Agendapunt 21. Raadsbesluit Reglement van orde gemeenteraad Goes 2022
Tekst van het document
- Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en over de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering, nadat dit is gemeld, rekening te houden met de nieuwe situatie. - Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan fractievergoedingen en –faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in adviescommissies enz. - Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop de betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). - De naam van een nieuwe fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde.
Als de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie als politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke gevallen deze registratie geweigerd wordt.
Besluitnr.: 21 Pagina 20
Hoofdstuk 3 Rechten van leden en lidmaatschap van andere organisaties 10 Amendementen en subamendementen - Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan dit artikel. Op basis van artikel 147bvan de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen. - Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 37). 11 Moties - Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. - Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis.
Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. - Over de besluitvormingsprocedure voor een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. - Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 13 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering gaat uit van versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raad. Ook individuele raadsleden en kleine fracties beschikken daarom over adequate instrumenten. Het raadslid heeft zonder belemmeringen (zoals drempelsteun) toegang tot het gebruik daarvan. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de kaderstelling en controle door de raad. - In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt (artikel 49).
Dit betreft de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien deze zelf niet opstapt, kan de raad de wethouder ontslaan. 12 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). 13 Initiatiefvoorstel - Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. - De Gemeentewet maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor een verordening indienen. Een dergelijk voorstel moet aanhangig worden gemaakt door het schriftelijk en ondertekend aan de
Besluitnr.: 21 Pagina 21
voorzitter te zenden (art. 147a, eerste lid). De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. - Ook dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. Wel kan de raad voorzien in een zekere inhoudelijke toets. Daarbij kan worden gedacht aan het beantwoorden van de vraag of het voorstel wel de uitoefening van een raadsbevoegdheid betreft(en niet een collegebevoegdheid). 14 Collegevoorstel - Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan agenderen, dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven. - Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen.
De agendacommissie bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. 15 Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig. 16 Schriftelijke vragen - Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. - Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. - In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven.
Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan deze het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen. 17 Vragen Dit artikel behoeft geen toelichting. 18 Inlichtingen - Dit artikel is een uitwerking van de verantwoordingsplicht van het college (art. 169 Gemeentewet) en de burgemeester (art. 180). Deze artikelen bepalen dat de leden van het college tezamen, ieder afzonderlijk én de burgemeester de door een of meer leden van de raad mondeling of schriftelijk gevraagde inlichtingen geven, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. - De Memorie van Toelichting stelt dat het recht op inlichtingen alle vormen omvat waarin inlichtingen kunnen worden gevraagd. Het kan variëren van het stellen van mondelinge of schriftelijke vragen tot het houden van een interpellatie. In het reglement van orde moet de raad nadere regels geven
Besluitnr.: 21 Pagina 22
omtrent de wijze waarop dit recht kan worden uitgeoefend. De keuze voor het mondeling of schriftelijk verstrekken van de inlichtingen wordt gelegd bij de verstrekker. Dat mag dus in het Reglement van Orde niet worden beperkt. Het verschil met de vragen van artikel 16 is dat met die vragen informatieverstrekking wordt beoogd, terwijl de vragen van artikel 18 worden gesteld in het kader van de verantwoordingsplicht van het college, het collegelid, dan wel de burgemeester. 19 Verslag en verantwoording lidmaatschappen andere organisaties - Leden van de raad of het college die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. - Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. - In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging. In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 16.
- Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen. Hoofdstuk 4 Vergaderingen Paragraaf 1. Algemene bepalingen 20 Taken De taken van de beeld- en oordeelsvormende vergadering zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. Deze vergaderingen bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. Deze adviezen betreffen de behandeling van voorstellen in de navolgende vergadering. De beeld- en oordeelsvormende vergadering kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen; ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de beelden oordeelsvormende vergadering zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. 21 Samenstelling beeld- en oordeelsvormende vergadering De raad bepaalt de samenstelling van de beeld- en oordeelsvormende vergadering. Elk raadslid is ook lid van de beeld- en oordeelsvormende vergadering. Verder kan elke fractie maximaal drie nietraadsleden voor de beeld- en oordeelsvormende vergadering voordragen.
Deze worden steunfractielid genoemd, om een onderscheid met raadsleden die ook lid zijn van de beeld- en oordeelsvormende vergadering zijn te kunnen maken. Er zijn immers twee soorten leden. In het artikel zijn enkele voorwaarden voor de benoeming tot steunfractielid opgenomen. Verder is een aantal artikelen uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 22 Zittingsduur en vacatures leden beeld- en oordeelsvormende vergadering De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan (eerste lid). Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van de beeld- en oordeelsvormende vergadering eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de gestelde eisen voor het raadslidmaatschap. Het derde lid bepaalt dat een steunfractielid alleen op voorstel van de eigen fractie kan worden ontslagen. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De
Besluitnr.: 21 Pagina 23
ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens conform artikel 21, tweede lid, geen recht op eigen steunfractieleden. 23 Aanwezigheid burgemeester, wethouders, ambtenaren en derden De burgemeester en de wethouders zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur geen lid meer van raadscommissies (artikel 82, tweede lid Gemeentewet) c.q. de beeld- en oordeelsvormende vergadering. Hun aanwezigheid is daarentegen wel gewenst. Bij de beeldvormende vergadering geldt dit, wegens de aard van deze vergadering, ook voor ambtenaren en, overeenkomstig de Spelregels BOB, in voorkomende gevallen, voor derden. Paragraaf 2. De voorbereiding 24 Vergaderfrequentie Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties in de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vragen. Deze regeling geldt voor alle BOB-vergaderingen. Lid 6 is opgenomen om te voorkomen dat vergaderingen uitlopen tot ver na middernacht. 25 Oproep - In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. In Goes is dat een digitale oproep.
- Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een digitale oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. - Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met de oproep aan de leden worden verzonden. - De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. Deze worden onder geheimhouding aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. 26 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dit is de juridische grondslag voor het uitsluitend elektronisch plaatsen van de kennisgeving, zie artikel 3:12 juncto 2:14 van de Awb. 27 Agenda - Voorafgaand aan het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda van de beeldvormende vergadering voorlopig vast. Na verzending van de agenda kan iedere fractie indien gewenst met opgave van redenen aan de griffier verzoeken om van onderwerpen die ter kennisname zijn geagendeerd alsnog een bespreekstuk te maken.
Uiteindelijk bepaalt een vergadering zijn eigen agenda. Dit betekent onder andere dat een vergadering kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Als het onderwerp opnieuw wordt aangeboden, doet de agendacommissie een voorstel voor de behandeling ervan - In de oordeelsvormende vergadering wordt bepaald hoe de agenda van de besluitvormende vergadering eruit komt te zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om twee weken voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden of beschikbaar stellen van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen.
Besluitnr.: 21 Pagina 24
- Een voorstel wordt een hamerstuk als de oordeelsvormende vergadering hierover unaniem een positief advies geeft voor de besluitvormende vergadering. - Het vierde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via de agendacommissie onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. 28 Ter inzage leggen van stukken - Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de gemeentelijke website gepubliceerd. Stukken worden niet fysiek ter inzage gelegd. - Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Paragraaf 3.
Orde van de vergaderingen 29 Presentielijst - De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de Gemeentewet. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. - Lid 1 bevat een bepaling in het geval een vergadering digitaal plaatsvindt. Aanleiding om deze bepaling op te nemen is de gang van zaken ten tijde van de corona-epidemie. - Het vergaderquorum betreft de helft plus één van het aantal zitting hebbende leden. Het is daarom van belang dat de raadsleden direct na binnenkomst deze lijst tekenen. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. - Met het stemquorum wordt bedoeld dat een stemming pas geldig is , indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. - Met name indien de besluitvorming zonder hoofdelijke stemming plaats heeft, is het van belang dat ondubbelzinnig vaststaat welke leden aan de besluitvorming hebben deelgenomen. Door een strikte toepassing van het tweede lid kunnen dergelijke problemen worden voorkomen. 30 Zitplaatsen De voorzitter draagt zorg voor zitplaatsen voor de leden van de raad, de griffier, de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Belangstellenden kunnen plaats nemen op de publieke tribune in de raadszaal. Indien er geen vrije plaatsen meer beschikbaar zijn op de publieke tribune, kunnen belangstellenden de vergadering d.m.v. een liveuitzending volgen in een andere - daarvoor aangewezen - ruimte. 31 Opening vergadering; quorum De besluitvormende vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en - bij een fysieke vergadering - de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. De beeld- en oordeelsvormende vergaderingen kennen geen dergelijke bepaling.
Besluitnr.: 21 Pagina 25
32 Spreekrecht burgers Om voldoende ruimte te geven aan het recht op inspreken is het voor burgers mogelijk om hun mening te geven tijdens beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende raadsververgaderingen. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Een burger kan alleen inspreken over onderwerpen die de betreffende vergadering aangaan. Benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen zijn uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen – de belangen van – kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Voorafgaand aan de beeldvormende vergadering kunnen inwoners van Goes tijdens het Raadsledenspreekuur informeel met vertegenwoordigers van alle fracties in gesprek gaan over onderwerpen die niet voor de beeldvormende vergadering zijn geagendeerd. 33 Ingekomen stukken Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussies over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren.
Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. 34 Spreekregels Dit artikel behoeft geen toelichting. 35 Aantal spreektermijnen Als de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. 36 Spreektijden In dit artikel zijn de besluiten ten aanzien van de spreektijdenregeling vastgelegd. Het presidium stelt de spreektijden voor fracties en het college vast. Hierbij kan rekening worden gehouden met de omvang van de fracties, maar dat hoeft niet. Het toewijzen van het aantal termijnen voor het college wordt eveneens opgenomen in de regeling. 37 Beraadslaging - Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.
- Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 36). 38 Handhaving orde; schorsing De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker het woord te ontnemen gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 48 van dit reglement.
Besluitnr.: 21 Pagina 26
39 Besluitenlijsten - De griffier draagt zorg voor het maken, vaststellen en publiceren van de besluitenlijstem. Dit laatste geldt niet voor verslagen of delen daarvan die onder de geheimhouding vallen. - Het recht om een aanpassing voor te stellen (vijfde lid) komt ook toe aan het raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). - Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet). In Goes wordt een beeld- en geluidsopname van de raadsvergadering gemaakt en beschikbaar gesteld via de website van de gemeenteraad. Paragraaf 4. Procedures bij stemmingen 40 Stemverklaring Stemverklaringen zijn kort en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint. 41 Besluitvorming De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als deze vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet. 42 Stemming; procedure hoofdelijke stemming - Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid, van de Gemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht. - De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. - Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. - Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. 43 Niet deelname aan stemming Artikel 28 van de Gemeentewet geeft aan wanneer een lid van de raad niet aan stemming deel mag nemen.
Het doel is om de zuiverheid in de besluitvorming te bevorderen. De deelname aan de stemming wordt daarom beperkt in de gevallen waarin sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling. Dat kan zich voordoen bij zaken die een raadslid persoonlijk aangaan dan wel waarbij deze als vertegenwoordiger betrokken is. Een zaak kan een raadslid zowel rechtstreeks al indirect persoonlijk aangaan. Onder middellijk vallen daarom alle ter zake doende intensieve persoonlijke relaties. 44 Stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel
Besluitnr.: 21 Pagina 27
van het college. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, voorafgaand aan besluitvorming over het aanhangige voorstel. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. 45 Stemming over personen - De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen (niet ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd (artikel 31 van de Gemeentewet). - Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. - Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen. - Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement. 46 Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. 47 Beslissing door het lot Dit artikel behoeft geen toelichting. Paragraaf 5. Besloten vergaderingen 48 Besloten vergadering - De beeld- en oordeelsvormende vergadering vinden in de regel in het openbaar plaats. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een vergadering of de voorzitter kan de vergadering beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen.
Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is, tenzij de raadscommissie anders beslist. - De besluitvormende raad dient uitdrukkelijk te besluiten om ‘met gesloten deuren te vergaderen’. Het vooraf uitschrijven van een besloten vergadering is derhalve niet mogelijk (zie artikel 23 Gemeentewet). - Het aantal aanwezige ambtenaren dient zoveel mogelijk te worden beperkt. De raad kan op voorstel van de voorzitter toestaan dat zowel van de zijde van de raad als van de zijde van het college ten hoogste twee direct betrokken adviseurs aanwezig zijn. - Ingevolge artikel 24 Gemeentewet kan in een besloten vergadering niet worden beraadslaagd of besloten over: a. de toelating van nieuw benoemde leden; b. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; c. de invoering, wijziging en afschaffing van gemeentelijke belastingen, en d. de benoeming en het ontslag van wethouders. 49 Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten beeld- of oordeelsvormende vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig.
Niet alleen een beeld- of oordeelsvormende vergadering kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een beeld- of oordeelsvormende vergadering, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens kan een beeld- of oordeelsvormende vergadering ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.
Besluitnr.: 21 Pagina 28
Hetgeen besproken wordt in een besloten besluitvormende vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 van de Gemeentewet nodig. 50 Opheffing geheimhouding In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; ook stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bij voorbeeld artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die deze aan de beeld- of oordeelsvormende vergadering heeft overlegd. De beeld- of oordeelsvormende vergadering kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). 51 Behandeling besluitenlijst De artikel behoeft geen toelichting. Paragraaf 6. Toehoorders en pers en gebruik mobiele telefoons 52 Toehoorders en pers De artikel behoeft geen toelichting. 53 Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. 54 Gebruik mobiele telefoons Dit artikel heeft betrekking op het gebruik van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen.
Zolang het gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen in de vergaderzaal en op de publieke tribune niet verstorend werkt, is gebruik toegestaan. Zo nodig zal de voorzitter de orde van de vergadering handhaven. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen 55 Uitleg reglement De artikel behoeft geen toelichting. 56 Citeertitel en inwerkingtreding De artikel behoeft geen toelichting.