CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 07. Integraal Huisvestings Plan Goes

Oordeelsvormende raad 13 april 2023, gemeente GoesBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan VO11.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IHP

INTEGRAAL HUISVESTINGS PLAN ONDERWIJSVOORZIENINGEN VOORTGEZET ONDERWIJS GEMEENTE GOES

Periode 2023-2030 Goes… de onderwijs hub van de provincie Zeeland Datum: 8 februari 2023 | Opgesteld door: Kwartiermasters | Status: Definitief

INHOUD In- en aanleiding

3

1. Het onderwijs in Goes

4

2. De Goese ambitie

6

1.1. 1.2. 1.3.

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

De gemeente De scholen in Goes en de ontwikkeling van het aantal leerlingen Landelijk overheidsbeleid

Onderwijs en de gezamenlijke ambities De ambities van de individuele scholen Samenwerkingsambitie als oplossing voor krimp De gemeentelijke duurzaamheidsambitie Spoorzone-ambities (Centrumgebied Zuid) Ambitie bewegingsonderwijs

4 4 5

6 7 10 10 11 11

3. Huidig wettelijk kader

12

4. Uitgangspunten IHP

14

5. Scenario’s/maatregelen

19

Bijlage 1: Leerlingenprognose Bijlage 2: Overzicht en beschrijving van de schoolgebouwen

27 44

3.1. 3.2. 3.3.

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Onderwijswet (WVO en WEC) Bouwregels en regels over ventilatie Landelijke ontwikkelIngen met betrekking tot onderwijshuisvesting

Minimale eisen Gedeelde inzichten/visie onderwijspartners Gemeentelijk beleid Realisatie van meer duurzaamheid Renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw Positie so/vso Kapelle

5.1. Scenario 0, het beleidsarme scenario 5.2. Scenario 1, de beleidsrijke versie 5.2.1. De locaties nader geduid in dit scenario 5.2.2. Scenario 1 vertaald naar gebouwen en investeringen

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 2

12 12 13

14 14 15 16 16 18

20 22 24 24

IN- EN AANLEIDING De schoolbesturen van het voortgezet onderwijs en de gemeente Goes willen samen investeren in de ontwikkeling van het kind en daarmee in de toekomst van het onderwijs! De ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs (vo) en in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) zijn voor de schoolbesturen de directe aanleiding om een toekomstvisie en een ambitie te formuleren. Om deze vervolgens te kunnen realiseren, is de huidige huisvesting van een aantal van deze scholen niet toereikend. Daarom hebben de schoolbesturen de gemeente nodig, en verzocht, om in gezamenlijkheid te komen tot een Integraal Huisvestings Plan (IHP). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor vernieuwing van de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Om zicht te krijgen op de omvang van die verantwoordelijkheid voor de komende jaren, stellen veel gemeenten een IHP op. Ook schoolbesturen zelf hebben een verantwoordelijkheid voor hun gebouwen. Zij dragen zorg voor het onderhoud en voor de instandhouding. Omdat niet scherp afgebakend kan worden wanneer nieuwbouw of renovatie aan de orde is, of welke kosten bij nieuwbouw voor rekening van de gemeente of het schoolbestuur is, is samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen om tot een gedegen IHP te komen wenselijk. Het is immers maatwerk en een IHP vraagt om een gezamenlijk draagvlak.

En bovendien laten de ambities zien dat samenwerking en afstemming tussen de scholen nodig zijn, om alle kinderen gelijke kansen te kunnen geven, om voldoende opleidingsmogelijkheden te kunnen behouden en om een goede doorstroom naar het vervolgonderwijs te kunnen waarborgen. In het onderhavig IHP zijn gezamenlijke keuzes gemaakt of is beschreven in welke gevallen die keuzes nog uitgewerkt gaan worden. Schoolgebouwen zijn geen doel op zich. Ze vormen juist een van de belangrijke randvoorwaarden om de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs waar te kunnen maken. De gemeente en de schoolbesturen willen graag passende huisvesting realiseren die ondersteunend is aan de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs. Zowel de gemeente als de schoolbesturen voor v(s)o hebben hun ambities vertaald naar een gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting en vastgelegd in dit IHP. Dit IHP kijkt vooruit over een periode van 8 jaar en zal na 4 jaar geactualiseerd worden op basis van voortschrijdend inzicht, gewijzigde leerlingenaantallen en -prognoses en ontwikkelingen met betrekking tot wet- en regelgeving, maatschappij, et cetera. Gezamenlijk zien de schoolbesturen en de gemeente dit IHP, en de daarin voorgenomen investeringen voor nieuwe onderwijsgebouwen, als een bijdrage om daarmee de kwaliteit van het onderwijs in Goes duurzaam te borgen.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 3

1. HET ONDERWIJS IN GOES 1.1. De gemeente

Goes is een Zeeuwse gemeente en heeft afgerond een totale oppervlakte van 102 km², waarvan 93 km² land en 9 km² water. De gemiddelde inwonersdichtheid is 421 inwoners per km². De gemeente telt naast de plaats Goes nog 7 kernen (’s Heer-Arendskerke; ’s Heer-Hendrikskinderen, Kattendijke, Kloetinge, Wilhelminadorp, Wolphaartsdijk, Oud Sabbinge en meerdere gehuchten en buurtschappen). Op 31 januari 2022 had de gemeente Goes 38.9981 inwoners. Het gemeentelijk beleid is erop gericht om de gemeente Goes als onderwijsstad te versterken onder andere door het bestaande onderwijs op het gebied van kwalitatieve huisvesting goed te faciliteren. Op deze wijze kan Goes haar functie als centrumgemeente voor de regio van de Bevelanden waarmaken. Goes … de onderwijs hub van de provincie Zeeland, dus.

1.2. De scholen in Goes en de ontwikkeling van het aantal leerlingen

De gemeente Goes heeft in totaal 4 onderwijsinstellingen voor vo met 9 vestigingen, te weten: 1. Calvijn college (locaties Klein Frankrijk, Noordhoeklaan en Stationspark) 2. Goese Lyceum (locaties Oranjeweg en Bergweg) 3. Ostrea Lyceum (locaties ’s-Heer Elsdorpweg, Fruitlaan en Bergweg) 4. De Wissel, praktijkonderwijs (locatie Bergweg) De demografische ontwikkeling is vertaald in de leerlingenprognose. Deze prognose is gebruikt om een goede schatting te kunnen maken van de lange termijn behoefte aan onderwijshuisvesting. De meest recente leerlingenprognose van Pronexus (2022) is opgenomen als bijlage 1. Op 1 oktober 2021 (jaarlijkse teldatum) volgden in totaal 5.368 leerlingen voortgezet onderwijs in de schoolgebouwen in de gemeente Goes. Op basis van de meest actuele leerlingenprognose zullen dat er in 2037 (t+15) naar verwachting ongeveer 4.700 zijn, de woningbouwplannen meegerekend. Er is derhalve gemiddeld sprake van krimp. Hoe de gevolgen van deze krimp worden opgevangen, wordt in het IHP nader uitgewerkt. De prognoses zijn van belang om te bepalen hoeveel m² huisvesting passend en nodig is voor het voortgezet onderwijs.

1 Bron: CBS Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 4

1.3. Landelijk overheidsbeleid

Welke ontwikkelingen in het rijksbeleid ten aanzien van het vo en vso zijn van invloed op de toekomstige huisvesting? De ontwikkelingen met de meeste impact voor de onderwijshuisvesting van het vo en vso zijn:

1. Verbeteren van de doorlopende leerwegen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs – middelbaar beroepsonderwijs – hoger beroepsonderwijs

De Onderwijsraad constateert een groeiende kloof tussen het vmbo enerzijds en mavo, havo en vwo anderzijds. Men pleit ervoor om de kinderen in de onderbouw langer bij elkaar te houden in een verlengde brugperiode. Hoe dat beleid uitpakt, is nog niet te voorspellen. Wel belangrijk is dat scholen bepalen wat dat betekent voor hun toekomstige huisvestingsvraag. Voor de bovenbouw van het vmbo basis/kader is het van groot belang om voor een effectieve doorlopende leerweg met het mbo tot een goede samenwerking te komen met het mbo. Naast dat de vmbo-scholen zelf adequate praktijkruimtes hebben, is het tevens van belang dat de vmbo-scholen bepalen op welke wijze zij ook ten aanzien van specifieke praktijklokalen willen samenwerken met het mbo en het praktijkonderwijs in Goes. Alles om in de vraag naar goed opgeleide vakmensen op een hoogwaardige wijze te kunnen voorzien en om versnippering van voorzieningen te voorkomen.

2. Inclusiever onderwijs en de samenwerking vo en vso

Met de invoering van de wetgeving Passend Onderwijs in 2014 heeft de overheid een duidelijke stap gezet naar meer inclusief onderwijs: regulier waar het kan, speciaal waar het moet. Het ministerie van OC&W werkt momenteel aan een ‘routekaart naar inclusief’ nadat de Onderwijsraad al eerder het rapport ‘Steeds Inclusiever’ publiceerde. Leidende gedachte is dat de maatschappij ook niet onderverdeeld is (of zou moeten zijn) in regulier en speciaal en dat leerlingen beter voorbereid zijn op deelname in de maatschappij als er in het funderend onderwijs geen segregatie voor komt. De uitwerking van dit beleid voor leerlingen in het vo ligt in de regio Goes bij het samenwerkingsverband SPVO. De leden van dit samenwerkingsverband zijn de vo- en vso-schoolbesturen in de regio Goes.

1 Bron: CBS Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 5

2. DE GOESE AMBITIE 2.1. Onderwijs en de gezamenlijke ambities

Er is in Goes een samenhangend en breed activiteiten- en voorzieningenaanbod in onderwijs, sport, cultuur en zorg. Dagelijks bezoeken ongeveer 5.500 leerlingen van gemeenten van De Bevelanden en van daarbuiten een school voor vo in Goes. Het Goese onderwijs zorgt voor een passend onderwijsaanbod voor alle leeftijden met daarbij aandacht voor aansluiting op het vervolgonderwijs en kansen op de arbeidsmarkt. Samen met de Bevelandse gemeenten, scholen en kinderopvang is sinds 2011 een stevig fundament gelegd voor het verminderen van onderwijsachterstanden. Maar de ambities reiken verder.

‘Ieder kind hoort erbij’ De gezamenlijke schoolbesturen in Goes hebben een gedeeld streefbeeld voor de inrichting van het vo in de regio Goes. Het gedeelde streefbeeld van de schoolbesturen is: – een duurzaam en rijk palet aan keuzemogelijkheden in Goes en de regio aan te bieden; – alle kinderen gelijke kansen te bieden; – stappen te zetten op weg naar inclusiever onderwijs en het vmbo-onderwijs te emanciperen. Dit IHP schetst in scenario 1 een beeld van de wijze waarop de schoolbesturen hun idealen qua huisvesting kunnen realiseren. Er zullen in die visie fysiek drie brede scholengemeenschappen in Goes zijn: het Calvijn College in het Centrumgebied Zuid, Het Goese Lyceum aan de Oranjeweg en de Bergweg en het Ostrea Lyceum aan de Fruitlaan en aan een nader te bepalen vmbo locatie. Alle drie zullen zij het gehele aanbod van vo aanbieden, ieder vanuit hun eigen overtuigingen (Reformatorisch, Openbaar en Christelijk) en ieder met een onderscheidend onderwijskundig concept. Op deze manier geven de schoolbesturen invulling aan de diepgewortelde overtuiging dat er qua denominatie en qua concept een breed pallet aan keuzemogelijkheden dient te zijn in de stad Goes en in de regio. Daarnaast zijn schoolbesturen, door samen te werken, in staat om een breed aanbod aan profielen en keuzevakken aan te blijven bieden.

In de visie van de schoolbesturen ontwikkelen zij zich in de toekomst via de route van inclusiever onderwijs richting inclusief onderwijs en includeert het vso en het praktijkonderwijs in de scholengemeenschappen. Zo wordt ieder kind in de regio gezien, gehoord en gewaardeerd en krijgt ieder kind gelijke kansen. Door scholen breed op te zetten, van basisberoepsgerichte leerweg tot gymnasium, krijgen de scholen de gelegenheid om, op een bij de cultuur van de school passende wijze, het onderwijs te ontschotten door bijvoorbeeld het inrichten van een brede tweejarige brugperiode of het invoeren van dakpanklassen2.

2 Dakpanklassen: Op een school met ‘dakpanklassen’ zitten twee niveaus in één brugklas, bijvoorbeeld vmbo-t/havo of havo/vwo (Bron: onderwijsconsument.nl). Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 6

De schoolbesturen zoeken naar mogelijkheden om de maatschappelijke waardering voor het vmbo te bevorderen. Ostrea en Pontes zien daarvoor twee scenario’s: A: Het vmbo fysiek te koppelen aan de hoofdlocaties of B: Het opzetten van een gezamenlijke en krachtige vmbo locatie. Zo emanciperen ze het vmbo. Alle leerlingen hebben de keuze om na het basisonderwijs naar een van de drie scholen te gaan. Zo halen de schoolbesturen het maatschappelijke stigma van het vmbo weg en hoort ieder kind er daadwerkelijk bij. Ten slotte zien de schoolbesturen het als hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om met dit plan te werken aan een breed pallet aan keuzemogelijkheden, kansengelijkheid, ontschotting en inclusie. Huisvesting is voor het realiseren van dit plan essentieel en dit IHP voorziet daarin.

2.2. De ambities van de individuele scholen Calvijn College

Het Calvijn College is een streekschool met ongeveer 3.100 leerlingen, verspreid over 7 locaties in 4 gemeenten: Goes, Middelburg, Reimerswaal en Tholen. Het Calvijn College wil, met behoud van het huidige kwalitatief hoogwaardige onderwijsaanbod, toewerken naar een herschikking en vermindering van het aantal locaties. De doelstelling daarbij is om in Goes een locatie te creëren waar vanaf het eerste jaar tot en met het examenjaar het hele portfolio van alle opleidingen wordt aangeboden, van praktijkonderwijs (pro) tot en met Gymnasium. Dat impliceert de verhuizing van pro en vmbo b/k onderwijs (klas 3 en 4) van Krabbendijke naar Goes. Naast het feit dat door deze verplaatsingen invulling wordt gegeven aan de gezamenlijke ambities, leiden deze verplaatsingen tevens tot (1) beperking van reisafstanden en dus ook reistijden voor leerlingen, (2) meer mogelijkheden tot samenwerking met het in Goes gehuisveste mbo, (3) kostenbesparingen door exploitatie van minder locaties, (4) verbetering van arbeidsomstandigheden, (5) reductie van energielasten en (6) voorsortering op het feit dat in de toekomst naar verwachting het leerlingenvervoer in de provincie zo veel mogelijk per spoor zal worden georganiseerd (een locatie in de buurt van het treinstation en het busplein).

Ostrea Lyceum

Het Ostrea Lyceum wil leerlingen helpen om zich actief en bewust te verhouden tot zichzelf, de ander en de wereld. Het is haar ideaal om mensen zo volledig mogelijk tot ontwikkeling te brengen. Persoonlijke ontwikkeling. Een duurzaam netwerk. Interdisciplinaire kennis. Een maatschappelijke blik. Zelfontplooiing. Dit alles wordt door Ostrea samengevat in de term Bildung. Naar analogie van het integrale kindcentrum in het po ziet Ostrea graag dat alle partners die bijdragen aan de toekomst van kinderen onder één dak samenwerken: onderwijs en jeugdzorg werken in de ogen van Ostrea samen in een integraal jeugdcentrum. Onder een dak werkt drempelverlagend, preventief en positief ten aanzien van inclusiviteit. Hoe eerder men vraagstukken samen oplost, hoe beter het kind zich blijft ontwikkelen. Ostrea heeft de ambitie om daarvoor een integrale school voor vmbo b/k, mavo-havo-vwo neer te zetten, maar ziet die graag uitgebreid met ondersteunende organisaties die bijdragen aan het succes van alle leerlingen ter realisatie van de kansengelijkheid.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 7

Het Goese Lyceum

Het Goese Lyceum heeft als enige school in Zeeland alle opleidingsvormen voor het vo in huis: vmbo basis, kader en gemengde leerweg met zes praktijkrichtingen (op locatie Bergweg), mavo, havo, vwo, tweetalig vwo, Kunst & Cultuur, Technasium, Gymnasium en Verrijking & Ondersteuning (op de locatie Oranjeweg). Dit uitgebreide aanbod is uniek in Zeeland. Het Goese Lyceum is een sfeervolle, sociale en gezonde omgeving waarin leerlingen zichzelf in alle vrijheid kunnen ontwikkelen. Het unieke aanbod zorgt ervoor dat leerlingen theoretisch en praktisch leren in een betekenisvolle omgeving. Het Goese Lyceum biedt een krachtige en veilige leeromgeving, met aandacht voor hoofd, hart en handen. Het gaat om de kennis, de vaardigheden en het doen. Er wordt veel aandacht besteed aan sociale, culturele en creatieve vaardigheden. Het Goese Lyceum is een continu lerende openbare onderwijsorganisatie die de talenten uit haar leerlingen haalt door gedifferentieerde onderwijsprogramma’s aan te bieden die alle leerlingen uitdagen, inspireren en nieuwsgierig maken naar meer onderwijs. Daarnaast heeft het Goese Lyceum recent samen met het vso van De Sprienke (schoolbestuur Ozeo) ervaring opgedaan met het streven naar inclusiever onderwijs. Kinderen met een fysieke beperking of chronische aandoening voor wie het haalbaar en mogelijk is, worden zo in staat gesteld mee te doen in reguliere klassen.

Een vergelijkbare samenwerking bestaat al enige jaren tussen vso leerlingen van OdyZee met het Goese Lyceum als het gaat om praktijkvakken. Een verdergaande samenwerking op het gebied van het vmbo tussen het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum maakt een nieuwe setting voor beroepsonderwijs mogelijk, om ook het streven naar inclusiever onderwijs gezamenlijk aan te pakken met de scholen voor vso. Voor de vso kinderen, waarvoor dat haalbaar is, moet het mogelijk zijn om in de samenwerkende vmbo-praktijken van beide schoolbesturen mee te doen om daarmee een volwaardig vmbo diploma te kunnen halen.

Samenwerking Ostrea Lyceum en Goese Lyceum

Een belangrijke ambitie, die in het kader van dit IHP op dit moment op de agenda staat, is het streven naar samenwerking van het vmbo b/k/g van het Ostrea Lyceum met het Goese Lyceum. Gezien de krimp van het totaal aantal leerlingen met daarboven nog een extra verwachte relatieve krimp van het beroepsgerichte vmbo, is het wenselijk om voor deze leerlingen de opleidingsmogelijkheden op peil te houden. Door samenwerking maken beide schoolbesturen het mogelijk om meer profielen aan te blijven bieden dan elk afzonderlijke school met het dalend aantal leerlingen zou kunnen aanbieden. Ostrea Lyceum en het Goese Lyceum willen daarom een duurzaam, evenwichtig en breed palet aan onderwijsaanbod blijven garanderen voor leerlingen en ouders in de Oosterschelderegio. Het vmbo b/k/g verdient een goede plek in het onderwijs en de besturen willen daar samen aan werken. Door de samenwerking tussen beide scholen en met het mbo van Scalda en het bedrijfsleven zetten de schoolbesturen in op een versterking van het vmbo. In nieuw vormgegeven huisvesting kunnen de scholen werken aan vmbo met een grotere maatschappelijke waardering en bijdragen aan de vorming van de voor de maatschappij noodzakelijke vakmensen: de emancipatiedoelstelling van het vmbo b/k/g.

De schoolbesturen willen het voor alle vmbo leerlingen mogelijk maken dat ze deel kunnen nemen aan dit brede pallet en kunnen blijven kiezen voor de christelijke of openbare identiteit. Het blijft daarmee bovendien toekomstbestendig, betaalbaar en organiseerbaar.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 8

Voor de uitwerking van de samenwerking, doen het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum samen onderzoek naar met name de volgende samenwerkingsscenario’s ten behoeve van vmbo b/k/g: A. Twee brede scholengemeenschappen vmbo b/k/g, mavo, havo, vwo (BKGMHV) waarbij leerjaar 1 en 2 van b/k/g-vmbo verbonden zijn aan de ‘moederscholen’. De bovenbouw van het b/k/g-vmbo (leerjaren 3 en 4) van beide scholen wordt in samenwerking vormgegeven op een aparte plek in een goed geoutilleerd gebouw (zo mogelijk dicht bij het mbo waarbij tegelijkertijd symbioseonderwijs met vso mogelijk is). B. Een gezamenlijke vmbo-locatie door samenvoeging van de vmbo-scholen van Ostrea en het Goese Lyceum in één gebouw. In deze scenario’s wordt medegebruik door andere leerlingen (mavo/havo/vwo) van de beide scholen in verband met de ontwikkeling van beroepsgerichte en beroeps oriënterende programma’s onderzocht. In beide scenario’s wordt zorggedragen voor de waarborging van de identiteiten van de scholen en wordt samenwerking gezocht met de ketenpartners in het onderwijs: mbo van Scalda en met het bedrijfsleven.

Voor deze vormen van samenwerking vinden de schoolbesturen het nodig dat in de context die hiervoor wordt gecreëerd, aandacht is voor: – persoonlijke ontwikkeling en mensvorming in een veilige omgeving waar van en met elkaar geleerd wordt; – de praktijk component (ervaringsgericht leren in en buiten de school, ook voor mavo, havo en vwo); – flexibele doorlopende leerroutes; – gelijke kansen – en de mogelijkheid tot uitgestelde keuzes. Wanneer de keuze en uitwerking van een voorkeursscenario gereed is, valt nog niet helemaal te overzien mede omdat er ook medewerking nodig is van het ministerie van OC&W en medezeggenschapsorganen. Te verwachten valt dat in 2026 duidelijkheid zal ontstaan. In dit IHP wordt de realisatie van de passende huisvesting voorzien vanaf 2027. De voorwaarde om deze samenwerkingsoptie te kunnen realiseren, is dat er passende huisvesting wordt georganiseerd.

Ozeo

Ozeo heeft naast de praktijkschool De Wissel ook scholen voor vso in Goes (OdyZee, Sprienke en Argo locatie Goes). Voor de leerlingen van deze scholen, die uitstromen naar arbeid of die een vmbo-diploma halen, zijn praktijkvoorzieningen nodig. De kleinschaligheid van die scholen maken het lastig en duur om alle voorzieningen en onderwijsprofielen te creëren die de scholen de leerlingen wil bieden. Ozeo zet daarom in op samenwerking met het reguliere onderwijs om voorzieningen en kennis te delen. Zoals hiervoor beschreven, gebeurt dat in Goes op een aantal plekken al. Naast deze praktische redenen voor deze samenwerking, is vooral de onderwijsvisie van Ozeo daarvoor de belangrijkste drijvende kracht: leerlingen zo veel mogelijk deel laten nemen aan het reguliere onderwijs waar het kan. Op dit moment merkt het schoolbestuur dat die kleinschalige voorzieningen verspreid over de gemeente een belemmering vormen.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 9

Ozeo streeft er daarom naar haar schoolgebouwen zo dicht mogelijk bij de reguliere scholen te hebben. Niet met alle leerlingen in een groot gebouw, maar als een aantal gebouwen op loopafstand van elkaar. Die loopafstand maakt het ook mogelijk dat leerlingen eenvoudig ook gedeeltelijk onderwijs kunnen volgen in het regulier als dat past. Die concentratie van scholen dicht bij elkaar maakt het ook eenvoudiger om zorg en onderwijs dicht bij elkaar te organiseren. Ook voor de leerlingen in het reguliere onderwijs vindt Ozeo dat belangrijk: zij maken kennis met leerlingen die ze mogelijk vanuit hun thuissituatie niet kennen. Er is daarnaast nog een praktische reden voor onderwijshuisvesting in de nabijheid van elkaar: het is vrijwel onmogelijk om de leerlingaantallen in het vso over 10 jaar te voorspellen. Door gebouwen dicht bij elkaar te realiseren is het makkelijker gebouwen te delen als de ene school groeit en de ander krimpt.

2.3. Samenwerkingsambitie als oplossing voor krimp

Zoals in meerdere regio’s van Nederland, daalt ook het totaal aantal leerlingen in Goes. Tevens daalt het aantal leerlingen in het vmbo b/k/g extra vanwege de relatieve groei van mavo/havo/vwo. Vmbo-b/k/g scholen kunnen vanwege het dalend aantal leerlingen naar verwachting op termijn niet meer alle profielen aanbieden en daardoor komt ook de instandhouding van alle praktijklokalen (financieel) in het gedrang. Deze ontwikkelingen leiden tot het bundelen van de krachten zoals al aangeven met het samenwerkingsscenario vmbo b/k/g van het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum. Met het streven naar meer inclusiviteit en de daarvoor noodzakelijke samenwerking tussen het vmbo b/k/g en het vso, is er bij het vso met name behoefte aan volwaardige deelname voor leerlingen in het praktijkgedeelte van het vmbo. Het gaat hier om de vormgeving van symbiose onderwijs. De praktijkvoorzieningen van het vso zijn ontoereikend en het is te kostbaar om alle vso-scholen van die lokalen te voorzien. Medegebruik bij het reguliere vmbo-b/k/g, zoals vso-scholen De Sprienke en OdyZee dat samen met het Goese Lyceum hebben vormgegeven (onder de zogenaamde experimenteer- en symbioseregeling), biedt dan uitkomst. Ook voor het vso is samenwerking met niveau 1 van het mbo noodzakelijk in verband met de doorstroming naar een vervolgopleiding of voor begeleiding naar werk.

Samen met het vmbo b/k/g, het symbiose onderwijs van het vso en het mbo, biedt medegebruik in elkaars nabijheid uitkomst. In deze gezamenlijke vmbo-mbo context ontstaat voor alle leerlingen de mogelijkheid de contacten met het bedrijfsleven te leggen.

2.4. De gemeentelijke duurzaamheidsambitie

De uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt, kunnen we niet alleen aan. Gemeente, maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers kunnen daarom beter samenwerken aan deze vraagstukken. Ieder vanuit eigen ervaring en met unieke kennis van de eigen omgeving. Bewustwording is daarbij ook belangrijk. Dit kan al jong beginnen op de scholen in Goes. Een gemeente heeft zelf ook nog een belangrijke taak om als aanjager, inspirator en verbinder bij te dragen. Daarbij hoort ook dat de gemeente zelf er alles aan doet om de eigen activiteiten te verduurzamen. De gemeentelijke duurzaamheidsambitie is vastgesteld in twee documenten. Deze zijn door de gemeenteraad vastgesteld: 1. Het klimaatprogramma 2018-2022 2. De routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Met het klimaatprogramma gaat de Goese gemeenschap samen werken aan een duurzame en klimaat robuuste omgeving in Goes. Doel: tenminste in 2045 een energie neutrale gemeente zijn. Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 10

De routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed is een visiedocument waarin de gemeente Goes inzichtelijk maakt hoe de gemeente in samenwerking met huurders, gebruikers en schoolbesturen het gemeentelijk vastgoed gaat verduurzamen. Door het opstellen van dit IHP en de mogelijke consequenties hiervan voor de gebouwen van het vo, maken deze gebouwen nu geen deel uit van deze routekaart. Dit kan op een later moment alsnog. Als Goes energieneutraal wil zijn in 20453, betekent dat, dat alle energie in Goes uit duurzame energiebronnen komt. Alle huishoudens, bedrijven, instellingen, verkeer en vervoer in Goes draaien op 100% hernieuwbare energie en 0% fossiele energiebronnen zoals aardgas, kolen of benzine. Om dit in 2045 te realiseren, zal de Goese gemeenschap allereerst het energieverbruik moeten verminderen en anderzijds moeten investeren in meer duurzaam opgewekte energie. Dit draagt bij aan het verminderen van de CO2 uitstoot in Goes.

Wat betekent dit voor het onderwijs?

Omdat de onderwijswetgeving geen uitsluitsel biedt, is het vooralsnog onduidelijk welke rol de gemeente en de schoolbesturen in het verduurzamingsvraagstuk hebben. Duurzaamheid betreft immers zowel investeren als exploiteren. Over de bekostiging van de maatregelen voor verduurzaming hebben de schoolbesturen en de gemeente een basisafspraak gemaakt. Men wil in de verduurzaming van de schoolgebouwen zover mogelijk komen en elk van de partijen zal zich daarvoor inzetten. In de paragraaf 4.3 worden de gemaakte afspraken ten aanzien van (Bijna) Energie Neutrale Gebouwen ([B]ENG) concreet beschreven.

2.5. Spoorzone-ambities (Centrumgebied Zuid)4

De gemeente Goes wil de stedelijke uitstraling vergroten onder andere door (her)ontwikkeling van het Centrum Zuid. De gemeente versterkt Goes als onderwijsstad en faciliteert het bestaande onderwijs op het gebied van kwalitatieve huisvesting. Het Stationspark kan daar mede invulling aan geven. Daarnaast creëert en stimuleert de gemeente een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe onderwijsinstellingen, zodat het onderwijsaanbod kan uitbreiden. Bij de (her)ontwikkeling van het gebied Centrum Zuid is ruimte voor nieuwe initiatieven. Op het gebied van zorg, sport, energie en voedsel benut de gemeente kansen voor verdere ontwikkeling van het onderwijs in Goes.

2.6. Ambitie bewegingsonderwijs

In het gemeentelijk beleid is het thema ‘meer leven en bewegen’ opgenomen. Er ligt een nota beweegvisie. Die zal leidend zijn. Waar de huidige capaciteit niet voldoende blijkt te zijn, wordt een oplossing gezocht. Dit kan binnen bestaande capaciteit zijn of door nieuwbouw.

3 Is nog niet definitief 4 Bron: Coalitieakkoord 2022 Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 11

3. HUIDIG WET TELIJK KADER 3.1. Onderwijswet (WVO en WEC)

Op grond van de wet (Wet Voortgezet Onderwijs en Wet op de Expertise Centra) is de gemeente verantwoordelijk voor de voorzieningen in de huisvesting, zoals nieuwbouw (permanent en tijdelijk), vervanging, uitbreiding en het oplossen van constructiefouten. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de Gemeentefondsuitkering. Deze middelen zijn echter niet gelabeld. Het betreft een algemene uitkering. Landelijke wetgeving moet lokaal worden uitgewerkt in een verordening. In de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs worden de lokale regels vastgelegd met betrekking tot aanvragen (wat, hoe en wanneer?), de hoogte van vergoedingen en de prioritering van aanvragen. Ook is hierin de procedure geregeld waarmee schoolbesturen aanvragen kunnen doen bij de gemeente voor een huisvestingsvoorziening. Op 17 november 2022 heeft de gemeenteraad een herziene Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs vastgesteld. De normbedragen uit de verordening worden jaarlijks geïndexeerd. De vo-schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het instandhouden van hun onderwijsgebouwen. Vanaf 2008 zijn zij ook verantwoordelijk voor al het onderhoud, aanpassingen en alle andere kosten die verband houden met die instandhouding. Zij ontvangen hiervoor een vergoeding van de rijksoverheid in hun totale lumpsum.

De vergoeding is niet gelabeld en de ervaring van de schoolbesturen is, dat de vergoeding ontoereikend is voor alle componenten waarvoor de vergoeding is bedoeld. Ook volgt de vergoeding niet de recente prijsstijgingen in de bouw.

3.2. Bouwregels en regels over ventilatie

Nieuw te bouwen schoolgebouwen moeten in ieder geval voldoen aan wettelijke huisvestingseisen. Deze eisen zijn vastgelegd in het geldende Bouwbesluit.

(Bijna) Energie Neutrale Gebouwen (BENG en ENG)

Vanaf 1 juli 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland BENG gebouwen zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Daarnaast wordt landelijk gesproken over ENG. Op dit moment gaat de discussie over ENG ambities op langere termijn. Van een verplichting om alle nieuwbouw volledig energieneutraal te maken, lijkt voorlopig nog geen sprake te zijn. De landelijke ambities spreken over 2050.

Frisse Scholen

Het doel van het Programma van Eisen (PvE) voor Frisse Scholen is eisen te formuleren om een zo gezond, comfortabel en energiezuinig mogelijk schoolgebouw te realiseren. Het PvE Frisse Scholen is ontwikkeld op initiatief van de overheid en gaat verder dan de eisen in het Bouwbesluit op het gebied van energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Het betreft hier echter geen wettelijke verplichting.

Ventilatie

Door COVID-19 is de druk op goede ventilatie in bestaande schoolgebouwen weer een belangrijk thema voor onderwijshuisvesting geworden. Het was al langer een thema, maar met een lagere prioriteitstelling. Naast het nemen van maatregelen, is met name de bekostigingsvraag ingewikkelder dan het lijkt. Het huidige beleid van de gemeente Goes is, dat deze niet behoort tot de basisvoorziening, maar tot de instandhouding en daarom vooralsnog voor rekening van het schoolbestuur is. Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 12

De noodzaak tot maatregelen is echter evident. De minister heeft via de SUVIS-regeling (en opvolgende regelingen) pogingen gedaan om de maatregelen te versnellen. Deze subsidieregelingen zijn door het veld echter kritisch ontvangen. Enerzijds omdat het zowel de gemeente als het schoolbestuur financieel medeverantwoordelijk maakt en anderzijds, omdat dit niet de gewenste structurele maatregelen oplevert (druppel op de gloeiende plaat). Voor nieuwe gebouwen lost het probleem zich op. Het bouwbesluit voorziet in deugdelijke ventilatie. Voor de gebouwen, waarvoor het voornemen bestaat ze door nieuwe te gaan vervangen, is het onwenselijk daar nog in te investeren. Voor oudere gebouwen die nog geruime tijd in gebruik zullen blijven (bijvoorbeeld 10 tot 20 jaar), zullen oplossingen gezocht moeten worden. Schoolbesturen en gemeente zullen gezamenlijk naar die gebouwen gaan kijken voor een deugdelijke oplossing.

3.3. Landelijke ontwikkelingen met betrekking tot onderwijshuisvesting

In 2018 zijn landelijk al voorstellen opgesteld en aangeboden aan de Minister van OCW ten aanzien van de onderwijshuisvesting. Het gaat hier om de volgende ontwikkelingen: – het IHP wordt wettelijk verankerd: elke gemeente moet in samenspraak met de schoolbesturen een IHP opstellen, waarbij een lange periode (16 jaar) wordt overwogen; – het begrip renovatie wordt opgenomen in de wet – en het mee-investeren in onderwijshuisvesting door po-schoolbesturen wordt onder bepaalde voorwaarden toegelaten. Bij het vo is dit al mogelijk. Er is nog geen zicht op wanneer dit wordt omgezet naar concrete wetgeving. Eerder is 2022 genoemd, maar dat is niet gehaald. Door deze nieuwe ontwikkelingen ontstaat er meer ruimte om de samenwerking te zoeken. De gemeente Goes en de schoolbesturen, spannen zich in om beide hierin hun verantwoordelijkheid te nemen om vanuit visie en inhoud, vooruitlopend op deze mogelijke wettelijke aanpassingen, gezamenlijk een (beleidsrijk) IHP op te stellen, dat verder gaat dan de huidige verordening en ook ruimte biedt voor extra invullingen. Het IHP wordt daarmee beleidsrijk. Bij de periodieke actualisatie van het IHP zal steeds de actuele stand van de wet- en regelgeving worden betrokken.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 13

4. UITGANGSPUNTEN IHP 4.1. Minimale eisen

In hoofdstuk 3 is beschreven wat het wettelijk kader is voor onderwijshuisvesting. Deze is gebaseerd op het principe van ‘sober en doelmatig’. Met de in de Verordening Voorzieningen Hhuisvesting Onderwijs opgenomen bijlagen worden minimale eisen vastgesteld. Daarmee zijn de rechten en plichten van een schoolbestuur en gemeente wettelijk vastgelegd. Deze zijn beschreven in het zogeheten Scenario 0 in hoofdstuk 5. Deze regelgeving is niet altijd helpend voor extra initiatieven of ambities vanuit de gemeente en/of een schoolbestu(u)r(en), terwijl de combinatie van investeren en exploiteren juist kansen biedt voor samenwerking. Met deze samenwerking kan door een bundeling van geldstromen vanuit de investering enerzijds en een (voordeel) vanuit de exploiatie anderzijds, een hogere kwaliteit worden gerealiseerd. Dat zou sec vanuit de investering, niet mogelijk zijn. Ook is het van belang om, voordat tot een onderwijshuisvestingsvoorziening wordt besloten en gerealiseerd, naar het totaal aan capaciteit te kijken en deze te bezien op de toekomstige brede behoefte aan onderwijs voor Goes. Bovendien heeft de Goese ambitie gevolgen voor het realiseren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Op basis van deze ambitie en de toekomstige ontwikkelingen, worden in de paragrafen 4.1 tot en met 4.5 uitgangspunten voor het IHP benoemd.

4.2. Gedeelde inzichten/visie onderwijspartners

Bouwen voor een duurzame toekomst van het vo in Goes, vraagt om een analyse van de te verwachten ontwikkelingen en ambities in het vso en de vertaling daarvan naar de gebouwen die daarvoor nodig zijn. Hoe beter kan worden ingeschat hoe de gebouwen toekomstbestendig gemaakt kunnen worden, hoe minder kans op kapitaalvernietiging in de toekomst. In dit IHP worden de onderwijskundige ambities van de schoolbesturen zoals beschreven in hoofdstuk 2 vertaald naar investeringen in schoolgebouwen. Daarmee worden het ook investeringen met een hoog onderwijskundig en maatschappelijk rendement. Zo gaat het in dit IHP ook om zaken die de onderlinge relaties tussen scholen, hun samenwerking, gezamenlijk gebruik van specifieke lokalen betreffen. Daar waar door krimp verschraling zou kunnen optreden, kan door samenwerking en gezamenlijk gebruik van bijvoorbeeld praktijkruimten, gezorgd worden dat die verschraling wordt voorkomen of dat nieuwe mogelijkheden voor leerlingen ontstaan die in de huidige constellatie niet mogelijk zijn.

Het IHP gaat in op de vragen: “Wat kan er in de nieuwe onderwijsgebouwen aan meerwaarde worden bereikt, wat in de huidige versnipperde situatie niet mogelijk was?” Het gaat daarbij om de vraag: “Welke gebouwen en ruimtes zijn nodig om het onderwijs zoals in het streefbeeld van de schoolbesturen verwoord, waar te kunnen maken?” Voor het bereiken van deze meerwaarde en het inzichtelijk maken daarvan, hebben de gezamenlijke schoolbesturen met de gemeente de onderwijsvisie opgesteld en nemen zij de uitkomsten hiervan als basis voor de keuzes in dit IHP. Het is aan de individuele scholen om binnen de beschikbare investeringsruimte hun eigen of hun gezamenlijke invulling te geven. Ook hoe het onderwijs vorm krijgt en welke keuzes daarin zowel onderwijskundig als pedagogisch gemaakt worden. Dat maakt dat er een rijk palet aan onderwijsaanbod ontstaat, waar ouders en kinderen hun keuze uit kunnen maken en het maakt ook dat er door de samenwerking, waar dat nodig en mogelijk is, meer keuzes mogelijk zijn dan zonder deze samenwerking. Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 14

Concreet betekenen de gezamenlijke ambities van de scholen, en de vertaling van het overheidsbeleid, het realiseren van drie gelijkwaardige regionale scholengemeenschappen die elk zoveel mogelijk gebundeld alle onderwijsvormen, basis/kader/gemengd/mavo/havo/vwo, aanbieden. In deze contexten worden leerlingen niet ‘in hokjes gestopt’ en functioneren ze als mini-maatschappij met elkaar. Ze kunnen zich naast elkaar volledig ontwikkelen op basis van hun eigen talenten. Dit om kansengelijkheid sterk te bevorderen. De versterking van de positie van de beroepsgerichte vmbo-leerlingen krijgt vorm in een gebundelde voorziening van vmbo b/k/g in 2 scenario’s. In scenario A voor de bovenbouw (leerjaren 3 en 4) of in scenario B in een volledige samengevoegde vmbo gebouw van Ostrea en het Goese Lyceum, zo mogelijk samen met het mbo en met medewerking van het bedrijfsleven. Hiermee worden de opleidingsmogelijkheden voor vmbo-leerlingen vergroot en hun positie versterkt. Ook de doorstroming naar mbo wordt verbeterd. Er kunnen uiteraard ook andere scenario’s mogelijk zijn. In deze settings voor beroeps(voorbereidend)onderwijs wordt plaats gemaakt voor symbiose onderwijs5 voor vso-leerlingen voor wie dat mogelijk en haalbaar is. Hiermee wordt het streven naar inclusiever6 gerealiseerd.

Vanuit de ontwikkeling om het voor vmbo t (mavo), havo en vwo-leerlingen mogelijk te maken om naast hun theoretisch onderwijs ook praktijk opdrachten uit te voeren, is het wenselijk om in de setting voor beroeps(voorbereidend)onderwijs ook voor deze leerlingen praktijkruimte te creëren. Met deze ambitie wordt het streven naar een betere oriëntatie op het vervolgonderwijs in mbo, hbo en wo versterkt. Ook het zicht op mogelijkheden voor middelbaar en hoger vakmanschap wordt daarmee voor de leerlingen versterkt. Het spreekt voor zich dat deze ambities vragen om een beschouwing of die te realiseren zijn in de huidige huisvesting van de scholen. De vertaalslag naar het IHP is beschreven in hoofdstuk 5.

4.3. Gemeentelijk beleid

In het actuele beleid van het gemeentebestuur zijn belangrijke voornemens opgenomen die van invloed zijn op het huisvestingsprogramma voor het vo en vso. Goes wil Onderwijsstad zijn en is bereid om daarin te investeren met kwalitatieve huisvesting. Goes streeft ook naar meer inclusiviteit. Samenwerking tussen vo en vso past in dit streven, maar ook de versterking van de samenwerking tussen vo en jeugdzorg. Meer kansen creëeren voor kinderen en jongeren met een minder goede startpositie is daarbij een belangrijk aangrijpingspunt. Goes is een centrumgemeente en biedt voorzieningen die in de omliggende regio onvoldoende haalbaar zijn. Hoe sterker die voorzieningen zijn, hoe beter ook de functie van centrumgemeente voor de regio uit de verf kan komen. De vragen van het Calvijn College om het pro en het vmbo b/k uit Krabbendijke te centraliseren in Goes en de vraag van het vso uit Kapelle voor verhuizing naar Goes passen in het streven naar bundeling van voorzieningen in de centrumgemeente. In het kader van huisvesting is ook het streven naar verduurzaming van de schoolgebouwen een belangrijk onderwerp. Nieuwbouw van schoolgebouwen betekent ook een flinke vooruitgang op het gebied van duurzaamheid, maar ook bij renovatieprojecten kan een flinke slag gemaakt worden. 5 Symbiose onderwijs: leerlingen staan ingeschreven bij een school en volgen daar ook het onderwijs.

Soms is het voor de leerling beter om een aantal lessen op een andere school te volgen. Dit heet symbiose. (Bron: onderwijs-consument.nl) 6 Inclusiever onderwijs: inclusiever onderwijs is onderwijs waarbij kinderen waarvoor dat mogelijk is, ongeacht hun beperking, naar hetzelfde onderwijs gaan als kinderen zonder beperking. (Bron: onderwijsconsument.nl) Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 15

4.4 Realisatie van meer duurzaamheid

Zowel de schoolbesturen als de gemeente streven naar duurzame gebouwen. Concreet betekent dit dat aan de eisen van het bouwbesluit moet worden voldaan: Vanaf 1 juli 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland BENG zijn (Bouwbesluit). De schoolgebouwen zullen conform het Bouwbesluit gasloos zijn en daarom van andere energiebronnen gebruik moeten maken. BENG zal de basis duurzaamheidsnorm zijn van nieuw te bouwen schoolgebouwen en de kosten ervan komen op basis van de zorgplicht voor rekening van de gemeente. Als er sprake is van vernieuwbouw of renovatie moet eveneens rekening gehouden worden met eisen die in de toekomst worden gesteld aan gebouwen. Met andere woorden: er wordt (met inachtneming van het Bouwbesluit) ook weer BENG gebouwd. Om het duurzaamheidsniveau ENG te bereiken stellen gemeente en schoolbesturen voor om de volgende afspraak te hanteren: – bij nieuwbouw schrijft het bouwbesluit voor dat het nieuwe schoolgebouw moet voldoen aan de BENG-norm, die daarmee voor rekening van de gemeente komt; – de ENG-norm ligt hoger dan de BENG-norm: de individuele schoolbesturen kunnen ervoor kiezen om het ENG niveau te realiseren. Ze zijn daar niet toe verplicht. De kosten komen voor rekening van het schoolbestuur vanwege het gegeven dat energiekosten (exploitatie) tot de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen behoren.

Het kan zijn dat het individuele schoolbestuur niet over het kapitaal beschikt om de investering in ENG te kunnen betalen. In dat geval zijn er twee mogelijkheden: a. het schoolbestuur ziet af van het investeren in de ENG-norm of b. de gemeente financiert de investering voor en treft een terugbetalingsregeling met het schoolbestuur. Dit vraagt een afzonderlijk besluit van de gemeente. De klimaattransitie staat hoog op de nationale agenda en het kan zijn dat de landelijke overheid ten aanzien van schoolgebouwen besluiten neemt die verder gaan dan voorgaande afspraken. In dat geval zullen de afspraken aan jet nieuwe nationale beleid moeten worden aangepast en zullen gemeente en schoolbesturen gezamenlijk nieuw beleid omzetten naar nieuwe duurzaamheidsafpraken in het IHP.

4.5. Renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw

Binnen de zorgplicht zijn de termen nieuwbouw en vervangende nieuwbouw gebruikelijk. Het begrip renovatie is niet benoemd en moet nog worden opgenomen in de onderwijswetgeving (zie paragraaf 3.3.). Hierna worden de verschillende begrippen toegelicht.

Renovatie

Bij renovatie gaat het om een levensduurverlenging van het gebouw, waardoor het de komende 20 jaar weer als adequate huisvesting wordt beschouwd. Het uitgangspunt hierbij is dat na een levensduur van 40 jaar van een gebouw, gekeken wordt of renovatie mogelijk is. Als uitgangspunt kan voor de bekostiging 50% van de nieuwbouwnorm worden aangehouden.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 16

Vernieuwbouw

Bij vernieuwbouw is sprake van een verlenging van de levensduur met 40 jaar (na die eerste 40 jaar). Deze verlenging staat feitelijk gelijk met nieuwbouw. Activiteit

Aantal m2

% van nieuwbouw

1 Renovatie met 20 jaar verlenging < BENG

Bestaand of behoefte

± 50%

= Schoolbestuur: situationeel Gemeente: 25%

2 Vernieuwbouw met 40 jaar verlenging BENG

Bestaand of behoefte

< 100%

= Schoolbestuur: situationeel Gemeente: situationeel (> 50% <100%)

3 Nieuwbouw voor 40 jaar ENG

Behoefte

100%

= Gemeente: BENG Schoolbestuur: BENG > ENG

Na 20 jaar onderhoud

1

Na 40 jaar:

Renovatie = 50% van nieuwbouw

Gemeente Levensduurverlenging 25%

OF

Schoolbestuur onderhoud / MI Situationeel 10%-50%

Vernieuwbouw < 100% van nieuwbouw

Gemeente Levensduurverlenging 90%-50%

OF

Gemmente 100% BENG

Nieuwbouw

Schoolbestuur Verschil BENG > ENG

Onderhoud

2

3

1 2 3

Schoolbestuur Onderhoud / MI 25%

Nieuwbouw 40 jaar

Wederzijdse inbreng

OF

Nieuwbouw 60 jaar

OF

Nieuwbouw 80 jaar

100% nieuwbouw = gemeente BENG Schoolbestuur verschil BENG-ENG

Gebouw kan bouwkundig / functioneel nog 20 jaar mee Gebouw kan bouwkundig / functioneel nog 40 jaar mee Gebouw kan bouwkundig / functioneel aan het eind van zijn levensduur

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 17

4.6. Positie so/vso Kapelle

Het schoolbestuur, Speciale Scholen Kapelle, een schoolbestuur met onderwijsinstellingen in de gemeente Kapelle, heeft een verzoek ingebracht tot verplaatsing van deze scholen naar de gemeente Goes. Vanuit de zorgplicht voor onderwijshuisvesting heeft de gemeente Goes geen verantwoordelijkheid voor de huisvesting van deze scholen. De gemeente heeft in overleg met de vo-vso schoolbesturen uit Goes de bereidheid geuit om te bekijken of zich niettemin mogelijkheden aandienen, bijvoorbeeld in de vorm van gebruikmaking van vrijkomende schoolgebouwen. Het beleid dat de gemeente na overleg met de schoolbesturen, in deze situatie wil volgen, is dat inwilliging van het verzoek alleen mogelijk is indien: – de verplaatsing budgetneutraal plaats kan vinden; – er een bestaand gebouw vrij komt dat passend kan worden gemaakt – het belang van de bestaande v(s)o scholen in Goes niet wordt geschaad. Uiteraard zal overleg met gemeente Kapelle plaatsvinden. Deze gemeente ontvangt immers nu de huisvestingsvergoeding van het Rijk voor deze scholen. Het schoolbestuur zal ook eerst goedkeuring van het ministerie van OC&W moeten verkrijgen. Indien de verplaatsing mede op basis van een akkoord van OC&W een feit is, zal de gemeente Goes in de uitkering van het Gemeentefonds een huisvestingsbijdrage voor deze scholen gaan ontvangen.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 18

5. SCENARIO’S/MAATREGELEN

Categorie

Vestiging

Stichtingsjaar

Renovatie

M2 bvo

Gym

Totaal

Leerlingenaantal (2021)

Behoefte in m2 bvo

Leerlingenprognose (2031)

Behoefte in m2 bvo

B/K/G/vmbo

Bergweg 14

1961

2002

8.722

455

19.239

501

5.432

413

4.935

Instelling

Schoolbestuur

In Goes zijn voor het vo zoals beschreven de vier schoolbesturen met hun onderwijsinstellingen actief.

Pontes Goese Lyceum

mavo/havo/vwo Ostrea

Ostrea Lyceum b/k/g/vmbo havo/vwo mavo

Oranjeweg 90

2014

10.517

Bergweg 4

1998

7.826

Fruitlaan 3

1961

7.350

910

Fruitlaan 3

2010

1.267

910

‘s-Heer Elsdorpweg 4

1998

3.674

2001

Calvijn Calvijn College havo/vwo

Klein Frankrijk 19

1981

1985

8.833

havo/vwo

Noordhoeklaan 88

1989

2002

1.013

OZEO

Wissel

vmbo

Stationspark 25

2006

1.793

pro

Bergweg 8*

2010

1.030

1.820 20.117

1.888

11.639

604

Tabel 1: Overzicht aanwezige capaciteit en behoefte

1.030

1.580

10.444

1.464

9.754

384

4.165

356

4.174

1.057

7.312

1.068

7.367

269

2.246

194

2.201

1.118

7.627

1.171

7.935

84

1.069

78

1.032

249

2.407

259

2.487

134

116

* Locatie is gezamenlijk in gebruik met Auris

Beleidsarm scenario (basis):

Vanuit de regelgeving voor onderwijshuisvesting kunnen schoolbesturen rechten ontlenen, en bij de gemeente een aanvraag indienen, voor een vervangende huisvesting. In de Verordening zijn daar voorwaarden voor bepaald. Er is in ieder geval dus een basisscenario denkbaar op basis van de Verordening: waar liggen de basisrechten van het schoolbestuur, dat een schoolgebouw binnen de gemeente Goes in stand houdt, en de plicht van de gemeente om aan de minimale eisen van de zorgplicht te kunnen voldoen? Dat is uitgewerkt in scenario 0, het beleidsarme scenario.

Beleidsrijk scenario:

Uit de gedeelde inzichten/visie is het volgende naar voren gekomen: 1. Ten behoeve van de bevordering van kansengelijkheid: het realiseren van drie gelijkwaardige regionale scholengemeenschappen, elk op een unilocatie met alle onderwijsvormen pro/basis/kader/gemengd/mavo/havo/vwo. a. Het Calvijn College streeft concentratie na van alle onderwijssoorten op een locatie in Goes en wenst daarom pro en de bovenbouw vmbo b/k over te plaatsen van Krabbendijke naar de centrale locatie in Goes. Samenwerking met mbo van Hoornbeeck is wenselijk ten behoeve van de bevordering van de doorstroom van vmbo naar mbo. Samenwerking met het vso uit Kapelle, dat wenst te verhuizen naar Goes, is gericht op het streven naar inclusiever onderwijs. b. Het Goese Lyceum wil onderzoeken of concentratie op de Oranjeweg mogelijk is. Dat zou uitbreiding met de onderbouwleerlingen vmbo b/k/g op deze locatie betekenen (zie vmbo scenario A, onder 2.). c. Het Ostrea Lyceum streeft naar een unilocatie op de Fruitlaan.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 19

2. Ten behoeve van de versterking van de positie van de vmbo-leerlingen wordt een keuze gemaakt uit twee vmbo scenario’s: a. Het realiseren van een gebundelde voorziening vmbo b/k/g voor de bovenbouw (leerjaren 3 en 4) van het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum, zo mogelijk in de omgeving van het mbo van Scalda en met medewerking van het bedrijfsleven. b. Het realiseren van een nieuwe samengevoegde vmbo locatie bestaande uit beide vmbo b/k/g scholen van het Ostrea Lyceum en het Goese Lyceum, zo mogelijk in de omgeving van het mbo van Scalda en met medewerking van het bedrijfsleven. Maar er zijn ook andere scenario’s mogelijk. 3. Ten behoeve van het streven naar inclusiever onderwijs: Praktijkmogelijkheden voor vso en praktijkschool leerlingen van OZEO voor wie dat mogelijk en haalbaar is in de vmbo b/k/g omgeving. 4. Ten behoeve van verbeterde doorstroming naar mbo, hbo en wo praktijkruimte creëren voor vmbo t (mavo), havo en vwo-leerlingen van het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum in de vmbo b/k/g omgeving. De hiervoor beschreven punten 1 tot en met 4 zijn weergegeven in scenario 1 (het beleidsrijke scenario). Daarmee zijn er twee scenario’s: het beleidsarm scenario, de basis (scenario 0) en het beleidsrijk scenario (scenario 1).

5.1. Scenario 0, het beleidsarme scenario Omvang

Er is in ieder geval dus een basisscenario oftewel een IHP denkbaar op basis van de Verordening: waar liggen de basisrechten van het schoolbestuur die een schoolgebouw binnen de gemeente Goes in stand houdt en de plicht van de gemeente om aan de minimale eisen aan de zorgplicht te kunnen voldoen? In dit basisscenario kijkt de gemeente slechts naar haar verplichtingen op basis van de verordening en houdt daarbij geen rekening met onderwijsontwikkelingen of veranderingen in de maatschappelijke context. Het is derhalve een beleidsarme benadering. Vanuit deze zorgplicht ligt er een verantwoordelijkheid bij de gemeente over het moment van nieuwbouw. Volgens de Verordening is de levensduur van een schoolgebouw ongeveer 60 jaar. Aan de hand van een schouwrapport kan op basis van zogeheten Nen-norm (2767) een kwaliteitswaarde aan een gebouw worden toegekend. Aan de hand daarvan is aantoonbaar of tot vervangende nieuwbouw moet worden besloten. Op basis van de stichtingsjaren van de gebouwen is waarneembaar dat uitsluitend de gebouwen aan de Bergweg 14 (Het Goese Lyceum) en de Fruitlaan (Ostrea Lyceum) op korte termijn voor vervanging in aanmerking zouden komen. Voor de Bergweg 14 geldt daarbij dat het gebouw theoretische leegstand heeft, er zijn minder vmbo-leerlingen in gehuisvest, dan het aantal waarvoor het gebouw is ontworpen.

Het gebouw fungeert momenteel als overloop voor het Goese Lyceum aan de Oranjeweg. Voor de Fruitlaan (Ostrea Lyceum) is een aanvraag tot (gedeeltelijke) vervanging ingediend bij de gemeente (2022). Op basis van de minimale zorgplicht is in theorie op basis van de leeftijd deels Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 20

een nieuwbouw te verwachten. Echter, als gekeken wordt naar de behoefte op basis van het aantal leerlingen en het recente deel van het gebouw aan de Fruitlaan, dat behouden blijft, kan, om aan de behoefte te voldoen, worden volstaan met een netto vervanging van 6.100 m² bvo . Voor het Calvijn College zijn de gebouwen, die nu in gebruik zijn, nog niet aan vervanging toe. Weliswaar is Klein Frankrijk bijna 40 jaar oud, maar dat is op zich vanuit de zorgplicht geen reden om het gebouw te vervangen. Wel zal bij voortzetting van het gebruik van dat gebouw een (levensduur verlengende) renovatie nodig zijn. Er is een wetsvoorstel in ontwikkeling om uitsluitsel te geven over de mate waarin het begrip ‘renovatie’ kan worden aangemerkt tot een zogeheten voorziening in de huisvesting. De Praktijkschool de Wissel is gehuisvest in een gebouw uit 2010, en komt om die reden op de korte en middellange termijn ook nog niet voor vervanging in aanmerking.

Vervanging in m2 bvo

Behoefte in m2 bvo

Leerlingenprognose (2031)

Behoefte in m2 bvo

Leerlingenaantal (2021)

2002

8.722

501

5.432

413

4.935 2022

2014

2002

10.517

1.820

10.444

1.464

9.754 2074

9.754

Bergweg 4

1998

7.826

384

4.165

356

4.174 2058

4.174

Fruitlaan 3

1961

7.350

1.057

7.312

1.068

7.367 2022

6.100

Fruitlaan 3

2010

1.267

2070

1.267

‘s-Heer Elsdorpweg 4

1998

3.674

269

2.246

194

2.201 2058

2.201

Calvijn Calvijn College havo/vwo

Klein Frankrijk 19

1983

1985

8.833

1.118

7.627

1.171

7.935 2043

7.935

havo/vwo

Noordhoeklaan 88

1989

2002

1.013

84

1.069

78

1.032 2049

1.032

vmbo

Stationspark 25

2008

1.793

249

2.407

259

2.487 2068

2.487

pro

Bergweg 8*

2010

1.030

134

111

2070

1.030

Ostrea

Categorie

Ostrea Lyceum b/k/g/vmbo havo/vwo mavo

OZEO

Wissel

2001

Jaartal

1961

M2 bvo

Bergweg 14 Oranjeweg 90

Pontes Goese Lyceum

Renovatie

Stichtingsjaar

b/k/g/vmbo mavo/havo/vwo

Instelling

Vestiging

Schoolbestuur

De gemeente moet in ieder geval op basis van de zorgplicht zorgdragen voor de voorzieningen in de huisvesting. In de tabellen 2a en b is dit weergegeven voor de komende 40 a 50 jaar. Met dit scenario voldoet de gemeente aan de minimale wettelijke eisen voor de zorgplicht tot adequate huisvesting.

* Locatie is gezamenlijk in gebruik met Auris

Jaartal

Vervanging in m2 bvo

Vestiging

Categorie

Instelling

Tabel 2a: vervanging onderwijsmeters op basis van de gemeentelijke zorgplicht zonder gymnastiek accommodatie

Goese Lyceum

b/k/g/vmbo

Bergweg 14

2022

4.935

Ostrea Lyceum

havo/vwo

Fruitlaan 3

2022

6.100

Calvijn College

havo/vwo

Klein Frankrijk 19

2043

7.935

Calvijn College

havo/vwo

Noordhoeklaan 88

2049

1.032

Ostrea Lyceum

b/k/g/vmbo

Bergweg 4

2058

4.174

Ostrea Lyceum

mavo

‘s-Heer Elsdorpweg 4

2058

2.201

Calvijn College

havo/vwo

Stationspark 25

2068

2.487

Ostrea Lyceum

havo/vwo

Fruitlaan 3

2070

1.267

Wissel

pro

Bergweg 8*

2070

1.030

Goese Lyceum

vmbo

Oranjeweg 90

2074

9.754

totaal

40.915

* Locatie is gezamenlijk in gebruik met Auris

Tabel 2b: tabel 2a in tijd Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 21

4.935

5.2. Scenario 1, de beleidsrijke versie Naast de beleidsarme invulling van de zorgplicht, is het ook mogelijk op basis van samenwerking door de schoolbesturen, rekening houdend met de maatschappelijke context en de onderwijskundige ontwikkelingen een combinatie te maken in het aanbod van de verschillende onderwijscategorieën zodat er een duidelijk versterkt aanbod ontstaat voor het vso, vmbo, havo en vwo. Dat betekent:

1. Het realiseren van drie gelijkwaardige regionale scholengemeenschappen: a. unilocatie van het Calvijn College inclusief pro en bovenbouw vmbo b/k Krabbendijke in Goes; b. unilocatie van Het Goese Lyceum op de Oranjeweg. Dat betekent in vmbo scenario 1A uitbreiding (in m²) met de onderbouwleerlingen vmbo b/k/g. In scenario 1B is deze uitbreiding niet nodig, maar worden deze m2 gerealiseerd in een gezamenlijk vmbo-gebouw voor de leerjaren 1 t/m 4; c. unilocatie van Het Ostrea Lyceum op de Fruitlaan. Dat betekent in vmbo scenario 1A inclusief m² voor de onderbouwleerlingen vmbo b/k. In scenario 1B is deze uitbreiding niet nodig, maar worden deze m2 gerealiseerd in een gezamenlijk vmbo-gebouw voor de leerjaren 1 t/m 4;

2. Het realiseren van een gebundelde voorziening vmbo b/k/g: a. in het vmbo scenario 1A voor de bovenbouw (leerjaren 3 en 4) van het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum (zo mogelijk samen met het mbo van Scalda), op een nader te bepalen locatie; b. In het vmbo scenario 1B voor de volledige vmbo scholen van het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum (zo mogelijk samen met het mbo van Scalda), op een nader te bepalen locatie; c. Het totaal aantal m2 te realiseren vloeroppervlak is in beide scenario’s gelijk.

3. Het realiseren van praktijkmogelijkheden voor vso leerlingen van OZEO voor wie dat mogelijk en haalbaar is in de vmbo b/k voorziening; 4. Het realiseren van praktijkruimte voor vmbo t (mavo), havo en vwo-leerlingen van het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum in de vmbo b/k voorziening. Dit beleidsrijke scenario geniet bij de schoolbesturen en de gemeente duidelijk de voorkeur. Om het beleidsrijke scenario te realiseren, moet de capaciteit per onderwijscategorie worden beschouwd. Op dit moment is er sprake van beschikbare capaciteit voor de beide onderwijsinstellingen (Ostrea Lyceum en Goese Lyceum), afgezet tegen de huidige (2021) en toekomstige huisvestingsbehoefte (2031) en gebaseerd op de meest recente leerlingenprognose van Pronexus. Hierbij is uitgegaan van het jaar 2031, omdat het hanteren van een later jaar (t+15) een lager aantal leerlingen geeft, dat in latere jaren later weer groeit. Dan zou er een onvoldoende aantal m2 worden toegerekend. Ook de unilocatie van Calvijn college met de wijziging van de leerlingenstroom (verplaatsing van leerlingen uit Krabbendijke en Appelstraat) is tot en met 2031-2032 geprognosticeerd. Voor het bepalen van de omvang is het aantal leerlingen per categorie onderwijs voor zowel de onder- als bovenbouw nodig. De uitwerking van dit scenario zal in fasen plaatsvinden.

Reden is dat de ontwikkelingen rond het vmbo b/k/g nog nadere uitwerking vragen. Die resultaten bepalen de uiteindelijke behoefte en omvang van de huisvesting van het vmbo b/k/g, al dan niet voor de leerjaren 3-4 in combinatie met de praktijkschool en het mbo. Daarom wordt voor Ostrea lyceum eerst gestart met de nieuwbouw van de Fruitlaan (zonder vmbo b/k/g). De Bergweg blijft in gebruik. Ook met de unilocatie van Calvijn wordt een start gemaakt.

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 22

Voor het maken van een keuze uit de vmbo scenario’s 1A en 1B en voor het uitwerken van het gekozen voorkeursscenario waarbij ook de samenwerking met het mbo nog verdere invulling vraagt, is tijd nodig. Voor het streven naar de beste oplossing voor de vmbo leerlingen gaat immers kwaliteit boven tijd. In dit IHP wordt daarvoor de tijd genomen tot 2026. Dan moet helder zijn hoe de duurzame vormgeving van de vmbo locatie eruit gaat zien, zodat de realisatie in concrete huisvesting vanaf 2027 vorm kan krijgen. In dit IHP wordt op basis van de prognoses een indicatie gegeven van de kosten die met de vorm te geven vmbo b/k/g oplossingen gemoeid zijn. In de actualisatie van het IHP in 2026 zal de voorziening voor het vmbo geconcretiseerd worden mede op basis van de dan op te stellen leerlingen prognose (t+15) en de dan geldende financiële normen en huisvestingseisen.

Scenario A Unilocatie Calvijn

Unilocatie Ostrea

Unilocatie Pontes

vwo

havo

vwo

vwo

vmbo-T

pro

vmbo-T

vmbo-G/B/K klas 1 t/m 4

havo

havo

vmbo-T

vmbo-G/B/K klas 1 en 2

vmbo-G/B/K klas 1 t/m 4

Ostrea

Pontes

vmbo-G/B/K klas 3 en 4

vmbo-G/B/K klas 3 en 4 Met vso en pro en mogelijk i.s.m. het mbo

Scenario B Unilocatie Calvijn

Unilocatie Ostrea

Unilocatie Pontes

vwo

havo

vwo

vwo

vmbo-T

pro

vmbo-T

vmbo-G/B/K klas 1 t/m 4

havo

havo

vmbo-T Ostrea vmbo-G/B/K klas 1 t/m 4

Pontes vmbo-G/B/K klas 1 t/m 4 Met vso en pro en mogelijk i.s.m. het mbo

Integraal Huisvestings Plan | Onderwijsvoorzieningen Voortgezet Onderwijs Gemeente Goes | 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12584630/1