CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 12. BP Goese Poort ZLM - versie 200916

Debatraad 25 februari 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Goese Poort - ZLM.25.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Andere soorten (bijlage B van de wet)

26

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Zaadplanten

bokkenorchis

Himantoglossum hircinum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

bosboterbloem

Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

bosdravik

Bromopsis ramosa subsp. benekenii

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

brave hendrik

Chenopodium bonus-henricus

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

brede wolfsmelk

Euphorbia platyphyllos

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

breed wollegras

Eriophorum latifolium

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

bruinrode wespenorchis

Epipactis atrorubens

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

dennenorchis

Goodyera repens

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

dreps

Bromus secalinus

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

echte gamander

Teucrium chamaedrys subsp. germanicum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

franjegentiaan

Gentianella ciliata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

geelgroene wespenorchis

Epipactis muelleri

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

geplooide vrouwenmantel

Alchemilla subcrenata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

getande veldsla

Valerianella dentata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

gevlekt zonneroosje

Tuberaria guttata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

glad biggenkruid

Hypochaeris glabra

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

gladde zegge

Carex laevigata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

groene nachtorchis

Coeloglossum viride

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

groot spiegelklokje

Legousia speculum-veneris

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

grote bosaardbei

Fragaria moschata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

grote leeuwenklauw

Aphanes arvensis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

honingorchis

Herminium monorchis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kalkboterbloem

Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kalketrip

Centaurea calcitrapa

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

karthuizeranjer

Dianthus carthusianorum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

karwijselie

Selinum carvifolia

Andere soorten

27

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM (bijlage B van de wet) Zaadplanten

kleine ereprijs

Veronica verna

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kleine schorseneer

Scorzonera humilis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kleine wolfsmelk

Euphorbia exigua

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kluwenklokje

Campanula glomerata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

knollathyrus

Lathyrus linifolius

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

knolspirea

Filipendula vulgaris

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

korensla

Arnoseris minima

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kranskarwij

Carum verticillatum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

kruiptijm

Thymus praecox

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

lange zonnedauw

Drosera longifolia

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

liggende ereprijs

Veronica prostrata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

moerasgamander

Teucrium scordium

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

muurbloem

Erysimum cheiri

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

naakte lathyrus

Lathyrus aphaca

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

naaldenkervel

Scandix pecten-veneris

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

pijlscheefkelk

Arabis hirsuta subsp. sagittata

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

roggelelie

Lilium bulbiferum subsp. croceum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

rood peperboompje

Daphne mezereum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

rozenkransje

Antennaria dioica

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

ruw parelzaad

Lithospermum arvense

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

scherpkruid

Asperugo procumbens

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

schubzegge

Carex lepidocarpa

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

smalle raai

Galeopsis angustifolia

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

spits havikskruid

Hieracium lactucella

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

steenbraam

Rubus saxatilis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

28

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Zaadplanten

stijve wolfsmelk

Euphorbia stricta

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

stofzaad

Monotropa hypopitys

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

tengere distel

Carduus tenuiflorus

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

tengere veldmuur

Minuartia hybrida

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

trosgamander

Teucrium botrys

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

veenbloembies

Scheuchzeria palustris

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

vliegenorchis

Ophrys insectifera

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

vroege ereprijs

Veronica praecox

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

wilde averuit

Artemisia campestris subsp. campestris

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

wilde ridderspoor

Consolida regalis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

wilde weit

Melampyrum arvense

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

wolfskers

Atropa bella-donna

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

zandwolfsmelk

Euphorbia seguieriana

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

zinkviooltje

Viola lutea subsp. calaminaria

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

zweedse kornoelje

Cornus suecica

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Vrijgestelde soorten Van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de onderstaande soorten mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met:

   

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Amfibiëen

bruine kikker

Rana temporaria

Amfibiëen

gewone pad

Bufo bufo

Amfibiëen

kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Amfibiëen

meerkikker

Pelophylax ridibundus

Amfibiëen

middelste groene kikker/bastaard kikker

Pelophylax kl. esculentus

29

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Zoogdieren-landzoogdieren

aardmuis

Microtus agrestis

Zoogdieren-landzoogdieren

bosmuis

Apodemus sylvaticus

Zoogdieren-landzoogdieren

bunzing

Mustela putorius

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergmuis

Micromys minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

dwergspitsmuis

Sorex minutus

Zoogdieren-landzoogdieren

egel

Erinaceus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Zoogdieren-landzoogdieren

haas

Lepus europeus

Zoogdieren-landzoogdieren

huisspitsmuis

Crocidura russula

Zoogdieren-landzoogdieren

konijn

Oryctolagus cuniculus

Zoogdieren-landzoogdieren

ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

Zoogdieren-landzoogdieren

ree

Capreolus capreolus

Zoogdieren-landzoogdieren

rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Zoogdieren-landzoogdieren

tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Zoogdieren-landzoogdieren

veldmuis

Microtus arvalis

Zoogdieren-landzoogdieren

vos

Vulpes vulpes

Zoogdieren-landzoogdieren

woelrat

Arvicola terrestris

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Vogels

steenuil

Athene noctua

Categorie 1

Vogels

gierzwaluw

Apus apus

Categorie 2

Vogels

huismus

Passer domesticus

Categorie 2

Vogels

roek

Corvus frugilegus

Categorie 2

Vogels

grote gele kwikstaart

Motacilla cinerea

Categorie 3

Vogels

kerkuil

Tyto alba

Categorie 3

Vogels

oehoe

Bubo bubo

Categorie 3

Vogels

ooievaar

Ciconia ciconia

Categorie 3

Vogels

slechtvalk

Falco peregrinus

Categorie 3

Vogels

boomvalk

Falco subbuteo

Categorie 4

Vogels

buizerd

Buteo buteo

Categorie 4

Vogels

havik

Accipiter gentilis

Categorie 4

Vogels

ransuil

Asio otus

Categorie 4

Vogels

sperwer

Accipiter nisus

Categorie 4

Vogels

wespendief

Pernis apivorus

Categorie 4

30

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Vogels

zwarte wouw

Milvus migrans

Categorie 4

Vogels

blauwe reiger

Ardea cinerea

Categorie 5

Vogels

boerenzwaluw

Hirundo rustica

Categorie 5

Vogels

bonte vliegenvanger

Ficedula hypoleuca

Categorie 5

Vogels

boomklever

Sitta europaea

Categorie 5

Vogels

boomkruiper

Certhia brachydactyla

Categorie 5

Vogels

bosuil

Strix aluco

Categorie 5

Vogels

brilduiker

Bucephala clangula

Categorie 5

Vogels

draaihals

Jynx torquilla

Categorie 5

Vogels

eidereend

Somateria mollissima

Categorie 5

Vogels

ekster

Pica pica

Categorie 5

Vogels

gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Categorie 5

Vogels

glanskop

Parus palustris

Categorie 5

Vogels

grauwe vliegenvanger

Muscicapa striata

Categorie 5

Vogels

groene specht

Picus viridis

Categorie 5

Vogels

grote bonte specht

Dendrocopos major

Categorie 5

Vogels

hop

Upupa epops

Categorie 5

Vogels

huiszwaluw

Delichon urbicum

Categorie 5

Vogels

ijsvogel

Alcedo atthis

Categorie 5

Vogels

kleine bonte specht

Dendrocopos minor

Categorie 5

Vogels

kleine vliegenvanger

Ficedula parva

Categorie 5

Vogels

koolmees

Parus major

Categorie 5

Vogels

kortsnavelboomkruiper

Certhia familiaris macrodactyla

Categorie 5

Vogels

oeverzwaluw

Riparia riparia

Categorie 5

Vogels

pimpelmees

Parus caeruleus

Categorie 5

Vogels

raaf

Corvus corax

Categorie 5

Vogels

ruigpootuil

Aegolius funereus

Categorie 5

Vogels

spreeuw

Sturnus vulgaris

Categorie 5

Vogels

tapuit

Oenanthe oenanthe

Categorie 5

Vogels

torenvalk

Falco tinnunculus

Categorie 5

Vogels

zeearend

Haliaeetus albicilla

Categorie 5

Vogels

zwarte kraai

Corvus corone

Categorie 5

Vogels

zwarte mees

Periparus ater

Categorie 5

Vogels

zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

Categorie 5

Vogels

zwarte specht

Dryocopus martius

Categorie 5

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Niet-vogels) Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of

31

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Sporenplantenbladmossen

geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Bern I

Sporenplantenbladmossen

tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Bern I

Sporenplantenvarens

kleine vlotvaren

Salvinia natans

Bern I

Zaadplanten

liggende raket

Sisymbrium supinum

Bern I

Zaadplanten

drijvende waterweegbree

Luronium natans

Bern I, HR IV

Zaadplanten

groenknolorchis

Liparis loeselii

Bern I, HR IV

Zaadplanten

kruipend moerasscherm

Apium repens

Bern I, HR IV

Zaadplanten

zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Bern I, HR IV

Insecten-dagvlinders

moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia ssp. aurinia

Bern II

Insecten-haften

oeveraas

Palingenia longicauda

Bern II

Insecten-libellen

mercuurwaterjuffer

Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale

Bern II

Zoogdierenzeezoogdieren

walrus

Odobenus rosmarus ssp. rosmarus

Bern II

Reptielen

dikkopschildpad

Caretta caretta

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

kemp's zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

lederschildpad

Dermochelys coriacea

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

soepschildpad

Chelonia mydas

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

bultrug

Megaptera novaeangliae

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Bern II, Bon I, HR IV

Amfibiëen

boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

Bern II, HR IV

Amfibiëen

geelbuikvuurpad

Bombina variegata ssp. variegata

Bern II, HR IV

Amfibiëen

heikikker

Rana arvalis ssp. arvalis

Bern II, HR IV

Amfibiëen

kamsalamander

Triturus cristatus

Bern II, HR IV

Amfibiëen

knoflookpad

Pelobates fuscus ssp. fuscus

Bern II, HR IV

Amfibiëen

rugstreeppad

Bufo calamita

Bern II, HR IV

Amfibiëen

vroedmeesterpad

Alytes obstetricans ssp. obstetricans

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

apollovlinder

Parnassius apollo

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

boszandoog

Lopinga achine

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

donker pimpernelblauwtje

Maculinea nausithous

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

grote vuurvlinder

Lycaena dispar ssp. batava

Bern II, HR IV

32

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Insecten-dagvlinders

pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

tijmblauwtje

Maculinea arion

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

brede geelrandwaterroofkever

Dytiscus latissimus

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

gestreepte waterroofkever

Graphoderus bilineatus

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

juchtleerkever

Osmoderma eremita

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

bronslibel

Oxygastra curtisii

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

groene glazenmaker

Aeshna viridis

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

noordse winterjuffer

Sympecma annulata ssp. braueri

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

oostelijke witsnuitlibel

Leucorrhinia albifrons

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

rivierrombout

Gomphus flavipes ssp. flavipes

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Bern II, HR IV

Insectennachtvlinders

teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Bern II, HR IV

Reptielen

gladde slang

Coronella austriaca ssp. austriaca

Bern II, HR IV

Reptielen

muurhagedis

Podarcis muralis ssp. brongniardii

Bern II, HR IV

Reptielen

zandhagedis

Lacerta agilis ssp. agilis

Bern II, HR IV

Vissen

steur

Acipenser sturio

Bern II, HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

hamster

Cricetus cricetus ssp. canescens

Bern II, HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

otter

Lutra lutra ssp. lutra

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

baardvleermuis

Myotis mystacinus ssp. mystacinus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

bechsteins vleermuis

Myotis bechsteini

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

bosvleermuis

Nyctalus leisleri ssp. leisleri

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

brandts vleermuis

Myotis brandti ssp. brandti

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

franjestaart

Myotis nattereri

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus ssp. auritus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

grijze grootoorvleermuis

Plecotus austriacus ssp. austriacus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

grote hoefijzerneus

Rhinolophus ferrumequinum ssp. ferrumequinum

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

grote rosse vleermuis

Nyctalus lasiopterus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

ingekorven vleermuis

Myotis emarginatus ssp. emarginatus

Bern II, HR IV

33

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Zoogdierenvleermuizen

kleine dwergvleermuis

Pipistrellus pygmaeus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

kleine hoefijzerneus

Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

laatvlieger

Eptesicus serotinus ssp. serotinus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

meervleermuis

Myotis dasycneme

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

mopsvleermuis

Barbastella barbastellus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

noordse vleermuis

Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

rosse vleermuis

Nyctalus noctula ssp. noctula

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

tweekleurige vleermuis

Vespertilio murinus ssp. murinus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

vale vleermuis

Myotis myotis ssp. myotis

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

watervleermuis

Myotis daubentoni ssp. daubentoni

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

bruinvis

Phocoena phocoena ssp. phocoena

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

dwergpotvis

Kogia breviceps

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gestreepte dolfijn

Stenella coeruleoalba

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone dolfijn

Delphinus delphis

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone spitsdolfijn

Mesoplodon bidens

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

grijze dolfijn

Grampus griseus

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

kleine zwaardwalvis

Pseudorca crassidens

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

narwal

Monodon monoceros

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

orca

Orcinus orca

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

tuimelaar

Tursiops truncatus ssp. truncatus

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

witflankdolfijn

Lagenorhynchus acutus

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

witsnuitdolfijn

Lagenorhynchus albirostris

Bern II, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

noordse vinvis

Balaenoptera borealis

Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

potvis

Physeter catodon

Bon I, HR IV

Amfibiëen

poelkikker

Pelophylax lessonae

HR IV

34

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Vissen

houting

Coregonus oxyrinchus

HR IV

Weekdieren

bataafse stroommossel

Unio crassus

HR IV

Weekdieren

platte schijfhoren

Anisus vorticulus

HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

bever

Castor fiber ssp. albicus

HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

hazelmuis

Muscardinus avellanarius

HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

lynx

Lynx lynx ssp. lynx

HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

noordse woelmuis

Microtus oeconomus ssp. arenicola

HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

wilde kat

Felis silvestris ssp. silvestris

HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

wolf

Canus lupus lupus

HR IV

Zoogdierenvleermuizen

gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

butskop

Hyperoodon ampullatus

HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

dwergvinvis

Balaenoptera acutorostrata

HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

griend

Globicephala melas

HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

spitsdolfijn van gray

Mesoplodon grayi

HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

witte dolfijn

Delphinapterus leucas

HR IV

35

Bijlage 5. Vooroverleg en inspraaknotitie Inhoud 1. Vooroverlegreacties en beantwoording 2. Inspraakreactie en beantwoording 3. Conclusie

1. Vooroverlegreacties en beantwoording Naam indiener: Provincie Zeeland Datum: brief van 25 februari 2020 Inhoud vooroverlegreactie: Natuur en landschap 1. Nader onderzoek naar dagverblijven van vleermuizen in de te slopen/renoveren gebouwen is noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen. Controle voor de sloop is niet voldoende om te kunnen concluderen dat de Wnb zich niet tegen het plan verzet. Verkeer 2. Gevraagd wordt duidelijk te maken wat de huidige en toekomstige (inclusief ontwikkeling ZLM) intensiteiten op het onderliggende wegennet zijn, met name het wegvak vanaf de A256 naar de Ringbaan West (via rotondes Tiendenplein en Van Hogendorplaan). Gesteld wordt dat hier in de ochtend- en avondspits mogelijke bereikbaarheidsproblemen zich kunnen voordoen. Daarnaast merkt de provincie op dat de afgelopen jaren in de Goese Poort aan de hand van losse plannen diverse functies zijn gerealiseerd waarbij nooit cumulatief de verkeersaantrekkende werking is onderzocht. Tezamen zouden alle functie problemen kunnen opleveren op het gebied van bereikbaarheid van/naar het hoofdwegennet vanaf de Goese Poort. Beantwoording: Natuur en landschap ad 1. Ten tijde van de quick scan die in bijlage 3 is opgenomen, was nog sprake van de gedachte dat de huidige woning volledig zou worden gesloopt. Inmiddels is duidelijk dat de woning wordt omgebouwd tot paviljoen.

Op deze locatie is reeds een bouwmogelijkheid in het vigerende bestemmingsplan. Deze bouwmogelijkheid wordt niet anders door het nieuwe bestemmingsplan. Ook al zou er een dagverblijf voor vleermuizen aanwezig zijn, dan nog is het nieuwe bestemmingsplan uitvoerbaar. Als de redenering van de provincie wordt gevolgd, is geen enkel conserverend bestemmingsplan zonder jaarrond onderzoek naar alle beschermde soorten vast te stellen. In dit geval is het verstandiger het onderzoek naar de vleermuizen uit te voeren in het licht van de aanvraag voor een omgevingsvergunning en niet in de bestemmingsplanfase. Tekstueel wordt de passage in paragraaf 4.5 aangepast van “en voor de sloop te controleren op de aanwezigheid van vleermuizen” naar “bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van vleermuizen”. Verkeer ad 2. In de bijlage bij deze beantwoording zijn twee kaarten opgenomen met verkeersintensiteiten op de belangrijkste wegen rond het plangebied. Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 39

Op de eerste kaart zijn de huidige etmaalintensiteiten op basis van beschikbare tellingen, veelal uit 2016 weergegeven. Uit deze kaart blijkt dat tussen de A256 en het Tiendenplein circa 24.000 motorvoertuigbewegingen plaatsvonden. Deze tellingen zijn verricht in de periode dat de vijfde tak op het Tiendenplein naar het plangebied nog niet gereed was. Vanaf het Tiendenplein zijn er circa 7.000 bewegingen op de zuidelijke tak naar het Marconigebied, 12.500 bewegingen op de oostelijke tak naar de binnenstad van Goes en 12.000 bewegingen op de noordelijke tak naar de noordelijke woonwijken. Deze laatste tak voert langs het plangebied (Ringbaan West). Over de gehele Ringbaan West tot aan het haven- en industriegebied is het aantal bewegingen min of meer constant. Op de tweede kaart zijn de in het verkeersmodel van Goes berekende etmaalintensiteiten voor 2040 weergegeven, gebaseerd op de in de structuurvisie 2040 verwachte ontwikkelingen, waaronder een volledige ontwikkeling van de Goese Poort (Gamma, restaurant, tuincentrum, kantoren) en woonwijk Mannee. Een majeure ontwikkeling daarin is de omvorming van het voornoemde haven- en industriegebied naar het woongebied Goese Schans met onder andere 1.800 woningen. Deze omvorming heeft een forse impact op de intensiteiten op de Ringbaan West. Tegelijkertijd wordt de oostelijke tak van het Tiendenplein naar de binnenstad ontlast.

Berekend is dat in 2040 uitgaande van bovenstaande uitgangspunten op het gedeelte van de Ringbaan West langs het plangebied de intensiteit verdubbelt. Het plan Goese Schans wordt vooralsnog beperkter uitgevoerd. De groeicijfers die we nu hanteren voor de Goese Schans (inclusief Westerschans) gaan uit van ruim 1.200 woningen met daarbij een supermarkt, detailhandel, hotel en leisure. In de plannen is er rekening mee gehouden dat de rotonde bij de Van Hogendorplaan wordt omgevormd naar een ei-rotonde of kruising met vergelijkbare afwikkelingscapaciteit, waarbij de aansluitende wegvakken worden opgewaardeerd naar met 2x2 rijstroken in de hoofdrichting van de Ringbaan West. Op die manier kan het vergrote verkeersaanbod verwerkt worden. Deze omvorming heeft nog niet plaatsgevonden (vermoedelijk wordt dat 2022) en zorgt in de huidige situatie voor een matige doorstroming in de spitsen. Het voorliggende bestemmingsplan voor ZLM is voor de inrichting van de Ringbaan West niet relevant, omdat het aanbod vanuit de Van Hogendorplaan als gevolg van het plan niet in extreme mate toeneemt. Dit komt omdat er in het verkeersmodel al rekening is gehouden met de vijfde poot op het Tiendenplein, rechtstreeks vanuit het plangebied.

De toename van verkeer vanuit het plangebied, waar al in het verkeersmodel rekening is gehouden, wordt dan ook per saldo volledig over deze vijfde poot afgewikkeld en niet over de Van Hogendorplaan. Het voorliggende bestemmingsplan leidt dan ook niet tot problemen op het gebied van bereikbaarheid van/naar het hoofdwegennet.

Naam indiener: Waterschap Scheldestromen Datum: brief van 20 april 2020 Inhoud vooroverlegreactie: 1. De toegangsdam aan de Ringbaan West is met de voorgestelde inrichting overbodig. De initiatiefnemer wordt verzocht deze dam te verwijderen. 2. Aandacht wordt gevraagd voor de tertiaire waterloop aan de westzijde van het plan. Deze waterloop zal (met een trekker) vanaf de nieuwe parking van de ZLM moeten worden Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 40

onderhouden. Dit heeft consequenties voor de inrichting. De initiatiefnemer wordt verzocht de inrichting met het waterschap af te stemmen. 3. De brief is tevens het wateradvies.

Beantwoording: ad 1. De toegangsdam valt buiten het bestemmingsplangebied. Tegelijkertijd wordt de toegangsdam met de voorgestelde inrichting inderdaad overbodig. In de anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt over de verwijdering van de toegangsdam. ad 2. Ter plaatse van tertiaire waterloop aan de westzijde van het plan bestaat vanuit de gemeente tevens de wens om een fietspad te realiseren. Om dit fietspad te realiseren is – zo lang er aan de westzijde van de watergang een windscherm van de boomgaard staat - niet alleen de medewerking van ZLM, maar ook van de kerk en de bouwmarkt nodig. ZLM is bereid een stukje grond te reserveren. Dit stukje is ook voldoende als onderhoudsstrook voor de watergang. De tekening in de toelichting (figuur 4) wordt op dit punt aangepast. ad 3. Hiervan is kennisgenomen.

Naam indiener: Veiligheidsregio Zeeland Datum: brief van 15 april 2020 (toegezonden per e-mail 16 april 2020) Inhoud vooroverlegreactie: A. Inventarisatie van de risicobronnen 1. De risicobronnen zoals benoemd in de ruimtelijke onderbouwing zijn volledig en correct. B. Adviezen op te nemen in het ruimtelijk plan 2. De VRZ ziet bij vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan geen nadere mogelijkheden om ruimtelijke maatregelen te realiseren teneinde de risico’s te beperken en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening te vergroten. C. Overige adviezen 3. De VRZ adviseert om de volgende zaken (vroegtijdig) te organiseren teneinde risico’s te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en hulpverlening te vergroten: a. Schuil- en vluchtmogelijkheden: Gezien het relevante incidentscenario is schuilen het advies bij een calamiteit op het spoor. Hier dienen bouwkundige maatregelen, noodplannen, bhvorganisatie en risicobewustzijn op geconcentreerd te zijn. Dit in tegenstelling tot de vluchtmogelijkheden die in de toelichting van het bestemmingsplan staan. Geadviseerd wordt om in de toelichting van het bestemmingsplan dit aan te passen en de genomen maatregelen te benoemen. b. Ventilatie: Om te kunnen schuilen voor een toxisch scenario bij de spoorlijn is het noodzakelijk dat eventueel aanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruiker kan worden uitgezet.

Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningverleningsprocedures van de betreffende objecten. c. Noodplannen: Noodplannen dienen mede op basis van de genoemde externe veiligheidsrisico’s opgesteld te worden. De VRZ kan daarbij ondersteuning leveren. Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningverleningsprocedures van de betreffende objecten. d. Risicobewustzijn: Gevraagd wordt zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit, bijvoorbeeld

Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 41

door het verstrekken van een toegevoegde infograhic, met daarin het juiste handelingsperspectief bij een incident met een toxische wolk, aan toekomstige gebruikers van de panden. Restrisico 4. Voorliggend advies van de VRZ beperkt zich tot zaken die betrekking hebben op c.q. gerelateerd zijn aan (externe) veiligheid. In het kader van de omgevingsvergunningverlening voor de activiteit ‘bouwen’ wordt door de VRZ getoetst op veiligheidsaspecten zoals brandcompartimentering, vluchtroutes, bluswatervoorziening en bereikbaarheid op perceelsniveau en andere brandpreventieve voorzieningen. Beantwoording: A. Inventarisatie van de risicobronnen ad 1. Hiervan is kennisgenomen. B. Adviezen op te nemen in het ruimtelijk plan ad 2. Hiervan is kennisgenomen. C. Overige adviezen ad 3. De overige adviezen worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Restrisico ad 4. Hiervan is kennisgenomen.

Naam indiener: DNWG Infra B.V. Datum: e-mail van 25 maart 2020 Inhoud vooroverlegreactie: Door DNWG wordt erop gewezen dat in het bestemmingsplangebied de nodige kabels en leidingen zijn aangelegd (weergegeven op een situatieschets) en welke eisen/voorwaarden voor de uitvoering van het plan daarmee samenhangen. Verzocht wordt de initiatiefnemer daarvan op de hoogte te stellen. Beantwoording: Hiervan is kennisgenomen. De betreffende e-mail is toegestuurd aan de initiatiefnemer met het verzoek het geschrevene in acht te nemen.

2. Inspraakreactie en beantwoording Naam indiener: anoniem in verband met privacy Datum: e-mail van 16 april 2020 Inhoud inspraakreactie: Indiener stelt dat het plan te weinig parkeerruimte biedt en dat als gevolg van de genoemde activiteiten en uitbreiding van dienstverlening de parkeerdruk in het gebied veel te hoog wordt. Gesteld wordt dit in het plan niet onderbouwd wordt. Indiener vreest, als bewoner van de Dr. W. Dreeslaan, voor parkeeroverlast in de omgeving en stelt dat de parkeerdruk in de wijk nu door de aanwezigheid van diverse functies al hoog is. Zijns inziens dient er een parkeernorm in het plan Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 42

opgenomen te worden. Daarnaast merkt hij op dat er meer diensten dan kantoor zijn toegestaan en dat dat leidt tot extra overlast. Indiener kondigt aan wederom bezwaar te maken als het officiële bestemmingsplan ter inzage ligt. Beantwoording: In het bestemmingsplan is in paragraaf 4.4 onderbouwd dat ruimschoots aan parkeerkentallen die landelijk ingezet worden als parkeernorm en gebruikt worden om parkeeroverlast tegen te gaan, wordt voldaan. Verder zijn er in het bestemmingsplan wel degelijk parkeernormen opgenomen. In artikel 6.3 van de regels is voorgeschreven dat er voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en wordt verwezen naar de normen in het parkeerbeleidsplan. Deze normen zijn in bijlage 2 bij de regels opgenomen. Er is derhalve sprake van een onderbouwing en de vrees van indiener voor parkeeroverlast als gevolg van het plan is ongegrond.

3. Conclusie Op grond van de beantwoording van de vooroverleg- en inspraakreacties worden enkele punten in de toelichting van het bestemmingsplan aangepast. De regels en verbeelding blijven ongewijzigd. Tekstuele aanpassingen in de toelichting hebben betrekking op: • Paragaaf 4.5 passage over nader onderzoek vleermuizen; • Paragraaf 4.4 toevoegen van analyse verkeersintensiteiten; • Figuur 4 aanpassen beplanting bij tertiaire waterloop; • Paragraaf 4.9 toevoegen overige adviezen veiligheidsregio.

Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 43

20.500

Haven- en industriegebied 12.500

24.000

33.000

8.000

Verkeersintensiteiten (werkdagen) uit beschikbare tellingen 2016-2018 (in lichtgrijs telling uit 2007)

Goese Schans

19.000

27.700

Verkeersintensiteiten (werkdagen) uit doorrekening 2040 op basis van structuurvisie Goes#2040

Regels behorende bij het bestemmingsplan Goese Poort ZLM

Ontwerpbestemmingsplan Goese Poort ZLM

1

HOOFDSTUK 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1. Het plan: het bestemmingsplan Goese Poort - ZLM van de gemeente Goes; 2. Bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0664. BPGP02-ON99 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 3. Aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 4. Aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 5. Antennemast: een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 6. Archeologische waarde: de aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak; 7. Architectonische waarde: de aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de buitengevel, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik, eventueel in samenhang met de omgeving; 8. Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 9.

Bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van de ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 10. Bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten; 11. Bedrijfsrestaurant: een niet openbaar toegankelijk gedeelte van een gebouw, waar voedsel en dranken kunnen worden genuttigd door personen die op het desbetreffende perceel werkzaam zijn; 12. Bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw, het terrein of het perceel, noodzakelijk is; 13. Bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 14. Bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 15.

Bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 16. Bevi-inrichting: bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 17. Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 18. Bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 19. Bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. De hoogte van een bouwlaag bedraagt maximaal 3.60 meter. Deze beperking van de maximale hoogte is niet van toepassing op de begane grond; 2

20. Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 21. Bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 22. Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 23. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 24. Bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak; 25. Cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 26. Deskundige: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening; 27.

Detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 28. Detailhandel in volumineuze goederen: detailhandel in de volgende categorieën: a. brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen; c. tuinbenodigdheden; d. meubels, al dan niet in combinatie met woninginrichting en stoffering; e. en in combinatie daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen zoals accesoires, onderdelen, onderhoudsmiddelen en/of materialen; 29. Dienstverlening: het beroeps- en/of bedrijfsmatig verlenen van diensten; 30. Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 31. Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 32. Hoofdgebouw: gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 33.

Horecabedrijf: een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; b. het exploiteren van zaalaccommodatie; c. het verstrekken van nachtverblijf; 34. Kantoorruimte: een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig/ bedrijfsmatig verlenen van diensten op financieel, administratief, juridisch en ontwerp-technisch of een hiermee naar aard gelijk te stellen gebied; 35. Kelder: een bouwlaag die voor meer dan 75% van haar hoogte onder aangrenzende het maaiveld is gelegen; 36. Maatschappelijke activiteiten: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve activiteiten en activiteiten ten behoeve van openbare dienstverlening; 37. Nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, etc.;

3

38. Ondergeschikte detailhandel: detailhandel binnen een andere bestemming, ten behoeve waarvan aansluitend op de hoofdfunctie een ruimte is ingericht, uitsluitend voor de verkoop van met de hoofdfunctie rechtstreeks verband houdende artikelen; 39. Ondergeschikte horeca: horeca binnen een andere bestemming, ten behoeve waarvan aansluitend op de hoofdfunctie een ruimte is ingericht, uitsluitend voor ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; 40. Ontmoetingsruimte: ruimte voor het bijeenkomen van werknemers en klanten die in voorkomende gevallen ook voor bijeenkomsten met een maatschappelijke betekenis (zonder winstoogmerk) kan worden gebruikt; 41. Overkapping: een bouwwerk geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 42. Parkeerdek: open bouwwerk geen gebouw zijnde zonder gesloten dak die als extra laag boven maaiveld in gebruik is voor het parkeren van motorvoertuigen; 43. Passend in het straat- en bebouwingsbeeld: a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang in de omgeving; 44. Peil: a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan een weg: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang); b.

bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 45. Seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, raamprostitutie, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 46. Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten die deel uitmaakt van deze regels; 47. Wgh-inrichtingen: bedrijven als bedoeld in het Besluit omgevingsrecht (Bor) die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken; 48. Woning: een gebouw dat dient voor de huisvesting van personen.

4

Artikel 2 Wijze van meten Bij het toepassen van deze regels gelden de volgende aanwijzingen: 1. Afstanden: afstanden van bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot de perceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2. Aantal bouwlagen: voor de bepaling van het aantal bouwlagen worden alle bouwlagen geteld inclusief de begane grond maar exclusief eventuele kelders en exclusief eventuele kapconstructies waar geen verblijfsruimten in zijn ondergebracht. 3. Bebouwd oppervlak: het bebouwd oppervlak van een bouwperceel of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 4. Bebouwingspercentage: het bebouwingspercentage wordt per bouwperceel berekend van het totale bouwperceel waar het percentage is ingeschreven; 5. Bouwhoogte van een bouwwerk: de hoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 6. Breedte en diepte van een gebouw of ander bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels van het hart van de scheidsmuren; 7.

Dakhelling: de dakhelling van een bouwwerk wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 8. Goothoogte van een bouwwerk: de goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 9. Inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 10. Oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 11. Verschillende goothoogte van een bouwwerk: indien een gebouw met betrekking tot de constructiedelen als bedoeld onder 8 over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; b. indien zich – in geval van een lessenaarsdak – aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte; 12.

Vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN2580.

5

HOOFDSTUK 2 Bestemmingsplanregels

Artikel 3 Dienstverlening 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Dienstverlening" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dienstverlening in kantoorruimte; b. dienstverlening, al dan niet met baliefunctie, in ontmoetingsruimte; c. bedrijfsrestaurant; d. maatschappelijke activiteiten, waaronder in ieder geval sport- en bewegingsactiviteiten gericht op bevordering van de gezondheid en vaardigheidstrainingen, gericht op vergroting van de veiligheid; e. bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; f. ondergeschikte detailhandel; g. ondergeschikte horeca; h. ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’: uitsluitend parkeergelegenheid; i. wegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen, terrassen, paden, water, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 3.2 Bouwregels Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken geen gebouwen zijnde. 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – parkeerdek’ is de bouw van een parkeerdek toegestaan; c.

ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – reclamemast’ is de bouw van een reclamezuil toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zonnepanelen’ is de bouw van een overkapping van zonnepanelen toegestaan. 3.2.2 Maatvoering Bouwwerk a. Gebouwen b. Bijbehorende bouwwerken c. Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Maximale goothoogte

3,20 meter

Maximale bouwhoogte

Maximale oppervlakte

Zie de op de verbeelding Zie het op de verbeelding aangegeven bouwhoogte aangegeven bebouwingspercentage 5,00 meter 3,00 meter 6

d. Lichtmasten en overige masten e. Reclamezuil f. Parkeerdek g. Afrastering rond parkeerdek h. Overkapping op parkeerdek i. Overkapping zonnepanelen

8,00 meter 15,00 meter 4,00 meter 1,50 meter boven vloer parkeerdek 3,00 meter boven vloer parkeerdek 11,00 meter

3.3 Nadere eisen 3.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en overige gebouwen ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder ook begrepen is de lichtsterkte van reclame-uitingen op de reclamezuil. 3.3.2 Voorwaarden De in lid 3.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten. 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2 sub c tot een hoogte van maximaal 10,00 meter met uitzondering van erfafscheidingen. 3.4.2 Voorwaarden Er mag slechts worden afgeweken zoals bedoeld in lid 3.4.1 op voorwaarde dat: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast. 3.5 Specifieke gebruiksregels a.

De vloeroppervlakte ten behoeve van ondergeschikte detailhandel en horeca, zoals bedoeld in lid 3.1 onder f en g en niet zijnde een bedrijfsrestaurant, mag ten hoogste 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte van de hoofdfunctie beslaan tot een maximum van 40 m²; b. Voor het gebruik zoals bedoeld in artikel 3.1 gelden de volgende bepalingen: 1. detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan; 2. opslag van en detailhandel in consumentenvuurwerk is niet toegestaan; 3. Bewoning is niet toegestaan. 7

4. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken als seksinrichting of voor straatprostitutie is niet toegestaan 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Activiteiten die niet staan opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 3.1 sub e voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die voorkomt in een hogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens artikel 3.1 sub e ter plaatse toegelaten categorie bedrijfsactiviteiten; b. artikel 3.1 sub e voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is genoemd, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens artikel 3.1 sub e ter plaatse toegelaten categorie bedrijfsactiviteiten. Aan de afwijkingsbevoegdheden zoals bedoeld onder a en b van dit artikel wordt slechts toepassing gegeven indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

8

Artikel 4 Waarde- Archeologie 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Waarde – Archeologie 2" aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van het ter plaatse aanwezige archeologisch waardevol gebied en van de ter plaatse aanwezige vindplaatsen, niet zijnde beschermd van rijkswege. 4.2 Bouwregels a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter; b. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.

de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde in lid 4.2 sub b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: d. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; e. een bouwwerk waarvan de oppervlakte van de verstoring ten hoogste 250 m² bedraagt in gebieden met de bestemming "Waarde – Archeologie 2"; f. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm wordt geplaatst. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Verhouding tot andere dubbelbestemmingen Voor zover de in lid 4.1 bedoelde dubbelbestemming samenvalt met een of meer andere dubbelbestemmingen, worden – ook ten opzichte van de in lid 4.1 bedoelde dubbelbestemming – de regels in acht genomen die bij deze andere dubbelbestemming(en) behoren.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden 4.4.1 Verbod voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden zonder vergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming "Waarde – Archeologie 2" zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of 9

werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage, tenzij deze werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor met toepassing van lid 4.2 sub b of c een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van de bevoegde waterbeheerder; c. het planten of rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd; d. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2 Uitzondering op het verbod voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden Het verbod van lid 4.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van: a. werken en/of werkzaamheden die normaal beheer of onderhoud betreffen; b. werken en/of werkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn; c. werken of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende bouwvergunning, een omgevingsvergunning voor het bouwen of een ontgrondingsvergunning; d.

werken of werkzaamheden waarbij geen grondbewerkingen plaatsvinden dieper dan 40 cm beneden het maaiveld; e. werken of werkzaamheden waarvan de oppervlakte van de verstoring ten hoogste 250 m² bedraagt in gebieden met de bestemming "Waarde – Archeologie 2". f. archeologisch onderzoek. 4.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden De werken en werkzaamheden, zoals in lid 4.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts wordt een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden in ieder geval verleend indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden aan de hand van archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het betrokken terrein in voldoende mate worden veiliggesteld; c.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige. d. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige. 10

4.5 Wijzigingsbevoegdheid 4.5.1 Geheel of gedeeltelijk verwijderen archeologische bestemming Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsvlak verwijderen, met inachtneming van de volgende regels: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. op grond van archeologisch onderzoek wordt het niet meer noodzakelijk geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet; c. alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige. 4.5.2 Wijzigen vorm bestemmingsvlak Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van het bestemmingsvlak veranderen, met inachtneming van de volgende regels: a. wijziging is op grond van archeologisch onderzoek noodzakelijk of gewenst met het oog op de bescherming of de veiligstelling van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden; b. zonder verandering van de vorm van het bestemmingsvlak kan de bebouwing ten behoeve van de voor de gronden geldende andere bestemming niet of niet doelmatig worden gerealiseerd; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; d.

alvorens omtrent de vaststelling van een wijziging te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige. 4.5.3 Procedureregel Bij het toepassen van de bevoegdheid als bedoeld in lid 4.5.1 en 4.5.2 zijn de algemene procedureregels van artikel 10 van toepassing.

11

HOOFDSTUK 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

12

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Bestaande maten a. De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden. b. De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. c. In geval van herbouw is het bepaalde onder artikel 12.1 sub a en b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 6.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, erkers, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt. 6.3 Parkeergelegenheid en laad- en losruimte Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit geldt de regel dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd, alsook, indien de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen, met dien verstande dat: a.

voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen in het ‘Parkeerbeleidsplan 2009 - 2020' (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 februari 2010), zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels, of, indien dit document gedurende de planperiode wordt gewijzigd, aan de normen die in deze wijziging worden opgenomen; b. indien het bedoelde onder a. onvoldoende uitsluitsel geeft over het te realiseren aantal parkeerplaatsen, de parkeerkencijfers van het CROW worden toegepast; c. parkeergelegenheid en laad- en losruimte op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 6.4 Afwijkingsbevoegdheid 6.4.1 Afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 6.3, indien het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. artikel 6.3, indien op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid, dan wel laad- en losruimte wordt voorzien. 6.4.2 Voorwaarden Aan de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt slechts toepassing gegeven indien: a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759492/2