Agendapunt 04. verbreed GRP Goes definitief Ontwerp geactualiseerd
Tekst van het document
4.1.1
Afvalwater Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Goes produceren afvalwater. De gemeente heeft de wettelijke plicht om dit afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de met het waterschap overeengekomen overnamepunten. Daar wordt het afvalwater overgedragen aan het waterschap om te worden getransporteerd en gezuiverd. Het streven van de gemeente Goes is om het inzamelen en transporteren van het afvalwater tegen de laagst maatschappelijke kosten uit te voeren, zonder daarbij tekort te doen aan haar wettelijke verplichtingen. Als middel daarvoor gebruikt zij riolering.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-20-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
4.1.2
Hemelwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Goes het meeste hemelwater vanaf de daken en de verharding in de openbare ruimte ook in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op (grond)-wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging van de bodem. Het blijven aanleggen en vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (‘operatie Steenbreek’). Dit heeft als positief effect dat minder regenwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering.
Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld. Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering en vervolgens naar de zuivering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen (wadi’s). Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd moeten worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater. Bij nieuwbouwlocaties is dit geborgd, maar in bestaand gebied vergt dit de nodige inspanning.
4.1.3
Grondwater De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overname- of aansluitpunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Dit dient echter wel doelmatig plaats te vinden. Fysieke maatregelen vinden in principe alleen plaats op gemeentelijke percelen.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-21-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
De grondwaterzorgplicht vereist van de gemeente Goes inzicht in het functioneren van het grondwatersysteem en in de bodemopbouw. Daartoe worden de grondwaterstanden gemeten met behulp van een meetnet van peilbuizen. Deze meetgegevens worden met regelmaat geanalyseerd om de ontwikkelingen in het grondwatersysteem te volgen. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een passend grondwaterpeil bij de functie van het bovenliggende gebied: niet te nat, maar zeker ook niet te droog.
4.1.4
Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende regen moet geborgen worden (bergingscapaciteit) en moet uiteindelijk afgevoerd worden om overlast te voorkomen. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatbestendig ingericht. Dit is een taak van de waterbeheerder, waterschap Scheldestromen. De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met het waterschap dat de meeste oppervlaktewateren in beheer heeft.
4.1.5
Bedrijfsvoering De gemeente Goes wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Hierbij worden de principes van Assetmanagement toegepast (‘plan-do-check-act’). Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. Ook op het gebied van planvorming richt de gemeente Goes zich niet alleen op de korte termijn. Zij wil voldoende kennis en actuele informatie beschikbaar hebben om tussentijds geactualiseerde (beleids)producten te kunnen blijven opleveren. De gemeente Goes streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (HZ en SAZ+, assetmanagement) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame en doelmatige oplossingen zijn daarbij het doel.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-22-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
4.2
Ambitieniveau De wettelijke zorgplichten van de gemeente kunnen op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd: ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig), ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan) en ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee ook de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen een realistische (uitvoerings)planning, afgestemd met alle belangr a t hebbenden binnen de openbare ruimte.
4.2.1
Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld.
4.2.2
Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen.
4.2.3
Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven.
4.3
Keuze ambitie In de tabel in figuur 4.1 zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-23-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het verbreed GRP. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente thans hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van dit verbreed GRP Goes.
4.3.1
Concretisering ambitie Uit de ambitiematrix blijkt dat de gemeente in veel gevallen kiest voor het ambitieniveau ‘anticiperend’ of ‘toekomstgericht’. In de inleiding van dit verbreed GRP Goes is al aangegeven dat de belangrijkste opgaven voor de komende planperiode bestaan uit het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte en het realistisch en doelmatig uitvoeren van de groeiende vervangingsopgave van de gemengde riolering. In het kader van de vervangingsopgave is geconstateerd dat diverse wijken kampen met beperkte capaciteit van de gemengde riolering, omdat in het verleden is uitgegaan van, toen gebruikelijke, minder zware capaciteitsnorm. Door de toegenomen neerslagintensiteiten, maar ook het toegenomen inzicht in afvoerend verhard oppervlak (op particulier en openbaar terrein), voldoen delen van Goes niet meer aan de nu gestelde normen. Om deze situatie het hoofd te bieden, kunnen verschillende scenario’s worden gevolgd. 1. Het handhaven van een lagere norm voor de betreffende wijken. Eventuele wateroverlastlocaties (= kans op schade) worden aangepakt via het wateroverlastprogramma. Het voordeel hiervan is een beperkte hoeveelheid extra investeringen. Het nadeel is dat de kans op wateroverlast groter is dan de algemeen gangbare norm. 2. Het uitvoeren van de benodigde maatregelen om aan de huidige normen te voldoen op korte termijn.
Het voordeel hiervan is dat de kans op wateroverlast ook op korte termijn acceptabel is. Het nadeel hiervan is sterk toenemende kosten die moeten worden door vertaald in de rioolheffing en kapitaalvernietiging als gevolg van het versneld vervangen van rioolleidingen die nog niet aan het einde van hun levensduur zijn. 3. Het uitvoeren van de benodigde maatregelen om aan de huidige normen te voldoen op lange termijn. Hierbij worden de noodzakelijke maatregelen meegenomen in de reguliere vervangingswerkzaamheden. Het voordeel hiervan is dat de kosten niet veel hoger zijn dan de reguliere vervangingskosten. Het nadeel hiervan is dat er de kans op wateroverlast voor een langere periode hoger blijft dan de algemeen gangbare norm. De voorkeur gaat uit naar het uitvoeren van scenario 3. Dit is verwerkt in de ambititiematrix.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-24-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
Figuur 4.1: ambitiematrix met ingevuld voorkeursscenario toekomstige situatie (planperiode 2022-2026)
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-25-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
Naast de vervangingsopgave is het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte een belangrijk item in de komende planperiode. De gemeente Goes maakt dit concreet door de openbare ruimte zoveel als mogelijk klimaatbestendig in te richten. Dit betekent dat overtollig hemelwater dat toch op straat komt te staan, omdat de riolering het niet meer aan kan, oppervlakkig kan afstromen naar waterlopen of sloten of naar een lager gelegen groenvoorziening. Een belangrijk onderdeel daarin is het optimaliseren van de hoogteverschillen in een gebied (afstromen van hoog naar laag). Ook de capaciteit van het ontvangende oppervlaktewater is belangrijk. Het waterschap heeft de taak om in de komende planperiode het watersysteem rondom kwetsbare gebieden door te rekenen in het kader van de Stedelijke Wateropgave (SWO). De werkzaamheden voor het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte worden niet alleen afgestemd met andere afdelingen, maar ook zoveel mogelijk samen uitgevoerd, kortom: werk met werk maken. Dit is ook financieel voordelig. Daarnaast wordt ook de inwoners (particulieren) gemotiveerd om bij te dragen. Als ondanks alle inspanningen er toch wateroverlast optreedt (dat wil zeggen water in de woning), dan wordt op de betreffende locatie op korte termijn een onderzoek naar concrete maatregelen opgestart die ook met voorrang zullen worden uitgevoerd.
Naast inzicht in de bovengrondse mogelijkheden wordt in de komende planperiode ook ingezet op het verzamelen van meer kennis en informatie over de grondwaterstanden en de bodemopbouw. Het doel hiervan is om vast te stellen in hoeverre het grondwater en de bodem kunnen bijdragen aan de effecten van klimaatverandering: droogte en hitte, maar ook buffering bij extreme neerslag.
4.4
Participatie De manier waarop de overheid en de samenleving elkaar zien en tegemoet treden, verandert snel. Participatie refereert aan deze ontwikkeling. Participatie betekent ‘actieve deelname’. Om participatie succesvol te laten zijn, is het van belang dat alle partijen actief deelnemen en dat er een onderwerp is. Vanuit dit verbreed GRP komen enkele onderwerpen naar voren waarbij participatie in de komende planperiode succesvol zou kunnen zijn. Dit betreft de onderstaande onderwerpen. • Deelnemen aan het ontwerpproces van de openbare ruimte bij vervangingsprojecten. • Meedenken in afkoppel- en infiltratie-oplossingen in bestaande wijken in het kader van klimaatbewust ontwerpen. • Meedenken in het terugdringen van verhard oppervlak in (bestaande) wijken en op particuliere terreinen, zoals onder meer benoemd in Operatie Steenbreek.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-26-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
4.5
Toetsingskader In de Leidraad Riolering is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP. Dit sluit als een nadere uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. Het toetsingskader is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Goes wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis.
Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan. Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-27-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit verbreed GRP Goes als uitwerking van de eerder beschreven visie vertaald naar de onderstaande doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader.
doel 1:
Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
doel 2:
Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.
doel 3:
Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.
doel 4:
Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.
doel 5:
Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.
doel 6:
Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.
De gedetailleerde uitwerking van de doelen en het toetsingskader is opgenomen in bijlage 3.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-28-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
5
Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie.
5.1
Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Goes zijn per 1 maart 2021 nog 76 niet gerioleerde panden aanwezig in niet kwetsbaar gebied. Al deze panden lozen daadwerkelijk afvalwater. Voor deze panden heeft de gemeente Goes een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd. Daarnaast zijn er in kwetsbaar gebied 3 IBA´s aanwezig. Hiervoor heeft de gemeente een onderhoudscontract afgesloten met waterschap Scheldestromen. Het waterschap draagt daarmee zorg voor dit onderhoud, de gemeente draagt zorg voor de kosten. Een overzicht van de niet gerioleerde panden is opgenomen in bijlage 4.
5.2
Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’.
5.2.1
Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Goes wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: • gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). • gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. • verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemel-water wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater. • persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstanden) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-29-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
• •
drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel. IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld.
De kernen van de gemeente Goes zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater. Verbeterd gescheiden riolering is veelal op bedrijventerreinen terug te vinden, zoals delen van bedrijventerrein De Poel. Nieuwere wijken zoals Mannee en Aria zijn gescheiden gerioleerd. IBA’s zijn niet in beheer en onderhoud bij de gemeente Goes, maar bij de particuliere eigenaar of de IBA-wacht. In totaal zijn er ruim 18.500 aansluitingen op de riolering (woningen en bedrijven). De gemeente Goes telt circa 38.000 inwoners.
5.2.2
Kenmerken vrijverval riolering Binnen de gemeente Goes ligt volgens het rioolbeheerbestand per 1 mei 2021 circa 316 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 155 km • regenwaterriolering (RWA) 99 km • vuilwaterriolering (DWA) 59 km • overige riolering 2 km • kolken circa 17.300 stuks Een gedetailleerd overzicht van de kenmerken van het rioleringssysteem is opgenomen in de naastgelegen tabel 5.1. Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende vGRP blijkt dat er ruim 30 km aan lengte riolering is bijgekomen. Deze uitbreiding van het rioleringssysteem wordt voor een belangrijk deel gevonden in de afkoppelwerkzaamheden van de afgelopen planperiode. Daarbij is gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Daarnaast heeft er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaatsgevonden. In totaal is er binnen de gemeente Goes circa 310 ha verhard oppervlak aanwezig dat is aangesloten op de gemengde riolering. Door afkoppelwerkzaamheden wordt deze hoeveelheid steeds minder. De hoeveelheid verharding die is aangesloten op regenwaterriolering of die rechtstreeks afwatert, bedraagt circa 235 ha voor wat betreft de gemeentelijke verharding.
Naast de verharding in het openbaar gebied en de verharding van dakoppervlakken wordt ingeschat dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid verharding vanuit tuinen (opritten en dergelijke) afstroomt naar de gemeentelijke riolering. Bij hevige neerslag is het gemengde rioolstelsel volledig gevuld en treden de overstorten in werking om overtollig water rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. In totaal zijn er 50 overstorten die deel uitmaken van het gemengde rioolstelsel. Bij 15 daarvan is een randvoorziening aangelegd om de vuiluitworp te reduceren. Voorts zijn er nog 50 verbeterd
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-30-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
gescheiden overstorten en 226 uitstroomconstructies voor het rechtstreeks lozen van hemelwater. Tabel 5.1: kenmerken riolering gemeente Goes (peildatum 1 maart 2021)
Overzicht voorzieningen Opbouw Inwoners gemeente Aansluitingen woningen en bedrijven IBA-aansluitingen (gemeentelijk eigendom)
Omvang 38.000 3
Vrijvervalriolering Hoofdriool gemengd Hoofdriool vuilwater Hoofdriool regenwater Infiltratieriool Overstortriool Duiker Huisaansluitleidingen Verhard oppervlak op gemengde riolering Verhard oppervlak op vgs riolering Overstorten extern gemengd stelsel Overstorten (verbeterd) gescheiden stelsel Uitlaten overstortriool Uitlaten regenwaterriool Randvoorzieningen Bergingskelders Mechanische riolering Pompunits Rioolgemalen vuilwater Drukriolering / persleiding Overige voorzieningen Straat- en trottoirkolken Wadi’s Neerslagmeters Peilbuizen ten behoeve van grondwaterstanden Drainage
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-31-
155 59 86 14 2 8
eenheid personen stuks stuks
310 235 50 50 71 226 15 13
km km km km km km km ha ha stuks stuks stuks stuks stuks stuks
272 44 65
km stuks stuks km
17.300
circa 30 15
stuks stuks stuks stuks km
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
De leeftijdsopbouw van de riolering is in de navolgende grafiek weergegeven. Dit betreft de vrijvervalriolering (316 km). In de grafiek is zichtbaar dat er nog maar weinig vooroorlogse riolen binnen de gemeente Goes aanwezig zijn (< 1%). De grote hoeveelheden riolering in de jaren zestig en zeventig vallen te verklaren uit het feit dat er toen op grote schaal uitbreiding heeft plaatsgevonden. Vanaf de jaren negentig zijn de pieken nog hoger. De uitbreidingen die in die periode plaatsvinden werden meestal als (verbeterd) gescheiden stelsels uitgevoerd: met een dubbel rioolstelsel in de straat dus. Ook zijn vanaf 2000 veel afkoppelwerkzaamheden uitgevoerd en is in verschillende gevallen een extra regenwaterriool mee gelegd. Figuur 5.1: leeftijdsopbouw vrijverval riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Goes)
leeftijd riolering in lengte [km] 70,0
65,7 58,9
60,0
52,8
50,0
44,1 38,0
40,0
32,4
30,0
23,9
20,0 10,0 1,7
2011-2019
2001-2010
1991-2000
1981-1990
1971-1980
1961-1970
1950-1960
< 1950
0,0
De gemiddelde leeftijd van de gemeentelijke riolering bedraagt 33 jaar. Aangezien de gemiddelde levensduur van een riool gesteld wordt op circa 65 jaar, is een gemiddelde leeftijd van 33 jaar al redelijk hoog en dient rekening te worden gehouden met een groeiende vervangingsopgave in deze en de navolgende planperiode van het verbreed GRP. Oudere riolering vereist ook meer onderhoudswerkzaamheden.
5.2.3
Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Goes zijn in totaal 44 rioolgemalen aanwezig, inclusief de gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Goes. Daarnaast zijn er nog 8 rioolgemalen in eigendom en in beheer en onderhoud bij waterschap Scheldestromen. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 272 minigemalen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-32-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
In totaal is er binnen de gemeente Goes ruim 65 km persleiding aanwezig. Dit betreft zowel drukrioleringsstrengen als persleidingen vanaf de rioolgemalen. De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem (vrijverval riolering, gemalen en overige objecten) bedraagt in de orde grootte van 230 miljoen uitgaande van traditionele rioolvervanging.
5.2.4
Overzicht gemeentelijke voorzieningen grondwater De gemeente Goes streeft naar een grondwatersituatie waarbij de grondwaterstanden op natuurlijke wijze kunnen fluctueren en waarbij geen overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden. Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de ontwatering van hun eigen perceel. Dit ligt vast in de Waterwet. Binnen de gemeente Goes functioneert een aantal voorzieningen ten behoeve van het grondwater. Specifiek voor het reguleren van grondwater is er op diverse plaatsen gemeentelijke drainage aanwezig. Deze leidingen worden actief onderhouden. Een deel van de drainageleidingen is in beeld. Ook worden er op diverse locaties grondwaterstanden gemeten met behulp van peilbuizen, zowel handmatig als geautomatiseerd. • • •
IT-riolen drainage peilbuizen
13,9 km 14,7 km circa 35 stuks
De grondwatervoorzieningen zijn over het algemeen relatief recent aangelegd en niet ouder dan tien tot twintig jaar. Drainageleidingen worden in veel gevallen direct mee gelegd bij rioolvervanging. De drainage op begraafplaatsen, sportvelden en plantsoenen is niet inbegrepen in dit overzicht. De peilbuisgegevens worden verzameld om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht en bij overlastsituaties. Op verzoek kan deze informatie worden verstrekt aan inwoners, bedrijven of adviseurs voor onder andere bouwkundige doeleinden. Projectmatig kunnen de grondwatermetingen worden uitgebreid indien onderzoek of meldingen daartoe aanleiding geven.
5.3
Overzicht aanwezige overeenkomsten en verordeningen De gemeente Goes heeft een verordening rioolheffing waarin de hoogte van de rioolheffing jaarlijks wordt vastgelegd. Er is onderscheid gemaakt in een tarief voor eigenaren en een tarief voor gebruikers. De heffing is middels een vast percentage gebaseerd op de WOZwaarde van het perceel. Het innen van de rioolheffing wordt gezamenlijk met andere gemeenten en het waterschap uitgevoerd via Sabewa. Voor het onttrekken van grondwater, lozen van regenwater of voor werkzaamheden op, in, aan of bij een watergang of waterkering moet een vergunning (of melding) aangevraagd
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-33-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
worden bij het waterschap. In geval van een (externe) lozing op de riolering zal vergunning bij de gemeente moeten worden aangevraagd. Voor de lozingen in het buitengebied heeft de gemeente Goes ontheffing verkregen van de afvalwaterzorgplicht voor onbepaalde tijd. De lozer is daarmee zelf verantwoordelijk voor de lozing. Dit betreft 76 lozingen. De gemeente Goes heeft een rioolaansluitverordening vastgesteld (2017). In deze verordening wordt alle geregeld omtrent de verantwoordelijkheden van de gemeente en de particuliere eigenaar op het gebied van riolering (met name aansluitingen) en stedelijk water. De milieuvergunningen die de gemeente Goes afgeeft, worden door middel van periodieke controles gehandhaafd door de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (gemiddeld een keer per vijf jaar). Dit gebeurt steekproefsgewijs en bij klachten. Daarbij wordt ten aanzien van de waterkwaliteit samengewerkt met waterschap Scheldestromen. Zoals eerder genoemd maakt de gemeente Goes deel uit van de SAZ+. Het doel van deze samenwerking is besparing van kosten, verbeterde kwaliteit en verminderde kwetsbaarheid. Op projectniveau vindt ook actief samenwerking plaats met andere lokale (water)partners als er zich kansen voordoen voor concrete besparingen. Dit betreft met name de Bevelandse gemeenten.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-34-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
6
Beleid riolering In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het functioneren van de verschillende objecten en systemen en wordt de strategie ten aanzien van de rioleringszorg uitgewerkt. De strategie is de weergave van de maatregelen en de werkzaamheden die de komende planperiode worden uitgevoerd om invulling te geven aan de missie, visie en doelen. De focus voor deze planperiode ligt hierbij op de onderstaande drie aspecten. 1. Het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte om wateroverlast zoveel als mogelijk te voorkomen. 2. Het realistisch en doelmatig uitvoeren van de toegenomen vervangingsopgave van de gemengde riolering. 3. Meer inzicht verkrijgen in de bodemopbouw, grondwaterstanden en infiltratiemogelijkheden om een doelmatige verwerking van hemelwater mogelijk te maken.
6.1
Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud bestaat uit diverse werkzaamheden en wordt grotendeels volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Het doel hiervan is om alle objecten naar behoren te laten functioneren, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is en de vervuilingsgraad tot een acceptabel minimum wordt beperkt.
6.1.1
Beheer voorzieningen riolering Onderhoud bestaat uit reiniging en reparatie. Reiniging van de vrijverval riolen vindt plaats volgens het onderstaande schema. • Gemengde- en afvalwaterriolering 1 x per 10 jaar • Regenwaterriolering en IT-riolen 1 x per 10 jaar • Kolken zuigen 2 x per jaar • Reinigen bijzondere voorzieningen 1 x per jaar Het reinigen van de riolering, de gemalen en de kolken is uitbesteed. Het reinigingsbedrijf draagt zorg voor de afvoer van het vrijkomende rioolslib en het kolkafval naar een gecertificeerd slibverwerkings-bedrijf. Het reinigen van de riolering wordt plaatselijk frequenter uitgevoerd indien de situatie daar om vraagt. Het inspecteren van de vrijverval riolering gebeurt met een rijdende inspectiecamera en wordt ingepast in het reinigingsschema. Ieder jaar wordt een deel van de riolering inwendig geïnspecteerd en beoordeeld. Dit gebeurt wijkgericht. De inspectiegegevens worden vervolgens ingelezen in het rioolbeheerbestand. Voor de interpretatie van de inspectieresultaten wordt gebruik gemaakt van de NEN 135082, inspectie en toestandsbeoordeling van riolen. Aan de hand hiervan worden per type schade waarschuwings- en ingrijpmaatstaven opgenomen en wordt een beoordeling van de
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-35-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
kwaliteit gemaakt. Op basis hiervan kan worden overgegaan tot reparatie of eventueel vervanging van de riolering, afhankelijk van de berekende restlevensduur. Reparatie bestaat in veel gevallen uit het herstellen van schades of het vervangen van onderdelen die versleten zijn. Een deel van deze reparaties wordt in eigen beheer uitgevoerd. Vervanging vindt zoveel mogelijk plaats in combinatie met herstraatwerkzaamheden (samenloop met wegen). Op die manier wordt er werk met werk gemaakt. Naast beheer en onderhoud op basis van inspectieresultaten vindt er beheer en onderhoud plaats op ad-hoc basis. Dit wordt grotendeels ingegeven door meldingen en klachten van bewoners en medewerkers van de buitendienst. Onderhoud aan de gemalen (inclusief de pompen van de randvoorzieningen) vindt eenmaal of tweemaal per jaar plaats, al naar gelang het belang van het gemaal. Ook het onderhoud van de drukrioleringsgemalen vindt eenmaal per jaar plaats. Deze onderhoudsronden zijn met alle Bevelandse gemeenten gezamenlijk uitbesteed aan een externe partij. De gemalen worden continu gemonitord op hun werking met behulp van het gemaalbeheersysteem Aquaview++. Via dit systeem kunnen alle instellingen worden geraadpleegd en waar nodig aangepast en kunnen grafieken en overzichten van iedere installatie worden gegenereerd.
Ook worden storingen via het systeem geprioriteerd en doorgegeven aan de dienstdoende onderhoudsmonteur, die vervolgens de storing oplost. Ook voor het gemalenbeheersysteem is een samenwerkingsverband tussen de Bevelandse gemeenten en Tholen opgericht. Overige voorzieningen zoals de randvoorzieningen worden in het reguliere onderhoud meegenomen. Dat betekent in de regel een onderhoudsfrequentie van eenmaal per jaar. Onderhoud aan de persleidingen wordt niet met een vaste frequentie uitgevoerd, maar is situatie afhankelijk. De aanleiding daartoe is vaak de terugloop in de capaciteit van het achterliggende gemaal. Samen met andere Zeeuwse gemeenten is er een overeenkomst gesloten met waterschap Scheldestromen rondom het onderhoud van IBA’s in het kwetsbaar gebied. Dit is de zogenaamde IBA-wacht. Hierin vallen voor de gemeente Goes 3 IBA’s waarvoor onderlinge afspraken zijn gemaakt over de verrekening van de onderhoudskosten.
6.1.2
Inventarisatie en gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij vervalriolering) en een gemalenbeheersysteem. In deze beheersystemen staan, naast de statische gegevens (materiaalsoort, diameter, pomptype et cetera), ook dynamische gegevens zoals inspecties, storingsmeldingen en dergelijke. Met behulp van deze beheergegevens is te zien wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te worden of worden analyses gemaakt om knelpunten of storingen te voorkomen. Ook kan op deze
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-36-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
manier een goede afstemming plaatsvinden met eventuele andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte. Deze afstemming met andere disciplines (groen, wegen, ruimtelijke ordening) is van essentieel belang om kosten te besparen en onnodige overlast voor inwoners zoveel mogelijk te voorkomen. Het is van belang de beheergegevens actueel te houden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken. Deze dienen voor afronding van een project door de aannemer te worden aangeleverd aan de gemeente ter verwerking. Hiervoor dient voldoende menskracht beschikbaar te zijn en (structureel) te worden ingepland. Voor de rioolgemalen is er een specifiek onderhoudsbeheersysteem om de onderhoudstoestand van de gemalen vast te leggen en planmatig in te kunnen vullen. Binnen programmalijn 4 van de SAZ+ wordt hiervoor een eenduidige manier van werken ontwikkeld die door alle betrokken partners kan worden toegepast. De gemeente Goes participeert in de samenwerking met alle Bevelandse gemeenten en Tholen voor het ‘reinigen, preventief en correctief onderhoud pompinstallaties’. Deze onderhoudswerkzaamheden hiervoor zijn gezamenlijk opgesteld en op de markt gebracht (2020).
6.1.3
Overnamepunten Gemeenten en waterschap hebben richtlijnen ten aanzien van de overnamepunten afgesproken (richtlijn overnamepunten afvalwaterketen Zeeland). Daarin gaat het over de grens tussen de verantwoordelijkheden voor het afvalwatersysteem van de gemeente en die van het waterschap. Een van de uitgangspunten is dat riolering van derden (veelal bedrijven of recreatiegebieden) aangesloten wordt op de gemeentelijke riolering, overeenkomstig de wettelijke zorgplicht van de gemeente tot inzameling van afvalwater. Bij omvangrijke lozingen of afwijkende situaties (bijvoorbeeld in het buitengebied) wordt afgewogen of aansluiting op het transportsysteem van het waterschap doelmatiger is. Dit is vooral van belang bij ontwikkeling van nieuwe (grote) bedrijven, maar ook bij het heroverwegen van bestaande aansluitingen (overnamepunten) van bedrijven of recreatiegebieden op het transportsysteem. Aspecten die bij deze afweging van belang zijn, betreffen onder andere het streven naar de laagst maatschappelijke kosten en de mogelijkheid voor het inzetten van technologische ontwikkelingen (telemetrie) om controle te blijven houden over de verschillende afvoerstromen. Speerpunten komende planperiode ‘beheer en onderhoud’ • Revisie en databeheer versterken en structureel capaciteit daarvoor inplannen.
• Onderzoek naar winst door samenwerking op dit gebied binnen de Bevelanden • Voortzetten bestaande, reguliere onderhoudsprogramma
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-37-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
6.2
Inwoners De belangrijkste doelgroep waarvoor rioleringszorg wordt uitgevoerd, zijn de inwoners en bedrijven in de gemeente. Het waarborgen van het functioneren van het systeem komt hen ten goede. Zij betalen daarvoor via de rioolheffing.
6.2.1
Huisaansluitingen Een belangrijke, letterlijke verbinding tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de voorzieningen van de bewoners en bedrijven is de huisaansluiting of huisaansluitleiding. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet door de gemeente uitgevoerd. De huisaansluitleidingen zijn tot het ontstoppingsstuk op de perceelgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verstoppingen door het gebruik vallen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Alleen verstoppingen, schades of wortelingroei in de huisaansluitleiding in of vanuit de openbare grond worden door en op kosten van de gemeente hersteld na melding door de gebruiker.
Figuur 6.1: scheiding verantwoordelijkheden huisaansluitleidingen
Op verschillende locaties, met name bij oudere woningen, is de huisaansluitleiding soms nog aan de achterzijde van de woning gelegen. Deze huisaansluitleidingen zijn vaak kwetsbaar voor schades als gevolg van bouwwerken over de leidingen heen en slechte bereikbaarheid voor onderhoud. In geval van rioleringswerkzaamheden streeft de gemeente ernaar om deze huisaansluitingen naar de voorzijde van de woningen te brengen voor zover dat technisch mogelijk is (aansluitdiepte) en financieel doelmatig. Het beleid is om niet boven op bestaande riolering te bouwen en een onderhoudsstrook vanaf het riool in acht te nemen. Als het niet mogelijk is om de riolering naar de voorzijde van de woning te leggen, kiest de gemeente ervoor om de riolering in de achtertuinen te renoveren (relinen) als het riool aan vervanging toe is.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-38-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
Als netbeheerder is de gemeente wettelijk verplicht (WIBON) om de liggingsdata van ondergrondse netten, waaronder ook riolering en huisaansluitingen, op te slaan en beschikbaar te stellen. De opslag en beschikbaarstelling verloopt via een centrale voorziening (KLIC-WIN). Per 1 juli 2019 zijn netbeheerders verplicht om hun data aan te leveren en te ontsluiten via het speciaal daarvoor ontwikkelde IMKL2015-formaat. Gezien de complexiteit om alle bestaande huisaansluitingen alsnog te lokaliseren en digitaliseren kent de WIBON een overgangsrecht. Dit overgangsrecht stelt dat registratie van huisaansluitingen pas hoeft te gebeuren bij nieuwe aanleg, vervanging of renovatie. Nieuwe rioolaansluitingen (zowel huis als kolk) worden bij een rioolvervanging digitaal opgenomen. Bij vervanging van bestaande rioolaansluitingen of een extra aansluiting wordt dit tot op heden via een analoge schets van de aannemer gedaan. In de komende planperiode wordt onderzocht hoe dit digitaal kan gaan plaatsvinden. Op die manier kan ook bezien worden of deze informatie digitaal inzichtelijk kan worden gemaakt voor bewoners die daar om vragen (bijvoorbeeld via de gemeentelijke website). De gemeente Goes kent een rioolaansluitverordening (2017). Hierin zijn alle randvoorwaarden vastgelegd rondom het verkrijgen van een nieuwe of aangepaste aansluiting op de gemeentelijke riolering.
6.2.2
Storingen en klachten Jaarlijks komen er verschillende meldingen van inwoners binnen op uiteenlopende gebieden, zoals wateroverlast, verstopping, storing van pompen, klachten over stank, kolken of problemen met een IBA. De meldingen komen centraal binnen bij het klachten meldsysteem (bijvoorbeeld via het digitale Waterloket op de gemeentelijke website of via de Buiten Beter app), maar soms ook bij verschillende andere personen. Binnengekomen meldingen worden gebruikt om werkzaamheden in te plannen. De nadruk ligt op het zo snel mogelijk oplossen van de klachten of storingen.
6.2.3
Communicatie Bij alle vervangingswerkzaamheden start de gemeente een communicatieproces op. Daarbij worden de bewoners geïnformeerd via bijvoorbeeld een brief, een inloopbijeenkomst gedurende het ontwerpproces of via een informatieavond kort voor de uitvoering. Ook kan er worden gekozen voor burgerparticipatie (zie paragraaf 4.4). Speerpunten komende planperiode ‘inwoners’ • Het digitaliseren van (nieuwe) huisaansluitingen • Zo snel mogelijk oplossen van klachten en storingen, heldere communicatie met waar mogelijk burgerparticipatie
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-39-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
6.3
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelf bij mensen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, periodes van langdurige droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaat-adaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem, maar vereist dat er ook gekeken wordt naar het niveau van het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen). De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen) en externe organisaties zoals het waterschap en nutsbedrijven (energietransitie). Gezamenlijk wordt gewerkt aan een lokale klimaatadaptatiestrategie.
Daarnaast worden ook de inwoners (particulieren) gemotiveerd om bij te dragen. Een voorbeeld hiervan is de betrokkenheid van de gemeente Goes bij het programma ‘Operatie Steenbreek’. De gemeente Goes maakt dit concreet door de openbare ruimte zoveel als mogelijk klimaatbestendig in te richten. Dit betekent dat overtollig hemelwater dat toch op straat komt te staan, omdat de riolering het niet meer aan kan, oppervlakkig kan afstromen naar waterlopen of sloten of naar een lager gelegen groenvoorziening. Een belangrijk onderdeel daarin is het optimaliseren van de hoogteverschillen in een gebied (afstromen van hoog naar laag), hoe klein die ook zijn (vaak centimeters). In de planfase zijn soms nog niet alle benodigde gegevens daarvoor beschikbaar, omdat het niveau van detaillering dan nog te beperkt is. In dat geval wordt een indicatieve aanleghoogte afgeleid. De randvoorwaarden daarbij zijn dat het straatpeil minimaal 1,20 meter boven het hoogste waterpeil komt en dat de aanleghoogte van de woningen minimaal 0,30 meter boven het straatpeil ligt. Bij de verdere uitwerking van het plan worden alle peilen, waaronder ook het grondwaterpeil meer gedetailleerd bepaald en vastgesteld aan de hand van een berekening. Ook de capaciteit van het ontvangende oppervlaktewater is daarbij belangrijk.
Het waterschap heeft de taak om in de komende planperiode het watersysteem rondom kwetsbare gebieden door te rekenen in het kader van de Stedelijke Wateropgave (SWO). De werkzaamheden voor het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte worden niet alleen afgestemd met andere afdelingen, maar ook zoveel mogelijk samen uitgevoerd, kortom: werk met werk maken. Dit is ook financieel voordelig.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-40-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
6.3.1
Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Waterwet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Waterwet (artikel 3.5) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
De hemelwaterzorgplicht heeft betrekking op het op een perceel verzameld hemelwater, waarvan de houder zich niet anders kan ontdoen dan door het aan de gemeente als inzamelaar over te dragen. De zorgplicht omvat in beginsel dan ook niet meer, dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waarin het hemelwater geloosd kan worden. Er bestaat een beleidsmatige voorkeur voor gescheiden rioleren. Bij nieuwbouwwijken wordt deze situatie direct gerealiseerd, in bestaande situaties wordt dit nader afgewogen. De perceeleigenaar draagt de eerste verantwoordelijkheid om het overtollige hemelwater te bergen op zijn eigen perceel. De gemeente heeft vervolgens een inspanningsverplichting om, als dit niet mogelijk is, het overtollige hemelwater te ontvangen en af te voeren. Daarin kent de gemeente een zekere beleidsvrijheid. Dit houdt in dat, afhankelijk van de lokale situatie, de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen voor de inzameling en verdere verwerking van het hemelwater. Een kernwoord hierbij is de doelmatige inzameling van het hemelwater. De gemeente toetst op overtolligheid van het aangeboden hemelwater en de mate waarin het hemelwater doelmatig kan worden verwerkt alvorens wordt overgegaan tot het inzamelen van het hemelwater. Bewoners worden via communicatie gestimuleerd om hier zelf zoveel mogelijk aan bij te dragen, onder meer via de operatie ‘Steenbreek’.
De gemeente gaat hierbij uit van vrijwilligheid en kiest niet voor afdwingen. Doelmatigheid bij de inzameling van overtollig hemelwater uit zich voor de gemeente onder meer in een afweging van de kosten van maatregelen, mogelijkheden om aan te haken bij andere maatregelen, de duurzaamheid van maatregelen (biodiversiteit, droogte), aspecten ten aanzien van beheer en onderhoud en uniformiteit (één gelijke maatregel voor een hele straat in plaats van diverse ad-hoc oplossingen). Eventuele maatregelen vinden altijd plaats in de openbare ruimte. De hemelwaterzorgplicht houdt echter ook in, dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bergen van hemelwater in het openbaar gebied. Dat is immers haar eigendom. Het ‘Kapelle-arrest’ (2008), waarin de rechter heeft geoordeeld dat de gemeente aansprakelijk was voor schade door hemelwater dat vanaf openbaar gebied particuliere woningen
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-41-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
binnenliep, laat zien dat de gemeente zorgvuldig met haar verantwoordelijkheden op het gebied van regenwater dient om te gaan. De intentie van de gemeente Goes is dat overtollig hemelwater op straat altijd oppervlakkig kan afstromen richting open water of een groenvoorziening.
6.3.2
Voorkomen van wateroverlast Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid en aandacht te hebben om de kans op wateroverlast te beperken, is de gemeente op verschillende fronten actief. Het verminderen van het risico op wateroverlast is daarbij het belangrijkste doel. Water kan soms nog op straat blijven staan (waterhinder), maar de inzet is dat water niet de woningen binnen kan lopen (wateroverlast). Waterhinder
= ruime plasvorming op straat en/of tijdelijk water-op-straat geen problemen voor woningen of stremming van vitale infrastructuur.
Wateroverlast = water stroomt bebouwing binnen en er is sprake van schade, vitale infrastructuur (met name wegen naar kwetsbare voorzieningen) is gestremd. Bij de uitwerking en het uitvoeren van maatregelen wordt nadrukkelijk ook aandacht besteed aan de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners en de particuliere perceeleigenaren. Daar waar water op eigen terrein geborgen kan worden (met name op bedrijfsterreinen) en de hoeveelheid particuliere verharding beperkt blijft of verminderd wordt, neemt de kans op wateroverlast af. Over deze principes zullen bewoners zowel bij specifieke projecten als in het algemeen worden geïnformeerd en zij worden gestimuleerd om hierin hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. In veel gevallen van geconstateerde of gemelde wateroverlast is een beperking van het afstromen van de neerslag of het opsluiten achter bijvoorbeeld een verkeersdrempel de oorzaak. De aanwezige hoogteverschillen in een gebied zijn van groot belang. Voor alle wijken en dorpen binnen de gemeente Goes zijn de laag gelegen maaiveldhoogten in beeld gebracht op basis van de AHN (Algemene Hoogtekaart Nederland). Bij elke reconstructie of stedelijke vernieuwing wordt bij de uitwerking van het ontwerp met deze (lage) punten rekening gehouden. Daarnaast worden de meldingen uit de klachten-registratie bijgehouden.
Zo is inzichtelijk waar de wateroverlastlocaties zijn, zodat deze kunnen worden meegenomen bij lopende of geplande projecten. De naastgelegen figuur laat zien op welke wijze deze informatie wordt vastgelegd. Dit betreft de Goese Polder: blauwe punten AHN knelpunten, rood : water in de woning, oranje : water op straat; groen : maatregel
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-42-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
Naast deze informatie zijn voor de wijken Goese Polder, Goes Zuid, Goes Oost en Kloetinge kaarten gemaakt waarop specifiek de afstroomrichting bij water over straat in beeld is gebracht. Deze kaarten bieden voor de stedenbouwkundige en wegbeheerder houvast op het moment dat een weg toe is aan vernieuwing (reconstructie) of herbestrating. De stedenbouwkundige of wegbeheerder kan aan de hand van deze kaarten bepalen hoe het water naar open water afgevoerd moet worden en moet hier rekening mee houden bij het maken van het ontwerp. De komende planperiode zullen deze kaart ook voor andere wijken en dorpen worden uitgewerkt om een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte te waarborgen. Speerpunten komende planperiode ‘klimaatadaptatie’ • Klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte en het zoveel als mogelijk voorkomen van wateroverlast. • Interne en externe afstemming rondom maatregelen om zoveel als mogelijk werk met werk te maken.
6.4
Onderzoek en planvorming In het kader van een goede rioleringszorg is het belangrijk om inzicht te hebben in de kwalitatieve staat en het functioneren van het rioolstelsel. Waar nodig dient daarvoor onderzoek te worden uitgevoerd en beleidsuitgangspunten te worden vastgelegd
6.4.1
Inspectie Inspectie van de vrijverval riolering en van de gemalen is noodzakelijk om inzicht te hebben in welke kwalitatieve staat de voorzieningen verkeren. Dit is een belangrijk onderdeel, omdat hiermee bepaald wordt of nog voldaan wordt aan de minimaal gestelde eisen voor de betreffende voorziening. De gemeente Goes is voornemens om in deze planperiode circa 20 tot 25 kilometer riolering per jaar te inspecteren. Dit is gekoppeld aan de reinigingsronde. De inspecties worden wijkgericht uitgevoerd, zodat alle riolen in een gebied meegenomen worden. Voor de inspectiewerkzaamheden wordt jaarlijks een plan uitgewerkt. De inspectieresultaten worden ingelezen in het rioolbeheersysteem. Na de wijkgerichte inspecties is er een gemeente-dekkend beeld van de kwaliteit van de riolering beschikbaar. Op basis daarvan zal meer risicogestuurd gaan worden geïnspecteerd.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-43-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
Het inspecteren van gemalen vindt minimaal een- of tweemaal per jaar plaats afhankelijk van de aard van het gemaal. De werking wordt verder continu gemonitord via de centrale hoofdpost. Ook de drukrioleringsgemalen worden eenmaal per jaar geïnspecteerd. Dit volgt uit de samenwerking met alle Bevelandse gemeenten en Tholen voor het ‘reinigen, preventief en correctief onderhoud pompinstallaties’ (2020).
6.4.2
Berekeningen Het functioneren van het rioleringssysteem kan worden beoordeeld met behulp van modelberekeningen. Van alle kernen binnen de gemeente zijn rioleringsberekeningen uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in basisrioleringsplannen (BRP). Het BRP (2020) geeft inzicht in het functioneren van de riolering en biedt oplossingen om dit functioneren waar nodig te verbeteren. De geformuleerde maatregelen uit het BRP zijn gericht op zowel het verminderen van de vuilemissie (indien nodig) als op het verbeteren van het hydraulisch functioneren, maar bevatten soms ook structuurverbeteringen in het rioolstelsel of aanpassingen aan rioolgemalen. Bij alle maatregelen wordt bewust een doorkijk gemaakt met intensievere neerslagsituaties in het kader van de klimaatontwikkelingen. De belangrijkste hydraulische vraag is hoe overtollig hemelwater oppervlakkig weg kan stromen bij neerslagsituaties die het ondergrondse stelsel niet aan kan (neerslagsituaties intensiever dan de normbui van 20 mm/uur). Daarbij wordt ook een analyse van de maaiveldhoogte meegenomen. De geformuleerde maatregelen uit het BRP zijn opgenomen in de 10-jarenplanning van het verbreed GRP. Waar mogelijk worden de maatregelen gekoppeld aan reeds geplande vervangings- of renovatiewerkzaamheden of aan andere projecten, zoals herstraatwerkzaamheden of reconstructies.
Bij het formuleren van de maatregelen worden ook de inspectieresultaten van de riolering betrokken. Op die manier ontstaat een maatregelen-pakket dat ook wijksgewijs is opgesteld, in lijn met de wijkgerichte aanpak van reiniging en inspectie.
6.4.3
Meten en monitoren Meten en monitoren in het rioleringssysteem is een belangrijke onderzoeksactiviteit met een hoge kenniscomponent. Door te meten (bijvoorbeeld bij overstorten en randvoorzieningen) wordt meer kennis verkregen over het daadwerkelijk functioneren van de riolering. Deze kennis over het functioneren van de riolering vertaalt zich op de lange termijn in kwaliteitsverbetering, beter inzicht, doelmatiger beheer, vermindering van emissies naar het oppervlaktewater en uiteindelijk ook besparingen. Ook aspecten als foutaansluitingen of onbedoelde lozingen kunnen met deze kennis worden opgespoord en aangepakt. Naast meten in de riolering heeft de gemeente een centrale hoofdpost. Deze zorgt voor de continue monitoring van alle rioolgemalen (draaiuren en waterniveau in gemaal) en het melden van storingen (telemetriesysteem). Hierin wordt samengewerkt met omliggende gemeenten op de Bevelanden.
Verbreed GRP Goes definitief rapport
-44-
R021.P198/R007/RHOU 6 juli 2021 / 12 juli 2022
Om tijdig te kunnen anticiperen op storingen is het wenselijk niet alleen inzicht te hebben in de eigen gemeentelijke rioolgemalen, maar ook in de rioolgemalen van waterschap Scheldestromen. Vanuit de samenwerking is er daarom een koppeling tussen de SCADAsystemen (storingen) van het waterschap en van de gemeente gemaakt. Speerpunten komende planperiode ‘onderzoek en planvorming’ • Voortzetten wijkgerichte aanpak reiniging en inspectie. • Het aansluitend opbouwen van een risico-gestuurd inspectieprogramma.
6.5
Vervangingsplanning De vervangingsplanning is een levend document dat, indien nodig, ieder jaar wordt bijgesteld aan de hand van de jaarlijkse inspectieresultaten van delen van de riolering binnen de gemeente en ontwikkelingen vanuit de ruimtelijke ordening.
6.5.1
Renovatie of vervanging Bij renovatie en vervanging wordt onderscheid gemaakt in levensduur verlengende maatregelen (renovatie) of het volledig nieuw aanleggen van voorzieningen (vervanging). Renovatie houdt in veel gevallen in dat een leiding en/of inspectieput wordt bekleed met een kunststof bekleding (zogenaamde relining) die beschadigde of lekke riolen hersteld. De keuze voor renovatie of vervanging is afhankelijk van de karakteristieken van een object en de aard van de schade, maar zeker ook van omgevingsfactoren zoals ligging van de leidingen (weg of tuin), karakter van de weg (druk of rustig), diepteligging, kwaliteit huisaansluitingen (gres) en mogelijke combinatie met andere werkzaamheden (bijvoorbeeld herinrichting of afkoppelen). Technische voorwaarden voor relining zijn onder meer zijn dat er een kous (coating) aangebracht moet kunnen worden in de leiding en dat er geen onacceptabele verzakkingen of tegenschot in de rioolstreng aanwezig zijn. Daarnaast is een belangrijke randvoorwaarde voor relinen dat de afmeting van de huidige leiding hydraulisch voldoende is en geen opstuwing veroorzaakt en er dus geen diameteraanpassing moet plaatsvinden. De gemeente Goes kiest bij kleinere rioolleidingen bij voorkeur voor vervanging als er ook sprake is van het vervangen van de bijbehorende huisaansluitleidingen en/of wegonderhoud.
De straat ligt dan toch al open en de extra kosten zijn overzichtelijk. Bij leidingen met een diameter groter dan 400 mm wordt een afweging gemaakt tussen renoveren of vervangen in combinatie met factoren als de aanwezige verharding en de functie van de betreffende weg. In geval van hydraulische knelpunten die volgen uit de riolerings-berekeningen wordt ook gekozen voor vervanging.