Agendapunt 13. Toelichting bp brandweerpost
Tekst van het document
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes Bestemmingsplan Vastgesteld adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte
COLOFON Documentgegevens Titel Rapportnummer Datum Status IMRO Gemeente
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes 000799 01-02-2023 vastgesteld NL.IMRO.0664.BPGP03-VG99 Goes
Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens
Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Janita van Gastel | Rudi Lems +31(0)113 405 051
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
6
Aanleiding Plangebied Geldend bestemmingsplan Opzet
6 6 7 7
Hoofdstuk 2
Beleidskaders
8
2.1 2.2 2.3 2.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusies
8 9 11 12
1.1 1.2 1.3 1.4
Hoofdstuk 3
Huidige en toekomstige situatie
13
3.1 3.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
13 13
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
16
Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Milieu Effect Rapportage Natuur Verkeer en parkeren Water Conclusie
16 16 18 18 19 21 22 22 22 23 23 24 26 28
Juridische vormgeving
29
Planvorm Toelichting op de verbeelding en regels
29 29
Handhaving
32
Handhaving bestemmingsplan Handhavingsbeleid Opleggen sancties
32 32 32
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
33
Hoofdstuk 8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
34
Vooroverleg Inloopavond Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
34 34 34
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
8.1 8.2 8.3
Juust
2
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Juust
3
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Juust
4
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Toelichting
Juust
5
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Om de dekking van hulpverlening in Goes te verbeteren, dient een brandweerpost in het noordwestelijk deel van Goes opgericht te worden. Met een post in Goes-West wordt een groot aantal inwoners van de gemeente Goes, en daarmee van de Veiligheidsregio, beter verzorgd voor wat betreft de basisbrandweerzorg. De Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de gemeente Goes zijn daarom voornemens om een brandweerpost aan de 's-Heer Hendrikskinderendijk op te richten. Deze brandweerpost zal dienen als uitrukpost. De opzet van het plangebied is zodanig vormgegeven dat er mogelijkheden zijn om de brandweerpost in de toekomst eventueel nog uit te kunnen breiden. Het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' voorziet niet in de gewenste mogelijkheden. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen.
1.2
Plangebied
Het plangebied (Afbeelding 1) ligt aan de westzijde van Goes nabij het Tiendenplein, wat gezien wordt als de westelijke entree van Goes. Ten noordwesten van het Tiendenplein ligt het bedrijventerrein Goese Poort. De laatste jaren hebben hier ontwikkelingen plaatsgevonden zoals de bouw van een nieuwe bouwmarkt en een horecacentrum. De beoogde brandweerpost is naast het horecacentrum voorzien en zal ontsloten worden via de 's-Heer Hendrikskinderendijk. De noordzijde van de brandweerpost wordt begrensd door landbouwgronden die in de toekomst omgevormd zullen worden tot een groene buffer .
Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens
Juust
6
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' van de gemeente Goes (Afbeelding 2). Dit bestemmingsplan is op 17 maart 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1'. De voor 'Agrarisch' bestemde gronden zijn bestemd voor de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven. De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van het ter plaatse aanwezige archeologisch waardevol gebied en van de (mogelijk) ter plaatse aanwezige vindplaatsen, niet zijnde beschermd van rijkswege. Bouwen op deze gronden is in beginsel mogelijk als de archeologische waarden niet worden geschaad. De voorgenomen ontwikkeling is zowel qua bouwmogelijkheden als gebruiksmogelijkheden op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan.
Afbeelding 2 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)
1.4
Opzet
Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit zeven hoofdstukken. Hoofdstuk 2 gaat in op de geldende beleidskaders van het Rijk, de Provincie Zeeland en de gemeente Goes. Vervolgens gaat Hoofdstuk 3 in op kenmerken van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan verschillende relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische vormgeving. Dit betreft de opzet van de verbeelding en de regels en een toelichting op de bestemmingen. Hoofdstuk 6 gaat in op de handhaving van het plan. Hoofdstuk 7 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van het plan en Hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Juust
7
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.
De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor dit bestemmingsplan. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming. Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6 Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Stedelijke ontwikkeling Onder stedelijke ontwikkeling wordt volgens het Bro verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Ten aanzien van de realisatie van de beoogde brandweerpost kan gesteld worden dat, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving, sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. De beoogde ontwikkeling heeft een maximaal ruimtebeslag van circa 4500 m² en een gebouw met een maximaal brutovloeroppervlakte van circa 1.800 m². Behoefte Van belang is dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Hiervan is in onderhavig geval sprake. De verdeling van de verschillende brandweerposten wordt en is regionaal
Juust
8
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
afgestemd om tot een evenwichtige en veilige verdeling van de brandweerposten binnen de regio te komen. Op deze manier kan de brandveiligheid binnen de regio gegarandeerd worden. Door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland is besloten het project 'Maatwerk in Brandweerzorg' uit te voeren. Met dit project zijn voorstellen gedaan voor het robuust en toekomstbestendig inrichten van de brandweerzorg in Zeeland. Zo is onder andere opgenomen om bestaande brandweerposten te sluiten, een aantal brandweerposten samen te voegen alsmede nieuwe brandweerposten op te richten. Voor Goes heeft dit geresulteerd in nieuwbouw in de omgeving Goes-West. Om de dekking in Goes te verbeteren moet een post in het noordwestelijk deel van Goes opgericht worden. Met een post in Goes-West wordt een groot aantal inwoners van de gemeente Goes en daarmee van de Veiligheidsregio beter verzorgd voor wat betreft de basisbrandweerzorg. Dit levert een significant verschil op de regionale dekkingspercentages. Hiermee is de behoefte aan een nieuwe brandweerpost aangetoond. Bestaand stedelijk gebied. Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt verstaan: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
Voor het bepalen van de grens van het bestaand stedelijk gebied moet worden gelet op de feitelijke situatie, de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied een agrarische bestemming die bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt. Ook kan het gebied op grond van het geldende bestemmingsplan niet worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het plangebied wordt overeenkomstig de huidige bestemming gebruikt. Hierdoor kan ingevolge jurisprudentie het plangebied niet als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt. Dit heeft als consequentie dat voor de toepassing van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro gemotiveerd moet worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Motivering locatie In samenwerking met de Gemeente Goes heeft de Veiligheidsregio Zeeland de meest geschikte locatie voor de realisatie van de definitieve huisvesting voor de post Goes-West onderzocht.
Er is een locatiestudie uitgevoerd waarbij 10 locaties zijn beoordeeld op verschillende aspecten, zoals uitruktijd, dekking, stedenbouwkundige inpassing, milieukundige inpassing en bereikbaarheid. Deze locaties betreffen zoals binnenstedelijke als buitenstedelijke locaties. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de keuze voor de locatie ter hoogte van de 's Heer Hendrikskinderendijk naast Weststrate. Deze is strategisch gesitueerd in het verzorgingsgebied en biedt zowel een goede dekking in de wijk Goese Polder en de binnenstad van Goes. Ook de ontsluiting in de richting van de N265 en de A58 is goed. Deze goede ontsluiting heeft ook een positief effect op de dekking van industrieterrein de Poel. Daarnaast is dit op de middellange en lange termijn een toekomstbestendige locatie. Ook maatschappelijk (zichtbaarheid van de brandweer in de samenleving), milieukundig en verkeerskundig gezien komt de locatie aan de 's Heer Hendrikskinderendijk aan de westelijke entree van Goes als meest geschikte locatie uit de bus. Tevens grenst de locatie direct aan het stedelijk gebied (bedrijventerrein Goese Poort) en is de locatie tussen twee stedelijke functies gelegen, namelijk een horecacentrum en mechanisatiebedrijf. Ruimtelijk gezien vormt het opvullen van deze locatie met een stedelijke functie een logische invulling. Hiermee past de ontwikkeling binnen het rijksbeleid.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zeeland De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd
Juust
9
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: 1. 2. 3. 4.
Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. Een duurzame en innovatieve economie. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.
Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: 1. 2. 3. 4.
Doe meer met minder grond. Werk samen en deel kosten en baten. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet.
Afbeelding 3 | Ambities en bouwstenen (bron: Zeeuwse Omgevingsvisie deel A) Kijkend naar het onderhavige plan sluit deze het meest aan bij de bouwstenen zoals genoemd onder de ambitie 'Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland'. Onder Subdoel 2 "Veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit zijn standaard onderdeel van ruimtelijke ordening en inrichting" wordt als
Juust
10
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
actie 2.1 'Bij inrichting en ordening van de ruimte sturen op bundeling van functies voor het uitlokken van gezond gedrag, duurzaamheid en veiligheid' het volgende aangegeven: Herbestemming en herstructureringsopgaven bieden kansen om de omgeving zo in te richten dat de fysieke veiligheid wordt vergroot en gezond gedrag wordt bevorderd. De inrichting en ordening van onze ruimte kan zorgen voor voldoende afstand tussen (kwetsbare) bewoners en risicobronnen, goede vluchtroutes, bereikbaarheid voor hulpverleners, maar ook bijdragen aan zelfredzaamheid en gezond gedrag (bewegen, ontmoeten, ontspannen, eten). Dit vraagt om nabijheid van functies en het veilig en aantrekkelijk en uitnodigend maken van onze buitenruimte, ook voor ouderen en mensen met een beperking. Door invulling van onderhavig plan wordt aangesloten bij de hiervoor genoemde actie. Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken.
2.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie #Goes 2040 In juni 2012 heeft de gemeente Goes de structuurvisie #Goes 2040 vastgesteld. In de structuurvisie zijn het beleid en de verwachte ontwikkelingen met een ruimtelijke relevantie weergegeven. Denk bijvoorbeeld aan wonen, werken en verkeer. Daarnaast is een aantal uitgangspunten opgenomen over zorg, welzijn, onderwijs en cultuur. In de structuurvisie zijn geen specifieke uitgangspunten opgenomen die betrekking hebben op dit plan. Wel is terug te vinden dat de locatie waar de beoogde ontwikkeling plaats moet vinden in de visie aangeduid is als hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur omvat elementen als parken, lanen, bufferzones, bosgebied en stadsentrees. Groenvoorzieningen zijn van belang voor het leefmilieu in de stad. De grote groenelementen zorgen daarbij ook voor samenhang en structuur. De groene buffers aan de randen van Goes zorgen voor de overgang naar het omliggende buitengebied en het zicht vanaf de snelwegen. Dit zijn waardevolle overgangsgebieden. Daarnaast grenst de locatie aan het bedrijventerrein Goese Poort. Vanwege de zichtlocatie en de ligging nabij hoofdontsluitingswegen is het gebied geschikt voor diverse functies, zoals grootschalige detailhandel al dan niet in combinatie met een hotel/restaurantcomplex.
Het voornemen is om het terrein ten noorden van de brandweerpost te behouden als groene bufferzone en gefaseerd in te richten als fruittuin, natuurgebied, wandelgebied en/of vlindergebied met poelen. Hierdoor wordt de hoofdgroenstructuur niet alleen behouden maar ook versterkt. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het van belang dat de brandweer zichtbaar is in de samenleving. De ligging aan de entree van Goes, gelegen aansluitend aan het bedrijventerrein Goese Poort, zorgt ervoor dat de brandweer zichtbaar is in de samenleving. Het realiseren van de brandweerpost op de gewenste locatie doet dan ook geen afbreuk aan de uitgangspunten zoals aangegeven in de structuurvisie. Groenstructuurplan 2014 - 2024 In het Groenstructuurplan 2014 - 2024 is de gemeentelijke visie op de groene openbare ruimte weergegeven. Er wordt op hoofdlijnen aangegeven welke groene locaties van belang zijn voor Goes, waar ze het groen wil behouden en ook waar ze de groenstructuren wil verstevigen. De locatie waarop de ontwikkeling is voorzien behoort tot de Hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur moet gezien worden als de drager van het openbaar groen in Goes, als de groene ruggengraat van de stad.
De hoofdgroenstructuur wordt gevormd door grotere groene gebieden in en aan de randen van de stad (de groene bufferzones); de parken; laanbeplantingen; groene verbindingen; monumentale en waardevolle bomen en bijzondere groene historische plekken. Dit gebied is onderdeel van de groene bufferzone aan de rand van Goes-west. Deze zone vormt de overgang
Juust
11
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
tussen het omliggende landschap en de stad. Dit gebied is van belang voor het leefklimaat, de luchtkwaliteit en de waterhuishouding, maar ook voor de biodiversiteit. Het groen dat behoort tot de hoofdgroenstructuur wil de gemeente Goes behouden en beschermen. Indien bomen die tot de hoofdgroenstructuur behoren, moeten wijken vanwege een ruimtelijke ontwikkeling, dan dient dit groen gecompenseerd te worden binnen de hoofdgroenstuctuur. Hier gaat het om een gebied wat onttrokken wordt aan de hoofdgroenstructuur, wat in kwantitatieve zin niet gecompenseerd kan worden in de hoofdgroenstructuur. Een mogelijkheid is om het gebied rondom de nieuwe brandweerkazerne om te vormen naar een groen, parkachtig, stedelijke uitloopzone. Hiertoe zal de laagstam boomgaard omgevormd dienen te worden tot natuurgebied/wandelgebied met als belangrijk uitgangspunt om de biodiversiteit te bevorderen. De omvorming bestaat onder andere uit het verwijderen van de laagstamboomgaard, het ontwikkelen van een natuurlijke vegetatie, de aanleg van inheemse bomen en struiken, de aanleg van poelen met natuurlijke vegetaties, de aanleg van wandelpaden en de ontsluiting vanuit de wijk Goese Polder tot dit gebied. Tezamen met de keuze voor de locatie is het besluit genomen door de raad om het gebied rondom de nieuwe brandweerkazerne om te vormen naar een groen, parkachtig, stedelijke uitloopzone.
Hierdoor is bewerkstelligd dat de hoofdgroenstructuur ter plaatse gecompenseerd wordt met een kwalitatieve impuls. Daarnaast worden ook op en aan het gebouw maatregelen genomen om de impact van het gebouw in de hoofdgroenstructuur te beperken. Er wordt een wal opgetrokken waardoor een verdieping volledig uit het zicht onttrokken wordt. Hierdoor heeft het volume een minimale impact op het landschap.
2.4
Conclusies
Het plan past binnen de daarvoor geldende beleidskaders van Rijk, Provincie en Gemeente, dan wel is voorzien in een passende oplossing.
Juust
12
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Hoofdstuk 3 Huidige toekomstige situatie 3.1
en
Huidige situatie
Functionele opbouw van het gebied Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de stad Goes. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de 's-Heer Hendrikskinderendijk. Deze weg vormt de belangrijkste westelijke ontsluiting van de stad en vormt daarmee ook de westelijke entree vanaf de Deltaweg. Het gebied tussen de Deltaweg en de woonwijk Goese Polder en het bedrijfsterrein Goese Poort in aansluiting daarop, vormt het overgangsgebied tussen het omliggende landschap en de stad. Het plangebied bestaat uit agrarische gronden die de laatste jaren in gebruik zijn geweest als boomgaard. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het bedrijventerrein Goese Poort. Op dit bedrijventerrein zijn onder andere een aantal kantoren gevestigd, een bouwmarkt en een groot restaurant. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het terrein van een landbouwmechanisatiebedrijf. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de agrarische gronden. Ruimtelijke opbouw van het gebied De fruitbomen in het plangebied zijn inmiddels gerooid en het gebied wordt tijdelijk gebruikt als landbouwgrond. Zowel aan de westzijde als aan de oostzijde van het plangebied is bebouwing aanwezig, bestaande uit grote (bedrijfs)gebouwen. Het plangebied is aan de westelijke ontsluitingsweg van de stad Goes gelegen en vormt daarmee een zichtlocatie nabij de entree van de stad.
Afbeelding 4 | Huidige situatie plangebied (bron: GoogleStreetview)
3.2
Toekomstige situatie
Ruimtelijke inpassing Er wordt een wal opgetrokken over de breedte van het perceel. Door één verdieping volledig onder de wal te houden, heeft het volume een minimale impact op het landschap. Het vormt een horizontaal accent op het landschap, en is zo georganiseerd dat (brandweer) auto's uit het zicht en achter de wal hun plaats hebben. Zo ontstaat ook de mogelijkheid het terrein voor de wal vrijwel geheel als groenzone vorm te geven. De twee bestaande bomen worden gehandhaafd.
Juust
13
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
In de nabijheid van de wasplaats/oefenplaats worden twee bomen geplant om de toegang tot de wasplaats/oefenplaats te beschutten. Dit is onderhoudsarm groen. De wal biedt ook de mogelijkheid om de oefenplaats/wasplaats aan het zicht te onttrekken, net zoals het buitenterras. De positie van de brandweerpost verhoudt zich tot de grote naastgelegen bouwvolumes van Weststrate, Horecacentrum Goese Poort en de Gamma. De rooilijn van het gebouw van Weststrate is leidend voor de positie van het gebouw. De indeling van het gebouw en het dakoverstek blijft haaks op de lengterichting van het perceel, welke parallel loopt aan het naastgelegen horecacentrum Goese Poort en de Gamma. De vormprincipes zijn bewust eenvoudig en doelmatig. Er is gezocht naar een vorm die gemakkelijk uit te breiden (te verlengen) is.
Afbeelding 5 | Toekomstige situatie plangebied (bron: ontwerp Rothuizen Architecten en Adviseurs B.V.) Brandweerpost De brandweerpost manifesteert zich als een horizontaal, transparant venster bovenop een wal. Een verticaal element als toevoeging, versterkt dit concept. Het ontwerp leent zich voor eventuele uitbreiding in de toekomst. De bijeenkomstfunctie bevindt zich direct achter dit grote venster en richt zich duidelijk naar de weg. De remise is in de diepte van het perceel is georganiseerd, in de luwte van de wal. Zo past het ontwerp zich in de hoofdgroenstructuur in, én maakt het optimaal gebruik van de diepte van het perceel. Om de mogelijkheden open te houden dat uitbreiding van de kazerne mogelijk is, is dit plan niet beperkt tot het huidige bouwplan wat uit gaat van een grondoppervlakte van 500 m². Er is rekening gehouden met maximale bouwmogelijkheden van 1800 m², zodat te zijner tijd niet opnieuw een ruimtelijke procedure doorlopen hoeft te worden.
Juust
14
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Afbeelding 6 | Impressie brandweerpost (bron: ontwerp Rothuizen Architecten en Adviseurs B.V.) Ontsluiting De ontsluiting van het terrein zal plaatsvinden op de parallelweg van de ’s-Heer Hendrikskinderendijk. Vanaf het terrein wordt hiertoe een directe ontsluiting aangelegd. Via de parallelweg is de rotonde van het Tiendenplein eenvoudig te bereiken waarna via de hoofdroutes zowel de wijken in het noordwesten en zuidwesten van Goes goed te bereiken zijn als de Deltaweg in oostelijke richting. Er zal sprake zijn van gemiddeld zo'n 100 uitrukbewegingen per jaar. Bij de maximale bouwmogelijkheden kan dit oplopen naar 300 uitrukbewegingen per jaar.
Juust
15
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Hoofdstuk 4 4.1
Sectorale aspecten
Inleiding
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Archeologiebeleid In december 2011 heeft de gemeente Goes archeologiebeleid vastgesteld. Het beleid bestaat enerzijds uit maatregelenkaarten waarop het hele grondgebied van de gemeente is onderverdeeld in acht beleidscategorieën. Anderzijds bestaat het uit een onderbouwing hoe deze kaarten te gebruiken in de praktijk van de ruimtelijke ordening. De ondergrond van het gemeentelijk grondgebied bestaat uit verschillende geologische lagen met elk een specifieke archeologische verwachting voor een bepaalde periode uit de geschiedenis. Binnen de vier verschillende lagen worden zones onderscheiden die elk een eigen archeologische verwachting kennen, gebaseerd op bekende archeologische gegevens en de ontstaans- en bewoningsgeschiedenis van de gemeente.
Daarnaast zijn uit de bekende archeologische gegevens een aantal locaties aangewezen waar zich een archeologische vindplaats bevindt. De oude dorpskernen zijn ook aangewezen als terreinen van archeologische waarden. De gehanteerde categorieën zijn: Categorie 1: archeologisch rijksmonument; hiervoor is altijd een monumentenvergunning nodig; Categorie 2: terrein van archeologische waarde; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord; Categorie 3: stads- en dorpskernen van een specifieke archeologische verwachting; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord; Categorie 4: hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 250 m2 wordt verstoord; Categorie 5: matige verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 500 m2 wordt verstoord; Categorie 6: lage verwachtingswaarde op archeologische vondsten: geen onderzoeksplicht; Categorie 7: verwachting van maritieme vondsten; hiervoor is altijd overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig; Categorie 8: archeologische vondsten worden niet verwacht; geen onderzoeksplicht. Wanneer het te verstoren gebied niet groter is dan de hiervoor aangegeven vierkante meters, hoeft geen archeologisch onderzoek te worden gedaan.
Ook graafwerkzaamheden die niet dieper gaan dan 40 cm onder het maaiveld, zijn ten alle tijden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Juust
16
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Plangebied Op basis van het archeologiebeleid van de gemeente geldt ter plaatse van het plangebied een hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten (categorie 4). In het bestemmingsplan Buitengebied 2010 is de archeologische dubbelbestemming 'Waarde-archeologie - 1' opgenomen. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 100 m2 en niet dieper reiken dan 30 centimeter. Met de toekomstige bebouwing wordt deze oppervlakte en diepte overschreden. Hierdoor is het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Onderzoek Door Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed is een archeologisch onderzoek uitgevoerd bestaande uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Dit onderzoek is tezamen met de reactie op het onderzoek vanuit Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband (adviseur van de gemeente Goes) bijgevoegd (Bijlage 1). Uit het onderzoek blijkt dat binnen het volledige plangebied een hoge verwachting geldt op het voorkomen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd vanaf de onderzijde van de bouwvoor en een middelhoge verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Late Ijzertijd en Romeinse Tijd in het noordoosten en noordwesten van het plangebied.
De resultaten van het onderzoek laten daarnaast niet toe om de dubbelbestemming te verwijderen. Om de mogelijk aanwezige archeologische waarden planologisch te beschermen wordt geadviseerd om in het nieuwe bestemmingsplan een dubbelbestemming waarde archeologie 2 op te nemen met vrijstellingsgrenzen van 250 m² en 0,40 m -mv. De exacte bodemverstoringen (locatie, oppervlak, diepte) die met de nieuwe inrichting gepaard gaan zijn nog niet bekend. Indien binnen het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden die de bovengenoemde vrijstellingsgrenzen overschrijden wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Conform de AMZ•cyclus (Archeologische Monumenten Zorg cyclus) dient het vervolgonderzoek te bestaan uit een karterend en/of waarderend inventariserend veldonderzoek. Gezien de aard van de verwachte vindplaatsen (middelgrote tot grote vindplaatsen met grondsporen, wellicht zonder vondstenlaag) is het uitvoeren van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (karterende en waarderende fase) de meest geschikte onderzoeksmethode. Tijdens een dergelijke gravend onderzoek kan de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van vindplaatsen, en de behoudenswaardigheid daarvan, vastgesteld worden. Op basis daarvan kan de bevoegde overheid een selectiebesluit nemen: vrijgeven, behoud in situ of opgraven.
Indien uit een proefsleuvenonderzoek blijkt dat binnen het plangebied geen (behoudenswaardige) vindplaatsen aanwezig zijn dan kan de dubbelbestemming worden verwijderd. Voorafgaand aan het Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter beoordeling en goedkeuring moet worden voorgelegd aan de bevoegde overheid.
Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn niet aanwezig.
Juust
17
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. In de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn richtafstanden opgenomen die aangehouden dienen te worden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur en stof) en gevoelige functies zoals woningen in een rustige woonwijk. Indien er sprake is van een gemengd gebied, kunnen de richtafstanden met één stap worden verlaagd. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Volgens de VNG brochure valt een brandweerkazerne (brandweerpost) in milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een indicatieve milieucirkel van 50 meter voor het aspect geluid.
Deze afstand geldt vanaf de grens van de bestemming van de brandweerkazerne tot de gevel van een gevoelige functie indien er sprake is van het omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied'. De richtafstanden kunnen met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het gebied waarin de beoogde brandweerkazerne is voorzien kan, gelet op de in het gebied liggende functies (horeca, bedrijven en kantoren) en aanwezige hoofdinfrastructuur, geclassificeerd worden als omgevingstype 'gemengd gebied'. Hierdoor kan de afstand van 50 meter worden teruggebracht naar 30 meter. Binnen deze afstand zijn geen gevoelige objecten aanwezig. De meest dichtbij gelegen (bedrijfs)woning ligt op zo'n 80 meter afstand van de grens van de beoogde bestemming. Voldaan wordt aan de richtafstand. De brandweerpost zelf is niet aan te merken als een gevoelig object. Hierdoor vormt de brandweerpost geen belemmering voor de bedrijfsuitvoering van de naastgelegen functies. Er wordt voldaan aan de richtafstanden. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt daarom geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.4
Bodem
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. De gronden hebben een agrarische functie. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt ten opzichte van de huidige bestemming een gevoeligere functie mogelijk gemaakt. Daarom is een bodemonderzoek benodigd. ABO milieuconsult B.V. heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 2). De locatie is op basis van het vooronderzoek verdeelt in twee deellocaties. Deellocatie akker Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 32 boringen verricht. Van deze boringen zijn 7 boringen afgewerkt als peilbuis. Uit het onderzoek komen de volgende resultaten: Bij 2 boringen zijn sporen baksteen aangetroffen. In de overige boringen zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, kwik, lood en diverse OCB's (bestrijdingsmiddelen); PFAS voldoet in alle monsters van de akkerlocatie aan de achtergrondwaarde; De ondergrond is niet verontreinigd; Het grondwater is licht verontreinigd met barium, lood en molybdeen.
Juust
18
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Deellocatie erf Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 12 boringen verricht. Van deze boringen is 1 boring afgewerkt als peilbuis. Uit het onderzoek komen de volgende resultaten: In de grond zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen; Onder de asfaltverharding bevindt zich een fundatielaag bestaande uit zand en puin; De bovengrond is licht verontreinigd met minerale olie, koper, cadmium, kwik, lood en PAK. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan PFAS (PFOS) aangetroffen dat de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarde (en tevens toepassingsnorm voor hergebruik voor de bodemfunctieklasse Landbouw/-natuur) overschrijdt maar wel voldoet aan wonen/industrie; De ondergrond is niet verontreinigd; Het grondwater is niet verontreinigd. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn dermate gering dat aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Geconcludeerd kan worden dat de onderzoeksresultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Als er grond van de locatie moet worden afgevoerd, moet er rekening mee worden gehouden dat de bovenlaag van 0,0-0,3m-mv indicatief klasse Industrie grond is op basis van OCB's. Als de grond wordt toegepast binnen de gemeentegrens kan gebruik worden gemaakt van de Lokale Maximale Waarden voor OCB's.
Als de grond buiten de gemeentegrens wordt toegepast is een partijkeuring conform de AP-04 verplicht waarna de afvoerbestemming kan worden bepaald.
4.5
Duurzaamheid
Het klimaat verandert. Het wordt warmer, we krijgen te maken met langdurige perioden van hitte en droogte, er is een grotere kans op extreme neerslag en de zeespiegel stijgt. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door de hoge concentratie broeikasgassen, zoals CO2, in de atmosfeer. Door het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen kunnen de gevolgen van klimaatverandering beperkt worden. In het Klimaatakkoord van Parijs staat omschreven dat de temperatuur op aarde niet verder mag stijgen dan 2°C, met de ambitie om dit te beperken tot 1,5°C. Op de Verenigde Staten na, heeft wereldwijd ieder land dit akkoord ondertekend. Landelijk Landelijk zijn er doelen gesteld om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen: In 2050 is de uitstoot van CO2 met 95% verminderd; In 2050 hebben we een energieneutrale gebouwde omgeving; Vanaf 1 juli 2018 worden nieuwbouwwoningen niet meer op het aardgasnet aangesloten. Ondanks dat we de uitstoot van broeikasgassen verminderen of zelfs stoppen, zullen we te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering, zoals toenemende extreme weersomstandigheden. Het is daarom van belang de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten. Landelijk is het doel gesteld dat de openbare ruimte in 2050 klimaatrobuust is ingericht.
Gemeentelijk klimaatbeleid De gemeente Goes levert een bijdrage aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het behalen van de landelijke richtlijnen. Om deze landelijke richtlijnen te halen heeft de gemeente Goes de volgende doelstellingen vastgesteld: De gemeente Goes stimuleert duurzame nieuwbouw; De gemeente Goes ondersteunt de doelen van het Zeeuws Energieakkoord en werkt aan een energieneutrale particuliere woningvoorraad in 2045;
Juust
19
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Duurzame energie wordt op kansrijke locaties opgewekt, zoals het toepassen van zonne-energie op daken; Het gebruik van duurzame vervoersmiddelen wordt gefaciliteerd, onder andere door het plaatsen van openbare laadpalen; De gemeente Goes past circulaire economie toe wanneer de kans zich voordoet, zoals het toepassen van kansen voor circulair bouwen. Naast maatregelen om minder CO2 uit te stoten, zijn ook maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering belangrijk, het klimaatrobuust inrichten van de openbare ruimte. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van veel groen, wat zowel een waterbergend vermogen heeft, als een koelend vermogen. Sterk versteende omgevingen warmen namelijk snel op doordat stenen warmte opnemen en deze warmte een lange tijd kunnen uitstralen, met name 's nachts. In groene omgevingen zullen de nachten tijdens warme perioden daarom koeler zijn dan in sterk versteende gebieden zoals steden. Dit effect wordt ook wel het hitte-eiland effect genoemd.
Afbeelding 7 | Hitte-eiland effect In Afbeelding 7 is te zien dat de temperatuur in een sterk verstedelijkt gebied hoger is dan in de meer landelijke omgeving. In volledig groene gebieden, zoals parken en bossen, is de temperatuur het laagst. Ook aan de rand van de stadskernen is de temperatuur lager dan in het stadscentrum, doordat er in deze gebieden minder hoogbouw is en er meer ruimte is voor groen. De bouw van de brandweerpost sluit aan bij deze doelstellingen door bij het ontwerp en de uitvoering zoveel als mogelijk duurzaam en circulair te bouwen. Dit zal tot uiting komen door het gebouw zoveel als mogelijk energieneutraal te bouwen, te kiezen voor een groen dak en een ondergrondse waterbuffer. Daarnaast zal ook gekozen worden voor circulair bouwen. Circulair bouwen is het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier. Bij de uitwerking van het plan zal een paspoort gemaakt worden voor toekomstige sloop. De mate van circulariteit is afhankelijk van de locatie en het uiteindelijke ontwerp.
Juust
20
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
4.6
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De brandweerpost is geen (beperkt) kwetsbaar object of een risicovolle inrichting. Mocht de brandweerpost in de toekomst worden uitgebreid met een kantoorfunctie dan is, op basis van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (een kantoorgebouw met een bruto vloeroppervlakte van minder dan 1.500 m2) sprake van een beperkt kwetsbaar object. Risicobronnen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Aan de oostzijde van het plangebied is een leidingenstrook aanwezig, maar hier liggen geen leidingen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Oftewel de leidingen hebben geen effect op de omgeving, mocht hier schade aan worden toegebracht. Op een grotere afstand zijn meerdere risicobronnen gelegen, zoals de A58 en het spoortraject Sloehaven - Roosendaal West waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en de risicovolle inrichting Bison International B.V.
Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de A58 en Bison Iternational B.V. Deze risicobronnen kunnen buiten beschouwen worden gelaten. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van het spoortraject Sloehaven - Roosendaal West. Hierop wordt hierna verder ingegaan. Spoortraject Sloehaven - Roosendaal West Op een afstand van ongeveer 850 meter loopt het spoortraject Sloehaven - Roosendaal West welk deel uitmaakt van het Basisnet. Over dit traject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van provinciaal beleid dient binnen een afstand van 1.500 meter vanaf het spoor waarover toxische stoffen worden vervoerd, voor ontwikkelingen waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt, een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Beperkte verantwoording groepsrisico Toxisch scenario Vanwege de ruime afstand tussen het spoor en het plangebied is ten aanzien van de incidentscenario's uitsluitend het toxisch scenario relevant. Hiertoe dient aan het gebouw een aantal maatregelen te worden getroffen. Het gebouw dient luchtdicht te kunnen worden afgesloten. Tevens dient de mechanische ventilatie centraal te kunnen worden uitgeschakeld. Indien de uitrukpost wordt uitgebreid tot dagdienstkazerne zal het gebouw hier aan voldoen.
Voor de volledigheid wordt hierna nog ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De locatie betreft een brandweerpost en wordt goed ontsloten op de parallelweg van de 's-Heer Hendrikskinderendijk. Vanzelfsprekend is er voldoende ruimte voor opstelplaatsen van blusvoertuigen aanwezig. Aan de zuidzijde en oostzijde is een watergang aanwezig voor een eventuele watervoorziening. Zelfredzaamheid De personen die aanwezig zijn op de dagdienstkazerne zijn over het algemeen zelf brandweerman en daardoor goed en volledig zelfredzaam. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Juust
21
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
4.7
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Een brandweerpost vormt geen geluidgevoelig object. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. Ten aanzien van geluid afkomstig van de brandweerpost wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.3 Bedrijven en milieuzonering.
4.8
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. Ten oosten van het plangebied ligt een leidingenstrook met onder andere een gasleiding en een hoogspanningsleiding (40,5 tot 60 kv). De ontwikkeling heeft echter geen invloed op de ongestoorde ligging van de leidingen.
4.9
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het voorliggende bestemmingsplan worden nooit meer verkeersbewegingen verwacht dan voor 1.500 nieuwe woningen het geval is. Om die reden wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in dit bestemmingsplan als een ontwikkeling is te beschouwen die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet benodigd. Voor de volledigheid is de NIBM-tool ingevuld.
Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaande afbeelding. Dit is gebaseerd op 105 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal, zie 4.12 Verkeer en parkeren.
Juust
22
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Afbeelding 8 | NIBM-tool (bron: Infomil)
4.10
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan betreft de activiteit genoemd in onderdeel 11.2 ''De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen''.
Een 'formele' besluit-m.e.r.-beoordeling is dan vereist, indien sprake is van een van de aangewezen besluiten in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r en indien sprake is van een geval zoals opgenomen in kolom 2. Voor betreffende activiteit is sprake van een dergelijk geval indien de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De gewenste ontwikkeling ligt ruim onder de drempelwaarde(n). Volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r-beoordeling. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (Bijlage 3). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (en voorgaande paragrafen) blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.11
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden.
Juust
23
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is het Veerse Meer. Dit natuurgebied ligt op circa 3,9 kilometer van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Voor dit plan is de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (Bijlage 4). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit agrarische gronden en watergangen. De ontwikkeling kan effect hebben op eventuele aanwezige beschermde plant- en diersoorten. Door Ecolybrium Ecologisch Onderzoek en Advies is een quickscan flora en fauna uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten (Bijlage 5). Uit de quickscan blijkt, dat in het plangebied geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig en/of te verwachten zijn.
Het plangebied vormt in het geheel geen optimaal broedbiotoop voor vogels, omdat er geen enkele vegetatie groeit. Ook heeft het plangebied geen functie voor vleermuizen. De locatie vormt geen geschikt leefgebied voor marterachtigen, zoals steenmarter, hermelijn, bunzing en wezel. Effecten op deze soorten zijn dan ook geheel uit te sluiten. Er komen mogelijk enkele algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren voor die het gebied gebruiken als foerageergebied/leefgebied. Hierbij valt te denken aan diverse muizensoorten en bruine rat. Effecten op deze soorten zijn uit te sluiten. Beschermde en/of bijzondere soorten reptielen, vissen, dagvlinders, nachtvlinders, libellen, amfibieën en overige ongewervelden zijn binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie geheel niet te verwachten. Dit komt omdat er geen optimale habitats aanwezig zijn voor deze soort(groep)en. Beschermde vaatplanten zijn eveneens op basis van het aanwezige habitat en het ontbreken van optimale groeiomstandigheden geheel uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen verdere vervolgonderzoeken en/of een ontheffingsprocedure noodzakelijk zijn.
4.12
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Ontsluiting De locatie ontsluit via de noordelijke gelegen parallelweg van de 's-Heer Hendrikskinderendijk en is bereikbaar via Tiendenplein, afslag Goese Poort. Het gedeelte buiten de bebouwde kom is in beheer van de Provincie Zeeland (komgrens tot Deltwaweg). De Provincie is bereid onder voorwaarden de benodigde medewerking te verlenen. De ontsluiting van het terrein zal plaatsvinden op de parallelweg van de ’s-Heer Hendrikskinderendijk. Vanaf het terrein wordt hiertoe een directe ontsluiting aangelegd. Via de parallelweg is de rotonde van het Tiendeplein eenvoudig te bereiken waarna via de hoofdroutes zowel de wijken in het noordwesten en zuidwesten van Goes goed te bereiken zijn als de Deltaweg in oostelijke richting. Ondanks dat bij het vooriggende plan uitgegaan wordt van gemiddeld zo'n 122 uitrukbewegingen per jaar (1 uitruk per 3 dagen), wordt uitgegaan van de maximale (bouw)mogelijkheden die dit plan mogelijk maakt. Dit is naar verwachting zo'n 300 uitrukbewegingen per jaar. Gemakshalve wordt uitgegaan van gemiddeld 1 x per dag.
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van eerdere ervaringsjaren in combinatie met de beoogde
Juust
24
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
bezetting van de brandweerpost. Daarbij is uitgegaan van een worst-case scenario doordat de aantallen naar boven zijn afgerond. Uitgegaan wordt van gemiddeld 1 uitrukbeweging per dag. In deze situatie is een onderscheid te maken in een dagsituatie (DAG) en een avond/nacht/weekendsituatie (ANW). De brandweerpost is niet bemand. De brandweerlieden komen naar de kazerne op het moment dat er een melding is. Uitgaande van twaalf personen per melding, komt dit uit op een verkeersgeneratie van 8 verkeersbewegingen per etmaal. Wanneer uitgegaan wordt van de maximale (bouw)mogelijkheden kan uitgegaan worden van 20 personeelsleden. Als worstcasescenario wordt ervan uitgegaan, dat deze allemaal met de auto komen. In de praktijk zal wellicht ook een deel per fiets komen. Daarnaast wordt rekening gehouden met 4 ritten per dag van bezoekers en leveranciers. Tijdens de avond, nacht en in het weekend zijn structureel geen personen aanwezig. Tijdens een uitruk komen gemiddeld 12 personen naar de kazerne. In de avonduren vinden gemiddeld 3 tot 4 dagen per week cursussen of examens voor zo'n 12 personen plaats. Daarnaast vind in de avonden circa 40 keer per jaar een oefenavond plaats voor zo'n 18 personen. De totale verkeersgeneratie voor de brandweerpost komt daarmee uit op gemiddeld 70,5 motorvoertuigen per etmaal (zie ook onderstaande tabel).
Omdat dit getal gegenereerd is uit ervaringscijfers en aannames en de kans aanwezig is dat er in een jaar een piek plaats kan vinden is het aannemelijker om te rekenen met 150% van dit getal. Hierdoor kom je uit op 105 verkeersbewegingen.
Brandweerpost
Verkeersbeweging
Verkeersgeneratie
woon-werk
8
Uitrukbewegingen
0,33 (122 p/j)
Totaal
8,3
Brandweerpost woon-werk (DAG) (maximale mogelijkheden)
44
Uitrukbewegingen
0,6 (60% van totaal= 219 p/j)
Brandweerpost woon-werk (ANW) (maximale mogelijkheden) Uitrukbewegingen
9,6 (40% van 24)
Aanvullend Totaal
12 + 3,9 = 15,9 70,5
0,4 (40% van totaal= 146 p/j)
Cursus en oefenavond
De 's-Heer Hendrikskinderendijk vormt de westelijke hoofdontsluiting van Goes en heeft een (minimale) capaciteit van 15.000 motorvoertuigen per etmaal. De extra verkeersgeneratie heeft geen effect op de huidige verkeersafwikkeling op deze weg. Parkeren Op basis van ervaringscijfers wordt het dagelijks aantal verkeersbewegingen ingeschat op 70 tot 80. Voor het vaststellen van het benodigd aantal parkeerplaatsen is het van belang om het piekmoment te bepalen. Voor een uitruk melden zich twaalf medewerkers op de brandweerkazerne. In het uiterste geval komen deze allen met de auto en moeten er 12 voertuigen geparkeerd kunnen worden. In het plan zijn 16 parkeerplaatsen opgenomen. Dit aantal volstaat om de verwachte parkeervraag op te vangen.
Juust
25
Brandweerpost 's-Heer Hendrikskinderendijk 117 Goes
Uitgaande van de maximale (bouw)mogelijkheden die het plan biedt, is er sprake van een parkeervraag die toeneemt met maximaal 20 parkeerplaatsen tot in totaal een parkeervraag van 32. Ook deze toename is gebaseerd op ervaringscijfers van de brandweer. Voor het bestaande bouwplan voldoet het aantal parkeerplaatsen. Om ook in de parkeervraag van de maximale (bouw)mogelijkheden te voorzien is het noodzakelijk om voor 32 voertuigen plaats te bieden op het terrein. Tot slot is het niet noodzakelijk om extra parkeerruimte voor leveranciers te bieden. Voor het laden en lossen kan de beschikbare ruimte voor het pand benut worden, mits dit geen hinder voor de uitruk veroorzaakt.
4.13
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Er zijn in het plangebied geen waterkeringen gelegen. Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening Het veiligheidsniveau tegen water blijft onaangetast. houden met de daarvoor benodigde ruimte. Voorkomen overlast door oppervlaktewater De toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in het Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, plangebied leidt tot een toename aan verharding. In de bergen en afvoeren van water. Waarborgen van bestaande situatie is het gebied onverhard. voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te De toename aan verharding bedraagt circa 4.800 m², voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van waarvan 1.900 m² dakoppervlak en 2.900 m² klimaatverandering en de kans op extreme terreinverharding. Hiervoor dient compenserende weersituaties.