CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03a- Transitievisie warmte gemeente Goirle.pdf

Besluitvormend 22 december 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Transitievisie warmte13.585 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE GOIRLE Definitief concept

RAPPORTAGE

Transitievisie Warmte gemeente Goirle Definitief concept

Opdrachtgever:

Madelon van de Ven

Organisatie:

Gemeente Goirle

Datum:

18-10-2021

Contactpersoon:

Koen van Waes

Telefoon:

+31 682228960

E-mail:

k.vanwaes@hetenergiebureau.nl

Website:

www.hetenergiebureau.nl

E-mail:

info@hetenergiebureau.nl

Postadres:

Postbus 6252 5600 HG Eindhoven

Bezoekadres:

Achtseweg Zuid 159 R 5651 GW Eindhoven Pollartstraat 19 6041 GC Roermond

KvK-nummer:

17212433

1

SAMENVATTING Duurzaamheid is voor de gemeente Goirle een belangrijk thema. Goirle levert dan ook graag een bijdrage aan de Global Goals van de verenigde naties. Met de Transitievisie Warmte draagt Goirle bij aan meerdere Global Goals, te weten:

De gemeente Goirle wil in 2050 aardgasvrij zijn. Dit betekent dat we onze gebouwen duurzaam gaan verwarmen en dat we ook niet meer met aardgas kunnen koken. We bouwen stapsgewijs naar dat doel toe. De gemeente wordt aardgasvrij omdat we in Europa (Klimaatakkoord Parijs) en in Nederland (Nationaal Klimaatakkoord) afgesproken hebben om de CO2-uitstoot terug te dringen en de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde te beperken. Op basis van de landelijke ambitie en de aanname in de RSW, stellen we voor Goirle de volgende ambitie voor 2030: we reduceren net zoveel aardgas als 2.000 woningen gebruiken. Dit komt overeen met 20% van het aantal woningen in Goirle en met een totale besparing van 20% aardgas. Concreet betekent dit voor de woningen in Goirle een besparing van 2,8 miljoen m3 aardgas in 2030. Eenzelfde ambitie van 20% voor bedrijven betekent nog eens een besparing van 1,0 miljoen m3 aardgas in 2030. Er zijn op dit moment grofweg drie manieren om gebouwen zonder aardgas duurzaam te verwarmen: •

All-electric, individuele elektrische alternatieven. Onder andere elektrische warmtepomp (met de bodem of de buitenlucht als bron), elektrische cv-ketel, infraroodpanelen en hybride warmtepomp (tussenoplossing);

•

Collectieve systemen, op basis van: restwarmte, zonthermie, aquathermie, biomassa (alleen als transitiebron) en/of geothermie;

•

Hernieuwbaar gas, o.a. groen gas, biogas, micro-WKK en waterstof.

Na vaststelling van de TvW stellen we op basis van deze TvW een communicatie- en participatiestrategie op. Via die strategie betrekken we inwoners en bedrijven en motiveren we ze om stappen te nemen in het verduurzamen van hun woning of bedrijf. Daarnaast zien we kansen voor het winnen van warmte uit water (aquathermie). Daarom stellen we voor om technische (haalbaarheids)onderzoeken uit te laten voeren naar de potentie in Goirle noordoost (met de Oostplas als bron) en Goirle noordwest (met de Surfplas als bron). Om de woningen in de toekomst duurzaam te verwarmen zien we kansen voor collectieve warmtenet(ten) in Goirle noordoost en noordwest. In overige gebieden lijkt een individuele oplossing op dit moment het meest realistisch (met de huidige stand van de techniek waarschijnlijk 2

een elektrische warmtepomp). Een hybride warmtepomp kan een goede tussenstap zijn om het aardgasverbruik al flink te verminderen. Omdat niet alle buurten voor een collectieve warmteoplossing in aanmerking komen, starten we ook met een generieke collectieve aanpak voor de hele gemeente Goirle. Hierbij richten we ons op het zogenaamde ‘laaghangende fruit’. In eerste instantie concentreren we ons hierbij op het creëren van een handelingsperspectief voor alle inwoners van Goirle. Hierbij houden we rekening met 2 categorieën van wijken: 1.

Wijken met een eenduidige bebouwing waar de laatste stap naar aardgasvrij gezet kan worden. In wijken met veel dezelfde woningen die na 1992 gebouwd zijn, is het mogelijk om een collectieve aanpak op te zetten wat betreft informeren en ontzorgen (groene gebieden op de onderstaande kaart) bij het zetten van de laatste stap naar aardgasvrij.

2.

Wijken met eenduidige bebouwing waar nog geïsoleerd kan worden. In wijken met veel dezelfde woningen die voor 1992 gebouwd zijn, is het mogelijk om een collectieve aanpak op te zetten wat betreft informeren en ontzorgen (rode gebieden op de onderstaande kaart) bij het isoleren van gebouwen.

Hierbij nemen we huishoudens met een laag inkomen als speciale doelgroep op om energiearmoede in onze gemeente te voorkomen. Daarnaast zien we in Goirle kansen om met de warmtetransitie te starten in een aantal buurten op basis van de resultaten van de multi criteria analyse. Dit betreft de wijken Goirle noordoost (bestaande uit de buurten De Hoogte, Grobbendonck en Goirle-centrum) Goirle west (bestaande uit de buurten Rivieren, Bomen, Kruiden en Vennen), Herstallen en Riel-dorp. In het vervolg gaan we samen met de inwoners in deze kansrijke buurten de mogelijkheden verkennen om te starten met een pilot wijkuitvoeringsplan in een van deze buurten.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

3

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................2 1

Inleiding ................................................................................................................................6

2

Opgave & ambitie ..............................................................................................................7

2.1

Omvang van de opgave .......................................................................................................................... 7

2.2

Ambitie 2030 & rol gemeente .............................................................................................................. 7

3

Warmtevisie..........................................................................................................................9

3.1

Isolatie .............................................................................................................................................................. 9

3.2

Alternatieve technieken ............................................................................................................................ 9

3.3

Beschikbare duurzame warmtebronnen ........................................................................................... 9

3.3.1

Aanhaking op Regionale Structuur Warmte (RSW) .................................................................. 10

3.3.2

Afzetgebied nodig ................................................................................................................................... 11

3.3.3

Beperkte boringsdiepte ......................................................................................................................... 12

3.3.4

Toekenning biomassastromen ........................................................................................................... 12

3.4

Meest kansrijke buurten ....................................................................................................................... 13

3.5

Bedrijventerreinen .................................................................................................................................... 14

3.6

Generieke en collectieve aanpak Goirle ......................................................................................... 14

3.6.1

Wijken waar de laatste stap naar aardgasvrij gezet kan worden ...................................... 15

3.6.2

Wijken waar nog geïsoleerd kan worden ..................................................................................... 16

3.6.3

Huishoudens met een laag inkomen .............................................................................................. 17

3.7

Planning ........................................................................................................................................................ 17

3.8

Indicatie kosten warmtetransitie ....................................................................................................... 18

4

Participatie & Communicatie......................................................................................... 20

4.1

Wat hebben we gezien? ....................................................................................................................... 20

4.2

Dilemma’s en leerpunten...................................................................................................................... 22

4.3

Conclusies .................................................................................................................................................... 23

4.4

Communicatie- & participatiestrategie .......................................................................................... 23

5

Vervolg vanaf 2022.......................................................................................................... 25

5.1

Technisch onderzoek potentie bronnen ........................................................................................ 25

5.2

Generieke aanpak .................................................................................................................................... 25

5.3

Mogelijke pilot met een wijkuitvoeringsplan .............................................................................. 25

5.4

Betaalbaarheid ........................................................................................................................................... 26

5.5

Vervolgstappen ......................................................................................................................................... 26

Bijlage 1 Werkwijze TvW ................................................................................................................. 28 Bijlage 2 MCA criteria ...................................................................................................................... 29 Bijlage 3 Meest kansrijke buurten ................................................................................................. 34 Bijlage 4 Indicatie kosten ................................................................................................................ 37 Bijlage 5 Begrippen en afkortingen .............................................................................................. 40

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

4

Bijlage 6 Samenhang overige beleidstrajecten........................................................................... 44 Bijlage 7 Overzicht werktafels ........................................................................................................ 48

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

5

1 INLEIDING Duurzaamheid is voor de gemeente Goirle een belangrijk thema. Goirle levert dan ook graag een bijdrage aan de Global Goals van de verenigde naties. Met de Transitievisie warmte draagt Goirle bij aan meerdere Global Goals, te weten:

De gemeente Goirle wil in 2050 aardgasvrij zijn. Dit betekent dat we onze gebouwen duurzaam gaan verwarmen en dat we ook niet meer met aardgas kunnen koken. We bouwen stapsgewijs naar dat doel toe. De gemeente wordt aardgasvrij omdat we in Europa (Klimaatakkoord Parijs) en in Nederland (Nationaal Klimaatakkoord) afgesproken hebben om de CO2-uitstoot terug te dringen en de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde te beperken. Aardgas is geen duurzame energiebron en verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Daarom gaat Nederland en daarmee ook Goirle werken aan een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. De uitwerking van het landelijke Klimaatakkoord vindt voor een groot deel op regionaal en lokaal niveau plaats. Om de regionale uitwerking vorm te geven, werkt Goirle in de REKS-regio Hart van Brabant samen met andere gemeenten, de provincie en het waterschap. Specifiek in het kader van dit warmtetraject is de samenwerking met Hilvarenbeek en Oisterwijk intensief. In de regio wordt ook gezamenlijk nagedacht over warmte, bijvoorbeeld als mogelijke warmtebronnen meer dan één gemeente kunnen bedienen. Het onderdeel warmte wordt uitgewerkt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze Transitievisie Warmte is afgestemd met het regionaal RSW-traject en in de intergemeentelijke samenwerking.

In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente voor het eind van 2021 een Transitievisie Warmte (TvW) heeft opgesteld. De TvW beschrijft hoe we in Goirle van het aardgas af kunnen gaan en waar we voor 2030 gaan starten. Dit vormt de basis voor uitvoeringsplannen op wijk-, buurt-, en straatniveau. Met de vaststelling van de TvW is de warmtetransitie tot 2050 niet in beton gegoten. Omdat we niet alle gebouwen tegelijk kunnen aanpakken en (technische) inzichten en wet- en regelgeving nog continu veranderen, wordt de TvW elke vijf jaar geüpdatet. Het is dus een levend document. Deze TvW, die is opgesteld in samenwerking met de georganiseerde stakeholders (beschreven in bijlage 9), geeft richting aan de warmtetransitie in Goirle. Hiernaast hebben we op verschillende momenten de inwoners en bedrijven in Goirle betrokken. In bijlage 1 is de werkwijze beschreven die wij hebben gevolgd om tot deze TvW te komen. In bijlage 6 is een beschrijving opgenomen van het beleid en de beschikbare kaders binnen de warmtetransitie. TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

6

2 OPGAVE & AMBITIE 2.1 Omvang van de opgave1 De gemeente Goirle heeft 23.952 inwoners die in 10.291 woningen wonen. Voor het bepalen van de ambitie baseren we ons op de landelijke Klimaatmonitor 2019. Voor de sector Gebouwde Omgeving bedraagt het energieverbruik 780 TJ, waarvan 560 TJ voor aardgas en 220 TJ voor elektriciteit. De woningen (onderdeel van de gebouwde omgeving) gebruiken in Goirle nu ruim 450 TJ aardgas, wat overeenkomt met 14,3 miljoen m3 aardgas. Omgerekend betekent dit een huidig aardgasverbruik van 1.380 m3 per woning. De gebouwde omgeving bestaat naast woningen ook uit bedrijven & instellingen (kantoren, scholen, detailhandel enz.). In de bedrijven en instellingen wordt jaarlijks 5,1 miljoen m3 aardgas verbruikt. In totaal moet er dus een duurzaam alternatief gevonden worden voor een jaarlijks aardgasverbruik in de gebouwde omgeving van ongeveer 19,4 miljoen m3 aardgas.

2.2 Ambitie 2030 & rol gemeente De warmte opgave is dus groot. Om op nationaal niveau te komen tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, zal voor 2030 ca. 20% van alle woningen in Nederland van het aardgas af moeten. In de RSW is de aanname gedaan dat door toepassing van een mix van oplossingen voor verduurzamen en de daarbij verwachte mate van isolatie, de warmte vraag met 20% gereduceerd gaat worden. Op basis van de landelijke ambitie en de aanname in de RSW, stellen we voor Goirle de volgende ambitie voor 2030: we reduceren net zoveel aardgas als 2.000 woningen gebruiken. Dit komt overeen met 20% van het aantal woningen in Goirle en met een totale besparing van ongeveer 20% aardgas. Een klein deel van de woningen zal voor 2030 al echt aardgasvrij zijn. Het grootste gedeelte van de besparing zullen we halen door isolatie en het aardgasvrij-ready maken van woningen. Concreet betekent dit voor de woningen in Goirle een besparing van 2,8 miljoen m3 aardgas in 2030. Eenzelfde ambitie van 20% voor bedrijven betekent nog eens een besparing van 1,0 miljoen m3 aardgas in 2030. Dit is voor de korte en lange termijn een stevige opgave die ervoor zorgt dat we snel aan de slag moeten. Het vraagt van de gemeente een actieve rol die in elk geval bestaat uit twee verplichte onderdelen: 1.

De gemeente heeft een informatieplicht: woningeigenaren hebben (veel) tijd nodig om zich voor te bereiden. De gemeente gaat informeren over de logische eerste stappen die woningeigenaren kunnen nemen. Waar mogelijk worden deze stappen via verschillende initiatieven gestimuleerd.

2.

De gemeente heeft een analyse/onderzoekplicht. Vanuit het Rijk is aan de gemeenten opgedragen om uit te zoeken waar en op welke manier gestart kan worden met de eerste acties naar een aardgasvrije gemeente.

1 Cijfers zijn gebaseerd op de Klimaatmonitor 2019

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

7

De gemeente heeft de rol van procesregisseur gekregen voor de TvW en zoekt met de stakeholders naar maatschappelijk gezien de beste oplossing. In het opstellen van deze TvW hebben we een brede

groep stakeholders betrokken. Door de warmtetransitie komt er meer vraag naar elektriciteit. Daarvoor staan in deze TvW geen kaders. De kaders rondom opwek van elektriciteit zijn verwoord in de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) en de Zonnewijzer en Windrichting gemeente Goirle.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

8

3 WARMTEVISIE Om onze ambitie (20% besparing in 2030 en aardgasloos in 2050) te behalen hebben we een warmtevisie nodig. Er zijn meerdere alternatieve technieken en bronnen die in de toekomst in Goirle het aardgas kunnen vervangen. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van deze alternatieve technieken en bronnen. Naast het inzetten op alternatieve technieken en bronnen ligt voor een merendeel van de woningen de focus in eerste instantie op isoleren. Op het moment dat een woning of een aantal woningen een voldoende isolatieniveau heeft bereikt, kan de laatste stap naar aardgasvrij gezet worden.

3.1 Isolatie Het isolatiepakket dat nodig is om een woning voor te bereiden op een andere manier van verwarmen, is niet voor elke woning hetzelfde. Het hangt af van de huidige staat van de woning maar ook van het toekomstige type warmtesysteem. Er zijn verschillende maatregelen die getroffen kunnen worden als het gaat om isolatie zoals: vloerisolatie, gevelisolatie, dakisolatie, naad- en kierdichting, goede ventilatie en het vervangen van ramen en kozijnen. Het is hierbij belangrijk om inwoners te informeren over het isolatieniveau dat hoort bij het toekomstige warmtesysteem (het systeem dat met de huidige inzichten het meest voor de hand ligt) en over de handelingsmogelijkheden die inwoners hebben. Het is bijvoorbeeld aan te raden om duurzaamheidsmaatregelen op een natuurlijk moment te treffen: bijvoorbeeld bij een renovatie of verbouwing. Door werkzaamheden te combineren wordt geld bespaard én de overlast beperkt. Er is immers maar één moment van overlast.

3.2 Alternatieve technieken Er zijn op dit moment grofweg drie manieren om gebouwen zonder aardgas duurzaam te verwarmen: •

All-electric, individuele elektrische alternatieven. Onder andere elektrische warmtepomp (met de bodem of de buitenlucht als bron), elektrische cv-ketel, infraroodpanelen en hybride warmtepomp (tussenoplossing, mogelijk deels eindoplossing);

•

Collectieve systemen, op basis van: restwarmte, zonthermie, aquathermie, asfaltthermie, biomassa (alleen als transitiebron) en/of geothermie;

•

Hernieuwbaar gas, o.a. groen gas, biogas, micro-WKK en waterstof.

Er is nadrukkelijk gekeken naar de beschikbaarheid van groen gas en bijvoorbeeld waterstof als energiedrager. De huidige beschikbaarheid in Goirle is niet groot. Op termijn kan dat anders zijn en zal dat bij een actualisatie van deze TvW moeten blijken. Waarschijnlijk zullen er in de toekomst nog innovatieve warmtetechnieken ontwikkeld worden die op termijn nieuwe oplossingen bieden.

3.3 Beschikbare duurzame warmtebronnen De mogelijke duurzame warmtetechnieken zijn mede afhankelijk van beschikbare warmtebronnen. Uit de analyse blijkt dat er in Goirle twee warmtebronnen zijn die onderzocht kunnen worden als bron voor een collectieve warmtevoorziening. Het betreft de Oostplas ten noordoosten van Goirle en de Surfplas ten noorden van Goirle. Beide bronnen kunnen mogelijk warmte uit oppervlaktewater TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

9

leveren (aquathermie). In het noordoosten van Goirle is al een bestaand warmtenet met de Oostplas als bron. Dit warmtenet kan eventueel uitgebreid worden. De Oostplas kan volgens de huidige gegevens voldoende warmte genereren voor ongeveer 3.000 woningen en de Surfplas voor ongeveer 1.500 woningen2. Onderzocht moet worden of het bestaande warmtenet uitgebreid kan worden en of er nieuwe warmtenetten aangelegd kunnen worden. Tijdens dat onderzoek wordt ook gekeken hoe het tracé van de warmtenetten er precies uit gaat zien. Het ligt voor de hand om met de blauw omlijnde gebieden (zie onderstaande afbeelding) te beginnen. In deze gebieden liggen min of meer het aantal woningen dat door beide plassen van warmte voorzien kan worden. In het onderzoek moet vervolgens blijken tot hoever het warmtenet uitgerold kan worden, vanzelfsprekend beginnend bij de Oostplas en de Surfplas.

Figuur 4: zoekgebieden (met blauwe stippellijn omlijnde gebieden) voor mogelijke warmtenetten op aquathermie op respectievelijk de Oostplas (rechtsboven) en de Surfplas (linksboven). Voor een grotere kaart, klik hier.

Ontwikkeling van collectieve trajecten zijn niet eenvoudig en duren om die reden ook 5 tot 10 jaar. Naast aquathermie uit de Oostplas en de Surfplas zijn er ook nog andere warmtebronnen in de gemeente aanwezig. Het betreft voornamelijk biogas, bodemwarmte3, restwarmte en warmte vanuit de RWZI in Riel. De gemeente Tilburg heeft de potentie onderzocht van asfaltthermie (warmte uit asfalt) in het kader van het vijfde generatie warmtenet in Tilburg-zuid. Hieruit bleek dat er weinig potentie is voor asfaltthermie.

3.3.1 Aanhaking op Regionale Structuur Warmte (RSW) Begin 2020 is samen met de regio een eerste analyse gedaan naar de beschikbare warmtebronnen. Deze analyse is opgenomen in de Regionale Structuur Warmte (RSW) als onderdeel van de REKS. In de RSW is geconcludeerd dat er in de gemeente Goirle genoeg warmtebronnen beschikbaar zouden zijn om alle gebouwend aarmee te verwarmen. Dit zonder de match te maken met de warmtevraag van gebouwen. Vanuit die conclusies is gesteld dat individuele warmtepompen niet nodig zouden 2 Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) 1.0, Regio Hart van Brabant, 8 maart 2021 3 Deze is mede afhankelijk van de eventuele boringsbeperkingen vanuit de nieuwe provinciale Omgevingsverordening.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

10

zijn in Goirle. Maar er is in de RSW ook geconstateerd dat er veel onzekerheid en onbekendheid is over de beschikbaarheid van de warmtebronnen. De RSW kan dan ook gezien worden als een eerste grove analyse op regionaal niveau. In de RSW is ook gesteld dat er nader onderzoek nodig is om meer helderheid over de warmtebronnen te krijgen. In deze TvW hebben we een diepere analyse gedaan waarin we specifieker gekeken hebben naar de potentie van de warmtebronnen en de match tussen het aanbod van warmte via eventuele warmtebronnen en de vraag naar warmte in de gebouwen, rekening houdend met de kenmerken van die gebouwen. Uit deze TvW komt een andere conclusies dan uit de RSW. Wij zien op dit moment minder kansen voor het gebruik van warmtebronnen in collectieve warmtenetten en meer inzet op individuele warmtepompen. De beschikbare capaciteit in het elektricitetsnet is daarvoor wel een belangrijke randvoowaarde.

3.3.2 Afzetgebied nodig In het algemeen geldt voor duurzame warmte dat er in de eerste plaats een warmtebron aanwezig moet zijn. In de tweede plaats moet deze warmte afgezet kunnen worden in gebouwen. Dat wil zeggen dat de gebouwde omgeving geschikt moet zijn of geschikt gemaakt moet kunnen worden om de warmte te gebruiken. In het geval van bodemwarmte, restwarmte van bedrijven en warmte vanuit de RWZI wordt de warmte met een warmtenet naar de woningen en bedrijven gebracht die de warmte afnemen. Om een warmtenet aan te kunnen leggen, is er een bepaalde bebouwingsdichtheid nodig om een net rendabel te maken. In de gebieden op figuur 4 is deze bebouwingsdichtheid aanwezig waardoor een warmtenet op aquathermie mogelijk rendabel kan zijn (moet nader onderzocht worden). Voor de RWZI en restwarmte van bedrijven zien we die kansen niet waardoor deze bronnen op dit moment niet als kansrijk wordt geacht. Ook is het sterk de vraag of je een warmtenet afhankelijk wil maken van één of meerdere bedrijven omdat het niet zeker is dat deze bedrijven altijd aanwezig blijven. Voor een deel van de overige gebieden (zwart gearceerd) geldt dat de bebouwing in principe geschikt is voor een warmtenet, maar dat nader onderzoek moet uitwijzen of er ook een geschikte bron (bijvoorbeeld ondiepte geothermie of zonthermie) aanwezig is, zie onderstaande figuur.

Voor het afzetgebied van warmte kan ook gekeken worden naar nieuwe woongebieden. Bij de ontwikkeling daarvan kan dan ook aangesloten worden op deze TvW. Deze nieuwe woongebieden zijn verder geen onderdeel van deze TvW aangezien de TvW alleen over de bestaande bebouwing gaat.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

11

Zoekgebieden (met blauwe stippellijn omlijnde gebieden) aquathermie. Naast deze gebieden zijn er nog andere gebieden waar de bebouwing geschikt is voor een warmtenet, maar waar aanvullend onderzoek moet uitwijzen of er ook een geschikte bron is (zwart gearceerde buurten). In verreweg de meeste gebieden voorzien we met de huidige kennis en stand der techniek een individuele warmtepomp. Dit vraagt meer capaciteit op het elelktriciteitsnet. Onderzocht moet nog worden hoe groot dit effect is. Daar waar geen individuele warmtepomp mogelijk is, kan een hybride warmtepomp of groen gas/waterstof de uiteindelijke alternatieve techniek voor aardgas zijn.

3.3.3 Beperkte boringsdiepte Naast het gewenste afzetgebied speelt er voor bodemwarmte op dit moment nog een ander aspect. Vanuit de omgevingsverordening (volgens planning wordt deze in 2022 vastgesteld) van de Provincie Brabant worden maximale boringsdiepten voor bodemwarmtesystemen gesteld. Dit om te voorkomen dat de grondwatervoorzieningen vervuild raken. In de kern Goirle mag hierdoor nog maar maximaal 40 meter diep geboord worden. In Riel mag helemaal niet geboord worden, omdat er een grondwaterbeschremingsgebied ligt. De bodem zelf heeft voldoende potentie om als warmtebron te dienen. Regelgeving kan echter een belemmerende factor gaan vormen. We verwachten hierover in 2022 meer duidelijkheid.

3.3.4 Toekenning biomassastromen Het verbranden of vergisten van in de gemeente aanwezige biomassastromen zoals snoeihout en huishoudelijk afval kan hoge temperatuur (HT) warmte leveren via biogas. Biogas is een kansrijke warmtebron voor de gemeente Goirle. Het is echter ook een warmtebron waarover nog veel onduidelijk is. Ter indicatie: de huidige biomassacentrale in Goirle van Van Puijenbroek leverde in 2018 8,4 TJ warmte4. 4

Startnotitie Transitievisie Warmte gemeente Goirle

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

12

Vanuit de Regionale Structuur Warmte (RSW) wordt al gesteld dat het biogas regionaal ingezet moet worden, maar het is ook goed voor te stellen dat er op landelijk niveau gekeken wordt hoe en waar het beperkt beschikbare biogas wordt ingezet. Het is daarom te voorbarig om de volledige potentie aan biogas toe te kennen aan de eigen gemeente. Vanwege de onzekerheid nemen we daarom de stelling in dat biogas alleen op die plekken toegepast moet worden waar een andere warmtevoorziening echt niet mogelijk is.

3.4 Meest kansrijke buurten Een belangrijk onderdeel van de Transitievisie Warmte is een planning waarin is opgenomen wanneer, en in welke buurten/gebieden er gestart wordt met de transitie. Daarbij is het belangrijk om inzicht te verkrijgen in welke alternatieve warmtevoorzieningen voor de verschillende buurten het meest geschikt zijn. Om een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen meerdere alternatieven en de aanzet te maken voor een planning van buurten is in samenwerking met de stakeholders een multicriteria-analyse (MCA) uitgevoerd. Deze is beschreven in bijlage 2. Vanuit deze MCA blijkt dat er kansen liggen om in Goirle-noordoost (bestaande uit de buurten De Hoogte, Grobbendonck en Goirle-centrum), Goirle-west (bestaande uit de buurten Rivieren, Bomen, Kruiden en Vennen), Herstallen en Riel-Dorp te starten met een collectieve aanpak. Dit noemen we de meest kansrijke buurten. Er wordt nu nog geen keuze gemaakt in welke van de bovenstaande wijken wordt gestart met een pilot. Dit wordt na vaststelling van de TvW in samenspraak met de stakeholders en inwoners en bedrijven van de meest kansrijke buurten nader bepaald. De gekozen wijken of buurten zijn grote gebieden. De warmteclusters, waar gezamenlijke kansen liggen, zijn echter al uitgewerkt op een meer gedetailleerd niveau.

In de toekomstige gesprekken met de buurt als onderdeel van de pilot voor een wijkuitvoeringsplan wordt de exacte afbakening van het gebied gegeven. In bijlage 3 zijn de meest kansrijke buurten beschreven inclusief de mogelijke warmtekoers. De hoofdlijnen hieruit zijn: •

Er zijn kansen voor aquathermie. Daarom dienen technische (haalbaarheids)onderzoeken gedaan te worden naar de potentie in Goirle noordoost (met de Oostplas als bron) en Goirle noordwest (met de Surfplas als bron);

•

Daarnaast zien we kansen in een aantal buurten: o

Goirle noordoost (bestaande uit de buurten De Hoogte, Grobbendonck en Goirlecentrum): In het oosten staan relatief jonge woningen die in principe niet meer aanvullend geïsoleerd hoeven te worden. Ook in het noorden van Goirle (Boschkenswest) staan jonge woningen. Zelfs zo jong dat we er pas over 10 jaar weer iets kunnen doen. Dan is de CV-ketel waarschijnlijk aan vervanging toe;

o

Goirle west (bestaande uit de buurten Rivieren, Bomen, Kruiden en Vennen) : Richting het centrum en westen van Goirle is wel nog een isolatieopgave. Door de veelal eenduidige bebouwing kan hier een collectieve aanpak toegepast worden gericht op isoleren (aardgasvrij ready maken)

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

13

o

Herstallen: De woningen hier kunnen relatief snel geschikt gemaakt worden voor aansluiting op het warmtenet (indien potentie is aangetoond) of een individuele warmtepomp.

o

Riel-dorp: Alhoewel de bebouwing in Riel erg gevarieerd is, zijn er toch kansen om te starten. Er staan namelijk ook veel relatief jonge woningen die niet meer geïsoleerd hoeven te worden, maar meteen over kunnen naar een individuele warmtepomp (lucht of bodem). In Riel-dorp liggen kansen maar moeten we eerst kijken welk deel van de bebouwing kansrijk is om te starten.

•

Warmtekoers: mogelijk kansen voor warmtenet in Goirle noordoost en noordwest. Overige gebieden (en ook Goirle noordoost en noordwest wanneer een warmtenet niet mogelijk blijkt) krijgen een individuele oplossing (met de huidige stand van de techniek waarschijnlijk een elektrische warmtepomp). Een hybride warmtepomp kan een goede tussenstap zijn om het aardgasverbruik al flink te verminderen.

•

Door veel eenduidige bebouwing kan de warmtetransitie in veel gevallen met een collectieve aanpak (bijv. inkoopacties, een voorbeeldwoning en een gerichte informatievoorziening) gestart worden.

3.5 Bedrijventerreinen Op de verschillende bedrijventerreinen vinden we voornamelijk bedrijven die warmte gebruiken voor de verwarming van gebouwen. Zij zijn niet afhankelijk van een hoge temperatuurbron en kunnen in de toekomst overstappen naar een duurzame alternatieve lage- of middentemperatuur bron. Voor een groot collectief warmtenet is het van belang dat zoveel mogelijk gebouwen op een bedrijventerrein aangesloten worden om zo de businesscase van het warmtenet rendabel te maken. We schatten in dat een dergelijke collectieve aanpak lastig is vanwege: •

de sterke splitsing tussen gebruiker en vastgoedeigenaar (split incentive);

•

de focus op de eigen bedrijfsvoering;

•

het relatief grote verloop van bedrijven;

•

de grote diversiteit aan economisch profielen;

•

de grote diversiteit aan energievraag.

De warmtekoers voor de bedrijventerreinen is daarom een oplossing die bedrijven individueel of samen met een aantal andere bedrijven in een eigen tempo (bijv. tijdens een renovatie of nieuwbouw) aan kunnen brengen.

3.6 Generieke en collectieve aanpak Goirle Omdat niet alle buurten voor een collectieve warmteoplossing in aanmerking komen, starten we ook met een generieke collectieve aanpak voor de hele gemeente Goirle. Hierbij richten we ons op het zogenaamde ‘laaghangende fruit’. In eerste instantie concentreren we ons hierbij op het creëren van een handelingsperspectief voor alle inwoners van Goirle. In combinatie met het Energieloket Goirle en Milieucentraal ontsluiten we eenvoudig en toegankelijk informatie over wat ieder individu morgen kan uitvoeren. Dit zal in eerste instantie gaan over isoleren en de stappen die daarbij horen.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

14

Uit de generieke aanpak kunnen ambassadeurs worden gegenereerd om vervolgens in de directe omgeving een wijkgerichte aanpak op te zetten (wanneer de bebouwing dit toe laat). Deze wijkgerichte aanpak gaat voornamelijk tot een collectieve aanpak leiden en geen collectieve warmtevoorziening zoals een warmtenet. We zoeken naar wijken met eenduidige bebouwing waarin een collectieve informatievoorziening en ontzorging van de inwoners opgezet kan worden. Denk aan het realiseren van een voorbeeldwoning (van één of meerdere ambassadeurs), collectieve inkoopacties en gerichte informatie hoe de inwoners en bedrijven kunnen isoleren en de laatste stap naar

aardgasvrij

kunnen

zetten.

De

aanwezigheid

van

woningen

in

eigendom

van woningcorporaties kan helpen bij het opzetten van collectieve acties. Woningcorporaties hebben al veel woningen in bezit waarmee ze collectieve acties aan kunnen zwengelen. In de onderstaande kaarten beschrijven we de kansen voor het ontwikkelen van een collectieve aanpak naast een algemene en generieke aanpak voor de hele gemeente. Een collectieve aanpak is opgedeeld in 2 categorieën: 1.

Wijken met een eenduidige bebouwing waar de laatste stap naar aardgasvrij gezet kan worden.

2.

Wijken met eenduidige bebouwing waar nog geïsoleerd kan worden.

3.6.1 Wijken waar de laatste stap naar aardgasvrij gezet kan worden In wijken met veel dezelfde woningen die na 1992 gebouwd zijn, is het mogelijk om een collectieve aanpak op te zetten wat betreft informeren en ontzorgen (groene gebieden op de onderstaande kaart) bij het zetten van de laatste stap naar aardgasvrij. Deze zijn immers al goed geïsoleerd en kunnen aardgasvrij gemaakt worden. Hierbij denken we aan het gericht informeren, het realiseren van een voorbeeldwoning (van één of meerdere ambassadeurs) en collectieve inkoopacties van warmtepompen.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

15

Figuur 6: gebieden waar een collectieve aanpak mogelijk is en waar de laatste stap naar aardgasvrij gezet kan worden. Voor een gedetailleerdere kaart, klik hier

3.6.2 Wijken waar nog geïsoleerd kan worden In wijken met veel dezelfde woningen die voor 1992 gebouwd zijn, is het mogelijk om een collectieve aanpak op te zetten wat betreft informeren en ontzorgen (rode gebieden op de onderstaande kaart) bij het isoleren van gebouwen. Denk aan het gericht informeren, het realiseren van een voorbeeldwoning

(van

één

of

meerdere

ambassadeurs)

en

collectieve

inkoopacties

isolatiemaatregelen.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

16

van

Figuur 7: gebieden waar een collectieve aanpak mogelijk is en waar nog geïsoleerd kan worden. Voor een gedetailleerdere kaart, klik hier

3.6.3 Huishoudens met een laag inkomen Het isoleren van woningen kost geld. In veel gevallen zijn de benodigde investeringen fors. Huishoudens met een laag inkomen kunnen deze investering niet altijd zelf doen. Dit terwijl de energieprijzen blijven stijgen. De betaalbaarheid van de warmtetransitie staat daarmee onder continue druk. Daarom geven we speciale aandacht aan deze groep mensen om energiearmoede te voorkomen. Daarom nemen we huishoudens met een laag inkomen op als doelgroep in de uitwerking van de collectieve aanpak.

3.7 Planning In de voorgaande paragrafen is beschreven in welke buurten er kansen liggen en hoe de generieke aanpak ingevuld kan worden. Voor de buurten waar we kansen zien (de groene buurten in onderstaande kaart: de meest kansrijke buurten) beginnen we voor 2030 met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan met de verschillende stakeholders in die gebieden. Dit betekent niet dat deze buurten ook het eerste van het aardgas afgaan. Het betekent dat we in deze buurten kansen zien en samen met de buurten een plan willen maken hoe en wanneer ze van het aardgas af gaan. We bepalen eerst samen met welke van de meest kansrijke buurten we starten als pilot. Met het wijkuitvoeringsplan gaan we verder de diepte in en bepalen we samen met de inwoners en bedrijven in die buurten en de stakeholders hoe we dat doen, met wie en met welke planning. TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

17

Voor de blauwe buurten op de kaart gaan we dat op termijn ook doen, maar die komen later aan de beurt. De roze gebieden betreffen veel vrijstaande woningen in gebieden met lage woningdichtheden. De diversiteit is ook nog eens erg groot. Het is waarschijnlijk dat deze woningen niet collectief van het aardgas af gaan, maar dat de woningeigenaren hier hun eigen moment voor kiezen. De roze gebieden doorlopen daarom een geheel eigen tempo (op basis van een individuele aanpak). Bij de actualisatie van de TvW (elke 5 jaar) kan de planning voor de buurten specifieker worden, omdat er dan meer informatie beschikbaar is.

3.8 Indicatie kosten warmtetransitie Betaalbaarheid is belangrijk binnen de warmtetransitie. De benodigde investeringen voor de warmtetransitie zijn grofweg te verdelen in twee groepen: investeringen in de woningen en investeringen in de openbare ruimte. Investeringen in de woningen bestaan uit het toepassen van isolatiemaatregelen en het aanpassen van installaties. De investeringen in de openbare ruimte bestaan uit investeringen in het realiseren of toegankelijk maken van een duurzame bron en investeringen in de infrastructuur. Dat kan bijvoorbeeld het uitbreiden van het bestaande elektriciteitsnetwerk zijn, maar ook het realiseren van een warmtenet. Indirect gaan deze kosten uiteraard ook bij de inwoners landen (via belastingen en opslagen). In bijlage 4 is een indicatie gegeven van de kosten per warmtetechniek en per gebied van Goirle. Er is nog veel onzekerheid rondom ontwikkeling van de kosten, maar bondig samengevat kunnen we laten zien hoe de energielasten zich mogelijk ontwikkelen. De huidige woningen in de diverse wijken gaan (op basis van een extrapolatie naar 2030) 700 tot 2.800 Euro per jaar aan gas en elektriciteit betalen. Met de nieuwe (alternatieve) energiesystemen waarbij de woningen van het gas TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

18

af gaan, gaan de jaarlijkse lasten (incl. rente en aflossing voor een investering en de kosten voor elektriciteit) dan potentieel naar 550 tot 3.000 Euro. Mochten de gasprijzen na 2030 blijven stijgen (en dat is waarschijnlijk) dan gaan de nieuwe energiesystemen goedkoper uitpakken dan de huidige systemen.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

19

4 PARTICIPATIE & COMMUNICATIE De gemeente Goirle kan en wil de warmtetransitie niet alleen doen. De warmtetransitie is een complex traject met een lange adem, waarbij de inwoners en bedrijven goed betrokken moeten worden.

4.1 Wat hebben we gezien? Om te kunnen bepalen op welke wijze we de participatie en de communicatie over de TvW in Goirle invulling zou moeten geven, hebben we gesprekken gehouden met inwonersinitiatieven, de welzijnsorganisatie en de beleidsambtenaar sociale domein. Dit is gedaan om zoveel mogelijk gevoel te krijgen bij wat er op dit moment speelt bij inwoners, alsook hoe ze zich verhouden ten opzichte van aardgasvrij. Voor wat betreft de welzijnsorganistatie en de inwonersinitiatieven, deze zijn ook gevraagd naar de rol die zij in de transitie kunnen en willen spelen. De gesprekken in Goirle zijn gevoerd met: •

Bewonersgroep Hoge Wal.

•

Dorpscollectief Riel.

•

Participatieraad Goirle.

•

Gesprekken buurtondersteuners ContourdeTwern.

•

Beleidsambtenaar Sociale Domein Goirle.

•

10 straatgesprekken vanuit de Speelwinkel.

Daarnaast zijn er twee inwonersavonden georganiseerd. Ook hierin zijn de meningen van de Goirlenaren gepeild. In totaal zijn er 28 mensen die naar aanleiding van deze sessie hebben aangegeven op de hoogte gehouden te willen worden. De meerderheid wil pas echt betrokken worden op het moment dat het concreet wordt in de eigen wijk. Uit de gesprekken die zijn gevoerd, is het volgende duidelijk geworden: De warmtetransitie leeft nog niet bij de meeste inwoners De TvW is nog niet echt een thema onder inwoners. Het komt via de media binnen, maar nog weinig concreet en urgent voor inwoners. Er wordt hier en daar cynisch gereageerd op de technische mogelijkheden: ‘van het gas af werkt niet’ etc. Een zorg is dat de technische ontwikkelingen de aanpak inhalen en dat doet wat met het sentiment om van het gas af te gaan.

Man 32 jaar, Goirle ‘Ik woon in een rijke buurt, althans dat oogt zo. Ik woon nog bij mijn moeder en zij maakt zich grote zorgen over de energierekening. Ik denk dat meerdere mensen in onze buurt dat ook doen, maar iedereen is op zichzelf.’

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

20

Terugverdientijden maken isolatie en zonnepanelen interessant Inwoners houden zich wel bezig met isolatie. Daarbij maken ze gebruik van natuurlijke momenten, zoals een verbouwing. Ook andere vormen van woningverduurzaming, zoals zonnepanelen, zijn interessant. Financiële motivaties zijn leidend om stappen te nemen. Als de kosten te hoog zijn, voor wat het oplevert, vinden inwoners het niet interessant. Dit geldt vooralsnog voor aardgasvrij. Informatievoorziening en betrekken van inwoners Over het algemeen vinden inwoners het fijn om betrokken te worden. Met name om geïnformeerd te zijn op wat er leeft en speelt. De informatievoorziening nu is onduidelijk. Er is zoveel te vinden dat veel inwoners niet weten bij wie en waar te starten. Ook blijkt dat inwoners sneller aanhaken wanneer informatie concreet is en hen zelf aangaat. Hoe praktischer (en dichterbij) het aanbod, hoe groter de betrokkenheid.

Man, 57 jaar, Goirle ‘Niet door de strot duwen want dan krijg je weerstand. Voldoende opties, beweegredenen uitleggen, keuzemogelijkheden.’ De warmtetransitie koppelen aan leefbaarheid heeft meerwaarde Inwoners hechten veel waarde aan een fijne leefomgeving. Wat een fijne leefomgeving is, is subjectief, maar groen, rust en veiligheid worden hierin genoemd. Een koppeling maken met wat inwoners belangrijk vinden, helpt om het onderwerp warmte op te pakken. De leefomgeving kent ook een sociale kwaliteit: hoe voelen inwoners zich in hun wijk? Hoe zijn de onderlinge relaties? De link tussen de warmtetransitie en het sociaal domein is essentieel. Dit wordt belangrijker nu ook de energieprijzen stijgen en energiearmoede meer naar de voorgrond komt. Hierin zie je hoe de twee domeinen samenkomen. Ook de ontwikkelingen rondom de omgevingswet kunnen helpen om de fysieke opgave (aardgasvrij) te verbinden aan de sociale opgave.

Contour de Twern wil in de toekomst aan de slag gaan met de energietransitie ContourdeTwern is actief in Goirle. Zij ondersteunen diverse initiatieven van inwoners, gaan in op hulpvragen en hebben zicht op wat er speelt en leeft in Goirle. De Speelwinkel is de centrale plek in Goirle vanwaar zij opereren. Goirle is een actieve gemeenschap, maar organiseert zich niet op leefbaarheidsvraagstukken. Er zijn wel actieve buurtschappen die zich inzetten in hun buurt en vrijwilligers die zich bij allerlei verenigingen actief inzetten. Rondom basisscholen weten inwoners uit Goirle elkaar te vinden in informele netwerken. Dus niet rondom een specifiek thema. Op dit moment is de energietransitie niet iets waar ContourdeTwern mee bezig is. Met name hulpvragen en bewonersinitiatieven ondersteunen is leidend voor hen. Na het volgen van de workshop ‘Hoe menselijk is de energietransitie?’ is de noodzaak om te bouwen aan een stevige sociale infrastructuur bij ContourdeTwern vergroot. ContourdeTwern ziet voor zichzelf een rol weggelegd in ernergiearmoede en wil ook kijken welke rol zij kan spelen in de brede warmetransitie. Zij omarmen het thema en willen hier in de toekomst meer op investeren via de sociale infrastructuur. Tegelijkertijd is de opdracht vanuit de gemeente aan ContourdeTwern ook mede vormend voor het alledaagse handelen en deze is hier nu nog niet op ingericht.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

21

Inwonersinitiatieven met energie Ervaring leert dat de warmtetransitie beginnen bij bestaande initiatieven de kansen op succes verhoogt. Uit de gesprekken bleek dat ook in Goirle en Riel initiatieven bestaan waarin inwoners zich vrijwillig inzetten om dingen voor elkaar te krijgen in hun leefomgeving. Riel heeft een stevigere sociale infrastructuur met name door de aanwezigheid van Collectief Riel: een initiatief ontstaan vanuit inwoners met name gericht op individuele zorgvragen. Bewonerinitiatief Hoge Wal is een initiatief met veel energie. Zij wil binnenkort een start maken met – wat zij noemen - 'naturalistisch onderzoek’. Met de inwoners zijn (vanwege Corona) 'tuingesprekken' gevoerd. Deze gesprekken gaan over woningverduurzaming, en de interesse die er is om dat gezamenlijk op te pakken. Afhankelijk van de resultaten besluit het bewonersinitiatief al dan niet tot verdere acties en activiteiten met en namens zoveel mogelijk inwoners. Op dit moment willen de georganiseerde inwoners ook nog niet meegenomen worden in de vragen die er bij de gemeente liggen.

Man, 68 jaar, Hoge Wal ‘Wij willen vooral nu niet als een vertegenwoordiger van de wijk gezien worden. Daarom starten we

een onderzoek naar onze bewoners (hoe verloopt de sociale infrastructuur hier?). O.b.v. deze resultaten gaan we nadenken. In deze club zit iemand die ook een link heeft met de gemeente en deze heeft zicht op alle documenten en de ontwikkelingen. We willen eigenwijs zelf verder, zelf bepalen wanneer we dat met de gemeente willen. ‘

4.2

Dilemma’s en leerpunten

Gedurende het proces zijn er diverse dilemma’s en leerpunten genoemd die van belang zijn bij het betrekken van inwoners bij de warmtetransitie. Denk aan: •

Om participatie en draagvlak te organiseren zijn er drie voorwaarden leidend: 1. De mate van urgentie, 2. De concreetheid van de opgave 3. De emotie die inwoners ervaren bij het onderwerp. Juist deze drie componenten ontbreken nog in deze fase van het project.

•

Het sentiment rondom de onzekerheid van de warmtetransitie in Goirle (en ook op allerlei andere plekken in het land) wordt gevoed door factoren buiten de invloed van de gemeente om (media, wetgeving, bovenlokaal beleid, subsidiestromen).

•

Doordat de mate van urgentie niet gevoeld wordt, zijn de gesprekken veelal voortgegeven vanuit individuele financiële behoefte waardoor het een (te) smal gesprek blijft. Het klimaat als ambitie is immers vaak geen gespreksonderwerp.

•

De Coronatijd maakt dat het starten van een beweging moeizaam verloopt. Veel afspraken zijn digitaal geweest (m.u.v. de straatgesprekken).

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

22

4.3 Conclusies De warmtetransitie is voor de meeste inwoners nog ver weg. In deze fase van het proces zijn de belangrijkste inwoners die al actief zijn in de energietransitie in beeld bij de gemeente. Deze groep zal zich in deze fase niet snel uitbreiden. De meeste inwoners komen pas in beweging als het ook voor hen urgent is en als er concrete oplossingen voor handen zijn. Zodra de kansen voor de warmtetransitie bekend zijn, gaan inwoners de urgentie ook meer ervaren. Dan zal participatie steeds meer plaatsvinden. Om die participatie in goede banen te leiden moeten we investeren in de sociale infrastructuur. Dat betekent: meer zicht krijgen op wat er zich afspeelt in de wijken. ContourdeTwern is de partner die het meeste zicht heeft op wat er speelt en leeft, en kan mogelijk in de toekomst hier een belangrijke rol in spelen. De gemeente wordt gezien als een partij die kan zorgen voor betrouwbare en heldere informatie. Inwoners horen graag uit hun lokale omgeving wat wel en wat niet werkt. We maken zoveel mogelijk gebruik van lokale partijen om inwoners te bereiken. Onder andere door de inzet van hun communicatiekanalen als aanvulling op de gemeentelijke communicatiekanalen. Het ontwikkelen van een publieksvriendelijke versie van de TvW is hiernaast ook een voorname tool om de warmtetransitie bij inwoners onder de aandacht te brengen.

Inwoners en bedrijven kunnen via deze tool gericht informatie vinden over hun wijk of buurt. Ook biedt het een handelingsperspectief en eventueel een mogelijkheid om in contact te komen met Energieloket Goirle of de wijkambassadeurs.

4.4 Communicatie- & participatiestrategie Zonder de inmenging van inwoners is de warmtetransitie al ingewikkeld genoeg. Tegelijkertijd is zonder de betrokkenheid van inwoners, organisaties en bedrijven de warmtetransitie onmogelijk. Het aardgasvrij maken van de gebouwenvoorraad is de grootste opgave binnen de warmtetransitie. Daar is de inzet van gebouweigenaren en huurders voor nodig. Dus is participatie een randvoorwaarde in de warmtetransitie. Communicatie als basis van participatie Goede communicatie staat aan de basis van participatie. Dit is de onderste trede van de participatieladder. Een juiste informatievoorziening is essentieel. Zowel de gevoerde gesprekken als ervaringen in het land laten zien dat deze informatievoorziening twee kanten op werkt: de gemeente verzorgt informatie over de warmtetransitie aan haar inwoners, maar haalt ook informatie op bij haar inwoners. Het ‘horen’ van inwoners aan de start van deze transitie is een essentieel onderdeel vam de communicatie- en participatiestrategie. TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

23

Verdiepende gesprekken Na vaststelling van de TvW gaan we stappen zetten voor het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. Voordat we hieraan beginnen, gaan we eerst gesprekken met de inwoners en de bedrijven van de verschillende kansrijke buurten aan. We voeren een sentimentenanalyse uit, waarbij we zachte parameters meten: hoe voelen inwoners zich in een wijk? Hoeveel contact is er met de buren? Is er de drive om samen dingen op te pakken? (het sociaal kapitaal) Maar ook: hoe ziet het verenigingsleven eruit? Is er bereidheid tot samenwerking met de gemeente? En wat is de houding tot de warmtetransitie? Kortom: hoeveel bereidwilligheid is er om te participeren in de (start van de) warmtetransitie. Zeker voor de eerste stappen op dit pad, is het belangrijk daar te beginnen, waar de meeste energie zit. Gezamenlijke plannen Daarnaast willen we inwoners zoveel mogelijk zelf ook laten bepalen welke doelen ze willen realiseren en hoe. Dat willen we bereiken door in gezamenlijkheid (gemeente en inwoners) te werken aan de WUP’s, inclusief het communicatie- en participatieplan. Door op deze manier aan de slag te gaan, betrekken we inwoners en bedrijven en motiveren we ze om stappen te nemen in het verduurzamen van hun woning of bedrijf.

In de ontwikkeling van deze plannen maken we ook gebruik van de kennis en ervaringen die zijn gedeeld in de landelijke Handreiking Participatie Wijkaanpak Aardgasvrij.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

24

5 VERVOLG VANAF 2022 In de voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe de gemeente de komende jaren naar aardgasvrij in 2050 kan werken. In dit hoofdstuk worden de vervolgstappen geschetst.

5.1 Technisch onderzoek potentie bronnen Ondanks dat Goirle slechts beperkt en op lange termijn (>8-10 jaar) een collectieve bron zou kunnen inzetten, loont het zich wel om de potentie alvast in detail te onderzoeken. Het betreft hier de Oostplas met mogelijke uitbreiding van het bestaande warmtenet en de Surfplas (beiden aquathermie). Hiervoor is een technisch vervolgonderzoek nodig naar de kansen. Aangezien de Surfplas in de gemeente Tilburg ligt en de Oostplas aan de grens met de gemeente Tilburg, gaan we de onderzoeken samen met Tilburg uitvoeren.

5.2 Generieke aanpak In de overige buurten kunnen inwoners de komende jaren ook al starten met het klaarmaken van hun woning op de overstap naar aardgasvrij. Daarnaast kan er in de gehele gemeente gestart worden met het isoleren van de woningen of de laatste stap naar aardgasvrij. Hiervoor maken we een generieke aanpak met als start een publieksvriendelijke versie van deze TvW, waarin inwoners een heel concreet handelingsperspectief geboden wordt. In de generieke aanpak kijken we ook wat er nodig is voor de 2 categorieën wijken: 1.

Wijken met een eenduidige bebouwing waar de laatste stap naar aardgasvrij gezet kan worden.

2.

Wijken met eenduidige bebouwing waar nog geïsoleerd kan worden.

Om energiearmoede te voorkomen nemen we huishoudens met een laag inkomen op als doelgroep in de uitwerking van de collectieve aanpak. Met de generieke aanpak sluiten we ook aan op de communicatie- en participatiestrategie die we maken op basis van hoofdstuk 4.

5.3 Mogelijke pilot met een wijkuitvoeringsplan 2050 lijkt nog ver weg, maar er moet ook veel gebeuren. Daarom is het van belang om op korte termijn te starten met de eerste stappen. Er kan direct gestart worden met een pilot voor een wijkuitvoeringsplan (WUP) voor één of meerdere buurten. Voorafgaand aan het opstellen hiervan gaan we eerst in gesprek met de inwoners en de bedrijven van de verschillende kansenrijke buurten om te bepalen waar we gaan starten. In de kansrijke buurten zien we vanuit technisch oogpunt kansen, nu moeten we inventariseren waar ook draagvlak aanwezig is. Parallel aan deze gesprekken kunnen de kansen voor warmtenetten (met de Oostplas en de Surfplas als bron) onderzocht worden. We maken op basis van deze gesprekken, de uitkomsten van de onderzoeken en de beschikbare tijd en mankracht vervolgens de wijkuitvoeringsplannen voor één of meerdere buurten). In die plannen werken we verder uit hoe, met wie en waar de transitie daadwerkelijk gaat starten. Voor het isoleren van de gebouwen zal een wijkuitvoeringsplan er in de basis op veel plekken hetzelfde uitzien. De lokale technische invulling is verschillend. Wanneer er een warmtenet in een buurt komt, dan zal het TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

25

wijkuitvoeringsplan er echt anders uit zien. In deze buurten is samenwerking vereist, in de buurten zonder warmtenet is samenwerking gewenst. De focus ligt voor 2030 concreet op drie gebieden: Goirle noordoost, Goirle west en Riel. Binnen de WUP kan uiteindelijk worden gefocust op een cluster binnen deze buurten waar gestart wordt.

5.4 Betaalbaarheid Goirle stuurt op betaalbaarheid van de transitie. Zonder betaalbaarheid is vergroting van het draagvlak kansloos en ligt energiearmoede op de loer. Daarom ook nemen we huishoudens met een laag inkomen op als doelgroep in de uitwerking van de collectieve aanpak. Er is nog onvoldoende duidelijkheid vanuit het Rijk over financiering en betaalbaarheid. We kiezen er daarom nu niet voor om buurten aan te wijzen die voor 2030 van het aardgas afgaan. Hiermee voorkomen we dat woningeigenaren direct bij aanvang van dit traject geconfronteerd worden met een enorme investeringen en daarmee een enorm (negatief) verschil tussen de huidige woonlasten en de nieuwe woonlasten. We koersen op haalbare stappen. De gesprekken over totale woonlasten (investeringen omgezet naar leenkosten en gecombineerd met energielasten) zijn dermate complex voor de gemiddelde woningeigenaar dat deze worden gevoerd in een directe setting tijdens het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen als er ook meer duidelijkheid is van het Rijk.

5.5

Vervolgstappen

De verschillende acties zijn in onderstaande tabel beschreven. Hierbij is ook aangegeven welke onderdelen prioriteit hebben en dus eerst opgepakt moeten worden.

Categorie

Vervolgacties

1 Aanpak

a) Uitwerken generieke aanpak voor gehele gemeente Goirle

Prioriteit 1

met specifieke aandacht voor de 2 categorieën wijken: de laatste stap naar aardgasvrij en isolatie opgave

b) Parallel starten met het onderzoeken van de kansen voor warmtenetten

2

c) Starten met overleggen met inwoners en bedrijven in de verschillende kansrijke buurten 2

a) Opstellen communicatie & participatiestrategie

Communicatie

voortbordurend op proces van de Transitievisie Warmte

& participatie

met o.a. collectieve informatievoorziening (bijvoorbeeld

3 1

d.m.v. Storymap), opbouwen van netwerk van inwoners en bedrijven die mee willen denken en werken aan de warmtetransitie 3 Rol gemeente

a) Financiën reserveren in begroting 2022-2025 voor

1

uitvoering warmtetransitie

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

26

b) Zoeken naar financiering voor WUP’s en concrete maatregelen inclusief lobby naar Rijk i.s.m. VNG

1

5

c) Borgen van de Transitievisie Warmte in de

1

Omgevingsvisie (zie bijlage 6) en overig gemeentelijk beleid

d) Zoeken naar lokale initiatieven die gekoppeld kunnen

2

worden aan de warmtetransitie

e) Actualiseren Transitievisie Warmte eenmaal per vijf jaar

3

5 Mogelijk volgen er aanvullende middelen voor 2022-2024 vanuit het Rijk voor de uitvoeringslasten van het

Klimaatakkoord - naar aanleiding van advies van de Raad van Openbaar Bestuur. TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

27

BIJLAGE 1

WERKWIJZE TVW

De TvW is opgebouwd uit twee sporen: een sociaal spoor en een technisch-economisch spoor (zie figuur 3). Het is dus meer dan enkel een technische analyse. Door in een vroeg stadium te beginnen met communicatie en door het sociale spoor wordt de uiteindelijke participatie verbeterd. Dit leidt tot een sneller resultaat met meer draagvlak.

Figuur 3: Het proces voor de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte gevisualiseerd.

De analyses brengen de huidige stand van zaken en kansen in beeld. Waar kunnen de woningeigenaren samen met de gemeente het beste starten met verduurzamen naar aardgasvrij en waar duurt dit aanmerkelijk langer? Bovendien wordt gekeken welke technieken realistisch zijn en welke niet. De analyse is gemaakt door de beschikbare open data te combineren met lokale (gesloten) data. Belangrijke bronnen zijn de Startanalyse van het Rijk, CBS, de Klimaatmonitor, de Warmteatlas, het warmtebronnenregister, de Energietransitieviewer van Geodan, maar zeker ook de lokale input van de gemeente en stakeholders. De analyse is uitgevoerd op drie niveaus: buurtniveau, straatniveau en postcode-6 niveau. Naast een technische, economische analyse is ook een sociale analyse gemaakt. Bij de sociale analyse is een beeld gevormd van het sociale karakter van een buurt. Daarvoor is gestart met openbare data en cijfers (demografie, koopkracht, leeftijd). Daarnaast zijn de zachtere kenmerken van de gemeente en van de buurten in beeld gebracht (Denk daarbij aan: Wat speelt er? Zijn er initiatieven? Hoe is de wijk georganiseerd?). De bestaande sociale infrastructuur is het speelveld dat je nodig hebt om uiteindelijk inwoners mee te nemen in de transitie. De vertegenwoordigers van de sociale netwerken zijn immers de oren en ogen van de buurt/het dorp en kunnen anderen aanwakkeren tot actie.

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

28

BIJLAGE 2 MCA CRITERIA Bij het uitvoeren van deze MCA is uitgegaan van de stand van zaken zoals die ten tijde van uitvoering (voorjaar 2021) bekend was. Ontwikkelingen in buurten gaan echter door, waardoor in verloop van tijd ook anders gescoord kan worden op de verschillende criteria. Minimaal iedere 5 jaar worden deze criteria opnieuw gewogen. Voor de prioritering van buurten sluiten we grotendeels aan bij de criteria die in de Handreiking van het landelijke Expertisecentrum Warmte worden genoemd. We hanteren in Goirle de volgende criteria: •

Koppelkansen;

•

Technische categorisering;

•

Aandeel corporatiewoningen;

•

Aanwezigheid duurzame bronnen;

•

Jaarlijks inkomen huishoudens;

•

Maatschappelijke kosten en baten;

•

Draagvlak.

Niet alle criteria zijn even belangrijk. Daarom zijn in overleg met de stakeholders aan de verschillende criteria weegfactoren toegekend. In totaal konden 100 punten verdeeld worden over de acht criteria. Figuur 4 laat zien wat de criteria zijn en wat de weegfactor is die de samenwerkingspartners hieraan hebben toegekend.

Criteria en weegfactoren Koppelkansen 12%

Technische categorisering

24% 16%

Aandeel corporatiewoningen Aanwezigheid duurzame bronnen

14%

7% 9%

18%

Jaarlijks inkomen huishoudens Maatschappelijke kosten en baten Draagvlak

Figuur 4: Prioriteringscriteria en de weegfactoren.

Uitkomsten multicriteria-analyse (MCA) Met de prioriteringscriteria en de bijbehorende weegfactoren is een MCA uitgevoerd. Het toekennen van scores per criterium is in samenspraak met alle stakeholders uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een ‘ranking’ van alle buurten in de gemeente Goirle (zie figuur 5).

TRANSITIEVISIE WARMTE GOIRLE

29

Figuur 5: ‘Ranking’ van de buurten (nb. Boschkens Oost is al aardgasvrij).

Deze ‘ranking’ geeft de mate van geschiktheid van de gehele buurt aan voor de transitie naar aardgasvrij. Het lijkt het meest logisch om de transitie naar aardgasvrij te starten in de buurten met de hoogste scores. Soms zijn de verschillen tussen de verschillende buurten echter erg klein. We hebben daarom een MCA-validatie (gevoeligheidsanalyse) uitgevoerd. Een methodiek waarmee we in het ‘mengpaneel’ bewust elk criterium 1 keer belangrijker maken. We kijken daarmee hoe robuust de wijken in de top5 of top-10 blijven. Deze gevoeligheidsanalyse staat aan het eind van deze bijlage. Na de validatie zien we dat de volgende buurten het meest robuust in de top staan6: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1366/documents/21830