CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

03 RMB rapport Jeugdzorg Fase 2 def. aanbieding aan gemeenteraden 8 juni 2023.pdf

Besluitvormend 11 juli 2023, gemeente GoirleBij agendapunt: 10: Geamendeerd raadsvoorstel Onderzoek RMB Jeugdzorg fase 2 AANGENOMEN24.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

We hebben in de aanbiedende e-mail een afschrift verstrekt van de bijlage jaarverantwoording sociaal domein, waarin deze eisen nader zijn

46 gespecificeerd. In overleggen met andere regio’s bevorderen we dat dit wordt uitgewerkt in landelijke standaarden. • Bij de gunning zijn aanbieders wel gescreend op integriteit, door middel van raadpleging openbare bronnen, eventuele aanvullende vragen over inschrijvingen en Bibob toets Samenvattend willen we graag meegeven dat controles vooraf (screening) en achteraf (tijdens levering) nooit waterdicht zullen zijn. Wel hebben we de overtuiging dat we door de overeenkomsten en bijlagen en door het doorlopen proces in de dialogen, de eisen scherp hebben gesteld en duidelijk hebben uitgelegd aan de aanbieders en aldus onderdeel van de aanbesteding hebben gemaakt. Reactie RMB: De ambtelijke reactie is een waardevolle toelichting. Wel merkt de RMB op dat aangezien “gepast gebruik” niet is gedefinieerd dit begrip niet kan dienen om op integriteit tijdens de uitvoering te toetsen. Ook heeft het programmateam de RMB in een eerdere fase meegedeeld dat wat de integriteit van aanbieders betreft er alleen gekeken is naar toekomstige intenties van de aanbieders. Het optreden in het verleden was met opzet niet meegenomen in de toetsing omdat er toen nog geen expliciete integriteitseisen waren gesteld.

4.6 Contractmanagement Segment 1 Het contractmanagement in S1 is gebaseerd op samenwerking en overleg, uitgaande van ieders verantwoordelijkheden. De acties van beide partijen dienen gericht te zijn op het gezamenlijk doel zoals vastgelegd in de opdrachtbeschrijving, met inbegrip van de ontwikkel- en transformatieopgaven, CON, art. 13, blz.10. De jeugdhulpaanbieders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het aanbod, maar bij de verbetering van de kwaliteit werken de aanbieders samen met de regio HvB. Het uitgangspunt van samenwerking vraagt een minder hiërarchische wijze van contractmanagement, waarbij ‘het gesprek’ tussen opdrachtnemer en opdrachtgever eenzijdige sancties bij geconstateerde tekortkomingen in de uitvoering vervangen. Deze tekortkomingen dienen via overleg tussen Crossroads en de regio HvB te worden gladgestreken.

Er is ook sprake van controles en onderzoeken door regio HvB, maar na afstemming met Crossroads, CON, art 16, lid 1, blz. 11. In OPD, §3.5.2, blz. 23 wordt vermeld dat regio HvB en Crossroads nadere afspraken maken over de wijze waarop en hoe vaak het resultaat wordt gemeten. Per kwartaal rapporteert de aanbieder over zaken als kpi’s en kengetallen. Er zijn bij de start van het contract nog geen concrete kpi’s ingevuld; deze moeten nog worden uitgewerkt door HvB en Crossroads. In de plaats daarvan worden open percentages vermeld. Kengetallen worden wel concreter ingevuld, OPD, §3.5.1, blz. 23 CON, art 20, lid 1, blz. 14: Er worden afspraken gemaakt over risicomanagement. Regio HvB bepaalt de beheersmaatregelen waar het de financiële rechtmatigheid betreft. Het risicomanagement lijkt exclusief voorbehouden aan de regio HvB, al dan niet in samenspraak met Crossroads. Er lijkt geen rol voor de deelnemende gemeenten.

47 Als gaandeweg blijkt dat de aanbieder niet aan de opdracht kan voldoen en/of de resultaten dragen niet bij aan de maatschappelijke doelen en effecten en/of als er sprake is van dreigende financiële knelpunten, moet de aanbieder direct maatregelen nemen om deze tekortkomingen op te heffen, CON, art 18: blz. 10/11. Het zal vermoedelijk wel moeilijk vast te stellen zijn of de resultaten van de zorg voldoen aan de “maatschappelijke doelen en effecten”, daar deze niet scherp zijn gedefinieerd in de overeenkomst. Of er ook sancties mogelijk zijn, is niet duidelijk. Opmerkingen van de RMB Samenwerking en overleg houdt een risico in van uitstel van het verhelpen van geconstateerde tekortkomingen, omdat deze door overleg en eventueel arbitrage opgelost moeten worden. Dit uitstel kan nog versterkt worden omdat de definities van belangrijke termen van het stelsel, zoals kwaliteit en normalisatie, nog ontwikkeld moeten worden. Er kan daardoor alleen al een geschil ontstaan over de definitie van tekortkomingen in de uitvoering. Dit betekent een verplichting voor de regio HvB om zeer nauw de ontwikkelingen bij S1 te volgen. Er wordt niet vermeld of de rapportages over resultaten en kengetallen ook per gemeente beschikbaar komen. Hierover lijken geen afspraken te zijn of te worden gemaakt. Dat kan afbreuk doen aan de controletaak van de raden wat de jeugdhulp betreft.

Uit CON, art 13 en ook uit OPD, §5.1, blz. 38, lid 37 blijkt dat er bij contractmanagement geen rol is voor de gemeenten. Controle en onderzoek is exclusief voorbehouden aan regio HvB. Zouden gemeenten wel steekproeven kunnen doen of moet dit via de regio? Kunnen de gemeenten ook zelf controleren en onderzoeken bij Crossroads en de zes zorgaanbieders? Of alleen een verzoek indienen bij regio HvB? Ambtelijke reactie: U vraagt zich af of de vier gemeenten zelf ook steekproeven en kwaliteitscontroles bij het consortium doen. Dat is een beetje een semantische discussie, aangezien de vier gemeenten, samen met zeven andere gemeenten, de jeugdhulpregio zijn. En in die hoedanigheid de regio de opdracht kunnen geven tot een extra steekproef of controle vanuit contractmanagement, wat ook gebruikelijk is. De gemeenten werken samen in de regio HvB en de controle op doel- en rechtmatigheid van aanbieders is belegd bij de GR. Er wordt nauw samengewerkt tussen de gemeenten om signalen uit te wisselen en bij onderzoeken de gemeenten te informeren over voortgang en uitkomsten van onderzoeken. Dit is gezien de afspraken over rollen en taken (als vastgelegd in de GR) ook het meest voor de hand liggend.

Als het gaat om de beheersing van de risico’s vraagt de opbouw van een taakgericht samenwerkingsverband de nodige tijd en verwijzen wij naar de eerdere opmerkingen die wij hierover gemaakt hebben Reactie RMB: Vanuit de samenwerkingsgedachte is de ambtelijke reactie begrijpelijk. In de contracten staat dat de regio HvB - als opdrachtgever onderzoeken bij zorgaanbieders kan uitvoeren. Uit de contracten en de ambtelijke reactie blijkt niet of iedere gemeente zelfstandig controle of een steekproef bij een zorgaanbieder kan uitvoeren. Ook is het niet duidelijk of een gemeente afzonderlijk om extra controles door de regio HvB kan vragen, of dat daarvoor een gezamenlijke actie van gemeenten vereist is. De spelregels in de

48 gemeenschappelijke regeling zijn de basis voor de relatie tussen gemeenten en de regio HvB. Wat het risicomanagement betreft, is het enigszins in strijd meet de bekostigingswijze dat de regio HvB de risico’s met betrekking tot financiële rechtmatigheid van de aanbieder beheert. Aangezien Crossroads zelf de uitvoering kan inrichten bij het gegeven budget, verwacht de RMB dat Crossroads ook zelf de financiële risico’s draagt. Segment 4 Evenals bij S1 zullen regio HvB en aanbieders geregeld overleg voeren over de voortgang van de verplichtingen, CON, art. 15. Daarnaast moet de aanbieder volledige medewerking aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door HvB verlenen, OPD, blz. 36, lid 47. Deze verplichting geldt ook voor eventueel ingeschakelde onderaannemers. Als de aanbieder niet meewerkt, kan regio HvB boetes opleggen, CON, art 16, blz. 13. Als regio HvB concludeert dat de kwaliteit van hulp en/of van het personeel onvoldoende is en/of dat er sprake is van te veel onjuistheden in de financiële administratie, dan kan regio HvB sancties in overeenstemming met CON art. 15 toepassen. In OPD, §3.5, blz. 21, worden prestatie-indicatoren en sturingsinformatie benoemd, waarop regio HvB stuurt. De prestatie-indicatoren worden door de aanbieders aangeleverd en betreffen een aantal CBS-indicatoren.

Het gaat om uitval of bereik, cliënttevredenheid, de mate waarin cliënten zonder hulp verder kunnen en om wachttijden. De voornaamste sturingsinformatie betreft de volumeontwikkeling per gebied en de mate van samenwerking in een gebied. In OPD, §5.1, blz. 35, lid 41 worden de drie prestatie-indicatoren nog eens herhaald. Het aanleveren van gegevens vindt via het CBS plaats. In beginsel zouden bij voldoende toezicht en controle inbreuken op de kwaliteit, de continuïteit en/of de betaalbaarheid aan het licht moeten komen. Regio HvB heeft er daarnaast voor gekozen om aanbieder zelf te laten melden als zich risico’s op die vlakken voordoen, zoals dat staat in CON, art. 20. Lid 3 van dit artikel meldt ook dat als de zeggenschap over de zorgorganisatie voor 50 procent of meer in handen is van een derde rechtspersoon, deze rechtspersoon schriftelijk garandeert dat de zorgaanbieder de verplichtingen kan nakomen. CON, art. 24, blz. 17, is nagenoeg gelijk aan CON van S1, art. 18. Een extra element is hier dat als er onderzoeken bij de aanbieder plaatsvinden door instanties als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, hij dit direct aan HvB dient te melden, OPD, §5.1, blz. 38, lid 51. Aanbieder kan zich in ieder geval niet op overmacht beroepen als er sprake is van onvoldoende (gekwalificeerde) medewerkers, CON, art. 24, lid 6, blz. 17/18.

De aanbieder is verantwoordelijk voor zowel het in stand houden van de kwaliteit van de verleende hulp, als ook het verbeteren ervan. Hij legt hierbij verantwoording af aan regio HvB, CON, art.12, blz. 10/11, lid 3/4.

49 Als de overeenkomst door een aanbieder niet naar behoren wordt uitgevoerd, kan HvB verschillende interventies plegen van “aanspreken” tot het beëindigen van de overeenkomst, CON art. 15, blz. 12, lid 2. Wat de financiële verantwoording betreft, wordt volgens OPD, §5.1, blz. 39, lid 56, aangesloten op het landelijk accountantsprotocol. Jaarrekeningen worden ingeleverd in overeenstemming met de uitvoeringsvoorwaarden sociaal domein en jeugdhulp, CON, art 19, blz. 15. Opmerkingen van de RMB Bij S4 is er minder sprake van samenwerking en overleg tussen de zorgaanbieder en de regio HvB. Daardoor is het voor de regio HvB beter dan bij S1 mogelijk via contractmanagement de aanbieders aansprakelijk te stellen voor eventuele gebreken. De bij S4 genoemde indicatoren zijn landelijk van een CBS-stempel voorzien. Er gaat gemeten worden en dat is winst. Een belangrijke indicator is doelrealisatie; deze vindt plaats als de jeugdige verder kan zonder of met minder hulp (OPD, §5.1, blz. 35, lid 42). Of dit het geval is, moet vastgesteld worden door aanbieder en cliënt gezamenlijk. Dit laat beïnvloeding door partijen open. Bovendien geeft deze indicator geen informatie over de kwaliteit van de geleverde hulp. Voor het contractmanagement lijkt de tussentijdse meting van de kwaliteit van de geleverde hulp belangrijk.

Hiervoor zijn echter geen concrete indicatoren ontwikkeld door HvB al dan niet in samenspraak met de gemeenten. Wat de sturingsinformatie betreft, de gevraagde informatie lijkt belangrijk te zijn, maar wie gaat er hierop sturen en hoe? De RMB vraagt zich af of het voor de regio HvB mogelijk is om de inschakeling van interne en externe krachten te overzien. Uitbesteding aan onderaannemers blijkt in de praktijk van de jeugdhulp vaak een ‘gat’ in het formele, afgesproken systeem. Hoeveel zicht hebben de regio en de gemeenten op de uitbesteding aan kleine partijen? En zijn deze partijen altijd professionele krachten? Ambtelijke reactie: U gaat in op de inzet van onderaannemers in Segment 4. Zoals wij u ook in het gesprek met het regionaal programmateam hebben aangegeven, zijn de eisen die gesteld worden aan de gecontracteerde zorgaanbieders onverkort van kracht voor de onderaannemers en dienen zij aan dezelfde voorwaarden te voldoen. Hierop wordt toegezien vanuit het contractmanagement en op basis van signalen of steekproeven met betrekking tot rechtmatigheid vanuit de toezichthouders. Nieuwe onderaannemers moeten ook worden gemeld bij de regio HvB. Daar waar zorgen omtrent kwaliteit spelen, wordt dit opgepakt in samenwerking met de IGJ.

Bijzonder is dat u aangeeft dat er sprake is van een groot aantal aanbieders en er zorgen zijn over de capaciteit van contractmanagement en wellicht toezichthouders, terwijl wij aanzienlijk zijn teruggegaan in het aantal aanbieders en juist sprake is van een overzichtelijk zorglandschap. Voor Segment 4 werken we hiervoor als regio in ieder geval met een apart samengesteld team. Daarnaast is de formatie van de toezichthouders uitgebreid. Als het gaat om de managementrapportages kunnen deze naar verwachting voor de zomer online op maat worden geraadpleegd door de elf gemeenten. Op basis van de ontwikkelopgave zal later ook meer kwalitatieve informatie worden

50 toegevoegd. De elf gemeenten kunnen deze informatie ook koppelen aan lokale informatie om tot een totaalbeeld te komen. Het is niet helemaal duidelijk welke verwachtingen de Rekenkamercommissie heeft ten aanzien van deze informatie of wat u mist. Reactie RMB: Het is de RMB bekend dat voor onderaannemers dezelfde eisen gelden als voor de aannemers. Het aantal aanbieders is inderdaad, zoals de ambtelijke reactie vermeldt, afgenomen vergeleken met de afgelopen periode. Het aantal onderaannemers is echter niet gelimiteerd en zou daarom alsnog tot een ’gat’ in het formele, afgesproken systeem kunnen leiden. Het is kennelijk toegestaan dat er een eigenaar van de onderneming is die het contract niet heeft ondertekend (“derde rechtspersoon”), zie CON, art. 20, lid 3. Dat kan vreemde consequenties hebben. Is dan de aanbieder een soort zetbaas van de eigenaar? Wat betekent dat voor de kwaliteit van de hulp? Hoe sluitend is de schriftelijke garantie die de eigenaar aan HvB dient af te geven? Is de “derde rechtspersoon” ook gebonden aan de integriteitseisen? Waarom verbiedt regio HvB deze constructie niet? Ambtelijke reactie: Uw opmerkingen over de derde rechtspersoon kunnen we niet plaatsen. Deze bepaling in de overeenkomst Segment 4 (art 20.3) heeft betrekking op de situatie wanneer continuïteit van jeugdhulp risico loopt.

In die gevallen waar er dan sprake is van meer dan 50% eigendom van een derde, moet deze derde garant staan voor drie maanden jeugdhulp. Als we zouden proberen te verbieden dat jeugdhulpinstellingen geen moeder- of overkoepelende organisatie zouden mogen hebben, handelen we disproportioneel en zouden we waarschijnlijk ook onvoldoende inschrijvingen overhouden, omdat we bij veel aanbieders dergelijke constructies zien. Vandaar deze oplossing. Het controleplan is momenteel in de maak en wordt voor 1 juli voorgelegd aan jeugdhulpaanbieders en vervolgens bestuurlijk vastgesteld. Reactie RMB: De strekking van CON art. 20 lid 3 is de RMB bekend. De zorg van de RMB geldt het feit dat er kennelijk een derde rechtspersoon kan zijn, de eigenaar, die de overeenkomst met de regio HvB niet heeft ondertekend. De vraag blijft onbeantwoord of voldoende is uitgesloten dat de invloed van deze eigenaar ten koste gaat van de kwaliteit van de verleende hulp.

De overeenkomst vermeldt dat het (onverhoopt) mogelijk is dat een aanbieder onvoldoende (gekwalificeerde) medewerkers inzet, CON, art. 24, lid 6, blz. 17/18. Gezien de eisen m.b.t. de kwaliteit van medewerkers, kan dit zich uiteraard alleen voordoen als dit aan de controle van regio HvB is ontsnapt. Dit roept de vraag hoe streng de controle vooraf op de kwaliteit van het personeel zal zijn. Zoals al eerder opgemerkt, is de eis om kwaliteit te verbeteren of er verantwoording over af te leggen moeilijk, zo niet onmogelijk zonder sluitende en concrete definitie van wat kwaliteit is. Eenzelfde soort opmerking geldt voor een “naar behoren” uitvoeren van de overeenkomst. Als “naar behoren” niet exact genoeg wordt gedefinieerd, wordt contractmanagement lastig. De sturingsinstrumenten die in CON, art. 15, blz. 12, lid 2 worden opgesomd, lijken

51 dan bij voorbaat bot, omdat er eerst eventueel via overleg met aanbieder vastgesteld moet worden of de aanbieder in gebreke kan worden gesteld. Volgens CON, art. 17, lid 2 stelt HvB een controleplan op. Wanneer is deze gereed en met wie wordt het controleplan gedeeld? Hebben de gemeenten hierbij een inbreng? Omvat het controleplan alle elementen die staan in artikelen 16 en 17? De gewenste indiening en indeling van financiële verantwoordingsstukken lijkt vrij standaard te zijn, meer zoals gebruikelijk in de private sector. Gezien de bijzondere positie van de zorgsector (soms moeilijk waar te nemen productie en soms moeilijk te traceren kosten) geeft dit geen garantie dat misbruik van zorggeld kan worden voorkomen. Een zorg van de RMB betreft ook de verantwoordingsrapportages aan de elf deelnemende gemeenten. Wat gaat de verantwoording door de regio aan de gemeenteraden inhoudelijk voorstellen? Er wordt ook geen zekerheid geboden dat iedere gemeenteraad zicht krijgt op de bereikte resultaten bij de eigen gemeente. De verantwoording wordt immers gegeven op het niveau van de regio, maar niet op het niveau van de gemeenten. Daarmee samenhangend is ook de vraag of er voldoende capaciteit bij regio HvB aanwezig is om aan de door de regio zelf opgestelde eisen van contractmanagement te kunnen voldoen, gegeven het grote aantal aanbieders in segment 4.

5. Implementatie van het nieuwe stelsel 5.1 Inleiding Naast de hiervoor besproken contractdocumenten, bestaat er een door de regio HvB uitgebracht “Handboek werkinstructies implementatie inkoop jeugd 20232027”. Deze instructies zijn opgesteld in samenwerking met de gemeenten en de geselecteerde zorgaanbieders. Deels is dit document een herschrijving van de overeenkomsten met de zorgaanbieders in de diverse segmenten. De werkinstructies worden omschreven als een “dynamisch document”. Veranderingen zouden bijvoorbeeld kunnen optreden als uit de aankomende Hervormingsagenda volgt dat wettelijke regelingen en definities, bijvoorbeeld met betrekking tot de jeugdhulpplicht, gaan veranderen. De RMB heeft in maart 2023 interviews gehouden met de regio HvB en onze vier gemeenten. Het doel van de interviews was een beeld te vormen van de start van de implementatiefase. De RMB zal eind 2023, in de derde fase van het onderzoek, de nieuwe uitvoeringspraktijk beoordelen. Hieronder wordt de implementatie voor de Toegang en het contractmanagement kort besproken. Dit zijn voor de gemeenteraden de elementen waarop zij via hun kaderstellende en controlerende rol invloed kunnen uitoefenen. Tot slot maakt de RMB enkele concluderende opmerkingen.

52 5.2 Gemeentelijke toegang De gemeenten zijn autonoom bij de inrichting van de Toegang en de verantwoording over de Toegang aan de raden. De gemeenten geven aan dat zij bij de inrichting uitgaan van samenwerking met de andere gemeenten en met de regio HvB. De inrichting van de Toegang door een gemeente zou dan beschouwd kunnen worden als een proeftuin, waar de andere gemeenten van kunnen leren om – al dan niet – de jeugdzorg zo beheersbaar mogelijk te houden. Met de beperkte middelen en menskracht kan zo op een efficiënte wijze de praktijk stap voor stap verbeterd worden. Toch menen de gemeenten dat de situatie van de Toegang kwetsbaar is, vooral bij het vasthouden en vinden van deskundige medewerkers. De gemeenten geven enerzijds aan dat er enige zorg is over de beschikbare capaciteit en anderzijds dat er veel energie aanwezig is om het gezamenlijk beter te gaan doen. Ambtelijke reactie: Wij onderschrijven deze constatering over de kwetsbaarheid en houdbaarheid van de toegangen, maar er is ook aangegeven dat wij het toekomstig proces zoveel mogelijk efficiënt en effectief willen maken. Daar waar er sprake is van jeugdhulp of Wmo, is het streven die zo snel mogelijk aan de zorgcoalities over te laten om dubbel werk te voorkomen. Verder is, als het gaat om Segment 4, nog steeds de toegang verantwoordelijk zoals dat in de vorige inkoop ook het geval was.

Dit is ook in het gesprek met de delegatie van het regionaal programmateam aan de orde gekomen. Reactie RMB: De RMB stelt vast dat in de ambtelijke reactie de kwetsbaarheid van de toegang wordt erkend. De vraag blijft echter onbeantwoord of de toegang voldoende capaciteit heeft om de taken die al bestonden, plus de daarbij gekomen nieuwe taken, zoals coördinatie en toezicht op de verwijzingen door het medisch domein, met succes te kunnen uitvoeren. Dit is een bestuurlijke vraag voor de gemeentebesturen. Dit punt keert terug in de bestuurlijke nota. De gemeenten stellen dat de gegevens over de verwijzing door de gemeentelijke toegang in principe beschikbaar zijn, maar dat deze data nog niet zijn ontsloten. De gegevens over alle ‘klantreizen’ zijn wel aanwezig, maar niet makkelijk te ontsluiten. Daarbij zijn er meer factoren die meespelen bij de beoordeling van alle hulpvragen, situaties en zorgverlening. Het duiden valt nog niet mee. Daarbij moet ook worden voldaan aan de eisen van de AVG/privacywetgeving. De gemeenten menen dat de beheersing van de uitgaven kan worden gerealiseerd door de klantmanager van de gemeente die let op de einddatum van de beschikking. De klantmanager houdt ook tussenevaluaties tijdens het zorgtraject. De gemeenten willen het zorgtraject ook beter gaan monitoren. Dit is in ontwikkeling.

53 5.3 Contractmanagement De regio HvB geeft periodiek kwantitatieve sturingsinformatie aan de gemeenten, waarmee de gemeenten kunnen zorgen voor de verantwoording aan bijvoorbeeld de gemeenteraad. De regio HvB bereidt momenteel een dashboard voor met ‘real time’ gegevens over aantallen cliënten in de diverse segmenten, behandelduur, afschaling en opschaling, enz. Vanaf de zomer 2023 zal dit dashboard naar verwachting beschikbaar komen voor de gemeenten. De gemeenten kunnen deze informatie benutten voor de ondersteuning van hun §bestuurders en voor de verantwoording aan de gemeenteraden. Dit dashboard betreft jeugdzorg bij de zorgaanbieders, maar bevat geen gegevens over de verwijzing door de toegang naar het voorliggend veld. Zoals in §4.6 is beschreven zijn de taken van het contractmanagement ook voor de regio HvB aanzienlijk. De regio geeft aan over voldoende capaciteit en kennis te beschikken om deze werkzaamheden uit te voeren, die uit de contracten voortvloeien. Opmerkingen van de RMB Het is de RMB opgevallen dat in het eerdergenoemde “Handboek” de rol van de Toegang bij de verwijzing niet helder is weergegeven. Als een verwijzing naar S1 opportuun blijkt te zijn, zal zorgaanbieder Crossroads participeren in het opstellen van het plan van aanpak. Daarna zal Crossroads met de jeugdige het behandeltraject opstellen (Handboek, §5.1.1, blz. 17).

Bij een verwijzing naar S4 echter wordt in §5.2.1 niet aangegeven welke actor of actoren het plan van aanpak en het behandeltraject bepaalt of bepalen. De figuur op blz. 25 suggereert wel dat het opstellen van het plan van aanpak een gezamenlijke activiteit is van toegang en zorgaanbieder. Tijdens het gesprek met de gemeenten wees de RMB op het optimisme in 2015, toen de jeugdzorg aan de gemeenten werd overgedragen. Toen was het hoofdargument dat de gemeenten dichter bij de jongeren zouden staan en daardoor het stelsel beter zouden kunnen beheersen. Toch bleek al gauw dat de kostenstijging van de jeugdzorg onhoudbaar dreigde te worden. Het verschil met 2015 is echter dat in 2023 bij de regio en de gemeenten het besef overheerst dat de jeugdzorg in een kritieke fase is beland. Daarom zijn de regio en de gemeenten bezig een aantal vernieuwingen door te voeren in een poging om de jeugdzorg weer beheersbaar te maken. De RMB adviseert de gemeenteraden om in 2023 te letten op de specifieke verantwoordelijkheid van iedere gemeente voor de jeugdzorg en de implementatie – in 2023 en ook later nog - op de voet te volgen. De RMB wijst de gemeenteraden op het eigen handelingsperspectief bij de inrichting van de toegang, adequate sturingsinformatie, voldoende gemeentelijke capaciteit en een heldere verantwoording aan de gemeenteraad.

Ambtelijke reactie: Resumerend herkennen wij de aandachtspunten die u schetst in uw advies. Daar heeft u in het gesprek met de delegatie van het regionaal programmateam en de beleidsmedewerkers van de vier gemeenten uitvoerig over gesproken. Wij zien echter de input die in beide gesprekken aan u is gegeven of de met u gedeelde overwegingen die tot bepaalde keuzes hebben geleid, onvoldoende terug. Wij zouden het op prijs stellen wanneer u

54 onze reacties alsnog een plaats kunt geven in uw advies. Indien u behoefte heeft aan nader overleg of verduidelijking, zijn wij daartoe graag bereid. Reactie RMB: de voorliggende nota van bevindingen bevat een analyse van de contracten en een korte schets van het begin van het implementatieproces begin 2023. Hierbij heeft de RMB goed kennisgenomen van de inhoud van de gesprekken die we hebben gevoerd met het programmateam van de regio HvB op 13 maart 2023 en met de gemeentelijke contactpersonen (gezamenlijk) op 30 maart 2023. Deze interviews hebben de RMB inzicht gegeven in de ambities van de regio en gemeenten. Hierbij bleek ook de energie waarmee de betrokkenen werken aan de implementatie van de in november 2022 afgesloten contracten. In de bestuurlijke nota zal de RMB de bevindingen voorzien van conclusies en aanbevelingen, vooral gericht op het handelingsperspectief van de gemeenteraden. De RMB is alle betrokkenen bij de regio HvB en onze vier gemeenten erkentelijk voor de actieve en constructieve medewerking aan dit onderzoek.

55

Bijlage 1: Bestuurlijke uitgangspunten voor de inkoopstrategie De gemeenteraden van de regio Hart van Brabant hebben ingestemd met de volgende uitgangspunten voor de jeugdzorg. 1. Naar een meer gesloten financiering. We kiezen voor een inkoopvorm waarbij we de kosten beter kunnen beheersen, met een minder grote financiële prikkel voor aanbieders. Beheersing van de kosten, inzicht in productie, kwaliteit en resultaat zijn hierbij belangrijk. Een taakgerichte inkoop draagt bij aan de genoemde uitgangspunten. Niet voor alle segmenten is een taakgerichte inkoop geschikt of realiseerbaar. Een (beperkt) deel van de ondersteuning zal daarom via een andere systematiek worden ingekocht. 2. Normaliseren. We willen iedere inwoner de mogelijkheid geven om mee te doen. We willen dat meer doen met algemene of collectieve voorzieningen. Als dat niet voldoende is zetten we individueel maatwerk in. Niet meer dan nodig en ook niet langer dan nodig. We kijken daarbij kritischer naar het hulpaanbod. We zetten in op bewezen effectieve methoden die passen binnen het wettelijk kader. 3. Verbeterde lokale samenhang. Doordat we veel aanbieders gecontracteerd hebben is het overzicht verdwenen en zijn verbindingen vervaagd. We willen een herkenbaar aantal aanbieders per gebied (wijk, dorp) of per doelgroep.

We contracteren aanbieders die zich committeren aan de lokale opgaven en de verbinding zoeken met het voorliggende aanbod. De gecontracteerde aanbieders moeten dus bijdragen aan de couleur locale. Niet alle onderdelen lenen zich hiervoor. Denk b.v. aan hoog specialistische en intramurale Jeugdhulp. 4. Werk (ook participatie en opleiding) is de beste zorg. Werk biedt sociale contacten, betekenis en geeft een betere financiële basis. Werk vermindert de vraag naar hulp. We streven naar een integrale benadering van het sociaal domein. Daarom willen we mogelijk maken dat participatie en de onderdelen in de Wmo die te maken hebben met werk en dagbesteding in samenhang kunnen worden ingekocht. We willen hier met de nieuwe inkoop de voorwaarden voor realiseren. Daarnaast kunnen we de samenhang tussen zorg- en participatie-aanbod ook op andere manieren versterken, bijvoorbeeld: • Eenduidige/ meer samenhang bij indicatiestelling en diagnostiek • Flexibele en (direct) toegankelijke dienstverlening van zorg en participatie voor elkaars klanten zodat een combi aanpak zorg-participatie op maat mogelijk is • Gelijke uitgangspunten opnemen in afspraken met álle aanbieders in het sociaal domein (bijvoorbeeld omarmen uitgewerkte leidende principes, geen cliënten doorsturen zonder warme overdracht) • Gezamenlijk gebruik van infrastructuur, plekken, expertise/ personeel 5.

Eenvoudiger en selectiever systeem. Door indicatiestelling hebben we een drempel opgeworpen voor inwoners. Door bij melding direct het goede gesprek aan te gaan en sneller praktische hulp te verlenen zijn we klantvriendelijker en kunnen we selectiever zijn in wat we aanbieden. Veel hulpvragen raken aan bestaanszekerheid en snelle hulp op deze terreinen helpt om zorgkosten te verminderen. We willen dus meer en laagdrempeliger hulp bieden vóór een eventuele indicatie c.q. beschikking.

6. Misbruik voorkomen. In de nieuwe contractering selecteren we aanbieders strenger en maken we scherpere afspraken (kwantitatief en kwalitatief) waarop we beter kunnen handhaven. Daarbij kun je denken aan opleidingseisen, kwaliteit van interventies en normen over winst, personeelsratio’s, het volgen van de CAO, voldoen aan de Wet normering topinkomens en financiële constructies. Daarbij handhaven we door contractmanagement en toezicht.

56

Bijlage 2: Houtskoolschets inkoop jeugdzorg

57

Bijlage 3: Data over volume en kosten van de jeugdzorg HilvarenLoon op Nederland Dongen Goirle beek Zand Eerste halfjaar 2015 6,5% 7,2% 4,4% 6,8% 8,2% Tweede halfjaar 2015 6,9% 6,9% 5% 6,6% 8,9% Eerste halfjaar 2016 7,8% 7,3% 5,9% 8,5% 8,9% Tweede halfjaar 2016 8,6% 7,7% 6,6% 9,7% 9,5% Eerste halfjaar 2017 7,5% 7,4% 5,5% 9,4% 9,5% Tweede halfjaar 2017 8,2% 8,5% 6,3% 10,7% 9,9% Eerste halfjaar 2018 10,2% 9,3% 7,3% 11,7% 9,7% Tweede halfjaar 2018 11% 9,9% 8,4% 13% 10,4% Eerste halfjaar 2019 12% 9,9% 7,9% 12,8% 10,4% Tweede halfjaar 2019 12,2% 9,8% 7,8% 12,1% 10,6% Eerste halfjaar 2020 12% 10,3% 8,8% 10,9% 10,1% Tweede halfjaar 2020 12% 10% 8,5% 10,4% 10,3% Eerste halfjaar 2021 12,7% 11% 8,9% 10,5% 10,9% Tweede halfjaar 2021 11,9% 10,9% 8,2% 10,6% 10,4% Bron: CBS-jeugd, Waarstaatjegemeente, raadpleging 29-12-2021 en 14 mei 2022. Noot: Vanaf 2021 was er sprake van een toename van jeugdhulpaanbieders die gegevens aanleverden. Hierdoor zijn de uitkomsten over jeugdhulp over de jaren 2021 en later niet goed te vergelijken met de uitkomsten over de jaren 2015 t/m 2020.

Tabel: lasten van de jeugdhulp in de RMB-gemeenten 2017

2018

2019

2020

€ 4.767.862 € 552.808 € 5.320.670

€ 5.278.311 € 509.000 € 5.787.311 9%

€ 6.904.080 € 586.000 € 7.490.080 29%

€ 7.271.062 € 621.160 € 7.892.222 5%

Dongen Maatwerkdienstverlening 18– (6.72) Geëscaleerde zorg 18– (6.82) Totaal 18– Stijging lasten t.o.v. jaar daarvoor

€ 3.904.000 € 515.000 € 4.419.000

€ 5.802.000 € 437.000 € 6.239.000 41%

€ 6.088.000 € 423.000 € 6.511.000 4%

€ 6.193.000 € 428.000 € 6.621.000 2%

Loon op Zand Maatwerkdienstverlening 18– (6.72) Geëscaleerde zorg 18– (6.82) Totaal 18– Stijging lasten t.o.v. jaar daarvoor

€ 3.744.350 € 678.470 € 4.422.820

€ 5.441.211 € 494.280 € 5.935.491 34%

€ 5.781.503 € 585.308 € 6.366.811 7%

€ 5.476.000 € 574.000 € 6.050.000 --5 %

Hilvarenbeek Maatwerkdienstverlening 18– (6.72) Geëscaleerde zorg 18– (6.82) Totaal 18– Stijging lasten t.o.v. jaar daarvoor

€ 1.780.000 € 219.000 € 1.999.000

€ 1.944.000 € 171.000 € 2.115.000 6%

€ 2.362.000 € 250.000 € 2.612.000 23%

€ 3.373.000 € 0 € 3.373.000 29%

Totaal RMB-gemeenten

€ 16.161.490

€ 20.076.802

€ 22.979.891

€ 23.936.222

24%

14%

4%

Goirle Maatwerkdienstverlening 18– (6.72) Geëscaleerde zorg 18– (6.82) Totaal 18– Stijging lasten t.o.v. jaar daarvoor

Wijziging t.o.v. vorig jaar

Stijging lasten 20172020 48%

50%

37%

48%

NB: de taakvelden 6.72 en 6.82 zijn de twee onderdelen van de jeugdhulp, zie Divosa. De gegevens zijn afkomstig van de jaarrekeningen van de gemeenten.

58

Bijlage 4: Lijst van geraadpleegde documenten Segment 1 • Opdrachtbeschrijving Jeugdhulp Regio Hart van Brabant Segment 1: Hoog specialistische jeugdhulp versie 1.0 – 10 augustus 2022 • Gunningsleidraad Jeugdhulp Regio Hart van Brabant Segment 1: Hoog specialistische jeugdhulp 10- augustus 2022 • Overeenkomst Jeugdhulp Regio Hart van Brabant Hoogspecialistische jeugdzorg (1) • Overzicht jeugdhulpaanbieders Segment 4 • Opdrachtbeschrijving segment 4 Jeugdhulp Regio Hart van Brabant versie 1.0 – 16 augustus 2022 • Gunningsleidraad Jeugdhulp Regio Hart van Brabant Segment 4 versie 1.0 – 16-8-2022 • Raamovereenkomst Jeugdhulp Regio Hart van Brabant Inspanningsgericht • Overzicht jeugdhulpaanbieders Algemeen • Handboek werkinstructies Implementatie Inkoop Jeugd 2023-2027 Dynamisch document versie 2 december 2022 – 18:00 uur • Afbakening alternatieve hulp en jeugdhulp • Jaarverantwoording sociaal domein • Schema_afbakening_Jeugdwet-andere_wetten-2021 (1) • HvB Radenavonden: Presentatie Inkoop sociaal domein voor raden (december 2022 en januari 2023) - Dongen (12-1-2013), Goirle (11-12023), Hilvarenbeek (12-1-2013) en Loon op Zand (1-12-2022)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1526/documents/25696