03a- Transitievisie warmte gemeente Goirle.pdf
Tekst van het document
Rivieren (Goirle west)
•
De Hoogte (Goirle noordoost)
•
Bomen (Goirle west)
•
Kruiden (Goirle west)
•
Herstallen
•
Vennen (Goirle west)
•
De Boschkens west
•
Grobbendonck (Goirle noordoost)
•
Goirle-Centrum (Goirle noordoost)
•
Riel-Dorp
6 Riel dorp staat in de top 11 omdat er vanuit de stakeholders aangegeven werd dat het verstandig is om deze kern te
benoemen. Van de andere kant staat Tilburgseweg er niet in omdat het een buurt is met heel weinig bebouwing en voornamelijk vrijstaande woningen. Het opstellen van een wijkuitvoeringsplan is hier niet realistisch. TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
30
Vanuit deze top scoren de buurten Goirle-noordoost, Goirle-west, Herstallen en Riel-Dorp het best. Deze hebben we daarom nader onderzocht. Het lijkt logisch in deze buurten te starten met gesprekken met inwoners en bedrijven om vervolgens in één of meerdere van deze buurten aan de slag te gaan met wijkuitvoeringsplannen. Let op, vanuit technisch oogpunt (woningtypen, bouwjaren, kansen voor een warmtenet enz.) kan het interessant zijn om ook met aangrenzende buurten het gesprek aan te gaan. Het betreft De Vallei en De Groote Akkers. Deze buurten scoren op enkele criteria (niet alle) relatief goed, zie ook de gevoeligheidsanalyse hieronder. Hieronder worden de prioriteringscriteria beschreven.
Prioriteringscriterium 1: Aansluiten bij koppelkansen/natuurlijke investeringsmomenten Bestaande planningen zoals de investeringsagenda voor infrastructuur kunnen van invloed zijn op de keuzes
die
gemaakt
worden
in
buurten.
Wanneer
je
aan
kunt
sluiten
op
natuurlijke
investeringsmomenten of natuurlijke vervangingsmomenten (infrastructureel bijvoorbeeld), kan dit de kosten drukken en de overlast beperken (benutten van meekoppelkansen). Voor individuele woningeigenaren zijn natuurlijke investeringsmomenten zoals de vervanging van een cv-ketel of de aanschaf van een ander huis, belangrijke momenten om een extra stap te zetten. Hoewel dit niet kan worden meegenomen bij de prioritering van wijken en buurten, is het voor de totale warmtetransitie belangrijk dat deze momenten zoveel mogelijk worden benut.
Prioriteringscriterium 2: Technische categorisering gebouwen: kansen voor energiebesparing Deze technische categorisering speelt ook een rol bij het selecteren van de meest kansrijke buurten. Per categorie is, op basis van bouwjaren, een inschatting gemaakt van de mogelijk te behalen energiebesparing met no-regret maateregelen. Deze prioriteit geeft aan of het vanuit het oogpunt van energiebesparing slim is om snel te starten met de transitie in buurten.
Prioriteringscriterium 3: Aandeel corporatiewoningen De landelijke Handreiking spreekt over het criterium Contracteerbaarheid: in buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Wanneer in een buurt veel corporatiewoningen aanwezig zijn, kan dit de transitie vergemakkelijken. Voor de corporatiewoningen hoeft de gemeente namelijk maar met één partij om tafel. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten.
Prioriteringscriterium 4: Aanwezigheid duurzame bronnen Bronnen van duurzame warmte zijn beperkt aanwezig, niet alleen in Goirle maar in heel Nederland. Het is daarom verstandig om alle geschikte bronnen zo optimaal te benutten. Dit kunnen bronnen
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
31
van restwarmte bij bedrijven zijn, maar ook oppervlaktewater voor aquathermie, grote wegen voor asfaltthermie en geschikte locaties voor zonnepanelen en wind.
Prioriteringscriterium 5: Jaarlijks inkomen (per huishouden) De gemeente Goirle vindt het voorkomen van energiearmoede belangrijk. Met de stijgende energielasten (en andere woonlasten) wordt het voor de lagere inkomens steeds moeilijker om de vaste lasten te kunnen betalen. Door het jaarlijks inkomen als prioriteringscriterium mee te nemen, kunnen buurten met lagere inkomens eerder aangepakt worden.
Prioriteringscriterium 6: Maatschappelijke kosten en baten Naast de eindgebruikerskosten heeft het PBL ook de nationale kosten van de verschillende strategieën per buurt berekend. De nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Hoe hoger de nationale kosten, hoe lager een buurt scoort op dit onderdeel.
Prioriteringscriterium 7: Draagvlak Draagvlak is een belangrijk aspect van de warmtetransitie. Wanneer inwoners niet mee willen doen dan wordt het lastig om de warmtetransitie in de betreffende buurt uit te voeren. Deze acties leiden tot een beeld maar daar hoort een kanttekening bij. Draagvlak is lastig te peilen omdat het veranderlijk is en bovendien de mening van elk individu anders is. Draagvlak ontstaat ook meestal niet in 1 keer maar groeit. Daar waar de veranderbereidheid het grootst lijkt wordt aan dit criterium de hoogste score gegeven.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
32
Gevoeligheidsanalyse
33
BIJLAGE 3
MEEST KANSRIJKE BUURTEN
In deze bijlage staat per meest kansrijke buurt beschreven wat de mogelijke warmtekoers kan zijn. Goirle noordoost De overgrote meerderheid van de woningen in Goirle noordoost zijn rijwoningen. Dit zorgt voor een hoge bebouwingsdichtheid waarmee het gebied geschikt is voor een collectieve warmtevoorziening (warmtenet). De oostelijke buurten van het gebied zijn buurten met relatief jonge woningen. In deze woningen hoeft in principe niet meer geïsoleerd te worden en ook het warmteafgiftesysteem (het systeem dat warmte verspreidt in de woning, zoals radiatoren of vloerverwarming) is mogelijk al in orde. De bebouwing kan daardoor relatief snel aangesloten worden op een warmtenet op aquathermie uit de Oostplas. Richting het westen en zuiden worden de gebouwen steeds ouder. Dit is niet verwonderlijk, omdat je steeds dichter bij het centrum van Goirle komt. In deze bebouwing ligt nog een isolatieopgave en ook het warmteafgiftesysteem moet mogelijk nog aangepast worden. Door de eenduidige bebouwing en de aanwezigheid van corporatiewoningen kan dit mogelijk collectief uitgevoerd worden. Denk aan inkoopacties, een voorbeeldwoning en een gerichte informatievoorziening. In een groot deel van de buurten zijn mogelijk kansen voor een warmtenet op basis van aquathermie uit de Oostplas. Wanneer een warmtenet niet mogelijk is, dan kan gedacht worden aan individuele warmteoplossingen.
Een volledig elektrische warmtepomp ligt daarbij het meest voor de hand. Een mogelijke tussenstap is een hybride warmtepomp waarmee 70-80% van het aardgasgebruik gereduceerd kan worden. De warmtekoers voor deze buurt is dan ook: 1. Met de buurt in gesprek gaan over individuele en collectieve kansen (isolatie daar waar nodig en warmtetechniek) 2. De mogelijke kansen van een warmtenet (aquathermie uit de Oostplas) onderzoeken en 3. Wanneer een warmtenet niet haalbaar is, wordt de focus gelegd op individuele warmtepompen.
34
Goirle west In Goirle west is er een groot verschil tussen De Boschkens-West en de overige buurten. In de Boschkens-West staan uitsluitend hele jonge woningen (een aantal zijn zelfs al aardgasvrij). De woningen zijn zo jong dat het de komende 10 jaar niet loont om de woningen aardgasvrij te maken. Over 10-15 jaar is de CV-ketel aan vervanging toe en dat is gelijk een moment om de laatste stap naar aardgasvrij te maken. De laatste stap naar aardgasvrij kan in alle buurten van Goirle west (dus ook De Boschkens-West) met een warmtenet. De bebouwing is er geschikt voor en er is ook een potentiële bron aanwezig in de vorm van de Surfplas, alhoewel deze wel in de gemeente Tilburg ligt. In de buurten Kruiden, Vennen, Rivieren en Bomen moet er waarschijnlijk wel nog eerst geïsoleerd worden voordat een warmtenet mogelijk is. Ook het warmteafgiftesysteem (het systeem dat warmte verspreidt in de woning, zoals radiatoren of vloerverwarming) moet mogelijk nog aangepast worden. Door de eenduidige bebouwing en de aanwezigheid van corporatiewoningen kan dit mogelijk collectief uitgevoerd
worden.
Denk
aan
inkoopacties,
een
voorbeeldwoning
en
een
gerichte
informatievoorziening (zie ook paragraaf 5.7). In een groot deel van de buurten zijn mogelijk kansen voor een warmtenet op basis van aquathermie uit de Surfplas. Wanneer een warmtenet niet mogelijk is, dan kan gedacht worden aan individuele warmteoplossingen. Een volledig elektrische warmtepomp ligt daarbij het meest voor de hand. Een mogelijke tussenstap is een hybride warmtepomp waarmee 70-80% van het aardgasgebruik gereduceerd kan worden. De warmtekoers voor deze buurt is dan ook: 1. Met de buurt in gesprek gaan over individuele en collectieve kansen (isolatie daar waar nodig en warmtetechniek) 2. De mogelijke kansen van een warmtenet (aquathermie uit de Surfplas) onderzoeken en 3. Wanneer een warmtenet niet haalbaar is, wordt de focus gelegd op individuele warmtepompen. Herstallen De bebouwing in Herstallen is in principe geschikt om aan te sluiten op een warmtenet. Er staan voornamelijk rijwoningen (grotendeels in bezit van woningcorporaties) en de woningen kunnen met isolatiemaatregelen geschikt gemaakt worden voor een warmtenet op aquathermie uit de Surfplas. Het is echter twijfelachtig of er voldoende energie uit de Surfplas gewonnen kan worden om het warmtenet helemaal door te trekken tot Herstallen (of Geestelijken, de buurt ten oosten van Herstallen). Het onderzoek naar een warmtenet in Goirle west moet uitwijzen tot waar het net uitgerold kan worden.
Voor nu gaan we er vanuit dat Herstallen een individuele warmteoplossing zal krijgen in de vorm van een elektrische warmtepomp. Een mogelijke tussenstap is een hybride warmtepomp waarmee 70-80% van het aardgasgebruik gereduceerd kan worden. Riel-Dorp Riel-Dorp is een kern van de gemeente Goirle. In de kern vinden we geen kansrijke grootschalige warmtebronnen waardoor een collectieve warmtevoorziening niet voor de hand ligt. De kern bestaat uit een variatie van woningtypen en bouwjaren waardoor er een onderverdeling van warmteclusters gemaakt moet worden. Zo vinden we in de kern straten waar relatief nieuwe woningen TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
35
staan. Deze woningen hoeven niet meer aanvullend geïsoleerd te worden en kunnen gelijk (bijv. tijdens een vervangmoment van de CV-ketel) worden voorzien van een individuele elektrische warmtepomp. Een mogelijke tussenstap is een hybride warmtepomp waarmee 70-80% van het aardgasgebruik gereduceerd kan worden. De overige woningen en gebouwen moeten waarschijnlijk wel nog eerst geïsoleerd worden. Afhankelijk van de bebouwing kan dit mogelijk collectief opgepakt worden. Denk aan inkoopacties, een voorbeeldwoning en een gerichte informatievoorziening (zie ook paragraaf 5.7). Een deel van de gebouwen (de oudere bebouwing) kan mogelijk niet voldoende geïsoleerd worden zodat een elektrische warmtepomp de woning kan verwarmen. Voor de gebouwen is een hybride warmtepomp de eindoplossing. In een aantal gevallen wordt een gebouw mogelijk nog volledig verwarmd met groen gas of waterstof. Voor alle gebouwen geldt: eerst zoveel als mogelijk isoleren.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
36
BIJLAGE 4
INDICATIE KOSTEN
In de onderstaande tabel (tabel 1) is een indicatie gegeven van de verhouding van de investeringen voor het opwekken van de energie (energiebron), de infrastructuur voor het transporteren van de energie en de benodigde aanpassingen in het gebouw.
Tabel 1: Indicatie van de verhouding van de investeringen. Energiebron
Infrastructuur
Gebouw
Elektrische warmtepomp 1
€
€€
€€€
Elektrische CV-ketel 1
€
€€
€€€
Infraroodpanelen 1
€
€€
€€€
€€€
€€
€
Aquathermie2
€
€€€
€€
Zonthermie2
€
€€€
€€
Geothermie
€€€
€€
€
Groen gas
€€€
€€
€
Waterstof
€€€
€
€
Hybride warmtepomp
1. Sterk afhankelijk van lokale (op eigen dak) of decentrale opwekking (bijv. windmolens en grootschalige zonnevelden) 2. Afhankelijk van het temperatuurniveau van het systeem kunnen er meer kosten verplaatsen richting het gebouw
De kansrijke buurten sorteren voornamelijk voor op individuele technieken. De kosten voor deze warmtescenario’s zijn tegen de huidige situatie afgezet. Hiervoor zijn uitgebreide berekeningen gemaakt die met name bij de wijkuitvoeringsplannen met de woningeigenaren besproken kunnen worden. Bondig samengevat kunnen we laten zien hoe de energielasten zich zullen ontwikkelen. De huidige woningen in de diverse wijken gaan (op basis van een extrapolatie naar 2030) 700 tot 2.800 Euro per jaar aan gas en elektriciteit betalen. Met de nieuwe (alternatieve) energiesystemen waarbij de woningen van het gas af gaan, gaan de jaarlijkse lasten (incl. rente en aflossing voor een investering en de kosten voor elektriciteit) dan potentieel naar 550 tot 3.000 Euro. Mochten de gasprijzen na 2030 blijven stijgen (en dat is waarschijnlijk) dan gaan de nieuwe energiesystemen goedkoper uitpakken dan de huidige systemen. De energielasten kunnen echter nog forser naar beneden gebracht worden door zonnepanelen toe te voegen. Bij een standaard set (10 panelen) gaat de gemiddelde energierekening al naar -170 (positieve energierekening) tot 2.100 Euro per jaar en kunnen de totale jaarlijkse lasten verlaagd worden tot -150 tot 2.300 Euro.
Hiermee komt elke buurt qua maandlasten lager uit dan de maandlasten die de woningen en gebouwen naar alle waarschijnlijkheid in 2030 gaan krijgen, zonder investeringen in energiebesparing en duurzaamheid. Let wel, eventuele kosten (bijv. vastrecht) voor
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
37
de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk zijn hier nog niet in opgenomen. Zie voor de cijfers onderstaande tabel 27. Voor de communicatie rond de TvW en in de gesprekken met de inwoners moet duidelijk zijn dat we koersen op een eerlijk verhaal, de strategie dat de zon de energierekening deels gaat betalen (dus het promoten van opwek op eigen dak) en dat gedacht moet worden aan het aandeel in de totale woonlasten.
Tabel 2: Inschatting jaarlijkse energielasten Jaarlijkse lasten
Buurtnaam
Goirle-Centrum Grobbendonck De Groote Akkers De Leijzoom De Hoogte De Vallei Abcoven Wildackers 't Ven Burgemeesters Tilburgseweg De Boschkens-West De Boschkens-Oost Vennen Bomen De Villa Rivieren Kruiden De Nieuwe Erven Hoogeind Geestelijken Herstallen Sportpark Van den Wildenberg Tijlvoort-Noort Tijlvoort-Zuid Verspreide huizen Goirle Riel-Dorp Spaansehoek Bedrijventerrein Riel
Jaarlijkse lasten in
Jaarlijkse lasten
aardgasvrije
2030 zonder
aardgasvrije
woningen en
investeringen in
woningen en
gebouwen incl.
duurzaamheid
gebouwen
zonnepanelen8
€ 1.532 € 1.046 € 840 € 1.179 € 763 € 881 € 942 €981 € 1.178 € 1.098 € 1.220 € 721 € 455 € 963 € 844 € 1.124 € 838 € 802 € 819 € 1.088 € 1.070 € 831
€ 1.318 € 1.283 € 916 € 1.516 € 805 € 1.195 € 712 € 1.022 € 1.398 € 1.370 € 1.149 € 750 € 551 € 749 € 610 € 1.475 € 602 € 582 € 882 € 1.356 € 837 € 864
€ 620 € 585 € 218 € 818 € 107 € 497 € 14 € 324 € 700 € 672 € 451 € 52 € -147 € 51 € -88 € 777 € -96 € -116 € 184 € 658 € 139 € 166
€ 2.768
€ 2.955
€ 2.257
€ 1.546 € 2.115
€ 1.612 € 2.224
€ 914 € 1.526
€ 1.543
€ 1.806
€ 1.108
€ 1.085 € 1.204 € 1.674
€ 1.337 € 1.458 € 1.758
€ 639 € 760 € 1.060
7 De kosten zijn berekend op basis van de Leidraad 2021 van het PBL, rentetarieven voor hypotheken zoals die in de
zomer van 2021 golden en rekening houdend met de mogelijkheid tot salderen van de elektriciteit die opgewekt wordt uit zonnepanelen. Dit is inclusief het werk aan energiebronnen en -infrastructuur. 8 Excl. eventuele verzwaring van het elektriciteitsnetwerk
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
38
Sportpark De Krim Verspreide huizen Riel
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
€ 2.409 € 1.608
€ 2.534 € 1.825
€ 1.836 € 1.127
39
BIJLAGE 5 BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Transitievisie Warmte Elke gemeente in Nederland moet voor 2021 een Transitievisie Warmte opstellen. Aan de hand van deze visie wordt duidelijk op welk moment een wijk, buurt of gebied aardgasvrij wordt. Tevens wordt voor de eerste woningen (die tot 2030 aardgasvrij worden) beschreven welke mogelijke alternatieve warmtevoorzieningen en -bronnen er zijn. REKS (Regionale Energie en Klimaat Strategie) Om uitvoering te geven aan het Klimaatakkoord (gepubliceerd op 28 juni 2019), is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s. In de REKS beschrijft elke regio hoe en waar het beste duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden, welke bruikbare regionale warmtebronnen er zijn en of de voorstellen maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar zijn. Het Nationaal Programma RES ondersteunt bij het opstellen van de REKS. Klimaatakkoord Het nationale Klimaatakkoord is op 28 juni 2019 gepubliceerd en is tot stand gekomen uit een samenwerking van de overheid met bedrijven en organisaties. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken die ervoor moeten zorgen dat in Nederland in 2030 49% minder CO2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met 95% gereduceerd zijn. Ook moet in 2030 70% van al het elektriciteitsgebruik opgewerkt worden uit duurzame bronnen.
Energieneutraal Energieneutraliteit beschrijft de balans tussen energieverbruik en de opwekking van energie. Een gemeente is energieneutraal wanneer er evenveel energie wordt gebruikt als er wordt opgewekt. In theorie hoeft de opgewekte energie niet per se duurzaam te zijn, zolang de opwekking en het verbruik maar in balans zijn. In de praktijk wordt met energieneutraliteit bedoeld dat het energieverbruik gelijk moet zijn aan de hoeveelheid duurzaam opgewerkte energie. Dit wordt ook wel CO2-neutraal genoemd. CO2-neutraliteit kan ook bereikt worden door CO2 die toch wordt uitgestoten op te vangen of te binden (in bijvoorbeeld begroeiing). Opname van CO2 is waarschijnlijk ook in de toekomst nog (in beperkte mate) nodig omdat bijvoorbeeld bepaalde vormen van industrie en mobiliteit mogelijk blijven draaien op energiebronnen die CO2 uitstoten. Terajoule (TJ) De joule is de eenheid van energie die over de hele wereld wordt gebruikt. Aan de hand van deze eenheid kunnen verschillende vormen van energie bij elkaar opgeteld worden. Een kilowattuur elektriciteit kan niet opgeteld worden bij een kuub aardgas. Door beide vormen van energie om te zetten naar joule kan dat wel (1 kWh elektriciteit staat gelijk aan 3.600.000 joule en 1 m3 aardgas staat gelijk aan 31.650.000 joule). Omdat het energieverbruik op gemeenteniveau erg hoog is, wordt
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
40
er over het algemeen gesproken over megajoule (1 MJ is 1.000.000 joule), gigajoule (1 GJ is 1.000.000.000 joule) of terajoule (1 TJ is 1.000.000.000.000 joule). Lage-, midden-, en hoge-temperatuur warmte Warmte kan, afhankelijk van het verwarmingssysteem, geleverd worden in verschillende temperaturen. Over het algemeen worden 3 groepen onderscheiden: lage-temperatuur (LT), middentemperatuur (MT) en hoge-temperatuur (HT). Lage-temperatuur voorzieningen vragen een goede tot zeer goede isolatie van woningen. Bij Hoge-temperatuur systemen is de isolatie minder van belang. De huidige systemen op aardgas werken op een hoge temperatuur. Systemen op bijvoorbeeld een warmtepomp werken op een lage temperatuur. De volgende gradaties worden onderscheiden (deze gradaties kunnen in de praktijk afwijken): •
LT: <40 °C
•
MT: 40-70°C
•
HT: >70 °C
Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO) TEO-systemen maken gebruik van temperatuurverschillen in het oppervlaktewater gedurende het jaar. In de zomer wordt warmte uit (relatief warm) oppervlaktewater opgeslagen in bijvoorbeeld een WKO (warmte-koude opslag) installatie. Deze warmte kan vervolgens in de winter gebruikt worden om gebouwen te verwarmen middels een warmtepomp. In de winter kan ook koude worden opgeslagen die in de zomer gebruikt wordt om op een duurzame manier te koelen, iets wat in de toekomst waarschijnlijk steeds belangrijk wordt. Thermische Energie Afvalwater (TEA) TEA-systemen halen warmte rechtstreeks uit het rioolstelsel of uit het gezuiverde afvalwater bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Om gebruik te kunnen maken van deze warmtebron is er een bepaalde hoeveelheid warmte in het stelsel nodig. Indien het riool zowel voor afvalwater als voor de afvoer van regenwater gebruikt wordt, is de kans aanwezig dat er niet voldoende warmte aanwezig is. Het regenwater zorgt voor een flinke afkoeling van het stelsel. Warmte-koude opslag (WKO) Een WKO-installatie wordt gebruikt om warmte of koude op te slaan die niet direct gebruikt kan of hoeft te worden. Een reden hiervoor kan zijn dat een bepaalde warmtebron alleen in de zomer beschikbaar is (bijvoorbeeld TEO) terwijl de warmte juist in de winter nodig is.
In een WKO-installatie wordt grondwater in de bodem benut als energiebuffer. Dit kan via een open systeem (er is een open verbinding met het grondwater. Het grondwater wordt ook daadwerkelijk omhoog gepompt) of een gesloten systeem (de warmtewisselaars staan niet in direct contact met het grondwater maar gebruiken een energiedrager, veelal een glycoloplossing, die wordt rondgepompt. De energie in de bodem wordt overgedragen aan de energiedrager). Een installatie bestaat uit twee bronnen: een warme en een koude bron. Een warmtewisselaar zorgt ervoor dat energie in de bronnen opgeslagen wordt. Op het moment dat de energie nodig is, wordt deze uit de bron omhoog gepompt.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
41
Zonthermie Een
zonthermie-systeem
warmte
van
collectoren
gebruikt
de
zon
op
op
te
warmen.
zonnecollector
komt
voor
water in
de in Een
allerlei
soorten en maten en kunnen soms verwarmd worden met een zonnepaneel dat elektriciteit opwekt. Zonnecollectoren kunnen kleinschalig op een woning toegepast
worden,
maar
ook
grootschalig op velden of daken. Een zonnecollector is een effectievere bron van warmte dan elektriciteit. Daarom is het verstandig om per locatie te inventariseren of er grootschalig ingezet wordt op zonthermie of zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Zonthermie op het land concurreert met zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Per locatie moet gekeken worden wat de beste invulling is, daar kan op dit moment nog geen uitsluitsel over gegeven worden. Wanneer er in de directe omgeving bijvoorbeeld geen zonnewarmte nodig is, kan gekozen worden voor elektriciteitsopwekking. In de vervolgstappen gaan deze keuzes gemaakt worden. Restwarmte Restwarmte is energie die overblijft bij (industriële) processen. Voorheen ging deze energie via bijvoorbeeld de schoorsteen of het afvalwater verloren. Tegenwoordig kijkt men ook naar mogelijkheden om de restwarmte te benutten voor andere processen (bijvoorbeeld de verwarming van gebouwen). Veel bedrijven met restwarmte kijken eerst of de warmte in de eigen processen of gebouwen gebruikt kan worden. Wanneer er warmte over is, kan deze middels een warmtenet ingezet worden in de directe omgeving. Condenswarmte Condenswarmte is restwarmte uit koelprocessen. Supermarkten, koel- en vrieshuizen en datacenters gebruiken veel energie voor koelsystemen. Die energie wordt nagenoeg volledig omgezet in warmte.
Een deel van de bedrijven hergebruikt de warmte zelf, maar veel energie wordt op dit moment naar buiten geventileerd en gaat verloren. Deze warmte kan in potentie ingezet worden voor de verwarming van gebouwen. Waterstof Waterstof kan door middel van een brandstofcel als vervanger van aardgas dienen en wordt daarom onder de noemer hernieuwbaar gas geschaard. Het is echter nog geen algemeen geaccepteerde techniek en wordt op dit moment alleen via pilots in woningen toegepast. Het is onzeker of waterstof in de toekomst grootschalig kan worden ingezet voor het verwarmen van woningen. De productie van waterstof kost erg veel elektrische energie. Tel daarbij de productie- en transportverliezen bij op en dan zijn er aanzienlijk meer zonnepanelen en windmolens nodig om van waterstof een duurzame brandstof te maken. Voorlopig blijft waterstof daarom in de pilotfase voor woningen. Mogelijk dat het op korte termijn wel als brandstof voor auto’s en bedrijven kan gaan dienen.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
42
Asfaltwarmte Systemen gebaseerd op asfaltwarmte maken gebruik van warmte die via asfaltcollectoren wordt opgewekt. De collectoren worden in het wegdek verwerkt en bevatten water. Dit water
neemt
warmte
op
die
ontstaat
wanneer de zon op het asfalt schijnt. De warmte wordt vervolgens in een WKO opgeslagen en wordt in de winter gebruikt voor de verwarming van gebouwen. Dit concept bevindt zich op dit moment nog in de experimentele fase.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
43
BIJLAGE 6 SAMENHANG OVERIGE BELEIDSTRAJECTEN Op allerlei niveaus zijn er (beleids)doelstellingen opgesteld die raakvlakken hebben met de warmtetransitie of waar de warmtetransitie aan moet voldoen. In deze bijlage brengen we deze in beeld. Internationale en nationale afspraken
In 2015 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Daarmee beloofde Nederland zich in te zetten voor het beperken van de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden met het streven om de opwarming te beperken tot anderhalve graad. De Nederlandse klimaatambities, gebaseerd op de internationale afspraken, zijn vastgelegd in de Klimaatwet. De afspraken die hieruit voortvloeien
(met
o.a.
gemeenten,
het
bedrijfsleven,
natuur-
en
milieuorganisaties
en
energiebedrijven) zijn verankerd in het landelijke Klimaatakkoord. Daarin is opgenomen dat vóór 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% verminderd moet worden ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met (minimaal) 95% zijn teruggebracht. Inmiddels is op Europees niveau besloten dat een versnelling van de reductie noodzakelijk is (naar 55% in 2030). Deze versnelling is nog niet verankerd in de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Een belangrijke maatregel om de doelstellingen te behalen is het stoppen met het gebruik van aardgas in woningen en utiliteitsbouw. Het verminderen van de CO2 uitstoot is niet de enige reden om dit te doen. Rondom de aardgaswinningsinstallaties ondervinden inwoners grote problemen door aardbevingen gerelateerd aan de gaswinning. Daarom wordt de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk verminderd. In het verlengde hiervan heeft de Rijksoverheid het doel gesteld om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Concreet is het sinds juli 2018 niet meer toegestaan om nieuwbouwwoningen op aardgas aan te sluiten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit wel te doen. Dus alles woningen die na juli 2018 zijn gebouwd, zijn al aardgasvrij. Wettelijke kaders Energie is een basisbehoefte. De regels voor energie zijn gebaseerd op Europese verordeningen en Nederlandse wetten.
In de Nederlandse wetten hebben de Europese verordeningen een plaats gekregen.
Energiewet Het wetsvoorstel Energiewet dat dit jaar van kracht wordt, beoogt de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998 te vervangen en een modern en geactualiseerd ordeningskader te bieden dat: 1)
de energietransitie ondersteunt en stimuleert en tegelijkertijd,
2)
bijdraagt aan het doel van een schone energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
44
Warmtewet Op 1 januari 2014 is in Nederland de Warmtewet van kracht is geworden. De wet geeft regels omtrent stadsverwarming, blokverwarming en warmte-koude-opslag en is gericht op de levering aan kleinverbruikers zoals consumenten. De Warmtewet biedt bescherming aan consumenten en bedrijven die gebonden zijn aan lokale warmtenetten, met name tegen een te hoge prijs voor de warmte. Op dit moment wordt gewerkt aan een uitbreiding van de Warmtewet. Met de uitbreiding wil men de voorziene grotere rol van warmtenetten in de Nederlandse warmtevoorziening faciliteren.
Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks bijvoorbeeld gemakkelijker is om bouwprojecten te starten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De Omgevingswet gaat veel betekenen voor de warmtetransitie. De interactie tussen de warmtevoorziening en de fysieke leefomgeving is namelijk groot. Het begin van een grootschalige warmte- en energietransitie is tot op heden veelal vormgegeven door middel van experimenten. Om te blijven leren zal de Omgevingswet handvatten bieden om te blijven experimenteren. Deze experimenten geven een mooi inkijkje in de Omgevingswet. Waar gemeenteraden nu worden beperkt door de wettelijke reikwijdte van een bestemmingsplan, waarin enkel regels over ‘een goede ruimtelijke ordening’ mogen worden opgenomen, kunnen zij straks regels stellen met betrekking tot de ‘gezonde en fysieke leefomgeving’. Onderdeel hiervan zijn ook regels met betrekking tot (niet-ruimtelijk relevante) duurzaamheidseisen, zoals de beperking van CO2-emissie. Regionaal beleid
Regionale Energie Strategie (RES) & Regionale Structuur Warmte (RSW) De uitwerking van het landelijke Klimaatakkoord vindt voor een groot deel op regionaal en lokaal niveau plaats. Om de regionale uitwerking vorm te geven, is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s waarin gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken aan een Regionale Energie Strategie. De gemeente Goirle werkt in de regio Hart van Brabant samen met andere gemeenten, de provincie en het Waterschap aan de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS). De verplichte scope van de REkS richt zich op grootschalige opwek van elektriciteit en de gebouwde omgeving (dus ook warmte). De REKS 1.0 is inmiddels door alle betrokken overheden bestuurlijk vastgesteld. Inmiddels is een start gemaakt met de uitvoering van de plannen (uitvoeringsprogramma en REKSdeals met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties).
RSW Het onderdeel Warmte is binnen de REKS uitgewerkt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW verschaft op regionaal niveau inzicht in de totale (toekomstige) warmtevraag binnen de regio, de beschikbare duurzame warmtebronnen en de bestaande en geplande infrastructuur. In de RSW is op hoofdlijnen en op regionaal vastgelegd hoe in de nabije toekomst wordt omgegaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een Transitievisie Warmte. De relatie tussen de REKS, de RSW en de TvW wordt geïllustreerd in onderstaande figuren.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
45
De RSW brengt dus vraag en aanbod van warmte in beeld en geeft inzicht in de potentie van verschillende warmtebronnen in de regio. Deze informatie is echter nog grofmazig en moet voor de Transitievisie Warmte worden aangevuld met lokale informatie. De RSW levert input voor de lokale TvW maar treedt hiervoor niet in de plaats. De RSW richt zich vooral op het gebruik van bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben en helpt bij het leggen van verbindingen tussen sectoren en gemeenten. Afstemming binnen de regio moet voorkomen dat een bron ten onrechte meerdere malen in lokale TvW’s wordt opgenomen. Het regionale inzicht voorkomt bovendien dat interessante bronnen onbenut blijven. Lokaal beleid Met deze TvW leveren we een bijdrage aan de volgende drie Global Goals:
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is vastgelegd in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 20172022 en in de concept Omgevingsvisie. Het milieubeleidsplan gaat in op diverse thema's: energie, afval, water/klimaat en biodiversiteit. Bij de opwekking van elektriciteit gaat het vooral over wind en zon. Het verder brengen van de ontwikkelingen rondom zon en wind heeft verder vorm gekregen in de visie
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
46
‘Zonnewijzer en Windrichting gemeente Goirle’. Door de warmtetransitie komt er meer vraag naar
elektriciteit. Daarvoor staan in deze TvW geen kaders. De kaders rondom opwek van elektriciteit zijn verwoord in de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) en de Zonnewijzer en Windrichting gemeente Goirle.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
47
BIJLAGE 7 OVERZICHT WERKTAFELS Er zijn in totaal twee werktafels opgezet. Aan deze werktafels is informatie over de Transitievisie Warmte gedeeld en werden de verschillende samenwerkingspartners gevraagd om hun mening te geven en hun kennis en ervaring te delen. De eerste werktafel was een regionale werktafel die opgezet is samen met gemeente Oisterwijk en gemeente Hilvarenbeek. De samenwerkingspartners die hieraan meededen waren: Wooncorporatie Leystromen, Woningcorporatie Woonveste, Woningcorporatie TBV Wonen, Energiecoöperatie DEC Oisterwijk / Zon op Oisterwijk, Haaren en Hilverstroom, Energiecoöperatie Duurzaam Riel Goirle, Waterschap de Dommel, Enexis, Beekse Bergen, Havep, 2College Durendael, MillHill College ZLTO De Hilver en Ondernemersverenigingen Riel, BCO Oisterwijk, De Sonman en Toestroom. De tweede werktafel was de lokale werktafel met alleen partijen uit de gemeente Goirle. Deze lokale werktafel bestond uit: gemeenteambtenaren, woningcorporatie Leystromen, Energiecoöperatie Duurzaam Riel Goirle, de Bewonersgroep Hoge Wal, Contour de Twern, de Participatieraad, de HAVEP, Stichting ONS Tijvoort, Ondernemers Vereniging Riel (OVR), de ZLTO Hart van Brabant, het MillHill College. Enexis en de Waterschappen Brabantse Delta en De Dommel.
TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE
48