CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Bijlage 2 Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant.pdf

Oordeelsvormend 26 september 2023, gemeente GoirleBij agendapunt: 3: Raadsvoorstel Ontwikkelstrategie SRBT en Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant22.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

•

Onderzoeken regio’s mogelijkheden voor intensivering bestaande terreinen;

•

Regionale grondprijsmethodieken en regionale uitgifteregels en protocollen.

2.

Provincie en stedelijke regio’s stellen een gezamenlijke aanpak

op voor de integrale afweging van belangen, ruimteclaims en passende ontwikkellocaties, mede in relatie tot het ruimtelijk voorstel dat de provincie moet maken voor oktober 2023. Uit dit traject volgt of er zoekgebieden mogelijk zijn voor nieuwe grootschalige werklocaties (met name voor grootschalige logistiek en grootschalige maakindustrie) in combinatie met mogelijkheden voor functiemenging met kwalitatief hoogwaardige bebouwing en architectuur en het toepassen van nieuwe concepten voor het ruimtegebruik van bedrijven. De betrokkenheid van waterschappen, rijk en landelijke gemeenten wordt nader afgestemd bij het opstellen van het plan van aanpak. Startpunten zijn: •

Gewenste positionering provincie en regio’s in gedragen ruimtelijkeconomische visies en -toekomstbeelden van Brabant en de economische rol en profilering van de regio’s daarbinnen;

•

Prognoses over de ruimtebehoefte van bedrijventerreinen (inbreng provincie);

•

Prognoses over ontwikkeling van de werkgelegenheid, inclusief de relatie met de demografische ontwikkeling en de ontwikkeling van de potentiële

60

beroepsbevolking (inbreng provincie en stedelijke regio’s); •

Toepassen van de lagenbenadering (randvoorwaarden/kansen vanuit water, bodem, landschap, natuur, wonen, voorzieningen, bereikbaarheid etc.);

•

Bestaande knooppunten/locaties (infrastructuur, multimodale bereikbaarheid incl. vaarwegen, energie, kennis en andere netwerken);

•

Kansen energietransitie: koppelen aan lokale kansen of Brabantbrede infrastructuur;

•

Gezamenlijke aanpak (X)XL-logistiek en het project GRIP op grootschalige bedrijfsvestigingen (inbreng provincie en rijk);

•

Inventarisatie van bestaande bedrijventerreinen en stedelijke interactiemilieus inclusief de plannen/keuzes die hiervoor al zijn gemaakt in gemeentelijke, regionale en provinciale trajecten (inbreng gemeenten);

•

Kansen en opgaven voor energie, grondstoffencascades (reststromen benutten ed) en andere aspecten van de (kringloop)economie (inbreng provincie);

•

De Brabantbrede verstedelijkingsstrategie en strategie per stedelijke regio als input voor de brede ruimtelijke afweging.

61

KAART. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

•

Verduurzaming van bedrijventerrein (in het kader van project Grote Oogst) • Met focus op energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie. Deze 13 terreinen zijn gezamenlijk goed voor 38% van de banen en 53% van het energieverbruik van Brabant.

•

Bedrijventerrein met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen • We spreken van knoopwaarde als minimaal 3 knoopfuncties gecombineerd worden (bij knoopfuncties gaat het over directe aanwezigheid van: goederenspoor, hoogspanningsnet, internationale wegcorridor, buistracé, haven, luchthaven, (hoog) stedelijke nabijheid).

•

Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen • Bedrijventerreinen waar eerder al afspraken over zijn gemaakt. In ontwikkeling tot 2030.

•

Bestaande werklocaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken Terreinen met zwaardere milieucategorieen • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken XXL logistiek locaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

62

•

Terreinen met uitgeefbare gronden (meer dan 5 Ha.) • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

63

5.

EERSTE UITWERKING VOOR DE BRABANTSE REGIO’S

Als basis voor het Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant

5.1.

ZUIDOOST-BRABANT

is een Brabantbrede verstedelijkingsstrategie opgesteld (Verstedelijkingsstrategie

De regio Zuidoost-Brabant bestaat uit 4 subregio’s: het Stedelijk Gebied

Brabant 2040) en werken de stedelijke regio’s aan ontwikkelstrategieën voor

Eindhoven (SGE), De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten. Voor het SGE is op

hun stedelijke regio. De vijf ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking

het BO-Leefomgeving van juni 2022 een verstedelijkingsakkoord afgesloten.

uit de Brabantbrede strategie en de resultaten van het onderzoek dat in de

Dit verstedelijkingsakkoord is in lijn met, en een belangrijke bouwsteen voor,

stedelijke regio’s is gedaan met het Dashboard Verstedelijking vormen de

het Brabantbrede Ontwikkelperspectief. Inmiddels stellen de 4 subregio’s van

basis van de ontwikkelstrategieën van de stedelijke regio’s in dit hoofdstuk. Het

Zuidoost-Brabant samen een ontwikkelperspectief op en is het proces gestart om

Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft het MIRT-onderzoek “Verstedelijking

alle vier de subregio’s aan te sluiten bij het Brabantbrede Ontwikkelperspectief.

en mobiliteit Brainportregio” uitgevoerd en in het BO-leefomgeving 2022 een

In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt de verbinding gelegd met het

verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten.

Brabantbrede Ontwikkelperspectief voor NOVEX Stedelijk Brabant. De ambitie is

Per regio zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste ambities en richtinggevende

dat de hele regio in de loop van 2023 is aangesloten op het proces voor NOVEX

keuzes weergegeven die voortkomen uit de ontwikkelstrategieën voor de

Stedelijk Brabant.

verstedelijkingsopgave van de regio’s. De stedelijke regio’s zullen deze met provincie en waterschappen verder uitwerken in een uitvoeringsagenda voor de stedelijke regio. Voor zover de ontwikkelstrategieën niet leiden tot integraal en regionaal afgewogen en gedragen keuzes voor de grotere verstedelijkingsvraagstukken (voor de periode tot 2040/50) neemt de provincie het initiatief om dit samen met de stedelijke regio’s verder op te pakken. Daar waar Rijk en/of regio opgaven zien die de Rijksbelangen raken haakt het Rijk aan bij deze processen en zal dit via de Stuurgroep Stedelijk Brabant in het BO Leefomgeving of het BO-MIRT worden geagendeerd.

Integrale kaart verstedelijkingsakkoord SGE

64

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

en rond de OV-knopen van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond-BSD. •

Na afronding van de majeure locaties is er in het SGE geen ruimte meer voor grootschalige uitleglocaties voor woningbouw.

•

Inzetten op duurzame vormen van vervoer (lopen, fiets en OV) en mobiliteitstransitie in combinatie met een schaalsprong OV (Eindhoven internationale knoop en busstation Neckerspoel).

•

Binnenstedelijk bouwen op een manier die ruimte geeft aan (binnenstedelijk) groen en water ten behoeve van zowel natuur, mens (recreatie, luchtkwaliteit) als een klimaatrobuust watersysteem. Daarbij versterken van bestaande en nieuwe groenstructuren in en rond dorpen en steden.

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Medio 2022 heeft de regio Zuidoost-Brabant besloten om voor de hele regio Zuidoost-Brabant één ontwikkelperspectief te maken in plaats van een aparte ontwikkelstrategie per subregio (SGE, De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten). Voor de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant zijn onderstaande ontwikkelprincipes vastgesteld: Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft op basis van het MIRT-onderzoek “Verstedelijking en mobiliteit Brainportregio” in het BO-Leefomgeving 2022 een verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten. Voor de subregio SGE in

•

richtinggevend voor alle nieuwe ontwikkelingen (lagenbenadering). •

gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie, duurzaamheid en toekomstbestendig

komen tot duurzame verstedelijking. De hoofkeuzes voor het SGE zijn:

bouwen. Na afronding van ‘majeure locaties’ kiezen we voor deze schaalsprong

De bodem, het watersysteem en het landschap zijn dragers voor de

in principe niet meer voor (grootschalige) uitleglocaties, maar voor versterking

netwerken en de inrichting van het SGE. Verstedelijking vindt plaats binnen de mogelijkheden die bodem- en watersystemen bieden en wordt aangegrepen om bodem en watersystemen te versterken. •

Zwaartepunt van woningbouw (tussen 2020 en 2040) ligt in de grootschalige binnenstedelijke verstedelijkingslocaties (Eindhoven binnen de ring, Helmond Centrum+ en ontwikkelas HOV4), afbouw van huidige verstedelijkingslocaties

Focus op inbreiding, transformatie en kwalitatief “aanbreiden” gericht op een kwaliteitsslag en koppelkansen met andere opgaven op brede welvaart,

Zuidoost-Brabant ligt er dus al een verstedelijkingsstrategie en set afspraken om te •

Bodem-, water- en landschappelijke structuren zijn in belangrijke mate

van bestaande steden en (regionale) kernen; •

Faciliteren en stimuleren van duurzame economische toplocaties en regionale bedrijventerreinen, primair voor het Brainport ecosysteem (de kennis- en maakindustrie), waarbij nieuw aanbod complementair moet zijn aan bestaand aanbod;

65

•

Inzetten op een mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer met robuuste structuren van (H)OV, fiets, lopen en mobiliteitshubs en een robuust hoofd- en onderliggend wegennet;

•

Revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en binnenstedelijke locaties;

•

Behoud en ontwikkeling van natuur en groen op alle schaalniveaus.

5.2.

STEDELIJKE REGIO ’S-HERTOGENBOSCH (SRsH)

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch heeft als onderdeel van de Brabantse Stedenrij tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.00060.000 nieuwe woningen, 35.000-42.000 extra arbeidsplaatsen. Daarnaast is er ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking. Doel is een leefbare, werkbare en klimaatrobuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. Netwerkregio bij uitstek - Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. Dan profiteren alle inwoners profiteren van de kracht van de stad en de pracht van de kernen en dorpen. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. Dit betekent een keuze voor (hoog) stedelijkheid in woon- en werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss, vernieuwing en verdichting in de middelgrote kernen en wijken en verbindingen maken met de dorpen. Daarbij past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op BRT, OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. Dit

66

wordt uitgewerkt in een regionaal mobiliteitspakket dat gekoppeld is aan deze verstedelijkingsopgave. Daarin worden de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk in beeld gebracht en de maatregelen die vervolgens nodig zijn. Dit uitgangspunt vertaalt zich ook in de behoefte aan een uitgekiend netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groene en blauwe verbindingen. De ambities op verstedelijking lopen parallel met investeringen in natuur en landschap, de regionale landschapsparken en de stad-land relaties. Een schaalsprong in stedelijkheid - Zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in de Brede Binnenstad (Spoorzone + Binnenstad) van ’s-Hertogenbosch en de Spoorzone van Oss (inclusief Pivot Park). Een schaalsprong in verdichting zorgt voor (hoog)stedelijke dynamiek. Dit is randvoorwaardelijk voor nieuwe woon- en werkgebieden die iets toevoegen aan de regio en de Brabantse stedenrij en het versterken van de regionale economie voor MKB, Agrifood, Logistiek, Life Science & Health en DATA. ’s-Hertogenbosch bouwt ca. 80% binnenstedelijk en werkt aan versnelling van de ontwikkelingen in de Spoorzone op onder meer het OV-Knooppunt, Willemspoort, JBZ, EKP, Innovatiekwartier, Bossche Stadsdelta en de Onderwijsboulevard inclusief inzet van de NOVEX Rijksbijdrage van 110 miljoen t.b.v. infrastructurele maatregelen Noordelijke Spoorzone en Station Oost en omgeving.

‘s-Hertogenbosch is door de lage ligging kwetsbaar voor wateroverlast en daarom

Aanpak van centrumgebieden en naoorlogse wijken - Knooppunt- en

wordt er gewerkt aan een vernieuwd regionaal watersysteem gebaseerd op

centrumontwikkeling is de hoofdopgave van de middelgrote kernen (Veghel,

sponswerking boven- en benedenstrooms. Dit komt ook terug in het Position Paper

Waalwijk, Boxtel, Uden, Meierijstad, Vught, Boxmeer en Cuijk). Doel is versterking

Brede Binnenstad. Voor Oss moet de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van de

van het polycentrisch netwerk van de regio. Dit betekent de ontwikkeling van

stations opgewaardeerd worden, de barrièrewerking van het spoor beslecht worden

(nieuwe) stedelijke interactiezones tussen centrum, economische kerngebieden

voor fiets- en autoverkeer en moet er een oplossing komen voor goederenvervoer

en HOV-knooppunten. Om dit te kunnen realiseren zijn er verschillende barrières

van en naar de Osse Haven. Dit komt terug in het Masterplan Spoorzone Oss en de

te slechten die de stedelijke ontwikkeling belemmeren. Dit betreft de barrière

Spooragenda Oss dat deel uitmaakt van het regionale mobiliteitspakket.

van infrastructuur (spoorweg, vaarweg of autoweg), geïsoleerde ligging van werklocaties, noodzakelijke transformatie van fabrieks- of bedrijfsruimten,

67

Brabantbrede werkwijze voor de dorpenstrategie) een regionale aanpak met bijbehorend instrumentarium (planologisch, juridisch en financieel) om maatwerk te kunnen bieden om de leefbaarheid in de kernen te verbeteren en transformatie van bestaande voorraad te versnellen. De werkwijze richt zich op de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en maatwerk op het niveau van wet- en regelgeving (tot uitvoeringsniveau (opwaardering publieke ruimte in de kernen). Het kan ook experimenten met welstand, woningsplitsing, eigen bouw en tijdelijkheid betreffen. Het principe “inbreiden voor uitbreiden” staat centraal. Dit principe betekent niet dat bouwen aan de randen van bestaande bebouwing op voorhand niet mogelijk is. Er ontwikkelpotentie BRT/HUBS, versteende openbare ruimte of veiligheidsissues t.a.v. water, gevaarlijke stoffen of geluid/trilling. De maatregelen die nodig zijn om deze barrières te slechten en die een hefboom zijn voor vergroening en kwaliteitsverbetering worden in beeld gebracht. De naoorlogse wijken bieden kansen voor verdichting (met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten). Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Versnelling van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken is belangrijk.

Dat betekent dat samen met de woningbouwcorporaties de revitalisering van de naoorlogse woonwijken meer prioriteit krijgt met als doel deze concurrerend, duurzaam en vitaal te houden. Dit leidt bovendien tot meer differentiatie in het woningaanbod, versterking van de sociaal-economische structuren en een hefboom voor opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit en leefbaarheid (met een kwaliteitsslag in de buitenruimte). Maatwerk in het landelijk gebied - Voor toekomstvaste, leefbare en vitale kernen en dorpen is maatwerk en vernieuwing nodig. Hier kunnen kleine ingrepen voor grote veranderingen zorgen. Uitgangspunt is daarom (in combinatie met de

68

wordt voorgebouwd op de geleerde lessen uit het Regiodealproject “Leefbaarheid van de dorpen in Noordoost-Brabant” en de aanbevelingen van de Raad voor de Leefomgeving. Samenwerken als 1 overheid - De komende periode werken regio, Rijk en provincie samen aan uitvoeringsafspraken die gaan helpen in de duurzame verstedelijking in de stedelijke regio. Richting het BO MIRT 2023 betreft het o.a. concrete afspraken over het regionale multimodale mobiliteitspakket en de schaalsprong in stedelijkheid in ‘s-Hertogenbosch en Oss.

5.3

STEDELIJKE REGIO BREDA-TILBURG (SRBT)

leefbaar te houden. De systeemsprong gaat uit van een integrale aanpak en omvat tevens een sprong naar een robuust en klimaatadaptief water-, bodem-,

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

natuur- en energiesysteem. Op deze manier zijn we in staat de brede welvaart voor alle inwoners van de regio te verhogen en eerlijk, inclusief over stad en land te verdelen. De verstedelijkingsopgave in de SRBT is daarmee ook een sociaalmaatschappelijke opgave. (Inter-)nationale schakel- en kennispositie - De stedelijke regio Breda Tilburg heeft een internationale schakelpositie in het stedelijk Netwerk van Nederland via water (zeehaven), spoor (HSL), weg en buisleidingen. De strategische ligging tussen de zee, de Randstad, Antwerpen, Brainport Eindhoven en Chemelot, belangrijke economische clusters en energievoorzieningen, in combinatie met aantrekkelijke steden en dorpen in een aantrekkelijk en gevarieerd landschap (drie nationale parken) en topleisure-attracties als de Efteling en Beekse Bergen, vormen de basis voor de ruimtelijke keuzen van de regio. Naast de geografische schakelpositie onderscheidt de SRBT zich van andere regio’s

De stedelijke regio Breda Tilburg heeft als onderdeel van NOVEX Stedelijk Brabant tot 2040 een opgave van ongeveer 80.000 woningen en ongeveer 70.000 -80.000 extra arbeidsplaatsen. De regio wil deze woningbouwopgave inzetten om een noodzakelijke systeemsprong te maken. De regio is namelijk relatief uitgestrekt en de interactiemilieus van Breda en Tilburg - nodig voor innovatie van de economische topsectoren - zijn nog te weinig verbonden met de over de regio verspreide economische clusters. Die verbinding moet zowel qua fysieke infrastructuur (m.n. OV) als qua netwerk en ecosysteem van stedelijke innovatiehotspots en incubators die ondersteunend zijn aan de innovatiekracht van de productielocaties op industrieterreinen en platteland worden versterkt. De stedelijke regio Breda Tilburg zet daarom in op het intensiveren van bestaand stedelijk gebied, versterking van de multimodale connectiviteit om daarmee de stedelijke interactiemilieus impulsen te geven en de bestaande dorpen

door een unieke combinatie van kennis en kunde op het gebied van toegepaste, mensgerichte digitale technologieën. We noemen dit Human Centered Innovation (HCI). In de SRTBT-regio komen ‘alfa’ (gedragswetenschappen, juridisch-ethische vraagstukken, vrijetijdswetenschappen, creatieve industrie, verbeelding) en ‘bèta’ (AI, data, gaming, immersive technology, robotica) bij elkaar en versterken elkaar. Met de Universiteit van Tilburg, BUas, NLDA en de Avans en Fontys Hogescholen als focuspunten, maar ook bij MBO-instellingen als Curio en ROC Tilburg heeft een sterke kennisbasis. Het benutten van die basis en de transitie naar een kennisintensieve, digitale en circulaire economie vraagt om een diversiteit van werkmilieus die meer dan vroeger met elkaar verbonden zijn. Stedelijke innovatiemilieus, fieldlabs, campussen en klassieke bedrijventerreinen moeten in de SRBT met elkaar een innovatie ecosysteem gaan vormen. Het mobiliteitssysteem moet daarop worden afgestemd.

69

Stedelijke interactiemilieus en mobiliteit - Het zwaartepunt van de systeemsprong en groeien naar meer stedelijkheid ligt in de oost-west band van verstedelijking, in het midden van de stedelijke regio inclusief Oosterhout en Waalwijk. Centrumsteden zijn Breda en Tilburg. We zetten in op hoogstedelijke en stedelijke mixmilieus in de spoorzones en binnensteden van Breda en Tilburg. Zo draagt de verstedelijking bij aan de economische kracht van deze regio en het aantrekken van talent. Op deze plaatsen zetten we in op stedelijke klimaatadaptatie en duurzaam verplaatsen (voet, fiets, bus en trein). Daarmee blijft er op regionale schaal ruimte om te verplaatsen per (vracht)auto. De geconstateerde spanning tussen de opgave van wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen speelt nadrukkelijk ook in SRBT en vraagt om handelingsperspectief. De groeiende mobiliteitsvraag vangen we zo veel mogelijk op door het beter benutten van de huidige systemen en infrastructuur w.o. de stations, door het versterken van de assen Breda-Oosterhout-Gorinchem-Utrecht en TilburgWaalwijk met (nieuwe) HOV/BRT-hubs en door met de verstedelijkingskeuzes bij te dragen aan gedragsverandering en het tegengaan van mobiliteitsarmoede.

Het goederenvervoer versterken we door ontwikkelingen te concentreren rond multimodale plekken, ,, door het versterken van havens en het geschikt maken van vaarwegen voor hogere vaarklassen. De kennisclusters (Kennis-as Tilburg en Innovatiekwartier Breda) zijn van belang voor de innovatiekracht van de hele regio. Deze kennisclusters willen we beter verbinden met de economische clusters (zoals Moerdijk, Waalwijk, Amercentrale, Oosterhout, Maritiem cluster Werkendam, Zundert) die meer aan de randen van de regio liggen, o.a. door verbetering van de OV-structuur. Ook realiseren we meer gevarieerde en stedelijke woonmilieus rond de stations van Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Etten-leur, Zevenbergen en Oisterwijk en bij HOV-HUBs in Waalwijk en Oosterhout. Deze stations en dat van Lage Zwaluwe worden omgebouwd tot mobiliteitshubs voor het achterland.

70

Ook de kernen Berkel-Enschot, Goirle, Vlijmen, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek en Terheijden zijn vanwege hun nabijheid van stations onderdeel van de stedenband. Hier willen we inzetten op intensivering van HOV. Steeds met nadrukkelijke aandacht voor bycicle oriented development. Revitaliseringsopgave naoorlogse wijken - De naoorlogse wijken en buurten bieden kansen voor verdichting, met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten, maar ook in de dorpen elders in de regio. Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Daarom zetten we in op het versnellen van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken. Hier is de hefboom in de bestaande voorraad groot. Samen met de woningbouwcorporaties geven we de naoorlogse woonwijken meer prioriteit en gaan we aan de slag om onze buurten aantrekkelijk, duurzaam en vitaal te houden.

Dorpenstrategieën - De dorpenstrategien vormen een zeer wezenlijk onderdeel van

en een klimaatadaptieve stedelijke regio. Blauw-groene dooradering tot diep

de ontwikkelstrategie SRBT. Deze moeten de gemeenten nadrukkelijk gaan helpen

in stad en dorp draagt ook bij aan een gezonde regio. We versterken de relatie

en niet beperken in het realiseren van de specifieke opgaven in dorp en kleine kern.

tussen het buitengebied en de steden en de dorpen en bouwen op plekken die

In de dorpen in het zuiden, het midden en het noorden van de regio zetten we in op

verantwoord zijn vanuit een duurzaam watersysteem. We zetten in op ruimte voor

het opgang brengen van doorstroming in de woningmarkt door het toevoegen van

landschappelijke verbindingen (groene scheggen) als geleding van het bebouwd

woonmilieus in die aansluiten bij veranderende behoefte (met name de groei van

gebied, groene buffers tussen de dorpen en steden en de ontwikkeling van

het aantal één en twee persoonshuishouden) en de leefbaarheid. We onderzoeken

stadsregionale landschapsparken bijvoorbeeld tussen, Etten-Leur en Breda, Breda

strategieën voor verdichting, transformatie en het mixen en kleinschalig uitbreiden

– Gilze en Rijen en Oosterhout, Gilze en Rijen en Tilburg, Hilvarenbeek-Tilburg,

met koppelkansen ter versterking van de leefbaarheid en het dorpse karakter .

Loon op Zand-Tilburg (Pauwels) en tussen Waalwijk, Drunen en ’s-Hertogenbosch

In de centrumdorpen zetten we in op het in stand houden van de voorzieningen

die de steden en dorpen beter verbinden met de omliggende natuurgebieden.

en (nieuwe vormen van) OV bereikbaarheid en/of nieuwe vormen van gedeelde

Deze parken zorgen bovendien voor een betere ecologische verbinding tussen

mobiliteit. In de dorpen in het kleigebied vraagt waterveiligheid aandacht in relatie

de zandgronden ten zuiden van de stedenband en de kleigebieden ten noorden

tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de dorpen op het zand zetten we in op

daarvan. De concrete zonering, plekken en invulling voor de ‘landschapsparken’ en

verstedelijking in combinatie met het langer vasthouden van water (versterken

‘scheggen’ en’ ‘buffers’ worden door partijen nog nader bepaald en uitgewerkt. De

sponsfunctie).

landbouw zien we daarbij als belangrijke drager en beheerder van het landschap, gericht op een doorontwikkeling van agrarische gebieden naar natuurinclusieve en

Powerport Moerdijk - De opgave om te komen tot energietransitie heeft grote

duurzame voedselproductielandschappen, grondstoffenproductielandschappen en

impact op Moerdijk. Het betreft de ontwikkeling van Powerport Moerdijk (o.a.

natuurlandschappen.

aanlandingspunt voor windenergie van zee op land) in combinatie met de transitie naar een meer circulaire economie (o.a. Deltacorridor). De regio zet met rijk en

Samenwerken als 1 overheid - We werken als negentien regio-gemeenten en

provincie in op een integrale (de pilot MIEK beperkt zich tot versnelling en infra) en

vier waterschappen de komende periode samen met Rijk en provincie aan

gebiedsgerichte aanpak en ontwerptafel voor de nationale opgave van Powerport

uitvoeringsafspraken voor duurzame verstedelijking in de SRBT. Richting het

Moerdijk incl. energieknoop Amercentrale i.r.t. de verstedelijking in SRBT (het gebied

BO MIRT 2023 werken we o.a. verder aan concrete afspraken met het Rijk over

Moerdijk-Drimmelen-Geertruidenberg e.o.), waarbij de kansen, opgaven en impact

de systeemsprong, over het regionale multimodale mobiliteitssysteem, over het

van de energietransitie en grondstoffentransitie (circulariteit) op de het landschap

water-, bodem- natuur- en energiesysteem en de economische innovatie van de

en de verstedelijking in beeld worden gebracht.

regio. Als BZK-pilot RIA willen we in 2023 ook de publiek-private samenwerking, (co)financieringsstrategieën, regionale fondsvorming verder onderzoeken en

Landschap, natuur en landbouw in de stedelijke regio SRBT - Het investeren in de

vormgeven.

kwaliteit van het landschap, in combinatie met een klimaatrobuust watersysteem, zien we als belangrijke randvoorwaarde voor de systeemsprong in stedelijkheid

71

5.4

STEDELIJKE REGIO WEST-BRABANT WEST

Versterken steden Bergen op Zoom en Roosendaal en omliggende middelgrote kernen Uitgangspunt is het versterken van de twee complementaire middelgrote

Zie voor totale kaart en legenda

steden Bergen op Zoom en Roosendaal in samenhang met de omliggende

pagina 20 en 21

middelgrote kernen. De woningbouw wordt ingezet als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen (denk daarbij aan energietransitie, mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, vergroening en sociale opgaven, waaronder het afnemende draagvlak voor voorzieningen en versterking van zwakkere wijken). Het accent voor de woningbouw ligt op het verdichten in de steden. Met verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal worden nieuwe stedelijke woningtypes en stedelijke interactiemilieus toegevoegd. In Zevenbergen en Oudenbosch wordt de ontwikkelen van meer stedelijke milieus gekoppeld aan de stationslocaties. De realisatie van huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay) is belangrijk in het kader van het beter afstemmen van de woningbouw op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt Het gaat hierbij zowel om productiemedewerkers als kenniswerkers. Daarbij wordt ook geëxperimenteerd met flexibele bouw- en woonvormen om daarmee een bijdrage te leveren aan de acute woningnood. Woningbouw voor vitale dorpen - Woningbouw in de kleinere kernen wordt ingezet om kleinere kernen vitaal te houden. Dat betekent o.a. aandacht voor huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay) en flexibele woningbouw.

De stedelijke regio West-Brabant-West kent een lagere ruimtedruk dan de

Het betreft bij voorkeur ontwikkelingen die helpen binnendorpse opgaven aan te

omliggende stedelijke regio’s.

pakken. Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als er binnendorps

Dat biedt meer mogelijkheid dan elders om ruimtevragers een plek te geven.

geen ruimte of opgave ligt en de woningbouw bijdraagt aan het realiseren van

Dat maakt een goede afweging in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik des te

groen-blauwe opgaven.

belangrijker. De regio bouwt voort op de kansen die dat geeft in combinatie met de

72

goede bereikbaarheid, maar dan wel op een manier die inspeelt op de opgaven voor

Specialiseren en verduurzamen economische clusters - Belangrijk voor deze regio is de

de komende decennia op gebied van klimaat, energie, arbeidsmarkt en woon- en

specialisatie van de bestaande economische clusters en focus op Human Capital.

leefkwaliteit. De versterking van het karakter van West-Brabant West als regio op

Dit betekent dat de bestaande topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek

het snijvlak van “zand”, “klei” en “water” staat daarbij centraal.

in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green Chemistry /

of HOV-haltes, soms door mobiliteitshubs of lokaal maatwerk. Er is een belangrijke rol voor de fiets voor verplaatsingen tussen de kernen en naar de werklocaties. Belangrijke gebieden die multimodaal goed ontsloten moeten worden zijn: het regionaal ziekenhuis in Roosendaal, de economische hotspots in Bergen op Zoom, cluster Moerdijk, Aviolanda Woensdrecht in combinatie met de vliegbasis en AFC Nieuw-Prinsenland als ook de toeristische stadjes Klundert, Oudenbosch, Steenbergen, Willemstad, Zevenbergen en de toeristische gebieden op de Brabantse Wal rond Woensdrecht en Rucphen. Landschap West-Brabant-West groeit mee - De ontwikkeling van natuur en landschap groeit mee met groei van woningbouw en economie, met het versterken van het omliggende landschappen (o.a. NLDelta landschap, Zuiderwaterlinie, Grenspark Kalmthoutse Heide, Geopark) en het realiseren nieuwe zones die de verbinding leggen tussen bestaande landschappen en de woon- en werkgebieden voor recreatie, klimaatadaptatie (o.a. goede waterbalans en hittestress voorkomen), Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen) verder uitgebouwd worden. Specialisatie in het onderwijs moet nauw aansluiten bij behoeften in het regionale bedrijfsleven.

Deze regio zet in op het stimuleren van de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie. Mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer - Uitgangspunt voor deze regio is een mobiliteitstransitie in personen- en goederenvervoer met focus op lopen en fietsen, verblijfskwaliteit, slimme (deel)mobiliteit en openbaar vervoer voor de brede stedelijke regio, inclusief het landelijke gebied en de kleinere kernen. Het spoornetwerk is drager van het totale vervoersnetwerk waar de belangrijke woon- en werklocaties op aangesloten worden. Soms via (bestaande) treinstations

natuurversterking (o.a. buffer stikstofdepositie) en natuurinclusieve landbouw. Waar mogelijk wordt dit gecombineerd met interventies in het kader van de stikstofaanpak en de transitie van de landbouw.

Bijlage. Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2; signaleringskaart Water en ambitieladder. Signaleringskaart watersysteem Om te komen tot een goede afweging van uitleglocaties, kijken we integraal naar de kansen en belemmeringen in een regio. Rijk, Provincie en stedelijke regio’s hebben met elkaar een signaleringskaart water ontwikkeld. De kaart is bedoeld om het gesprek te starten over nieuwe stedelijke ontwikkelingen in relatie tot klimaatrobuust ontwikkelen. Voor de uiteindelijke afweging ten aanzien van klimaatrobuust ontwikkelen zijn de onderliggende kaartlagen belangrijk. Voor ontwerpprincipes op locatieniveau kan geput worden uit de Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ‘ als uitgangspunt. De signaleringskaart brengt de geschiktheid van een gebied voor stedelijke uitleg in relatie tot een klimaatbestendig en waterrobuust systeem op hoofdlijnen in beeld. De kaart is opgebouwd uit drie indicatoren:

ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater,

•

Waterveiligheid

circulaire huishoudwatersystemen etc.) waarbij het waterschap een

•

Wateroverlast

adviserende rol heeft vanuit de weging van het waterbelang.

•

Ruimte voor robuust watersysteem.

•

Groen zijn de gebieden die vanuit het watersysteem bekeken, en met

De komende periode lopen er verschillende processen die kunnen bijdragen

klimaatverandering in acht genomen, afweegbaar zijn voor nieuwe stedelijk

aan verfijning van de signaleringskaart (zoals botsproeven en stresstesten van

woon-en werkmilieus. Klimaatrisico’s zijn hier relatief beperkt en toekomstige

provincie, gemeenten en waterschappen, een nadere uitwerking principe ‘Water

kosten voor klimaatmaatregelen overzichtelijk. Uiteraard vraagt ieder ontwerp

en bodem sturend’ in het kader van het Rijksprogramma/ nadere richtinggevende

specifieke ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie

uitspraken NPLG, Waterdoelen provincie en waterschappen, Brabant Advies etc).

hemelwater, circulaire huishoudwatersystemen etc.

Nieuwe inzichten of concrete informatie uit deze trajecten verwerken we periodiek in de signaleringskaart.

•

Oranje zijn de gebieden die vanuit het watersysteem, en met klimaatverandering in acht genomen, beperkt geschikt zijn voor nieuwe stedelijke woon-en werkmilieus. Elke stedelijke ontwikkeling vraagt een goede integrale afweging

De kaart kent 4 kleuren:

op regionaalniveau: zijn er binnen de regio alternatieve locaties die geschikter

•

Zwart zijn de bestaande steden, dorpen, kernen, bedrijventerreinen. Op deze

zijn? In de oranje gebieden zijn forse investeringen nodig om duurzame

gebieden is de signaleringskaart niet van toepassing. Hier kan inbreiding

verstedelijking technisch mogelijk te maken. Deze meerkosten moeten in

of herontwikkeling aan de orde zijn, dan passen we de ambitieladder voor

een vroeg stadium in kaart worden gebracht want de haalbaarheid van

binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding en de Maatlat Klimaatadaptief

klimaatrobuust- en veilig bouwen in oranje gebied is kostbaar. Om afwentelen

bouwen toe. Iedere binnenstedelijke ontwikkeling vraagt om specifieke

in tijd en ruimte te voorkomen moet het al dan niet stedelijk ontwikkelen van

•

oranje gebied onderdeel zijn van een regiobrede afweging.

en vanwege de positieve bijdrage aan gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en

Rood zijn de gebieden die vanuit het bodem- en watersysteem, en met

het tegengaan van hittestress. Om de binnenstedelijke en binnendorpse opgave

klimaatverandering in acht genomen, in principe ongeschikt zijn voor

inzichtelijk te maken stellen we de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse

nieuwe duurzame stedelijke woon- en werkmilieus. Deze gebieden zijn

inbreiding voor (de beschreven maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen

zeer kwetsbaar, onveilig en/of niet gewenst als uitleglocatie vanuit het

voor orde van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies in

streven naar een klimaatbestendig en waterrobuust systeem met voldoende

buurten uit verschillende tijdslagen).

ruimte voor water nu en in de toekomst. Deze gebieden zijn grotendeels al beschermd via de provinciale omgevingsverordening (namelijk de

De minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat

reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen

komt voor

(ecologische verbindingszones en beekherstel) en de primaire dijken met hun

groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor

beschermingszones). De Rijkskanalen zijn wettelijk beschermd.

versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa

Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding Binnenstedelijk en binnendorps ligt er urgentie om een groen-blauwe opgave te

15-20% extra groen en blauw. Afhankelijk van de opgave in het stedelijk zullen vaak hogere ambities gesteld worden. De ambitieladder is hierin een hulpmiddel om ambities expliciet te maken en te voorzien van referentiebeelden.

realiseren. Vanuit de klimaatopgave het watersysteem anders in te richten en meer water vast te houden, infiltreren en te kunnen bufferen in stedelijk gebied

Ambitie 0

Ambitie 1

Ambitie 2

Ambitie 3

Ambitie 4

Ambitie 5

- groen/blauw

+ 0-5% groen/blauw

+ 5-15% groen/blauw

+ 15-30% groen/blauw

+ 30-70% groen/blauw

+ >70% groen/blauw

Denk aan: Ruimte voor groen en blauw neemt

Denk aan: Vergroening en verblauwing van

Denk aan: In hele buurt minimaal een vijfde van

Denk aan: In hele buurt transformatie naar groen-

Denk aan: In hele buurt alle daken vergroenen,

Denk aan: Stad te gast in de natuur. ‘Horizontale

af als gevolg van nieuwe

individuele straten,

alle straatverharding

blauwe leefstraten en

inclusief een deel van de

stadsdelen’ komen ten

ontwikkelingen.

gebouwen en tuinen

vergroenen (nieuwe

verspreid over de buurt

gevels en een vijfde van

goede aan groen en

(hier en daar tegels

bomen, watervertragende

individuele vergroening

het straatprofiel.

blauw. Verticaal ruimte

eruit en groen erin).

groenstroken, waterdoorlatende

van tuin en gebouw (groene gevels en daken,

verharding, geveltuinen en

waterdaken, waterpleinen,

groene hagen).

geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi’s).

voor groene gevels.

Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040 Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1532/documents/25942