CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 12. BP Goese Poort ZLM - versie 200916

Debatraad 25 februari 2021, gemeente GoesBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Goese Poort - ZLM.25.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor de planvorming.

4.7 Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door middel van zonering. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moeten deze aspecten worden getoetst. In dit geval worden geen geluidsgevoelige bestemmingen toegevoegd. De enige bestaande geluidgevoelige bestemming, te weten een bedrijfswoning is wegbestemd. Er is derhalve geen onderzoek nodig naar de geluidsbelasting van de omliggende wegen en van het spoor. De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen van en naar de locatie is niet van dien aard dat de geluidbelasting op de toeleidende wegen met meer dan 2 dB toeneemt. Er is derhalve geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wgh. Geluid vormt geen belemmering voor de planvorming.

4.8 Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. Eén van de elementen daarvan is dat projecten die ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) aan de concentraties, niet meer afzonderlijk getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. De Ministeriële Regeling, verder aan te duiden als de Regeling NIBM, geeft voor een aantal categorieën van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat onder meer om woningbouw- en kantoorprojecten. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan, in welke gevallen een nieuwe kantoorlocatie in ieder geval NIBM is, te weten: • ≤ 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg; • ≤ 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Het gaat in dit geval om een toename van de bruto vloeroppervlakte aan kantoren van 5.000 m² bvo naar maximaal 10.000 m² bvo, ofwel ruim onder de NIBM-grens. De beoogde ontwikkeling valt derhalve, naar analogie, onder het 3% criterium waardoor het aangemerkt kan worden als zijnde NIBM. Dit betekent dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 25

4.9 Externe veiligheid

Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (bijvoorbeeld een chemische fabriek of lpg-vulpunt) en de transportbronnen (bijvoorbeeld een route gevaarlijke stoffen of buisleidingen). Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans op een dodelijk ongeval binnen een bepaald gebied. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Kantoren met een omvang van meer dan 1.500 m² bvo, zoals in het geval van ZLM, zijn kwetsbare objecten. In deze paragraaf wordt de invloed van de specifieke invulling van dit plan getoetst in relatie tot de aanwezige risicobronnen. Risicovolle inrichtingen Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen zijn gelegen is de professionele risicokaart en het inrichtingenbestand van de gemeente Goes geraadpleegd. In een ruime omtrek zijn geen Bevi-Inrichtingen gelegen en binnen het plangebied worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.

Transportbronnen De rijksweg A58 en de provinciale weg N256, waarover een dusdanige hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt vervoerd dat deze voor externe veiligheid relevant zijn, liggen op een afstand van 2.600 resp. 360 meter. De beleidsvisie externe veiligheid Zeeland stelt in bijlage 4: “Voor de verantwoording in het kader van RO-besluiten wordt uitgegaan van de 1% letaliteitsafstand D5 als deze groter is dan 1.500 meter. Als de D5 kleiner is dan 1.500 meter wordt de 1%letaliteitsafstand F1,5 gebruikt met een maximum van 1.500 meter. In Zeeland zal bovenstaande benadering ook gevolgd worden.” Het plangebied heeft geen significante invloed op het groepsrisico van de A58. Voor de N256 is het maatgevende scenario het transport van LPG. Het invloedsgebied behorend bij dit scenario bedraagt 355 meter. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied en de weg is derhalve niet relevant. Het plangebied ligt evenmin in het invloedsgebied van een gemeentelijke weg die is aangewezen als transportroute gevaarlijke stoffen (besluit van 23 november 2017). De spoorlijn Vlissingen-Bergen op Zoom ligt op circa 900 meter van het plangebied. Over het spoor kunnen toxische gassen worden getransporteerd. Het invloedsgebied van een toxische wolk bedraagt 4.000 meter. Overeenkomstig artikel 7 van het Bevt is een beperkte verantwoording van het groepsrisico nodig.

Het groepsrisico als gevolg van het spoor in Goes is hoog met een ruime overschrijding van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt af door de aanleg van de ongelijkvloerse kruising met het spoor, waardoor er minder kans op ongevallen is. Verder wordt in 2020 het systeem voor automatische treinbeïnvloeding (ATB -vv) uitgevoerd, waardoor eveneens de kans op ongevallen afneemt. Vanuit de planvorming rond ZLM is geen invloed op de risicobron uit te oefenen. De afstand is ook te groot om in het plangebied maatregelen te treffen voor de bestrijding of de beperking van de omvang van de ramp. In geval van een ramp op de spoorweg is het de vraag in hoeverre het mogelijk is voor personen om zich vanuit het kwetsbare object (kantoor) in veiligheid te brengen. Het kantoor wordt uitgebreid van circa 5.200 m² naar circa 8.400 m². Dit gaat gepaard met een toename van het aantal werknemers van 250 naar pakweg 400. Het groepsrisico neemt hierdoor zeer beperkt toe, zeker als in ogenschouw wordt genomen dat tussen het plangebied en het spoor een hele woonwijk is gelegen. De werknemers zijn zelfredzame personen. Door de uitbreiding van het terrein van ZLM met het Veiligheidspark verdubbelt het aantal vluchtwegen. Vanuit het kantoor is het niet meer alleen mogelijk om via Cereshof en de Van Hogendorplaan te vluchten, maar ook via het Tiendenplein.

Deze vluchtweg voert weliswaar in eerste instantie dichter naar het spoor maar biedt daarna wel de Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 26

gelegenheid om via de N256 in noordelijke richting te vluchten. Geconcludeerd kan derhalve worden dat het plangebied geen significante invloed heeft op het groepsrisico. Vaarwegen waarover significant transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn in de omgeving van het plangebied niet aanwezig. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van een in het Bevt aangewezen transportroute over water. In het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van risicovolle leidingen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zeeland. De Veiligheidsregio onderschrijft de conclusies en adviseert de volgende zaken (vroegtijdig) te organiseren om risico’s te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en hulpverlening te vergroten: a. Schuil- en vluchtmogelijkheden: Gezien het relevante incidentscenario is schuilen het advies bij een calamiteit op het spoor. Hier dienen bouwkundige maatregelen, noodplannen, bhvorganisatie en risicobewustzijn op geconcentreerd te zijn. Dit in tegenstelling tot de vluchtmogelijkheden die in de toelichting van het bestemmingsplan staan. Geadviseerd wordt om in de toelichting van het bestemmingsplan dit aan te passen en de genomen maatregelen te benoemen. b.

Ventilatie: Om te kunnen schuilen voor een toxisch scenario bij de spoorlijn is het noodzakelijk dat eventueel aanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruiker kan worden uitgezet. Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningverleningsprocedures van de betreffende objecten. c. Noodplannen: Noodplannen dienen mede op basis van de genoemde externe veiligheidsrisico’s opgesteld te worden. De VRZ kan daarbij ondersteuning leveren. Deze maatregel kan geborgd worden in de vergunningverleningsprocedures van de betreffende objecten. d. Risicobewustzijn: Gevraagd wordt zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit, bijvoorbeeld door het verstrekken van een toegevoegde infograhic, met daarin het juiste handelingsperspectief bij een incident met een toxische wolk, aan toekomstige gebruikers van de panden.

4.10 M.e.r.-plicht?

Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Sinds 7 juli 2017 zijn gemeenten verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (MER). Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning. Het besluit moet worden gebaseerd op een door de initiatiefnemer op te stellen aanmeldingsnotitie. De aanmeldingsnotitie is opgesteld en aangeboden aan het bevoegd gezag. Mede op basis van de bevindingen in dit hoofdstuk van deze toelichting is geconcludeerd dat er geen passende beoordeling en geen MER hoeft te worden opgesteld.

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 27

H5. Juridische vormgeving 5.1 Planvorm

Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan Goese Poort ZLM kan gekarakteriseerd worden als een globaal eindplan. In een beperkt aantal bestemmingen wordt enige mate van vrijheid geboden om binnen de bestemmingen te ontwikkelen. Het bestemmingsplan biedt ZLM de ruimte om de onderneming uit te bouwen, mede met maatschappelijk relevante activiteiten, zoals het veiligheidspark.

5.2 Toelichting op de bestemmingen Inleidende regels In artikel 1 worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. In artikel 2 wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Bestemmingsregels Het plangebied is bestemd met de bestemming Dienstverlening. Daarbinnen is mogelijk gemaakt kantoorruimte, baliefuncties, maatschappelijke activiteiten en bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2. Detailhandel en horeca zijn slechts ondergeschikt toegestaan tot maximaal 40 m² vloeroppervlak. Daarvan uitgezonderd is een bedrijfsrestaurant, dat niet vrij toegankelijk is voor derden. Op het bestaande parkeerterrein is uitsluitend parkeergelegenheid toegestaan. Op de verbeelding zijn twee zones weergegeven met een verschillende maximale hoogte en een verschillend bebouwingspercentage. Hiermee wordt onderstreept dat de bouwmassa zich vooral moet concentreren rond het bestaande hoofdgebouw aan de noordzijde.

Specifieke regelingen zijn opgenomen voor de reclamezuil in de zuidpunt van het plangebied, voor de overkapping met zonnepanelen boven het voormalige Venduhuis en voor het parkeerterrein waarop het voor een deel (buiten het zicht van de aangrenzende woning en op het eigendom van ZLM) mogelijk is een parkeerdek te realiseren, teneinde de parkeercapaciteit te vergroten. Op de gronden die zijn aangewezen als archeologisch waardevol gebied is de bestemming Waarde archeologie - 2 gelegd. In dit artikel is opgenomen wat er in dit gebied is toegestaan. Tevens is opgenomen dat een er een omgevingsvergunning noodzakelijk is indien er werkzaamheden op onderhavige gronden verricht dienen te worden. Ook deze bestemmingsregeling is overgenomen van het vigerende gemeentelijk beleid. Algemene regels Het doel van de antidubbeltelbepaling in artikel 5 is om te voorkomen dat, wanneer volgens het bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van het bouwperceel mogen

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 28

beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waarvan een soortgelijke eis wordt gesteld. In artikel 6 zijn de algemene bouwregels opgenomen ten aanzien van bestaande maten en het overschrijden van bouwgrenzen. Ook bevat dit artikel de regeling om voldoende parkeergelegenheid te realiseren. Artikel 7 bevat (verbods)bepalingen opgenomen over het gebruik van in dit plan begrepen gronden. In artikel 8 zijn de afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het overschrijden van bebouwingsgrenzen, geringe afwijkingen van het bestemmingsplan en een ontheffing voor het oprichten van antennes en masten. Artikel 9 bevat de mogelijkheid om af te wijken en bestemmingsgrenzen over maximaal 5 meter te verschuiven voor een betere realisering. Artikel 10 schrijft de procedure bij wijziging voor en in artikel 10 is de strafbepaling opgenomen. De algemene regels zijn niet anders dan elders in Goes wordt gehanteerd. Overgangs- en slotregels Artikel 12 heeft betrekking op de overgangsbepalingen met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot.

Artikel 13 ten slotte bevat de naam waaronder de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald: “Goese Poort ZLM”.

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 29

H6. Handhaving 6.1 Inleiding

De gemeenteraad heeft tot taak bestemmingsplannen vast te stellen voor het grondgebied van de gemeente. In elk bestemmingsplan wordt het door de gemeente gewenste ruimtelijke beleid voor een bepaald gebied vertaald. Een nieuw bestemmingsplan legt de bestaande ruimtelijke kaders vast en bepaalt de grenzen waarbinnen planologische ontwikkelingen mogelijk zijn. Het biedt de gemeente een actueel beleidsmatig en juridisch toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in een specifiek gebied. Om de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving te behouden en te verbeteren, is het noodzakelijk dat na het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan ook zorggedragen wordt voor de handhaving daarvan. Het uitblijven van handhavend optreden tegen de overtreding van regels die in een bestemmingsplan worden gesteld aan de bebouwing en inrichting van gronden, leidt tot rechtsongelijkheid en vermindert het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur.

6.2 Handhaving bestemmingsplannen

Onder handhaving wordt verstaan het nemen van maatregelen om de naleving van wettelijke voorschriften te bevorderen. Handhaving betreft dus niet alleen het daadwerkelijk repressief optreden tegen overtreders met behulp van sanctiemiddelen. Daaraan voorafgaand is het gewenst dat er heldere en hanteerbare regels zijn, het verschaffen van inzicht in die regels - zodat een ieder het vanzelfsprekend acht zich aan de gestelde norm te houden - en het houden van toezicht op de naleving ervan. Een eerste vereiste voor een goede handhaving is derhalve een bestemmingsplan met handhaafbare regels. Dat wil zeggen regels die zodanig zijn opgesteld dat deze in de toetsingspraktijk goed hanteerbaar zijn. Voorlichting en preventief optreden vormen de basis voor een effectief handhavingsbeleid. Een goede informatievoorziening draagt bij aan een verbetering van de naleving van bestemmingsplannen. Hoewel sanctionering in de meest optimale situatie niet nodig zou moeten zijn, zullen zich in de praktijk altijd gevallen voordoen waarin achteraf opgetreden moet worden tegen illegale situaties. In veel gevallen besluit het college van burgemeester en wethouders een overtreding gedwongen te laten beëindigen en daartoe zo nodig wettelijke dwangmiddelen te gebruiken, zoals het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.

6.3 Handhavingsbeleid

De doelstelling van handhaving is het bereiken van goede naleving van wettelijke regels. Handhaving is een beginselplicht, welke door middel van het voeren van een transparant beleid ingezet moet worden als instrument voor de naleving van de regels, om hiermee een leefbare en veilige woonomgeving te garanderen voor de inwoners van de gemeente. Het bureau Toezicht en Handhaving van de afdeling Vergunningen en Handhaving is, namens het college, belast met het toezicht op de naleving van onder meer de ruimtelijke regelgeving. Deze taak wordt zo veel mogelijk consistent en stelselmatig uitgevoerd, zodat aan de beginselen van behoorlijk bestuur zoals rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en zorgvuldigheid kan worden voldaan. Wanneer een overtreding niet vrijwillig wordt beëindigd, wordt doorgaans gekozen voor het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom om een overtreder te dwingen een illegale situatie te beëindigen. Deze bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen hebben een reparatoir karakter en zijn met vele juridische waarborgen omkleed.

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 30

H7. Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid

Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld, wordt een anterieure overeenkomst getekend. Daarin worden de verplicht verhaalbare kosten ingevolge de Wro, zoals de risico’s voor planschade en de aanwezigheid van bodemverontreiniging, op de initiatiefnemer verhaald. Het kostenverhaal is voor de gemeente daarmee anderszins verzekerd. Er hoeft derhalve geen exploitatieplan opgesteld te worden. Het plangebied is al in eigendom van de initiatiefnemer. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate verzekerd.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Wettelijk vooroverleg Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bestemmingsplan in vooroverleg gezonden naar de provincie Zeeland, de veiligheidsregio en waterschap Scheldestromen. Tegelijkertijd is het voorontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd. Er is geen inspraakreactie ingediend. In bijlage 5 is de vooroverleg- en inspraaknotitie bijgevoegd. De resultaten zijn verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan De gemeente betrekt de bevolking bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt daartoe 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen door een ieder zowel mondelinge als schriftelijke zienswijzen naar voren worden gebracht.

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 31

ONTWERP BESTEMMINGSPLAN GOESE POORT ZLM BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 32

Bijlage 1. Wateradvies De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Geen waterkering in de nabijheid Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

huidige situatie dakoppervlak dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding wateroppervlak

na realisatie

3.880

3.850

1

12.870

12.900

2

3.250

3.250

3

0

0

4

Per saldo geen toename van de verharding, derhalve geen extra waterberging nodig. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Daken kunnen volledig worden afgekoppeld. Terreininrichting ook. In groenzone is ruimte voor waterberging. Parkeerterrein wordt nu afgevoerd naar riolering. Dit blijft zo of wordt duurzamer opgelost.

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Geen onttrekking van grondwater. Geen uitlogende materialen.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Geen grondwaterbeschermingsgebied. Geen uitlogende materialen.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Oppervlaktewater betreft wegsloot. Hemelwater van schone daken en schone terreininrichting wordt afgekoppeld en kan opgevangen worden in groenzone.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Geen effecten

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Gebied is zettingsgevoelig. Voor de bouw van de uitbreiding wordt gesondeerd. Er wordt gebruik gemaakt van ervaringen met bouw in afgelopen 20 jaar. Hergebruik van gebouw voor verkeersveiligheidspark.

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 33

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Geen natuurwaarden

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Uitbreiding kantoorgebouw buiten onderhoudsstrook. Uitbreiding bedrijfsrestaurant (een laag) bij voorkeur in onderhoudsstrook. Wegsloot wordt onderhouden vanaf fietspad. Inzamelmogelijkheid in plangebied blijft bestaan.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)

Geen belemmeringen nvt

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 34

Brief wateradvies

Toelichting – Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’ - 35

Bijlage 2. Analyse verkeersintensiteiten

Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 36

20.500

Haven- en industriegebied 12.500

24.000

33.000

8.000

Verkeersintensiteiten (werkdagen) uit beschikbare tellingen 2016-2018 (in lichtgrijs telling uit 2007)

Goese Schans

19.000

27.700

Verkeersintensiteiten (werkdagen) uit doorrekening 2040 op basis van structuurvisie Goes#2040

Bijlage 3. Aeriusberekening

Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 37

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RwdJgx4ii1yp (30 januari 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van Kerkhoff Maatwerk in RO

Cereshof 4, 4463XH Goes

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bestemmingsplan ZLM

RwdJgx4ii1yp

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

30 januari 2020, 13:39

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

40,35 kg/j

NH3

2,18 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Bestemmingsplan voor vergroting kantoor en ontwikkeling veiligheidspark

Situatie 1

RwdJgx4ii1yp (30 januari 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

1,88 kg/j

33,92 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

6,43 kg/j

RwdJgx4ii1yp (30 januari 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

259,0 / etmaal NOx NH3

29,60 kg/j 1,78 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

5,0 / etmaal NOx NH3

4,32 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 50137, 391912 33,92 kg/j 1,88 kg/j

Bron 2 49982, 391817 6,43 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

69,0 / etmaal NOx NH3

4,15 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

5,0 / etmaal NOx NH3

2,28 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RwdJgx4ii1yp (30 januari 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200113_49aab7f583 Database versie 49aab7f583 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RwdJgx4ii1yp (30 januari 2020) pagina 5/5

Bijlage 4. Quick scan flora en fauna

Toelichting - Bestemmingsplan ‘Goese Poort ZLM’- 38

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Quickscan natuurwetgeving project Goese Poort, ZLM

1

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Quickscan natuurwetgeving project Bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Datum: 6 oktober 2019 Uitgevoerd en opgesteld door:

Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169 Aangepast: 29 januari 2020

(verwijderd verouderde passages toelichting bouwplan en gebiedsbescherming) © Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

INHOUD 1

Inleiding ............................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek .................................................................................... 4 1.2 Kader .......................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ........................................................................ 8 1.4 Opzet beoordeling ...................................................................................................... 9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten ..................................... 10 3 Soortenbescherming ..................................................................................................... 13 3.1 Zoogdieren ............................................................................................................... 13 Vogels....................................................................................................................... 14 3.2 3.2.1 Broedvogels .......................................................................................................... 14 3.2.2 Watervogels ..........................................................................................................

14 3.3 Reptielen en Amfibieën ............................................................................................ 15 3.4 Vissen ....................................................................................................................... 15 3.5 Ongewervelden......................................................................................................... 16 3.6 Vaatplanten............................................................................................................... 16 4 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...................................................... 17

Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming

3

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

De opdrachtgever wil op de locatie Goese Poort ontwikkelingen uitvoeren waarvoor het huidige bestemmingsplan gewijzigd dient te worden. Voor deze activiteit geldt een onderzoeksplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze quickscan worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord:     

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt het vervangen van de riolering op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader.

4

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

5

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.

Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.

6

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd.

De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden.

7

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

1.3

Afbakening plangebied en werkwijze

Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven). Het studiegebied (blauw) is wat ruimer (500 meter doorsnede) genomen omdat sommige soorten een groter leefgebied hebben, of verstoord kunnen worden over ruimere afstand.

8

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Figuur 1. Plangebied (rood) en studiegebied (blauw).

Het terrein is bezocht op: 15 augustus, 25 september en 1 oktober 2019. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.

1.4

Opzet beoordeling

De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.

9

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van Goes. Het bestaat uit bedrijventerrein met enkele grote kantoorcomplexen, parkeerterrein, een woonhuis, bedrijfspanden en groenstroken. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.

De geplande activiteiten houden in: 

Slopen van bestaande bebouwing;

Verwijderen van beplanting;

Renoveren bestaande bebouwing;

Bouwrijp maken van het terrein.

10

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Foto 1. Te renoveren kantoor en te verwijderen beplanting.

Foto 2. Open stootvoegen (mogelijkheden voor vleermuizen).

11

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Foto 3. Te renoveren gebouw (met potentiele dagverblijven voor vleermuizen).

Foto 4. Beplanting.

12

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

3

Soortenbescherming

Hieronder worden soorten vernoemd die in en nabij het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.

3.1

Zoogdieren

Huisspitsmuis, Bosmuis, Konijn, Haas, Bosspitsmuis, Veldmuis, Rosse woelmuis, Egel. Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland en veldbezoek Grondgebonden soorten komen voor in het plangebied. Het deel van het terrein waar beplanting is, is het meest waardevol. Op verharde delen van het terrein zijn geen grondgebonden zoogdieren te verwachten. Vleermuizen komen voor in het plangebied. Het wordt gebruikt als foerageergebied. Daarnaast zijn er potentiele dagverblijven in de te verwijderen beplanting en in de te slopen en te renoveren bebouwing. Het is onbekend wat de beplanting en bebouwing voor functie heeft voor vleermuizen. Een aantal vleermuissoorten dat in het plangebied voorkomt is gevoelig voor licht. Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing, bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Er dient nader onderzocht te worden of eventuele vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord of vernietigd worden. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Werkzaamheden hebben geen effect op de gunstige staat van instandhouding.

Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Er dient onderzocht te worden wat de functie is van gebouwen die gesloopt of gerenoveerd zullen worden en wat de functie van beplanting is die gekapt zal worden. Conclusie: Er dient onderzocht te worden wat de functie is van gebouwen die gesloopt of gerenoveerd zullen worden en wat de functie van beplanting is die gekapt zal worden.

13

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

3.2

Vogels

3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in het plangebied of directe omgeving vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Grote Lijster, Merel, Zanglijster, Tjiftjaf, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwarte kraai, Kauw, Ekster, Winterkoning, Heggenmus, Zwartkop, Spreeuw, Fazant, Groenling, Groene Specht, Grote Bonte Specht, Boomkruiper, Turkse Tortel, Kneu, Putter, Wilde Eend, Ransuil. Vet gedrukt zijn soorten waarvan het nest (of leefgebied) jaarrond beschermd is.

Voorkomen / functie van het plangebied: In het plangebied zelf kunnen broedvogels voorkomen. Dit betreft soorten van tuinen, parken en bebouwing. Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing, bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Er dient nader onderzocht te worden of de Ransuil van het gebied gebruik maakt. Indien dit het geval is kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen verloren gaan. Voor de overige vogelsoorten geldt dat de beplanting verwijderd dient te worden en bebouwing gesloopt dient te worden buiten de broedperiode (een gunstige periode is van 1 augustus tot 1 maart). Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Is niet in geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Er dient onderzocht te worden wat de functie is die gekapt zal worden voor de Ransuil. Conclusie: Er dient onderzocht te worden wat de functie is die gekapt zal worden voor de Ransuil.

3.2.2 Watervogels Watervogels die in het studiegebied voorkomen zijn: Blauwe reiger, Wilde eend.

Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 08-09-2019; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2017; Rijkswaterstaat helpdesk. In het plangebied komen lage aantallen watervogels voor. Vanwege de ligging nabij bebouwing en wegen is er veel verstoring. Het is geen belangrijke pleister- rustplaats voor trekvogels. Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing,

14

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Is niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten.

3.3

Reptielen en Amfibieën

Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker, Kleine watersalamander komen voor buiten het plangebied maar zijn vanwege de grote hoeveelheid verharding niet in het plangebied te verwachten. Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl De genoemde soorten komen voor in waterpartijen op circa 50 meter van het plangebied (slootjes). In het plangebied zelf zijn geen voortplantingswateren aanwezig. Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing, bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelige effecten.

3.4

Vissen

In het plangebied komen geen vissen voor. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie 23 september 2019). Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing, bouwrijp maken van het

15

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

3.5

Ongewervelden

Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelde voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing, bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

3.6

Vaatplanten

In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Bron veldbezoek en Flora Zeelandica. Uit te voeren maatregelen: Kappen beplanting, slopen bebouwing, renoveren bebouwing, bouwrijp maken van het terrein. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied.

16

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

4

Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering

Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er dient nader bepaald te worden wat de functie van de bebouwing en beplanting is voor vleermuizen en voor de Ransuil. Indien de bebouwing en beplanting een functie heeft voor vleermuizen of Ransuil en deze functie in gevaar komt door de geplande werkzaamheden, dienen er mitigerende maatregelen getroffen te worden om een overtreding in het kader van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Indien dit niet voorkomen kan worden dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

Broedvogels De kap- en sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd buiten de broedperiode. Verstoring van broedvogels is niet aan de orde. Er dient nog wel onderzocht te worden of de aanwezige beplanting een functie heeft voor de Ransuil. Zoogdieren Er dient onderzocht te worden wat de functie is voor vleermuizen van gebouwen die gesloopt of gerenoveerd zullen worden en wat de functie van beplanting is die gekapt zal worden.

17

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rode pijl is plangebied.

Beheertypen Natuurnetwerk Zeeland, rode pijl is plangebied.

18

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Natura 2000, rode pijl is plangebied.

19

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

20

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

21

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

22

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM

23

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Beschermde soorten provincie Zeeland Hieronder worden beschermde soorten en voor bepaalde activiteiten vrijgestelde soorten weergegeven. voor de provincie Zeeland. Deze pagina is opgesteld middels het besluit van Provinciale Staten van Zeeland inzake de Verordening Wet natuurbescherming Zeeland 2017. Let op, van alle broedvogels (met uitzondering van exoten) is het nest (eieren en jongen) beschermd.

Beschermingsregime andere soorten Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Amfibiëen

alpenwatersalamander

Mesotriton alpestris

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Amfibiëen

vinpootsalamander

Lissotriton helveticus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Amfibiëen

vuursalamander

Salamandra salamandra

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

aardbeivlinder

Pyrgus malvae

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

bosparelmoervlinder

Melitaea athalia

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

bruin dikkopje

Erynnis tages

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

bruine eikenpage

Satyrium ilicis

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

duinparelmoervlinder

Argynnis niobe

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

gentiaanblauwtje

Maculinea alcon

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

grote parelmoervlinder

Argynnis aglaja

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

grote vos

Nymphalis polychloros

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

grote weerschijnvlinder

Apatura iris)

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

iepenpage

Satyrium w-album

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

kleine heivlinder

Hipparchia statilinus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

kleine ijsvogelvlinder

Limenitis camilla

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

kommavlinder

Hesperia comma

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

sleedoornpage

Thecla betulae

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

spiegeldikkopje

Heteropterus morpheus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

24

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM Insectendagvlinders

veenbesblauwtje

Plebejus optilete

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

veenbesparelmoervlinder

Boloria aquilonaris

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

veenhooibeestje

Coenonympha tullia

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

veldparelmoervlinder

Melitaea cinxia

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insectendagvlinders

zilveren maan

Boloria selene

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-kevers

vliegend hert

Lucanus cervus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

beekrombout

Gomphus vulgatissimus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

bosbeekjuffer

Calopteryx virgo

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

donkere waterjuffer

Coenagrion armatum

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

gevlekte glanslibel

Somatochlora flavomaculata

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

gewone bronlibel

Cordulegaster boltonii

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

hoogveenglanslibel

Somatochlora arctica

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

kempense heidelibel

Sympetrum depressiusculum

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Insecten-libellen

speerwaterjuffer

Coenagrion hastulatum

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Kreeftachtigen

europese rivierkreeft

Astacus astacus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Reptielen

adder

Vipera berus ssp. berus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Reptielen

hazelworm

Anguis fragilis

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Reptielen

levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Reptielen

ringslang

Natrix natrix

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Vissen

beekdonderpad

Cottus rhenanus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Vissen

beekprik

Lampetra planeri

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Vissen

elrits

Phoxinus phoxinus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Vissen

gestippelde alver

Alburnoides bipunctatus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Vissen

grote modderkruiper

Misgurnus fossilis

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Vissen

kwabaal

Lota lota

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdieren-

boommarter

Martes martes

Andere soorten

25

Quickscan natuurwetgeving project bestemmingsplan Goese Poort, ZLM landzoogdieren

(bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

damhert

Dama dama

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

das

Meles meles

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

edelhert

Cervus elaphus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

eekhoorn

Sciurus vulgaris

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

eikelmuis

Eliomys quercinus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

grote bosmuis

Apodemus flavicollis

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

hermelijn

Mustela erminea

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

molmuis

Arvicola scherman

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

steenmarter

Martes foina

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

veldspitsmuis

Crocidura leucodon

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

waterspitsmuis

Neomys fodiens

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandszoogdieren

wezel

Mustela nivalis

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenlandzoogdieren

wild zwijn

Sus scrofa

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone zeehond

Phoca vitulina

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Zoogdierenzeezoogdieren

grijze zeehond

Halichoerus grypus

Andere soorten (bijlage A van de wet)

Sporenplantenvarens

blaasvaren

Cystopteris fragilis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Sporenplantenvarens

groensteel

Asplenium viride

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Sporenplantenvarens

schubvaren

Ceterach officinarum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

akkerboterbloem

Ranunculus arvensis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

akkerdoornzaad

Torilis arvensis

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

akkerogentroost

Odontites vernus subsp. vernus

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

beklierde ogentroost

Euphrasia rostkoviana

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

berggamander

Teucrium montanum

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

bergnachtorchis

Platanthera montana

Andere soorten (bijlage B van de wet)

Zaadplanten

blauw guichelheil

Anagallis arvensis subsp. foemina

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759492/2