CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 7 Toelichting, regels en verbeelding.pdf

Oordeelsvormend 15 februari 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel voorontwerp-bestemmingsplan Bakertand31.522 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daarnaast zijn in de woning en in bijgebouwen onder voorwaarden aan huis verbonden beroepen en bedrijven als ondergeschikte nevenfunctie toegestaan. Artikel 12 Waarde - Archeologie Ter bescherming van eventuele archeologische waarden in de grond is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Voor het bouwen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport van een archeologisch onderzoek over te leggen, waaruit moet blijken dat de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate veilig worden gesteld.

Bakertand Pagina 48 van 51

Niet voor iedere bodemingreep is archeologisch onderzoek verplicht. In artikel 12 zijn de volgende uitzonderingen van de onderzoeksplicht opgenomen: werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen waaronder in ieder geval moet worden verstaan ploegen, eggen, het uitbaggeren van sloten en greppels, of werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. Tevens is een vergunning niet nodig indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn. 6.3.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 van de regels is een aantal standaardregels opgenomen, te weten de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. 6.3.4

Overgangs- en slotregel

Artikel 20 Overgangsrecht In dit artikel is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige bestemmingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. In geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. Deze bouwwerken mogen voorts nog, met maximaal 10% worden uitgebreid. De overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken zijn niet van toepassing op bebouwing die reeds in strijd was met het voor het onderhavige bestemmingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het strijdig gebruik mag worden gecontinueerd. Een uitzondering wordt echter gemaakt voor het gebruik dat reeds strijdig was met het voor het onderhavige bestemmingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Verandering van het gebruik is niet toegestaan tenzij de afwijking naar haar aard en omvang niet wordt vergroot. Artikel 21 Slotregel In dit artikel is de benaming van het bestemmingsplan opgenomen.

Bakertand Pagina 49 van 51

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de (economische) uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werk door de gemeente moet de economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.

7.1

Economische uitvoerbaarheid

PM, wordt toegevoegd bij ontwerpbestemmingsplan

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Omgevingsdialoog

Ten behoeve van gebiedsontwikkeling Bakertand zijn diverse vormen van omgevingsparticipatie gehanteerd. Bij de start van het proces (bij het opstellen van het koersdocument) zijn ca. 700 brieven verspreid in de omgeving van het plangebied met de vraag of men zich wilde aanmelden voor het planteam Bakertand. 24 omwonenden hebben zich hiervoor aangemeld. Vanuit elke omliggende wijk konden vervolgens 2 bewoners deelnemen. Vanuit Abcoven Noord 2 bewoners, vanuit Boschkens Oost 2 bewoners, vanuit Grobbendonck Noord 2 bewoners en vanuit Bakertand zelf 3 bewoners. Daarnaast nam ook een vertegenwoordiger van Duurzaam Riel Goirle en vanuit het Biodiversiteitsteam Goirle Riel deel aan het eerste planteam overleg. Het biodiversiteitsteam Goirle Riel is na dit eerste planteam overleg via separate overleggen aangehaakt. In totaal zijn er inmiddels 5 formele planteam overleggen geweest en één apart overleg ten behoeve van afstemming met de wethouder: Planteam overleg 1: 18 september 2018. 11 planteam deelnemers. Planteam overleg 2: 14 mei 2019. 9 planteam deelnemers. Overleg planteam wethouder Swaans (overleg 3): 14 mei 2020 (digitaal ivm corona). Planteam overleg 4: 11 november 2020 (digitaal ivm corona). 6 planteam deelnemers. Planteam overleg 5: 1 februari 2021 (digitaal ivm corona): 7 planteam deelnemers. Planteam overleg 6: 1 november 2021.

6 planteam deelnemers, 7e planteamdeelnemer is apart bijgepraat. Van elk planteam overleg zijn verslagen gemaakt, behalve van overleg 3. Het planteam overleg wordt ook hierna doorgezet ten behoeve van de verdere inrichtingsplannen. In de verzonden brief werd ook de mogelijkheid geboden voor bewoners uit het gebied zelf om individueel in overleg te gaan met Bakertand BV. Hier is door diverse bewoners gebruik van gemaakt en er zijn dus ook diverse losse overleggen gevoerd met bewoners en grondeigenaren in het plangebied zelf. Naast de planteam overleggen zijn er nog andere overleggen geweest met de omgeving, waaronder een workshop en twee vervolg overleggen met bewoners uit Boschkens Oost, wonend aan de muur die grenst aan de Bakertand. Daarnaast is er een workshop geweest met onder andere het waterschap en het biodiversiteitsteam over de inrichting van de noordelijke zone. Daarnaast zijn nog enkele individuele overleggen gevoerd met het biodiversiteitsteam. Naast deze kleinere overleggen zijn er ook twee grote inloopavond geweest: Inloopavond 1: 8 februari 2021. Wegens corona was deze inloopavond digitaal. In totaal zijn er

Bakertand Pagina 50 van 51

700 brieven verzonden, en hebben bewoners van 45 adressen zich aangemeld. Van deze bewoners zijn 10 uiteindelijk niet aangesloten bij de avond en waren sommigen met 2 personen. De avond was verdeeld in 9 blokken van 20 minuten, met circa 5 aanmeldingen per blok. Op 9 februari 2021 is nog één blok georganiseerd. Daarnaast zijn er nog diverse mails met vragen en opmerkingen verzonden naar het mailadres van Bakertand BV. Van deze avonden is een verslag gemaakt. Inloopavond 2: PM: Volgt zodra voorontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt De belangrijkste planinhoudelijke aandachtspunten die bewoners aandragen zijn de verdichting, de effecten op de bestaande verkeersstructuur en met name op de Abcovenseweg, de toegevoegde waarde van de noordzone als uitloopgebied, de aansluiting op en overgang naar de wijk Boschkens en de uitvoering van de maatschappelijke voorziening. 7.2.2

Inspraak

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en deze is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de geldende gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee is in artikel 150 van de Gemeentewet onder meer bepaald dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Inspraak zal plaatsvinden volgens de in de Inspraakverordening opgenomen procedure. 7.2.3

Vooroverleg

Het voorontwerpbestemmingsplan wordt aan diverse betrokken adviesinstanties en -organen toegezonden in het kader van overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. De reacties die hieruit naar voren komen, worden - indien nodig - verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. 7.2.4

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan Bakertand ligt gedurende 6 weken ter inzage. Met terinzageligging wordt eveneens bedoeld het publiceren en inzichtelijk maken op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Binnen 12 weken na ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan stelt de gemeenteraad van Goirle het bestemmingsplan vast. De vaststelling van het bestemmingsplan dient in principe binnen 2 weken na de vaststelling bekend te worden gemaakt. 7.2.5

Beroep

Na vaststelling van het bestemmingsplan "Bakertand" kan binnen 6 weken na bekendmaking beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bakertand Pagina 51 van 51

Bakertand

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 13

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Bestemmingsregels Bedrijf Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen Groen - 1 Groen - 2 Maatschappelijk Natuur Verkeer Wonen Woongebied Waarde - Archeologie

15 15 16 19 21 23 25 27 29 32 36

Hoofdstuk3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

38 38 39 41 42 43 44 45

Hoofdstuk4 Artikel 20 Artikel 21

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

46 46 47

Bakertand Pagina 2 van 47

Regels

Bakertand Pagina 3 van 47

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan "Bakertand" met identificatienummer NL.IMRO.0785.BP2021004Bakertandvo01 van de gemeente Goirle. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen). 1.3

aaneen gebouwde woningen:

een blok van meer dan twee aaneen gebouwde woningen inclusief de van dit blok deel uitmakende eind- of hoekwoningen. 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6

aan huis verbonden bedrijf:

het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid dat door ten minste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning of de daarbij behorende aangebouwde bijgebouwen past, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie, in ruimtelijke en visuele zin blijft behouden, en de activiteit ter plaatse kan worden uitgeoefend, waaronder een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort, met dien verstande dat de activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer en is vermeld in categorie A van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij deze regels) of voor wat betreft de aard en omvang in relatie tot de milieuhinder die de bedrijfsactiviteit veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden met een bedrijf dat behoort tot één van deze categorieën.

Bakertand Pagina 4 van 47

1.7

aan huis verbonden beroep:

een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, kunstzinnig of hiermee te vergelijken gebied – niet zijnde detailhandel, dat door ten minste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie blijft behouden, en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke en visuele uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.8

archeologisch onderzoek:

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling, dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), met als resultaat het overleggen van een archeologische rapportage zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988. 1.9

archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.10

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11

bedrijf:

een inrichting of instelling, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.12

bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde een bedrijfswoning. 1.13

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.14

beeldkwaliteitsplan:

het als bijlage 1 bij deze planregels behorende en daarvan onderdeel uitmakende Beeldkwaliteitsplan Bakertand. 1.15

begane grond:

de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 meter boven meetniveau is gelegen. Onder een begane grondlaag wordt eveneens een souterrain verstaan. 1.16

bestaande situatie (bebouwing en gebruik):

a. legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals deze mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Bakertand Pagina 5 van 47

1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak. 1.18

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19

bevoegd gezag:

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wabo. 1.20

bijgebouw:

een al dan niet vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.21

boerderijwinkel:

een verkooppunt waar hoofdzakelijk producten van de boerderij worden verkocht. 1.22

bouwen:

plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.23

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak. 1.24

bouwlaag:

een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.25

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel. 1.27

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.28

bouwwerk:

elke bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect en duurzaam met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

Bakertand Pagina 6 van 47

1.29

carport:

een op de grond staande overkapping van één bouwlaag bij een bestaande woning of een bestaand woongebouw, die bedoeld is als een overdekte stallingsruimte voor personenauto's, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door de woning of daarbij behorende bijgebouwen en/of ondersteuningen van de overkapping, die niet wordt aangemerkt als gebouw. 1.30

dak:

de bovenafdichting van een gebouw. 1.31

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde een supermarkt. 1.32

dienstverlening

het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.33

escortbedrijf:

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overigen). 1.34

evenement:

1. elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet en artikel 5.22 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015; g. sportwedstrijden, welke niet plaatsvinden op of aan de weg. 2. onder evenement wordt tevens verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging op de weg als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015; d. een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue op een dag (klein evenement). 1.35

evenementenbeleidsnota:

het evenementenbeleid van de gemeente Goirle zoals dat geldt op het moment van de aanvraag van een vergunning voor het houden van een evenement;

Bakertand Pagina 7 van 47

1.36

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37

gebruiken:

het gebruiken, doen en laten gebruiken. 1.38

gestapelde woning:

een appartement binnen een gebouw, dat als gebouw de verschijningsvorm heeft van een eenheid, maar dient voor de huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten (appartementen), eventueel op afzonderlijke bouwlagen; 1.39

groenvoorzieningen:

het geheel van voorzieningen en activiteiten ten behoeve van groenaanleg, waaronder in ieder geval moeten worden verstaan parken, met bijbehorende voorzieningen, zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijff-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair, en dergelijke, alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid. 1.40

hoofdgebouw:

een of meer gebouwen, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.41

huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.42

kantoor:

een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van administratieve aard. 1.43

kinderopvang:

verschillende mogelijkheden om kinderen in een georganiseerd verband een ontwikkelingsgericht aanbod te bieden op het moment dat de ouders werken, studeren of als kinderen een taal- of ontwikkelingsachterstand hebben. Met kinderopvang worden de formele vormen van kinderopvangmogelijkheden aangeduid waarop de Kinderopvangtoeslag van kracht is. De informele vormen (gratis opvang door opa en oma, of buurvrouw) vallen er buiten. Voorbeelden van formele kinderopvang zijn een gastouder, een kinderdagverblijf (of crèche) of voor-, na- en buitenschoolse opvang. 1.44

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociaal-maatschappelijke, sociaal-medische, (para)medische, levensbeschouwelijke en overheidsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en daarmee gelijk te stellen sectoren, met ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen.

Bakertand Pagina 8 van 47

1.45

mantelzorg:

het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.46

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, warmtedistributie-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, waterhuishoudkundige voorzieningen, (collectieve) energievoorzieningen (onder andere warmte- en koudeopslag), telefooncellen, abri's, apparatuur voor telecommunicatie en voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, en dergelijke. 1.47

omgevingsvergunning:

vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wabo. 1.48 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo. 1.49

omgevingsvergunning voor het afwijken:

omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1, van de Wabo. 1.50

omgevingsvergunning voor het bouwen:

omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo. 1.51

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk:

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo. 1.52

ondergeschikte bouwdelen/bouwdelen van ondergeschikt belang:

bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht-, antenne- en vlaggenmasten, windvanen, wolfseinden, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkon- en terrashekken, en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten, en overige overstekende ondergeschikte daken. 1.53

ondergeschikte horeca:

het in verband met een andere hoofdactiviteit op een perceel verstrekken van eten en/of drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse in die mate dat duidelijk herkenbaar is dat die hoofdactiviteit de kernactiviteit is die op het perceel plaatsvindt en het verstrekken van dat eten en/of drinken alleen plaatsvindt als beperkt en ondergeschikt onderdeel van en voortvloeiende uit de hoofdactiviteit.

Bakertand Pagina 9 van 47

1.54

ondergronds:

beneden het peil. 1.55

overig bouwwerk:

elke bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.56

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde verbonden is en afsluitbaar is. 1.57

patiowoning:

een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevel van belendende dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.58

peuterspeelzaal:

een schoolachtige opvang waar kleine kinderen van twee of drie jaar enige uren per week kunnen verblijven onder leiding van één of twee volwassen. De filosofie achter een peuterspeelzaal is kinderen aan de school te laten wennen 1.59

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.60

prostitutiebedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortbedrijf. 1.61

seksinrichting:

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, een privéhuis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.62

Staat van bedrijfsactiviteiten:

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en installaties. 1.63

standplaats ambulante handel:

1. het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. onder standplaats wordt niet verstaan: a. vaste plaatsen op jaarmarkten of markten bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet; b. vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2021. Bakertand Pagina 10 van 47

1.64

straatmeubilair:

de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, staketsel, verzamelplekken afval en andere hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.65

twee-aaneengebouwde woningen:

blokken van maximaal twee aaneen gebouwde woningen, waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gekoppeld zijn. 1.66

uitvoeren:

het uitvoeren, doen uitvoeren en laten uitvoeren. 1.67

verharden van wegen:

het aanbrengen van een dichte deklaag in de vorm van bijvoorbeeld klinkers, asfalt of beton. 1.68

vloeroppervlak:

de totale oppervlakte, buitenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grondlaag, de verdiepingen, de zolder en de aangebouwde bijgebouwen. 1.69

vlonder:

bouwwerk, geen gebouw zijnde, op land en eventueel deels boven een oppervlaktewaterlichaam, bestaande uit een vloer en bedoeld als terras en/of andere doeleinden zoals het aanleggen van een of meerdere vaartuigen. 1.70

vrijstaande woning:

een woning die vrijstaand gebouwd is en geen onderdeel uitmaakt van een blok twee of meer aaneen gebouwde of gestapelde woningen, waaronder inbegrepen een vrijstaand geschakelde woning middels carport. 1.71

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie, dan wel gelet op de uitstraling ervan, als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.72

voorgevelrooilijn:

a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg.

Bakertand Pagina 11 van 47

1.73

Wabo:

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.74

water en waterhuishoudkundige voorzieningen:

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, water afvoer, (compenserende) waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.75

wet/wettelijke regelingen:

indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van vaststelling van het plan, tenzij anders bepaald. 1.76

woning:

een (gedeelte van een) gebouw, dat bestaat uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 1.77

zendmast:

inrichting voor draadloze transmissie van telecommunicatie of andere signalen.

Bakertand Pagina 12 van 47

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

Meetregels

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.2

afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel:

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en enig punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.3

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. 2.6

horizontale diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel. 2.7

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9

verticale diepte van een bouwwerk:

van het peil tot het laagste punt van het bouwwerk, fundering niet meegerekend. 2.10

lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven peil. 2.11

peil:

a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

Bakertand Pagina 13 van 47

2.12

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. Onder ondergeschikte bouwdelen worden in ieder geval verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht, antenne- en vlaggenmasten, windvanen, wolfeinden, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkon- en terrashekken en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten, en overige overstekende daken.

Bakertand Pagina 14 van 47

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een boerderijwinkel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 3.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 2m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 15 m bedragen;

Bakertand Pagina 15 van 47

Artikel 4

Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Functie

De voor ´Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een verkooppunt motorbrandstoffen in de vorm van vloeibare brandstoffen, gecomprimeerd aardgas en elektra, met uitzondering van LPG en waterstof; b. een autowasplaats; c. een garagebedrijf; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bouwwerken van algemeen nut; f. uitsluitend voor zover het betreft een verkooppunt voor motorbrandstoffen (zonder LPG), autowasplaats en garagebedrijf behorende tot de milieucategorie maximaal 2. 4.1.2

Aanduidingen

a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-autowasplaats'; zijn de voor ´Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen´ aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s). b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-garagebedrijf' zijn de voor ´Bedrijf Verkooppunt motorbrandstoffen´ aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s). c. Ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning'; zijn de voor ´Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen´ aangewezen gronden mede bestemd voor de functie van bedrijfswoning. 4.1.3

Bijbehorende voorzieningen

De voor ´Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen´ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. detailhandel in de vorm van een kiosk/serviceshop, met een maximale verkoopvloeroppervlakte van 150m2; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; d. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; e. tuinen en erven; f. objecten voor beeldende kunst; g. voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 4.1.1 en 4.1.2 genoemde functies. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. b. naast de in deze bestemming opgenomen bouwregels wordt verwezen naar de algemene bouwregels met bijbehorende bijlagen opgenomen in artikel 14 en de overige regels opgenomen in artikel 19. 4.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen, met uitzondering van bouwwerken van algemeen nut, dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; Bakertand Pagina 16 van 47

b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum. 4.2.3

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd, indien en voor zover de gronden zijn voorzien van de aanduiding ´bedrijfswoning´; b. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan één per bestemmingsvlak bedragen; c. voor niet inpandige bedrijfswoningen geldt het volgende: 1. bedrijfswoningen dienen binnen het bouwvlak met de aanduiding ´bedrijfswoning´ worden gebouwd; 2. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag 100 bedragen; 3. de maximale bouwhoogte bedraagt 10m. 4.2.4

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van tenminste 2m van de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 75m2; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3m; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5m; e. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 30m. 4.2.5

Bouwwerken van algemeen nut

Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 4.2.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 2m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 15 m bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-luifel' mag uitsluitend een luifel met een maximale hoogte van 6m worden opgericht. 4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en

Bakertand Pagina 17 van 47

vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Binnenplans afwijken

Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 4.4.2, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.6 voor de hoogte van erfafscheidingen in het onbebouwd erf, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 4.2.6 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30m binnen het bouwvlak en in het erf en tot een hoogte van maximaal 10m in het onbebouwd erf. 4.4.2

Voorwaarden

Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de bedrijfspresentatie, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is; b. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; d. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; f. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; h. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond. 4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken, anders dan genoemd in 4.1; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan volgens het bepaalde in 4.1.3 sub a; d. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/ofhandhaving van de bestemming; e. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/ofhandhaving van de bestemming; f. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/ofhandhaving van de bestemming; g. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.

Bakertand Pagina 18 van 47

Artikel 5

Groen - 1

De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. a. b. c. d. e.

plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen; wegen, straten, pleinen en paden en parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; bermen en bermsloten; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; f. waterbergings- en inundatiegebied, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke functieaanduiding - waterberging'; g. een geluidwerende voorziening, ter plaatse van de functieaanduiding 'geluidwerende voorziening'; h. hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten; i. vlonders, steigers, (voetgangers)bruggen, straatmeubilair; j. bouwwerken van algemeen nut; k. ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen, (hoofd)riolering en dergelijke; l. extensief recreatief medegebruik. 5.1

Bouwregels

5.1.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 6.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan onder bebouwd oppervlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter. 5.1.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidwerende voorziening, mag niet meer dan 14 meter bedragen; b. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitlatingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; c. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen. 5.2

Nadere eisen

Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid;

Bakertand Pagina 19 van 47

5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

Bakertand Pagina 20 van 47

Artikel 6 6.1

Groen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen; in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; bermen en bermsloten; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; g. waterbergings- en inundatiegebied, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke functieaanduiding - waterberging'; h. hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten; i. vlonders, steigers, (voetgangers)bruggen, straatmeubilair; j. bouwwerken van algemeen nut; k. ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen, (hoofd)riolering en dergelijke; l. extensief recreatief medegebruik. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 6.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; c. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitlatingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; d. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen. 6.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik ten behoeve van voorzieningen van verkeer en parkeren (waaronder in- en uitritten), met uitzondering van de in lid 6.1 wel toegestane voorzieningen voor langzaam verkeer (in-, uitritten, voet- en rijwielpaden). 6.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3 voor het aanleggen van voorzieningen voor verkeer en parkeren (waaronder in- en uitritten), met dien verstande dat: a. het stedenbouwkundig beeld niet in onevenredige mate wordt geschaad;

Bakertand Pagina 21 van 47

b. de aanleg van de voorzieningen voor verkeer en parkeren geen zodanige invloed op de aanwezige groenstructuur mag hebben, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate worden beperkt; c. er rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig wordt beperkt. 6.5

Nadere eisen

Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

Bakertand Pagina 22 van 47

Artikel 7 7.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

maatschappelijke voorzieningen; kinderopvang en peuterspeelzaal; gestapelde woningen op de eerste, tweede en/of derde bouwlaag; parkeer-, speel-, groen- en nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen;

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 7.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van bovengrondse bebouwing, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter. 7.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden naast het bepaalde in lid 7.2.1 de volgende regels: a. het bestemmingsvlak mag volledig worden bebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. het maximaal aantal bouwlagen bedraagt niet meer dan 4, met dien verstande dat ten behoeve van een woonfunctie maximaal 3 bouwlagen zijn toegestaan. 7.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 7.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer dan 5 meter bedragen; d. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen. 7.2.4

Voorwaardelijke verplichting akoestiek

Het bouwen, gebruiken of in stand houden van een geluidgevoelige functie is alleen toegestaan onder de voorwaardelijke verplichting dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in het besluit hogere grenswaarden zoals opgenomen in bijlage x.

Bakertand Pagina 23 van 47

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Erf- en terreinafscheidingen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.3 onder a, voor het toestaan van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter vóór de naar de weg gekeerde gevel, mits: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is uit oogpunt van een veilige verkeerssituatie.

Bakertand Pagina 24 van 47

Artikel 8 8.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

behoud, herstel en ontwikkeling van de landschaps- en natuurwaarden; ecologische verbindingszones; behoud, herstel en/of ontwikkeling van (on- of halfverharde) paden en wegen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; waterbergings- en inundatiegebied, ter plaatse van de aanduiding 'functieaanduiding waterberging'; f. vlonders, steigers, (voetgangers)bruggen, straatmeubilair; g. voorzieningen voor duurzame energie; h. extensief recreatief medegebruik; i. voet- en rijwielpaden; j. een kunstwerk ten behoeve van fietsverbinding; k. een geluidwerende voorziening, ter plaatse van de functieaanduiding 'geluidwerende voorziening'; l. bijbehorende voorzieningen waaronder erfafscheidingen, al dan niet in de vorm van beplanting. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 8.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde 8.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 8.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidwerende voorziening, mag niet meer dan 14 meter bedragen; b. de bouwhoogte van een kunstwerk ten behoeve van fietsverbinding mag niet meer dan 14 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen. 8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 onder b voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. de (bouw)hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte mag per bouwwerk, geen gebouw zijnde, niet meer bedragen dan 10 m²; c. de omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien het bouwwerk noodzakelijk is uit het oogpunt van doelmatig beheer en onderhoud. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Omgevingsvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 8.1 bedoelde gronden het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen van bos;

Bakertand Pagina 25 van 47

b. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden; c. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; d. het aanleggen en verbreden van wegen, paden, parkeervoorzieningen of oppervlakteverhardingen; e. het verharden van onverharde of halfverharde paden of het halfverharden van onverharde paden is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan. 8.4.2

Voorwaarden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 mag alleen worden verleend en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het behoud van de natuur en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 8.4.3

Uitzonderingen

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 is niet vereist voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen dan wel gericht zijn op realisering van de doeleinden van de bestemming; b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

Bakertand Pagina 26 van 47

Artikel 9 9.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen, straten, pleinen en paden; speel-, groen- en nutsvoorzieningen; markten en standplaatsen ambulante handel; evenementen, met inachtneming van artikel 9.4.1; parkeervoorzieningen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer; f. rijwielstalvoorzieningen; g. in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; h. bermen en bermsloten; i. een faunapassage; j. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; l. geluidwerende voorzieningen; m. straatmeubilair. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 9.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. met uitzondering van gebouwen en/of bouwwerken ten behoeve van de opslag en/of inrichting van verkoop- of tappunten voor motorbrandstoffen, daaronder begrepen LPG; c. ondergronds bouwen is slechts toegestaan onder bebouwd oppervlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter, met uitzondering van ondergrondse voorzieningen voor het inzamelen van afval. 9.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden naast het bepaalde in lid 9.2.1 de volgende regels: a. b. c. d.

de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 meter bedragen; de oppervlakte per rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen; de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; de oppervlakte per nutsvoorziening mag niet meer dan 20 m2 bedragen.

9.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 9.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; b. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; c. bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; d. bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen.

Bakertand Pagina 27 van 47

9.3

Nadere eisen

Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 9.4

Specifieke gebruiksregels

9.4.1

Evenementen

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt in ieder geval het gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen gerekend, tenzij: a. er bij de evenementen geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht of indien uit onderzoek blijkt dat het ten gehore brengen van versterkte muziek geen onevenredig nadelige effecten op de omgeving heeft; b. het bepaalde in de 'Evenementenbeleidsnota' in acht is genomen. 9.4.2

Opslag, tap of verkoop van motorbrandstoffenof LPG

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden voor de inrichting van opslag-, tap- of verkooppunten voor motorbrandstoffen of LPG.

Bakertand Pagina 28 van 47

Artikel 10 10.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

10.1.1 Functie De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven; c. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; d. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; e. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; f. ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag', een loods; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bouwwerken van algemeen nut. met dien verstande dat: i.

de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen tevens mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m², mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; j. de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen tevens mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of de bijgebouwen, tot een oppervlakte van maximaal 60 m², mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; k. aangebouwde bijgebouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de woonfunctie. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. b. naast de in deze bestemming opgenomen bouwregels wordt verwezen naar de algemene bouwregels met bijbehorende bijlagen opgenomen in artikel 14 en de overige regels opgenomen in artikel 19. 10.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één woning toegestaan; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10m; de inhoud mag, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, niet meer bedragen dan 600m³. Uitgezonderd hiervan zijn boerderijen met geïntegreerde bedrijfsruimte. Bij dergelijke boerderijen mag de inhoud gelijk zijn aan het bestaande bouwvolume van de boerderij, mits deze zijn oorspronkelijke karakter behoudt.

10.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een woning Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen mogen worden gebouwd binnen het

Bakertand Pagina 29 van 47

bestemmingsvlak; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen dienen op een afstand van tenminste 2m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3m; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6m; e. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan 20m; f. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een woning mag niet meer bedragen dan 1. 75m² op bouwpercelen, kleiner dan 1000m²; 2. 150m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 1000m², doch kleiner dan 5000m²; 3. 200m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 5000m², tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 10.2.4 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 10.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 9.1.1 toegelaten functies; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1308/documents/22522