CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 15. Regels met bijlagen

Besluitvormende raad 14 juli 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Binnenstad22.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie B' de volgende kwalitatieve kenmerken worden onderscheiden: <0000> regelmaat van beeldbepalende panden en gebouwen met ondersteunende beeldkwaliteit; <0000> stedenbouwkundig patroon van straten en andere ruimten in relatie tot de haven, vroegere vestigingwal en singels; <0000> profilering en inrichting van de openbare ruimte; <0000> situering en afmeting van de bebouwing, waaronder concentraties van monumenten; <0000> individueel herkenbare identiteit van de gevels in de gevelwanden; <0000> samenhang in de maatvoering tussen de gevels horizontaal (percelering), verticaal (gevelhoogte) en de openbare ruimte; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie C' de volgende kwalitatieve kenmerken worden onderscheiden: <0000> stedenbouwkundig patroon van straten, pleinen en de groene ruimte in relatie ook met de vroegere vestingwal en singels; <0000> profilering en inrichting van de openbare ruimte; <0000> samenhang in maatvoering tussen de gevels horizontaal (percelering), verticaal (gevelhoogte) en de openbare ruimte; d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie D' de volgende kwalitatieve kenmerken worden onderscheiden: <0000> ruimtelijke hoofdstructuur die wordt bepaald door de langs de Oostvest slingerende Oostsingel, tot stand gekomen naar aanleiding van de herontwikkeling van de geslechte vestingwerken; <0000> vrijwel aaneengesloten bebouwing die wordt gekarakteriseerd door een afwisselende verschijningsvorm van de woningen met één tot twee bouwlagen en een kap en overwegend uitgevoerd in baksteen; <0000> panden die vooral in het meest noordelijke deel direct aan het trottoir liggen en meer naar het zuiden overwegend zijn voorzien van voortuinen. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de hoofdgebouwen worden gebouwd met de voorgevel in de voorgevelrooilijn; 2. de bestaande gesloten gevelwanden behouden blijven; 3. de oorspronkelijke positie en oriëntatie van gebouwen behouden blijven; 4. de samenstelling van de hoofdmassa gerespecteerd wordt; 5. bij renovatie of verbouwing de oorspronkelijke verticale gevelgeleding behouden blijft;

53

6. de individuele herkenbaarheid van gevels behouden blijft, ook bij samenvoeging van meerdere panden. 20.3

Nadere eisen

20.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen nadere eisen te stellen aan het materiaal- en kleurgebruik van gebouwen. 20.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 20.2.1 sub a, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover geen onevenredige schade wordt toegebracht aan dan wel herstel is verzekerd van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde stadsgezicht; b. alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de monumentencommissie over de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de waarden van het beschermde stadsgezicht niet onevenredig worden geschaad en over de eventueel te stellen voorwaarden. 20.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

20.5.1 Verbod voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden op of in voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders hoofdgebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen. 20.5.2 Uitzondering op het verbod voor het slopen van een bouwwerk Het in artikel 20.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. sloopwerkzaamheden die normaal beheer of onderhoud betreffen; b. inpandige sloopwerkzaamheden; c. sloopwerkzaamheden aan een achtergevel of achterdakvlak, mits die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; d. sloopwerkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn; e. sloopwerkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen of een vergunning ingevolge de Erfgoedwet. 20.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a. Sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover geen onevenredige schade wordt toegebracht aan dan wel herstel is verzekerd van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde stadsgezicht; b.

alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de monumentencommissie over de vraag of door de voorgenomen sloopwerkzaamheden de waarden van het beschermde stadsgezicht niet onevenredig worden geschaad en over de eventueel te stellen voorwaarden.

54

Artikel 21 Waarde - Natuur en landschap 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud en de versterking van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden; b. water, verkeersdoeleinden en groenvoorzieningen. 21.2

Bouwregels

21.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in artikel 21.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 2 meter; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voorzover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 21.3

Afwijken van de bouwregels

21.3.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 21.2.1 sub a voor een hoogte tot maximaal 10 meter; b. artikel 21.2.1 sub b voor het bouwen van een nieuw bouwwerk of het vergroten van een bestaand bouwwerk, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, wordt uitgebreid en/of geen gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 21.3.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 21.3.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 21.4.1 Verbod voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden zonder vergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage, tenzij deze werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor met toepassing van artikel 21.2 een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van de bevoegde waterbeheerder; c. het planten of rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd; d. het aanbrengen, verleggen en verbreden van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 21.4.2 Uitzondering op het verbod voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden 55

Het in artikel 21.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden voor normaal onderhoud en beheer, mits deze niet leiden tot onevenredige schade aan en/of onomkeerbare gevolgen voor de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden; b. werken en/of werkzaamheden die noodzakelijk zijn ten behoeve van de instandhouding van de waterkering. 21.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden a. werken en/of werkzaamheden als bedoeld in artikel 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien hierdoor de in lid 21.1 genoemde waarden: 1. niet worden aangetast of 2. niet significant worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zonodig compenserende maatregelen worden getroffen; b. alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die betrekking heeft op gronden die blijkens de bestemming een waterstaatkundige functie hebben, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterkeringbeheerder omtrent de vraag of door het verlenen van die omgevingsvergunning de waterstaatkundige functie niet onevenredig wordt geschaad.

56

Artikel 22 Waterstaat - Waterstaatkundige functie 22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en), primair bestemd voor: a. waterkering, waterbeheersing, kaden, sloten, watergangen en singels; b. opslag en onderhoud ten behoeve van vaar- en waterwegen, verkeersdoeleinden en groenvoorzieningen; c. havens en sluizen ten dienste van de scheepvaart, de waterstaat en de landbouw. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in artikel 22.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van masten maximaal 10 meter bedraagt; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voorzover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 22.3

Afwijken van de bouwregels

22.3.1 Afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 22.2.1 sub a voor een hoogte tot maximaal 10 meter; b. artikel 22.2.1 sub b voor het bouwen van een nieuw bouwwerk of het vergroten van een bestaand bouwwerk, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, wordt uitgebreid en/of geen gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 22.3.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 22.3.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. de waterstaatkundige belangen niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 22.3.3 Procedureregel Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.3.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder van de waterkering omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen de waterstaatkundige belangen niet onevenredig worden geschaad.

57

HOOFDSTUK 3 Algemene regels

58

Artikel 23 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

59

Artikel 24 Algemene bouwregels 24.1 Bestaande maten a. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. in geval van herbouw is het bepaalde onder a. en b. uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 24.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende reclameborden, stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, erkers, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt, met dien verstande dat reclameborden ook bestemmingsgrenzen mogen overschrijden.

24.3 Parkeergelegenheid en laad- en losruimte Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit geldt in het geval van de nieuwbouw van een hoofdgebouw de regel dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd, alsook, indien de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen, met dien verstande dat: a. voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen in het ‘Parkeerbeleidsplan 2009 - 2020' (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 februari 2010), zoals opgenomen in bijlage 3 bij de regels, of, indien dit document gedurende de planperiode wordt gewijzigd, aan de normen die in deze wijziging worden opgenomen; b. indien het bedoelde onder a. onvoldoende uitsluitsel geeft over het te realiseren aantal parkeerplaatsen, de parkeerkencijfers van het CROW worden toegepast; c. parkeergelegenheid en laad- en losruimte op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 24.4

Afwijkingsbevoegdheid

24.4.1 Afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 24.3, indien het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. artikel 24.3, indien op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid, dan wel laad- en losruimte wordt voorzien. 24.4.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 24.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

60

Artikel 25 Algemene gebruiksregels Het is verboden de in de dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. recreatieve verhuur van (delen van) woningen, anders dan als bed & breakfastaccommodatie in de vorm van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit of ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast'; b. het gebruiken, te doen of te laten gebruiken van gronden voor de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie, anders dan ter plaatse van de aanduiding 'prostitutie'; c. onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken: 1. als opslagplaats voor bagger en grondspecie; 2. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen.

61

Artikel 26 Algemene aanduidingsregels 26.1 Geluidzone - industrie Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige bebouwing als gevolg van industrielawaai en mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte. 26.1.1 Bouwregels Binnen de als 'geluidzone - industrie' aangewezen gronden is het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing, in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 2 van dit plan, uitsluitend toegestaan, indien is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de bebouwing niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. 26.1.2 Wijzigen gebiedsaanduiding Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: 1. het wijzigen van de geluidzone, waarbij aangetoond dient te worden dat de geluidsbelasting in het gebied dat ophoudt deel uit te maken van de geluidzone lager is dan 50 dB(A); 2. het opheffen van de geluidzone, met dien verstande dat opheffing uitsluitend kan plaatsvinden wanneer de bestemming van het betrokken terrein zodanig is gewijzigd dat het geen zoneplichtig industrieterrein meer is.

26.1.3 Procedureregel Bij het toepassen van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 26.1.2 zijn de algemene procedureregels van artikel 29 van toepassing. 26.2

Vrijwaringszone - molenbiotoop

26.2.1 Bouwregels Binnen de als 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. binnen een afstand van 100 meter vanaf de molen mag geen bebouwing, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek, worden opgericht; b. buiten een afstand vanaf 100 meter van de molen mag geen bebouwing, hoger dan de onder a. genoemde hoogte vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen, worden opgericht. 26.2.2 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 26.2.1 teneinde: a. een bouwwerk toe te laten dat, gezien vanuit de molen, aan de achterzijde van bestaande bebouwing wordt opgericht en waarbij de hoogte en de breedte binnen de hoogte en breedte blijven van de bestaande bebouwing waarachter het bedoelde bouwwerk wordt opgericht; b. een bouwwerk toe te laten dat strekt ter vervanging van bestaande bebouwing en dat al dan niet wordt gebouwd ten behoeve van een andere functie dan de functie van de bestaande bebouwing, voor zover de bebouwingsmogelijkheden, krachtens het vigerende bestemmingsplan waarin de bestaande bebouwing is toegelaten, niet worden vergroot; c. Voor zowel de afwijking onder a. als b.

geldt dat de windvang, het functioneren en de zichtbaarheid van de molen niet onevenredig mogen worden aangetast. 26.2.3 Procedureregel Voorafgaand aan een beslissing omtrent afwijking als bedoeld in artikel 26.2.2 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies bij een molendeskundige instantie over de vraag of bij het bouwplan de belangen van de molen als werktuig en beeldbepalend element voldoende worden ontzien en over de eventueel te stellen voorwaarden.

62

Artikel 27 Algemene afwijkingsregels 27.1

Afwijkingsbevoegdheid

27.1.1 Afwijkingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het oprichten van antennes en masten tot een hoogte van maximaal 15 meter; b. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein; c. overschrijdingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op de inhoudsmaat van bedrijfswoningen. 27.1.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 27.1.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

63

Artikel 28 Algemene wijzigingsregels 28.1

Wijzigingsbevoegdheid

28.1.1 Geringe afwijkingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 5 meter toelaatbaar. 28.1.2 Procedureregel Bij het toepassen van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 28.1.1 zijn de algemene procedureregels van artikel 29 van toepassing.

64

Artikel 29 Algemene procedureregels 29.1 Procedure bij toepassing wijzigingsbevoegdheid Indien in de regels naar deze bepaling is verwezen, is op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van een bestemmingsplan de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.

65

HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels

66

Artikel 30 Overgangsrecht 30.1 Overgangsrecht gebruik a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

30.2 Overgangsrecht bouwwerken a een bouwwerk dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, - gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; - na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gedaan; b burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; c het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

67

Artikel 31 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan 'Binnenstad'.

68

BIJLAGEN Bijlage 1:

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2:

Staat van Horeca-activiteiten

Bijlage 3:

Parkeerbeleidsplan 2009-2020

69

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten bestemmingsplan "Binnenstad"

15 15 1552 1581 1581 1584 1584 1593 t/m 1595 18 18 182 205 22 22 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 30 30 30 31 31 316 33 33 33 36 36 361 362 363 3663.1 40 40 40 40 41 41 41 41 41 45 45 45 50 50 5020.4 5020.5 503, 504 51 51 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5156 519 60

10, 11 10, 11 1052 1071 1071 10821 10821 1102 t/m 1104 14 14 141 162902 58 58 18129 1814 1814 1813 1814 182 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 27, 33 26, 27, 33 293 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 31 31 9524 321 322 32991 35 35 35 35 36 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 45, 47 45204 45205 453 46 46 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 4676 466, 469 49

OMSCHRIJVING CATEGORIE

SBI-2008

nummer

SBI-1993

2 0 1 3 6 -

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

2 2 2 2 2

2 2

-

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening - PRODUKTIE EN DISTRIB.

VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS B Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. -

2 1 2 2 2 1

2

2

2

1 2 2 2

2

2

2

1 2 2

2 2 2 2 2 2 2 2 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten bestemmingsplan "Binnenstad"

-

-

60 6022 61, 62 63 6312 64 64 641 642 71

49 493 50, 51 52 52109 64 53 531, 532 61 77

71 711 714 72 72 72 72 73

77 7711 772 62 62 62 58, 63 72 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 84 84 84 94 59 591, 592, 601, 602 93 96 96012 96013

74 7481.3 75 75 75 91 92 921, 922 93 93 9301.2 9301.3

CATEGORIE

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

-

VERVOER OVER LAND Taxibedrijven

- DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE - GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. B Datacentra -

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Foto- en filmontwikkelcentrales

- OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen

2

2

2 1

2 2

1 2

2

1

2

2 2

Bijlage 2

STAAT VAN HORECA-ACTIVITEITEN Categorie 'lichte horeca' Bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1. Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca (h=1) − − − − − − − − − −

automatiek; broodjeszaak; cafetaria; croissanterie; koffiebar; lunchroom; ijssalon; snackbar; tearoom; traiteur.

2. Overige lichte horeca (h=2) − −

bistro; restaurant (zonder bezorg- en / of afhaalservice);

3. Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking (h=3) − −

bedrijven genoemd onder 1 en 2 met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m²; restaurant met bezorg- en / of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, McDrives);

4. Bedrijven met een logiesfunctie (h=4) −

hotel.

Categorie 'middelzware horeca' Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: 5. Middelzware horeca (h=5) − − − − − −

bar; biljartcentrum; café; proeflokaal; shoarma / grillroom; zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek/dansevenementen).

Categorie 'zware horeca' Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: 6. Zware horeca (h=6) − − −

dancing; discotheek; nachtclub;

Bijlage 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11665749/2