Agendapunt 07. Toelichting
Tekst van het document
Plangebied Figuur 17: Uitsnede bestemmingsplan ‘Aria’, met globale ligging plangebied
De gronden hebben de bestemming ‘Wonen-uit te werken-2’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 1’ over het plangebied gelegen, alsmede een gebiedsaanduiding ‘geluidzone-weg’. Het huidige bestemmingsplan voorziet in een uitwerkingsplicht voor onder meer de functie ‘wonen’ en dient derhalve nog uitgewerkt te worden. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, is het derhalve noodzakelijk een planologische procedure te doorlopen. In overleg met de gemeente Goes is voor deelfase Aria-Zuid gekozen voor het doorlopen van een bestemmingsplan, waarin 248 woningen worden gereguleerd. 3.5
Toetsing beleidskaders Het Rijksbeleid (de SVIR en AmvB Ruimte) streeft hoofdzakelijk naar een goede milieukwaliteit en een gezonde en veilige leefomgeving voor bewoners en werknemers. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een toename van in het totale 248 woningen. Opgemerkt zij dat het
33
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
woningbouwproject Aria-Zuid met 248 woningen onderdeel uit maakt van het woningbouwprogramma van de Regionale woningmarktafspraken en de Zeeuwse Woondeal. Daarnaast is de invulling van de laatste fase van het woningbouwplan Aria-Zuid passend binnen het Regionale beleid. Het plan Aria-Zuid speelt in op de bouw van woning in het segment middenhuur (betaalbaar). Hiervoor zijn tussen de gemeente Goes en de ontwikkelaar afspraken gemaakt waarbij tenminste 50% van de te realiseren woningen in het plan Aria-Zuid in het segment middenhuur dient te vallen. Daarnaast worden de woningen levensloopbestendig gerealiseerd. Voor het woongebied Aria is in het verleden (laatstelijk medio 2017) reeds een bestemmingsplan vastgesteld, waarin naast directe bestemmingen, tevens uitwerkingsplichten zijn opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan behelst de planologische invulling van de laatste fase van het woongebied. Naast de invulling met de woonfunctie ook het een klein gedeelte van het plangebied ingevuld met de bestemming ‘Horeca’. De ontwikkeling betreft een uitbreidingsplan gelegen in bestaand bebouwd gebied. En het project maakt onderdeel uit van het regionale woningbouwprogramma. In de regionale woningmarktafspraken (mei 2020) en de Zeeuwse Woondeal (maart 2023) is de kwantitatieve woningbehoefte vastgesteld.
Uitgaande van de recente Zeeuwse Woondeal gaat het om een behoefte van 2.735 woningen voor de periode 2022 tot en met 2030. De harde plancapaciteit in deze periode is 915 woningen. Daarmee bedraagt de ladderruimte op basis van de recente Woondeal 1.820 woningen; deze ladderruimte is ruim voldoende voor het plan Aria-Zuid met woningen. Verder geeft het plan invulling aan de behoefte aan groenstedelijk wonen. Buiten Aria Zuid zijn er geen andere uitbreidingsplannen voor de invulling van dit woonmilieu.Het plangebied is tevens gelegen in stedelijk gebied. Een nadere afweging volgens de ladder voor duurzame verstedelijk is derhalve niet noodzakelijk. Getracht wordt de bestaande identiteit, het karakter van het plangebied te behouden. De kernbegrippen zijn 'kwaliteit', 'kwaliteitsverbetering' en kwaliteitsbescherming, waarbij duurzaamheid en een sterke economie nagestreefd wordt. De aard van de wijzigingen in het bestemmingsplan zijn dan ook passend binnen het provinciale ruimtelijke beleid en het gemeentelijk beleid. Hotel ‘Hof Welgelegen’ Ondanks dat ‘de ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling’ niet van toepassing is op verblijfsrecreatie, geeft dit geen vrijbrief om deze functie ongelimiteerd uit te breiden.
Op basis van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 ex artikel 2.11, lid 4, dient voldaan te worden aan de in bijlage D onder 3 behorende bij de Omgevingsverordening opgenomen uitgangspunten:
(…) 3. Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein buiten de kustzone: Een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau verschaft helderheid over de gewenste kwaliteit van de verblijfsrecreatie voor ondernemers en biedt een gelijk speelveld. Om de potenties van het
34
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, ontwikkelingen in Zeeland minimaal aan onderstaande basiskwaliteit voldoen.
moeten
Uitgangspunten Nieuwvestiging en uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein zoals benoemd in artikel 2.11, eerste lid voldoen aan de voorwaarden B t/m D van het Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein. Uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein zoals benoemd in artikel 2.11, vierde lid voldoet aan de voorwaarden A t/m D. B. Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. In het navolgende zullen de bovenvermelde uitgangspunten getoetst worden:
B. Economische haalbaarheid: Voor de realisatie van het hotel heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling wordt uit eigen middelen betaald. Er is gebleken dat het plan economisch uitvoerbaar is. Tevens zal het hotel als één geheel door één exploitant worden geëxploiteerd. Een centrale bedrijfsmatige exploitatie wordt hierdoor gewaarborgd. In de regels behorende bij het bestemmingsplan wordt de centraal bedrijfsmatige exploitatie geborgd. Daarnaast leent een hotel zich ook niet om opgedeeld te worden in verschillende eigendomssituatie, de reden waarvoor de centrale exploitatie is geschreven.
C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Hof Welgelegen is een monumentale boerderij gelegen in de woonwijk Aria ten Zuiden van Goes. Aannemingsbedrijf Fraanje is ontwikkelaar van de wijk Aria en onderzoekt de beste aanwending voor de boerderij. De oriëntatie ligt daarbij op de groeiende leisure markt. De leisure overnachtingsmarkt in Zeeland blijft de komende tien jaar fors groeien. Het huidige aanbod is niet voldoende om aan die vraag te voldoen. Weliswaar zijn we vanwege de Covid-19 pandemie een paar jaar terug in de tijd geworpen, maar dit is van tijdelijke aard. We zien nu al dat de binnenlandse boekingen het oude niveau naderen. Bovendien heeft Zeeland vanwege de pandemie juist opnieuw aan populariteit gewonnen. Naast de overnachtingsmarkt liggen er bovendien grote kansen in de zakelijke vergader/trainingsarrangementenmarkt en als locatie voor feesten en partijen. Rondom Goes
35
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
zijn de mogelijkheden hiervoor beperkt. Dankzij het restaurant en de vergaderruimte biedt Hof Welgelegen diverse mogelijkheden voor deze markt. Omdat de groei in boekingen niet te behalen is in de traditionele leisure gemeenten (O.a. Veere en Schouwen-Duiveland), hier zijn simpelweg de mogelijkheden niet, zal deze zich verplaatsen naar nabijgelegen gemeenten. Goes kan hier -als zakelijk centrum van Zeeland- een centrale rol innemen. Daarnaast zien we een verschuiving ontstaan in de behoeften van de gast. Er is een trek naar meerdaagse korte stedelijke verblijven, waarbij juist niet de voor de hand liggende grote steden bezocht worden, maar juist alternatieve bestemmingen gezocht worden. Qua beleving is er vooral een hang naar het kleinschalige, authenticiteit en een duurzame (natuurlijke) omgeving. De hotelontwikkelingen in Zeeland en specifiek in Goes spelen hier reeds op in. De hoteliers ervaren de vraag en creëren nieuw aanbod, daarbij bewuste keuzes makend voor kwaliteit, stijl/uitstraling en doelgroep. Bewust wordt er gekozen voor “niet meer van hetzelfde”, maar onderscheidend aanbod.
Hotel ‘Hof Welgelegen’ speelt hier goed op in door te kiezen voor een kleinschalig hotel, nauw verbonden met haar omgeving en achterland daarbij aansluitend bij het authentieke karakter, duurzaamheid hoog in het vaandel te zetten en met name ook qua typologie van het aanbod in overnachtingsaccommodaties. Door niet sec een hotelkamer aan te bieden, maar een hotelappartement, voorziet Hof Welgelegen in een behoefte die nog amper aangeboden wordt. Enkel de Katoen City Lofts bieden dezelfde mogelijkheid van een short- tot mid-stay. Doordat de appartementen over een eigen zitgedeelte en keuken (kitchenette) beschikken zijn deze geschikt voor een wat langer verblijf, waarbij men er voor kan kiezen om ook zelf een maaltijd te bereiden en niet altijd gedwongen wordt in een restaurant te eten. In de bijlagen is het rapport ‘Hof Welgelegen – Aria’ opgenomen dat is opgesteld in het kader van de ontwikkeling van het hotel.
D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Het Hotel ‘Hof Welgelegen’ zal voor vele mensen; werknemers bij het hotel, toeleveranciers, een inkomsten bron worden. Daarmee is het bedrijf van belang voor onder meer de leefbaarheid van de omgeving. Om dit belang ook in de (nabije) toekomst te kunnen veiligstellen zijn investeringen in nieuwe verblijfsvormen noodzakelijk.
36
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
4
KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING
4.1
Bodem Gemeentelijk bodembeleid Sinds 1 juli 2008 is het Besluit Bodemkwaliteit van kracht waarin in het bijzonder kwaliteitseisen zijn gesteld voor verschillende gebieden die gekoppeld zijn aan de (toekomstige) gebruiksfuncties. Voor de gehele gemeente Goes is op 24 maart 2014 een nieuwe Nota Bodembeheer vastgesteld. In deze Nota is opgenomen hoe binnen gemeente Goes omgegaan moet worden met grondverzet. In de Nota zijn ook een Bodemkwaliteitskaart en een Bodemfunctieklassenkaart opgenomen. Gezamenlijk bepalen zij aan welke eisen grond moet voldoen wanneer deze wordt toegepast, wat de kwaliteit is van de grond wanneer deze wordt ontgraven en welke doelstelling gebruikt moet worden wanneer een bodemsanering nodig blijkt te zijn. De Bkk en de Nota zijn gebaseerd op het Besluit Bodemkwaliteit, waarmee het onder voorwaarden mogelijk is om licht verontreinigende grond buiten werken als bodem te hergebruiken. In de Nota en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart is zowel het generiek als gebiedsspecifiek beleidskader uitgewerkt. Binnen het generiek beleid gelden algemene landelijke regels/normen voor het toepassen van grond en bagger in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Daarbij wordt getoetst aan zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse, waarbij de strengste (schoonste) klasse bepalend is.
De bodemfunctieklassen zijn in de vastgestelde bodemfunctiekaart vastgelegd. Het doel daarvan is om de terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen en de toepassingseisen voor grondverzet te bepalen. Binnen het gebiedsspecifiek beleid kunnen afwijkende lokale beleidskeuzes worden gemaakt die afwijken van het generiek kader, waaronder het vaststellen van Lokale Maximale Waarden (LMW). LMW zijn gebiedsspecifieke toepassingsnormen die afgeleid zijn van de plaatselijk voorkomende concentraties en daarmee afwijken van het generieke kader. Daarbij is tevens een toetsing van o.a. milieuhygiënische risico’s nodig. Daarbij is het mogelijk licht verontreinigde grond die vrij is gekomen in een licht verontreinigde zone elders in diezelfde of een andere zone met een vergelijkbare of mindere kwaliteit toe te passen, mits sprake is van Standstill op gebiedsniveau. De verhoogde LMW gelden daarbij alleen voor grond en bagger uit het eigen bodembeheersgebied. De belangrijkste randvoorwaarde hierbij is dat de hergebruikte grond van gelijke of betere kwaliteit dient te zijn dan de kwaliteit van de ontvangende bodem (zie Hoofdstuk 4 en de bijlagen 5 tot en met 8 uit de Nota Bodembeheer Gemeente Goes).
In de Nota Bodembeheer staat voor de verschillende bodemkwaliteitszones aangegeven welke bewijsmiddelen (bijvoorbeeld partijkeuringen of toetsing aan de Bkk) noodzakelijk zijn bij hergebruik in diezelfde of andere zones. Op basis van de aangetroffen concentraties zijn 3 kwaliteitszones opgenomen te weten Achtergrondwaarde, Wonen en Industrie. Daarnaast is, i.v.m. de aanwezigheid van bepaalde slecht afbreekbare bestrijdingsmiddelen, onderscheid gemaakt tussen de gebieden met boomgaarden die respectievelijk voor en na 1980 aanwezig
37
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
waren of zijn. Als er ten gevolge van bijvoorbeeld landelijke ontwikkelingen ook op andere stoffen, die niet in de Bodemkwaliteitskaart zijn meegenomen, getoetst moet worden, dient daarop aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Bodemtoets Het plangebied valt in de Nota bodembeheer en de Bodemkwaliteitskaart in 2 bodemkwaliteitszones. Het gebied noordelijk van het Pykeswegje valt in de zone 2: Naoorlogse bebouwing. Het gebied zuidelijk van het Pykeswegje valt in de zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing. De bodemkwaliteitsklasse voor de bovengrond is in het gebied noordelijk van het Pykeswegje Wonen. In het zuidelijk deel geldt de klasse Achtergrondwaarde. Voor de ondergrond van het gehele plangebied geldt de bodemkwaliteit Achtergrondwaarde. In het verleden is er in het gebied grond aangevoerd van elders. Een aantal van de transporten is gemeld. De exacte toepassingslocatie van deze en eventueel andere grondstromen is niet goed bekend. Het is verstandig om vast te leggen waar grond van elders wordt hergebruikt. Ingeval er in het plangebied grond van elders wordt toegepast, dient dit te worden getoetst aan de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart van Goes. De toepassing dient gemeld te worden via www.meldpuntbodemkwaliteit.nl.
In de gemeente Goes geldt dat bij nieuwbouwactiviteiten, functiewijzigingen en/of herinrichtingen in principe altijd een volledig verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) moet worden uitgevoerd. Een bodemonderzoek dat uitgevoerd is conform NEN 5740 heeft doorgaans een geldigheid van twee jaar als het gebruikt wordt ten behoeve van een bouwaanvraag. In veel gevallen kan deze termijn worden verruimd naar een periode van vijf jaar. Hierbij mag geen wezenlijke verandering in het gebruik of bodemgesteldheid van de locatie hebben plaatsgevonden. De onderzoeksopzet moet voldoen aan de eisen van de NEN 5740. Onderzoek is niet nodig als er sprake is van een niet gevoelige bestemming. Wel zal mogelijk onderzoek moeten plaatsvinden voor het grondtransport/-afvoer. Medio mei 2021 is voor Aria-Zuid een milieukundig onderzoek uitgevoerd door MCG Zuidwest B.V. De navolgende conclusies en advies is uit dit onderzoek te herleiden. Conclusies
Bodem Uit de resultaten blijkt dat in de onderzochte dammetjes en de gedempte sloten geen of hooguit lichte verhoogde gehalten lood, PAK en/of minerale olie zijn aangetoond. In de grond t.p.v. het Pykeswegje en het Hans Warrenpad zijn licht verhoogde gehalten PCB, kobalt, molybdeen, lood en/of PAK aangetoond. In de grond t.p.v. de Bugelweg zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In de grond onder het zintuiglijk teerhoudende asfalt van het zuidelijk gelegen gedeelte van de Spinetlaan is een sterk verhoogd gehalte PAK aanwezig tot 0,5 m-mv. Bij boring 203 bevindt de verontreiniging tot 1,0 m-mv, omdat hier het asfaltlaagje op circa 0,5 m-mv aanwezig is. Op het overige gedeelte van de onderzoekslocatie zijn geen hooguit zeer licht verhoogde gehalten kwik en/of lood aangetoond. Er zijn geen verhoogde gehalten PFAS boven de achtergrondwaarde gemeten.
38
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
In de gronddepots tussen de Spinetlaan en de Vleugelweg zijn geen verhoogde gehalten aangetoond, m.u.v. een licht verhoogd gehalte PAK in1 mengmonster. In de depots zijn geen verhoogde gehalten PFAS boven de achtergrondwaarde gemeten. In (een gedeelte van) de gronddepots is asbestverdacht materiaal/puinbijmenging aangetroffen; bij een eventueel later uit te voeren partijkeuring dient hiermee rekening gehouden te worden. In het grondwater is alleen een zeer licht verhoogde concentratie naftaleen gemeten.
Waterbodem Uit de veldwaarnemingen blijkt dat de waterbodem bestaat uit klei en aan de noord- en zuidkant van het Pykeswegje uit zand; er is geen slib aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de waterbodem kan worden geclassificeerd als ‘altijd toepasbaar’op landbodem met uitzondering van van4 en 5, waarvan de waterbodem op basis van de gehalten PAK en/of minerale olie valt in de klasse ‘industrie’. In vak 4 werd in eerste instantie een sterk verhoogd gehalte PAK aangetoond; na heranalyse voldoet het mengmonster aan de klasse ‘industrie’. Op basis van de gehalten PFAS is de waterbodem van alle vakken altijd toepasbaar op landbodem. De waterbodem van alle vakken is tevens altijd toepasbaar in een oppervlaktewaterlichaam, m.u.v. de waterbodem van vak 4, die alleen toepasbaar is in nietvrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met rijkswater.
Asbest In het menggranulaat van het Pykeswegje is in de fijne fractie analytisch een zeer gering gehalte asbest aangetoond van 0,52 mg/kg ds. Inde grove fractie is zintuiglijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. In dammetje D2 is zowel in de grove als de fijne fractie geen asbest aangetoond.
Bouwstoffen Uit de reslutaten blijkt dat het menggranulaat t.p.v. het Pykeswegje en de slakken t.p.v. het Pykeswegje en de Bugelweg vrij toepasbaar is. De slakkenfundatie van het Hans Warrepad is niet toepasbaar op basis van de emissiewaarde van seleen. De slakken kunnen wel worden toegepast als IBC bouwstof.
Asfalt Uit de resultaten van de PAK detectorproef blijkt dat in het onderzochte asfalt van het Pykeswegje en het Hans Warrepad geen fluorescentie is waargenomen (PAK10 gehalte kleiner dan 250mg/kg), met uitzondering van kern 109 van 7 tot 24 mm, aan de oostzijde van het Pykeswegje. Voor de (gedeeltenvan) de kernen, die uit de PAK detectorproef als niet-teerhoudend naar voren komen, zijn aanvullende DCL analyses uitgevoerd om te bepalen of PAK10 gehalte kleiner is dan de vereiste grens van 50mg/kg. Uit de DCL analyses blijkt dat de in de onderzochte (delen van de) kernen het gehalte PAK kleiner is dan 50 mg/kg.
39
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Advies Vanwege de aangetoonde licht tot sterk verhoogde gehalten dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ wat betref de bodem formeel verworpen te worden. De verontreiniging t.p.v. het zuidelijke gedeelte van de Spinetlaan vanaf boring 202 dient te worden beschouwd als een ernstig geval van bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 grond sterk verontreinigd). In vak 4 van het waterbodemonderzoek is een verhoogd gehalte PAK aangetroffen. Dit vak betreft de watergang langs onder meer de oostzijde van de Spinetlaan; mogelijk is het verhoogde gehalte PAK evenals de bovenvermelde bodemverontreiniging te relateren aan de uitspoeling vanaf het(zintuiglijk) teerhoudende asfalt. Door middel van een aantal aanvullende boringen en separate analyses in dit gedeelte van de watergang kan worden geverifieerd of sprake is van eventuele (sterk) verhoogde gehalten PAK ter plaatse. Op het overige gedeelte van de onderzoekslocatie zijn hooguit licht verhoogdengehalten in de bodem gemeten; een nader onderzoek in het kader van de Wet bodembescherming is hier daarom niet noodzakelijk. In het grondepot op het dammetje d1 en in het menggranulaat van het Pykeswegje is asbest gemeten. Aangezien het gehalte de toetswaarde van 50 mg/kg ds niet overschrijdt, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het onderzochte asfalt kan als niet-teerhoudend worden beschouwd en is geschikt voor (warm) hergebruik.
Een uitzondering vormt kern 109 tot 44 mm; hierbij is wat betreft het frezen reeds rekening gehouden met de vereiste veiligheidsmarge van 2 cm aan de onderzijde van de laag van kern 109 die als teerhoudend is aangetoond met de PAK detector proef. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat er vanuit milieukundig oogpunt geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied, met de volgende uitzonderingen: 1. Het (zintuiglijk) teerhoudende asfaltlaagje van de Spinetlaan en het asfalt aan de oostkant van het Pykeswegje (t.p.v. boring 109, tot 44 mm). Dit asfalt dient als teerhoudend te worden afgevoerd; 2. De grond van het zuidelijke gedeelte van de Spinetlaan. Deze sterk verontreinigde grond dient separaat te worden ontgraven tot 0,5 m-mv of tot plaatselijk 1,0 m-mv en te worden afgevoerd naar een erkende verwerker; 3. De watergang langs de oostzijde van de Spinetlaan. Door middel van aanvullende boringen en analyses kan worden geverifieerd of sprake is van eventuele (sterk) verhoogde gehalten PAK ter plaatse, als gevolg van uitspoeling vanaf het teerhoudende asvalt; 4. De slakkenfundatie van het Hans Warrenpad; deze is niet toepasbaar. De slakken kunnen wel worden toegepast als IBC bouwstof; anders dient het materiaal te worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Het gehele milieukundig onderzoek is opgenomen in de bijlagen.
Aanvullend wordt geconcludeerd en aanbevolen:
40
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
1. Bij een gedeelte van de gronddepots is een bijmenging van puin aangetroffen welke asbest verdacht is. Bij partijkeuring conform de AP-04 of toepassing van deze depots dient er een onderzoek op asbest in grond plaats te vinden; 2. Depotje op dam D1 (0,0-0,3m-mv)is indicatief geclassificeerd als klasse Industrie en kan ter plaatse niet worden toegepast. De laag onder 0,3m-mv is niet in beeld gebracht en dient nog onderzocht te worden; 3. Depot 02 is indicatief geclassificeerd als klasse Industrie en kan ter plaatse niet worden toegepast; 4. De bovenlaag (0,0-0,5m-mv) van dam D6 is niet onderzocht en dient nog in beeld te worden gebracht; 5. Er dient gemeld te worden aan de RUD omdat er sprake is van een ernstig geval. Verder wordt erop geattendeerd dat als er sprake is van grondverzet van vrijkomende grond naar een andere locatie er op grond van het Besluit bodemkwaliteit een meldingsplicht bij het meldpunt bodemkwaliteit van toepassing is. 4.2
Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden, blijven gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt straks samen met de nieuwe nog vast te stellen Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over archeologie worden te zijner tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Gemeentelijk archeologiebeleid Ten behoeve hiervan heeft de gemeente Goes een gemeentelijk archeologiebeleid ontwikkeld, dat op 15 december 2011 is vastgesteld. Hiermee wil de gemeente niet alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen omtrent archeologie maar ook een formeel afwegingskader bieden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid is gebaseerd op een analyse van de plaatselijke situatie en geeft aan wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het rapport ‘Archeologiebeleid gemeente Goes’(d.d.
30 juni 2011) bestaat uit een ‘Deel A: Beleidsnota archeologie’ en een ‘Deel B: Toelichting beleidskaart’. Deel B is een (ruimtelijke) uitwerking van het archeologiebeleid (deel A). Deze uitwerking bestaat uit vier maatregelenkaarten gerelateerd aan de in de Zeeuwse ondergrond voorkomende geologische lagen. Maatregelenkaarten 1 tot en met 4 hebben respectievelijk betrekking op het laagpakket van Walcheren, het Hollandveen, het laagpakket van Wormer en het pleistocene dekzand. Op basis van deze beleidskaarten wordt bepaald of voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op een specifieke locatie en diepte al dan niet archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in 8 categorieën, waarvan enkele categorieën bekende archeologische waardevolle gebieden omvatten en andere een bepaalde
41
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
verwachtingswaarde op archeologische vondsten weergeven. Aan elke categorie, uitgezonderd categorie 1, is een aan oppervlakte van grondverstoring gebonden vrijstelling voor archeologisch onderzoek gekoppeld. Bij alle categorieën, wederom uitgezonderd categorie 1, geldt in ieder geval dat geen onderzoek hoeft plaats te vinden indien de bodem niet dieper dan 40 cm wordt verstoord. De gehanteerde categorieën zijn: Categorie 1: archeologisch rijksmonument; hiervoor is altijd een monumentenvergunning nodig; Categorie 2: terrein van archeologische waarde; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m² wordt verstoord; Categorie 3: stads- en dorpskernen van een specifieke archeologische verwachting; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m² wordt verstoord; Categorie 4: hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 250 m² wordt verstoord; Categorie 5: matige verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 500 m² wordt verstoord; Categorie 6: lage verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht; Categorie 7: verwachting van maritieme vondsten; hiervoor is altijd overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig; Categorie 8: archeologische vondsten worden niet verwacht; geen onderzoeksplicht.
Plangebied
Figuur 18: Uitsnede maatregelenkaart 1
Toetsing archeologiebeleid Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid is het plangebied aangemerkt als een terrein van archeologische waarde dan wel categorie 2. Bij categorie 2 geldt dat als het plangebied groter is dan 50 m² én de grond dieper wordt geroerd dan 0,40 meter een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is.
42
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
In het kader van de ontwikkeling van het plangebied ‘Aria’ zijn er verschillende inventariserende en waarderende onderzoeken sinds 2001 uitgevoerd. Op basis hiervan is in 2010 een advies opgesteld (10U.0399), waarin is verwoord waar binnen het bestemmingsplan Aria archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Voor het plangebied ‘Aria-Zuid’ is door Samenwerkingsverband (OAS) advies uitgebracht.
het
Oosterschelderegio
Archeologisch
De gemeente Goes is voornemens de volgende fase van nieuwbouwplan Aria tot ontwikkeling te brengen. Plangebied Aria-Zuid is grotendeels gelegen tussen Pykeswegje en Bugelweg, met als westelijke begrenzing de Vleugelweg en als oostelijke begrenzing de ’s-Gravenpolderseweg. Ook een kleine zone ten noorden van de Pykeswegje, rondom het Hans Warrenpad en ten westen van de Ontmoetingskerk behoort tot het plangebied, alsmede een zone ten zuiden van de Bugelweg en ten noorden van de Maartensweg. Binnen het plangebied is een diversiteit aan woningbouwtypes voorzien. Het inrichtingsplan is in concept, gegevens over omvang en diepte van de verstoring die hiermee gepaard gaat is nog niet bekend. Het plangebied ligt grotendeels binnen bestemmingsplan ‘Aria’ (2017), en het deel ten zuiden van de Bugelweg binnen bestemmingsplan Buitengebied (2010). Ter plaatse geldt binnen beide bestemmingsplannen een dubbelbestemming Waarde Archeologie-1. Voor een dergelijke zone is de uitvoer van archeologisch onderzoek noodzakelijk bij overschrijding van de vrijstellingsgrenzen van 100 m2 en 40 cm –mv binnen bestemmingsplan Buitengebied, en 50 m2 en 40 cm –mv binnen bestemmingsplan Aria. Binnen het gehele plangebied heeft al archeologisch vooronderzoek plaatsgevonden, daarover hieronder meer. Binnen de meest noordelijke zone heeft ook al een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden.
Op basis van dit onderzoek is de dubbelbestemming Waarde Archeologie-1 in een deel van deze zone komen te vervallen, ook hierover hieronder meer. Ontwikkelingsgebied Goes-Aria kent al een lange onderzoeksgeschiedenis, waarbij de eerste archeologische onderzoeken reeds in 1999 zijn uitgevoerd ter voorbereiding op het opstellen van het bestemmingsplan. - In 1999 heeft RAAP een Aanvullende Archeologische Inventarisatie uitgevoerd voor het gehele plangebied Aria en De Poel II. Het onderzoek bestond uit een verkennend booronderzoek en een veldkartering op daarvoor beschikbare en geschikte percelen. Op basis van dit onderzoek zijn in totaal 13 vindplaatsen aangemerkt die voor vervolgonderzoek in aanmerking komen. Het huidige plangebied is gelegen ter plaatse van RAAP vindplaats 10. - Na aanvullend onderzoek op twee RAAP vindplaatsen is besloten tot een herwaardering van zeven andere vindplaatsen, waaronder vindplaats 10. Tijdens dit onderzoek door SOB tussen 2002 en 2004 heeft voor vindplaats 10 een nieuwe veldkartering plaatsgevonden, waarbij opnieuw percelen die tijdens het RAAP onderzoek al niet beschikbaar waren nog steeds niet geschikt bleken voor een veldkartering. - Ter voorbereiding op concrete ontwikkelplannen voor het noordelijk deel van vindplaats 10, ten noorden van het Pykeswegje, is in 2007 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd door SOB.
- Bovengenoemd proefsleuvenonderzoek is eveneens in 2007 uitgevoerd door SOB. Op basis van het onderzoek van zeven proefsleuven zijn twee zones geselecteerd waar vervolgonderzoek noodzakelijk is bij diepere verstoringen dan 30 cm beneden maaiveld. De oostelijke van deze twee zones ligt binnen het plangebied (ten westen van de
43
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Ontmoetingskerk) en is de zone ten noorden van het Pykeswegje waarop nog altijd een dubbelbestemming Waarde Archeologie-1 rust. - Het westelijk deel van het plangebied, ten westen van de Spinetlaan, is onderzocht in het kader van de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg vanaf de A58. In 2010 heeft Grontmij, nu Sweco, een bureauonderzoek uitgevoerd waarvan geen definitief rapport beschikbaar is. Ook is geen beoordeling van dit rapport teruggevonden. Het rapport bevat slechts algemene conclusies en een aanbeveling om een booronderzoek uit te voeren zodra het tracé van de nieuwe weg definitief bekend is. Advies Op basis van de onderzoeksrapporten tot en met 2009 is in 2010 een overkoepelend archeologisch advies opgesteld door de toenmalig archeologisch adviseur van de Gemeente Goes (briefnummer 10.U.0399) in het kader van het opstellen van bestemmingsplan Aria. Daarbij is in bijlagen 2 en 3 van het advies van het Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband (OAS) opgenomen waar binnen dit bestemmingsplan nog vervolgonderzoek plaats moet vinden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij is een scheiding gemaakt tussen de zone ten noorden van het Pykeswegje en de rest van het bestemmingsplan. Daarnaast valt het gebied ten zuiden van de Budelweg buiten bestemmingsplan Aria, en dus buiten bovengenoemd advies.
- zone 1: Het gedeelte van het plangebied Aria-Zuid dat ten noorden van het Pykeswegje is gelegen, is onderzocht middels een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Binnen één zone is een behoudenswaardige archeologische vindplaats aangetroffen. Indien de vindplaats niet kan worden ingepast en verstoringen dieper dan 30 cm beneden maaiveld plaatsvinden, is een opgraving van de vindplaats noodzakelijk. Hiervoor dient een door de gemeente Goes goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld. - zone 2: Het gedeelte van plangebied Aria-Zuid ten zuiden van het Pykeswegje en ten noorden van de Budelweg is gedeeltelijk onderzocht middels verkennende boringen en middels veldkarteringen tussen 1999 en 2004. In 2010 is een zone geselecteerd voor vervolgonderzoek bij ontwikkelingen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld. Hierbij is voor de meest oostelijke zone geadviseerd dat geen archeologisch vervolgonderzoek hoeft plaats te vinden. In de conclusie van SOB (Ras 2004, herwaardering RAAP vindplaatsen) is echter geconcludeerd dat met name deze oostelijke zone, ter plaatse van een Stiboka vindplaats, zeer kansrijk is. Mogelijk is dit in advies 10.U.0399 over het hoofd gezien. Het is desalniettemin wenselijk dat deze zone wordt meegenomen bij het uitvoeren van vervolgonderzoek.
Het onderzoek dient te bestaan uit een proefsleuvenonderzoek zodat direct een waardering kan plaatsvinden van eventueel aanwezige vindplaatsen. Voor dit onderzoek dient een door de Gemeente Goes goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen aanleiding zijn voor vervolgonderzoek of vrijgave. - zone 3: Het gedeelte van plangebied Aria-Zuid ten zuiden van de Budelweg, gelegen binnen bestemmingsplan Buitengebied, kon tijdens eerdere onderzoeken niet worden gekarteerd door slechte vondstzichtbaarheid. Ook heeft geen booronderzoek plaatsgevonden tot het niveau van de overige delen van het plangebied (en niet conform de Provinciale Richtlijnen). Op basis van recente luchtfoto’s kan worden geconcludeerd dat dit perceel, evenals in het verleden, in gebruik is als grasland, en dus niet geschikt voor een veldkartering. Voor deze zone wordt dan ook geadviseerd een karterend booronderzoek uit te voeren. Het booronderzoek kan aanleiding geven tot vervolgonderzoek of vrijgave.
44
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Teneinde de kosten voor archeologisch vervolgonderzoek in de hand te houden en eventuele archeologische waarden zoveel mogelijk in situ te bewaren is het raadzaam bij de inrichting van Aria-Zuid en de afstemming over archeologisch vervolgonderzoek in nauw contact te blijven met de archeologisch adviseur van de Gemeente Goes. In figuur 19A volgt de advieskaart voor het noordelijk deel van Aria-Zuid (zone 1) In figuur 19B volgt de advieskaart voor het centrale deel van Aria-Zuid (zone 2) In figuur 19C volgt de advieskaart voor het gehele plangebied Aria-Zuid inclusief zone 3 binnen bestemmingsplan Buitengebied. Het volledige advies van het Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband (OAS) is opgenomen in de bijlagen. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat er een proefsleuvenonderzoek op de planlocatie wordt uitgevoerd. De resultaten worden opgenomen in een archeologische rapportage welke bij de aan te vragen omgevingsvergunning zal worden overgelegd. Voor de gronden binnen het bestemmingsplan is een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 en 2 opgenomen.
Figuur 19A: Zone 1
45
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Figuur 19B: Zone 2
Figuur 19C: Zone 3
Cultuurhistorie Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan of in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie (zie
46
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
daarvoor paragraaf 4.2) dienen ook de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Historische (stede)bouwkunde In en rondom het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Ook is het plangebied niet gelegen in een molenbiotoop (bron: Geoweb provincie Zeeland, Cultuurhistorische Hoofdstructuur). Er zal geen afbreuk plaatsvinden van de huidige cultuurhistorische waarde van het terrein. Het plangebied betreft een braakliggend terrein dat onderdeel uitmaakt van een nieuw te bouwen woonwijk. Een aantal deelgebieden van de wijk is reeds gebouwd. De ontwikkeling van AriaZuid, fase I zorgt ervoor dat de wijk weer meer compleet wordt gemaakt. Bij het ontwerp van dit deelgebied is nadrukkelijk aangesloten bij het gehele karakter van de wijk Aria. De woningtypologie zal in de nieuwe situatie dan ook een andere onderlinge verhouding kennen. In de stedenbouwkundige opzet van deze uit te werken deelgebieden vinden geen verandering plaats. Tot slot wordt opgemerkt dat tijdens het doen van het archeologisch onderzoek 6 bunkers in het plangebied zijn ontdekt. In figuur 20 is de ligging van 5 van de bunkers weergegeven. Een tweetal bunkers (nrs. 2 en 4) zijn opgegraven en verplaatst naar het Bevrijdingsmuseum Zeeland te Nieuwdorp.
De bunkers zijn alle onder de grond gelegen. Eén van de bunkers betreft een schuilkelder en is gelegen in het plangebied. Bij de uitwerking van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de aanwezigheid van deze bunker, door de noordelijk gelegen langzaam verkeersontsluiting boven deze bunker te positioneren. Er zijn geen specifieke beleidsregels inzake bunkers.
Figuur 20: Luchtfoto ligging bunkers
Historische geografie Het totale plangebied is reeds gereserveerd voor een nieuwe woonwijk. Het voorliggende bestemmingsplan brengt geen verandering aan in de aard en de omvang van het plan. Er kan
47
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
dan ook gesteld worden dat de historische waarden door de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied niet worden aangetast. 4.3
Water Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht geworden. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Waterbeleid en toegekende waterhuishoudkundige functies
Waterbeleid 21e eeuw (Rijksbeleid) In het afgelopen decennium heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten zijn onder meer overeengekomen dat: het water zoveel mogelijk moet worden vastgehouden daarna moet worden geborgen en daarna pas afgevoerd mag worden; voor ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets uitgevoerd dient te worden, hierin dienen de keuzes ten aanzien van waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschreven te worden.
Nationaal Water Programma 2022-2027 Nederland hee te maken met grote wateropgaven die bovendien in de toekomst steeds groter en complexer worden. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om verouderde infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: • Een veilige en klimaatbestendige delta; • Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; • Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Het bodem- en watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen.
48
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Stroomgebiedbeheerplan Schelde 2022-2027 Dit plan beschrijft de doelen en maatregelen in het stroomgebied van de Schelde voor schoon en ecologisch gezond water voor duurzaam gebruik.
Waterschapsbeheerprogramma 2022 - 2027 Het leidende principe voor Scheldestromen is samen te vatten als ‘we zijn een betrouwbare overheid en samenwerkingspartner, die doet waarvoor ze is opgericht én formuleert antwoorden op de noden van deze tijd, maar belooft niet méér dan ze waar kan maken’. Dit leidende principe is langs zes lijnen uitgewerkt die de koers vormen voor de komende 6 jaar. Elke lijn wordt in de volgende paragrafen toegelicht: •Haalbare en betaalbare uitvoering van de waterschapstaken •Samen met anderen werk maken van een integrale aanpak •Gebiedsgerichte aanpak en maatwerk als vertrekpunt •Grip op het werk, op basis van databeheer en assetmanagement •Volgens de principes van duurzaam opdrachtgeverschap •Investeren in kennis en innovatie Overleg waterbeheerder In oktober 2009 heeft Tauw een notitie ‘Watertoets plan Aria te Goes’ afgerond. Ook is een variantenstudie uitgevoerd naar de waterafvoer. Het voorliggende bestemmingsplan brengt daarin geen veranderingen met zich mee. Er is derhalve geen nieuwe watertabel ingevuld. Het rapport van Tauw is voor de volledigheid opgenomen in de bijlagen. Voorts heeft overleg met het waterschap Scheldestromen tijdens het planproces voor het totale gebied Aria diverse keren plaatsgevonden.
Laatstelijk heeft het waterschap gereageerd naar aanleiding van de aanvraag omgevingsvergunning met betrekking tot het realiseren van 45 woningen in het plangebied, vooruitlopend op het onderhavige bestemmingsplan. In de reactie van het waterschap wordt geadviseerd om met de aanleg van de waterloop met duiker langs de Vleugelweg niet te wachten tot de laatste fase, maar hierover afspraken te maken. Wachten tot de realisatie van de laatste fase zou tot wateroverlast kunnen zorgen. De waterloop en duiker zijn inmiddels gerealiseerd. 4.4
Ecologie / flora en fauna Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze nieuwe wet vervangt drie voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Op basis van de Wet natuurbescherming is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier -en plantensoorten er in en nabij het plangebied voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Het meest nabijgelegen natuurgebied, dat behoort tot het Natuurnetwerk Zeeland (Ecologische Hoofdstructuur), is gelegen op circa 1.600 meter afstand van het plangebied. Natuurgebieden in het kader van de Natura 2000 zijn op grotere afstand gelegen (circa 4.000 m). De beoogde ontwikkeling heeft, gelet op de aard hiervan en de genoemde afstanden, geen effect op beschermde natuurgebieden. Verderop in deze paragraaf wordt in dit kader expliciet ingegaan op de stikstofdepositie in relatie met Natura 2000-gebied.
49
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Afwegingszone natuurgebieden In de Omgevingsverordening Zeeland 2018 is in artikel 2.27 de 'Afwegingszone natuurgebieden' opgenomen. Dit betekent dat in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond natuurgebieden, niet zijnde binnendijken inzicht wordt gegeven in de afweging van de bescherming van de natuurbelangen. Tenminste wordt aandacht besteed aan het belang van het behoud van openheid van het gebied en de verstoringsgevoeligheid van het natuurgebied. Het plangebied is op meer dan 100 meter vanaf een natuurgebied gelegen. Een nadere afweging hoeft derhalve niet plaats te vinden.
Figuur 21: Natura 2000
50
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Figuur 22: Natuurnetwerk Zeeland
De soortenbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming heeft evenwel ook betrekking op beschermde planten- en diersoorten buiten de aangewezen gebieden. Ten behoeve hiervan moet worden onderzocht of en welke dier- en plantensoorten er in het plangebied voorkomen en wat hun beschermingsstatus is. Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Binnen het plangebied komt geen te beschermen flora en fauna voor. Het plangebied is als werkterrein voor de bouw van eerdere fase van het plan ‘Aria’ in gebruik. Het verrichten van een flora en faunaonderzoek is derhalve noodzakelijk. Door Buijs Eco Consult B.V. is op 11 september 2020 een quick scan flora & fauna uitgevoerd. De resultaten hieruit volgen hierna:
Tijdens de ingreep voor het projectvoornemen worden de natuurlijke waarden van Natura2000 en NNN niet significant aangetast. Het plangebied is niet in of direct nabij (<100m) van natuurgebieden gelegen. Significant negatieve effecten kunnen daardoor op voorhand worden uitgesloten. Stikstofdepositie vormt geen onderdeel van deze toetsing (separate toetsing). Een eventuele vergunning in kader van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming, uitgezonderd stikstofdepositie) is op grond van deze beoordeling niet nodig; In de omgeving van het plangebied komt de jaarrond beschermde buizerd voor. Deze heeft ter plaatse geen horst (nestboom). Er blijft voldoende potentieel foerageergebied vrij van verstoringen. Er is geen verwijdering van bomen met jaarronde nesten voorzien;
51
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Op de planlocatie komen algemene zoogdieren (muizen, egel etc.) en amfibieën voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. Daarbij geldt voor de meeste grondgebonden zoogdieren (o.a. algemeen voorkomende muizen) en eventueel voorkomende algemene amfibieën op basis van de provinciale verordening een vrijstelling. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing (ex. art. 3.31) van de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden aangevraagd voor het overtreden van verbodsbepalingen (art. 3.10 ), mits de mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Voor de haas (evenals het konijn en kleine marterachtigen) geldt deze vrijstelling niet meer in Zeeland. Voor de haas dient hierdoor een ontheffing Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming te worden aangevraagd; Waarschijnlijk wordt de locatie door vleermuizen diffuus gebruikt (als foerageergebied). Ook zijn de bomen ten noorden van de Pykeswegje die op nominatie staan om gekapt (en grotendeels herplant) te worden in potentie geschikt als verblijfplaats. Dit is op basis van de quickscan niet te bevestigen dan wel uit te sluiten. Om eventuele beschermde functies aan te tonen dan wel uit te sluiten is vervolgonderzoek (conform vleermuisprotocol 2021) noodzakelijk.
Afhankelijk van de resultaten zijn vervolgmaatregelen nodig (werken volgens gedragscode of een ontheffing Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming); Overige beschermde soorten (vaatplanten, reptielen, en overige gewervelden) zijn niet aangetroffen en/of worden verwacht binnen het plangebied; Wel komen in de ruimere omgeving van het plangebied de beschermde rugstreeppad en het konijn voor. Door de werkzaamheden dusdanig uit te voeren dat er geen langdurige (grond/zand)depots aanwezig zijn en/of tijdelijk water ontstaat, wordt (zo veel mogelijk) voorkomen dat deze soorten naar de planlocatie worden aangetrokken; Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten geldt (wel) de bepaling van zorgplicht (art 1.11). Door het naleven van de voorzorgsmaatregelen (hoofdstuk 6) kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk.
Resume Een eventuele vergunning in kader van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming, uitgezonderd stikstofdepositie dit wordt separaat getoetst) is op grond van deze beoordeling niet nodig met uitzindering van hetgeen hierna is opgenomen: Een ontheffing Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortbescherming is voor de haas noodzakelijk. Deze kent leefgebied en (mogelijk) enkele verblijfplaatsen (legers met jongen) binnen het plangebied. De ontheffing is inmiddels verleend; Op basis van nader onderzoek zal blijken of voor vleermuizen beschermde functies aanwezig zijn in de bomen ten noorden van de Pykeswegje (laatste bezoek in het jaarrond onderzoek is in juli 2023. Daarna zal de rapportage worden opgemaakt, verwachting aug. 2023). Wanneer het functies van beperkte aard zijn (geen kraamverblijf of zeldzamere soorten aanwezig) is het voor diverse vleermuissoorten mogelijk om de werkzaamheden uit te voeren onder (ecologische begeleiding en met het treffen van mitigerende/compenserende maatregelen) de goedgekeurde gedragscode voor Stadwerk (2020-2024). Bij kritische functies is (net als voor de haas) wel een ontheffing Wnb noodzakelijk.
52
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Stikstofdepositie Op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in de Europese Unie waardevolle natuurgebieden aangewezen en beschermd die gezamenlijk een Europees ecologisch netwerk vormen, Natura 2000 genaamd. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Het per gebied behalen van deze doelstellingen moet ertoe leiden dat op landelijk niveau een gunstige staat van instandhouding van bepaalde soorten en habitattypen behouden of hersteld wordt. In Nederland kennen we ruim 160 Natura 2000gebieden, waaronder het gebied Oosterschelde en Westerschelde & Saeftinghe. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor de realisatie van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. Deze stikstof is voornamelijk afkomstig uit de landbouw en voor een klein deel uit het verkeer en de industrie. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzocht te worden of de betreffende ontwikkeling al dan niet significant bijdraagt aan de stikstofuitstoot en daarmee een bedreiging vormt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 248 woningen in het deelgebied AriaZuid. De waarde van stikstofdepositie zal daarom naar verwachting niet toenemen ten opzichte van de huidige planologische situatie. Volledigheidshalve zij het volgende opgemerkt.
Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen getroffen om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan het Programmat Aanpak Stikstof niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Inmiddels is een nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS uitgebracht.
Met dit nieuwe rekenmodel is door het Colsen B.V. de stikstofdepositie op natuurgebieden berekend. De berekening laat zien dat geen rekenresultaten hoger zijn dan mol/ha/j. Stikstof vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het volledige stikstofdepositieonderzoek is opgenomen in de bijlagen. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
53
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
4.5
Milieuhinder Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. De voorgestane ontwikkeling betreft het realiseren van woningen. De vigerende hoofdbestemmingen in het plangebied veranderen niet. Alleen een deelgebied van Aria-Zuid wordt uitgewerkt. Er hoeft dan ook alleen voor dit deelgebied een nadere afweging ten aanzien van milieuhinder plaats te vinden. De meest nabijgelegen bedrijfsbestemming maakt onderdeel uit van bedrijventerrein de Poel. Op deze gronden mogen categorie 3.2 bedrijven worden opgericht. De richtafstand behorende bij deze bedrijven is (op basis van de VNG-Brochure Bedrijven en Milieuzonering) 100 meter. De woonbestemming is op circa 220 meter afstand gelegen van de meest nabij gelegen bedrijfsbestemming. Er wordt derhalve voldaan aan de richtafstand waardoor het aspect milieuhinder geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
Dekker BV Ten zuidoosten van het plangebied is het grondverzetbedrijf JC. Dekker gelegen aan de ’s Gravenpolderseweg 57. In de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering (versie 2009) is het grondverzetbedrijf niet als zodanig opgenomen, maar voor deze activiteit kan aangesloten worden bij sbi-code 43 aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. < 1.000 m2. Hierbij hoort een richtafstand van 30 meter in verband met geluid. De planlocatie is gelegen buiten 30 meter van het grondverzetbedrijf JC Dekker. Om de geluidssituatie van het bedrijf inzichtelijk te maken is er door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing op 1 augustus 2023 een geluidsonderzoek uitgevoerd. De conclusie van dit geluidsonderzoek is hierna opgenomen. Vanwege Dekker BV treedt een relatief grote geluidbelasting op het plan Aria‐Zuid op. Ter plaatse van meerder geprojecteerde woningen kan, indien Dekker BV zijn activiteiten op locatie blijft ontplooien, nimmer aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximaler geluidniveau uit de VNG‐publicatie voldaan worden. De maximale geluidniveaus, die vanwege Dekker BV optreden, zijn het meest bepalend.
In de bijlagen V en VI van het akoestisch onderzoek zijn grafische weergaven opgenomen waar in de dag‐ en respectievelijk de nachtperiode in het plangebied voldaan kan worden aan de richtwaarden voor het maximale geluidniveau van 70 dB(A) in de dag‐ en 60 dB(A) in de nachtperiode. Geadviseerd wordt om, zolang Dekker BV de huidige activiteiten op locatie blijft ontplooien, de woningen die rechts van de blauwe lijn in bijlage VI voor de nachtperiode is weergegeven in gebruik te laten nemen. Een en ander zal door middel van en voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan opgenomen moeten worden. Om de mogelijkheid van het realiseren van de beoogde woningen te bezien, zijn deze woningen in het plangebied geprojecteerd. Hiervoor is door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing op 30 augustus 2023 een notitie opgesteld. De conclusie is dat bij het opmaken van maatwerkvoorschriften voor het bedrijf Dekker BV de zuidelijke rand met woningen waar het
54
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
maximale geluidniveau in de nachtperiode vanwege Dekker BV meer bedraagt dan 65 dB(A) niet gebruikt kunnen worden tot dat de activiteiten van Dekker BV in de nachtperiode gestaakt worden. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Het integrale akoestisch onderzoek en de notitie akoestiek zijn op genomen in de bijlagen.
Hotel ‘Hof Welgelegen’ Aan de noordzijde van het plangebied wordt het realiseren van een hotel (Hotel ‘Hof Welgelegen’) beoogd. In de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering (versie 2009) wordt voor gevoelige bestemmingen ten opzichte van een hotel een richtafstand aangehouden van 10 meter. Rondom de beoogde hotelfunctie zijn woningen aan de Dulciaansingel en de Paukstraat gelegen. Tevens is er een woning aan het Pykeswegje 1 gelegen. De beoogde hotelfunctie is buiten de 10 meter richtafstand gelegen ten opzichte van de woningen. Deze afstand is tevens gewaarborgd door het opnemen van de bestemming ‘Groen’ aan de noord- en westzijde van de hotelfunctie, alsmede aan de west- en zuidzijde van de woning aan Pykeswegje 1. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.6
Geluidhinder Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh) en de Wet milieubeheer (Wm). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals scholen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende infrastructuur. Indien nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt binnen de geluidszone van een weg, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. Door Antea Group is op 13 mei 2020 een akoestisch memo opgesteld met betrekking tot AriaZuid. Hierna volgt de conclusie daaruit. Tussen het centrum van Goes en de dorpen 's-Gravenpolder en 's-Heer Abtskerke wordt de nieuwbouwwijk ARIA-Goes ontwikkeld. Conform de Wet geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien de bouw van geluidgevoelige bestemmingen mogelijk wordt gemaakt binnen de onderzoekszone van zoneplichtige wegen. Het plangebied ligt binnen de zone van de A58, de Nansenbaan en de N669. Reeds is er een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting op het gehele ontwikkelplan uitgevoerd. Dit onder projectnummer 0431920.00 en rapport datum 3 oktober 2018. Tevens zijn voor het deelplan K en H de geluidbelastingen berekend. Deze bevindingen zijn op 28 februari 2019 gerapporteerd.
In dit onderzoek wordt de geluidbelasting op de gevels berekend van het stedenbouwkundigplan Aria-Zuid. Afbeelding 2 geeft de woningmatrix-kaart weer met de verschillende namen van de te realiseren wijken. Wanneer het ontwerp bekend is van de nieuwbouw kan de vervolgstap worden genomen, te weten het vaststellen van hogere waarden en het bepalen van de benodigde geluidwering van de gevel van de geluidbelaste woningen. Het aanvragen van hogere waarden en de beschouwing van de gevelgeluidwering valt buiten
55
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
deze fase van het onderzoek. De rapportage voor het vaststellen van hogere waarden wordt separaat bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. Onderliggend onderzoek geeft inzicht in de geluideffecten op het concept ontwerp en geeft handvatten om dit te optimaliseren.
Figuur 23: Bouwplan en bouwmatrix Aria-Zuid
Toetsingskader Elk weg heeft zijn geluidzone. De breedte van de geluidzone langs wegen is geregeld in artikel 74 Wet geluidhinder (Wgh) en is gerelateerd aan het aantal rijstroken van de weg en het type weg (stedelijk of buitenstedelijk). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De betreffende zonebreedtes zijn in tabel 1 weergegeven.
De Rijksweg A58 heeft een geluidzone van 600 meter. Het gehele te onderzoeken plangebied ligt binnen de geluidzone van de A58. De Nansenbaan ligt in stedelijk gebied en heeft een geluidzone van 200 meter. De N669 heeft eveneens een geluidzone van 200 meter. Afbeelding 3 toont welke gebouwen binnen de zones van de Nansenbaan en de N669 vallen.
56
Ontwerpbestemmingsplan ‘Aria-Zuid– Toelichting, 12 oktober 2023
Figuur 24: De zones (gestippelde lijnen) van de Nansenbaan (zuid) en de N669 (oost)
Voor de A58 geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels van de woningen. De maximaal toegestane geluidbelasting bedraagt 53 dB. Voor de Nansenbaan en de N669 geldt eveneens een voorkeursgrenswaarde van 48 dB, echter geldt voor deze wegen een maximaal toegestane geluidbelasting van 63 dB. Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient het resultaat van berekening te worden gecorrigeerd met onderstaande aftrek. Bij wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt dient een aftrek van 2 dB te worden toegepast met uitzondering van 2 specifieke situaties: - Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is, geldt een aftrek van 3 dB; - Indien de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is, geldt een aftrek van 4 dB. Voor de overige gezoneerde wegen bedraagt de aftrek 5 dB. Geluidwering gevel