CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

039. Mulier Instituut Ruimte voor sport in Goes eindrapport

Besluitvormende raad 18 september 2025, gemeente GoesBij agendapunt: Sport- en beweegvisie gemeente Goes15.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Daniëlle Ruikes | Amilia Aarnink | Niels Meulenbroeks

Mulier Instituut | 2024

In opdracht van gemeente Goes Mulier Instituut Daniëlle Ruikes Amilia Aarnink Niels Meulenbroeks Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, mei 2024 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,

beleid en samenleving. Voor overheden,

gericht op de bevordering van sport, sportief

maatschappelijke organisaties,

bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen

onderwijsinstellingen, sportorganisaties en

we op verschillende manieren:

bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de

We verzamelen data en monitoren de Nederlandse

sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de

sportsector en beleidsprogramma’s.

motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

CBS DSA NSO RIVM

SCP VSG

Centraal Bureau voor

. Zaalsporten

Sportzaal

de Statistiek

Sporten die in principe in een

Overdekte sportruimte van

Database

sporthal, sportzaal of gymzaal

circa 28 bij 22 meter, geschikt

SportAanbod

worden beoefend.

voor meerdere zaalsporten.

Sportonderzoek

Sporthal

Gymzaal

Rijksinstituut voor

Overdekte sportruimte van

Overdekte sportruimte van

Volksgezondheid en

minimaal 40 bij 20 meter, in

circa 21 bij 12 meter., in

Milieu

principe geschikt voor alle

beginsel geschikt voor het

Sociaal en Cultureel

zaalsporten.

bewegingsonderwijs, geschikt

Nationaal

Planbureau

voor beperkt aantal

Vereniging Sport en

zaalsporten.

Gemeenten VTO

Vrijetijdsomnibus

Samenvatting

De gemeente Goes wil een gezonde leefstijl stimuleren, onder andere door bewegen en sporten aan te moedigen en te faciliteren met sportaccommodaties. De gemeente neemt haar plannen voor sportaccommodaties op in de nieuwe sportnota. Hiervoor wil ze inzichten in de sportaccommodatiebehoefte van haar inwoners.

In deze rapportage brengen we de verhouding tussen het aanbod en de behoefte aan binnen- en buitensportaccommodaties en de ervaren knelpunten in beeld. We beantwoorden de volgende onderzoeksvragen: Hoe verhoudt het huidige (2023) aanbod zich tot de huidige en toekomstige (2030 en 2040) behoefte aan binnen- en buitensportaccommodaties in de gemeente Goes? Wat is het aanbod? Wat is de actuele (2023) en toekomstige normatieve behoefte (2030 en 2040)? Wat is het huidige sportief gebruik? Hoe beoordelen sportverenigingen en -groepen het gebruik en welke wensen hebben zij? Hoe beoordelen de exploitanten het aanbod?

Binnensport Het aanbod aan sporthallen is vanuit de zaalsport in lijn met de normatieve behoefte in de gemeente, nu en in de toekomst (2030 en 2040). In de toekomst neemt de behoefte licht toe, waardoor de druk op de huidige sporthallen stijgt. Op bepaalde (piek)momenten is de druk op de huidige sporthallen hoog. Daarnaast moet een deel van de inwoners relatief ver reizen om te kunnen sporten in een sporthal. Vijf van de tweeëntwintig gebruikersgroepen geven aan dat er onvoldoende ruimte beschikbaar is (op tijden of dagen dat zij er gebruik van willen maken) om in de behoefte van de leden te kunnen voorzien. Daarnaast wil een derde van de gebruikers in de toekomst meer gebruikmaken van de binnensportaccommodaties, om te voorzien in de behoefte van huidige of potentiële leden. Gymzalen en sportzalen zijn voor veel sportverenigingen niet geschikt. Daarnaast geven de meeste verenigingen aan dat het voor hun leden en kader niet haalbaar is

om doordeweeks voor 18:00 uur of na 22:00 uur te sporten en dat het wenselijk is dat alle leden van één locatie gebruik kunnen maken. Buitensport Gemeentebreed is per sport voor alle sportverenigingen normatief voldoende ruimte aanwezig voor de huidige behoefte van de verenigingen, met uitzondering van rugby. Een aantal verenigingen heeft op basis van de richtlijnen op het eigen sportpark onvoldoende capaciteit om te voorzien in de behoefte van de huidige leden. De verwachte bevolkingsgroei leidt tot blijvende tekorten op sportparken waar we knelpunten constateren en tot verwachte nieuwe tekorten. Een groot deel van de verenigingen geeft aan over voldoende capaciteit te beschikken voor de huidige verenigingsactiviteiten. In de toekomst verwacht een enkele vereniging meer ruimte nodig te hebben. Verenigingen zien ook mogelijkheden in (verdere) samenwerking tussen de verenigingen om knelpunten in de capaciteit te verlichten.

Plan structureel overleg tussen exploitant en gebruikers Op bepaalde momenten is de druk op de sporthallen hoog, en gebruikers ervaren verschillende knelpunten. Structureel overleg kan de exploitant beter zicht geven op de ervaren knelpunten en behoeften van de gebruikers. En het geeft de gebruikers meer zicht op de mogelijkheden binnen de huidige accommodaties. Verken mogelijkheden om gebruik binnensportaccommodaties te optimaliseren Het verdient de aanbeveling om kritisch te kijken naar hoe het gebruik wordt ingeroosterd en welke mogelijkheden er zijn om het gebruik te optimaliseren, bijvoorbeeld buiten de piekuren. De sporthallen worden ook gebruikt door gebruikers die wellicht voldoende ruimte hebben in een sportzaal of gymzaal. De gemeenten kan daarbij ook kijken of er optimalisatie mogelijk is in de verdeling van het gebruik over de accommodaties. Optimaliseer capaciteitsgebruik buitensportverenigingen Een deel van de buitensportverenigingen maakt suboptimaal gebruik van de aanwezige capaciteit. Een grotere zondagtak of wedstrijden op de vrijdagavond kunnen een deel van de knelpunten oplossen. We raden daarom aan te onderzoeken of dit mogelijk is. Hierbij kan de gemeente in gesprek met de verenigingen verkennen of flexibele en verlengde speeldagen, maar ook (verdere) samenwerking tussen verenigingen, tot intensivering van het gebruik van de huidige sportvelden kan leiden.

Hoofdstuk 1

Het huidige sportaccommodatiebeleid van de gemeente Goes is opgesteld in 2007 en vastgelegd in de sportnota 2008-2011. Ontwikkelingen in sportdeelname en accommodatiegebruik, maar ook demografische ontwikkelingen maken dat het huidige beleid verouderd is. Daarom geven we inzichten in de accommodatiebehoefte vanuit de sport. In dit eerste hoofdstuk beschrijven we hoe we dit onderzochten.

Om de gemeente inzicht te geven in de huidige en toekomstige behoefte van haar inwoners aan binnen- en buitensportaccommodaties, beantwoorden we de volgende onderzoeksvragen: Hoe verhoudt het huidige (2023) aanbod zich tot de huidige en toekomstige (2030 en 2040) behoefte aan binnen- en buitensportaccommodaties in de gemeente Goes? Wat is het aanbod? Wat is de actuele (2023) en toekomstige normatieve behoefte (2030 en 2040)? Wat is het huidige sportief gebruik? Hoe beoordelen sportverenigingen en -groepen het gebruik en welke wensen hebben zij? Hoe beoordelen de exploitanten het aanbod?

Binnensportaccommodaties zijn overdekte sportruimtes die benut worden voor de beoefening van meerdere zaalsporten en het geven van bewegingsonderwijs. De behoefte aan andere typen overdekte sportaccommodaties, zoals denksportcentra of zwembaden, valt buiten de scope van dit rapport. Ook de behoefte aan binnensportaccommodaties voor het bewegingsonderwijs nemen we niet mee. Bij de buitensportaccommodaties beperken we ons tot de behoefte aan sportvoorzieningen op de sportparken. De behoefte aan voorzieningen voor sportbeoefening in de openbare ruimte laten we buiten beschouwing.

We hebben het aanbod geïnventariseerd en weergegeven op kaart. De Database SportAanbod (DSA) hebben we benut om te bezien in hoeverre het aanbod afwijkt van referentiecijfers. Om de normatieve behoefte vanuit de sport te bepalen hebben we landelijke richtlijnen toegepast (zie bijlage 1). Ramingen over de ontwikkeling van de behoefte baseren we op bevolkingsprognoses en trends in de sportdeelname.

Om de normatieve behoefte aan binnensportruimte te duiden, hebben we verhuuroverzichten van (gemeentelijke) accommodaties geanalyseerd. Om de cijfermatige analyses in context te plaatsen hebben we online vragenlijsten afgenomen bij sportverenigingen en -groepen die gebruikmaken van de binnen- en buitensportaccommodaties en gesprekken gevoerd met de exploitanten. Tot slot hebben we de sportverenigingen uitgenodigd voor een verenigingsavond voor de binnensport en een voor de buitensport. We vergelijken Goes in dit rapport met de volgende referentiecijfers: het landelijke gemiddelde (Nederland); het gemiddelde van de VSG-regio (provincie) Zeeland; het gemiddelde van referentiegemeenten die vergelijkbaar zijn met Goes op basis van stedelijkheid en bevolkingsomvang, namelijk Bodegraven-Reeuwijk, Boxtel, Castricum, De Bilt, Edam-Volendam, Geldrop-Mierlo, Meppel, Rheden, Rijssen-Holten, Teylingen, Tiel en Wijchen.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de beleidscontext, ontwikkelingen en prognoses die relevant zijn voor sportcapaciteitsvraagstukken. In hoofdstuk 3 behandelen we de binnensportaccommodaties, in hoofdstuk 4 de buitensportaccommodaties. Hoofdstuk 5 vormt het afsluitende hoofdstuk, waarin we alle resultaten samenbrengen.

Hoofdstuk 2

In dit hoofdstuk schetsen we de context waarbinnen de aanbodbehoefteanalyses plaatsvinden. Ook geven we relevante trends en ontwikkelingen voor sportaccommodatiebeleid en accommodatiebehoefte weer.

Trends bij gemeenten en sportbonden Gemeenten rekenen het tot hun verantwoordelijkheid om sportbeoefening te faciliteren, ook al is er geen wettelijk kader dat dit verplicht. In beginsel doen ze dit vanuit de gedachte van marktfalen en het sociaal-maatschappelijke belang van sport (Hoekman, 2018). Sportaccommodaties zijn het belangrijkste instrument dat de overheid inzet om sportbeoefening te faciliteren (Van der Poel & Hoekman, 2023). Waar in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een bouwgolf van gemeentelijke sportaccommodaties plaatsvond, richt het gemeentelijke sportaccommodatiebeleid zich tegenwoordig veelal op het beter benutten van de bestaande infrastructuur (Van der Poel & Hoekman, 2023). De laatste twee decennia zit vernieuwing van het landschap vooral in de hoek van de commerciële initiatieven (Hoekman & Schadenberg, 2023). Om de bestaande infrastructuur beter te laten renderen staat multifunctionaliteit en meervoudig gebruik hoog op de gemeentelijke agenda (Hoekman & Van der Maat, 2017; Hoogendam et al., 2021). Steeds meer sportparken worden opengesteld of er worden vrij toegankelijke voorzieningen toegevoegd (calisthenics, survivalparcours). In sporthallen zien we steeds vaker dat modules worden toegevoegd (urban sports-elementen, gamification).

Gemeenten introduceren flexibele exploitatiemodellen (uurtarieven) voor sportvelden, waardoor ze beter kunnen sturen op mede-/deelgebruik van de velden (Schots & Schadenberg, 2020). Sportbonden nemen hun verantwoordelijkheid in de landelijke ambitie om de benutting van de sportaccommodaties te verhogen door bijvoorbeeld flexibele speeldagen te introduceren, doordeweekse competitie te stimuleren of normen en planningsregels aan te passen (Hoekman & Schadenberg, 2023). Uitbesteding en verzelfstandiging De gemeente is in de meeste gevallen niet langer de partij die financiert, beheert én coördineert. Steeds meer gemeenten besteden de uitvoering van het sportbeleid uit aan andere organisaties (Schadenberg, 2022). In het Nederlandse sportlandschap neemt de rol van externe uitvoeringsorganisaties toe, met name voor de uitvoering van het sportaccommodatiebeleid.

In 2023 is van ruim de helft van de binnensportvoorzieningen de gemeente eigenaar. Met name bij sporthallen is dit vaak het geval. Bij een groot deel van de buitensportvoorzieningen is ruim 90 procent in eigendom van de gemeente, maar hockeyvelden (ca. twee derde) en openlucht tennisvoorzieningen (ca. een derde) zijn hier een uitzondering op. Bij tennisvoorzieningen is de niet-gemeentelijke partij relatief vaak een sportvereniging. Het verzelfstandigen of uitbesteden zien we voornamelijk bij een groot deel van binnensportvoorzieningen. Bij het overgrote deel van de buitensportvoorzieningen ligt de exploitatie bij gemeenten, met weer als grootste uitzondering de openluchttennisvoorzieningen (Van Eldert & Van der Heijde, 2023). Verzelfstandiging of privatisering van gemeentelijke sportaccommodaties is in de afgelopen collegeperiode (2018-2022) wel minder vaak gebeurd dan in de collegeperiode daarvoor (2014-2018). Gemeenten verwachten dat er in de huidige collegeperiode (2022-2026) nog minder vaak sprake gaat zijn van verzelfstandiging of privatisering van één of meerdere binnensportaccommodaties. Voor buitensportaccommodaties verwachten ze dat dit gelijk blijft (Van Eldert & Van der Heijde, 2023). Rol verenigingen De rol van verenigingen bij het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties is de laatste decennia toegenomen.

Met name zijn meer onderhoudstaken bij veldsportverenigingen komen te liggen (Hoekman et al., 2022). Er wordt meer van verenigingen verwacht om de maatschappelijke waarde van de sportaccommodatie te verhogen. Bijvoorbeeld door de accommodatie rookvrij te maken, gezonde alternatieven in de sportkantine aan te bieden of activiteiten open te stellen voor niet-leden (Lucassen et al., 2018). Integraal sportbeleid Bij de totstandkoming van het sportbeleid wordt samengewerkt met andere beleidsterreinen of gemeentelijke afdelingen. Sportbeleid wordt (daarmee) vaker integraal ingestoken (Hoogendam et al., 2021). Andere gemeentelijke domeinen dragen vaker financieel bij aan het sportbudget. De financiële bijdrage is meestal voor activiteiten die ook voor de andere domeinen baten realiseren en komt niet zozeer direct ten goede van sportaccommodaties. Goes Het huidige sportaccommodatiebeleid van gemeente Goes is verouderd. Het staat in de Sportnota 2008-2011. Daarin gaat de gemeente voornamelijk in op verschillende aspecten die de gemeentelijke basissportvoorziening vormgeven, zoals eigendomsverhoudingen, kwaliteit en kwantiteit. Er staan geen specifieke speerpunten voor de capaciteit aan sportaccommodaties voor de sport in (Gemeente Goes, 2007).

In 2019 is het Zeeuws Sportakkoord getekend, waarin de Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland en lokale partners gezamenlijke ambities hebben opgenomen. In dit sportakkoord is binnen het thema Duurzame Sportinfrastructuur specifiek één doel opgenomen voor de capaciteit van sportaccommodaties/-voorzieningen: 'Iedere kern in een Zeeuwse gemeente heeft een sport-, speel- en/of beweegvoorziening waar verschillende vormen van sporten en bewegen mogelijk zijn. De voorziening is bereikbaar en toegankelijk'. De afstanden tot en de beschikbaarheid van sportvoorzieningen worden als uitdagingen benoemd voor het Zeeuwse sportlandschap (SportZeeland & Provincie Zeeland, 2019). Gemeente Goes heeft in 2024 een beweegakkoord opgesteld. Het doel van het beweegakkoord is om een gezonde, actieve, en sociaal verbonden samenleving te bevorderen. Zij wil iedereen de mogelijkheid geven om beweegvaardig op te groeien, beginnend vanaf jonge leeftijd, door onderwijs en uitdagende speelomgevingen. Voor volwassenen betekent dit goed kunnen blijven bewegen, en vooral voldoende in beweging blijven. Zij wil een sociaal veilige omgeving waar iedereen zichzelf kan zijn (Gemeente Goes, 2024). Dit vraagt onder andere om voldoende en gevarieerd aanbod.

De sportaccommodaties en het aanbod aan andere sport- en beweegvoorzieningen benoemt de gemeente dan ook expliciet als een van de bouwstenen om inwoners aan het bewegen te krijgen (Gemeente Goes, 2019).

Bevolkingsopbouw en -prognose Het is de verwachting dat de provincie Zeeland te maken krijgt met een geringe bevolkingsgroei. Lokaal wordt er zelfs krimp verwacht (Provincie Zeeland, 2022). Maar Goes is een van de gemeenten in de provincie die het sterkst gaat groeien de komende jaren. Goes telt circa 39.600 inwoners in 2023. Naar verwachting neemt de bevolking toe tot ruim 45.950 inwoners in 2040 (+16%). De grootste toename vindt plaats in de oudste leeftijdsklassen, maar ook het aantal kinderen blijft flink toenemen (figuur 2.1).

Figuur 2.1 Verwachte bevolkingsontwikkeling gemeente Goes (in procenten t.o.v. 2023) -20

-10

0

10

30

11

Jonger dan 13 jaar -2

13 tot 18 jaar

5

18 tot 35 jaar 4

35 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar

20

-13

50

35

11

5

21

2

65 tot 75 jaar

40

6

14

75 jaar en ouder 2030

18

45

2040

Bron: Gemeente Goes, bevolkingsaantallen per leeftijdsjaar 30 oktober 2023; Provincie Zeeland, provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2022. Bewerking: Mulier Instituut.

De gemeente Goes bestaat uit verschillende kernen: de stad Goes met daaromheen acht dorpen (figuur 2.2). De stad Goes is met circa 29.500 inwoners in 2023 de kern met de meeste inwoners. Eindewege en Oud-Sabbinge tellen beide circa 210 inwoners en zijn daarmee de kleinste kernen op basis van inwonertal (tabel B2.1 in bijlage 2). De bevolkingssamenstelling verschilt niet sterk per kern. In Oud-Sabbinge zijn relatief weinig jongeren én ouderen en is de groep 18 tot 65 jaar relatief groot. In de kern Kattendijke wonen relatief veel ouderen. Bevolkingsprognoses op kernniveau zijn niet beschikbaar.

60

Figuur 2.2 Kernen gemeente Goes

Bron: CBS, wijkindeling, 2023.

Sportdeelname In 2022 sportte 48,2 procent van de inwoners van 18 jaar en ouder van Goes minstens een keer per week. Dit is hoger dan de wekelijkse sportdeelname in 2016 (46,3%). Landelijk lag de wekelijkse sportdeelname in 2022 hoger, namelijk op 53,6 procent. In regio Zeeland lag het aandeel wekelijkse sporters een stuk lager (45,2%) (CBS/RIVM, 2022). In Nederland is de afgelopen twee decennia het percentage wekelijkse sporters onder ouderen gestegen. Onder jongeren is het juist gedaald. Volwassenen laten een licht stijgende trend zien (figuur 2.3). De lokale ontwikkeling van de sportdeelname naar leeftijdscategorie is niet bekend.

Figuur 2.3 Aandeel wekelijkse sporters (in procenten van de Nederlandse bevolking) 100 80 60 40 20 0

4 t/m 11 jaar

12 t/m 17 jaar

18 t/m 64 jaar

65 jaar en ouder

Bron: CBS i.s.m. RIVM, Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, 2010-2022. Bewerking: Mulier Instituut.

Sportbondlidmaatschap In 2022 was circa een vijfde (20,8%) van de inwoners van Goes lid van een sportbond (via een sportvereniging). Dit percentage is redelijk stabiel gebleven de afgelopen jaren. Landelijk is het sportbondlidmaatschap onder de bevolking na een periode van afname weer toegenomen. In 2022 was bijna een kwart van de Nederlandse bevolking lid van een of meerdere sportbonden (24,4%). In regio Zeeland was dat bijna een vijfde van de inwoners (19,8%) (NOC*NSF, 2023). Relatief weinig inwoners van Goes zijn lid van de hockey-, tennis-, voetbal- of volleybalbond ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Het percentage lidmaatschappen bij de atletiek- en gymnastiekbond is in lijn met het landelijke gemiddelde. De afgelopen jaren is het aandeel inwoners van de gemeente met een lidmaatschap bij diverse sportbonden (flink) afgenomen (figuur 2.4). De afname van het percentage Goese leden bij de atletiek-, hockey- en volleybond is sterker dan de landelijke afname. Het percentage leden bij de gymnastiekbond is daarentegen na een jarenlange daling weer toegenomen, tegen de landelijke trend in. Ook het aantal bondsleden bij de atletiek- en tennisverenigingen is recent weer toegenomen. Dit beeld is landelijk bij de tennisbond ook terug te zien.

De sterke toename van het aantal leden bij de tennisbond kan niet los worden gezien van de coronamaatregelen die toen golden en de opkomst van padel in de afgelopen jaren. Het percentage leden bij de voetbalbond is licht gestegen in Goes. Landelijk zien we daar een lichte afname.

Figuur 2.4 Ontwikkeling percentage inwoners met een lidmaatschap van diverse sportbonden in gemeente Goes (in procenten t.o.v. 2014) 40 30

22,1

20 10

3,2

0 -10

-11,2

-20

-28,4 -34,9 -34,2

-30 -40 2014

2015 Atletiek

2016 Gymnastiek

2017

2018 Hockey

2019 Tennis

2020 Voetbal

Bron: NOC*NSF, sportbondleden per gemeente, 2014-2022. Bewerking: Mulier Instituut.

Accommodatiegebruik Door de jaren heen is een ontwikkeling in accommodatiegebruik van de Nederlandse bevolking (12 jaar en ouder) te zien: minder gebruik van buitensportaccommodaties en, met uitzondering van 2018, ook minder gebruik van binnensportaccommodaties (figuur 2.5). Tijdens de coronamaatregelen in 2020 zijn de grootste schommelingen te zien, toen de openbare ruimte en thuis of in de tuin populairdere locaties werden om te sporten. Deze toename is in 2022 afgevlakt. In 2022 is er weer een lichte toename te zien in het gebruik van binnensport- en buitensportaccommodaties.

2021

2022

Volleybal

Figuur 2.5 Beoefening van sportactiviteiten naar locatie (in procenten van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder) 100

80

60

61 53

58 54

24

22 14

61 53

59 49

57

53

47

51

40

20

14 11

25 20

21 14

25 18

4

2

1

0

0

2014 (n=2.790)

2016 (n=2.847)

2018 (n=3.125)

2020 (n=2.726)

2022 (n=3.038)

0 2012 (n=2.482)

22 15

Sportaccommodatie buiten

(Sport)accommodatie binnen

Openbare ruimte

Thuis

Anders

Bron: SCP/CBS, Vrijetijdsomnibus (VTO), 2012-2022.

Binnen- en buitensportaccommodaties worden vooral gebruikt door de Nederlandse jeugd voor sportbeoefening. Het gebruik neemt af naarmate de leeftijd toeneemt (figuur 2.6). Het gebruik van sporthallen en sportvelden is na een periode van daling weer gestabiliseerd. Figuur 2.6 Ontwikkeling van het aantal inwoners dat sport in een sporthal of op een sportveld (in procenten van de bevolking) 60 50 40 30 20 10 0 2012

2014

2016

2018

2020

2022

2012

2014

Sporthal 6 tot 17 jaar

2016

2018

Sportveld 18 tot 35 jaar

Bron: SCP/CBS, Vrijetijdsomnibus (VTO), 2012-2022.

35 tot 54 jaar

55 jaar en ouder

2020

2022

Hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk behandelen we het aanbod aan binnensportaccommodaties, de normatieve behoefte vanuit de zaalsport en de ervaringen van zaalsportverenigingen en exploitanten.

Gemeente Goes telt drie sporthallen, twee sportzalen en 21 gymzalen (tabel 3.1; tabel 3.2). De drie sporthallen en één gymzaal zijn in gemeentelijk eigendom en worden geëxploiteerd door het Omnium. De gemeente is ook eigenaar en exploitant van zeven gymzalen. De gemeentelijke accommodaties zijn beschikbaar voor de (georganiseerde) zaalsport en het bewegingsonderwijs. De drie sporthallen en één gymzaal bevinden zich in de grootste multifunctionele sportaccommodatie in de gemeente. De accommodatie wordt in de avond gebruikt door sportverenigingen en overdag door het middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs (Scalda en Hogeschool Zeeland). Alle sportzalen en andere gymzalen zijn in eigendom van onderwijs(stichtingen) of (dorps)stichtingen. De niet-gemeentelijke sportzalen en gymzalen worden voornamelijk gebruikt voor het bewegingsonderwijs en zijn slechts beperkt beschikbaar voor de zaalsport. Overig aanbod voor de zaalsport Het Omnium beschikt ook over een turnhal, twee danszalen en een budozaal. De turnhal kun je alleen huren als je een turnbevoegdheid hebt. Tabel 3.1 Binnensportaccommodaties in gemeente Goes in 2023 Voorziening

Kern

Eigenaar

Exploitant

Omnium 1

Goes

Gemeente

Omnium

Omnium 2

Goes

Gemeente

Omnium

Omnium 3

Goes

Gemeente

Omnium

Goes Lyceum

Goes

Pontes Scholengroep

Pontes Scholengroep

Calvijn College

Goes

Calvijn College

Calvijn College

Sporthallen

Sportzalen

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023.

Tabel 3.2 Aanbod van gymzalen in gemeente Goes in 2023* (in aantallen; tussen haakjes het aantal in gemeentelijk eigendom) Kern

Totaal

Goes

15(7)

Wilhelminadorp

1

Kloetinge

2 (1)

’s-Heer-Arendskerke

1

’s-Heer Hendrikskinderen

1

Wolphaartsdijk

1

Totaal

21 (8)

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023. *

In bijlage 3 staat een overzicht van de gymzalen.

Geplande mutaties De gemeente is aan het kijken naar verbetering van sportpark Wesselopark. De huidige gymzaal op het sportpark wordt naar verwachting vervangen door een nieuwe gymzaal. In 2025 wordt daarnaast sporthal 3 van het Omnium vervangen door een nieuwe sporthal. De afmeting van de hal blijft gelijk aan de huidige afmeting. Spreiding Het aanbod aan binnensportaccommodaties is vooral geclusterd in en rondom de stad Goes. Dit is op basis van inwonertal ook veruit de grootste kern in de gemeente. Zowel de drie sporthallen als de twee sportzalen bevinden zich in deze kern (figuur 3.1). De gymzalen zijn iets beter verspreid over de gemeente, maar ook voornamelijk geclusterd in de stad. Het merendeel van de gymzalen is bij scholen te vinden en ligt in woonwijken (figuur B3.1 in bijlage 3).

Figuur 3.1 Aanbod sporthallen en sportzalen in gemeente Goes in 2023

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023. Kaartvervaardiging: Mulier Instituut.

Voor circa 80 procent van de inwoners van gemeente Goes is de afstand tot de dichtstbijzijnde sporthal minder dan 3 kilometer. Deze afstand wordt algemeen beschouwd als de afstand die men bereid is af te leggen voor sportbeoefening (Hoekman et al., 2013). Wel blijkt uit recent onderzoek dat sporters uit minder stedelijke gemeenten bereid zijn om verder te reizen naar de sportaccommodatie dan sporters die wonen in stedelijke gebieden (Wezenberg-Hoenderkamp & Rauws, 2023). Inwoners van de gemeente Goes moeten gemiddeld 2,4 kilometer afleggen naar de dichtstbijzijnde sporthal (tabel 3.3). Landelijk is de gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde sporthal een stuk korter, namelijk 1,6 kilometer. In matig stedelijke gemeenten, zoals Goes, is dit gemiddeld zelfs maar 1,5 kilometer (WezenbergHoenderkamp & Rauws, 2023).

Tabel 3.3 Gemiddelde afstand inwoners gemeente Goes tot dichtstbijzijnde sporthal en aantal inwoners in Goes in 2023 (in kilometers, gemeten over de weg; inwoners in procenten van het totaal) Kern

Afstand

Inwoners

Goes

1,7

74,4

Wilhelminadorp

2,9

2,0

Kloetinge

2,7

8,8

Kattendijke

4,5

1,4

’s-Heer-Arendskerke

6,3

3,4

Eindewege

6,2

0,5

’s-Heer-Hendrikskinderen

3,2

3,5

Oud-Sabbinge

9,1

0,5

Wolphaartsdijk

7,8

5,4

Gemeente Goes

2,4

100

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023; Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Statistische gegevens per vierkant, 2022; Gemeente Goes, bevolkingsaantallen per leeftijdsjaar 30 oktober 2023. Bewerking: Mulier Instituut.

Benchmark De gemeente Goes telt in vergelijking met referentiecijfers relatief veel gymzalen. Het aantal sportzalen is nagenoeg in lijn met de referentiecijfers. Het aanbod aan sporthallen is iets lager dan gemiddeld in de referentiegebieden (tabel 3.4). Dat blijkt uit een vergelijking die we maakten op basis van gegevens uit de Database SportAanbod (DSA). Sporthallen en sportzalen hebben de juiste afmetingen voor de meeste zaalsporten. Gymzalen kunnen voornamelijk gebruikt worden voor het bewegingsonderwijs, maar kennen een beperktere functionaliteit voor het accommoderen van de meeste zaalsporten. Tabel 3.4 Benchmark aanbod binnensportaccommodaties in de gemeente Goes in 2023 (in aantallen per 25.000 inwoners) Sporthallen

Sportzalen

Gymzalen

Gemeente Goes

1,9

1,3

13,9

VSG-regio Zeeland

2,0

1,3

8,1

Referentiegemeenten

2,1

1,3

5,1

Nederland

2,2

1,0

6,5

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), december 2023.

Deelname We schatten dat circa 2.150 inwoners van de gemeente Goes een zaalsport in een sporthal beoefent in 2023. Bijna 75 procent van hen woont in de stad Goes. Deze schattingen baseren we op landelijke cijfers over het sportaccommodatiegebruik die we hebben gecorrigeerd naar het lokale sportdeelnameniveau. Bij een stabiele sportdeelname neemt door de bevolkingsontwikkeling het aantal zaalsporters met ruim 350 toe richting 2040 (+17%). Dit komt voornamelijk door de groei van het aantal 6-17-jarigen. Onder die groep is de sportdeelname relatief hoog en zij maken relatief veel gebruik van sporthallen. De bevolkingsontwikkeling is niet op kernniveau beschikbaar. Daardoor kunnen we geen inschatting maken van het aantal zaalsporters per kern in de toekomst. Figuur 3.2 Verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners en geschatte ontwikkeling van het aantal zaalsporters woonachtig in gemeente Goes (in procenten t.o.v. 2023) 30

20

17

16

10

6

3 0 2030 Aantal inwoners

2040 Aantal zaalsporters

Bron: Gemeente Goes, bevolkingsaantallen per leeftijdsjaar 30 oktober 2023; Provincie Zeeland, provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2022; Vrijetijdsomnibus (VTO), 2022; Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 GGD’en, CBS en RIVM. Bewerking: Mulier Instituut.

Het gebruik van sporthallen is al jaren redelijk stabiel. Het gebruik van overige overdekte sportaccommodaties (zoals een gymzaal of turnhal) is licht afgenomen (Van der Heijden & Ruikes, 2023). Daarnaast zien we dat landelijk de zaalsporten het moeilijk hebben (Ruikes & Aarnink, 2023). Ook in Goes zagen we een afname in ledenaantallen bij de gymnastiek- en volleybalbond. Als de dalende trend in de zaalsport doorzet, is de weergegeven ontwikkeling een overschatting.

Behoefte We stellen de normatieve behoefte aan sporthallen in de gemeente Goes vast op minimaal twee en maximaal vier sporthallen. Het huidige aantal van drie sporthallen valt midden in de bandbreedte (tabel 3.5).

Draagvlakcijfers De behoefte aan sporthallen voor de zaalsport berekenen we aan de hand van draagvlakcijfers. Bij een bepaalde bevolkingsomvang zijn (in theorie) voldoende (potentiële) zaalsporters aanwezig om een sporthal te vullen. De draagvlakcijfers zijn gebaseerd op landelijk onderzoek (Schadenberg et al., 2020). Uit de toepassing van de draagvlakcijfers volgt een behoeftebandbreedte. De lokale context (o.a. sportdeelname, demografische opbouw, ander sportaanbod) kan worden gebruikt om de behoefte nader te specificeren.

De sporthallen zijn allemaal gelegen in de stad Goes. Dit is ook de kern met de grootste behoefte. In de kern Kloetinge is ook (net) voldoende draagvlak voor een sporthal. In de andere kernen is niet voldoende draagvlak voor een sporthal (niet in tabel). De clustering van de sporthallen lijkt daarmee in lijn met de behoefte in de gemeente. Door de verwachte bevolkingsontwikkeling neemt de behoefte licht toe. Het aanbod van drie sporthallen valt dan onder in de behoeftebandbreedte. Naast de sporthallen beschikt de gemeente ook over andersoortige binnensportaccommodaties, zoals een turnhal en danszalen. In de gemeente is het percentage inwoners dat lid is van een (zaal)sportvereniging en de wekelijkse sportdeelname relatief laag. De gemeente vervult wel een regionale verzorgingsfunctie voor buurgemeenten en de sportzalen zijn heel beperkt beschikbaar voor de zaalsport. Een aanbod in het midden van de bandbreedte is hiermee in lijn. Tabel 3.5 Normatieve behoefte aan sporthallen gemeente Goes in 2023, 2030 en 2040 (o.b.v. landelijk bepaalde draagvlakcijfers, in aantallen) Behoefte Jaar

Aanbod

Minimaal

Maximaal

2023

3

2,3

4,2

2030

3

2,5

4,6

2040

3

2,8

5,2

Bron: Gemeente Goes, 2023; Provincie Zeeland, 2022; Schadenberg et al., 2020.

Jaargebruik De sporthallen in de gemeente Goes werden in het seizoen 2022/’23 circa 2.350 uur gebruikt. De sporthallen werden bijna 70 procent van de tijd ingezet voor het bewegingsonderwijs. De gemeentelijke gymzalen in gemeente Goes werden in het seizoen 2022/’23 gemiddeld circa 1.600 uur gebruikt (figuur 3.3). Met name het gebruik van de gymzaal in Omnium is opvallend hoog. Gymzaal Wesselopark wordt in de praktijk minder gebruikt. Deze gymzaal wordt geblokt voor de voetbal, terwijl alleen de kleedkamers gebruikt worden. Van de acht gymzalen werd de Reigerstraat het minst gebruikt. De gymzalen werden gemiddeld twee derde van de tijd gebruikt voor bewegingsonderwijs. Figuur 3.3 Jaargebruik gemeentelijke binnensportaccommodaties gemeente Goes in seizoen 2022/’23 (in gewogen uren) 2.500 2.000 1.500 1.000 500

Sporthal

Reigerstraat

Wesselopark

De Spinne

MFA Mannee de Krul

Ouverture

Thorbeckelaan

Bergweg

Omnium 4

Omnium 3

Omnium 2

Omnium 1

0

Gymzaal

Sport en overig

Bewegingsonderwijs

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

In vergelijking met de benchmark Het gemiddelde gebruik van de gemeentelijke sporthallen in Goes ligt hoger dan het gemiddelde in de referentiegemeenten (tabel 3.6). Dit komt voornamelijk door het gebruik voor bewegingsonderwijs. In Goes worden de sporthallen bijna twee keer zoveel gebruikt voor bewegingsonderwijs als gemiddeld in vergelijkbare gemeenten. Dit komt door het hoge gebruik voor bewegingsonderwijs door het middelbaar en hoger beroepsonderwijs in de sporthallen. Het sport- en overige gebruik van de sporthallen is op jaarbasis lager in Goes dan in de referentiegemeenten. De gymzalen worden meer gebruikt in vergelijking met de referentiegemeenten. Opnieuw geldt dat het gebruik door het bewegingsonderwijs hoger is, maar het sportgebruik lager.

Tabel 3.6 Jaargebruik binnensportaccommodaties gemeente Goes en referentiegemeenten (in uren) Sporthal

Gymzaal

Goes (n=3)

Benchmark

Goes (n=9)

Benchmark

774

1.212

551

636

Onderwijs

1.576

933

1.060

878

Totaal

2.350

2.073

1.611

1.508

Sport en overig

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Maandbezetting De bezetting van de sporthallen in de gemeente Goes varieert gedurende het seizoen (figuur 3.4). In de winterperiode (november, december, januari en februari) is de bezetting gemiddeld hoger dan in de zomerperiode (maart tot en met oktober). Dit komt overeen met het landelijke beeld, maar landelijk zien we grotere verschillen tussen de winter- en zomerperiode (Schadenberg et al., 2020). Dit komt door het al relatief hoge gebruik in de zomerperiode in Goes. De schommeling gedurende het seizoen komt onder andere door de instroom van zaalcompetities van ‘veldsporten’ (bv. korfbal) in de wintermaanden. En het bewegingsonderwijs vindt buiten de wintermaanden (deels) op sportvelden plaats. Bij de gymzalen is dit effect iets minder duidelijk zichtbaar dan bij de sporthallen. Figuur 3.4 Gemiddelde maandbezetting gemeentelijke binnensportaccommodaties gemeente Goes tussen 08:00 en 23:00 in seizoen 2022/’23* (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 100 80 60 40 20

2022

Juli

Juni

Mei

April

Maart

2023 Sporthallen (n=3)

*

Februari

Januari

December

November

Oktober

September

Augustus

0

Gymzalen (n=9)

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut. In 2022 viel de maand augustus volledig in de zomervakantie.

Doordeweekse bezetting en weekendbezetting De bezetting van de binnensportaccommodaties in de gemeente Goes varieert ook gedurende de dag (figuur 3.5). In de ochtend en vroege middag worden de sporthallen en gymzalen vooral gebruikt voor bewegingsonderwijs. In de avond wordt er vooral gebruik gemaakt van de accommodaties door sportverenigingen en voor andere doeleinden. Opvallend is dat in Goes ook de gymzalen in de avonduren volop gebruikt worden. Landelijk is dit minder het geval. De sporthallen worden gedurende het jaar 40 weken van 09:00 tot 17:00 uur gebruikt door het mbo en hbo (Scalda en Hogeschool Zeeland). Hierdoor is de bezetting op die tijden een stuk hoger dan we landelijk gemiddeld zien (niet in figuur). Figuur 3.5 Gemiddelde doordeweekse bezetting binnensportaccommodaties gemeente Goes naar uur en type accommodatie, in seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten 100 80 60 40 20 0

Sporthallen (n=3)

Gymzalen (n=9)

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Het meeste weekendgebruik vindt plaats op zaterdag tussen 09:00 en 17:00 uur (figuur 3.6). In de avonden in het weekend, maar op zondag ook overdag, worden de sporthallen nauwelijks gebruikt. Hiervoor is weinig belangstelling. Het weekendgebruik van de gymzalen ligt een stuk lager. Op zondag worden de gymzalen niet verhuurd.

Figuur 3.6 Gemiddelde weekendbezetting sportaccommodaties gemeente Goes, naar uur, dag in seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 100 80

60 40 20

Zaterdag

22:00-23:00

21:00-22:00

20:00-21:00

19:00-20:00

18:00-19:00

17:00-18:00

16:00-17:00

15:00-16:00

14:00-15:00

13:00-14:00

12:00-13:00

11:00-12:00

10:00-11:00

09:00-10:00

08:00-09:00

22:00-23:00

21:00-22:00

20:00-21:00

19:00-20:00

18:00-19:00

17:00-18:00

16:00-17:00

15:00-16:00

14:00-15:00

13:00-14:00

12:00-13:00

11:00-12:00

10:00-11:00

09:00-10:00

08:00-09:00

0

Zondag Sporthallen (n=3)

Gymzalen (n=8)

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Sportgebruik De meest beoefende sport in de sporthallen in Goes is voetbal (34%), gevolgd door korfbal (21%) en gymnastiek (16%). Het hoge gymnastiekgebruik is opmerkelijk, met ook een turnhal in de accommodatie. De gymzalen worden vooral gebruikt voor gymnastiek (41%), vecht- en verdedigingssport (17%) en voetbal (12%). Opvallend is het hoge gebruik voor voetbal van gymzaal Wesselopark. Maar een groot deel van dit gebruik komt doordat de voetbalvereniging de gymzaal huurt voor overloop van de kleedkamers voor de veldteams.

Tabel 3.7 Sportgebruik sporthallen en gymzalen gemeente Goes in 2022/’23 (in procenten van sportgebruik) Top 3 sporten in uren sportgebruik 1

2

3

Omnium 1

Gymnastiek (38%)

Korfbal (21%)

Voetbal (20%)

Omnium 2

Basketbal (39%)

Korfbal (31%)

Voetbal (22%)

Omnium 3

Voetbal (58%)

Korfbal (12%)

Dans (8%)

Bergweg

Gymnastiek (66%)

Volleybal (15%)

Vecht-/verdedigingssport (12%)

De Spinne

Vecht-/verdedigingssport (48%) Gymnastiek (46%)

Sporthallen

Gymzalen

MFA Mannee de Krul Gymnastiek (36%)

Ouderengym (7%)

Kindergym (32%)

Zumba (16%)

Ouverture

Vecht-/verdedigingssport (75%) Gymnastiek (18%)

Goalball (5%)

Reigerstraat

Vecht-/verdedigingssport (27%) Gymnastiek (21%)

Ouderengym (19%)

Thorbeckelaan

Gymnastiek (62%)

Vecht-/verdedigingssport (10%)

Dans (20%) Vecht/verdedigingssport

Wesselopark

Voetbal (56%)

(29%)

Gymnastiek (9%)

Omnium 4

Tafeltennis (32%)

Korfbal (21%)

Verdedigings-/vechtsport (14%)

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Bezettingscijfers In figuur 3.7, figuur 3.8 en figuur 3.9 staat de gemiddelde bezetting van de sporthallen en gymzalen in Goes voor verschillende tijdsblokken en tijdens verschillende perioden. Doordeweeks overdag (08:00-16:00) zijn de sporthallen in gemeente Goes druk bezet. Zowel in de zomer- als de winterperiode wordt er gemiddeld 88 procent van de tijd gebruik gemaakt van de sporthallen. Hetzelfde geldt voor de gymzaal die bij Omnium hoort. De andere gymzalen worden doordeweeks overdag ook volop gebruikt. In de zomermaanden kennen ze een gemiddelde bezetting van 66 procent. In de wintermaanden (januari, februari, november en december) is de bezettingsgraad nog enkele procentpunten hoger (figuur 3.7).

Figuur 3.7 Gemiddelde doordeweekse dagbezetting tussen 08:00 en 16:00 uur sporthallen en gymzalen gemeente Goes, naar periode (in procenten, excl. vakantie- en feestdagen)

Sporthal

0

20

40

Omnium (Hal 1)

88

Omnium (Hal 2)

88

Omnium (Hal 3)

88

Benchmark sporthallen

49 81

De Spinne

64

MFA Mannee de Krul

61

Gymzaal

80

3

Bergweg

8:00-16:00

60

2 3 5

Ouverture

69

2

Reigerstraat

70

1

Thorbeckelaan

74

Wesselopark

45

11

Omnium (Hal 4) Benchmark gymzalen

Maart-oktober

2

88 52

2

Januari-februari; november-december

Bron: Gemeente Goes, werklijsten gymzalen, 2022-2023; Omnium, werklijsten sporthallen en gymzaal, 2022-2023. Bewerking: Mulier Instituut.

In de namiddag en avond (16:00-23:00) is de gemiddelde doordeweekse bezetting van de sporthallen (43%) en de gymzalen (26%) buiten de wintermaanden lager dan in de wintermaanden (respectievelijk 66% en 32%). Voor zowel de gymzalen als de sporthallen geldt dat de bezetting doordeweeks in de namiddag en avond lager is dan overdag (figuur 3.8). Tussen 18:00 en 22:00 uur zijn de piekuren in de sporthallen wat betreft sportbezetting. Tijdens deze piekuren bestaat een gemiddelde bezettingsgraad van 44 procent in de zomermaanden en 79 procent in de wintermaanden (figuur 3.8).

100

Figuur 3.8 Gemiddelde doordeweekse namiddag- en avondbezetting sporthallen en gymzalen gemeente Goes, naar tijdsblok en periode (in procenten, excl. vakantie- en feestdagen) 0

20

40

Sporthal

Omnium (Hal 1)

49

Omnium (Hal 2)

44

22

Benchmark sporthallen

42

24

16:00-23:00

29

7

19

MFA Mannee de Krul

1 27

6

Gymzaal

Ouverture Reigerstraat

37 14

Thorbeckelaan Wesselopark

2

6 30

5

17

4

Omnium (Hal 4)

36

Benchmark gymzalen

16

27

5

Sporthal

Omnium (Hal 1)

50

Omnium (Hal 2)

47

32 55

Bergweg

28

41

De Spinne

Gymzaal

44

Benchmark sporthallen

9

33

2

MFA Mannee de Krul

39

Ouverture

42 18

4 4

9

Thorbeckelaan Wesselopark

28

35

Omnium (Hal 3)

Reigerstraat

100

28

Omnium (Hal 3)

De Spinne

80

18

36

Bergweg

18:00-22:00

60

40 26

7 8

Omnium (Hal 4)

36

Benchmark gymzalen

35 Maart-oktober

25 7 Januari-februari; november-december

Bron: Gemeente Goes, reserveringsoverzichten gymzalen, 2022/’23; Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Op zaterdag zijn de sporthallen in Goes buiten de wintermaanden gemiddeld 28 procent van de tijd in gebruik. In de wintermaanden is dit gemiddeld 63 procent van de tijd het geval. Op zondag is de bezetting van de sporthallen laag (figuur 3.9).

Figuur 3.9 Gemiddelde weekendbezetting sporthallen gemeente Goes tussen 9:00 en 19:00 uur, naar dag en periode (in procenten, excl. vakantie- en feestdagen) 0

20

Omnium (Hal 1)

26

Zaterdag

Omnium (Hal 2)

Zondag

5

Omnium (Hal 2)

3

Benchmark sporthallen

40 29

Omnium (Hal 1)

9

80

36

19

Benchmark sporthallen

60

29 40

Omnium (Hal 3)

Omnium (Hal 3)

40

28

5 15

Maart-oktober

27

Januari-februari; november-december

Bron: Omnium, reserveringsoverzichten sporthallen en gymzaal, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Ten opzichte van de benchmark De sporthallen in de gemeente Goes hebben doordeweeks overdag een fors hogere bezetting in vergelijking met de benchmark. Dit komt door het structurele gebruik van de sporthallen door het mbo en hbo. De bezetting van de sporthallen doordeweeks in de avond is vergelijkbaar met de bezetting in referentiegemeenten. Ook op zaterdag is de bezetting in Goes hoger dan gemiddeld. De bezetting op zondag is een stuk lager in vergelijking met de benchmark. De gymzalen in gemeente Goes kennen doordeweeks en overdag een hogere bezettingsgraad dan de benchmark. In de avond is de gemiddelde bezetting van de gymzalen vergelijkbaar met de benchmark.

We hebben een vragenlijst naar sportgebruikers gestuurd die in het seizoen 2023/’24 actief zijn in een (gemeentelijke) binnensportaccommodatie in Goes. Ook hebben we op een bijeenkomst de resultaten over de zaalsport aan de sportverenigingen gepresenteerd en aanvullende inzichten opgehaald. Daarnaast hebben we gesproken met de verhuurafdeling van de gemeente en het Omnium om de ervaringen van de exploitanten in beeld te brengen.

100

120

Bevraging sportgebruikers In totaal gaven 22 sportverenigingen of -groepen aan een binnensportaccommodatie in Goes te gebruiken: zestien sportverenigingen en acht andere sportgroepen, zoals commerciële sportaanbieders of fitnesscentra. De sportverenigingen die de vragenlijst hebben ingevuld hebben samen circa 1.550 leden. Dertien van de zestien verenigingen hebben ook leden van buiten de gemeente. Zij geven aan dat gemiddeld circa 17 procent van de leden van buiten de gemeente komt. Dit komt uit op een totaal van circa 250 leden. Bij een enkele vereniging loopt het aantal leden van buiten de gemeente op richting de 50 procent. De meeste sportverenigingen bieden hun leden trainingen aan in de binnensportaccommodaties (figuur 3.10). Een kwart geeft aan dat hun leden deelnemen aan een bondscompetitie. Dit zijn veelal verenigingen met veel (junioren)leden. Daarnaast gebruiken enkele verenigingen de binnensportaccommodaties ook voor aanbod voor specifieke doelgroepen (ouderen) of sportexamens (niet in figuur). De andere sportgroepen gebruiken de binnensportaccommodaties voor diverse activiteiten, zoals beweeglessen, sporttrainingen, wedstrijden en evenementen (niet in figuur). Figuur 3.10 Gebruik van de binnensportaccommodaties door de sportverenigingen (in aantallen, n=16, meerdere antwoorden mogelijk) 16

14

12

8

6

4

4

4

Interne (eigen) competitie

Vrij spelen/trainen

0 Training

Bondscompetitie

Bron: Mulier Instituut, bevraging gebruikers binnensportaccommodaties gemeente Goes, 2024.

Ruim zeven op de tien sportverenigingen of -groepen geven aan met de uren die zij afnemen in de behoefte van de leden of deelnemers te kunnen voorzien (figuur 3.11). Vijf respondenten geven aan dat zij niet beschikken over het gewenste aantal uren voor trainingen. Er is volgens deze respondenten geen of niet voldoende ruimte beschikbaar op de tijden en/of dagen dat zij van de accommodatie gebruik willen maken. Deze respondenten maken allemaal gebruik van een sporthal in de gemeente. Twee maken daarnaast ook gebruik van de sportzaal of een gymzaal.

Figuur 3.11 Mate waarin de respondenten hun leden of deelnemers het gewenste aantal uren kunnen laten sporten in de binnensportaccommodaties (in aantallen, n=22) 1 5

Gewenste aantal uren Niet het gewenste aantal uren 16

Weet ik niet

Bron: Mulier Instituut, bevraging gebruikers binnensportaccommodaties gemeente Goes, 2024.

Vijf gebruikers geven aan ook gebruik te maken van een binnensportaccommodatie in een andere gemeente. Vier van de vijf doen dit omdat ze in meerdere gemeenten aanbod (willen) verzorgen. Een derde van de respondenten (36%) geeft aan in de toekomst meer gebruik te willen maken van een binnensportaccommodatie. Dit zijn logischerwijs de respondenten die uren tekortkomen voor de huidige leden, maar ook een aantal respondenten die nieuwe leden willen kunnen accommoderen (tabel 3.8). Ook deze respondenten maken allemaal gebruik van een sporthal in de gemeente. Twee maken daarnaast gebruik van een sportzaal en twee van een gymzaal. Tabel 3.8 Aangegeven reden(en) waarom gebruikers in de gemeente Goes in de toekomst extra uren nodig hebben in de binnensportaccommodaties (in aantallen, n=8, meerdere antwoorden mogelijk) Reden

Aantal

Om meer (beter) aanbod voor de huidige leden mogelijk te maken 8 Om nieuwe leden te kunnen accommoderen

4

Voor sportaanbod voor nieuwe doelgroepen

2

Om sportaanbod in Goes te clusteren

1

Bron: Mulier Instituut, bevraging gebruikers binnensportaccommodaties gemeente Goes, 2024.

De sportverenigingen en -groepen geven ook aan capaciteitsgerelateerde knelpunten te ervaren op specifieke momenten en in bepaalde sportruimtes: Doordeweeks overdag ervaren ze in de zalen beperkt ruimte door gebruik scholen.

In Omnium is beperkt ruimte om extra uren te huren overdag, in de avonden, maar ook op zaterdagochtend. Met name in de winterperiode is het lastig om extra activiteiten te organiseren, zoals clinics, toernooien, clubkampioenschappen en evenementen. De gymzalen en sportzalen zijn vaak niet geschikt qua capaciteit (afmetingen) en functionaliteit (type vloer, materialen) voor sportverenigingen. Tot slot hebben de respondenten verschillende wensen voor de toekomst voor het sportaanbod in de gemeente: sportspecifieke (eigen) accommodaties die geschikt zijn voor de betreffende sport (in afmetingen en functionaliteit) met een vaste opstelling of voldoende ruimte om materialen te stallen, zoals een (outdoor) beachvolleybalveld, permanent ingerichte gymnastiekhal, tafeltennishal, boksring; ruimere beschikbaarheid van grotere accommodaties (sporthallen); toegankelijke gebouwen met ruime kleedkamers en sportruimtes geschikt voor mensen met een beperking, inclusief voldoende invalidenparkeerplekken; betere beschikbaarheid van de horeca, met name in de (late) avond en de zomerperiode. Bijeenkomst zaalsportverenigingen Naast de vragenlijst is er in april 2024 een bijeenkomst geweest voor de zaalsportverenigingen. Alle zaalsportverenigingen konden zich hiervoor aanmelden.

Zes verenigingen, drie ambtenaren van de gemeente Goes en de directeur van het Omnium waren aanwezig bij deze bijeenkomst (zie bijlage 4). Met hen zijn we in gesprek gegaan over de ervaren knelpunten en oplossingsscenario’s. De meeste verenigingen geven aan dat het voor hun leden en kader niet haalbaar is om doordeweeks voor 18:00 uur of na 22:00 te sporten. Enerzijds is het kader veelal in de late middag nog niet beschikbaar. Anderzijds willen leden (en het kader) niet tot zo laat bezet zijn. De verenigingen geven aan dat sporten op één locatie wenselijk is voor het verenigingsgevoel. Daarnaast is het ook wenselijk voor het kader; senioren geven vaak training aan junioren vóór hun eigen training. Of de sport- en gymzalen geschikt zijn, verschilt per sport. Zo zou een gymzaal groot genoeg zijn voor volleybal, maar voor badminton, basketbal en korfbal zijn de gymzalen en sportzalen vaak beperkt in de hoogte en grootte van het speelveld. De helft van de verenigingen geeft aan dat er weinig zicht is op waar en wanneer er nog vrije uren zijn. Bij het Omnium daarentegen wordt een lijst gedeeld met de verenigingen met waar en wanneer er getraind wordt. Het Omnium geeft aan dat er in de toekomst mogelijk een online boekingssysteem wordt gecreëerd waarin de hallen en zaal online te boeken zijn op de vrije uren.

De verenigingen geven aan dat de accommodaties beter benut kunnen worden door meer samenwerking en afstemming. Zij geven aan dat structurele overleggen wenselijk zijn om afstemming te hebben tussen verenigingen en de exploitant. Bij het Omnium gebeurt dit alleen met verenigingen die momenteel actief zijn in het Omnium. Het Omnium geeft aan dat er overwogen wordt om het trainingsschema te herschikken. Zij geven aan dat er goed gekeken moet worden naar welke voorzieningen ze hebben in Goes en welke sport waar past. Sommige verenigingen voelen zich achtergesteld in de mate waarin ze de kans krijgen om in het Omnium te trainen. Gesprek met exploitanten Gemeente Goes De gemeente is exploitant van zeven gymzalen. De gemeente prioriteert de inroostering op basis van type gebruiker: 1.

scholen;

2.

maatschappelijke organisaties;

3.

sportverenigingen;

4.

overige gebruikers/incidenteel gebruik.

Overdag worden de gymzalen met name gebruikt door scholen. Op de doordeweekse avonden maken een aantal sportverenigingen gebruik van de gymzalen. De gemeente ervaart dat er niet of nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de gymzalen tussen 15:00 en 18:00 uur. Op zaterdag is er slechts enkele uren zaalverhuur. De gemeente verhuurt de zalen niet op zondag, omdat hier geen vraag naar is. De niet-gemeentelijke gymzalen en sportzalen bij scholen worden enkel gebruikt voor bewegingsonderwijs en zijn niet tot beperkt beschikbaar voor de (georganiseerde) sport. Incidenteel ontvangt de gemeente aanvragen van sportverenigingen of -groepen om extra uren te huren, met name als deze gebruikers niet terecht kunnen in het Omnium. Ook ziet de gemeente dat de afgelopen jaren meer ongeorganiseerde groepen gymzalen huren. De gemeente geeft aan dat dit geen knelpunten oplevert bij de (verhuur van de) gemeentelijke gymzalen. Omnium Het Omnium is exploitant van drie sporthallen, een gymzaal en een turnzaal. Naast de zaalsportaccommodaties exploiteren ze twee danszalen, een budozaal en twee squashbanen. De zaalsportaccommodaties worden overdag het hele schooljaar gebruikt door de opleiding CIOS van Scalda en door de opleiding Sportkunde van de HZ University of Applied Sciences uit Vlissingen. Dit betekent dat gedurende het schooljaar de mogelijkheid is om te trainen in overleg met de vaste gebruiker.

Op doordeweekse avonden en in het weekend worden de sportvoorzieningen gebruikt door sportverenigingen. Het Omnium ervaart hoge druk in de wintermaanden door extra verhuur aan seizoensgebruikers, voornamelijk korfbal. Dit leidt tot spanning tussen seizoensgebruikers en gebruikers die het hele jaar huren. Hierdoor is een aantal verenigingen ook genoodzaakt om in de andere accommodaties te huren. Vanuit het verenigingsgevoel en praktisch oogpunt is dit niet gewenst vanuit de verenigingen. Het Omnium heeft structureel overleg met de gebruikers van de voorzieningen in het complex. Binnen de mogelijkheden die er zijn, zijn in dit gezamenlijk overleg de ervaren knelpunten zo goed als mogelijk opgelost. Het Omnium ziet kansen om het gebruik van de accommodaties te optimaliseren. Zo kan er op zondag meer gebruik gemaakt worden en kunnen verenigingen eerder op de avond beginnen met trainen. Daarnaast ziet het Omnium bepaalde trends. Sporthallen moeten geschikt zijn voor meerdere sporten. Er wordt in Goes niet op hoog niveau gesport, waardoor een specialistische hal niet nodig is. Onder andere door demografische ontwikkelingen is er ook overdag meer behoefte aan gebruik van de sportvoorzieningen. Dit schuurt met de huidige bezetting door het onderwijs. Ook is er steeds meer behoefte aan aanbod van sporten voor mensen met een beperking.

Zitvoetbal, rolstoelhockey en rolstoelbasketbal willen meer ruimte. Tot slot het staat Omnium voor een grote verbouwing. In 2025 wordt de verouderde sporthal 3 vervangen door een nieuwe sporthal. De capaciteit blijft hetzelfde.

Hoofdstuk 4

In dit hoofdstuk behandelen we het aanbod en de behoefte aan velden en banen voor de buitensport. De normatieve behoefte hebben we bepaald aan de hand van richtlijnen (bijlage 1). Deze geven een beeld van de ruimtebehoefte van de verenigingen voor bondsactiviteiten. Bondsactiviteiten zijn de trainingen en wedstrijden van de vereniging. De ervaringen en wensen van verenigingen hebben we opgehaald via een vragenlijst en een verenigingsavond (bijlage 4).

De gemeente Goes telt negen sportparken voor de beoefening van atletiek, hockey, korfbal, padel, rugby, tennis en/of voetbal (tabel 4.1). De gemeente Goes is eigenaar en exploitant van de velden op de sportparken en de atletiekbaan. De tennisbanen zijn in eigendom en beheer van de tennisverenigingen. Tabel 4.1 Sportparken in gemeente Goes in 2024 Kern

Sportpark

Sporten

Goes

De Weitjes

Korfbal

Het Schenge

Atletiek, hockey, korfbal, padel, rugby, tennis, voetbal

’s-Heer Hendrikskinderen ’s-Heer Hendrikskinderen

Korfbal

De Puye

Tennis

Kloetinge

Wesselopark*

Tennis en voetbal

’s-Heer Arendskerke

’s-Heer Arendskerke

Voetbal

De Schaepskooi

Tennis

Wolphaartsdijk

Voetbal

WPD

Tennis

Wolphaartsdijk

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023. *

Op dit sportpark is ook een schutterijvereniging actief.

Spreiding De sportparken liggen redelijk verspreid over de gemeente (figuur 4.1). Tennisbanen en voetbalvelden kunnen (samen met sporthallen) gerekend worden tot de basisinfrastructuur van gemeentelijke sportaccommodaties (Hoekman & Schadenberg, 2023). In lijn hiermee liggen ook de Goese sportparken met tennisbanen en voetbalvelden verspreid over de gemeente. Niet in elke dorpskern is een sportpark met buitensportvoorzieningen aanwezig. In deze kernen zijn

daarnaast veelal ook geen binnensportaccommodaties aanwezig (figuur B3.1 in bijlage 3). Figuur 4.1 Sportparken in gemeente Goes in 2024

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2024.

Gebruik sportvelden De sportparken in de gemeente Goes worden voornamelijk gebruikt door sportverenigingen. Het Schenge wordt overdag gebruikt door de opleiding CIOS van Scalda en door sociaal-maatschappelijke organisaties. Ook de sportvelden op Wesselopark worden gebruikt voor het bewegingsonderwijs van een middelbare school. ‘s- Heer Arendskerke wordt gebruikt voor het bewegingsonderwijs van het Calvijncollege. De overige sportparken worden niet gebruikt voor het bewegingsonderwijs.

De normatieve behoefte voor hockey hebben we bepaald aan de hand van de richtlijnen van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) en berekend op basis van bondsactiviteiten van de ingeschreven teams (wedstrijden en trainingen). Bij de berekening van de normatieve veldbehoefte hebben we eventueel mede- of nevengebruik niet meegenomen. Verenigingen kunnen eventuele normatieve tekorten of overschotten uit de berekeningen in een andere mate ervaren. De vereniging kan zelf al oplossingen gezocht hebben voor het tekort, bijvoorbeeld verlengde of flexibele speeldagen. Een overschot kan een vereniging in mindere mate ervaren wanneer deze bijvoorbeeld ook niet-bondsgerelateerde activiteiten aanbiedt of wanneer veel mede- en nevengebruik op de velden plaatsvindt. De enige hockeyvelden in de gemeente Goes liggen op sportpark het Schenge in Goes. De hockeyvereniging beschikte aan het begin van seizoen 2023/’24 over twee zandkunstgrasvelden en een waterveld. Het college van Burgemeesters en Wethouders heeft op 5 maart 2024 ingestemd met het verzoek van de vereniging om een zandkunstgrasveld af te stoten. In het vervolg van dit rapport gaan we uit van deze wijziging. Daarmee beschikt de Goese Mixed Hockey Club (GMHC) over een zandkunstgrasveld en een waterveld.

Het aanbod aan hockeyvelden is hiermee relatief hoger dan in omliggende gemeenten en boven het landelijke gemiddelde, maar een stuk lager dan in vergelijkbare gemeenten (tabel 4.2). In 2023 telde gemeente Goes circa 210 inwoners die lid waren van een hockeyvereniging. Dit resulteert in een lager deelnamepercentage dan het landelijke gemiddelde en het gemiddelde van de referentiegemeente, maar is vergelijkbaar met dat van de regio (tabel 4.2). Door een laag ledenpercentage en een hoog aantal velden per 25.000 inwoners is de velddruk in Goes met 105 leden per veld onder het gemiddelde van de referentiegemeenten en veel lager dan het landelijke gemiddelde (tabel 4.2). In de praktijk is de velddruk in Goes waarschijnlijk hoger. De hockeyvelden in de gemeente hebben een regionale functie, gezien het beperkte aantal hockeyverenigingen in de regio. De hockeyvereniging in Goes zal ook uit omliggende gemeenten leden aantrekken die gebruikmaken van de hockeyvelden.

Tabel 4.2 Aantal hockeyvelden, ledenpercentage KNHB en gemiddelde velddruk gemeente Goes in 2023 Aantal velden per 25.000 inwoners

Ledenpercentage Velddruk

Gemeente Goes

1,3

0,5%

105

VSG-regio Zeeland

0,8

0,3%

88

Referentiegemeenten

2,5

1,9%

189

Nederland

1,4

1,2%

213

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2024; KNHB via NOC*NSF, 2023. Toelichting: de velddruk berekenen we door het aantal inwoners dat lid is van een hockeyvereniging te delen door het aantal velden

De twee hockeyvelden worden gebruikt door GMHC. In het seizoen 2023/’24 heeft de vereniging zestien jeugdteams ingeschreven voor de zaterdagcompetitie van de KNHB. GMHC heeft geen seniorenteams. Voor het seizoen 2023/’24 ligt de normatieve behoefte aan wedstrijdvelden op twee velden en is er dus sprake van overcapaciteit (tabel 4.3). De velden bieden voldoende capaciteit voor de potentiële nieuwe leden door de verwachte bevolkingsgroei (tabel 4.3). Als de huidige trend van een teruglopend aantal hockeyleden voortzet, zou vanaf 2030, ondanks de verwachte bevolkingsgroei, een enkel hockeyveld al voldoen aan de normatieve behoefte van de GMHC. Tabel 4.3 Aanbod-behoefteanalyse velden Goese Mixed Hockey Club (in aantal velden, toekomstraming o.b.v. bevolkingsprognoses en stabiele sportdeelname) Behoefte Seizoen/jaar

Aanbod

Zaterdag

Zondag

2023/2024 2030

2

2 (1,3)

0 (0,0)

2

2 (1,3)

0 (0,0)

2040

2

2 (1,5)

0 (0,0)

Bron: Mulier Instituut, 2023.

Verenigingen aan het woord De Goese Mixed Hockey club heeft de vragenlijst niet ingevuld.

De normatieve behoefte voor korfbal hebben we bepaald aan de hand van de richtlijnen van het Koninklijk Nederland Korfbalverbond (KNKV) en berekend op basis van bondsactiviteiten van de ingeschreven teams (wedstrijden en trainingen). Bij de berekening van de normatieve veldbehoefte hebben we eventueel mede- of nevengebruik niet meegenomen. Verenigingen kunnen eventuele normatieve tekorten of overschotten uit de berekeningen in een andere mate ervaren. De vereniging kan zelf al oplossingen gezocht hebben voor het tekort, bijvoorbeeld verlengde of flexibele speeldagen. Een overschot kan een vereniging in mindere mate ervaren wanneer deze bijvoorbeeld ook niet-bondsgerelateerde activiteiten aanbiedt of wanneer veel mede- en nevengebruik op de velden plaatsvindt. De gemeente Goes telt drie korfbalverenigingen. KV Blauw-Wit en KV TOGO zijn beide gevestigd in de stad Goes, maar actief op verschillende sportparken (sportpark de Weitjes en sportpark Het Schenge). In seizoen 2023/’24 is het kunstgrasveld van KV Blauw-Wit vervangen en aangepast aan de nieuwe veldafmetingen. De vereniging heeft sinds maart 2024 de beschikking over twee volwaardige kunstgrasvelden (40 bij 20 meter) en een pupillenveld. KV TOGO heeft een volwaardig kunstgrasveld tot haar beschikking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15862474/1