CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

agendapunt 13c. Plan preventie alc dr en tabak juli 2021 voor advies

Debatraad 23 september 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Plan van Aanpak Preventie alcohol, drugs en tabak.10.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van aanpak Preventie Alcohol, Drugs en Tabak

Veiligheidsmonitor 2019 Gemeente Goes

Goes, Juli 2021 Evelina Goetheer Beleidsmedewerker Samenleving

-1-

Inhoud Korte samenvatting .......................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 3 1.

2.

3.

Beleid en wetgeving ............................................................................................................................. 4 1.1.

Collegeprogramma ......................................................................................................................... 4

1.2.

Relevante wetgeving ...................................................................................................................... 4

1.2.1.

Drank- en Horecawet ................................................................................................................. 4

1.2.2.

Opiumwet en coffeeshopbeleid .................................................................................................. 4

1.3.

Relevant beleid en beleidsontwikkelingen ..................................................................................... 5

1.3.1.

Landelijk beleid ........................................................................................................................... 5

1.3.2.

Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 6

1.4.

Wat zien we verder voor ontwikkelingen? .................................................................................... 11

1.4.1.

Lachgas .................................................................................................................................... 11

1.4.2.

Binge drinken ........................................................................................................................... 11

1.4.3.

Alcohol en 55+.......................................................................................................................... 12

1.4.4.

Project Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS) ........................................................ 13

Cijfers .................................................................................................................................................. 15 2.1.

Jongeren ...................................................................................................................................... 15

2.1.1.

Alcoholgebruik .......................................................................................................................... 15

2.1.2.

Meer dan de helft van de drinkende jongeren drinkt in thuissituatie ........................................ 16

2.1.3.

Attitude ouders/verzorgers NIX18 afspraak ............................................................................. 17

2.1.4.

Naleefonderzoek drankverstrekkers ........................................................................................ 17

2.2.

Alcohol en 55+.............................................................................................................................. 17

2.3.

Drugsgebruik onder jongeren ....................................................................................................... 18

2.4.

Lachgas ........................................................................................................................................ 19

2.5.

Roken ........................................................................................................................................... 20

2.6.

Algemene conclusie cijfers ........................................................................................................... 21

Waar willen we naar toe? .................................................................................................................. 23 3.1.

Uitgangspunten ............................................................................................................................ 23

3.2.

Doelstellingen ............................................................................................................................... 23

3.3.

Aanpak ......................................................................................................................................... 23

3.4.

Wat willen we bereiken en gaan we daarvoor doen? .................................................................. 25

3.5.

Financiën ...................................................................................................................................... 28

-2-

Korte samenvatting In het gemeentelijk beleid besteden we op diverse plaatsen aandacht aan de inzet van de gemeente op het gebied van alcohol, drugs en tabak. Dit lokale Plan van aanpak Preventie Alcohol, Drugs en Tabak geeft inzicht in al die terreinen, bundelt deze, scherpt het beleid aan op punten waar dit nodig is en gaat in op nieuwe ontwikkelingen. Belangrijkste doel van dit preventie plan van aanpak is het bij elkaar brengen van de verschillende beleidslijnen. We richten ons op voortzetting van het huidige beleid met extra aandachtspunten en uitwerkingen bijvoorbeeld op het gebied van rookvrij en 55+. In Goes scoren we op het gebied van alcohol en jongeren gemiddeld beter dan in de Oosterschelderegio en Zeeland, maar minder goed dan in Nederland. Uit resultaten blijkt dat we op Zeeuws niveau succes boeken door de gezamenlijke inspanning van de betrokken partijen. De startleeftijd steeg, het binge drinken nam af en het draagvlak voor de norm NIX18 is vergroot. In Goes scoren we met betrekking tot softdrugsgebruik en roken gemiddeld minder goed dan landelijk. We zetten het huidige beleid voort en bouwen het verder uit. Dit omdat vermindering van gebruik bijdraagt aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van jeugd. Ouders en verzorgers zijn eerstverantwoordelijke voor de opvoeding van hun kinderen. Dat geldt ook voor de omgang met alcohol, drugs en tabak.

Kinderen van ouders/verzorgers die duidelijke grenzen stellen, beginnen later met drinken of gebruiken, drinken en gebruiken minder en hebben minder vaak vrienden die veel drinken of gebruiken. De bewustwording van het gevaar als het gaat om het gebruik van drugs, lachgas en roken is groter dan bij het gebruik van alcohol. Dit laatste is meer geaccepteerd. Preventie gericht op middelengebruik in de leeftijdsfase van het voortgezet onderwijs werkt alleen als tegelijkertijd de omgeving van de jongere duidelijk maakt dat drinken, roken en drugs gebruiken niet normaal is. Naast ouders en verzorgers hebben jongeren zelf hierin ook een verantwoordelijkheid, evenals alle andere betrokkenen, zoals leraren op school, bewoners in de wijk, verenigingen, welzijnswerkers en ander partners en ondernemers in de gemeente. Het gaat hierbij om signaleren en duidelijke regels stellen door ouders/verzorgers en beleidsregels op school en bij de sportvereniging, die roken en drinken ontmoedigen. De gemeente heeft de functie van aanjager, voorlichter, facilitator, regelgever en handhaver. We versterken een positief pedagogisch klimaat en stimuleren zelfredzaamheid. De nadruk in dit plan van aanpak ligt op de eerste drie functies. De koppeling met handhaving wordt gemaakt in het wettelijk verplichte Preventie- en Handhavingsplan Alcohol (zie1.3.2.2).

Wat betreft de doelgroep 55-plussers vind in 2020 een onderzoek plaats, waarvan de resultaten in 2021 bekend worden. De 55- plussers, hun omgeving, maar ook de professionals waar ze mee in aanraking komen, zijn veelal onvoldoende op de hoogte van gezondheids- en overige effecten van alcoholgebruik en er wordt onvoldoende gesignaleerd. LZNVZ (Laat ze niet verzuipen) doet momenteel onderzoek naar de mogelijke interventies voor deze doelgroep, spreekt met diverse partijen en komt daarna met een beleidsadvies.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 van dit plan van aanpak brengen we eerst in beeld wat er gemeentelijk, maar ook regionaal / provinciaal en landelijk al ligt aan relevant beleid. Daarnaast kijken we hierin naar nieuwe ontwikkelingen. Hoofdstuk 2 laat de cijfers zien, zowel lokaal, regionaal als landelijk afkomstig uit verschillende bronnen. Daarna komt het in dit plan in hoofdstuk 3 allemaal samen in een overzicht waarin staat wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen, wat het resultaat zal zijn en de financiële aspecten. Jaarlijks stellen we met onze partners een uitvoeringsprogramma vast van wat we lokaal met onze partners gaan oppakken.

-3-

1. Beleid en wetgeving 1.1. Collegeprogramma Het collegeprogramma, ‘Vol vertrouwen vooruit’ 2018-2022 zegt het volgende over de preventieve aanpak alcohol, drugs en tabak: • • •

We zetten in op preventie en vroeg-signalering; We intensiveren de preventie tegen alcohol, drugs en gokken; We haken aan bij ‘de rookvrije generatie’.

1.2. Relevante wetgeving 1.2.1.

Drank- en Horecawet / Alcoholwet

Regels over alcohol staan in verschillende wetten. De belangrijkste wet is de Drank- en Horecawet die de verkoop van alcohol in Nederland regelt. Tot 1 januari 2014 werd nog onderscheid gemaakt in de leeftijdsgrens voor verkoop van zwak en sterk alcoholische dranken. Zwak alcoholische dranken mochten worden verkocht aan personen ouder dan 16 jaar, sterk alcoholische dranken vanaf 18 jaar. De Drank- en Horecawet is op 1 januari 2014 gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn: • • •

Geen verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar (noch zwak noch sterk alcoholisch); Jongeren onder de 18 jaar die in de openbare ruimte in het bezit zijn van alcohol zijn strafbaar; De gemeente houdt toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet.

Daarnaast geldt uiteraard nog steeds dat: • • •

Openbare dronkenschap en verstoring van de openbare orde in staat van dronkenschap strafbaar zijn; Het schenken van alcohol aan minderjarigen en personen die zichtbaar dronken zijn, niet is toegestaan; Bestuurders van motorvoertuigen niet meer dan 0,5 promille in het bloed mogen hebben, waarbij voor beginnende bestuurders een promillage van 0,2 geldt.

De evaluatie van deze Drank- en Horecawet en het Nationaal Preventieakkoord (zie 1.3.1.1) hebben inmiddels weer een aantal wijzigingen van de wet tot gevolg (per 1 juli). Naast de veranderingen van de naam in Alcoholwet zijn er een aantal nieuwe maatregelen voorgesteld. Er komen strengere regels voor verkoop van alcohol op afstand, het stunten met prijzen wordt aan banden gelegd en wederverstrekking van alcohol in de publieke ruimte wordt strafbaar (de meerderjarige die alcohol koopt voor een minderjarige is voortaan strafbaar). 1.2.2.

Opiumwet en coffeeshopbeleid

De Opiumwet maakt onderscheid tussen harddrugs (lijst 1) en softdrugs (lijst 2). De Opiumwet verbiedt alleen de productie, bezit en verkoop van harddrugs, maar niet het gebruik van harddrugs. Het landelijk kader van het gedoogbeleid bestaat uit de Opiumwet (lijst 2) en de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie. Dit houdt in dat de burgemeester de verkoop van softdrugs kan gedogen, onder strenge voorwaarden, conform eerdergenoemde aanwijzing en dat in die situatie noch bestuurlijk, noch strafrechtelijk wordt opgetreden. De voorwaarden waaronder we de verkoop van softdrugs in Goes gedogen duiden we aan als de AHOG-JIcriteria. Deze criteria houden in dat het coffeeshops verboden is: • • •

Te Afficheren; Harddrugs te verhandelen; Overlast te veroorzaken; -4-

•

• •

Grote hoeveelheden te verhandelen (niet meer dan 5 gram per persoon, per transactie, per dag) of op voorraad te hebben (max. 500 gram); in de gemeente Goes is in 2013 de te verstrekken hoeveelheid per persoon per dag verlaagd van 5 naar 3 gram (dit is opgenomen in de gedoogverklaring); Jeugdigen onder de 18 jaar in de coffeeshop toe te laten en/of aan hen te verkopen; Toegang te verlenen en te verkopen aan anderen dan Ingezetenen van Nederland.

Eind vorig jaar besloot de gemeenteraad uitgebreid onderzoek te doen naar illegale drugsverkoop vanwege drugsoverlast. In dit verband loopt ook een apart traject en vindt discussie plaats over het al niet loslaten van het Ingezetenen criterium en de verlaging naar 3 gram per dag. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ Bewustwording creëren bij jongeren en hun ouders/verzorgers; ➔ Jongeren uit het circuit houden of halen.

1.3.

Relevant beleid en beleidsontwikkelingen

1.3.1.

Landelijk beleid

1.3.1.1. Nationaal preventieakkoord In het Nationaal Preventieakkoord (november 2018) staan afspraken tussen meer dan 70 verschillende organisaties, onder wie koepelorganisaties van de zorg, bedrijven, gemeenten en onderwijsinstellingen. Doel is het terugdringen van roken, overgewicht en te veel alcoholgebruik, Samen zijn deze de grootste oorzaak van ziekte in Nederland. Jaarlijks sterven 35.000 Nederlanders door roken, overgewicht of probleemdrinken. Door de aanpak van deze thema’s kan de gezondheid van veel Nederlanders verbeteren. In onze gemeentelijke Gezondheidsnota 2018-2021 en Beweegvisie 2019-2023 zetten we in op overgewicht. Daarom zoomen we naast drugs alleen in op roken en problematisch alcoholgebruik in het nu voorliggende plan van aanpak. ➢

Minder rokers en meerokers

Jaarlijks sterven meer dan 20.000 mensen in Nederland door roken of meeroken. De Rijksoverheid zet in op een rookvrije generatie in 2040 samen met de organisaties in het Nationaal Preventieakkoord. Dat betekent dat kinderen dan niet meer beginnen met roken, zwangere vrouwen niet meer roken en ook het ongeboren kind niet al meerookt. Ook staat in het akkoord dat het aantal rokende volwassenen moet dalen van 23% naar maximaal 5%. Enkele maatregelen die in het preventieakkoord staan: •

De Rijksoverheid wil vanaf 1 april 2020 de accijns op tabak verhogen, zodat een pakje met 20 stuks sigaretten € 1 duurder wordt in 2020 (landelijk uitgevoerd);

•

Vanaf 2020 zijn sigaretten en shag niet meer zichtbaar bij de verkooppunten, zoals supermarkten (landelijk uitgevoerd). Ook krijgen de verpakkingen dezelfde donkergroen-bruine kleur;

•

Vanaf 2020 zijn alle schoolterreinen verplicht rookvrij (is uitgevoerd); -5-

•

Vanaf 2020 is roken bij alle kinderboerderijen en alle kinderopvanglocaties verboden (is uitgevoerd);

•

Vanaf 2020 komt hulp bij stoppen met roken bij alle zorgverzekeringen in het basispakket (landelijk uitgevoerd);

•

Het rookverbod wordt per 2020 uitgebreid met de e-sigaret met en zonder nicotine (in ontwikkeling);

•

Vanaf 2020 is 75% van alle speeltuinen rookvrij en in 2025 100% (lokale uitvoering, wordt in dit plan van aanpak meegenomen);

•

Vanaf 2025 zijn bijna alle sportverenigingen rookvrij (lokale uitvoering, wordt in dit plan van aanpak meegenomen);

•

In 2022 wordt rookruimten in horeca gesloten (is inmiddels uitgevoerd vanwege rechterlijke uitspraak);

•

Vanaf 2025 is roken bij alle zorginstellingen verboden.

➢

Tegengaan problematisch alcoholgebruik

Te veel alcohol drinken is slecht voor de gezondheid. Voor jongeren is alcohol extra schadelijk, omdat het de ontwikkeling van hun hersenen verstoort. Alcohol is ook gevaarlijk voor ongeboren kinderen. De Rijksoverheid wil samen met de partijen in het Nationaal Preventieakkoord dat jongeren en zwangere vrouwen in 2040 geen alcohol meer drinken en dat het aantal volwassen Nederlanders dat te veel alcohol drinkt daalt van 8,8% naar maximaal 5%. Enkele maatregelen uit het preventieakkoord: •

Scholen en universiteiten zetten zich in om het alcoholgebruik onder jongeren en studenten terug te dringen;

•

De koppeling tussen sport en alcohol moet veranderen. Vanaf 2019 sluiten amateursportclubs bijvoorbeeld geen nieuwe contracten meer met drankfabrikanten voor alcoholreclame langs sportvelden;

•

Jongeren moeten minder in aanraking komen met alcoholreclame. Voor 2021 komen de drankfabrikanten en verstrekkers van alcohol, zoals slijterijen, hiervoor met oplossingen;

•

In 2022 heeft 70% van de verloskundigen een training gevolgd om alcoholgebruik

bespreekbaar te maken bij zwangere vrouwen; •

Medewerkers en vrijwilligers die alcohol schenken in sportkantines moeten uiterlijk in 2025 een cursus doen. Zodat ze beter kunnen omgaan met de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop en weten hoe ze moeten reageren op dronken mensen. Dit zijn ze overigens nu al verplicht, (lokale uitvoering, wordt in dit plan van aanpak meegenomen);

•

In 2040 is het eten en drinken in 80% van de sportkantines gezonder. Er worden bijvoorbeeld geen happy hours of meters bier meer aangeboden (lokale uitvoering, wordt in dit plan van aanpak meegenomen).

Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ Daar waar we als gemeente invloed hebben, pakken we de onderwerpen van het Nationaal preventieakkoord op en nemen deze mee in dit plan van aanpak. 1.3.2.

Gemeentelijk beleid

1.3.2.1. Integraal veiligheidsplan De gemeente heeft de regie en de verantwoordelijkheid voor een lokaal integraal veiligheidsbeleid. Veiligheid is één van de belangrijkste levensbehoeften van onze inwoners. De raad stelde in juni 2019 het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) 2019 – 2022, ‘Goes Veilig’ vast met hierin de prioriteiten en aandachtsvelden voor de komende vier jaar. In het IVB staan onderwerpen die voor deze lokale preventieve aanpak Alcohol, Drugs en Tabak van belang zijn. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 8, dat ingaat op o.a. georganiseerde/ondermijnende criminaliteit. De Zeeuwse uniforme aanpak tegen ondermijning richt zich op twee pijlers: het sluiten van drugspanden en de handhaving van de openbare orde rondom coffeeshops. In de Oosterschelderegio is vastgelegd dat alleen in de gemeente Goes een coffeeshop zich kan vestigen. De andere gemeenten hanteren op dit gebied een -6-

nul-beleid. Voor growshops is een nul-beleid van kracht. Hoofdstuk 6 van het IVB besteedt aandacht aan Jeugd en Veiligheid, waarbij ook alcohol en drugs aan bod komen. Dit is gebaseerd op bestaande plannen als het Jeugdbeleid en Laat Ze Niet (Ver)Zuipen, die we ook in dit plan van aanpak meenemen.

1.3.2.2. Preventie- & handhavingsplan alcohol Gemeenten zijn sinds 2014 de belangrijkste uitvoerder van de Drank- en Horecawet (DHW). Zowel op juridisch-, handhavings-, en educatief vlak is de gemeente de regisseur van het Nederlandse alcoholbeleid. Het verplicht, door de gemeenteraad vast te stellen, Preventie- en Handhavingsplan Alcohol (nader te noemen PHA) is in feite de wettelijke bekrachtiging hiervan. Dit plan stellen we om de vier jaar opnieuw vast, tegelijk met de nota Gezondheidsbeleid. Het huidige PHA 2018 – 2021 stelde de raad in november 2017 vast. Het PHA focust zich op het gemeentelijke terrein waar alcoholpreventie en handhaving van de DHW samenkomen en elkaar versterken. Het is een samenvoeging van het preventie- en handhavingsbeleid voor alcohol binnen de gemeente. De kaders van het PHA over alcoholmatigingsbeleid komen terug in dit plan van aanpak door activiteiten nog concreter weg te zetten. Het PHA gaat uit van een integrale benadering en steunt op de volgende vijf pijlers: 1. Inrichting van een alcoholvrije omgeving; 2. Door regelgeving en handhaving beperken van de beschikbaarheid van alcohol; 3. Inzet op voorlichting en educatie om het draagvlak voor het beleid te versterken;

4. Vroegtijdige signalering; 5. Advies en ondersteuning bij concrete incidenten onder jongeren door alcoholgebruik.

Per pijler zetten we interventiestrategieën in gericht op verschillende doelgroepen. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ Het PHA wordt de onderdelen educatie, signalering en ondersteuning verder vertaald in dit plan van aanpak en vormt hiervoor de basis. 1.3.2.3. Gezondheidsbeleid Voor de opstelling van gemeentelijke gezondheidsbeleid publiceert het Ministerie van VWS elke vier jaar een landelijke nota Volksgezondheid (landelijke nota gezondheidsbeleid 2015, commissie gezondheid en welzijn VNG). Landelijk zijn de volgende speerpunten benoemd: roken, overmatig alcoholgebruik, (ernstig) overgewicht, bewegen, depressie en diabetes. Met de aanpak hiervan is de grootste gezondheidswinst te behalen. Voor de opzet en uitvoering van het gezondheidsbeleid werken de gemeenten in de Oosterschelderegio samen. Het beleid is gebaseerd op landelijke ontwikkelingen en de gezondheidssituatie in de Oosterschelderegio. Regionaal sluiten we aan bij de landelijke thema’s met de focus op: • Preventie genotmiddelen; • Gezond gewicht; • Betere mentale gezondheid; • Minder psychosociale problematiek. Het regionale beleid is een gezamenlijk kader waarin we op lokaal niveau accenten kunnen leggen. Onze gemeente koos als basis voor het gebruik van de vijf pijlers van de Vitale Revolutie (lichamelijk, sociaal, -7-

mentaal, financieel en doel/zingeving). Elke pijler kent een aantal thema’s die verder worden uitgewerkt. Alcohol, drugs en tabak vallen onder pijler 1, Lichamelijk. De situatie en mogelijke beleidsversterking omschrijven we in onze Gezondheidsnota 2018-2021 als volgt: Gemeentelijke Gezondheidsnota 2018-2021 Mogelijke beleidsversterkingen (P)rioriteit of (N)ormale aandacht Binge drinken en overmatig alcoholgebruik Aanpak alcoholgebruik: vragen blijvend aandacht. - Geen alcoholgebruik onder jongeren <18 jaar en - Verminderen risicovol alcoholgebruik 55+ (N) Situatie

Het gemeentelijke Gezondheidsnota 2018 – 2021 is uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. In dit uitvoeringsprogramma staat het volgende wat betreft alcohol, drugs en tabak: Gezondheidsnota Uitvoeringsprogramma 2020 Thema Alcohol, drugs en tabak Omschrijving situatie: Binge drinken en overmatig alcoholgebruik vragen blijvend aandacht. Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor Wat is het resultaat? doen? 1. Aanpak alcoholgebruik: geen 1. Uitvoering geven aan 1. & 2. Jongeren en hun alcoholgebruik onder jongeren provinciaal plan van ouders/verzorgers/opvoeders <18 jaar en verminderen aanpak “Laat ze niet gaan op een meer verantwoorde risicovol alcoholgebruik 55+ (N) verzuipen” en Aanpak manier om met alcoholgebruik: risicovol. Alcoholgebruik - Drinkgedrag jongeren; 55+. - Voorbeeldgedrag 2. Preventieve lokale ouders/verzorgers/opvoeders activiteiten samen met ; SMWO en 1NUL1 - Aantal opnames alcoholpoli; (Nieuwe naam van - Alcoholbeleid scholen. Indigo/Emergis 3. Alcoholverstrekkers houden zich preventie). aan: 3. Handhaving en - De Drank- en Horecawet: regelgeving Drank- en - Naleefonderzoek Drank- en Horeca Wet. Horeca Wet; - Convenantafspraken; - Monitoren. 2. Verminderen tabaksgebruik 1. In kaart brengen huidige 1. Meer positieve houding voor niet preventieve lokale roken. activiteiten. 2. Meer rookvrije ruimten: 2.

Aanpak concretiseren op - Aantal rookvrije scholen; basis van aanbevelingen - Aantal rookvrije KWF Kankerbestrijding. sportkantines.

Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ De genoemde punten in de Gezondheidsnota komen voort uit het bestaande Plan van Aanpak Alcohol en Drugs en de aanpak Laat Ze Niet (Ver)Zuipen en nemen we voor zover relevant weer mee in dit plan van aanpak Alcohol, Drugs en Tabak. 1.3.2.4. Jeugdbeleid In 2017 is het nieuwe jeugdbeleid Goes 2018-2022 vastgesteld. We willen dat jongeren gezond en veilig opgroeien en hun talenten en mogelijkheden benutten. Dit doen we aan de hand van de volgende uitgangspunten: -8-

• • •

•

Mogelijk maken dat jongeren kansen en talenten ontdekken en benutten; Hulp en ondersteuning zo veel en zo vroegtijdig als mogelijk in de eigen omgeving; Inzet voor jongeren op elkaar afstemmen en verbinden;

• • •

De jongere is leidend bij het bepalen wat nodig is; Eigen kracht van jongere en zijn omgeving benutten en versterken; Door te investeren in kwaliteit, efficiënter omgaan met beschikbare middelen; Lokale initiatieven de ruimte geven.

Op basis van deze uitgangspunten namen we in het jeugdbeleid per domein (gezondheid, veiligheid of talent) de volgende acties op wat betreft alcohol en drugs:

Wat willen we bereiken? Het aantal jongeren dat drinkt, rookt of drugs gebruikt neemt verder af.

Jongeren zijn zich meer bewust van hoe zij moeten omgaan met alcohol, drugs en seksuele omgang. Het aantal jongeren dat in het ziekenhuis belandt na overmatig drank of drugsgebruik neemt af.

Gemeentelijk Jeugdbeleid 2018-2022 Thema alcohol en drugs Wat gaan we daarvoor doen? - Inzet jongerenwerk op straat en uitvoering van het project ‘alcohol en drugs’. - Voorlichting gericht op jongeren en ouders/verzorgers. - Inzetten op preventieactiviteiten.

-

Inzet jongerenwerk op straat, preventieactiviteiten bij scholen en verenigingen.

Beoogd resultaat in 2022? Het aantal jongeren dat drinkt, rookt of drugs gebruikt is met 5% afgenomen in 2022 ten opzichte van 2015. Jaarlijks worden op iedere school in Goes tenminste tweemaal preventieactiviteiten georganiseerd. Het aantal jaarlijkse ziekenhuisopnames is in 2022 afgenomen ten opzichte van 2017.

Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ Ook de genoemde punten in het jeugdbeleid komen voort uit het huidige Plan van Aanpak Alcohol en Drugs en de aanpak Laat Ze Niet (Ver)Zuipen. De punten die relevant zijn nemen we weer mee in dit plan van aanpak. 1.3.2.5. Provinciaal project Laat ze niet (ver)zuipen! Sinds 2010 werken alle Zeeuwse gemeenten samen binnen het Zeeuwse project Laat Ze Niet (Ver)Zuipen! (LZNVZ). Samen met GGD Zeeland, 1NUL1 Emergis Preventie, Politie Zeeland en andere partners, zetten we ons in voor een Zeeuws brede jeugd en alcohol aanpak. De projectcoördinatie is ondergebracht bij het College Zorg en Welzijn (CZW). De campagne is het gezicht geworden van de aanpak van jeugd en alcohol in Zeeland. In oktober 2016 stemden we in met de borgingsnotitie van de preventieaanpak Laat Ze Niet (Ver)Zuipen Zeeland (LZNVZ) tot 2022. Het CZW stelde het bijbehorende plan van aanpak op ‘Laat ze niet verzuipen 2017-2022’, dat zich richt op de volgende aspecten: • •

•

•

Tegengaan en terugdringen van alcoholgebruik door jongeren onder 18 jaar; Tegengaan en terugdringen van risicovol/schadelijk alcoholgebruik door jongeren van 18 tot en met 23 jaar; Realisatie van een opzet voor integrale, Zeeuws brede aanpak gericht op problematisch alcohol gebruik bij de doelgroep 55+;

•

-9-

Realisatie van een opzet voor integrale, Zeeuws brede aanpak gericht op genotsmiddelen-problematiek bij jongeren; Terugdringen van alcoholgebruik bij gezinnen met een lage economische status (lage SES hiervoor is een subsidie van het Nuts-Ohra fonds ontvangen).

LNZVZ fungeert als een kennisbank voor de betrokken gemeenten en partners. Met deze kennisuitwisseling komen we gezamenlijk tot nieuwe interventies of verbetering van al bestaande interventies. De coördinator is verantwoordelijk voor subsidieaanvragen en coördineert Zeeuws brede onderzoeken en interventies. Daarnaast verzorgt LNZVZ de algemene externe communicatie. Alle partners trekken hierin gezamenlijk op. Dit zorgt voor een krachtige, eenduidige boodschap naar buiten en hierdoor is LZNVZ goed zichtbaar in de Zeeuwse samenleving. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ In dit plan van aanpak sluiten we aan op de kaders van Laat Ze Niet (Ver)Zuipen. 1.3.2.6. De Rookvrije Generatie Uit landelijk onderzoek blijkt dat iedere week opnieuw honderden kinderen in Nederland verslaafd raken aan roken. Elk jaar sterft ruim de helft van de rokers, zo’n 20.000 Nederlanders, aan de gevolgen ervan. Ook van meeroken kunnen mensen ernstig ziek worden en zelfs eraan doodgaan. Het doel van de Rookvrije Generatie is dat ieder kind dat geboren wordt vanaf 2017 de kans krijgt volledig rookvrij op te groeien. Dit kan in een rookvrije omgeving waarbij je kinderen niet in de verleiding brengt of de indruk wekt dat roken heel normaal is. De Rookvrije Generatie gaat in de basis niet uit van een verbod of van handhaving, maar van bewustwording en elkaar aanspreken.

Een bord met ‘Rookvrij’ bij bijvoorbeeld een speeltuin, sportcomplex of (gemeente)gebouw helpt om het gesprek met elkaar aan te gaan. Niemand wil tenslotte dat kinderen gaan roken. Het gemeentebestuur besloot in 2018 (oktober) zich aan te sluiten bij de Rookvrije Generatie, een initiatief van drie fondsen: KWF Kankerbestrijding, de Hartstichting en het Longfonds. De Rookvrije Generatie is een beweging die deze fondsen in gang willen zetten. Steeds meer organisaties en gemeenten sluiten zich hierbij aan. De gemeente is ook partner geworden van de Alliantie Nederland Rookvrij, die zich richt op twee pijlers: • •

Bescherming van de jeugd tegen de gevaren en verleidingen van roken; Mensen die willen stoppen met roken, nog beter helpen en ondersteunen.

De Alliantie is onlangs omgevormd door de drie gezondheidsfondsen tot een netwerkorganisatie. De fondsen werken nu samen onder de naam Gezondheidsfondsen voor Rookvrij. De partners blijven de missie en de aanpak ondersteunen en leveren binnen hun mogelijkheden een actieve bijdrage aan het bereiken hiervan. Als gemeente sluiten we hierop aan door: • • •

Het onderdeel rookvrij op te nemen in dit plan van aanpak; Het rookvrij maken van de gemeentelijke gebouwen; Het ondersteunen van onze medewerkers bij het stoppen met roken als ze dat willen.

Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ We zetten ons in voor de Rookvrije Generatie en dragen dit uit. ➔ We richten ons op de onderwerpen in het Nationale preventieakkoord en stimuleren en ondersteunen de partners (scholen, kinderopvang, sportverenigingen etc.) in het veld bij het bereiken van de doelstellingen. ➔ We doen aan voorlichting, educatie en bewustwording. ➔ De gemeentelijke gebouwen zijn rookvrij. ➔ De gemeentelijke speeltuinen zijn in 2021 rookvrij, in 2020 is hiermee een start gemaakt.

-10-

1.4. Wat zien we verder voor ontwikkelingen? Op het gebied van alcohol, drugs en tabak zijn veel ontwikkelingen waarover veel wordt geschreven. Hieronder staan we stil bij de meest recente ontwikkelingen of waarvan we de meeste signalen ontvangen. 1.4.1.

Lachgas

Op dit moment is lachgas vrij verkrijgbaar, maar het CAM (Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs) kwam onlangs tot de conclusie dat het risico van lachgasgebruik substantieel is. Voor ‘oneigenlijke’ toepassingen komt dan ook een verbod (lijst II van de Opiumwet (2021). Voor ‘eigenlijke’ toepassingen geldt straks een algemene uitzondering (medicinaal, de voedingsindustrie). Mensen die lachgas inhaleren voor de psychedelische effecten - dus als drug - doen dat vrijwel altijd via een ballon. Het gas wordt met een slagroomspuit of een cilinder in de ballon gespoten. Er wordt in en uit de ballon geademd, zodat het geïnhaleerde gas langer in de longen blijft. Het zorgt voor een kortdurende maar sterke roes. Er is sprake van bewustzijnsdaling die een beetje lijkt op dronkenschap, het beïnvloedt de waarneming (vervorming van beeld en geluid) en geeft een gevoel van bijna-bewustzijnsverlies, duizelingen en evenwichtsstoornissen. Deelname aan het verkeer is dan zeer gevaarlijk. Ook kan het gevaarlijk zijn lachgas samen te gebruiken met andere drugs of alcohol. Gebruik kan verder leiden tot ernstige gezondheidsschade. Het gebruik concentreert zich vooral onder jongeren en jongvolwassenen. De meeste gebruikers zien het middel niet echt als drug. Degenen die lachgas wel als drug zien, erkennen risico’s aan gebruik, maar nemen deze niet altijd serieus.

Het is niet bekend wat het gebruik van lachgas is in onze gemeente. De scholen, het ambulant (straat) jongerenwerk van SMWO en 1NUL1 besteden inmiddels al de nodige aandacht aan de gevaren van het gebruik van lachgas. Bij zowel de Goese horeca als tijdens evenementen is geen sprake van reguliere verkoop van lachgas. In een enkel geval maken we met organisatoren van evenementen afspraken dat verkoop of gebruik van lachgas op het evenemententerrein niet is toegestaan. Lachgas in het verkeer komt steeds vaker voor. De Politie Oosterscheldebekken besteedt hieraan de nodige aandacht in haar communicatie. Ook landelijk zijn er diverse campagnes die wijzen op de gevaren. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ We richten ons op voorlichting, educatie en bewustwording. ➔ We wachten het verbod op lachgas af en de plaatsing op lijst II Opiumwet. 1.4.2.

Binge drinken

Binge is het Engelse woord voor braspartij. Binge drinken wil zeggen het drinken van 5 glazen alcohol of meer in korte tijd. Jongeren gebruiken deze term als het gaat om drinken om dronken te worden. Zoveel alcohol drinken in weinig tijd is onverstandig en kan schade veroorzaken aan organen, vergrote kans op black-out, stijging van de bloeddruk, alcoholvergiftiging, vergrote kans hartinfarct, overgewicht en verhoogde bloeddruk op latere leeftijd. Een alcoholvergiftiging kan optreden bij een promillage van 4. Dit bereik je door meer dan 20 glazen alcohol in een paar uur te drinken. Bij jongeren kan een lager promillage al voor problemen zorgen. Bij schoolkinderen kan een promillage van 2 al leiden tot een alcoholvergiftiging met kans op verdoving van het zenuwstelsel en het bewusteloos raken. Jongeren drinken zich veelal niet bewust in een coma. Zij reageren namelijk anders op alcohol dan volwassenen en voelen de dronkenschap minder goed aankomen. Jongeren voelen zich niet snel aangeschoten, draaierig of duizelig en ook reacties als slaperigheid en misselijkheid blijven lang weg. Daardoor bereiken zij het kritieke punt zonder vooraankondiging. Jongeren die voor het eerst alcohol drinken hebben hiervoor lang niet altijd grote hoeveelheden alcohol nodig. Van ‘zuipen’ hoeft dus helemaal geen sprake te zijn. Veel jongeren, maar ook hun ouders/verzorgers, weten dit niet.

Belangrijk is daarom dat we -11-

inzetten op bewustwording bij jongeren, maar zeker ook bij hun ouders/verzorgers. Niet alleen door voorlichting, maar ook door de alcoholpoli en de inzet van bodycams bij de politie. Daarbij worden de ouders/verzorgers en jongeren geconfronteerd met beelden van hun gedrag, zodat meer bewustwording ontstaat. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ We consolideren ons beleid en zetten in op voorlichting, bewustwording en op een integrale inzet (combinatie van omgeving, educatie, signalering, advies, ondersteuning, regelgeving en handhaving). ➔ We volgen de ontwikkelingen bij de alcoholpoli. 1.4.3.

Alcohol en 55+

Het drinken van alcohol is sociaal geaccepteerd en wordt in het algemeen, ook bij het ouder worden, minder als een probleem gezien. Toch krijgt een toenemend aantal ouderen gezondheidsproblemen door het gebruik van alcohol. Meestal komen ze dan bij de professionele hulpverlening terecht. Als je ouder bent verdraag je alcohol minder goed dan een jongvolwassene. Vanaf een jaar of 55 veroudert ons lichaam merkbaar. Dit komt door een veranderende lichaamssamenstelling. Het zenuwstelsel raakt gevoeliger voor de effecten van alcohol, de verhouding vet en water in je lichaam verandert, waardoor de concentratie alcohol in je lichaam toeneemt. En ook de afbraak en afvoer van alcohol door de maag, lever en nieren verloopt trager. Doordat alcohol dus langer in je lichaam blijft, richt het ook meer schade aan. Uit landelijk onderzoek1 blijkt dat 55-plussers gemiddeld vaker drinken dan jongeren en vaker dagelijks. Een groot deel van de 55-plussers is zich niet bewust van het risico afhankelijk te raken van alcohol. Veel mensen denken dat het drinken van twee glazen alcohol per dag geen kwaad kan. In de richtlijn van de Gezondheidsraad van 2015 staat: drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag. Mensen raken niet zomaar alcoholverslaafd. Vaak ontstaat een verslaving geleidelijk. Je neemt het omdat het lekker is, gezellig is of ontspannend werkt.

Je verzint steeds vaker een reden en er ontstaat een ingesleten gewoonte. Het helpt je om beter te voelen, het neemt negatieve gevoelens zoals depressie en angst weg. Er ontstaat een afhankelijkheid. Hulpverleners pikken de signalen van problematisch alcoholgebruik vaak niet op ondanks de effecten. Bij langdurig overmatig alcoholgebruik zijn er verhoogde risico’s op hart- en bloeddrukproblemen, diabetes en een te hoog cholesterol. Ook risico op schade in de hersenen, waardoor vergeetachtigheid, verwardheid en apathisch gedrag kunnen optreden en risico op depressie, vermoeidheid en slaapproblemen. Door een combinatie met medicijnen verergeren dit soort klachten. De 55-plussers zoeken bijna nooit hulp vanwege problemen door overmatig alcoholgebruik. Ze komen met hele andere problemen in beeld. Door betere herkenning, alcoholgebruik in een vroeg stadium te benoemen en te bespreken kan het uit de hand lopen van een gewoonte worden voorkomen. Ook bewustwording bij de 55-plussers zelf is van belang. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ We sluiten aan op het project Laat ze niet (Ver)zuipen en op de voorgestelde interventies die hieruit voortkomen wat betreft de Zeeuws brede aanpak alcohol en 55+. ➔ We zetten in op voorlichting en bewustwording van gebruiker en omgeving. ➔ We zetten in op vroeg-signalering.

1

https://expertisecentrumalcohol.trimbos.nl/items/details/55-plussers -12-

1.4.4.

Project Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS)

Het DIMS-bureau is qua landelijke coördinatie ondergebracht bij het Trimbos-Instituut en maakt onderdeel uit van het Nederlandse drugsbeleid. Het Trimbos-Instituut verzamelt voor het DIMS informatie via een landelijk netwerk met testfaciliteiten. DIMS: • • •

Zorgt voor het monitoren van trends op de markt van synthetische drugs, en het instrument heeft grote waarde in termen van schadebeperking; Test jaarlijks preventief, ruim 10.000 door gebruikers ingeleverde samples (met name) ecstasy, cocaïne en speed. Het DIMS kan op deze manier goed volgen wat in omloop is qua uitgaansdrugs; Richt zich op recreatieve drugs die in het illegale circuit verkocht worden en waarop geen toezicht is vanuit de Keuringsdienst van Waren en de Inspectie voor de Volksgezondheid.

Dus geen: - Anabolen; - In smartshop aangekochte drugs, dit valt onder de Keuringsdienst van Waren; - Geneesmiddelen die via de apotheek te verkrijgen zijn.

Wel; -

Oneigenlijk gebruik van geneesmiddelen in recreatieve setting. Oneigenlijk gebruik van geneesmiddelen in recreatieve setting.

In principe kunnen gebruikers allerlei drugmonsters aanleveren, maar het merendeel bestaat uit amfetamineafgeleide stoffen (MDMA, MDEA, MDA etc.). In geringere mate worden ook 'speed' (amfetamine), cocaïneen heroïnemonsters aangeleverd. Goes heeft sinds eind november 2019 een testlocatie, goed bereikbaar met het openbaar vervoer en ligt centraal in Zeeland. De lokale driehoek (Politie, OM en de burgemeester) gaf hiervoor goedkeuring en ook ons college stemde hiermee in. De locatie wordt gefinancierd door de Zeeuwse gemeenten. Door een DIMSlocatie in Zeeland is er een landelijke dekking. De testlocatie is een goede manier om in contact te komen met potentiële gebruikers en hen informatie te geven over de risico’s van drugsgebruik (een belangrijk preventie-aspect dus). Het DIMS test uitsluitend voor consumenten. Verboden of niet, mensen gebruiken drugs. Daarvoor kunnen we onze ogen niet sluiten. Het gebruik van drugs brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Met de DIMS-locatie in Goes kunnen mensen in Zeeland ook hier drugs laten testen om levensbedreigende situaties te voorkomen om zo veilig mogelijk te kunnen gebruiken. Door haar geografische ligging heeft Zeeland een grotere kans op extra riskante drugs (in het verleden bleek dat via grensgebieden soms extra riskante drugs het land binnen komen).

Op het moment dat uit de tests en monitoring blijkt dat sprake is van een riskante drugs volgt een Red Alert-procedure. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ We volgen het gebruik en de uitkomsten van de DIMS- locatie in Goes en zetten ons in om deze te behouden in samenspraak met de partners. 1.4.5.

E-sigaret

Een e-sigaret (elektronische sigaret) verdampt een vloeistof die een mengsel van smaakstoffen en andere stoffen bevat. De vloeistof, of e-liquid, wordt verhit zodat damp ontstaat die de gebruiker kan inhaleren. De vloeistof bevat geen tabak, zoals een gewone sigaret, maar vaak wel nicotine. De damp van een e-sigaret bevat, net als tabaksrook, schadelijke stoffen. De e-sigaret is verkrijgbaar in allerlei modellen en smaken. De smaakstoffen in een e-sigaret geven een lekkere smaak en verbloemen de bittere smaak van nicotine. Jongeren vinden de e-sigaret vooral aantrekkelijk door de uitgebreide keuze aan (vooral zoete) smaken. -13-

Tabaksrokers die net beginnen met e-sigaretten waarderen vooral de tabakssmaken en de ervaring die lijkt op het roken van een gewone sigaret. Voor niet-rokende jongeren kan een e-sigaret een opstapje zijn naar gewoon roken. Sinds 2016 valt de e-sigaret onder de Tabaks- en Rookwarenwet. Welk gezondheidseffect de e-sigaret heeft is nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat deze minder veilig zijn dan eerder werd gedacht (Factsheet E-sigaret Trimbos-Instituut april 2020). Het Trimbos-Instituut adviseert dan ook op basis van recent onderzoek het gebruik van e-sigaretten te ontmoedigen en het gebruik te beperken tot de groep rokers die het echt niet lukt om te stoppen met roken met de bewezen effectieve hulpmiddelen. Op basis van het Trimbos-Instituut onderzoek en onderzoek van het RIVM komt er een verbod op e-sigaretten met een smaakje. Wanneer dit verbod ingaat is nog niet bekend. Wel zijn er regels om ervoor te zorgen dat jongeren niet beginnen met het gebruik ervan. In de Tabaks- en Rookwarenwet staat de leeftijdsgrens van 18 jaar voor gebruik van de e-sigaret. Daarnaast is in het Nationaal Preventieakkoord per 1 juli 2020 het rookverbod uitgebreid met de e-sigaret, met en zonder nicotine. Op alle plekken waar een rookverbod geldt, geldt dit ook voor e-sigaretten. Bijvoorbeeld in cafés en openbare gebouwen.

Ook moeten de e-sigaretten per 1 juli 2020 uit het zicht zijn bij supermarkten. In 2022 krijgen e-sigaretten een neutrale verpakking. Wat nemen we mee in dit plan van aanpak? ➔ We zetten in op ontmoediging van het gebruik van de e-sigaret door voorlichting aan en bewustwording van gebruikers en omgeving.

-14-

2. Cijfers Op onderdelen van het beleid ontbreken recente cijfers en de cijfers die we hebben zijn niet altijd specifiek voor Goes. Het is dan lastig om een trend te ontdekken. In dit hoofdstuk gaan we per beleidsterrein in op de beschikbare cijfers.

2.1. Jongeren 2.1.1.

Alcoholgebruik

De laatste jaren zien we zowel landelijk, regionaal als lokaal een positieve verandering in het drinkgedrag van jongeren. De gemiddelde startleeftijd waarop scholieren gaan drinken is verhoogd van 13,2 in 2015 naar 15,1 jaar in 2016. Recentere cijfers over de startleeftijd zijn er niet. In de periode 2018 - 2020 hield de GGD twee onderzoeken over onder meer het alcoholgebruik onder jongeren in Zeeland. In 2018 vond onderzoek plaats onder 13-jarigen over onder meer alcoholgebruik. Gevraagd werd of ze ‘ooit’ of ‘recent’, de afgelopen 4 weken, alcohol dronken. De uitkomst van dit onderzoek vindt u in onderstaande tabel.

2016 27

Ooit alcohol gedronken 13-jarigen Goes - % 2017 2018 20 21

Recent alcohol gedronken 13-jarigen (afgelopen 4 weken) Goes - % 2017 2018 4 5

2017 29

Ooit alcohol gedronken 13-jarigen Zeeland - % 2018 27

2017 6

Recent alcohol gedronken 13-jarigen (afgelopen 4 weken) Zeeland - % 2018 7

Bron GGD- Zeeland

Recentelijk voerde de GGD landelijk een gezondheidsmonitor uit onder de jeugd, Klas 2 en 4 VO 20192020. Daarbij keek de GGD naar het rookgedrag en alcohol- en drugsgebruik onder deze jongeren. Hieruit kwam landelijk het volgende beeld naar voren:

Ooit (paar slokjes tot heel glas of meer) alcohol gedronken Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 GGD ’en en RIVM

-15-

Binge drinken

In Zeeland leverde dit onderzoek het onderstaande beeld op. Gezondheidsmonitor 2e en 4e klas VO Periode 2019-2020 Vragen Goes Ooit alcohol gedronken Recent alcohol gedronken (afgelopen 4 weken) Binge drinken (5 glazen of meer in een korte tijd)

37 29 29

Oosterschelderegio % 41 35 35

Zeeland

Nederland

39 32 32

31 26 26

Bron: GGD

Alhoewel de GGD niet iedere keer dezelfde leeftijdsgroep onderzoekt is in de afgelopen jaren wel een lijn waarneembaar onder de Zeeuwse en Goese scholieren in het Voortgezet Onderwijs. •

Ooit alcohol gedronken Uit bovenstaande tabel dat het percentage Goese jongeren (37%) dat ooit alcohol heeft gedronken lager ligt dan het Zeeuwse percentage (39%), maar hoger dan het landelijke percentage (31%). Het percentage Zeeuwse jongeren dat ooit alcohol heeft gedronken neemt af. Was dit in 2011 nog 66%, in 2015 en 2017, 45%, in 2019 is dit 39%. Dit is eveneens hoger ten opzichte van Nederland.

•

Recent alcohol gedronken (de afgelopen 4 weken) Dit geeft hetzelfde beeld als jongeren die ooit alcohol hebben gedronken.

•

Binge drinken In 2011 en in 2015 was het Binge drinken onder Zeeuwse jongeren respectievelijk nog 34% en 31%. Uit bovenstaand tabel blijkt deze daling te stageneren (32%). In 2019 is dit in Goes 29%.

2.1.2.

Meer dan de helft van de drinkende jongeren drinkt in thuissituatie

De cijfers van de alcoholpoli Zeeland, 2017 tot en met augustus 2020, laten het volgende beeld zien. Alcoholpoli ziekenhuizen Jaar 2017 2018 2019 2020 t/m aug

Goes, Terneuzen en Dirksland Totale aantallen Mannen Vrouwen 30 24 27 18 25 16 9 12

Goese inw. Aantallen 5 3 9 2

Geen Goese inw. aangetroffen in Goes Aantallen 10 4 onbekend onbekend

Bron: Alcoholpoli Zeeland

De laatste jaren komen steeds minder jongeren bij de alcoholpoli terecht. Het jaar 2020 geeft waarschijnlijk geen goed beeld door de coronamaatregelen waaronder sluiting van de horeca. Uit de gegevens van de alcoholpoli Zeeland valt op dat veel jongeren de alcohol kregen in thuissituaties of bij/via vrienden. Wel blijkt uit het onderzoek Trimbos-Instituut 2019 (Peilstationsonderzoek scholieren 12 – 16) dat de meeste scholieren die drinken de alcohol dikwijls van vrienden krijgen (38%). Zes procent koopt de alcohol vaak zelf, dit is lager dan in 2015 toen was dit 10%. Bijna een kwart (24%) krijgt de alcohol meestal van de ouders/verzorgers. Vergeleken met 2015 (26%) is dit vrijwel onveranderd. Scholieren 12 – 16 Koopt het meestal zelf Laat het anderen kopen Meestal van vrienden Meestal van ouders/verzorgers Meestal van broer of zus Meestal van anderen

Jongens % 7 15 33 26 6 7 -16-

Meisjes % 5 16 42 21 4 8

Totaal % 6 16 38 24 5 7

2.1.3.

Attitude ouders/verzorgers NIX18 afspraak

Ondanks het feit dat de jongeren veelvuldig thuis drinken, is de attitude ten aanzien van de NIX18 norm onder ouders/verzorgers positief verbeterd. Ten tijde van de NIX18 campagne zijn steeds meer ouders/verzorgers het normaal gaan vinden dat jongeren niet drinken (en roken) voor hun 18e. Echter, we zijn er nog lang niet. Zo vindt slechts 56% van de ondervraagde ouders/verzorgers dat jongeren onder de 18 jaar geen alcohol mogen drinken2. Ter indicatie: uit het Zeeuwse draagvlakonderzoek (2016) blijkt dat acht op de tien ouders/verzorgers (81%) het (een beetje) eens is met de stelling ‘jongeren onder de 18 jaar zouden helemaal geen alcohol mogen drinken’. 2.1.4.

Naleefonderzoek drankverstrekkers

In opdracht van de 13 Zeeuwse gemeenten voerde het Planbureau van de Zeeuwse Bibliotheek in 2018/2019 een onderzoek uit naar de naleving van de leeftijdsgrenzen door drankverstrekkers. Uit dit Naleefonderzoek kunnen we een aantal conclusies trekken: •

Zeeland scoort overall gezien slecht ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het naleefniveau komt uit op 33%. Dat betekent dat 1/3 van de drankverstrekkers de leeftijdsgrenzen naleeft en dat in 2/3 van de gevallen de jongere gewoon alcohol kon kopen;

•

Het onderzoek maakt onderscheid in het soort drankverstrekker. Zo zien we dat slijterijen een hoog naleefpercentage scoren (in Goes 100%) en paracommercie/sportverenigingen laag scoren (in Goes 25%). De commerciële horeca scoort 37%;

•

Het naleefpercentage in Goes van alle bezochte bedrijven (supermarkten, slijterijen, commerciële horeca, paracommercie) is 40%. Ten opzichte van andere Zeeuwse gemeenten brengt Goes het er redelijk van af.

In 2021 vindt het volgende naleefonderzoek plaats. Het moment is afhankelijk van de coronamaatregelen.

2.2. Alcohol en 55+ Uit de landelijke Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2019 van het CBS naar alcoholgebruik vanaf 50 jaar (geen of weinig gebruik, overmatig drinken en zwaar drinken), in samenwerking met het RIVM en TrimbosInstituut, blijkt het volgende: •

In 2019 dronk 46,6% van de 50-plussers niet of niet meer dan 1 glas per dag. Veel meer 75-plussers (65,9%) dan 50-64 jarigen (39,4%) drinken geen alcohol of drinken niet meer dan 1 glas per dag. Veel meer 50-plussers dan 18-49 jarigen drinken geen alcohol of drinken niet meer dan 1 glas per dag (respectievelijk 46,6% en 36,4).

•

In 2019 dronk 8,3% van de 50-plussers overmatig. Bij mannen is sprake van overmatig drinken bij meer dan 21 glazen per week, voor vrouwen is dit meer dan 14 glazen per week. Er was een hoger percentage overmatige drinkers onder 65-74 jarigen (9,5%) dan onder 75-plussers (4,2%). Er was geen verschil in overmatig drinken tussen 50-64 jarigen (9,2%) en 65-74 jarigen (9,5%), maar beide groepen verschilden wel van 75-plussers. 50-plussers drinken ongeveer even vaak overmatig dan 18-49 jarigen (respectievelijk 8,3% en 8,6%).

•

In 2019 dronk 6,8% van de 50-plussers zwaar. Van zwaar drinken is sprake wanneer men minstens één keer per week meer dan 4 glazen (vrouwen) of 6 glazen (mannen) op een dag drinkt. Er was een hoger percentage zwaar drinkers onder 50-64 jarigen (8,2%) dan onder 75-plussers (3,5%). Er was geen verschil in zwaar drinken tussen 50-64 jarigen (8,2%) en 65-74 jarigen (6,4%), maar beide groepen verschilden wel van 75-plussers. 50-plussers drinken minder vaak zwaar dan 18-49 jarigen (respectievelijk 6,8% en 10,2%).

2

Ter Voert (2016)

-17-

➢

Trends in alcoholgebruik bij 50-plussers

•

Het percentage 50-plussers dat geen alcohol drinkt of niet meer dan 1 glas per dag is gestegen van 42,2% in 2014 naar 46,6% in 2019.

•

Het percentage overmatige drinkers is gedaald van 10,7% in 2014 naar 8,3% in 2019.

•

Het percentage zware drinkers schommelt sinds 2014 rond de 7%.

➢

Problematisch alcoholgebruik en een stoornis in het alcoholgebruik bij 55-plussers

•

In 2015 registreerden huisartsen bij 0,85% van de 55-plussers een diagnose problematisch alcoholgebruik, waarvan tweede derde man was. Hoe hoger de leeftijd, hoe minder vaak deze diagnose geregistreerd is.

•

waarschijnlijk vooral samen met het groeiend aantal ouderen. •

Afgelopen jaren nam het aandeel hulpvragers voor alcoholproblematiek in de verslavingszorg onder 55-plussers toe, van 18% in 2002 naar 28,2% in 2015. Omgerekend gaat het hierbij om ruim 8.300 mensen. De toename van 55-plussers in behandeling bij de verslavingszorg hangt

Het aantal 55-plussers met een stoornis in het gebruik van alcohol is groter dan de groep die in behandeling is bij de verslavingszorg. Veel mensen die een alcoholprobleem hebben zijn niet bekend bij de verslavingszorg. Uit een bevolkingsstudie bleek dat 1,3% van de 55-70 jarigen voldoet aan de DSM-IV criteria voor deze stoornis. Dit percentage kan echter een onderschatting zijn vanwege de criteria die gebruikt worden en die bij 55-plussers minder van toepassing lijken.

Deze cijfers zijn afkomstig uit de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn (2015) en NEMESIS-2 (2013-2015). Recente cijfers voor Zeeland zijn in 2021 beschikbaar op basis van een onderzoek dat in 2020 plaatsvond naar deze doelgroep.

2.3. Drugsgebruik onder jongeren ➢

Softdrugs

Uit de gezondheidsmonitor van de GGD Zeeland onder de jeugd in Zeeland, Klas 2 en 4 VO 2019-2020 komen de volgende cijfers naar voren: GGD Zeeland 2019-2020 Ooit wiet of hasj gebruikt Recent (de afgelopen 4 weken) wiet of hasj gebruikt

Goes 11 5

Oosterschelderegio % 10 4

Zeeland

Nederland

10 5

9 4

Bron: GGD Zeeland

Hoewel de groep jongeren die drugs gebruikt duidelijk kleiner is dan de groep die alcohol gebruikt (grofweg 20% versus 85%), brengt gebruik ervan behoorlijke risico’s met zich mee voor de gezondheid. Bovendien gaat drugsgebruik vaak samen met criminaliteit, overlast en gevoelens van onveiligheid en door illegale handel is de kans op gebruik van harddrugs groter. Met het gedoogbeleid kennen we een scheiding tussen de verkoop van soft- en harddrugs. Op de illegale markt is daarvan geen sprake en is elke drug verkrijgbaar. Gebruikers van drugs combineren dit nogal eens met alcohol, waardoor de (negatieve) effecten versterken.

-18-

Uit de landelijke cijfers van het Trimbos-Instituut blijkt het volgende: •

Vergeleken met 1999 (17%) hebben 12 t/m 16 jarigen aanmerkelijk minder ervaring met het gebruik van cannabis in 2019 (10%);

•

Ook het gebruik in de afgelopen maand is in 2019 (5%) lager dan in 1999 (8%);

•

Zowel voor het gebruik ooit in het leven als recent (de afgelopen 4 weken) geldt dat de percentages vanaf 2015 ongeveer gelijk blijven;

•

De gemiddelde leeftijd waarop scholieren voor het eerst cannabis gebruiken is in 2019 (14,2 jaar) hoger dan in 1999 (13,6 jaar).

➢

Harddrugs

Met 1,7% is XTC de harddrug die het vaakst ‘ooit’ is gebruikt door scholieren van 12 t/m 16 jaar. Daarna volgen amfetamine en cocaïne. De percentages van de ‘afgelopen maand’ zijn zeer beperkt 1,4%. XTC

Cocaïne

Ooit

Amfetamine

Enige harddrugs *)

%

Jongens

2,2

1,4

1,6

3,6

Meisjes

1,3

0,9

0,8

1,9

Totaal

1,7

1,1

1,2

2,8

Afgelopen maand

%

Jongens

1,2

0,7

0,9

1,8

Meisjes

0,5

0,4

0,4

0,9

Totaal

0,8

0,6

0,7

1,4

*) enige harddrug betreft het gebruik van XTC, cocaïne, amfetamine, heroïne, crack, GHB of LSD. Bron: Trimbos-Instituut 2019

Uit bovenstaande cijfers blijkt dat het gebruik van de harddrugs XTC, cocaïne en amfetamine ooit gebruikt door scholieren sinds 1999 geleidelijk daalt, maar de laatste jaren stabiel is.

2.4. Lachgas Het Trimbos-Instituut onderzoekt om de twee jaar het gebruik van lachgas. Het hoge percentage scholieren dat ooit lachgas gebruikte, is opvallend. Lachgas lijkt sterk aan populariteit te winnen. Het is niet bekend wat het gebruik in Goes is. •

•

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het Voortgezet onderwijs heeft in 2019 één op de tien (10%) ooit lachgas gebruikt, in 2015 was dat 8% en in 2017 9%. In 2011 is in het Peilstationsonderzoek Scholieren niet gevraagd naar het gebruik van lachgas omdat er toen nog geen signalen waren dat dit middel door veel scholieren werd gebruikt.

aantal ballonnen dat per keer gebruikt wordt, ligt onder deze recente gebruikers hoger: 19% gebruikt meestal 1 ballon, 41% 2 tot 4 ballonnen, 20% zit tussen de 5 en de 9 ballonnen en 20% 10 of meer ballonnen per keer.

Van de scholieren in het Voortgezet Onderwijs heeft 2,5% in de maand voorafgaand aan het onderzoek lachgas gebruikt. Dit blijft de laatste jaren stabiel. Het -19-

•

In groep 7 en 8 van het basisonderwijs heeft 2,3% van de scholieren ooit lachgas gebruikt.

•

Het gebruik bij studenten van 18 jaar oud neemt toe. Dit geldt voor zowel jongens als meisjes.

2.5. Roken ➢

Sigaret

Uit het Gezondheidsonderzoek volwassenen (19-64 jarigen) van de GGD (2016) blijkt dat in Goes 25,9% van deze groep rookt. In 2012 was dit 24,2%. Dit is hoger dan het Zeeuwse percentage dat in 2016 ligt op 21,5%. Uit de Gezondheidsmonitor van de GGD Zeeland onder de jeugd in Zeeland, Klas 2 en 4 VO 2019-2020 komen onderstaande cijfers naar voren. Gezondheidsmonitor GGD 2019-2020

Goes

Oosterschelderegio

Zeeland

Nederland

% Ooit gerookt Dagelijks Wekelijks

14 4 7

15 5 7

13 4 6

10 2 4

Bron: GGD Zeeland

Uit de cijfers van het Trimbos-Instituut 2019 blijkt dat: •

Landelijk het percentage scholieren dat dagelijks rookt in 2019 gelijk is gebleven aan 2017 (beiden 2%). Vergeleken met 2015 is het percentage rokers licht gedaald van 3,1% naar 1,8%.

➢

•

In vergelijking met het landelijk gemiddelde scoort Goes minder goed. Dit geldt zowel voor dagelijks, wekelijks als ooit gerookt.

•

Uit landelijke cijfers blijkt dat in 2019 jongeren gemiddeld anderhalf jaar ouder zijn als zij met roken gaan experimenteren dan in 2003 (13,4 jaar versus 11,8 jaar).

E-sigaret

Gezondheidsmonitor GGD 2019-2020

Goes

Oosterschelderegio

Zeeland

Nederland

% Ooit e-sigaret gebruikt Dagelijks Wekelijks

24 1 2

27 0,7 2

27 0,6 2

23 1 2

Bron: GGD Zeeland

Uit het Peilstationonderzoek 2019 van het blijkt dat: •

Het percentage jongeren van 12 t/m 16 jaar dat ooit een e-sigaret heeft gebruikt daalde tussen 2015 (34%) en 2017 (28%). Vanaf 2017 lijkt er een lichte daling te zijn naar 23% in 2019. Van deze gebruikers heeft meer dan de helft (55%) deze recent niet meer gebruikt. Eén op de tien gebruikers de e-sigaret bijna elke week gebruikt of vaker.

-20-

•

In vergelijking met het landelijk gemiddelde scoort Goes minder goed op ‘ooit in het leven gebruikt’. Verder zijn de percentages gelijk.

•

Landelijk is bekend dat in groep 7 en 8 van het basisonderwijs 3,2% van de scholieren ooit een e-sigaret heeft gebruikt.

2.6. Algemene conclusie cijfers Uit de cijfers kunnen we de volgende algemene conclusies trekken: ➢

Jongeren en alcohol

•

In Goes scoren we gemiddeld beter dan in de Oosterschelderegio en Zeeland, maar minder goed dan in Nederland.

•

De plattelandsgebieden in Nederland scoren minder goed dan de stedelijke gebieden. Dit zien we ook terug in Zeeland.

•

Uit de resultaten blijkt dat we op Zeeuws niveau succes boeken door de gezamenlijke inspanning van de betrokken partijen. De startleeftijd steeg, het binge drinken nam af en het draagvlak voor de norm NIX18 is vergroot.

•

De cijfers van de alcoholpoli laten een dalende lijn zien, waarbij we opmerken dat jongeren het merendeel van de drank thuis krijgen of via familie en vrienden.

•

Alhoewel we inzetten op voorlichting aan jongeren in het Voortgezet Onderwijs, lijkt voorlichting minder van invloed te zijn. Belangrijker lijkt de thuisomgeving van de jongeren.

•

De attitude van ouders/verzorgers ten opzichte van het drinken van alcohol onder jongeren (NIX18) is weliswaar positief verbeterd, toch lijkt daar de sleutel te liggen. Ouders/verzorgers zijn zich nog onvoldoende bewust van: - De gevaren van op jonge leeftijd alcohol (gaan) drinken; - De invloed die ze hebben op hun kinderen met betrekking tot de kijk op het gebruik van alcohol, die ze wel degelijk hebben, zo blijkt uit onderzoek.

•

Ook het naleefonderzoek laat zien dat de eigen omgeving (zoals sportverenigingen) zich nog onvoldoende bewust zijn van de gevaren van alcohol en de noodzaak van NIX18.

•

Het naleefniveau baart zorgen, waardoor bestuurlijk in Zeeland is uitgesproken door te pakken in de handhaving daar waar we dit nog niet doen. Voor Goes betekent dat: -

Voortzetting van de huidige controlemethode (sinds 2018) met mystery shoppers; Beboeten van drankverstrekkers na een waarschuwing.

Dit komt terug in het Preventie en Handhavingsplan Alcohol, dat we 2021 herzien.

➢ Alcohol en 55+ •

De 55- plussers, hun omgeving, maar ook de professionals waar ze mee in aanraking komen, zijn veelal onvoldoende op de hoogte van gezondheids- en overige effecten van alcoholgebruik en er wordt onvoldoende gesignaleerd. In 2020 vond onderzoek plaats naar deze doelgroep in Zeeland. In 2021 zijn de resultaten hiervan bekend.

➢ Jongeren en drugsgebruik •

In Goes scoren we met betrekking tot softdrugsgebruik gemiddeld minder goed dan landelijk en Zeeuws. Hiervoor is geen duidelijke verklaring.

•

Landelijk is het gebruik van de harddrugs XTC, cocaïne en amfetamine ‘ooit in het leven gebruikt’ sinds 1999 geleidelijk gedaald. De laatste jaren is dit stabiel. Goese cijfers over het gebruik zijn niet bekend.

➢ Lachgas •

Landelijk is het lachgebruik door jongeren in het Voortgezet Onderwijs gestegen de afgelopen jaren van 8% in 2015 naar 10% in 2019.

•

In groep 7 en 8 van het basisonderwijs gebruikte 2,3% van de scholieren ooit lachgas.

•

Goese cijfers over lachgasgebruik zijn niet bekend. -21-

➢ Roken •

In vergelijking met het landelijk gemiddelde scoort Goes minder goed. Dit geldt zowel voor dagelijks, wekelijks als ooit gerookt.

➢ E-sigaret •

In vergelijking met het landelijk gemiddelde scoort Goes minder goed op ooit gebruikt. Verder zijn de percentages gelijk.

➢ Algemeen •

Tijdens informatieavonden over alcohol en drugs komt naar voren dat ouders/verzorgers en de omgeving zich meer bewust zijn van het gevaar als het gaat om het gebruik van drugs, lachgas en roken, dan het gebruik van alcohol. Dit laatste is meer geaccepteerd. Blijft dat ouders/verzorgers zich nog onvoldoende bewust zijn van de invloed die ze hebben op hun kinderen als het gaat om het gebruik van deze middelen.

-22-

3. Waar willen we naar toe? Belangrijkste doel van dit plan van aanpak is preventie en het bij elkaar brengen van de verschillende beleidslijnen. We richten ons op voortzetting van huidig beleid met extra aandachtspunten en uitwerkingen op het gebied van rookvrij en 55+.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10531298/1