CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

AGendapunt 11. Nota bodembeheer wegbermen incl bkk Zeeland 2020

Debatraad 10 maart 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Nota Bodembeheer.36.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uitzonderingen meldingsplicht Voor de volgende toepassingen van grond en bagger is volgens het Besluit bodemkwaliteit geen melding voorgeschreven: Toepassingen van grond of bagger door particulieren, voor zover niet in de uitoefening van een bedrijf of beroep; Toepassingen binnen een landbouwbedrijf, mits de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorend perceel, waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; Toepassingen van schone grond (grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde) in een hoeveelheid van minder dan 50 m3; Verspreiden van baggerspecie uit een watergang over aan de watergang grenzende percelen; Tijdelijke uitname van grond of baggerspecie, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht. Concreet betekent dit, dat toepassingen van minder dan 50 m3 bermgrond afkomstig uit de zone ‘C: Elementenwegen’ niet behoeven te worden gemeld. Deze zone is namelijk in de bodemkwaliteitskaart geclassificeerd als schoon. Desgevraagd moet de toepasser de milieuhygiënische kwaliteit van de bermgrond wel kunnen aantonen aan het bevoegd gezag en dat kan met deze bodemkwaliteitskaart.

BKK wegbermen Zeeland

27/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

Melding bij landelijk meldpunt De melding wordt digitaal gedaan via de website: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Het Meldpunt Bodemkwaliteit stuurt de melding inclusief de eventuele pdf-bestanden van milieuhygiënische verklaringen per e-mail door naar het bevoegde gezag.

4.4

Toepassingseisen voor de wegbermen

Voor de wegbermen gelden de volgende toepassingseisen (exclusief PFAS): Zone Ontgravingsklasse Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond Industrie MaxINDUSTRIE

A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen

Industrie

overige gemeentes: MaxINDUSTRIE

B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen

C: Elementenwegen

Zeeuws-Vlaanderen: MaxWONEN

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Toepassingseis voor overige grond en bagger4 Zeeuws-Vlaanderen: MaxINDUSTRIE overige gemeentes: Achtergrondwaarde, met uitzondering van: PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN Zeeuws-Vlaanderen: MaxINDUSTRIE overige gemeentes: Achtergrondwaarde, met uitzondering van: PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN Achtergrondwaarde

Aan de gekozen toepassingseisen liggen de volgende overwegingen ten grondslag: de mogelijkheid behouden om al of niet gekeurde bermgrond in bermen te kunnen blijven toepassen; per saldo geen verdere verslechtering van de wegbermen; een alternatief creëren voor het gebruik van schone grond bij een lokaal tekort aan bermgrond (toepassing van schone grond is niet duurzaam, omdat belasting vanuit de omgeving en interactie in de bermgrondketen ervoor zorgt dat deze schone grond licht verontreinigd raakt). Voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ gelden in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde andere toepassingseisen dan in ZeeuwsVlaanderen.

4

Grond en bagger niet afkomstig uit een in voorliggende bodemkwaliteitskaart gezoneerde wegberm

BKK wegbermen Zeeland

28/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde gelden voor deze zones verschillende toepassingseisen, afhankelijk van of er sprake is van het toepassen van bermgrond dan wel grond die van buiten de bermgrondketen afkomstig is. Deze Lokale Maximale Waarden (LMW) worden verderop nader toegelicht. In Zeeuws-Vlaanderen gelden de toepassingseisen uit het landelijke, generieke beleidskader en worden voor de wegbermen geen LMW vastgesteld. Daarbij hebben de wegen met inbegrip van hun bermen de bodemfunctieklasse industrie. Conform het generieke beleidskader gelden in Zeeuws-Vlaanderen voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ als toepassingseis de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) respectievelijk de Maximale waarden voor Wonen (MaxWONEN) ongeacht of er bermgrond wordt toegepast dan wel sprake is van een toepassing van grond of bagger afkomstig van buiten de wegbermketen. De classificatie van de zone ‘C: Elementenwegen’ op basis van het rekenkundig gemiddelde voldoet aan de Achtergrondwaarde. Voor deze zone geldt in de hele provincie als generieke toepassingseis de Achtergrondwaarde (rekening houdend met de toetsingsregel zoals beschreven in paragraaf 2.2).

Toelichting op de Lokale Maximale Waarden (LMW) Het grondverzet in de wegbermen vormt in beginsel een gesloten systeem: bij werkzaamheden vrijgekomen bermgrond blijft binnen de keten van wegbermen. Om deze reden wordt in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde onderscheid gemaakt tussen bermgrond, die na tijdelijke opslag weer elders in een wegberm wordt toegepast en de import en export van grond in en uit de keten van bermgrond. Voor het opnieuw in een berm toepassen van grond uit gezoneerde bermen (ongeacht de herkomstzone) gelden voor de zone ‘A: Voorheen teerhoudende wegen’ in de hele provincie als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE). Dit geldt voor alle in de bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde geldt voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen een strengere toepassingseis. Voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen geldt voor PAK en minerale olie5 als toepassingseis MaxWONEN en de Achtergrondwaarde voor de overige stoffen. Bij de overige stoffen wordt nog wel de toetsingsregel uit de Regeling bodemkwaliteit gehanteerd (zie paragraaf 2.2). Als gevolg van de toetsingsregels uit de Regeling bodemkwaliteit wijkt de ontgravingsklasse van de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ af van de toepassingsklasse.

Hierdoor is hergebruik van bermgrond binnen dezelfde zone volgens het landelijke, generieke beleidskader niet meer mogelijk. De gemeenten ten noorden van de Westerschelde kiezen ervoor om in deze zone voor bermgrond de toepassingsnorm te laten aansluiten bij de ontgravingsklasse en dus voor gezoneerde bermgrond ook in deze als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) vast te stellen. Dit geldt voor alle in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. 5

Voor PAK bedraagt MaxWONEN 6,8 mg/kgds. Voor minerale olie is MaxWONEN gelijk aan de Achtergrondwaarde (190 mg/kgds).

BKK wegbermen Zeeland

29/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

Voornoemde toepassingseisen gelden ongeacht de bodemfunctieklasse zoals deze voor de omgeving van de wegberm is vastgelegd in de gemeentelijke bodemfunctiekaarten. Voorwaarde voor het vaststellen van deze LMW is, dat met behulp van de risicotoolbox wordt nagegaan wat de gevolgen van deze LMW zijn voor de bodemkwaliteit. De toepassing van de risicotoolbox is opgenomen in bijlage 156. De conclusie van de risicotoolbox is, dat deze LMW geen risico’s opleveren: de bodem blijft duurzaam geschikt voor het betreffende bodemgebruik. Op de LMW wordt de gangbare bodemtypecorrectie toegepast zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.

PFAS Voor PFAS gelden de volgende toepassingseisen: Zone Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen

PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen

C: Elementenwegen

Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied

Toepassingseis voor overige grond en bagger Zeeuws-Vlaanderen: PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds overige gemeentes: Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied Zeeuws-Vlaanderen: PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds overige gemeentes: Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied

Voor alle gemeenten in Zeeland zijn (regionale) bodemkwaliteitskaarten voor PFAS opgesteld. Hierin zijn tevens de door de gemeenten gehanteerde toepassingsnormen opgenomen, gebaseerd op de beleidskeuzes uit de gemeentelijke nota’s bodembeheer en het tijdelijk handelingskader voor PFAS van 2 juli 2020 (lit. 12). 6

Overgenomen uit de bodemkwaliteitskaart uit 2013. De berekeningen zijn niet opnieuw uitgevoerd aangezien het onderliggend risicomodel niet gewijzigd is.

BKK wegbermen Zeeland

30/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

De toepassingseis voor gezoneerde bermgrond is in alle zones 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor PFOS en de overige PFAS (met uitzondering van de zone C: Elementenwegen). Deze waarden sluiten aan bij de toepassingseisen voor PFAS die de gemeenten in het algemeen hanteren voor gebieden waar de toepassingseisen voor de NEN5740-stoffen klasse Wonen of klasse Industrie zijn. Met deze toepassingseis voor PFAS blijft het gesloten systeem van uitwisseling van bermgrond mogelijk. Voor de zone C: Elementenwegen zijn nog geen PFAS-gegevens beschikbaar. Bij hergebruik van bermgrond binnen deze zone wordt voor PFAS aangesloten bij de toepassingsnormen die de gemeenten voor het omliggende gebied hebben vastgesteld. Net als bij de NEN5740-stoffen wordt in Zeeuws-Vlaanderen bij de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ geen onderscheid gemaakt tussen gezoneerde bermgrond en overige grond en bagger. Voor overige toepassingen van grond en bagger van buiten de bermketen gelden de toepassingseisen zoals de gemeenten die voor het omliggende gebied hebben vastgesteld.

4.5

De bodemkwaliteitskaart wegbermen als milieuhygiënische verklaring

Bijlage 13 bevat een grondstromenmatrix waarin is aangegeven in welke situaties de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen kan dienen als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor de kwaliteit van de bermgrond. De bodemkwaliteitskaart dient primair als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) om hergebruik van bermgrond in een andere wegberm te faciliteren. Daarnaast kan de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel dienen wanneer de bermgrond wordt toegepast in een Grootschalige bodemtoepassing (GBT).

Hergebruik binnen wegbermen Bermgrond afkomstig uit de zone ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ kan op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hergebruikt binnen dezelfde zone. In de gemeenten ten noorden van de Westerschelde geldt dit ook voor de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’. Ook kan bermgrond tussen deze zones worden uitgewisseld, met uitzondering van toepassing in de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ in Zeeuws-Vlaanderen. Bermgrond afkomstig uit de zone ‘C: Elementenwegen’ kan op basis van de bodemkwaliteitskaart worden toegepast in alle wegbermzones.

Hergebruik in een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op de landbodem In een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op de landbodem mag grond worden toegepast tot MaxINDUSTRIE ongeacht de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Boven bepaalde concentraties metalen (emissietoetswaarden) gelden aanvullende eisen over de maximale uitloging. Onder deze concentraties wordt de uitloging verwaarloosbaar geacht.

BKK wegbermen Zeeland

31/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

Alle zones voldoen gemiddeld aan MaxINDUSTRIE. In de dataset van de bodemkwaliteitskaart uit 2013 is bij geen van de meetpunten een gehalte metalen boven de emissietoetswaarde vastgesteld: Metaal Emissietoetswaarde (mg/kgds) Maximale meetwaarde in dataset 2013 (mg/kgds, omgerekend naar standaardbodem) arseen 42 17,5 barium 413 347,7 cadmium 4,3 1,0 kobalt 130 14,9 chroom 180 92,6 koper 113 72,9 kwik 4,8 0,4 nikkel 100 39,1 lood 308 162,6 zink 430 246,9 molybdeen 105 2,3 De dataset uit 2020 bevat incidenteel gehaltes boven de emissietoetswaarde. In alle zones zijn de 95percentielwaarden uit 2020 lager dan de bovenstaande emissietoetswaarden. Voor het toepassen van bermgrond in een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op de landbodem geldt deze bodemkwaliteitskaart voor alle zones als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring).

Overige toepassingen buiten de wegbermketen Met uitzondering van GBT geldt de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde niet als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor toepassingen van bermgrond buiten de zones van deze bodemkwaliteitskaart. In Zeeuws-Vlaanderen geldt de bodemkwaliteitskaart ook buiten de bermgrondketen als bewijsmiddel voor alle toepassingen van bermgrond afkomstig uit de volgende zones: B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen (bewijsmiddel voor klasse Industrie); C: Elementenwegen (bewijsmiddel voor klasse Achtergrondwaarde). In de zone A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen is de kans groter dat een specifieke partij bermgrond niet aan klasse industrie voldoet. Daarom geldt voor deze zone de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel bij toepassingen buiten de bermketen. Dit is uiteraard onder voorbehoud van de historische toets op uitzonderingssituaties.

BKK wegbermen Zeeland

32/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

4.6

Overige afstemming op de gemeentelijke Nota’s bodembeheer

Maximum percentage bodemvreemde bijmengingen In het Besluit bodemkwaliteit is voor toe te passen partijen grond en bagger een maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen opgenomen van 20%. Gemeentes kunnen in gebiedsspecifiek beleid een afwijkend percentage vaststellen. Een aantal gemeentes in Zeeland heeft in de gemeentelijke Nota bodembeheer voor (het grootste deel van) het grondgebied een maximum percentage van 5% vastgelegd. In gebieden waarvoor een gemeente een lager maximum percentage bodemvreemde bijmengingen heeft vastgesteld geldt dit lagere percentage ook voor toepassingen in wegbermen.

Gebieden met ruimere gemeentelijke toepassingsnormen dan de in deze Nota vastgelegde normen In bepaalde gebieden gelden volgens de gemeentelijke Nota bodembeheer ruimere toepassingsnormen dan de toepassingsnormen die in dit rapport zijn opgenomen voor de wegbermzones. Indien sprake is van gemeentelijke toepassingsnormen op basis van generiek beleid gelden voor de wegbermen de ruimere normen uit de gemeentelijke Nota bodembeheer. Indien sprake is van gemeentelijke toepassingsnormen op basis van gebiedsspecifiek beleid gelden voor de wegbermen de ruimere normen uit de gemeentelijke Nota bodembeheer alleen, wanneer dit expliciet is vastgelegd in de gemeentelijke Nota bodembeheer danwel onderhavige paragraaf. Indien hierover niets is vastgelegd gelden de toepassingsnormen voor de wegbermen zoals opgenomen in voorliggend hoofdstuk. In de Nota bodembeheer van de gemeente Borsele is gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor de verdubbeling van de Sloeweg en de Westerscheldetunnelweg. Voor dit gebied prevaleert het gebiedsspecifieke beleid uit de gemeentelijke Nota bodembeheer boven de toepassingseisen uit voorliggende Nota bodembeheer.

Toezicht en handhaving In het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen, dat een Nota bodembeheer tevens aandacht moet besteden aan toezicht en handhaving. Voor toezicht en handhaving van grondverzet op basis van voorliggende bodemkwaliteitskaart wordt aangesloten bij hetgeen reeds is opgenomen in de algemene toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeentes c.q. de gemeentelijke Nota’s bodembeheer.

BKK wegbermen Zeeland

33/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

BKK wegbermen Zeeland

34/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

5

BEPALING VEILIGHEIDSKLASSE CROW 400

Het CROW heeft in 2017 de CROW400 uitgebracht, een richtlijn voor het werken in en met verontreinigde bodem (lit. 13). Deze vervangt de vroegere CROW-publicaties 132 en 307 en is gericht op veilig en gezond werken conform de Arboregelgeving. Afhankelijk van de gezondheidsrisico’s die werken met verontreinigde grond eventueel met zich meebrengen kan sprake zijn van een veiligheidsklasse. De CROW400 maakt daarbij onderscheid tussen vluchtige en niet-vluchtige verontreinigingen. Er is sprake van een veiligheidsklasse bij concentraties in de bodem groter dan 75% van de SRCARBO voor niet-vluchtige stoffen; hoger dan de tussenwaarde voor vluchtige stoffen. Of bij niet-vluchtige bodemverontreiniging sprake is van een veiligheidsklasse wordt beoordeeld op basis van de humane gezondheidsrisico’s. Hiervoor hanteert de CROW400 de humaan ernstige risicowaarde (SRC: serious risk concentration). In 2019 zijn SRCARBO-waarden bepaald die specifiek toegespitst zijn op de blootstellingsscenario’s bij werkzaamheden in verontreinigde bodem (lit. 14). Voor de afzonderlijke PAK zijn de SRCARBO als volgt: Individuele PAK7 SRCARBO (lit.

14) antraceen 8030 mg/kgds benzo(a)anthraceen 1000 mg/kgds benzo(a)pyreen 100 mg/kgds benzo(ghi)peryleen 1000 mg/kgds benzo(k)fluorantheen 1000 mg/kgds chryseen 10000 mg/kgds fenanthreen 8030 mg/kgds fluorantheen 10000 mg/kgds indeno(1,2,3cd)pyreen 1000 mg/kgds Benzo(a)pyreen heeft de laagste SRCARBO. De hoogste meetwaarde voor benzo(a)pyreen in de dataset bedraagt 30 mg/kgds. Voor de overige PAK is de hoogste meetwaarde 110 mg/kgds (fluorantheen). Deze waarden zijn afkomstig uit onderzoek ten behoeve van de aanleg van doorgroeiblokken. De PAK-gehalten in de wegbermen zijn beduidend lager dan de SRCARBO. Voor minerale olie is geen SRCARBO afgeleid. Normaliter behoort minerale olie tot de vluchtige stoffen. De hogere oliegehalten in de wegbermen hangen echter samen met de verhoogde PAK-gehalten en betreffen als zodanig geen verontreiniging met vluchtige stoffen. De 95-percentielwaarden voor minerale olie zijn in alle zones lager dan de tussenwaarde.

7

Naftaleen behoort tot de vluchtige stoffen. Naftaleen wordt in de wegbermen meestal niet boven de detectiegrens aangetoond en is verder niet relevant voor de beoordeling van de veiligheidsklasse.

BKK wegbermen Zeeland

35/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

Geen veiligheidsklasse van toepassing Vanuit arbeids-hygiënisch oogpunt is er volgens CROW400 geen sprake van een veiligheidsklasse (tenzij uit het vooronderzoek blijkt dat sprake is van een uitzonderingslocatie). Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig om veiligheid en gezondheid te waarborgen. Wel geldt dat men een minimaal niveau van basishygiëne in acht dient te nemen (voorkomen dat iemand in een kuil kan vallen, verbieden van eten drinken en/of roken op de werkplek etc.) De basishygiëne wordt behandeld in module 4, paragraaf 4.2 van CROW400.

BKK wegbermen Zeeland

36/37

Eindrapport, 26 november 2020

MARMOS bodemmanagement

LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

10. 11.

12.

13. 14.

15. 16. 17. 18. 19.

Bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan voor wegbermen in de provincie Zeeland; Waterschap Zeeuwse Eilanden, 22 november 2005. Vrijstellingsregeling grondverzet; ministeriële vrijstellingsregeling bij het Bouwstoffenbesluit; 10 september 1999. Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland; Marmos Bodemmanagement, 5 augustus 2013. Wegenverordening Zeeland 2010, gewijzigd 2012; Provincie Zeeland; Provinciaal blad nr. 32 van 2010 en provinciaal blad nr. 12 van 2012. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009. NEN5740, Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, april 2000, met wijzigingsblad NEN5740:1999/A1: 2008. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie; Kamerstukken II, 2018/19, 28089 nr. 146, bijlage bij Kamerbrief van 8 juli 2019.

Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 20, bijlage bij Kamerbrief van 1 december 2019. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 116, bijlage bij Kamerbrief van 3 juli 2020. CROW-publicatie 400: werken in en met verontreinigde bodem; CROW, tweede gewijzigde druk december 2017. Notitie 2e tranche SRCARBO-waarden; J. van Tol (Tauw bv) en H. Kraayeveld (Spectrum HSE Technology), 14 mei 2019 – versie 9. Gepubliceerd op https://www.crow.nl/thema-s/arbo-enveiligheid/grondwerk-en-ondergrond/werken-in-en-met-verontreinigde-bodem. Klinkende wegen, historie van wegschap Walcheren; M. Kool, 2001. Memo Waterschap Zeeuws-Vlaanderen over bermbeheer en historie wegverhardingen; september 2003. Memo provincie Zeeland, directie Infrastructuur en Vervoer over bermbeheer en historie wegverhardingen; september 2003. Memo Rijkswaterstaat over bermbeheer en historie wegverhardingen; september 2003. Ken uw (water)bodemkwaliteit, de risico’s inzichtelijk; Grontmij, 1 september 2007.

BKK wegbermen Zeeland

37/37

Eindrapport, 26 november 2020

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage 1: begrippenlijst

Integraal overgenomen uit Nota bodembeheer en BKK wegbermen 2013, met redactionele aanpassing van de titel van het begrip toepassingsklasse en van de normstelling voor PCB (in 2013 gold de afwijkende toetsingsregel voor nikkel ook voor PCB). Achtergrondwaarde (AW2000): Landelijk geldende gehalten aan stoffen die de grens vormen aan wat in het dagelijks gebruik “schone grond en bagger” wordt genoemd. Het zijn de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. In de Nota van Toelichting van het Besluit bodemkwaliteit omschreven als: Landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit die de grens vormen aan wat in het dagelijks gebruik <<schone grond en bagger>> wordt genoemd. De Achtergrondwaarden zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Asbest: Verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen (silicaten), die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. In het verleden is asbest in verschillende producten (waaronder bouwmaterialen) toegepast vanwege de isolerende, brandwerende en slijtvaste eigenschappen. In gebonden toestand levert asbest geen direct gevaar voor de volksgezondheid op. Het inademen van losse asbestvezels vormt echter een ernstig gezondheidsrisico.

Sinds 1993 is het gebruik van asbest in Nederland volledig verboden. Asbest kan bijvoorbeeld in de bodem voorkomen via bouw- en sloopafval. Bermgrond: Bermgrond is de grond vanaf de rand van de wegverharding van de weg tot aan de insteek van de sloot of tot aan de voet van de dijk/grondwal of tot aan de kruin van de dijk (bij een dijk) tot 50 cm onder maaiveld. Indien er geen sloot aanwezig is, wordt hiervoor een arbitraire afstand van 10 meter aangehouden (6 meter voor gemeentelijke wegbermen) vanaf de rand van de wegverharding van de weg. Indien een fietspad langs de weg aanwezig is, is de wegberm het gedeelte vanaf de rand van het asfalt van de weg tot aan de rand van het asfalt van het fietspad en het gedeelte vanaf de rand van het asfalt tot aan de insteek van de sloot. Besluit bodemkwaliteit: Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) op basis van onder andere de Wet bodembescherming. Vormt sinds 2008 het algehele kader van de regelgeving voor het toepassen van bouwstoffen (buiten gebouwen), grond en baggerspecie. Bitumineuze weg: Weg met een afdeklaag van niet-teerhoudend asfalt (gesloten verharding) bestaande uit zand, vulstof, grind en bitumen. Bodem: Het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.

Bodembeheergebied: Aaneengesloten, door het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 44, 45 of 46 van het Besluit bodemkwaliteit, afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders (definitie volgens Besluit bodemkwaliteit). Voor deze Nota geldt als bodembeheergebied de wegbermen binnen de provincie Zeeland. Bodemfuncties: Gebruik van de bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad, overeenkomstig een bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling (definitie volgens Besluit bodemkwaliteit).

1 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bodemfunctieklassen: Bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling van bodemfuncties in de categorieën, bedoeld in artikel 55, eerste lid van het Besluit bodemkwaliteit. Bodemfunctie-klassenkaart: Kaart met de bodemfunctieklassen. Bodemkwaliteit in algemene zin: Beschrijving van de bodemkwaliteit ten behoeve van de onderbouwing van het bodembeschermingsbeleid en de ruimtelijke en maatschappelijke processen (bron: circulaire Landsdekkend Beeld). Bodemkwaliteitszone: Aaneengesloten deel of meerdere niet aaneengesloten delen van een beheersgebied met een gelijke ontstaans- en gebruiksgeschiedenis, als gevolg waarvan sprake is van een vergelijkbare actuele kwaliteit van de bodem (definitie Regeling bodemkwaliteit). Bouwstof: materiaal waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, uitgezonderd vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie, dat is bestemd om te worden toegepast (definitie Besluit bodemkwaliteit). Bodemtypecorrectie: Normen voor gehaltes verontreinigende stoffen in de bodem zijn bij de meeste stoffen afhankelijk van het percentage lutum (kleideeltjes) en organische stof (humus) Bodemnormen zoals gepubliceerd in bijvoorbeeld de Regeling bodemkwaliteit gelden voor een standaardbodem (lutum = 25% en humus = 10%).

Om te toetsen aan deze normen moet een bodemtypecorrectie worden uitgevoerd op basis van de percentages lutum en humus van de te toetsen bodem of partij grond. Bovengrond: De bovenste laag (dieptetraject 0-0,5 m-mv) van de grond waarbij contactmogelijkheden met de bodem mogelijk zijn. Bijzondere situaties (omstandigheden): Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, indien er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden, e.d. Diffuse bodemverontreiniging: Verontreiniging die in een groter gebied voorkomt, zonder dat er sprake is van een aanwijsbare puntbron of veroorzaker. Bijvoorbeeld de verontreiniging in oude binnensteden als gevolg van eeuwenoude bewoning. Duurzaam geschikt: De bodem wordt blijvend geschikt oftewel duurzaam geschikt geacht als de bodemkwaliteit in overeenstemming is met het gebruik van de bodem. Bij de bodemfunctie wonen is bodem duurzaam geschikt als de gehaltes in de bodem voldoen aan de Maximale waarden voor wonen. Bij de bodemfunctie industrie is bodem duurzaam geschikt als de gehaltes in de bodem voldoen aan de Maximale waarden voor industrie.

In het buitengebied is de bodem duurzaam geschikt als de gehaltes in de bodem voldoen aan de Achtergrondwaarden. Ecologische risico's: Strikt genomen de milieuhygiënische risico’s van bodemverontreiniging voor plant en dier. De risicomodellen Sanscrit en Risicotoolbox kijken echter alleen naar het percentage soorten organismes (dieren) die negatief effecten ondervinden van de bodemverontreiniging.

2 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Elementwegen: Weg met een steen- of klinkerverharding opgebouwd uit losse elementen (tegels, kasseien, kinderkopjes en klinkers. Geval van ernstige bodemverontreiniging: geval van verontreiniging waarbij de bodem zodanig is of dreigt te worden verontreinigd, dat de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd (definitie Wet bodembescherming). De vaststelling of sprake is van een dergelijk geval geschiedt aan de hand van de omvang van de verontreiniging en interventiewaarden. Gezoneerd gebied: Gebied dat is weergegeven als één of meer bodemkwaliteitszone(s) op een bodemkwaliteitskaart. Grond: Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie. Van natuurlijke oorsprong wil zeggen een mengsel van gesteente en mineraalfragmenten vermengd met organische stof, niet ontstaan door menselijk handelen, dat door ontgraven is vrijgekomen uit de bodem. Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd.

Grond die is vermengd met bodemvreemd materiaal kan, afhankelijk van de per situatie toelaatbare hoeveelheid, eveneens als grond worden gedefinieerd. Grondwerken: Werken waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van grond. Deze grond dient geschikt te zijn voor het beoogde bodemgebruik. Deze grondwerken worden in de praktijk niet teruggenomen en gaan deel uitmaken van de bodem. Bij grondwerken kan gedacht worden aan het aanvullen van een groeve, het dempen van sloten, het ophogen van een akker of woongebied en het toepassen van leeflagen. Grootschalige bodemtoepassing: Een grootschalige toepassing is een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond of baggerspecie wordt toegepast. Een grootschalige toepassing kent volgens het Besluit een minimaal volume van 5.000 m3 en minimale toepassingshoogte van 2 meter. Voor wegen en spoorwegen waarop een laag bouwstoffen is toegepast, geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter (Handreiking Besluit bodemkwaliteit). Hergebruik als bodem: Het hergebruiken van grond, zodanig dat deze weer bodem wordt. Dit is het geval in bijvoorbeeld ophogingen of aanvullingen van de bodem met uitsluitend grond. Historisch Bodembestand (HBB): Dataset van verdachte locaties (bron: circulaire Landsdekkend Beeld). Historisch onderzoek: Ook wel aangeduid als "vooronderzoek".

Het verzamelen van informatie over voormalige en het huidige terreingebruik en eventuele andere relevante informatie over de onderzoekslocatie (bijvoorbeeld eerder uitgevoerde bodemonderzoeken), voorafgaand aan het feitelijk bodemonderzoek of grondtransport. Op basis van het vooronderzoek wordt een hypothese gesteld over de verwachting ten aanzien van aanwezige bodemverontreiniging (verdacht of onverdacht) en wordt (indien noodzakelijk) de onderzoeksstrategie bepaald. Het historisch onderzoek dient uitgevoerd te worden conform bijlage 14. Humane risico's: Gezondheidsrisico’s voor de mens.

3 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Interventiewaarden: Interventiewaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde generieke waarden die aangeven dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, als bedoeld in artikel 36 van de Wet bodembescherming (definitie volgens het Besluit bodemkwaliteit). Bij overschrijding van deze waarden moet nader worden onderzocht welke maatregelen nodig zijn om de risico’s voor mens, plant of dier te beperken of ongedaan te maken en of spoedige sanering op grond van artikel 37 van de Wet bodembescherming nodig is. Overschrijding van de interventiewaarden betekent niet automatisch dat de verontreinigde grond moet worden afgegraven of het verontreinigd grondwater moet worden opgepompt. Er kunnen bijvoorbeeld ook beperkingen aan het gebruik van de bodem worden opgelegd. Keuringsvrij grondverzet: Verplaatsing van grond op basis van de bodemkwaliteitskaart zonder dat een partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd. Voorafgaand aan het grondverzet dient altijd een historisch onderzoek uitgevoerd te worden. Grond waarop een verdenking rust kan niet keuringsvrij verzet en hergebruikt worden. Kwaliteitsklasse: Zie bodemkwaliteitsklasse.

Licht verontreinigde grond: De analyseresultaten van grond of bodem zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 20091 en de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Bij licht verontreinigde grond is sprake van een achtergrondwaarde overschrijding, maar geen sprake van een tussenwaarde overschrijding. De tussenwaarde is een signaleringswaarde voor nader onderzoek en wordt voor grond gedefinieerd als (Achtergrond Waarde +lnterventiewaarde)/2. Locatie: Een locatie is een eenheid (of een aggregatie van kleinste eenheden) met een vermoede of bewezen verontreiniging van de bodem die als één geheel wordt aangepakt (bron: circulaire Landsdekkend Beeld). Lokale Maximale Waarden: Lokaal vastgestelde waarden voor de bodemkwaliteit waaraan de toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen. Bij het vaststellen van deze waarden is door het bevoegd gezag rekening gehouden met de actuele bodemkwaliteit en de risico’s voor de bodemfunctie ter plaatse. Lutum: gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 µm, betrokken op het totale drooggewicht van grond of baggerspecie (definitie Regeling bodemkwaliteit).

Maximale waarden voor bodemfunctieklassen: Landelijk vastgestelde generieke waarden voor de bodemkwaliteit die voor een groep van bodemfuncties in algemene zin de bovengrens aangeeft van wat als een duurzaam geschikte toestand wordt beschouwd. Voor de generieke toetsing van op de landbodem toe te passen grond en baggerspecie worden twee bodemfunctieklassen onderscheiden: Wonen en Industrie. Maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen: Landelijk vastgestelde generieke waarden voor klassen waarin de actuele bodemkwaliteit kan worden ingedeeld. Voor de generieke toetsing van op de landbodem toe te passen grond en baggerspecie worden twee bodemkwaliteitsklassen onderscheiden: Wonen en Industrie. De bovengrens van deze klassen die de actuele bodemkwaliteit weergeven, komt overeen met de overeenkomstige bodemfunctieklassen die de gewenste kwaliteit weergeven. Milieuhygiënische verklaring: De kwaliteit van grond en baggerspecie kan worden aangetoond door middel van een milieuhygiënische verklaring. Het Besluit bodemkwaliteit 1

Circulaire bodemsanering 2009, Staatscourant, 7 april, nr. 67, in werking per 1 april 2009

4 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

kent de vijf typen milieuhygiënische verklaringen (partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring, fabrikant-eigen verklaring, (water)bodemonderzoek, (water) bodemkwaliteitskaart. NEN5740: Voorgeschreven norm voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek. Hierin is vastgelegd op welke stoffen men de bodem minimaal moet onderzoeken en welke onderzoeksinspanning men afhankelijk van de oppervlakte van de onderzoekslocatie minimaal moet leveren (aantal boringen, peilbuizen en te analyseren grond- en grondwatermonsters afhankelijk van de oppervlakte van de locatie). Niet toepasbare grond (generiek beleid): Grond waarvan de kwaliteit de Maximale Waarden voor de klasse industrie overschrijdt mag in het generieke kader niet worden toegepast. Ondergrond: Deel van de bodem (>0,5 m-mv) waar, bij normaal gebruik, geen contactmogelijkheden met bodemdeeltjes zijn. Ontgravingsklasse (toetsingsregels): De ontgravingsklasse geeft de kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een niet voor bodemverontreiniging verdachte locatie. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklassen Landbouw/natuur (achtergrondwaarden -AW2000), Wonen, Industrie of niet-toepasbaar.

Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden (zie definitie "bodemkwaliteitsklasse"). Klasse Landbouw/natuur (achtergrondwaarde – AW2000):  Alle verontreinigingen voldoen aan de achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie tabel 1.  De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.  Elke overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel). Klasse Wonen  Verontreinigingen die niet voldoen aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Opmerking: Anders dan bij de bodemkwaliteitsklasse-indeling, mogen hier geen overschrijdingen plaatsvinden. Klasse Industrie  De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden.  De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar  De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. PAK: Voluit: Polycyclisch Aromatische Koolwaterstoffen. In de bodemnormering worden 10 afzonderlijke PAK onderzocht, die ook wel worden aangeduid als de "10 van VROM".

Deze 10 afzonderlijke PAK worden gesommeerd tot een waarde voor PAK-totaal Dit betreft de volgende stoffen: - antraceen - benzo(a)antraceen - benzo(ghi)peryleen - benzo(a)pyreen - benzo(k)fluorantheen - chryseen - fenantreen - fluorantheen 5 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

- indeno(1,2,3cd)pyreen - naftaleen Parameter: chemische stof of een fysische eigenschap. Partijdefinitie: Grond, baggerspecie of bouwstoffen, met dezelfde kwaliteitsklassevastgesteld in een (water) bodemkwaliteitskaart of een andersoortig onderzoek dat leidt tot een bewijsmiddel als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit - die vrijgekomen binnen een uitvoeringsproces, beheerprogramma of een combinatie daarvan, wordt gezien als één partij. De partijdefinitie is nadrukkelijk niet aangesloten bij of afgebakend op een procesgang, bestek of uitvoeringscontract (definitie volgens de Beleidsnotitie grond- en baggerdepots Zeeuws Platform Bodembeheer, d.d. 1 februari 2012, opgesteld door Tauw (lit. 12)). Partijkeuring: schriftelijke verklaring op basis van een eenmalig onderzoek, dat wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning, en waarin wordt vermeld of een partij onder het regime van het Besluit bodemkwaliteit kan worden toegepast en hoe dit is vastgesteld. Percentielwaarden Een percentielwaarde is een statistische maat hoeveel procent van de waarnemingen onder een bepaalde waarde liggen. Zo is de 50-percentielwaarde oftewel de mediaan het getal waarbij de helft van de waarnemingen lager is en de helft van de waarnemingen hoger.

Zo is de 95-percentielwaarde voor een stof in een bepaalde zone het getal waarbij in 95% van de representatieve monsters een lagere concentratie van die stof is gemeten. 5% van de representatieve monsters heeft in die zone een hogere concentratie dan de 95percentielwaarde. Voor het berekenen van percentielwaarden bestaan in de literatuur verschillende formules. In de Regeling bodemkwaliteit is voor de 95-percentielwaarde voorgeschreven op welke wijze deze dient te worden berekend. Deze berekeningswijze is gehanteerd voor alle percentielwaarden.

PCB: Afkorting voor Polychloorbyfenyl, een groep slecht in het milieu afbreekbare stoffen. Werd in het verleden onder andere gebruikt als isolatievloeistof, koelvloeistof, smeermiddel en brandvertrager. Productie en gebruik van PCB’s zijn inmiddels verboden in Nederland. 6 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

PCB’s zijn slecht oplosbaar in water, maar goed oplosbaar in olie en vet. PCB’s hopen zich op in vetweefsel van dieren en vormen daarmee een risico in de voedselketen. PCB’s zijn in meerdere opzichten giftig. In de bodemnormering wordt gekeken naar (de som van) de volgende 7 PCB’s: PCB28, PCB52, PCB101, PCB118, PCB138, PCB153 en PCB180. Regeling bodemkwaliteit: Ministeriële regeling bij het Besluit bodemkwaliteit, met de inhoudelijke uitwerking van de bepalingen uit het Besluit bodemkwaliteit. Risicotoolbox: Landelijk voorgeschreven risicomodel, op basis waarvan wordt bepaald of sprake is van een duurzaam geschikte bodem. Schone grond: Ten eerste moet sprake zijn van grond (zie definitie grond). Daarnaast moet deze voldoen aan de AW2000. De wijze waarop vast gesteld wordt of grond voldoet aan de AW2000 waarden is beschreven in de regeling Bodemkwaliteit (art. 4.2). Hiervoor dient het (rekenkundig gemiddelde) gehalte van een gemeten stof niet de in de tabellen (bijlage B van de regeling) opgenomen waarde te overschrijden. Er dient rekening gehouden te worden met een correctie voor lutum gehalte en organische stof gehalte van de betreffende grond. Ook is in het Besluit bodemkwaliteit sprake van een verruimde toetsingseis, welke is terug te vinden in de Regeling bodemkwaliteit artikel 4.2.2 onder 4.

Bij meting van X stoffen mogen er Y stoffen zijn die een verhoging van maximaal 2 maal de AW2000 waarde hebben én de maximale waarde voor wonen niet overschrijden. Standaardbodem: bodem met 25% lutum en 10% organische stof (definitie Regeling bodemkwaliteit). Standstill op gebiedsniveau: De bodemkwaliteit mag plaatselijk verslechteren, mits dit elders in hetzelfde gebied tot een kwaliteitsverbetering leidt. Stedelijk gebied: Gebieden binnen de bebouwde kom en toekomstige uitbreidingsgebieden. Toepassen van grond of baggerspecie: het aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, het houden van de aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie in die toepassing, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam mede verstaan het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam.

Toepassingsklasse / bodemkwaliteitsklasse ontvangende bodem In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen:  Klasse Landbouw/Natuur  Klasse Wonen  Klasse Industrie Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden. Voor de klasse Wonen is ook een aanvullende toetsing van toepassing: Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):  Alle verontreinigingen voldoen aan de achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie tabel 1.  De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.  Elke overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel). 7 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Klasse wonen:  Alle verontreinigingen voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen zie tabel 1.  De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.  De overschrijding van nikkel mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse industrie:  Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Tabel 1: Toegestane aantal overschrijdingen

Aantal gemeten stoffen

Aantal overschrijdingen

Basispakket

2

16-26

3

27-36

4

37-48

5

Voor de bodemkwaliteitskaart wegbermen is het huidige basispakket van toepassing met de toevoeging van de stoffen arseen en chroom. Barium en nikkel De normstelling in Besluit bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Toetsingsregels: Er bestaan toetsingsregels voor de ontvangende bodem en de te ontgraven (vrijkomende) grond. Zie definities "toepassingsklasse / bodemkwaliteitsklasse ontvangende bodem" en "ontgravingsklasse". Verdachte locaties (uitzonderingslocaties): zijn gedefinieerd als locaties waarbij op grond van de beschikbare informatie het vermoeden bestaat dat er bodemverontreiniging aanwezig is, zonder dat dit door middel van bodemonderzoek daadwerkelijk is vastgesteld (bron: Handboek Monitoring Bodemsanering, oktober 2001). Verharde weg: Weg met verharding van een vormgegeven bouwstof die uit één of meer lagen bestaat. De verharding kan gesloten (asfalt of beton) of open (bijv. klinkers) zijn. Grindpuin en zandwegen zijn geen verharde wegen.

Verkennend bodemonderzoek: Bodemonderzoek dat erop gericht is om met een daarvoor adequaat geachte onderzoeksinspanning (zoals vastgelegd in de norm NEN5740) vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is, dan wel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem of een daaruit te verwijderen hoeveelheid grond te bepalen. Vormgegeven bouwstof: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft (definitie Besluit bodemkwaliteit). Zie ook definitie verharde weg. 8 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Werk: bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van een oppervlaktewaterlichaam en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen. Bij het begrip ‘werk’ dienen de onderstaande accenten te worden geplaatst:  de tijdelijkheid: toepassingen die het oogmerk hebben de grond definitief achter te laten zijn geen werk, maar betreft het storten van grond dan wel het hergebruik als bodem;  de functionaliteit: bij hergebruik als werk moet er sprake zijn van een toepassing met een specifieke functie (anders is er sprake van ‘verkapt’ storten);  de hoeveelheid: ook de hoeveelheid toe te passen materiaal moet functioneel zijn. Bijvoorbeeld het ophogen of verstevigen van wegen, het aanleggen van dijken en geluids- en windwallen. Zone: Gebied op de bodemkwaliteitskaart waarbinnen de bodemkwaliteit homogeen wordt verondersteld.

Zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming): Ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.

9 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nota bodembeheer en Bkk wegbermen

Provincie Zeeland

Bodembeheergebied wegbermen Wegbeheerder provincie Wegbeheerder waterschap Wegbeheerder gemeente Wegbeheerder Rijkswaterstaat (geen onderdeel van bodembeheergebied) Overige wegen (geen onderdeel van bodembeheergebied)

SCHAAL: 1:250.000 (op A3) DATUM: 17-11-2020

BIJLAGE:

1

Bodembeheergebied wegbermen

PROJECT:

P19-09

Bodemkwaliteitskaart wegbermen Zeeland

OPDRACHTGEVER:

Waterschap Scheldestromen en provincie Zeeland

BIJLAGE 2: HISTORIE VAN WEGVERHARDINGEN EN BERMBEHEER IN ZEELAND 2.1

Relevante historische thema’s

Ten behoeve van de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2005 is een uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd naar wegverhardingen in Zeeland. In sommige onderdelen ligt het accent daarbij op Walcheren. Voorliggende bijlage is vrijwel integraal overgenomen uit paragraaf 2.1 van de voorgaande bodemkwaliteitskaart. In de voorgaande bodemkwaliteitskaart zijn de volgende factoren benoemd als mogelijk bepalend voor de milieuhygiënische kwaliteit van de wegbermen: aanlegmethode van de wegverhardingen; onderhoudsmethoden van de wegen; onderhoudsmethoden van de wegbermen; etmaalintensiteit over de provinciale en rijkswegen. Calamiteiten, zoals ongelukken met (vracht)auto's, zijn niet meegenomen als bepalende factor.

2.2

Historie van wegverhardingen waterschappen (lit. 15 en 16)

Aanleg van wegen tot circa 1920 Al in 1466 was er in Zeeland sprake van een 'strate', die verhard was met klinkers. Aan het eind van de 16e eeuw waren reeds enkele hoofdwegen verhard. Toen in het begin van de 19e eeuw steeds meer doorgaande wegen verhard werden, werden enkel keien en klinkers als verharding toegepast. Waar keien te duur waren, kwamen klinkers. Tussen 1804 en 1840 werd ruim 1200 kilometer rijkswegen beklinkerd. Vanaf ongeveer 1840 werd de grindwegen aangelegd, met name voor de niet al te drukke, landelijke wegen. Ze waren goedkoper in aanleg, maar duurder in onderhoud. De klinkerwegen werden zelden opnieuw bestraat, terwijl eenmaal per jaar een beetje grind op de grindwegen gereden werd. Aangelegde klinker- en grindwegen in 18521: Klinkerwegen (el) Walcheren 57.546 Tholen / Sint Philipsland 38.368 Noord- en Zuid-Beveland 30.959 West Zeeuwsch-Vlaanderen 47.310 Oost Zeeuwsch-Vlaanderen 18.552 TOTAAL 192.735

Grindwegen (el) 9.382 45.111 9.196 38.892 102.581

1

De tabel is overgenomen uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart. De lengte van de wegen is daarin uitgedrukt in de oude lengtemaat el. In 1820 is in Nederland het metrieke stelsel ingevoerd, waarbij de lengte van de el gelijk is gesteld aan een meter. Voorheen had de el een lengte van ca. 69 cm. In voorgaande bodemkwaliteitskaart is de totale lengte aan klinkerwegen gesommeerd tot 132 km, hetgeen betekent dat voor de lengte van de el in de voorgaande bodemkwaliteitskaart is uitgegaan van 69 cm. BKK wegbermen Zeeland

1/11

Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013

De Provinciale Staten probeerden tegemoet te komen in de kosten die waterschappen en gemeenten aan het wegenonderhoud kwijt waren. In 1852 werd geld verstrekt voor de aanleg van klinker- en grindwegen. Tot 1910 bleven de Provinciale Staten de aanleg van verharde wegen financieren. Grindwegen zijn uiteindelijk op grote schaal toegepast in de 19e eeuw. Ook puinwegen zag men vaak. Sinds de 2e helft van de 19e eeuw kregen veel wegen een verharding met steenslag. Deze waren beter geschikt voor snelle motorvoertuigen. Deze wegen werden, alleen in Zeeland, "macadamwegen" genoemd. Voor de verharding werden in Zeeland stukgeslagen porfier, grès of slakken gebruikt. Deze verhardingen worden als potentieel verdachte locaties gezien. Op Zuid Beveland was het waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke erg vooruitstrevend en had het grootste aantal grindwegen van alle Zeeuwse Waterschappen. In 1912 had De Breede Watering bewesten Yerseke maar liefst 92 km van zijn polderwegen begrind. Anders dan andere waterschappen in Zeeland wilde de polder Schouwen sinds 1795 eigenlijk niets meer met het wegenonderhoud te maken hebben. Alleen de wegen op de dijken werden door de polder verhard. Tussen 1850 en 1860 werd echter door de polder Schouwen een weg op Schouwen-Duiveland verhard met schelpen en grind.

Deze buitengewoon kostbare uitgave werd door de ‘Commissie voor de grindwegen’ verantwoord, doordat in geval van nood snel dijkmaterialen over deze weg moesten worden getransporteerd. De aangelegde grindweg in de polder was een eerste aanzet in een uitgebreid verhardingsprogramma.

Opkomst van de eerste asfaltwegen (periode circa 1920 – 1945) In de periode 1920-1930 zijn in Zeeland veel grindwegen omgevormd tot steenslagwegen, omdat bij het toenemende snelverkeer de grindwegen mankementen gingen vertonen. De grindlaag werd bij de omvorming als fundering gebruikt en onder profiel gebracht. Daarna is de grindlaag overdekt met een laag steenslag, welke werd vastgewalst met een kleihoudend middel. Dit is langzamerhand vervangen door teer en daarna door teerhoudend asfalt. Tijdens deze ontwikkelingen rondom de grindwegen, werd er geen onderhoud gepleegd aan de klinkerwegen. In 1930 was ongeveer de helft van de rijkswegen van een klinkerverharding voorzien. Omstreeks 1930 kon de wegensituatie in Zeeland als volgt omschreven worden: Walcheren valt op door de vele klinkerwegen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog zijn de klinkerwegen bepalend geweest voor Walcheren; Zeeuwsch-Vlaanderen valt op door de vele keiwegen; de rest van Zeeland bevatte overwegend veel grind- en steenslagwegen. In de jaren 20 van de vorige eeuw kwamen in Nederland emulsies van teer en petroleumasfalt op de markt. Sinds 1923 werd in heel Nederland spramex gebruikt - een petroleumasfalt - dat goed gebruikt kon worden als oppervlaktebehandelingmiddel. Naderhand kwamen de asfaltemulsies op de markt.

Vooral de kostenbesparing bij de veel duurzamer asfaltwegen werd een doorslaggevend argument in de discussie voor of tegen klinkerwegen.

BKK wegbermen Zeeland

2/11

Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013

In Zeeuwsch-Vlaanderen en Noord-Beveland zijn in de jaren 20 van de vorige eeuw al teerwegen aangelegd, maar men had nog geen ervaring hoe deze wegen zich zouden houden onder druk van de boerenkarren. Het grote voorbeeld voor veel waterschappen en polderbesturen werd opnieuw waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke. Daar was men al sinds 1910 bezig met het teren van wegen met hete koolteer, als een van de weinige waterschappen van Zeeland. Vanaf 1930 zijn in Zeeland diverse wegen geteerd. Dit gebeurde eerst nog heel simpel door het wegoppervlak te bestrijken met teer. In 1938 had waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke ca. 42 kilometer teerwegen. De verhardingsbreedte van de wegen was 3 meter. Aanvankelijk dekte men de teer af met zand, maar dit bleek onder zware druk te slap. Later ging men split aanbrengen. De ontwikkeling van de wegverhardingen is gekoppeld aan maatschappelijke problemen. Niet alleen het belang van betere, sterkere en gladdere wegen voor het toenemend gemotoriseerd verkeer rechtvaardigde de wegenaanleg, maar ook sociale en hygiënische motieven speelden een rol en rechtvaardigden het gebruik van bepaalde verhardingsmaterialen. Voor de asfaltwegen deed men een beroep op het nationalistische argument dat alleen producten van eigen bodem gebruikt werden.

Asfalt was een bijproduct van de olieraffinaderijen en de asfaltbereiding kon dus als Nederlandse activiteit worden aangemerkt en verschafte aan veel Nederlanders werk. Intussen studeerde men verder op de beste en minst kostbare vorm van wegverharding. Via de Polderbond liet men regelmatig deskundigen komen om hun visie over de kwaliteit van verschillende verhardingstechnieken te geven. Ook de ‘Vereeniging voor Bitumeuze Wegconstructies’ vergaderde af en toe in Zeeland en veel technici van polders en waterschappen kwamen de lezingen beluisteren. Rijkswaterstaat heeft - via het hoofd district wegentechniek ir. G.J. van den Broek - van meet af aan een grote invloed uitgeoefend op de kwaliteitseisen voor het asfaltmengsel. Men heeft actief deelgenomen in de discussies over asfaltmengsels, bitumeuze kwaliteiten en hechtingsproblemen. Vooral een grof dicht asfaltbeton heeft zich in Nederland onder invloed van Rijkswaterstaat tot een specifiek Nederlands systeem ontwikkeld, dat zich in verschillende opzichten van de in het buitenland toegepaste mengsels onderscheidde. Een belangrijk punt hierbij was de kwaliteit van het asfaltmengsel. Er werden in Nederland hoge eisen gesteld aan het bitumen dat voor asfaltbeton werd gebruikt. Door een rijk asfalteus bitumen te kiezen, kon men een duurzame en toch ook stroeve constructie maken.

Verder heeft Rijkswaterstaat voorschriften gemaakt voor het vastleggen van de eisen voor zand en vulstof, zodat men een vrijwel constant bitumengehalte kreeg. Dit genormaliseerde product werd hierdoor buitengewoon betrouwbaar en bedrijfszeker. In de Tweede Wereldoorlog werden geen ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Er was nauwelijks geld voor bestrating. Er waren geen bitumeuze materialen, geen wegenteer en geen asfaJtpreparaten. Het enige dat de wegbeheerders konden doen was 'lappen': scheuren dichten en kuilen vullen met puin of asfaltgranulaat. Na verloop van tijd lukt ook dit niet meer, omdat de slijtlaag gewoon versleten was.

BKK wegbermen Zeeland

3/11

Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013

Aanleg en onderhoud van wegen vanaf de tweede wereldoorlog tot circa 1980 Na de oorlog nam de mechanisatie in snel tempo toe. Op de modderige polderwegen leverden de zware machines problemen op. De wegbeheerders zaten met problemen hoe ze aan de benodigde gelden voor onderhoud en verbetering moesten komen. Zowel de Unie van Waterschappen als de Stichting voor de Landbouw wendden zich tot de minister met het verzoek een afzonderlijke commissie voor de waterschapswegen in te stellen. De minister gaf hieraan geen gehoor. De inundatie van 1944 had het hele eiland Walcheren - met uitzondering van de oude dorpskernen en de hoge binnenstad van Middelburg - onder water gezet. Na de droogmaking in 1945 waren de herstelplannen in snel tempo op tafel gekomen. Op 2 augustus 1945 werd de Snelcommissie Walcheren in het leven geroepen. De opdracht was dat binnen ongeveer 8 maanden de commissie een plan moest opstellen dat kon dienen als grondslag voor de herverkaveling van het geïnundeerde Walcheren, voor het herstel van het landschap en de recreatiemogelijkheden en voor de verbetering van verkeer en industrie. In dit plan werden ideeën over wegen, waterlopen, bebouwing, recreatie en landschap opgenomen. Zowel de verdeling over het eiland als de kwaliteit van de wegen werd ontoereikend geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11250215/1