Agendapunt 06. Programmabegroting 2022 - definitief
Tekst van het document
Naar aanleiding van de uitkomst in overleg treden met de school, beweegspecialisten, jeugdverpleegkundigen en intern begeleider over een passend vervolgtraject. 3.4.3 Speerpunt: Iedereen doet mee 3.4.3.1 We stimuleren sport-onderwijs en zorgaanbieders om een structureel beweegaanbod te organiseren. 3.4.3.2 We stimuleren sportaanbieders een aanbod te organiseren voor specifieke en of kwetsbare doelgroepen conform de vastgestelde beweegvisie. 3.4.4 Speerpunt: Omnium, een financieel gezonde organisatie en het vitale hart van sport, bewegen en onderwijs. 3.4.4.1 We geven uitvoering aan de prestatieafspraken die met het Omnium gemaakt zijn. 3.4.5 Speerpunt: Afstemming tussen partners over het sportaanbod, rollen en verantwoordelijkheden. 3.4.5.1 Goes United zorgt voor afstemming en samenwerking tussen Goese organisaties waarbij een structureel, kwalitatief beweegaanbod voor specifieke doelgroepen centraal staat.
Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij
Speerpunt/reguliere taak
Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) Zeeuwse Muziekschool
Coördinerende rol voor de beleidsontwikkeling: bibliotheek en cultuureducatie
HD 2. Onderwijs en HD 3. Cultuur
Uitvoering van muziekonderwijs en cultuureducatie
Goes Goed BV
Goes Goed BV exploiteert het Omnium; Met een subtropisch zwembad, een tropisch bos en diverse sportaccommodaties is Omnium het sporten recreatiecomplex van Zeeland.
HD 2. Onderwijs en HD 3. Cultuur HD 4. Sport
* Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.
Bijdrage aan doelstelling programma
36
Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota
Cultuurvisie 2019-2022 Focusplan Goes en uitvoeringsagenda, gericht op versnelling van de transformatie Meerjarig onderwijsachterstanden beleidsplan Beweegvisie 2019-2023 Programmaplan transformatie Goes 2019-2020. (Goes voor elkaar) Van bidbook cultuur naar regioprofiel cultuur Nota Jeugdbeleid 2018-2022 Visie ‘toekomst onderwijsvoorzieningen’ Nota cultureel erfgoed Beleidsnota Archeologie
Indicatoren:
Beweegt voldoende (eigen indicator)
100% 80% 60% 40%
73,6%
64,9%
52,9%
20% 0% 2012
2016 Goes
Info: Bron:
Zeeland
2020 Nederland
Deze indicator is toegevoegd tbv 'sportbeleid 2019' Waarstaatjegemeente.nl / Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen) (eens in de 4 jaar)
Vastgesteld door
Vaststellingsdatum
Raad Raad Raad Raad Raad B&W Raad Raad Raad Raad
p.m. 2022-2024 22-07-2021 mrt-20 sep-19 23-5-2019 8-5-2018 23-11-2017 27-2-2014 18-4-2013 15-12-2011
37
Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000) omschrijving
rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
Lasten 4.1 Openbaar basisonderwijs
416
469
484
492
499
507
4.2 Onderwijshuisvesting
3.249
3.345
3.442
3.398
3.372
3.331
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
3.783
4.694
4.272
4.357
4.441
4.529
692
434
370
376
296
309
2.826
2.863
2.968
3.131
3.212
3.315
1.902
2.043
2.155
2.199
2.259
2.322
248
254
776
792
809
828
0
29
120
123
125
126
5.6 Media
823
1.661
885
904
923
942
Totaal lasten
13.938
15.793
15.472
15.773
15.936
16.209
448
436
443
451
458
466
5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties Cultuurpresentatie, 5.3 cultuurproductie en cultuurparticipatie 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed
Baten 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
0
508
40
41
41
42
2.153
2.101
2.251
2.292
2.328
2.355
5.1 Sportbeleid en activering
112
2
2
2
2
2
5.2 Sportaccommodaties Cultuurpresentatie, 5.3 cultuurproductie en cultuurparticipatie 5.4 Musea
112
94
242
244
246
247
54
43
0
0
0
0
0
2
14
15
16
16
0
0
58
59
60
61
2.878
3.186
3.051
3.105
3.151
3.189
Toevoegingen aan reserves
-11.060 0
-12.607 0
-12.422 0
-12.668 0
-12.784 0
-13.020 0
Onttrekkingen aan reserves
819
965
67
87
0
0
-10.242
-11.642
-12.355
-12.581
-12.784
-13.020
5.5 Cultureel erfgoed Totaal baten Saldo programma Onderwijs, sport en cultuur (exclusief mutaties reserves)
Saldo programma Onderwijs, sport en cultuur
38
Programma 4. Sociaal domein Missie Goes Vitaal Vitale inwoners in een vitale samenleving, dat is ons ideaal. Uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners om met hulp van hun netwerk deel te nemen aan de samenleving. Waar dit niet lukt zorgen wij voor voorzieningen en gerichte ondersteuning. We zetten in op preventie en vroegsignalering. Dit doen we dichtbij en op maat, dus zoveel mogelijk vanuit de wijken en dorpen.
Wat willen we bereiken in 2022 en wat gaan we daarvoor doen? HD 4.1: Goes draagt bij aan de gezondheid van haar inwoners 4.1.1 Speerpunt: Speelplaatsen voor kinderen met beperkte fysieke mogelijkheden, toegankelijker maken 4.1.1.1 Start met de uitvoering van de nota Goes Spelen 2022 – 2030. 4.1.2 Speerpunt: Inzetten op veilige en gezonde leefomgeving 4.1.2.1 Er wordt een cohortstudie uitgevoerd om inzichtelijk te maken in hoeverre geweld daadwerkelijk is gestopt en het welzijn is verbeterd 1 jaar na de melding bij Veilig Thuis. 4.1.2.2 We hebben een gezamenlijke aanpak ontwikkeld voor problematische jongerengroepen. 4.1.3 Speerpunt: voorkomen van gezondheidsrisico’s 4.1.3.1. Door de inzet van het vitaliteitsakkoord Zeeuwse vitaminen verwijzen we inwoners via ‘welzijn op recept’ door naar passende leefstijlinterventies binnen het concept van positieve gezondheid. 4.1.3.2. Kwetsbare gezinnen wordt begeleiding geboden op het gebied van gezondheidsbevorderende activiteiten. Dit gebeurt via de methodiek van ‘Goes bezig’. 4.1.3.3 Er wordt ingezet op het meten van motorische ontwikkeling, beweeggedrag en het signaleren van achterstanden bij basisschoolleerlingen, waarna ze kunnen worden doorverwezen naar passend aanbod.
4.1.3.4 Goes United (hybride leeromgeving Scalda sport en bewegen en zorg en welzijn) wordt ingezet voor het organiseren van het dagelijks beweegaanbod binnen onderwijs en zorginstellingen. 4.1.3.5. Het communicatieplatform ‘Goes bewegen’ wordt ingezet om inwoners bewust te maken van het belang van dagelijks bewegen en het gebruik van de buitenruimte 4.1.3.6 Er wordt een plan van aanpak gemaakt voor het herkennen en terugdringen van problematisch alcoholgebruik door 55+ers. 4.1.3.7 ‘Welzijn op Recept’ wordt uitgerold naar drie huisartsen/huisartsenpraktijken en wordt meer onder de aandacht gebracht bij inwoners. HD 4.2: Goes ondersteunt de veerkracht en weerbaarheid van de inwoners 4.2.1 Speerpunt: normalisatie 4.2.1.1. We hebben zicht op het basisaanbod van voorzieningen en geconstateerde hiaten zijn opgevuld. 4.2.1.2. Vervolg geven aan de communicatiecampagne ‘terug naar de bedoeling’. 4.2.1.3. De welzijnsroute is het startpunt van een ondersteuningsvraag; Goese inwoners maken zoveel mogelijk gebruik van sociale netwerken en regulier basisaanbod (voorzieningen en activiteiten) waardoor hun hulpvraag wordt voorkomen of opgelost. 4.2.2 Speerpunt: borgen van de integrale toegang 0 – 100 jaar 4.2.2.1.
Toegangmedewerkers van GR de Bevelanden (WIZ) en gemeente Goes werken als één ‘Team Toegang’ volgens de uitgangspunten van integrale intake, omgekeerde toets, rekening houdend met het zogeheten doenvermogen 4.2.3 Speerpunt: Goes is en blijft aantrekkelijk voor kinderen, jongeren en gezinnen 4.2.3.1 Ontwikkelen en vaststellen van opgestelde jeugd- en onderwijsbeleid 2022 - 2026.
39 HD 4.3: De Goese samenleving draait op sociale netwerken en waar nodig helpen we sociale netwerken te creëren 4.3.1 Speerpunt: Goese inwoners kijken naar elkaar om en helpen elkaar. 4.3.1.1 Doorontwikkelen wijkgericht werken Een van de basisuitgangspunten van ‘Goes voor Elkaar’ en ‘terug naar de bedoeling’ is dat er goed sociaal netwerk in wijken en dorpen is, waarbij het normaal is dat mensen meer omkijken naar elkaar. Om dit te faciliteren zorgen we dat het wijkgericht werken verder doorontwikkeld wordt en er actief ingezet wordt op het versterken van lokale netwerken. Hierbij wordt ook gekeken naar de inzet van een wijkmaatschappelijk werker. 4.3.1.2. Elke inwoner met onbegrepen gedrag kan gebruik maken van de hulp- of crisiskaart. 4.3.1.3. De wijkwerker waar bewoners terecht kunnen met vragen of voor ondersteuning (en met specialisatie in ‘verward gedrag’) is beschikbaar voor de hele gemeente Goes. 4.3.1.4. Binnen de methodiek van ‘Goes Bezig’ zetten we in op het vormen van sociale zelfstandigheid en netwerken rondom kwetsbare gezinnen door hen zelf actief te laten participeren in het organiseren van activiteiten en door gebruik te maken van de zogeheten peer to peer methodiek. 4.3.1.5. Gezinnen uit Goes Bezig organiseren activiteiten rondom gezondheidsbevordering voor andere kwetsbare gezinnen.
HD 4.4: Inwoners van Goes participeren naar vermogen 4.4.1 Speerpunt: Realiseren aanpak arbeidsbeperkten (beschut werken, arbeidsmatige dagbesteding) 4.4.1.1 De nieuwe bouwsteen arbeidsmatige dagbesteding wordt in de praktijk nader vormgegeven. 4.4.2 Speerpunt: Herijking re-integratie-instrumentarium 4.4.2.1 Herijking re-integratie-instrumentarium. 4.4.2.2 Het aanbod van het Wijkbedrijf Goes Zuid, de Ruilwinkel, de Betho en BTO sluit beter aan op de complexere ondersteuningsbehoefte van de doelgroep. 4.4.2.3. Onderzoek naar de mogelijkheden om meer reguliere werkgevers in te zetten bij de re-integratie van mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Doel is om het aanbod van geschikt (aangepast) werk groter te maken bij het bedrijfsleven, dus naast de gebruikelijke overheidsorganisaties of aan overheid gelieerde organisaties. Dit kan door bij aanbestedingen als voorwaarde in te zetten op een succesvolle uitvoering van Social Return on investment (SROI). 4.4.3 Speerpunt: uitvoering Wet Inburgering 2021 4.4.3.1 Statushouders die nog zijn gestart met inburgering onder het oude inburgeringstelsel worden zo snel mogelijk begeleid naar een succesvolle inburgering of overstap naar het nieuwe stelsel. 4.4.3.2 Alle processen zijn ingericht en geoptimaliseerd voor een goede werking van de Wet Inburgering 2021. Deze processen worden gemonitord.
4.4.3.3 Intensivering taaltrajecten inburgeringsplichtigen. 4.4.4 Speerpunt: regionaal actieplan laaggeletterdheid 4.4.4.1 Er wordt uitvoering gegeven aan de maatregelen zoals opgenomen in het actieplan. HD 4.5: Inwoners van Goes kunnen zich financieel redden 4.5.1 Speerpunt: Bestrijding van armoede, in het bijzonder bij kwetsbare doelgroepen als kinderen, ouderen en gezinnen met multi-problematiek 4.5.1.1 Zelfstandige ondernemers met problematische schulden wordt een schuldhulpverleningstraject aangeboden. 4.5.1.2 We vergroten de kennis bij het CJG en wijkteams rondom het signaleren van armoede, door het aanbieden van cursussen. 4.5.1.3 We sluiten aan bij landelijke initiatieven voor scholen, zoals ‘de Week van het Geld’ om armoede op school beter bespreekbaar te maken. 4.5.1.4 De methodiek van Goes Bezig (uitgaan van de behoefte van de deelnemers i.r.t. positieve gezondheid en
40 hen zelf actief laten participeren in het organiseren van activiteiten), is geborgd in de werkwijze van SMWO. 4.5.1.5 Uitrollen en borgen van de uitgangspunten van de aanpak Samenwerken over Stelsels (SOS) en hete meer betrekken van netwerkpartners. 4.5.1.6 Minimaregelingen zijn eenvoudig aan te vragen en we communiceren met de doelgroep in begrijpelijke taal (B1- niveau). HD 4.6: Goes heeft "Grip op het Sociaal Domein" 4.6.1 Speerpunt: Voorbereiden nieuwe decentralisatie Beschermd Wonen (BW) en maatschappelijke opvang 4.6.1.1 Uitvoering geven aan de eind 2021 vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap en de afspraken rondom Partnerschap. 4.6.2 Speerpunt: Meer grip op de toegang tot zorg (WIZ en CJG) conform maatregelen uit het Focusplan 4.6.2.1 We geven uitvoering aan alle maatregelen zoals opgenomen in het focusplan, we evalueren en zorgen bij goede resultaten voor borging hiervan. 4.6.2.2 We beschikken resultaatgericht. 4.6.2.3 We sturen op de realisatie van cliëntdoelen 4.6.2.4 Jaarlijks worden de 20 duurste casussen (Jeugd en WMO) geanalyseerd op de uitgangspunten van het Focusplan (kosteneffectiviteit). 4.6.2.5 We brengen ‘de beste koop’ in beelden en passen dit toe in de toegang. ‘Beste koop’ is efficiënte ondersteuning tegen zo economisch mogelijk tarief.
4.6.2.6 We gebruiken gebiedsanalyses bij het maken van beleidskeuzes en voor het bepalen van de manier waarop zorg gefinancierd wordt. 4.6.2.7 We rapporteren over de effecten van ‘het Focusplan’ aan de hand van (samen met de Raad) vastgestelde indicatoren en geven zo mede inhoud aan het onderdeel beheersbaarheid uit ‘het Focusplan’. 4.6.3 Speerpunt: Administratieve lastenverlichting 4.6.3.1 Harmonisatie van werkwijzen Zeeuwse gemeenten om de administratieve druk bij ouders en zorgaanbieders te verminderen Voor de jeugdzorg is de Zeeuwse werkgroep harmonisatie toegangsprocessen operationeel. 4.6.4 Speerpunt: Vanuit onze taak als centrumgemeente voor de Arbeidsmarktregio Zeeland (AMR) geven we invulling aan de overstijgende Zeeuwse rol. Dit om de infrastructuur van economie en arbeidsmarkt in Zeeland, in de post-coronatijd, zo adequaat mogelijk te reguleren. 4.6.4.1 Vaststellen van een jaarlijks ‘uitvoeringsplan meerjarenagenda Arbeidsmarktregio’ voor en door de Zeeuwse gemeenten.
41
Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij
Speerpunt/reguliere taak
GR samenwerking de Bevelanden
Werk, inkomen en zorg
GR de Betho
Uitvoering participatiewet en reintegratietrajecten en Wsw Inkoop en contractbeheer Wmo en beleidsadvisering Wmo en educatie. Uitvoering leerlingenvervoer.
SWVO
CZW
Provinciale beleidsvoorbereiding en uitvoering met name maatschappelijke opvang, beschermd wonen, veilige opvang, huiselijk geweld, alcohol en drugs, Anti discriminatie
GR GGD Zeeland
Inkoop en contractbeheer Jeugdzorg en de administratieve backoffice. Bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van de Zeeuwse bevolking. Uitvoering van meldcode ‘veilig thuis’ (huiselijk geweld en kindermishandeling)
Bijdrage aan doelstelling programma
HD 1 Fysiek gezond HD 4 Participeren naar vermogen HD 5 Financieel gezond HD 2. Zelfstandig HD 2 Zelfstandig HD 3 Netwerk HD 4 Participeren naar vermogen HD 1 Fysiek gezond HD 2 Zelfstandig HD 3 Netwerk HD 4 Participeren naar vermogen HD 1 Fysiek gezond HD 2 Zelfstandig
* Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.
Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota
Jeugdbeleid 2022 – 2025 Norm voor Opdrachtgeverschap en Partnerschapsafspraken Beschermd Wonen Lokaal uitvoeringsplan Armoede en Schulden 2021 - 2022 Plan van aanpak alcohol en drugs Focusplan Goes en uitvoeringsagenda, gericht op versnelling van de transformatie Kadernota Armoede en Schulden (Bevelands) Koersdocument Participatie Programmaplan transformatie Goes 2019-2020. (Goes voor elkaar) Gezondheidsnota 2018-2021
Indicatoren:
Vastgesteld door
Vaststellingsdatum
Raad Raad Raad Raad
p.m. 2021 p.m. 2021 p.m. 2021 p.m. 2021
Raad
22-07-2021
Raad Raad Raad Raad
17-12-2020 19-12-2019 23-5-2019 21-12-2017
42
43
44
Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000) omschrijving
rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
Lasten 0.8 Overige baten en lasten Samenkracht en 6.1 burgerparticipatie 6.2 Wijkteams
0
0
-2.034
-2.169
-2.169
-2.169
4.052
5.150
5.507
5.595
5.700
5.805
1.129
1.280
1.387
1.403
1.420
1.437
6.3 Inkomensregelingen
19.577
16.294
16.231
16.338
16.452
16.573
6.4 Begeleide participatie
10.708
7.111
6.558
6.502
6.317
6.372
6.5 Arbeidsparticipatie
1.494
2.950
1.590
1.626
1.665
1.706
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
3.964
3.942
4.223
4.319
4.422
4.532
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
11.091
10.976
12.509
12.776
13.061
13.366
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
10.594
8.987
8.230
9.992
10.176
10.390
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
160
189
131
135
135
135
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
3.050
2.897
3.161
3.229
3.301
3.378
7.1 Volksgezondheid Totaal lasten
1.546
1.650
1.741
1.780
1.821
1.864
65.758
60.669
60.996
61.711
62.515
63.594
Baten Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.1
55
5
4
4
4
4
29
33
34
35
36
37
6.3 Inkomensregelingen
16.570
11.320
11.328
11.304
11.307
11.311
6.4 Begeleide participatie
3.073
511
495
495
503
512
0
7
7
7
8
8
337
515
517
520
523
526
-6
0
0
0
0
0
6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+
65
0
0
0
0
0
7.1 Volksgezondheid
23
8
8
8
8
8
20.146
12.399
12.394
12.374
12.389
12.405
-45.611 1.347
-48.269 0
-48.602 0
-49.337 0
-50.126 0
-51.189 0
3.019
973
30
0
0
0
-43.940
-47.296
-48.572
-49.337
-50.126
-51.189
Totaal baten Saldo programma Sociaal domein (exclusief mutaties reserves) Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo programma Sociaal domein
45
Programma 5. Milieu Missie Bewust duurzaam In Goes nemen we onze verantwoordelijkheid voor een duurzame en toekomstbestendige woon-, leef- en werkomgeving. We ambiëren hierbij een plek in de Zeeuwse voorhoede. Het stimuleren van een gemeenschappelijke duurzame mentaliteit kan niet zonder zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld te geven.
Wat willen we bereiken in 2022 en wat gaan we daarvoor doen? HD 5.1: Een forse vermindering van de hoeveelheid restafval naar minimaal 100 kilo per inwoner per jaar. Waarbij we afval steeds meer beschouwen als grondstof 5.1.1 Speerpunt: Verder terugdringen kilo’s restafval tot 100 per kilo per inwoner inclusief milieustraat. 5.1.1.1 Het afvalbeleid wordt blijvend aangescherpt, waarbij de nadruk ligt op het verminderen van de hoeveelheid huishoudelijk restafval en het stimuleren van afvalscheiding. Prikkels in tarief, service en blijvend communiceren zijn in dit kader essentiële middelen. 5.1.1.2 Op milieustraat in O.L.A.Z.-verband maatregelen treffen tot weren bedrijfsafval, al dan niet in combinatie met toegangsbeperking of betalende afvalstromen. 5.1.1.3 In O.L.A.Z.- verband concrete stappen zetten richting het realiseren van een circulair ambachtscentrum met kringloopactiviteiten voor regio De Bevelanden medio 2024. 5.1.2 Speerpunt: Kwaliteit van recyclebare afvalstromen monitoren. 5.1.2.1 Monitoren kwaliteit PMD door controles uit te voeren op overslag. Inzet communicatie en coaching of handhaving in wijken/dorpen waarvan de ingezamelde vrachten vervuild blijken. 5.1.3 Speerpunt: stimuleren tot hergebruik en slim inkopen: preventie van afval 5.1.3.1 Door middel van communicatie en acties inwoners stimuleren tot duurzame aankopen en hergebruik stimuleren.
HD 5.2: Het zichtbaar verminderen van zwerfvuil bij aandachtslocaties door de inzet van ‘slimme’ voorzieningen 5.2.1 Speerpunt: aansluiting vinden tussen ‘vervuilende doelgroep’ en inzamelmiddel 5.2.1.1 Uit signalen van ondernemers, scholen alsook interne meldingen, doelgroepgerichte inzamelmiddelen plaatsen. HD 5.3: Stimuleren circulaire economie 5.3.1 Speerpunt: Terugdringen grondstoffenverbruik 5.3.1.1 Bij de bouw van een nieuwe brandweerkazerne zal effectief gebruik gemaakt worden van zoveel mogelijk herbruikbare grondstoffen en zo min mogelijk nieuwe grondstoffen. 5.3.1.2 Bij de realisatie en onderhoud van alle civieltechnische en cultuurtechnische werken staat is duurzaamheid en circulariteit bij materiaalgebruik het uitgangspunt.
HD 5.4: Een schone en veilige omgeving met een minimale overlast van geluid, trilling, stank en klimaatverandering 5.4.1 Speerpunt: Klimaatadaptatie. 5.4.1.1. Klimaatadaptatiestrategie Deze KasZ (klimaatadapatatiestrategie Zeeland) als basisstrategie voor Goes te gaan gebruiken. De lokale strategie zal worden vastgesteld zodat in de gemeentelijke plannen zoals de Omgevingsvisie, ruimtelijke plannen en het inrichten van de openbare ruimte rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van klimaatadaptatie. Uitvoering geven aan het maatregelenplan Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2027.
46 5.4.2 Speerpunt: Verbeteren water(bodem)kwaliteit. 5.4.2.1. Verbeteren waterbodemkwaliteit de Vesten Verbeteren waterbodemkwaliteit van de Vesten vanwege vissterfte door middel van baggeren. De realisatie van het baggeren van de Vesten is een gezamenlijk project met het Waterschap Scheldestromen. De uitvoering van dit project heeft vertraging opgelopen maar zal dit jaar worden voorbereid.
HD 5.5: Een voortdurende vermindering van CO2 uitstoot 5.5.1 Speerpunt: Een voortdurende vermindering van CO2 uitstoot binnen de gemeentegrenzen. 5.5.1.1. Slimme mobiliteit in Zeeland Het uitvoeren van een studie naar het omvormen van het stationsgebied naar een klimaat- en toekomstig bestendig multimodaal openbaar vervoersknooppunt. Voor de realisatie hiervan zoeken wij cofinanciering door het Rijk en de Provincie Zeeland. 5.5.1.2. Landelijk doel: in 2035 alle nieuw verkochte auto’s emissie vrij. Voor 2050 alle personenauto’s emissievrij kunnen laten rijden. Het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar een zero emissie tankstation (waterstof en elektrische laadpalen) in Goes. 5.5.1.3. Laadvisie vaststellen waarin de beleidsstrategie en een concrete aanpak voor de realisatie van een toekomstbestendig netwerk van openbare laadinfrastructuur wordt benoemd. 5.5.1.4. Uitvoering van het BREEAM- certificeringstraject voor bedrijvenpark Deltaweg. Uitvoering geven bij de inrichting van het bedrijvenpark en ondernemers informeren over het bouwen met duurzaamheidskeurmerk. 5.5.1.5. Uitwerken en uitvoering geven aan het warmtetransitieplan. Dit gebeurt door het opstellen van wijkgerichte uitvoeringsplannen. 5.5.1.6. Deelname Project Terts (Transitie in Energie via een Regierol t.o.v. de Tertiaire Sector).
Het uitvoeren van een Pilot voor het toepassen van innovatieve energiebesparende technieken bij midden- en klein bedrijf. O.a. vanwege de Corona pandemie heeft dit project vertraging opgelopen. Het project is verlengd tot eind maart 2022. 5.5.1.7. Regionale Energie Strategie. Uitvoering geven aan projecten uit het uitvoeringsplan. Daarnaast het actualiseren van de strategie in regionaal verband (RES 2.0) 5.5.2 Speerpunt: Een CO2 neutrale organisatie. 5.5.2.1. Standaard overgegaan naar alternatieve brandstoffen of aandrijfsystemen bij vervanging van bedrijfsvoertuigen als technische functionaliteit dit toelaat. 5.5.2.2. Energieneutraal in 2045 Het vaststellen van een visiedocument, routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed, na een participatietraject met inwoners, huurders en andere geïnteresseerden. . 5.5.3 Speerpunt: Verduurzaming woningen. 5.5.3.1. Mogelijkheden tot verduurzamen voortzetten en kenbaar maken bij inwoners De mogelijkheden voor verduurzaming worden kenbaar gemaakt bij inwoners door middel van de campagne ‘Alle B-tjes helpen’ en de rubriek in Samenspel. In het Bespaarhuis worden inwoners geïnformeerd over de verschillende opties die er zijn voor verduurzaming.
47
Bijdrage verbonden partijen aan doelstellingen gemeente: Verbonden partij
Speerpunt/reguliere taak
RUD
Vergunningen
OLAZ
Verwerken/recyclen afvalstromen, in stand houden milieustraat, samenwerken onderzoeken ten behoeve van beleidsdoelstellingen uniformiteit in inzamelsystemen/software Afvalwater
SAZ
Bijdrage aan doelstelling programma
HD 3. Schoon en veilig en HD 4 Uitstoot HD 1. Restafval
HD 3. Schoon en veilig
* Voor meer informatie over de genoemde verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.
Relevante beleidsdocumenten: Beleidsnota
Verordening aansluitrecht gemeentelijke riolering Afvalstoffen verordening 2019 Klimaatprogramma 2019-2022 Regeling medisch afval Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2016 Elektrische openbare laadinfrastructuur Afvalbeleidsplan gemeente Goes "Van Afval naar Grondstof" Waterbergingsfonds Gemeente Goes. Zeeuws Energie Akkoord Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2020
Indicatoren:
Vastgesteld door
Raad Raad Raad B&W B&W Raad Raad B&W B&W Raad
Vaststellingsdatum
20-12-2018 20-12-2018 20-12-2018 22-11-2018 10-7-2018 10-4-2018 6-7-2017 21-2-2017 1-2-2017 25-10-2012
48
Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000) omschrijving
rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
Lasten 7.2 Riolering
3.122
2.925
3.008
3.048
3.099
7.3 Afval
4.195
4.149
4.162
4.232
4.254
4.335
7.4 Milieubeheer
4.274
3.878
1.414
1.430
1.450
1.470
481
428
484
487
492
495
12.073
11.380
9.069
9.198
9.296
9.416
7.2 Riolering
4.156
4.058
4.285
4.363
4.431
4.499
7.3 Afval
4.405
4.706
4.964
5.050
5.124
5.199
7.4 Milieubeheer
902
14
15
15
15
15
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
422
500
453
463
471
479
9.885
9.279
9.716
9.891
10.040
10.192
Toevoegingen aan reserves
-2.188 81
-2.102 119
648 0
694 0
745 0
776 0
Onttrekkingen aan reserves
361
2.423
0
0
0
0
Saldo programma Milieu
-1.909
202
648
694
745
776
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal lasten
3.115
Baten
Totaal baten Saldo programma Milieu (exclusief mutaties reserves)
3. Paragrafen
www.goes.nl
50
51
Paragraaf Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en heffingen. Naast het beleid rondom lokale heffingen geven we een overzicht van de opbrengsten, de kostendekkendheid en de lokale lastendruk. Ook gaan we kort in op het kwijtscheldingsbeleid. In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en lijkbezorgingsrechten toegelicht.
Beleid lokale heffingen Het beleidsuitgangspunt voor de lokale heffingen van gemeente Goes voor 2022 is een stijging met een indexatie van 1,6%. Dit sluit aan bij de kadernota 2022. Wanneer er op basis van beleidskeuzes van de jaarlijkse indexering wordt afgeweken, lichten we dit toe in deze paragraaf. We gaan voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing uit van een kostendekkendheid van 100%. In de kadernota 2022 hebben we hiervoor een aanpassing voorgesteld. Dit wordt hieronder toegelicht. Voor de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten hebben we als streven een kostendekkendheid van minimaal 90% (maximaal ook 100%). Dit wordt ook in deze paragraaf toegelicht en cijfermatig weergegeven. Met de begroting 2022 stellen we voor om in de afvalstoffenheffing de btw op te nemen in de toerekening van de kosten. Voor de rioolheffing passen we deze toerekening al toe. Voor de rioolheffing was dit onderdeel van het keuzeboek begroting 2017. Wanneer we dit nu ook voor de afvalstoffenheffing toepassen, wordt de kostentoerekening voor beide heffingen op eenzelfde wijze gedaan. Samen met de nieuwe toerekening van overheadkosten, gaan we ervan uit dat de stijging van de kostentoerekening voor de afvalstoffenheffing maximaal € 290.000 bedraagt. Dit is in overeenstemming met de kadernota 2022.
Voor de rioolheffing hebben we in de kadernota 2022 bepaald dat we € 140.000 van de kosten niet toe gaan rekenen in de rioolheffing (zie bijlage 2 van de kadernota 2022). Dit zien we terug in de kostendekkendheid-berekening van de rioolheffing. Voor het begrotingsjaar 2022 is voor de onroerendezaakbelasting het beleidsuitgangspunt zoals geformuleerd in het collegeprogramma 2018-2022, nog steeds leidend. We stellen voor om in het jaar 2023 de opbrengsten onroerendezaakbelasting additioneel te verhogen met 5%. Nadat we de opbrengststijging van de onroerendezaakbelasting voor bedrijven een aantal jaren op 0% hebben gehouden, stellen we nu voor deze in 2022 weer mee te laten lopen in de normale indexering van 1,6%. Ook is in de kadernota voorgesteld om additioneel € 100.000 onroerendezaakbelasting voor niet-woningen op te nemen voor 2022. In de eerste helft van 2021 hebben we de nieuwe financiële verordeningen laten vaststellen. Een andere wijze van toerekening van de overhead maakte hier onderdeel van uit. Besloten is, om voor onder andere de rechten en heffingen de overhead via het directe uurloon door te berekenen. In de kostentoerekening van begroting 2022 hebben we dit toegepast.
Tarievenbeleid lokale heffingen Voor de stijging van de tarieven hanteren we voor 2022 het uitgangspunt van 1,6%, in overeenstemming met de kadernota 2022. Omdat een aantal belastingen beïnvloed wordt door de WOZ-waardeontwikkeling, wordt voor die belastingen net als in voorgaande jaren uitgegaan van een opbrengststijging van 1,6% in plaats van een tariefstijging van 1,6%. Dat betekent dat de tariefstijging en waardeontwikkeling samen gaan leiden tot de geraamde stijging van 1,6%. Met een stijging van de WOZ-waarde, vooral bij woningen, betekent dit dat we een verlaging van het tarief doorvoeren om de gewenste opbrengst stijging te realiseren. Ook kennen we heffingen waar de kostendekkendheid leidend is voor de tariefsontwikkeling. Dit wordt verderop in deze paragraaf toegelicht.
52 In onderstaande tabel wordt het tarievenbeleid weergegeven.
Op dit moment zijn nog niet alle realisatiecijfers van de WOZ-waarden en belastingopbrengsten 2021 beschikbaar. Voor de WOZ-waarden wordt voor de aanslagoplegging 2022 de peildatum 1 januari 2021 gebruikt. Als deze realisatiecijfers 2020 van de WOZ-waarden nog aanleiding geven tot een bijstelling van de tarieven 2022, wordt dit bij de vaststelling van de verordeningen 2022 ter besluitvorming voorgelegd.
Opbrengstramingen belastingen en heffingen In onderstaand overzicht zijn de ramingen van de verschillende belastingopbrengsten en heffingen voor 2022 weergegeven. De begrote inkomsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen in 2022 bedragen € 27,6 mln (was 27,4 mln in begroting 2021). In onderstaande grafiek staan de opbrengsten van de verschillende belastingen en heffingen weergegeven.
53 Onroerendezaakbelasting Onroerendezaakbelastingen worden opgelegd aan eigenaren van onroerende woningen en niet woningen en van gebruikers van onroerende niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Grondslag is de waarde van de onroerende zaak die is vastgesteld met een WOZ-beschikking. Voor het belastingjaar 2022 geldt de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2021. De ramingen van de opbrengsten onroerendezaakbelasting worden in 2022 met 1,6% verhoogd (in overeenstemming met kadernota 2022). Deze opbrengststijging wordt verrekend met de waardeontwikkeling WOZ om het tarief voor 2022 te bepalen. Bij de waardeontwikkeling maken we voor begroting 2022 en de verordeningen 2022 onderscheid in ‘waardeontwikkeling als gevolg van mutatie WOZ-waarde bestaand onroerend goed’ en de ‘groei van onroerend goed’ (accres). We zien een stijging van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2021 die ertoe gaat leidt dat we bij de vaststelling van de verordening onroerende zaakbelasting 2022 een lager tarief gaan voorstellen. Dit om de gewenste opbrengststijging van 1,6% te realiseren.
Parkeerbelasting en parkeergarage Uit oogpunt van eenduidigheid voor de parkerende bezoeker van de binnenstad, is besloten om zo min mogelijk tariefniveaus te hanteren en de ontwikkeling van het tarief voor parkeren buiten de parkeergarage een gelijke tred te laten houden met de ontwikkeling van het tarief voor parkeren in de parkeergarage. In overeenstemming met de kadernota 2022 wordt een indexering van 1,6% gehanteerd. De afronding van de tarieven op een veelvoud van € 0,10 kan de uiteindelijke tariefstijging beïnvloeden. Het effect van deze indexering voor de parkeertarieven wordt separaat aan u voorgelegd middels de ‘verordening parkeerbelastingen Goes 2022’. Reclamebelasting In 2020 hebben we het besluit genomen om geen reclamebelasting te heffen. Daar stond tegenover dat is besloten om de looptijd van de reclamebelasting te verlengen naar 2029 i.p.v. 2028. Vanaf 2021 is de heffing weer ingesteld. Voor 2022 hanteren we de bestaande, met de ondernemersverenigingen afgesproken, jaarlijkse indexering van 4,85%. Met deze indexering moet de vooraf bepaalde bijdrage aan de investeringen in de binnenstad van € 4.750.000 behaald gaan worden. Toeristenbelasting Zoals aangegeven bij de kadernota 2022 loopt de toeristenbelasting mee met de jaarlijkse indexering. Voor 2022 is dit een stijging van 1,6%. Dit wordt verwerkt in de tarieven. Het tarief wordt afgerond op € 0,05.
Door de afronding betekende dit dat de tarieven in 2021 gelijk bleven. Maar voor het jaar 2022 betekent het dat de afgeronde tarieven toeristenbelasting een sprong van € 0,05 maken.
Kostendekkendheid lokale heffingen In deze paragraaf wordt ingegaan op de kostendekkendheid van de belangrijkste heffingen. Afvalstoffenheffing De grondslag voor de heffing is het aantal personen per huishouden. We kennen twee categorieën: eenpersoons- of meerpersoonshuishouden. Uitgangspunt is een kostendekkendheid van 100%. De uitgangspunten voor de opbrengst afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op het Afvalbeleidsplan dat medio 2017 is vastgesteld. Voor de begroting 2022 betekent dit dat de opbrengst gebaseerd is op het Diftar-principe. Inwoners betalen een gedifferentieerd tarief dat bestaat uit een vast tarief, en een tarief per keer dat er restafval wordt aangeboden
54 Afva l sto ffe n h e ffi n g Berekening kostendekkendheid
(Bedragen x € 1.000)
Kosten taakvelden afvalstoffenheffing
4.101
Opbrengsten taakvelden afvalstoffenheffing
-403
Toe te rekenen kosten: - overhead
574
- btw
165
Totale kosten afvalstoffenheffing
4.436
Opbrengst afvalstoffenheffing
4.436
D e kki n g sp e rce n ta g e a fva l sto ffe n h e ffi n g
1 0 0 ,0 %
Bij de vaststelling van de financiële verordening 2021 is besloten om een andere, uniforme toerekening van de overheadkosten toe te passen. Er is voor gekozen de overhead op basis van het directe uurloon van het taakveld toe te rekenen. Dit betekent dat de overheadkosten die in 2022 toegerekend gaan worden, toenemen met ongeveer € 125.000. In de kadernota 2022 is voorgesteld om, net als bij de rioolheffing, de btw op de kosten van het taakveld mee te nemen in de berekening van de kostendekkendheid. In de bovenstaande tabel is dit toegepast. Op basis van de ramingen van het taakveld, rekenen we een bedrag van € 165.000 als btw toe aan de heffing. Met deze toerekening komt de totale stijging van ‘toerekening overhead en btw’ samen uit op ongeveer € 290.000. Dit sluit aan bij het uitgangspunt zoals dat in de kadernota 2022 is geformuleerd. Bovenstaande effecten worden via de afvalverordening 2022 in de tarieven verwerkt. Rioolheffing Voor de begroting 2022 is het uitgangspunt dat we kostendekkende tarieven hanteren voor de rioolheffing. Het onderstaande overzicht laat de kostendekkendheid zien, gebaseerd op de toerekenbare kosten zoals die in de begroting 2022 geraamd worden. De opbrengst rioolheffing is afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten van het taakveld riolering en de toerekenbare kosten in 2022.
In de kadernota 2022 is voorgesteld om een bedrag van € 140.000 niet toe te rekenen in de heffing. Dit wordt nu meegenomen in de berekening van de heffing. De kostendekkendheid komt daarmee uit op 97%. De totale mutatie van de tarieven is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2021. De vertaling van de opbrengst naar de tarieven rioolheffing wordt bij de verordening 2022 voorgelegd.
Naast de kosten van het taakveld rioolheffing worden er overige kosten aan de rioolheffing toegerekend. Deze kosten zijn straatreiniging, onkruidbestrijding en de perceptiekosten van Sabewa Zeeland. Voor deze kosten is bepaald voor welk deel ze zijn toe te rekenen aan de rioolheffing. Ook hebben we eind 2016 besloten om de btw op de kosten van het taakveld rioolheffing mee te nemen in de berekening van de kostendekkendheid.
55 In 2020 is het traject om te komen tot een nieuw gemeentelijk rioleringsplan (GRP) opgestart. Op basis van dit GRP en de besluitvorming worden de gevolgen voor de rioolheffing voor de komende jaren in beeld gebracht. Het effect van dit GRP op de rioolheffing wordt bij de besluitvorming over het GRP separaat voorgelegd. Dit zal naar verwachting in de eerste helft van 2022 zijn. De effecten van de het GRP op de rioolheffing zal daardoor geen onderdeel zijn van de verordening rioolheffing 2022 die eind van dit jaar ter besluitvorming wordt voorgelegd.
Lijkbezorgingsrechten Deze rechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten i.v.m. de begraafplaatsen. Uitgangspunt bij de kadernota 2022 was om de tarieven te indexeren met 1,6%. Op basis van de ramingen van de kosten voor 2022 zien we dat we niet boven de maximale kostendekkendheid van 100% uitkomen. Wel komt de kostendekkendheid met 89% uit onder de minimale kostendekkendheid van 90%. Omdat het financiële effect hiervan minimaal is, stellen we nu niet voor om een ander stijgingspercentage toe te passen dan we in de kadernota 2022 hebben voorgelegd. De vertaling van deze uitgangspunten naar de verschillende tarieven wordt bij de verordening 2022 voorgelegd.
Lokale lastendruk
Lokale lastendruk vergelijk Zeeland Voor het vergelijk van de lokale belastingdruk kijken we naar de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en het rioolrecht. In onderstaande tabel wordt de lokale lastendruk 2020 weergegeven (bron: www.coelo.nl). In de tabellen wordt de lastendruk van 2021 voor eenpersoons-, meerpersoonshuishoudens en bedrijven (niet-woningen) weergegeven. Voor bedrijven wordt een vergelijk gemaakt tussen OZB en rioolheffing. De afvalstoffenheffing is geen publiekrechtelijke heffing voor niet-woningen. Gemeentelijke woonlasten Zeeland
Eenpersoons huishouden
Gemeentelijke woonlas ten Zeeland
Meer pers oons huishouden
Tholen Veere Reimerswaal Noord-Beveland Kapelle Borsele Goes Sluis Terneuzen Hulst Middelburg Schouwen-Duiveland Vlissingen
€ € € € € € € € € € € € €
649 670 674 688 694 694 695 719 737 752 786 845 855
Veere Tholen Noord-Beveland Goes Terneuzen Sluis Kapelle Borsele Reimerswaal Hulst Vlissingen Middelburg Schouwen-Duiveland
€ € € € € € € € € € € € €
728 736 747 767 785 796 819 827 837 849 855 860 941
Gemiddelde Zeeland
€
728
Gemiddelde Zeeland
€
811
56 Gemeentelijke woonlas ten Zeeland
B edrijven
Noord-Beveland Veere Reimerswaal Sluis Schouwen-Duiveland Hulst Tholen Kapelle Borsele Goes Terneuzen Middelburg Vlissingen
€ € € € € € € € € € € € €
1.612 1.614 2.104 2.625 2.661 2.716 2.790 2.797 2.893 2.931 3.180 3.736 4.056
Gemiddelde Zeeland
€
2.747
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente hanteert het uitgangspunt dat alle inwoners met een inkomen op 100% van de bijstandsnorm in aanmerking moeten kunnen komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en het rioolrecht, tenzij sprake is van een vermogen dat groter is dan het wettelijke normbedrag. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid van gemeente Goes wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Sabewa Zeeland. De informatie staat op www.sabewazeeland.nl/onderwerpen/kwijtschelding
57
Paragraaf Financiering Inleiding Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s over de begroting 2022. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Artikel 13 ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) legt vast, welke informatie de financieringsparagraaf in ieder geval dient te bevatten. Conform de vereisten voortvloeiende uit de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is er door het college een treasurybesluit vastgesteld. Hierin is het wettelijk kader verder uitgewerkt. Renterisicobeheersing Renterisico’s worden beperkt door: een actuele rentevisie te hanteren; te toetsen aan de kasgeldlimiet, beheersingsinstrument korte schuld (1 < jaar); te toetsen aan de renterisiconorm, beheersingsinstrument lange schuld (1 > jaar). Rentevisie Een belangrijke voorwaarde voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is het hebben van een rentevisie. Het maken van een goede visie op de renteontwikkelingen is een gecompliceerd proces. Rentestanden worden beïnvloed door een groot aantal factoren.
Een van de belangrijkste factoren is het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Zo beïnvloed de ECB de rentestanden afhankelijk van de economische situatie en macro economische ontwikkelingen. Ze grijpt onder andere in wanneer haar inflatiedoelstellingen niet gehaald worden. Daarnaast heeft mondiale coronaproblematiek tot verder ingrijpen van de ECB geleid. Verwachtingen voor de korte rente De historisch lage rentestanden zetten zich nog steeds onverminderd voort. Als er gekeken wordt naar de korte rente is deze nog steeds negatief. Ten opzichte van de afgelopen jaren is dit onveranderd gebleven. De rentestanden (3-maands Euribor) schommelden tussen de -0,3% en -0,5% Dit maakt dat het gunstig is zo optimaal mogelijk gebruik te maken van kortlopende financiering. De lage rentestand wordt veroorzaakt door het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit beleid voert de ECB ter stimulering van de economie. Dit doet men door het verruimen van de geldhoeveelheid en laaghouden van de rente op -0,5% waartegen banken geld kunnen lenen. Deze rentestand heeft zijn directe weerspiegeling op de korte rente waarvoor gefinancierd kan worden door de gemeente. Ondanks de oplopende inflatie naar ruim 1,6% en groeivoorspellingen voor de nabije toekomst blijft de rente laag.
De centrale bank verwacht dat de inflatie tijdelijk is en niet blijft aanhouden, wat een ruim monetair beleid gerechtvaardigd maakt. Voordat de ECB haar beleid aanpast, zal de prognose van de inflatie langdurig op een niveau van om en nabij de 2,0% moeten uitkomen. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 bedraagt de Euribor 3-maands rente – 0,550% (per 6-9-2021). Dit is het tarief waarop banken elkaar kortlopende leningen verstrekken. Deze rente hangt nauw samen met de tarieven waarvoor de gemeente Goes kort geld kan aantrekken. Verwachtingen voor de lange rente Het ruime monetaire beleid van de ECB heeft niet alleen effect op de kortlopende rente maar is ook terug te zien in de rentestanden voor langlopende financiering. De langlopende rente wordt ook wel kapitaalmarktrente genoemd. We spreken van kapitaalmarktrente bij looptijden vanaf één jaar. Zoals aangegeven bij de korte rente is een langdurig economisch herstel noodzakelijk voordat de ECBbeleidsveranderingen doorvoert. Het opkoopprogramma dat maandelijks voor miljarden aan obligaties opkoopt blijft in de huidige vorm bestaan. Aanvullend op dit opkoopprogramma heeft de ECB door de coronacrisis een extra ‘pandemieopkoopprogramma’ van €1.850 miljard opgezet. Verwacht wordt dat het opkopen van obligaties in het kader van de coronacrisis tot in ieder geval maart 2022 doorloopt.
Met de huidige economische verwachtingen en uitgangpunten van de ECB kan men uitgaan van laag blijvende rentestanden. De verwachting is dan ook niet dat de rentestanden voor langlopende leningen op korte termijn veel zullen toenemen.
58 Kasgeldlimiet Ter beperking van renterisico’s op de korte schuld dienen de gemeenten te voldoen aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekeningcourant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Kasgeldlimiet en financieringstekort
(Bedragen x € 1.000) 2022
2023
2024
2025
143.399
136.053
137.825
140.514
Percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Kasgeldlimiet
12.146
11.522
11.673
11.902
2.005
2.005
2.005
2.005
10.141
9.517
9.668
9.897
Totaal jaarbegroting (baten)
Gemiddeld gebruikt kasgeldlimiet 2017 – 2020 Ruimte (+) / overschrijding (-)
Omdat de korte rente lager is dan de lange rente wordt de kasgeldlimiet zo optimaal mogelijk benut. Er zal binnen de gestelde limiet zo lang mogelijk kortlopend worden gefinancierd. Op basis van de Uitvoeringsregeling Financiering voor Decentrale Overheden moet de toezichthouder (provincie Zeeland) worden geïnformeerd bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende twee achtereenvolgende kwartalen. Pas als de kasgeldlimiet dreigt te worden overschreden, zullen wij een passende langlopende geldlening aangaan. Renterisiconorm Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningportefeuille gelijktijdig moet worden hergefinancierd, met het risico van snel oplopende rentelasten. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor jaren 2022 – 2025 weergegeven. Renterisiconorm
(bedragen x € 1.000) 2022
2023
2025
2024
0
0
0
0
Aflossingen
8.667
8.317
9.461
9.734
Renterisico (1 + 2)
8.623
8.317
9.461
9.734 140.514
1
Renteherzieningen *
2 3 4a
Begrotingstotaal
4b
Percentage regeling
143.399
136.053
137.825
20%
20%
20%
20%
4
Renterisiconorm (4a x 4b)
28.580
27.111
27.465
28.005
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)
19.913
18.794
18.004
18.271
5b
Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)
*
In geval van een roll-over lening
Bovenstaande tabel laat zien dat we komende jaren de renterisiconorm niet zullen overschrijden. De ruimte onder de renterisiconorm geeft aan dat het te verwachten renterisico ruimschoots binnen de gestelde normhoeveelheid valt. Renteomslag De rente wordt via een omslagstelsel toegerekend aan de kostendragers (producten). Dit heet het zogenaamde 'renteomslagpercentage'. Het renteomslagpercentage wordt berekend over alle producten. Dit percentage wordt met de in begroting opgenomen gegevens zo goed als mogelijk ingeschat en wordt toegerekend aan investeringen die lineair worden afgeschreven.
59 Het renteomslagpercentage waarmee gerekend is voor de begroting 2022 bedraagt afgerond 1,6%. Dit is hoger dan de omslagrente van 0,67% waarmee gerekend is bij de begroting 2021. De toename in het omslagpercentage komt door het actualiseren van de rentepercentages bij activa met een annuïtaire afschrijvingsmethode. Hierdoor is de totale rentelast van de activa met een annuïtaire afschrijvingsmethode afgenomen, waardoor er meer rente is toegerekend via de renteomslag. Dit verklaart de toename in de omslagrente. Voor investeringen die annuïtair worden afgeschreven wordt er gerekend met 1,00%, zoals in de kadernota 2022 is vastgesteld. Dit is gelijk aan het annuïtaire rentepercentage gebruikt bij de begroting 2021. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsbehoefte, rekening houdend met de investeringen en beschikbare interne en externe middelen. De interne financiering vindt plaats in de vorm van de ten laste van de exploitatierekening gebrachte afschrijvingen en in de vorm van eigen vermogen (reserves). Voor de externe financiering wordt een beroep gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. Als de kasgeldlimiet wordt overschreden, wordt een langlopende onderhandse lening aangegaan. De gemiddelde rente van de huidige Goese leningenportefeuille bedraagt 2,43%.
Voor het bepalen van de werkelijke financieringsbehoefte van onze gemeente zijn diverse factoren van belang. Het gaat hierbij om de toekomstige investeringen, herfinanciering en de eigen beschikbare liquide middelen. Rekening houdend met deze factoren, ziet onze leningenportefeuille er voor de komende jaren als volgt uit: (Bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Stand per 1 januari
124.571
123.601
123.898
121.255
Nieuwe leningen
7.696
8.614
6.819
5.824
Aflossingen Stand per 31 december
8.667
8.317
9.461
9.734
123.601
123.898
121.255
117.345
De leningportefeuille blijft in de eerstkomende jaren stabiel, en neemt naar verwachting daarna iets af. Dit is een trend die we ook bij voorgaande begrotingen terug zagen. Het afnemen van de totale omvang van de leningportefeuille heeft een direct effect op de schuldquote. Renteschema In het wijzigingsbesluit BBV is opgenomen dat er inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Tevens is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is vanuit BBV. Onderstaand het renteschema: Renteschema
(Bedragen x € 1.000)
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€
De externe rentebaten (idem)
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
€
90
-/-
€
0
+
€
0
3.022
€
74
€
2.949
€
90
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
2.859
Rente over eigen vermogen
+
€
507
Rente over voorzieningen
+
€
87
€
3.453
€
3.419
€
34
Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
-/-
Het schema laat zien dat de afwijking tussen de toe te rekenen rentelasten en de toegerekende rentelasten € 34.000 bedraagt. Dit is het verschil tussen de toegerekende rente en de werkelijk toegerekende rente.
60 Schuldpositie Voor het beoordelen van de financiële vermogenspositie is in het BBV een verplichte indicator opgenomen, de netto schuldquote. Deze indicator is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten opgesteld. De netto schuldquote beoordeelt de vermogenspositie van gemeenten aan de hand van schulden ten opzichte van de inkomsten. Het kengetal geeft een indicatie van het aandeel van de rentelasten van de schulden in de totale exploitatie. Het draait om de vraag of de rentelasten als gevolg van hoge schulden niet te veel ruimte opslokken binnen de totale exploitatie. Voor de netto schuldquote wordt de volgende definitie gehanteerd: De netto schuld als aandeel van de exploitatie. De netto schulden zijn gedefinieerd als de som van de langlopende schulden, kortlopende schulden en overlopende passiva. Daarop zijn in mindering gebracht: de kortlopende vorderingen en uitzettingen, liquide middelen, overlopende activa en langlopende uitzettingen. Voor de omvang van de exploitatie wordt uitgegaan van de baten voor bestemming, dus exclusief de mutaties in de reserves. De netto schuldquote wordt genormeerd conform onderstaande bandbreedte: Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie
> 130% 100% - 130% < 100 %
niet wenselijk, grote risico’s voorzichtigheid geboden
Voor 2022 is de netto schuldquote 101%. De hoogte van de netto schuldquote wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Naast de begrote baten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting wordt de netto schuldquote ook beïnvloed door de omvang van de leningenportefeuille en de investeringen die we de komende jaren gaan doen. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ wordt de totstandkoming van de schuldquote nader toegelicht
61
Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt op basis van een risico-inventarisatie, financiële vertaling van de risico’s door middel van een risicomethodiek en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van gemeente Goes. Bij het bereiken van onze doelstellingen is inzicht gewenst in de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Deze paragraaf gaat kort in op ons beleid omtrent risico’s, geeft inzicht in de gehanteerde methodiek en toetst het aanwezige weerstandsvermogen aan de norm van de weerstandscapaciteit. Beleid risicobeheersing Om ook in de toekomst een financieel gezonde organisatie te blijven, gaat de gemeente Goes verstandig en verantwoord om met risico’s. Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met de uitvoering van bedrijfsprocessen en kunnen nooit helemaal worden uitgesloten. Als gemeente willen we bewust zijn van de risico’s die we lopen en van de beheersingsmaatregelen die we kunnen nemen. Bij de beheersing van de risico’s hanteren wij als beleidslijn dat er sprake moet zijn van een evenwicht tussen praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit en kosten (efficiency) van een maatregel. Daarom wordt voor de risicobeheersing uitgegaan van een voorzichtig financieel beleid als fundament voor de weerstandscapaciteit.
In de uitvoering worden hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: Streven naar een in meerjarig perspectief sluitende begroting; Onderhoudsvoorzieningen van voldoende omvang; Beheerste ontwikkeling van de lokale lasten; De begroting heeft jaarlijks ruimte voor onvoorziene kosten (eenmalig en structureel); Een weerstandscapaciteit van voldoende omvang om de risico’s op te kunnen vangen. De wetgeving voor het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV-artikel 9, 11 en 26). Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de financiële verordening Goes 2021 (artikel 17) en in de nota Reserves en voorzieningen Goes 2021 (paragraaf 2.5 en 3.1). Structureel systeem van risicomanagement We hanteren organisatie breed een structureel systeem van risicomanagement. Periodiek inventariseren we binnen de organisatie de risico’s, koppelen we beheersingsmaatregelen aan de risico’s, vindt evaluatie plaats van bestaande, actuele risico’s en beheersingsmaatregelen en rapporteren we hierover. Door herhaling van deze stappen in het proces van risicomanagement is er blijvende aandacht voor risico’s en de beheersing ervan. Het proces van risicomanagement maakt onderdeel uit van de jaarlijkse planning & control cyclus. Wij beschouwen risicomanagement hierbij niet als een doel op zich.
Doordat wij een beter inzicht hebben in de risico’s in onze gemeentelijke processen is risicomanagement voor ons een hulpmiddel bij het bereiken van gemeentelijke doelen.
Voor het sociaal domein en de bouwgrond hebben we ervoor gekozen om een andere methodiek van risicoinventarisatie te hanteren. Dit wordt later in deze paragraaf toegelicht. Risicomethodiek De ambtelijke organisatie inventariseert en beoordeelt de risico’s. Om te waarborgen dat de risico’s binnen de organisatie op uniforme en objectieve wijze worden beoordeeld, wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel om de kans en het gevolg van een risico in te schatten.
62 Kans op optreden risico
Im pact risico (financieel en politiek/im ago)
Klasse
Score
Klasse
Gevolg financieel
Gevolg politiek/imago
Zeer laag
1
Zeer laag
< € 10.000
zeer laag
Score 1
Laag
2
Laag
€ 10.000 - € 50.000
laag
2
Gemiddeld
3
Gemiddeld
€ 50.000 - € 100.000
gemiddeld
3
Hoog
4
Hoog
€ 100.000 - € 250.000
hoog
4
Zeer hoog
5
Zeer hoog
> € 250.000
zeer hoog
5
De risicoscore van een bepaald risico wordt bepaald door kans en impact met elkaar te vermenigvuldigen (risicoscore = score kans x score impact). Maximaal kan een risico 25 punten scoren wanneer sprake is van een zeer hoge kans van optreden in combinatie met zeer hoge gevolgen (financieel of politiek/imago). Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt vervolgens een objectieve methodiek toegepast. Als norm voor de berekening van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Risicoscore
Risicoprofiel Indicatie voor benodigd w eerstandsverm ogen
1-4
Zeer laag
5-6
Laag
7,5% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied
8-9
Gemiddeld
10,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied
10-12
Hoog
12,5% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied
>15
Zeer hoog
15,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied
5,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied
Daar waar geen directe uitgavenposten zijn gerelateerd aan de risico’s (bijvoorbeeld de inkomstenstroom van de gemeente of garantstellingen) wordt als uitgangspunt voor de benoemde risico’s een materialiteitsgrens van 1, 2 of 3% (laag-gemiddeld-hoog) gehanteerd. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen, wordt in de systematiek voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen een bandbreedte aangehouden van 75% - 125%. In de begroting 2022 hanteren we net als in voorgaande jaren een norm voor de weerstandscapaciteit van 100% van het benodigde weerstandsvermogen. Inventarisatie weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in de weerstandscapaciteit in de vermogens- en in de exploitatiesfeer. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer wordt gevormd door: De beschikbare algemene reserve; Het vrij beschikbaar deel van de bestemmingsreserves; Eventuele stille reserves. Het vrij beschikbare deel van de algemene reserve bestaat uit het saldo van de algemene reserve waarbij de claims in mindering op het saldo zijn gebracht. Ditzelfde geldt voor het vrij beschikbare gedeelte van de bestemmingsreserves. Voor de claims wordt uitgegaan van de stand op 31 december 2022. Dat betekent dat de geraamde effectuering van claims tot 31 december 2022 is verwerkt.
Er is sprake van stille reserves indien activa een hogere waarde vertegenwoordigd dan de boekwaarde op de balans. Zolang de desbetreffende eigendommen echter niet voor verkoop in aanmerking komen, kunnen de stille reserves niet te gelde worden gemaakt. In het overzicht van de weerstandscapaciteit zijn de stille reserves daarom als PM post opgenomen. De weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer wordt gevormd door: De onbenutte belastingcapaciteit; De begrotingsruimte. Omdat we niet voor alle risico’s eenzelfde methodiek van risico-inventarisatie hanteren, is er geen overzicht te geven van de belangrijkste risico’s. Voor de bouwgrond en het sociaal domein is voor een andere systematiek van risicobeheersing gekozen, waardoor het niet mogelijk is om op totaal niveau de risico’s met elkaar te vergelijken en/of te waarderen. Onbenutte belastingcapaciteit Als minimumbedrag voor een maatschappelijk aanvaardbare hoogte van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolrechten wordt het zogenaamde redelijk peil gehanteerd. Gemeenten moeten een bepaald redelijk peil hebben om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 FvW (Financiële verhoudingswet). Het redelijk peil voor de onroerendezaakbelasting 120% van landelijk gemiddelde tarief onroerendezaakbelasting.
Het bedrag dat de gemeente minder dan het redelijk peil ontvangt aan belastingopbrengsten, wordt aangemerkt als onbenutte belastingcapaciteit.
63 Weerstandscapaciteit We hebben ervoor gekozen om een norm voor de weerstandscapaciteit van 100% van het benodigde weerstandsvermogen te hanteren. Op basis van de geïdentificeerde risico’s op de peildatum van de begroting 2022 betekent dit een norm weerstandsvermogen van minimaal € 11.629.000. Met een positief verschil, de vrije ruimte, van € 15.348.000 voldoet de gemeente Goes op dit moment aan deze norm. De begrote weerstandscapaciteit is daarmee voldoende om als dekking te kunnen fungeren voor de geïdentificeerde risico’s. Naast de algemene reserve wordt een belangrijk deel in de weerstandscapaciteit gevormd door het niet geclaimde deel van de reserve majeure projecten. Maar ook met het eventueel volledig inzetten van de ruimte in de reserve majeure projecten, blijft de weerstandscapaciteit op dit moment boven de norm van het weerstandsvermogen. Naast de bovenstaande risico’s kennen we nog risico’s in de bouwgrondexploitaties en in het sociaal domein. Voor deze risico’s bestaan aparte risicoreserves en wordt de benodigde weerstandscapaciteit op een andere manier bepaald. Dit betekent dat de risico’s én de reserves geen onderdeel uitmaken van de bovenstaande beoordeling van de vrije ruimte binnen de weerstandscapaciteit. De functie en uitgangspunten van de reserves (ook de nieuwe reserve sociaal domein) zijn toegelicht in de nota “Reserves en voorzieningen Goes 2021”.
Norm weerstandscapaciteit Zoals aangegeven hanteren we een structureel systeem van risicomanagement. Hiermee inventariseren we periodiek de risico’s van de organisatie. Met de vastgestelde risicomethodiek beoordelen we de risico’s op uniforme en objectieve wijze en schatten we de kans en het gevolg van een risico in. Voor begroting 2022 leidt de inventarisatie ertoe dat we ongeveer 114 risico’s zien voor onze organisatie (buitenom de risico’s in de bouwgrondcomplexen en het sociaal domein). Op basis van de hierboven toegelichte risicomethodiek betekent dit dat we uitgaan van € 11.629.000 als norm voor de weerstandscapaciteit. De norm voor weerstandscapaciteit kent de volgende opbouw: