CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 3 Regionaal Risicoprofiel.pdf

Besluitvormend 16 mei 2023, gemeente GoirleBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Beleidsplan en meerjarige beleidsstukken Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2023-2027 AANGENOMEN19.212 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.5 Aardbeving 4.2.5.1 Context In het zuiden van Nederland kunnen natuurlijke aardbevingen voorkomen. Deze bevingen ontstaan door verschuivingen in het breuksysteem van de Alpen. Natuurlijke bevingen zijn het gevolg van platentektoniek en kunnen in Nederland optreden in de provincies Noord-Brabant en Limburg, waar de Feldbiss- en de Peelrandbreuk liggen.

Een breukensysteem bestaat uit een horsten- en slenkenstructuur. Een horst is een deel van de aardkorst dat langs een breuk omhooggekomen is. Een slenk is juist naar beneden gegaan. Door bewegingen van deze breuken ontstaan aardbevingen. De krachtigste aardbevingen komen voor aan de randen van platen. Nederland ligt midden op de Euraziatische Plaat. Midden op de min of meer stabiele platen kunnen ook aardbevingen voorkomen als gevolg van bewegingen in regionale breukensystemen in de aardkorst. Deze bewegingen ontstaan door tektonische krachten aan de randen van de platen.

4.2.5.2 Risico’s Het oostelijk gelegen deel in onze regio is een gebied waar een mogelijk een risico op een aardbeving aanwezig is. Ten behoeve van dit risicoprofiel is uitgegaan van het gebied waar aardbevingen kunnen optreden vanaf een intensiteit van VI of hoger (op basis van de Europese Macroseismische Schaal – EMS). 29 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Een aardbeving met die EMS-gradatie VI (licht beschadigend) wordt binnenshuis door vrijwel iedereen gevoeld, buitenshuis door velen. Sommigen verliezen hun evenwicht. Veel mensen rennen in paniek naar buiten. Kleine objecten kunnen vallen en meubilair kan verschuiven. In een enkel geval breekt servies en glaswerk. Vee, zowel binnenshuis als buiten, kan in paniek raken. Gebouwen lopen, afhankelijk van het materiaal waar ze mee gebouwd zijn, schade op. De schade zal variëren van overwegend verwaarloosbare tot lichte schade. Dit uit zich in (haar)scheuren in muren, vallende stukken pleisterwerk en enkele losse stenen/woningdelen die van hogere delen van gebouwen vallen. Kijkend naar de impactwaardering scoort deze risicocategorie vooral op de impactcriteria van financiële kosten, aantasting cultureel erfgoed, gevoelens van angst en enkele slachtoffers.

GEBOUWDE OMGEVING 4.2.5 Brand gebouwde omgeving 4.2.5.1 Context Binnen de regio bevinden zich diverse gebouwen met verschillende functies die brandbaar zijn. Het grootste deel bestaat uit woningen, bestaande uit hoog- en laagbouw. Er zijn panden met een commerciële, publieke of religieuze functie, monumentale panden, opvangcentra en (zorg)instellingen waar kwetsbare of verminderd zelfredzame personen verblijven. Ook gebouwen waar dieren in verblijven, zoals veestallen, zijn kwetsbare objecten. Industriebranden vallen buiten deze risicocategorie (deze vallen onder de categorie van incidenten met brandbare/explosieve en chemische/giftige stoffen). De meest voorkomende oorzaken van brand zijn technisch falen en menselijk handelen. 4.2.5.2 Risico’s Branden verschillen in complexiteit afhankelijk van de omstandigheden. Zo is het optreden bij kwetsbare objecten zoals ziekenhuizen en verzorgingstehuizen complex omdat de zelfredzaamheid 30 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

van aanwezigen beperkt is. Daarnaast kunnen ook gedragingen van bepaalde zorggroepen een hoger brandrisico met zich meebrengen, zoals bij verwarde personen en gedetineerden. Bij brand in historische panden is de kans op branduitbreiding groter. Branden kunnen daarnaast leiden tot instorting en het verloren gaan van bijvoorbeeld cultureel erfgoed. In rook zitten schadelijke stoffen. Bij deze risicocategorie speelt bij de impact vooral de verstoring van het dagelijks leven, slachtoffers (doden en gewonden) en lichamelijk lijden (ontbreken van eigen onderdak en kwijtraken bezittingen).

4.2.6 Instorting 4.2.6.1 Context Woningen en andere gebouwen in de regio Midden- en West-Brabant moeten voldoen aan door de overheid vastgestelde bouwkundige voorschriften. Toch kunnen zich situaties voordoen waarbij gevaar dreigt voor instorting. Bijvoorbeeld als een gebouw beschadigd is bij een brand of explosie of door gebreken in de constructie of fundering. Bij grote gebouwen kan worden gedacht aan stad- en gemeentehuizen, musea, winkelcentra, parkeergarages, bedrijfshallen, tijdelijke bouwwerken en evenementenhallen. Bij kunstwerken gaat het om of civieltechnisch werken als tunnels, bruggen, sluizen, keringen etc. 4.2.6.2 Risico’s Het crisistype "Instorting in grote gebouwen en kunstwerken" wordt ingedeeld in de volgende incidenttypen: 1. Instorting door omgevingsinvloeden, zoals meteo invloeden, explosies en vloeistoflekkages. Bij een explosie kan de constructie worden beschadigd waardoor de integriteit van een gebouw ernstig kan worden aangetast. 2. Instorting door gebreken (al dan niet als gevolg van brand) in de constructie of fundering. In het geval van instorting kan sprake zijn van dodelijke slachtoffers en meerdere zwaargewonden, met name als dit plaatsvindt in een publieke omgeving zoals een drukke winkelstraat. Na de instorting kan er nog lange tijd onduidelijkheid zijn over het aantal getroffenen en vermisten.

Ook kunnen bij een instorting effecten op gebouwen in de omgeving ontstaan. Er zijn in de laatste jaren bijvoorbeeld meer parkeergarages onder woningen gebouwd. Door tekortkomingen in de regelgeving, in combinatie met verhoogde kans op brand door de elektrificatie van het wagenpark, is instorting van een parkeergarage als gevolg van brand een specifiek risico geworden. Door de klimaatverandering is de verwachting dat er zich meer periodes van (extreme) droogte of met extreem veel neerslag zullen voordoen. Hierdoor kunnen funderingen door het dalende grondwaterpeil verzakken of constructies door het gewicht van de neerslag instabiel worden. Bij deze risicocategorie speelt bij de impact vooral de slachtofferaantallen, kosten, sociaalpsychologische impact (gevoelens van woede en angst) en positie regionaal bestuur (gevoelens van verwijtbaarheid).

31 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

TECHNOLOGISCHE OMGEVING 4.2.7 Radiologisch/nucleair incident 4.2.7.1 Context

Onder de risicocategorie radiologische/nucleaire incidenten verstaan we de volgende maatgevende gebeurtenissen die kunnen plaatsvinden; incident bij een nucleaire installatie of effecten daarvan (Aobjecten), incident tijdens het transport van radiologische/nucleaire stoffen, incidenten bij bedrijven en inrichtingen die gebruikmaken van radioactieve bronnen voor industriële processen of toepassingen, die radioactieve bronnen opslaan of die radioactieve bronnen gebruiken voor onderzoeksdoeleinden alsmede ziekenhuizen (B-objecten). Er staan twee kernenergiecentrales in de buurt van de regio. De kerncentrale Borssele bevindt zich in de provincie Zeeland. Kerncentrale Doel ligt in België nabij de gemeente Woensdrecht en heeft vier drukwaterreactoren. Doel is gelegen in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, aan de Schelde, nabij Doel. Transport van splijtstofstaven van en naar de kerncentrale Borssele (of de naastgelegen afvalopslaglocatie COVRA) vindt over het spoor en de weg plaats. Dit vindt enkele keren per jaar plaats. Ook transporten uit andere delen van het land kunnen de regio doorkruisen, zo’n tien keer per jaar. Kleinere vormen van transporten met radiologische stoffen, zoals ziekenhuisafval en kleine radioactieve bronnen voor de industrie en het onderwijs, vinden honderden keren per jaar plaats.

Van deze transporten is fysieke impact bij een incident zeer klein, maar kan de sociaalmaatschappelijke impact groter zijn (door zichtbare waarschuwingsstickers op betrokken voertuigen). 32 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

In deze risicocategorie vallen ook incidenten met radiologische en nucleaire stoffen die elders in de wereld plaatsvinden en waarvan Nederland (en dus ook in de regio) de effecten worden ervaren. Het kan hier gaan om het daadwerkelijk bereiken van radiologische stoffen door de lucht, de effecten van indirecte maatregelen (voorbeelden zijn een graasverbod voor koeien en het niet in de handel brengen van besmette gewassen) of maatschappelijke onrust. De regio kent daarnaast B-objecten, zoals ziekenhuizen en tientallen bedrijven of instellingen die gebruikmaken van radioactieve bronnen voor de uitvoering van industriële processen en onderzoeksen onderwijsdoeleinden. 4.2.7.2 Risico’s Een groot incident met een nucleaire installatie kan bij een uitstoot van radioactieve stoffen ernstige gevolgen hebben op de leefomgeving. Naast gezondheidsrisico's, gaat het hierbij ook om grootschalige en langdurige aantasting van het milieu, langdurige aantasting van het dagelijks leven, openbare orde, betrokkenheid van (inter)nationale instanties en langdurige gevoelens van angst. Kernenergie kan volgens de Rijksoverheid bijdragen aan de klimaatdoelen, omdat bij de opwekking weinig CO₂ vrijkomt. De enige kerncentrale in Nederland staat in Borssele en levert ongeveer 4% van de gebruikte elektriciteit in Nederland.

Het kabinet zet de komende jaren de eerste stappen voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. De nieuwe kerncentrales zullen niet vóór 2030 in gebruik zijn. Op 1 oktober 2022 stopte de stroomproductie in kernreactor Doel 3. Op 1 februari 2023 is het de beurt aan Tihange 2. In 2025 zullen tot nader order de resterende reactors hun laatste elektriciteit leveren. Deze reactoren worden de komende jaren ontmanteld. Uitzondering hierop zijn de kernreactoren Doel 4 en Tihange 3. Deze blijven tot 2035 in bedrijf, hetgeen een levensduurverlenging van 10 jaar betekent. Deze reactoren blijven volgens de Belgische regering nodig nu de Europese Unie steeds minder aardgas uit Rusland importeert en de transitie naar milieuvriendelijkere energievormen nog lang niet rond is. Door bovenstaande ontwikkelingen zal het risico op een incident met een in bedrijf zijnde reactor statistisch gezien afnemen, maar blijft een incident met betrokkenheid van nucleaire stoffen aanwezig door de ontmantelingswerkzaamheden en het in bedrijf blijven van Doel 4.

4.2.8 Incident met brandbare of explosieve stof 4.2.8.1 Context Door de aanwezigheid van een relatief groot aantal bedrijven in de chemische sector is dit crisistype karakteristiek voor de regio Midden- en West-Brabant. De regio kent 51 zogenaamde inrichtingen die onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) vallen. De komende jaren (tot 2027) wordt een stijging van ongeveer 10 nieuwe Brzo-instellingen verwacht. Dit heeft te maken door bedrijven die naar de regio komen door de gunstige ligging van onder andere Moerdijk en Bergen op Zoom, maar ook door bedrijven die hun bestaande werkzaamheden gaan uitbreiden waardoor zij onder het Brzo gaan vallen. Deze inrichtingen zijn enigszins verspreid over de regio, namelijk op de bedrijventerreinen van de gemeenten Bergen op Zoom, Roosendaal, Moerdijk, Etten-Leur, Oosterhout, Geertruidenberg, Waalwijk en Tilburg. Ter illustratie: van alle bedrijven die binnen Nederland vallen onder het Brzo zijn er 12,5% gevestigd in de regio Midden- en West-Brabant.

33 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Ook lopen er meerdere snelwegen, spoortrajecten, vaarwegen en buisleidingen door de regio. Door de ligging van de regio ten opzichte van België en Rotterdam vindt er relatief veel transport van gevaarlijke stoffen plaats. Nederland biedt daarnaast gastlandsteun aan de Verenigde Staten door het zogenaamde Host Nation Support, waarbij hulp wordt geboden bij het verplaatsen van militair materieel vanuit Duitsland, via Eindhoven naar de Rotterdamse Haven. Verplaatsingen vinden vooral over het spoor, de weg en de lucht plaats.

Transport gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor

Ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn binnen de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant denkbaar bij stationaire inrichtingen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Brzo-inrichtingen (inrichtingen die vallen onder de Europese Seveso III-richtlijn); Bedrijven die op grote schaal werken met brandbare stoffen, maar niet onder de Sevesorichtlijn vallen; Bovengrondse propaanopslagen bij campings; Bovengrondse LPG-opslagen en waterstofstations bij tankstations; Vuurwerk- en munitieopslagen; Elektriciteitsopslagsystemen, zoals buurtbatterijen

4.2.8.2 Risico’s Een groot aantal industriële objecten in de regio is gebouwd in de jaren 80 en raakt steeds meer verouderd. Bedrijven worstelen met de haalbaarheid van het up-to-date brengen van installaties en veiligheidsvoorzieningen. Dit zorgt voor een steeds groter wordend risico. 34 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Bij de LPG- en propaanopslagen betreft het de verbranding van bij een incident ontsnappend Liquified Petroleum Gas (LPG), hetgeen tot een BLEVE kan leiden van de opslagtank of - wanneer dit bij de overslag gebeurt - van de tankauto. Gezien de effectafstand waarbij iedereen overlijdt (warme BLEVE ca. 110 meter) en de intensiteit van de verbranding is een BLEVE de gebeurtenis die de maximale schade bepaalt. Met de ontwikkeling en het toenemende gebruik van alternatieve energiebronnen, neemt het gebruik van nieuwe waterstoftechnieken en elektriciteitsopslagsystemen de komende jaren toe. De Veiligheidsregio is nauw betrokken bij meest risicovolle bedrijven in de regio. Hierdoor is er goed zicht op de grootste risico’s en wordt er constant en actief gewerkt aan het verbeteren van de veiligheid. Deze inspanningen zijn meegewogen in de beoordeling van dit risico (zonder deze inspanningen zou het risico hoger moeten worden ingeschat). Bij deze risicocategorie gaat het ook om gaslekkages in de gebouwde omgeving. De afgelopen jaren neemt het aantal meldingen van verwarde personen toe, dit gaat regelmatig gepaard met gevallen waarbij ook de gaskraan wordt opengedraaid. Bij dergelijke incidenten ervaart de directe omgeving ook de effecten hiervan (ontruiming of daadwerkelijke schade).

Bij de impactbeoordeling scoort deze risicocategorie vooral op de mogelijkheid van slachtoffers (doden en gewonden), verstoring dagelijks leven en sociaalpsychologische impact (woede en angst).

4.2.9 Incident met chemische of giftige stof 4.2.9.1 Context Ongevallen met chemische of giftige stoffen in de open lucht zijn binnen de regio Midden- en WestBrabant denkbaar bij een aantal inrichtingen, waaronder de eerdergenoemde Brzo-inrichtingen, en als gevolg van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water en per buisleiding. De regio ligt voor een deel in de overheersende windrichting van het industriegebied Antwerpen. Ook dit levert risico's op voor de fysieke en ecologische veiligheid.

4.2.9.2 Risico’s Industrieel vervoer van gevaarlijke stoffen per schip vindt voornamelijk plaats over het ScheldeRijnkanaal, het Volkerak en het Hollands Diep. Overig vervoer van gevaarlijke stoffen over het water vindt (in mindere mate) plaats over de Afgedamde Maas, de Boven-Merwede, de Amer, Bergse Maas, het Wilhelminakanaal, de Dintel, het Mark-Vlietkanaal, de Steenbergsche/Roosendaalsche Vliet, het Markkanaal en de Zeehaven Moerdijk. In het Basisnet is de maximaal toelaatbare risicoruimte per transportroute vastgesteld. Het Basisnet Water bevat voor de regio twee grootschaliger onderdelen: Zeevaartcorridor ter plaatse van industriegebied Moerdijk en de binnenvaartverbinding Dordrecht-Antwerpen via het Schelde-Rijnkanaal. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelwegen vindt plaats over de A16, A17, A29 en A58 (w.o. Basisnet Weg internationaal: A17, A17 en A58) en over het spoor vanuit de richting Dordrecht naar Antwerpen en vanuit Roosendaal naar Tilburg en verder. De aanwezigheid van een frequent gebruikte spoorvoorziening voor het gebruik van personen- en goederenvervoer in de regio Middenen West-Brabant - de spoorbaan Antwerpen –Rotterdam alsook een belangrijk deel van de zogenaamde “Brabant-route”, brengt specifieke risico’s met zich mee. De hogere gebruiksfrequentie voor goederentransport in relatie tot de beperkte gebruiksmogelijkheden van de Betuweroute

35 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

dragen hier evenzeer aan bij. De hogere gebruiksfrequentie leidt de komende jaren tot een hogere waarschijnlijkheid van een spoorincident, daarmee tot een groter risico. Ook vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats via buisleidingen door de hele regio. Incidenten die leiden tot blootstelling aan gevaarlijke stoffen kunnen leiden tot grote slachtofferaantallen, (langdurige) aantasting van flora en fauna en leiden daarnaast tot grote gevoelens van onveiligheid, angst en verontwaardiging (dat laatste als het dicht bij bewoond gebied plaatsvindt).

VITALE INFRASTRUCTUUR EN VOORZIENINGEN 4.2.10 (Digitale) verstoring vitale infrastructuur 4.2.10.1 Context De maatgevende gebeurtenissen die onder de (digitale) verstoring van vitale infrastructuur vallen, zijn de processen die door de NCTV zijn aangemerkt als vitaal voor de nationale veiligheid (bijlage 1). Enkele vitale processen zijn: uitval elektriciteitsvoorziening, verstoring drinkwatervoorziening, uitval spraak- en datacommunicatie, uitval gasvoorziening, verstoring drinkwatervoorziening en de verstoring telecommunicatie en ICT (waaronder ook het C2000-netwerk en het alarmnummer 112). In Nederland is onderscheid gemaakt tussen de categorie A en de categorie B om recht te doen aan de diversiteit binnen de vitale infrastructuur, om te kunnen prioriteren bij onder andere incidenten en om maatwerk bij weerbaarheid verhogende maatregelen mogelijk te maken. De onderstaande processen zijn als vitaal geïdentificeerd in Nederland. Categorie A vitale processen hebben grotere gevolgen bij uitval dan categorie B vitale processen. Vitaal proces

Categorie

Sector

Landelijk transport, distributie en productie elektriciteit

A

Energie

Regionale distributie elektriciteit

B

Energie

Gasproductie, landelijk transport en distributie gas

A

Energie

Regionale distributie gas

B

Energie

Olievoorziening

A

Energie

Internet en datadiensten

B

ICT/Telecom

Internettoegang en dataverkeer

B

ICT/Telecom

Spraakdienst en SMS

B

ICT/Telecom

Plaats- en tijdsbepaling met GNSS

B

ICT/Telecom

Drinkwatervoorziening

A

Drinkwater

Keren en beheren waterkwantiteit

A

Water

Vlucht- en vliegtuigafhandeling

B

Transport

Scheepvaartafwikkeling

B

Transport

36 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Vervoer van personen en goederen over (hoofd)spoorweginfrastructuur

B

Transport

Vervoer over (hoofd)wegennet

B

Transport

Grootschalige productie/verwerking en/of opslag (petro)chemische stoffen

B

Chemie

Opslag, productie en verwerking nucleair materiaal

A

Nucleair

Toonbankbetalingsverkeer

B

Financieel

Massaal giraal betalingsverkeer

B

Financieel

Hoogwaardig betalingsverkeer tussen banken

B

Financieel

Effectenverkeer

B

Financieel

Communicatie met en tussen hulpdiensten middels 112 en C2000

B

OOV

Inzet politie

B

OOV

Basisregistraties personen en organisaties

B

Digitale overheidsprocessen

Interconnectiviteit (transactie-infrastructuur voor informatie uit basisregistraties)

B

Digitale overheidsprocessen

Elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing aan burgers

B

Digitale overheidsprocessen

Identificatie en authenticatie van burgers en bedrijven

B

Digitale overheidsprocessen

Inzet defensie

B

Defensie

Categorie A In deze categorie staat de infrastructuur die bij verstoring, aantasting of uitval de ondergrenzen van minstens één van de drie impactcriteria (economisch, fysiek of sociaal maatschappelijk) voor categorie A raakt en daarnaast ook voldoet aan het criterium van cascadegevolgen:

▪ ▪ ▪

Economische gevolgen: > ca. 50 miljard euro schade of ca. 5,0 % daling reëel inkomen

▪

Cascade gevolgen: Uitval heeft als gevolg dat minimaal twee andere sectoren uitvallen.

Fysieke gevolgen: meer dan 10.000 personen dood, ernstig gewond of chronisch ziek Sociaal maatschappelijke gevolgen: meer dan 1 miljoen personen ondervinden emotionele problemen of ernstig maatschappelijke overlevingsproblemen

Categorie B In deze categorie staat de infrastructuur die bij verstoring, aantasting of uitval de ondergrenzen van minstens één van de drie impactcriteria voor categorie B raakt:

▪ ▪ ▪

Economische gevolgen: > ca. 5 miljard euro schade of ca. 1,0 % daling reëel inkomen Fysieke gevolgen: meer dan 1.000 personen dood, ernstig gewond of chronisch ziek Sociaal maatschappelijke gevolgen: meer dan 100.000 personen ondervinden emotionele problemen of ernstig maatschappelijke overlevingsproblemen

37 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.10.2 Risico’s De beschikbaarheid van vitale infrastructuur is randvoorwaardelijk voor de continuïteit van de samenleving. Wanneer vitale infrastructuur uitvalt kunnen (vitale) processen dermate verstoord raken dat ook het dagelijks leven verstoord raakt. Uitval van digitale systemen, door een ongeluk of door een doelbewuste aanval, kunnen een verstorende of zelfs ontwrichtende uitwerking hebben in de maatschappij, zeker in de fysieke omgeving als vitale infrastructuur raakt. Daarnaast kan een digitale verstoring ook het optreden van hulpdiensten belemmeren. Verstoringen van vitale infrastructuur uit zich in gevoelens van angst en machteloosheid, schaarste en ‘hamstergedrag’, stoppende bedrijfsprocessen en keteneffecten van onderbreking betalingsverkeer, communicatieverkeer en het stilvallen van de aansturing van verkeerssystemen (weg, water, spoor en lucht). De afhankelijkheid van digitale systemen neemt al jaren toe. De impact bij een uitval of verstoring van digitale systemen neemt daardoor ook toe. Ook in de zorg is er een toename van de inzet van technologie en de afhankelijkheid daarvan. Trends en ontwikkelingen in de reguliere zorg hebben effect op de kwaliteit en capaciteit bij opgeschaalde zorg.

VERKEER EN VERVOER 4.2.11 Luchtvaart 4.2.11.1 Context Onder de risicocategorie luchtvaart verstaan we de volgende maatgevende gebeurtenissen die binnen luchtvaart kunnen plaatsvinden: ongeval of brand op een vliegveld of een ongeval met luchtvaartuig buiten een vliegveld, zoals bij laagvliegroutes/laagvlieggebieden. In de regio MWB bevinden zich diverse risicolocaties met betrekking tot luchtvaart, zowel civiel als militair. Zo bevindt zich in de gemeente Halderberge het civiele vliegveld Breda International Airport (naast de A58 tussen Roosendaal en Etten-Leur), waar vooral wordt gevlogen met kleine civiele (propeller) vliegtuigjes. Ook bevindt zich op dit vliegveld een parachutistenclub die sprongen organiseert in de regio. Daarnaast zijn andere vluchtbewegingen in de regio denkbaar, waaronder helikoptervluchten (inclusief vluchten van de trauma- en politiehelikopters), zweefvliegtuigen en ballonvaarten. Er zijn twee vliegbases van de Koninklijke Luchtmacht in de regio, namelijk in Woensdrecht en in Gilze-Rijen. Op de vliegbasis in Gilze-Rijen vinden voornamelijk helikopterbewegingen plaats (met gevechts- en transporthelikopters). Op de vliegbasis Woensdrecht vinden vooral vluchten plaats in het kader van vliegersopleidingen van Defensie en ten behoeve van onderhoudsactiviteiten.

In het kader van de militaire luchtvaart zijn in de regio ook laagvliegroutes en laagvlieggebieden aangewezen. Zo is er een laagvliegroute die doorloopt tot het laagvlieggebied in de regio's ZuidHolland Zuid en Gelderland-Zuid.

38 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.11.2 Risico’s Risico's met luchtvaart zijn in overwegende mate aanwezig bij start- en landingsactiviteiten, en ook bij laagvliegen. Risico's zijn neerstortingen bij het opstijgen, landen of in de lucht door falen van het voertuig of mens. Daarnaast kan een botsing oorzaak zijn van een neerstorting (tussen vliegtuigen of met objecten). Door de diversiteit van de luchtvaart is ook de impact van een incident divers. Zo kent een crash met een transporthelikopter met manschappen meer slachtoffers dan een neerstorting van een klein civiel luchtvaartuig. Daarnaast kunnen neerstortingen, afhankelijk van locatie van een crash, grote cascade-effecten hebben op andere risicocategorieën (denk aan een crash op vitale infrastructuur of op bewoond gebied). Breda International Airport heeft al langer de visie om een modern ‘airparc’ te ontwikkelen en zet hierin ook stappen. Met de doorontwikkeling van het vliegveld zullen ook andere typen vliegtuigen gebruikmaken van dit vliegveld en zullen de vliegbewegingen toenemen. Een voorbeeld hiervan is dat op dit vliegveld opleidingen worden georganiseerd voor eigenaren van de eerste gecertificeerde vliegende auto ter wereld (en in Raamsdonksveer gevestigde firma), de PAL-V. Ook het civiele en professionele gebruik van unmanned aerial vehicles (drones) zal de komende jaren verder toenemen en brengt eigen risico's met zich mee.

Denk aan het technisch falen boven een mensenmassa, maar ook kwaadwillend gebruik van drones bij evenementen of bij vitale infrastructuur. De vliegbasis Woensdrecht huisvest een Europees onderhoudscentrum en onderdelendistributiecentrum voor de F35 Joint Strike Fighter. De toelevering van vliegtuigonderdelen voor de JSF zal plaatsvinden over de weg of door de lucht (met militaire transportmiddelen). 39 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.12 Wegvervoer 4.2.12.1 Context Onder de risicocategorie wegvervoer verstaan we de volgende maatgevende gebeurtenissen die binnen wegvervoer kunnen plaatsvinden: groot verkeersongeval op de weg, grote brand op de weg en een verkeersinfarct. De regio MWB kent een dicht wegennetwerk met meerdere autosnelwegen en provinciale wegen. De A16 verbindt Zuid-Holland met Noord-Brabant middels de Moerdijkbrug en de snelweg is ook een belangrijke verbinding met België. Ook de A4 van Zuid-Holland, via de Haringvlietbrug/Volkerakbrug naar België en de A59 naar Noord-Oost-Brabant zijn drukke snelwegen met veel vrachtverkeer. Grote verkeersknooppunten zijn Hooipolder (A27, A59), Klaverpolder (A16, A17, A59), Zoomland (A4, A58), Zonzeel (A16, A59) en Galder (A16, A58). De regio wordt door diverse bruggen gekoppeld aan andere regio's, waaronder met Zeeland en ZuidHolland Zuid. Een incident met of op een brug heeft direct merkbare gevolgen door toenemende drukte op de andere bruggen en routes. Daarbovenop is ook de bereikbaarheid van hulpdiensten tijdens een (grootschalige) calamiteit van groot belang. 4.2.12.2 Risico’s Over de weg vindt divers verkeer plaats, variërend van personenauto's tot tourbussen en vrachtverkeer (goederen en gevaarlijke stoffen). Weersomstandigheden, waaronder extreme neerslag, koude/hitte en mist, hebben een grote invloed op het wegverkeer en het incidentenbeeld.

De autosnelwegen kennen veel vrachtverkeer, maar ook steeds meer voertuigen die aangedreven worden door nieuwe vormen van energie (waterstofgas of elektrische voertuigen). Zo neemt het aantal elektrische voertuigen en waterstof aangedreven voertuigen toe. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is een aanvullend risico en een incident kan grote effecten op de omgeving hebben. Door de aanwezigheid van de kerncentrale Borssele en de grensovergang met België vinden ook nucleaire transporten over de weg plaats. In 2020 is de verkeersprestatie (voertuigkilometers) door COVID-19 sterk afgenomen. De verwachting is dat deze in de periode 2021-2026 groeit met respectievelijk 8,1% en 4,1% ten opzichte van 2019. Het vrachtverkeer zal naar verwachting tot en met 2026 groeien met 9,7% ten opzichte van 2019. Het aantal elektrische auto's stijgt. In maart 2022 was 2,85% van de personenauto's elektrisch. De verwachting is dat dit aantal in de komende jaren blijft stijgen. Incidenten met elektrisch aangedreven voertuigen brengen extra uitdagingen met zich mee: de aanwezigheid van hoogspanning is een risico voor hulpverleners en brandende accu’s vragen een andere (langdurige) blussing. Ook het aantal voertuigen die aangedreven worden door waterstof (bussen en vrachtwagens) zal de komende jaren verder stijgen.

Dan is er nog de ontwikkeling van voertuigen die ‘zelfrijdend’ zijn (personenauto’s en vrachtvervoer) met in meer of mindere mate menselijke aanwezigheid. In 2023 worden grootschalige werkzaamheden verricht aan de Haringvlietbrug. Door deze werkzaamheden zal de brug vanaf juni 2023 tot uiterlijk begin augustus 2023 afgesloten worden. Het is waarschijnlijk dat het verkeer dat doorgaans gebruikmaakt van de Haringvlietbrug uit moet wijken naar andere routes, wat extra drukte meebrengt op bijvoorbeeld de Moerdijkbrug. Dit zal tot uiting komen bij spitstijden en bij weeroverlast.

40 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Bij deze risicocategorie spelen bij de impact vooral de enkele slachtoffers (doden en gewonden) en kosten. Andere impactcriteria zijn laag ingeschat.

4.2.13 Spoor 4.2.13.1 Context Onder de risicocategorie spoorvervoer verstaan we de volgende maatgevende gebeurtenissen die binnen spoorvervoer kunnen plaatsvinden: complex treinongeval, brand in een treinstel en uitval spoorwegverkeer. Dit kan plaatsvinden op het doorgaande spoor en op emplacementen De regio heeft een spoornetwerk dat het vervoer van passagiers en goederen en gevaarlijke stoffen verzorgt. Lijnen voor passagiersvervoer zijn zowel nationaal als internationaal met België. Belangrijke treinstations binnen de regio zijn Breda (ook internationaal) en Tilburg. De twee spoorlijnen die het vervoer van (gevaarlijke) goederen bewerkstelligen zijn de Brabantroute en spoorlijn 12. De Brabantroute verbindt Venlo met Rotterdam en loopt langs Moerdijk, Breda en Tilburg. Spoorlijn 12 is een grensoverschrijdenden spoorlijn en verbindt Antwerpen met Lage Zwaluwe. Het traject loopt langs Roosendaal, Oudenbosch, Zevenbergen, Lage Zwaluwe en Moerdijk. Daarnaast bevinden er zich twee rangeerterreinen voor gevaarlijke stoffen in Lage Zwaluwe en Moerdijk.

41 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.13.2 Risico’s Een incident met een passagierstrein kan grote aantallen slachtoffers geven. Over de sporen van de Brabantroute en spoorlijn 12 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Deze lijnen lopen door diverse gemeenten en grote steden als Breda, Tilburg en Roosendaal. Het transporteren van gevaarlijke stoffen geeft bij een incident risico's voor mens en milieu. Een versperring van het spoor heeft naast overlast voor reizigers (ook in andere delen van het land) ook een grote economische en sociaalpsychologische impact. In 2018 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een plan gepresenteerd waarbij overschrijdingen van het risicoplafond van de Brabantroute voorkomen moeten worden. Omdat de Brabantroute door grote steden loopt, wil de provincie Noord-Brabant deze route ontlasten. In februari 2022 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de Tweede Kamer geïnformeerd over de Delta Corridor die het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en door bewoonde steden kan terugdringen. De Delta Corridor biedt kansen voor het transport van gevaarlijke stoffen en de verbetering van de externe veiligheid op en langs bovengrondse spoor-, water- en snelwegen. Dit leidt in potentie tot minder CO₂ en stikstofuitstoot door minder transportbewegingen en mogelijkheden voor woningbouw nabij het spoor bij de betrokken Brabantse steden.

De Delta Corridor is aangemerkt als project van nationaal belang vanwege kansen die het project biedt voor Nederland. Op dit moment bevindt het Delta Corridor project zich in de verkenningsfase. Uitgangspunt is dat de ruimtelijke procedures zorgvuldig worden doorlopen met een twee fasen aanpak (verkennings- en planuitwerkingsfase) in samenwerking met regionale overheden.

42 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.14 Scheepvaart 4.2.14.1 Context Onder de risicocategorie scheepvaart verstaan we de volgende gebeurtenissen die binnen de scheepvaart kunnen plaatsvinden; incident op een schip, aanvaring schip met ander vaartuig of object, incident personenvervoer over water en een obstructie scheepvaartverkeer. In en langs de regio vinden veel scheepvaartbewegingen plaats, vooral op het Hollands Diep, Schelde-Rijnkanaal, de Maas, de Waal en het Mark-Vlietkanaal. De zeehaven van Moerdijk ligt aan het Hollands Diep ten westen van de Moerdijkbrug. Populaire recreatiegebieden die veel bezoekers trekken zijn de Biesbosch in het noorden van de regio, Schelde Rijnkanaal en andere rivieren, binnenwateren en singels. Recreanten op het water bevinden zich op ongemotoriseerde en gemotoriseerde vaartuigen met elk verschillende snelheden. 4.2.14.2 Risico’s In een havengebied vindt overslag plaats van gevaarlijke stoffen. Een incident kan leiden tot branden en/of explosies. Een incident met een schip kan gevolgen hebben voor mens, flora en fauna als lekkages optreden van bijvoorbeeld olieproducten of gevaarlijke lading. Een incident met een schip dat chemische lading vervoert kan leiden tot explosies. Een obstructie van de vaarweg als gevolg van een incident leidt tot grote economische schade.

De gemeente Moerdijk, provincie Noord-Brabant en Havenbedrijf Moerdijk willen Moerdijk ontwikkelen tot het belangrijkste haven- en industriecomplex binnen de Vlaams-Nederlandse Delta, met name gericht op duurzame logistiek, chemie en procesindustrie. Op het gebied van scheepvaartbewegingen is er de afgelopen jaren een toename van het aantal vaarbewegingen tussen Rotterdam en Antwerpen. Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen vindt ook recreatie en rondvaart plaats op de vaarwegen (vooral nabij de Biesbosch). Bij rondvaartboten gaat het bij een incident al snel om grote aantallen (verminderd zelfredzame) slachtoffers. In 2022 is een schip in gebruik genomen voor de opvang van vluchtelingen (dit schip vaart echter niet rond, maar ligt afgemeerd).

4.2.15 Buisleiding 4.2.15.1 Context Gevaarlijke stoffen in gas- en vloeibare vorm worden naast over water, weg en spoor ook via buisleidingen vervoerd. Binnen de regio loopt een uitgebreid buizennetwerk. Deze buisleidingen bevinden zich meestal ondergronds. De stoffen zijn brandbaar, giftig en bevinden zich onder hoge druk. Tussen de industriegebieden van Rotterdam en Antwerpen, met aftakkingen naar Moerdijk en richting Vlissingen, ligt een zeer groot leidingennetwerk. Met ruim 1400 kilometer aan leidingen en zo’n 5000 kilometer aan kabels, speelt de leidingenstraat een grote rol in het ondergronds transport in Nederland. Ter indicatie: ruim één derde van de jaarlijkse import vanuit Rotterdam loopt via dit tracé. Buisleidingen worden gebruikt voor een grote variëteit aan producten: • •

Afvalwater, drinkwater en ruwwater (27%) Aardgas, natgas en waterstofgas (25%) 43

Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

• • • •

Koolwaterstoffen (19%) Stikstof, waterstof en zuurstof (13%) Oxiden (8%) Ruwe olie (6%)

De belangrijkste gebruikers van deze buisleidingen zijn de petrochemische industrie (63%), telecomen internetsector (29%), overheden (5%) en nutsbedrijven (3%).

4.2.15.2 Risico’s Bij schade aan buisleidingen kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen, die in brand kunnen vliegen, exploderen of giftig zijn voor mens en dier. De oorzaak van schade aan een buisleiding ligt meestal bij graafwerkzaamheden waarbij een leiding wordt geraakt. Een incident met een buisleiding leidt in veel gevallen tot een incident die dat onder de risicocategorieën ‘vrijkomen brandbare/explosieve stof’ of ‘vrijkomen chemische/toxische stof’ valt. Op zichzelf leidt een verstoring van een buisleiding tot het stagneren van de aanvoer van stoffen en economische schade.

44 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

GEZONDHEID

4.2.16 Uitbraak infectieziekte mens 4.2.16.1 Context Een epidemie is een wijdverspreide uitbraak van een ziekte of een groot aantal gevallen van een ziekte in één enkele gemeenschap of in een bepaald gebied. In deze risicocategorie onderscheiden we de ziektegolf besmettelijke ziekte en de ziektegolf niet besmettelijke ziekte. Voor ‘ziektegolf besmettelijke ziekte’ wordt gedoeld op ziekten die van mens op mens of van dier op mens overdraagbaar zijn; de zogenaamde infectieziekten. De overdracht vindt plaats door middel van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen, schimmels of parasieten. Dit kan via besmette personen (contact), voeding, water, hoesten of insecten. Er is verder onderscheid te maken tussen infectieziekten afkomstig van dieren en infectieziekten die alleen bij mensen voorkomen. Bij ‘niet-besmettelijke ziekte’ wordt gedoeld op toxines. Toxines zijn chemische, giftige stoffen die gemaakt worden door bacteriën. Voorbeelden zijn botulinetoxine (botulisme) en de toxines geproduceerd door blauwalgen. ‘Grootschalige uitbraak infectieziekte’ is de term die in dit risicoprofiel wordt gebruikt, omdat deze bredere omschrijving beter past gezien de toename van diversiteit van infectieziekten. 4.2.16.2 Risico’s Door de globalisering staan mensen uit verschillende leefwerelden meer in verbinding met elkaar waardoor ziektes sneller verspreid worden.

Een uitbraak van een infectieziekte kan leiden tot een epidemie of zelfs pandemie en heeft grote maatschappelijke gevolgen, zoals we ook gekend hebben met COVID-19. De primaire effecten van een infectieziekte kent naast slachtoffers ook gevoelens van angst, onrust en machteloosheid. De secundaire effecten, zoals die van mitigerende maatregelen, zijn grote economische schade, maatschappelijke isolatie, onrusten, georganiseerde protestacties en afnemend vertrouwen in politiek en bestuur en polarisatie. Grote infectieziekte-uitbraken hebben ook effect op de beschikbaarheid van hulpverleners die nodig zijn om deze effecten van de uitbraak in te dammen. Door de klimaatverandering kunnen dieren die infecties veroorzaken op meerdere plaatsen in de wereld overleven. Toenemende globalisering draagt bij een snellere verspreiding van ziektes over de wereld. COVID-19 heeft mensen doen beseffen dat zij kwetsbaar zijn. Daarentegen hebben COVID-19, de langdurige aanwezigheid van virusmutaties en de genomen maatregelen mogelijk ook een vorm van tweedeling veroorzaakt. Mensen die adviezen en maatregelen opvolgen versus mensen die op basis van onjuiste informatie of beelden een andere beslissing maken en elkaar bekritiseren. Daartussen staat een overheid die hierop moet acteren.

Met de (wellicht negatief ervaren) ervaringen van de maatregelen nog vers in het geheugen, zal het een grote opgave worden draagvlak te creëren voor nieuwe en mogelijk verregaande maatregelen.

45 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.17 Uitbraak dierziekte 4.2.17.1 Context Bij de risicocategorie dierziekte gaat het om dierziekten die enkel van dier op dier overdraagbaar zijn. Dit in tegenstelling tot de risicocategorie infectieziekte mens. Net als bij de mens worden infectieziekten bij dieren veroorzaakt door dezelfde micro-organismen en zijn ze op dezelfde manier overdraagbaar. Deze infectieziekten breken meestal uit in (pluim)veestallen waar dieren dicht op elkaar leven. Voorbeelden van recente dierziekten zijn de vogelgriep en de varkenspest. 4.2.17.2 Risico’s Risicovolle plaatsen zijn private gebieden, boerderijen waar veel dieren op een relatief kleine oppervlakte staan en natuurgebieden zoals water en bos. Door transport van dieren vindt verspreiding van infectieziekten sneller plaats. Uit de Rijk brede risicoanalyse volgt dat de kans dat de komende jaren een uitbraak van een dierziekte, zoals varkenspest, Q-koorts, MKZ of (niet-zoönotische) vogelgriep plaatsvindt, relatief groot is. Wat betreft de impact volgt uit de beoordeling dat veel criteria worden geraakt en de totale impact aanzienlijk is. De financiële schade en de sociaal-maatschappelijke impact zijn in dit geval het grootst. Hierbij is duidelijk dat de gevolgen van een dergelijke dierziekte de mensen en bedrijven in de betreffende sector significant raken.

Dit kan zich uiten in gevoelens van angst en machteloosheid en het heeft bij die mensen in de sector een impact op het dagelijks leven. Daarnaast kunnen er uitingen van woede en frustratie ontstaan die zich uiten in vormen van protest of vernielingen/geweld. Een gevoel van onrecht kan leiden tot verharding en polarisatie, waarbij er wederom een link is met het thema polarisatie, extremisme en terrorisme.

SOCIAAL MAATSCHAPPELIJKE OMGEVING 4.2.18 Terrorisme 4.2.18.1 Context Onder de risicocategorie terrorisme, extremisme en radicalisering vallen de volgende maatgevende gebeurtenissen: dreiging van terrorisme, niet-gewelddadig extremisme, gewelddadig extremisme, terrorisme gericht tegen personen en terrorisme gericht tegen (vitale) infrastructuur en voorzieningen. Verschijningvormen van terrorisme zijn: openlijke verspreiding van ideologische of dreigende berichten, brandstichting, steekpartijen, schietpartijen, aanvallen met voertuigen, cyberaanvallen en aanvallen met CBRNE-middelen (chemische, biologische radiologische, nucleaire en zware explosieven). 4.2.18.2 Risico’s Terroristische aanvallen gebeuren meestal op plaatsen waar veel mensen samenkomen, op plekken of feest- en gedenkdagen, symbolische plaatsen of individuen met aanzien, waarbij een aanval ervoor kan zorgen dat de samenleving wordt ontwricht. Bij deze risicocategorie speelt bij de impact vooral de verstoring van het dagelijks leven, slachtoffers (doden en gewonden), aantasting van de positie van het lokale en regionale bestuur (gevolgen voor openbare orde, vrijheid van meningsuiting en religie) en sociaalpsychologische impact (gevoelens van woede en angst).

46 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Het terrorismedreigingsniveau in Nederland (en op West-Europees niveau) is de afgelopen jaren langere tijd als substantieel (niveau 4 van 5) ingeschaald. Sinds december 2019 is het niveau verlaagd naar aanzienlijk (niveau 3 van 5). De dreigingsbeelden van de NCTV geven een divers beeld van terroristische groepen, ‘lone wolves’ en internationale gebeurtenissen die aangeven dat terrorisme nog steeds een actueel thema is.

4.2.19 Effecten van zware criminaliteit 4.2.19.1 Context De Veiligheidsregio heeft geen rol in de aanpak van de (zware/georganiseerde) criminaliteit. Wel komen hulpdiensten steeds vaker ter plaatse van incidenten die het gevolg zijn van zware criminaliteit. Denk aan: • • • • •

Aantreffen (grootschalige) productielocaties voor synthetische drugs (gevaarlijke stoffen); Brandgevaarlijke hennepkwekerijen (brandrisico en gevaarlijke stoffen)); Dumpingen van gevaarlijke stoffen die verband houden met drugs productie/verwerking/versnijding/doorvoer (gevaarlijke stoffen); Ram- en plofkraken (aanwezigheid explosieve stoffen en instortingsgevaar); Intimidatie-acties met het gebruik van explosieve stoffen of vuurwapens.

Deze verschijningsvormen zijn in een aantal aspecten anders dan ‘normale’ incidenten met gevaarlijke stoffen of branden. Het zijn verschijningsvormen die ook een andere risico's met zich meebrengen voor onze hulpverleners en onze samenleving (zeker wanneer deze in de woon- en leefomgeving afspelen). Bij deze risicocategorie gaat het in dit risicoprofiel uitsluitend om de negatieve gevolgen van zware criminaliteit die zich openlijk uiten tot fysieke veiligheidsvraagstukken (incidenten) en waar bij de bestrijding van de effecten een multidisciplinaire aanpak nodig is. Als Veiligheidsregio blijven wij in gesprek met onze partners om ontwikkelingen (aantallen uitrukken) en verschijningsvormen (gevaarsetting, soort locatie, bijkomende risico's, slachtoffers, etc.) van deze categorie in kaart te brengen voor een betere preparatie en voor een veilig repressief optreden van onze hulpverleners. De aanpak van de zware/georganiseerde criminaliteit is voor Politie, gemeenten, Rijksoverheid en Openbaar Ministerie.

4.2.19.2 Risico's Al jaren kent de regio een bijzonder hoog aantal drugsproductielocaties en dumpingslocaties van (restproducten van) chemische en giftige stoffen die gebruikt worden bij de productie, verwerking of versnijden van drugs. Drugsproductie (synthetische drugs, hennepkwekerijen en versnijdingslocaties) kunnen overal plaatsvinden. Van stille afgelegen agrarische locaties, tot aan kantoorpanden en woningen. Deze locaties zijn brandgevaarlijk (door aanpassingen van de stroomvoorziening en chemische reacties bij de productie) en liggen er vaak bijzonder grote aantallen zeer gevaarlijke stoffen. Deze dumpingen vinden veelal plaats op stille en afgelegen plaatsen, zoals een natuurgebied of in de berm langs een doorgaande weg. Ook zijn diverse gevallen bekend van vrachtwagens die worden achtergelaten met een volle laadbak. Drugsafval is giftig, bijtend, brandbaar (soms explosief) en het leidt tot grote bodemverontreinigingen die grond- en drinkwater kunnen vervuilen. 47 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Bij een ramkraak wordt gebruikgemaakt van een voertuig om toegang te verschaffen tot een pand. Dit kan leiden tot een instabiele constructie van het pand (bijv. Een appartementencomplex). Bij een plofkraak proberen criminelen een geldautomaat tot ontploffing te brengen om het geld mee te kunnen nemen. Plofkraken veroorzaken door het gebruik van gevaarlijke stoffen (explosieven of gas) veel schade en vormen een risico voor omwonenden. Naast dat hierbij (dodelijke) slachtoffers kunnen vallen, zorgen dergelijke gebeurtenissen ook voor gevoelens van angst en woede. Intimidaties door middel van het achterlaten (en soms laten exploderen) van explosieven (zoals handgranaten) zijn de afgelopen jaren geregeld voorgekomen. Dergelijke acties kunnen leiden tot (onbedoelde) slachtoffers en schade, maar zorgen bovendien voor grote maatschappelijke onrust en verstoring van het dagelijks leven bij omwonenden en direct betrokkenen.

4.2.20 Effecten van maatschappelijke onrust 4.2.20.1 Context Onder de risicocategorie effecten van maatschappelijke onrust worden gebeurtenissen en publieke uitingen verstaan die niet direct het gevolg zijn van een incident uit andere uitgewerkte risicocategorieën, maar meer op zichzelf kunnen staan. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om georganiseerde en ongeorganiseerde uitingen van ongenoegen tegen overheidsoptreden, overheidsbeleid, politieke uitspraken, geopolitieke spanningen of negatief ontwikkelende spanningen tussen groepen of partijen in de samenleving (polarisatie). Binnen het maatschappelijke thema sociaal maatschappelijke omgeving vallen risicocategorieën die traditioneel gezien tot het domein van de openbare orde behoren. Echter, steeds vaker kunnen openbare ordeverstoringen leiden tot de aantasting van de openbare veiligheid. 4.2.20.2 Risico’s Maatschappelijke onrust uit zich in verschillende vormen die uiteenlopen van vreedzame en kleinschalige protestacties tot radicale, strafbare en grootschalige acties. Demonstraties dienen vooraf gemeld te worden bij gemeenten waarbij de locatie of route vooraf bekend zijn. Echter zijn er ook legio voorbeelden van protestacties die niet worden aangemeld.

Diverse crises hebben de afgelopen jaren aangetoond dat personen en groepen elkaar kunnen vinden in een vorm van gezamenlijk ongenoegen en dat bij elkaar komt tot één grote uiting, zoals een demonstratie. Dergelijke samenkomsten vormen een groter risico om te escaleren tot openbare orde en veiligheidsproblemen (vernielingen, rellen, fysiek geweld richting overheidsdiensten). Naast fysieke demonstraties komt maatschappelijke onrust tot uiting op sociale mediaplatformen. De toegang tot informatie is voor de samenleving steeds makkelijker geworden en bijna absoluut. Slimme algoritmes weten naar welke informatie we op zoek zijn en waar onze interessegebieden liggen. Dit maakt de samenleving ook kwetsbaar om gevoed te worden door desinformatie en sociale media zijn dé platformen om deze informatie te verspreiden (ook wel nepnieuws of Engels: fake news). Op sociale mediaplatformen is het eenvoudiger om medestanders te vinden en is het door het anonieme karakter laagdrempelig om ongenoegen te uiten, anderen op te ruien, personen te bedreigen, etc. Volgens het Ondersteuningsnetwerk maatschappelijke onrust (Omo) neemt het aantal ongewenste uitingen van maatschappelijke onrust toe. Ook het anti-overheidssentiment door toenemend wantrouwen in de overheid speelt mee. Sociale media en het verspreiden van desinformatie hebben daarin een grote rol.

48 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.2.21 Incident tijdens evenement 4.2.21.1 Context Incidenten tijdens evenementen die paniek kunnen veroorzaken zijn er in verschillende verschijningsvormen, zoals een te grote bezoekersdichtheid, ordeverstoring, brand, instorting of extreem weer. Tijdens bijeenkomsten zoals manifestaties, demonstraties of samenkomsten zijn veel mensen geconcentreerd aanwezig. Dit geldt ook voor drukbezochte winkelcentra, markten of bedrijfslocaties. Verstorende gebeurtenissen (zoals een ongeluk, aanslag of vechtpartij) kunnen leiden tot panieksituaties. Door een dergelijke gebeurtenis willen de aanwezigen zo snel mogelijk de locatie verlaten, waarvoor mogelijk onvoldoende vluchtwegen beschikbaar zijn. Daardoor kunnen mensen in de verdrukking komen en onwel worden. Hierbij zijn drie factoren van belang: veel aanwezigen op een beperkt grondoppervlak, het ingesloten zijn van de aanwezigen (beperkte bewegingsruimte) en de mogelijkheid van een zogenaamd 'triggerincident' waardoor de paniek ontstaat of wordt aangewakkerd. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Nationale festiviteiten (bijvoorbeeld Bevrijdingsfestival, Koningsdag) Lokale/regionale festiviteiten (zoals Tilburgse Kermis) Sportevenementen (zoals voetbalwedstrijden en wielerwedstrijden) Concerten/festivals Markten

Met name de Tilburgse kermis, Decibel, Koningsdag, bloemencorso, carnaval en de luchtmachtdagen worden veel bezocht. Daarnaast zijn de attractie- en dierenparken, zoals de Efteling en Safaripark Beekse Bergen, plekken waar veel mensen op een kleine oppervlakte samenkomen. Het aantal evenementen in de regio MWB is de afgelopen jaren verder toegenomen. 4.2.21.2 Risico’s De randvoorwaarden voor het ontstaan van paniek in menigten zijn: veel mensen op een kleine oppervlakte, beperkte bewegingsruimte/vluchtmogelijkheden en een 'triggerincident'. Een trigger zet de paniek onder de menigte in gang. Dit kan een plotseling optredend incident zijn zoals een explosie, een snel ontwikkelende brand, schietpartij, stroomuitval of een technisch defect. Paniek in menigten kan daarnaast ontstaan door een schreeuw, door berichtgeving (gerucht) over een dreiging (bijvoorbeeld een bommelding). Nadat paniek is uitgebroken kunnen aanvullende factoren bijdragen tot verergering van de situatie. Hierbij kan worden gedacht aan onduidelijkheid /gebrek aan informatie, het onwel worden van mensen, onduidelijke/ontbrekende vluchtwegen en externe prikkels (zoals het zichtbaar optreden van de politie). Vervolgens kunnen er slachtoffers en gewonden vallen door verdrukking, onder de voet lopen en verstikking.

Verder speelt bij de impact ook de sociaalpsychologische impact (gevoelens van woede en angst) en positie van lokaal/regionaal bestuur (verwijtbaarheid).

4.3 Cascade-effecten Bij het analyseren en valideren van de risicocategorieën zijn eventueel optredende cascade-effecten tussen risicocategorieën buiten beschouwing gelaten. Echter, de praktijk laat zien en het is voorstelbaar dat het daadwerkelijk plaatsvinden van een risicovolle situatie binnen de ene 49 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

risicocategorie, een trigger is voor een risicovolle situatie binnen een andere risicocategorie, of dat de te treffen maatregelen bij de bestrijding ervan een trigger zijn. Zo ontstond bij het treffen van maatregelen in het kader van de COVID-19 crisis, maatschappelijke onrust. Een ander voorbeeld is, dat wanneer sprake is van een overstroming er waarschijnlijk ook sprake is of dreigt van de verstoring van vitale infrastructuur of stilvallen van procesindustrie met alle gevolgen van dien. In onderstaande tabel zijn de meest voor de hand liggende cascade-effecten tussen de verschillende risicocategorieën in beeld gebracht. Langs zowel de verticale as als langs de horizontale as zijn alle risicocategorieën opgenomen. De tabel dient van links naar rechts gelezen te worden. De kruisjes geven aan welke risicocategorieën getriggerd worden door de risicocategorie van de betreffende rij. Langs de verticale as staan dus de risicocategorieën die als (mogelijke) oorzaak gezien kunnen worden, voor het optreden van cascade-effecten binnen één of meerdere aangekruiste risicocategorieën die langs de horizontale as staan. Het overzicht laat zien dat de risicocategorieën extreem weer en verstoring vitale infrastructuur de meeste cascade-effecten op andere risicocategorieën veroorzaakt. Hiermee zijn deze bij uitstek een risicoversterkende categorie.

Terwijl maatschappelijke onrust het vaakst een gevolg kan zijn van een risicocategorie.

• •

Natuurbrand Gebouwde omgeving

Brand gebouwde omgeving

•

•

• •

• • •

Instorting Technologische omgeving

Radiologisch/ nucleair incident Incident met brandbare of explosieve stof

Incident met chemische of giftige stof Vitale infrastructuur en Verstoring vitale infrastructuur voorzieningen Scheepvaart Luchtvaart Verkeer en vervoer

• • • • • •

• • • • •

Spoorvervoer

Buisleiding

• •

•

• •

• •

•

•

• •

• •

•

•

•

•

• • •

•

•

• • • • •

•

• • •

Uitbraak infectieziekten mens

•

Uitbraak infectieziekten dier Effecten maatschappelijke onrust

Sociaal maatschappelijke Terrorisme omgeving Effecten georganiseerde criminaliteit

Incident bij evenement

•

Effecten georganiseerde criminaliteit

•

Terrorisme

•

• • • • • • • •

•

Wegvervoer

Gezondheid

•

• • •

Effecten maatschappelijke onrust

•

Uitbraak infectieziekten dier

Spoorvervoer

Overstroming

• •

Uitbraak infectieziekten mens

Luchtvaart

Extreem weer

Buisleiding

Scheepvaart

•

•

• • •

Verontreiniging oppervlaktewater Natuurlijke omgeving

Wegvervoer

Verstoring vitale infrastructuur

Incident met chemische of giftige stof

•

Incident met brandbare of explosieve stof

Brand gebouwde omgeving

•

Radologisch/ nucleair incident

Natuurbrand

•

Instorting

Overstroming

Extreem weer

Verontreiniging oppervlaktewater

Natuurlijke omgeving Gebouwde Technologische omgevingomgeving VitaleVerkeer infrastrctuur en vervoer en voorzieningen GezondheidSociaal maatschappelijke omgeving

•

• •

•

Incident bij evenement

• •

•

•

• •

• •

• • • • • • • •

•

• • • •

•

•

50 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.4 Seizoensgebonden risico’s Een aantal risicocategorieën kent een seizoensgebondenheid. Seizoensgebondenheid houdt in dat waarschijnlijkheid of de frequentie dat het risico plaatsvindt in een specifiek seizoen groter is. Zo worden er in de zomermaanden vaker grootschalige buitenevenementen georganiseerd waardoor de kans op een crisis in die categorie in dat seizoen groter is. Niet alle risico's zijn seizoensgebonden. De meeste vinden plaats ongeacht de periode in het jaar.

Herfst

Winter

• •

•

•

•

•

Lente Verontreiniging oppervlaktewater Extreem weer Natuurlijke omgeving Overstroming Natuurbrand Brand gebouwde omgeving Gebouwde omgeving Instorting Radiologisch/ nucleair incident Technologische omgeving Incident met brandbare of explosieve stof Incident met chemische of gifitige stof Vitale infrastructuur en Verstoring vitale infrastructuur voorzieningen Scheepvaart Luchtvaart Verkeer en vervoer Spoorvervoer Wegvervoer Buisleiding Uitbraak infectieziekten mens Gezondheid Uitbraak dierziekten Effecten maatschappelijke onrust Sociaal maatschappelijke Terrorisme omgeving Effecten georganiseerde criminaliteit Incident bij evenement

Zomer

Seizoen

• •

•

•

•

51 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

4.5 Regiogrens overstijgende incidenten 4.5.1 Aanliggende veiligheidsregio’s De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant grenst aan zes veiligheidsregio's, te weten Zeeland (VRZ), Rotterdam-Rijnmond (VRR), Zuid-Holland Zuid (VRZHZ), Gelderland-Zuid (VRGZ), BrabantNoord (VRBN) en Brabant-Zuidoost (VRBZO). Kijkend naar de grensgebieden zijn er diverse risicocategorieën die meerdere veiligheidsregio’s kunnen raken. Dit kan zijn dat wij een risicovol object hebben waar de omliggende regio’s rekening mee moeten houden als effect, en vice versa. De grootste grensoverschrijdende risicocategorieën zijn: Extreem weer Natuurbrand Overstroming Verontreiniging oppervlaktewater Radiologisch/nucleair incident Incident met brandbare of explosieve stof Incident met chemische of giftige stof Verstoring vitale infrastructuur Luchtvaart Wegvervoer Spoorvervoer Scheepvaart Buisleiding Uitbraak infectieziekte mens Uitbraak dierziekte Terrorisme

VRZ x x x x x x x x x x x x x x x x

VRR x

VRGZ x

x x

VRZHZ x x x x

x x x

x x x

x x x

x

x x x x x x x

x

x x x x

x x

x x x x x

VRBN x x x

VRBZO x x x

x x x x

x x x x

x x

x

x x x x

x x x x

4.5.2 Internationaal met België De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant grenst aan de Provincie Antwerpen in België.

15 Kilometerzone Nederland/België 52 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Voor het risicobeeld wordt, in overeenstemming met het Verdrag van Helsinki, een gebied met reikwijdte van 15 kilometer vanaf de betreffende regio- en landsgrenzen gehanteerd. Om een totaalbeeld te creëren, wordt daarnaast gekeken naar de mogelijke grensoverschrijdende risico’s net buiten het risicogebied, binnen de genoemde straal van 15 kilometer. Dit betreft gedeeltes van de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en de Nederlandse Veiligheidsregio’s Zeeland en BrabantZuidoost. De gemeenten in de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Provincie Antwerpen aan beide zijden van de grens die zich in deze 15 kilometerzone bevinden staan in onderstaande tabel. Dit zijn niet alleen de grensgemeenten.

Nederland - Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant België - Provincie Antwerpen Overig in 15km Hulpverlenings Overig in 15km District Gemeente Grensgemeente Gemeente Grensgemeente zone zone zone Woensdrecht X Antwerpen Antwerpen X Roosendaal X Stabroek X Rucphen X Kapellen X Markiezaten Bergen op Zoom X Kalmthout X Steenbergen X Essen X Rand Halderberge X Wuustwezel X Zundert X Brasschaat X Baronie Breda X Schoten X Alphen-Chaam X Brecht X Baarle-Nassau X Malle X Goirle X Hoogstraten X Hart van Hilvarenbeek X Merksplas X Brabant Gilze en Rijen X Baarle-Hertog X Tilburg X Ravels X Oisterwijk X Rijkevorsel X Taxandria Beerse X Vosselaar X Lille X Turnhout X Oud-Turnhout X Kasterlee X

De 15 kilometerzone beslaat een oppervlakte van ongeveer 5.000 m2 en kent een divers karakter met zowel stedelijke, industriële als landelijke gebieden. Het aantal inwoners in dit grensgebied is opgeteld ruim 2,6 miljoen mensen. Grensoverschrijdende risico's Grensoverschrijdende risico's in het grensgebied zijn onder te verdelen in verschillende categorieën. Natuurbrand In het grensgebied bevinden zich veel grote bos- en heidegebieden. De grensoverschrijdende natuurgebieden zijn Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide (Woensdrecht, Stabroek, Kalmthout, Essen, Kapellen) en de Rucphense Bossen – Essen-Duinen (Rucphen, Essen) Wegvervoer De doorgaande rijkssnelwegen verbinden belangrijke chemieclusters en chemische industrieën met elkaar (Rotterdam, Moerdijk, Antwerpen). Transport van gevaarlijke stoffen vindt met name plaats over de twee snelwegen die Midden- en West-Brabant en Provincie Antwerpen met elkaar verbinden: de A4/A12 en de A16/A1. Daarnaast vindt dit vervoer ook plaats over de provinciale (en gemeentelijke) wegen.

53 Regionaal Risicoprofiel 2023-2027 VRMWB CONCEPT v0.95

Scheepvaart De Schelde-Rijnverbinding loopt van Antwerpen naar het Volkerak en is een hoofdvaarweg en onderdeel van de hoofdtransportas Antwerpen-Rotterdam-Duitsland. Het kanaal is een scheepvaartverbinding tussen de Schelde die in Noord-Frankrijk ontspringt en de Rijn die in de Bodensee ontspringt. De grotere grensoverschrijdende rivieren zijn Aa/Weerijs, Mark en Molenbeek. Spoorvervoer De zogenaamde Spoorlijn 12, de spoorlijn tussen Antwerpen – Lage Zwaluwe, is de grensoverschrijdende spoorlijn die Antwerpen verbindt met de Belgisch-Nederlandse grens en als Nederlandse spoorlijn verder gaat naar Roosendaal en Lage Zwaluwe. Dit is een belangrijk spoortraject voor het vervoer van gevaarlijke stoffen tussen Nederland en België. De Hogesnelheidslijn Schiphol – Antwerpen, bestaande uit de HSL-Zuid in Nederland en de HSL 4 (of HSL-Noord, Spoorlijn 4) in België, is de spoorlijn die Schiphol met Antwerpen verbindt via Rotterdam en langs Breda. De spoorlijn is onderdeel van de internationale verbinding Parijs – Amsterdam en heeft ook een belangrijke rol voor binnenlands personenvervoer. Buisleidingen Door het risicogebied lopen verschillende buisleidingen. Een deel hiervan is onderdeel van de buisleidingenstraat. Dit is een tracé van 73 km dat de industriecomplexen van Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen en Antwerpen met elkaar verbindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1463/documents/25129