CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

047. 0664NL.IMRO.0664.BPWI02-ON99 Ontwerp On99.Pdf

Besluitvormende raad 19 september 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid17.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Ligging plangebied 3 1.3 Bestemmingsplan 4 1.4 Leeswijzer 5 HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving 6 2.1 Inleiding 6 2.2 Huidige situatie 6 2.3 Toekomstige situatie 6 HOOFDSTUK 3 Beleidskaders 9 3.1 Inleiding 9 3.2 Rijksbeleid 9 3.3 Provinciaal beleid 11 3.4 Regionaal - en gemeentelijk beleid 13 3.5 Conclusie 20 HOOFDSTUK 4 Sectorale aspecten 21 4.1 Inleiding 21 4.2 Archeologie 21 4.3 Bodemkwaliteit 22 4.4 Water 23 4.5 Flora en Fauna 30 4.6 Geluidhinder 33 4.7 Luchtkwaliteit 33 4.8 Overige milieuhunder en bedrijvigheid 35 4.9 Externe veiligheid 37 4.10 Vormvrije m.e.r. beoordeling 40 4.11 Duurzaamheid en klimaat 40 4.12 Conclusie 41 HOOFDSTUK 5 Juridische vormgeving 42 5.1 Planvorm 42 5.2 Toelichting op de bestemmingen 42 HOOFDSTUK 6 Handhaving 44 6.1 Inleiding 44 6.2 Handhaving bestemmingsplannen 44 6.3 Handhavingsbeleid 44 6.4 Opleggen sancties 45 HOOFDSTUK 7 Economische uitvoerbaarheid 46 7.1 Inleiding 46 7.2 Financieel economische uitvoerbaarheid en uitvoering bestemmingsplan46 7.3 Exploitatieplan en exploitatieovereenkomst 46 7.4 Conclusie 46 HOOFDSTUK 8 Maatschappelijke toetsing 47 8.1 Vooroverleg artikel 3.1.1 Bro 47 8.2 Ontwerpbestemmingsplan 47

HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voor het perceel GOE00-AC-781, dat ten zuidwesten van de kern Wilhelminadorp (gemeente Goes) ligt, bestaat het voornemen een woningbouwontwikkeling te realiseren. Het perceel kent een oppervlakte van circa 17.470 m² en is momenteel in gebruik als landbouwgrond. Het beoogde woningbouwprogramma bestaat uit 59 woningen, onderverdeeld in 20 sociale huurwoningen en 39 betaalbare koopwoningen. De voorgenomen ontwikkeling past niet in het geldende besemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 21 juni 2023 door de gemeenteraad van Goes.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de zuidwestelijke zijde van de kern Wilhelminadorp (dat ten noorden van de stad Goes ligt). Aan de zuid- en westzijde van het plangebied ligt landbouwgrond. Aan de noord- en oostzijde is bestaande bebouwing aanwezig. Tussen deze bebouwing en het plangebied ligt een watergang. In figuur 1.1 en 12 is een weergave van de ligging vn het plangebied opgenomen. Hierop is ook de ligging van Wilhelminadorp ten opzichte van Goes te zien.

Figuur 1.1 Weergave ligging Wilhelminadorp t.o.v. Goes (plangebied rood omcirkeld) (bron: EsriNederland; juli 2023)

Figuur 1.2 Weergave ligging plangebied in Wilhelminadorp (bron: EsriNederland; juli 2023)

1.3 Bestemmingsplan Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied' (zie figuur 1.3). Op de betreffende gronden is de enkelbestemming 'Agrarisch' opgenomen en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - openheid'. Op grond van deze bestemming zijn in het plangebied enkel agrarische activiteiten toegestaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling niet past binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan. Een bestemmingsplanherziening is hierom noodzakelijk.

F

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 Leeswijzer Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding (plankaart). De regels en de verbeelding vormen tezamen het juridische bindende gedeelte van het plan. De toelichting van voorliggend bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 1 is de aanleiding van dit bestemmingsplan uiteengezet. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en gaat tevens in op de visie op het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleid dat op de voorgestane ontwikkeling van toepassing is. De sectorale aspecten worden behandeld in hoofdstuk 4 en in hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 6 beschrijft de handhavingsmogelijkheden op basis van het bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 7 aan de orde en tot slot wordt in hoofdstuk 8 de maatschappelijke toetsing en overleg van de beoogde ontwikkeling behandeld.

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt eerst de huidige situatie van het plangebied beschreven en vervolgens wordt er ingegaan op de beoogde ontwikkeling.

2.2 Huidige situatie Wilhelminadorp kent in essentie twee verkaverlingsrichtingen. De richting van het kanaal en de richting van de Brugstraat. De Brugstraat ligt tussen de brug over het kanaal en de toren van de kerk van Wolphaartsdijk. De oudste bebouwing is direct aan één van deze assen gelegen en de rest van het dorp is in een later stadium in de oksel hiervan ontwikkeld; haaks op de Brugstraat. De IGJ van den Boschstraat vormt hierbij de belangrijkste doorgaande lijn van noord naar zuid. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opbouw van Wilhelminadorp zijn verder de kleine pleintjes en hoven waarmee de meeste buurtjes zijn gegroepeerd zoals aan de Lindenberghstraat, het proefstation en de IGJ van den Boschstraat. De locatie van de nieuwbouwontwikkeling bestaat momenteel uit een vrijwel vierkant landbouwperceel van 125m x 130m in de zuidwesthoek van de bebouwde kom van Wilhelminadorp. De locatie ligt ruimtelijk gezien in een uitsparing van de bebouwde kom van Wilhelminadorp. Ten noorden van de locatie ligt de Lindenberghstraat, van de locatie gescheiden door een groenstrook, sloot en een houtwal. De bebouwing aan de Lindenbergstraat is voornamelijk vrijstaand en is eind jaren '90 gebouwd. Aan de oostzijde bevindt zich een sloot en de woonuitbreiding met veelal vrijstaande woningen de Schanse II uit het begin van deze eeuw rond het hofje aan de IGJ van den Boschstraat.

Vanuit de IGJ van den Boschstraat is door middel van twee doodlopende straatjes reeds voorgestorteerd op de ontwikkeling van het perceel. Ten zuiden van de locatie is een klein bosje aanwezig dat samen met enkele grondlichamen gemaakt is als visuele afscherming van de randweg Wilhelminadorp. Aan de westzijde van de locatie ligt een open grootschalig landbouwperceel van de Koninklijke Maatschap Wilhelminadorp.

2.3 Toekomstige situatie Het plan voorziet in de realisatie van een derde hofje aan de westzijde van het dorp. Vanaf de Lindenberghstraat loopt een straat naar het hofje dat ook aansluit op de bestaande aansluitingen richting de IGJ van de Boschstraat. Vervolgens loopt er een straat in westelijke richting rondom om de rest van de woningen te ontsluiten. Voor een weergave van de stedenbouwkundige opzet van het plangebied wordt verwezen maar figuur 2.1. Aan het hofje zijn een aantal aaneengesloten woningen voorzien met een voetpad aan de voorzijde van de woning. De bewoners van deze woningen parkeren hun auto op een binnenterrein alwaar ook de parkeervoorziening van een kleinschalig appartementencomplex is voorzien. Deze appartementen staan aan de westrand van de ontwikkeling. Door een hoogte van drie bouwlagen sluiten deze aan op de hoogte van de omliggende bebouwing van 1 of 2 bouwlagen met kap. De straat aan de west- en noordzijde van het plangebied bestaat in verband met het geringe verkeersaanbod uit een zogenaamd ‘karrespoor’, om de oppervlakte verharding van de ontwikkeling zoveel mogelijk te beperken. Dit mede om de wijk leefbaar en klimaat adaptief te houden.

Figuur 2.1 Stedenbouwkundige weergave plangebied (rood omcirkeld) (bron: Gemeente Goes, maart 2023) Aan de oostzijde is de bestaande sloot op verzoek van de bewoners van de aangrenzende percelen gehandhaafd. Voor het onderhoud is een schouwstrook aan de westzijde hiervan voorzien. De bebouwing hier direct naast is kleinschalig en maximaal twee bouwlagen hoog. Aan de noord- en zuidzijde van het plan zijn tenslotte twee-aaneen gebouwde woningen voorzien, die door hun kleinschalige opbouw goed aansluiten op de ruimtelijke opzet van de bestaande dorpse omgeving. Aan de noordzijde blijven de bestaande sloot en de houtwal grotendeels gehandhaafd De ontwikkeling maakt nieuwe ommetjes vanuit het dorp mogelijk. Daarom is er aan de zuidwestzijde ook een langzaamverkeersverbinding naar het bosje en het fietspad langs de randweg voorzien. Dit pad zal gedurende de bouw van de wijk worden gebruikt voor het bouwverkeer, maar zal geen functie hebben voor het gemotoriseerde bestemmingsverkeer van en naar de wijk. 2.3.1 Wonen Het doel is een woonwijk te ontwikkelen die een waardevolle toevoeging vormt voor de bestaande woningvoorraad van Wilhelminadorp. Er is gekozen voor een programma bestaande uit een mix van sociale huurwoningen (20 stuks) en betaalbare koopwoningen (38 stuks) met een maximale prijs van €355.000 (prijspeil 2023).

Met de realisatie van de ontwikkeling ontstaat er een mix aan woningtypen bestaande uit zowel grondgebonden (rijwoningen, twee-onder-een kapwoningen, grondgebonden levensloopbestendige woningen) als appartementen. 2.3.2 Verkeer De nieuwe wijk wordt op drie punten aangesloten op de bestaande wegenstructuur. Eén aan de noordzijde (Lindenbergstraat) en twee aan de oostzijde van het plangebied (I.G.J. van den Boschstraat). De nu doodlopende sraten zijn destijds al aangelegd met het oog op uitbreiding van de woonwijk. Binnen het plangebied is een eenvoudig stratenplan opgenomen die aansluit bij de bestaande structuur. Het woningbouwprogramma van 59 woningen bepaald de parkeerbehoefte in de wijk. Wij hanteren hiervoor het beleid van de gemeente Goes. Het parkeren vindt zowel op eigen terrein als in het openbaar plaats. Op eigen terrein is geen zogenoemd deelgebruik mogelijk. In de berekening naar de

parkeerbehoefte is hierin rekening mee gehouden. De onderbouwing naar de parkeerbehoefte is opgenomen in paragraaf 3.4.5. De toename van het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal (verkeersgeneratie) wordt bepaald door het woningbouwprogramma. De extra verkeersgeneratie die het plan zal genereren is af te wikkelen op de omliggende wegen. De gemeente Goes hanteert voor 30 km/uur wegen in de dorpen een norm van maximaal 2500 motorvoertuigen per etmaal. De extra verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van de realisatie van het bouwplan zorgt niet voor overschrijding van deze waarde. In paragraaf 3.4.8 wordt de verkeersgeneratie nader onderbouwd. We hechten belang aan het faciliteren van zowel fietsers als voetgangers. Dit om het lopen en fietsen te stimuleren. De toegankelijkheid voor voetgangers is van belang, denk aan mensen met een fysieke beperking of kinderwagen. Voor fietsers is specifiek te noemen dat we belang hechten aan het voorkomen van enkelvoudige ongevallen. Dit door bijvoorbeeld in plaats van hoge stoepranden, schuine trottoirbanden toe te passen. 2.3.3 Groen Een belangrijk uitgangspunt voor het groen is het handhaven van de houtwallen aan de noord – en zuidzijde (behalve waar de doorsteken voor de ontsluiting worden gerealiseerd). Deze wallen vormen een groen kader dat aan de westzijde aangevuld wordt met een doorgaande bomenrij van wilg en/of els.

Centraal in het plan komt een grasveld met bomen en heesters wat gebruikt kan worden voor activiteiten. De overige wegen in het plan worden voorzien van laanbomen.

HOOFDSTUK 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het ruimtelijke beleidskader geschetst dat van toepassing is voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. In paragraaf 3.2 wordt het relevante beleid op Rijksniveau beschreven. Vervolgens wordt in paragraaf 3.3 het relevante provinciaal beleid geschetst en in paragraaf 3.4 het regionale beleid. In paragraaf 3.5 wordt de ontwikkeling aan het gemeentelijk beleid getoetst en tot slot volgt in paragraaf 3.6 de conclusie.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Inleiding De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De Nationale Omgevingsvisie, is de langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland flink veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: <0000> Dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> Met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is.

Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> Waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> Met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> Waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. <0000> Dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> Waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> Dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Toetsingskader Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden.

De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: <0000> Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; <0000> Duurzaam economisch groeipotentieel;

<0000> <0000>

Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; <0000> Afwentelen wordt voorkomen. Toetsing De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda’s Grote Wateren en de Omgevingsagenda’s. Het beleid heeft betrekking op onderwerpen van nationaal belang. Gezien de aard en omvang van voorgenomen ontwikkeling heeft het opgenomen beleid geen directe doorwerking voor deze ontwikkeling. Conclusie De NOVI vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. 3.2.2 Algemene regels ruimtelijke ordening (AMvB Ruimte) In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Hierbij moet gedacht worden aan onderwerpen zoals rijksinfrastructuur, Mainport Rotterdam, de Waddenzee, defensie en het kustfundament. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen, al dan niet via een provinciale verordening. Deze belangen maken deel uit van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is op 31 december 2011 in werking getreden. Voor de in het Besluit genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit de AMvB voldoen. 3.2.3 Bro artikel 3.6.2 (Ladder voor duurzame verstedelijking) Inleiding Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming. Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6.). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’.

Toetsingskader In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er sprake van de ontwikkeling van 59 woningen en daarmee is die dus aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens dient beoordeeld te worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing Beoordeeld moet worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was. Paragraaf 3.4 Regionaal beleid bevat een nadere onderbouwing van de kwalitatieve behoefte van het plan. Conclusie Het plan voldoet, na toetsing in paragraaf 3.4, aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2.4 Conclusie rijksbeleid Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Zeeuwse Omgevingsvisie Inleiding Op 12 november 2021 hebben gedeputeerde staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. In de Zeeuwse Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd. Denk daarbij aan wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook aan cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid. Het uitgangspunt van de provincie voor de Omgevingsvisie is dat beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. De visie bestata uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voorde kortere termijn (tot 2030). In Deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema’s (bouwstenen) uitgewerkt die samen met de omgeving geselecteerd zijn.

Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Toetsingskader Deel A De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: <0000> Uitstekend wonen en werken in Zeeland; <0000> Balans in grote wateren en het landelijk gebied; <0000> Een duurzame en innovatieve economie; <0000> Een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deel B In deel B is per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de doelen tot 2030 te bereiken. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities echter alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een ‘beste keuze hulp’ gemaakt. De afwegingsfactoren sluiten aan op het NOVI van het Rijk en verwijzen onder meer naar de Zeeuwse kernkwaliteiten.

Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: <0000> Doe meer met minder grond; <0000> Werk samen en deel kosten en baten; <0000> Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; <0000> Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken. De Zeeuwse kernkwaliteiten betreffen: <0000> Genieten en opladen; <0000> Waarderen en beschermen van het landschap; <0000> Verbondenheid met de historie; <0000> Passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen.

In de visie zijn ambities en doelstellingen benoemd die relevant zijn voor dit bestemmingsplan. De ambitie is om te komen tot een toekomstbestendig en CO2 neutrale woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit aansluit op de vraag. Hiervoor dient onder meer ingespeeld te worden op de behoefte aan specifieke segmenten op de woningmarkt. Het periodiek actualiseren van de regionale woningmarktafspraken is hierbij een opgave. Hieraan wordt voldaan (zie paragraaf 3.4). Toetsing Plannen dienen in te spelen op de actuele behoefte. De kaders die het provinciaal beleid schetsen zijn nader uitgewerkt in de vorm van woningmarktafspraken. Hieruit komt voort dat er een behoefte bestaat aan nieuwbouwwoningen, specifiek voor sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Daarnaast gaat het plan uit van de bouw van voor ouderen geschikte woningen zowel grondgebonden woningen als appartementen. Verder maakt het plan onderdeel uit van de regionale woningmarktafspraken. Het woningbouwprogramma speelt dus in op de kaders gesteld in de Provinciale Omgevingsvisie. Conclusie De gestelde kaders opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie staan de ontwikkeling van 59 woningen in Wilhelminadorp Zuid niet in de weg.

3.3.2 Provinciale Omgevingsverordening Inleiding Provinciale Staten moeten op grond van de Omgevingswet één omgevingsverordening vaststellen, waarin alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De invulling hiervan is de Omgevingsverordening Zeeland. Nadat het ontwerp vanaf 11 januari tot en met 21 februari 2022 zes weken ter inzage heeft gelegen, hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening op 7 oktober 2022 vastgesteld. Inhoudelijk wijkt de nieuwe verordening nagenoeg niet af van de bestaande verordening uit 2018, die overigens blijft gelden tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. De hoofddoelstellingen van de omgevingsvisie zijn juridisch vormgegeven in de Provinciale Omgevingsverordening. In het kader van de normerende rol van de provincie wordt de Omgevingsverordening ingezet voor die onderwerpen waaraan de provincie hecht dat doorwerking van het beleid van het Omgevingsplan juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in het Omgevingsplan is verwoord. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van het Omgevingsplan dus niet in nieuw beleid. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

Wat elders geregeld is wordt niet nog eens geregeld in deze verordening om extra regeldruk te voorkomen. Om te voorkomen dat procedures nodeloos ingewikkeld worden, is afgezien van de mogelijkheid om rechtstreeks werkende bepalingen op te nemen. Artikel 4.1 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening biedt die mogelijkheid in de vorm van regels die moeten voorkomen dat in de verordening begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de verordening zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden die is aangepast op de inhoud van deze verordening. Er is dus geen sprake van rechtstreeks werkende bepalingen waaraan bouwaanvragen getoetst zouden moeten worden zolang bestemmingsplannen niet zijn aangepast. Toetsingskader In Hoofdstuk 2 van de Provinciale Omgevingsverordening is de ruimtelijke verordening te vinden die zich richt tot gemeenteraden en instructies bevat over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wro biedt in artikel 4.1. Hier wordt nog eens expliciet vermeld dat de ruimtelijke verordening geen direct werkende bepalingen bevat.

Verder wordt ter voorkoming van misverstanden duidelijk gemaakt dat de instructies in hoofdstuk 2 niet alleen gelden voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor beheersverordeningen en uitvoeringsbesluiten. Vervolgens is onder artikel 2.7 voor ‘Wonen’ opgenomen dat bij een kleinschalige woningbouwlocatie in het landelijk gebied aannemelijk moet worden gemaakt dat het voldoet aan bepaalde voorwaarden.

Toetsing Aangezien het gaat om een relatief grote ontwikkeling, in het landelijk gebied, is artikel 2.7 van de omgevingsverordening niet van toepassing. Daarom dient in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking aannemelijk te worden gemaakt waarom de ontwikkellocatie buiten bestaand stedelijk gebied ligt, en de woningbouwontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.5. Verder omvat de omgevingsverordening geen relevante kaders voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie De provinciale omgevingsverordening vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. 3.3.3 Conclusie provinciaal beleid De voorgenoomen ontwikkeling voldoet aan het provinciaal beleid.

3.4 Regionaal - en gemeentelijk beleid 3.4.1 Regionale woonvisie Inhoud Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: ‘Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod’. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. 2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad.

Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. 5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Bovenstaande ambities zijn omgezet in concrete afspraken, vastgelegd in de ‘Woningmarktafspraken en Zeeuwse Woondeal’. 3.4.2 Woningmarktafspraken en Zeeuwse Woondeal Inhoud De regio De Bevelanden heeft regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de ‘Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030’ (mei 2020). Dit document bevat de volgende uitgangspunten: Algemeen <0000> Niet méér bouwen dan de behoefte; <0000> Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken;

<0000> <0000> <0000>

Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; Flexibiliteit in de plannen; Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant.

Ruimtelijk <0000> Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; <0000> In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; <0000> Inbreiden voor uitbreiden; <0000> Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; <0000> Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch <0000> Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; <0000> Levensloop- en toekomstbestendig; <0000> Aandacht voor groen en water; <0000> Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; <0000> Extra middenhuurwoningen; <0000> Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: <0000> Realistische woningbouwproductie met ambitie. <0000> Binnen het programma wordt ruimte gecreëerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. <0000> De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. <0000> Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod. Daarnaast hebben het Rijk, de provincie en de Zeeuwse gemeenten de Zeeuwse Woondeal gesloten (maart 2023). In deze afspraken zijn de ambities en doelen vastgelegd voor de opgaven voor de bouw en de versnelling van woningbouw, sleutelprojecten en herstructurering, betaalbaarheid (sociale- en middenhuurwoningen + ‘goedkope’ koopwoningen), de bouw van voor senioren geschikte woningen en de huisvesting van aandachtsgroepen.

<0000> Concreet is in de afspraken voor de periode 2022 tot en met 2030 opgenomen: <0000> Een woningbehoefte van 2.735 woningen; <0000> De ambitie om 1/3 deel van de woningen te bouwen in de categorie sociale huur (875 woningen) en 1/3 deel van de woningen in de categorie betaalbaar bestaande uit middenhuurwoningen met een maandhuur tot € 1.000 en/of koopwoningen met een maximale koopprijs van € 355.000 (900 woningen); <0000> De behoefte aan voor senioren geschikte woningen: 510 nultredenwoningen en 200 geclusterde woningen. Toetsing Het plan bestaat uit de realisatie van 59 woningen als uitbreiding van het dorp Wilhelminadorp. De ontwikkeling ligt buiten bestaand stedelijk gebied en is daarmee aan te merken als een uitbreidingsproject. Behoefte In de regionale woningmarktafspraken (mei 2020) en de Zeeuwse Woondeal (maart 2023) is de kwantitatieve woningbehoefte vastgesteld. Uitgaande van de recente Zeeuwse Woondeal gaat het om een behoefte van 2.735 woningen voor de periode 2022 tot en met 2030. De harde plancapaciteit in deze periode is 915 woningen. Daarmee bedraagt de ladderruimte op basis van de recente Woondeal 1.820 woningen; deze ladderruimte is ruim voldoende voor het plan Wilhelminadorp Zuid met 59 woningen. Het plan gaat uit van 100% betaalbare woningbouw en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de invulling van de ambitie voor betaalbaarheid.

Onderdeel hiervan is de bouw van 20 sociale huurwoningen waarmee de bestaande voorraad aan huurwoningen in het dorp een gewenste uitbreiding krijgt. Daarnaast zet het plan in op de bouw van levensloopbestendige woningen. Dergelijke levensloopbestendige woningen bieden onder andere de inwoners van Wilhelminadorp de

mogelijkheid een ander type geschikte woning te gaan bewonen binnen dezelfde kern. Doel is daarmee ouderen ook de mogelijkheid te geven in hetzelfde dorp te kunnen blijven wonen Er bestaat een specifieke behoefte aan nieuwe woningen voor Wilhelminadorp. Zowel voor de doorstroming van inwoners van Wilhelminadorp, alsmede voor het bevorderen van de leefbaarheid van het dorp. Het woningbouwprogramma is hierop afgestemd. Locatie Het plan geeft invulling aan dorps wonen, waarop wordt ingezet in de Regionale Woningmarktafspraken. De behoefte aan een dergelijk landelijk woonmilieu kan alleen worden ingevuld in de dorpskernen van Goes, zoals Wilhelminadorp. De ontwikkellocatie ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. Binnen de bebouwingsstructuur en dichtheid van Wilhelminadorp is er geen inbreidingslocatie beschikbaar om het gewenste programma naar aard en omvang in te kunnen vullen. Er is gekozen voor voorliggend plangebied aan de rand van Wilhelminadorp. In het omliggende stratenplan van eerdere uitbreiding is reeds rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding van Wilhelminadorp op deze locatie. En kan er worden aangesloten op de bestaande infrastructuur, iets dat de ontsluiting van het plangebied bevordert.

Het vormt ruimtelijk een logische aansluiting op de bestaande bebouwingsstructuur van het dorp en daarmee zorgt de woningbouwontwikkeling voor een logische afronding van de contouren van het dorp. Conclusie De woningbouwontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 – 2023 (oktober 2019)’, de ‘Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030’ (mei 2020)’ en de Zeeuwse Woondeal (maart 2023). Daarnaast past het plan binnen het regionale woningbouwprogramma. Het bouwplan voldoet aan de regionale woningmarktafspraken. 3.4.3 Structuurvisie #Goes 2040 Inleiding In de structuurvisie wordt gesteld dat Goes in 2040 een florerende centrumgemeente is met een breed aanbod aan voorzieningen en werkgelegenheid voor de inwoners van de Bevelanden. Op een aantal terreinen wordt beoogd de verzorgende functie een veel groter gebied te laten bereiken dan de Bevelanden. Het gaat hierbij om de zakelijke dienstverlening, specifieke vormen van onderwijs, de gezondheidszorg in vele gedaanten en vrije tijdsvoorzieningen. Er is opgenomen dat Goes een aantrekkelijke gemeente dient te zijn voor toeristen door de voorzieningen aan het water en haar veelzijdige historische centrum. De gemeente wil daarom blijven investeren in de toekomst van de stad, door te vernieuwen, te verbeteren en te groeien.

Opgenomen is dat Goes de ambitie heeft verder te groeien in haar rol als (boven)regionale centrumgemeente. Veel van de projecten die in de structuurvisie worden benoemd zijn daarop gericht. De ambitie is om al die projecten te realiseren en de blik open te houden voor nieuwe kansen. Toetsingskader Dorpen en buitengebied Er is in de structuurvisie opgenomen dat in de dorpen rond Goes wonen voorop staat, bestaande voorzieningen worden gekoesterd maar op termijn niet allemaal in de huidige vorm in stand kunnen worden gehouden. Gesteld wordt dat het zoeken naar slimme combinaties en alternatieven steeds meer nodig zal zijn. Aanpak van zwakke plekken zoals vervallen panden is nodig om de woonomgeving gezond te houden. In het buitengebied blijft de nadruk liggen op de akkerbouw maar er ontstaan steeds meer koppelingen met recreatie en landschapsontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen worden zodanig ingepast dat ze de onderscheidende kenmerken van de verschillende landschapstypen versterken. Gesteld is dat de herkenbaarheid van het Schengegebied als landschappelijke eenheid wordt vergroot. Toetsing Door het toevoegen van woningen aan het woningbestand van Wilhelminadorp, kunnen bestaande voorzieningen hiervan profiteren. Het bouwplan voldoet echter niet aan het gedachtegoed om zwakke plekken te vullen, zoals leegstaande panden.

Simpelweg omdat er geen fysieke ruimte voor een dergelijk woningbouwplan binnen Wilhelminadorp is.

Conclusie De structuurvisie Goes vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van Wilhelminadorp-Zuid. 3.4.4 Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Goes 2040 In maart 2023 heeft de gemeente Goes de Nota van Uitgangspunten voor de Omgevingsvisie 2040 vastgesteld. Met deze nota van uitgangspunten wil het gemeentebestuur het begin van een gesprek over de toekomst faciliteren. Hierbij worden via vier invalshoeken naar de gemeente Goes en haar omgeving gekeken. De invalshoeken die relevant zijn voor voorliggend bestemmingsplan worden verder toegelicht. Goes als hart van Zeeland: hoe geven we vorm en inhoud aan de groeiende sociaal maatschappelijke en economische betekenis van de gemeente Goes in Zeeland? - Niet relevant voor voorgenomen ontwikkeling. Goes als centrum van de Bevelanden: hoe beïnvloeden veranderingen de manier waarop we onze (stedelijke) ruimte inrichten en onderhouden? - Om haar rol als centrumstad te kunnen blijven vervullen is versterking van het woningaanbod en ruimte voor aangepaste en nieuwe (stedelijke) voorzieningen nodig. Een breed aanbod aan betaalbare woningen en bijbehorende voorzieningen moet leiden tot een gezonde woningmarkt, waar iedereen die zich in de Bevelanden wil vestigen een plek kan vinden.

Goes als stedelijk centrum in een groen-blauwe oase: hoe gaan de stad en haar omliggende dorpen zich in de toekomst verhouden tot elkaar, het landschap en de kansen die de groen - blauwe oase biedt? - Goes versterkt de verbinding tussen de historische binnenstad en de Oosterschelde door middel van een ‘blauwe’ ontwikkelingscorridor. Deze ‘blauwe’ corridor verbindt de (binnen)stad opnieuw met de Oosterschelde, waarbij beschikbaar ontwikkelingsprogramma (wonen, werken, onderwijs, cultuur, sport en recreatie, natuurontwikkeling) wordt ingezet om de historische verbinding tussen Goes en Oosterschelde ruimtelijk en functioneel te herstellen. In het kader van de Omgevingsvisie wordt nagedacht welke verschijningsvorm van de ‘blauwe’ corridor bijdraagt aan de identiteit van de stad. Tussen de ontwikkelingscorridor en de Oosterschelde blijft voldoende ruimte gereserveerd om de hier aanwezige kwaliteit van het open landschap te waarborgen. - De dorpen blijven aangename woonkernen met een dorps karakter, maar hebben mede door een veranderde bevolkingssamenstelling wel te maken met uiteenlopende uitdagingen. Voor elk dorp wordt, in overleg met lokale betrokkenen, een visie opgesteld waarbij wordt ingezoomd op deze uitdagingen.

Voor alle dorpen geldt dat de directe verbinding met het omringende landschap bijzondere aandacht krijgt, alsook de (fiets)verbindingen met het (historisch) centrum van de stad Goes. Goes als een veerkrachtige samenleving: wat kunnen we als lokale overheid doen om bewoners van de gemeente op een gezonde, veilige en betekenisvolle manier met elkaar te laten samenleven? - Een royaal aanbod aan woningen in de gemeente maakt dat de woningmarkt voor alle doelgroepen te betreden en te betalen is. Een flexibele woonschil biedt ruimte om schommelingen in de vraag naar huisvesting op te vangen. Om wonen en werken als basisvoorziening voor haar bewoners te waarborgen voert de gemeente waar mogelijk een actieve grondpolitiek. - Met infrastructurele ingrepen verbeteren we de doorstroming en verkeersveiligheid in Goes. De binnenstad maken we autoluw en we zoeken oplossingen voor parkeren in de centrumschil. Ook bij stads- en dorpsuitbreiding is aansluiten op de infrastructuur een belangrijk aandachtspunt; De omgevingsvisie Goes 2040 wil voorziene trends en ontwikkelingen en de veranderingen die deze meebrengen in de maatschappij koppelen aan de eisen die dit aan de gemeente(lijke organisatie) stelt. Door als gemeentebestuur samen met bewoners, bedrijven, onderwijs-, culturele- en zorginstellingen een gezamenlijk beeld te vormen van deze veranderingen kunnen we bijtijds anticiperen.

Ook de overige overheden (zoals de buurgemeenten) zullen we berekken in het traject. De Omgevingsvisie is hierbij in de eerste plaats een hulpmiddel om zo'n gesprek tot stand te

brengen. In een latere fase kan de visie helpen de uitkomst van dit gesprek om te zetten in verschillende noodzakelijke uitvoeringsprogramma's en projecten. De nota van uitgangspunten kan gelezen worden als een uitnodiging om belangrijke thema's en onderwerpen aan toe te voegen. Als start van een gesprek zal deze nota aan iedereen die wil bijdragen aan het debat over de toekomst van de gemeente Goes ter kennis worden gebracht. 3.4.5 Parkeerbeleidsplan 2009-2020 Goes Inleiding De gemeente Goes heeft in haar Parkeerbeleidsplan 2009-2020 de normeringen opgenomen met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen per functie. Toetsingskader In de gemeente Goes geldt het Parkeerbeleidsplan 2009-2020. Om het aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor de uitbreiding te kunnen bepalen wordt er gekeken naar de parkeernorm per woningtype. Deze parkeernorm is vastgelegd in het Parkeerbeleidsplan 2009-2020. Het plangebied ligt in het gebied 'overige'. Het beleid maakt vervolgens onderscheid tussen de categorieën goedkoop, middelduur en duur. Met respectievelijk een parkeernorm van 1,7; 1,9 en 2,1 parkeerplaatsen per woning. In de tabel hieronder zijn de aantallen benodigde parkeerplaatsen berekend op basis van het aantal te realiseren woningen. Tabel 3.1 Parkeernorm per woning Aantal Woningtype Kenmerk 10 Appartementen Goedkoop 10 5 14 18 2 59

CROW tabel Parkeernorm Parkeerplaatsen Huur, appartement, 1.7 17,0 midden/goedkoop (incl. sociale huur) Levensloopbestendig Goedkoop Huur, appartement, 1.7 17,0 midden/goedkoop (incl. sociale huur) Appartementen Middelduur Koop, appartement, 1.9 9,5 midden Patiowoningen Middelduur Koop, huis, 1.9 26,6 twee-onder-een kap 2-onder-1 kapwoningen Middelduur Koop, huis, 1.9 34,2 twee-onder-een kap Vrijstaand Middelduur Koop, huis, vrijstaand 2.1 4,2 108,5

Toetsing Vervolgstap is het toetsen van het ontwerpplan of deze voldoet aan de berekende parkeerbehoefte. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de volgende correcties: 1. Privé parkeerplaatsen worden niet door anderen gebruikt om piekvragen op te vangen. 2. Privé parkeerplaatsen waarbij twee voertuigen achter elkaar staan op een oprit worden in de praktijk minder gebruikt. Aangezien het achterste voertuig het voorste voertuig blokkeert wordt soms alsnog gebruik gemaakt van openbare parkeerplaatsen. 3. Garages worden in de praktijk ook gebruikt voor de opslag van goederen en/of fietsen. De werkelijke capaciteit verminderd daardoor.

Tabel 3.2 Correctiefactor parkeervoorziening

Als de correctiefactor wordt toegepast op het stedenbouwkundig ontwerp, komt de volgende parkeernorm uit. Tabel 3.3 Berekening parkeernorm Wilhelminadorp Zuid Aantal Soort Theoretisch 2 Enkele oprit 1 21 Garage met enkele oprit 2 11 Garage met dubbele oprit 3 80 Openbaar 1 Totaal

Berekenings aantal Berekening totaal 0,8 1,6 1,2 25,2 1,5 16,5 1 80 123,3

Conclusie De parkeernorm uit het parkeerbeleid is voor de uitbreiding 108,5 parkeerplaatsen. Het aanbod van parkeerplaatsen in het plan is met 123,3 hoger dan de vraag. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernormen. 3.4.6 Groenstructuurplan Groen in Goes 2014-2024 Inleiding In het Groenstructuurplan wordt de gemeentelijke visie op het openbaar groen beschreven. Er wordt gestreefd naar robuust en duurzaam groen, waarmee de hoofdgroenstructuren behouden blijven en versterkt worden. Toetsingskader Het Groenstructuurplan geeft aan vanuit welke visie er gewerkt wordt naar een fraaie en vooral duurzame groene inrichting van de woon- en werkomgeving. Het openbaar groen is er primair voor de bewoners, het groen moet gebruikt kunnen worden en men moet ervan kunnen genieten. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichtingen, zal aandacht voor behoud, verbetering of compensatie van bestaande groenvoorzieningen een belangrijk onderdeel vormen van het project. Toetsing Het groen aan de noord- en zuidzijde van het plan wordt toegevoegd aan de hoofdgroenstructuur. Hiermee wordt gestreefd naar het waarborgen en verhogen van de kwaliteit van de groene leefomgeving en het uitbreiden van de hoofdgroenstructuur. De groenstructuur is met name aan de randen van het plangebied aangelegd.

Naast de al genoemde houtwallen als structurerend element is er het een groen plein centraal in het plangebied als onderdeel van de groenstructuur. Door het ontwikkelen van het plan en hierbij de noordelijke en zuidelijke houtwal als hoofdgroenstructuur op te nemen en deze door groenrand aan de westzijde en de schouwstrook aan de oostzijde te verbinden kan er sprake zijn van een versterking van de ecologie door de groenstructuur. Conclusie Het beleid op het gebied van groenstructuur vormt geen belemmering.

3.4.7 Welstandsnota Het welstandsbeleid van de gemeente Goes is verwoord in de "Welstandsnota Goes". Het belangrijkste doel van het welstandsbeleid is het vormen van een toetsingskader voor welstand, waarmee de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten behouden en versterkt kunnen worden. Hiervoor zijn een aantal beoordelingskaders opgesteld, waaronder enkele van gebiedsgerichte aard. Deze dienen altijd in samenhang met de gehele gebiedsomschrijving van het desbetreffende deelgebied waarop de bouwaanvraag van toepassing is te worden gehanteerd. Voor het plangebied wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze zal als aanvulling op de Welstandsnota worden vastgesteld door de gemeenteraad van Goes. Het beeldkwaliteitsplan moet op moment van opstellen van dit bestemmingsplan nog worden afgerond. Bij de verdere uitwerking van het bouwplan moeten deze beeldkwaliteitseisen worden gerespecteerd. Bij een toekomstige actualisatie van de welstandsnota zullen de beeldkwaliteitseisen voor voorliggend plan hierin worden opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan zal als bijlage van voorliggend bestemmingsplan worden bijgevoegd. 3.4.8 Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan (GVVP) Inleiding In het GVVP wordt ingegaan op het verbeteren van bestaande verkeersknelpunten en wordt ingespeeld op de verkeerseffecten van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

Er is tevens een beoordelingskader opgenomen om beleidsmatig de vinger aan de pols te houden. Beleid en toekomstige verkeerskwesties in Goes worden aan dit kader getoetst. In het GVVP is gekozen voor een integrale benadering van alle mobiliteitsdeelnemers op basis van een geografische indeling, waardoor de visie overzichtelijk aanschouwelijk is gemaakt. Het GVVP is vastgesteld op 25 augustus 2005. Daarna is dit plan geactualiseerd d.m.v. de GVVP Tussenevaluatie 2008 en de GVVP Actualisatie 2013 (vastgesteld februari 2014). Een aantal zaken is verder verdiept in de volgende beleidsnota's: Parkeerbeleid: Parkeerbeleidsplan 2009; Verkeersveiligheidsbeleid: Op weg naar nul 2011; Fietsbeleid: Goes Fiets Verder 2012. Toetsing Verkeerstructuur De te realiseren uitbreiding wordt ontsloten via de omliggende straten: aan de oostzijde via de IGJ vd Boschstraat en aan de noordzijde via de Lindenberghstraat. Op deze straten geldt een maximum snelheid van 30km/h en zijn ook als zodanig ingericht. In afbeelding 3.1 is weergegeven hoe de ontsluiting zal lopen voor de te realiseren woningen. Verkeersintensiteiten De uitbreiding gaat uit van de realisatie 59 woningen. Voor de berekening van de verkeersgeneratie worden de kencijfers van het CROW (Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie 1-12-2018) gebruikt.

Goes is matig stedelijk en het plangebied ligt in de 'rest' van de bebouwde kom. Hiervoor zal het gemiddelde van de bandbreedte worden gebruikt. Dit resulteert in de volgende ritgeneratie per woning.

Figuur 3.1 Verkeersafwikkeling nieuw te realiseren woningbouw Kijkend naar tabel 3.4 worden er afgerond 366 ritten gegenereerd door de woningbouw. Dit verkeer zal zowel via het zuidelijke deel van de I.G.J. van den Boschstraat en de Lindenberghstraat richting Westhavendijk en Brugstraat rijden. Het drukste punt daarin is het wegvak van de I.G.J. van den Boschstraat te zuiden van Saartje Arnoldistraat. Bovengenoemd wegvak kent minder dan 500 motorvoertuigen per etmaal. Als daarboven wordt gekeken naar de prognose voor 2040, waarbij deze ontwikkelingen buiten beschouwing wordt gelaten, dan is de verkeersintensiteit met ongeveer 450 motorvoertuigen per etmaal lager dan 500. Daarmee is te concluderen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling de verkeersintensiteit onder de 1.000 motorvoertuigen per etmaal ligt voor dit wegvak. Dit is ruim onder de gestelde norm van 2.5000 motorvoertuigen per etmaal. Voor de overige wegvakken in het gebied, waaronder de Lindenbergstraat en de huidige doodlopende wegen in de I.G.J. van den Boschstraat is de intensiteit nog lager. Tabel 3.4 Verkeersgeneratie per woning Aantal Woningtype Kenmerk CROW-tabel Ritgeneratie 10 Appartementen Huur/Goedkoop Huur, appartement, 3,6 midden/goedkoop (incl. sociale huur) 10 Levensloopbestendig Huur/Goedkoop Huur, appartement, 3,6 midden/goedkoop (incl.

sociale huur) 5 Appartementen Koop/Middelduur Koop, appartement, 5,6 midden 14 Patiowoningen Koop/Middelduur Koop, huis, 7,8 twee-onder-een kap 18 2-onder-1 kap woningen Koop/Middelduur Koop, huis, 7,8 twee-onder-een kap 2 Vrijstaand Koop/Middelduur Koop, huis, vrijstaand 8,8 59

Totaal 36,0 36,0 28,0 109,2 140,4 16,4 366

Conclusie Op basis van de kengetallen wordt gesteld dat de verwachte toekomstige verkeersintensiteit als gevolg van de uitbreiding niet tot knelpunten zalleiden in de aansluitende straten. Niet qua verkeersafwikkeling en niet qua leefbaarheid. 3.4.9 Conclusie regionaal- en gemeentelijk beleid De ontwikkeling voldoet aan het regionaal en gemeentelijk beleid.

3.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders van zowel het Rijk, als de Provincie Zeeland, regio de Bevelanden en de gemeente Goes.

HOOFDSTUK 4 Sectorale aspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan alle relevante sectorale aspecten. Deze toetsing geldt als basis voor de planologische afweging.

4.2 Archeologie Inleiding Archeologische sporen en resten in de bodem van de gemeente Goes vormen een spiegel van duizenden jaren bewoningsgeschiedenis. Dit zogenaamde ‘bodemarchief’ is van maatschappelijk belang, omdat het voor het grootste deel van het verleden de enige bron van informatie is. Tegelijkertijd is dit bodemarchief kwetsbaar voor allerhande ingrepen en vormen van gebruik die nu eenmaal verband houden met wonen, werken en recreëren. Om te voorkomen dat de archeologische informatie ongezien verloren gaat, is het noodzakelijk dat gemeenten in het ruimtelijk beleid waarborgen inbouwen voor de omgang met dit bodemarchief. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta dat in 1992 door Nederland werd ondertekend. In eerste instantie berusten deze waarborgen op de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), het Besluit op de archeologische Monumentenzorg (Bamz) de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarmee werd behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Op 1 juli 2016 zijn al deze wetten opgegaan in de nieuwe Erfgoedwet. Toetsingskader Gemeentelijk archeologiebeleid Om op gemeentelijk niveau weloverwogen keuzes te kunnen maken heeft de gemeente Goes op 15 december 2011 Archeologiebeleid vastgesteld.

Hiermee wil de gemeente niet alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen omtrent archeologie maar ook een formeel afwegingskader bieden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid, dat gebaseerd is op een analyse van de plaatselijke situatie, geeft aan wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het rapport “Archeologiebeleid gemeente Goes” (d.d. 30 juni 2011) bestaat uit een “Deel A: Beleidsnota archeologie” en een “Deel B: Toelichting beleidskaart”. Deel B is een (ruimtelijke) uitwerking van het archeologiebeleid (deel A). Op basis van de beleidskaart, die bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, kan worden bepaald of voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op een specifieke locatie al dan niet archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in 8 categorieën, waarvan enkele categorieën bekende archeologische waardevolle gebieden omvatten en andere een bepaalde verwachtingswaarde op archeologische vondsten weergeven. Aan elke categorie, uitgezonderd categorie 1, is een, aan oppervlakte van grondverstoring gebonden, vrijstelling voor archeologisch onderzoek gekoppeld. Bij alle categorieën, wederom uitgezonderd categorie 1, geldt in ieder geval dat geen onderzoek hoeft plaats te vinden indien de bodem niet dieper dan 40 cm wordt verstoord.

De gehanteerde categorieën zijn: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Categorie 1: archeologisch rijksmonument; hiervoor is altijd een monumentenvergunning nodig; Categorie 2: terrein van archeologische waarde; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord; Categorie 3: stads- en dorpskernen van een specifieke archeologische verwachting; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord; Categorie 4: hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 250 m2 wordt verstoord; Categorie 5: matige verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 500 m2 wordt verstoord; Categorie 6: lage verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht;

<0000> <0000>

Categorie 7: verwachting van maritieme vondsten; hiervoor is altijd overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig; Categorie 8: archeologische vondsten worden niet verwacht; geen onderzoeksplicht.

Toetsing Het plangebied Wilhelminadorp-zuid heeft op Kaartlaag 1 “Walcheren” een categorie 6 (lage verwachting). Op de kaartlagen 2, 3 en 4 (respectievelijk Hollandveen, Wormer en Pleistoceen) is geen verwachting aangegeven. Omdat in het beleid niet de meest recente onderzoeken/ vondstmeldingen zijn opgenomen is Archis2 (de nationale databank voor archeologie) geraadpleegd. Hierin werden echter geen nieuwe onderzoeken/ vondstmeldingen vermeld. Conclusie De gronden met een archeologische waarde (maatregelcategorie 6) zoals aangeduid op archeologische Maatregelenkaart-1 (Walcheren) worden door de lage verwachting niet archeologisch bestemd. Hierdoor is voor het volledige plangebied geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Ondanks dat er geen archeologische dubbelbestemming van toepassing is, is het niet uit te sluiten dat, gezien de lage verwachting, toch relevante archeologische sporen en vondsten in de bodem verborgen zijn. Wanneer deze tijdens werkzaamheden worden aangetroffen geldt hiervoor een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet.

4.3 Bodemkwaliteit Inleiding De toelichting van een bestemmingsplan bevat een paragraaf over de bodemkwaliteit. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toetsingskader Het bestemmingsplan bevat een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de boogde bestemming (functie). De milieuhygiënische bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming(en). Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en/of het milieu. Toetsing Om te bepalen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde ontwikkeling zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd; Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en A 763 ged.), uitgevoerd door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., project 23200021, d.d. 17-03-2020 en Verkennend bodemonderzoek volgens NEN5740 Lindenbergstraat te Wilhelminadorp (Goes, sectie AC, nr. 777, 778 en 780), uitgevoerd door ABO milieuconsult, projectnummer ANL22-7498, d.d. 20-01-2023. De onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 1 en bijlage 2 Op basis van de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken zijn er lichte verontreinigingen met DDD, PFOA en PFOS in de bovengrond aangetoond. Er zijn geen verontreinigingen in de ondergrond aangetoond.

In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met chroom en tetrachlooretheen (per) en naftaleen aangetoond. De aangetoonde gehalten zijn zodanig laag, dat deze geen onaanvaardbare risico’s vormen voor mens en/of milieu. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan.

4.4 Water Inleiding Het betreffende gebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Wilhelminadorp. Gezien de huidige situatie van het watersysteem in combinatie met de inpassing van de nieuwe ontwikkeling in het gebied is bewust aandacht besteed aan de toekomstige inrichting van het watersysteem. De gemeente Goes streeft ernaar om het watersysteem binnen haar gemeentegrenzen duurzaam in te richten en te onderhouden. Dit doet zij in samenwerking met de waterbeheerder en waterschap Scheldestromen. Het watersysteem moet daarbij voldoen aan gestelde normen van de waterbeheerder en de functies kunnen vervullen zoals die omschreven zijn in het Waterplan Goes. Dit beleidsplan voor water in het bebouwde gebied is opgesteld in samenwerking met het waterschap. Naast de samenwerking met de waterbeheerder wordt het gemeentelijke beleid ook afgestemd op het Omgevingsplan Zeeland 2018, waarin de provincie Zeeland het Rijksbeleid heeft doorvertaald en uitgewerkt. De doelstelling van het Omgevingsplan ten aanzien van water is een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en de waterbodems, een peilbeheer en een aanvaardbaar risico op wateroverlast dat is afgestemd op bestaande en toekomstige functies. Toetsingskader Afbakening plangebied Zoals genoemd is de nieuwbouwwijk gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Wilhelminadorp.

Het gebied wordt omsloten door een bestaande slotenstructuur aan de noord-, oost- en zuidzijde. Aan de westzijde is agrarisch gebied gelegen. Ook hier zal een watergang als begrenzing worden gerealiseerd. De nieuwe wijk zal aan de noordzijde worden ontsloten vanaf de Lindenberghstraat en aan de oostzijde op twee plaatsen vanaf de I.J.G. van den Boschstraat. Figuur 4.1 geeft een weergave van het plangebied weer.

Figuur 4.1 Ontwerp toekomstige inrichting WIlhelminadorp Zuid

Maaiveld De maaiveldhoogte van het plangebied varieert van circa NAP+0,60 op de laagste punten tot circa NAP+1,00 meter (zie figuur 4.2). Dit komt globaal overeen met de maaiveldhoogte van het oostelijk gelegen deel van Wilhelminadorp. Aan de westzijde van het plangebied loopt de maaiveldhoogte op tot circa NAP+1,30 meter (lichtgroen). Dit geldt ook voor de noordelijk gelegen bestaande bebouwing.

Figuur 4.2 Hoogteligging bestaand maaiveld (bron: AHN viewer) Bestaande oppervlaktewatersysteem Er lopen rondom het te ontwikkelen perceel diverse waterlopen (figuur 4.3). Deze waterlopen zijn door het waterschap in hoofdzaak gecategoriseerd als secundaire waterloop. De waterlopen zijn grotendeels watervoerend en wateren af in zuidoostelijke richting. Zij monden uit in de waterpartij ten noorden van de Wilhelminapolderweg, waar deze overgaat in de Westhavendijk. Het plangebied maakt deel uit van peilgebied GPG1385 dat verder in zuidelijke richting afwatert. Het peilgebied kent een streefpeil van NAP-0,90 meter zomerpeil en NAP-1,00 meter winterpeil. De slootbodems in de waterlopen rondom het perceel liggen echter boven het zomerpeil. Om die reden is van alle waterlopen een dwarsprofiel ingemeten, waarbij ook de werkelijke waterstand is opgenomen. Deze varieert globaal tussen de NAP-0,40 meter en NAP-0,75 meter. De waterlopen langs de Wilhelminapolderweg (westelijk van de waterpartij) kennen een hoger waterpeil en een hoger gelegen profiel (bodempeil). Het ingemeten waterpeil bedraagt NAP-0,19 meter. In westelijke richting is ook een ander peilgebied met een hoger streefpeil gelegen (streefpeil NAP-0,30 meter).

Figuur 4.3 Watersysteem rondom perceel, bestaande situatie (bron: interactieve kaarten waterschap Scheldestromen) Aandachtspunten oppervlaktewatersysteem Vanuit het oppervlaktewatersysteem zijn er enkele aandachtspunten te formuleren die van belang zijn in het kader van de toekomstige ontwikkeling van het plangebied. Noordelijke waterlopen De noordelijke waterlopen zijn gedeeltelijk vrij nieuw (westzijde Lindenberghstraat) en fungeren als ontvangstlocatie voor lozingspunten van de regenwaterriolering uit de Lindenberghstraat en de IT-riolering vanuit het gebied rondom de I.G.J. van den Boschstraat. De mogelijkheid tot het lozen van regenwater vanuit de bestaande bebouwing dient gewaarborgd te blijven. Oostelijke waterloop De oostelijke waterloop is de huidige scheiding tussen het te ontwikkelen gebied en de bestaande bebouwing (I.J.G. van den Boschstraat). Deze watervoerende waterloop is gedeeld eigendom van de aangrenzende perceeleigenaren (50% oostzijde) en gedeeltelijk van de gemeente Goes (50% westzijde). Vanaf de percelen zijn diverse regenwaterafvoeren (over eigen terrein) aangesloten op de waterloop. Naast de afvoer van regenwater vanaf deze percelen waarborgt deze waterloop ook de afvoer vanuit de noordelijk gelegen sloten in zuidelijke richting (richting Westhavendijk).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14419906/1