CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 04. verbreed GRP Goes definitief Ontwerp geactualiseerd

Oordeelsvormende raad 22 september 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2022-202629.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-45-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

Bij vervanging of aanleg van (gemengde) riolering wordt minimaal gekozen voor een diameter van  400 mm. Met weinig meerkosten wordt op die manier de bergings- en afvoercapaciteit van het rioolstelsel vergroot.

6.5.2

Afkoppelen Een belangrijke duurzame maatregel om de vuilemissie uit de gemengde riolering terug te dringen, de doelmatigheid van de afvalwaterketen te vergroten en de kans op wateroverlast te verkleinen, is het afkoppelen van verhard oppervlak. Afkoppelen maakt deel uit van het rioleringsbeleid van de gemeente Goes en gebeurt in bestaande situaties met name door oppervlakkige afvoer van overtollig hemelwater mogelijk te maken of door grote dakoppervlakken van de bestaande gemengde riolering af te halen als dit tegen lage kosten mogelijk is. Afkoppelen via ondergrondse leidingen vindt nagenoeg niet meer plaats. Bij het afkoppelen wordt er naar gestreefd om mee te liften met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging, herstraatwerkzaamheden of herbouw-projecten in bestaand gebied. Het afkoppelen geschiedt zorgvuldig, met aandacht voor risico’s ten aanzien van de waterkwaliteit en aandacht voor beheer- en onderhoudsaspecten, met name in bestaande gebieden. Ook wordt gewaakt voor kapitaalvernietiging. Dit alles heeft tot doel om te komen tot robuuste en flexibele rioolstelsels die de klimatologische ontwikkelingen aankunnen. Afkoppeloplossingen worden met name gevonden in oppervlakkige afstroming naar open water, wadi’s of, waar mogelijk, infiltratie.

In geval van het realiseren van nieuwe voorzieningen bij bestaande bebouwing wordt gezocht naar participatie van inwoners. Het toepassen van ondergrondse (regenwater)-

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-46-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

leidingen vindt alleen plaats in nieuwbouwwijken of als er geen alternatieven zijn. Er zijn locaties waar de weg in een (lokale) laagte ligt. Er ontstaat dan een soort badkuip, waarbij het water niet oppervlakkig weg kan stromen. Door de aanleg van een schoonwaterriool in combinatie met een open roosterdeksel kan het water dan ondergrondse direct afstromen naar open water (‘de stop uit de badkuip halen’). Naast afkoppelen in openbaar (gemeentelijk) gebied kan ook gekeken worden naar de mogelijkheden in het terugdringen van de autonome trend van het vergroten van de particuliere verharding per perceel. Door middel van communicatie en voorbeelden kan gepoogd worden om het gedrag van particuliere bewoners te beïnvloeden. Dit uit zich onder meer in de participatie van de gemeente Goes in het project ‘operatie Steenbreek’. De gemeenteraad heeft zich in 2018 uitgesproken om hier als gemeente in te participeren. Daarnaast zal de gemeente zich de komende planperiode actief inzetten op het gebied van communicatie richting de inwoners. Het doel hiervan is de inwoners inzicht te geven in de manier waarop de gemeente Goes de openbare ruimte klimaatbestendig inricht.

Dit gebeurt onder meer door het maken van filmpjes en artikelen op de gemeentelijke website met voorbeelden: • water over straat: Riethoek (nieuwbouw) en Spoorstraat (bestaande situatie), • de werking van een wadi • het principe van een Tiny Forest • ideeën en voorbeelden die een bewoner zal kan toepassen in de eigen tuin of rondom huis.

6.5.3

Uitgangspunten vervanging Vervanging van riolen of gemalen vindt in hoofdzaak plaats op basis van de kwalitatieve staat. De leeftijd speelt daarbij een ondergeschikte rol, maar speelt wel mee bij de kwaliteit en/of het functioneren van de huisaansluitingen (bijvoorbeeld gres, verstopping). Voor de gemiddelde levensduur van de voorzieningen wordt uitgegaan van de onderstaande gegevens. • • • • • • • •

Vrijverval riolering (beton) Vrijverval riolering (pvc) Vrijverval riolering (gerenoveerd) Gemalen en randvoorzieningen, bouwkundig Drukrioleringsunits, bouwkundig Rioolgemalen en drukrioleringsunits, mechanisch/elektrisch IBA’s Persleidingen

65 jaar 65 jaar 50 jaar 60 jaar 40 jaar 15 jaar 15 jaar 60 jaar

De praktijkervaringen bij vervanging van riolering en gemalen binnen de gemeente Goes bevestigen de waarde van deze uitgangspunten. Ook worden zij onderschreven door de landelijke koepelorganisatie stichting Rioned. Mede als gevolg hiervan dient voor de komende planperiode rekening te worden gehouden met een gewenste (toegenomen) vervangingsopgave van circa 4,5 km riolering per jaar.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-47-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

Huisaansluitingen worden in overleg met de huiseigenaren zoveel mogelijk gelijktijdig bij rioolvervanging of wegreconstucties vernieuwd tot aan de erfgrens (gedeelte in openbaar gebied). De hoeveelheid verloren berging in het rioolstelsel van de gemeente Goes, dat wil zeggen delen van het stelsel die altijd vol blijven staan, is minimaal. Bij rioolvervanging wordt gestreefd naar het opheffen van verloren berging. Gezien de beperkte hoeveelheid verloren berging, zijn voor het opheffen hiervan geen extra financiële middelen gereserveerd.

6.5.4

Concretisering vervangingsplanning De gemeente heeft de wettelijke taak om afvalwater binnen haar gebied in te zamelen. Vervolgens draagt zij het over aan waterschap Scheldestromen dat verantwoordelijk is voor de zuivering van het afvalwater. Naast de afvoer van afvalwater wordt een groot deel van de riolering binnen de gemeente Goes ook gebruikt voor de afvoer van overtollig hemelwater. In veel oudere rioolstelsel gaat dit samen via zogenaamde gemengde riolering. Uit rioleringsberekeningen in de afgelopen jaren (2019/2020) is gebleken dat de gemengde riolering niet op alle plaatsen meer voldoet aan de landelijk gehanteerde capaciteitsnormen. Concreet betekent dit dat bij een vastgestelde regenbui (20 mm regen in een uur) er op sommige locaties water op straat kan ontstaan. Hoewel dit niet direct tot schade en overlast leidt, kan het wel hinder veroorzaken op de betreffende plekken. De oorzaak van deze capaciteitsproblemen wordt gevonden in het feit dat veel (oudere) wijken bij realisatie gebaseerd zijn op destijds geldende, lichtere normen. De huidige normen die landelijk gehanteerd worden, zijn zwaarder. Dat moet ook, zeker met het oog op de klimaat-ontwikkelingen. Het betreft hier sec de afvoercapaciteit van de riolering zelf.

Door het goed inrichten van de openbare ruimte, waardoor overtollig water snel kan afstromen naar watergangen of sloten, hoeft dit niet te leiden tot overlast (is beleid gemeente, zie paragraaf 6.3). Daarnaast is er in de loop van de tijd meer inzicht verkregen in de hoeveelheid verharding die op de riolering is aangesloten. Deze blijkt hoger te zijn dan in het vorige verbreed GRP bekend was. Om deze situatie het hoofd te bieden, kunnen ten aanzien van de vervangingsplanning verschillende scenario’s worden gevolgd. Het betreft de onderstaande scenario’s. 1. Het handhaven van een lagere norm voor de betreffende wijken (zijnde Goese Polder, Kloetinge, Goed-Zuid en Goes Oost). Eventuele wateroverlastlocaties (= kans op schade) worden aangepakt via het wateroverlastprogramma. Het voordeel hiervan is een beperkte hoeveelheid extra investeringen. Het nadeel is dat de kans op wateroverlast (en waterhinder) groter is dan de algemeen gangbare norm. 2. Het uitvoeren van de benodigde maatregelen om aan de huidige normen te voldoen op korte termijn. Het voordeel hiervan is dat de kans op wateroverlast (en waterhinder) ook op korte termijn acceptabel is. Het nadeel hiervan is sterk toenemende kosten die moeten worden door vertaald in de rioolheffing en kapitaalvernietiging als gevolg van het versneld vervangen van rioolleidingen die nog niet aan het einde van hun levensduur zijn.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-48-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

3.

Het uitvoeren van de benodigde maatregelen om aan de huidige normen te voldoen op lange termijn. Hierbij worden de noodzakelijke maatregelen meegenomen in de reguliere vervangingswerkzaamheden. Het voordeel hiervan is dat de kosten niet veel hoger zijn dan de reguliere vervangingskosten. Het nadeel hiervan is dat er de kans op wateroverlast (en waterhinder) voor een langere periode hoger blijft dan de algemeen gangbare norm.

Het advies is om scenario 3 uit te gaan voeren in de voorliggende planperiode. Daarbij wordt het wateroverlastprogramma uitgevoerd, samen met wegen en groen, om de kans op overlast en schade zoveel mogelijk te beperken (bekende overlastlocaties krijgen een hogere prioriteit). Daarnaast wordt de riolering geoptimaliseerd volgens de huidige gangbare normen (kwaliteit en leeftijd), zodra deze op de reguliere planning staat (werk met werk maken en geen kapitaalvernietiging).

1: KANS OP WATEROVERLAST HOOG, KOSTEN LAAG

2: KANS OP WATEROVERLAST LAAG, KOSTEN HOOG

3: KANS OP WATEROVERLAST ACCEPTABEL, KOSTEN MIDDEN

De bovenstaande principes zijn uitgewerkt in een concrete 10-jaren planning die is gebaseerd op de noodzakelijke rioleringswerkzaamheden (kwaliteit vanuit de inspecties), maar ook is afgestemd op de planning van andere afdelingen (wegen, O&E en groen). Op die manier ontstaat een integrale planning, waar ook externe partijen bij kunnen aanhaken (bijvoorbeeld woningstichtingen of nutsbedrijven in verband met hun eigen vervangingen of energietransitie).

6.5.5

Risicoprofiel vervangingsplanning Gezien de grootte van de investeringen die de vervanging van de riolering en het voldoen aan de gestelde capaciteitsnormen vereist, is het wenselijk een risicoprofiel te schetsen bij de voorgenomen planning. Via de onderstaande aandachtspunten is dit risicoprofiel vormgegeven. • Het verspreiden van vervangingen over een langere periode, vereist van de voorzieningen een langere levensduur. Dit brengt het risico met zich mee dat onvoldoende capaciteit van de voorzieningen toch voortijds kan leiden tot wateroverlast, maar ook dat gebreken (bijvoorbeeld lekkage) leiden tot verontreiniging van de ondergrond of kans op ziekte door het in aanraking komen met afvalwater.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-49-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

• • • • •

•

Indien achterstallige vervangingen niet worden opgelost, ontstaat een steeds verder toenemende kans op calamiteiten (verzakking, verstopping, wateroverlast). Hoe sneller de noodzakelijke vervangingen worden uitgevoerd, hoe hoger de directe kosten zijn voor de gemeente en de inwoners. De omvang van het personele bestand van de gemeente is gerelateerd aan de omvang van de in te zetten investeringen. Er is voldoende personeel nodig om de financiële middelen in te kunnen zetten. Het niet of vertraagd wegwerken van de capaciteitsvervangingen doet de robuustheid van het totale rioleringssysteem verminderen in een veranderend klimaat. Dit brengt een steeds hoger risico met zich mee. Het niet of onvoldoende wegwerken van de capaciteitsvervangingen betekent een omissie in het uitvoeren van de wettelijke gemeentelijke zorgplicht voor een goed functionerend rioleringssysteem (hemelwaterzorgplicht). Om hier wel aan te voldoen zijn minimaal andersoortige maatregelen nodig die overlast voorkomen (bijvoorbeeld oppervlakkige afvoermogelijkheden voor water op straat). Het niets doen aan het wegwerken van de capaciteitsvervangingen doet af aan het imago en de geloofwaardigheid van de gemeente ten opzichte van de inwoners en de waterbeheerders.

In de gekozen vervangingsplanning meent de gemeente Goes een goed evenwicht te hebben gevonden in het wegwerken van capaciteitsvervangingen en het op orde brengen van de kwaliteit van de riolering in relatie tot het kunnen verantwoorden van de financiële consequenties die deze keuze heeft naar de gemeentelijke begroting. Een uitgebreidere onderbouwing is opgenomen in bijlage 6. Speerpunten komende planperiode ‘vervangingsplanning’ • Een realistische en doelmatige vervangingsplanning, gebaseerd op actuele eenheidsprijzen. Concreet uitgewerkt voor de komende planperiode. • Primair uitgaan van oppervlakkige afstroming van overtollig hemelwater. • Zoeken naar participatie van en met inwoners en bedrijven.

6.6

Riolering buitengebied Het buitengebied kent 91 niet gerioleerde panden waarvoor de gemeente een ontheffing van de zorgplicht heeft gekregen. Daarnaast gelden diverse beleidsuitgangspunten.

6.6.1

Regeling buitengebied Per 1 januari 2008 zijn er wettelijke regelingen van kracht voor lozingen in het buitengebied en zijn er eisen gesteld aan de septic tank waar veel huishoudens in het buitengebied gebruik van maken. Deze wettelijke regelingen zijn binnen de provincie Zeeland vertaald naar afspraken die aangeven hoe om te gaan met bestaande en nieuwe ongerioleerde huishoudelijke lozingen: beleid lozingen buitengebied (SAZ+). Hierin staat dat nieuwe lozingen direct moeten gaan

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-50-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

voldoen aan de nieuwe eisen, bestaande lozingen krijgen nog tot 2027 de tijd om hier aan te voldoen. Deze eisen houden in, dat iedere ongerioleerde lozing moet zijn voorzien van een zuiveringsvoorziening. Deze zuiveringsvoorziening is minimaal een verbeterde septic tank (IBA klasse 1, minimale inhoud 6 m3) conform de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens. Dat betekent, dat voor 2027 alle kleine septic tanks door de perceeleigenaar vervangen moeten zijn door een nieuwe voorziening. De gemeente heeft alle eigenaren in het buitengebied schriftelijk geïnformeerd over deze nieuwe regeling voor het buitengebied (2015) en welke gevolgen dat heeft voor de betreffende eigenaren.

6.6.2

Smalle zorgplicht De gemeente kiest met dit verbreed GRP voor het hanteren van de zogenaamde smalle zorgplicht voor niet gerioleerde panden in het buitengebied. Dat betekent, dat de particulier verantwoordelijk is voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de zuiveringsvoorziening op het eigen perceel. De particulier is eigenaar van deze voorziening en betaalt geen rioolheffing. De keuze hiervoor wordt in belangrijke mate ingegeven door het afwegen van de maatschappelijke kosten en het (milieu)rendement. De kosten voor aansluiten van alle panden in het buitengebied zijn relatief hoog, evenals de kosten voor het beheer en onderhoud van deze voorzieningen. Alle rendabel aan te sluiten panden zijn reeds in de saneringsoperatie in de periode 2000-2005 aangesloten. Daarnaast hebben de meeste inwoners in het buitengebied geen behoefte aan verandering van de huidige situatie waarin zij zelf zorg dragen voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de zuiveringsvoorziening op hun eigen perceel. Het rendement in de zin van invulling van een maatschappelijke behoefte is beperkt evenals het milieurendement.

Bij uitbreiding van het gemeentelijk rioolstelsel, waarbij woningen in het buitengebied met een septic tank eenvoudig aan te sluiten zijn, wordt een overgangstermijn gehanteerd om alsnog aan te sluiten of maakt de gemeente een financiële afweging over het mogelijk alsnog aansluiten van deze panden.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-51-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

6.7

Nieuw te realiseren bebouwing

6.7.1

Algemeen Voor nieuwe (particuliere) bouwwerken in bestaand gebied geldt het beleid, dat het huishoudelijk afvalwater, het hemelwater en het grondwater gescheiden moeten worden aangeboden conform het Bouwbesluit 2012. Op die manier kunnen deze huisaansluitingen eenvoudig worden opgepakt bij toekomstige afkoppelwerkzaamheden. Riolering dient te voldoen aan de eisen conform de NEN 3215 (Gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen) en de NTR 3216 (Riolering van bouwwerken). Alle nieuw te realiseren bebouwing binnen de gemeente wordt aangesloten op de (druk)riolering of een alternatieve voorziening die voldoet aan de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens (conform het beleid lozingen buitengebied, SAZ+). Dit wordt afgedwongen door ongezuiverde lozingen op oppervlaktewater en in de bodem niet toe te laten. Bij de omgevingsvergunning wordt melding gemaakt van de verplichting aan te sluiten op de riolering. Bij nieuwbouw zal het hemelwater gescheiden worden afgevoerd en infiltreren in de bodem of rechtstreeks afstromen naar het oppervlaktewater. Dit vindt in principe oppervlakkig plaats of, wanneer dat niet mogelijk is, met behulp van regenwaterriolering. Belasting van de riolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie met schoon water wordt daarmee beperkt. Ook worden aspecten als droogte, veilige bouwhoogte en drooglegging beschouwd.

6.7.2

Incidentele nieuwbouw in landelijk gebied Bij incidentele nieuwbouw in het landelijk gebied op locaties waar geen riolering aanwezig is binnen een straal van 40 meter vanaf de perceelsgrens en waarin de planperiode van dit verbreed GRP geen riolering zal worden aangelegd, vindt in eerste instantie de toetsing plaats of er wel of niet invulling gegeven zal worden aan de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater. Indien dat niet het geval is, zal in de omgevingsvergunning worden opgenomen dat het vrijkomende afvalwater niet ongezuiverd op oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd. In andere gevallen moeten de eisen uit de rioolaansluitverordening van de gemeente Goes (2017) worden gevolgd. Iedere nieuwe lozing dient te voldoen aan de eisen conform de Regeling lozing afvalwater huishoudens. De gemeente zal bij bouwaanvragen voor deze nieuwbouw een melding doen aan de waterkwaliteitsbeheerder (waterschap Scheldestromen) en de betrokkenen naar haar doorverwijzen. In het geval van nieuwe bedrijfsmatige lozingen is de aard en de omvang van de lozing bepalend voor de wijze van lozen. Er wordt bepaald of een lozing al dan niet op de riolering dient plaats te vinden of, indien dit niet rendabel blijkt te zijn, welke vorm van lozen dan wordt toegestaan (Activiteitenbesluit).

Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het waterschap die als waterkwaliteitsbeheerder daar een belangrijke rol in speelt.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-52-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

6.7.3

Projectmatige nieuwbouw Bij projectmatige nieuwbouw worden de voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater (bijvoorbeeld uitleggers naar de hoofdriolering) en eventueel voor grondwater aangelegd bij het bouwrijpmaken van de locatie. De kosten hiervoor worden opgenomen in de exploitatieopzet en verrekend met de grondeigenaar, bijvoorbeeld via een anterieure overeenkomst. Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden toekomstbestendig uitgevoerd. Verhard oppervlak wordt volledig afgekoppeld (bij voorkeur bovengronds) en waar mogelijk dient regenwater op eigen terrein te worden gebufferd. In een rioleringsplan (of waterparagraaf) zal worden nagegaan waar hemelwater kan worden ingezet voor de lokale waterhuishouding en aan welke eisen moet worden voldaan. Het hemelwater dat niet aan deze criteria voldoet, wordt ingezameld en afgevoerd naar de RWZI. Bij herstructureringsprojecten wordt overtollig water oppervlakkig afgevoerd bij extreme neerslagsituaties. Voor de aanleg van de voorzieningen wordt een (riool)ontwerp gemaakt volgens de dan geldende eisen, waarbij de insteek is om een klimaatbestendige openbare ruimte te realiseren. Er worden rioleringsberekeningen uitgevoerd en er wordt een risicoafweging gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende klimaatontwikkelingen (kort hevig nat, langdurig nat en langdurig droog).

Er wordt tijdig overleg gevoerd met de waterbeheerder (kwantiteit en kwaliteit). Ter voorkoming van foutieve aansluitingen worden bij gescheiden rioolstelsels buizen in twee verschillende kleuren toegepast. Voor vuilwaterriolering is dit roodbruin, voor regenwaterleidingen is de kleur middelgrijs. Het verplicht gebruiken van deze kleuren is vastgelegd in het ‘Programma van Eisen Riolering’ en wordt ook in de omgevingsvergunning opgenomen.

6.7.4

Watertoets Voor alle ruimtelijke plannen moet een watertoets worden uitgevoerd. In deze watertoets wordt aangegeven hoe in het betreffende plan met water wordt omgegaan. Aspecten als oppervlaktewater, grondwater, hemelwater, afvalwater, waterkwaliteit en -kwantiteit, omgevingsfactoren en waterberging komen hierin aan de orde. Met de watertoets wordt de waterbeheerder tijdig betrokken in het ontwerpproces. Het streven is om vanuit de watertoets in de nabije toekomst te gaan komen tot een klimaattoets, waarbij ook de aspecten droogte en hitte worden betrokken. In geval van nieuwe bebouwing waar een bestemmingsplanwijziging aan ten grondslag ligt, dient de toename aan verhard oppervlak te worden gecompenseerd met waterberging op eigen terrein. In uitzonderlijke gevallen kan gebruik worden gemaakt van het Waterbergingsfonds Goes. Hiermee kan de verplichting tot het realiseren van waterberging door de gemeente Goes worden afgekocht van de initiatiefnemer. Deze waterberging wordt dan, in overleg met waterschap Scheldestromen, elders gerealiseerd.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-53-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

6.8

Overige aspecten

6.8.1

Vermindering rioolvreemd water Binnen de SAZ+ wordt onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid en de effecten van rioolvreemd water. Dit is onderdeel van de zogenaamde programmalijn 2. Rioolvreemd water kan bijvoorbeeld bestaan uit lekwater vanuit oppervlaktewater (instroom van water), regenwater op drukriolering, water vanuit drainage of afgebroken huisaansluitleidingen. Afvalwateraansluitingen op hemelwaterriolering valt ook onder rioolvreemd water en heeft grote invloed op de waterkwaliteit. Rioolvreemd water heeft in het algemeen een kostenverhogend effect op het transporteren en zuiveren van afvalwater en veroorzaakt een wezenlijk verhoogde emissie van nutriënten en gevaarlijke stoffen. Voor het opsporen van rioolvreemd water kan onder meer gebruik worden gemaakt van de meetgegevens van de waterschapsgemalen. Voor de gemeente zijn de afgelopen jaren gegevens geïnventariseerd van gemalen, rwzi’s, waterpeilen en neerslag. Een groot deel van het rioolvreemd water binnen de gemeente Goes blijkt te bestaan uit instromend oppervlaktewater. Het rioolvreemd water en de onderzoeksresultaten tot nu toe geven geen aanleiding tot het nemen van maatregelen met hoge prioriteit. Figuur 6.3: effecten rioolvreemd water (bron: SAZ+ rapportage ‘aanpak rioolvreemd water’, 2016)

6.8.2

Diffuse bronnen Een aantal stoffen dat diffuus in het rioolwater terechtkomt, vormt een belasting voor het milieu. Te denken valt hierbij aan zink uit dakgoten, koper uit waterleidingen of minerale olie uit motoren. Er wordt naar gestreefd de emissie van deze stoffen te voorkomen. De gemeente volgt hierin het landelijk beleid, dat is vastgelegd in het beleid Duurzaam Bouwen (DuBo) met regelgeving voor duurzaam (ver)bouwen in het Bouwbesluit 2012. Per april 2016 mogen er wettelijk geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen meer worden toegepast op verharding. De gemeente volgt deze regelgeving en past geen chemische middelen meer toe.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-54-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

7

Beleid grondwater In de Waterwet is de gemeentelijke zorgplicht voor grondwater verwoord. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de werkzaamheden die in de komende planperiode in het kader van de grondwaterzorgplicht zullen worden uitgevoerd. Tevens wordt het kader geschetst, waarbinnen deze maatregelen worden uitgevoerd.

7.1

Grondwaterzorgplicht De gemeentelijke grondwaterzorgplicht is verankerd in de Waterwet (artikel 3.6). Daarin staat: 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de beheerder of de provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

De gemeente is daarmee formeel verantwoordelijk voor de uitvoering van het grondwaterbeheer in het stedelijk gebied voor zover dat binnen de kaders van de Waterwet is bedoeld. Het verbreed GRP is de plaats waar zij haar beleid ten aanzien van de invulling van de grondwaterzorgplicht verwoordt. Uit hoofde van deze zorgplicht dienen gemeenten, binnen de grenzen van doelmatigheid, maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken of te voorkomen. Hierbij richt de zorgplicht zich met name op maatregelen van waterhuishoudkundige aard in de openbare ruimte van de gemeente. In het geval dat de maatregelen bestaan uit het aanleggen van (ontwaterings)voorzieningen, valt daar ook het beheer van deze voorzieningen onder. De gemeente heeft nadrukkelijk niet de plicht de grondwaterstand op een (vooraf) vastgesteld peil te houden. Het grondwaterpeil staat onder invloed van zoveel factoren en reageert dermate onafhankelijk, dat het vasthouden van het peil niet tot de mogelijkheden behoort. Een overzicht van de verantwoordelijkheden op het gebied van grondwater is opgenomen in de navolgende figuur. Een van de aspecten waarin de grondwaterzorgplicht van de gemeente zichtbaar wordt, is het functioneren van het waterloket (de regisseursrol van de gemeente). Het waterloket is de plaats waar inwoners meldingen en klachten over grondwater doorgeven.

Het waterloket is vervolgens de aanjager voor het zoeken naar oplossingen van grondwaterproblemen, maar is niet per definitie de plaats waar de oplossingen worden

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-55-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

geformuleerd. Hiertoe kunnen ook andere partijen worden ingeschakeld. Het grondwaterloket draagt wel zorg voor de communicatie daarvan naar de inwoners toe.

Figuur 7.1: verantwoordelijkheden grondwater

7.2

Grondwateroverlast De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van overlast of schade ten gevolge van grondwater. Dit houdt in dat de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk is voor de ontwatering van het eigen terrein, evenals voor het beheer en onderhoud van deze voorzieningen. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Eventuele maatregelen zullen daarom ook in openbaar gebied worden getroffen. De grondwaterzorgplicht is, evenals de hemelwaterzorgplicht, een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Meestal is dit op de hoofdriolering. De gemeente heeft een ontvangstplicht voor het overtollige grondwater, maar aan de omvang en de aard van het aangeboden grondwater kunnen door de gemeente voorwaarden worden gesteld, evenals bij hemelwater. Inwoners dienen de voorschriften over waterdichtheid van gebouwen en afvoer van hemelwater op te volgen die in het bouwbesluit opgenomen zijn. Daarin is onder meer opgenomen, dat woningen die na 1 januari 1993 gebouwd zijn, moeten beschikken over

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-56-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

dampdichte vloeren. Ook problemen als gevolg van lekke kelders behoren niet tot de verantwoordelijkheid van de gemeente. Hoge(re) grondwaterstanden op percelen van particulieren blijven de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar en daar treft de gemeente geen maatregelen. Wel geeft de gemeente op verzoek advies aan particulieren die hinder ondervinden van hoge grondwaterstanden op hun perceel.

7.3

Grondwatervoorzieningen

7.3.1

Bestaande voorzieningen De gemeente Goes kent diverse voorzieningen ten behoeve van het grondwater. Dit betreft IT-riolen en op diverse plaatsen is gemeentelijke drainage aanwezig. Deze leidingen worden actief onderhouden, maar niet volgens een vaststaand onderhoudsprogramma. Ook worden er op diverse locaties grondwaterstanden gemeten met behulp van peilbuizen, zowel handmatig als geautomatiseerd. In de komende planperiode zal een gestructureerd onderhoudsprogramma worden opgesteld voor de grondwatervoorzieningen. Tabel 7.1: grondwatervoorzieningen Type Functie Afvoer vanuit milieusanering Drainageleiding naar gemengd riool Afvoer vanuit retentie naar oppervlaktewater Infiltratieriool Afvoer hemelwater naar oppervlaktewater

Locatie Bleekveld Mannee

Afvoer vanuit wadi naar oppervlaktewater

Huyssenstraat

HWA-riool van Gescheiden stelsel

Mannee

uitgevoerd als infiltratieriool

Reguleren grondwaterstand

Striephoekstraat

HWA-riool uitgevoerd als infiltratieriool

Afvoer vanuit retentie

I.G.J. van den Boschstraat

Afvoer vanuit retentie naar HWA-riool Afvoer vanuit retentie naar oppervlaktewater

Watership Down en Riethoek (W.F. Hermanslaan) Louise de Colignylaan (Hof van Oranje) Ouverture

Afvoer vanuit retentie naar stedelijke waterpartij

Van Hertumweg

Open goot

Afvoer hemelwater naar infiltratieriool

Ouverture

Steenslagfilter

Filtering HWA

Wadi

Retentie hemelwater

Hollandiaplein (stadskantoor) I.G.J. van den Boschstraat Louise de Colignylaan (Hof van Oranje) Mannee Watership Down en Riethoek (W.F. Hermanslaan)

Waterpasserende

Afvoer hemelwater naar

Evertsenstraat (school)

verharding

grondwater

Schengestraat

Zand/granulaatfilter

Filtering HWA

Mannee

Verbreed GRP Goes definitief rapport

Omschrijving Milieusanering voormalige wasserij Afvoer met behulp van gemaal.

-57-

Afvoer vanuit wadi. HWA-riool gedeeltelijk uitgevoerd als infiltratieriool. Twee PVC Ø100 mm drainageleidingen onder greppels (retentie) Wadi en greppels, lozing via infiltratieriool op oppervlaktewater Alle straten voorzien van groenstroken (retentie) met daaronder infiltratieriolen Retentie in groenstroken langs de weg, lozing op vijvers Goes-Zuid Parallel aan Duke Ellingtonlaan, Glen Millerlaan en Bob Marleylaan. Beton, └┘400 x 150 mm. Filterput, eigen ontwerp gemeente Goes, filter gevuld met steenslag 2/6 Afvoer via HWA / infiltratieriool Inclusief twee verbonden greppels. Lozing via infiltratieriool op oppervlaktewater. 10 wadi’s, afvoer via drain naar oppervlaktewater Lozing via HWA-riool op zuidelijk gelegen oppervlaktewater Inclusief drain, tevens drainagefunctie grondwater Filtering HWA daken en wegen, lozing op oppervlaktewater

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

7.3.2

Nieuw te realiseren voorzieningen Bij vervanging van lekke riolering wordt onderzocht of de gelijktijdige aanleg van drainage noodzakelijk en effectief is om overlast te voorkomen. Hiervoor is onderzoek naar de bodemgesteldheid nodig. Bij nieuw te realiseren bebouwing wordt grondwater in het kader van de watertoets in de planvorming betrokken. Afhankelijk van de resultaten hiervan, wordt besloten of er grondwaterregulerende voorzieningen noodzakelijk zijn. Indien een grondwaterregulerende voorziening wordt aangelegd, is dit meestal drainage. Deze drainage wordt rechtstreeks aangesloten op het oppervlaktewater of op de regenwaterriolering. De nieuwe drainageleidingen dienen te worden opgenomen in het beheersysteem en meegenomen in de reguliere onderhoudsronden. Bij bouwprojecten zullen ontwikkelaars en andere initiatiefnemers nadrukkelijker gewezen worden op de eis tot het realiseren van voldoende drooglegging en eventueel noodzakelijke maatregelen daarvoor.

7.3.3

Grondwatermeetnet De gemeente Goes beschikt over een grondwatermeetnet dat is opgebouwd uit diverse peilbuizen (circa 30 peilbuizen). Dit meetnet is ontstaan uit het in stand houden van reeds geplaatste peilbuizen bij klachten of ter voorbereiding op een rioolvervanging of andere projecten zoals de Spoorzone Goes. Een deel van de peilbuizen wordt handmatig bemeten en een deel is uitgerust met geautomatiseerde meetapparatuur voor continue metingen. De reeds verzamelde meetgegevens worden bewaard, ook als de peilbuis is vervallen. Op die manier kan ook een beroep worden gedaan op historische data en blijft het meetnet in omvang beheersbaar.

7.4

Maatregelen Het bestaande gemeentelijke grondwaternet wordt in de komende planperiode, waar nodig, uitgebreid om meer inzicht te verkrijgen in de grondwaterstanden in verschillende wijken en kernen. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan analyse van de gemeten grondwaterstanden. Het plaatsen van peilbuizen vindt met name plaats op projectbasis. Op deze manier ontstaat een breder inzicht in de grondwatersituatie voor de gemeente Goes in de breedte. In aanvulling daarop wil de gemeente de komende planperiode ook meer inzicht verkrijgen in de bodemsamenstelling op diverse locaties. De opbouw van de bodem is sterk van invloed op de grondwaterstand, maar ook op de mogelijkheden die er zijn om hier invloed op uit te oefenen in de vorm van maatregelen (bijvoorbeeld het aanleggen van drainage). Daarnaast geeft dit inzicht in de mogelijkheden om water te infiltreren en in de bodem te bufferen. Dat heeft relatie met verdroging van de bodem. Op deze manier kunnen wateroverlast oplossingen (oppervlakkige afstroming naar lager gelegen voorziening in combinatie met infiltratie) bijdragen aan andere klimaatdoelen zoals het tegengaan van verdroging.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-58-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

8

Beleid oppervlaktewater In dit hoofdstuk wordt de strategie voor het oppervlaktewatersysteem beschreven. Rondom het oppervlaktewater wordt nauw samengewerkt met het waterschap. Zij is namelijk, naast waterkwantiteits- en kwaliteitsbeheerder, degene die verantwoordelijk is voor het beheren en onderhouden van het watersysteem.

8.1

Overzicht oppervlaktewatersysteem

8.2

Verantwoordelijkheden Het werken aan water doen de gemeente en waterschap Scheldestromen samen, maar ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheden en taken. In de onderstaande tabel is een overzicht op hoofdlijnen opgenomen van de verschillende verantwoordelijkheden van de verschillende partijen. Tabel 8.1: taakverdeling overheden

Partij gemeente

waterschap Scheldestromen

Provincie Zeeland Particuliere grondeigenaren

Verantwoordelijk voor • Riolering: zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater en overtollig hemelwater • Milieu en volkshuisvesting • Beheer en onderhoud totale openbaar gebied (o.a. maaien taluds) • Ontwatering van de (eigen) openbare ruimte • Voorkomen van negatieve effecten van het freatisch grondwater • Ruimtelijke ordening (inclusief bestemmingplannen, watertoetsen) • Veiligheid fysieke leefomgeving • Waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater in het beheersgebied • Draagt zorg voor de afwatering • Beheer en onderhoud van oppervlaktewater ten behoeve van waterhuishoudkundige functies (waterafvoer etc.) • Beheer en onderhoud van oppervlaktewater binnen stedelijk gebied (sierwater, recreatiewater en dergelijke) • Baggeren • Afvoer en zuivering van afvalwater (RWZI) • Kustverdediging • Operationeel grondwaterbeheer • Advisering bij ruimtelijke plannen (wateradvies) • Vergunningverlening grondwateronttrekking diepe grondwater • Ontwatering en afwatering op eigen perceel • Onderhoud watergangen en taluds op eigen perceel

Voor het oppervlaktewater heeft de gemeente geen zorgplicht, maar wel een inspanningsverplichting. Het waterschap is beheerder van het oppervlaktewatersysteem, beheert de peilen in de watergangen en draagt zorg voor een goede afwatering. Zij heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. Parallel aan het actualiseren van het verbreed GRP Goes is het waterschap bezig met het opstellen van haar Waterschapsbeheerprogramma.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-59-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

8.3

Beheer en onderhoud Beheer en onderhoud van waterlopen is van wezenlijk belang voor het in stand houden van een goed functionerend watersysteem. In het kader van het project BOB (Beheer en Onderhoud Bebouwd gebied) hebben de gemeente en waterschap Scheldestromen gezamenlijk een overeenkomst getekend, waarin duidelijke afspraken zijn gemaakt wie er verantwoordelijk is, wie er wat onderhoudt en hoe de kostenverdeling geregeld is. Deze afspraken worden jaarlijks inhoudelijk besproken en geëvalueerd. De BOB-overeenkomst is in 2016 geactualiseerd aan de hand van de ervaringen in de voorgaande jaren.

8.4

Maatregelen

8.4.1

Kaderrichtlijn water Naar aanleiding van de Europese Kaderrichtlijn water liggen er voor de gemeente Goes geen opgaven. Binnen de grenzen van de gemeente bevinden zich enkele KRW-waterlichamen. De meeste waterlichamen bevinden zich echter buiten de bebouwde kom.

8.4.2

Waterkwaliteitsspoor Het doel van het waterkwaliteitsspoor is om de negatieve effecten van emissies op het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen of te reduceren. Hier wordt op dit moment geen specifieke invulling aan gegeven. Wel zijn in het Waterplan Goes (2005) en de evaluatie daarvan (2018) kansen en maatregelen beschreven die in het algemeen bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit. De vastgestelde maatregelen uit het waterplan zijn nagenoeg allemaal uitgevoerd. De overgebleven punten dienen in samenwerking met het waterschap de komende planperiode te worden ingevuld. In de periode 2017-2018 heeft de gemeente Goes in samenwerking met waterschap Scheldestromen een pilot uitgevoerd rondom het waterkwaliteitsspoor. Hierbij is met behulp van een meettraject onderzocht wat de effecten van riooloverstorten is op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Uit dit onderzoek zijn geen concrete maatregelen naar voren gekomen voor de gemeente Goes, mede door gebrek aan eenduidige meetgegevens. Wel is vastgesteld dat direct rondom een gemengde riooloverstort er sprake is van negatieve beïnvloeding van de waterkwaliteit ten tijde van een overstortgebeurtenis. De waterkwaliteit wordt echter door veel meer factoren beïnvloed.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-60-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

9

Middelen en kostendekking In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de noodzakelijke financiële en personele middelen voor de gemeentelijke watertaken. Voorts wordt aangegeven op welke wijze de kosten voor de gemeentelijke watertaken in de komende planperiode gedekt gaan worden.

9.1

Personele middelen Voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken zijn personele middelen nodig. De omvang van de personele middelen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het inwoneraantal, het aantal aanwezige rioolobjecten, het ambitieniveau van de gemeente en de beschikbaarheid en toegankelijkheid van actuele gegevens. Een belangrijke keuze daarnaast is de verhouding tussen het uitbesteden van werkzaamheden en het zelf uitvoeren daarvan. De gemeente Goes kiest ervoor om een aantal werkzaamheden uit te besteden. Daarbij voert de gemeente regie, maar heeft zij wel personele middelen nodig voor deze regievoering. Daarvoor is het belangrijk dat de betreffende medewerkers voldoende toegerust zijn qua middelen en qua kennisniveau om de uitbesteedde activiteiten aan te kunnen sturen. De omvang van de noodzakelijke personele middelen is gebaseerd op de handreikingen uit de Kennisbank Riolering en de ervaringen van de afgelopen planperiode. De ervaring van de afgelopen planperiode is dat de huidige personele bezetting met name bij de binnendienst niet volledig toereikend is om alle rioleringsactiviteiten naar behoren uit te voeren en dat externe ondersteuning daarbij noodzakelijk is. De Kennisbank Riolering maakt onderscheid in vijf onderdelen van de gemeentelijke watertaken die moeten worden uitgevoerd. Dit zijn: 1. Planvorming 4. Maatregelen 2. Onderzoek 5.

Facilitair 3. Onderhoud Voor de deeltaken planvorming (1), onderzoek (2) en facilitair (5) zijn er kengetallen beschikbaar op basis van de omvang van het inwoneraantal. De onderhoudsinspanningen (3) kunnen worden bepaald op basis van de lengte riolering en het aantal voorzieningen. De personele inzet voor de maatregelen (4) is afhankelijk van het niveau van de investeringen. De uitwerking van de noodzakelijke formatie op basis van de Kennisbank Riolering is opgenomen in bijlage 7. Voor de komende planperiode is er ruim 8 fte noodzakelijk voor alle gemeentelijke watertaken. De onderbouwing van deze personele behoefte is opgenomen in de onderstaande tabel. Daarbij is uitgegaan van 170 werkdagen (1362 productieve uren) per jaar voor 1 fte.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-61-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

Tabel 9.1: totale benodigde inzet personele middelen

Deeltaak 1. planvorming 2. onderzoek 3. onderhoud 4. maatregelen 5. facilitair Samenwerking en klimaatadaptatie Totaal

Personele inzet [dagen] [fte] 124 0,73 95 0,56 868 5,10 184 1,08 63 0,37 34 0,20 1.368 8,05

De totaal benodigde personele inzet is groter dan de huidige beschikbare personele middelen van circa 6,0 fte (exclusief inhuur). Het tekort zit met name in de taken van de binnendienst (planvorming en onderzoek) en in de projectleiderstaak als gevolg van de grotere vervangingsopgave voor de komende planperiode. In de afgelopen planperiode is door inhuur van personeel extra menskracht beschikbaar geweest voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Het is van belang om vanuit dit oogpunt ook een landelijk zichtbare trend te signaleren die laat zien dat personele kwetsbaarheid een steeds belangrijker aandachtspunt wordt binnen de gemeentelijke watertaken. Door klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen, technische innovaties en benodigde kostenbesparingen neemt de complexiteit van het werk toe, evenals de druk op de personele middelen van de gemeentelijke organisaties. Het is van belang een helder beeld te ontwikkelen van de invulling van de gemeentelijke watertaken en de kwetsbaarheden op dat gebied om deze zo goed als mogelijk te kunnen ondervangen.

9.2

Kosten Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken worden er kosten gemaakt. Kosten voor het beheer en onderhoud van de voorzieningen, kosten voor aanleg en vervanging van rioleringsobjecten, maar ook kosten voor onderzoek en beleidsvorming. De kosten zijn onderverdeeld in investeringen enerzijds en in exploitatielasten anderzijds. Onderstaand zijn samenvattende tabellen opgenomen van de kosten voor de gemeentelijke watertaken in de komende planperiode. Voor alle kosten geldt dat is uitgegaan van prijspeil 2021.

9.2.1

Investeringen en groot onderhoud De investeringen betreffen in hoofdzaak de kosten voor het vervangen en renoveren of anderszins groot onderhoud van de riolering en de rioolgemalen. Deze investeringen worden gefinancierd vanuit de voorziening ’vervangingsinvesteringen riolering’ en de voorziening ‘groot onderhoud’. Hieronder vallen het daadwerkelijk vervangen van de rioolleidingen, maar ook het renoveren (door middel van relining), waarbij de oorspronkelijke levensduur min of meer wordt teruggebracht.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-62-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

Een samenvatting van de raming voor het groot onderhoud aan de riolering is opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 9.2: samenvatting groot onderhoud planperiode, prijspeil 2021 (exclusief inflatie, exclusief BTW)

Groot onderhoud Groot onderhoud

€

2022 120.000

€

2023 120.000

€

2024 120.000

€

2025 120.000

€

2026 120.000

Een samenvatting van de investeringen is opgenomen in de navolgende tabel. Tabel 9.3: samenvatting investeringen planperiode, prijspeil 2021 (exclusief inflatie, exclusief BTW)

Investering vervanging Renovatie (relining) Vervanging riolering Hoofdgemalen E/M Drukriolering Aanleg hwa Noordhoek Subtotaal investeringen Groei vervangingen Totaal

9.2.2

2022 2023 2024 2025 2026 € 391.432 € 391.432 € 391.432 € 391.432 € 391.432 € 1.366.584 € 1.366.584 € 1.366.584 € 1.366.584 € 1.366.584 € 65.500 € 65.500 € 65.500 € 65.500 € 65.500 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 100.000 € 100.000 € 100.000 € - € € 1.963.516 € 1.963.516 € 1.963.516 € 1.963.516 € 1.963.516 € 432.000 € 693.000 € 912.000 € 1.152.000 € 1.392.000 € 2.395.516 € 2.635.516 € 2.875.516 € 3.015.516 € 3.255.516

Exploitatielasten Onder de exploitatielasten vallen alle directe kosten die jaarlijks gemoeid zijn met de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Dit betreft het reguliere beheer en onderhoud van de voorzieningen, maar ook de planvorming, diverse onderzoeken en de voorbereiding van uit te voeren maatregelen. Onder de exploitatiekosten vallen ook de personeelskosten en de kapitaallasten die voortvloeien uit oude investeringen. Tot slot vallen onder de exploitatiekosten ook zijdelingse kosten zoals een percentage van het straatvegen en baggeren bij riooloverstorten. Dit zijn zogenaamde ‘gemengde activiteiten’, waarvan de uitvoering ook ten goede komt aan het functioneren van het rioleringssysteem. In de onderstaande tabel zijn de exploitatielasten samengevat. Uitgangspunt is hierbij een prijspeil 2021. Wijzigingen ten gevolge van bijvoorbeeld toekomstige areaalvergroting of andere externe ontwikkelingen zijn niet meegenomen in het overzicht. Tabel 9.4: samenvatting exploitatielasten planperiode, prijspeil 2021 (exclusief inflatie, exclusief BTW)

Exploitatie riolering Planvorming Onderzoek Databeheer Onderhoud riolering Onderhoud gemalen BOB-overeenkomst Facilitair en overige Personeel/werk derden Kapitaallasten/overige Totaal

Verbreed GRP Goes definitief rapport

2022 2023 € 3.400 € 2.000 € 63.000 € 63.000 € 52.000 € 52.000 € 210.950 € 211.000 € 120.500 € 120.500 € 61.350 € 61.350 € 109.550 € 109.700 € 518.543 € 518.543 € 131.287 € 131.287 € 1.270.580 € 1.269.380

-63-

2024 € € 60.500 € 52.000 € 211.000 € 120.500 € 61.350 € 109.850 € 518.543 € 131.287 € 1.265.030

2025 € € 60.000 € 52.000 € 211.000 € 120.500 € 61.350 € 109.900 € 518.543 € 131.287 € 1.264.580

2026 € 1.500 € 45.000 € 52.000 € 211.000 € 120.500 € 61.350 € 110.050 € 518.543 € 131.287 € 1.251.230

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

9.3

Kostendekking Tegenover de kosten voor de gemeentelijke watertaken staan ook baten. Deze baten worden grotendeels gevonden in de rioolheffing die door inwoners en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. Daarnaast zijn er baten afkomstig uit nieuwe aansluitingen die worden gerealiseerd. Dit laatste is echter een zeer klein kostendekkend aandeel. De gemeente streeft naar een kostendekkend tarief voor de rioolheffing. Dit is het uitgangspunt in de kostendekkingsberekeningen. De komende jaren wordt getracht de kosten voor de gemeentelijke watertaken niet te sterk te laten stijgen om zo de kosten voor de inwoners beperkt te houden. De kosten voor de gemeentelijke watertaken zullen echter wel stijgen onder meer als gevolg van de opgaven op het gebied van rioolvervanging, door klimaatontwikkelingen waar op moet worden ingespeeld om (water)overlast te voorkomen, het op peil houden van het onderhoudsniveau van de voorzieningen, uitbreiding van het areaal en het voldoen aan de gestelde eisen van de waterbeheerder. Onder meer in de samenwerking met andere waterpartners, maar ook in risico-gestuurd beheer en onderhoud worden mogelijkheden gevonden om kosten te besparen en eventuele kostenstijgingen zoveel mogelijk te beperken (minder meerkosten).

9.3.1

Heffingsgrondslag In de ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Goes’ wordt de rioolheffing opgelegd aan zowel de gebruiker als de eigenaar van een perceel. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in woningen en niet-woningen. De hoogte van de heffing is gerelateerd aan de WOZ-waarde van het betreffende onroerend goed. In de onderstaande tabel zijn deze categorieën weergegeven met daarbij ter illustratie de vastgestelde rioolheffing voor 2022. Tabel 9.5: categorieën rioolheffing gemeente Goes

Categorie Eigenarendeel Gebruikersdeel

Rioolheffing (2022) Woningen Niet-woningen 0,0354% 0,0470% 0,0354% 0,0470%

Indien de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) beneden de € 32.000,-- blijft, wordt er geen belasting geheven

9.3.2

Voorziening riolering Conform de BBV (notitie riolering) beschikt de gemeente over twee voorzieningen op het gebied van de riolering. De eerste voorziening ‘onderhoud riolering’ fungeert voor het opvangen van schommelingen in het groot onderhoud aan de riolering. De tweede voorziening is een spaarvoorziening voor toekomstige rioolvervangingen. Dit is de voorziening ‘vervangingsinvesteringen riolering’. Vanuit deze voorziening wordt geld onttrokken voor de vervangings- en renovatiewerkzaamheden aan het rioolstelsel. In de afgelopen jaren is hier op voorhand ook geld in gespaard om pieken in de rioolvervanging in latere jaren te kunnen financieren. Daarmee worden ook grote schommelingen in het tarief

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-64-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

van de rioolheffing geëgaliseerd. De voorzieningen mogen gedurende de beschouwde periode niet negatief worden.

9.3.3

Technische scenario’s kostendekking Voor het bepalen van de hoogte van de rioolheffing is uitgegaan van de hiervoor beschreven uitgangspunten. Daarbij is een doorkijk gemaakt naar een periode van 65 jaar. Deze periode komt overeen met de gemiddeld langste levensduur van de onderdelen van het rioleringssysteem. Daarmee wordt een volledige cyclus van het vervangen van het complete systeem beschouwd. Er zijn verschillende scenario’s onderzocht en doorgerekend. De belangrijkste aanleiding hierbij is de vervangingsopgave van de komende planperiode in relatie tot de (gestegen) eenheidsprijzen (vervangingskosten) en de onderlinge verdeling van deze kosten tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen. Uit het oogpunt van overlast voor de burger, maar ook de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte is het wenselijk projecten zo integraal mogelijk uit te voeren. Dat betekent een samenspel tussen de ondergrond (riolering) en de bovengrond (wegen, groen, openbare ruimte). Vanuit dit perspectief zijn drie scenario’s geformuleerd voor de vervangingsopgave. Dit betreft: 1. Maximaal relinen (zijnde 60% bij leidingen <  400 mm en 80% bij leidingen ≥  400 mm, de overige leidingen traditioneel vervangen). 2. Maximaal (solitair) vervangen. Alle leidingen traditioneel vervangingen. 3.

Combinatie van relinen en vervangen, zijnde 100% vervangen van leidingen <  400 mm en 20% vervangen van leidingen ≥  400 mm, de overige 80% leidingen ≥  400 mm relinen. Vanuit scenario 3 zijn er vervolgens varianten te formuleren in het kader van het uitvoeren van integrale projecten. De varianten betreffen dan met name de onderlinge verdeling van de kosten tussen de gemeentelijke afdelingen. Een solitaire rioolvervanging is in zichzelf duurder dan als onderdeel van een integraal project. Zo geldt dat ook voor een herbestrating of het aanpassen van bijvoorbeeld groenvoorzieningen. Integrale projecten zijn, naast andere voordelen, ook financieel wenselijk, maar moeten een vooraf heldere kostenverdeling hebben. Naast de onderlinge verdeling van de werkzaamheden tussen de verschillende disciplines is er ook sprake van het toegroeien naar een gewenste situatie en snelheid rondom het vervangen en renoveren van de riolering. Dit is eerder toegelicht in paragraaf 6.5.3 en paragraaf 6.5.4, waarbij gekozen is voor het spreiden van de noodzakelijke vervangingen over een langere periode. Het risico dat dit met zich meebrengt, is aanvaardbaar geacht. Hiermee ontstaat een groeivariant, ofwel scenario 4. Een uitgebreide toelichting op dit scenario en de strategie die hieraan ten grondslag ligt, is opgenomen in bijlage 6. 4.

Combinatie met relinen en vervangen conform scenario 3 met het toegroeien naar de gewenste vervangingsopgave van 4,5 km per jaar over een periode van 10 jaar.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-65-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

Scenario 4 is daarmee een combinatie van technisch inhoudelijke aspecten rondom rioolvervanging (scenario 1 tot en met 3), van het afwegen van financiële consequenties en risico’s in relatie tot de vervangingsopgave (groei, paragraaf 6.5.3) en van het voorkomen van een verder oplopende vervangingsachterstand (evaluatie, paragraaf 3.3.2 en 3.7.1).

9.3.4

Uitwerking rioolheffing De vier verschillende scenario’s zijn onderling met elkaar vergeleken op het gebied van kosten en de effecten op de rioolheffing. Bij het bepalen van de totale lasten en daarmee de hoogte van de rioolheffing is, naast de primaire kosten die vanuit het taakveld riolering noodzakelijk zijn, ook rekening gehouden met het toerekenen van kosten vanuit gemengde activiteiten, perceptiekosten (uitvoeringskosten van Sabewa), overhead vanuit de gemeentelijke organisatie en de compensabele BTW die ten laste mag worden gebracht van de rioolheffing. De totale kosten voor de gemeentelijke watertaken voor elk van de onderscheiden scenario’s zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 9.6: kosten scenario’s Omschrijving

Begroting 2022

Directe kosten-opbrengsten taakveld Dotatie groot onderhoud Investeringen Groei voorziening vervangingsinvest.

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

€ 1.270.580 € 120.000 € 1.492.752 € 2.023.030

€ 1.270.580 € € 1.996.014 € 2.795.815

€ 1.270.580 € 120.000 € 1.963.516 € 2.365.269

€ 1.270.580 € 120.000 € 1.963.516 € 432.000

Totale kosten taakveld Toerekening gemengde activiteiten Toerekening overhead Toerekening BTW

€ 2.968.000 € 578.000 € 392.000 € 447.000

€ 4.906.363 € 578.000 € 392.000 € 447.000

€ 6.182.409 € 578.000 € 392.000 € 447.000

€ 5.719.365 € 578.000 € 392.000 € 447.000

€ 3.786.096 € 578.000 € 392.000 € 447.000

Totale kosten rioolheffing Waarvan klimaatadaptatie

€ 4.385.000

€ 6.323.363 € 382.500

€ 7.599.409 € 382.500

€ 7.136.365 € 382.500

€ 5.203.096 € 191.250

Vanuit het totale kostenoverzicht kan inzicht worden gegenereerd in de effecten op de rioolheffing. Uitgangspunt daarbij is het eerder genoemde 100% kostendekkende tarief. Tabel 9.7: effecten rioolheffing voor de verschillende scenario’s (prijspeil 2021) Omschrijving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3

Scenario 4

Totale kosten rioolheffing Waarvan klimaatadaptatie

€ 6.323.363 € 382.500

€ 5.203.096 € 191.250

Huidige rioolheffing begroting 2022 Stijging GRP Stijging klimaatadaptatie Stijging totaal

€ 4.245.000 € 4.245.000 39,9% 70,0% 9,0% 9,0% 49,0% 79,0%

€ 7.599.409 € 382.500

€ 7.136.365 € 382.500

€ 4.245.000 € 4.245.000 59,1% 18,1% 9,0% 4,5% 68,1% 22,6%

Uit de tabel wordt duidelijk dat de eerste drie scenario’s, waarbij de vervangingsopgave per direct wordt opgeschroefd om een vervangingsachterstand te voorkomen, leiden tot een

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-66-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

forse toename van de kosten en daarmee ook van de rioolheffing. Het vierde scenario, waarbij gefaseerd wordt toegegroeid naar een grotere vervangingsopgave, leidt logischerwijze tot een kleinere stijging van de kosten en daarmee een kleinere stijging van de rioolheffing. Het risico op onverwachte calamiteiten dat dit scenario met zich meebrengt, wordt ondervangen door gerichte rioolinspecties (kwaliteit monitoren) en prioritering van projecten (bekende overlastlocaties en ingrijpmaatstaven voor kwaliteit worden eerst aangepakt). Het advies is dan ook om scenario 4 aan te houden voor de komende planperiode.

9.3.5

Uitwerking kostendekking De (stijging van de) rioolheffing dient gedekt te worden met baten. Uit tabel 9.7 valt op te maken dat de verwachte stijging van de rioolheffing voor 2022 ruim 22% bedraagt, waarvan bijna 5% het gevolg is van klimaatadaptieve maatregelen. Daarbij vindt er in de daaropvolgende jaren een jaarlijkse groei plaats van circa 3,5% om toe te groeien naar de noodzakelijke vervangingsopgave van 4,5 km riolering per jaar. Om de effecten van al deze ontwikkelingen op de rioolheffing enigszins te temperen, is gezocht naar scenario’s ten aanzien van de kostendekking. De daadwerkelijke hoogte van de rioolheffing stijgt namelijk niet alleen ten gevolge van een toegenomen opgave (autonome groei), maar ook de factor inflatie heeft in het huidige tijdsgewricht een grote invloed. De belangrijkste mogelijkheid om de daadwerkelijke stijging van de heffing voor de inwoners van de gemeente Goes enigszins te temperen, is het tijdelijk loslaten van het beleidsuitgangspunt van 100% kostendekkendheid van de rioolheffing en het tekort dat daardoor ontstaat aanvullen vanuit de algemene middelen. Concreet betekent dit twee scenario’s: A. 100% kostendekking vanuit rioolheffing B. Maximaal 10% stijging GRP-werkzaamheden en aanvulling vanuit algemene middelen In de onderstaande tabel zijn beide scenario’s naast elkaar gezet. Tabel 9.8: scenario’s rioolheffing 2023

Scenario

GRP

A: 100% kostendekking B: aanvulling algemene middelen

23,2% 9,9%

Klimaatadaptatie 5,0% 5,0%

Indexatie

Totaal

13,1% 13,1%

41,3% 28,0%

Heffing (gem WOZ) € 319,11 € 288,99

In dit verbreed GRP Goes is er voor gekozen om ten aanzien van de kostendekking van scenario B uit te gaan. Dit betekent dat er voor de jaren 2023 en 2024 een inzet vanuit de algemene middelen noodzakelijk zal zijn in aanvulling op de ontvangen baten vanuit de rioolheffing. In totaal betreft dit € 845.000,-.

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-67-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

De sterke stijging van de rioolheffing zit met name in het eerste jaar (2023), waarin de veranderingen als gevolg van scenario 4 het sterkste zijn (paragraaf 9.3.3). In de daaropvolgende jaren vindt een meer geleidelijke groei plaats tot 2032. Dit volgt vooral uit de noodzakelijke groei van de vervangingsopgave (bijlage 6). Daarna stijgt de heffing vooralsnog alleen nog met de inflatie. In de onderstaande tabel is een doorkijk gegeven naar de ontwikkeling van de rioolheffing voor de periode tot 2032. Hierbij is de inzet van een deel van de algemene middelen voor 2023 en 2024 meegenomen. Tabel 9.9: ontwikkeling stijging rioolheffing (in procenten) conform scenario B

Jaar 2022 2023* 2024** 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032

GRP

Klimaatadaptatie 9,9% 9,9% 7,0% 3,5% 3,6% 3,5% 3,4% 3,5% 3,3% 3,2%

Indexatie

5,0% 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% 0,3% 0,3% 0,3% 0,3% 0,2%

13,1% 2,3% 2,1% 2,0% 2,0% 2,1% 2,1% 2,2% 2,1% 2,2%

Totaal

28,0% 12,6% 9,4% 5,9% 6,0% 5,9% 5,8% 6,0% 5,7% 5,6%

Heffing (gem WOZ) € 225,81 € 288,99 € 325,40 € 356,07 € 377,14 € 399,77 € 423,31 € 447,70 € 474,40 € 501,58 € 529,65

* de inzet vanuit de algemene middelen voor 2023 bedraagt € 565.000,** de inzet vanuit de algemene middelen voor 2024 bedraagt € 280.000,-

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-68-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

BIJLAGE 1

VERKLARENDE WOORDENLIJST

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-69-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

Verbreed GRP Goes definitief rapport

-70-

R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022

BIJLAGE 1:

VERKLARENDE WOORDENLIJST

Het verbreed GRP Goes 2022-2026 maakt gebruik van een groot aantal begrippen dat nauw samenhangt met de rioleringszorg. In deze bijlage wordt een aantal van deze begrippen nader verklaard. aantasting

Een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen.

afkoppelen

De afvoer vanaf verhard oppervlak loskoppelen van de gemengde riolering en anderszins laten plaatsvinden.

afvalwater

Al het water dat is verontreinigd en waarvan men zich wenst te ontdoen.

afvalwaterketen

Het deel van de waterketen dat betrekking heeft op de inzameling, transport, zuivering en lozing van gezuiverd afvalwater, ofwel riolering en rioolwaterzuivering.

afvalwaterstelsel

Stelsel voor de inzameling en het transport van afvalwater.

afvalwatersysteem

Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken.

AWZI / RWZI

Afvalwaterzuiveringsinstallatie / rioolwaterzuiveringsinstallatie

basisinspanning

Afspraak om rioleringssystemen zodanig aan te passen, dat de vuiluitworp uit de overstorten van deze systemen wordt verminderd tot een vastgestelde norm.

basisrioleringsplan

Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden.

BBB, BBL, BBR

Bergbezinkbassin, bergbezinkleiding, bergbezinkriool. Deze vallen onder het begrip randvoorziening.

bemalingsgebied

Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering en vacuümriolering betreft dit het totale gebied dat op het systeem van pompputjes c.q. vacuümputten is aangesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11817753/1