CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 06. Tiny Houses Tiendendreef Goes

Beeldvormende raad 23 juni 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Tiny Houses22.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Tiny Houses Tiendendreef Goes Goes

DATUM IMRO IDN

14-02-2022 NL.IMRO.0664.BPGW20-ON99

PROJECT PROJECTLEIDER

20211308 ing. J.A. van Broekhoven

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

gemeente Goes 20211308

AUTEUR STATUS

J. Dingemanse vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

7

1.3

Opzet

8

Beleidskaders

10

2.1

Rijksbeleid

10

2.2

Provinciaal beleid

12

2.3

Regionaal en gemeentelijk beleid

15

Hoofdstuk 3

Inventarisatie en analyse

21

Hoofdstuk 4

Visie op het plangebied

22

4.1

Algemeen

22

4.2

Streefbeeld functies en deelgebieden

22

Sectorale aspecten

24

5.1

Archeologie

24

5.2

Bodem

25

5.3

Flora en Fauna

29

5.4

Geluidhinder

33

5.5

Luchtkwaliteit

33

5.6

M.e.r.-beoordeling

34

5.7

Milieuhinder en veiligheid

34

5.8

Externe veiligheid

35

5.9

Duurzaamheid en klimaat

36

5.10

Verkeer

41

5.11

Water

42

Juridische vormgeving

48

6.1

Wettelijk kader

48

6.2

Planvorm

48

6.3

Toelichting op de bestemmingen

48

Handhaving

51

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

3/611

7.1

Inleiding

51

7.2

Handhaving bestemmingsplannen

51

7.3

Handhavingsbeleid

52

7.4

Opleggen sancties

52

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

53

Hoofdstuk 9

Maatschappelijke toetsing

54

9.1

Ontwerpbestemmingsplan

54

9.2

Zienswijzen

54

Bijlagen toelichting

55

Bijlage 1

Archeologie Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek

57

Bijlage 2

Beoordeling archeologisch onderzoek gemeente Goes

77

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek (2018)

81

Bijlage 4

Aanvullend (water)bodemonderzoek (2020)

197

Bijlage 5

Plan van aanpak loodverontreiniging

335

Bijlage 6

Evaluatierapport bodemsanering

381

Bijlage 7

Memo AERIUS berekening

539

Bijlage 8

Berekening gebruiksfase stikstof

541

Bijlage 9

Quickscan flora en fauna

543

Bijlage 10

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

571

Bijlage 11

Antwoordnota

583

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

589

Artikel 1

Begrippen

589

Artikel 2

Wijze van meten

593

Bestemmingsplanregels

594

Artikel 3

Groen

594

Artikel 4

Verkeer

596

Artikel 5

Wonen

598

Artikel 6

Waarde - Archeologie - 2

599

Hoofdstuk 2

4/611

588

Hoofdstuk 3

Algemene regels

602

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

602

Artikel 8

Algemene bouwregels

603

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

604

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

605

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

606

Artikel 12

Algemene wijzigingsregels

607

Artikel 13

Algemene procedureregels

608

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

609

Artikel 14

Overgangsrecht

609

Artikel 15

Slotregel

610

Bijlagen regels

5/611

Toelichting

6/611

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan Tiny Houses Tiendendreef Goes heeft betrekking op het project voor het realiseren van 11 Tiny Houses aan de Tiendendreef in Goes. Aan de hand van een aantal verzoeken naar plaatsingsmogelijkheden heeft de gemeente Goes in 2018 het nieuwe fenomeen voor Tiny Houses opgepakt. Om een dergelijk woonconcept te kunnen realiseren is een inventarisatie van mogelijk geschikte locaties gemaakt. Uit deze verkenning is de locatie Tiendendreef in de wijk Goes-West als geschikte locatie naar voren gekomen. Vervolgens is besloten het project vanuit een open planproces te benaderen en vanuit de behoeften van belangstellenden/initiatiefnemers een plan mogelijk te maken waarbij de gemeente faciliteert en begeleidt. Dit bestemmingsplan biedt een handvat om de ontwikkeling van het project gericht te sturen en daarmee bij te dragen aan het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en de leefkwaliteit. In het geldende bestemmingsplan 'Goes West' heeft de locatie de bestemming 'Maatschappelijk'. De beoogde ontwikkeling past niet binnen deze bestemming. Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken is met de gemeente Goes overeengekomen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt aan de Tiendendreef en betreft een braakliggend stuk grond achter de bestaande woningen van de Middelburgsestraat en de Westsingel te Goes. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt het bestemmingsplan 'Goes West' gedeeltelijk herzien.

7/611

Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied (Bron: Google Maps)

Figuur 1.2 Straatnamenkaart (Bron: Gemeente Goes)

1.3

Opzet

Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen tezamen het juridische bindende gedeelte van het plan. De toelichting van voorliggend bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 1 is de aanleiding voor het opstellen van het

8/611

bestemmingsplan uiteengezet. Hoofdstuk 2 gaat in op het ruimtelijk beleid dat op de voorgestane ontwikkeling van toepassing is. Hoofdstuk 3 beschrijft de bestaande situatie en hoofdstuk 4 bevat de visie op het plangebied. De sectorale aspecten worden behandeld in hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 7 beschrijft de handhavingsmogelijkheden op basis van het bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid is in hoofdstuk 8 aangeduid en tot slot wordt in hoofdstuk 9 de maatschappelijke toetsing en overleg van de beoogde ontwikkeling behandeld.

9/611

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

2.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Aan de hand van een toekomstperspectief 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

10/611

Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing en conclusie Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het mogelijk maken van 11 Tiny Houses wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de NOVI. Dit initiatief raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 2.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame verstedelijking Samenvatting beleidskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuw stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De reden hiervoor is het bevorderen van een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Een stedelijke ontwikkeling houdt in dat er nieuwe bebouwing wordt toegevoegd aan de huidige bebouwing. De ladder bestaat uit twee stappen: de eerste stap bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. De tweede stap omvat, indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing en conclusie De ladderonderbouwing is op basis van jurisprudentie pas nodig vanaf 12 woningen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in 11 Tiny Houses en de daarbij behorende juridische planologsiche vastlegging. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom in dit geval niet relevant.

Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet nodig.

11/611

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is op 21 september 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. Het is een plan op hoofdlijnen, met veel ruimte voor regionale invulling. Ambitie Als opvolger van het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 heeft de provincie Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 (hierna Omgevingsplan) opgesteld. In de geest van de nieuwe Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding 1 juli 2022) is het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd en daar waar nodig geactualiseerd in dit integrale Omgevingsplan. Het Omgevingsplan omvat de onderstaande (wettelijke) plannen: Omgevingsplan Zeeland; Natuurvisie; Mobiliteitsvisie; Kustvisie; Economische agenda; Cultuurnota; Milieubeleidsplan. Zolang de nieuwe Omgevingswet nog niet in werking is, moet de provincie zich houden aan de huidige wetgeving. Desondanks is de opvolger van het Omgevingsplan 2012-2018 zoveel mogelijk in de geest van de Omgevingswet opgesteld. Dit zijn eerste bescheiden stappen in een omvangrijker traject richting de Omgevingswet.

De stappen die nu zijn gezet: alle provinciale beleidsvisies over de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd en krijgen de titel Omgevingsplan Zeeland 2018; in het plan zijn doelen en ambities voor de lange termijn opgenomen; het plan is minder gedetailleerd dan de huidige beleidsplannen en uitvoeringsacties zullen in aparte programma's worden ondergebracht; in het plan en daaruit volgende Omgevingsverordening is meer flexibiliteit ingebouwd. Parallel aan het opstellen van het Omgevingsplan wordt met medeoverheden en andere externe partijen een structuur opgezet om in 2021 geheel te kunnen werken volgens de uitgangspunten en systematiek van de Omgevingswet. Daarbij zal ook duidelijk worden hoe een provinciale Omgevingsvisie onder de Omgevingswet er uit kan gaan zien. In dit beleidsstuk worden de volgende hoofdlijnen van beleid voor provincie Zeeland aangegeven: duurzame en concurrerende economie (o.a. biobased en circulaire economie, bedrijvigheid, nieuwe economische dragers in het landelijk gebied, vrijetijdseconomie, waterrecreatie en jachthavens, luchtvaart, voorzieningen en landbouw); klimaatbestendige en -neutrale samenleving (o.a. duurzame energie, water, meerlaagse veiligheid en

12/611

medegebruik waterkeringen, randen Noordzee en Deltawateren en klimaatadaptatie); waardevolle leefomgeving (o.a. biodiversiteit, natuurgebieden, landschap en erfgoed, archeologie en bodem); toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving (o.a. mobiliteit, bereikbaarheid over weg, spoor en water, transportleidingen, stedenbeleid, wonen, gezonde leefomgeving en milieukwaliteit). Duurzame en concurrerende economie Verduurzaming van wonen, recreatie en bedrijvigheid is een wereldwijde en belangrijke maatschappelijke opgave. Daarbij wordt de vraag gesteld hoe de Zeeuwse (energie)productie, consumptie én levenswijze toekomstbestendig gemaakt kan worden, zodat people, planet én profit in waarde toenemen. Dat is een grote uitdaging voor Zeeuwse burgers, bedrijven en overheden. Klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving De verandering van het klimaat als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen heeft ingrijpende gevolgen. De zeespiegel stijgt en weerextremen zoals overvloedige neerslag, lange periodes van hitte en droogte en stormen gaan vaker optreden. Dit resulteert in een groter risico op overstroming, wateroverlast, hittestress en ernstig watertekort/droogte. De gevolgen van klimaatverandering zijn zeker voor Zeeland van belang. Bescherming tegen het water, maar ook het gebruik van het water verdient daarom onze continue aandacht.

De provincie wil binnen haar mogelijkheden haar bijdrage leveren aan het beperken van het klimaatprobleem; zowel aan de bron als in de gevolgen. Waardevolle leefomgeving Deltagebieden zoals de Zeeuwse Delta, waar zout zeewater en zoet rivierwater samenkomen, worden gekenmerkt door hoge concentraties aan voedingstoffen in zowel het water als het slib dat in het water wordt meegevoerd. Dat maakt dit soort delta's tot de meest productieve natuurlijke leefomgevingen in de wereld en uit zich in een grote natuurlijke rijkdom. De invloed van de zee en de rivieren heeft niet alleen geresulteerd in een unieke natuur, maar ook in een uniek landschap en uniek cultureel erfgoed. Nergens ter wereld is zo'n dichtheid aan polders en dijken te vinden als in Zeeland. De natuurlijke rijkdom en gunstige ligging van delta's heeft vanouds ook een grote aantrekkingskracht op de mens. Veel van de grote beschavingen uit de wereldgeschiedenis ontwikkelden zich in Deltagebieden. Die grote menselijke activiteit en die bijzondere en kwetsbare natuur komen allemaal samen in het Deltagebied. Dit levert een unieke en aantrekkelijke situatie op, die onvermijdelijk ook tot knelpunten leidt. De uitdaging ligt erin om met z'n allen (overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers) de juiste balans te vinden tussen benutting en bescherming van de natuurlijke rijkdommen die de Delta ons biedt.

Toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving Zeeland heeft veel kwaliteit te bieden op het gebied van wonen en werken en scoort landelijk gezien positief qua leefomgeving. Wel zijn er lokaal aanzienlijke verschillen. De ambitie is de provincie nog gezonder te maken. Een gezonde provincie heeft een goede milieukwaliteit (geluid, lucht, veiligheid) en is aantrekkelijk om in te wonen, te ontspannen en te bewegen. Inwoners verplaatsen zich zoveel mogelijk door middel van een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem en beschikken over voldoende groen in de omgeving. Voor een goed woon- en werkklimaat zijn veel verschillende factoren van belang. Het gaat om de woningen en bedrijfspanden zelf, de directe omgeving en de toegang tot hoofdwegen en voorzieningen. Bereikbaarheid van

13/611

voorzieningen wordt daarbij belangrijker dan de nabijheid. Om voorzieningen naar de toekomst op peil te houden en leegstand te voorkomen, is het belangrijk om de ontwikkeling van de Zeeuwse steden te stimuleren. Want stad en omliggende regio functioneren feitelijk als één geheel. Toetsing De ontwikkeling ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Goes en bevindt zich op korte afstand van voorzieningen. De gemeente Goes maakt onderdeel uit van de regio Bevelanden. De woningmarktafspraken van deze regio zijn in de Agenda Wonen in De Bevelanden 2020 opgenomen. Hierin is aangegeven dat er in Goes meer behoefte aan centrumstedelijke woonmilieus is dan dat er nu gepland staat. Daarmee voorziet de ontwikkeling van 11 Tiny Houses in het centrum van Goes in een behoefte. Het beoogde type woning is een aanvulling op de bestaande voorraad, waar door de veranderde markt behoefte aan is. Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met het Omgevingsplan 2018. 2.2.2 Provinciale Omgevingsverordening De hoofddoelstellingen van het omgevingsplan zijn juridisch vormgegeven in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze is eveneens vastgesteld op 21 september 2018. In het kader van de normerende rol van de provincie wordt de Omgevingsverordening ingezet voor die onderwerpen waarvan de provincie eraan hecht dat doorwerking van het beleid van het Omgevingsplan juridisch geborgd is.

Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in het Omgevingsplan is verwoord. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van het Omgevingsplan dus niet in nieuw beleid. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Wat elders geregeld is wordt niet nog eens geregeld in deze verordening om extra regeldruk te voorkomen. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening. Waar mogelijk zijn afwijkmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Om te voorkomen dat procedures nodeloos ingewikkeld worden, is afgezien van de mogelijkheid om rechtstreeks werkende bepalingen op te nemen. Artikel 4.1 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening biedt die mogelijkheid in de vorm van regels die moeten voorkomen dat in de verordening begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de verordening zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden die is aangepast op de inhoud van deze verordening.

Er is dus geen sprake van rechtstreeks werkende bepalingen waaraan bouwaanvragen getoetst zouden moeten worden zolang bestemmingsplannen niet zijn aangepast. Toetsing In de Omgevingsverordening Zeeland 2018 worden de bestaande verordeningen op het gebied van ruimte, milieu, water, wegen- en vaarwegen, natuur, distelbeheer, landschap en ontgrondingen samengevoegd. De voorgaande verordeningen zijn ingetrokken. De bestaande regels zijn zoveel mogelijk ongewijzigd

14/611

overgenomen. Op ondergeschikte punten zijn de bestaande regels herzien. Het betreft onder meer het schrappen en/of actualiseren van verouderde regels, verbeteringen, herstel van fouten. Slechts op beperkte onderdelen, voortvloeiend uit het Omgevingsplan Zeeland 2018, zijn nieuwe regels toegevoegd of bestaande regels aangepast. Het betreft onder andere de volgende onderdelen: uitbreidingsruimte kleinschalige bedrijventerreinen, mogelijkheden voor windenergie, mogelijkheden voor zonne-energie, vertaling van de kustvisie voor wat betreft verblijfsrecreatie, en bebouwingmogelijkheden van de stranden, regels verhuurplicht recreatiewoningen in de vorm van centraal bedrijfsmatige exploitatie, ligplaatsen in jachthavens, uitbreidingsmogelijkheden voor intensieve veehouderij, verruiming mogelijkheden plaatsen borden, spandoeken en informatiezuilen. Er zijn geen specifieke punten te noemen die expliciet aandacht vragen of een belemmerende werking hebben voor dit bouwplan. Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met de regels uit de omgevingsverordening.

2.3

Regionaal en gemeentelijk beleid

2.3.1 Regionale Woningmarktafspraken De vijf Bevelandse gemeenten hebben regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' (mei 2020). In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Algemeen Niet méér bouwen dan de behoefte; Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; Flexibiliteit in de plannen; Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; Inbreiden voor uitbreiden; Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; Levensloop- en toekomstbestendig; Aandacht voor groen en water; Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; Extra middenhuurwoningen;

15/611

Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreëerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2. De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod. Toetsing en conclusie Met dit (proef)project wordt ingespeeld op de behoefte aan kleine verplaatsbare woningen op een vrije kavel, zogenoemde Tiny Houses. Het sluit aan bij de woningmarktafspraken om meer semipermanente woningen te realiseren, klein wonen voor 1 – 2 huishoudens in de stad te faciliteren en in te zetten op inbreidingslocaties. Daarnaast maakt de ontwikkeling van de locatie Tiendendreef met 11 woningen onderdeel uit van het regionale woningbouwprogramma. 2.3.2 Regionale woonvisie Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'.

Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen.

Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten.

16/611

Toetsing en conclusie Met het project Tiny Houses wordt ingespeeld op een trend naar klein wonen. Klein wonen/Tiny Houses gaat over een andere manier van wonen: bewust gebouwd en bewoond, slim gebruik van ruimte en innovatieve technologieën. Het sluit aan bij een leefstijl met kenmerken als zelfvoorzienend, financieel ongebonden, duurzaam en zo min mogelijk spullen. Een dergelijk woonconcept sluit tevens aan op het gemeentelijk klimaatprogramma. Te weten een nieuwe woontrend waarbij mensen op een andere manier willen wonen, duurzaam en leven met zo min mogelijk spullen. Hierbij gaat het om een bewuste keus voor een leefstijl met onafhankelijkheid als drijfveer. Daarnaast is gekozen voor een vraaggerichte ontwikkeling. Het woonbeleid biedt mogelijkheden binnen bestaand bebouwd gebied extra plancapaciteit te zoeken voor collectief particulier opdrachtgeverschap. Met het vormen van een initiatiefgroep en deze groep een plan te laten uitwerken is daar inhoud aan gegeven. De gemeente faciliteert en begeleidt. Het gaat hierbij om een combinatie van burger- en overheidsparticipatie. Verder sluit de mogelijkheid met uitgifte van kleine kavels voor zelfbouw ook aan op de trend van kleiner wonen en daarvoor zelf iets te kunnen bouwen op een duurzame manier.

Dit past in de woonvisie om voor iedereen een passend woningaanbod te bieden, zowel tijdelijk als (meer) permanent, en biedt nieuwbouw dat iets toevoegt aan het huidige woningaanbod vanuit de invulling van specifieke woonwensen. 2.3.3

Goes: Groenstructuurplan 2014- 2024

In het Groenstructuurplan wordt de gemeentelijke visie op het openbaar groen beschreven. Er wordt gestreefd naar robuust en duurzaam groen, waarmee de hoofdgroenstructuren behouden blijven en versterkt worden. De juiste boom op de juiste plek is van belang, zodat deze kunnen uitgroeien tot volwassen exemplaren. Hiermee wordt gestreefd naar het waarborgen en verhogen van de kwaliteit van de groene leefomgeving. In het Groenstructuurplan valt het onderhavig bestemmingsplan binnen de wijk Goes-West en sluit aan op de groenstructuur van de veste van centrum Goes. De oudste delen van de wijk Goes-West zijn compact gebouwd waardoor de straten weinig openbaar groen hebben. De woningen beschikken echter wel over relatief grote (achter)tuinen. De westelijk gelegen woongebieden hebben een ruimere opzet, waarbij ook in het openbaar gebied grotere groene ruimten met speelvoorzieningen zijn. Ten noorden van de Middelburgsestraat vormt de 's-Heer Hendrikskinderendijk met aansluitend de Veste én de boerderij van Suurland een belangrijke drager voor de hoofdgroenstructuur. De groenstructuur is in het jaar 2020 versterkt met een Tiny Forest die direct naast het plangebied aangelegd is. Op het Tiny Forest rust een instandhoudingsverplichting. Omdat de wijk Goes-West weinig openbaar groen kent worden de bestaande bomen ingepast.

Verder kan worden opgemerkt dat er inmiddels een nieuw groenstructuurplan in voorbereiding is.

17/611

2.3.4 Welstandsnota (september 2016) Het welstandsbeleid van de gemeente Goes is verwoord in de "Welstandsnota Goes". Het belangrijkste doel van het welstandsbeleid is het vormen van een toetsingskader voor welstand, waarmee de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten behouden en versterkt kunnen worden. Hiervoor zijn een aantal beoordelingskaders opgesteld, waaronder enkele van gebiedsgerichte aard. Deze dienen altijd in samenhang met de gehele gebiedsomschrijving van het desbetreffende deelgebied waarop de omgevingsaanvraag van toepassing is te worden gehanteerd. Er zijn verschillende vormen en typen van Tiny Houses. Het project is gestart als proef met als opzet de toekomstige bewoners zoveel als mogelijk vrij te laten binnen de voorwaarden van omvang, hoogte en inhoud. Voor het plangebied 'Tiny houses Tiendendreef Goes' is er dan ook voor gekozen geen eisen op te nemen op het gebied van welstand. De ontwerpvrijheid en diversiteit aan woningen wordt hiermee gestimuleerd. Bij een toekomstige actualisatie van de welstandsnota zal voorliggend plan worden opgenomen als zijnde welstandsvrij gebied. De procedure voor het wijzigen van het gebied naar welstandsvrij gebied loopt gelijk aan de formele bestemmingsplanprocedure. 2.3.5 Gemeentelijke klimaatbeleid Het klimaat verandert.

Het wordt warmer, we krijgen te maken met langdurige perioden van hitte en droogte, er is een grotere kans op extreme neerslag en de zeespiegel stijgt. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door de hoge concentratie broeikasgassen, zoals CO2, in de atmosfeer. Door het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen kunnen de gevolgen van klimaatverandering beperkt worden. In het Klimaatakkoord van Parijs staat omschreven dat de temperatuur op aarde niet verder mag stijgen dan 2°C, met de ambitie om dit te beperken tot 1,5°C. Op de Verenigde Staten na, heeft wereldwijd ieder land dit akkoord ondertekend. Landelijk zijn er doelen gesteld om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen: in 2050 is de uitstoot van CO2 met 95% verminderd; in 2050 hebben we een energieneutrale gebouwde omgeving; vanaf 1 juli 2018 worden nieuwbouwwoningen niet meer op het aardgasnet aangesloten. Ondanks dat we de uitstoot van broeikasgassen verminderen of zelfs stoppen, zullen we te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering, zoals toenemende extreme weersomstandigheden. Het is daarom van belang de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten. Landelijk is het doel gesteld dat de openbare ruimte in 2050 klimaatrobuust is ingericht. De gemeente Goes levert een bijdrage aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het behalen van de landelijke richtlijnen.

Om deze landelijke richtlijnen te halen heeft de gemeente Goes de volgende doelstellingen vastgesteld: de gemeente Goes stimuleert duurzame nieuwbouw; de gemeente Goes ondersteunt de doelen van het Zeeuws Energieakkoord en werkt aan een energieneutrale particuliere woningvoorraad in 2045; duurzame energie wordt op kansrijke locaties opgewekt, zoals het toepassen van zonne-energie op daken; het gebruik van duurzame vervoersmiddelen wordt gefaciliteerd, onder andere door het plaatsen van openbare laadpalen;

18/611

de gemeente Goes past circulaire economie toe wanneer de kans zich voordoet, zoals het toepassen van kansen voor circulair bouwen. In paragraaf 5.9 wordt verder ingegaan op de verschillende maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering. 2.3.6 Nota's Bodembeheer gemeente Goes Voor de gemeente Goes is op 30 januari 2014 een algemene Nota Bodembeheer vastgesteld. Aanvullend hierop is op 7 juli 2016 een Nota Bodembeheer voor het Havengebied (Goese Schans) vastgesteld. In de nota's is beschreven hoe binnen de gemeente Goes omgegaan dient te worden met grondverzet. In de nota's zijn ook een bodemkwaliteitskaart en een bodemfunctieklassenkaart opgenomen. De verlenging van de bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Goes exclusief het havengebied is op 5 november 2019 vastgesteld. Op 22 september 2020 is aanvullend een bodemkwaliteitskaart voor PFAS vastgesteld. Gezamenlijk bepalen zij aan welke eisen grond moet voldoen wanneer deze wordt toegepast, wat de gemiddelde kwaliteit is van de grond wanneer deze wordt ontgraven en welke doelstelling gebruikt moet worden wanneer een bodemsanering nodig blijkt te zijn. Opgemerkt wordt dat de nota's betrekking hebben op een aantal stoffen, zoals een aantal metalen, PAK, minerale olie, OCB en PFAS. Op basis van de bodemkwaliteitskaarten kan de gemiddelde bodemkwaliteit van een gebied worden aangegeven.

Dit wordt nader beschreven in paragraaf 5.2. Handreiking bouwen en bodemkwaliteit In deze handreiking wordt aangegeven in welke gevallen wel of niet een bodem- en/of asbestonderzoek noodzakelijk is bij het bouwen van bouwwerken of functiewijzigingen in bouwwerken. Ook wordt aangegeven onder welke voorwaarden bodemonderzoek moet plaatsvinden. 2.3.7 Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan (GVVP) (augustus 2003) In het GVVP wordt ingegaan op het verbeteren van bestaande verkeersknelpunten en wordt ingespeeld op de verkeerseffecten van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Er is tevens een beoordelingskader opgenomen om beleidsmatig de vinger aan de pols te houden. Beleid en toekomstige verkeerskwesties in Goes worden aan dit kader getoetst. In het GVVP is gekozen voor een integrale benadering van alle mobiliteitsdeelnemers op basis van een geografische indeling, waardoor de visie overzichtelijk aanschouwelijk is gemaakt. Het GVVP is vastgesteld op 25 augustus 2005. Daarna is dit plan geactualiseerd d.m.v. de GVVP Tussenevaluatie 2008 en de GVVP Actualisatie 2013 (vastgesteld februari 2014). Een aantal zaken is verder verdiept in de volgende beleidsnota's: parkeerbeleid: Parkeerbeleidsplan 2009; verkeersveiligheidsbeleid: Op weg naar nul 2011; fietsbeleid: Goes Fiets Verder 2012.

Conclusie Omdat onderhavig bestemmingsplan geen wezenlijke ontwikkelingen mogelijk maakt en het genoemde beleid aansluit bij de bestaande situatie, is er voor dit bestemmingsplan geen strijdigheid met het gemeentelijk beleid. In de volgende hoofdstukken worden enkele punten uit het regionaal en gemeentelijke beleid nader

19/611

toegespitst op het plangebied.

20/611

Hoofdstuk 3

Inventarisatie en analyse

De locatie voor de te bouwen Tiny Houses is gelegen in het binnengebied achter de 's-Heer Hendrikskinderendijk, Middelburgsestraat en de Westwal aan de Tiendendreef in de wijk Goes-West. Het binnengebied wordt via de Westwal ontsloten. In de richting van de 's-Heer Hendrikskinderendijk is een langzaamverkeersverbinding aanwezig. De locatie grenst voornamelijk aan achterkanten van woningen. Alleen aan de Tiendendreef zijn voorkanten van bebouwing aanwezig. Rondom het plangebied is de stedenbouwkundige historie van Goes nog goed zichtbaar. De locatie bevindt zich namelijk net buiten de oude vesting van Goes ten zuiden van de 's Heer Hendrikskinderendijk. Deze dijk vormde lange tijd de een belangrijke ontsluiting van de stad over land in westelijke richting. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd de Middelburgsestraat aangelegd en werd de omgeving rond de locatie steeds verder bebouwd met woningbouw. Daarnaast bevindt het plangebied zich in bebouwd stedelijk gebied. Vanuit de locatie is de ligging nabij de oude 's-Heer Hendrikskinderendijk beleefbaar door de volwassen groenstructuur met bomenrijen op deze dijk. De locatie zelf ligt braak en is omgeven door een kavelsloot ten behoeve van de afwatering. De kavel is in gebruik geweest ten behoeve van een tijdelijk schoolgebouw met gymzaal. Inmiddels ligt de kavel al weer circa 10 jaar braak.

Direct naast het plan is vorig jaar een zogenaamd Tiny Forest aangelegd, waar o.a. de kinderen uit de naastgelegen school gebruik van maken. De locatie vormt een relatief besloten en groene ruimte dicht bij het centrum van Goes. De invulling van de locatie door middel van Tiny Houses is daarom een goede kleinschalige invulling van dit gebied waarbij deze kwaliteit zo veel mogelijk behouden blijft.

21/611

Hoofdstuk 4 4.1

Visie op het plangebied

Algemeen

Met dit bestemmingsplan wil de gemeente het plaatsen van Tiny Houses op vrije kavels mogelijk maken. Het gaat dan om verplaatsbare (lichte funderingsconstructie) of mobiele (verrijdbaar onderstel) woningen met een woonoppervlak van maximaal 50 m2 inclusief een overdekt terras. Bij de kleinschalige woningen komt een aantal gezamenlijke voorzieningen (berging/parkeerplaats) om zo de ruimtelijke kwaliteit op de woonkavel te bevorderen. De kavels zijn circa 130 - 200 m2 groot, zodat een groen en kleinschalig beeld ontstaat. Het geheel wordt omzoomd door een groene gordel langs de bestaande sloot die de overgang naar de bestaande woningen vormgeeft.

4.2

Streefbeeld functies en deelgebieden

4.2.1 Wonen Het verkavelingsplan (figuur 4.1) gaat uit van de realisatie van in totaal 11 Tiny Houses op vrije kavels. Daarnaast voorziet het plan in de bouw van twee gebouwen voor bergingen en parkeerplaatsen in de vorm van een carport of parkeerschuur. Het bewonerscollectief heeft voor ieder Tiny House een eigen parkeerplaats op het eigen terrein. Verder krijgt het terrein een open inrichting: er komen geen hoge schuttingen en voorzieningen, zoals een berging, zijn gezamenlijk.

22/611

Figuur 4.1 Verkaveling plangebied (Bron: gemeente Goes) Als specifieke voorwaarden voor de Tiny Houses geldt dat de woningen uit maximaal twee lagen mogen bestaan, met een maximale hoogte van 6 meter en een inhoud van maximaal 225 m3. Door deze eisen in combinatie met de maximale footprint van 50m2 worden de Tiny Houses nooit te massaal en is de impact op de omgeving beperkt. 4.2.2 Verkeer Het terrein is door de situering van de parkeervoorziening aan de rand autoluw te noemen waardoor een aangenaam verblijfsklimaat ontstaat. Ten aanzien van de vorige functie (school) is de verkeersdruk/generatie aanzienlijk kleiner hetgeen voor de buurt een meerwaarde is. De beide toegangen naar de parkeerplaatsen op de kavel voor de Tiny Houses (eigendom van de gemeente Goes) gaan fungeren als keermogelijkheid voor de busjes en taxi's om daarmee de afwikkeling van het leerlingenververvoer van de aangrenzende school soepeler te laten verlopen. Er worden vier extra (langs)parkeerplaatsen aangelegd voor de ontwikkeling van het plan voor de Tiny Houses. Aan de andere zijde van de straat is tevens een wachtstrook aanwezig waar de taxi's en busjes van de naastgelegen school gebruik van kunnen maken. 4.2.3 Groen Het plan voor de Tiny Houses is geïntegreerd met de aanleg van een Tiny Forest (reeds uitgevoerd). Daarnaast is het behoud van het groen verwerkt in het verkavelingsplan (Figuur 4.1).

Hierbij is tevens een onderhoudsstrook van (minimaal) drie meter langs de sloot opgenomen om onderhoud te kunnen uitvoeren.

23/611

Hoofdstuk 5

5.1

Sectorale aspecten

Archeologie

5.1.1 Inleiding Archeologische sporen en resten in de bodem van de gemeente Goes vormen een spiegel van duizenden jaren bewoningsgeschiedenis. Dit zogenaamde 'bodemarchief' is van maatschappelijk belang, omdat het voor het grootste deel van het verleden de enige bron van informatie is. Tegelijkertijd is dit bodemarchief kwetsbaar voor allerhande ingrepen en vormen van gebruik die nu eenmaal verband houden met wonen, werken en recreëren. Om te voorkomen dat de archeologische informatie ongezien verloren gaat, is het noodzakelijk dat gemeenten in het ruimtelijk beleid waarborgen inbouwen voor de omgang met dit bodemarchief. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta dat in 1992 door Nederland werd ondertekend. In eerste instantie berusten deze waarborgen op de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), het Besluit op de archeologische Monumentenzorg (Bamz) de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarmee werd behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Vanaf 1 juli 2016 is Erfgoedwet hier verantwoordelijk voor. 5.1.2

Gemeentelijk archeologiebeleid

Om op gemeentelijk niveau weloverwogen keuzes te kunnen maken heeft de gemeente Goes een gemeentelijk archeologiebeleid ontwikkelt, dat op 15 december 2011 is vastgesteld. Hiermee voldoet de gemeente niet alleen aan de wettelijke verplichtingen omtrent archeologie maar heeft het ook een formeel afwegingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid, dat gebaseerd is op een analyse van de plaatselijke situatie, geeft aan wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het rapport “Archeologiebeleid gemeente Goes” (d.d. 30 juni 2011) bestaat uit een “Deel A: Beleidsnota archeologie” en een “Deel B: Toelichting beleidskaart”. Deel B is een (ruimtelijke) uitwerking van het archeologiebeleid (deel A). Op basis van de beleidskaart, die bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, kan worden bepaald of voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op een specifieke locatie al dan niet archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in 8 categorieën, waarvan enkele categorieën bekende archeologische waardevolle gebieden omvatten en andere een bepaalde verwachtingswaarde op archeologische vondsten weergeven. Aan elke categorie, uitgezonderd Categorie 1, is een, aan oppervlakte van grondverstoring gebonden, vrijstelling voor archeologisch onderzoek gekoppeld.

Bij alle categorieën, wederom uitgezonderd categorie 1, geldt in ieder geval dat geen onderzoek hoeft plaats te vinden indien de bodem niet dieper dan 40 cm wordt verstoord. De gehanteerde categorieën zijn: Categorie 1: archeologisch rijksmonument; hiervoor is altijd een monumentenvergunning nodig; Categorie 2: terrein van archeologische waarde; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord; Categorie 3: stads- en dorpskernen van een specifieke archeologische verwachting; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord;

24/611

Categorie 4: hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 250 m2 wordt verstoord; Categorie 5: matige verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 500 m2 wordt verstoord; Categorie 6: lage verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht; Categorie 7: verwachting van maritieme vondsten; hiervoor is altijd overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig; Categorie 8: archeologische vondsten worden niet verwacht; geen onderzoeksplicht. 5.1.3 Toetsing archeologiebeleid Binnen de contouren van het plangebied is in het archeologiebeleid van de gemeente Goes op maatregelenkaart 1 (Laagpakket van Walcheren) een categorie 4 aanwezig. Op basis van de hoge archeologische verwachting uit het archeologiebeleid is het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk bij overschrijding van de vrijstellingsgrenzen van 250 m2 en 40 cm beneden maaiveld. Binnen het plangebied heeft in 2006 reeds archeologisch onderzoek plaatsgevonden in de vorm van een bureauonderzoek met verkennende boringen (bijlage 1). Hoewel dit onderzoek is uitgevoerd voor de vaststelling van het archeologiebeleid is vastgesteld dat het rapport voldoet aan de huidige maatstaven.

Op basis van het archeologisch onderzoek is door de toenmalige archeologisch adviseur van de gemeente Goes geadviseerd dat binnen het plangebied enkel archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 2 meter beneden maaiveld, of 1,5 m –NAP (bijlage 2). 5.1.4 Conclusie Het bestemmingsplangebied is volledig gelegen in een zone die in het archeologiebeleid van de gemeente Goes een categorie 4 kent. Op basis van het reeds uitgevoerde archeologische onderzoek kan de vrijstellingsdiepte worden bijgesteld van 40 cm beneden maaiveld naar 200 cm beneden maaiveld. Indien deze vrijstellingsgrenzen overschreden worden dient in het kader van een omgevingsvergunningprocedure aanvullend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit onderzoek dient te voldoen aan de vigerende landelijke en provinciale richtlijnen voor archeologisch onderzoek. Ten behoeve van vervolgonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid. De resultaten van dit onderzoek dienen ter beoordeling aan de bevoegde overheid te worden voorgelegd. De resultaten van het onderzoek kunnen tot vervolgonderzoek leiden. De aard van dat vervolgonderzoek is afhankelijk van de resultaten en de aard van de ingreep.

5.2

Bodem

5.2.1 Algemeen De toelichting van een bestemmingsplan bevat altijd een paragraaf over de bodemkwaliteit. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het bestemmingsplan bevat een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de boogde bestemming (functie). De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

25/611

5.2.2 Globale verontreinigingsituatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Tiendendreef 4 te Goes. Het plangebied betreft een locatie van een voormalig schoolgebouw, parkeerterrein en een speelplein. Het totale oppervlakte van de locatie is circa 3.885 m2. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Goes, sectie I, nummer 94 en 164 (beiden gedeeltelijk). Het perceel van het voormalige schoolgebouw betreft een braakliggend terrein met een oppervlakte van circa 3.510 m2. Uit de historische luchtfoto's blijkt dat het terrein in het verleden in gebruik was als agrarisch gebied. In 1970 is over bijna de gehele onderzoekslocatie en ten oosten van de onderzoekslocatie een boomgaard aanwezig. Tussen 1970 en 2005 is de bebouwing van het schoolgebouw, parkeerterrein en speeltuin gerealiseerd. Tussen 2009 en 2011 is ten noordwesten de gymzaal gesloopt en zijn tijdelijke schoolgebouwen geplaatst. Tussen 2011 en 2012 zijn de tijdelijke schoolgebouwen verwijderd. Tussen 2012 en 2013 is het schoolgebouw gesloopt en de verharding niet meer aanwezig. De situatie is onveranderd gebleven tussen 2013 en 2017.

Figuur 5.1 Bodemkwaliteitszones Tiendendreef (Bron: gemeente Goes)

Figuur 5.2 Bodemkwaliteit boomgaarden (Bron: gemeente Goes) De onderzoekslocatie komt niet voor in het tankarchief. De onderzoekslocatie bevindt zich grotendeels in zone 6: 'Binnenstad en vooroorlogse wijken + zone boomgaarden t/m 1980' en het overige deel in zone 6: 'Binnenstad en vooroorlogse wijken'. De bodemkwaliteitsklasse voor de boven-en ondergrond betreft: 'Industrie'. Op de bodemfunctiekaart van de gemeente Goes is de locatie ingedeeld in de functie 'Wonen'.

26/611

5.2.3 Bevindingen Vanaf 2018 is er een aantal bodemonderzoeken en rapportages gemaakt voor de locatie Tiny Houses en Tiny Forest aan de Tiendendreef. Hierna worden de rapportages in chronologische volgorde opgesomd en daarna samengevat, zodat er een compleet overzicht is van de bodemgegevens en conclusies. 1. Verkennend bodemonderzoek Tiendendreef 4 te Goes Projectnummer 412953.71 d.d. 11 oktober 2018 (Antea) (bijlage 3); 2. Aanvullend (water)bodemonderzoek Tiendendreef 4 te Goes Projectnummer: 0464753.100 d.d. 14 oktober 2020 (Antea) (bijlage 4); 3. Plan van aanpak verwijdering loodverontreiniging Tiendendreef 4 te Goes Projectnummer: 0466175.100 d.d. 28 oktober 2020 (Antea) (bijlage 5); 4. Evaluatierapport bodemsaner ing Tiendendreef 4 te Goes Projectnummer: 0466175.100 d.d. 11 mei 2021 (Antea) (bijlage 6); 5.2.3.1 Verkennend bodemonderzoek (2018) In het verkennend bodemonderzoek (bijlage 3) waren de conclusies als volgt. Bodem Deellocatie A: Voormalig schoolgebouw Zowel in de zintuiglijk schone- als zintuiglijk verontreinigde bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood en PAK aangetoond. In de ondergrond is een licht tot matig verhoogd gehalte aan koper en zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en PAK gemeten. Deellocatie B: Parkeerterrein en speeltuin In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan geanalyseerde parameters aangetoond.

In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, lood en zink aangetoond. Asbest In het opgeboorde materiaal is sporadisch puin aangetroffen. Conform de NEN 5707 (§ E.3.1) blijft de aanname 'onverdacht' zoals gesteld in het vooronderzoek van kracht omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten en geen asbesthoudend materiaal aanwezig is. Grondwater In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan geanalyseerde parameters aangetoond. 5.2.3.2 Aanvullend (water)bodemonderzoek (2020) In het aanvullend (water)bodemonderzoek (bijlage 4) waren de conclusies als volgt. Bodem Deellocatie A: Voormalig schoolgebouw/toekomstig tiny houses Ter plaatse van te verruimen waterloop zijn in de ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten aan kwik, lood

27/611

en PAK aangetoond. Ten aanzien van PFAS voldoet zowel de boven- als ondergrond deels aan de functieklasse 'Landbouw/Natuur'. Voor het overige perceeldeel zijn in de ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood en PAK aangetoond. Ten aanzien van PFAS voldoet zowel de boven- als ondergrond deels aan de functieklasse 'Landbouw/Natuur'. Deellocatie B: Parkeerterrein en speeltuin/tiny forest In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood en PAK aangetoond. Ten aanzien van PFAS voldoet zowel de boven- als ondergrond deels aan de functieklasse 'Landbouw/Natuur'. Waterbodemonderzoek Deellocatie C. Watergang De waterbodem is op basis van het Besluit bodemkwaliteit getoetst als klasse Industrie voor toepassen op landbodem en voldoet aan klasse A voor toepassen in oppervlaktewater. De waterbodem is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Het slib uit de watergang is op basis van het tijdelijk handelingskader PFAS getoetst als klasse Landbouw/Natuur voor toepassen op landbodem en is toepasbaar in oppervlaktewater. De waterbodem is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Aanvullend bodemonderzoek In boring 11 is in de bovengrond een sterk verhoogd gehalte aan lood en zijn licht verhoogde gehalten aan koper en kwik gemeten. Om deze verontreiniging af te perken zijn rondom boring 11 aanvullend 3 boringen geplaatst.

In de afperkende boringen zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan lood aangetoond. De omvang van de loodverontreiniging bedraagt maximaal 24 m³. Er is sprake van een spotverontreiniging met lood van beperkte omvang (<25m3). Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voor vrijkomende grond volgt dat de grond ter plaatse van boring 11 voldoet aan de kwaliteitsklasse 'Niet toepasbaar > interventiewaarde' Aanbeveling Er zijn graafwerkzaamheden voorzien die binnen de contour van de sterke verontreiniging met lood zullen worden uitgevoerd. Voor deze werkzaamheden dient een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden ingediend bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) In het kader van de CROW-publicatie 400 is het noodzakelijk om een V&G-plan op te stellen. 5.2.3.3 Plan van aanpak verwijderen loodverontreiniging (2020) Omvang verontreiniging Aangezien de omvang van de verontreiniging kleiner is dan 25 m³ is er geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Plan van aanpak sanering Gelijktijdig met het bouwrijp maken van de locatie voor de aanleg van Tiny Houses zal de loodverontreiniging worden gesaneerd. Hierbij zal de gehele verontreiniging volledig verwijderd worden. Dit betreft de verontreiniging boven de interventiewaarde en de gehalten gelegen boven de GGD-norm.

Terugsaneerwaarde Als terugsaneerwaarde voor de sanering wordt de achtergrondwaarde gehanteerd voor lood (50 mg/kgds,

28/611

standaard bodem. Ontgraving grond De verontreinigde grond bevindt zich vanaf een diepte van circa 0,0 m-mv. De grond zal worden afgegraven tot de vooralsnog verwachte einddiepte van 0,5 m-mv. Zie hiervoor bijlage 5. 5.2.3.4 Evaluatierapport bodemsanering (2021) Naast de saneringswerkzaamheden op het terreindeel waar de sterk verontreinigde grond aanwezig is, wordt de gehele locatie geëgaliseerd en daarmee geschikt gemaakt voor het toekomstig gebruik. Hierbij wordt een aanvullaag met een minimale laagdikte van 0,5 meter aangebracht. Deze laag voldoet aan de GGD norm, waarbij het loodgehalte <90 mg/kg d.s. is. Door het aanbrengen van deze laag wordt voor een verbetering van de kwaliteit gezorgd, omdat er een schonere toplaag met een lager loodgehalte wordt aangebracht. Het aanbrengen van deze grond, welke voldoet aan de GGD-norm (lood <90 mg/kg ds) valt buiten de saneringswerkzaamheden. Zie hiervoor bijlage 6. 5.2.4 Conclusie Op basis van de uitgevoerde sanering is het perceel Tiny Houses geschikt voor hun doel. De locatie voor de Tiny Houses is geschikt gemaakt voor het wonen met moestuin met een loodwaarde die voldoet aan de GGD norm van 90 mg/kg.

5.3

Flora en Fauna

Voor de werkzaamheden geldt een onderzoekplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. In eerste instantie is er een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming Zeeland en overige natuurwetgeving noodzakelijk. Op basis van de resultaten van deze voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. 5.3.1 Beleidskader en bevindingen Het plangebied betreft een grasveld dat jaarlijks wordt gemaaid. Het is gelegen in de stad Goes. Rondom het perceel is een beplantingssingel, ook op het terrein zelf is een kleine beplantingstrook. Aan de rand van het perceel is een tiny forest. Rondom het perceel staan scholen en woonhuizen. De werkzaamheden bestaan uit het aanleggen van een weg en bekabeling en het plaatsen van 11 tiny houses en parkeervoorzieningen, waarbij alle aanwezige beplanting blijft behouden. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden In de directe omgeving van het plangebied zijn geen natuurgebieden gelegen waar het plan invloed op heeft. Op een afstand van circa 4 kilometer is het Natura2000-gebied Veerse Meer gelegen. Dit betreft echter geen stikstofgevoelig natuurgebied.

Op circa 4 kilometer is het Natura2000-gebied Oosterschelde gelegen en op circa 7 kilometer het Natura2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Dit betreffen stikstofgevoelige gebieden. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatisch Aanpak Stiktof (PAS) en de nieuwe AERIUS Calculator (2021.02) moet en kan voor het plan de uitstoot van stikstof en de neerslag

29/611

daarvan op Natura2000-gebieden worden berekend. De memo en de rekenresultaten zijn opgenomen in de bijlages 7 en 8. Hieruit blijkt dat er geen uitkomsten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. De beoogde ontwikkeling heeft derhalve geen consequenties voor de instandhouding van stikstofgevoelige natuurgebieden.

Figuur 5.3 Het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: Provincie Zeeland) Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)). Op circa 200 meter ligt de 's Heer Hendrikskinderendijk. Wat verder gelegen is het Westerschenge. De afstand tussen het plangebied en de natuurgebieden is voldoende groot. Er is geen negatief

30/611

effect op beschermde gebieden. Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing.

Figuur 5.4 Het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van het NNZ (Bron: Provincie Zeeland) Soortenbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming.

31/611

Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. Op 1 oktober 2021 is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan is opgenomen in bijlage 9. Het volgende is geconcludeerd. De volgende soorten komen in de omgeving van het plangebied voor: zoogdieren, vogels (broed- en watervogels), reptielen en amfibieën, vissen, ongewervelden en vaatplanten. Er is onderzocht of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn. In de beplanting in en rondom het plangebied broeden vogels. Deze kunnen door de werkzaamheden verstoord worden.

Om verstoring van broedvogels te voorkomen dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden van 1 augustus tot 1 maart, buiten de broedperiode. In en rondom het plangebied komen ook zoogdieren voor. Deze zijn te verwachten in de beplanting. Er wordt geen beplanting gekapt. De werkzaamheden hebben dan ook geen nadelig effect op deze soortgroep. Andere beschermde soorten zijn niet in het plangebied te verwachten. Het is geheel verhard, ligt in de bebouwde kom. De essentiële biotopen voor beschermde soorten ontbreken. 5.3.2 Conclusie Op de locatie Tiendendreef te Goes wordt een terrein ingericht en worden 11 Tiny Houses geplaatst. Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wetnatuurbescherming. Gebiedsbescherming Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ. De gebieden zijn op voldoende afstand gelegen en de maatregelen zijn kleinschalig van aard. Soortenbescherming In de beplanting in en rondom het plangebied broeden vogels. Om de verstoring van broedvogels te voorkomen dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden van 1 augustus tot 1 maart (buiten het broedseizoen).

Daarnaast komen er zoogdieren voor welke te verwachten zijn in de bestaande beplanting die niet wordt weg gehaald. De werkzaamheden hebben dan geen nadelig effect op de zoogdieren. Andere beschermde soorten zijn niet te verwachten in het plangebied, omdat de essentiële biotopen hiervoor ontbreken.

32/611

5.4

Geluidhinder

Wegverkeerslawaai Sinds 1 januari 2007 geldt de Wet geluidhinder (Wgh). Ingevolge artikel 74 Wgh zijn in principe alle wegen gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt en woonerven. Voor gezoneerde wegen geldt een grenswaarde van 48 dB. Deze waarde wordt berekend op basis van Lden. Als een geluidzone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen die geluidszone (artikel 77 Wgh). Dit heeft echter slechts betrekking op nieuwe ontwikkelingen die binnen 10 jaar worden voorzien. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling betreft een geluidsgevoelige bestemming. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting van de 's-Heerhendrikskinderendijk en Middelburgsestraat op de geprojecteerde woningen lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het aspect geluidhinder vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.5

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. Eén van de elementen daarvan is dat projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de concentraties, niet meer afzonderlijk getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een woning. Hiervoor kan de 'regeling niet in betekenende mate bijdragen' naar analogie worden toegepast. De Ministeriële Regeling, verder aan te duiden als de Regeling NIBM, geeft voor een aantal categorieën van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat onder meer om woningbouw- en kantoorprojecten en enkele soorten van inrichtingen (bijv. emplacementen, kassen en andere landbouwinrichtingen). Bijlagen 3A en 3B van de Regeling NIBM geven aan, in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in ieder geval NIBM is: 3% criterium (vanaf inwerkingtreding Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit): 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling (voorschrift 3A.2). Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling (de bouw van 11 tiny houses) naar verhouding kleiner is dan de realisatie van 1500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11586659/1