CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

030. NIEUW Raadsvoorstel zienswijzen financiële stukken GR-en

Besluitvormende raad 26 juni 2025, gemeente GoesBij agendapunt: Verzamelvoorstel Jaarstukken Gemeenschappelijke Regelingen15.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

als uitgangspunt genomen de door de individuele gemeente ingeschatte hoeveelheid (tonnages) van de afvalstromen brandbaar restafval en GFT. Hiermee is rekening gehouden met de (voorziene) beleidskeuzes die eventueel gemaakt zijn. Gemeentelijk aandeel 2026 Fijn huishoudelijk afval Inbegrepen in de begroting O.L.A.Z. 2026, is binnen het tarief voor restafval rekening gehouden met een tarief voor verbrandingsbelasting van €42 per ton. Mogelijk kan dit bedrag op Rijksniveau worden verhoogd. Ander onzeker component betreft de mogelijke bonus-malus regeling voor de kwaliteit van het ingezamelde GFT. Dit mogelijk lagere tarief is niet meegenomen omdat onzeker is of de gestelde kwaliteitsnorm in 2026 ook weer daadwerkelijk wordt behaald. Voor wat betreft de opbrengststromen is een inschatting gemaakt van de marktprijs, deze kunnen echter in praktijk lager of hoger uitvallen. Voor oud papier en karton (OPK) is deze verwachte opbrengst verlaagd naar de gemiddelde marktprijs van 2024. Voor de afvalstroom flessenglas wordt een (geringe) verlaging van opbrengsten voorzien in 2025 vanwege afnemende hoeveelheden. Voor wat betreft de afvalstroom plastic-metalen en drankenkartons (PMD) is te noemen dat de verwerking- en transportkosten zijn opgenomen in de O.L.A.Z.-begroting. Hierbij is sprake van een geraamde tariefverlaging van €11 naar €7 per ton.

De inzamelvergoeding voor bron scheidende gemeenten maakt onderdeel uit van de afzonderlijke gemeentelijke begrotingen omdat deze direct aan de gemeenten wordt uitgekeerd (per ingezameld tonnage).

Agendapunt Pagina 17

De inzamelvergoeding wordt jaarlijks opnieuw door het afvalfonds bepaald en hangt tevens samen met het toegestane vervuilingspercentage (2024: €245 per ton en maximaal 15% vervuiling). Verder is sprake van een indexering op het gebied van personeel, overslag- en transportkosten binnen de verwerking van de afvalstromen. Afvalstromen milieustraten Voor wat betreft de milieustraten is gezien de tarieven van 2025 rekening gehouden met een stijging in verwerkingskosten van grof afval. Met name op de volgende afvalstromen is sprake van een tariefsverhoging: vlakglas, klein chemisch afval, grondverwerking, destructieafval. Anderzijds zijn binnen andere afvalstromen meer voordelige tarieven zoals in afgewerkte olie. Voor wat betreft hoeveelheden is geen rekening gehouden met de zichtbare stijging over 2024 vanwege de komst van de toegangscontrole op de milieustraten eind 2025. Kosten milieustraten Beheerskosten Vanwege de afschrijvingskosten van de kapitaallasten voor wat betreft de toegangscontrole op de milieustraten betekent dit vanaf 2026 een verhoging van de kosten per inwoner. Personeelskosten Verder is er een stijging van personeelslasten voorzien door afgesproken loonstijgingen volgens de CAO Grondstoffen Energie en Omgeving (GEO), een hoger ziekteverzuim en meer benodigde uren vanwege drukte op de milieustraten.

Reservering toekomstige ontwikkelingen In de begroting 2026 is conform de besluitvorming in de begroting 2024 en naar aanleiding van het principebesluit tot het realiseren van 3 circulaire ambachtscentra (CA) in Zeeland, een bedrag van €874.000 opgenomen ter reservering van benodigde investeringen. Met deze reservering kan een (gedeeltelijke) fluctuatie in lasten (afvalstoffenheffing) de komende jaren worden voorkomen. Op basis van gerichte besluitvorming voor CA Oosterschelderegio en gezien de voorbereiding voor regio Walcheren en Zeeuws- Vlaanderen, worden uit deze post vanaf 2025 en ook in 2026 de voorbereidingskosten bekostigd. Doorwerking O.L.A.Z.- begroting in gemeentelijke begroting Bij het opstellen van de gemeentebegrotingen 2026 wordt rekening gehouden met de tarieven/bijdragen zoals genoemd in de ontwerpbegroting 2026 van het O.L.A.Z. (zie pagina 31). Voor gemeente Goes betreft dat een bijdrage van €2.185.620. Dit bedrag past binnen de opgenomen budgetten binnen de gemeentelijke begroting (Programma 5, taakveld afval), waarbij zelfs sprake is van een relatief gering voordeel van €29.900 ten opzichte van de huidige budgetten (jaarschijf 2026). U wordt voorgesteld het voordelige bedrag van €29.900 te verwerken in de Programmabegroting 2026. Het advies is om een positieve zienswijze te geven over de begroting O.L.A.Z. 2026.

4.5 RBL Jaarrekening 2023 Niet van toepassing. Begroting 2025 Niet van toepassing.

Agendapunt Pagina 18

4.6 RUD Jaarrekening 2024 Inleiding Het DB van de RUD heeft ingestemd met de concept jaarstukken van de RUD 2024 en het concept voorstel resultaatbestemming 2024. De concept jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening) zijn ter informatie. Een zienswijzeprocedure is niet van toepassing. Het resultaat van 2024 bedraagt € 661.026,-- negatief. Het verrekenen van het resultaat is conform de Bijdrageverordening (herzien in 2021). Hierop is wel een zienswijzeprocedure van toepassing. Advies begeleidingscommissie De begeleidingscommissie adviseert positief over het voorstel resultaatbestemming 2024. Met de voorgestelde verrekening blijft de algemene reserve van de RUD binnen de VZG-norm van 5%. Financiële consequenties Na besluitvorming door het algemeen bestuur op 8 september 2025 worden de deelnemers voor hun aandeel in het totaal te verrekenen bedrag van € 661.026 gefactureerd. Concreet betekent dit dat de deelnemers een extra bijdrage betalen om het negatieve resultaat over 2024 te dekken. Het aandeel dat Goes moet betalen is € 33.952,--. Omdat de RUD niet alle taken voor Goes heeft uitgevoerd krijgt Goes nog € 229.671,-- terug. De netto teruggaaf voor Goes bedraagt derhalve € 229.671 – € 33.952 = € 195.719,--. Zie voor het financieel overzicht tabel 1 van bijlage 1, Overzicht financiële tabellen. Zienswijze Voorgesteld wordt een positieve zienswijze naar voren te brengen.

Begrotingswijziging 2025 Niet van toepassing. Begroting 2026 De RUD voert milieutaken voor Goes uit op het gebied van Vergunningverlening, toezicht en handhaving. De totale begrote deelnemersbijdrage voor 2026 bedraagt € 22.815.000,-. De gemeentelijke bijdrage van Goes in 2026 bedraagt € 1.374.400,-. Overwegingen. De ontwerpbegroting van de RUD is beleidsarm, wat betekent dat alleen de bestaande afspraken in de ontwerpbegroting worden gecontinueerd en veranderingen in bestaand beleid en wettelijke wijzigingen worden meegenomen conform de afspraken binnen de VZG. De ontwerpbegroting 2026 borduurt voort op de begroting van 2025 na 1e wijziging, aangevuld met de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 (en verdere jaren) zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland”. Daarnaast zijn de extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel “dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026” waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur.

Tot slot is de warme overdracht bodem (verschuiving bevoegd gezag van provincie naar gemeenten) en de overheveling van de bedrijven die na de invoering van de omgevingswet onder de basistaken vallen en die nog niet waren overgedragen aan de RUD verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Ontwikkelingen De extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 zijn opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur. Deze extra benodigde middelen zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 aangezien er sprake is van een wijziging van bestaand “beleid”, namelijk hogere overheadkosten. In tabel 2 van bijlage 1, Overzicht extra benodigde middelen PIOFACH, is een overzicht opgenomen van de extra benodigde middelen die, zowel structureel als incidenteel, hiermee gemoeid zijn.

Agendapunt Pagina 19

Daarnaast is er een implementatieplan opgesteld om de doorontwikkeling naar een robuuste RUD te realiseren. Dit implementatieplan is gebaseerd op het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland” zoals dat door het algemeen bestuur is vastgesteld op 9 september 2024. Hiermee is er in de ontwerpbegroting 2026 sprake is van een financiële ‘inhaalslag’ met betrekking tot de middelen die nodig zijn voor de jaarschijf 2025. Immers is de eerste begrotingswijziging 2025 niet gebaseerd op het totaal benodigde bedrag voor de jaarschijf 2025, maar gemaximeerd op een bedrag van € 17.767.000 (dit is het gemaximeerde bedrag van € 16,5 miljoen op basis van het prijspeil 2023 geïndexeerd naar het prijspeil 2025, inclusief de aanpassing van de cao 2024 - 2025). Hierdoor is er in de eerste begrotingswijziging 2025 een bedrag van € 456.800 (prijspeil 2023) niet opgenomen. In de ontwerpbegroting 2026 zijn de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) alsnog meegenomen. Hierdoor is er sprake van een verhoging ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2025 van circa € 1,9 miljoen (prijspeil 2025). Zie tabel 3 van het Overzicht financiële tabellen.

De beide ontwikkelingen hebben een flinke impact op de ontwerpbegroting 2026 doordat de aanvullende middelen voor de dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 en de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland” zijn opgenomen. In 2025 (en verder) worden de besturen, raden en staten meegenomen in de besluitvorming en begrotingswijzigingen over onderwerpen die nu al op de agenda staan en kunnen leiden tot wijzigingen voor de begroting 2025 en verder, zoals: ▪ Als basis voor de uitwerking in de ontwerpbegroting 2026 is dus het destijds opgestelde ingroeimodel als basis genomen. Dit ingroeimodel is onlangs geactualiseerd op basis van de prioriteiten die nu al plaats hebben gevonden. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer.

De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage. ▪ De gevolgen van invoering Omgevingswet (bijvoorbeeld aanpassing kentallen); ▪ De herijking van de financieringssystematiek; ▪ Een mogelijke herwaardering van een of meerdere functies, als gevolg van collectief ingediende bezwaren tegen de huidige functiewaardering in relatie tot de waardering bij andere omgevingsdiensten. Financiële consequenties Personele lasten In 2026 zijn de personele lasten t.o.v. het voorgaande jaar flink gestegen doordat het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 uit het ingroeimodel is opgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Deze jaarschijf bestaat voor het overgrote deel uit een toename van het aantal Fte’s en daarmee dus uit personele lasten.

Deelnemersbijdrage Voor het berekenen van de bijdrage 2026 van de deelnemers is uitgegaan van: ▪ Het inrichtingenbestand (peildatum 1-4-2024), en ▪ De kentallen uit het rapport P*Q zoals deze zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 20 maart 2017 en de aanpassing van de kentallen aan de hand van de evaluatie P*Q (AB besluit op 30 november 2020), en ▪ De VZG-norm voor inflatie en bezuiniging: Per brief d.d. 14 november 2024 heeft de VZG bekend gemaakt de indexatierichtlijn voor 2026 vast te stellen op 0,0%, bestaande uit 0,0% voor de loongevoelige component en 0,0% voor de prijsgevoelige component. Daarnaast heeft de VZG in dezelfde brief aangegeven dat er sprake is van een bezuinigingsrichtlijn van -/- 2,2%. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3 : 1/3 wijkt per saldo de toegepaste index (3/4 : 1/4) af van de samengestelde VZG-index.

Agendapunt Pagina 20

Aangezien er binnen de RUD sprake is van het traject van Robuust worden waarbij voldaan moet worden aan 6 KPI’s is er sprake van een aparte situatie. De KPI met betrekking tot de omvang van het regionaal werkprogramma (basis- en milieu gerelateerde plustaken) gaat uit van een ondergrens die gekoppeld is aan het prijspeil van het betreffende begrotingsjaar. Om die reden is er voor gekozen om, in afwijking van de VZG-richtlijn 2026, toch indexering toe te passen. In de ontwerpbegroting 2026 is de indexering als volgt verwerkt:

Daarnaast is in de voorlopige VZG-richtlijn 2026 een voorlopige “VZG-bezuinigingsrichtlijn” voor 2026 opgenomen van -/- 2,2%. Aangezien er binnen de RUD sprake is van het traject van Robuust worden waarbij voldaan moet worden aan 6 KPI’s is er sprake van een aparte situatie. De KPI met betrekking tot de omvang van het regionaal werkprogramma (basis- en milieu gerelateerde plustaken) geeft aanleiding om voor 2026 geen bezuiniging door te voeren in het streven om een robuuste RUD te realiseren. In de ontwerpbegroting 2026 is de bezuinigingsrichtlijn als volgt verwerkt: De begrote deelnemersbijdrage voor 2026 bedraagt € 22,8 miljoen. Dit is ten opzichte van de begroting 2025 na eerste wijziging een stijging van € 5,5 miljoen. In tabel 4 is aangegeven waardoor deze stijging voornamelijk wordt veroorzaakt. De bijdrage voor Goes in 2026 is begroot op € 1.374.400,--. Dat is een toename met € 389.828,-- ten opzichte van 2025. Relatie met de 1e begrotingswijziging 2025 Begin 2025 heeft de gemeenteraad de 1e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland behandeld. De 1e begrotingswijziging 2025 omvatte twee onderwerpen. De verwerking van de CAO-effecten in de begroting 2025 en de extra kosten voor de gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD. Voor de CAO-effecten is een positieve zienswijze naar voren gebracht.

Door het ontbreken van dekking €105.000,-- in de gemeentelijke begroting is voor de gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD een negatieve zienswijze naar voren gebracht. Het algemeen bestuur (AB) heeft op 24 maart 2025 besloten de gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD door te voeren. Voor Goes betekent dit voor dit onderdeel in de begroting 2026 een extra bijdrage van €105.000,--. PIOFACH Taken Het College van B&W heeft in haar vergadering van 20 maart 2025 besloten om de volgende bedragen voor dePIOFACH taken te verwerken in de Kadernota 2026: € 143.000 (2026), € 121.900 (2027), € 115.800 (2028) en € 108.300 (2029). De PIOFACH taken zijn nu onderdeel van de ontwerpbegroting 2026 van de RUD en maakt zodoende onderdeel uit van het totale financiële effect. Begeleidingscommissie. De begeleidingscommissie concludeert het volgende: De RUD Zeeland staat samen met de deelnemers voor de grote uitdaging het plan van aanpak robuuste RUD uit te voeren, de verhuizing in goede banen te leiden en de organisatie gereed te maken opdat de RUD de taken op adequaat niveau kan uitvoeren. Een aantal gemeenten heeft in 2026 aanzienlijke financiële uitdagingen. De bezuinigingsnorm van de VZG is in dat licht te begrijpen.

Daar staat echter tegenover dat de deelnemende gemeenten en de provincie ook de plicht hebben de RUD Zeeland te laten voldoen aan de landelijk opgelegde eisen voor omgevingsdiensten. Het voorstel voor de ontwerpbegroting 2026 is met in achtneming van het bovenstaande door de begeleidingscommissie akkoord bevonden. De begeleidingscommissie geeft daarom een positief advies aan het DB om het voorstel, na de tekstuele aanpassing, door te geleiden naar de deelnemers voor de zienswijzeprocedure

Agendapunt Pagina 21

Zienswijze Gelet op het positieve advies van de begeleidingscommissie en de noodzakelijkheid om het Plan van aanpak Robuuste RUD adequaat uit te voeren, wordt voorgesteld om de gemeenteraad voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen. Overdracht VTH archieftaken RUD Aanleiding De colleges (B&W en GS) zijn verantwoordelijk voor de archivering en het beheer van de VTH dossiers die bij de RUD Zeeland gevormd worden. Sinds de oprichting van de GR RUD Zeeland in 2014 hebben de colleges van B&W en GS de VTH-taken aan de RUD gemandateerd. Dit betekent dat de RUD de VTH-taken uitvoert uit naam van de deelnemers. Dit geldt echter niet voor de archieftaken. De archieftaken zijn destijds niet gemandateerd aan de RUD en er zijn in de praktijk onvoldoende afspraken gemaakt over de archivering van de VTH-informatie. Het vervullen van de verplichtingen uit de Archiefwet is voor de VTH-dossiers nog niet goed ingericht. Daarmee wordt een risico gelopen. Nu ligt er een gedragen advies om tot een goede werkwijze te komen, zodat de verplichtingen in de toekomst wel worden nagekomen. Het advies is om de archieftaken te mandateren aan de RUD Zeeland. Dit advies is opgezet door informatiedeskundigen van alle deelnemers en in nauwe samenspraak met het Zeeuws Archief.

Door de taken uit te laten voeren door de RUD zijn er de minste overdrachtsmomenten en wordt informatie direct aan de bron dusdanig verrijkt dat archiveren de minste moeite kost. Als iedere deelnemer individueel de taken op zich neemt en gaat uitvoeren ontstaat geen uniforme werkwijze, wat de verwerking van informatie en dossiers bij de RUD verwarrend kan maken. De werkgroepleden zijn informatiedeskundigen en zij geven aan dat de werkzaamheden centraal beleggen efficiënter is. De berekende capaciteit van 3 fte zou bij gelijke verdeling per deelnemer uitkomen op 1 dag per week per deelnemer (3 fte / 14 deelnemers = 0,21 fte). Het uitvoeren van de archieftaken is een nieuwe taak voor de RUD en hiervoor moeten mensen geworven of opgeleid worden. Na overdracht naar de archiefbewaarplaats (het Zeeuws Archief) kunnen de deelnemers daar zelf hun dossiers inzien en zijn ze niet afhankelijk van RUD Zeeland. De volledig adviesbrief is als bijlage toegevoegd evenals andere onderliggende documenten. Financiële consequenties. De totale structurele kosten bedragen € 414.693,--. Voor Goes betekent dit dat de jaarlijkse structurele kosten zullen stijgen met € 25.960,--. De uitvoering van de archieftaak werd nu door Goes zelf gedaan. Hiervoor was budget beschikbaar binnen de gemeentelijke begroting.

Met het besluit om de taken onder te brengen bij de RUD, wordt ook het budget ondergebracht bij de RUD. Per saldo zorgt dit niet voor een financieel effect binnen de Goese begroting. Advies Begeleidingscommissie. De begeleidingscommissie geeft een positief advies onder voorwaarde dat de deelnemers collectief de eigen taak hiervoor mandateren aan de RUD en hiervoor de benodigde financiële middelen ter beschikking stellen. Indienen zienswijze De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om over het voorstel Overdracht VTH archieftaken een zienswijze in te dienen. Voorgesteld wordt een positieve zienswijze naar voren te brengen.

4.7 Sabewa Zeeland Jaarrekening 2024 In 2023 heeft Sabewa Zeeland, na vaststelling van het visiedocument, geïnvesteerd in het versterken van de organisatie. Hier is ook in 2024 verder vorm aan gegeven. In 2024 lag voor de versterking de nadruk op de verdere versterking van de processen en dienstverlening. Belangrijke stappen/verbeteringen die in 2024 gezet zijn: - kennis en ontwikkeling medewerkers - benaderbaar en ondersteunend voor inwoners en ondernemers - verhogen kwaliteit dienstverlening - slimmer werken d.m.v. automatisering en robotisering - verder wegwerken achterstanden in de uitvoeringsprocessen

Agendapunt Pagina 22

In 2024 was de bijdrage van gemeente Goes € 1.415.785. Dit sluit aan bij de bijdrage zoals die was opgenomen in begroting 2024 en de 1e en 2e begrotingswijziging. Sabewa Zeeland sluit het jaar 2024 af met een positief rekeningresultaat van afgerond € 243.000. We stellen voor om kennis te nemen van de jaarrekening 2024. In de bijlage is het advies van de begeleidingscommissie toegevoegd. In dit advies wordt het resultaat toegelicht en wordt voorgesteld de jaarstukken ter kennisname aan te nemen (heen zienswijze). De accountant Deloitte is voornemens een goedkeurende controle verklaring te verstrekken voor het getrouwe beeld van de jaarrekening, inclusief de daarin opgenomen rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur. Maar deze verklaring zit nu nog niet bij de stukken van de AB vergadering. In de bijlage is het voorstel van Sabewa Zeeland voor de resultaatsbestemming 2024 toegevoegd. Het voorstel is om van het positieve resultaat van € 243.000 een bedrag van € 138.000 toe te voegen aan de algemene reserve en € 105.000 toe te voegen aan een bestemmingsreserve. De toevoeging van € 105.000 aan de bestemmingsreserve bestaat uit een aantal posten waarvan de kosten in 2025 verantwoord gaan worden. Het resterende deel van het positieve resultaat van € 138.000 zijn vooral het resultaat van hogere rentebaten dan waarvan in de begroting 2024 was uitgegaan.

We stellen voor om een positieve zienswijze aan de gemeenteraad voor te leggen voor de resultaatsbestemming 2024. Het bijgevoegde advies van de begeleidingscommissie adviseert ook om in te stemmen met de resultaatsbestemming 2024. Begrotingswijziging 2025 Niet van toepassing. Ontwerpbegroting 2026 In de basis is de begroting 2026 beleidsarm zoals verwacht mag worden bij een uitvoeringsorganisatie als Sabewa Zeeland. In de programma’s staan o.a. de volgende speerpunten: Uitvoering WOZ binnen de geldende normen en criteria Behalen 4 sterren waardering in 2027 Efficiënter inrichten processen belastingheffing Werken volgens de behoorlijkheidsnormen Ombudsman Juiste, duidelijke en tijdige service burgers Sabewa Zeeland geeft aan dat om te kunnen voldoen aan externe ontwikkelingen en om te kunnen voldoen aan de eisen van deze tijd qua burgergerichtheid (o.a. vernieuwing website, informeel burgercontact) is een bedrag van € 206.000 aan incidentele middelen nodig in 2026. Hiervan wordt € 138.000 gedekt door een onttrekking aan de algemene reserves. Dit is de gehele algemene reserve en was beschikbaar vanuit de resultaatsbestemming 2024. Na het inzetten van deze € 138.000 is de algemene reserve van Sabewa Zeeland weer € 0. Het resterende deel van de incidentele kosten 2026 van ongeveer € 68.000 wordt gedekt door een opgenomen besparing op de structurele lasten.

De gevraagde bijdrage aan de gemeente Goes voor 2026 is € 921.000 is passend binnen wat nu in de meerjarenbegroting in jaarschijf 2026 als bijdrage voor Sabewa Zeeland is voorzien. De begroting voldoet met de extra bezuiniging op de structurele lasten van € 68.000 aan de VZG-richtlijn. We stellen de raad voor een positieve zienswijze te geven op de begroting 2026.

4.8 SWVO SWVO zet zich namens de zeven gemeente in de Oosterschelderegio (en gemeente Veere voor de inkoop Wmo) in voor de beleidsvoorbereiding en -advisering en inkoop en contractmanagement en beheer (vervoer en Wmo-zorg). De taakvelden van SWVO bestaat uit vijf programma’s: 1. Educatie: betreft afspraken voor volwasseneducatie met Scalda en de drie Taalhuizen (via middelen Arbeidsmarktregio) en cultuureducatie door voor de regio afspraken te maken over een samenhangend cultuuraanbod voor het basisonderwijs.

Agendapunt Pagina 23

2.

3.

4. 5.

Wmo: SWVO regelt voor de Wmo de inkoop, contractbeheer& -management, de backoffice (iWmo), beleidsondersteuning & -advisering en de uitbetaling van de gedeclareerde zorg voor hulpmiddelen, trapliften, vervoer (regiotaxi), huishoudelijke hulp en begeleiding & dagbesteding. Gezondheidsbeleid: betreft afspraken met Emergis over de uitvoering van verslavings- en GGZpreventie, regionaal kader gezondheidsbeleid en inkoop en contractmanagement & -beheer voor algemeen maatschappelijk werk en clientondersteuning. Vervoer: inkoop, contractbeheer & -management, beleidsondersteuning & -advisering en uitbetaling van de gedeclareerde ritten voor leerlingen- en jeugdzorgvervoer. Secretariaat: dit betreft de vertaling van de personele kosten gemoeid met activiteiten in de programma’s 1 t/m 4. Gezien de wijzigingen in het BBV worden de kosten hiervan niet meer doorbelast naar deze programma’s, maar als apart zelfstandig programma opgenomen.

Jaarrekening 2024 De jaarrekening laat een positief rekeningresultaat zien van € 316.562. In onderstaand schema is dit gespecificeerd. Omschrijving

Bedrag

Programma 1 Educatie

€

1.755,00 geringe afwijking in subsidie en advieskosten

Programma 2 uitvoering WMO

€

21.682,00 Uitvoeringskosten voor software zijn lager.

Programma 3 Gezondheidsbeleid

€

Programma 4 Overige projecten

€

54.675,00 Lagere kosten leerlingenvervoer

Programma 5 Secretariaat

€

238.450,00 Lagere personeelskosten, meer rentebaten

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

Gerealiseerd resultaat

Toelichting

316.562,00

Het gaat om een positief resultaat van € 78.113 op de afrekening inhoudelijke programma’s c.q. afrekening verstrekte voorzieningen door gemeenten en een positief resultaat van € 238.450 op de uitvoeringskosten c.q. het programma Secretariaat. Het positieve resultaat op de inhoudelijke programma’s wordt verrekend met de gemeenten. Van het positieve resultaat op het programma Secretariaat wordt een bedrag van € 84.178 toegevoegd aan de reserve exploitatieresultaten. Na toevoeging bedraagt deze € 483.068 waarmee de VZG-norm is bereikt. Het meerdere ( € 154.272) wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Het bedrag dat Goes ontvangt bedraagt € 36.179,-. Zoals aangegeven is de verwerkingswijze voor de lasten van de Wmo en Jeugdzorgvervoer gewijzigd. Dat heeft tot gevolg dat deze lasten niet langer bij de GR SWVO worden verwerkt maar bij de deelnemende gemeenten. Deze lasten worden in de Financiële verantwoording SWVO als bijlage bij de jaarrekening 2024 wel inzichtelijk gemaakt. In 2024 bedraagt het positief resultaat van de Financiële verantwoording Wmo en jeugdzorgvervoer €3.232.966,--. Ook dit resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. Voor Goes gaat het om €623.744. Dit is een gevolg van plussen en minnen op diverse onderdelen. In onderstaand schema zijn de opvallendste afwijkingen aangegeven. Regiotaxi

+

16.152

Huishoudelijke Ondersteuning Begeleiding Dagbesteding

-

86.879

-

332.143 183.533

Meer reizende pashouders + nieuwe contractering vanaf aug.24 Latere inzet hulp ivm wachttijden aanbieders (tekort aan personeel) Zie Huishoudelijke Ondersteuning In begroting(swijz). rekening gehouden met een volumestijging die niet is gerealiseerd. Door indicatievrije DB/inloop ouderen (momenteel 5 locaties in Goes ) kan gebruik

Agendapunt Pagina 24

van geïndiceerde (duurdere) maatwerkvoorziening DB worden uitgesteld c.q. wordt korter gebruik gemaakt van een maatwerkvoorz. voordat men overgaat naar de WLZ.

Voorgesteld wordt kennis te nemen van de jaarrekening 2024 en een positieve zienswijze uit te brengen op de voorgestelde resultaatbestemming. Dit is overeenkomstig het advies van de begeleidingscommissie. Deze mutatie wordt voor Goes verwerkt in de 21e begrotingswijziging 2025 die bij het “verzamelvoorstel Gemeenschappelijke regelingen” wordt aangeboden.

Goes

Primaire begroting 2024 (incl. Wmo en vervoer jeugdzorg)

Definitieve begroting na begr.wijzigingen 2024 (incl. Wmo en vervoer jeugdzorg)

Jaarrekening 2024 (incl. Wmo en vervoer jeugdzorg)

14.895.113

14.486.908

13.863.164

Begrotingswijzing 2025 In de 2e begrotingswijziging 2025 wordt de bevoorschotting van een aantal specifieke taken die zijn overgedragen aan SWVO gewijzigd. De deelnemersbijdrage 2025 voor de secretariaatskosten (programma 5) van GR SWVO blijft in 2025 ongewijzigd. De mutaties in programma’s 1, 3 en 4 (zie onderstaand schema) leiden tot een gewijzigde bevoorschotting van de gemeenten . Het gaat om een verhoging op het programma Educatie ( budgetbijstelling O’regio rijksbijdrage volwasseneneducatie ogv WEB) , en verlagingen op de programma’s Gezondheidsbeleid (lagere toekenning subsidie AMW/clio) en Overige projecten (leerlingenvervoer i.v.m. aanpassing raming o.b.v. cijfers huidig schooljaar). Het betreft in onderstaand schema de mutaties voor alle gemeenten. Het Goese aandeel hierin is ca. €79.000 Bestaand beleid Incidenteel Structureel Totaal Programma 1 Educatie

€

-

€

€

52.340,00

Programma 3 Gezondheidsbeleid

€

-

€ -282.586,00 €

-282.586,00

Programma 4 Overige projecten

€

-

€

-45.148,00

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-

€ -275.394,00 €

-275.394,00

Totaal bestaand nieuw beleid

Goes

Primaire begroting 2025 (excl. kosten wmo/vervoer jeugdzorg) € 2.085.819

52.340,00

-45.148,00 €

Begroting 2025 na 1e begrotingswijziging 2025 (excl. kosten wmo/vervoer jeugdzorg) € 2.105.285

Begroting 2025 na 2e wijziging (excl. kosten wmo/vervoer jeugdzorg) € 2.026.375

De lagere bijdragen in programma 1, 3 en 4 zijn verwerkt in de 21e begrotingswijziging 2025. Het positieve effect van ca. € 79.000 wordt ten gunste van het begrotingssaldo verwerkt. Deze begrotingswijziging wordt bijgesloten bij het college- en raadvoorstel “verzamelvoorstel Gemeenschappelijke regelingen. Omdat de kosten Wmo en vervoer jeugdzorg geen onderdeel meer uitmaken van de SWVO-begroting worden de effecten van deze onderdelen verwerkt in de burap. Advies begeleidingscommissie : akkoord. Advies is bijgevoegd bij dit voorstel.

Agendapunt Pagina 25

Begroting 2026 In de programma-begroting 2026 is rekening gehouden met de VZG-richtlijn van -2,2% voor de onderdelen Cultuureducatie, Gezondheidsbeleid (AMW, clientondersteuning en regionaal preventiebeleid) en Secretariaat (gemeentelijke bijdrage). Zoals aangegeven is de verwerkingswijze voor de lasten van de Wmo en Jeugdzorgvervoer gewijzigd. Dat heeft tot gevolg dat deze lasten niet langer bij de GR SWVO worden verwerkt maar bij de deelnemende gemeenten en daarom ook geen onderdeel meer zijn van de begroting 2026 SWVO. Deze kosten zijn meegenomen in de kadernota 2026.

Goes

Primaire begroting 2025 (excl. Wmo en vervoer jeugdzorg) € 2.085.819

1e Begrotingswijziging 2025 (excl. Wmo en vervoer jeugdzorg) € 2.102.931

Begroting 2026 (excl. Wmo en vervoer jeugdzorg) € 2.003.409

Doordat de VZG-richtlijn voor 2026 op -2,2% is vastgesteld, is de gevraagde bijdrage 2026 door SWVO lager dan dat wij momenteel in onze begroting hebben opgenomen. Het positieve effect van € 114.000 zal ten gunste van het begrotingssaldo in de kadernota 2026 verwerkt worden. De mutaties op programma 2 Wmo en programma 4 onderdeel Vervoer jeugdzorg worden financieel verwerkt in de kadernota 2026 en zijn daarmee ook opgenomen in programmabegroting 2026.

4.9 VRZ Jaarrekening 2024 Op 28 maart 2025 heeft u de concept jaarstukken en voorlopige resultaatbestemming ter informatie ontvangen. Op 8 april heeft uw college deze concept jaarstukken behandeld, besloten hiervan kennis te nemen en met een raadsmemo ter kennisgeving te delen met de gemeenteraad. Op 10 april is de raadsmemo incl. de concept jaarstukken gedeeld met de griffier. Vervolgens zijn op 11 april 2025 de jaarstukken definitief door het algemeen bestuur vastgesteld en is besloten het positieve jaarresultaat van € 686.511 toe te voegen aan de algemene reserve. Het resultaat wordt veroorzaakt door diverse incidentele voor- en nadelen volgend uit reguliere bedrijfsvoering en uitgestelde activiteiten die in 2025 worden uitgevoerd. De accountant heeft een goedkeurende verklaring gegeven en uit het verslag zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen De definitieve jaarstukken incl. goedkeuringen zijn als bijlage bij dit voorstel gevoegd. Begrotingswijziging 2025 Voor de tekst over de 3e begrotingswijziging van de VRZ wordt kortheidshalve verwezen naar de gelijkluidende tekst over de 5e begrotingswijziging van de GGD. Beide hebben betrekking op de financiële gevolgen van de gezamenlijke huisvesting van de GGD en de VRZ.

Ontwerpbegroting 2026 In de Wet Veiligheidsregio’s is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders belast is met de organisatie van de brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening en de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Deze taken zijn (wettelijk verplicht) ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland. De VRZ kent twee belangrijke inkomstenbronnen: bijdragen van de gemeenten, verdeeld op basis van de uitkeringsmaatstaf Veiligheid in het Gemeentefonds en een bijdrage van het Rijk, de zogenaamde Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Het meerjarenbeleidsplan loopt van 2022-2025. Het nieuwe meerjarenbeleidsplan is nog niet opgesteld. De begroting 2026 is opgesteld in lijn met het huidige meerjarenbeleidsplan en bevat ten opzichte van 2025 geen grote veranderingen en geen nieuw beleid. Ook nieuwe ontwikkelingen zijn nog niet in de begroting verwerkt. De begroting bestaat uit twee programma’s: toekomstbestendige brandweerzorg en voorbereide crisisorganisatie. Daarnaast is er blijvend aandacht voor het thema mens en organisatie. VZG richtlijn Zonder de bezuinigings- en indexatierichtlijn van de Vereniging Zeeuwse gemeenten (VZG) was de begroting 2026 sluitend. Het begrotingstekort voortkomend uit de normale bedrijfsvoering, wat eerder

Agendapunt Pagina 26

werd gemeld in de begroting 2025 en begrotingswijzigingen 2024, is door het nemen van verschillende maatregelen door VRZ opgelost. VRZ heeft de financiën en taken opnieuw kritisch beoordeeld op efficiency en effectiviteit en gekeken naar mogelijkheden om het begrotingstekort in te perken. Er is een aantal maatregelen genomen, die eraan bijdragen dat de organisatie financieel gezond blijft en minder extra uitgaven heeft op de langere termijn. Voorbeelden voor besparingen zijn de opleiding van de voltijdsofficier (van twee naar één) en inkrimping van diverse softwarelicenties. In totaal gaat het om een bedrag van € 430.000 in 2026, oplopend tot € 840.000 in 2029. Op 14 november 2024 heeft de Vereniging Zeeuwse Gemeenten ingestemd met een VZGbezuinigingsrichtlijn en een VZG-indexatierichtlijn. De gecombineerde bezuinigings- en indexatierichtlijn bedraagt -2,2%. Begroting 2026 is niet sluitend Vanwege voornoemde richtlijn is er sprake van een niet-sluitende begroting 2026 met een begrotingstekort van € 1.539.540. Dit tekort wordt zoals gezegd volledig veroorzaakt door de bezuinigings- en indexatierichtlijn van de VZG. Voorgestelde oplossingsrichting begrotingstekort VRZ heeft op verzoek van het algemeen bestuur in kaart gebracht wat de gevolgen zijn als VRZ dit bedrag moet besparen. Uit de analyse blijkt dat VRZ weinig mogelijkheden meer heeft om te bezuinigen.

VRZ constateert dat de organisatie op zowel het primair proces, ondersteuning en materieel op veel punten op het minimale niveau zit. Een bezuiniging op korte termijn leidt tot snijden in de uitvoering van cruciale taken op het gebied van brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing. Deze keuzes zijn niet makkelijk te herstellen. Daarnaast wordt nog steeds rekening gehouden met de door het Rijk afgekondigde bezuiniging van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor VRZ komt dit neer op een korting van circa € 1 miljoen. Deze is opgenomen in de risicoparagraaf van de programmabegroting 2026 en nog niet verwerkt in de cijfers van de meerjarenraming. Om deze reden stelt het algemeen bestuur VRZ voor: a) De VZG-indexatierichtlijn van 0% te heroverwegen en in 2026 een compensatie van 2,1% beschikbaar te stellen. b) Voor dekking van de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2% in 2026 een incidentele gemeentelijke bijdrage beschikbaar te stellen van € 787.672. c) Vanaf 2027 wordt voor hetzelfde bedrag een taakstelling ingeboekt. Hiervoor wordt VRZ gevraagd ombuigingsvoorstellen uit te werken ter hoogte van € 787.672 met een verdeling van grofweg € 300.000 voor brandweer, € 300.000 voor risico- en crisisbeheersing en 150.000 euro voor bedrijfsvoering.

Hoewel het begrijpelijk is dat VRZ voorstelt om een uitzonderingspositie te hanteren omdat dit anders de operationaliteit raakt, is de realiteit dat gemeenten ook moeten bezuinigen. Ook wordt gewezen op een dubbele precedentwerking: als voor VRZ een uitzondering wordt gemaakt voor 2026, doen er mogelijk meer GR’en hier een beroep op. Daarnaast heeft het ook werking richting de toekomstige bijdragen aan VRZ, als nu wordt afgeweken wordt het in toekomstige situaties moeilijker om dan wel de VZG richtlijn een op een toe te passen. Verrekening indexering bij bijgestelde VZG richtlijn Mocht uw raad besluiten om toch gedeeltelijk of geheel mee te gaan in een uitzonderingspositie voor VRZ, dan luidt het advies om ingeval van positieve bijstelling van de VZG richtlijn t.a.v. indexering de extra toegekende bijdrage aan VRZ te verrekenen met het dan geldende percentage van indexering. Argument hierbij is dat de indexering structureel doorwerkt en anders ‘dubbel’ zou worden geïndexeerd. Oplopende kapitaallasten In het bijzonder wordt aandacht gevraagd voor de oplopende kapitaallasten die verwerkt zijn in de meerjarenraming VRZ. Al jaren wordt er in de financiële stukken op gewezen dat de kapitaallasten gaan oplopen. Het brandweermaterieel is relatief oud waardoor de komende jaren veel zaken vervangen moeten worden. De kapitaallasten lopen de komende jaren op tot 44 miljoen euro.

Agendapunt Pagina 27

Adviezen adviescommissies Voor het AB overleg van 11 april waarin de programmabegroting behandeld is, heeft de adviescommissies BAO/ACF (die tezamen fungeren als begeleidingscommisise VRZ) onderstaand advies uitgebracht: Op 10 maart jl. waren de stukken nog niet gereed/volledig. Op 20 maart jl. is het afwegingskader in een gecombineerd extra overleg van de ACF en het BAO doorgenomen aan de hand van de schematische weergave. Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) heeft in de bestuursvergadering van 20 februari 2025 gevraagd in kaart te brengen welke gevolgen het heeft als VRZ aan de VZG-richtlijn moet voldoen en daardoor € 1,5 miljoen moet besparen. De hoofdkeuze die voorligt is wel of niet besluiten tot besparing. Uit de hierboven genoemde vraagstelling leiden ACF en BAO af dat de intentie bestaat om besparingen op te leggen. Als deze vraag bevestigend wordt beantwoord door het bestuur, worden op basis van de discussie over de verschillende bezuinigingsopties de volgende suggesties gedaan: • Kijk naar mogelijkheden voor maatwerk per gemeente en breng dat apart in rekening (bijv. de reanimatietaak). • Het schrappen van de niet-wettelijke taken (bijv. de duikteams) ligt het meest voor de hand. • Bepaalde bezuinigingen kunnen wellicht worden voorkomen door (nog meer) structurele bijdragen van derden (exploitant kerncentrales, havenbedrijven) te verkrijgen.

Stel hiervoor een bestuurlijke werkgroep in die mogelijke opties in kaart brengt. • Er wordt geen inzicht geboden op taakniveau. Het schrappen van specifieke taken is daarom niet mogelijk. Bij bezuinigen op formatie kom je dan al gauw uit op het hanteren van de kaasschaafmethode. Kanttekening: als ook de BDUR met 10% gekort wordt, zullen bepaalde bezuinigingen moeten worden heroverwogen. Gezien het advies van de begeleidingscommissie bestaande uit de ACF en het BAO in combinatie met het advies van de samenstellingscommissie is het advies om een negatieve zienswijze te geven op de programmabegroting 2026.

4.10 Zeeuwse Muziekschool Jaarstukken 2024 Er volgt een afzonderlijk voorstel over de ZMS na de zomer. Begrotingswijziging 2025 Er volgt een afzonderlijk voorstel over de ZMS na de zomer. Ontwerpbegroting 2026 Er volgt een afzonderlijk voorstel over de ZMS na de zomer.

Agendapunt Pagina 28

5.

Financiën

5.1 Jaarrekeningen 2024 Regeling

Zienswijze

Resultaat GR

Verklaring accountant

Voldoet aan VZGreserve richtlijn

Betho

Positief

€ 2.099.000

Goedkeurend

Nee, alternatief voorstel

GGD Zeeland

Positief

€ 1.202.129

Goedkeurend

Ja

GR de Bevelanden

Voor kennisgeving aannemen

€ 53.977

Goedkeurend

Ja

OLAZ

Voor kennisgeving aannemen Positief

€129.824

Nog niet beschikbaar

Ja

€ 661.026 negatief

Nog niet beschikbaar

Ja

RUD Sabewa

Positief

€ 243.000

Nog niet beschikbaar

Ja

SWVO

Positief

€ 316.562

Nog niet beschikbaar

Ja

VRZ

Voor kennisgeving aannemen

€ 686.511

Goedkeurend

Ja

De resultaten vanuit de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Regelingen zijn in de jaarrekening 2024 van de gemeente Goes verwerkt als het AB het voorstel over de resultaatbestemming heeft vastgesteld. 5.2 Begrotingswijzigingen 2025 Regeling

Zienswijze

Voldoet aan VZGnorm

Overeenkomstig advies begeleidingscommissie

Overeenkomstig advies samenstellingscommissie

OLAZ

Positief

Niet bekend

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 95.680

GGD

Positief

Niet bekend

Nog niet beschikbaar

SWVO

Positief

Nvt

Niet voorgelegd aan BC Ja

€ 182.092 (GGD + VRZ) € 79.000

VRZ

Positief

Niet bekend

Ja

Nog niet beschikbaar

Nog niet beschikbaar

Gevraagde bijdrage aan Goes van GR

€ 182.092 (GGD + VRZ)

De financiële effecten vanuit de begrotingswijzigingen zijn in de 33e begrotingswijziging van de gemeente Goes verwerkt. 5.3 Begrotingen 2026 Regeling

Zienswijze

Voldoet aan VZG-norm

Advies BC gevolgd

Advies SC gevolgd

Positief

Ja

Ja

Nog niet beschikbaar

GGD

Positief

Nee

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 2.454.972

GR de Bevelanden

Negatief

Nee

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 11.915.620

OLAZ

Positief

Ja

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 2.185.620

RUD

Positief

Nee

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 1.374.400

Sabewa

Positief

Ja

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 921.160

Betho

Bijdrage van Goes aan GR €0

SWVO

Positief

Ja

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 353.513

VRZ

Negatief

Nee

Ja

Nog niet beschikbaar

€ 3.506.973

Nog niet beschikbaar

€ 22.711.988

Totaal

Agendapunt Pagina 29

6. Communicatie De gemeenschappelijke regelingen krijgen via de griffie afzonderlijk bericht over de zienswijze van de gemeenteraad van Goes. Bij dit raadsvoorstel mee te zenden stukken: 1. voorlopige jaarrekeningen 2024 2. ontwerpbegrotingswijzigingen 2025 3. ontwerpbegroting 2026 4. advies samenstellingscommissie 5. Verzamel raadsbesluit Ter inzage te leggen stukken 1. Collegebesluiten 2. Overige financiële documenten Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,

mr. H.E. Schild Secretaris

C. van den Bos Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15580304/4