Bijlage 7b - Quickscan Flora en Fauna aanvullende scope
Tekst van het document
Vogels – Rode Lijst Ned. Naam
Rode Lijst status
Blauwe kiekendief
Rode Lijst: Gevoelig
Boerenzwaluw
Rode Lijst: Gevoelig
Boomvalk
Rode Lijst: Kwetsbaar
Goudplevier
Rode Lijst: Verdwenen uit Nederland
Grauwe vliegenvanger
Rode Lijst: Gevoelig
Grote lijster
Rode Lijst: Kwetsbaar
Grote stern
Rode Lijst: Kwetsbaar
Huismus
Rode Lijst: Gevoelig
Huiszwaluw
Rode Lijst: Gevoelig
Ned. Naam
Bescherming
Keep
Rode Lijst: Gevoelig
Kleine zilverreiger
Rode Lijst: Gevoelig
Koekoek
Rode Lijst: Kwetsbaar
Kramsvogel
Rode Lijst: Gevoelig
Oeverloper
Rode Lijst: Gevoelig
Patrijs
Rode Lijst: Kwetsbaar
Pijlstaart
Rode Lijst: Bedreigd
Slobeend
Rode Lijst: Kwetsbaar
Steenuil
Rode Lijst: Kwetsbaar
Torenvalk
Rode Lijst: Kwetsbaar
Tureluur
Rode Lijst: Gevoelig
Wintertaling
Rode Lijst: Kwetsbaar
Wulp
Rode Lijst: Kwetsbaar
Veldonderzoek Tijdens het veldbezoek werden in en rondom het arboretum en de bomenrij grenzend aan het plangebied enkele algemeen voorkomende zangvogels waargenomen zoals koolmees, pimpelmees en merel. De begroeiing binnen en rondom het plangebied biedt geschikt broedbiotoop voor een aantal vogelsoorten. Nesten van deze vogelsoorten zijn beschermd volgens de Omgevingswet als deze in gebruik zijn. Voorkom verstoring bij werkzaamheden en aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting of voorkom broedgevallen van vogelsoorten welke geen negatieve staat van instandhouding hebben. In gebruik zijnde nesten, eieren en broedende vogels zijn strikt beschermd. •
In algemene zin dient de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
28 van 38
beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Het uitvoeren van werkzaamheden dient bij voorkeur buiten het vogelbroedseizoen (buiten periode begin maart t/m medio juli) plaats te vinden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt en per vogelsoort is terug te vinden op de website van vogelbescherming.nl ( Natuurkalender broedvogels). Controle op mogelijke aanwezige broedende vogels dient plaats te vinden vóór aanvang van en tijdens de werkzaamheden.
•
• 5.4
Reptielen
Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt dat er binnen een afstand van 0-2 km geen reptielen zijn waargenomen.
Veldonderzoek Reptielen zijn niet waargenomen in het plangebied, optimaal leefgebied voor reptielen ontbreekt. Het is aannemelijk dat desbetreffende soorten niet binnen het plangebied voor komen. Plangebied
Beschermde reptielen Aangetroffen
Uit te sluiten
Nee
Ja
’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
•
5.5
Soorten
Verdiepend onderzoek Nee
Met de voorgenomen plannen, is aantasting van het leefgebied van beschermde reptielen uit te sluiten. De Omgevingswet, Omgevingsverordening Zeeland wordt ten aanzien van reptielen niet overtreden. Vissen en Amfibieën
Vissen
Brononderzoek
Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt binnen een afstand van 0-2 km geen becshermde zoetwatervissen zijn waargenomen. Mogelijk dat enkele soorten op de rodelijst in de vijver voorkomen, voor deze soorten geldt de zorgplicht en de zorgplicht voor behouden van leefgebied.
Veldonderzoek
Binnen het plangebied ligt een vijver. Mogelijk dat in de vijver algemene vijvervis aanwezig is. Wordt de vijver betrokken bij de plannen en wordt de vijver gedempt, dan dient de vis te worden afgevangen en overgeplaatst. Voor deze soorten geldt de zorgplicht. Amfibieën
Brononderzoek Vrijgestelde soorten voor ruimtelijke ordeningsprojecten of bestendig beheer en onderhoud binnen de Provincie Zeeland zijn: bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker, kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Er zijn geen waarnemingen gedaan van rugstreeppad in de omgeving van het plangebied te Goes, NDFF-ecogrid, 5 jaar. Er zijn recent ten zuiden van de snelweg A58 twee waarnemingen bekend van rugstreeppad, deze waarnemingen zijn eenmalig gedaan in 08-2024 en 09-2025. De A58 wordt als een onoverbrugbaar obstakel aangemerkt tussen de waarnemingen en het plangebied, waardoor aanwezigheid van rugstreeppad binnen het plangebied als niet waarschijnlijk wordt aangemerkt. Aanwezigheid van alpenwatersalamander is waargenomen meer ten noordwesten van de stad Goes en nabij het centrum van de stad. Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat waterkwaliteit betreft, echter dienen roofvissen te ontbreken: deze eten de larven van
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
29 van 38
alpenwatersalamander. Binnen het huidige plangebied (scope II) is aquatisch biotoop aanwezig in de vorm van een vijver. In de vijver en omliggende gebied worden geen wijziging aangebracht door de nieuwbouwplannen. De vijver en het omliggende gebied van de vijver blijven buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Het is daarmee redelijkerwijs niet aannemelijk dat het plangebied (scope II) leefgebied vormt voor alpenwatersalamander. Voor de conclusie omtrent de tuinvijver (scope I) binnen het plangebied wordt verwezen naar de quickscan natuur van Veldbiologische Werken vof, ref.nr. VBW c 2025-074 r, versie 2.
Veldonderzoek Er zijn tijdens het veldonderzoek voor deze quickscan geen amfibieën aangetroffen. Het plangebied vormt mogelijk wel overwinteringsgebied voor algemene amfibiesoorten als gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker en bastaardkikker (Middelste groene kikker). Schuilplaatsen voor overwintering zijn aanwezig (takkenhopen, dikke strooisellaag, houtstrooisel). De vijver biedt mogelijk voortplantingsbiotoop voor bruine kikker. Plangebied
Beschermde vissen en amfibieën Aangetroffen
Uit te sluiten
Nee
Ja
’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
• • •
•
• • 5.6
Soorten
Verdiepend onderzoek Nee, zorgplicht
Met de voorgenomen plannen, is aantasting van het leefgebied van beschermde vissen redelijkerwijs uit te sluiten. Uitzondering hierop zijn soorten op de rodelijst. De Omgevingsvisie en -verordening Provincie Zeeland wordt ten aanzien van beschermde vissen en amfibieën niet overtreden. Pas zorgplicht toe bij het aantreffen van vrijgestelde soorten. De dieren moeten zichzelf kunnen verwijderen van het plangebied of mogen worden geholpen om het plangebied te verlaten (neem daarbij de juiste hygiënemaatregelen in acht, zoals bijvoorbeeld het hygieneprotocol van Ravon). Voorkom langdurige opslag van materialen waaronder amfibie gaat verblijven, voorkom langdurige ophopingen van grond. Als deze wel langdurige worden opgeslagen dient de grond in de waterfase van amfibie te worden bewerkt. Ook het verwijderen van materialen dient plaats te vinden in de waterfase van amfibie. De waterfase voor amfibie loopt vanaf februari – juni. Daarna gaat amfibie de landfase in. De periode kan verschillen per amfibiesoort, kleine watersalamander kan ook gedurende de wintermaanden in de waterbodem verblijven. Voorkom plasvorming binnen het plangebied van stagnerend water, amfibie kan hiervan gebruik maken in de voortplantingsperiode Als de vijver wordt gedempt bij de planvorming, dan kan de vis alleen worden afgevangen bij niet te warm weer en ook kan de vis niet worden afgevangen bij vorst.
Libellen en vlinders
Brononderzoek
Uit bron- en literatuuronderzoek zijn er geen waarnemingen van beschermde libellen, dagvlinders of nachtvlinders bekend binnen het plangebied. Dagvlinders: Libellen: Nachtvlinders:
Binnen 0 – 1 km zijn géén beschermde dagvlindersoorten bekend. Binnen 0 – 1 km zijn géén beschermde libellensoorten bekend. Binnen 0 – 1 km zijn geen beschermde nachtvlinders aangetroffen.
Veldonderzoek
Binnen het plangebied bevindt zich een vijver met diverse waterplanten. Hier werden enkele algemeen voorkomende libellensoorten aangetroffen. Binnen het plangebied ontbreekt soortspecifiek aquatisch biotoop voor beschermde libellen. Binnen het plangebied ontbreken waard- en voedselplanten voor strikt beschermde dagvlinders en/of dag-actieve nachtvlinders.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
30 van 38
Plangebied
Libellen, dagvlinders en dag-actieve nachtvlinders Aangetroffen
Uit te sluiten
Nee
Ja
’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
•
5.7
Soorten
Verdiepend onderzoek Nee
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Omgevingsvisie en verordening Provincie Zeeland voor libellen, dagvlinders en dag-actieve nachtvlinders veroorzaken. Overige ongewervelden
Brononderzoek Uit bron- en literatuuronderzoek blijkt dat op een afstand van 0-2 km geen beschermde overige ongewervelden voorkomen. Er zijn geen waarnemingen van Rode Lijst-soorten.
Veldonderzoek Binnen het plangebied zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor beschermde overige ongewervelden. Plangebied
Overige ongewervelden Aangetroffen
Uit te sluiten
Nee
Ja
’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
•
5.8
Soorten
Verdiepend onderzoek Nee
Met de voorgenomen plannen is aantasting van het leefgebied van beschermde overige ongewervelden uit te sluiten. De Omgevingsvisie en -verordening Provincie Zeeland wordt ten aanzien van overige ongewervelden niet overtreden. Exoten
Binnen het plangebied zijn geen invasieve exoten waargenomen die vermeld staan op de Unielijst van invasieve exoten. Invasieve exoten verdringen inheemse soorten en veroorzaken schade aan natuur, economie en veiligheid of gezondheid van mens en dier. 5.9
Gebiedsbescherming
Natura 2000 Het plangebied valt buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Op een geschatte afstand van ca. 6,6 km (Veerse Meer) en 7 km (Oosterschelde), ander Natura-2000 gebied is bijvoorbeeld de Westerschelde en Saeftinghe (ten zuiden), Yerseke en Kapelse Moer (ten oosten). Significante negatieve effecten op Natura-2000 gebied kunnen zijn: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door trilling, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en beschadiging van beschermde flora en fauna. Verhoging van de uitstoot van stikstof kan eveneens een significant negatief effect op Natura-2000 gebied veroorzaken. Afgaande op de inrichting van het plangebied en de binnen het plangebied mogelijk aan te treffen flora en fauna en de ligging van het plangebied heeft het plangebied vooralsnog geen kernwaarden die aansluiten bij of ondersteunend zijn aan de (kern)waarden van het Natura2000 gebied ‘Veerse Meer’ of Natura-2000 gebied ‘Oosterschelde’. Nader onderzoek naar de genoemde effecten op Natura-2000 hoeft niet te worden uitgevoerd, met uitzondering van stikstofdepositie bij sloop, bouw en ingebruikname.
NatuurNetwerk Zeeland Binnen het plangebied bevindt zich geen kernkwaliteit deelgebied: NatuurNetwerk Zeeland. Op grotere afstand aanwezig NatuurNetwerk Zeeland in de vorm van Oosterschenge: beheertypen als N10.02 (vochtig hooiland), Poelbos: L01.01/N14.03 poel- en klein historisch water / haagbeuken – essenbos, Jachts bos met kruiden- en faunarijk grasland of Kloetinge, met,
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
31 van 38
A01.01 (weidevogelgebied). De huidige functie van het plangebied zal na verwezenlijking van de voorgenomen ingreep niet veranderen. De functie van het plangebied blijft ten opzichte van de huidige situatie in gebruik als ziekenhuis met parkeerterreinen. Omdat het omliggende struweel slechts met ‘stapstenen’ in de vorm van erven mogelijk een verbinding kan vormen met het meer ten zuidoosten gelegen Jachts bos (onderdeel is van het NatuurNetwerk Zeeland) dient in kaart te worden gebracht wat het (significante) effect is op de wezenlijke kenmerken en waarden van het verder afgelegen NatuurNetwerk Zeeland in de vorm van het beheer- (N14.03) en ambitietype (N14.03) van het NatuurNetwerk Zeeland: Jachts bos. Beheertype N14.03 wordt beschreven als haagbeuken – essenbos. Toetsing NatuurNetwerk Zeeland: beheertype N14.03 met activiteiten binnen het plangebied.
Stikstof Er dient een volledige stikstofberekening te worden gemaakt voor de voorgenomen sloopactiviteiten, nieuwbouw en in bedrijf-zijn van het nieuwe ziekenhuis. 5.10
Houtopstand, te kappen bomen, struweel
Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap (Atlas van Zeeland) en binnen de bebouwde kom (Verordening fysieke leefomgeving Goes, 2024). Daarmee gelden de rijksregels voor het kappen en/of vellen van hout niet. Wel dienen de voorschriften van de gemeente Goes te worden opgevolgd. De bomen binnen het plangebied zijn niet vermeld op de waardevolle bomenlijst van de gemeente. Vooralsnog is er geen sprake van kap of verwijderen van bomen bij verwezenlijking van de voorgenomen plannen. Indien kap van bomen wel noodzakelijk blijkt te zijn is er geen vergunning voor kap noodzakelijk, omdat het houtopstanden binnen de bebouwde kom betreft en er geen beperkingen zijn t.a.v. Bal en Bkl.
Kaart 14: Bebouwingscontour houtkap [BRON : ATLAS VAN ZEELAND]
Wij adviseren u wel in overleg te gaan met de gemeente Goes omtrent eventuele kap van bomen/rijbeplanting en herplantplicht. [BRON: BOMENVERORDENING GOES 2022 EN VERORDENING FYSIEKE LEEFOMGEVING G OES].
Laat u desgewenst in voorbereiding op de bomenkap een boomanalyse uitvoeren van de te kappen bomen om daarvan de gezondheid te kunnen vaststellen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
32 van 38
6
Aanbevelingen
6.1
Resultaten toetsing omgevingsloket
Voor het opstellen van deze rapportage is de Beschermde Soorten Indicator (BeSi) geraadpleegd. In het BeSI formulier worden de bronnen geraadpleegd om tot een volgende conclusie te komen: -
Advies: werk buiten het broedseizoen, Voer zorgplicht uit ten aanzien van amfibieën, scherm het werkterrein af indien paddentrek, en werk buiten de kwetsbare periode van rugstreeppad (1-8 t/m 15-10) Voorkom plasvorming binnen het plangebied.
Houdt rekening met de mogelijke aanwezigheid van: ➢ Gebouwbewonende en boombewonende soorten (zie Kennisdocumenten BIJ12) ➢ Zoogdieren 6.2
Resultaten Gebiedsbescherming
Natura 2000 Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling is niet aan de orde.
NatuurNetwerk Zeeland Een nadere toetsing ten behoeve van het plangebied in relatie met NatuurNetwerk Zeeland in de vorm van het ‘Jachtse bos’ naar de significante effecten op het gebied is noodzakelijk, dit omdat het plangebied een vergelijkbare opbouw betreft van struweel en met het NatuurNetwerk Zeeland mogelijk in verbinding staat. In de omgevingsverordening Provincie Zeeland, artikel 5.44, bijlage XII staat dit alsvolgt omschreven: •
•
Voor het uitvoeren van de plannen dient een beschrijving gegeven te worden van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabije natuurgebied; en aannemelijk worden gemaakt dat er geen activiteit wordt toegelaten die nadelige gevolgen heeft voor de bedoelde kenmerken en waarden.
Stikstof Ten aanzien van stikstof dient een berekening te worden gemaakt voor de emissiewaarden van sloop, nieuwbouw en in gebruik name van het ziekenhuis en parkeerterreinen waarbij wordt uitgegaan van een toename van bezoekers. 6.3
Resultaten Soortenbescherming
Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Omgevingswet, Omgevingsverordening Provincie Zeeland, het natuurbeheerplan Provincie Zeeland 2025, Omgevingsplan/visie Goes blijkt dat verdiepend onderzoek naar beschermde soorten als marterachtigen, steenuil, vleermuizen, grondbroedende vogels, haas en konijn uitsluitsel kan geven over de functie van het plangebied voor deze soorten. Zo ook Wel dient er inzicht te komen in het functioneel gebruik van konijn en haas van het agrarisch deel van het plangebied. Daarom is Verdiepend onderzoek voor deze twee soorten ook noodzakelijk. Verdiepend onderzoek naar vleermuizen dient plaats te vinden conform vleermuisprotocol 2021 en actuele Kennisdocumenten BIJ12 betreffende vleermuissoorten. Verdiepend onderzoek naar marterachtigen dient plaats te vinden conform aanwijzingen voor onderzoek van het meest actuele Kennisdocument BIJ12 Kleine marterachtigen (Versie 1.1, juli 2024). Verdiepend onderzoek naar haas en konijn dient plaats te vinden conform voorschriften Toetsingskader Bescherming van de haas bij flora- en fauna-activiteiten in de provincie Utrecht (versie 10 juni 2024) respectievelijk Toetsingskader Bescherming van het konijn bij flora- en fauna-activiteiten in de provincie Utrecht (versie 10 juni 2024).
Er zijn geen andere specifieke richtlijnen voor onderzoek naar haas en konijn beschikbaar dan die van provincie Utrecht. En grondbroedende
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
33 van 38
vogels kunnen worden onderzocht zoals de broedvogelmonitoring akkervogels Sovon worden voorgeschreven. 6.4
Passende preventieve maatregelen
In algemene zin moet de zorgplicht in acht worden genomen. Deze zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Voor en tijdens de werkzaamheden dient controle te worden uitgevoerd op de aanwezigheid van broedende vogels. Bij het aantreffen van broedende vogels dient het werk te worden beëindigd of de locatie rond de broedende vogel te worden ontzien. De zorgplicht geldt ook ten aanzien van algemene soorten amfibieën zoals gewone pad, kleine watersalamander, bruine kikker en bastaardkikker. Bij aantreffen dienen deze soorten het plangebied zelfstandig te kunnen verlaten. Voorkomt u plasvorming binnen het plangebied in de actieve periode (maart – augustus) van amfibieën. Amfibieën kunnen gebruik maken van stagnerende waterplassen tijdens het voortplanting seizoen en in het water dril afzetten. Zorgplicht geldt ook voor soorten als alle vrijgestelde (spits)muizensoorten, egel, ree, vos. Controleer voor aanvang van de werkzaamheden het plangebied op aanwezigheid van deze soorten.
Indien deze soorten worden aangetroffen dienen zij zich in veiligheid te kunnen brengen; voorkom vluchten richting waterpartijen en openbare weg. Zorgplicht geldt ook ten aanzien van Rode Lijst-soorten ‘vaatplanten’ voor aanvang van de werkzaamheden dienen de Rode Lijst-soorten ‘vaatplanten’ te worden verplaatst naar vergelijkbaar of geschikt gebied buiten de invloedsfeer van het werk. 6.5
Vergunning verkrijgen activiteit flora en fauna
Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep kan verstoring, schade of doden van beschermde soorten als marters, steenuil, grondbroedende vogels, konijn, haas en vleermuizen plaatsvinden, voor deze soorten is verdiepend onderzoeken geadviseerd. Dergelijke handelingen zijn verboden conform de omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving artikel 11.37 (vogelrichtlijn), artikel 11.46 (habitatrichtlijn) en artikel 11.54, bijlage IX. Verdiepend onderzoek naar aanwezigheid, soort, aantal en functioneel gebruik leefgebied dient plaats te vinden conform het geldige protocol en/of kennisdocument BIJ12. Op basis van de uitkomsten van deze verdiepende onderzoeken kan een activiteitenplan / mitigatieplan worden opgesteld welke een basis vormt voor de aanvraag van een vergunning activiteit flora en fauna (bevoegd gezag Provincie Zeeland). Het ligt in de lijn der verwachting dat een vergunning activiteit flora en fauna t.a.v. genoemde soorten zal worden verleend door het bevoegd gezag, mits voldoende onderzoek is uitgevoerd en het mitigatieplan is goedgekeurd.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
34 van 38
7
Literatuur en bronnen
7.1
Literatuur / Bronnen
Apv gemeente Goes Atlas van Zeeland.nl BIJ12.nl Bomenverordening Goes Dataportaal Zeeland Gemeente Goes. Omgevingsvisie Goes 2024 Iplo.nl Kaarten.Zeeland.nl Kadastralekaart.com Marterstichting.nl Natura2000.eea.europa.eu/ NDFF Verspreidingsatlas NDFF ecogrid.nl Nederlandsesoorten.nl Omgevingsloket Omgevingswet.overheid.nl Omgevingsverordening Zeeland PDOK.nl viewer Provincie Zeeland. Natuurbeheerplan Zeeland 2024, goedgekeurd d.d. 27 juni 2023 Ravon.nl Ruimtelijkeplannen.nl Sovon.nl Verordening fysieke leefomgeving Goes, 2024 Vleermuisprotocol.nl Vlinderstichting.nl Vogelbescherming.nl Waarneming.nl Zeeland.nl Zoogdiervereniging.nl
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
35 van 38
Bijlage 1 - Wettelijk kader Omgevingswet Algemeen De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving.
Vereenvoudiging en verbetering De Omgevingswet vereenvoudigt de wet- en regelgeving over de fysieke leefomgeving. Met het vernieuwen van het omgevingsrecht wil de wetgever 4 verbeteringen bereiken. 1. Inzichtelijk omgevingsrecht Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Het omgevingsrecht wordt duidelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik. De instrumenten van het stelsel Omgevingswet sluiten aan bij de fasen van de beleidscyclus . 2. Leefomgeving centraal De fysieke leefomgeving staat centraal in beleid, besluitvorming en regelgeving. De fysieke leefomgeving gaat bijvoorbeeld over de samenhang tussen bouwwerken, infrastructuur, milieu en erfgoed. 3. Ruimte voor lokaal maatwerk De Omgevingswet biedt overheden meer keuzeruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken. De positie van decentrale overheden wordt versterkt volgens het principe Decentraal. Dit houdt in dat gemeenten bevoegd zijn om regels op te stellen, tenzij er een overkoepelend belang is. 4. Snellere besluitvorming Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat onder de Omgevingswet sneller en beter. Dat vraagt om een integrale (samenhangende) werkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Kernwoorden zijn: open, flexibel, uitnodigend, innovatief en vertrouwen. Voor de afhandeling van veel vergunningaanvragen gaat de reguliere procedure gelden met een beslistermijn van 8 weken.
Initiatiefnemers weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn. Rolverdeling Provincies en Rijk: Sinds 1 januari 2024 bepalen de Provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur, dit is uitgewerkt in de Omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid welke is vastgelegd in de Omgevingswet en Besluit activiteit leefomgeving. Omgevingsverordening Provincie Zeeland: In de omgevingsverordening Zeeland staan alle regels voor de fysieke leefomgeving in Zeeland. Zowel voor Natura 2000-gebieden als in het wild levende dieren en bossen of andere houtopstanden. Vergunningen en ontheffingen aanvragen: Via het omgevingsloket wordt de vergunning / ontheffing Activiteit Flora en Fauna aangevraagd. Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt getoetst aan de Omgevingswet, Omgevingsplan van de gemeente of specifieke programma’s. Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de Provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen, waarbij de aanvraag wordt getoetst aan de Omgevingsverordening, Omgevingsvisie en Programma’s.
Indien er voor een bepaalde activiteit een ontheffing wordt aangevraagd, dan zal deze ontheffingsaanvraag onder de nieuwe wet nog steeds worden getoetst aan drie criteria, namelijk de ADC -toets: 1. Alternatief. Is er een alternatief voor bijvoorbeeld locatie onderzocht? 2. Dwingende reden. Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen: economisch of maatschappelijk belang? 3. Compensatie, welke compensatiemaatregelen neemt u ? 4. Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
36 van 38
Beschermde gebieden Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden nagenoeg hetzelfde. Is er sprake van een activiteit binnen een Natura-2000 gebied dan is bijna altijd sprake van een omgevingsvergunning aanvraag. Er sprake van specifieke zorgplicht en Ongewone voorvallen / Gelijkwaardige maatregel, Maatwerk is mogelijk maar gebonden aan voorschriften. Voor een activiteit in Natura-2000 gebied zonder nationaal belang dan is de Provincie bevoegd gezag. Bij een activiteit in Natura-2000 gebied met nationaal beland dan is de minister van LNV bevoegd gezag. Voor de Provincie Zeeland geldt het NatuurNetwerk Zeeland (NNZ) en is onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Binnen de Provincie Zeeland is sprake van Gezonde Zeeuwse Natuur, deze zijn ruimtelijk gezien verbonden met het NatuurNetwerk Zeeland. Zowel het NatuurNetwerk Zeeland als de Gezonde Zeeuwse Natuur kent kernkwaliteiten welke zijn vastgelegd. Deze kernkwaliteiten mogen niet worden geschaad of benadeeld. De kernkwaliteiten kunnen ook worden versterkt.
In de Omgevingsverordening van de Provincie omschrijft zij welke regels de Provincie Zeeland hanteert om diens Omgevingsvisie te waarborgen. Soortenbescherming In de Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Provinciale verordening en Gemeentelijk omgevingsplan staan (verbods)bepalingen. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dieren plantsoorten verboden. Ten opzichte van de voormalige Flora- en faunawet is dus nauwelijks sprake van een wijziging in verboden activiteiten. Let wel! Verstoren zonder voorafgaand goed onderzoek naar beschermde soorten, blijft strafbaar! Tenzij uitdrukkelijk is vermeld in de omgevingsverordening van de betreffende Provincie. De nieuwe Omgevingswet betekent wel dat lijst van beschermde soorten een wijziging ondergaat. De nieuwe Omgevingswet verdeelt beschermde soorten in drie groepen: 1. Strikt beschermde soorten met onder andere soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdragen en bijlagen. 2. Andere zeldzame en bedreigde soorten, zoals soorten uit de Rode Lijst. 3. Exoten, waarvoor administratieplicht bestaat.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
37 van 38
Bijlage 2 - Weerrapport
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-509 r
Quikscan – Natuur, ’s-Gravenpolderseweg 114, Goes
38 van 38