2025-174 Bijlage RA Verdiepingsdocument
Tekst van het document
Eerste actie De regioambassadeur vanuit het ministerie van Economische Zaken treedt op als eerste aanspreekpunt. We doen ervaring op met het eerste aanspreekpunt bij het Rijk, waarna we bekijken hoe er gezamenlijk gekomen kan worden tot een aanpak waarbij verschillende belangen en opgaven verbonden kunnen worden. De wens is te komen tot een Rijkscoördinator die daarmee ook vanuit het Rijk de gewenste aandacht kan geven aan de sector.
In het proces van het maken van de afspraken is bekend geworden dat de regioambassadeur het eerste aanspreekpunt wordt voor recreatie en toerisme. In het eerste jaar van deze afspraak wordt ervaring opgedaan zodat gekeken wordt hoe groot de vraag is en wat er mogelijk nog meer nodig is aan coördinatie en afstemming binnen en vanuit het Rijk en de regio.
28
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Indicatief overzicht deelnemers per afspraak Er is geïnventariseerd bij de Zeeuwse partijen om deel te nemen aan de afspraken. De partijen hebben interesse uitgesproken. In onderstaand overzicht staat de voorlopige deelname per afspraak genoemd. Bij de uitvoering van de afspraken wordt definitief gekeken welke partijen deelnemen aan de afspraken.
Fiche Basisafspraken 1. Betrokken partijen: gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Kapelle, gemeente Terneuzen, Gemeente Hulst, Gemeente Schouwen-Duiveland, gemeente Tholen, Waterschap Scheldestromen Trekker: gemeente Borsele
6. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Middelburg, gemeente Vlissingen, gemeente Terneuzen, gemeente Tholen, Waterschap Scheldestromen Trekker: gemeente Schouwen-Duiveland
2. Betrokken partijen: gemeente Middelburg, gemeente Terneuzen Trekker: gemeente Schouwen-Duiveland
Fiche Leefbare steden en regio’s
3. Betrokken partijen: gemeente Borsele, gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Schouwen-Duiveland, waterschap Scheldestromen Trekker: nog onbekend 4. Betrokken partijen: gemeente Borsele, gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Schouwen-Duiveland, Waterschap Scheldestromen Trekker: nog onbekend
Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit 5. Betrokken partijen: gemeente Veere gemeente Middelburg, gemeente Vlissingen, gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Kapelle, gemeente Terneuzen, gemeente Schouwen-Duiveland, gemeente Tholen, Waterschap Scheldestromen Trekker: nog onbekend
7. Betrokken partijen: gemeente Middelburg, gemeente Vlissingen, gemeente Borsele, gemeente Kapelle, gemeente Terneuzen, gemeente Schouwen-Duiveland Trekker: gemeente Goes 8. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Vlissingen, gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Kapelle, gemeente Terneuzen, gemeente Schouwen-Duiveland Trekker: gemeente Middelburg 9. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Vlissingen, gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Kapelle, gemeente Terneuzen, gemeente Hulst Trekker: gemeente Middelburg
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
29
Fiche Energie en (circulaire) economie 10. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Middelburg, gemeente Vlissingen, gemeente Kapelle, gemeente Reimerswaal, gemeente Terneuzen, gemeente Tholen, Waterschap Scheldestromen Trekker: gemeente Borsele 11. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Vlissingen, gemeente Goes, gemeente Kapelle, gemeente Terneuzen, Trekker: nog onbekend
Fiche Landelijk gebied 12. Betrokken partijen: gemeente Noord-Beveland, gemeente Goes, gemeente Terneuzen, gemeente Schouwen-Duiveland, Waterschap Scheldestromen Trekker: nog onbekend 13. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Middelburg, gemeente Vlissingen, gemeente Noord-Beveland, gemeente Reimerswaal, gemeente Terneuzen, gemeente Schouwen-Duiveland, Waterschap Scheldestromen Trekker: nog onbekend 14. Betrokken partijen: gemeente Veere, gemeente Middelburg, gemeente Vlissingen, gemeente Borsele, gemeente Noord-Beveland, gemeente Reimerswaal, gemeente Terneuzen, Waterschap Scheldestromen Trekker: gemeente Schouwen-Duiveland
15. Betrokken partijen: gemeente Noord-Beveland, gemeente Hulst Trekker: gemeente Schouwen-Duiveland
30
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
31
Bijlage A: Het Zeeuws waardenkader
Beeld: Radartoren Ossenisse - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Ton Stanowicki
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
32
Zeeland heeft door haar ligging en kenmerken een rol in de nationale opgave, maar er is niet voor alle opgaven ruimte. Er is een leidraad nodig om te bepalen op welke opgaven en ruimtevragen Zeeland in wil zetten. Daar is het Zeeuws waardenkader voor opgesteld. Het waardenkader helpt ook bij het formuleren van bijbehorende voorwaarden. Het Zeeuws waardenkader geeft het kader mee waarbinnen de afspraken van het Ruimtelijk Arrangement moeten passen. Het waardenkader geeft het frame om het gesprek met het Rijk te voeren. Hiermee creëren we een eenduidig en herkenbaar verhaal, waarmee telkens opnieuw de ruimtevragen worden afgewogen om zo Zeeland robuust, leefbaar en aantrekkelijk te houden. Om tot een gedeeld beeld te komen om op de ruimtevragen adequaat en proactief te kunnen reageren, is het Zeeuws waardenkader opgesteld. De Zeeuwse waarden zijn niet nieuw. Ze komen o.a. voort uit de Zeeuwse Omgevingsvisie, de Toekomstvisie Zeeland 2040, de merkstrategie, de werksessies voor het Ruimtelijk Arrangement (waaronder de denktanksessie met Jouw Zeeland) en het
coalitieakkoord Met Zeeland, voor Zeeland. Met deze input is tot de volgende waarden gekomen: • • • • •
volhoudbaarheid; rentmeesterschap; verscheidenheid; nuchterheid; stap voor stap.
Het waardenkader kan door de provincie en betrokken partijen benut worden voor zowel de afspraken met het Rijk als de afspraken in de regio. De waarde verscheidenheid biedt daarbij in het bijzonder ruimte voor regionale invulling. Het Zeeuws waardenkader is niet exclusief bedoeld voor één partij of het proces van het Ruimtelijk Arrangement, maar kan door alle betrokken partijen gebruikt worden. Samengevat ziet het waardenkader er als volgt uit:
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
33
Verscheidenheid: De eerste twee waarden, volhoudbaarheid en rentmeesterschap gaan over het waarom. Volhoudbaarheid en rentmeesterschap liggen in het verlengde van elkaar. Volhoudbaarheid gaat over de inzet in het heden en hoe die voor onbetaalde tijd voort kan bestaan. Rentmeesterschap richt zich op de nalatenschap, het voorkomen van het afschuiven van problemen naar de toekomst of de rest van de wereld.
Volhoudbaarheid: De inzet is op ontwikkelingen die zowel nu volhoudbaar zijn of zich kunnen doorontwikkelen naar een volhoudbaar alternatief. We doen wat we zelf kunnen doen en zoeken samenwerking om barrières weg te nemen. Zo werken we aan de robuustheid van Zeeland en een circulaire economie. Is een ontwikkeling niet volhoudbaar dan wordt er ruimte geboden aan tijdelijke oplossingen zodat adaptatie mogelijk is. Met deze werkwijze hebben partijen de mogelijkheid om stapsgewijs naar een volhoudbaar model te groeien.
Rentmeesterschap: We zijn ons bewust van onze nalatenschap en wegen die mee bij onze beslissingen. We doen wat we kunnen om problemen aan te pakken en niet door te schuiven naar toekomstige generaties of andere regio’s. Goed rentmeesterschap betekent ook het behoud van Zeeuwse kenmerken zoals het historisch erfgoed en het open landschap. Goed rentmeesterschap kan erom vragen beslissingen te nemen die op korte termijn pijn doen, maar op lange termijn goed zijn voor Zeeland. De derde waarde, verscheidenheid, betreft het wat: de identiteit van Zeeland die zich kenmerkt door verscheidenheid. Het is een erkenning dat de opgaven in de regio’s om een verschillende aanpak vragen.
Zeeland is divers en kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan landschappen, inwoners en bedrijvigheid. De eilandenstructuur van Zeeland draagt door de regionale identiteit bij aan de verscheidenheid. Kenmerkend is ook de verscheidenheid in schaalgrootte. Zo is er ruimte voor grootschalige, industriële ontwikkelingen zoals het North Sea Port District en voor het MKB. Bij deze diversiteit past het gebiedsgericht invullen van vraagstukken waarbij de leefkwaliteit en landschappelijke waarden worden versterkt. Trots zijn onze inwoners en ondernemers op hun eigen, regionale identiteit. De laatste twee waarden gaan over het hoe. Hoe gaan we om met de veranderingen die op Zeeland afkomen? De waarden nuchterheid en stap voor stap zijn beide praktisch. Dat past bij de Zeeuwen.
Nuchterheid: Nuchterheid is weten we waar we invloed op hebben en waarop niet. We zijn zelfbewust en ambitieus, doen niet aan luchtfietserij en nemen onze verantwoordelijkheid. Klimaatverandering en de transities brengen onzekerheden met zich mee. Omgaan met die onzekerheden doen we door aan te geven wat er in Zeeland kan, wat wij zelf doen en ook wat er niet mogelijk is. We zijn geworteld in de Zeeuwse klei en richten onze blik vooruit, zodat we veranderingen aan zien komen en kunnen anticiperen. Met een leefbare toekomst voor Zeeland voor ogen doen we wat we kunnen om daaraan bij te dragen.
Stap voor stap: In Zeeland heerst een aanpakmentaliteit. Door stap voor stap te werken, zijn we wendbaar en kunnen we inspelen op veranderende omstandigheden. Elke stap dient een doel. Soms vraagt dat om een nieuwe weg in te slaan. We zetten stappen in de richting die we willen opgaan en vallen niet stil. Dit doen we samen met onze partners binnen en buiten de provincie.
34
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Het Zeeuws waardenkader werkt als leidraad bij de afweging welke ruimtevragen op welke plek passend zijn. Aan de hand van het waardenkader – en met name de waarde verscheidenheid – wordt gekeken waar een ruimtevraag van meerwaarde is en waarop de focus wordt gelegd. Niet alles kan overal. Alhoewel er per waarde gekeken kan worden in hoeverre de opgave aansluit bij de Zeeuwse waarden, kunnen de waarden niet los van elkaar gezien worden. Het is een samenhangende set van waarden. Naast de ruimtelijke afwegingen is het Zeeuws waardenkader behulpzaam bij het scherp krijgen van de randvoorwaarden.
35
Het Rijk hanteert de ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt voor ontwikkelingen. Ruimtelijke kwaliteit ontstaat wanneer er synergie gevonden wordt tussen de gebruikswaarde (praktisch en functioneel), belevingswaarde (fijne plek, herkenbaar) en toekomstwaarde (duurzaam, aanpasbaar en overdraagbaar aan volgende generatie) van een plek. Het belang van de herkomstwaarde is hieraan toegevoegd. Door te weten waar we vandaan komen, zien we scherper waar we heen willen. De optimale synergie tussen de drie waardes is altijd tijd en plek afhankelijk. Zoals je kunt zien, sluiten het Zeeuws waardenkader en de ruimtelijke kwaliteit op elkaar aan.
Bron: website Mooi Nederland
Beeld: Oesterputten van Yerseke - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Ria Overbeeke
36
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
37
Bijlage B: Notitie productbeeld en proces Ruimtelijk Arrangement, Definitief
Beeld: Ringwalburg Oost-Souburg - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Sky Pictures
38
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
1. Inleiding Deze notitie geeft een beschrijving van het Ruimtelijk Arrangement: wat is het, hoe functioneert het, en hoe zien het proces van totstandkoming en het cyclisch proces van monitoring en aanpassing van het Ruimtelijk Arrangement eruit? Het Ruimtelijk Arrangement volgt uit het startpakket, het ruimtelijk voorstel en de hierover gevoerde dialoog tussen Rijk en provincies en is bedoeld om omgevingsbeleid van de Nationale Omgevingsvisie/Nota Ruimte en de Provinciale Omgevingsvisies met elkaar in overeenstemming te brengen. In de kern betreft het Ruimtelijk Arrangement daarmee een set van bestuurlijke afspraken om het nationaal en provinciaal omgevingsbeleid onderling af te stemmen. Zo wordt er gebouwd aan een gezamenlijke agenda op ruimtelijke ordening om bij te dragen aan de realisatie van ruimtelijke opgaven in elke provincie. Dat is nodig omdat steeds vaker sprake is van complexe en schurende ruimtelijke opgaven en de schaarse ruimte eerlijk moet worden verdeeld. Binnen provincies vallen nationale en regionale opgaven samen. Denk aan de woningbouwopgave, de energie- en grondstoffentransitie, de landbouw en het belang van een gezonde en veilige leefomgeving. Dit vraagt om afstemming. Rijk en provincies staan samen aan de lat om de regie op de ruimte vorm te geven op nationaal en provinciaal niveau.
Zo dragen we gezamenlijk bij aan de ontwikkeling van de toekomstige fysieke leefomgeving in Nederland. In deze notitie wordt ook stilgestaan bij de hoofdlijnen van het proces van totstandkoming van de eerste Ruimtelijk Arrangementen, het cyclisch proces dat nodig is voor de afstemming, monitoring en aanpassing van de Ruimtelijk Arrangementen en de bijbehorende governance.
Deze notitie is tot stand gekomen in een coproductie tussen Rijk en provincies. Dit productbeeld is onderdeel van een gezamenlijk leerproces in de ingezette NOVEX-samenwerking tussen Rijk en provincies en kan later worden verfijnd en aangescherpt. Deze notitie is als volgt opgebouwd: 1. Inleiding 2. Context Ruimtelijk Arrangement 3. Ruimtelijk Arrangement 4. Inhoud Ruimtelijk Arrangement 5. Procesontwerp totstandkoming Ruimtelijk Arrangement 6. Aandachtspunten bij opstellen Ruimtelijk Arrangement
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
39
2. Context Ruimtelijk Arrangement 2.1. Regeerprogramma In het Regeerprogramma2 staat dat het kabinet regie voert op de ruimtelijke ordening, met een coördinerende rol voor de minister van VRO. In gebieden komen verschillende (ruimtelijke) opgaven samen. Daarom is het van belang om gebiedsgericht aan de slag te gaan en aan te sluiten bij de regionale opgaven en kansen. Binnen het programma NOVEX worden ruimtelijke afspraken gemaakt over hoe de opgaven worden opgepakt, via de Ruimtelijk Arrangementen die worden afgesloten tussen Rijk en provincies en via de uitvoeringsagenda’s van de NOVEX-gebieden. Het Ruimtelijk Arrangement is bedoeld om afspraken te maken over de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven. Dit onder andere met behoud van ruimtelijke kwaliteit en oog voor een eerlijke verdeling van de schaarse ruimte. De eerste generatie van Ruimtelijk Arrangementen is bijzonder, omdat deze samenvallen met het opstellen van de ontwerp-Nota Ruimte. De eerste Arrangementen zijn daardoor een gedeelde bestuurlijke agenda, die zowel bijdragen aan de doorwerking van de nationale keuzes en Rijkskaders in provinciale en regionale agenda’s als ook agenderend richting de Nota Ruimte.
2.2. Programma NOVEX Met het programma NOVEX is de samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen opnieuw vormgegeven zowel op het vlak van ontwikkeling als van uitvoering van het omgevingsbeleid. De ingezette NOVEX-samenwerking tussen Rijk en provincies wordt door beide partijen als positief ervaren. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)3 stelt in hun reflectie
op de ruimtelijke voorstellen van de provincies dat de ingezette gebiedsgerichte NOVEX-samenwerking gecontinueerd moet worden om tot ruimtelijke inpassing te komen van grote maatschappelijke opgaven. Opgaven die allemaal een beroep doen op de schaarse beschikbare ruimte. Het programma NOVEX geeft via twee sporen vorm aan de noodzakelijke versnelling, versterking en vernieuwing van Nederland: 1. Het spoor ‘Regie Provincies’ richt zich op de afstemming van het ruimtelijk beleid tussen Rijk en elke individuele provincie om de regie op de ruimtelijke ordening zo eenduidig mogelijk te maken en de uitvoering van ruimtelijk beleid te bevorderen. Het Ruimtelijk Arrangement dient als middel om die afstemming van het lopende ruimtelijke beleid tussen Rijk en provincies te faciliteren. Voor het proces dat toewerkt naar twaalf Ruimtelijk Arrangementen vormen het Startpakket4 van het Rijk, de ruimtelijke voorstellen en het overleg dat hierover gevoerd is, plus de gemaakte afspraken in DO’s NOVEX, de DG-gesprekken en de BO’s Leefomgeving de basis. Daarbij wordt ook provincieoverstijgend gekeken naar ruimtelijke opgaven, omdat ruimtelijke ontwikkelingen zich niet laten leiden door provinciegrenzen.5 2.
Het NOVEX-gebiedenspoor hanteert een gebiedsgerichte aanpak in zestien NOVEX-gebieden, daar waar opgaven de provinciegrenzen overschrijden, meervoudige oplossingen nodig zijn en/of het Rijk zelf actief moet puzzelen. In de NOVEX-gebieden voeren Rijk en provincies, regio’s, gemeenten en waterschappen gezamenlijk regie op de complex gestapelde fysieke opgaven. Elke NOVEX-gebied heeft zijn eigen governance. Bij het opstellen van Ruimtelijk Arrangementen vindt – waar relevant – inhoudelijke
Regeerprogramma (overheid.nl) PBL – zie https://www.pbl.nl/actueel/nieuws/pbl-rijk-en-provincies-moeten-snel-en-vooral-samen-ruimtelijke-keuzes-maken https://open.overheid.nl/documenten/ronl-117809c7d6594659ce728aeb36e4c1c501e53382/pdf 5 Dit in overeenstemming met de motie van de leden Wijnen-Nass en Gabriëls (Tweede Kamer, Vergaderjaar 2024-2025, Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 44) 2 3
4
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
40
afstemming met NOVEX-gebieden plaats. Deze gebieden worden dus niet uitgesloten. Zie verder paragraaf 4.3 voor de samenhang van beide sporen.
2.3 Ruimtelijke voorstellen en Provinciale Omgevingsvisies Eind 2022 heeft het Rijk de ruimtelijke opgaven, in de vorm van een startpakket, aan iedere provincie voorgelegd om de nationale ruimtelijke doelen in te passen en te combineren met de lokale doelen en ambities op het gebied van ruimte. In reactie hierop hebben alle twaalf provincies een ruimtelijk voorstel gemaakt. Deze bevatten (op hoofdlijnen) voorstellen hoe om te gaan met samenhangende en integrale ruimtelijke opgaven. Afspraken hierover landen in het Ruimtelijk Arrangement, zie verder paragraaf 3. Volledigheidshalve merken we op dat ruimtelijke voorstellen ook agenderend kunnen zijn richting zowel de Nota Ruimte als de nieuw op te stellen Provinciale Omgevingsvisies.
2.4 Nota Ruimte Het kabinet voert regie op de ruimtelijke ordening, met een coördinerende rol voor de minister van VRO. De hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het Rijk worden op grond van de Omgevingswet opgenomen in de Nota Ruimte. Deze vervangt de huidige Nationale Omgevingsvisie. Daarin wordt een integrale afweging van de inrichting van Nederland op de lange termijn gemaakt voor 2030, 2050 en met een doorkijk naar 2100. De ruimtelijke voorstellen van de provincie en de ontwikkelperspectieven van de NOVEX-gebieden vormen input voor de Nota Ruimte. De Nota Ruimte bevat de nationale ruimtelijke visie met integrale keuzes voor nu, straks en later. Deze keuzes en hieraan gerelateerde opgaven vormen belangrijke bouwstenen voor het Ruimtelijk Arrangement. Zo kan op basis van al gemaakte keuzes in samenhang worden afgewogen welke ruimtelijke implicaties er zijn in een
provincie. Op basis van deze brede afweging kunnen vervolgens nadere afspraken worden gemaakt in het Ruimtelijk Arrangement. Ten tijde van het afsluiten van de eerste generatie Ruimtelijk Arrangementen werkt het Rijk aan de ontwerp-Nota Ruimte. Het Rijk benut zowel de inhoud van de ruimtelijke voorstellen als de afspraken in de op te stellen Ruimtelijk Arrangementen bij nationale keuzes in de Nota Ruimte. Dat is mogelijk omdat de processen richting ontwerpNota Ruimte en de eerste Ruimtelijk Arrangementen grotendeels parallel lopen. Zo kunnen Rijk en provincies in (de aanloop naar) het Ruimtelijk Arrangement afspreken dat punten die provincies belangrijk vinden, worden ‘meegenomen’ bij de door het Rijk te maken afwegingen. Een goede inhoudelijke afstemming tussen beide processen is dus belangrijk. Met onder andere de werksessies Nota Ruimte en Ruimtelijk Arrangement geven we hieraan invulling. Het Ruimtelijk Arrangement kan in beginsel niet vooruitlopen op de ontwerp-Nota Ruimte. Die bevat immers nieuw beleid en moet daarom voldoen aan de waarborgen die horen bij nieuw beleid (zoals participatie, rol voor de Tweede Kamer). Wel kunnen vooruitlopend op de Nota Ruimte structurerende keuzes worden gemaakt, indien deze passen binnen de kaders van de NOVI c.q. voorontwerp-Nota Ruimte of indien sprake is van een te nemen ‘wezenlijk besluit’ (zoals Defensie).
Deze keuzes worden wel altijd integraal genomen en kunnen daarom vervolgens ‘landen’ in de nieuwe Nota Ruimte (en de POVI). Als de gewenste afspraken – anders dan in geval van een ‘wezenlijk besluit’ – nog niet passen binnen de kaders, dan dient eerst de Nota Ruimte te worden afgewacht. En in algemene zin wordt – zoals hiervoor aangegeven – de inhoud van Ruimtelijk Arrangementen benut bij (accenten in) nationale keuzes. Na vaststelling van de Nota Ruimte levert zij als ruimtelijk beleidskader bouwstenen voor de daaropvolgende Ruimtelijk Arrangementen binnen een cyclisch
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
41
3. Ruimtelijk Arrangement 3.1. Doel en definitie Doel van het Ruimtelijk Arrangement is om vanuit nationaal (nationale programma’s en NOVI/Nota Ruimte) en provinciaal (POVI) perspectief ruimtelijk beleid onderling af te stemmen en zo bij te dragen aan de uitvoering van opgaven in een provincie. Dit zorgt voor een eerlijke en goede verdeling van ruimte, rekening houdend met een diversiteit aan belangen, zoals kosten en baten, duurzaamheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit en gebaseerd op drie leidende ruimtelijke principes: 1. Recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen Goed voorouderschap is belangrijk. We schuiven problemen niet af naar elders of naar toekomstige generaties en we streven naar een eerlijke verdeling van de lusten en lasten. 2. Recht doen aan schaarste: meervoudig ruimtegebruik Ruimte is schaars en waardevol. Daarom zoeken we waar het kan naar mogelijkheden voor slimme functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit. 3. Recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal We beschermen en benutten wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. We werken aan lokaal passende oplossingen.
3.2 Wat is het Ruimtelijk Arrangement Het Ruimtelijk Arrangement is een set van wederkerige bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincies, gericht op een langjarig inhoudelijk commitment op afspraak en koers. Dit aan de hand van drie typen afspraken, zoals benoemd in het startpakket (zie verder 4.1). De afspraken hebben betrekking op de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven en de ordening 6
en inpassing hiervan. Uit deze afwegingen worden afhankelijkheden en consequenties van ruimtelijke keuzes en opgaven in een gebied inzichtelijk. Want niet alles kan overal en tegelijkertijd. De input voor de te maken afspraken in de eerste generatie van het Ruimtelijk Arrangement vormen de inhoud van de ruimtelijke voorstellen en omgevingsvisies van provincies, de Rijksbrede reactie op de ruimtelijke voorstellen, de ontwikkelperspectieven van de NOVEXgebieden, de (totstandkoming van de) nieuwe Nota Ruimte en de (nationale) beleidsprogramma’s van het Rijk. Zie verder paragaaf 4. Daarbij wordt ook gekeken naar provincie-overstijgende opgaven bij de ruimtelijke vertaling van nationale opgaven, omdat ruimtelijke ontwikkelingen zich niet laten leiden door provinciegrenzen.6 Hiermee wordt tevens recht gedaan aan het principe “niet afwentelen naar elders.” Het Ruimtelijk Arrangement is dus bedoeld voor de ruimtelijke samenhang tussen alle ruimtelijke opgaven en keuzes waar Rijk en provincie gezamenlijk voor staan en heeft daarmee een integrerend karakter binnen ruimtelijke ordening. Nieuwe ruimtelijke opgaven kunnen ontstaan, wat kan leiden tot nieuwe nationale programma’s. Een belangrijk deel van de afspraken over deze opgaven zullen ergens anders gemaakt worden, bijvoorbeeld in een NOVEX-gebied of via een nationaal beleidsprogramma. Dit voorkomt onnodige parallelle besluitvorming.
Bestaande afspraken worden in beginsel gerespecteerd en wijzigen niet door het proces van de Ruimtelijk Arrangementen. Wel is in het Arrangement ruimte om bestaande (sectorale) afspraken tegen het licht te houden, met het oog op het benutten van nieuwe kansen en het maken van integrale afwegingen. Het Ruimtelijk Arrangement heeft een agenderend karakter. Dat betekent dat besluitvorming over zaken zoals aanpassing van regelgeving, juridisch instrumentarium en inzet van financiële
Dit in overeenstemming met de motie van de leden Wijnen-Nass en Gabriëls (Tweede Kamer, Vergaderjaar 2024-2025, Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 44)
42
middelen via de geëigende sectorale structuren van Rijkswege en provincie verloopt. Dit conform de verantwoordelijkheden van de te onderscheiden overheden in de Omgevingswet. Agenderend staat hier niet gelijk aan vrijblijvend. De minister van VRO in haar coördinerende regierol binnen ruimtelijke ordening en de provincies in hun wettelijke coördinerende rol staan voor de uitvoering van alle gemaakte afspraken in het Ruimtelijk Arrangement. Doel: Het Ruimtelijk Arrangement heeft tot doel om de ruimtelijke vertaling van maatschappelijke opgaven op nationaal en provinciaal niveau op elkaar af te stemmen. Het bevat een agenda voor doorwerking en uitwerking van de gemaakte afspraken naar zowel Rijks- als provinciaal beleid. Dit voor een eerlijke en goede verdeling van ruimte met oog voor ruimtelijke kwaliteit. Definitie: Het Ruimtelijk Arrangement is een set aan wederkerige bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincie over de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven in een provincie.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
43
4. Inhoud Ruimtelijk Arrangement 4.1. Type afspraken Het Ruimtelijk Arrangement is een set aan wederkerige bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincie over de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven in een provincie. Bij het maken van afspraken maken we de consequenties op doelen op nationaal en/of provinciaal niveau inzichtelijk. Waar relevant worden collectieve afspraken gemaakt die voor meerdere of alle provincies van toepassing zijn. Het Ruimtelijk Arrangement bestaat minimaal uit de volgende typen wederkerige bestuurlijke afspraken: 1. Afspraken over te agenderen keuzes tot en met 2030 voor de ontwerp-Nota Ruimte. Daarbij is het – zoals aangegeven – mogelijk bestaande keuzes tegen het licht te houden, met het oog op het benutten van nieuwe kansen en oplossingen. En afspraken over ruimtelijk structurerende keuzes die passen binnen bestaand beleid kunnen wel landen in de Nota Ruimte en POVI. 2. Uitvoeringsafspraken. Uitgangspunt is het gezamenlijke commitment van Rijk en provincie komend vanuit de opgave. Dit met behoud van ieders verantwoordelijkheid.
Het gaat dan onder andere om afspraken over het agenderen van eventuele aanpassing van juridisch instrumentarium, verantwoordelijkheden en procesmeekoppelkansen, afspraken over inzicht in afhankelijkheden en consequenties voor haalbaarheid van andere nationale belangen in de desbetreffende provincie. Om tot uitvoering te komen, kan het ook nodig zijn om een gezamenlijk beeld te krijgen van benodigde en beschikbare middelen. Aan het Ruimtelijk Arrangement zelf zijn op dit moment geen middelen verbonden. Eventuele toekenning van budget uit andere Rijksprogramma’s vindt plaats op de daarvoor bestemde tafels. Specifieke aandacht vraagt het benutten van geo-data aan de voorkant van het
7
Zie brief Provinciaal startpakket fysieke leefomgeving d.d. 12 december 2022.
proces, in overeenstemming met de gezamenlijke visie ‘Zicht op Nederland’. 3. Afspraken over vervolgonderzoeken. Voor sommige opgaven ligt mogelijk nog te weinig informatie op tafel. In dat geval kunnen afspraken over een vervolgverkenning nodig zijn om de juiste ruimtelijke keuzes op termijn te maken. De afspraken kunnen vergezeld gaan van kaartbeelden ter illustratie en visualisatie van de (stapeling van) opgaven en ruimtelijke keuzes. Deze illustraties dragen bij aan data-gedreven werken binnen de ruimtelijke ordening. Het Rijk en de provincies zien het Ruimtelijk Arrangement als groeimodel waarbij de ruimtelijke opgaven steeds concreter zullen worden. Dit betekent tevens dat de Ruimtelijk Arrangementen op termijn uitgebreid kunnen worden om de effectiviteit te vergroten.
4.2. Nieuwe en bestaande afspraken Het Ruimtelijk Arrangement heeft tot doel om nationaal en provinciaal ruimtelijk beleid op elkaar af te stemmen. De ruimtelijke vertalingen van maatschappelijke opgaven die vragen om een integrale afweging van Rijk en provincies komen daarom in aanmerking voor afspraken in het Ruimtelijk Arrangement. Bestaande afspraken worden in beginsel gerespecteerd en wijzigen niet door het proces van de Ruimtelijk Arrangementen, tenzij sprake is van nieuwe kansen en oplossingen. Dat geldt zowel voor al gemaakte provinciale afspraken als voor nationale beleidsprogramma’s en NOVEX-gebieden (zie ook 4.3). Voor sommige vraagstukken is het formuleren en maken van een
44
concrete keuze al mogelijk. Voor veel vraagstukken kan, bij provincies, het Rijk of beide, eerst onderzoek nodig zijn met betrekking tot de probleemstelling of als het vraagstuk al verder is, tot het verkennen van mogelijke oplossingsrichtingen. Dat zal vooral ook het geval zijn bij het komend Ruimtelijk Arrangement, het eerste in het cyclische proces. Op het moment dat er daadwerkelijk onderzoek nodig is, dan zijn er grofweg drie fases te onderscheiden alvorens duidelijk is welke input met een Ruimtelijk Arrangement meegeven wordt voor een omgevingsvisie van Rijk en/of provincie, een sectoraal (Rijks) programma of gebiedsaanpak. In andere gevallen kan het zijn dat we direct overgaan tot het maken van concrete afspraken op inhoud, proces en randvoorwaarden. In bijlage 3 volgt een meer gedetailleerde omschrijving van deze fasering.
4.3. Samenhang met NOVEX-gebieden In de NOVEX-gebieden komen veel ruimtelijke opgaven samen. Daar werken Rijk, provincie, regio en waterschappen samen aan ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s en streven zij ernaar hun eigenstandige besluitvorming zoveel mogelijk af te stemmen. Rijk en provincies hebben en houden daarin (net als gemeenten en waterschappen) ieder hun eigen bevoegdheden, zoals die voorvloeien uit de Omgevingswet. Met de Arrangementen streven Rijk en regio ernaar hun eigen ruimtelijk beleid in de Nota Ruimte en in de POVI’s af te stemmen met de ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s in NOVEXgebieden. Waar er tegenstrijdigheden zijn of dreigen, treden Rijk en provincie(s) met elkaar en met het NOVEX-gebied in overleg.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
5. Procesontwerp totstandkoming Ruimtelijk Arrangement Provincies en Rijk hebben een procesontwerp/planning gemaakt voor de totstandkoming van de eerste twaalf Ruimtelijk Arrangementen. De eerste generatie van de Ruimtelijk Arrangementen Rijk – provincies vormt de start van een cyclisch proces van samenwerking tussen het Rijk en de provincies voor ruimtelijke ordening en ontwikkeling. In de tweede helft van 2024 is het vullen van de Arrangementen gestart. Dit proces loopt parallel aan de totstandkoming van de ontwerpNota Ruimte. Omdat het Ruimtelijk Arrangement agendeert en wel bestuurlijk maar niet in juridische zin bindt, is dit goed mogelijk. Na de voorbereidende fase (die loopt t/m oktober) en de fase van opstellen (oktober t/m februari) volgt de fase van afstemming (maart t/m mei). Nadat beeldvorming en oordeelsvorming ten aanzien van de Ruimtelijk Arrangementen hebben plaatsgevonden, volgt de laatste fase om te komen tot besluitvorming (mei-juni). Deze fase wordt afgerond met afstemming en vaststelling van de Ruimtelijk Arrangementen tijdens de BOL’s in juni 2025.
45
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
46
6. Uitgangspunten bij opstellen Ruimtelijk Arrangement •
•
•
•
•
•
Het Ruimtelijk Arrangement heeft geen juridische status en het is geen beleidsdocument onder de Omgevingswet. De afspraken zijn echter niet vrijblijvend. Afspraken die we maken in het Ruimtelijk Arrangement worden nagekomen door het Rijk en provincies. We kunnen elkaar aanspreken op het nakomen van (de doorwerking van) afspraken. De afspraken in het Ruimtelijk Arrangement moeten wel passen binnen de taken en bevoegdheden zoals die in de Omgevingswet zijn vastgelegd en beschreven. Afspraken kunnen niet verder reiken dan provincies en Rijk op grond hiervan kunnen waarmaken. Ruimtelijke kaarten in het Ruimtelijk Arrangement kunnen als zodanig geen status hebben. Kaarten zijn ter illustratie en dienen als middel om inhoudelijk tot goede integratie en afwegingen te komen en helder te communiceren over de ruimtelijke ideeën en voorstellen. Het onderling uitwisselen en interpreteren van kaarten tussen het Rijk en de provincies is een lerend proces en kan als zodanig bezien worden in de cyclus van totstandkoming eerste Ruimtelijk Arrangementen, uitvoering, monitoring en herijking van het Ruimtelijk Arrangement. Het doel van het Ruimtelijk Arrangement is niet om alle sectorale afspraken tussen het Rijk en de provincies in het fysieke domein samen te brengen. Het gaat om de ruimtelijke vertaling van maatschappelijke opgaven waarover we wederkerige bestuurlijke afspraken maken.
Het Ruimtelijk Arrangement bevat daarmee afspraken die relevant zijn voor de integrale afweging van keuzes en die ook kunnen worden betrokken bij de vormgeving van het nationaal ruimtelijk beleid in de Nota Ruimte. De minister van VRO stemt vanuit de rol als coördinerend minister af met mede-bewindspersonen. Het Ruimtelijk Arrangement bestaat uit afspraken tussen Rijk en provincie. Onderdeel van deze coördinatie is ervoor te zorgen dat zicht is op de samenhang tussen nationale programma’s op zaken die
•
•
•
• •
raken aan de inhoud van het Ruimtelijk Arrangement, zoals gebiedsgerichte afspraken. Zoals gesteld in het advies van het CRa dient ook aandacht te zijn voor en gestuurd te worden vanuit het ministerie van VRO op samenhang met andere ruimtelijk en gebiedsgerichte programma’s en hun eigen samenwerkingsgremia, zoals Elke regio telt en het programma Leefbaarheid en Veiligheid. Hieraan wordt inmiddels invulling gegeven. De provincies dragen zorg voor afstemming met de medeoverheden in hun grondgebied. Deze partijen ondertekenen niet mee. Het Ruimtelijk Arrangement kan een passage over deze afstemming bevatten. In het cyclisch proces van totstandkoming van Ruimtelijk Arrangementen dient ook rekening te worden gehouden met afstemming met de Provinciale Staten. De doorwerking in de POVI is afhankelijk van de cyclus die iedere provincie hanteert voor de actualisatie. In dit gezamenlijk proces gaan we oefenen en leren. Afgesproken wordt om jaarlijks een evaluatiemoment te hanteren en waar dit kan het product Ruimtelijk Arrangement verder te verbeteren.
Het Ruimtelijk Arrangement verbeeld en toegevoegde waarde Het Ruimtelijk Arrangement verbeeld Het Ruimtelijk Arrangement is voor de ruimtelijke samenhang tussen alle ruimtelijke opgaven en keuzes waar Rijk en provincie gezamenlijk voor staan en heeft daarmee een integrerend karakter binnen ruimtelijke ordening. Het figuur op de volgende pagina toont (van links naar rechts) het doel van het Ruimtelijk Arrangement: • Ruimtelijke opgaven (links): Op ruimtelijke opgaven zit ruimte tussen provinciaal en nationaal ruimtelijk beleid; dit hindert uitvoering.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
•
•
Stroomlijnen (midden): Afspraken in Ruimtelijk Arrangementen die provinciaal en nationaal ruimtelijk beleid in lijn brengen, nemen belemmeringen weg. Uitvoeren (rechts): zo kan sneller tot uitvoering over worden gegaan.
Toegevoegde waarde Ruimtelijk Arrangement Rijk en provincies hebben een gedeeld beeld van de urgentie, van de omvang van opgaven en van noodzaak tot afstemming voor het maken van keuzes op nationaal, provinciaal en lokaal niveau. Bij alle overheden is behoefte aan een bestuurlijke tafel en cyclus (DO NOVEX, DG-overleg en BOL) om de samenhang van ruimtelijke opgaven gezamenlijk in kaart te brengen en tot samenhangende keuzes in beleid te komen. Hierbij moet volgens alle betrokkenen ook scherp worden gekeken naar de consequenties en afhankelijkheden als gevolg van sectorale afspraken tussen Rijk en provincies.
47
Het PBL en het College van Rijksadviseurs (CRa) bevestigen dit in hun reflecties op de provinciale ruimtelijke voorstellen van begin 2024. Zij roepen op om verder te gaan met de ingezette gebiedsgerichte NOVEX-samenwerking van Rijk en provincies en vaart te maken met het concretiseren van ruimtelijke keuzes. Het Ruimtelijk Arrangement is voor het PBL het geëigende instrument waarin de brede afweging en agenderende afspraken over ruimtelijke keuzes in gebieden terug kan komen.
Cyclisch verloop en governance Het Ruimtelijk Arrangement kent een cyclisch verloop. In een cyclisch proces kunnen de Ruimtelijk Arrangementen worden geactualiseerd. Een dergelijk proces met een dergelijke adaptieve programmering in de gezamenlijke ruimtelijke agenda kan zo tegemoetkomen aan de noodzaak om in te spelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen en rekening te houden met onzekerheden. Met andere woorden, een Ruimtelijk Arrangement is nooit ‘af’ en wordt periodiek geactualiseerd.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
48
De afspraken kunnen ook gaan over het op elkaar afstemmen van beleidslijnen of zelfs visies op de toekomst. En ook die zullen landen in de Omgevingsvisies. Als het gaat om gebied specifieke vraagstukken kunnen de gemaakte keuzes leiden tot een gebiedsgerichte aanpak. Daarmee wordt het doel bereikt om ruimtelijk beleid van de rijksoverheid (zoals de Nota Ruimte) en provincies voortdurend op elkaar af te stemmen. Het eerste ruimtelijke Arrangement zal vooral afspraken bevatten over gedeelde beelden, vervolgonderzoeken en analyses. Dit omdat simpelweg nog niet alle inhoudelijke informatie over opgaven en te maken keuzes nu al beschikbaar is. Voor sommige vraagstukken is het beschrijven en nemen van een concrete keuze wellicht nu al mogelijk op basis van de huidige stand van denken van Rijkszijde en provinciaal. Naarmate de cyclus vordert zal het Ruimtelijk Arrangement naar verwachting meer afspraken bevatten over daadwerkelijk te maken keuzes over inpassing van opgaven in een provincie. Voorstel is dat de cyclus in de basis bestaat uit de volgende governance: 2 keer paar jaar DO NOVEX per provincie (okt/nov en maart/april), een DG-ronde per provincie (feb) en een Bestuurlijk overleg leefomgeving per landsdeel (jun).
Buiten deze governance om kan indien noodzakelijk een extra bestuurlijk overleg tussen provincie(s) en departement(en) worden georganiseerd om bijvoorbeeld provincie-overstijgende vraagstukken te bespreken. In de jaarlijkse Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving vindt monitoring van de afspraken van de Ruimtelijk Arrangementen plaats, worden afspraken aangepast, afgevoerd en nieuwe afspraken gemaakt. Dat gebeurt als gevolg van voortgang, nieuwe ontwikkelingen, kansen, vraagstukken en inzichten. Voorafgaand aan elke BOL en BO MIRT wordt ter afstemming een plenair DO Rijk-Provincies georganiseerd. We zijn ons bewust dat deze overlegstructuur afhankelijk is van
de inhoud die Rijk en provincies samen ambtelijk op de werkvloer produceren. Omdat we in 2025 Ruimtelijk Arrangementen per provincie sluiten, zullen we nog bezien of een landsdelige opzet van het BOL passend is. Ten aanzien van de governance hebben we gezamenlijk nog een aantal verduidelijkende stappen te zetten, bijvoorbeeld als het gaat over de precieze relatie met het BO MIRT en de rol van het BAC. Dit werkproces wordt in overleg met Rijk en provincies in december 2024 verder uitgewerkt, met nadrukkelijke aandacht voor sturing, stroomlijning en de efficiënte inzet van beschikbare capaciteit, ook gezien de relevante samenhang met het traject richting de Nota Ruimte. Accounthouders van VRO houden bovendien zicht op de diversiteit aan ruimtelijke overleggen.
Nadere toelichting fasering afspraken Ruimtelijk Arrangement Fase 0: Filter In deze fase wordt bezien of de te maken afspraken niet al onderdeel zijn van een primair proces, zoals de nationale beleidsprogramma’s en passen bij de opgesteld randvoorwaarden, zoals dat afspraken in het Ruimtelijk Arrangement moeten passen binnen de taken en bevoegdheden zoals die in de Omgevingswet zijn vastgelegd en beschreven. Uiteraard is het mogelijk vraagstukken te agenderen. Afspraken kunnen niet verder reiken dan provincies en Rijk op grond hiervan kunnen waarmaken.
Fase 1: Gedeelde probleemanalyse In de eerste fase is het doel het verkrijgen van een gezamenlijk, scherp en concreet beeld over het vraagstuk. In deze fase staan vragen centraal als:
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
• • • •
Wat zijn (hier) opgaven en doelstellingen? Welke belangen zijn relevant bij een integrale ruimtelijke afweging? Wie zijn de stakeholders? Op welke termijn is een besluit nodig om verder te komen?
Deze fase start op basis van een afspraak in het Arrangement over het doen van een gezamenlijke probleemanalyse, wie hierbij het voortouw neemt, welke aanpak wordt gekozen (bijvoorbeeld een data-analyse en/of ontwerpend onderzoek), en binnen welke termijn de afspraak gerealiseerd wordt. Na afloop van de probleemanalyse wordt in het BOL de probleemanalyse besproken en overwogen of het vraagstuk doorgezet kan worden naar fase 2 voor het verkennen van de oplossingsrichtingen. Is dat het geval dan volgt een nieuwe afspraak in het ruimtelijke Arrangement. Maar het kan ook zijn dat op basis van de probleemanalyse wordt vastgesteld dat dit vraagstuk zich (nog) niet leent voor verdere afspraken in het Arrangement. Dan wordt het vraagstuk (tot nader order) afgevoerd.
Fase 2 Verkennen oplossingsrichtingen In deze tweede fase staan vragen centraal als: • Wat zijn mogelijke keuzes? • En wat zijn hiervan gevolgen voor andere opgaven in de fysieke leefomgeving? Voorafgaand aan deze fase worden op basis van de probleemanalyse afspraken gemaakt over de in beeld te brengen oplossingsrichtingen, de belangen die daarbij betrokken worden en de informatie die op tafel moet liggen om tot een voorkeursrichting te kunnen komen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan informatie rondom ruimtelijke kwaliteit, cultureel erfgoed, water en bodem en milieu. Onderdeel van deze afspraak is op welke wijze deze verkenning tot stand komt, wie wat doet en op welke termijn. Afhankelijk van het karakter van het vraagstuk – generiek of gebiedsspecifiek –
49
richt de verkenning zich op oplossingsrichtingen die aanpassingen van nationaal of provinciaal beleid betreffen (actualisatie NOVI/ POVI) en/of die in een sectoraal Rijksprogramma worden opgepakt, dan wel oplossingsrichtingen die een gebiedsgerichte aanpak vragen. Belangrijk is dat in deze fase de uitvoerbaarheid van de voorkeursrichting in beeld wordt gebracht. Na afloop van deze fase vindt bespreking in het DO NOVEX/DG-ronde plaats om een voorkeursrichting voor (beleids)keuze te bepalen. Met de vastgestelde voorkeursrichting kan het vraagstuk door naar fase 3, waarin uitwerking plaatsvindt van de benodigde aanpassingen in het beleid, dan wel van de gebiedsgerichte aanpak. Bij het doorzetten naar fase 3 volgt een nieuwe afspraak in het ruimtelijke Arrangement via het BOL. In het BOL kan ook bepaald worden dat verdere uitwerking (nog) niet plaats zal vinden. In dat geval wordt het vraagstuk (tot nader order) afgevoerd.
Fase 3 uitwerken voorstel (beleids)keuze: In deze laatste fase van een vraagstuk staat de volgende vraag centraal: • Welke input voor een beleidskeuze of welke uitwerking voor een gebied geven we mee? Voorafgaand aan deze fase wordt besloten welke voorkeursrichting ten aanzien van beleid of gebiedsaanpak wordt uitgewerkt. Aan de voorkant wordt meegegeven welke aspecten hierbij moeten worden uitgewerkt. Na afloop van deze fase vindt bespreking in het BOL plaats en wordt besloten om de uitwerking al dan niet mee te nemen in de actualisaties van omgevingsvisies of in (sectorale) programma’s dan wel te implementeren in een gebiedsgerichte aanpak.
50
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
51
Bijlage C: Andere trajecten en beleidsstukken Leeswijzer In het Ruimtelijk Arrangement maken het Rijk en Zeeland wederkerige afspraken om hun nationale en provinciale omgevingsbeleid onderling af te stemmen. Naast het Ruimtelijk Arrangement zijn er binnen Zeeland en tussen het Rijk en Zeeland ook andere trajecten of beleidsstukken die een impact hebben op de Zeeuwse Omgeving. In deze bijlage zijn die Zeeuwse trajecten en beleidsstukken opgenomen. Het gaat hierbij zowel om vastgestelde stukken, als stukken die in ontwikkeling zijn. Relevante Rijksprogramma’s zijn hiervan uitgezonderd. Deze zijn eerder in het Ruimtelijk Voorstel Zeeland (2023) opgenomen. De benoemde stukken zijn gebruikt als naslagwerk, om inzichtelijk te krijgen of mogelijke afspraken al in andere trajecten worden gemaakt. Deze bijlage is géén uitputtende lijst. Het betreft een momentopname die eveneens alleen trajecten en beleidsstukken betreffen die, binnen de thema’s van dit Ruimtelijk Arrangement, een impact op de ruimte.
Beeld: Kerk van Wemeldinge - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Marcelle Davidse
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
52
Landelijk gebied
•
In ontwikkeling: volgende versie Zeeuws Gebiedsprogramma
•
Landbouw •
Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 (digitale bron) • We zetten een kennisplatform op voor bodemkwaliteit en volhoudbare landbouw • We zetten in op het verbeteren van de bodemstructuur t.b.v. het opvangen van weersextremen • We verankeren klimaatadaptatie en (eco-) systeemdiensten in agrarisch stimulerings- en studiebeleid • We verkennen de mogelijkheden voor een klimaatadaptieve aanpak van de Zeeuwse grondbank
Natuur (gebieden, netwerk en groenblauwe dooradering) •
•
De Zeeuwse Bosvisie (digitale bron) • 205 ha bos binnen Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) en 205 ha buiten NNZ Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 (digitale bron) • We zetten een plus op het versneld afronden van het provinciale Natuurnetwerk • We herstellen en richten een robuust bodem- watersysteem in door het opstarten van een integrale gebiedsgerichte aanpak • We optimaliseren inrichting en beheer van bestaande en nieuwe natuurgebieden • We bouwen meer kennis en inzicht op over klimatologische effecten op soorten en leefgebieden • Een natuurinclusieve benadering wordt voor overheid en private partijen een vast onderdeel bij (plan)ontwikkeling en beheer • We versterken natuur buiten het provinciale natuurnetwerk en we verbinden noodzakelijke bestaande natuurgebieden binnen Zeeland
• •
We realiseren overgangszones rondom bestaande en nieuwe natuur We stimuleren agrarische functionele (agro)biodiversiteit We behouden buitendijkse natuur en ontwikkelen alternatieven
Zoetwaterbeschikbaarheid •
• •
• •
Kennisprogramma Zeespiegelstijdiging, spoor II: Systeemanalyses zoetwater regio volkerak-Zoommeer (digitale bron) • Maximum chloridegehalte (zout) bedraagt tussen 15 maart en 15 september 450 mg/l (ter hoogte van Bathse brug) voor het Volkerak-Zoommeer (kennisprogramma Zeespiegelstijging spoor II Systeemanalyses zoetwater regio VolkerakZoommeer Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (digitale bron) • Regeling van de inname van water uit het Volkerak-Zoommeer Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden (digitale bron) Scheldetractaat 1843 (digitale bron) • Ontvangstplicht/afwatering voor Vlaams water Zeeuws Deltaplan zoetwater (digitale bron) • Slim regionaal waterbeheer • Pilot(s) hergebruik effluent • Aanvoer/hergebruik effluent Zeeuws-Vlaanderen • Uitrollen proeftuin zoetwater • Uitbreiden proeftuin • Optimalisatie watersysteem Zeeland • Krekenvisie West-Brabant • FRESHEM-NL/Zoet-zout monitoring • Grondwatermodellering Zeeland/West-Brabant • Ondergrondse wateropslag Wolphaartsdijk onderzoek, infiltratie en aanleg onttrekkingsvoorzieningen
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
53
•
• • •
•
Optimalisatie zoetwatersituatie PAN-polders West-Brabant Optimalisatie benutting landbouwwaterleiding Verkenning benutting brak grondwater voor drinkwatervoorziening • We richten watersystemen robuust in door het opstarten van een integrale gebiedsgerichte aanpak op basis van de uitkomsten van het Zeeuws Deltaplan Zoet Water (ZDZW) Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 (digitale bron) • We concretiseren en operationaliseren het ten minste behouden en waar mogelijk vergroten van zoetwaterbellen • In gebieden waar specifieke vormen van bedrijfsvoering of teelten niet ondersteund kunnen worden is een transitie naar een andere innovatieve bedrijfsvoering of andere functie onvermijdelijk • We blijven inzetten op het maatregelenpakket Kaderrichtlijn Water
Recreatie en toerisme •
Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 (digitale bron) • We maken een overzicht van maatregelen die bijdragen aan een klimaatadaptieve inrichting en bedrijfsvoering • We helpen ondernemers in te spelen op het nieuwe klimaat: • We starten pilotprojecten voor het klimaatadaptief inrichten van de buitenruimte
•
We brengen de opgave in beeld en vertalen dit naar de wensen en eisen van de recreatieve sector • We stellen een programma op voor kennisdeling en -ontwikkeling voor klimaatadaptief handelen • We verbreden het aanjaagprogramma met het onderdeel klimaatadaptatie • We waarborgen de kwaliteit van zwem- en drinkwater • We onderzoeken hoe maatregelen die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van extreem weer bij evenementen kunnen worden opgenomen in het gemeentelijk beleid waarop vergunningen worden verleend • We koppelen de campagne ‘Het klimaat verandert, Zeeland verandert mee’ aan bewustwording binnen de toeristische sector • We stellen een gezamenlijk fonds op om recreatieve zandsuppleties mogelijk te maken, aanvullend op zandsuppletie in het belang van waterveiligheid Regiodeal Zeeland in Stroomversnelling 2.0 (digitale bron) • Toeristische gebieden uit de Kustvisie (aandachtsgebieden) worden verbeterd • Revitalisering (kwaliteitsverbetering/verduurzaming) van recreatiebedrijven d.m.v. een aanjaagprogramma innovatie en een fonds voor verblijfsrecreatie
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
54
Leefbare steden en regio’s Bereikbaarheid •
•
In ontwikkeling: Midden Zeeland Route • Als vervolg op agenda toekomstvisie MZR (digitale bron)
Wonen
• •
• •
•
Zeeuwse Woondeal 2023 (digitale bron) Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021-2026 (digitale bron) • Bij nieuwe vitale en kwetsbare functies krijgt klimaatadaptatie een nadrukkelijke rol in het besluitvormingsproces • We brengen de klimaatopgave specifieker in beeld: • Uitvoeren stresstest bij bestaande vitale en kwetsbare functies (V&K-functies) met betrokken partners • We maken de bestaande situaties bij nutsbedrijven inzichtelijk • We koppelen klimaatadaptatie aan de beheer- en onderhoudscycli van bestaande V&K-functies • Gezamenlijk stellen we een uitvoeringsprogramma voor V&K-functies op en we werken gezamenlijk aan de uitvoering ervan • We zetten de beleidslijn Stedelijke Wateropgave voort binnen de SAZ+ (Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland) • We zetten een onderzoeksprogramma op om meer inzicht te krijgen in de risico’s van hitte en droogte in relatie tot stedelijk groen en zettingen in het stedelijk gebied • In regioverband brengen we binnen deze eerste beleidscyclus de klimaatopgave in het stedelijk gebied in beeld • We ontwikkelen ‘altijd goed’-maatregelen en zetten deze in, wanneer de volledige klimaatopgave in een gebied nog niet in beeld is gebracht • We voeren alle ingrepen in het bebouwd gebied klimaatbestendig uit en geven invulling aan de bestaande klimaatopgave • We haken bij het oplossen van de klimaatopgave zoveel mogelijk aan bij natuurlijke momenten.
Vanuit de eigen bevoegdheden wordt afgewogen waar eerder ingegrepen wordt
•
•
•
We ontwikkelen samen een Zeeuws ‘Afwegingskader Klimaatadaptatie’ voor alle nieuwe ontwikkelingen, inclusief herstructurering, groot onderhoud en renovatie We doen een klimaatcheck bij kleine onderhoudsmaatregelen We gaan bij maatregelen voor klimaatadaptatie altijd na of er meekoppelkansen zijn vanuit andere opgaven We gaan door met particulieren bewust te maken en te stimuleren maatregelen op eigen terrein te nemen. Op Zeeuws niveau vindt hierover afstemming plaats We gaan in regioverband in gesprek met de woningbouwcorporaties om afspraken te maken over het invullen van de klimaatopgave We blijven het vergroenen van schoolpleinen ondersteunen
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Energie en (circulaire) economie Energie- en grondstoffentransitie • • • •
In ontwikkeling: Energievisie Zeeland In ontwikkeling: Uitvoerings- en investeringsagenda North Sea Port District RES Zeeland (digitale bron) Cluster Energie Strategie (digitale bron)
Kernenergie •
Provinciale voorwaarden kernenergie (digitale bron)
55
56
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
57
COLOFON Provincie Zeeland Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Arcadis: Imme van der Leij Max Colpa Gerard van Santen Loris Haddad Wouter Veugelers Bas Dijkhoff Fotografie www.beeldbank.zeeland.nl Kaart en beeldmateriaal Arcadis Mei/Juni 2025 Beeld voorpagina: Aerial view of a protective dyke against high sea levels, the Netherlands Bron: Adobe Stock, corlaffra
Met medewerking van:
58
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND