhoek 2. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de dagperiode worden met name bepaald door de rijdende vrachtwagen en blaffende honden. In de avond- en nachtperiode is het geluid van de ventilatoren, samen met geluid vanuit het dierengebouw (hondengeblaf) maatgevend. De geluidniveaus ten gevolge van de indirecte hinder bedragen maximaal 38 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Ten aanzien van de optredende maximale geluidsniveaus (piekgeluiden) kan worden geconcludeerd dat ten gevolge van een rijdende / optrekkende vrachtwagen op de toegangsweg de streefwaarde van 65 dB(A) voor de dagperiode wordt overschreden met maximaal 5 dB(A) ter plaatse van één woning (Looienhoek 2). Gezien de aard van het geluid en de frequentie waarmee dit piekgeluid voor komt is dit, in de praktijk, geen probleem.
Een optredend piekgeluid van 70 dB(A) ten gevolge van één vrachtwagen in de dagperiode is, naar verwachting, geen belemmering om de bestemming te kunnen wijzigen. Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden, dat er aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat kan worden voldaan. Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan het akoestisch klimaat ten gevolge van de gewenste bedrijfsactiviteiten met honden op de locatie Looienhoek 1 te Riel, zowel binnen als buiten de woningen rondom de inrichting als goed betiteld kan worden. Uit akoestisch oogpunt is er derhalve geen belemmering om de huidige bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen naar ‘Agrarisch verwant bedrijf’ in de vorm van een dierenpension.
5.4
Luchtkwaliteit Algemeen
Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit hebben tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit dienen getoetst te worden aan afdeling 5.2 van de Wet milieubeheer. Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten verslechteren de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM). Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is