CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 18. Toelichting

Besluitvormende raad 14 maart 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen20.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

46

Figuur 20: Neerslagtekort per jaar bij Wilhelminadorp (bron: klimaateffectatlas) Het is daarom van belang dat in de gehele gemeente Goes in de neerslagperiodes zoveel mogelijk hemelwater wordt opgevangen en vastgehouden. Dit kan door middel van maatregelen met groen en door technische maatregelen zoals seizoensberging en infiltratiekratten. Maatregelen voor waterberging gaan ook wateroverlast tegen. Wateroverlast Zie paragraaf 5.3 Water – Wateroverlast. Overstromingen De stijging van de zeespiegel zorgt ervoor dat de kans op overstromingen groter wordt. Wanneer een overstroming plaatsvindt binnen de gemeente Goes zal deze dreiging komen vanaf het Veerse Meer of de Oosterschelde. De kans op overstroming wordt verdeeld in eens per 10 (groot), 100 (middelgroot), 1000 (klein) en 100.000 (bijzonder klein) jaar. Binnen de gemeente Goes zijn geen gebieden aanwezen waarbij een grote kans op overstroming is. Wel is een middelgrote kans op overstromingen aanwezig. De gebieden die deze kans hebben staan aangegeven op onderstaande kaart (figuur 23). Hierbij ligt de grootste overstromingsdiepte tussen de 0,5 en 2 meter.

Figuur 21: Locaties met een middelgrote kans (eens per 100 jaar) op overstromingen in de gemeente Goes (bron: klimaateffectatlas)

47

Onderstaande kaart (figuur 24) geeft de kleine kans op overstromingen aan. Ook hier ligt de grootste overstromingsdiepte tussen de 0,5 en 2 meter. Het grootste verschil met de middelgrote kans op overstromingen is dat het gebied ten westen van Goes ook overstroomt.

Figuur 22: Locaties met een kleine kans (eens per 1000 jaar) op overstromingen in de gemeente Goes (bron: klimaateffectatlas) In ’s-Heer Hendrikskinderen heeft de zuidelijke grens van de bebouwde kom een kleine kans op een overstroming. Hierbij wordt een overstromingsdiepte verwacht van maximaal 0,5 meter. Bij bestaande bebouwing zal ingezet moeten worden op het beperken van de schade. Bij nieuwbouw in dit gebied moet rekening gehouden worden met maatregelen als verhoging van de ingang van gebouwen en hogere drempels.

48

HOOFDSTUK 6 Juridische vormgeving 6.1 Planvorm Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen kan gekarakteriseerd worden als een zogenaamd 'beheersplan'. In een dergelijk plan ligt het accent van de juridische regeling vooral op het bieden van rechtsbescherming ten aanzien van het bestaand gebruik van gronden en opstallen. Er is sprake van een gedetailleerd plan, waarin de bestaande situatie grotendeels behouden blijft en waar rekening is gehouden met de nodige flexibiliteit door binnen een aantal bestemmingen meerdere functies toe te staan. Een en ander heeft geresulteerd in een planopzet met een beperkt aantal bestemmingen, een eenvoudig kaartbeeld en een uniforme opzet van de bouwbepalingen.

Alle bestaande functies (wonen, werken, verkeer, recreëren, etc.) worden gerespecteerd; ingrijpende functieveranderingen zijn niet voorzien. Het plan biedt wel de mogelijkheid om op een flexibele wijze op mogelijke functieveranderingen en veranderende woonbehoeften in te spelen. In het plan zijn hiertoe verschillende wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen. De regels zijn opgebouwd uit de Inleidende regels (Hoofdstuk 1) de Bestemmingsregels (Hoofdstuk 2), de Algemene regels (Hoofdstuk 3) en de Overgangs- en slotbepalingen (Hoofdstuk 4). De verbeelding van het bestemmingsplan bestaat uit 1 kaartblad.

6.2 Toelichting op de bestemmingen 6.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

6.2.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf De technische handelsonderneming aan de Nieuwe Rijksweg 2A is aangewezen als "Bedrijf". Dit bedrijf heeft de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - technische handelsonderneming' gekregen. Binnen de bestemming zijn bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken toegestaan, alsmede een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ten aanzien van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn regels bepaald over de situering en de maatvoering. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die is opgenomen als bijlage bij de regels, zijn bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 en 2 benoemd die ter plaatse eveneens zijn toegestaan. Via een afwijkingsbevoegdheid

49

kunnen bedrijfsactiviteiten mogelijk worden gemaakt die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomen. De gronden zijn mede bestemd voor onder meer verhardingen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Nutsvoorzieningen zijn met een specifieke aanduiding 'nutsvoorziening' bestemd, omdat een verandering van deze gebruiksfunctie niet te verwachten is. Artikel 4 Gemengd De bestemming "Gemengd" heeft betrekking op percelen in het gebied waar verschillende functies met elkaar gecombineerd mogen worden c.q zijn toegestaan. De hoofdgebouwen moeten opgericht worden in de op de plankaart aangegeven bebouwingsvlakken. Er zijn bepalingen opgenomen over de toegestane hoogte van gebouwen en andere bouwwerken. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van de regels over de maatvoering van bouwwerken. Artikel 5 Groen Binnen de bestemming "Groen" mogen niet voor bewoning bestemde gebouwen en andere bouwwerken worden opgericht. De bouwbepalingen zijn met name gericht op de maximaal toegestane hoogtematen. De oppervlakte van gebouwen mag maximaal 15 m² bedragen en de hoogte maximaal 3,5 meter. Artikel 6 Horeca In het plangebied zijn aan de Nieuwe Rijksweg een tweetal locaties aangewezen voor "Horeca".

Deze gronden zijn bestemd voor horecabedrijven in de lichte en middelzware categorie van de Staat van Horeca-activiteiten, die is opgenomen als bijlage bij de regels. Op deze gronden zijn zowel hoofdgebouwen als overige gebouwen en andere bouwwerken toegestaan. De bouwbepalingen die zijn opgenomen hebben vooral betrekking op de hoogtematen. Daarnaast is er een mogelijkheid om af te wijken van onder andere de voorgeschreven maatvoering. Artikel 7 Maatschappelijk De bestemming ‘Maatschappelijk’ is bedoeld voor onder andere openbare dienstverlening, onderwijs, religie, welzijnsinstellingen en het verenigingsleven. Ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van de bestemming zijn toegestaan. De kerk, de basisschool en het dorpshuis hebben een maatschappelijke bestemming gekregen. Binnen deze bestemming mogen niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. Voor deze bouwwerken zijn regels opgenomen over de maximaal toegelaten maten. Artikel 8 Recreatie De bestemming “Recreatie” is gelegd op een perceel grond aan de Oude Rijksweg dat wordt gebruikt voor volkstuinen. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor kassen en materiaalbergingen. Artikel 9 Sport Deze bestemming is van toepassing op de sportvelden ten noorden van de Nieuwe Rijksweg.

In de regels is aangegeven welk gebruik is toegestaan en is de maatvoering voor de bebouwing bepaald. Artikel 10 Tuin In de bestemming tuin mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd, behalve ter plaatse van de aanduiding schuur. Voor deze aanduiding zijn bepalingen opgenomen ten behoeve van de toegestane goot- en bouwhoogte. Artikel 11 Verkeer De wegen en verblijfsgebieden in het plangebied hebben de bestemming "Verkeer". Binnen deze bestemming zijn niet voor bewoning bestemde gebouwen (bijvoorbeeld transformatorhuisjes) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (bijvoorbeeld speeltoestellen, afvalcontainers) toegestaan. De bouwbepalingen zijn met name gericht op de maximaal toegestane hoogtematen. De in het plangebied aanwezige garageboxen zijn van een specifieke aanduiding voorzien en zijn alleen toegelaten binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken. Voor de garageboxen zijn bepalingen opgenomen over de breedte en hoogte.

50

Artikel 12 Waardevolle dijk De in het plangebied aanwezige binnendijk is, evenals de daarop gelegen weg, bestemd als “Waardevolle dijk”. De dijk is uit landschappelijk en natuurwetenschappelijk oogpunt waardevol. Ter bescherming van de specifieke waarden van deze gronden is voor de uitvoering van werken een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Artikel 13 Water Waterlopen en oppervlaktewateren van enige omvang zijn bestemd tot "Water". Binnen de bestemming "Water" zijn enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De maximale hoogte bedraagt 2 meter boven NAP en voor een mast 8 meter boven NAP. Middels een afwijkingsbevoegdheid kan van deze hoogte worden afgeweken . Artikel 14 Wonen Het overgrote deel van de gronden is bestemd tot "Wonen" De volgende woningtypen worden onderscheiden: vrijstaand, twee-aan-een en aaneengebouwd. Binnen de bestemming "Wonen" zijn hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. In de regels zijn onder meer de maximale hoogte van de hoofdgebouwen, de minimale breedte van een hoofdgebouw en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens vastgelegd. Met betrekking tot de situering van de hoofdgebouwen zijn op de verbeelding bebouwingsvlakken ingetekend, waarin de hoofdgebouwen gesitueerd dienen te worden.

De bebouwingsvlakken zijn in het algemeen op de bestaande situatie afgestemd om te voorkomen dat ongewenste wijzigingen in de bestaande stedenbouwkundige situatie optreden. Ten aanzien van de bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bepalingen opgenomen betreffende de goot- en bouwhoogte en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de woning of bijbehorende bouwwerken worden rechtstreeks toegestaan, mits wordt voldaan aan de omschrijving van deze activiteiten zoals opgenomen onder de begripsbepalingen uit artikel 1. Het plan biedt de mogelijkheid om door middel van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden op ontwikkelingen in te spelen. Afwijkingsbepalingen zijn opgenomen om af te wijken van de voorgeschreven (hoogte)maten.In lid 7.1 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen teneinde de samenstelling van de woningvoorraad te kunnen wijzigen. Door middel van deze wijzigingsbevoegdheid bestaat de mogelijkheid om de in het bestemmingsplan opgenomen aanduidingen te wijzigen. Verder dient voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid aan een aantal nader genoemde voorwaarden te worden voldaan.

Artikel 15 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding De bestemming "Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding" voorziet in de aanleg, het gebruik en de bescherming van de ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding in het plangebied. De bouwregels maken bouwwerken ten dienste van de leiding mogelijk. Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd in het geval van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Hiermee wordt de verbinding beschermd. Het artikel bevat een afwijkingsmogelijkheid voor het toestaan van bouwmogelijkheden van andere bestemmingen en een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden die in aanleg schadelijk kunnen zijn voor de verbinding. Hieronder vallen onder meer graafwerkzaamheden en de aanleg van diepwortelende beplanting. Artikel 16 Leiding - Water Voor de waterleidingen die vanwege de vitale drinkwatervoorziening dan wel hun regionale functie een planologische betekenis hebben, is de dubbelbestemming “Leiding - Water” opgenomen. Binnen de bestemming is, ter bescherming van de waterleidingen, een bouwverbod voor de andere bestemmingen opgenomen, alsmede een omgevingsvergunningenstelsel.

Artikel 17 en 18 Waarde - Archeologie - 1 en 2 De gronden met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie - 1" en "Waarde - Archeologie - 2" zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen mogen onder voorwaarden worden vernieuwd of veranderd. Ter bescherming van de archeologische waarden dient de aanvrager voor het bouwen van een bouwwerk een archeologisch rapport te overleggen indien de oppervlakte groter is dan respectievelijk 50 m² en 250 m² en dieper wordt gegaan dan 40 cm. Indien het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische 51

waarden kunnen burgemeester en wethouders naar aanleiding daarvan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Daarnaast is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden die de grond roeren. Tot slot zijn in deze bestemming wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de archeologisch waardevolle gebieden te kunnen wijzigen.

6.2.3 Algemene regels Artikel 19 Antidubbeltelbepaling Het doel van deze bepaling is om te voorkomen dat, wanneer volgens het bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van het bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waarvan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 20 Algemene bouwregels In dit artikel zijn bepalingen omgenomen omtrent algemene bouwregels. Het betreft hier bepalingen ten aanzien van bestaande maten, het overschrijden van bouwgrenzen en het realiseren van parkeergelegenheid en laad- en losruimte. Artikel 21 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn (verbods)bepalingen opgenomen over het gebruik van in dit plan begrepen gronden. Recreatieve verhuur van woningen is onder meer niet toegestaan. Artikel 22 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene afwijkingsbepalingen opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het overschrijden van maten, bebouwingsgrenzen, geringe afwijkingen van het bestemmingsplan en het afwijken voor het oprichten van antennes en masten. Artikel 23 Algemene wijzigingsregels De algemene wijzigingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders is in dit artikel opgenomen.

Het plan kan worden gewijzigd voor geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen met maximaal 5 meter toelaatbaar. Artikel 24 Algemene procedureregels Dit artikel bevat de procedureregels die gelden bij de voorbereiding van een besluit tot toepassing van een wijzigingsbevoegdheid.

6.2.4 Overgangs- en slotregels Artikel 25 Overgangsrecht Dit artikel betreft de overgangsbepalingen met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 26 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan 'Bebouwde kom 's-Heer Hendrikskinderen '.

52

HOOFDSTUK 7 Handhaving 7.1 Inleiding De gemeenteraad heeft tot taak bestemmingsplannen vast te stellen voor het grondgebied van de gemeente. In elk bestemmingsplan wordt het door de gemeente gewenste ruimtelijke beleid voor een bepaald gebied vertaald. Een nieuw bestemmingsplan legt de bestaande ruimtelijke kaders vast en bepaalt de grenzen waarbinnen planologische ontwikkelingen mogelijk zijn. Het biedt de gemeente een actueel beleidsmatig en juridisch toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in een specifiek gebied. Om de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving te behouden en te verbeteren, is het noodzakelijk dat na het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan de daaruit voortvloeiende regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. In gevallen waarin regels niet uit eigen beweging worden nageleefd dient in beginsel handhavend te worden opgetreden. Het uitblijven van handhavend optreden tegen de overtreding van regels die in een bestemmingsplan worden gesteld aan de bebouwing en inrichting van gronden, heeft een negatieve weerslag op de ruimtelijke kwaliteit, kan leiden tot rechtsongelijkheid, kan ongewenste precedentwerking tot gevolg hebben en vermindert het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur.

7.2 Handhaving bestemmingsplannen Onder handhaving wordt verstaan het nemen van maatregelen om de naleving van wettelijke voorschriften te bevorderen. Handhaving betreft dus niet alleen het daadwerkelijk repressief optreden tegen overtreders met behulp van sanctiemiddelen. Daaraan voorafgaand is het gewenst dat er heldere en hanteerbare regels zijn, moeten die regels kenbaar zijn en wordt er toezicht gehouden op de naleving ervan. Een eerste vereiste voor een goede handhaving is derhalve een bestemmingsplan met handhaafbare regels. Dat wil zeggen: regels die zodanig zijn opgesteld dat deze in de toetsingspraktijk goed hanteerbaar zijn. Voorlichting en preventief optreden vormen de basis voor effectieve handhaving. Een goede informatievoorziening draagt bij aan een verbetering van de naleving van bestemmingsplannen. Hoewel sanctionering in de meest optimale situatie niet nodig zou moeten zijn, zullen zich in de praktijk altijd gevallen voordoen waarin achteraf opgetreden moet worden tegen illegale situaties. In dergelijke gevallen kan het college van burgemeester en wethouders wettelijke dwangmiddelen inzetten om overtredingen gedwongen te (laten) beëindigen, zoals het opleggen van een last onder bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.

7.3 Handhavingsbeleid De doelstelling van handhaving is het bevorderen van de naleving van wettelijke regels en het herstellen van overtredingen. Handhavend optreden in geval een overtreding is geconstateerd, is een beginselplicht, dat door middel van het voeren van een transparant beleid ingezet moet worden om de doelstelling te bereiken. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een leefbare en veilige woonomgeving voor de inwoners van de gemeente. De door het college van b&w aangewezen toezichthouders, zijn belast met het toezicht op de naleving van onder meer de ruimtelijke regelgeving. Deze taak wordt zo veel mogelijk consistent en stelselmatig uitgevoerd, zodat aan de beginselen van behoorlijk bestuur zoals rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid kan worden voldaan. Ook daarvoor is het nodig handhavingsbeleid vast te stellen. Het handhavingsbeleid is, zoals vele andere beleidsvelden, altijd in beweging. Met behulp van monitoring wordt periodiek geëvalueerd en wordt zo nodig het beleid bijgesteld. De gemeente kan niet overal en altijd toezien op naleving van regels, waardoor het noodzakelijk is prioriteiten te stellen. De handhavingsprioriteiten worden steeds vastgesteld op basis van een risico-analyse.

Jaarlijks wordt op basis van het beleid een handhavinguitvoeringsprogramma vastgesteld zodat inzichtelijk wordt op welke wijze de beschikbare handhavingscapaciteit in een bepaald jaar wordt ingezet. Het handhavingsbeleid is erop gericht om zo veel mogelijk integraal te handhaven.

53

Het houden van toezicht op illegale bouw en strijdigheid met bestemmingsplannen scoort dusdanig dat de prioriteit gemiddeld tot hoog genoemd kan worden. Wanneer een aspect een lage prioriteit heeft, betekent dit overigens niet dat de regel overtreden mag worden. De beginselplicht tot handhaving, zoals die door de Raad van State is geformuleerd, is onverkort van kracht. Er zal dus altijd serieus met constateringen en klachten worden omgegaan, ook al is de prioriteit van desbetreffende overtreden norm laag. Echter, de focus van de toezichthoudende ambtenaren zal met name zijn gericht op de gestelde prioriteiten zoals opgenomen in het beleid.

7.4 Opleggen sancties Wanneer een overtreding niet vrijwillig wordt beëindigd, wordt doorgaans gekozen voor het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom om een overtreder te dwingen een illegale situatie te beëindigen. Deze bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen hebben een reparatoir karakter en zijn met vele juridische waarborgen omkleed. Omdat een overtreding van het bestemmingsplan in de Wet op de economische delicten is aangemerkt als een economisch delict, is ook strafrechtelijke handhaving een optie. Privaatrechtelijke handhaving is minder geschikt. Tot het gedogen van overtredingen wordt slechts in uitzonderlijke gevallen overgegaan, bijvoorbeeld wanneer in redelijkheid niet meer voldaan kan worden aan de geldende regels en aanpassing van de regelgeving aan gewijzigde beleidsinzichten nog niet heeft plaatsgevonden.

54

HOOFDSTUK 8 Economische uitvoerbaarheid Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan voor een bestaande situatie en voorziet niet in uit te voeren werken of werkzaamheden. Het bestemmingsplan is daarmee economisch uitvoerbaar. Om die reden is het opstellen van een exploitatieplan achterwege gelaten. De financiële betrokkenheid van de gemeente zal bij mogelijke investeringen per geval worden afgewogen. Bij die percelen waarvoor een wijzigings- danwel afwijkingsbevoegdheid is opgenomen, zal medewerking slechts worden verleend nadat de financiële haalbaarheid hiervan bij dat concrete verzoek vooraf is aangetoond.

55

HOOFDSTUK 9 Maatschappelijke toetsing 9.1 Vooroverleg artikel 3.1.1 Bro Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg te worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan is toegestuurd aan de volgende instanties: <0000> provincie Zeeland; <0000> waterschap Scheldestromen; <0000> Veiligheidsregio Zeeland; <0000> Stedin; <0000> Gasunie; <0000> Evides. Verder is de Vereniging Dorpsraad ’s-Heer Hendrikskinderen in kennis gesteld van het nieuwe bestemmingsplan.

9.2 Ontwerpbestemmingsplan Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerp van het bestemmingsplan gedurende zes weken in het stadskantoor ter inzage gelegd en gepubliceerd op de website ruimtelijkeplannen.nl, zodat het plan digitaal raadpleegbaar is. Gedurende deze termijn kan eenieder zowel mondelinge als schriftelijk zienswijzen naar voren brengen.

56

HOOFDSTUK 10 Bijlagen 1. Onderzoek externe veiligheid / Risicoanalyse weg en spoor ’s-Heer Hendrikskinderen

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13878191/1