Agendapunt 21. Raadsbesluit Reglement van orde gemeenteraad Goes 2022
Tekst van het document
Raadsbesluit Raad Ja Reglement van orde gemeenteraad Goes 2018
Besluitnummer
21
Vergadering d.d.
9 juni 2022
Verzonden
30 mei 2022
Onderwerp
Vaststellen RvO 2022
Registratienummer
Z22.119810/D22.894679
De raad van de gemeente Goes; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen het: Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2022 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 1 Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a) Voorzitter: de voorzitter van de besluitvormende raad, zijnde de burgemeester of diens plaatsvervanger; b) Plaatsvervangend voorzitter: Raadslid dat door de raad is benoemd tot waarnemend raadsvoorzitter en/of belast is met het raadsvoorzitterschap bij de beeldvormende of oordeelsvormende vergadering; c) Griffier: de griffier van de raad of een van diens plaatsvervangers; d) Secretaris: de gemeentesecretaris of diens plaatsvervanger; e) Wethouder: een wethouder van het college van de gemeente Goes; f) Steunfractielid: een lid van de beeld- en oordeelsvormende raad, niet zijnde een lid van de raad, conform artikel 21, tweede lid van dit Reglement van Orde; g) Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, zodanig geformuleerd dat het geschikt is om daarin direct te worden opgenomen; h) Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement, zodanig geformuleerd dat het geschikt is om direct verwerkt te worden in het amendement waarop het betrekking heeft; i) Motie: korte en gemotiveerde verklaring waarmee
een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; j) Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel; k) Voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; l) Quorum: aantal leden dat aanwezig moet zijn in een vergadering om te kunnen beraadslagen en geldige besluiten te kunnen nemen, oftewel de helft plus één; m) BOB-vergadermodel: wijze van vergaderen waarbij naar besluitvorming toegewerkt wordt via beeldvorming en oordeelsvorming; n) Beeldvormende vergadering: bijeenkomst met als doel het uitwisselen van informatie over onderwerpen die de raad in zijn kaderstellende, volksvertegenwoordigende en controlerende rol aangaan; o) Oordeelsvormende vergadering: bijeenkomst, gebaseerd op artikel 82 van de Gemeentewet die te vergelijken is met een raadscommissie. In deze vergadering vindt oordeelsvorming plaats;
*18INT00908*
Besluitnr.: 21 Pagina 2
p) Vergadering: voor zover niet verwijzend naar de beeld- of oordeelsvormende vergadering: de besluitvormende vergadering. 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: 1. a. het leiden van de vergadering; b. het bewaken van de vastgestelde vergadertijd c. het handhaven van de orde; d. het doen naleven van het reglement van orde; e. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De raad benoemt uit zijn midden voor de besluitvormende vergadering een plaatsvervangend voorzitter, als bedoeld in artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet. Tevens benoemt de raad uit zijn midden vier voorzitters voor de beeld- en oordeelsvormende vergadering. 3. De raad kan de door hem benoemde plaatsvervangend voorzitter uit zijn functie ontheffen als deze niet langer het vertrouwen van de raad geniet. 3 De griffier 1. De griffier is aanwezig tijdens raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en de agendacommissie. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. 4 De wethouder 1. Wethouders hebben toegang tot de vergaderingen en kunnen, al dan niet op hun eigen verzoek, deelnemen aan de beraadslagingen. 2.
Indien de raad zonder wethouders wil vergaderen, stelt hij de burgemeester, de wethouders en de gemeentesecretaris daarvan in kennis. 5 De secretaris De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen. 6 Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitters van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen (de fractievoorzitters). De voorzitter van de besluitvormende raad is voorzitter van het presidium. 3. Elke fractie wijst een lid van de raad als (vaste) plaatsvervanger aan. 4. Het raadspresidium heeft als taak te adviseren over de organisatie van de werkzaamheden de gemeenteraad en de griffie. 5. Het presidium vergadert in beslotenheid. 6. Elk lid heeft één stem in het raadspresidium. Er wordt besloten op basis van meerderheid van stemmen. 7 De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie die de agenda van de vergaderingen van de beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende raad voorbereidt. De agendacommissie wijst daarbij tevens voor de beeld- en oordeelsvormende vergadering tenminste één voorzitter toe.
Besluitnr.: 21 Pagina 3
2.
3. 4. 5.
6.
De agendacommissie bestaat uit de door de raad uit zijn midden benoemde voorzitters van de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen en wordt ondersteund door de griffier. De agendacommissie wijst uit haar midden een voorzitter aan. Leden van het college of medewerkers van de ambtelijke organisatie kunnen worden uitgenodigd om aan de beraadslaging van de agendacommissie deel te nemen. In beginsel worden alle ontvangen raadsvoorstellen geagendeerd voor de eerstvolgende beeldvormende vergadering. Indien de agendacommissie een (initiatief)voorstel niet rijp acht voor agendering in een beeldvormende vergadering, wordt het voorstel teruggezonden naar het college of de betreffende fractie(s) voor advies. Ieder lid van de agendacommissie heeft één stem. Bij stakende stemmen wordt het voorstel voorgelegd aan de beeldvormende raad. Deze vergadering beslist over het vervolg van de besluitvormingscyclus.
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden, benoeming wethouders, fracties 8 Onderzoek geloofsbrieven, beëdiging leden en benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad; 2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of de verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad, waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of de verklaring en belofte af te leggen. 6. Bij de benoeming van een wethouder wordt, overeenkomstig het eerste lid, een commissie ingesteld.
De commissie onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 7. Voorafgaand aan de benoeming van wethouders wordt in opdracht van de burgemeester en griffier door een externe partij een integriteitstoets uitgevoerd ten aanzien van kandidaat wethouders. Ter eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zal ten aanzien van de uitkomst van de toets zoals bedoeld in het eerste lid door de burgemeester op grond van artikel 10, tweede lid, sub e van de Wet openbaarheid van bestuur geheimhouding worden opgelegd. 9 Fractie 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
Besluitnr.: 21 Pagina 4
4. 5.
6.
Indien nadien veranderingen optreden in de samenstelling van de fractie, doet de fractie daarvan mededeling aan de voorzitter en aan de raad. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Met de onder het vijfde lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering na de mededeling hiervan.
Hoofdstuk 3 Rechten van leden en lidmaatschap van andere organisaties 10 Amendementen en subamendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. 11 Moties 1. Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen. 2. Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 12 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergaderingen mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. 13 Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2. Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3. De agendacommissie doet een voorstel voor de wijze van behandeling. 4. Het college kan in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen in te dienen ten aanzien van het initiatiefvoorstel. 14 Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.
Besluitnr.: 21 Pagina 5
2.
Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de agendacommissie in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
15 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe toestemming geeft. 16 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden gericht aan het college of de burgemeester, afhankelijk van welk bestuursorgaan bevoegd is ten aanzien van het onderwerp. De vragen zijn kort en duidelijk geformuleerd en dienen het opschrift “vragen ex artikel 16 RvO” te dragen. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend.
Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de voorzitter, de leden van de raad en het college worden gebracht. 3. Uitgangspunt is dat schriftelijke vragen schriftelijk worden beantwoord, tenzij de steller aangeeft voorkeur te hebben voor een mondelinge beantwoording. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats door het verantwoordelijk lid van het college in de eerstvolgende besluitvormende vergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door of namens het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. 17 Vragen 1. In de besluitvormende raad is gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen. 2.
Het lid van de raad dat vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste 24 uur voor aanvang bij de griffier. De voorzitter kan na overleg met het raadspresidium weigeren een onderwerp aan de orde te stellen, indien deze het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd. 5. Per onderwerp wordt het woord verleend. 6. Na de beantwoording krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Besluitnr.: 21 Pagina 6
8.
Tijdens het stellen en beantwoorden van vragen kunnen geen moties worden ingediend en zijn interrupties niet toegestaan.
18 Inlichtingen 1. Raads- en steunfractieleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk mondeling of schriftelijk aan de raad verschaft, doch uiterlijk binnen 30 dagen. 4. In het geval de inlichtingen schriftelijk worden gegeven, worden de vragen met de daarop gegeven antwoorden aan alle leden toegezonden. 19 Verslag en verantwoording lidmaatschappen andere organisaties 1. Een lid van de raad of het college, dat is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, heeft het recht om verslag te doen over zaken die aan de orde zijn. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 16 zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 17, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties. Hoofdstuk 4 Vergaderingen Paragraaf 1. Algemene bepalingen ten aanzien van beeld- en oordeelsvormende vergaderingen 20 Taken 1. De beeld- en oordeelsvormende vergaderingen hebben de volgende taken: a. het uitbrengen van advies ten behoeve van de vervolgbehandeling van een voorstel; b. het uitbrengen van advies ten behoeve van de besluitvormende vergadering uit eigen beweging; c. het voeren van overleg met het college of de burgemeester over verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur. 2. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit deze de beraadslaging. 3. Voordat de beraadslaging wordt gesloten, formuleert de voorzitter het advies ten behoeve van de vervolgbehandeling. 4. Het beslissen over de vaststelling van procedures is met gewogen stemverhouding (aantal zetels in de raad). 21 Samenstelling beeld- en oordeelsvormende vergadering 1. De leden van de raad zijn lid van de beeld- en oordeelsvormde raad, tenzij het lid de functie van voorzitter vervult. 2. Elke fractie kan, naast zijn raadsleden, maximaal drie extra leden voor de beeld- en oordeelsvormende vergadering voordragen. Deze leden zijn inwoners van de gemeente Goes en stonden tijdens de laatste verkiezing van de gemeenteraad op de kandidatenlijst van die fractie vermeld.
De artikelen 11 tot en met 15 en 19 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De leden als bedoeld in het tweede lid worden aangeduid als “steunfractielid”. Steunfractieleden dienen vóór toetreding tot de beeld- en oordeelvormende vergaderingen hun nevenactiviteiten
Besluitnr.: 21 Pagina 7
te melden bij de griffier. Een steunfractielid dat zijn taken neerlegt, meldt zich schriftelijk af bij de voorzitter van de raad. Dit schrijven wordt geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de debatraad. 22 Zittingsduur en vacatures leden beeld- en oordeelsvormende vergadering 1. De zittingsperiode van de leden eindigt in ieder geval bij ontslag, het niet langer bestaan van de fractie en aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een lid houdt ook op lid te zijn van de van de beeld- of oordeelsvormende vergadering indien deze niet meer voldoet aan de gestelde eisen uit artikel 21, tweede lid of het raadslidmaatschap. 3. De raad kan een steunfractielid, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, ook ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 23 Aanwezigheid burgemeester, wethouders, ambtenaren en derden 1. In de beeldvormende vergadering kunnen ambtenaren aanwezig zij voor het uitwisselen van informatie over geagendeerde onderwerpen. In de oordeelsvormende vergadering kunnen burgemeester en wethouders aanwezig zijn en aan de beraadslagingen deelnemen. Zij kunnen in deze vergadering door ambtenaren worden ondersteund. 2. De voorzitter van de beeld- of oordeelsvormende vergadering kan bepalen dat anderen deelnemen aan de beraadslaging. 3.
Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter, de griffier of één der leden van de vergadering genomen. Paragraaf 2. De voorbereiding 24 Vergaderfrequentie 1. De beeld- en oordeelsvormende vergaderingen worden als regel op donderdagavond gehouden volgens een vastgesteld vergaderrooster. 2. De beeld- en oordeelsvormende vergaderingen beginnen als regel om 19.30 uur in het Stadskantoor. 3. De vergaderingen worden tevens gehouden indien de agendacommissie het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties met opgaaf van redenen daarom verzoeken bij de voorzitter van de agendacommissie. 4. Aan de besluitvormende vergadering mogen uitsluitend raadsleden deelnemen. 5. De besluitvormende vergadering vindt één keer per zes weken op donderdag plaats. Deze vangt aan om 19.30 uur. 6. De vergaderingen duren in beginsel niet langer dan tot 23.00 uur. Wanneer de agenda om 23.00 uur nog niet is afgewerkt, nemen de aanwezige raadsleden na afhandeling van het aan de orde zijnde agendapunt, op voorstel van de voorzitter, een beslissing over wijze en het tijdstip van behandeling van de nog resterende agendapunten. Hierbij geldt dat de meerderheid beslist. 7. Voorts vergadert de raad in uitzonderlijke gevallen op andere dagen, tijdstippen en locaties, indien de voorzitter dit nodig acht of indien ten minste twee fracties schriftelijk, en met opgave van redenen, daarom verzoekt.
25 Oproep 1. De voorzitter roept, spoedeisende vergaderingen uitgezonderd, de leden ten minste 10 dagen van tevoren schriftelijk tot de vergadering op onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In voorkomende gevallen kan een vergadering digitaal plaatsvinden. 2. Tegelijkertijd met de oproep brengt de voorzitter de agenda en bijbehorende stukken ter openbare kennis. 3. Als over de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid of artikel 86, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking
Besluitnr.: 21 Pagina 8
4.
van het tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. De voorzitter kan na het verzenden van de oproep zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden toegezonden.
26 Openbare kennisgeving Vergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeenteraad. 27 Agenda 1. De agendacommissie stelt de agenda van de beeldvormende vergadering vast. 2. In de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen worden agenderingsvoorstellen gedaan voor de opvolgende vergaderingen. 3. Wanneer een vergadering een voorstel onvoldoende voor beraadslaging of besluitvorming voorbereid acht, kan besloten worden dit verder niet te behandelen. De agendacommissie bepaalt in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4. Bij aanvang van de besluitvormende vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 5. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor beraadslaging voorbereid acht, kan deze het onderwerp verwijzen naar de agendacommissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 6. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 28 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep voor eenieder op de website van de gemeenteraad beschikbaar gesteld.
Indien na het verzenden van de oproep stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en via de hierboven genoemde website. 2. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, of artikel 86, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken in afwijking van het eerste lid, niet openbaar beschikbaar gesteld via genoemde website. Paragraaf 3. Orde van de vergaderingen 29 Presentielijst 1 De leden tekenen de presentielijst van de besluitvormende raad in de volgorde waarin zij ter vergadering komen. De presentielijst wordt na afloop van de vergadering gesloten en door de griffier en voorzitter ondertekend. In geval van een digitale vergadering noteert de griffier de namen van de aan de vergadering deelnemende raadsleden op de presentielijst. 2. Een lid dat vóór het sluiten van de vergadering de vergadering verlaat, geeft daarvan bij het verlaten kennis aan de griffier die van de mutatie in de presentielijst melding maakt. 3. Zolang een lid zich niet op de in het tweede lid bedoelde wijze heeft afgemeld en daarvan in de presentielijst geen aantekening is gemaakt, wordt het lid geacht aanwezig te zijn. 30 Zitplaatsen 1.
De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben bij een fysieke besluitvormende vergadering een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.
Besluitnr.: 21 Pagina 9
2. 3.
Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. Tijdens een beeldvormende of oordeelsvormende raad nemen er per fractie maximaal drie leden deel aan de vergadering. Per agendapunt kan worden gewisseld.
31 Opening vergadering; quorum 1. Beeld- en oordeelsvormende vergaderingen worden op het vastgestelde tijdstip door de voorzitter geopend. 2. De voorzitter opent de besluitvormende vergadering op het vastgestelde uur, indien blijkens de presentielijst meer dan helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 3. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 4. Op de vergadering bedoeld in het derde lid is het tweede lid niet van toepassing. De raad kan over andere onderwerpen dan die waarvoor de niet-geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten indien blijkens de presentielijst het quorum is gehaald. 32 Spreekrecht burgers 1. Spreekrecht bij de beeld- en oordeelsvormende vergaderingen a. Na de opening van een beeldvormende of oordeelsvormende vergadering kunnen inwoners gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Aanmelding voor het spreekuur dient vóór 14.00 uur op de dag van de vergadering te hebben plaatsgevonden. b. Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. c.
Het spreekrecht geldt niet voor personen die het woord willen voeren namens een politieke partij die in de raad vertegenwoordigd is. d. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Indien zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld wordt de totaal beschikbare tijd evenredig over hen verdeeld. e. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een leden van de vergadering doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. f. Voorafgaand aan de beeldvormende vergadering kan een raadsledenspreekuur worden georganiseerd. Inwoners kunnen gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten het woord voeren over niet geagendeerde onderwerpen. Aanmelding voor het raadsledenspreekuur dient vóór 14.00 uur op de dag van de vergadering te hebben plaatsgevonden. 2. Spreekrecht bij de besluitvormende vergaderingen a. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Indien een geagendeerd onderwerp bij de vaststelling van de agenda wordt afgevoerd, blijft de mogelijkheid bestaan om over dat onderwerp in te spreken. b. Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. c.
Het spreekrecht geldt niet voor personen die het woord willen voeren namens een politieke partij die in de raad vertegenwoordigd is. d. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 14.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Deze vermeldt daarbij diens naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover deze het woord wil voeren. e. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Besluitnr.: 21 Pagina 10
f. g.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Indien zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld wordt de totaal beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter, of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
33 Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter vaststelling in een besluitvormende raad geagendeerd. De griffier doet daarbij een voorstel tot afhandeling. 34 Spreekregels 1. Raadsleden en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat raadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 3. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 4. De voorzitter bepaalt de sprekersvolgorde in de vergadering. 35 Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5.
Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde of een interruptie. 36 Spreektijden 1. Bij beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende raden wordt een spreektijdenregeling toegepast. 2. Het presidium stelt de spreektijden voor fracties en het college vast aan het begin van de raadsperiode. 3. Zodra de maximumduur van de spreektijd is verstreken, verzoekt de voorzitter de spreker diens betoog af te ronden. De spreker geeft terstond aan dit verzoek gevolg. 37 Beraadslaging 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om het college of de leden van de raad de gelegenheid te geven tot onderling nader overleg. 3. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Degene die de schorsing heeft aangevraagd krijgt als eerste het woord. 38 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij
Besluitnr.: 21 Pagina 11
2.
3.
a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Indien een spreker beledigende of onbetamelijke uitlatingen doet, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert dan wel anderszins de orde verstoort, wordt deze door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
39 Besluitenlijsten 1. Van alle vergaderingen in de BOB-cyclus wordt een beeld- en geluidsregistratie via de gemeentelijke website beschikbaar gesteld. Dit geldt als de letterlijke notulen van de vergadering en wordt aangevuld met een besluitenlijst. 2. De ontwerp besluitenlijsten van de beeld- en oordeelsvormende vergaderingen worden meegezonden met de schriftelijke oproep voor de besluitvormende raad en opgevoerd op de lijst van ingekomen stukken. 3. De in de betreffende vergadering aanwezigen hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen indien de besluitenlijsten onjuistheden bevatten. 4. Een besluitenlijst van de beeld- en oordeelsvormende vergadering bevat: a. de namen van de aanwezigen; b. een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest; c. het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring; d. de nog openstaande discussiepunten en gedane toezeggingen. 5. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst van de besluitvormende vergadering onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. 6. De besluitenlijst van de besluitvormende vergadering moet inhouden: a.
de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. hetgeen besloten is; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 7. De besluitenlijsten worden opgesteld onder de zorg van de griffier. 8. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Paragraaf 4. Procedures bij stemmingen 40 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.
Besluitnr.: 21 Pagina 12
41 Besluitvorming 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als deze vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor het te nemen besluit. 42 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij worden geacht tegen te hebben gestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van de getekende presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 8. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen eventueel kunnen worden heropend als er zich nieuwe feiten voordoen. 9. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het achtste lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. 43 Niet deelname aan stemming 1. Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over : a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij deze als vertegenwoordiger is betrokken. b. de vaststelling of goedkeuring van zaken die betrekking hebben op een organisatie, bedrijf of instantie waaraan deze rekenplichtig is of tot welks bestuur deze behoort. 2.
Het eerste lid is niet toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezingen benoemde leden. 44 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
Besluitnr.: 21 Pagina 13
4.
Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens, behoudens het genoemde in het eerste van dit artikel, over het voorstel. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
45 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen correct stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet correct ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d.
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd. 46 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. 47 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gestopt en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal.
Degene wiens naam op dit briefje staat, is gekozen. Paragraaf 5. Besloten vergaderingen 48 Besloten vergadering 1. Bepalingen ten aanzien van beeld- en oordeelsvormende vergaderingen
Besluitnr.: 21 Pagina 14
2.
a. De beeld- en oordeelsvormende vergaderingen zijn openbaar, tenzij de aard van het te bespreken onderwerp zich hiertegen verzet. b. De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van het aantal aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig acht. c. De vergadering beslist bij meerderheid of er achter gesloten deuren wordt vergaderd. d. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Bepalingen ten aanzien van besluitvormende vergaderingen a. De voorzitter schorst de openbare vergadering nadat ten minste een vijfde deel van de leden die de presentielijst hebben getekend, hebben verzocht om in beslotenheid te vergaderen of indien de voorzitter dit nodig oordeelt. b. De voorzitter verzoekt ambtenaren, pers en publiek de zaal te verlaten met uitzondering van de griffier en eventueel andere door hem aan te wijzen ambtenaren. c. De vergadering beslist of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd. d. Op de beraadslagingen zijn de bepalingen die voor de openbare vergaderingen gelden zoveel mogelijk van toepassing.
49 Geheimhouding 1. Voor afloop van de besloten beeld- of oordeelsvormende vergadering beslist de vergadering overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of over de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De vergadering kan tevens besluiten de geheimhouding op te heffen. 2. Voor de afloop van de besloten besluitvormende vergadering beslist de raad of over de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal worden opgelegd. Hiertoe moet de raad expliciet besluiten; anders geldt de geheimhouding niet. De raad kan ook besluiten de geheimhouding niet door middel van een besluit te bekrachtigen. 3. De geheimhouding wordt zowel door de leden die bij de behandeling aanwezig waren als door leden die op andere wijze van het behandelde en de stukken kennis nemen, in acht genomen totdat de raad de geheimhouding opheft. De verplichting tot geheimhouding geldt ook voor de andere personen die bij de behandeling aanwezig waren of die anderszins van het behandelde of van de stukken kennisnemen.
50 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 51 Behandeling besluitenlijst 1. Van een besloten vergadering wordt afzonderlijk een besluitenlijst gemaakt. 2. De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet publiek beschikbaar gesteld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. 3. Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze besluitenlijst. Paragraaf 6. Toehoorders en pers en gebruik mobiele telefoons 52 Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
Besluitnr.: 21 Pagina 15
2.
Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is niet toegestaan.
53 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergaderingen geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. 54 Gebruik mobiele telefoons Het gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen in de vergaderzaal en op de publieke tribune is toegestaan, mits er geen inbreuk wordt gemaakt op de orde van de vergadering. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen 55 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 56 Citeertitel en inwerkingtreding 1. Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van Orde gemeenteraad Goes 2022”. 2. Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2022. 3. Op dat tijdstip vervallen de volgende verordeningen: - Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2021, vastgesteld op 24 juni 2022; - Tijdelijk Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2021, vastgesteld op 23 september 2021; - Verordening op de Raadscommissie 2021, vastgesteld op 24 juni 2021; - Tijdelijke Verordening op de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Gemeente Goes 2021, vastgesteld op 23 september 2021.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Goes in zijn openbare vergadering van 9 juni 2022. de griffier,
de voorzitter,
drs. B.C. van Doornum. drs. M. Mulder MSc.
Besluitnr.: 21 Pagina 16
Toelichting Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 1 Begripsomschrijvingen h) Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan: ‘aan de orde/in behandeling zijnde’. 2 De voorzitter - De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In het artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester. - De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen, echter niet aan de besluitvorming. - Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie, zoals de beeld- en oordeelsvormende vergaderingen kunnen worden beschouwd, raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste lid, dat de raad de voorzitters “uit zijn midden” benoemt.
- Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de beeld- of oordeelsvormende vergadering. Dit is een bewuste keuze. Op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de beeld- of oordeelsvormende vergadering. Deze hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de beeld- of oordeelsvormende vergadering. 3 De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Deze is in principe in elke beeldvormende vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Iedere vergadering wordt ondersteund door een griffier. Dit is een medewerker van de griffie of een benoemde ambtenaar uit de ambtelijke organisatie. De griffier is altijd bij de vergaderingen van de beeld- of oordeelsvormende vergadering aanwezig.
In principe neemt deze geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de voorzitter de mogelijkheid heeft om de griffer uit te nodigen aan de beraadslagingen deel te nemen. 4 De wethouder Sinds de invoering van de dualisering van het gemeentebestuur maken wethouders geen deel meer uit van de gemeenteraad. De raad en het college van burgemeester en wethouders zijn ontvlecht. Het is echter niet de bedoeling geweest de raad en het college in posities te brengen, dat ze elkaar kunnen uitsluiten. Ook in gedualiseerde verhoudingen is het van belang dat een wethouder wordt betrokken bij de beraadslagingen van de raad. Echter, ten aanzien van bepaalde aangelegenheden is een terughoudende opstelling gewenst. Wethouders worden geacht zich niet te mengen in de beraadslagingen over zaken die in het bijzonder de raad aangaan en die de raad zonder inmenging van anderen wil behandelen. Bijvoorbeeld als het gaat om eigen functioneren of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door wethouders gevoerde bestuur.
Besluitnr.: 21 Pagina 17
5 De secretaris De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt benoemd en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie. 6 Het presidium - Het presidium kan worden beschouwd als een bestuurscommissie, zoals bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet. Op grond van dit artikel zijn de voorzitter van de raad en de plaatsvervangend voorzitter van de raad geen lid van het presidium. Zij hebben een adviserende stem. - Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Het presidium heeft geen inhoudelijke taken en neemt dan ook geen besluiten zoals bedoeld in het Regelement van Orde.
Het presidium vervult een ondergeschikte rol wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd. Dat strookt niet met de Grondwet, die het primaat immers uitdrukkelijk bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Gelet op de procedurele taken zijn de vergaderingen van het presidium niet openbaar. - Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in het duale stelsel versterkt. - Voor zover de nestor van de raad geen fractievoorzitter is, mag ook deze in voorkomende gevallen in plaats van de fractievoorzitter aan de vergadering deelnemen. - Het presidium stelt jaarlijks het vergaderrooster vast. 7 De agendacommissie - De agendacommissie kan worden beschouwd als een bestuurscommissie, zoals bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet. - De agendacommissie vervult een procedurele rol bij de voorbereiding van de vergaderingen van de raad. Het gaat dan om het vaststellen van de conceptagenda’s van met name de beeld- en oordeelsvormende vergaderingen. - De griffier is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig, omdat deze voor de ondersteuning van de raad zorgt. In de agendacommissie worden geen besluiten genomen als bedoeld in het Reglement van Orde.
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden, benoeming wethouders, fracties 8 Onderzoek geloofsbrieven, beëdiging leden en benoeming wethouders - De benoemde wordt per brief in kennis gesteld van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of deze de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat deze zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overgelegd, waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met openbare betrekkingen, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en(indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat deze voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). - Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In
Besluitnr.: 21 Pagina 18
deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt mondeling of schriftelijk verslag uit aan de raad. Eerste lid In het eerste lid wordt benadrukt dat de raad (en niet de voorzitter) een commissie onderzoek geloofsbrieven instelt, nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid - Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. - Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie onderzoek geloofsbrieven een extra taak. Zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en over het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. - De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.
Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Vierde en vijfde lid - Op grond van artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. - Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. - Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden.
- De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Zesde lid - Dit lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het onderzoek van de geloofsbrieven van raadsleden voort. Omdat de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a,36b, 41b en 41c). - Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten, maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties worden immers opnieuw beoordeeld. Bij de benoeming van een wethouder vindt een integriteitstoets plaats. De gedragscodepolitieke ambtsdragers speelt hierbij een rol.
Besluitnr.: 21 Pagina 19
- Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). 9 Fractie - In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet, maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. - In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.
Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Deze kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. - Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat vaneen lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.