2025-174 Bijlage RA Verdiepingsdocument
Tekst van het document
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Regio-Rijk agenda ruimte Verdiepingsdocument op het Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 DOCUMENT 2 VAN 2
1
2
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op POST-CORONA VERSNELLINGSPLAN ZEELAND Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 “ZEELAND IN TRANSITIE!” ZEELAND
3
Inhoudsopgave Uitwerking per afspraak
5
Fiche Basisafspraken Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit Fiche Leefbare steden en regio’s Fiche Energie en (circulaire) economie Fiche Landelijk gebied
5 10 12 19 22
Overzicht deelnemers per afspraak
28
Bijlage A: Het Zeeuws waardenkader
31
Bijlage B: Notitie productbeeld en proces Ruimtelijk Arrangement, Definitief
37
Bijlage C: Andere trajecten en beleidsstukken
51
Fiche Basisafspraken Fiche Behoud en versterking van de Zeeuwse identiteit Fiche Leefbare steden en regio’s Fiche Energie en (circulaire) economie Fiche Landelijk gebied
Landelijk gebied Leefbare steden en regio’s Energie en circulaire economie
28 28 28 28 29
52 54 55
4
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
5
Fiche Basisafspraken
1. Rijk en regio zorgen ervoor dat nieuwe ruimteclaims bijdragen aan meerdere doelen om structurele veranderingen te realiseren (ook wel: De Zeeuwse werkwijze). 1a. In de visiefase: Rijk en regio benutten ontwerpend onderzoek vroeg in het proces bij gebiedsgerichte processen voor de inpassing van nationale opgaven. Hierbij gebruiken we gebiedsbiografieën (waar cultureel erfgoed in verweven zit) als basis en worden andere ruimtevragen, inclusief recreatie en toerisme, standaard in het proces meegenomen (zoals bijvoorbeeld bij de energie- en grondstoffentransitie). 1a-1. Rijk en regio laten in samenwerking gebiedsbiografieën opstellen voor (deel)gebieden in Zeeland of een overkoepelende gebiedsbiografie voor heel Zeeland. 1b. In de planvormingsfase: Rijk en regio richten het planvormende proces zo in dat onder andere landschap, erfgoed, omgevingskwaliteit en energie in een vroeg stadium betrokken worden bij de uitwerking van de opgave, en er wederzijdse versterking plaatsvindt tussen de opgave en bestaande kwaliteiten.
Aanleiding en context Wij maken deze afspraken omdat de ruimteclaims die op Zeeland afkomen grote impact hebben, niet allemaal overal passen, en verschillende tempo’s hebben. Daarom maken Rijk en regio afspraken over hoe (nieuwe) ruimteclaims gecoördineerd worden en aan meerdere doelen bijdragen. Om te zorgen voor weloverwogen ruimtelijke ontwikkeling, zijn immers gerichte keuzes en regie noodzakelijk. De onderlinge samenhang, impact en effecten van verschillende ruimtelijke opgaven zijn nog niet altijd duidelijk. Daarom spreken we af om in samenhang ruimtelijke opgaven en keuzes af te wegen. We zetten daarbij in op meervoudig ruimtegebruik en het meekoppelen van kansen, zodat we de ruimtedruk verlichten. Bijvoorbeeld via integrale gebiedsinrichtingen of tijdelijke ontwikkelingen die structureel bijdragen aan een opgave. Wij borgen Beeld: Terras Parlevinker Retranchement - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Marcelle Davidse
dat ruimtelijke opgaven integraal en in samenhang tot andere ontwikkelingen worden afgewogen door ontwerpend onderzoek als standaard (samen)werkwijze bij (de visievormende fase van) ruimtelijke ontwikkelingen te hanteren. Daarmee brengen wij verschillende opgaven en belagen in beeld, werken deze bijvoorbeeld uit in scenario’s en krijgen daarmee inzicht in hoe en waar ruimtelijke ingrepen meerdere doelen kunnen dienen. Ontwerpend onderzoek is een methode om met verschillende partijen gelijkwaardig aan tafel te zitten en gezamenlijk te onderzoeken welke ruimtelijke keuzes prioriteit krijgen en andere opgaven raken. Op basis daarvan maken we integrale afwegingen en keuzes, en werken we op een zorgvuldige en toekomstgerichte manier aan de toekomst van Zeeland, kortom: de Zeeuwse werkwijze. De Zeeuwse werkwijze geeft bijzondere aandacht aan de Zeeuwse identiteit en het erfgoed. Door de nationale opgaven die op de provincie afkomen, dreigen deze te worden versnipperd. Een integraal overzicht van de impact van deze opgaven op erfgoed in Zeeland ontbreekt. Een gebiedsbiografie (ook wel landschapsbiografie) levert inhoudelijke input voor het ontwerpend onderzoek, doordat het als ‘kaartlaag’ met informatie over het cultureel erfgoed, het landschap en erfgoed wordt meegenomen. Daarmee wordt de aandacht voor de Zeeuwse ruimtelijke identiteit en kwaliteiten geborgd.
Bij scenario ontwikkeling als onderdeel van ontwerpend onderzoek, wordt de impact (versterking, verarming) van de Zeeuwse identiteit en erfgoed in beeld gebracht). Door de inzet van gebiedsbiografieën in het ontwerpend onderzoek, wordt de aandacht voor de Zeeuwse ruimtelijke identiteit geborgd in de uitkomsten van het onderzoek, en in de integrale afwegingen die we op basis daarvan samen maken. In Zeeland vraagt het ruimtegebruik door recreatie en toerisme om integraal meegenomen te worden in het ontwerpend onderzoek.
6
Het ruimtegebruik raakt andere ruimtevragen in het bijzonder omdat er vaak sprake is van meervoudig ruimtegebruik, zoals bij dagrecreatie. Omdat het ruimtegebruik niet overal vanzelfsprekend is nemen we recreatie en toerisme standaard als ruimtegebruik in de werkwijze op.
Eerste actie De eerste actie is om kaders op te stellen voor het inzetten van ontwerpend onderzoek, inclusief het bijbehorende gebruik van gebiedsbiografieën (afspraak 1a en 1a-1). Deze kaders bepalen de schaalgrootte van opgaven (en concrete projecten) waarbij de Zeeuwse werkwijze wenselijk en nodig is. Hiermee wordt overmatig gebruik en inefficiënte besteding van tijd en budget voorkomen. Onderdeel van deze kaders voor de inzet van ontwerpend onderzoek is het in kaart brengen van de effecten van nationale opgaven op erfgoed in Zeeland.
Uitvoering afspraak Bij (nieuwe) ruimteclaims voor Zeeland zetten wij op structurele wijze ontwerpend onderzoek in, waar gebiedsbiografieën onderdeel van uitmaken, bij gebiedsgerichte processen. Het is essentieel dat alle betrokken partijen begrijpen dat deze instrumenten geen optie zijn, maar een vast onderdeel van het vooronderzoek bij ruimtelijke projecten. Voor succesvol ontwerpend onderzoek is een gezamenlijk beeld van het proces en duidelijke randvoorwaarden van provincie en gemeenten nodig. Het toekomstperspectief voor ‘Zeeland 2050’ kan hieraan bijdragen. De afspraak is voltooid wanneer ontwerpend onderzoek en gebiedsbiografieën structureel en effectief worden gebruikt in gebiedsprocessen, waarbij de historische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden volledig worden meegenomen in de ruimtelijke ordening. Daarvoor creëren we een totaalbeeld door
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
informatiestromen te bundelen, inzicht in de meerjarenplanning van het Rijk te krijgen en ruimtelijke prioriteiten af te stemmen. Een eigenaar coördineert het proces binnen een sterk netwerk. Naast erfgoed blijft ook het cultuurhistorisch landschap centraal staan. (zie afspraak 6) Structurele samenwerking tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), OCW en de regio is nodig, zowel voor de monitoring als de communicatie van bevindingen. Het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) speelt hierin een sleutelrol door monitoring en terugkoppeling naar Rijk en regio te faciliteren, zodat erfgoedwaarden richting kunnen blijven geven. De toekomstgerichte uitvoering van de afspraak vereist het doorzetten van de structurele samenwerking. Zo worden ruimtelijke identiteit, landschap, erfgoed en omgevingskwaliteit ook bij de planvormingsfase van gebiedsontwikkelingen meegenomen.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Fiche Basisafspraken
2. Rijk en regio streven er gezamenlijk naar om bij de inzet van beschikbare middelen optimale effectiviteit en doelmatigheid te behalen.
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat de samenhang tussen ruimtelijke opgaven bij de grote ruimteclaims op Zeeland, ook vraagt om een optimale effectieve en doelmatige inzet van beschikbare middelen. Immers ontbreekt momenteel zicht op de inzet van verschillende beschikbare middelen vanuit verschillende overheden voor gebiedsontwikkelingen in Zeeland. Daarmee wordt de meerwaarde en maximale impact van de ingezette middelen nog niet behaald. Daarom streven Rijk en regio ernaar om bij de inzet van beschikbare middelen te streven naar maximale doeltreffendheid, vanuit eensgezinde inzet en coördinatie op de beschikbare middelen voor de te bereiken ruimtelijke doelen. Door meer zicht op de besteding van beschikbare middelen, vergroten we de impact ervan. Strategisch overleg binnen het Rijk en tussen Rijk en provincie is nodig om afstemming mogelijk te maken. Zo kunnen via een integrale aanpak meerdere doelen worden bereikt en wordt de impact van middelen vergroot.
Eerste actie De start is het gezamenlijk opstellen van een werkwijze waarin we de maximale doeltreffendheid en eensgezinde inzet van middelen gaan vormgeven. Daarbij wordt de koppeling gelegd met de beoogde ruimteclaims voor nationale opgaven in Zeeland.
Uitvoering afspraak We maken de koppeling met het toekomstperspectief ‘Zeeland 2050’ en de Regionale Investeringsagenda’s (RIA’s) (instrument in NOVEXgebieden) om meer zicht te krijgen op de beschikbare middelen en de kansen om dit te optimaliseren. Daarnaast benutten we het toekomstperspectief en het financieringsoverzicht voor NOVEXgebieden dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) momenteel opstelt.
7
8
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Fiche Basisafspraken
3. Rijk en regio stemmen voor (toekomstige) doelen in Zeeland, inzet van beschikbaar grondinstrumentarium, elkaars grondposities en deskundigheid af. Met het inzichtelijk maken van wensen en behoeftes dragen we bij aan een optimale afstemming. Dit biedt mogelijkheden om grond als instrumentarium effectiever en strategisch in te zetten en mogelijk zelfs te versterken. Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat voor het realiseren van nationale en provinciale doelen samenwerking op het gebied van grond, nu en in de toekomst, van groot belang is. Deze afspraak draait om het afstemmen van wensen en behoeften en het optimaal benutten van kansen op het gebied van elkaars grondpositie en kennis. Afgelopen periode hebben de betrokken partijen de samenwerking gezocht in de afstemming. Met het opnemen van deze afspraak in het Ruimtelijk Arrangement Zeeland formaliseren we de werkwijze.
Eerste actie Doorzetten van de ontwikkelde werkwijze. Hiervoor benutten we het bestaande driehoeksoverleg en de reguliere werkoverleggen tussen BZK/RVB en de Provincie Zeeland.
Uitvoering afspraak We doen verdere ervaring op met het afstemmen van wensen en behoeften om te komen tot het optimaal benutten van mogelijkheden voor de inzet van elkaars grondposities en kennis om doelen te bereiken.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
9
4. Rijk en regio zorgen voor betere data-uitwisseling, zodat deze meer kan worden gebruikt voor onder andere monitoring en digital twinning. Daar waar sectoraal aanvullende afspraken worden gemaakt, zijn deze leidend. Aanleiding en context Wij maken deze uitvoeringsafspraak omdat nationale en internationale overheden tegenwoordig voornamelijk digitaal werken. Dit heeft impact op de manier waarop informatie wordt opgeslagen. De fysieke leefomgeving wordt tegenwoordig ook digitaal vormgegeven. Het opbouwen van een sterke informatiepositie op basis van feitelijke gegevens (data) is daarbij cruciaal. Daarbij komt het voor dat de manier van dataopslag, de mogelijkheden om data wel of niet te delen, of de beschikbaarheid van gegevens, leiden tot vertragingen en miscommunicatie tussen verschillende overheden. Eén van de overkoepelende doelen van programma NOVEX (waar het Ruimtelijk Arrangement als instrument onderdeel van is), is het verbeteren van de samenwerking tussen Rijk en regio op de ruimtelijke ordening. Goede, passende en snelle data-uitwisseling en een betrouwbare en gedeelde informatiebasis tussen betrokken partijen zijn daarvoor essentieel. Betere uitwisseling van data draagt ook bij aan gelijkmatige werkwijzen en duidelijkere afspraken.
Hierdoor vinden we antwoorden op vragen zoals: meten we in millimeters of in meters? Hoe slaan we de fysieke leefwereld digitaal op? Hoe creëren we een digital twin? Afspraken over data dragen Dit draagt ook bij aan de mogelijkheden om de afspraken in het Ruimtelijk Arrangement te monitoren. Daarnaast draagt de uitwisseling van data bij aan een ruimere beschikbaarheid van data voor onderzoek waarover we afspraken maken in dit Arrangement.
Eerste actie De eerste actie is om zoveel mogelijk kennis op te doen bij Rijk en regio over hoe wij in de huidige situatie omgaan met dataopslag, data delen en het vormen van digital twins. Een aantal specifieke voorbeelden hiervan zijn het Zeeuws Archief, de bestaande digitale tweelingen van de provincie Zeeland en de Footprint Atlas van het North Sea Port District. Daarnaast kunnen we leren van andere provincies die hier al verder mee zijn, zoals de provincie Noord-Brabant.
Uitvoering afspraak Bij de uitwerking van deze afspraken sluiten we aan bij de samenwerking van de provincies in het IPO-programma Digitalisering en de interbestuurlijke meerjarenvisie Zicht op Nederland. Op die manier maken we maximaal gebruik van wat elders al ontwikkeld wordt en borgen we dat de acties onder dit programma voldoen aan provinciale, nationale en Europese afspraken en standaarden. Bij uitvoering van deze afspraak en de uitwerking hoe de uitwisseling van data kan worden verbeterd, is belangrijk om rekening te houden met de openbaarheid en gevoeligheid van de informatie. Voor het Rijk is het belangrijk om kennis op te doen over haar specifieke (on) mogelijkheden in het delen van data, monitoring en voor het creëren van een digital twins. Daarnaast is het bij het creëren van digital twins belangrijk om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van het landschap. Hierbij kan ook de relatie gelegd worden met het grondbeleid.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
10 Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit
5. De bij 1a genoemde gebiedsbiografieën worden mede ingezet om te onderzoeken welke nog niet beschermde vormen van erfgoed en objecten we van belang vinden voor de identiteit en het verhaal van Zeeland en hoe we deze kunnen behouden voor de toekomst. Daarbij onderzoeken we hoe dit erfgoed en de kennis over het erfgoed in combinatie met water en bodem benut en ingezet kan worden ten behoeve van klimaatadaptatie. Daarmee wordt het erfgoed toekomstbestendiger gemaakt ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie. Aanleiding en context
Uitvoering afspraak
Wij maken deze onderzoeksafspraak omdat erfgoed en objecten, die van belang zijn voor de identiteit en het verhaal van Zeeland, momenteel nog niet altijd goed beschermd zijn. Daardoor is ons erfgoed kwetsbaar voor toekomstige ontwikkelingen, zoals klimaatverandering. We onderzoeken daarom welke vormen van erfgoed en objecten aanvullend beschermd moeten worden en op welke manier we dit kunnen doen.
Uit de inventarisatie met prioritering volgt een lijst van de beschermde vormen van erfgoed en objecten die van belang zijn voor de identiteit en het verhaal van Zeeland. Er ontbreekt nu ook een strategie om deze bestendig te maken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarom is een belangrijke vervolgstap om een strategie op te stellen die handen en voeten geeft aan het bestendig maken van erfgoed en objecten. Hierbij kijken we specifiek hoe erfgoed benut en beschermd kan worden bij maatregelen voor klimaatadaptatie. Hoe dit precies vormgegeven wordt en welke tijdlijn hieraan hangt, zal later volgen. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de eerste stap (inventarisatie).
Eerste actie De eerste actie is een regionale inventarisatie van kennis die er al is over het erfgoed van Zeeland, waarbij we voortbouwen op Zeeuwse Ankers. Ook brengen we de impact van het water- en bodemsysteem op ons erfgoed in kaart, zodat we zicht krijgen op de kansen en mogelijkheden voor maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie en klimaatbestendig erfgoed. Vervolgens maken we een concreet plan hoe we dit erfgoed bestendig gaan maken voor toekomstige ontwikkelingen. We maken hierbij voor een lijst die de prioritering van de te beschermen vormen van erfgoed en objecten aangeeft, omdat niet alles kan worden beschermd. Een belangrijk aandachtspunt is dat bij het prioriteren een representatieve groep meedenkt.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
11
Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit
6. OCW en de provincie Zeeland werken samen aan heldere en wederkerige procesafspraken over een effectieve (kwaliteitsverhogende) doorwerking van erfgoedbeleid bij ruimtelijke en andere gerelateerde opgaven. Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat het Rijk bij ruimtelijke opgaven goed opdrachtgever is en cultureel erfgoed daarom in een vroeg stadium bij de planvorming, uitvoerings-, inrichtings- en beheervraagstukken van ruimtelijke ontwikkelingen betrekt. Hiervoor worden passende instrumenten ingezet zoals de gebiedsbiografie en ontwerpend onderzoek. We kiezen daarbij vanaf de start voor een ontwikkelingsgerichte en erfgoedinclusieve benadering van de ruimtelijke opgaven, die inzet op de realisatie van transities met oog voor de bestaande kwaliteiten van gebieden en met de juiste schaal en vormgeving. OCW en de provincie Zeeland werken daarvoor samen aan heldere en wederkerige procesafspraken over een effectieve (kwaliteitsverhogende) doorwerking van erfgoedbeleid bij ruimtelijke en andere gerelateerde opgaven.
Eerste actie Voor een selectie van waardevolle landschappen zullen Rijk en provincie de kernkwaliteiten uitwerken. Het Rijk zal rekening houden met deze kernkwaliteiten in rijksprogramma’s en projecten, met als doel het duurzame kwaliteitsperspectief van deze waardvolle landschappen te vergroten en de koppelkansen te benutten. Het Rijk houdt wat betreft de staat van het cultureel erfgoed (inclusief cultuurlandschap) vinger aan de pols met behulp van de erfgoedmonitor, de monitor landschap, de PBL-planmonitor NOVI en de Monitor NOVI.
De provincie Zeeland werkt waar dat nog niet is gebeurd, uit wat de gebiedsspecifieke landschappelijke kwaliteiten en onderliggende waarden zijn.We leggen deze conform de Omgevingswet vast in ruimtelijk beleid en zorgen ervoor dat er bij de ruimtelijke opgaven rekening wordt gehouden met cultureel erfgoed en landschapskwaliteiten. Specifiek voor Zeeland voor de selectie waardevolle landschappen van het Rijk: • Bepalen we in overleg met het Rijk de begrenzing en de kernkwaliteiten; • Borgen we dit in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en • Laten dit doorwerken in de gemeentelijke omgevingsplannen.
Uitvoering afspraak OCW en Zeeland onderzoeken samen hoe gemeenten ondersteund kunnen worden bij de verankering van cultuurlandschappelijke waarden in omgevingsplannen en -visies. OCW zet hiervoor Erfgoed en Overheid in en heeft daarnaast handreikingen, good practices en voorbeeldregels ter beschikking. Waar dit reeds gebeurd is, continueren we dit beleid.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
12 Fiche Leefbare steden en regio’s
7. Rijk en provincie geven gezamenlijk invulling aan de toekomstige woningbouwopgave en -ambities richting 2050, welke samengaan met andere ruimtelijke belangen. 7a. Rijk en provincie Zeeland zetten gezamenlijk in op de spiraal van groei, waarmee we streven naar het behoud van het voorzieningenniveau. Dit zal in relatie staan tot de processen van het grensoverschrijdende NOVEX-gebied North Sea Port District, haar Uitvoeringsagenda en de keuzes die worden gemaakt in de Nota Ruimte, zoals de ruimtelijke strategie voor onderscheidende regionale ontwikkeling. 7b. Rijk en provincie werken samen aan een ontwikkelstrategie met accent op verstedelijking richting 2050 om ten minste de ambitieuze lijn van de Woondeal verder door te trekken, passend bij de vele ontwikkelingen binnen en buiten het NOVEX-gebied North Sea Port District (zoals het justitieel complex, haven gerelateerde ontwikkelingen en de energietransitie). Deze groei richt zich op zowel de Zeeuwse steden (verstedelijking) als de regiokernen, en van de dorpen tot het platteland. De ontwikkelstrategie heeft als doel om de leefbaarheid en de voorzieningen in de provincie op peil te houden. Daarin wordt ook aandacht besteed aan vraagstukken op het gebied van water en bodem, bereikbaarheid, energie en klimaat, en groen en recreatie. 7c.
Regio en Rijk spreken af gezamenlijk tot een strategische agenda te komen in het kader van ‘Zeeland 2050’. 7d. Binnen het proces waarin Rijk en provincie gezamenlijk invulling geven aan de toekomstige woningbouwopgave en -ambities richting 2050, kunnen eveneens kansen voortkomend uit aanpalende trajecten en onderzoeken worden betrokken die bijdragen aan de toekomstbestendigheid en leefkwaliteit van de woningvoorraad. Een voorbeeld hiervan vormen de mogelijke kansen voortkomend uit de Wijkaanpak.
.
7e. Rijk en regio benadrukken het belang van Rijksbrede betrokkenheid voor het invullen van de belangrijke voorwaarden voor de realisatie van woningbouw in Zeeland. Rijk en regio spreken af daarvoor gezamenlijk invulling te blijven geven aan de realisatie van de woningbouwambities, waaronder de Woondeal en de Woontopafspraken van 11 december 2024.
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak met daaronder een vijftal procesen uitvoeringsafspraken omdat het van groot belang is voor Zeeland om de leefbaarheid en leefkwaliteit voor haar inwoners te behouden en te versterken. In de steden en de dorpen, in de kernen en het platteland. Het behouden van deze hoogwaardige leefkwaliteit en het stimuleren van gezonde groei van Zeeland, in combinatie met de nationale opgaven die voor Zeeland voorliggen, vraagt Rijksbrede betrokkenheid op de van toepassing zijnde tafels. Rijk en regio werken daarom samen aan een ontwikkelstrategie, met het accent op ontwikkeling richting 2050. Gezamenlijke invulling van de toekomstige woningbouwopgave- en ambities richting 2050 zorgt voor integrale afstemming met andere ruimtelijke opgaven zoals wonen, mobiliteit, voorzieningen en economie. Het uitgangspunt is daarbij gezamenlijk invulling te blijven geven aan de realisatie van de reeds afgesproken woningbouwambities en acties ter bevordering van de woningbouw, zoals opgenomen in onder andere de Woondeals en de Woontopafspraken van 11 december 2024. Met erkenning van ieders eigen rol en verantwoordelijkheden, waarbij aandacht is voor de noodzakelijke randvoorwaarden behorende bij de woningbouwopgave en te blijven werken aan passende oplossingen.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
13
Uitvoering afspraak Leefkwaliteit en gezonde groei bestaat daarnaast uit meer dan de woningbouwopgave, en gaat bijvoorbeeld ook over voorzieningen, cultuur en zorg. Vanuit dit brede verband spreken Rijk en Regio af om gezamenlijk tot een strategische agenda te komen onder de naam ‘Zeeland 2050’. Met deze afspraken in het Ruimtelijk Arrangement creëren we inzicht in de samenhang tussen woningbouw, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid van en in de provincie in de nabije en verdere toekomst. Daarbij is de bereikbaarheid van werklocaties en de economische ontwikkeling van de provincie (industrie, landbouw etc.), en de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen in relatie tot behoeftes van (nieuwe) bewonersdoelgroepen een belangrijk aandachtspunt. Met de afspraken wordt de leefkwaliteit in de provincie versterkt.
Eerste actie De eerste actie is om met het Rijk samen te werken aan een ontwikkelstrategie richting 2050, waarin de ambitieuze lijn van de Woontop verder wordt doorgetrokken. Zeeland en Rijk leveren een startdocument met een duidelijk verhaal en een gedeelde visie op de opgave. De verschillende deelafspraken worden hierin waar mogelijk opgenomen. Ook kansen uit de praktijk die zich nu voordoen, zoals de inzet van de Wijkaanpak voor het voorkomen van problematiek, worden uitgewerkt. Wij benutten daarbij mogelijke kansen die voortkomen uit de economische ontwikkeling, klimaatadaptatie en energie- en grondstoffentransitie. Ten aanzien van de bredere (ruimtelijke) opgaven voor Zeeland spreken Rijk en regio af om gezamelijk tot een strategische agenda te komen in het kader van Zeeland 2050, die in het vierde kwartaal van 2025 wordt afgerond. Deze samenwerking bestaat uit het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO), de Provincie Zeeland en de departementen VRO, KGG, IenW, BZK, EZ, VWS, OCW en LVVN.
De Zeeuwse gemeenten zijn belangrijke partners in dit proces, aangezien de ontwikkelstrategie zich richt op zowel de Zeeuwse steden (verstedelijking) als de regiokernen, en van de dorpen tot het platteland. Immers heeft de ontwikkelstrategie als doel om de leefbaarheid en voorzieningen op peil te houden. Daarom betrekken wij alle Zeeuwse gemeenten in een gedegen proces om tot de verstedelijkingsstrategie te komen. Wij dragen zorg voor eigenaarschap, organisatiekracht, een trekker en een kopgroep vanuit de Zeeuwse gemeenten. Zo komen we tot concrete plannen. We sturen op een gedeelde visie vanuit Zeeland, en nemen deze mee in het gesprek met het Rijk om tot een passende ontwikkelstrategie te komen. Wij benadrukken het belang van Rijksbrede betrokkenheid voor het invullen van de belangrijke voorwaarden voor de realisatie van de woningbouw conform de afspraken van de Woondeal en de herbevestiging van de Woontop, waaronder de financiering van onrendabele toppen, structurele financiering van extra ambtenaren, drinkwater beschikbaarheid, infrastructuur voor energie en bereikbaarheid en stikstofruimte en gezamenlijk te blijven werken aan passende oplossingen, zoals in de Woondeal en de Woontopafspraken van 11 december 2024 is afgesproken.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
14 Fiche Leefbare steden en regio’s
8. Rijk en regio gaan rond de tafel om met tijdelijke huisvestingsmaatregelen vervolgens permanente woningbouw, voorzieningen, essentiële infrastructuur, en bereikbaarheid en nabijheid te realiseren en te versterken. Aanleiding en context
Uitvoering afspraak
Wij maken deze onderzoeksafspraak omdat tijdelijke huisvestingmaatregelen nodig zijn voor de realisatie van een aantal nationale opgaven die kunnen landen in Zeeland. Het inzetten op permanente woningbouw, in plaats van het omzetten van tijdelijke voorzieningen, en de bijbehorende kans voor de doorontwikkeling van voorzieningen en bereikbaarheidsmaatregelen draagt bij aan de verbetering van de leefkwaliteit in Zeeland. Het omzetten van tijdelijke huisvesting naar permanente huisvesting is een duurzame bijdrage aan het landelijk woningtekort en biedt in Zeeland kansen om de leefkwaliteit te versterken. Deze omslag vraagt een integrale werkwijze waarbij nu al wordt nagedacht over de potentie van tijdelijke maatregelen richting de toekomst .
We onderzoeken samen wie kan fungeren als trekker, zodat na de brede inventarisatie van kansen en mogelijkheden van tijdelijke maatregelen, concrete acties voor het omzetten tot permanente verbeteringen worden georganiseerd. Dit kan via rondetafelgesprekken, met als doel om heldere kaders op te stellen voor tijdelijke huisvestingsmaatregelen. Hiermee wordt vroegtijdig richting gegeven aan de realisatiefase van nationale opgaven in Zeeland. We sturen op een ambtelijk concept begin 2026.
Eerste actie De eerste actie is om scherp te krijgen welke nationale opgaven tijdelijke huisvestingsmaatregelen vragen. Hierna onderzoeken we welke koppelkansen vanuit regionale opgaven, bereikbaarheid en voorzieningen gecombineerd kunnen worden aan deze tijdelijke maatregelen.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
15
Fiche Leefbare steden en regio’s
9. Rijk en regio zetten zich in om mensen economisch en sociaal deel te kunnen laten nemen aan de maatschappij. We spreken af dat het Rijk samen met de provincie gebiedsgericht uitwerking geeft aan het programma ‘Bereikbaarheid op peil’, zoals bij het opstellen van regionale bereikbaarheidsprofielen. 9a. Rijk en regio doen onderzoek naar de invloed van het woonbeleid, het voorzieningenbeleid en het mobiliteitsbeleid op de leefkwaliteit en op het voorzieningenniveau in de regio. Op het niveau van het rijk en de regio dragen daar de verantwoordelijke partners van de verschillende domeinen aan bij: zowel het fysieke domein (ruimtelijke ordening, mobiliteit, landbouw, economische zaken) als het sociale domein (zorg, onderwijs, sociale zaken). 9b. Rijk en regio maken op basis van deze onderzoeken maatwerkafspraken over maatregelen die bijdragen aan bereikbaarheid van het voorzieningenniveau in relatie tot de ruimtelijke ordening, het voorzieningenbeleid en het mobiliteitsbeleid.
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat het van groot belang is voor Zeeland om de leefbaarheid en leefkwaliteit voor haar inwoners te behouden. Rijk en regio zetten zich daarbij in om mensen economisch en sociaal deel te kunnen laten nemen aan de maatschappij. Daartoe is de aanwezigheid en een goede bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen (zoals scholen, ziekenhuizen, winkels), van banen en van goederen een voorwaarde. Ook is het bewaken van het voorzieningenniveau boven de kritische ondergrens hiervoor cruciaal. Om hierop te kunnen sturen, onderzoeken we hoe deze kritische ondergrens is te definiëren, en wat het behoud van deze kritische ondergrens voor Zeeland betekent. Ook benutten we hiervoor het programma ‘Bereikbaarheid op peil’, waarmee het Rijk met de regio’s inzet op het inzichtelijk maken wat nodig is om de bereikbaarheid te behouden en waar nodig te verbeteren. Hierbij is er grote samenhang met het ruimtelijke ordeningsbeleid. We gebruiken hiervoor het in ontwikkeling zijnde bereikbaarheidspeil, die ontwikkeld wordt door het Rijk als
uitwerking van de Mobiliteitsvisie 2050. Het bereikbaarheidspeil is een aanvullende methodiek om de staat van de bereikbaarheid van voorzieningen te bewaken. Het gaat daarbij om het op peil houden of brengen van de bereikbaarheid van de belangrijkste voorzieningen en banen en om de leveringszekerheid van essentiële goederen. Dit bereikbaarheidspeil heeft daarmee een signaleringsfunctie, waarbij we de methodiek toepassen op de Zeeuwse context. Signalen uit het bereikbaarheidspeil vormen de aanleiding om opgaven rondom voorzieningen aan te pakken.
Eerste actie We spreken af dat het Rijk samen met Zeeland gebiedsgericht uitwerking geeft aan het programma ‘Bereikbaarheid op peil’, zoals bij het opstellen van regionale bereikbaarheidsprofielen. Specifiek in Zeeland spelen daarvoor belangrijke opgaven, zoals woningbouw en de bereikbaarheid van voorzieningen die onder druk staat (conform het nationaal programma Vitale Regio). Hiervoor zal in het najaar van 2025 in het MIRT-overleg een plan van aanpak door Rijk en Zeeland worden gepresenteerd, om uitwerking te geven aan dit programma. Belangrijke acties zijn het uitzetten van de twee onderzoeken over de kritische ondergrens en de invloed van woonbeleid op het voorzieningenniveau. Succesfactoren voor deze onderzoeken zijn heldere afspraken over de kaders en het schaalniveau. Ook benutten we reeds bekende informatie en onderzoeken uit de regio.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
16
Uitvoering afspraak Voor het behouden van het voorzieningenniveau is een integrale blik noodzakelijk. Daarom onderzoeken we ook de invloed van het woonbeleid, het voorzieningenbeleid en het mobiliteitsbeleid op de leefkwaliteit en het voorzieningenniveau. De resultaten van de onderzoeken dragen daarbij bij aan de benodigde definitievorming en vergroten onze actuele kennis over de samenhang tussen beleidsdomeinen. De resultaten geven richting aan de maatwerkafspraken met het Rijk om het voorzieningenniveau in Zeeland te verbeteren. Op basis van deze informatie en de Zeeuwse context, komen we tot maatwerkafspraken over het voorzieningenniveau, en bijbehorende nabijheid en bereikbaarheid. Vanuit het Rijk wordt actief de samenwerking met de regio gezocht, en waar mogelijk sluiten we aan bij Elke Regio Telt, ander (rijks)beleid en investeringslogica op Rijksniveau. Elke Regio Telt is een lopend traject met het Rijk en de Zeeuws-Vlaamse gemeenten.
Is (zeer) tevreden met voorzieningen (% inwoners)* Winkels voor dagelijkse levensbehoeften Overige winkels Scholen Zorgvoorzieningen
Om te komen tot deze afspraken is vertegenwoordiging vanuit de verschillende Zeeuwse gemeenten van belang. Trekkers vanuit de gemeenten gaan samen met provincie en het Rijk in gesprek. Hiervoor worden de resultaten vanuit de onderzoeken benut. Deze worden half 2025 verwacht. Halverwege 2026 hebben Rijk en regio vervolgens maatwerkafspraken gemaakt over het behoud van het voorzieningenniveau in Zeeland.
Sportvoorzieningen (zaal, veld, zwembad) Culturele voorzieningen (musea, voorstellingen, concerten) Vrijetijdsvoorzieningen Speeltuin voor kinderen Openbare ontmoetingsplekken 0%
20%
40% 50% 60%
Bron: Bereikbare voorzieningen - Leven in Zeeland (2021)
Beeld rechts: De Oude Molen - Bron: www. beeldbank.zeeland.nl, Ria Overbeeke
80%
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
17
18
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
19
Fiche Energie en (circulaire) economie
10. Rijk en regio brengen de impact van huidige keuzes in de energie- en grondstoffentransitie voor de ruimtelijke economische keuzeruimte voor Zeeland van de komende tien tot twintig jaar in beeld (conform de Zeeuwse werkwijze). 10a. Rijk en regio blijven doorlopend in gesprek over fysieke aanpassingen aan het energiesysteem in Zeeland en het nationale netwerk, om zicht te houden op de ruimtelijke consequenties vanaf 2030. 10b. Rijk en regio zetten schetsateliers/ontwerpend onderzoek in voor het besluitvormingsproces over de uitbreiding van het energiesysteem in Zeeland. Dit om gezamenlijke keuzes over ruimtelijke prioriteringen en afwegingen inzichtelijk te maken. 10c. Rijk en regio spreken af dat het onderwerp van inpassing van de toekomstige energiesystemen, niet alleen in het algemeen maar ook in het bijzonder voor Zeeland, wordt meegenomen in de herijking van het Programma Energie Hoofdstructuur. Het doel hiervan is een optimale inpassing van het toekomstig energiesysteem in het Zeeuwse landschap mogelijk te maken. 10d. Rijk en provincie Zeeland continueren het gezamenlijk uitdragen van het belang, de omvang en de toenemende ruimtelijke impact van de energietransitie naar inwoners en bedrijven. 10e. Rijk en provincie Zeeland spreken af om de ruimtelijke staat van de buisleidingstroken in kaart te brengen en monitoring hiervan vorm te geven. 10f.
Rijk en provincie Zeeland blijven met elkaar in gesprek over het realiseren van voldoende ruimte (fysiek en milieu) voor economie en energie voor het industriële cluster Zeeland/ West-Brabant. 10g. Rijk en medeoverheden spannen zich in om meer fysieke ruimte te creëren voor functies met een hoge milieucategorie. Het Rijk onderzoekt hiervoor of er regelgeving m.b.t. minimale milieucategorie kan worden opgesteld, zodat provincies en
gemeenten meer instrumenten hebben om te sturen op de invulling van bedrijvigheid in de industrieclusters. 10h. Rijk en provincie hanteren geen algeheel moratorium op grootschalige batterijen. 10i. Rijk en provincie gaan met elkaar in gesprek over de nationale ruimtelijke opgave voor de diepe ondergrond. Middels landsdekkende regiosessies wordt ook de regionale ruimtelijke opgave in beeld gebracht voor ondergrondse activiteiten op het gebied van energie, zoals geothermie en ondergrondse opslag van waterstof.
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak met daaronder een aantal procesen uitvoeringsafspraken om grip te krijgen op de impact van het toekomstig energiesysteem op de ruimtelijk (economische) ontwikkelruimte van Zeeland. De energie- en grondstoffentransitie gaan gepaard met uitbreidingen van de energie-infrastructuur, zoals hoogspanning, aanlanding Wind op Zee en de mogelijke komst van nieuwe kerncentrales. Dit heeft grote impact op de fysieke leefomgeving in Zeeland. Daarnaast betekent de sectorale sturing op de energie- en grondstoffentransitie dat afwegingen met andere ruimtelijke opgaven en doelen momenteel nog beperkt worden gemaakt. Om zorgvuldig sturing te kunnen geven aan de nationale opgaven die landen in Zeeland, is het belangrijk om inzicht te krijgen in de impact van keuzes op de ruimtelijke ontwikkelrichtingen in Zeeland voor de komende tien tot twintig jaar. Dit vraagt integrale afwegingen over de inpassing van het energiesysteem. Wij werken hiervoor conform de Zeeuwse werkwijze (H1, Basisafspraak 1) en maken de uitvoeringsafspraak om de hierbij horende werkwijze van ontwerpend onderzoek te benutten.
20
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Eerste actie De eerste actie is doorlopend in gesprek blijven over fysieke aanpassingen aan het energiesysteem. Middels de Zeeuwse werkwijze starten wij met gebiedsgerichte ontwerpateliers (ontwerpend onderzoek) waarmee de aanpassingen aan het energiesysteem in samenhang met andere opgaven worden onderzocht. In dit onderzoek zijn onder andere de gebiedsbiografieën en de Energievisie Zeeland belangrijke (ruimtelijke) uitgangspunten.
Uitvoering afspraak Vaste overleg-, afstem- en beslismomenten zijn noodzakelijk. Hiermee kunnen de noodzakelijke gezamenlijke keuzes gemaakt worden, die door het ontwerpend onderzoek zijn geprioriteerd. Afspraken over het mogelijk gebruik van scenario’s in het ontwerpend onderzoek, keuzes over het schaalniveau (thematisch, gebiedsgericht, detailniveau), besluitvorming, verantwoordelijkheden, en de verhouding van ontwerpend onderzoek tot voorkeursbeslissing zijn belangrijke succesfactoren. Onderzoek hoe ontwerpend onderzoek onderdeel kan worden van de projectprocedures en daarin juridisch geborgd kan worden, is onderdeel van deze afspraak. Eveneens spreken we af dat de integrale afwegingen over de inpassing van het toekomstig energiesysteem in Zeeland onderdeel zijn van de herijking van het programma Energie Hoofdstructuur. Vanuit de handelingsperspectieven uit het onderzoek ‘ruimte voor verduurzaming industrie’ is het beschermen wat er nu aan ruimte aanwezig is van belang. Rijk en provincie Zeeland blijven met elkaar in gesprek over het realiseren van voldoende ruimte (fysiek en milieu) voor economie en energie voor het industriële cluster in Zeeland. Woningbouw wordt bij voorkeur op grotere afstand van industriegebieden gepland.
Voor ontwerpend onderzoek naar de optimale inpassing van het toekomstige energiesysteem, voor zover het gaat om nationale doelen die invulling krijgen in Zeeland, is onderzoeksbudget beschikbaar. Randvoorwaardelijk voor het ontwerpend onderzoek is dat partijen de juiste beslisinformatie aanleveren, zodat op bestuurlijk niveau de juiste keuzes kunnen worden gemaakt. De Zeeuwse werkwijze met overleg tussen Rijk en provincie is een doorlopend en continue proces. Het resultaat van het ontwerpend onderzoek is een helder beeld over de vraag en het aanbod in het energiesysteem richting 2050, en inzicht in de transport- en opslagbehoefte. Daarmee kan het energiesysteem zorgvuldig en in samenhang met huidige opgaven worden ingepast. Daarbij hanteren Rijk en provincie geen algeheel moratorium (geheel verbod) op grootschalige batterijen. Richting het volgende Ruimtelijk Arrangement maken we afspraken over onder andere een doorbraakpakket.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
21
Fiche Energie en (circulaire) economie
11. Alle overheidslagen werken samen aan het beperken van de externe effecten van het vervoer van gevaarlijke stoffen. 11a. Rijk en regio blijven samen de ontwikkelingen van de energietransitie, waaronder waterstof(dragers) volgen, zodat effecten op ontwikkelingen in de leefomgeving leiden tot goede beslisinformatie, dat vervolgens de basis is voor afgewogen keuzes en eventuele vervolgacties
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat de externe veiligheid rond het spoor in Zeeland momenteel onder druk staat. Het recente routerings-besluit1 van het Rijk heeft weinig betekenis voor Zeeland, omdat er in Zeeland slechts één spoor beschikbaar is. Duidelijkheid over de afweging tussen transport van gevaarlijke stoffen enerzijds, en het realiseren van andere maatschappelijke opgaven (zoals woningbouw) anderzijds, is belangrijk. Immers is het voor decentrale overheden een uitdaging om rekening te houden met de externe effecten van goederenvervoer. Dat geldt met name bij de verstedelijkingsopgave en goederenvervoer over spoor, en in bepaalde gevallen over water, in het bijzonder van gevaarlijke stoffen. De consequenties hiervan worden met name gevoeld op lokaal en/ of regionaal niveau. Dit komt door toenemend waterstoftransport, onder andere via waterstofdragers zoals ammoniak, vanuit North Sea Port en aanverwante industriële ontwikkelingen. Duidelijkheid schept helderheid over de belemmeringen voor andere opgaven en houdt rekening met externe veiligheid in de huidige situatie. Daarom spreken wij af dat alle overheidslagen samenwerken aan het beperken van de externe effecten van het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Eerste actie Rijk en regio blijven samen de ontwikkelingen van de energie- en grondstoffentransitie, waaronder waterstof(dragers) volgen, zodat effecten op ontwikkelingen in de leefomgeving leiden tot afgewogen keuzes en vervolgacties. We maken afspraken met het Rijk hoe veilige woningbouw rond het spoor kan worden gerealiseerd, vanwege externe veiligheid van gevaarlijke stoffen. Immers betreft het hier verschillende bevoegdheden. Naast de inzet vanuit verschillende gemeenten om zo snel mogelijk vanuit het Rijk meer duidelijkheid over veilige woningbouw rond het spoor te verkrijgen, leggen we met
deze afspraak de basis voor samenwerking met het Rijk rondom toekomstige oplossingen, zoals transport via buisleidingen, die bijdragen aan externe veiligheid.
Uitvoering afspraak De Nota Ruimte vormt de basis waar integrale regio-overstijgende langetermijnafwegingen worden gemaakt over ruimte voor economische bedrijvigheid, voor maatschappelijke functies, voor vervoer en voor woningbouw. Deze ruimtelijke functies leveren vervoersbewegingen op, waaronder vervoer met gevaarlijke stoffen. De ruimtevraag is een resultaat van de herkomst en bestemming hiervan. Het is dus niet mogelijk om afspraken hierover met de provincies afzonderlijk te maken. Er bestaan diverse overlegstructuren en tafels waar rijk en decentrale overheden in gesprek zijn over onderdelen van het goederenvervoerbeleid: de beleidsagenda goederenvervoer, het Platform Spoorgoederenvervoer en leefomgeving en het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer. Hier worden externe effecten op de leefomgeving van goederenvervoer in samenhang besproken. als de uitkomsten daartoe aanleiding toe geven, omdat het het transport door Zeeland betreft, wordt het ook bestuurlijk besproken op de landsdelige BO’s Leefomgeving en BO’s MIRT. Het Rijk blijft zich inzetten om de externe effecten van goederenvervoer op de leefomgeving waar mogelijk te beperken. Voor Zeeland is het van belang scherp te krijgen wat de keuzes zijn voor veilig transport van waterstofdragers per buisleiding of transport per schip.
We kijken wat de Nationale Strategie betekent voor Zeeland en leggen daarmee de knelpunten en consequenties op tafel. Vervolgens maken we vanwege het nationale belang van waterstof, op basis van de knelpunten en consequenties vervolgafspraken met het Rijk. Het uitgangspunt hierbij is een actieve rol en medewerking van de betrokken ministeries om gezamenlijk met de provincie Zeeland en de betrokken gemeenten inzichtelijk te maken wat de (toekomstige) volumes voor transport zijn, en de impact daarvan, om te blijven onderzoeken op welke manier de aanleg van een ammoniakbuisleiding kan worden gerealiseerd. : Het doel van het Routeringsbesluit is waar mogelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen te verschuiven naar de Betuweroute om op die manier de overschrijdingen van de risicoplafonds aan te pakken. Bron: http://www.internetconsultatie.nl/routeringsbesluit_gevaarlijke_stoffen_spoor
1
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
22 Fiche Landelijk gebied
12. Rijk en regio geven duidelijkheid over de rol van Zeeland in de voedselproductie.
Eerste actie 12a. Rijk en regio brengen aan de hand van klimaatscenario’s in beeld wat de uitdagingen op korte, middellange en lange termijn zijn voor de landbouw. Hiermee maken we inzichtelijk wanneer we op ontwikkelingen moeten inspringen in de tijd.
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat agrariërs en provincie grote behoefte hebben aan duidelijkheid over hoe de toekomst eruitziet voor de huidige (vormen van) landbouw. Vanwege de invloed van verschillende (externe) factoren, zoals zoetwaterbeschikbaarheid en de ontwikkeling van de afzetmarkten, is een goed beeld over de mogelijkheden op korte, middellange en lange termijn gewenst. Om hierover duidelijkheid te krijgen, is het nodig dat het Rijk een uitspraak doet over de gewenste schaalgrootte van landbouwbedrijven en -productie. Om deze uitspraak te kunnen doen, brengen Rijk en regio hiervoor de gezamenlijke kennis en kunde bij elkaar. We zorgen hierdoor voor sociaaleconomisch perspectief voor de Zeeuwse agrariërs. Het Rijk herkent de oproep van mede overheden voor wederzijdse steun in het maken van ruimtelijke keuzes en het belang van begrip en ruimte voor het daarvoor benodigde proces. Voortbouwend op de vervolgbrief Ruimte voor Landbouw en Natuur (RLN) van minister Wiersma en de ontwerp-Nota Ruimte, wordt de richting voor ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur de komende periode bepaald. Dit zal de komende maanden verder vorm krijgen.
Een eerste stap naar perspectief voor Zeeuwse agrariërs is een duidelijke definitie van wat het Rijk verstaat onder hoogwaardige landbouw, en het gezamenlijk bepalen van de rol van Zeeland in de voedselproductie en binnen het landelijk perspectief voor Nederland. In het BO Landelijk Gebied van 28 maart 2025 zijn afspraken gemaakt over de betrokkenheid van provincies bij de uitwerking van RLN en de gerelateerde ruimtelijke keuzes. In de komende periode start op ambtelijk niveau een verkenning hoe ruimtelijke sturing vanuit verschillende overheden vormgegeven kan worden. Het Rijk en de provincie Zeeland blijven in gesprek over de uitwerking van de ruimtelijke keuzes in het landelijk gebied.
Uitvoering afspraak Daarnaast stellen we als provincie vast wat wij willen produceren in Zeeland. Dat doen wij door een duidelijk en gezamenlijk beeld over de wensen uit de regio te creëren. Belangrijke aspecten hierbij zijn bijvoorbeeld leefomgeving, vitaliteit en andere regionale prioriteiten. Door middel van het opzetten van regiobedrijven als pilotgebieden of experimenten hebben we mogelijkheden om te onderzoeken of we inzetten op hoogwaardige kwaliteit, en of er ambitie is om een specifiek regioproduct te ontwikkelen. Bij de uitvoering van deze afspraak is het belangrijk om marktwerking en de rol van Zeeland hierin continu in ogenschouw te houden. Daarnaast maken wij de onderzoeksafspraak om onderzoek naar de uitdagingen voor de landbouw aan de hand van klimaatscenario’s. Dit maakt inzichtelijk wanneer keuzes nodig zijn om in te springen of bij te sturen op ontwikkelingen. Onder andere deze aspecten zijn belangrijke bouwstenen voor het handelingsperspectief voor de toekomstige landbouwproductie in Zeeland.
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Fiche Landelijk gebied
13. Rijk en regio nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen meekoppelkansen mee voor het realiseren van groenblauwe dooradering (GBDA), het herstel van hydrologie (moerassen) en natuurherstel. Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak omdat grote landelijke projecten, zoals de doorontwikkeling van het energiesysteem en mogelijke waterstofontwikkeling, maar ook de toenemende ruimtevraag van recreatie en toerisme, impact hebben op het Zeeuwse landelijk gebied. Vanwege de beperkte ruimte en de noodzaak om leefkwaliteit te versterken, kunnen deze ruimtelijke opgaven niet zonder integrale benadering en een goede groenblauwe dooradering (GBDA) worden gerealiseerd. Voor een gezonde fysieke leefomgeving, zijn het GBDA, natuurherstel en het herstel van hydrologie randvoorwaardelijk. We doen dit door het opzetten van een natuurnetwerk en een basisstrategie om deze te verbeteren .
Eerste actie Onze eerste actie is om een duidelijke definitie van de ruimtelijke kwaliteit van een groenblauwe dooradering vast te stellen. Daarbij is het belangrijk dat het Rijk actief aansluit bij de lopende pilots in Zeeland om betrokkenheid en samenwerking te versterken. We starten daarom samen met de pilot Groenblauwe Dooradering in Reimerswaal, waarbij het Rijk meedenkt en bijdraagt aan de uitvoering.
Uitvoering afspraak Voor uitvoering van deze afspraak gaat provincie in gesprek met het Rijk om de normen van een groenblauw netwerk te bepalen. Dit zal waarschijnlijk via het gebiedsprogramma van de provincie verlopen en mogelijk ook via het Nationaal Hervormingsprogramma (NHV).
23
24
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
Fiche Landelijk gebied
14. Rijk en provincie zetten in op het duurzaam in balans brengen van watervraag en -aanbod, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met toekomstige watervragers, zoals grootschalige woningbouw, industrie, verblijfsrecreatie etc. 14a. Daarvoor onderzoeken we de huidige balans van de totale zoetwatervraag en die van de toekomst. Hiervoor kijken we naar de jaargemiddelden en door het jaar heen. 14b. Rijk en regio starten met een gedeelde analyse over de knelpunten van de zoetwaterbalans. 14c. Specifiek voor zoetwaterbeschikbaarheid in het heden, maken Rijk en regio de volgende afspraak: 14c-1. Rijk en regio pakken de uitkomsten van het onderzoek ‘Verdieping beschikbaarheid zoetwater en vermindering stikstof’ op. 14c-2. Rijk en regio spreken nader over de juridische status van regenwater en water in de ondergrond, en koppelen deze aan het zoetwater afwegingskader (in de maak) als hulpmiddel bij het verdelingsvraagstuk voor verschillende watervragers. 14c-3. Rijk en regio nemen geen-spijt maatregelen om efficiënt met regenwater om te gaan door opslag, hergebruik en besparing van (gebiedseigen) water. 14d. Specifiek voor toekomstige watervragers waarvan we nu al weten dat deze impact heeft op de toekomstige zoetwatervraag binnen Zeeland, maken Rijk en regio de volgende afspraken: 14d-1.
Grootschalige woningbouw: i Rijk en provincie onderzoeken op welke wijze drinkwaterbeschikbaarheid meegenomen kan worden als randvoorwaarde bij nieuwe ontwikkelingen van de woningbouw. ii Rijk en regio onderzoeken samen of er aanvullende afspraken nodig zijn om drinkwaterbedrijven vroegtijdig te betrekken bij de planvorming voor grootschalige woningbouw, zodat de drinkwatervoorziening afgestemd kan worden op een toenemende vraag en/of (drink) waterbesparing onderdeel kan zijn bij de bouw van
woningen in regio’s waar een drinkwatertekort dreigt. Daarmee wordt gevraagd om rekening te houden met toekomstige ruimtelijke reserveringen voor drinkwaterwingebieden en aanvullende infrastructuur. Zo wordt tijdig een koppeling gemaakt tussen de nieuwe woningbouw en de drinkwatervraag die daaruit voortkomt. 14d-2. Industrie: i Vooruitlopend op de gedeelde analyse over knelpunten van de zoetwaterbalans wordt door Rijk en regio ingezet op kortetermijn en no-regret maatregelen, zoals het vergroten van de opslagcapaciteit voor water en het hergebruiken van lozingen door industrie. De private partijen financieren zelf de kortetermijn – en no-regretmaatregelen die ze zelf uit kunnen voeren. ii Rijk en regio gaan de beschikbaarheid van zoetwater voor industriële productieprocessen vooraf toetsen en daarmee borgen in besluitvorming over vergunningverlening. 14e. Voor de zoetwateropgave benutten Rijk en regio onderstaande bestaande overslegstructuren. Daar waar conflicterende ruimtevragen niet kunnen worden beslecht op bestaande tafels, spreken Rijk en regio af deze op een andere tafel te bespreken: 14e-1. Het Rijk is voor wat betreft het waterbeheer verantwoordelijk voor het nationale beleidskader, de strategische doelen en voor maatregelen die een nationaal karakter hebben.
De nationale belangen hiervoor heeft het Rijk geborgd in de NOVI, het Nationaal Waterprogramma en het Deltaprogramma Zoetwater, waarbij ook samen wordt gewerkt met de decentrale overheden. 14e-2. Het Rijk werkt, in samenwerking met de betrokken
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
25
Fiche Landelijk gebied
decentrale overheden en instanties, aan de uitvoering van het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030. 14e-3. Ten aanzien van het onderzoeken van het vroegtijdig betrekken van drinkwaterbedrijven bij de planvorming voor grootschalige woningbouw, is het in gesprekken hierover van belang om aan te sluiten bij de daarvoor bestemde zoetwatertafel van het Deltaprogramma Zoetwater, waar zowel Rijk, decentrale overheden en drinkwaterbedrijven vertegenwoordigd zijn. 14e-4. Rijk en provincie werken met gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties samen in het Deltaprogramma Zoetwater om weerbaarder te worden tegen zoetwatertekort. 14e-5. Ten behoeve van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie werkt het Rijk intensief samen met decentrale overheden binnen bestaande gebiedsoverleggen. Het Rijk vraagt de provincie zich in te zetten op de verbinding tussen het ruimtelijk domein en de regionale zoetwaterstrategie door de gevolgen van afnemende zoetwaterbeschikbaarheid en toenemende zoetwatervraag ruimtelijk te vertalen. 14e-6. Rijk en provincie bespreken zo nodig de ruimtelijke vertaling van de zoetwateropgave op de daarvoor bestemde bestaande tafels, inclusief in het Bestuurlijk Platform Zoetwater. 14e-7.
In het Deltaplan Zoetwater staan concrete maatregelen en onderzoeken met betrekking tot de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland. Het Rijk en de zoetwaterregio’s stellen samen het Deltaplan vast. i Concrete maatregelen en onderzoeken om zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten, worden via de zoetwaterregio’s ingebracht en besproken in het Bestuurlijk Platform Zoetwater, waar Rijk en provincies
samen aan deelnemen. Provincies kunnen via dit reguliere spoor voorstellen voor concrete maatregelen en onderzoeken doen. Besluitvorming hierover vindt plaats in het kader van de Herijking van het Deltaprogramma Zoetwater en het Nationaal Waterprogramma.
Aanleiding en context Wij maken deze procesafspraak met daaronder een set aan proces-, onderzoeks-, en uitvoeringsafspraken omdat zoetwaterbeschikbaarheid een belangrijk verdelingsvraagstuk is. Zoetwater is niet meer vanzelfsprekend overal altijd beschikbaar. Wetenschappelijke inzichten en scenario’s laten zien dat de zoetwaterbeschikbaarheidsopgave groeit. In aanvulling op de inzet op optimalisatie van het watersysteem zullen alle watergebruikers en alle gebieden zich ook ruimtelijk moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Rijk en de provincie Zeeland delen de opvatting dat het belangrijk is om rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in alles wat we doen, van publieke ruimtelijke plannen en ingrepen tot individuele keuzes, gedrag en maatregelen van ondernemers en consumenten. Naast afnemende zoetwaterbeschikbaarheid in het heden en de toekomst (door o.a. verdroging en verzilting), heeft de provincie Zeeland ook te maken met toenemende zoetwatervraag door verschillende gebruikers in het heden, maar ook van toekomstige zoetwatervragers (zoals waterstofproductie en grootschalige woningbouw). Vanwege deze toenemende zoetwaterschaarste en toenemende zoetwatervraag is inzicht in toekomstige scenario’s, en de huidige en toekomstige zoetwaterbalans gedurende het jaar (en jaargemiddelden) cruciaal.
Deze afspraak, voortkomend uit het Zeeuws gebiedsprogramma, heeft daarmee als doel inzicht te
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
26 Fiche Landelijk gebied
Uitvoering afspraak verkrijgen in de zoetwatervraag voor alle ruimtelijke opgaven en ruimtevragers. Specifiek bij de landbouw is zoetwaterbeschikbaarheid gedurende het jaar momenteel al een grote opgave. Een afspraak over de juridische status van zoetwater en een bijbehorend afwegingskader voor watervragers kan perspectief bieden. Gezien de problematiek zetten we in op geen-spijt maatregelen die bijdragen aan opslag, hergebruik en besparing. Voor de industrie geldt ook dat de opgave groeit en daarom meer inzicht en actie is vereist. Dit doen we door vooruitlopend op de knelpunten-analyse op kortetermijn geen-spijt maatregelen te nemen, zoals het vergroten van de opslagcapaciteit voor water en het hergebruiken van lozingen door industrie. Daarnaast spreken we af te onderzoeken hoe de beschikbaarheid van zoetwater voor industriële productieprocessen vooraf kunnen worden getoetst en geborgd in besluitvorming over vergunningverlening.
Eerste actie We maken afspraken met het Rijk over de samenwerking bij de benodigde onderzoeken naar de totale zoetwaterbalans, de juridische status van regenwater en de mogelijkheden van geen-spijt maatregelen. Hiervoor is een duidelijke opdrachtgever bij het Rijk en toewijzing van een onderzoeksbudget nodig.
Een scherpe onderzoeksopzet is cruciaal voor het verkrijgen van de juiste inzichten. We nemen daarom ook expliciet de zoetwatervraag van de industrie mee. Bestaande onderzoeken (zoals Living Labs) en de invloed van de toekomstige Deltabeslissing (2026) zijn ook onderdeel van de onderzoekscope. Andere aandachtspunten zijn: • De waarde van zoutwater ten opzichte van zoetwater en hoe deze optimaal kan worden benut; • De vermindering van de zoetwatervraag; • De definitie van adaptatie in de context van waterbeheer; • De mogelijkheid voor de regio om financiering te ontvangen voor zelfvoorzienendheid; • En zoutminnende oplossingen. Voor de geen-spijt maatregelen zijn onderzoeken en experimenten naar wateropslag relevant. Ook werken Rijk en provincie met gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties samen in het Deltaprogramma Zoetwater om weerbaarder te worden tegen huidig en toekomstig zoetwatertekort en toenemende zoetwatervraag. De voorkeursvolgorde voor regionaal waterbeheer uit de Nationale Omgevingsvisie is daarbij richtinggevend. Uitgangspunt is dat de vraag naar water wordt afgestemd op de beschikbaarheid zowel in de toedeling van watervragende functies aan gebieden als door in te zetten op een zuinige omgang met water (conform NOVI).
Verdiepingsdocument op Ruimtelijk Arrangement Zeeland 2025 ZEELAND
27
15. De regioambassadeur wordt het aanspreekpunt voor recreatie en toerisme.
Aanleiding en context
Uitvoering afspraak
Wij maken deze procesafspraak omdat de recreatiesector in Zeeland van groot belang is voor de provinciale en de nationale economie. De veelzijdigheid van de sector en de verschillende uitdagingen waar de recreatiesector mee te maken heeft (permanente bewoning, natuurkwaliteit, ondermijning etc.), maken de beleidscontext voor de sector complex. Daarnaast is recreatie vaak een medegebruiker van het Zeeuwse landschap waar ook andere ruimteclaims liggen. Daarom is er behoefte aan één centraal aanspreekpunt bij het Rijk. Het doel hiervan is een betere en helderdere samenwerking tussen het Rijk, de provincie en gemeenten.
Een gezamenlijk beeld over de belangrijkste aandachtspunten voor de sector, vormt de basis voor verdere stappen. Ook voor andere provincies is een eenduidig aanspreekpunt rond recreatie en toerisme mogelijk een belangrijk vraagstuk. Daarom leggen we verbindingen met andere regio’s waar dit vraagstuk speelt en stemmen we af. Hierdoor halen we vragen op en leren we van elkaar.