Agendapunt 15. Notabodembeheer-HavengebiedGoes- def 20210602
Tekst van het document
Uit oogpunt van eenvoudig en eenduidige beleid is gekozen voor zo min mogelijk verschillende toepassingsnormen voor de bestrijdingsmiddelen. Om deze reden gelden dezelfde LMW voor de voormalige boomgaarden alsmede voor de gebieden waar voor de NEN5740-parameters als toepassingseis MaxWONEN of MaxINDUSTRIE geldt.
9
Gehaltes bij standaardbodem (humus = 10%)
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
27/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
Deze LMW gelden voor het zowel het toepassen van grond en bagger op grond van het Besluit bodemkwaliteit, als voor het bepalen van de terugsaneerwaarden bij BUS-saneringen. Ook bij de bodemfunctieklasse industrie gelden ter plaatse van voormalige boomgaarden voor bestrijdingsmiddelen de LMW uit keuze 6 en niet de hogere MaxINDUSTRIE.
6.4
Toepassingsnormen voor PFAS
In de bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen zijn regionaal geldende toepassingsnormen vastgelegd. Deze normen voor PFAS gelden in de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen. Er gelden verschillende toepassingsnormen, afhankelijk van: het herkomstgebied van de grond of bagger; de diepte waarop de grond of bagger wordt toegepast; de toepassingsnormen voor de stoffen uit het NEN5740-pakket, zoals vastgelegd in de gemeentelijke nota’s bodembeheer (gekoppeld aan de bodemfunctieklassen). In de gemeente Goes – en dus ook in het Havengebied Goes – zijn voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv de toepassingsnormen voor PFAS afhankelijk van welke toepassingsnormen er gelden voor de NEN5740parameters: Herkomstgebied Toepassingsnorm NEN5740 Toepassingsnorm NEN5740 Achtergrondwaarde Klasse Wonen of klasse Industrie 6 gemeenten regio Bevelanden PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 7,0 μg/kgds en Tholen PFOS (som): 1,5 μg/kgds PFOS (som): 3,0 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3,0 μg/kgds Overige gemeenten in Zeeland PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 1,9 μg/kgds en buiten de provincie Zeeland PFOS (som): 1,4 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds
Voor het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv en dieper dan 2,0 m-mv gelden afhankelijk van het herkomstgebied altijd de volgende toepassingsnormen: Herkomstgebied Toepassingsnorm Toepassingsnorm 1,0-2,0 m-mv dieper dan 2,0 m-mv 6 gemeenten regio Bevelanden PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 1,9 μg/kgds en Tholen PFOS (som): 1,5 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige gemeenten in Zeeland PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 1,9 μg/kgds en buiten de provincie Zeeland PFOS (som): 1,4 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds De vermelde toepassingseisen voor PFAS zijn overgenomen uit de bodemkwaliteitskaart PFAS uit 2020. De normering ten aanzien van PFAS is nog ontwikkeling. Mocht er een nieuwe bodemkwaliteitskaart PFAS met aangepaste toepassingseisen worden vastgesteld, dan zijn die eisen ook voor Havengebied Goes leidend.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
28/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
6.5
Bodemtypecorrectie
Deze paragraaf is identiek aan paragraaf 4.6 uit de ‘Nota bodembeheer gemeente Goes’ Keuze 7: Voor alle Lokale Maximale Waarden (LMW) wordt de gangbare bodemtypecorrectie toegepast zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (met uitzondering van keuze 8) Toelichting: Voor de generieke normen (Achtergrondwaarde, MaxWONEN en MaxINDUSTRIE) is in de Regeling bodemkwaliteit standaard een bodemtypecorrectie voorgeschreven afhankelijk van het percentage lutum en/of het percentage organische stof. Bij het vaststellen van Lokale Maximale Waarden (LMW) moet de gemeente een keuze maken, of bij deze LMW wel of geen bodemtypecorrectie plaatsvindt. Uit oogpunt van eenduidigheid, sluit de gemeente aan bij de wijze waarop in de praktijk wordt getoetst. Dit betekent, dat voor de gebiedsspecifieke normen dezelfde bodemtypecorrectie plaatsvindt als in de Regeling bodemkwaliteit is opgenomen voor de generieke normen.
Keuze 8: Bij minerale olie wordt bij de toetsing aan de Achtergrondwaarde c.q. MaxWONEN geen bodemtypecorrectie toegepast wanneer het percentage humus minder dan 10% bedraagt. Toelichting: Bij organische verbindingen leidt de bodemtypecorrectie bij een humuspercentage van 2% tot een 5 maal zo strenge norm als de norm bij standaardbodem (humus = 10%). Bij een humuspercentage van 10% voldoen gehaltes minerale olie tot 190 mg/kgds nog aan de Achtergrondwaarde. Bij een humuspercentage van 2% leidt een gehalte minerale olie boven de 38 mg/kgds al tot indeling in klasse Industrie. In de praktijk kunnen gehaltes minerale olie boven de 38 mg/kgds voorkomen, zonder dat sprake is van een aanwijsbare oorzaak (verontreinigingsbron). Om deze reden wordt voor minerale olie bij lage humuspercentages geen bodemtypecorrectie toegepast, op dezelfde wijze als voor PAK landelijk geen bodemtypecorrectie wordt toegepast bij percentages humus lager dan 10%. Voor minerale olie geldt daarbij de randvoorwaarde, dat de grond niet zintuiglijk verontreinigd mag zijn met minerale olie. Voor minerale olie is MaxWONEN gelijk aan de Achtergrondwaarde. Het voorgaande geldt daarom ook voor de toetsing aan MaxWONEN.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
29/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
6.6
Maximum percentage bodemvreemde bijmengingen
Deze paragraaf is identiek aan paragraaf 4.7 uit de ‘Nota bodembeheer gemeente Goes’, aangevuld met aanscherping voor o.a. plastic die sinds november 2018 opgenomen is in de Regeling bodemkwaliteit Keuze 9: In gebieden met de bodemfunctieklasse ‘overig’ of ‘wonen’ geldt een maximum percentage bodemvreemde bijmengingen van 5% (volumepercentage). Deze keuze geldt niet voor grootschalige bodemtoepassingen (GBT) Keuze 10: In gebieden met de bodemfunctieklasse ‘industrie’ geldt een maximum percentage bodemvreemde bijmengingen van 10% (volumepercentage). Deze keuze geldt niet voor grootschalige bodemtoepassingen (GBT)
Toelichting: Grond en baggerspecie zijn in het Besluit bodemkwaliteit gedefinieerd als materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. In voorkomende gevallen wordt in grond en baggerspecie ook ander materiaal aangetroffen, zoals minerale bestanddelen (puin, vliegas, slakken) en niet-minerale, niet-natuurlijke bestanddelen (glas, plastic, behandeld en onbehandeld hout). Dit andere materiaal wordt gezien als bodemvreemde bijmengingen. Oogstrestanten (in bijvoorbeeld tarragrond) afkomstig van verwerkingsactiviteiten gelden ook als bodemvreemde bijmengingen. In het Besluit bodemkwaliteit is voor toe te passen partijen grond en bagger een maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen opgenomen van 20%. Sinds eind november 2018 is dit in de Regeling bodemkwaliteit aangescherpt, waarbij ander bodemvreemd materiaal dan steenachtig materiaal of hout (bijvoorbeeld plastic en piepschuim) slechts sporadisch aanwezig mag zijn in toe te passen grond of baggerspecie. Gemeentes kunnen in gebiedsspecifiek beleid een afwijkend percentage vaststellen.
Een aantal gemeentes in Zeeland heeft inmiddels voor het grootste deel van het grondgebied een maximum percentage van 5% vastgelegd. In het buitengebied en de naoorlogse wijken komen bodemvreemde bijmengingen normaliter niet of nauwelijks voor. In de vooroorlogse kernen komen bodemvreemde bijmengingen plaatselijk, maar niet algemeen voor. Bij toepassingen worden bodemvreemde bijmengingen in het algemeen niet gewenst vanuit civieltechnisch en privaatrechtelijk oogpunt.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
30/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
Om deze redenen kiest de gemeente Goes ervoor, om bij de bodemfuncties ‘overig’ en ‘wonen’ een lager maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen te hanteren van 5%. Voor de bodemfunctie ‘industrie’ geldt een minder strenge norm van 10%. Voornoemd percentage geldt niet voor: toepassingen van grond en bagger in een grootschalige bodemtoepassing (GBT); het verspreiden van bagger op aan de watergang grenzende percelen, inclusief de tijdelijke opslag in een weilanddepot10. De toe te passen grond mag worden gezeefd om tot een lager percentage bodemvreemde bijmengingen te komen. In de gehele gemeente geldt in aanvulling op de landelijke normering voor asbest, dat de toe te passen grond niet zintuiglijk verontreinigd mag zijn met asbest.
6.7
Voorwaarden voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring
De bodemkwaliteitskaart is een milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Als algemene voorwaarde voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring geldt, dat moet worden onderbouwd dat op de herkomstlocatie geen sprake is van een uitzonderingslocatie (zie verder paragraaf 7.2). Concreet betekent dit, dat altijd een historisch onderzoek (vooronderzoek) moet worden uitgevoerd alvorens de bodemkwaliteitskaart zonder verdere analyses als milieuhygiënische verklaring kan dienen. De bodemkwaliteitskaart kan als milieuhygiënische verklaring dienen, wanneer: er geen sprake is van een uitzonderingslocatie; de gemiddelde kwaliteit van de herkomstzone voldoet aan de in bijlage 8 (of bijlage 6 van de ‘Nota bodembeheer gemeente Goes’) opgenomen toepassingseisen; er geen ander wettig bewijsmiddel uit paragraaf 4.3 van de Regeling bodemkwaliteit zoals een partijkeuring beschikbaar is. In het havengebied is bijna altijd sprake van een uitzonderingssituatie. Daarom is altijd een verificatie middels een recent verkennend bodemonderzoek nodig in de volgende zones: zone Ketelhaven, Eiland en Haringman; zone Westerschans Zuid en Westhavendijk.
Indien een verkennend bodemonderzoek de kwaliteit zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart bevestigt blijft formeel de bodemkwaliteitskaart de milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Voor de zone ‘Goese Diep’ is in principe geen vooronderzoek en verificatieonderzoek meer nodig. Wel dient men in de uitvoering alert te blijven op zintuiglijke afwijkingen. Volgens het Besluit bodemkwaliteit is het niet mogelijk om in gebiedsspecifiek beleid een afwijkend percentage bodemvreemde bijmengingen vast te stellen voor het verspreiden van bagger op aangrenzende percelen en voor de tijdelijke opslag van bagger in een weilanddepot. 10
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
31/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
7
REGELS VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGER
Dit hoofdstuk beschrijft de regels voor het toepassen van grond en bagger op de landbodem. Dit hoofdstuk vormt de concrete uitwerking van de gebiedsspecifieke keuzes uit hoofdstuk 6 enerzijds en de generieke regels uit het Besluit bodemkwaliteit anderzijds. De kwaliteit van toe te passen grond moet altijd worden vastgesteld door middel van één van de in paragraaf 4.3 van de Regeling bodemkwaliteit opgenomen bewijsmiddelen (milieuhygiënische verklaringen). De bodemkwaliteitskaart is één van deze wettige bewijsmiddelen. Indien een ander geldig bewijsmiddel voorhanden is (zoals een door een erkende intermediair uitgevoerde partijkeuring) dan gaat dat andere bewijsmiddel echter als milieuhygiënische verklaring voor op de bodemkwaliteitskaart. Een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 wordt niet meer gezien als een wettig bewijsmiddel.
7.1
Grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart, afgezien van uitzonderingslocaties
In gezoneerde gebieden geldt in beginsel de bodemkwaliteit zoals deze als algemene bodemkwaliteit voor de betreffende zone in de bodemkwaliteitskaart is vastgelegd. Alvorens hiervan kan worden uitgegaan, dient eerst met een vooronderzoek te worden gecontroleerd of er geen sprake is van een lokaal afwijkende bijzondere situatie. In de volgende situaties is vrij grondverzet niet zondermeer mogelijk: Indien de vrijkomende grond afkomstig is van een voor bodemverontreiniging verdachte locatie; Indien de grond wordt toegepast op een verdachte locatie die (mogelijk) ernstig verontreinigd is; In geval van zintuiglijk afwijkende grond (afwijkende geuren en bodemvreemde bijmengingen zoals bijvoorbeeld puin, koolas en asbest); Indien sprake is van een te verwachten archeologische waarde. Paragraaf 7.2 gaat nader in op de uitzonderingslocaties. Paragraaf 7.3 beschrijft een aantal overige situaties.
Algemene vrijstellingen Het Besluit bodemkwaliteit bevat een algemene vrijstelling voor de volgende toepassingen: Toepassingen van grond of bagger door particulieren, voorzover niet in de uitoefening van een bedrijf of beroep11; Toepassingen binnen een landbouwbedrijf, mits de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; Tijdelijke uitname van grond of baggerspecie, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht (bijvoorbeeld bij werkzaamheden aan kabels en leidingen).
11
NB. Deze vrijstelling geldt niet, indien bijvoorbeeld een aannemer in opdracht van een particulier werkt.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
32/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
Dit betekent, dat de regels uit deze Nota bodembeheer niet gelden voor voornoemde vrijgestelde toepassingen. Wel is in het Besluit bodemkwaliteit een algemene zorgplicht vastgelegd, die ook geldt bij de hierboven genoemde toepassingen. Ter verduidelijking een aantal voorbeeldsituaties: 1. Op een uitzonderingslocatie in de zone ‘Buitengebied en naoorlogse bebouwing’ wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierin wordt bevestigd, dat de grond aan de Achtergrondwaarde voldoet. De bodemkwaliteitskaart blijft een bewijsmiddel, dat de grond aan de Achtergrondwaarde voldoet. 2. Op een uitzonderingslocatie in de zone ‘Buitengebied en naoorlogse bebouwing’ wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De grond blijkt niet aan de Achtergrondwaarde te voldoen, maar valt in de klasse Wonen. De bodemkwaliteitskaart kan niet meer dienen als bewijsmiddel. Het verkennend bodemonderzoek is geen wettig bewijsmiddel uit de Regeling bodemkwaliteit. Het verkennend bodemonderzoek kan niet dienen als bewijs dat de grond aan de klasse Wonen voldoet, zodat voor de afvoer van de grond alsnog een partijkeuring conform de Regeling bodemkwaliteit nodig is. 3. In een vooroorlogse kern komt grond vrij die men elders in de vooroorlogse kern in openbaar groen wil toepassen.
De gemiddelde kwaliteit van de zone (klasse industrie) voldoet niet aan de toepassingseis (klasse wonen), zodat de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel kan dienen. De kwaliteit van de partij grond moet worden bepaald middels een partijkeuring.
7.2
Uitzonderingslocaties
7.2.1
Hergebruik van grond afkomstig van een verdachte locatie
Alvorens hergebruik van grond op basis van deze bodemkwaliteitskaart mogelijk is, moet eerst worden nagegaan of de grond niet vrijkomt op een historisch verdachte locatie. Om dit na te gaan, dienen historisch kaartmateriaal en de gegevens uit het gemeentelijk bodeminformatiesysteem te worden geraadpleegd. Verder zijn bij de gemeente overzichten beschikbaar van voormalige bedrijven op basis van Hinderwet-inventarisaties. Bij het toepassen van grond kan alleen gebruik worden gemaakt van een milieuhygiënische verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart, indien bij de melding de historische gegevens van de herkomstlocatie worden gevoegd. De milieuhygiënische verklaring is niet verplicht in geval van de op de in paragraaf 7.1 genoemde vrijstellingen voor particulieren, agrarische bedrijven en tijdelijke uitname. Bij deze vrijstellingen hoeft dus ook geen historische toets te worden aangeleverd. Overigens geldt dan nog wel een algemene zorgplicht.
NB. Wanneer iemand ermee bekend is, dat sprake is van een verdachte locatie dient hij daarnaar te handelen. Zo dient men bij grondverzet binnen een agrarisch bedrijf in bepaalde situaties wel onderzoek naar de kwaliteit van de vrijkomende grond te doen indien de grond vrijkomt uit een voormalige boomgaard.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
33/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
In overige situaties (waaronder het niet meldingsplichtige hergebruik van minder dan 50 m3 schone grond) is het uitvoeren van de historische toets wel verplicht. Grond die op verdachte locaties vrijkomt, dient eerst te worden onderzocht conform NEN5740 of AP04. Er behoeven alleen analyses van grondmonsters te worden uitgevoerd voor de bodemlagen waaruit de grond vrijkomt. Afhankelijk van de toepassingslocatie moet grond afkomstig van voormalige boomgaarden tevens worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen. Vanwege de bedrijfsmatige historie is in de volgende zones bij grondverzet altijd sprake van grondverzet op een verdachte locatie: zone Ketelhaven, Eiland en Haringman; zone Westerschans Zuid en Westhavendijk. Dit betekent, dat in deze zones altijd een verificatie van de bodemkwaliteit nodig is middels een recent verkennend bodemonderzoek. Voor de zone Goese Diep zijn alle verdachte locaties onderzocht en zonodig gesaneerd. In deze zone is een vooronderzoek en verificatieonderzoek in principe niet meer nodig. De grond kan alsnog vrij worden toegepast als de grond na onderzoek blijkt te voldoen aan de toepassingseis zoals die voor de betreffende toepassingslocatie geldt. Voor de Achtergrondwaarde geldt een toetsingsregel, waarbij voor een beperkt aantal stoffen een geringe overschrijding van de Achtergrondwaarde wordt toegestaan (zie paragraaf 2.2).
Voor de toetsing van de hergebruiksgrond aan MaxWONEN of MaxINDUSTRIE mag een dergelijke toetsingsregel niet worden toegepast. Indien de locatie asbestverdacht is, dient tevens een onderzoek conform de NEN5707 te worden uitgevoerd. Asbesthoudende grond mag niet worden toegepast.
7.2.2
Toepassing van grond op (mogelijk) ernstig verontreinigde locaties
Het aanbrengen van hergebruiksgrond op een ernstig verontreinigde locatie geldt als een saneringsmaatregel. In dit geval zijn de regels uit de Wet bodembescherming van toepassing (opstellen van een door het bevoegd gezag goed te keuren saneringsplan dan wel BUS-melding). Voor saneringen, die op basis van een BUS-melding worden uitgevoerd gelden als terugsaneerwaarde en kwaliteitseis voor de leeflaag / aanvulgrond de volgende waarden (artikel 3.1.6 en 3.1.7 Regeling uniforme saneringen): Situatie Terugsaneerwaarde Besluit uniforme saneringen (BUS) Generiek beleid, bodemfunctieklasse ‘overig’ Achtergrondwaarde Generiek beleid, bodemfunctieklasse Wonen Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN ) Generiek beleid, bodemfunctieklasse Industrie Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE ) Gebiedsspecifiek beleid Lokale Maximale Waarden (LMW) zoals vastgesteld door gemeenteraad
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
34/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
Voor de zones uit voorliggende Nota levert bovenstaande tabel de volgende terugsaneerwaarden op: Zone Terugsaneerwaarde Besluit uniforme saneringen (BUS) Goese Diep Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN ) waarbij voor minerale olie geen bodemtypecorrectie wordt toegepast bij een humuspercentage lager dan 10% (mits < MaxINDUSTRIE ) Ketelhaven, Eiland en Haringman Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE ) (*) Westerschans Zuid en Westhavendijk Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN ) bodemfunctieklasse Wonen waarbij voor minerale olie geen bodemtypecorrectie wordt toegepast bij een humuspercentage lager dan 10% (mits < MaxINDUSTRIE ) Westerschans Zuid en Westhavendijk Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE ) (*) bodemfunctieklasse Industrie (*) Het bestemmingsplan beidt ruimte voor de combinatie wonen+ondernemen. Voor gevoeliger terreingebruik (wonen met tuin, plaatsen waar kinderen spelen) kiest de gemeente voor MaxWONEN als terugsaneerwaarde.
7.2.3
Zintuiglijk afwijkende grond
Tijdens de uitvoering van het grondverzet dient de vrijkomende grond zintuiglijk te worden beoordeeld. Indien hierbij afwijkende geuren dan wel bodemvreemde bijmengingen zoals plastic, puin, koolas of asbest worden waargenomen, mag de partij grond niet zondermeer worden toegepast. De partij grond moet in depot worden gezet. Door middel van monstername en analyses (partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit) dient de kwaliteit van de betreffende partij te worden vastgesteld. De grond kan alsnog vrij worden toegepast als de grond na onderzoek blijkt te voldoen aan de toepassingseis zoals die voor de betreffende zone geldt. Voor de Achtergrondwaarde geldt een toetsingsregel, waarbij voor een beperkt aantal stoffen een geringe overschrijding van de Achtergrondwaarde wordt toegestaan. Voor de toetsing van de hergebruiksgrond aan MaxWONEN of MaxINDUSTRIE mag een dergelijke toetsingsregel niet worden toegepast.
7.3
Overige situaties
7.3.1
Hergebruik van grond afkomstig van grotere diepte dan 2,0 m-mv
De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de dieptetrajecten 0-0,5 m-mv en 0,5-2,0 m-mv. De algemene ervaring uit bodemkwaliteitskaarten is, dat de diepere ondergrond een vergelijkbare of betere kwaliteit heeft dan de bovenste 2 meter, tenzij op basis van historische gegevens wordt verwacht dat dit mogelijk niet het geval is. Verwacht wordt, dat in alle zones in de gemeente Goes de diepere ondergrond een vergelijkbare of betere kwaliteit heeft dan het dieptetraject 0,5-2,0 m-mv. Als toepassingseis voor grond die op een grotere diepte dan 2,0 m-mv wordt toegepast geldt standaard de Achtergrondwaarde.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
35/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
7.3.2
Toepassing van grond buiten het bodembeheergebied van deze bodemkwaliteitskaart
De bodemkwaliteitskaart van de landbodem van de gemeente Goes kan door een andere gemeente (buiten het bodembeheergebied van de gemeente Goes) worden geaccepteerd als bewijsmiddel voor de kwaliteit van grond afkomstig uit één van de zones van deze bodemkwaliteitskaart. In dat geval dient de andere gemeente eerst in een bestuurlijk besluit de bodemkwaliteitskaart in algemene zin te erkennen.
7.3.3
Grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied van deze bodemkwaliteitskaart
De in het gebiedsspecifieke beleid vastgestelde hogere LMW dan de generieke normen gelden alleen voorzover de grond afkomstig is uit het eigen bodembeheergebied. Grond of bagger afkomstig van buiten het bodembeheergebied kan binnen het bodembeheergebied worden hergebruikt, voor zover de gemiddelde kwaliteit van de hergebruiksgrond voldoet aan de generieke toepassingseis van de zone waar de grond of bagger wordt toegepast. Strengere regels dan de generieke normen gelden voor zowel grond afkomstig uit het eigen bodembeheergebied als voor grond afkomstig van buiten de gemeente Goes (bijvoorbeeld het maximum percentage bodemvreemde bijmengingen van 5% c.q. 10% zoals beschreven in paragraaf 6.6).
Op basis van de generieke regels en de keuzes uit deze Nota gelden voor het toepassen van grond en bagger afkomstig van buiten de gemeente Goes de volgende toepassingsnormen: Toepassingseis Toepassingseis Bodemfunctie Zone stoffen uit bestrijdingsmiddelen NEN5740-pakket bodemkwaliteitskaart Goese Diep Wonen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde (boven- en ondergrond) Ketelhaven, Eiland en Haringman Industrie MaxWONEN MaxWONEN (boven- en ondergrond) Westerschans Zuid en Westhavendijk Wonen MaxWONEN MaxWONEN (boven- en ondergrond) Westerschans Zuid en Westhavendijk Industrie MaxINDUSTRIE LMW (bovengrond) Westerschans Zuid en Westhavendijk Industrie MaxWONEN MaxWONEN (ondergrond) De toepassingsnormen voor PFAS zijn opgenomen in de bodemkwaliteitskaaart PFAS Bevelanden en Tholen (lit. 10). Voor niet in de bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen geldt als toepassingseis de Achtergrondwaarde. Het voldoen aan voornoemde eisen dient te blijken uit een milieuhygiënische verklaring (partijkeuring, bodemonderzoek of een door de gemeente Goes bestuurlijk erkende bodemkwaliteitskaart), die is opgesteld conform paragraaf 4.3 van de Regeling bodemkwaliteit. Na bestuurlijke erkenning door de gemeente Goes kunnen bodemkwaliteitskaarten uit andere gemeentes in Zeeland dienen als milieuhygiënische verklaring, mits geen sprake is van een uitzonderingslocatie.
Men dient historische gegevens bij te voegen op basis waarvan blijkt, dat geen sprake is van een uitzonderingslocatie.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
36/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
7.3.4
Regels voor tijdelijke opslag van grond en bagger
Voor de tijdelijke opslag van grond en bagger gelden volgens de landelijke regelgeving verschillende eisen, afhankelijk van de tijdsduur van de opslag: Soort tijdelijke opslag Tijdelijke uitname Kortdurende opslag
Maximale tijdsduur Looptijd van de werkzaamheden 6 maanden
Weilanddepot (bagger)
3 jaar
Tijdelijke opslag op landbodem
3 jaar
7.3.5
Kwaliteitseisen geen (wel zorgplicht) geen (wel zorgplicht) Normen voor verspreiding op aangrenzend perceel Kwaliteitsklasse ontvangende bodem
Meldingsplicht Nee Ja Ja, inclusief voorziene tijdsduur en eindbestemming Ja, inclusief voorziene tijdsduur en eindbestemming
Transport van grond en bagger
Het Besluit bodemkwaliteit bevat geen regels voor het transport van grond en bagger. Wel is bij het transport van grond en bagger andere regelgeving van belang, waaronder de regelgeving voor het transporteren van afvalstoffen. De Stichting Vervoeradres heeft een overzicht uitgegeven van de regelgeving voor het transporteren, registreren en melden van afvalstoffen (lit. 18). Hierin is over het transport van grond en baggerspecie onder het kopje “begeleidingsbrief” het volgende opgenomen:
Omdat grond en baggerspecie in veel gevallen bij transport over de openbare weg als afvalstof wordt gezien, dient het transport vergezeld te gaan van een begeleidingsbrief. Dit geldt ook voor een transport van een partij herbruikbare grond of baggerspecie naar een toepassing of tijdelijke opslaglocatie onder het Besluit bodemkwaliteit. In deze gevallen en ook bij afvoer naar een niet-meldingsplichtige inrichting is, in het kader van het Besluit melden, geen afvalstroomnummer nodig. Alleen schoon primair zand (zand uit een zandwinning) kan in zijn algemeenheid niet als afvalstof aangemerkt worden. Een begeleidingsbrief is dan niet nodig.
7.3.6
Geen vrijstelling voor bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteit
Gemeentes dienen volgens de Woningwet in hun bouwverordening regels op te nemen om bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De bouwverordening van de gemeente Goes bevat voor bepaalde bouwwerken het voorschrift, dat bodemonderzoek moet worden uitgevoerd ten behoeve van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Op grond van artikel 11, eerste lid van de Woningwet bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de onderzoeksplicht. Volgens het derde lid van artikel 2.1.5 van de Modelbouwverordening bestaat de mogelijkheid om geheel of gedeeltelijk af te wijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Mor, indien reeds bruikbare of recente
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
37/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Onder recente onderzoeksgegevens wordt ook een bodemkwaliteitskaart verstaan. De gemeente verleent geen ontheffing van het doen van een bodemonderzoek bij een aanvraag voor de omgevingsvergunning van een bouwactiviteit op grond van de bodemkwaliteitskaart. De reden hiervoor is, dat de bodemkwaliteitskaart een gemiddelde kwaliteit weergeeft op gebiedsniveau en niets zegt over de kwaliteit op perceelsniveau. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de Handreiking Bouwen en Bodemkwaliteit van het Zeeuws Platform Bodembeheer (lit. 19).
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
38/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
8
MELDINGSPROCEDURE VOOR HET TOEPASSEN VAN GROND EN BAGGER
8.1
Meldingsplicht voor de toepasser
Met uitzondering van de hieronder vermelde situaties dient een toepassing van grond of baggerspecie (waaronder grootschalige bodemtoepassingen) minimaal vijf werkdagen tevoren te worden gemeld bij het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit. Er wordt dus niet meer rechtstreeks bij de gemeente gemeld. De meldingsplicht geldt ook voor kortdurende en tijdelijke opslag.
Wie moet toepassingen melden? Het Besluit bodemkwaliteit regelt via artikelen 32 en 42 dat degene die voornemens is een bouwstof respectievelijk grond of baggerspecie toe te passen of op te slaan die meldingsplichtig is, deze toepassing moet melden via het meldpunt bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit regelt dus dat de toepasser moet melden, maar wijst geen concrete actor aan als toepasser. Het ligt in de rede dat de opdrachtgever van de toepassing cq de eigenaar van de toepassingslocatie de voorgenomen toepassing meldt, maar via privaatrechtelijke afspraken kan deze verplichting ook bij de aannemer, leverende grondbank of andere betrokkenen worden gelegd. Bodem+ adviseert opdrachtnemers van nuttige toepassing altijd te verifiëren of de opdrachtgever de meldingsplichtige toepassing meldt, en zo niet de melding onderdeel uit te laten maken van de opdracht. Het meldpunt bodemkwaliteit houdt hier ook rekening mee. Iedereen met een meldingsaccount kan een melding van een toepassing verrichten. Uiteraard wordt wel gevraagd aan de melder te verklaren dat hij/zij de melding doet met instemming van de opdrachtgever van de toepassing cq de eigenaar van de locatie.
Uitzonderingen meldingsplicht Voor de volgende toepassingen van grond en bagger is volgens het Besluit bodemkwaliteit geen melding voorgeschreven: Toepassingen van grond of bagger door particulieren, voorzover niet in de uitoefening van een bedrijf of beroep12; Toepassingen binnen een landbouwbedrijf, mits de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; Toepassingen van schone grond (grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde) in een hoeveelheid van minder dan 50 m3; Verspreiden van baggerspecie uit een watergang over aan de watergang grenzende percelen; Tijdelijke uitname van grond of baggerspecie, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht.
12
NB. Deze vrijstelling geldt niet, indien bijvoorbeeld een aannemer in opdracht van een particulier werkt.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
39/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
Opvragen informatie vooraf Voorafgaand aan het grond- en/of baggerverzet moet de meldingsplichtige (eigenaar of erfpachter van de locatie waar de grond wordt toegepast) of een hiertoe gemachtigde persoon (bijvoorbeeld een adviesbureau) zich op de hoogte stellen van de mogelijkheden van grond- en/of baggerverzet. Voorafgaand aan het grond- en/of baggerverzet moet eerst worden vastgesteld of de ontgravings- en toepassingslocatie in een zone van de bodemkwaliteitskaart liggen en niet vallen in "niet gezoneerd. Daarna beoordeelt men of er gebiedsspecifiek beleid van toepassing is. Is dat niet het geval, dan is het generieke beleid van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing met bodemkwaliteitskaart. Vervolgens moet de historische informatie van de ontgravings- en toepassingslocatie worden achterhaald en bekeken of de locaties waar grond wordt ontgraven en toegepast liggen in gebieden met bijzondere omstandigheden (zie paragraaf 7.2). Ook moet worden vastgesteld of andere regelgeving van toepassing is.
Melding bij landelijk meldpunt De melding wordt digitaal gedaan via de website: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Op deze site kan de melder een digitaal formulier invullen met de vereiste gegevens. Rapportages van milieuhygiënische verklaringen zoals een partijkeuring kunnen als pdf-bestand worden bijgevoegd bij de digitale melding. Eventueel kan de melder rapportages ook per post nazenden (uiterlijk vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden). Het Meldpunt Bodemkwaliteit scant deze dan in om er een pdf-bestand van te maken. Eventueel kan de melding ook schriftelijk worden gedaan. Het hiervoor benodigde formulier is eveneens te vinden op de website www.meldpuntbodemkwaliteit.nl.
8.2
Behandeling van de meldingen door het bevoegd gezag
Formeel is de gemeente het bevoegd gezag. Per 1 januari 2014 wordt de volledige afhandeling van de meldingen en het toezicht op de grondstromen namens de gemeente uitgevoerd door de RUD-Zeeland. Het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit zendt de meldingen direct per e-mail door naar de RUD Zeeland. De RUD beoordeelt de melding en kan in geval van onduidelijkheden of onvolkomenheden in de melding contact opnemen met de melder. Zonodig kan de melder de melding via het meldsysteem aanpassen.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
40/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
9.
STAPPENPLAN: GRONDVERZET OP BASIS VAN DE BODEMKWALITEITSKAART
1a. Grondverzet door particulier, niet in uitoefening van bedrijf of beroep?
Zorgplicht: heeft de toepasser
JA
JA informatie ingewonnen of heeft hij/zij een redelijk vermoeden over de kwaliteit van de toe te passen grond?
NEE JA
1b. Grondverzet binnen agrarisch bedrijf, tussen percelen met vergelijkbare gewasteelt?
Voldoet de kwaliteit van de grond naar verwachting aan de toepassingseis?
JA
NEE 2. Werkgebied afbakenen. Vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart?
NEE
NEE
JA 3. Vooronderzoek uitvoeren (historische toets): Verdachte locatie?
Bodemonderzoek/partijkeuring uitvoeren. Voldoet kwaliteit grond aan toepassingseis?
JA
NEE JA
4. Voldoet de grond aan de Achtergrondwaarden?
JA
NEE
NEE
5. Volume toe te passen grond minder dan 50 m3?
Grondverzet niet mogelijk.
NEE 6. Melden bij Bodem+ (minimaal 5 werkdagen voor start werkzaamheden)
Evt. nader onderzoek uitvoeren, Grond afvoeren naar erkend verwerker.
JA
7. Grondverzet uitvoeren.
8. Indien tijdens werk zintuiglijk afwijkende waarnemingen worden gedaan: Werk staken, melden bij bevoegd gezag. Grond in depot plaatsen en bemonsteren.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
41/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
Toelichting: 1a en 1b: Voor grondverzet door particulieren en grondverzet binnen agrarische bedrijven geldt in het Besluit bodemkwaliteit een algemene vrijstelling. Op basis van deze vrijstelling hoeft men geen kwaliteit van de toe te passen grond te bepalen. Verder hoeft de toepassing niet te worden gemeld bij Bodem+. Voornoemde vrijstelling geldt overigens niet voor een aannemer die in opdracht van een particulier grond toepast. Wel geldt in het Besluit bodemkwaliteit een algemene zorgplicht. Wanneer de toepasser weet, dat de kwaliteit van de toe te passen grond (mogelijk) niet voldoet aan de toepassingseis van de ontvangende bodem (bijvoorbeeld op basis van een bodemonderzoeksrapport waarover hij beschikt), dan vervalt de vrijstelling en mag de grond niet worden toegepast. 2: Bepaal de bodemkwaliteitsklasse van de zone waarin de herkomstlocatie ligt en wat de toepassingseis is van de locatie waar de grond wordt toegepast. 3: Wanneer volgens de grondstromenmatrix in algemene zin vrij grondverzet mogelijk is, betekent dit niet automatisch dat ook in het specifieke geval vrij grondverzet mogelijk is. Er dient een vooronderzoek (historische toets) te worden uitgevoerd om na te gaan of de grond niet afkomstig is van een verdachte locatie (een locatie waar op grond van historische gegevens mogelijk sprake is van bodemverontreiniging).
Voor het toepassen van ongekeurde grond op basis van de bodemkwaliteitskaart dient men dus altijd een historische toets uit te voeren. Deze verplichting geldt ook in geval van toepassingen van minder dan 50 m3 grond afkomstig uit een zone die aan de Achtergrondwaarde voldoet. 4 en 5: Het toepassen van schone grond in een hoeveelheid van minder dan 50 m3 behoeft volgens het Besluit bodemkwaliteit niet te worden gemeld. Een toepassing van minder dan 50 m3 grond afkomstig uit een zone met als bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’ hoeft derhalve niet te worden gemeld indien uit de historische toets volgt dat de herkomstlocatie onverdacht is. 6: Minimaal 5 werkdagen tevoren dient de toepassing te worden gemeld bij een landelijk meldpunt (afgezien van eerdergenoemde uitzonderingen). Dit landelijk meldpunt is ondergebracht bij Bodem+. De melding geschiedt bij voorkeur digitaal, via de website www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. 8: Bij zintuiglijke afwijkingen tijdens de werkzaamheden: werkzaamheden stilleggen en contact opnemen met het bevoegd gezag. Reeds ontgraven grond in depot plaatsen en bemonsteren.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
42/43
Eindrapport, 2 juni 2021
MARMOS bodemmanagement
LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.
Bodembeheernota Goese Schans; Witteveen+Bos, 12 februari 2009. Bestemmingsplan ‘Havengebied Goes’; Ruimtelijk advies bureau Zweistra & Van Gurp, NL.IMRO.0664.BPGS03-VG99, 22 december 2015, vastgesteld 28 april 2016 Nota bodembeheer Havengebied Goes, Actualisatie 2015; Marmos Bodemmanagement, 19 november 2015 Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007, inclusief wijzigingsblad d.d. 1 januari 2016. Bodemkwaliteitskaart gemeente Goes; Marmos Bodemmanagement, 21 januari 2014 (gecorrigeerde versie 24 maart 2014). Nota bodembeheer gemeente Goes; Marmos Bodemmanagement, 21 januari 2014 (gecorrigeerde versie 24 maart 2014). Evaluatie bodemkwaliteitskaart gemeente Goes 2019l Marmos Bodemmanagement, 8 oktober 2019. Bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; Marmos Bodemmanagement, 11 augustus 2020. Eindrapport verkennend, aanvullend en nader bodemonderzoek Westerschans Zuid te Goes; SMA Zeeland B.V., 23100024, 24 december 2010. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009.
Evaluatie van het nieuwe stoffenpakket NEN5740 in relatie tot bodemkwaliteitskaarten in Zeeland; Marmos Bodemmanagement, 29 november 2010. Bodemfunctiekaart gemeente Goes; Marmos Bodemmanagement, 24 augustus 2009. Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 6 oktober 2009. Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Kapelle; Marmos Bodemmanagement, 1 december 2011. Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Reimerswaal; Marmos Bodemmanagement, 21 december 2012. Transport van afval – Het transporteren, registreren en melden van afvalstoffen; Stichting vervoeradres. Handreiking Bouwen en Bodemkwaliteit; Zeeuws Platform Bodembeheer, 29 mei 2012.
Nota bodembeheer Havengebied Goes 2021
43/43
Eindrapport, 2 juni 2021
2
10 1
4
8
5
6 7
deelloc. deelloc. IIII t/m t/m VIII VIII
3
deelloc. deelloc. II
9
1:5.000 (op A3)
DATUM: 26-5-2021
1
Indeling in deelgebieden
PROJECT:
P21-03
Nota bodembeheer Havengebied Goes
OPDRACHTGEVER:
Gemeente Goes
1: Indeling in deelgebieden
SCHAAL:
BIJLAGE:
Bijlage 2: Normering Regeling bodemkwaliteit (inclusief wijzigingen per 1 januari 2014) en gebiedsspecifieke normen Goes Normen per stof voor standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof), in mg/kgds maximale LMW (Lokale AchtergrondBovengrens waarde Bovengrens Maximale toetsingsregel toetsingsregel stofnaam waarde wonen Waarde) Arseen 20 27 27 47 Cadmium 0,6 1,2 1,2 1,8 Chroom 55 62 62 117 Koper 40 54 54 94 Kwik 0,15 0,3 0,83 0,98 Lood 50 100 210 260 Nikkel 35 70 39 74 Zink 140 200 200 340 Barium n.v.t. n.v.t. Kobalt 15 30 35 50 Molybdeen 1,5 3 88 89,5 PAK (10) 1,5 3 6,8 8,3 som PCB's 0,02 0,04 0,04 0,06 190 190 380 minerale olie 190 Cyanide (vrij) 3 3 3 6 Cyanide (complex) 5,5 5,5 5,5 11 DDD 0,02 0,04 0,84 0,86 0,84 DDE 0,1 0,13 0,13 0,23 0,75 DDT 0,2 0,2 0,2 0,4 0,65 drins (som) 0,015 0,03 0,04 0,055 0,064
maximale waarde industrie 76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 0,5 500 20 50 34 1,3 1 0,14
Interventiewaarde 76 13 180 / 78 190 36 / 4 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 1 5000 20 50 34 2,3 1,7 4
Marmos . Bodemmanagement
A
B C 15 0,4 0,4 0,4 0,007 0,021 50 2 0 15 0,6 0,6 0,2 0,0034 0,0017 50 1 1 10 1 0 50 3 1,5 30 5 0 2 0,28 0 n.v.t. (geen bodemtypecorrectie)
Formule bodemtypecorrectie metalen:
Formule bodemtypecorrectie organische verbindingen:
Gehalte(standaardbodem) = Gehalte(y) / { {A + B x %lutum(y) + C x %humus(y)} / {A + 25 x B + 10 xC} }
Gehalte(standaardbodem) = Gehalte(y) x { 10 / %humus(y) }
Bij PAK(10) (generiek) en minerale olie (gebiedsspecifiek) wordt bij een percentage organische stof lager dan 10% geen bodemtypecorrectie toegepast. Bij een percentage lutum of organische stof lager dan 2% wordt een minimumpercentage van 2% gehanteerd. Voor organische verbindingen wordt bij een percentage organische stof hoger dan 30% een maximumpercentage van 30% gehanteerd. Interventiewaarden uit Circulaire bodemsanering 2013
Voor chroom gelden aparte interventiewaarden voor chroom III en chroom IV Voor kwik gelden aparte interventiewaarden voor anorganisch en organisch kwik
Toetsingsregel achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan AW, mits niet hoger dan 2 x AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie wonen (nikkel: afwijkende toetsingsregel) Toetsingsregel maximale waarde wonen (bij 7 t/m 15 parameters): Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan maximale waarde wonen, mits niet hoger dan maximale waarde wonen + AW en niet hoger dan maximale waarde voor bodemfunctie industrie
Marmos . Bodemmanagement
BIJLAGE 3: NIET REPRESENTATIEVE RAPPORTEN/ANALYSES In aanvulling op onderstaande lijst zijn de volgende analysegegevens niet meegenomen bij de statistische berekeningen: - alle analyses uit rapporten met onderzoekstypes SO (saneringsonderzoek), SP (saneringsplan), SE (saneringsevaluatie) en partijkeuringen/depotbemonsteringen - alle onderzoeken die zijn gerapporteerd voor 1-1-1992 - alle individuele olie-analyses (monsters die alleen zijn geanalyseerd op minerale olie) Deelgebied 1 1 1 4 4 4 5
Rapportcode NZ066402251 NZ066400342 NZ066403514 NZ066400272 NZ066401202 NZ066407545 meerdere (*)
Adres Houtkade 60 Houtkade ong. Houtkade Houtkade 22 Houtkade 22 Houtkade Albert Joachimikade 36
5
NZ066400729 (*)
Albert Joachimikade 37-39
5 5 5
Toelichting (+ niet representatieve boringen / monsters) Tenzij anders vermeld is het hele rapport niet meegerekend 2 monsters van asfaltkernen niet meegerekend + 3 waterbodemmonsters niet meegerekend bemonstering ten behoeve van te graven vijver uit 1993 PAK-verontreiniging onder oude asfaltweg onderzoek t.p.v. voormalige wolmaniseerinrichtingen Alle monsters binnen deellocaties 4 en 14 (vm. wolmaniseerinrichtingen) niet meegerekend Monsters beginnend met "FUND" niet meegerekend (4 monsters): funderingfsmateriaal, geen bodem alle onderzoeken t.p.v. locatiecode NZ066402123 niet meegerekend: saneringslocatie (met restverontreiniging) terrein Sakko Tevens 1 op volledig NEN-pakket geanalyseerd mengmonster (22+23+24+26+28+29) niet meegerekend vanwege lokale olieverontreiniging partijbemonstering (deels ijzeraarde) nader onderzoek met alleen analyses op PAK Onderzoeken t.p.v. inmiddels gesaneerde stortlaag (stort geen bodemmateriaal)
NZ066401003 (*) Albert Joachimikade 49 NZ066401548 (*) Albert Joachimikade 50 NZ066401149 Albert Joachimikade 51 NZ066401151 (*) 7 NZ066400019, Houtkade 10 separate PAK-analyses locatiecode NZ066400054 niet meegerekend (bitumenbijmenging) NZ066400020 NZ066401925 8 NZ066402159 Westhavendijk 11 uitsplitsing mengmonsters op kwik resp. PAK niet meegerekend 8 NZ066401405 Westhavendijk 13 nader onderzoek met alleen analyses op PAK en/of minerale olie 8 NZ066401077 (*) Westhavendijk 5 lokale verontreiniging Esso-opslag 8 NZ066401527 Westhavendijk ong. Alle separate analyses op PAK en deels tevens zink voor locatiecode NZ066403561 niet meegerekend MZ066402250 (*) Deze rapporten liggen in niet gezoneerde gedeeltes van desbetreffende deelgebieden
Nota bodembeheer Havengebied Goes
1
27 mei 2021
Marmos . Bodemmanagement
BIJLAGE 4A: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE GOESE DIEP BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
12 37 12 37 37 37 54 41 27 27 27 37 37 27 27 28
11,97 0,36 56,34 15,92 0,08 22,49 32,56 114,50 63,57 13,67 1,06 0,95 105,76 0,043 6,68 1,79
11,35 0,32 48,29 12,44 0,08 19,51 25,07 82,37 51,88 8,89 0,91 0,33 88,95 0,037 5,04 1,56
<det <det 29,99 <det <det <det 15,21 47,92 <det 6,74 <det 0,06 <det <det 2,85 1,30
9,81 <det 53,66 <det <det 15,93 23,08 74,75 <det 8,14 <det 0,22 <det <det 5,30 1,75
12,95 <det 60,56 14,96 <det 31,87 41,96 116,92 67,22 11,04 0,76 0,81 <det <det 10,20 2,08
13,47 <det 60,82 16,28 <det 33,03 49,10 118,83 80,67 11,35 0,85 1,18 <det <det 10,92 2,42
14,08 <det 91,32 23,87 <det 38,24 69,24 172,50 156,45 11,90 1,76 2,30 150,00 0,033 13,04 2,98
P95
Bodemtype correctie
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
18,01 0,44 120,97 36,34 <det 41,14 79,31 249,16 165,66 12,65 2,28 3,62 191,40 0,072 14,50 3,60
0,64 0,62 0,63 0,56 0,75 0,69 0,48 0,52 0,41 0,43 1,00 1,00 0,20 0,20 1,00 1,00
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
P95
Bodemtype correctie
6 22 6 22 22 22 24 22 17 17 17 26 22 17 17 17
12,67 0,29 40,77 12,69 0,08 20,54 23,49 65,06 35,26 8,82 1,01 1,93 126,12 0,036 13,35 2,07
12,45 0,28 40,07 11,24 0,08 18,51 22,05 62,42 30,89 8,37 0,90 0,28 79,34 0,034 11,07 1,89
10,04 <det 38,46 <det <det <det 20,80 48,85 <det 7,37 <det 0,01 <det <det 7,30 1,40
12,33 <det 41,07 <det <det 18,19 23,99 63,13 <det 8,94 <det 0,15 <det <det 15,90 2,00
13,60 <det 41,72 12,43 <det 24,69 26,87 78,91 40,06 10,51 0,59 0,84 <det <det 18,00 2,30
13,70 <det 41,72 13,57 <det 24,69 27,58 81,16 41,34 11,14 0,63 1,51 <det <det 19,20 3,02
15,41 <det 47,98 18,81 0,08 31,96 29,53 88,53 46,15 11,36 0,88 5,05 <det <det 20,80 3,24
16,27 0,28 51,11 27,76 0,13 32,48 31,26 92,96 63,16 11,61 1,38 10,50 <det <det 23,20 3,42
0,73 0,68 0,77 0,67 0,82 0,77 0,67 0,67 0,62 0,64 1,00 1,00 0,21 0,21 1,00 1,00
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Nota bodembeheer Havengebied Goes
26 mei 2021
Marmos . Bodemmanagement
BIJLAGE 4B: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE KETELHAVEN, EILAND EN HARINGMAN (DEELGEBIED KETELHAVEN OOST) BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
24 64 24 65 64 64 64 69 42 42 42 58 59 42 44 44
30,54 0,46 73,71 18,91 0,07 25,02 19,00 107,99 72,96 8,97 0,95 0,85 172,88 0,024 3,22 1,06
18,03 0,36 38,64 11,47 0,06 16,43 13,89 56,32 63,25 7,57 0,50 0,32 116,10 0,024 2,47 0,85
<det <det 19,23 <det <det <det <det <det <det 5,59 <det 0,06 <det <det 1,48 0,50
<det <det 29,24 <det <det <det 11,39 44,69 <det 7,45 <det 0,41 <det <det 2,65 0,90
27,16 <det 77,08 15,69 <det 23,48 17,28 73,75 79,89 9,54 0,26 0,99 <det <det 3,60 1,35
29,87 <det 100,65 16,76 <det 26,79 23,73 110,40 92,17 10,61 0,60 1,14 100,00 <det 4,22 1,54
41,92 0,72 142,65 30,98 <det 33,41 36,28 143,02 126,48 15,14 1,08 2,36 213,00 <det 5,47 2,17
P95
Bodemtype correctie
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
61,19 1,48 248,53 41,70 0,07 44,18 48,73 420,13 147,67 18,83 3,60 2,96 470,00 <det 8,42 2,49
0,59 0,59 0,56 0,50 0,71 0,65 0,38 0,45 0,30 0,32 1,00 1,00 0,20 0,20 1,00 1,00
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
P95
Bodemtype correctie
29 43 29 46 43 43 43 43 18 18 18 40 37 18 18 19
15,23 0,36 37,15 10,04 0,08 20,29 15,70 48,94 35,24 7,43 0,59 0,64 221,62 0,025 7,44 1,55
13,44 0,34 31,13 8,73 0,07 15,08 12,73 40,41 34,73 5,81 0,53 0,15 135,80 0,025 3,31 1,23
<det <det 23,12 <det <det <det <det 16,82 <det <det <det 0,03 <det <det 1,00 0,60
<det <det 32,37 <det <det <det 13,25 44,61 <det 6,94 0,01 0,20 <det <det 2,90 1,50
9,11 <det 44,70 11,67 <det 19,31 25,09 67,85 <det 11,35 0,75 0,80 <det <det 11,50 2,15
17,61 <det 46,24 13,24 <det 21,45 27,30 69,89 <det 12,12 0,92 0,98 <det <det 13,80 2,24
29,96 <det 57,96 16,20 <det 37,18 28,10 83,28 49,13 12,63 1,10 1,76 <det <det 18,30 3,10
32,44 <det 68,13 24,39 0,06 51,62 31,71 97,77 50,75 13,38 1,10 2,30 <det <det 26,60 3,15
0,65 0,63 0,65 0,57 0,76 0,70 0,50 0,54 0,43 0,45 1,00 1,00 0,20 0,20 1,00 1,00
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Nota bodembeheer Havengebied Goes
26 mei 2021
Marmos . Bodemmanagement
BIJLAGE 4C: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE KETELHAVEN, EILAND EN HARINGMAN (DEELGEBIED HARINGMAN) BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
18 24 18 24 24 24 24 24 6 6 6 25 23 6 20 21
9,09 0,69 36,82 82,01 0,10 48,57 17,40 167,44 194,12 9,00 1,18 2,79 215,33 0,026 3,64 1,82
8,15 0,42 21,72 14,17 0,09 25,14 12,58 83,17 113,97 8,33 0,88 0,87 146,46 0,026 2,69 1,22
<det <det <det <det <det <det <det 36,15 <det <det <det 0,05 <det <det 0,58 0,60
<det <det 15,02 <det <det 19,10 <det 59,15 62,74 <det <det 1,08 <det <det 2,45 1,20
<det <det 30,12 13,07 <det 37,05 17,71 180,74 194,65 11,11 <det 3,03 190,00 <det 3,43 1,90
1,01 <det 37,72 18,84 <det 67,22 22,08 204,18 196,26 12,53 <det 3,65 283,00 <det 4,50 2,40
6,40 0,54 81,19 87,16 0,13 120,85 37,73 446,91 419,88 14,17 1,35 7,26 391,00 <det 7,80 3,20
P95
Bodemtype correctie
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
10,67 1,37 147,20 233,46 0,18 187,16 60,32 609,03 531,68 14,99 2,28 9,33 536,00 0,016 10,63 3,30
0,59 0,60 0,57 0,51 0,71 0,65 0,39 0,46 0,31 0,34 1,00 1,00 0,20 0,20 1,00 1,00
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
P95
Bodemtype correctie
18 33 18 33 33 33 33 36 19 19 19 32 29 22 30 34
8,78 0,31 28,52 15,67 0,12 53,59 17,22 125,78 85,95 9,84 3,17 19,87 440,81 0,072 8,50 2,28
8,02 0,29 25,02 12,67 0,10 30,30 13,56 87,64 73,50 9,01 1,38 2,23 175,39 0,039 6,05 1,73
<det <det 17,91 <det <det 10,35 7,57 51,88 <det 7,60 <det 0,20 <det <det 3,23 1,15
<det <det 27,61 10,06 <det 23,77 17,40 87,79 68,40 9,45 <det 1,56 105,09 <det 7,05 1,75
7,96 <det 35,44 18,44 0,10 62,92 24,59 141,44 115,42 12,63 0,65 8,32 245,20 0,040 13,00 2,70
10,00 <det 35,82 23,14 0,16 78,59 27,62 195,10 127,82 13,44 2,70 16,66 577,98 0,091 14,32 2,88
14,49 <det 46,56 28,50 0,22 128,93 29,89 257,17 152,19 14,96 8,24 22,74 1462,46 0,224 17,21 4,92
15,35 0,36 52,53 33,20 0,25 190,17 34,43 354,72 167,58 15,61 18,00 142,08 1611,33 0,234 18,64 5,76
0,67 0,65 0,67 0,60 0,77 0,72 0,53 0,56 0,47 0,49 1,00 1,00 0,23 0,23 1,00 1,00
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Nota bodembeheer Havengebied Goes
26 mei 2021
Marmos . Bodemmanagement
BIJLAGE 4D: STATISTISCHE KENGETALLEN ZONE WESTERSCHANS ZUID EN WESTHAVENDIJK BOVENGROND (0 - 0,50 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
35 61 35 67 61 66 67 61 43 43 43 58 43 28 40 65
11,28 0,42 35,49 47,30 0,22 146,82 38,66 174,92 151,04 13,20 1,15 12,19 204,46 0,040 7,77 2,65
10,50 0,39 32,71 23,98 0,15 72,15 21,22 123,66 116,24 10,44 1,03 2,54 125,14 0,027 5,49 1,99
<det <det <det <det <det 21,45 7,29 59,79 54,05 6,68 <det 0,51 <det <det 3,08 1,30
<det <det 28,99 16,60 0,13 90,32 21,67 146,75 135,13 10,35 <det 3,40 11,30 <det 6,35 2,00
<det 0,15 48,83 41,42 0,26 193,79 31,33 235,52 208,99 14,01 <det 12,75 215,89 0,029 10,68 4,05
7,08 0,34 51,73 50,14 0,33 222,28 34,24 271,75 233,59 14,14 <det 19,32 228,32 0,037 11,96 4,34
11,26 0,45 53,35 86,87 0,43 327,79 71,32 362,34 283,76 15,91 0,60 31,80 476,23 0,062 15,30 5,03
P95
Bodemtype correctie
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
15,58 0,58 58,89 129,18 0,69 429,44 182,04 416,69 333,76 17,36 1,45 57,87 700,79 0,086 15,79 5,45
0,66 0,65 0,66 0,59 0,76 0,71 0,51 0,55 0,44 0,46 1,00 1,00 0,27 0,27 1,00 1,00
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
Achtergrondwaarde
Max.waarde Wonen
Max.waarde Industrie
20 0,6 55 40 0,15 50 35 140 n.v.t. 15 1,5 1,5 190 0,02
27 1,2 62 54 0,83 210 39 200 n.v.t. 35 88 6,8 190 0,02
76 4,3 180 190 4,8 530 100 720 n.v.t. 190 190 40 500 0,5
ONDERGROND (0,50 - 2,0 m-mv) Stof Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Barium Kobalt Molybdeen PAK (10) Minerale olie PCB (7) Lutum Humus
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
NORMERING (standaardbodem)
Aantal
Rekenkundig gemiddelde
Lognormaal gemiddelde
P25
P50
P75
P80
P90
P95
Bodemtype correctie
36 76 36 79 76 98 79 76 60 60 60 87 59 37 68 96
13,23 0,43 41,52 30,93 0,24 159,60 24,06 183,84 146,76 10,05 1,30 6,44 303,64 0,017 11,00 3,25
12,78 0,37 39,37 21,65 0,14 78,06 20,41 124,09 100,02 9,49 1,12 2,36 98,70 0,016 9,95 2,49
<det <det 28,82 <det <det 32,74 15,50 60,55 40,12 7,97 <det 0,76 <det <det 7,70 1,80
<det <det 41,88 15,29 0,09 75,48 20,00 124,60 105,69 9,83 <det 3,42 <det <det 11,20 2,72
13,20 0,29 50,18 34,24 0,22 157,77 26,50 205,54 163,74 11,52 <det 8,57 143,04 0,012 12,05 4,01
16,81 0,36 54,87 37,27 0,25 171,99 27,64 223,06 188,59 12,08 <det 9,98 184,13 0,012 13,06 4,05
18,35 0,63 58,34 62,83 0,46 268,57 31,57 372,04 242,94 13,66 1,52 16,55 275,12 0,018 17,09 6,01
21,61 0,88 66,22 94,66 0,79 491,49 36,61 603,46 341,51 14,08 2,21 21,28 544,46 0,022 22,30 8,65
0,71 0,69 0,72 0,65 0,80 0,76 0,60 0,63 0,55 0,56 1,00 1,00 0,33 0,33 1,00 1,00
eenheid mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds mg / kg.ds % %
Statistische kengetallen hoger dan de Achtergrondwaarde (AW) zijn in een lichtgeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Wonen zijn in een donkergeel kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Maximale waarde voor Industrie zijn in een oranje kader weergegeven Statistische kengetallen hoger dan de Interventiewaarde zijn in een rood kader weergegeven Voor het berekenen van het gemiddelde en het lognormaal gemiddelde is voor meetwaarden onder de detectiegrens conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten uitgegaan van 0,7 x detectiegrens De kengetallen zijn omgerekend naar standaardbodem (lutum=25, humus=10) Vermenigvuldiging van het kengetal met de waarde uit de kolom bodemtypecorrectie geeft het oorspronkelijke kental
Nota bodembeheer Havengebied Goes
26 mei 2021
MARMOS bodemmanagement
BIJLAGE 4E: BETROUWBAARHEIDSINTERVALLEN VAN HET GEMIDDELDE In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is vastgelegd, dat in een bodemkwaliteitskaart naast het gemiddelde tevens de betrouwbaarheidsintervallen van het gemiddelde dienen te worden vermeld. Ter voldoening hieraan zijn in deze bijlage het gemiddelde en de onder- en bovenzijde van het 80%-, 90%- en 95%-betrouwbaarheidsinterval opgenomen.