03 Vast te stellen bestemmingsplan Leijoever.pdf
Tekst van het document
3
5.
De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt drie weken. De termijn vangt aan met de dag, waarop het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Het voorontwerpbestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan hebben met ingang van 6 juni 2019 gedurende drie weken (tot en met 26 juni 2019) ter inzage gelegen. Hiervan is op 5 juni 2019 kennis gegeven op de gemeentelijke website en in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang". Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden schriftelijk zienswijzen over het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Schriftelijke zienswijzen. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is 3 maal gebruik gemaakt. Vanwege privacy zijn de NAW (naam, adres woonplaats) gegevens van de insprekers niet opgenomen.
1. 2. 3.
Particulieren_________________ Stichting Biodiversiteit Goirle-Riel Belangenvereniging
Ingediend bij brief van 17 (ontvangen 19) juni 2019 Ingediend bij brief van 26 (ontvangen 26) juni 2019 Ingediend bij brief van 17 (ontvangen 18) juni 2019
1.5. Ontvankelijkheid.
Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van de inspraakreacties kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze reacties tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken, bij het college van burgemeester en wethouders naar voren zijn gebracht. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 6 juni 2019 drie weken ter inzage gelegen. Dit betekent concreet dat de termijn eindigde op 26 juni 2019 met het verstrijken van het tijdstip van 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 21 dagen (van 24 uur) verstreken. Alle inspraakreacties zijn binnen de daarvoor genoemde termijn naar voren gebracht en kunnen derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.
4
2. Samenvatting en beoordeling van de kenbaar gemaakte zienswijzen. Hieronder worden de inspraakreacties samengevat en beoordeeld. Dit betekent niet dat die onderdelen van de inspraakreacties die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Elke inspraakreactie wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de inspraakreactie volgt de beoordeling. Daar waar hier wordt gesproken over het voorontwerpbestemmingsplan dan wel voorontwerp is daarmee bedoeld het voorontwerpbestemmingsplan "Leijoever", zoals het ten behoeve van de inspraak ter inzage heeft gelegen. Hierna wordt per inspraakreactie een samenvatting gegeven. Onder Beoordeling wordt de inspraakreactie beoordeeld en onder het kopje Conclusie is aangegeven of, en zo ja op welke punten, de inspraakreactie al dan niet aanleiding geeft tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan.
Voor alle ingediende zienswijzen geldt het volgende. In zijn algemeenheid willen wij opmerken dat de dynamiek in de gemeente Goirle met zich meebrengt dat de druk op de ruimte groot is en blijft. Het is daarom van groot belang om zuinig met de resterende ruimte om te gaan en optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden om de bestaande ruimte opnieuw en beter te benutten. In dit verband hechten wij aan intensivering van het ruimtegebruik, onder meer door inbreiding. Het voorontwerpbestemmingsplan past in dit uitgangspunt. Dit algemene uitgangspunt neemt niet weg dat een bestemmingsplan een goede ruimtelijke ordening tot doel dient te hebben. Deze wordt verkregen door het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk. Voor zover indieners met hun zienswijzen beogen te wijzen op bestaande rechten, onder meer ten aanzien van een ongewijzigde situatie, wordt opgemerkt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en planregels voor gronden vaststellen. Indieners kunnen derhalve geen aanspraak maken op hetzelfde uitzicht, hetzelfde woongenot/privacy.
Een bestemmingsplan heeft een goede ruimtelijke ordening tot doel. Bij de beantwoording van de vraag of ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd wordt het volgende opgemerkt. Elke verandering van een bestaande situatie zal invloed kunnen hebben op het woongenot. Uitgangspunt voor onderhavig plangebied is dat het woongenot van de omwonenden van het plangebied niet in onredelijke mate wordt aangetast. Daarbij komt dat woongenot altijd een subjectieve aangelegenheid betreft: wat de een als aanvaardbaar ervaart, kan bij een ander weerstand oproepen. Indieners kunnen dan ook geen aanspraak maken op een blijvende ongewijzigde situatie. Niet in geschil is dat het voorontwerpbestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid tot het bouwen van woningen. Niet valt uit te sluiten dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van indieners woningen in enige mate zal worden aangetast ten opzichte van de tot dusver bestaande feitelijke situatie. De vraag die beantwoord moet worden is of deze mogelijke aantasting onaanvaardbaar is.
5
2.1.
Nummer 1 (Particulieren)
• Samenvatting De ecologische verbindingszone met een breedte van 25 meter ligt over het plangebied. De bestemmingsplannen Leijoever en Landgoed Leijvennen raken elkaar dusdanig dat er geen ruimte is om alle plannen van waterschap, verbindingszone en patiowoningen te realiseren. Het eerder gedane
voorstel om de Leij over indieners perceel sectie K, nummer 1054 te leggen, wordt door indieners niet toegestaan. Indieners vragen om de bestemmingsplannen Leijoever en Landgoed Leijvennen op eigen grondgebied te realiseren en de ecologische verbindingszone in de huidige situatie te respecteren.
Beoordeling In de huidige situatie is er ter hoogte van het plangebied geen sprake van een als zodanig ingerichte en functionerende ecologische verbindingszone (hierna te noemen: EVZ), ten westen van de Leij; het bedrijfsperceel ligt tegen de Leij aan. De gronden ter weerszijden van de Leij zijn in provinciaal beleid aangeduid voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Herontwikkeling van het bedrijfsperceel leidt tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering in functioneel (verbetering van het woon- en leefklimaat en natuurontwikkeling) en ruimtelijk opzicht (meer passende bebouwing). Uit het verslag van 6 maart 2017 blijkt dat het waterschap kan instemmen met het verminderen van de maat van 25 naar 10 meter als aan de oostzijde van de Leij een EVZ wordt aangelegd. Dat de bestemmingsplannen Leijoever en Landgoed Leijvennen Riel elkaar raken, biedt juist kansen om tot een goede inrichting van de zone rondom de Leij te komen. Zo is op het inrichtingsplan (onderdeel van het document Beeldkwaliteit landschap & bebouwing, dat als bijlage is opgenomen bij de planregels van het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel) bij het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel te zien, dat de Leij zal worden verlegd in oostelijke richting waardoor aan de zijde van Riel meer ruimte ontstaat voor een natuurlijke inrichting.
Op verzoek van het waterschap zal over de gehele lengte van de Leij beekherstel plaatsvinden. De ecologische kwaliteiten van de beek en de omgeving ervan zullen hiermee substantieel toenemen. Op deze wijze kan ook worden voldaan aan het provinciale beleid en beleid van het waterschap. Zowel de provincie als het waterschap hebben positief gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan Leijoever. De gemeente heeft de provincie aanvullend om advies gevraagd over de situering van de nieuwbouw in relatie tot de EVZ. Ten aanzien van de EVZ langs de Leij heeft de provincie in augustus 2019 aangegeven dat deze zone nu op de provinciale kaart staat als 'in uitvoering'. Dit betekent dat deze EVZ gaat worden ingericht en dat het van belang is dat de EVZ in het bestemmingsplan op de juiste wijze wordt bestemd. De provincie stemt in met de opgenomen 6
natuurbestemming. De provincie adviseert voor de natuurstrook een minimale breedte aan te houden van 10 meter en de inrichting daarvan in overeenstemming te brengen met het inrichtingsplan voor de EVZ. Zoals hiervoor is aangegeven, is dit inrichtingsplan onderdeel van het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel dat naar verwachting eind van dit jaar wordt vastgesteld. In het bestemmingsplan Leijoever is rekening gehouden met de afstand van 10 meter. Het inrichtingsvoorstel voor de gronden binnen het plangebied van het bestemmingsplan Leijoever met de bestemming Natuur wordt eveneens opgenomen als bijlage bij de planregels, waarin een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de EVZ. De gemeente Goirle stimuleert juist een samenhangende ontwikkeling en zou met het loskoppelen van beide projecten (dus op eigen grond gerichte plannen) kansen voor een natuurlijke overgang laten liggen. Noch het plangebied van het bestemmingsplan Leijoever noch van het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel liggen over het perceel K, nummer 1054. In beide bestemmingsplannen is geen rekening gehouden met het verleggen van de waterloop naar dit perceel. Pas ten noorden van dit perceel buigt de waterloop in oostelijke richting. Conclusie
De zienswijze wordt niet gedeeld voorontwerpbestemmingsplan.
en
geeft
geen
aanleiding
tot
aanpassing
van
het
7
2.2.
Nummer 2 (Stichting Biodiversiteit Goirle-Riel)
• Samenvatting Indiener vindt dat er in het bestemmingsplan te weinig aandacht is besteed aan de EVZ en vraagt zich daarnaast af of de gehanteerde 10 meter wel voldoende is. Te meer omdat er binnen deze zone ook nog een wandelpad wordt aangelegd, waarvan de breedte niet is aangegeven. Onderzocht moet worden of de zone van 25 meter mag worden versmald.
Beoordeling Over de breedte van de EVZ is overleg gevoerd met de waterbeheerder. De maat van 25 meter is vastgelegd in provinciaal beleid maar is niet wettelijk vastgelegd. Uit het verslag van 6 maart 2017 blijkt dat waterschap Brabantse Delta kan instemmen met het verminderen van de maat van 25 naar 10 meter onder de voorwaarde dat aan de oostzijde van de Leij een EVZ wordt aangelegd. Bij het aangrenzende bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel is hiervoor een inrichtingsplan opgenomen, waarop is te zien dat de Leij ter hoogte van het plangebied zal worden verlegd in oostelijke richting. Hierdoor ontstaat aan de zijde van Riel meer ruimte voor een natuurlijke inrichting. De breedte van het wandelpad is in deze niet van belang. Zowel de provincie als het waterschap hebben in het kader van het vooroverleg positief gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan Leijoever. De gemeente heeft de provincie aanvullend om advies gevraagd over de situering van de nieuwbouw in relatie tot de EVZ. Ten aanzien van de EVZ langs de Leij heeft de provincie in augustus 2019 aangegeven dat deze zone nu op de provinciale kaart staat als 'in uitvoering'. Dit betekent dat deze EVZ gaat worden ingericht en dat het van belang is dat de EVZ in het bestemmingsplan op de juiste wijze wordt bestemd. De provincie stemt in met de opgenomen natuurbestemming.
De provincie adviseert voor de natuurstrook een minimale breedte aan te houden van 10 meter en de inrichting daarvan in overeenstemming te brengen met het inrichtingsplan voor de EVZ. Zoals hiervoor is aangegeven, is dit inrichtingsplan onderdeel van het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel dat naar verwachting eind van dit jaar wordt vastgesteld. In het bestemmingsplan Leijoever is rekening gehouden met de afstand van 10 meter. • Samenvatting In het beekdal overwinteren de vinpootsalamander en kikkers. In hoeverre is hier rekening mee gehouden bij de inrichting van de EVZ?
Beoordeling.
Bij het opstellen van het hiervoor genoemde inrichtingsplan voor de gronden nabij de Leij is nadrukkelijk rekening gehouden met deze soorten. De strook grond langs de Leij met een natuurbestemming binnen het bestemmingsplan Leijoever zal in samenhang met de aangrenzende gronden op het landgoed, met dezelfde uitgangspunten worden ingericht. Het inrichtingsplan wordt opgenomen als bijlage bij de planregels van het ontwerp-bestemmingsplan Leijoever, waarin een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de EVZ. • Samenvatting. Het is zeer gewenst dat natuurinclusief wordt gebouwd. Hierover is niets opgenomen in het bestemmingsplan.
Beoordeling. In het bestemmingsplan is vastgelegd welk type woningen in welke afmetingen mogen worden opgericht. Binnen deze ruimtelijke mogelijkheden kunnen woningen natuurinclusief worden gebouwd.
8
• Samenvatting. Is onderzocht welke invloed licht en geluid hebben op de natuurlijke omgeving?
Beoordeling Met de bouw van woningen binnen het plangebied verdwijnt een bedrijfsfunctie. De gronden tussen het bedrijfsgebouw en de Leij krijgen een natuurbestemming. Door de beoogde natuurlijke inrichting van deze strook in samenhang met het landgoed Leijvennen, neemt de natuurwaarde juist substantieel toe. Met de herinrichting van de EVZ volgens het inrichtingsplan bij het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel is er geen sprake van negatieve uitstralingseffecten door geluid en licht op de EVZ. Slechts 8 woningen zijn met de achterzijde naar de Leij gericht; de achterste perceelsgrens ligt ter hoogte van de oostgevel van het nu nog aanwezige bedrijfspand. Geluid van auto's op de nieuwe woonstraat wordt hiermee afgeschermd. Binnen de natuurbestemming mogen geen lichtmasten worden geplaatst en verlichting in de achtertuin van de patiowoningen zal niet gericht zijn op de EVZ. Omdat de situatie in meer opzichten een positief effect heeft (verbetering woon- en leefklimaat in combinatie met natuurontwikkeling), is gericht onderzoek niet nodig. • Samenvatting. In welke periode is het vleermuisonderzoek uitgevoerd; is er niet alleen gekeken naar de winterslaapperiode ?
Beoordeling Het aanvullend vleermuisonderzoek is uitgevoerd door Econsultancy. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. De inventarisatiemethode is uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging, in overleg met Dienst Landelijk Gebied en de Gegevensautoriteit Natuur. In overeenstemming met dit protocol hebben in 2017 in de periode half mei tot half juli twee avondbezoeken en één ochtendbezoek uitgevoerd en in de periode half augustus tot eind september twee avondbezoeken plaatsgevonden. Doordat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat de bebouwing in gebruik is als kraam-, zomer- of paarverblijfplaats, kan tevens worden aangenomen dat de bebouwing geen functie heeft als winterverblijfplaats. De rapportages van het aanvullende vleermuisonderzoek is al als separate bijlage bij de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen. • Samenvatting Uit het plan moet duidelijker blijken hoe de wezenlijke waarden en kenmerken van de EVZ kunnen worden bewaakt.
Beoordeling In de huidige situatie is ter hoogte van het plangebied nog geen sprake van een als zodanig ingerichte en functionerende EVZ. Door de beoogde natuurlijke inrichting van gronden ter weerszijden van de Leij in samenhang met het landgoed Leijvennen, neemt de natuurwaarde juist substantieel toe, en heeft dit een positieve invloed op de waarden en kenmerken van de gronden aan de Leij. De toekomstige eigenaren zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer van het landgoed. Deze verplichting is vastgelegd in een notariële akte gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Goirle. De gronden met een natuurbestemming binnen het plangebied Leijoever komen in eigendom van de gemeente. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud en beheer komt hiermee, net als voor de gronden meer naar het noorden ten westen van de Leij, in handen van de gemeente.
9
• Samenvatting. Er worden 13 gezonde populieren gekapt; kan dit worden voorkomen of op welke wijze wordt dit gecompenseerd?
Beoordeling. De populieren zijn niet wettelijk beschermd en hoeven daarom niet te worden gecompenseerd. Zoals ook in de toelichting van het bestemmingsplan staat, wordt naar verwachting wel een gelijk aantal bomen geplant in de (nieuw aan te leggen) openbare ruimte. Conclusie
De zienswijze wordt niet gedeeld voorontwerpbestemmingsplan.
en
geeft geen
aanleiding
tot
aanpassing
van
het
10
2.3.
Nummer 3 (Belangenvereniging)
• Samenvatting De omvang van het plangebied en de invulling daarvan. Bij de herontwikkeling is een groter gebied betrokken dan alleen het bedrijfsperceel, wat volgens reclamant alleen een financiële reden heeft. Dit heeft als gevolg dat het bosje aan de noordkant moet worden gekapt, een sanering van het bosgebied moet plaatsvinden wat in de ogen van de vereniging dan niet noodzakelijk is, een woonblok met patiowoningen mogelijk wordt gemaakt dat niet past bij de korrelgrootte van de omgeving en sterk contrasteert met de overige bebouwing in Riek
Beoordeling Bij de sanering/herontwikkeling van een bedrijfsperceel in een woonomgeving kijkt de gemeente verder dan alleen het kadastrale eigendom. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken naar een logische, ruimtelijk aanvaardbare aansluiting en inpassing in de bestaande bebouwde omgeving. Daar liggen geen financiële redenen aan ten grondslag. Het huidige bedrijfsperceel ligt tot aan de Leij en de percelen tussen het kadastrale perceel en 't Leike zijn in eigendom van de gemeente en voorzien van een verkeers- en groenbestemming. Voor een logische aansluiting op de bestaande woonstraat 't Leike en de aangrenzende woonpercelen, en de wens om langs de Leij een EVZ aan te leggen, heeft de gemeente aan de ontwikkelaar verzocht een visie te maken voor het bedrijfsperceel en de gronden gelegen tussen het bedrijfsperceel en 't Leike. Herontwikkeling van het bedrijfsperceel en de directe omgeving kan niet los worden gezien van de bodemvervuiling. Uit de verschillende onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, blijkt dat ook het grondwater verontreinigd is. Verspreiding via het grondwater kan niet worden uitgesloten. Het is daarom niet alleen voor de nieuwbouw van belang dat de verontreiniging wordt gesaneerd maar ook voor de woonpercelen in de directe omgeving en het gebruik van de speeltuin.
Hiermee is sanering van verontreiniging in de bodem en het grondwater van belang voor de volksgezondheid in zijn algemeenheid. Daarom heeft de gemeente dit als voorwaarde opgelegd aan de ontwikkelaar in het kader van de herontwikkeling. • Samenvatting Het verlies van een belangrijk volume aan groen Er worden 13 bomen van ruim 30 jaar gekapt terwijl de gemeente voor Riel inzet op het groene karakter van het dorp en een groene afronding van het dorp ter hoogte van het plangebied. De vereniging is van mening dat het bosje moet blijven. Achter de woonpercelen aan de Vonderstraat staan in de openbare ruimte bomen die na herontwikkeling in de achtertuinen van de 6 twee-onder-één-kapwoningen komen te staan, waarvoor individuele kapvergunningen kunnen worden verleend. Het aantal m2 dat aan groen wordt toegevoegd, is niet relevant in relatie tot het volume aan groen dat verdwijnt.
Beoordeling Nogmaals wordt gewezen op het belang van de sanering. Ook zonder de noodzaak tot sanering zou voor een goede aansluiting op de bestaande bebouwing aan de Vonderstraat en 't Leike en inrichting van het openbare groene gebied aan 't Leike het bosje waarschijnlijk worden verwijderd. Het is niet gewenst dat de nieuwe woningen afgeschermd komen te staan en geen onderdeel zijn van de bestaande woonbuurt.
11
Het groene karakter van het dorp en een groene afronding van het dorp heeft de gemeente benoemd als uitgangspunt voor de herontwikkeling. Hier is nadrukkelijk rekening mee gehouden. Nabij 't Leike is een ruime groene plek met ruimte voor speelvoorzieningen vrij gehouden en de strook grond tussen het voormalige bedrijfsgebouw en de Leij wordt ingericht als natuur. Uiteraard wordt hiermee het volume aan groen niet gecompenseerd, maar krijgt Riel er een aaneengesloten groen park langs de Leij voor terug. In samenhang met de ontwikkeling van het landgoed Leijvennen zelfs veel meer dan dat.
Van de bomen achter de woonpercelen aan de Vonderstraat staan er 5 of 6 op het bedrijfsperceel, binnen de bestemming Bedrijfsdoeleinden. De overige bomen staan op grond die nu in eigendom zijn van de gemeente en een verkeersbestemming hebben. Het uitgangspunt is om deze bomen te behouden. De betreffende bomen zijn niet beschermd op grond van de APV; ze zijn niet aangeduid op de Groene kaart en hebben een stamomtrek van minder dan 1 meter. Omdat de bomen een stamomtrek hebben van meer dan 32 cm is voor het kappen wel een omgevingsvergunning voor het vellen ervan benodigd. Deze kunnen in de huidige situatie ook al worden aangevraagd en verleend; in de toekomstige situatie verandert daar niets aan. Wat betreft de korrel van de nieuwe bebouwing wordt opgemerkt dat ook meer naar het noorden aan de Meerland éénlaags patiowoningen staan die een gesloten wand vormen langs de Leij. Gelet op de vergrijzing ontstaat steeds meer behoefte aan dit type gelijkvloerse woningen, waarvan het aanbod in Riel zeer klein is. Zowel in ruimtelijk als programmatisch opzicht is de gemeente van mening dat sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling.
12
• Samenvatting Onduidelijkheden over de omvang en noodzaak van sanering. De omvang van de verontreiniging, noodzaak en kosten van de sanering is niet duidelijk. Een relatief groot deel van de vervuilde grond zou zich bevinden onder het noordelijke gelegen bosje. Sanering is niet nodig als daar niet wordt gebouwd.
Beoordeling De mate en locatie van de verontreiniging is in het voorjaar van 2019 opnieuw in beeld gebracht. In een bijlage bij de rapportage (d.d. 15-08-2019) is de vermoedelijke locatie van de bezinkput en de afvoersloot aangegeven. Deze zijn grotendeels buiten het bedrijfsperceel gelegen. Omdat de verontreinigde locatie begroeid is, kan de omvang van de verontreiniging op dit moment niet gedetailleerder in beeld worden gebracht. Bovendien ligt het plangebied binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Drinkwater in Brabant wordt gewonnen uit grondwater. Waterleidingbedrijven pompen dit grondwater op in waterwingebieden. Een grondwaterbeschermingsgebied is de buitenste schil rondom een waterwingebied. Voor het grondwaterbeschermingsgebied gelden regels om het grondwater niet te vervuilen. Het ligt voor de hand bij een bestaande verontreiniging binnen een grondwaterbeschermingsgebied actie te ondernemen op het moment dat deze mogelijkheid zich aandient. In dit geval de herontwikkeling van een direct aangrenzende bedrijfsperceel. • Samenvatting Wisselend beleid voor wat betreft de EVZ. Het beleid van waterschap en provincie bevat een afstand 25 meter die nodig is voor de EVZ. Voor het plan Leijoever wordt hiervan afge we ken en wordt 10 meter aangehouden. Deze afstand is door het waterschap alleen toegestaan als de EVZ wordt aangelegd aan de overzijde van de Leij.
Hiermee wordt geanticipeerd op het doorgaan van de plannen voor het landgoed Leijvennen, waarvan de gronden ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan Leijoever nog niet in het bezit van de ontwikkelaar waren. Ook staat in het ontwerp-bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel dat de onderhoudsstrook voor het water aan de westzijde komt te liggen. Dit staat op gespannen voet met de beoogde natuurstrook. De plannen om de Leij te verleggen in oostelijke richting biedt mogelijkheden voor meer woningbouw in noordelijke richting langs de Leij. Gelet op het voorgaande pleit de indiener voor het behoud van de maat van 25 meter, zoals dat door de gemeente in 1987 ook is gedaan bij de bouw van woningen aan de Goirleseweg.
Beoordeling Er is geen sprake van wisselend beleid. Het beleid is gericht op de aanleg en het behoud van een EVZ waarvoor in het provinciale beleid een maat van minimaal 25 meter ter weerszijden van de waterloop is opgenomen. Omdat de gemeente, net als de provincie, sanering/herontwikkeling van bedrijfspercelen binnen de woonomgeving stimuleert, is in onderling overleg gezocht naar een winwinsituatie, waarin sprake is van de verbetering van het woon- en leefklimaat en natuurontwikkeling. In nauw overleg met het waterschap is gekozen voor de inrichting van de ecologische verbindingszone in samenhang met de ontwikkeling van de aangrenzende gronden tot landgoed. Daarmee wordt daar waar mogelijk voldaan een de minimale maat van 25 meter. Gelet op het ontbreken van eigendom aan de zijde van de Goirleseweg kan alleen in de zuidoosthoek van het plangebied niet worden voldaan aan deze maat, wat meer naar het noorden ruimschoots wordt gecompenseerd. Voor zover bekend worden de plannen voor de aanleg van Landgoed Leijvennen uitgevoerd. Het bestemmingsplan Landgoed Leijvennen Riel wordt naar verwachting nog dit jaar vastgesteld. Bij de bouw van de woningen aan de Goirleseweg was sprake van een onbebouwde situatie. Binnen het plangebied is sprake van het saneren van een bedrijfslocatie. Beide ontwikkelingen hebben dus een andere uitgangssituatie en zijn daarmee niet vergelijkbaar. 13
• Samenvatting Het onterecht toepassen van financiën als leidend element. De vereniging is van mening dat de financiële belangen prevaleren boven het wooncomfort, woonplezier, veiligheid en belevingswaarde van de omgeving en er geen rekening is gehouden met de wensen van de eigen bewoners.
Beoordeling De gemeente heeft geen financieel belang bij de beoogde herontwikkeling en stuurt op de ruimtelijke kwaliteit en inpassing in de omgeving. Naar aanleiding van eerdere bezwaren is zelfs een bouwkavel voor een vrijstaande woning aan 't Leike geschrapt en zijn de toegestane goot- en bouwhoogte van de twee-onder-één-kapwoningen teruggebracht. Ook verleent de gemeente geen medewerking aan de herontwikkeling als de vervuilde gronden niet zijn gesaneerd. Dit in ogenschouw genomen, is geen sprake van het voorop stellen van het financieel belang. • Samenvatting Het tijdpad. In het collegebesluit van 30 januari 2017 zijn de woningen binnen het plangebied voor een periode van 2 jaar aangemerkt als gebonden capaciteit. Binnen deze 2 jaar moest het bestemmingsplan in procedure zijn gebracht. Deze termijn is verlopen.
Beoordeling De genoemde periode van 2 jaar is geen wettelijke termijn. Vanaf januari 2017 is gewerkt aan de voorbereiding van de herontwikkeling van de bedrijfslocatie aan de Vonderstraat. In de 'Notitie Prioritering woningbouwlocaties 2016-2021' is het plan Leijoever opgenomen als gebonden capaciteit. Er is geen termijn verbonden aan de nadere uitwerking, de procedure en daadwerkelijke ontwikkeling. Conclusie
De zienswijze wordt niet gedeeld voorontwerpbestemmingsplan.
en
geeft
geen
aanleiding
tot
aanpassing
van
het
14
3. Tenslotte. De inspraakprocedure heeft niet geleid tot aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit eindverslag zal worden toegestuurd naar degenen die bij ons college een zienswijze over het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar hebben gemaakt en ter kennis worden gebracht van de gemeenteraad.
Goirle, 8 oktober 2019. het collegeVan burgemeester en wethouders
"Ha iselman ;e
'ei
secretaris
Mark va
rshoef
meester
15
bestemmingsplan Leijoever
Bijlage 2 Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening
20
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
Verslag van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening ten aanzien van het voorontwerp bestemmingsplan "Leijoever" Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van bij het plan betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op grond van dit artikel is het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan onderstaande instanties met het verzoek om vóór afloop van de inspraaktermijn te reageren: 1. Provincie Noord-Brabant; 2. Waterschap Brabantse Delta; 3. Ministerie van Defensie; 4. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 5. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. 6. Stichting Biodiversiteit Goirle-Riel; 7. Brandweer Midden West Brabant; 8. Gasunie. De ontvangen reacties zijn in onderstaande tabel samengevat weergegeven. In de volgende kolom is de reactie van de gemeente weergegeven en de laatste kolom geeft de gevolgen voor het plan weer.
1.
2.
3.
Reactie diverse instanties Provincie Noord-Brabant. De provincie heeft bij brief van 3 juli 2019 aangegeven geen opmerkingen te hebben. Waterschap Brabantse Delta Het waterschap heeft bij brief van 27 mei 2019 verzocht om verduidelijking te geven ten aanzien van de in de plantoelichting opgenomen erfverharding /verhard oppervlak. Ministerie van Defensie Het ministerie niet gereageerd
Reactie gemeente
Gevolgen voor het plan
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
Geen.
Deze opmerking wordt overgenomen.
De plantoelichting zal op dit punt worden aangepast.
Niet van toepassing.
Geen.
Bladnummer
2
4.
Ministerie van Economie, & Klimaat Het ministerie niet gereageerd
5.
6.
7.
8.
Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Rijkswaterstaat heeft bij mail van 4 juni 2019 aangegeven geen opmerkingen te hebben. Stichting Biodiversiteit Goirle-Riel De stichting heeft in het kader van de inspraakprocedure een inspraakreactie ingediend. Brandweer Midden-West Brabant De brandweer heeft bij mail van 5 juni 2019 aangegeven dat het standaardadvies van toepassing is.
Gasunie De Gasunie heeft bij mail van 27 mei 2019 aangegeven dat het plan is getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor aardgastrans-portleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011
Niet van toepassing.
Geen.
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
Geen.
Deze inspraakreactie wordt afzonderlijk behandeld.
Geen.
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
Paragraaf 5.2 (Externe veiligheid) van de plantoelichting zal worden aangepast en de volgende tekst zal worden opgenomen: Overleg Brandweer Midden- en WestBrabant. In het kader van het overleg op grond van het Bro heeft onder meer overleg plaatsgevonden met de Brandweer Midden- en WestBrabant. Deze organisatie heeft aangegeven dat het standaard advies externe veiligheid van toepassing is. Dit standaard advies is als bijlage bij de plantoelichting opgenomen.
Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
Geen.
Bladnummer
3
in werking getreden Besluit externe veiligheid. Op grond van deze toetsing komt de Gasunie tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitsgrens van de dichtst bij gelegen leiding van de Gasunies valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling,
bestemmingsplan Leijoever
Bijlage 3 T oelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
24
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
BIJLAGE Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak. De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zo nodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”).
Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. Staat van bedrijfsactiviteiten De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieu-planologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen landbouw- en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen.
Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecratie. Naast een "algemene staat van bedrijfsactiviteiten" die met name is toegespitst op specifieke bedrijfsterreinen is ook een staat van bedrijfsactiviteiten opgesteld voor gebieden waarbij sprake is van een functiemenging. Daarbij wordt gedacht aan : stadscentra,dorpskernen en winkelcentra horecaconcentratiegebieden zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld een grotere levendigheid tot stand te brengen. Het toepassen van een specifieke staat van bedrijfactiviteiten wordt daarbij wenselijk geacht omdat de activiteiten in dergelijke functiemenggebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op specifieke bedrijventerreinen.
Categorie-indeling functiemenging In de bijgaande lijst voor functiemenging is gekozen voor een indeling in drie categorieën: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelastingvoor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en ander gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten genoemd onder categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeeraantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Randvoorwaarden Voor de toelaatbaarheid van de activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. productie en/of laad- en loswerkzamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; 3. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig 4. activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de infrastructuur.
Uitwerking staat van bedrijfsactiviteiten Naast de boevengenoemde randvoorwaarden zijn bij de selectie van de bijgaande lijst de volgende criteria gehanteerd: voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1 voor categorie B gaat het om activiteiten: - in categorie 1 voor het aspect gevaar; - in maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur; - in maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid; - met een in deze voor verkeer van maximaal 1 G (goederen) en 2p (personen) voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, echter met een index voor verkeer van maximaal 2 g (goederen) en 3 P (personen). Vuurwerkbesluit is van toepassing.
PLANREGELS
55
bestemmingsplan Leijoever
Inhoudsopgave
Planregels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 10
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Groen Natuur Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - Archeologie
11 11 13 14 16 19
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
21 21 22 24 25 26 27 28
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
29 29 30
2
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
bestemmingsplan Leijoever
Planregels
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Leijoever
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Leijoever met identificatienummer NL.IMRO.0785.BP2017005Leijoever-vg01 van de gemeente Goirle. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan huis verbonden bedrijf:
het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke -geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid dat door tenminste één bewoner in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen past, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie, in ruimtelijke en visuele zin blijft behouden, en de activiteit ter plaatse kan worden uitgeoefend, waaronder een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan huis verbonden bedrijfsactiviteit behoort, met dien verstande dat de activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer en is vermeld in categorie A van de Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage bij deze regels) of voor wat betreft de aard en omvang in relatie tot de milieuhinder die de bedrijfsactiviteit veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden met een bedrijf dat behoort tot één van deze categorieën. 1.6
aan huis verbonden beroep:
een beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, kunstzinnig of hiermee te vergelijken gebied, niet zijnde detailhandel, dat door tenminste één bewoner van een woning in die woning en/of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie blijft behouden, en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke en visuele uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.7
afhankelijke woonruimte:
een (gedeelte van een) bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de (bedrijfs)woning, waarbij dit bijgebouw hoort, en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest. 1.8
afgewerkt bouwterrein:
de gemiddelde hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, omringende grond. 1.9
ander werk:
een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid.
4
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
bestemmingsplan Leijoever
1.10
archeologisch onderzoek:
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling, dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), met als resultaat het overleggen van een archeologische rapportage zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988. 1.11
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.12
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.13
begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau danwel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 meter boven meetniveau is gelegen. Onder een begane grondlaag wordt eveneens een souterrain verstaan. 1.14
bestaande situatie (bebouwing en gebruik):
a. legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals deze mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.15
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.16
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17
bevoegd gezag:
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wabo. 1.18
bijgebouw:
een al dan niet vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.19
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.21
bouwlaag:
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.22
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop, ingevolge deze regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Leijoever
1.23
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.24
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect en duurzaam met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26
carport:
een op de grond staande overkapping van één bouwlaag bij een bestaande woning of een bestaand woongebouw, die bedoeld is als een overdekte stallingsruimte voor personenauto's, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door de woning of daarbij behorende bijgebouwen en/of ondersteuningen van de overkapping, die niet wordt aangemerkt als gebouw. 1.27
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde een supermarkt. 1.28
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige). 1.29
evenementen:
1. elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen. b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet en artikel 5.22 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015; g. sportwedstrijden, welke niet plaatsvinden op of aan de weg. 2. onder evenement wordt tevens verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging op de weg als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 zoals vastgesteld op 3 november 2015; d. een feest, muziek of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue op een dag (klein evenement). 1.30
evenementenbeleidsnota:
het evenementenbeleid van de gemeente Goirle zoals dat geldt op het moment van de aanvraag van een vergunning voor het houden van een evenement.
6
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
bestemmingsplan Leijoever
1.31
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32
gebruiken:
het gebruiken, doen en laten gebruiken. 1.33
groenvoorzieningen:
het geheel van voorzieningen en activiteiten ten behoeve van groenaanleg, waaronder in ieder geval moeten worden verstaan parken, met bijbehorende voorzieningen, zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair, en dergelijke, alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid. 1.34
hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.35
mantelzorg:
het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.36
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, transformatiehuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, waterhuishoudkundige voorzieningen, collectieve energievoorzieningen (onder andere warmte- en koudeopslag), telefooncellen, abri's, apparatuur voor telecommunicatie, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, en dergelijke. 1.37
omgevingsvergunning:
vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wabo. 1.38 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo. 1.39
omgevingsvergunning voor het afwijken:
omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1, van de Wabo. 1.40
omgevingsvergunning voor het bouwen:
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo. 1.41
ondergronds:
beneden het peil.
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Leijoever
1.42
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.43
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.44
prostitutiebedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortbedrijf. 1.45
saneren:
het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van verontreiniging en de directe gevolgen daarvan of van dreigende verontreiniging van de bodem. 1.46
seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privéhuis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.47
Staat van bedrijfsactiviteiten:
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en installaties. 1.48
straatmeubilair:
de op of bij een weg behorende bouwwerken zoals, verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's en ander hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.49
uitvoeren:
het uitvoeren, doen uitvoeren en laten uitvoeren. 1.50
verharden van wegen:
het aanbrengen van een dichte deklaag in de vorm van bijvoorbeeld klinkers, asfalt of beton. 1.51
voorgevel:
de totale oppervlakte, buitenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de aangebouwde bijgebouwen. 1.52
vloeroppervlak:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie, dan wel gelet op de uitstraling ervan, als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.53
voorgevelrooilijn:
a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk
8
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
bestemmingsplan Leijoever gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.54
Wabo:
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.55
wet/wettelijke regelingen:
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen dan wel verordeningen en dergelijke, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van vaststelling van het plan, tenzij anders is bepaald. 1.56
woning:
een (gedeelte van een) gebouw, dat bestaat uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden. a. twee-aaneengebouwde woning: een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee als woning aan elkaar gebouwde woningen (twee-onder-één-kap) of twee door middel van een bijgebouw geschakelde woningen (één-aan-één); b. patiowoning: een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevel van belendende dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.57
wijziging:
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid , sub a, van de Wet ruimtelijke ordening.
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Leijoever
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Meetregels:
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.2
afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en enig punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.3
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. 2.6
horizontale diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel. 2.7
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9
verticale diepte van een gebouw:
vanaf het peil tot het laagste punt van het bouwwerk, fundering niet meegerekend. 2.10
lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven peil. 2.11
peil:
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. 2.12
ondergeschikte bouwdelen:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. Onder ondergeschikte bouwdelen worden in ieder geval verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht, antenne- en vlaggenmasten, windvanen, wolfeinden, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkon- en terrashekken en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten, en overige overstekende daken.
10
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
bestemmingsplan Leijoever
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen; in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; nuts-, sport- en speelvoorzieningen; bermen en bermsloten; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen. f. vijvers en watergangen, vlonders, steigers en (voetgangers)bruggen; g. hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten; h. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens; i. straatmeubilair; j. ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen, (hoofd)riolering en dergelijke; k. extensief recreatief medegebruik; l. evenementen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 3.1 omschreven doeleinden met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan onder bebouwd oppervlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter; c. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; d. de oppervlakte aan nutsvoorzieningen mag niet meer dan 20 m² bedragen; 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 3.2.1 de volgende regels: a. de oppervlakte aan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 20 m² bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; c. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitlatingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; d. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen. 3.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van; 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid;
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Leijoever 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3 voor het aanleggen van voorzieningen voor verkeer en parkeren (waaronder in- en uitritten), met dien verstande dat: a. het stedenbouwkundig beeld niet in onevenredige mate wordt geschaad; b. de aanleg van de voorzieningen voor verkeer en parkeren geen zodanig invloed op de aanwezige groenstructuur mag hebben, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate worden beperkt; c. er rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig wordt beperkt.
12
bestemmingsplan "Leijoever" (vastgesteld)
bestemmingsplan Leijoever
Artikel 4 4.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
de aanleg en instandhouding van een ecologische zone; het behoud van de aldaar voorkomende ecologische en milieuwaarden; de verbetering van het milieu voor de natuurlijke levensgemeenschappen; extensief recreatief medegebruik; voetpaden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 4.2.1 de volgende regels: a. op de in lid 4.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend erfafscheidingen en voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik toegestaan; b. de bouwhoogte van deze bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1 meter bedragen. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 4.1 bedoelde gronden het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van interne beheersontsluitingswegen of -paden of parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het vellen en rooien van houtgewas; d. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; e. het graven en/of dempen van sloten en greppels. 4.3.2
Criteria
Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien hierdoor dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in de doeleinden van dit artikel omschreven waarden en belangen van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 4.3.3