CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-017 Onderzoek Van-cijfer-naar-stem

Besluitvormende raad 6 februari 2025, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen12.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierdoor voelden jongeren zich gezien en gesteund.

19

4. Wat zijn de ervaringen van jongeren met de doorplaatsingen op hun welbevinden (fysiek en mentaal), school, werk, sociale contacten, vrijetijdsbesteding en persoonlijke bezittingen? Elke doorplaatsing is anders; de gerapporteerde diversiteit is groot, maar op een aantal ervaringen na, hebben doorplaatsingen veelal een negatieve impact op een of meer van de onderzochte leefgebieden (fysieke en mentale gezondheid, school, werk sociale contacten etc.). Uit de informatie die we kregen in dit onderzoek maken we op dat hier beperkt aandacht voor lijkt te zijn en daar waar die aandacht er wel is, lopen ook professionals, begeleiders, gezinsvoogden en (pleeg)ouders tegen de grenzen van het systeem aan. Jongeren geven aan dat ze een onderbroken schoolloopbaan misschien wel het lastigst vonden van de doorplaatsingen. Na een doorplaatsing moeten jongeren vaak veranderen van school, lopen ze vertraging op of is het niet meer mogelijk om les te volgen op hun eigen niveau. Zo bieden jeugdzorginstellingen niet altijd alle schoolniveaus aan, of worden jongeren midden in het jaar doorgeplaatst waardoor zij hun schooljaar niet meer af kunnen maken. Het niet af kunnen maken van school werkt demotiverend, want het biedt weinig perspectief aan jongeren en beïnvloedt hun welbevinden negatief.

Ook kan het niet kunnen volgen van school door de scholen zelf worden veroorzaakt, omdat scholen leerlingen mogen weigeren als zij extra begeleiding of steun nodig hebben (o.a. Balogh e.a. 2022; Bhugwandass, 2024; Pronk e.a., 2024; Sondeijker e.a., 2020).

4.1.

Aanbevelingen

In dit onderzoek zijn zowel door professionals als door jongeren aanbevelingen gedaan met betrekking tot het verminderen of stoppen van het aantal doorplaatsingen. Om doorplaatsingen te voorkomen, geven zij de volgende adviezen:

4.

Professionals geven aan dat een doorplaatsing momenteel niet altijd te vermijden is, bijvoorbeeld omdat een jongere toe is aan een volgende stap (zoals begeleid wonen) of omdat de jongere van gesloten naar open jeugdzorg kan. Voor het doorplaatsen hebben zij en ook de jongeren verschillende aanbevelingen om de omstandigheden en het proces rondom het doorplaatsingen minder negatief te maken. 1.

2.

3.

4. 5.

1.

2.

3.

Verplaats aanvullende behandelingen en/of hulp, in plaats van het kind. Indien dit echt niet mogelijk is, moet meer tijd geïnvesteerd worden in het informeren of de benodigde hulp wel beschikbaar is op de nieuwe locatie. Investeer meer tijd in het matchingsproces tussen locatie en de huidige bewoners en het nieuw te plaatsen kind of jongere. De ernst en aard van problematiek van huidige en nieuwe bewoner(s) moet goed beoordeeld worden vooraf. Investeer in professionalisering van hulpverleners zodat jongeren niet meer doorgeplaatst hoeven te worden vanwege moeilijk gedrag. In dergelijke professionalisering leren zij beter omgaan met moeilijk gedrag/uiteenlopende problematiek (Harder & Eenshuistra, 2017).

Doorplaatsingen zijn niet altijd negatief: jongeren die bijvoorbeeld op zichzelf leren wonen, worden ook doorgeplaatst en willen dit soms zelf graag. Let wel op dat dit soms als argument wordt gebruikt (je bent toe aan meer zelfstandigheid), terwijl een kind/jongere daar zelf anders over denkt.

Informeer een kind of jongere tijdig en eerlijk over de reden van een doorplaatsing. Betrek jongeren erbij en geef duidelijkheid over de doorplaatsing die gaat komen: hoe is de volgende locatie, wat mag daar wel/niet? Geef jongeren de ruimte om vragen te stellen en neem hen serieus. Zorg dat een steunfiguur bij een doorplaatsing kan zijn. Indien mogelijk: laat de jongere contact hebben met familie en vrienden (mits dit niet de behandeldoelen in de weg staat). De steunfiguur kan jongeren ook helpen bij het inpakken van de spullen. Bovendien willen jongeren de mogelijkheid krijgen om afscheid te nemen van de woonplek en vrienden. Voor hen is de woonplek hun vaste plek geweest en is elke verhuizing ingrijpend. Geef bij een doorplaatsing als instelling/groep iets tastbaars mee uit hun tijd bij hen. Bijvoorbeeld een klein fotoboekje, waar andere jongeren ook iets in mogen schrijven. Dit kan veel troost bieden later. Wees je als hulpverlener bewust van hoe belangrijk je rol is en wat voor invloed jouw gedrag heeft op de jongeren: zorg dat je betrouwbaar bent en behandel de jongeren als normaal. Onderschat niet het belang van een veilige en huiselijke sfeer die je voor kinderen creëert: het is de plek waar kinderen wonen.

Zo moet er niet gedreigd worden dat als jongeren bepaald gedrag laten zien, zij doorgeplaatst worden, en moeten jongeren niet te horen krijgen dat zij te ‘moeilijk’ zijn voor een bepaalde plek. Om een huiselijke sfeer te creëren, kan bijvoorbeeld het vieren van Sinterklaas al een verschil maken.

20

4.2.

Mogelijke beperkingen van het onderzoek

Dit onderzoek kent enkele mogelijke beperkingen die we willen benoemen. Allereerst geeft dit onderzoek mogelijk geen volledig beeld van alle doorplaatsingen die kinderen en jongeren in Nederland meemaken. Het is namelijk onbekend hoeveel jongeren doorgeplaatst worden na een uithuisplaatsing. De groep jongeren die nooit doorgeplaatst zijn, zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Het in dit onderzoek gerapporteerde gemiddelde van 6 doorplaatsingen per kind heeft dus geen betrekking op alle kinderen in jeugdzorg met verblijf. Hoewel eerder onderzoek van Het Vergeten Kind (Dekker et al., 2022) gepleit heeft om doorplaatsingen goed in kaart te brengen, gebeurt dit tot nu toe niet. Het is onduidelijk of de jongeren die deel hebben genomen aan ons onderzoek een representatieve groep vormen van de jongeren die door zijn geplaatst. Een tweede mogelijke beperking is, dat we vragen naar ervaringen in het verleden. Het zou kunnen dat niet iedereen zich de ervaringen met betrekking tot de doorplaatsingen nog accuraat herinnert.

voor kinderen. Er lijkt door de jaren heen beperkte vooruitgang te zijn geboekt als het gaat om het informeren van kinderen en jongeren, hen betrekken in de besluitvorming over hun leven en het zorgdragen voor doorgaande schoolloopbanen en duurzaam contact met een of meerdere steunfiguren. Hoewel er ook positieve ervaringen zijn, is de impact van het (herhaaldelijk) moeten verhuizen veelal negatief van aard voor kinderen en jongeren en zou het beste helemaal voorkomen moeten worden. Als een doorplaatsing dan echt niet te vermijden is, verbeter dan de omstandigheden en de gang van zaken hieromheen. Steun en aandacht kan hierbij een wezenlijk verschil maken. We hopen dat dit onderzoek bijdraagt aan verbetering op deze vlakken. We geven het laatste woord aan Eva (21 jaar), die zo treffend verwoordt waarom dit nodig is:

“

We zijn gewoon mensen. Noem het gewoon jongeren. We zijn mensen met levens en dingen. We hebben meer problemen en meer hulp en uitleg nodig, maar we zijn verder gewoon mensen.’’

Daarbij moet opgemerkt worden dat het aantal doorplaatsingen mogelijk een onderschatting is geweest (immers bij een groot aantal is het makkelijker een doorplaatsing over het hoofd te zien, dan er een bij te verzinnen). In ieder geval zagen we geen verschillen tussen jongeren die spraken over doorplaatsingen van lang geleden (>5 jaar), en doorplaatsingen die kort geleden (< 2 maanden) plaatsvonden. Ten derde hebben we slechts vijf professionals gesproken. Ook dit is mogelijk geen afspiegeling van de realiteit. Mogelijk hebben professionals deelgenomen die vinden dat er veranderingen moeten plaatsvinden op het gebied van doorplaatsingen of mogelijk juist professionals die de huidige gang van zaken wilden verdedigen. Ten vierde is het mogelijk dat voornamelijk jongeren met zeer slechte ervaringen deel hebben genomen aan ons onderzoek. Immers, jongeren met slechte ervaringen zullen hun ervaringen wellicht eerder willen delen om de situatie aan te passen. Aangezien de huidige resultaten aansluiten bij de resultaten van eerdere onderzoeken en sommige jongeren juist positieve aspecten hebben uitgelicht, duidt dit erop dat niet alleen negatieve uitzonderingen zijn meegenomen in ons onderzoek.

4.3.

Tot slot

Met dit onderzoek hebben we geprobeerd de stem van jongeren te laten horen. Hun verhalen over doorplaatsingen binnen de jeugdzorg waren erg aangrijpend en hebben ons als onderzoekers ook geraakt. We hopen dat er (nog) meer besef komt van de consequenties van doorplaatsingen

21

Bronnen Balogh, L., Doornbod, B., & Konijn, C. (2022). Achter gesloten deuren: Een onderzoek naar kenmerken en achtergronden van meisjes met een achtergrond in afhankelijkheidsrelaties die vanuit een open jeugdzorginstelling in een gesloten instelling zijn geplaatst. Sterk huis, Fier, Levvel.

Ince, D., & Schmidt, A. (2017). Eigen kracht versterken jeugd en ouders. Utrecht: NJI. Leathers, S. J. (2006). Placement disruption and negative placement outcomes among adolescents in long-term foster care: The role of behavior problems. Child Abuse & Neglect, 30(3), 307–324. https://doi.org/10.1016/j.chiabu.2005.09.003

Balogh, L., Doornbod, B., & Konijn, C. (2022). Achter gesloten deuren: Een onderzoek naar kenmerken en achtergronden van meisjes met een achtergrond in afhankelijkheidsrelaties die vanuit een open jeugdzorginstelling in een gesloten instelling zijn geplaatst. Sterk huis, Fier, Levvel.

Peelen, J., Schoppink, I., van Dam, C., & van Hattum, M. (2023). Steunfiguren in de jeugdzorg: Een onderzoek onder Gelderse jongeren, ouders en jeugdprofessionals naar de samenwerking met steunfiguren. HAN University of Applied Sciences, Praktikon.

Bhugwandass, J. (2024). Eenzaam gesloten: Onderzoek naar de ervaringen van jongeren met ZIKOS.

Pronk, S., Broekhoven, L., Smit, D., van Amelsfort, E. (2024). Onderwijs en de transformatie van JeugdzorgPlus. Academische Werkplaats Risicojeugd.

Cappelle, H., & Cox, N. (2021). Steunfiguren in de integrale jeugdhulp. Vives.

Sondeijker, F. E. P. L., Sarti, A., & Geenen, M. J. (2020). Hoe gaat het nu met jongeren uit de JeugdzorgPlus? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Centraal Bureau voor de Statistiek (2022). 1. Jongeren met jeugdhulp | CBS De Boer, R., Lenglet, M. J., E., Bruning, M. R., Klep, K. F. M., & van Boven, H. J. (2023). Een recht op een steunfiguur voor jongeren in de Jeugdwet? Leiden: Universiteit Leiden. Dekker, R., van Doorn, R., Jager, B., van der Ploeg, Y., & van der Wal, S. (2022). Onderzoek doorverhuizingen jeugdzorg. Utrecht: Het Vergeten Kind. Den Ouden, N (2021). Zelfstandige huisvesting jongeren uit de jeugdzorg. Handleiding Eigen Stek, Eigen Toekomst. Vereniging Nederlandse Gemeenten. zorg-voor-de-jeugd-handleidingeigen-stek-eigen-toekomst.pdf

Spijk-de Jonge, M., de Lange, M., Serra, M., van der Steege, M., Dijkshoorn, P (2022). ‘Betrek mij gewoon!’ Op zoek naar verbeterkansen voor de jeugdhulp in het casusonderzoek Ketenbreed Leren. Ketenbreed Leren. Het Vergeten Kind (2018). Manifest ‘Stop de Caroussel’. Utrecht: Het Vergeten Kind. Verwijs, L. M., Mein, A. G., Goderie, M., Harreveld, C., & Jansma, A. (2011). Loverboys en hun slachtoffers: Inzicht in aard en omvang problematiek en in het aanbod aan hulpverlening en opvang. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Harder, A. T., & Eenshuistra, A. (2017). Up2U: Een handleiding voor motiverende mentor/coachgesprekken in de residentiële jeugdzorg. University of Groningen, Department of Special Needs Education and Youth Care. Konijn, C., Admiraal, S., Baart, J., van Rooij, F., Stams, G.-J., Colonnesi, C., Lindauer, R., & Assink, M. (2019). Foster care placement instability: A meta-analytic review. Children and Youth Services Review, 96, 483–499.

22

COLOFON Auteurs:

Medewerking van Illustratie Uitgave

Dr. J.S. Peper A.L.C. van Loon-Dikkers, MSc S. Boelens, MSc Dr. F.E.P.L. Sondeijker Dr. M.K.M. Lünnemann Copilot, Microsoft Verwey-Jonker Instituut 2024 Giessenplein 59-C 3522 KE Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl

De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl ISBN 978-94-6409-329-2 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, December 2024. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15097803/1