Agendapunt 09. Kadernota 2025
Tekst van het document
Mobiliteit en bereikbaarheid Goes groeit. Daarom willen we in Goes blijven werken aan optimale bereikbaarheid en fysieke toegankelijkheid. We geven vorm aan de ambities uit de Kwaliteitsagenda Binnenstad en de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Hierbij haken we aan op ruimtelijke ontwikkelingen en benutten we, waar mogelijk, subsidies van andere overheden. We werken verder aan het fietsbeleid en hebben specifiek aandacht voor het fietsparkeren in de binnenstad. Samen met ProRail verkennen we de kansen om een onderdoorgang te realiseren voor fietsers en voetgangers tussen Voorstad en Kloetingseweg. Gelet op de woningbouwopgave starten we onderzoek naar de uitbreiding van de P+R-locatie bij het station. Uitbreidingsinvesteringen Ruimte en economie Nr. Ruimte en economie Infrastructurele werken 1 Herinrichting Marconistraat 2 Fietsstraat Kloetingseweg 3 Op afstand bedienen Ringbrug 4 Fietstunnel Kloetingseweg
2028
Dekking Derden Reserve
2025
2026
2027
200 300
1.000 200 300 300
1.000
550
100
3.509
2.615
1.544
100
868
242
726
550
5.400
1.513
4.437
120
2.000 280 600 300
Herinrichting stationsplein e.o 5 Toekomstbestendig OV-knooppunt Loopverbinding OV-knooppunt Centrum Uitbreiding capaciteit parkeren 7 centrum 6
Goese Schans infrastructuur 8 Infrastructuur Westhavendijk 4e rijbaan Ringbrug en 9 opstelstroken 10 Fietspad Houtkade 11 Ronda Gosaplein 12 Kwaliteitsagenda Binnenstad Opwaarderen recreatiezone 13 Wolphaartsdijk Totaal
1.000 900 500 1.200
1.000 4.613
1.080
635
900 5.380
2.692 *
900
1.800 1.500 5.813
1.600
1.565
5.010
600 9.048
1.000
13.877
1.500 2.565
7.182
26.510
* = totale subsidie voor de Goese Schans infrastructuuur
24
Het bedrag voor dekking vanuit de reserve kan hoger zijn dan het opgenomen investeringsbedrag in de jaren 2025 – 2028 als gevolg van (voorbereidings)kredieten in andere jaren. Toelichting: 1. Vanuit de uitwerking van de visie op het Marconigebied ligt deze ambitie voor om de infra verder te optimaliseren. Deze visie is door de raad vastgesteld en behelst onder meer een verbetering van de infrastructuur. Een van de onderdelen is het aanpassen van de Marconistraat, de kern van de meubelboulevard. In 2023 is een voorbereidingskrediet toegekend. We werken momenteel aan de uitwerking van de plannen, waarbij de uitvoering hoe dan ook in fases zal gaan verlopen. 2. De Kloetingseweg tussen de spoorwegovergang en de Fruitlaan richten we in als fietsstraat. Hiervoor ontvingen we een subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 3. De ringbrug wordt momenteel nog handmatig bediend. Door deze op afstand te gaan bedienen verbetert de flexibiliteit en wordt bespaard op de inhuurkosten voor de havenmeester. 4. ProRail verkent in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) de mogelijkheid om de spoorwegovergang ter hoogte van de Kloetingseweg te vervangen door een onderdoorgang. De kosten worden betaald door I&W. Maar gelet op het grote belang stellen we ons coöperatief op en werken actief mee aan de verkenning.
In geval van realisatie faseren we de ombouw naar fietsstraat vanwege de bouwwerkzaamheden. 5. Het station van Goes is één van de belangrijkste OV-knooppunten van Zeeland voor zowel trein als regionaal openbaar vervoer. In de visie van zowel provincie als gemeente, zie regionale mobiliteitsstrategie, dient het OV-knooppunt versterkt te worden zodat het beter als overstappunt, mobiliteitshub en entree van de stad kan functioneren. Daarnaast is een toekomstbestendig OV-knooppunt noodzakelijk om versnelling van stedelijk verdichting te laten plaatsvinden. 6. Onderdeel van de ontwikkeling van het OV-knooppunt is het realiseren van een aantrekkelijke en comfortabele voetgangersverbinding tussen centrum en station. Er komt meer ruimte voor de voetganger zodat naast elkaar lopen mogelijk is. Het veiliger inrichten van de oversteek Piet Heinstraat/Wulfaertstraat is daar onderdeel van. De reiziger krijgt daarmee een heldere oriëntatie wat de looproute naar het centrum is. 7. Om het gebruik van het OV-knooppunt te stimuleren zien we voldoende parkeerplekken in de nabijheid als randvoorwaarde. In de Regionale Mobiliteitsvisie maakten we de keuze om in te zetten op de sterke lijnen. Niet iedere kern heeft daardoor een vaste buslijn en fietsen naar het station is niet altijd een optie.
Hoewel er een sociaal mobiliteitsvangnet zal blijven accommoderen (stimuleren) we daarom ketenmobiliteit waarbij de reiziger een deel van de reis per eigen auto maakt. Aan de zuidzijde van het station ligt een P+R terrein. Het gebruik is nu zodanig dat er geen extra druk op gelegd kan worden. Terwijl deelmobiliteit ruimte vraagt en we het gebruik van de stationshub vanuit de regio willen vergroten. Dit vraagt een capaciteitsuitbreiding van minimaal 50%. Aangezien de fysieke ruimte ontbreekt is een parkeerdek de enige optie. De parkeervoorziening wordt daarnaast ook direct benut door de toekomstige bewoners van de stationsomgeving: door het plaatsen van een parkeerdek kunnen we woningen aanbieden met een relatief laag aantal parkeerplekken voor de deur. 8. Vanuit de propositie versnelling woningbouw Goese Schans is de Westhavendijk aangemeld als aan te passen infrastructuur. Via deze propositie is 2,7 miljoen subsidie toegezegd voor
25
verschillende onderdelen binnen en rond Goese Schans. De aanpak van de Westhavendijk is er daar één van. Het opgenomen investeringskrediet voor 2028 betreft de eerste aanzet. 9. Gelet op de verkeersprognoses vormt de Ringbrug op termijn een knelpunt. Met een extra opstelstrook aan de westzijde van het kanaal pakken we dit aan. Enerzijds vergroot dit de capaciteit, anderzijds is er meer opstelruimte wanneer de brug open staat. Hiermee is er minder terugslag op omliggende kruispunten. 10. De aanleg van een fietspad aan de Houtkade. Via de propositie versnelling woningbouw Goese Schans is 2,7 miljoen subsidie toegezegd voor verschillende onderdelen binnen en rond Goese Schans. De aanleg van een vrij liggend fietspad aan de Houtkade is er daar één van. 11. Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen aan de noordzijde van Goes keken we integraal naar de route tussen de Deltaweg, Middelburgsestraat en Ringbaan West. Gezien de verkeersprognoses vraagt het verbeteren van zowel de doorstroming als de verkeersveiligheid. 12. Voor de binnenstad gaan we verder met de uitwerking van de vastgestelde Kwaliteitsagenda Binnenstad. We maken de binnenstad autoluw en zetten stappen om de leegstand te verminderen. Verder versterken we de aantrekkingskracht van de binnenstad door deze groener te maken en de culturele identiteit te vergroten. 13.
Bij het vaststellen van de Aandachtsgebiedsvisie recreatiezone Wolphaartsdijk (exclusief Veerweg) heeft de gemeente zich voorgenomen om in te zetten op een kwaliteitsslag in het de recreatiezone. De eerste stappen zijn hiervoor gezet onder begeleiding van een externe procesbegeleider. Hieruit vloeit het project Havengebied Wolphaartsdijk voort, waarin in gezamenlijkheid met de grondeigenaren in het gebied, een kwaliteitsslag zal worden verwezenlijkt. Voor de gemeente betekent dit een verwachte toekomstige financiële investering om de openbare ruimte op te waarderen. Qua planning zijn wij afhankelijk van de ontwikkeling bij derden.
26
Uitbreidingsinvesteringen Onderwijs, sport en cultuur Uitbreidingsinvesteringen Onderwijs, sport en cultuur Nr. Onderwijs, sport en cultuur Parkeervoorzieningen en toegankelijkheid Wesselopark Nieuwbouw 2 gymzalen Oranjeweg (1 ter 2 vervanging van bestaand, 1 ter uitbreiding capaciteit) 3 Nieuwbouw Calvijncollege
2025
1
Totaal
2026
2027
2028
Dekking Derden Reserve
650
850 1.100
1.100
2.200
1.000 650
0
1.100
2.100
0
3.050
Het bedrag voor dekking vanuit de reserve kan hoger zijn dan het opgenomen investeringsbedrag in de jaren 2025 – 2028 als gevolg van (voorbereidings)kredieten in andere jaren. Toelichting: 1. Naar aanleiding van het ambitiedocument voor het Wesselopark zijn investeringen nodig om voor dit park de parkeer- en toegankelijkheidsproblemen te verbeteren. 2. Dit betreft de vervanging van een bestaande gymzaal en de bouw van een extra gymzaal, deels ten behoeve van het Hoornbeeck en het Goese Lyceum. Voor deze extra gymzaal kunnen wij huur in rekening brengen bij deze partijen. 3. Het huidige pand van het Calvijncollege aan Klein Frankrijk 19 dateert uit 1983 en daarmee bijna 40 jaar oud. Het gebouw is afgeschreven. Op 20 april 2023 heeft de gemeenteraad het IHP VO vastgesteld. Hierin wordt de nieuwbouw van het Calvijncollege benoemd. De verwachting is dat wij in 2028 de raad voorstellen een voorbereidingskrediet van € 1 miljoen beschikbaar te stellen voor de nieuwbouw van het Calvijncollege. De daadwerkelijke investering in de nieuwbouw vindt dan plaats in de jaren 2029-2030. Dit is echter, gelet op de mogelijke bouwlocatie op het Stationspark, afhankelijk van de voortgang van de verhuizing van Scalda Groen naar het Omnium. Er kan, met andere woorden, nog geschoven worden met de investeringsjaren.
Met het Calvijncollege gaan nog gesprekken plaatsvinden over hun financiële inbreng, mede gelet op hun wens om een deel van de leerlingen uit Krabbendijke in Goes te huisvesten. Wij moeten hierover nog een besluit nemen.
27
Uitbreidingsinvesteringen Milieu
Uitbreidingsinvesteringen Milieu Nr. Milieu Verplaatsing gemeentelijk aannemingsbedrijf 2 Vergroenen stadskantoor
2025
2026
1
Totaal
2027
2028
2.500
7.200
Dekking Derden Reserve PM
315 315
315 0
2.500
7.200
315
0
Toelichting: 1. Er is door gemeente Goes een globaal haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar het verplaatsen van alle onderdelen van het gemeentelijk aannemingsbedrijf van gemeente Goes (GAB) naar bedrijventerrein De Deltaweg. Uit het eerste onderzoeksresultaat blijkt dat er een bedrag van c.a. € 17 miljoen benodigd is om dat te realiseren. Dit haalbaarheidsonderzoek hangt samen met een haalbaarheidsstudie van de GR O.L.A.Z. tot het realiseren van een nieuwe milieustraat voor gemeente Goes op bedrijventerrein de Deltaweg en deze te ontwikkelen tot een circulair ambachtscentrum (milieustraat Compleet Plus), aangevuld met een hoofdkantoor voor de ZRD. Door de activiteiten van zowel Goes, O.L.A.Z. als de ZRD te combineren op één kavel, kan ruimtelijke synergiewinst worden gerealiseerd (bijv. parkeren, kantine, wasplaats etc.). De investering van €17 miljoen voor het GAB is incl. deze synergiewinst, maar excl. de kosten voor een milieustraat compleet plus en een kantoor voor de ZRD. De investeringen daarvoor worden afzonderlijk via de O.L.A.Z.-begroting voorgelegd. Op basis van de eerste onderzoeksresultaten heeft de gemeenteraad van Goes in het eerste kwartaal van 2024 besloten nader onderzoek te doen naar het vergoten van de mogelijke synergiewinst en de effecten van deelverplaatsing van het GAB in beeld te brengen. Dit onderzoek loopt nog.
Om die reden is het bedrag van 17 miljoen opgenomen, waarbij uitgegaan wordt dat de eerste investeringen benodigd zijn in 2027 (2,5 miljoen) en 7,2 miljoen in zowel 2028 als in 2029. 2. Voor het afremmen van klimaatveranderingseffecten zoals wateroverlast, droogte en hitte is het vergroenen van de omgeving van het stadskantoor wenselijk. Het gaat daarbij om het verwijderen van verharding en het aanbrengen van groen. Groen zorgt voor een dempend effect op hittestress en water kan makkelijker in de bodem infiltreren waarbij het riool wordt ontlast en wat gunstig is tegen droogte. Met dit project is de gemeente Goes betrokken twee subsidietrajecten: Interreg Cool Neighbourhoods en Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie (TIK) vanuit het Rijk. Er ligt een schetsontwerp voor de herinrichting wat in 2024 richting een definitief ontwerp wordt vertaald. Vervolgens kan in 2025 de realisatie plaatsvinden.
28
2 Financiële positie In onderstaand overzicht is het financieel meerjarenperspectief samengevat: Nr. 2.1 2.2 2.3 1.3 1.4
Omschrijving Programmabegroting 2024 na wijzigingen Financiële uitgangspunten 2025 Mutaties op het bestaande beleid Nieuw - en intensivering beleid Ombuigingen
2025 6.546 2.940 -3.980 -395 265
Saldo begroting en meerjarenraming
5.375
(Bedragen x € 1.000) 2026 2027 -3.395 -3.116 2.327 1.594 -3.770 -3.760 -395 -395 1.283 3.816 -3.950
2028 -3.116 1.773 -4.630 -395 5.561
-1.861
-807
In deze paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de ontwikkeling van het financieel meerjarenperspectief. Hierbij wordt ingegaan op de belangrijkste mutaties. De detailuitwerking en toelichting is opgenomen in de verschillende paragrafen (zie tabel hierboven). Ook wordt inzicht gegeven in de vrije ruimte in het weerstandsvermogen. Tot slot wordt ingegaan op de gevolgen van deze Kadernota op de kengetallen. Voor de beoordeling van het financieel meerjarenperspectief is het van belang om te weten welke uitgangspunten zijn gehanteerd voor het financieel perspectief. Het opstellen van een financieel perspectief gebeurt op basis van informatie die op dat moment beschikbaar is. Hierbij is altijd sprake van onzekerheden en schattingen. Deze variëren qua omvang en mate van onzekerheid. Daarbij wordt de keuze gemaakt om bepaalde onderwerpen al dan niet financieel te kwantificeren, afhankelijk van de beschikbare informatie en onze inschattingen. Het meerjarenperspectief 2025 – 2028 kent als startpunt de Programmabegroting 2024 na wijzigingen. De gemeenteraad heeft voor de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed al besloten om de stelpost kapitaallasten vrij te laten vallen ten gunste van het begrotingssaldo. Dit levert een voordeel op van afgerond € 0,5 miljoen. Vervolgens zijn alle financiële uitgangspunten benoemd en doorgerekend.
In de financiële uitgangspunten is geen rekening gehouden met verdere compensatie in het gemeentefonds. Deze is namelijk hoogst onzeker gezien het landelijke hoofdlijnenakkoord. Verder is rekening gehouden met structureel dividend van ZEH. In de meicirculaire 2024 is de opschalingskorting met ingang van 2026 geschrapt. Wel is nog steeds sprake van een forse korting in het gemeentefonds vanaf het jaar 2026, waardoor het financiële perspectief verslechtert. Vanuit de jaarrekening 2023 en de eerste maanden van 2024 is in beeld gebracht wat de financiële consequenties zijn van het bestaande beleid. De grootste impact op het bestaande beleid wordt veroorzaakt door hogere, op basis van het prognosemodel van de inkooporganisatie jeugd, verwachte stijging van jeugdzorgkosten van structureel € 4,1 miljoen. Voor het nieuwe beleid wordt in totaal € 0,4 miljoen uitgetrokken. Het betreft onderwerpen waar een keuze in gemaakt kan worden. De uitbreidingsinvesteringen zijn herijkt ten opzichte van de Programmabegroting 2024. Door externe ontwikkelingen is het mogelijk om een besparing te realiseren op de kapitaallasten door investeringen meer verspreid uit te voeren en te prioriteren. Daarnaast hebben we net als vorig jaar rekening gehouden met 30% lagere lasten door later uitvoering dan gepland.
29
Al deze ontwikkelingen leiden tot een sluitend perspectief voor het jaar 2025. We verwachten dan ook om een sluitende begroting 2025 te kunnen opstellen op basis van de huidige inzichten. Vanaf 2026 hebben we een fors pakket aan ombuigingen opgenomen. Op basis van de huidige kostenontwikkelingen en de nog steeds op handen zijnde korting in het gemeentefonds is het pakket aan maatregelen desondanks nog niet voldoende voor een sluitend meerjarenperspectief. Als het Rijk de gemeenten niet voldoende bekostigt voor haar taken, dan zijn we als gemeente genoodzaakt om te snijden in de taken die we voor het Rijk uitvoeren, de zogenaamde medebewindstaken. Om de begroting op langere termijn te ontlasten stellen we voor om zoveel mogelijk uitbreidingsinvesteringen te dekken vanuit reserves. Dit zorgt per saldo voor lagere afschrijvingslasten in de begroting. In 2024 verwachten we namelijk dat de reservepositie toeneemt als gevolg van het superdividend van ZEH. Rekening houdend met de concept jaarrekening 2023 en het verwachte superdividend van ZEH in 2024 is ontwikkeling van de vrije ruimte als volgt: Vrije ruimte Kadernota 2025 Weerstandscapaciteit jaarrekening 2023 Verwachte vermogenstoename door dividend ZEH af: Norm weerstandsvermogen Vrije ruimte t.o.v. norm af: inzetten vrije ruimte voor afschrijvingen investeringen Kadernota 2025 Gewijzigde vrije ruimte
herkomst jaarrekening 2023 dividendvoorstel ZEH over 2023 jaarrekening 2023 Kadernota 2025
(bedragen x € 1.000) 24.611 19.967 -10.227 34.351 -14.075 20.276
Het gevolg voor de kengetallen op basis van de voorliggende Kadernota hebben we in beeld gebracht. We presenteren de kengetallen over de schuldquote, solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte. De kengetallen grondexploitatie en belastingen zijn niet anders dan in de jaarrekening 2023 en daarom niet meegenomen. Bij de berekening van de kengetallen is rekening gehouden met de jaarrekening 2023, de primaire begroting 2024, het verwachte ZEH-dividend en de Kadernota 2025. Dit leidt tot de volgende kengetallen:
30
Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%
73%
72%
67%
81%
75%
81%
R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Minst risicovol
Neutraal
180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
67%
66%
75%
69%
75%
R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Minst risicovol
Structurele exploitatieruimte 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0% -0,5% -1,0% -1,5% -2,0% -2,5%
61%
Neutraal
Meest risicovol
Solvabiliteitsratio 80% 70%
1,9%
1,7%
60%
0,9%
50% -1,0% -0,4% -1,8%
40% 30% 20%
30%
33%
33%
32%
32%
31%
10% 0% Meest risicovol
Minst risicovol
R-2023B-2024B-2025B-2026B-2027B-2028
Meest risicovol
Neutraal
Minst risicovol
De signaleringswaarden (meest risicovol, neutraal en minst risicovol) voor de kengetallen zijn gebaseerd op het gemeenschappelijk financieel toezichtkader voor gemeenten. De netto schuldquote blijft ruim onder de meest risicovolle zone, dit is voornamelijk het gevolg van het positieve jaarrekeningresultaat over 2023 en het verwachte ZEH-dividend in 2024. Het grootste risico zit in het kunnen maken van een sluitende begroting met ingang van 2026. Het kengetal structurele exploitatieruimte laat een forse daling zien in 2026 ten opzichte van 2025.
31
2.1 Programmabegroting 2024 na wijzigingen Het startpunt van de Kadernota 2025 is de Programmabegroting 2024 na wijzigingen. In onderstaand overzicht is deze gepresenteerd: Nr.
Omschrijving
2025 3.445 3.114 -13
2.1.1 Primaire Programmabegroting 2024 2.1.2 Vastgestelde begrotingswijzigingen 2.1.3 Begrotingswijzigingen onderweg Saldo Programmabegroting 2024 na wijzigingen
(Bedragen x € 1.000) 2026 2027 -4.013 -5.686 632 2.570 -14
6.546
-3.395
-3.116
2028 -5.686 2.570 0 -3.116
Programmabegroting 2024 Dit betreft het saldo vanuit de Programmabegroting 2024 voor de jaren 2025 t/m 2027. Het saldo van de nieuwe jaarschijf 2028 is in beginsel gelijk aan het saldo van 2027.
Vastgestelde begrotingswijzigingen 2024 Na het vaststellen van de Programmabegroting 2024 zijn diverse begrotingswijzigingen door de raad goedgekeurd. Het betreft de navolgende wijzigingen: •
1e begrotingswijziging 2024 Septembercirculaire 2023;
•
3e begrotingswijziging 2024 2e begrotingswijziging 2024 GR de Bevelanden;
•
8e begrotingswijziging 2024 Investeringen Omnium;
•
15e begrotingswijziging 2024 Stedin;
•
16e begrotingswijziging 2024 Aanvullende voorbereidingskrediet verplaatsing gemeentewerf en steunpunten;
•
17e begrotingswijziging 2024 Decembercirculaire 2023;
•
19e begrotingswijziging 2024 Verduurzaming gemeentelijk vastgoed (geamendeerd);
•
22e begrotingswijziging 2024 Nieuwbouw Ostrea.
Begrotingswijzigingen 2024 in routing Op het moment dat deze Kadernota het besluitvormingsproces ingaat, zijn een aantal begrotingswijzingen door het college aan de raad voorgelegd. Echter, de raad moet hierover nog een besluit nemen. Voor zo’n volledig mogelijk inzicht in het begrotingssaldo worden deze wijzigingen wel meegenomen in het saldo van de Kadernota 2025. De navolgende begrotingswijzigingen zijn in routing: •
35e begrotingswijziging 2024 Contract kermis 2024 – 2026.
32
2.2 Financiële uitgangspunten De financiële uitgangspunten betreffen de doorrekening van inflatie op budgetten en de opbrengsten. Deze inflatie wordt per kostensoort (bijvoorbeeld salaris, subsidies etc.) berekend. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van cijfers uit het Centraal Economisch Plan 2024 die in februari 2024 zijn gepubliceerd. In deze paragraaf zijn geen beleidswijzigingen verwerkt. De doorrekening van de financiële uitgangspunten leidt tot het navolgende overzicht: Nr. 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7
Omschrijving
2025 320 -296 72 97 -180 -658 3.585
Salarissen en sociale lasten Gemeenschappelijke Regelingen Materiële kosten en subsidies Sociaal domein Lokale heffingen en overige opbrengsten Meicirculaire 2024 Dividend ZEH, GBE Aqua en Evides
2.940
Saldo financiële uitgangspunten
(Bedragen x € 1.000) 2026 2027 339 -172 -296 -417 48 61 339 263 -182 -221 766 766 1.313 1.313 2.327
1.594
2028 -1.622 -1.118 -676 -1.834 1.067 4.643 1.313 1.773
Salarissen en sociale lasten Voor de indexatie op de lonen en salarissen wordt uitgegaan van de verwachte ontwikkeling cao-loon bedrijven. Daarnaast wordt rekening gehouden met een jaarlijkse additionele last van 0,6% als gevolg van periodieke verhogingen. Het structurele financiële effect vanuit de cao 2024 is ook verwerkt in deze Kadernota. Meerjarig leidt dit tot de volgende indexatie: Indexatie salarissen
2025
2026
2027
2028
cao-loon bedrijven periodieke verhogingen Totaal
3,9%
3,7%
3,6%
3,5%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
4,5%
4,3%
4,2%
4,1%
Gemeenschappelijke Regelingen Voor de indexering van bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen gaan we uit van de VZG-richtlijn. De bijstelde VZG-richtlijn gaat voor 2024 uit van een toegestane inflatie van 4,7%. Voor de jaren 2025 t/m 2027 is een inschatting opgenomen van 1/3 op basis van de prijs bruto binnenlands product en 2/3 cao-loon bedrijven. Dit leidt tot het navolgende overzicht: Indexatie Gemeenschappelijke Regelingen en subsidies cao-loon bedrijven (weging 2/3) Prijs bruto binnenlands product (weging 1/3) Bijstelling VZG-richtlijn 2024 VZG-richtlijn 2025 Totaal
2025
2026
2027
2028
nvt nvt 1,3% 3,9% 5,2%
3,7% 2,6% nvt nvt 3,3%
3,6% 2,6% nvt nvt 3,3%
3,5% 2,5% nvt nvt 3,2%
33
De VZG-richtlijn voor 2024 is verhoogd van 3,4% naar 4,7% als gevolg van hogere indexcijfers en de hierover door het Algemeen Bestuur van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten genomen besluit. Deze structurele verhoging is verwerkt in de Kadernota.
Materiële kosten en subsidies De mutaties in de materiële kosten zijn gebaseerd op de laatste inflatiecijfers zoals gepubliceerd door het centraal planbureau (CPB) van februari 2024. Uitgangspunt voor de materiële kosten en de subsidies is het indexcijfer prijs bruto binnenlands product. Voor de materiële kosten betekent dit een prijsstijging voor de jaren 2025 t/m 2028 van respectievelijk 2,3%, 2,6%, 2,6% en 2,5%.
Sociaal domein In overeenstemming met het raadsbesluit van juli 2020 sluiten we voor de indexering van de zorgkosten in het sociaal domein aan bij de indexering voor de salarissen en de sociale lasten van de gemeentelijke begroting. Deze indexering sluit beter aan bij de prijsontwikkeling van de zorgkosten. De indexatie voor de overige kostensoorten binnen het sociaal domein worden geïndexeerd volgens de indexatie voor materiële kosten (2.2.3) of de bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies (2.2.2).
Lokale heffingen en overige opbrengsten De indexatie voor de opbrengsten (huren, pachten, belastingen etc.) is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de prijs bruto binnenlands product. Zie paragraaf ‘materiële kosten’ hierboven.
Meicirculaire 2024 De recent gepubliceerde meicirculaire geeft een mutatie op de Kadernota 2025 en de jaren erna. In de meicirculaire worden de maatstaven bijgesteld, de voorjaarsnota van het Rijk verwerkt en verschillende andere mutaties doorgevoerd. De belangrijkste mutaties naast het (negatieve) effect van de maatstaven zijn: -
Schrappen opschalingskorting in de jaren 2026 en verder, dit heeft een positief effect;
-
Raming onderuitputting op het btw-compensatiefonds, dit geeft vanaf het jaar 2025 een structureel positief effect;
-
Bijstelling Hervormingsagenda Jeugd. Het haalbaar geachte deel van de Hervormingsagenda wordt in 2025 lager geraamd dan de eerste inschatting, dit geeft een negatief effect.
-
De gewijzigde financieringssystematiek voor de loon-prijs compensatie heeft een negatief effect op het gemeentefonds.
34
We merken op dat nog steeds sprake is van een forse afname in het gemeentefonds vanaf 2026, hetgeen de oorzaak is van de verslechtering van het financiële perspectief. Verder is voor de hervormingsagenda het uitgangspunt dat de haalbaar geachte maatregelen leiden tot lagere uitgaven op de jeugdzorg.
Dividend ZEH, GBE Aqua en Evides In deze Kadernota is een nieuwe raming opgenomen voor de dividenden ZEH, Evides en GBE Aqua. Op basis van de meest actuele prognoses van deze dividenden zijn de geraamde opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 aangepast. Uitgangspunt bij de raming is dat we 50% van het geprognosticeerde dividend structureel opnemen voor 2025 tot en met 2028. De totale dividend prognose komt voor gemeente Goes uit op € 4.169.000. Hiervan ramen we dus € 2.084.500 structureel in de Kadernota. Financieel betekent dit dat we de structurele raming van de dividenden ophogen met ruim € 1,3 miljoen ten opzichte van de eerder in de begroting opgenomen raming. Voor het jaar 2025 nemen we incidenteel de andere 50% mee. Voor de jaren 2026 en verder nemen we voorzichtigheidshalve nog niet het incidentele dividend mee. Hiermee sluiten we aan bij het advies van de toezichthouder provincie Zeeland. De overige mutatie van de dividendopbrengst zit in een aanpassing van het Evides dividend van incidenteel € 188.000 in 2025.
35
2.3 Financiële mutaties bestaand beleid In onderstaande tabel zijn de financiële mutaties van het bestaande beleid weergegeven. Deze zijn afkomstig uit de jaarrekening 2023 en/of de eerste maanden van 2024. Alle financiële mutaties kleiner dan € 200.000 in het jaar 2024 zijn gespecificeerd in bijlage 1. Deze financiële mutaties zijn feitelijk geen keuze aangezien ze voortvloeien uit beleid wat door de raad is vastgesteld. Bijstelling in financiële zin kan alleen door aanpassing van het onderliggende beleid. Nr.
Omschrijving
Bestaand beleid 2.3.1 Pilot babisbanen 2.3.2 Dotatie beheerplannen naar oorspronkelijk niveau 2.3.3 Jeugdzorg 2.3.4 Inburgering 2.3.5 Uitkeringsbudgetten 2.3.6 Persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp, begeleiding en jeugd 2.3.7 Zorg in Natura - Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2.3.8 Gemeenschappelijke Regelingen 2.3.9 Specificatie overige mutaties bestaand beleid < € 200.000 Saldo mutaties bestaand beleid
(Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027
2028
222
222
-4.170 188 370 900 -638 -51 -579
-4.170 201 371 900 -633 -83 -577
-4.170 213 371 900 -629 -89 -577
222 -870 -4.170 213 371 900 -629 -89 -577
-3.980
-3.770
-3.760
-4.630
Pilot basisbanen Op 28 november 2023 heeft het college het plan van aanpak basisbanen gemeente Goes vastgesteld. In het voorstel is opgenomen dat het structurele budget vanaf 2026 vrijvalt ten gunste van de algemene middelen. De incidentele kosten voor 2026 worden gedekt vanuit de reserve sociaal domein.
Dotatie beheerplannen naar oorspronkelijk niveau In de Programmabegroting 2024 is een nader in te vullen lagere dotatie aan de beheerplannen opgenomen voor de periode 2024 t/m 2027. Deze nader in te vullen lagere dotatie betreft 30% va de totale dotatie. Doordat sprake is van een tijdelijke maatregel stellen we voor om vanaf 2028 geld te reserveren zodat voldoende middelen beschikbaar zijn om de dotaties aan de voorzieningen aan te passen naar het oorspronkelijke niveau.
36
Jeugdzorg De jeugdzorgkosten stijgen door de landelijke tarieven, hogere kosten jeugdzorgplus, OVA-indexering en de volume x prijsmix. Op basis hiervan en de realisatie 2023 is een nieuwe prognose gemaakt voor 2024 en verder op basis van een trendanalyse. Deze prognose laat een stijging in de uitgaven zien van zo’n 20%. Het prognosebedrag zit in het midden van de trend die geanalyseerd is. Deze kan dus iets positiever of negatiever uitvallen. De tarieven voor 2024 zijn vastgesteld (6,56%) op basis van de voorlopige OVA-index (4,94%) op 8 januari 2024 terwijl de CAO-stijging in de sector (bijna 10%) nog niet volledig via de OVA is verwerkt in de tarieven voor 2024. Het verschil wordt verwerkt in de tarieven voor 2025 terwijl daarmee in deze prognose geen rekening is gehouden. Bij de prognose voor 2025 is gerekend met een prijsindex van 4,94%, omdat de OVA nog niet is aangepast. Dit is dus een risico.
Inburgering Op inburgering verwachten we structureel een overschot van ongeveer € 0,2 miljoen. Dit komt omdat de bekostiging van de Wet Inburgering sinds de invoering van de nieuwe wet in 2022 is gewijzigd. De bekostiging vindt nu plaats vanuit een geoormerkte specifieke uitkering (SPUK) vanuit het Rijk. Dit betekent dat de bekostiging van de subsidie Vluchtelingenwerk voortaan vanuit de SPUK-inburgering kan plaatsvinden, waardoor het begrote bedrag hiervoor niet langer nodig is.
Uitkeringsbudgetten Uit een financiële analyse blijkt dat we de afgelopen jaren meer inkomsten ontvingen voor de uitkeringsbudgetten vanuit het Rijk dan begroot. Op basis van de voortzetting van het huidige beleid verwachten we dat deze trend zich komende jaren voortzet.
Persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp, begeleiding en jeugd De pgb-budgetten worden structureel minder ingezet dan begroot. Ook werden deze meegenomen met de jaarlijkse indexering van de begroting waardoor deze aangroeiden. De trend sinds een aantal jaren is dat minder mensen een pgb aanvragen maar in plaats daarvan een beroep doen op ondersteuning in de vorm van Zorg in Natura (ZIN). Deels komt de daling in de Pgb’s door veranderende regelgeving. Op basis hiervan wordt geadviseerd om een deel van de pgb-budgetten af te ramen.
37
Zorg in Natura – Wet Maatschappelijke Ondersteuning Er wordt rekening gehouden met een stijging van de kosten ZIN i.v.m. indexeringen en een volumestijging zoals in de begroting 2025 van SWVO is opgenomen. De middelen vanuit het Rijk/gemeentefonds die we een aantal jaren geleden ontvingen ter compensatie van de loonkosten worden hiervoor ingezet.
Gemeenschappelijke Regelingen De begrotingen 2025 van de gemeenschappelijke regelingen geven een eerste beeld van de financiële ontwikkelingen binnen die organisaties voor de komende jaren. Deze ontwikkeling gaat leiden tot verhoging van kosten boven op de VZG-richtlijn. Vervolgens leidt dit tot een vraag naar een vergroting van de bijdragen van de deelnemers. De begrotingen 2025 van de gemeenschappelijke regelingen doorlopen in het eerste halfjaar van 2024 het proces van het beoordelen door de deelnemers, indienen van eventuele zienswijzen door de gemeenteraden en besluitvorming door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Dit traject wordt in de eerste helft van 2024 afgerond en zal vervolgens bekend zijn voordat de gemeentelijke begroting 2025 wordt opgesteld.
2.3.8 Robuustheid RUD
(Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 -51 -83 -89
2028 -89
Saldo mutaties gemeenschappelijke regelingen
-51
-89
Nr.
Omschrijving
-83
-89
GR RUD – meerjarenprogramma Het college heeft de raad geadviseerd een zienswijze in te dienen bij het AB van Gemeenschappelijke regeling RUD. Het advies is om aan te sluiten bij de minimale variant op basis van de Kritische Prestatie Indicatoren. En vooralsnog niet door te groeien naar de door de RUD gewenste variant. Deze extra bedragen zijn een afspiegeling van de minimale variant. Door uitbreiding van de milieutaken van de RUD is er structureel meer geld nodig voor de uitvoering. De extra kosten zitten onder andere in extra personeel en materiaal. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in strategische personeelsplanning, aandachtsdossiers en ontwikkelcapaciteit.
Specificatie overige mutaties bestaand beleid < € 200.000 Alle overige mutaties die kleiner zijn dan € 200.000 zijn als specificatie opgenomen in bijlage 1.
38
2.4 Vervangingsinvesteringen Voor de investeringen wordt gerekend met een rekenrente van 3,25%. Deze sluit aan bij de geldende kapitaalmarktrente en de verwachte renteverhoging van de Europese Centrale Bank in 2024. De detailberekening van de kapitaallasten vindt plaats bij de programmabegroting. Voor uitbreidingsinvesteringen ontvangt de raad een separaat raadsvoorstel. De vervangingsinvesteringen worden opgenomen en toegekend bij vaststelling van de programmabegroting.
39
3 Aanvullende maatregelen bij onvoldoende financiering Rijk 3.1 Inleiding In de komende jaren worden we geconfronteerd met mogelijke financiële uitdagingen als de bezuiniging van € 3 miljard in het gemeentefonds vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Om hierop voorbereid te zijn, is het essentieel dat we mogelijke ombuigingen grondig in kaart brengen, hoewel het nog niet nodig is om deze direct uit te voeren. Hierbij moeten we de financiële en inhoudelijke gevolgen zo nauwkeurig mogelijk presenteren. We hebben hierbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen betrokken, met een nadruk op taken in medebewind.
3.2 Veiligheid Mulderfeiten handhaven Als gemeente Goes krijgen wij veel signalen van inwoners om actiever op te treden tegen verkeersovertredingen. De politie heeft niet voldoende capaciteit om aan de vraag van onze inwoners te voldoen. De gemeente kan, als hier geld voor ter beschikking gesteld wordt, een rol in spelen. Het gaat dan specifiek om het handhaven op aanvullende Mulderfeiten. Het Rijk heeft echter geen extra middelen over voor ons als gemeente om deze aanvullende taken uit te voeren. Wij accepteren deze taken dan ook niet tenzij er alsnog aanvullende middelen ter beschikking worden gesteld. Inwoners zullen hierdoor een beroep blijven doen op schaarse politiecapaciteit.
Ruimte voor preventief optreden Als maatschappij vinden wij het belangrijk dat leefbaarheid en veiligheidsproblematiek zoveel mogelijk preventief wordt aangepakt. Door een gebrek aan middelen vanuit het Rijk moeten wij de uitbreiding van ons BOA team bevriezen. Dit zorgt ervoor dat wij onze ambities om 24/7 op straat te zijn niet kunnen waarmaken. Wij moeten het aantal diensten afschalen. Hierdoor zal de focus blijven op het afgaan van meldingen en is er maar beperkte capaciteit voor preventief optreden.
3.3 Beheer openbare ruimte Verdere verarming van onderhoud en beheer van de openbare ruimte werkt door op de veiligheid en leefbaarheid van de maatschappij. Hierbij valt te denken aan kapotte verlichting, onvoldoende prullenbakken, toename van zwerfvuil, overwoekering van beplanting, omvallen van bomen en onveilige stoepen en wegen door defecten in het wegdek en vermindering van zicht. Kwalitatief goede bomen zijn van belang om hitte, en regenval op te vangen. Als er meerjarig slecht onderhoud plaatsvindt op bomen, is er sprake van onomkeerbare schade.
40
3.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeenten pakken de tot nu toe steeds groeiende taken op in het belang van de inwoners en worden daar ook op aangesproken door hen. Het niet of niet meer volledig uitvoeren van Wmo-taken heeft consequenties voor de inwoners. Denk bijv. aan geen of latere hulp of wachttijden waardoor problematiek toeneemt en er een grotere hulpvraag kan ontstaan (en daarmee de druk op de zorg – Wmo of andere verzekerde zorg – nog verder toeneemt). Anderzijds kan ‘schaarste’ het zelf oplossend vermogen van inwoners bevorderen. Hoewel het uiteraard niet wenselijk is dat de meest kwetsbare inwoners hierdoor tussen wal en schip raken. Ander risico is dat, als het rijk de gemeenten wel als verantwoordelijke blijft aanwijzen, we te maken krijgen met juridische procedures. De discussie moet gevoerd worden over een gezamenlijke inzet (rijk, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgpartners) om de beweging te maken van zorg naar preventie en gezondheid.
3.5 Jeugdzorg Ook bij jeugdzorg leidt minder inzet tot geen/latere hulp of extra wachttijden waardoor de hulpvraag complexer en groter wordt. Dit leidt tot extra kosten, terwijl ook niet voldoende capaciteit beschikbaar is bij de jeugdhulpaanbieders. Daarbij kan dit de gewenste af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg in gevaar brengen. Het kan daarnaast ook leiden tot extra hulpvragen bij de volwassenzorg, doordat ouders en kinderen niet voldoende vroegtijdig ondersteund kunnen worden. Tevens brengt het de inzet op preventie en de vorming van sterke lokale teams in gevaar.
3.6 Duurzaamheid Om de landelijke Klimaats- en Duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken zal een intensieve bijdrage vanuit de gemeente noodzakelijk zijn. Hoewel vanuit het Rijk middelen beschikbaar worden gesteld aan de gemeente om deze doelstellingen te realiseren kan een algemene korting zorgen voor capaciteitsproblemen of herwaardering van bestaande budgetten waardoor de doelstellingen alsnog in gevaar komen. Ook de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed kan een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen. Bij vermindering van de bijdrage van het Rijk is uitvoering van deze opgave voor de gemeente niet langer realistisch te noemen. Dit heeft als gevolg dat de lasten voor beheer toenemen met mogelijk als gevolg dat bepaalde gemeentelijk gebouwen moeten sluiten. Veel gemeentelijke gebouwen hebben een maatschappelijke functie. Sluiting zal dan ook op een doorwerking hebben op de uitvoering van taken op het gebied van sociale activiteiten als onderwijs, sociaal samenzijn, dienstverlening en veiligheid.
41
3.7 Wonen Wonen staat volop in de schijnwerpers. De woningmarkt is in beweging. In de Nationale Woon- en bouwagenda zijn ambitieuze doelstellingen opgesteld om de woningmarkt te verbeteren. Het gaat hierbij om het vergroten van het aantal, versnelling van de bouw en betere betaalbaarheid van woningen voor senioren, jongeren, vluchtelingen en andere aandachtsgroepen. Een algemene korting kan zorgen voor capaciteitsproblemen binnen de organisatie waardoor de doelstellingen, welke onder andere zijn door vertaald in de Woondeal, in Goes niet gerealiseerd kunnen worden.
42
Bijlage 1: Specificatie overige mutaties bestaand beleid Op het bestaande beleid wat wij uitvoeren zitten financiële mutaties. In onderstaande tabel zijn de financiële mutaties op het bestaande beleid verwerkt die kleiner zijn dan € 200.000.
Nr.
Specificatie overige mutaties bestaand beleid < € 200.000 1 Minder inkomsten DVO DIV 2 Software contractbeheer 3 Algemene ICT kosten E-herkenning 4 Areaaluitbreiding onderhoud Groen 5 Areaaluitbreiding Mannee 6 Areaaluitbreiding riolering (Mannee) 7 Hogere index voor divers onderhoudswerk 8 Overige mutaties sociaal domein 9 Budget rekenkamer, raadsbesluit 10 Onderhoud begraafplaatsen 11 E-herkenning en toegankelijkheid 12 Aanbesteding Plein 6 13 Regionale Energie Strategie 2.0
Saldo mutaties bestaand beleid
(Bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 -30 -30 -30 -6 -6 -6 -20 -20 -20 -23 -23 -23 -84 -84 -84 -137 -137 -137 -106 -106 -106 48 -20 -20 -51 -51 -51 -20 -20 -20 -45 -45 -45 -70 -35 -35 -35 -579
-577
-577
2028 -30 -6 -20 -23 -84 -137 -106 -20 -51 -20 -45 -35 -577
43