04 Bijlage 2.1 Vast te stellen bestemmingsplan Zuidrand Goirle locatie Van Besouw fase 2 zonder de separate bijlagen bij de plantoelichting.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE GOIRLE
BESTEMMINGSPLAN ZUIDRAND GOIRLE, LOCATIE VAN BESOUW FASE 2
GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TERVISIELEGGING ONTWERP DATUM VASTSTELLING
DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONHERROEPELIJK NAAM EN ADRES OPSTELLER
: : : : : : : : : :
GOIRLE
NL.IMRO.0785.BP2021003ZUIDBESO2-VG01
1:1.000 VASTGESTELD
21-04-2022 06-10-2022
ANTEA GROUP, BENELUXWEG 125, 4904 SJ OOSTERHOUT
PLANTOELICHTING
Inhoudsopgave
Plantoelichting
3
Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
4 4 5 5 6 6
Hoofdstuk 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Historische ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 2.3 Technische infrastructuur 2.4 Voorgenomen ontwikkeling
7 7 11 13 13
Hoofdstuk 3 RUIMTELIJK BELEIDSKADER 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Gemeente
15 15 17 22
Hoofdstuk 4 THEMATISCHE BELEIDSKADERS 4.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand 4.2 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 4.3 Volkshuisvesting 4.4 Groen 4.5 Verkeer en parkeren
26 26 31 33 36 38
Hoofdstuk 5 MILIEUASPECTEN 5.1 Milieuhinder en bedrijven 5.2 Externe veiligheid 5.3 Kabels, leidingen en straalpad 5.4 Geluid 5.5 Lucht 5.6 Bodem 5.7 Natuur 5.8 Milieueffectrapportage
42 42 44 49 49 51 53 55 59
Hoofdstuk 6 WATER 6.1 Beleid 6.2 Huidige en toekomstige situatie
63 63 66
Hoofdstuk 7 OPZET PLANREGELS 7.1 Plansystematiek 7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels 7.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels 7.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels 7.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel
71 71 71 71 72 73
Hoofdstuk 8 UITVOERBAARHEID 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
74 74 74
2
Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Zuidrand Goirle Ten zuiden van de dorpskern van Goirle zijn sinds jaar en dag onder meer twee grote fabrieksterreinen aanwezig van de firma Van Besouw, waar vloerbedekking werd geproduceerd en van de firma Van Puijenbroek, waar textiel werd geproduceerd. De werkzaamheden van de firma Van Besouw zijn enige tijd geleden gestaakt. Op het terrein van Van Puijenbroek vinden nog opslag en distributie plaats, maar ook dit wordt in de toekomst verder teruggebracht. NBU Projectontwikkeling IV (eigenaar van het Van-Besouwterrein) en VP Exploitatie BV/Wilma-CRA Vastgoed (eigenaar van het Van-Puijenbroekterrein) willen de locaties herontwikkelen tot woningbouwlocaties. Naast de genoemde partijen participeert ook Thebe (eigenaar van het tussen beide fabrieksterreinen gelegen verpleegtehuis) in de herontwikkelingsplannen. Op het terrein van Thebe is een ontwikkeling met zorgwoningen voorzien. De totale herontwikkeling heeft de titel 'Zuidrand Goirle'. Naast de bovengenoemde 'rode ontwikkelingen' vormt de herinrichting van de 'groenblauwe zone' ten zuiden van de terreinen van Van Puijenbroek, Thebe en Van Besouw tevens een onderdeel van de Zuidrand. In deze zone bevindt zich de watergang Nieuwe Leij. Onderdeel van de plannen is een (gedeeltelijke) herinrichting van deze zone.
Het doel is om zowel de rode als groen/blauwe ontwikkelingen goed op elkaar af te stemmen en zo tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen. Dit vormt een gedeelde verantwoordelijkheid. In afbeelding 1.1 is de ligging van de Zuidrand Goirle ten opzichte van de dorpskern Goirle aangegeven en zijn de hierboven beschreven deellocaties opgenomen. De deellocatie Van Besouw is met blauw aangeduid op de navolgende afbeelding (meest oostelijke locatie). Binnen deze deellocatie liggen de gronden waar fase 2 van de woningbouw op het terrein van Van Besouw plaatsvindt. Deze locatie is rood omlijnd op afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1: Deellocaties binnen de Zuidrand Goirle (Antea Group, 2019), de locatie van Van Besouw is rechts aangegeven in blauw met een rode omlijning voor fase 2, de locatie van Van Puijenbroek (thans Land van Anna) is links in paars aangegeven, tussen deze locaties ligt Thebe (aangegeven in geel)
4
Van Besouw Voorliggend bestemmingsplan richt zich op de locatie Van Besouw. Dit terrein van circa 5,5 hectare wil NBU Projectontwikkeling IV transformeren naar een woongebied met aandacht voor de cultuurhistorische elementen. De transformatie van het terrein is - vanwege de beschikbare contingenten - gefaseerd uitgevoerd. In 2020 is een bestemmingsplan vastgesteld dat de bouw van maximaal 155 woningen in de eerste fase van de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt. Dat bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw' zoals dat op 22 september 2020 vastgesteld is. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de tweede fase van de voorgenomen ontwikkeling en maakt woningbouw mogelijk op gronden die in het vigerend bestemmingsplan bestemd zijn als 'Bedrijf'. In totaal maakt dit bestemmingsplan, "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw fase 2", de bouw van maximaal 38 woningen mogelijk. In fase 1 worden echter 149 van de maximaal 155 woningen gerealiseerd. Zes woningen worden dus niet gerealiseerd. Van die zes woningen worden er drie, op basis van een privaatrechtelijke afspraak tussen de gemeente Goirle en de ontwikkelaar, toegevoegd aan de ontwikkeling van fase 2. Daarmee maakt dit bestemmingsplan maximaal 38 (35+3) woningen mogelijk en voldoet daarmee aan de kwantitatieve behoefte.
Nadat deze woningen gerealiseerd zijn, is de gehele voormalige fabriekslocatie getransformeerd tot een hoogwaardige woonwijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de zuidrand van de kern Goirle en wel op de hoek van de Beeksedijk en de Kerkstraat. De Kerkstraat vormt de noordelijke begrenzing van het plangebied. De oostelijke grens van het plangebied bestaat uit de Beeksedijk. Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied begrensd door het vigerend bestemmingsplan 'Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw'. De navolgende afbeelding toont de begrenzing van het plangebied.
Afbeelding 1.2: Globale ligging locatie van Besouw (rood omlijnd) en directe omgeving met daarin de indicatieve begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan (wit omlijnd)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Tot het moment waarop voorliggend bestemmingsplan in werking treedt, geldt in het plangebied het bestemmingsplan dat genoemd wordt in onderstaande tabel.
5
1.4
Bestemmingspla n
Vastgestel In werking d
Onherroepeli ABRvS jk
Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw
22-09-2020 20-11-2020
17-05-2021
n.v.t.
Bij het plan behorende stukken
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook de inhoud van het vigerend beleid beschreven en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.5
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader van Rijk, provincie en gemeente. De thematische beleidskaders komen aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
6
Hoofdstuk 2
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. Dit hoofdstuk beschrijft deze situatie door de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en (brede) omgeving toe te lichten. Voor een beschrijving van deze onderdelen is onder meer gebruik gemaakt van het Cultuurhistorisch onderzoek (maart 2015) van onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv. Vervolgens wordt de voorgestane ontwikkeling besproken. Vervolgens wordt de voorgenomen ontwikkeling besproken.
2.1
Historische ontwikkeling
2.1.1
Goirle
De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden "goer" (goir) en "loo". Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam gebruikt in een oorkonde uit 1312 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Afbeelding 2.1: kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper)
18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting De Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2.544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen en Riel, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel (B). Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853 zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkers de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen "daeronder begrepen kleijne hutten en keten" en maar een paar "stadsgewijze getimmerde huijzen". Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp.
7
19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad.
20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De oorspronkelijk grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom het plein is op planmatige manier woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.
Afbeelding 2.2: kaart van de gemeente Goirle uit begin 20e eeuw Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en de wijken Grobbendonk, De Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat in 1969. Op één villa na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. Later zijn de wijken De Nieuwe Erven en De Hoge Wal tot stand gekomen. De woonwijk Boschkens, aan weerszijden van de Tilburgseweg (ten noorden van de Rillaersebaan is aan het einde van de 20ste eeuw en in het begin van de 21ste eeuw gerealiseerd.
8
2.1.2
Fabrieksterrein Van Besouw
Gerard van Besouw was rond het midden van de negentiende eeuw een handelaar die garen inkocht voor thuiswevers. Deze wevers leverden vervolgens tegen een vaste prijs weefsels aan Van Besouw, die de weefsels vervolgens in de markt zette. In 1876 werden er door Van Besouw wevers in dienst genomen en aan het werk gezet in een machinale weverij aan de Molenstraat. Dat de zaken goed gingen, mag blijken uit het grote huis dat Van Besouw in 1880 aan de Kerkstraat voor zichzelf en zijn gezin liet bouwen (Kerkstraat 10, een Rijksmonument). In 1884 kocht Van Besouw (landbouw)gronden aan de Kerkstraat om daar, vermoedelijk na ophoging van het terrein, een nieuwe machinale weverij te laten bouwen. Er werden in deze fabriek 40 weefgetouwen opgesteld, aangedreven door een stoommachine van 40pk. Bij de opening van de fabriek was deze met 69 wevers de grootste in Goirle (er waren daarnaast nog thuiswevers bij Van Besouw in dienst). Hoe de fabriek er aanvankelijk uit heeft gezien, is min of meer bekend van een foto van omstreeks 1890. De fabriek heeft een machinehuis met schoorsteen aan de Kerkstraat. Daarachter zijn evenwijdig aan de straat twee bouwdelen met zadeldaken en getuite topgevels te zien, vermoedelijk ververijen. Daar weer achter bevindt zich de werkplaats/weverij die onder zeven sheddaken is gebracht. Deze fabrieksopzet is gangbaar in die tijd.
Afbeelding 2.3 Uitsnede van de kadastrale kaart van 1832 met daarop de begrenzingen van het terrein dat wordt aangeduid als het terrein van Van Besouw. De kiem van Van Besouw ligt op het perceel linksboven (Kadasterkaart 1811-1832). Bron afbeelding en tekst: BAAC bv, Cultuurhistorisch onderzoek, maart 2015)
9
Op 30 januari 1895 breekt er brand uit in de fabriek. De Tilburgse Courant van 2 februari meldt daarover het volgende: “In den nacht van Woensdag op Donderdag brandde de linnenfabriek van de firma van Besouw te Goirle af. De weverij en het ketelhuis bleven gespaard. De felle vuurgloed was tot in de morgen alhier zichtbaar”. De schade kon vrij makkelijk worden hersteld, waarschijnlijk mede doordat productie door thuiswevers voort kon worden gezet en er getouwen konden worden gebruikt in de fabrieken van Van de Lisdonk en Van Puijenbroek. Kort na de brand was de fabriek weer in bedrijf. In 1901 is er sprake van fabrieksgebouwen, een bleekveld, magazijn, stoommachine en 63 ijzeren weefstoelen. Na de Eerste Wereldoorlog groeide de fabriek in omvang exponentieel. Eén van de oorzaken was het einde van de thuisweverij (de thuiswevers konden niet opboksen tegen het tempo van de machinaal aangedreven getouwen), een andere de groeiende vraag, mede als gevolg van prijsdaling. Het fabriekscomplex werd uitgebreid in de richting van de Nieuwe Leij, maar ook in oostelijke richting. Dit ging ten koste van weidegronden. In oostelijke richting is het fabrieksterrein vergroot, áchter woonhuizen aan de Kerkstraat. Op de luchtfoto’s is ook goed de dan nog vrij scherpe overgang te zien van de achtertuinen van de panden aan de Kerkstraat en de weiden daarachter.
Tenslotte zijn langs de Nieuwe Leij bomen te zien, vermoedelijk rond 1900 aangeplant als weer- en windscherm. In de jaren twintig werd er bijna doorlopend gebouwd op het terrein, vooral gebouwen voor de productie van garen. In 1929 werden de oorspronkelijke machinekamer en fabrieksschoorsteen aan de Kerkstraat gesloopt. Een nieuwe machinekamer wordt midden op het fabrieksterrein opgericht. Een jaar daarvoor heeft het complex een installatie voor centrale verwarming gekregen, waarvan het ketelhuis blijk geeft. Op luchtfoto’s uit omstreeks 1930 is te zien dat delen van het fabriekscomplex al tot aan de Nieuwe Leij reiken. Aan de straat liggen de oudste gebouwen met direct daarachter de productiehallen met hun typische sheddaken. Magazijnen zijn éénlaags onder plat dak met lichtstraten en vooral aan de westzijde van het fabrieksterrein te vinden. Eén van de luchtfoto’s laat zien dat op het terrein achter de productiehallen stoffen werden gebleekt. In de jaren dertig werd er op het complex vooral verbouwd. Tijdens de oorlog vonden relatief kleine bouwactiviteiten plaats. Het gaat dan om de bouw van een schansmuur, een transformatorhuisje en een brandweerlokaal. Na de Tweede Wereldoorlog werd het fabriekscomplex nauwelijks nog uitgebreid. Ontwikkelingen die zich na de oorlog voordoen, staan vooral in het teken van vernieuwing en aanpassing.
Zo werd er in 1952 aan de Kerkstraat een nieuw, tweelaags kantoorgebouw opgericht naar ontwerp van de Eindhovense architect C.G. Geenen. Dit gaat ten koste van oudere, deels laat negentiende-eeuwse fabrieksgebouwen.
10
Afbeelding 2.4 Opname vanuit de lucht omstreeks 1925, vanuit het zuidoosten. De meeste bebouwing is aan de westzijde van de fabrieksstraat te vinden. Uitbreiding vond aanvankelijk vooral in de richting van de Nieuwe Leij plaats. Magazijnen en kantoren hebben platte daken, productiehallen hebben sheddaken. Bij de Nieuwe Leij een bleekveld (Regionaal Archief Tilburg 2014).
Afbeelding 2.5 Opname vanuit de lucht omstreeks 1960, gemaakt in zuidelijke richting. Op de foto uitbreidingen aan de oostzijde van de fabrieksstraat en aan de Kerkstraat het kantoorgebouw uit 1951-1952. Op het terrein is de huidige fabrieksschoorsteen verrezen. Rondom de fabriek nog vooral weide (Regionaal Archief Tilburg 2014).
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied bestaat uit het terrein op de hoek van de Beeksedijk en de Kerkstraat. Dit terrein is onderdeel van de voormalige textielfabriek Van Besouw. De navolgende afbeelding laat dit voormalig fabrieksterrein zien.
11
Afbeelding 2.6: Voorheen aanwezige situatie op de locatie Van Besouw (rood) met in wit de indicatieve begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan
Bebouwing In het plangebied was (tot de sloop in 2020) de meest recente bebouwing van de tapijtfabriek aanwezig. Deze bebouwing bestond uit loodsen die aan het eind van de twintigste eeuw gebouwd waren. Die bebouwing kende geen behoudenswaardige elementen.
12
Water Binnen het plangebied is geen water aanwezig. Op enige afstand van het plangebied (circa 15 meter) ligt een A-waterloop, namelijk de Nieuwe Leij. Via de Nieuwe Leij watert het gehele (landelijke) gebied gelegen ten zuidwesten van Goirle af.
Groen In het plangebied is in de noordoosthoek een intensief onderhouden grasveld (buurtgroen) aanwezig. Aan de rand van het grasveld langs de Kerkstraat staat een haag van veldesdoorn. Achter deze haag aan de zijde van het grasveld staat een rij met kleinbladige lindes. Verder staan op het grasveld nog twee solitaire moeraseiken. Aan de Beeksedijk staat een groep met 5 watercipressen en langs het fietspad staan enkele gewone essen en een aantal zomereiken. De gemeente Goirle beschikt over een groenstructuurplan (zie ook paragraaf 4.4), waarin het waardevol groen binnen de gemeente is beschreven. Het plan beschrijft dat onder andere de Kerkstraat en de Beeksedijk een mooie groenstructuur met grote bomen hebben. Deze blijven grotendeels behouden. Een deel van het buurtgroen op de hoek Kerkstraat-Beeksedijk wordt in de toekomstige situatie bebouwd. Een deel krijgt de functie van wadi met groenvoorziening. Ter compensatie van het te verwijderen buurtgroen staat het realiseren van nieuw buurtgroen binnen het toekomstig woongebied. Dit groen heeft een openbaar en functioneel karakter en is daarmee van meerwaarde voor het gebied en de omgeving.
2.3
Technische infrastructuur
In het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.
2.4
Voorgenomen ontwikkeling
Voor de totale ontwikkeling is een stedenbouwkundige verkaveling opgesteld. Het stedenbouwkundige plan is opgedeeld in twee fases. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van fase 2 mogelijk. Onderstaande afbeelding toont het stedenbouwkundig plan voor de locatie Van Besouw. Het bevat het totale herontwikkelingsplan. Fase 2 is rood omlijnd. Het overige deel van de ontwikkeling (fase 1) is al toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan.
13
Afbeelding 2.7: Stedenbouwkundig plan met fase 2 rood omlijnd (Buro Lubbers, Bedaux De Brouwer architecten en Mulleners + Mulleners architecten, oktober 2018)
Woningtypes en programma Met fase 2 worden 38 woningen mogelijk gemaakt. Dit in aanvulling op fase 1 waarmee 155 woningen mogelijk zijn gemaakt. Fase 2 van de ontwikkeling voorziet zoals beschreven in maximaal 38 woningen, waarvan 9 sociale huurwoningen (rijwoningen). Op basis van het vastgestelde stedenbouwkundig plan zijn deze rijwoningen geprojecteerd in het lint langs de Kerkstraat. Tevens zijn daar rijwoningen in de vrije sector gepland. De overige woningen bestaan uit vrijstaande/geschakelde woningen en twee-onder-één-kap woningen. De toedeling van aantallen aan deze woningtypologieën is nader te bepalen. Het stedenbouwkundig plan van oktober 2018 is op 8 januari 2019 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Het vastgestelde stedenbouwkundig plan is - inclusief een reactietabel met aangepaste plankaart - als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd.
14
Hoofdstuk 3
RUIM T ELIJK BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.
3.1
Rijk
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & Nationale Omgevingsvisie De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 zou moeten uitzien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daarbij streeft het Rijk naar een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Daarnaast verstevigt de SVIR het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de SVIR nog meer bij de provincies en gemeenten gelegd. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplangebied zodoende zeer beperkt blijft.
De SVIR richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante afwegingskader gevormd door het beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Goirle.
De Nationale Omgevingsvisie (Novi) kan gezien worden als de opvolger van de SVIR. De Novi biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving en bevat het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. De Novi is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet die het Rijk na inwerkingtreding van die wet (naar verwachting 2022) gaat gebruiken. De Novi is op 11 september 2020 vastgesteld en in het najaar van 2020 in werking getreden.
De ambities van het Rijk voor de fysieke leefomgeving zijn in de Novi uitgewerkt in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Woningbouw zoals voorzien in dit bestemmingsplan wordt niet expliciet benoemd in de Novi of de bijbehorende uitvoeringsagenda. De afweging over woningbouw van de omvang zoals voorzien in dit bestemmingsplan vindt net als onder de SVIR op decentraal niveau plaats. De Novi legt voor wat betreft woningbouw de prioriteit vooral op het benutten van het bestaand stedelijk gebied. Dat uitgangspunt is overgenomen in dit bestemmingsplan: door een oude fabriekslocatie te benutten voor woningbouw wordt nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied voorkomen. Op een deel van deze oude fabriekslocatoe wordt reeds woningbouw gerealiseerd. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt volledig in het stedelijk gebied en beperkt daarmee de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied niet.
Voor wat betreft energietransitie en klimaatadaptatie geldt dat de woningen van energie en warmte voorzien worden die op een duurzame manier opgewekt worden. Daarnaast worden in het plangebied wadi's gerealiseerd om regenwater geleidelijk af te kunnen voeren (zie paragraaf 6.3 van bijlage 1). De
15
ontwikkeling past hiermee in de ambities die de Novi stelt ten aanzien van klimaatadaptatie en energietransitie.
De ontwikkeling van het plangebied maakt bevolkingsaanwas in Goirle mogelijk en levert een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling in de ambities op het gebied van het economisch groeipotentieel en de (door)ontwikkeling van gezonde en sterke regio's.
Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats.
Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is een van de kerninstrumenten van de nieuwe Omgevingswet die het Rijk na inwerkingtreding van die wet (naar verwachting in 2022) gaat gebruiken. De Novi bevat het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving en is onder andere de opvolger van de SVIR. In de zomer van 2019 is het ontwerp van de Novi gepubliceerd. Dat ontwerp wordt van 20 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegd. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld door de ministers die verantwoordelijk zijn voor de Novi. Na vaststelling van de Novi is deze in het najaar van 2020 in werking getreden.
De ambities van het Rijk met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn in de Novi uitgewerkt in de volgende prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Op basis van deze prioritieten worden door het Rijk en de decentrale overheden beleidskeuzes gemaakt. Een van de afwegingsprincipes bij het maken van die keuzes is dat bij de afweging de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan. Werken met de Omgevingswet (en dus met de Novi) vraagt ook om een overheid die samenwerkt met de samenleving, de opgaven centraal stelt, gebiedsgericht werkt en permanent en adaptief bezig is met opgaven in de fysieke leefomgeving.
Woningbouwontwikkelingen zoals die mogelijk gemaakt worden door dit bestemmingsplan, worden niet expliciet genoemd in de Novi of in de bijbehorende uitvoeringsagenda. Voor wat betreft de ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie geldt dat deze twee onderwerpen als ordenend principe in de planvorming voor de locatie Van Besouw doorwerken. Woningen worden gasloos en zo duurzaam mogelijk gebouwd. Daarnaast blijkt uit hoofdstuk 6 dat voorzien wordt in voldoende waterberging om piekbuien op te kunnen vangen. Dit bestemmingsplan maakt bevolkingsaanwas mogelijk en levert een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarmee past de ontwikkeling in de ambities op het gebied van het economisch groeipotentieel en de (door)ontwikkelingen van sterke en gezonde regio's. Het plangebied ligt niet in het landelijk gebied, dus dit thema uit de Novi is niet relevant voor dit bestemmingsplan.
Conclusie Net als voor de SVIR gelet dat het beleid uit de Novi niet rechtstreeks doorwerkt in deze ontwikkeling. De afwegingen gericht op de ontwikkeling van dit deel van de locatie Van Besouw vinden op decentraal niveau plaats.
16
AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor die betrekking hebben op de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen zijn: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen.
Conclusie Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben betrekking op onderhavig bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame ontwikkeling Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Deze is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Conclusie In paragraaf 4.3 wordt beschreven in hoeverre met onderhavig plan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw beoogt onder andere een impuls aan integrale gebiedsontwikkeling te geven. De regels uit de Chw hebben overwegend betrekking op het bestuursprocesrecht en hebben als doel om proceduretijden van bij wet aangewezen projecten te verkorten. In Bijlage I van de Chw zijn de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waar de stroomlijning van procedures voor geldt. Artikel 3.1 van deze bijlage noemt daarin de bouw van 11 of meer woningen als een van de ruimtelijke projecten, waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn.
Conclusie Omdat dit bestemmingsplan (na vaststelling) moet worden aangemerkt als een besluit dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een ruimtelijk project zoals genoemd in Bijlage I van de Crisis- en herstelwet zijn de regels uit die wet van toepassing. De regels uit de Crisis- en herstelwet betreffen in dezen met name het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort.
3.2
Provincie
Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale
17
doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de Noord-Brabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving.
In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.
De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus.
Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.
Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.
Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de toekomstige situatie in de bouw van woningen. De bestemming 'bedrijven' vervalt hiermee in een groot deel van het plangebied. Negatieve effecten op ecologische waarden als gevolg van bedrijvigheid worden met de beoogde ontwikkeling geminimaliseerd. De plannen voor de herontwikkeling zijn daarbij zo opgezet dat zij bijdragen aan het behouden en waar mogelijk versterken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Het bestemmingsplan past in de kaders die gesteld worden door de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De Interim omgevingsverordening trad op 6 november 2019 in werking. Op 23 maart 2021 is een ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant gepubliceerd. Deze omgevingsverordening treedt in werking als de Omgevingswet in werking treedt en volgt dan de Interim Omgevingsverording Noord-Brabant op. In hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontwerp) zijn de wijzigingen ten opzichte van de Interim Omgevingsverording Noord-Brabant beschreven. Uit dat hoofdstuk kan afgeleid worden dat de verschillen tussen beide verordeningen voor dit bestemmingsplan beperkt zijn. Waar er verschillen tussen beide verordeningen zijn worden zij in de navolgende paragrafen benoemd.
18
De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening komen de structuren die de Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie van 1 januari 2019) in het plangebied voorzag inhoudelijk terug in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
In de navolgende alinea's is voor het plangebied geanalyseerd met welke regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant rekening gehouden moet worden. In de onderstaande omschrijving wordt beschreven welke aanduidingen op het plangebied van toepassing zijn. Hierbij zijn de themakaarten 1 t/m 8 van toepassing op het plangebied.
Kaart 1 Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen
Diep grondwaterlichaam Deze aanduiding hangt samen met een verbod (artikel 2.20 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant/artikel 2.11 van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) op de onconventionele winning van koolwaterstoffen boven, in of onder een diep grondwaterlichaam/in het werkingsgebied diep grondwaterlichaam. Met dit artikel is op die locaties in de bodem de winning van bijvoorbeeld schaliegas door middel van het zogenoemde 'fracking' verboden. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de (onconventionele) winning van koolwaterstoffen. Deze aanduiding werpt daarmee geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan op.
Kaart 2: Rechtstreeks werkende regels landbouw Landelijk gebied Deze aanduiding stelt diverse regels aan de ontwikkeling van agrarische bedrijven in het landelijk gebied. Dit bestemmingsplan maakt geen agrarische bedrijven mogelijk en deze aanduiding heeft daarom geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Verder geldt dat het bestemmingsplan eveneens (grotendeels) onderdeel is van het stedelijk gebied (zie verder) wat benadrukt dat de regels voor het landelijk gebied in het geval van onderhavige ontwikkeling niet van toepassing zijn.
Verbod uitbreiding veehouderij Dit verbod heeft geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan omdat er geen veehouderijen of uitbreiding daarvan mogelijk worden gemaakt.
Stalderingsgebied Op gronden met de aanduiding 'stalderingsgebied' gelden op basis van artikel 3.52 van de Iov (artikel 4.66 Aanvullende regels stalderen van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) extra randvoorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen. De aanduiding geldt voor geheel Oost- en Midden-Brabant en daarmee dus voor het gehele plangebied. Dit bestemmingsplan maakt geen veehouderijen mogelijk. Uit deze aanduiding vloeien daarom geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan voort.
19
Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed
Concentratiegebied verstedelijking Dit stedelijk gebied is krachtens artikel 3.42 van de Interim omgevingsverodening Noord-Brabant (en artikel 4.55 van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) bedoeld voor het bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Stedelijke ontwikkelingen moeten waar mogelijk plaats vinden in het bestaand stedelijk gebied (concentratiegebied). In gebieden met deze aanduiding is er ruimte voor verdere verstedelijking en dus voor nieuwe stedelijke functies, mits daar behoefte aan is (de ontwikkeling past binnen regionale afspraken) en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Gemeenten zijn, binnen de grenzen van wet- en regelgeving, vrij om in deze zone te voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden met deze aanduiding een woonbestemming teneinde woningbouw mogelijk te maken. Op de behoefte aan de voorgenomen woningbouw is in paragraaf 4.3 van de plantoelichting ingegaan.
In de verordening is het stedelijk gebied niet gedefinieerd. Wat een stedelijke functie is volgt uit (de toepassing van) het Besluit ruimtelijke ordening. Een stedelijke functie bestaat uit de ontwikkeling van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Gelet op het voorgaande wordt het fabriekscomplex samen de de overige gronden in het plangebied gezien als een stedelijke voorziening. In de huidige situatie wordt dit deel van het bestaand stedelijk gebied dus ingezet voor stedelijke functies. In de toekomstige situatie blijft dat het geval. Deze aanduiding uit de verordening verzet zich derhalve niet tegen de ontwikkelingen die op gronden met deze aanduiding voorzien zijn.
Als gevolg van een wijziging van een interim omgevingsverordening in september 2022 is het gehele plangebied van dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het concentratiegebied verstedelijking. Dat betekent dat de voorgenomen woningbouw plaatsvindt in een gebied dat daar vanuit het provinciaal beleid voor bedoeld is. Als gevolg van deze wijziging zijn de aanduidingen 'attentiezone waterhuishouding', 'behoud en herstel watersystemen', 'groenblauwe mantel' en 'landelijk gebied' die voorheen in het plangebied van toepassing waren vervallen.
Kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden Afstemming met waterschap De Dommel Volgens de keur van het waterschap geldt er een verbod op bouwwerken binnen 25 meter (profiel van vrije ruimte) vanuit de insteek van de watergang. Voor bouwen kan vergunning worden verleend als wordt aangetoond dat de ruimte niet nodig is voor beekherstel. Waterschap De Dommel heeft in het kader van contact over het bestemmingsplan "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw' aangegeven dat op de gronden waar de toenmalige Verordening ruimte Noord-Brabant de aanduiding 'behoud en herstel watersystemen' (voorganger van de gelijknamige aanduiding in de omgevingsverordening) op legt geen meanders of grootschalige ingrepen meer nodig zijn en dat de 25 meter dus niet volledig vrij hoeft te blijven. Omdat hier een natuurlijke beek wordt nagestreefd, is het uitgangspunt dat een zo groot mogelijke groene/blauwe zone aan de noordzijde van de beek wordt gerealiseerd voor natuurlijke processen. Het waterschap gaat hierbij uit van minimaal 5 meter (dit valt dan samen met de beschermingszone vanuit de Keur). Op grond van het eerder vastgestelde bestemmingsplan 'Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw' wordt deze strook vrijgehouden van bebouwing. De omgang met het aspect water is onderdeel van het stedenbouwkundig plan dat voor beide bestemmingsplan voor de locatie Van Besouw opgesteld is.
In dat stedenbouwkundig plan is voorzien in een integrale aanpak van het watervraagstuk. Vanuit bovenstaand oogpunt bestaat er geen bezwaar om de voorgenomen plannen te realiseren in het
20
plangegebied.
Kaart 5: Instructieregels gemeenten: grondwaterbeschermingsgebieden Deze kaart bevat geen aanduidingen in het plangebied. Toetsing aan deze kaart en de regels die bij de aanduidingen op deze kaart horen, is in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet nodig.
Kaart 6: Instructieregels gemeenten: basiskaart landelijk gebied Deze kaart bevat geen aanduidingen in het plangebied. Toetsing aan deze kaart en de regels die bij de aanduidingen op deze kaart horen, is in het kader van deze bestemmingsplanprocedure niet nodig.
Kaart 7: Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen De gevolgen van de aanduidingen die deze kaart aan het plangebied toekent (beperkingen veehouderij en staldeingsgebied) zijn reeds beschouwd bij de toetsing aan kaart 2.
Kaart 8: Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging
Aanduiding norm wateroverlast buiten stedelijk gebied Deze aanduiding is van toepassing op het gedeelte van het plangebied waar geen woningbouw voorzien is. In de regels die bij deze aanduiding horen (artikel 4.4, lid 1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant/artikel 1.8, lid 1 van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) zijn normen gesteld voor de overstromingskans van gebieden. Deze normen zijn als volgt: a. b. c. d.
1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; 1/25 per jaar voor akkerbouw; 1/10 per jaar voor grasland.
De normen (en het behalen daarvan) zijn inspanningsverplichtingen. Deze normen worden in acht genomen bij het maken van plannen voor nieuwe bebouwing. Deze aanduiding en regels vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Aanduiding norm wateroverlast stedelijk gebied Deze aanduiding is van toepassing op de delen van het plangebied waar de stedelijke functies (woningbouw op de bestaande bedrijfsbestemming) voorzien zijn. In de regels die bij deze aanduiding horen (artikel 4.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant/artikel 1.7, lid 1 van de ontwerpomgevingsverordening Noord-Brabant) zijn normen gesteld voor de overstromingskans van gebieden. Deze normen zijn als volgt: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Dit gebied mag op basis van de normen uit de verordening een maal per honderd jaar overstromen. De normen (en het behalen daarvan) zijn inspanningsverplichtingen. Deze normen worden in acht genomen bij het maken van plannen voor nieuwe bebouwing. Deze aanduiding en regels vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
21
Conclusie Zoals in deze paragraaf omschreven is, voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de randvoorwaarden en regelgeving van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarvoor was een herbegrenzing nodig was van de aanduidingen 'attentiezone waterhuishouding', 'behoud en herstel watersystemen', 'groenblauwe mantel' en 'landelijk gebied' die de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voorheen aan delen van het plangebied toekende. Op grond van een onderbouwing die opgenomen was in het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft het college van burgemeester en wethouders op basis van artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant een verzoek tot herbegrenzing van de opgenomen aanduidingen en structuren gedaan aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Dit verzoek is, in september 2022, gehonoreerd voor vaststelling van het bestemmingsplan. Daarmee bestaan er vanuit het provinciaal beleid geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.3
Gemeente
Structuurvisie De structuurvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 juli 2010, biedt het kader voor het te voeren ruimtelijk beleid tot 2020. Het omvat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid.Opgaven in de kern van Goirle zijn om de woonfunctie uit te breiden binnen de begrenzingen van het bestaand stedelijk gebied en om ruimte in het bestaand stedelijk gebied nog beter te benutten door ruimte te bieden aan inbreidings- en herstructureringsopgaven. Voorwaarde bij inbreidings- en herstructurerings- opgaven is dat zij passen bij het karakter van Goirle.
Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen voor het beheer en de intensivering van het stedelijk gebied.
Afbeelding 3.2: structuurvisiekaart met globale ligging plangebied (witte stip)
Conclusie Volgens de structuurvisie is er op de locatie van het plangebied ruimte voor herstructurerings- en
22
inbreidingsinitiatieven. De voorgestane ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door dit bestemmingsplan past in het ruimtelijk beleid zoals dat in de structuurvisie vastgelegd is.
Visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Goirle de visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' vastgesteld. De visie bevat het ontwikkelingsperspectief op de ontwikkeling van het gedeelte van de zuidrand van Goirle tussen de Kerkstraat-Bergstraat en de Nieuwe Leij.
De visie beschrijft de kaders waarin de zuidrand Goirle een kwaliteitsimpuls gaat krijgen. Bestaande waarden worden daarbij behouden en verrijkt met nieuw toe te voegen waarden. In de toekomst is er in de zuidrand ruimte voor wonen, werken, recreëren en natuur. De monumentale delen van de fabrieken van Van Puijenbroek en Van Besouw blijven daarbij behouden en gaan ruimte bieden voor woonfuncties. De Nieuwe Leij vormt een groenblauwe ader in het plangebied.
23
Een belangrijk onderdeel van de visie is dat de landschappelijke kwaliteiten en de ligging van de zuidrand als een belangrijke bouwsteen verwerkt moeten worden in het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan.De visie op de toekomst van de zuidrand van Goirle is op verzoek van de gemeente tot stand gekomen in een samenwerking tussen de grondeigenaren in het gebied, de gemeente Goirle, Waterschap de Dommel, de provincie Noord-Brabant, Brabants Landschap, de gemeentelijke monumentencommissie, het Biodiversiteitsteam Goirle en de Stichting Steengoed.
De kaders uit de visie op de zuidrand Goirle zijn vertaald naar een stedenbouwkundig plan (bijlage 1 bij deze toelichting) zoals dat op 8 januari 2019 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld is. Dat stedenbouwkundig plan heeft weer ten grondslag gelegen aan dit bestemmingsplan. Conclusie De visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' werkt via het stedenbouwkundig plan voor de locatie van Van Besouw door in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan sluit daarmee aan op de visie. De visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.
Bestemmingsplan Als voormalige fabriek kende de locatie Van Besouw (fasen 1 en 2) tot 2020 een bedrijfsbestemming. Op 22 september 2020 is het bestemmingsplan "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw" vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt woningbouw in fase 1 mogelijk (deze gronden hebben in dat bestemmingsplan de bestemming 'Woongebied' gekregen. Het bestemmingpslan "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw" kende aan de gronden van fase 2 een bedrijfsbestemming met de laagste milieucategorie toe om te voorkomen dat de bedrijfsactiviteiten hinder zouden veroorzaken voor bewoners. Met dit bestemmingsplan wordt deze bedrijfsbestemming gewijzigd in een bestemming die woningbouw mogelijk maakt. De gronden in het plangebied zijn in het bestemmingsplan "Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw" bestemd als 'Bedrijf'. Daarin is een bouwvlak opgenomen conform het daarvoor geldende bestemmingsplan. Daarnaast is de maximaal toegestane milieucategorie afgewaardeerd tot categorie 1. Tevens wordt een strook met de bestemming 'Woongebied' dat met fase 1 is bestemd, meegenomen in dit plan, om een passende aansluiting van de bouwvlakken te realiseren.
Afbeelding 3.3: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Zuidrand Goirle, locatie Van Besouw'
24
Toekomstvisie In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend”. Kortweg werd aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie - gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente.
Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad.
Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar zijn ook betrokken bij hun buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand.
Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol.
Conclusie Concreet voorziet het plan in de bouw van een woongebied met maximaal 38 woningen, waarbij de inpassing van bestaand en nieuw groen aandacht heeft. Door de voorgenomen ontwikkeling te faciliteren, geeft de gemeente Goirle uiting aan de regierol zoals de toekomstvisie die omschrijft.
25
Hoofdstuk 4
T HEM AT ISCHE BELEIDSKADERS
In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. De relevante milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken.
4.1
Stedenbouwkundige uitgangspunten en welstand
Stedenbouwkundige uitgangspunten Ten behoeve van de integrale ontwikkeling van de zuidrand Goirle is op 15 december 2015 de visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....'vastgesteld (zie bijlage 3 bij deze plantoelichting). In dat document zijn de kaders bepaald die leidend zijn in de ontwikkeling van de zuidrand. Behoud en versterking van de landschappelijke kwaliteit van de zuidrand is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Op basis van die visie is vervolgens het stedenbouwkundig plan voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied vastgesteld (zie separate bijlage 1 bij deze plantoelichting). Dit stedenbouwkundig plan bestaat uit het stedenbouwkundig plan zoals dat in oktober 2018 opgesteld is, een reactie van de gemeente Goirle op het stedebouwkundig plan uit oktober 2018 en toelichting op de aanpassingen die naar aanleiding van die reactie in het stedenbouwkundig plan gedaan zijn. Al deze stukken zijn te vinden in de eerdergenoemde separate bijlage 1.
De landschappelijke en industriële cultuurhistorie zijn belangrijke uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan. Zo krijgen enkele architectonische relicten - het accu- en pomphuis, een kantoor (voorgevel), de schoorsteen en de portiersloge - een nieuwe bestemming voor de toekomst. Ook verhardingsmaterialen worden zoveel mogelijk hergebruikt voor de straten en pleinen. De fabrieksstraat en aansluitend het plein bieden een venster op het landschap. Het industriële verleden vertaald in een eigentijds plan kijkt hier uit op een duurzaam watersysteem van de toekomst. Op basis van de visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' (zie separate bijlage 3 bij deze plantoelichting) worden verschillende facetten van de textielproductie zichtbaar gemaakt rond de fabrieksstraat. De combinatie van cultuurhistorisch waardevolle elementen en nieuwe bebouwing (die in uitstraling naar de fabrieksbebouwing verwijst) geven uitdrukking aan de textielindustrie.
In het stedenbouwkundig plan zijn verschillende buurten in het plangebied voorzien. Die buurten reageren op het cultuurhistorisch karakter van de locatie Van Besouw. Dit cultuurhistorisch karakter is als volgt uitgewerkt in de buurten (zie ook figuur 4.2). De cultuurhistorische elementen zijn voornamelijk aanwezig in fase 1 van de ontwikkeling. In deze tweede fase zijn de volgende buurten opgenomen: De Lanen is een kleinschalig dorps buurtje op de locatie van de nieuwe hallen van Van Besouw. Aan de zijde van de Kerkstraat wordt het historisch lint afgemaakt, met een afwisseling van dorpse woningen langs de straat.
Landschap Afbeelding 4.1 toont een uitsnede van het landschapsbeleidsplan van de gemeente Goirle. Uit dat figuur blijkt dat de locatie van Van Besouw op de overgang van de bebouwde kom van Goirle naar het beekdal van de Nieuwe Leij ligt. Een zorgvuldige vormgeving van deze overgang alsmede het verbeteren van de toegankelijk van het beekdal vanuit de kern van Goirle is van belang.
26
Afbeelding 4.1 Uitsnede landschapsbeleidsplan Goirle met locatie van Van Besouw (rode ovaal) op de overgang van kern naar beekdal
In de toekomstige situatie ontstaat ten noorden van de Nieuwe Leij een groene dorpsrand met natuurvriendelijke oevers en een wandelpad. Ook de Fabrieksstraat (fase 1) en de Beeksedijk krijgen een functie als wandelroute. Deze routes zorgen voor een fijnmazig netwerk van wandelroutes tussen dorpskern en buitengebied en maken het industriële verleden van het gebied beleefbaar. De locatie van de voormalige fabriek gaat daarmee ook meer dan nu onderdeel uitmaken van de kern van Goirle. Conform de Visie 'Zuidrand Goirle met de tijdstroom mee....' levert dit bestemmingsplan daarmee een bijdrage aan de ontwikkeling van een gedeelte van het gewenste wandelpad tussen de Vloeidijk en de Beeksedijk. De huidige groene dorpsrand met populieren wordt vervangen door een meer gevarieerde, natuurlijke inrichting van de Nieuwe Leij met flauwe oevers en bomen.
Wateropgave In de nieuwe situatie krijgt de Nieuwe Leij meer ruimte. De noordelijke oever ter hoogte van het plangebied wordt flauwer gemaakt en aangevuld met een laagte (zoals eerder al met de zuidoever gedaan is). Op die manier ontstaat een waterbergingsgebied waar eventueel overvloedig regenwater in opgevangen kan worden. Met de herinrichting van de Nieuwe Leij worden ook de ecologische en recreatieve waarden versterkt. Conform de visie op de zuidrand van Goirle ontstaat daarmee ook een groene overgang tussen de nieuwe woonbuurt en de Nieuwe Leij.
In het gedeelte van het plangebied waar woningen gebouwd gaan worden, worden maatregelen genomen om water vast te houden, te bergen en te infiltreren. Wadi's in de lanen houden het water vast.
27
Stedenbouwkundig raamwerk en buurten Als de voorgaande uitgangspunten gecombineerd worden, dan ontstaat het volgende raamwerk voor het plangebied: Het historisch dorpslint wordt door de ontwikkeling van Van Besouw gecontinueerd. Er ontstaat een langgerekt lint begeleid door kleinschalige bebouwing en pleintjes. De inrichting van de openbare ruimte sluit aan op het historisch profiel met hagen en dito materialisatie. De Nieuwe Leij vormt een herkenbaar element in het landschap. Flauwe (natuurvriendelijke) taluds met beplanting passend bij het beekdal en versterken deze lijn. De Fabrieksstraat vormt een strategische loper tussen dorp en beekdal. Behoud van relicten en aanvullingen passend bij het industrieel verleden geven deze loper een herkenbare eigen identiteit. De Beeksedijk vormt een belangrijke route tussen het dorp en het beekdal. Extra maat in het profiel en versterking van het groene karakter versterken de bestaande fiets- en autoroute. Binnen dat raamwerk worden verschillende buurten ontwikkeld. Iedere buurt heeft een eigen sfeer: 1. Het lint: Woonbuurt aan de Kerkstraat met een dorpse woonsfeer. 2. De Fabriek: Woonbuurt aan de westzijde van het plangebied met een industriële woonsfeer. 3. De Lanen: Woonbuurt aan de oostzijde van het plangebied met een landelijke woonsfeer. Dit bestemmingsplan bestaat deels uit de woonbuurt de Lanen en deels uit woonbuurt het Lint.
Navolgend figuur toont de verschillende buurten en de wijze waarop die buurten verwijzen naar de cultuurhistorie van het plangebied.
Afbeelding 4.2: Buurten in het stedenbouwkundig plan (bron: stedenbouwkundig plan Van Besouw, Mulleners + Mulleners architecten, Bedaux De Brouwer architecten & Buro Lubbers, oktober 2018)
Het Lint
28
In het Lint wordt het karakter van de bestaande bebouwing langs de Kerkstraat doorgezet. De Kerkstraat is een historisch bebouwingslint en de bebouwing aan dit lint heeft een wisselende verschijningsvorm. Deze diversiteit vormt de basis voor de nieuwe bebouwing die in het plangebied aan het lint voorzien is.
De Lanen Dit deelgebied wordt een kleinschalig buurtje met een dorps/landelijk karakter. Het buurtje wordt gerealiseerd op de locatie van de nieuwste hallen van Van Besouw (dus nabij de Beeksedijk). De inspiratie voor dit buurtje bestaat uit de groene kamers (groengebieden tussen bebouwing) die vroeger tussen de Kerkstraat en de Nieuw Leij te vinden waren. Vanaf de Kerkstraat lopen twee laantjes/woonstraatjes tussen de nieuwe bebouwing naar de Nieuwe Leij. Aan de zijde van de Kerkstraat wordt het historische lint afgemaakt, met een afwisseling van dorpse woningen langs de straat. Aan de zijde van de Nieuwe Leij vormt een royale flauwe, groene oever een mooie overgang naar de beek. Hier ligt ook de hoofdontsluiting, die aansluit op de Beeksedijk.