030. NIEUW Raadsvoorstel zienswijzen financiële stukken GR-en
Tekst van het document
Agendapunt Vergadering d.d.
26 juni 2025
Onderwerp
Zienswijze over financiële stukken gemeenschappelijke regelingen
Registratienummer Portefeuillehouder
allen
Programma
allen
Behandeld door
Maurits van Belzen
1.
Samenvatting
I
Jaarrekeningen 2024 Regeling Betho
GGD Zeeland GR de Bevelanden OLAZ RUD Sabewa SWVO VRZ
Zienswijze Positieve zienswijze geven over de resultaatbestemming met als aandachtspunt om de onderhoudslasten op basis van het meer jaren onderhoudsplan de komende jaren op te nemen als jaarlijkse dotatie in de begroting. Positieve zienswijze geven over de resultaatbestemming Voor kennisgeving aannemen Voor kennisgeving aannemen, mits de accountant een goedkeurende verklaring afgeeft Positieve zienswijze geven over de resultaatbestemming Positieve zienswijze geven over de resultaatbestemming Positieve zienswijze geven over de resultaatbestemming Voor kennisgeving aannemen
II Ontwerpbegrotingswijzigingen 2025 Positieve zienswijze met betrekking tot: 5e begrotingswijziging GGD 1e begrotingswijziging van OLAZ 2e begrotingswijziging van de SWVO 3e begrotingswijziging VRZ Ten aanzien van de begrotingswijziging van de VRZ zijn de volgende opmerkingen gemaakt. 1. Draag zorg voor het goed aangehaakt blijven van alle belanghebbenden (o.a. medewerkers, vrijwilligers, adviseurs, colleges en raden) bij het verdere verloop en de uitwerking van het proces. 2. De (incidentele) verhoging van de gemeentelijke bijdrage dient geoormerkt te blijven voor de ontwerpfase, er dient periodiek gerapporteerd te worden over de inhoudelijke en financiële voortgang, en eventuele meevallers (bijvoorbeeld als gevolg van de CAO-keuze) vloeien terug naar de gemeente. 3. Samenwerking en huisvesting zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De uitwerking van de governance is hierbij essentieel en we vragen expliciet om als raad op dit onderwerp goed betrokken te blijven. We adviseren tevens een vertegenwoordiging van de ambtelijke adviescommissies van GGD en VRZ en gemeentelijke juridisch adviseurs te betrekken in de verdere uitwerking hiervan. 4.
Maak inzichtelijk in hoeverre het traject tot samenvoeging en gezamenlijke huisvesting GGD en VRZ gevolgen heeft voor de operationaliteit van beide organisaties (primaire processen), gelet op de actuele situatie van (geo)politieke spanningen waarbij de kans op langdurige crises toeneemt. Dekking De financiële consequenties van de begrotingswijzingen worden verwerkt in de 21e begrotingswijziging 2025.
Z008ECE7852
Agendapunt Pagina 2
III Ontwerpbegrotingen 2026 Op onderstaande wijze een zienswijze in te dienen over de ingediende ontwerpbegrotingen. Over de RUD is al een zienswijze vastgesteld. Over RBL hoeft geen besluit genomen te worden. Regeling Betho GGD Zeeland GR de Bevelanden
OLAZ RUD Sabewa SWVO VRZ
Zienswijze Een positieve zienswijze geven Een positieve zienswijze geven Er wordt een negatieve zienswijze ten aanzien van de programmabegroting geadviseerd en daarbij wordt geadviseerd om de GR verschillende scenario’s uit te laten werken voor verlaging van de gemeentelijke bijdragen. Inclusief de daarbij horende organisatorische en maatschappelijke consequenties. Hierbij wordt de GR meegegeven dit onder andere te betrekken op de voorziene uitbreiding van de ICT-formatie. Ook wordt meegegeven dat er t.a.v. re-integratie meer samengewerkt moet worden met de Betho. Daarnaast wordt geadviseerd het AB van de GR opdracht te geven om na het besluit over de vaststelling van de programmabegroting terugkoppeling te geven aan de gemeenteraden over het gekozen scenario. De negatieve zienswijze is in overeenstemming met het advies vanuit de begeleidingscommissie. Op het moment van het opstellen van het voorstel was het advies van de samenstellingscommissie nog niet voorhanden. Een positieve zienswijze geven Een positieve zienswijze geven Een positieve zienswijze geven Een positieve zienswijze geven Een negatieve zienswijze geven op de begroting 2026 en de daarbij gepresenteerde oplossingsrichting voor het in de programmabegroting 2026 opgenomen begrotingstekort. Deze luidt als volgt: a.
De VRZ te verzoeken de VZG richtlijn toe te passen en de financiële consequenties van de taakstelling -2,2% (bezuinigingsrichtlijn en indexatierichtlijn) alsnog in de begroting te verwerken b. Ten aanzien van de voorgestelde oplossingsrichtlijn op het begrotingstekort in lijn met het verzoek onder a: i. De VZG-indexatierichtlijn van 0% niet te heroverwegen en in 2026 geen compensatie van 2,1% beschikbaar te stellen; ii. Voor dekking van de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2% in 2026 geen incidentele gemeentelijke bijdrage beschikbaar te stellen; iii. De VRZ te verzoeken om de oplopende kapitaallasten in de meerjarenramingen te verwerken en spoedig met een voorstel te komen wat dit concreet voor de Zeeuwse gemeenten betekent. iv. De voorgestelde ombuigingsvoorstellen vanaf boekjaar 2026 te realiseren.
Begrotingswijziging 2026 Een positieve zienswijze geven over de 1e begrotingswijziging GGD 2026. Dekking begroting en begrotingswijziging 2026 De financiële consequenties van de ontwerpbegrotingen 2026, worden verwerkt in de gemeentelijke Kadernota 2026. 2. Inleiding Als gemeenten gezamenlijk taken willen uitvoeren kunnen ze een gemeenschappelijke regeling instellen. Het college van Goes neemt deel aan onderstaande gemeenschappelijke regelingen. 1. Betho 2. GGD Zeeland 3. GR de Bevelanden 4. OLAZ 5. RBL 6. RUD 7. Sabewa 8. SWVO 9. VRZ 10. Zeeuwse Muziekschool
Agendapunt Pagina 3
3. Wettelijk kader RBL Regionaal Bureau Leerplicht Oosterschelderegio (RBL) is de enige gemeenschappelijke regeling met als rechtsvorm centrumregeling. De gemeente Goes is de centrumgemeente. RBL maakt daardoor onderdeel uit van de gemeente Goes. De andere negen gemeenschappelijke regelingen zijn openbaar lichamen. Zij moeten de raad om een zienswijze vragen. Wet gemeenschappelijke regelingen De negen openbare lichamen moeten voor 30 april de ontwerpbegroting voor het komende jaar en de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar zenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Toezending moet 12 weken voordat het Algemeen Bestuur de ontwerpbegroting vaststelt, plaatsvinden. In deze periode kunnen de raden een zienswijze naar voren brengen over de ontwerpbegroting. Ook over een begrotingswijziging kunnen de raden een zienswijze indienen. In Zeeland is in VZG-verband afgesproken om eerder een zienswijze te geven zodat het Algemeen Bestuur van elke gemeenschappelijke regeling voor 15 juli de stukken kan vaststellen. VZG-normen De VZG stelt normen vast waar gemeenschappelijke regelingen zich aan moeten houden bij het opstellen van de jaarrekening en de begroting. De ontwerpbegroting 2026 mag ten opzichte van 2025 met een percentage van -2,2% worden verhoogd wegens inflatie en loonstijgingen. De totale reservepositie mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen.
Verder moet ieder openbaar lichaam een ambtelijke begeleidingscommissie hebben waarin de financiële stukken besproken zijn. De VRZ heeft als enige nog een eigen adviescommissie Financiën. Ook moet de accountant een oordeel hebben gegeven over de jaarrekening. Een zienswijze over de jaarrekening is alleen vereist als een positief saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve en deze daardoor uitkomt boven de VZGnorm van 5% of als voorgesteld wordt het positieve saldo een andere bestemming te geven. Bij een negatief jaarrekening-resultaat dat leidt tot een verzoek tot een hogere gemeentelijke bijdrage wordt eveneens een zienswijze gevraagd. Het verzoek tot een hogere bijdrage volgt via een begrotingswijziging in het lopende jaar. Samenstellingscommissie Voor het tweede jaar heeft de Samenstellingscommissie van de VZG alle stukken heeft beoordeeld en hierover een advies heeft gegeven. Dit advies is bijgevoegd. 4. Inhoud In dit raadsvoorstel worden de ingediende financiële stukken van de openbare lichamen behandeld. Hierbij wordt eerst de jaarrekening 2024 behandeld als dat noodzakelijk is, gelet op de gewijzigde VZG-richtlijn. Vervolgens, als deze er is, de ontwerpbegrotingswijziging 2025. Daarna de ontwerpbegroting 2026 en tot slot incidenteel een ontwerpbegrotingswijziging 2026. Dit op alfabetische volgorde.
Aan het einde van dit voorstel is een tabel opgenomen met de totale financiële gevolgen voor de gemeente Goes en op welke wijze de extra bijdragen gedekt zullen worden. 4.1 Betho Jaarrekening 2024 In het jaar 2024 heeft GR de Betho een positief resultaat gerealiseerd van €2.099.000. Dit is hoger dan het begrote resultaat van €605.000. Dit wordt met name veroorzaakt door een aantal incidentele posten, zoals extra Wsw subsidie, een hogere netto omzet, herziening van de bestemmingsreserves, desinvesteringen, oude balansposten en de rente op schatkistbankieren. Voorgesteld wordt om het positieve resultaat als volgt te bestemmen:
1.
2.
Voorstel Dotatie bestemmingsreserve Participatiewet
Bedrag €438.000
Dotatie bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen:
€1.151.000
Toelichting Betreft via de bijdrage WSW-uitkering extra middelen voor ontwikkeling sociale infrastructuur. Dit betreft de afdekking van de onderhoudskosten voor de komende 10 jaar van de gebouwen Klein Frankrijk 2 en 3.
Agendapunt Pagina 4
3.
Terug storting gemeenten
€405.000
4.
Aanvulling 5% algemene reserve
€105.000
Dit betref het begroot resultaat 2024 minus extra toegezegde middelen bestuur voor Reintegratie/arbeidsparticipatie. Dit betreft de aanvulling tot 5 % norm VZGrichtlijn.
De gemeente Goes ontvangt een terugbetaling van €187.233. Deze terugbetaling bestaat voor een deel uit het positieve resultaat, namelijk €156.936 en een omzetbonus voor de afgenomen diensten van €30.297. Op basis van de VZG-voorschriften dient een zienswijze te worden aangevraagd voor de bestemming van het resultaat voor de voorgestelde doelen. Het advies is om de gemeenteraad, onder voorbehoud van het advies van de samenstellingscommissie, voor te stellen om een positieve zienswijze naar voren te brengen over de bestemming van het positieve resultaat met als aandachtspunt om de onderhoudslasten op basis van het meerjarenonderhoudsplan de komende jaren op te nemen als jaarlijkse dotatie in de begroting. De doelstellingen van GR de Betho voor 2024 zijn gedeeltelijk gerealiseerd. In 2024 bood De Betho werkgelegenheid en begeleiding aan ongeveer 368 medewerkers met een Wsw-dienstverband en 93 medewerkers Beschut Werk. Daarnaast startten er 72 ontwikkeltrajecten voor bijstandsgerechtigden. 21 personen zijn uitgestroomd naar betaald werk. De instroom van bijstandsgerechtigden blijft achter bij de doelstelling (200 trajecten). Voor de instroom van re-integratie kandidaten is De Betho volledig afhankelijk van doorverwijzingen vanuit GR de Bevelanden en de gemeente Tholen.
In kwartaal 1 2024 is het rapport De Betho in ontwikkeling vastgesteld en ter kennis aangeboden aan zes deelnemende gemeenten. Het Algemeen Bestuur van De Betho heeft besloten om op korte termijn te investeren in de doorontwikkeling van De Betho voor een bredere dienstverlening en grotere doelgroep. Daarnaast hebben de colleges opdracht gegeven om te starten met het bestuurlijke gesprek en de ambtelijke voorbereiding om te komen tot een regionale meerjarenvisie op de ondersteuningsinfrastructuur van de Participatiewet. De financiering van De Betho staat op lange termijn onder druk door een teruglopende doelgroep Wsw en bijbehorende omzet. Daarnaast is er wel een groeiende groep inwoners onder de Participatiewet met een ondersteuningsvraag. Op lange termijn vraagt dit een andere manier van financieren vanuit de gemeenten. Vanaf de meicirculaire 2025 ontvangt gemeente Goes als centrumgemeente van De Betho een jaarlijks impulsbudget vanuit het rijk om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Ook komt er een landelijke ondersteuningsstructuur en een opdracht vanuit het rijk dat iedere gemeente in 2026 een transformatieplan moet hebben voor het sociaal ontwikkelbedrijf. De begeleidingscommissie is kritisch op het aantal bestemmingsreserves en de hoogte van de reserves van De Betho.
Wel wordt geadviseerd om een positieve zienswijze in te dienen op de toevoegingen aan de reserves. Gezien de opgave rondom de toekomst van De Betho is het advies om dit advies over te nemen. De algemene reserve van GR De Betho is €1.005.000. Dit is 4,73% van de inkomsten en valt binnen de VZG-richtlijnen voor een reservevorming van maximaal 5%. Conform de VZG richtlijnen mogen de bestemmingsreserves als gevolg van de brand buiten de berekening van de maximaal toegestane reserves gelaten worden, omdat de reserve dient als dekkingsreserve voor al aanwezige kapitaallasten (rapport samenwerking GR’en febr 2024 blz. 22). De jaarrekening is gecontroleerd door Verstegen Accountants. De accountant heeft een goedkeurende verklaring afgegeven. Begrotingswijzing 2025 Niet van toepassing. Begroting 2026 De Betho is financieel voor het grootste deel van de inkomsten afhankelijk van de rijksbijdrage sociale werkvoorziening die de gemeenten één op één overdragen aan De Betho. Door de overschotten op de Wsw subsidie in combinatie met de omzet uit het bedrijf kon De Betho sinds 2022 functioneren zonder extra gemeentelijke bijdrage. De begroting van De Betho is vanaf 2026 verdeeld over drie taakvelden, namelijk Wsw, Beschut werk en Arbeidsparticipatie. Daardoor is financieel ook inzichtelijk geworden dat er op het taakveld Sociale Werkvoorziening sprake is van een positief resultaat dat
Agendapunt Pagina 5
ieder jaar afneemt door uitstroom uit de Wsw en daling van de bijbehorende subsidie. Op het taakveld Beschut Werk is er sprake van een negatief resultaat dat ieder jaar toeneemt. Via GR de Bevelanden ontvangt GR De Betho de maximale vergoeding die het rijk per beschut werker beschikbaar stelt. Deze vergoeding is ontoereikend. Dit is een landelijk probleem dat al speelt vanaf de invoering van beschut werken in 2017. Tot op heden kon dit opgevangen worden binnen de begroting van De Betho, maar dit is niet langer meer het geval. Vanaf 2027 wordt opnieuw een gemeentelijke bijdrage gevraagd. Voor de gemeente Goes gaat het in 2027 om een bedrag van €66.262, in 2028 gaat het om een bedrag van €129.423 en in 2029 om een bedrag van €133.298. Landelijk is er aangekondigd dat er in de meicirculaire extra middelen komen voor sociaal ontwikkelbedrijven. De extra middelen en het transformatieplan 2026 kunnen van invloed zijn op de daadwerkelijke gemeentelijke bijdrage die uiteindelijk vanaf 2027 wordt gevraagd. Tot slot ontvangt De Betho bijdragen voor de ontwikkeling van doelgroepen onder de Participatiewet van bijstandsuitkering naar werk. Dit is het taakveld arbeidsparticipatie.
Sinds de begroting 2025 is dit bedrag toegenomen met totaal €400.000 voor de doorontwikkeling van een productiebedrijf naar een sociaal ontwikkelbedrijf met uitbreiding van activiteiten op het gebied van ontwikkeling en naar werk brengen van mensen onder de Participatiewet en evt. doelgroepen vanuit het UWV en RBL. Dit bedrag kon in de begroting 2025 en 2026 nog gedekt worden vanuit de overschotten op de Wsw. Vanaf 2026 komt dit ten laste van de gemeentelijke bijdrage uit het re-integratiebedrag. Het gaat voor de gemeente Goes om een stijging van de re-integratiebijdrage met een bedrag van €258.683 (van €316.700 naar een bedrag van €575.383). Het advies van de begeleidingscommissie is om een positieve zienswijze af te geven ten aanzien van de begroting 2026. Aangezien GR De Betho een sluitende meerjarenbegroting heeft voorgelegd wordt geadviseerd om het advies van de begeleidingscommissie op te volgen.
4.2 GGD Jaarrekening 2024 De jaarstukken van de GGD bestaan uit twee onderdelen; de reguliere GGD met de programma's Publieke Gezondheid en Veilig Thuis en de Inkoop jeugdhulp Zeeland (IJZ). Het jaarverslag en de jaarrekening geven een gedetailleerd beeld van de geleverde prestaties en kosten. Er is een goedgekeurde accountantsverklaring verstrekt. Het gerealiseerde jaarresultaat van de GR GGD Zeeland over 2024 bedraagt € 1.202.129 positief en bestaat uit de volgende onderdelen: €1.064.127 positief (inclusief mutaties in de reserves) onderdeel GGD Zeeland; incidenteel van aard, veroorzaakt door hogere rentebaten en hogere opbrengsten uit forensische geneeskunde en publieke gezondheid asielzoekers. Daarnaast zijn er lagere personeelskosten als gevolg van moeilijk in te vullen vacatures. Wat overigens ook geleid heeft tot hogere inhuurlasten om de dienstverlening te kunnen blijven organiseren. Met betrekking tot het positieve resultaat wordt het volgende voorstel gedaan: Bij: €12.019 onttrekking bestemmingsreserve gemeentelijke projecten. Vorig jaar heeft de raad een zienswijze ingediend met betrekking tot de bestemmingsreserve gemeentelijke projecten. Onlangs is besloten deze op te heffen, dit wordt verwerkt in 2025. Af: €297.193 toevoeging algemene reserve. Dit is berekend op basis van de maximale reserverichtlijn.
Hierbij worden de reserve gemeentelijke projecten, huisvesting en basis op orde buiten beschouwing gelaten. Restant: €778.953 wordt terugbetaald aan de gemeenten. Voor de gemeente Goes betekent dit dat we over dit onderdeel een bedrag van € 78.446 terugbetaald krijgen. €138.002 Onderdeel IJZ en Taskforce Jeugd; incidenteel van aard, veroorzaakt door hogere rentebaten en lager benodigd bedrag van het werkbudget. Dit is het eerste jaar dat de verwerking van de jeugdhulpkosten, vanwege veranderende regelgeving, niet meer bij de GGD/IJZ plaats vindt, maar bij de gemeenten zelf. Dit betekent dat dit onderdeel alleen nog maar de uitvoeringskosten van IJZ bevat en de Taskforce Jeugd. Het positieve resultaat wordt terugbetaald aan de gemeenten. Voor de gemeente Goes betekent dit dat we over dit onderdeel een bedrag van € 13.883 terugbetaald krijgen. Een en ander is conform de VZG-richtlijn.
Agendapunt Pagina 6
Voorgesteld wordt de jaarstukken 2024 van de GR GGD Zeeland voor kennisgeving aan te nemen en de raad te adviseren een positieve zienswijze naar voren te brengen met betrekking tot de resultaatbestemming. Begrotingswijzing 2025 De 5e begrotingswijzing heeft betrekking op de gezamenlijke huisvesting van de GGD en de VRZ. Het vraagstuk voor het al dan niet samenvoegen van bedrijfsvoering van GGD en VRZ en gezamenlijke huisvesting ligt inmiddels bijna tien jaar op de bestuurlijke tafels. Er zijn gedurende deze periode verschillende onderzoeken verricht, onder andere door Berenschot (2021) en Rooijmans (2024), waaruit blijkt dat de huidige bedrijfsvoering bij beide organisaties onvoldoende stevig is en dat verdere samenwerking noodzakelijk is om continuïteit, kwaliteit en slagkracht te waarborgen. Op 5 juli 2024 hebben de algemeen besturen naar aanleiding van het onderzoek van Rooijmans de directies van GGD en VRZ de opdracht gegeven om: 1. Een businesscase voor het samenvoegen van de bedrijfsvoering van GGD en VRZ uit te werken; 2. Een onderzoek te doen naar de daarbij passende governance; 3. Een businesscase voor gezamenlijke huisvesting in Goes-West of op de Segeerssingel, Middelburg uit te werken. De afgelopen periode zijn de drie deelopdrachten van 5 juli 2024 uitgewerkt in het rapport ‘Samen, Sterker en Beter’.
Op basis van dit rapport hebben de algemeen besturen van de GGD en VRZ op 11 april 2025 voorgenomen besluiten genomen over: 1. het samenvoegen van de bedrijfsvoeringstaken van GGD en VRZ; 2. het vormen van één Gemeenschappelijke Regeling voor GGD en VRZ; 3. het realiseren van gezamenlijke huisvesting in Goes-West. Beide algemeen besturen hebben met breed draagvlak ingestemd met deze voorgenomen besluiten. Voor de incidentele kosten, die voortvloeien uit deze voorgenomen besluiten zijn twee begrotingswijzigingen voor 2025 opgesteld – één met betrekking tot de begroting van GGD en één met betrekking tot de begroting van VRZ. Deze incidentele middelen zijn nodig om de plan-, ontwerpen ontwikkelfase te realiseren met betrekking tot de samenvoeging. In de begrotingswijzigingen wordt gevraagd in 2025 incidentele middelen beschikbaar te stellen door een incidentele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Gevraagd wordt het rapport voor kennisgeving aan te nemen, het door te geleiden aan de gemeenteraad en deze te verzoeken een zienswijze mee te geven op bovengenoemde voorgenomen besluiten en begrotingswijzigingen. Argumenten Rapport en besluit van de besturen De afgelopen periode zijn de drie deelopdrachten van 5 juli 2024 uitgewerkt in het rapport ‘Samen, Sterker en Beter’.
Het rapport is opgesteld door externe projectleiders van KokxDeVoogd (bedrijfsvoering en governance) en Ducereq (huisvesting). Conclusies en aanbevelingen adviesrapport: De integratie van de GGD en VRZ in één gemeenschappelijke regeling (GR) is de meest duurzame en toekomstbestendige oplossing voor de borging van de continuïteit, de kwaliteit van dienstverlening en de slagkracht voor de lange termijn van beide organisaties in Zeeland. De bestuurlijke en organisatorische voordelen wegen ruimschoots op tegen de tijdelijke transitie-uitdagingen. Daarnaast blijkt ook uit inventarisaties met medewerkers bedrijfsvoering en uit de zienswijze van de ondernemingsraden van GGD en VRZ dat het samenvoegen van GGD en VRZ tot één GR de voorkeur heeft en als meest kansrijk wordt gezien.
Agendapunt Pagina 7
Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat: 1. Bedrijfsvoering van GGD en VRZ kwetsbaar is. 2. Eén gemeenschappelijke regeling de beste oplossing is. 3. Bestuurlijke en juridische inbedding cruciaal is om belangen en invloed te waarborgen. 4. Draagvlak onder medewerkers en ondernemingsraden bestaat. 5. Gezamenlijke huisvesting een randvoorwaarde is voor verdere samenwerking. 6. Efficiëntie mogelijk is en minder meerkosten verwacht kunnen worden op langere termijn. 7. De arbeidsmarktpositie versterkt wordt door samenvoegen en samenwonen in Goes-West, doordat door de centrale ligging een breder arbeidsmarktpotentieel ontstaat. 8. De transitie om een investering vraagt, maar op termijn kwaliteitsvoordelen en minder meerkosten oplevert. De volgende aanbevelingen zijn gedaan in het adviesrapport: 1. Besluit tot één GR voor GGD en VRZ. 2. Voeg bedrijfsvoering samen. 3. Realiseer gezamenlijke huisvesting op een centrale locatie, namelijk in Goes-West. 4. Draag zorg voor een zorgvuldige begeleiding van de transitie. 5. Heb oog voor cultuuraspecten en de communicatie en betrokkenheid van stakeholders. 6. Borg de financiële haalbaarheid en risicobeheersing.
KokxDeVoogd en Ducereq geven in hun rapport aan dat door deze stappen te zetten, de toekomstbestendigheid van de publieke taken op gezondheid en veiligheid in Zeeland wordt gewaarborgd door incidenteel en structureel te investeren in een robuuste, efficiënte en goed functionerende organisatie. Investeren in samenwerken is investeren in op lange termijn, zeggenschap houden over belangrijke zaken als veiligheid en gezondheid voor de Zeeuwse inwoners en bezoekers. En het leidt tot minder kwetsbaarheid, verbeterde kwaliteit en betere continuïteit in dienstverlening. Dit vraagt zoals aangegeven financieel om een incidentele en structurele impuls. Op basis van het conclusies en aanbevelingen uit het adviesrapport ‘Samen, Sterker en Beter’ hebben de algemeen besturen van GGD en VRZ op 11 april 2025 de eerder genoemde voorgenomen besluiten genomen. Begeleidingscommissie Zowel de begeleidingscommissie van de VRZ (bestaande uit het BAO en de ACF) als de begeleidingscommissie van de GGD hebben positief geadviseerd op de besluitvorming in het AB. De Begeleidingscommissie van de GGD kan zich vinden in het voorgenomen besluit tot gezamenlijke huisvesting op een nieuw te bouwen locatie in Goes-West. Verder geven ze als aandachtspunt mee om bij de verdere uitwerking specifieke aandacht te besteden aan de financiële effecten op de gemeentelijke bijdragen.
Het advies van de begeleidingscommissie van de VRZ (BAO en ACF) is separaat bij dit voorstel gevoegd. Belangrijkste aspect hierbij was om geen definitieve besluiten te nemen maar voorgenomen besluiten en de raden hierop een zienswijze te vragen. Ondernemingsraden De Ondernemingsraden van beide organisaties staan achter het voorstel, maar spreken wel hun zorgen uit. Het is belangrijk dat er in het proces ruimte en aandacht komt voor deze zorgen. Tevens geven ze aan dat het voornaamste is dat er een besluit genomen wordt. En als dit positief is, geen half besluit. De Governance, huisvesting en samenwerking zijn nauw met elkaar verbonden. En als het een negatief besluit is, zijn de ondernemingsraden van mening dat het boek dan ook gewoon dicht moet. Advies De maatschappelijke dynamiek en toenemende complexiteit van taken stellen steeds hogere eisen aan de organisaties van zowel GGD als VRZ, in het bijzonder aan de bedrijfsvoering. Ontwikkelingen op het gebied van veiligheid en gezondheid vragen niet alleen om inhoudelijke expertise, maar ook om een stevige en flexibele ondersteuning vanuit de bedrijfsvoering. Beide organisaties kampen nu al met een kwetsbare bedrijfsvoering. Een kwetsbaarheid die op termijn verder zal toenemen.
De ondersteuning van de primaire processen – en daarmee de dienstverlening aan de Zeeuwse samenleving, de gemeenten als deelnemers en andere partijen – komt hierdoor steeds meer onder
Agendapunt Pagina 8
druk te staan. Samenwerking, samengaan en samenwonen zijn in het geval van de GGD en VRZ onlosmakelijk met elkaar verbonden en het is belangrijk dat er een stevige, efficiënte en goed functionerende organisatie komt. Zodat de publieke taken op het gebied van gezondheid en veiligheid in Zeeland toekomstbestendig worden gewaarborgd. En in deze is het gezien de lange voorgeschiedenis belangrijk om te kiezen voor de meest optimale oplossing en niet voor compromissen, tussenoplossingen of halve besluiten. Dus één GR en gezamenlijke huisvesting. Gezien bovenstaande wordt voorgesteld: Aan de raad voor te stellen een positieve zienswijze in te dienen ten aanzien van de samenvoeging bedrijfsvoering GGD en VRZ, het vormen van één Gemeenschappelijke Regeling voor GGD en VRZ en het realiseren van gezamenlijke huisvesting in Goes-West en de daarbij horende begrotingswijzigingen, waarbij het college de raad voorstelt de volgende opmerkingen mee te geven aan de AB’s van GGD en VRZ: - Draag zorg voor het goed aangehaakt blijven van alle belanghebbenden (o.a. medewerkers, vrijwilligers, adviseurs, colleges en raden) bij het verdere verloop en de uitwerking van het proces. - De (incidentele) verhoging van de gemeentelijke bijdrage dient geoormerkt te blijven voor de ontwerpfase, er dient periodiek gerapporteerd te worden over de inhoudelijke en financiële voortgang.
en eventuele meevallers (bijvoorbeeld als gevolg van de CAO-keuze) vloeien terug naar de gemeente; - Samenwerking en huisvesting zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De uitwerking van de governance is hierbij essentieel en we vragen expliciet om als raad op dit onderwerp goed betrokken te blijven. We adviseren tevens een vertegenwoordiging van de ambtelijke adviescommissies van GGD en VRZ en gemeentelijke juridisch adviseurs te betrekken in de verdere uitwerking hiervan; - Maak inzichtelijk in hoeverre het traject tot samenvoeging en gezamenlijke huisvesting GGD en VRZ gevolgen heeft voor de operationaliteit van beide organisaties (primaire processen), gelet op de actuele situatie van (geo)politieke spanningen waarbij de kans op langdurige crises toeneemt; Financiën Samengaan Voor de integratie van de organisatie van VRZ en GGD naar één organisatie incidentele en structurele financiële kosten gemaakt. De hoogte van de structurele financiële kosten is afhankelijk van voor de keuze van wel of geen meerdere CAO: er kan gekozen worden voor direct harmonisatie van de CAO's (variant 1) of voor een stapsgewijze harmonisatie, waarbij eerst de bedrijfsvoering van beide organisaties wordt samengevoegd (variant 2). Bij de keuze voor (in eerste instantie) meerdere CAO's kunnen verschillen tussen CAO's via aparte afspraken worden geminimaliseerd.
De incidentele en structurele financiële effecten zijn: Variant 1: Inc. € 1.875.000 (Goes € 182.092) Struct: € 1.686.000 (Goes: € 164.200) Variant 2: Inc. € 1.720.000 (Goes € 166.068) Struct: € 931.000 (Goes: € 90.670) De structurele lasten zijn een inschatting en afhankelijk van de uitwerking. Het samengaan leidt op lange termijn tot minder meerkosten, dan er zouden zijn bij niet samengaan. Incidenteel betreft het een voorbereidingskrediet voor o.a. de plan- en ontwikkelkosten. Omdat hierover nog geen beslissing is genomen, wordt in de begrotingswijziging uitgegaan van de duurste variant, variant nummer 1. Het voorstel voor de keuze van 1 of meerdere cao’s vindt plaats tijdens het vervolgtraject. De verdere uitwerking wordt eind 2025/begin 2026 verwacht, waarna deze voor besluitvorming zal worden voorgelegd. De incidentele kosten worden verdeeld over beide organisaties; VRZ (50%) en GGD (50%). En vervolgens verdeeld over de gemeenten op basis van de gebruikelijke verdeelsleutels voor de organisaties. Voor Goes betekent dit € 87.680,- (VRZ) en € 94.413,- (GGD), totaal € 182.092. Voorgesteld wordt de incidentele financiële bijdrage o.b.v. 3e begrotingswijziging 2025 VRZ en ontwerp-5e begrotingswijziging 2025 GGD, zijnde in totaal € 182.092,- ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2025.
Agendapunt Pagina 9
Huisvesting Er is in het voorstel een voorbereidingskrediet van € 1.626.000 opgenomen voor kosten van de ontwikkelfase van de nieuwbouw van het kantoor VRZ-GGD in GoesWest. De totale kosten inclusief BTW bedragen € 1.626.000 voor beide organisaties VRZ en GGD samen. Vooralsnog worden deze kosten geadministreerd bij de VRZ. Deze post is onderdeel van de stichtingskosten nieuwbouw, die zal worden geactiveerd bij de eigenaar van het gebouw en tot afschrijvingslasten zal leiden in het jaar volgend op de oplevering van de nieuwbouw. Deze kosten worden dus in principe opgenomen in het bouwkrediet als de nieuwbouw doorgaat. Op het moment dat dit niet het geval is dan worden de kosten alsnog in rekening gebracht bij de gemeenten. Dit zijn dan te zijner tijd incidentele kosten . De structurele jaarlijkse kosten van nieuwbouw worden op dit moment ingeschat op een bedrag tussen de € 300.000 en de € 500.000. Voor Goes ligt dit tussen de € 30.000,- en € 50.000,-. afhankelijk van de wijze van afschrijven (annuïtair dan wel lineair). Wat de daadwerkelijk kosten zijn, zal blijken uit de verdere uitwerking. Deze uitwerking wordt eind 2025/begin 2026 verwacht, waarna deze voor besluitvorming zal worden voorgelegd. Begroting 2026 Bijgevoegd de programmabegroting 2026-2029 van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst(GGD) Zeeland.
De GR bestaat zoals gezegd uit twee organisatieonderdelen de GGD Zeeland en de Inkooporganisatie Jeugd Zeeland (IJZ). De grondslag voor de uitvoering van de werkzaamheden van de GGD Zeeland zijn de Wet publieke gezondheid en bijbehorende regelingen en/of uitvoeringsbesluiten, de Jeugdwet, De Wet maatschappelijk ondersteuning (Veilig Thuis) en de Wet veiligheidsregio's. De Programmabegroting 2026-2029 is opgebouwd rond drie programma's: 1. Publieke Gezondheid (met daarin opgenomen de Algemene GezondheidsZorg (AGZ) en de JeugdGezondheidsZorg (JGZ)) 2. Veilig Thuis 3. Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ) Inhoudelijk: Eind 2022 is er een besluit genomen over de Basis op Orde van de GGD Zeeland. Hierbij werden incidentele en structurele middelen toegekend om de primaire processen ten aanzien van de Algemene Gezondheidszorg, de bedrijfsvoeringsprocessen en het leidinggevend kader steviger neer te zetten. Over de voortgang hiervan zijn college en raad regelmatig geïnformeerd. Uit de externe evaluatie is gebleken dat de GGD op de goede weg is, maar dat er nog verder inzet nodig is. Niet meegenomen hierin waren de Jeugdgezondheidszorg en Veilig Thuis. Voor de Jeugdgezondheidszorg is eind 2024 het document Toekomst JGZ verschenen. Op basis hiervan wordt vanaf 2025 de huidige dienstverlening anders, efficiënter en gerichter ingezet.
Deze verandering wordt gefaseerd opgepakt over de komende 3 jaar. Met deze verandering wordt aangesloten bij de behoeften van de inwoners, de gemeenten en wordt de positie van de JGZ versterkt in het voorliggende veld. De bekostiging van het toekomstplan JGZ vindt plaats uit de algemene reserve van de GGD. Veilig Thuis heeft Zeeuws breed een functie op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. De verhoging aan instroom van meldingen en adviesaanvragen heeft vorig jaar geleid tot een structurele verhoging van de formatie, waarmee gestreefd wordt naar een structurele verlaging van de wachtlijsten. Door de arbeidsmarktkrapte is het helaas nog niet gelukt om de gewenste formatie geheel in te vullen. Er wordt gewerkt aan verbeteringsmaatregelen (bijvoorbeeld uniforme overdracht en werkbegeleiders om de kwaliteit te waarborgen). Eind 2024 heeft het OZO ingestemd met een vervolg onderzoek naar de governance van het sociaal domein in Zeeland, de uitkomst kan zijn dat de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) onderdeel gaat worden van een andere gemeenschappelijke regeling. Met betrekking tot het proces samenwerking GGD-VRZ ligt er momenteel een voorgenomen besluit van het AB. Voor dit onderdeel is een apart advies naar het college. Het wordt daarna meegenomen in het verzamelvoorstel richting de raden.
Financieel: In Zeeland is er door de VZG een bezuinigingsrichtlijn opgesteld van - 2,2% en een indexeringsrichtlijn van 0%. Dit betekent voor de GGD een totale bezuiniging van € 1.123.500,-.
Agendapunt Pagina 10
De GGD heeft de consequenties in beeld gebracht van deze VZG-richtlijn en heeft een aantal kansrijke opties voor bezuinigingen in beeld gebracht. Hiermee wordt een bedrag gerealiseerd van € 445.000,- . Dit betreffen de volgende maatregelen: 1. Verhogen opbrengsten door meer projectsubsidies en uitbreiden markttaken (150K); dit sluit aan bij de ambitie van de GGD om zich meer te ontwikkelen als kennispartner, zoals dit bijvoorbeeld ook in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) gebeurd. 2. Specifieke taken afstoten: - Stoppen met waakvlam niveau Verwijsindex Risicojongeren: VIR (110K) structureel; De VIR is in 2010 als verplicht instrument voor vroeg signalering opgenomen in de jeugdwet. In 2022 is landelijk geconstateerd dat dit instrument onvoldoende werkt en de bedoeling is ook om deze wettelijke verplichting uit de wet te schrappen. Dit proces duurt naar inschatting echter nog wel even. In oktober 2023 is in Zeeland al besloten om de inzet terug te brengen tot een waakvlamniveau. De inschatting is dat stoppen geen nadelige gevolgen zal hebben. - Onderbrengen van Calamiteiten Toezicht WMO bij een andere organisatie (30K) structureel; dit wordt ondergebracht in het takenpakket toezichthouders sociaal domein en leidt dan niet tot extra kosten. 3. Vacatures weloverwogen twee maanden openhouden, tenzij.
(135 K); dit wordt gedaan, tenzij de continuïteit van cruciale dienstverlening en/of goed werkgeverschap in het gedrang komt. 4. Inzet van mogelijk surplus binnen de algemene reserves (20K); dit is conform het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Na verwerken van deze scenario’s blijft er nog een te bezuinigen bedrag van ca 690K over. Omdat de GR door de hoge personeelsfactor minder “knoppen” tot haar beschikking heeft om aan te draaien, wordt voorgesteld voor dit bedrag de VZG richtlijnen niet toe te passen en gevraagd aan de gemeenten om dit op te vangen. Op deze wijze wordt een sluitende begroting 2026 opgesteld. Er is een goede onderbouwing gegeven voor de mogelijk in te zetten maatregelen. Of verdere bezuinigingen mogelijk zijn is lastig te beoordelen. Wel is het zo dat we de afgelopen jaren geïnvesteerd hebben in de GGD om de deze organisatie meer solide te maken. Op moment dat er meer bezuinigingen worde gevraagd zou je dit weer gaan afbreken. Daarbij is het behouden en versterken van de preventieve zorgstructuur waar de GGD met haar Jeugdgezondheidzorg, maar ook met de andere onderdelen van de GGD, een waardevolle bijdrage aan levert van groot belang om de kosten van de jeugdhulp op de lange termijn te beperken. We hebben de GGD hard nodig hebben om de omslag te kunnen maken en bij de ontwikkeling van onze sterke lokale teams.
Wel blijft het van belang om steeds te blijven kijken of we de dingen die we doen wel op de juiste manier doen. De totale deelnemersbijdrage voor het onderdeel GGD bedraagt: € 24.522.100,-. Voor Goes betekent dit een bedrag van: € 2.474.272,- . De totale bijdrage voor het onderdeel IJZ bedraagt: € 1.670.200,-, wat voor Goes neerkomt op een bedrag van € 164.181,- . (zie pagina 58 en 59 van de begroting). Voorgesteld wordt kennis te nemen van de Begroting 2026-2029 van de GR GGD Zeeland en de gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen in te stemmen met de programmabegroting 2026-2029 van de GR GGD Zeeland en een positieve zienswijze naar voren te brengen. Tevens wordt voorgesteld de gevraagde deelnemersbijdrage voor Goes, zijnde totaal € 2.638.453,-, mee te nemen in de gemeentelijke begroting 2026. Eerste begrotingswijziging 2026 IJZ In de begroting van de GGD zitten de uitvoeringskosten van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ). IJZ vraag in de 1e begrotingswijziging aan de gemeenten een extra incidentele bijdrage van € 172.000. Dit heeft betrekking op drie onderwerpen: - € 137.000 voor het continueren van 1,5 fte junior contractmanager en businessanalist; in 2023 is eerder ingestemd met een begrotingingswijziging voor deze tijdelijke uitbreiding.
Dit was tijdelijk omdat er destijds rekening mee gehouden werd dat er een nieuwe GR inkoop sociaal domein Zeeland zou worden opgericht. Deze nieuwe GR is er nog niet en eind 2024 heeft het OZO ingestemd met een nieuw onderzoek naar de governance van het sociaal domein in Zeeland. Dit traject loopt momenteel nog. Vanwege dit mogelijke toekomstperspectief zijn de aangevraagde begrotingswijzigingen als incidenteel opgegeven. Inhoudelijk is die 1,5 fte nodig om de taken van IJZ kwalitatief goed uit te kunnen blijven voeren.
Agendapunt Pagina 11
- € 25.000 licentiekosten BasisBeeld; de eerste toezichthouders zijn inmiddels gestart waarbij SWVO/CZW-bureau fungeert als werkgever. Voor de uitvoering van hun taken is een nieuwe applicatie gekozen, genaamd BasisBeeld. Voor een efficiënte samenwerking tussen IJZ en SWVO op dit gebied is het gewenst dat ook IJZ toegang heeft tot BasisBeeld. Omdat de licenties per organisatie worden berekend wordt eenmalig € 25.000 gevraagd voor 2026. Voor 2027 en verder worden deze kosten meegenomen in de plannen voor een mogelijke samenwerking in een andere GR. - € 10.000 evaluatie aanbesteding; Gevraagd wordt aan een onafhankelijke derde een evaluatie te doen van het aanbestedingstraject 2026. Het is belangrijk om de aanbevelingen hieruit mee te kunnen nemen in het nieuwe traject. Over het deel van het traject tot nu toe wordt dit jaar nog een evaluatie gedaan. Of dit bedrag dus nog benodigd is, is de vraag. Het zou kunnen dat er nog een vervolg op komt. De gevraagde extra kosten worden over de deelnemende gemeenten verdeeld via een vaste verdeelsleutel. Voor Goes betekent het een extra bijdrage van € 16.908,-. Voorgesteld wordt de raad voor te stellen in te stemmen met de eerste begrotingswijziging 2026 IJZ en een positieve zienswijze naar voren te brengen en het bedrag mee te nemen in de gemeentelijke begroting 2026.
Begeleidingscommissie en Samenstellingscommissie Vanwege de vakantieperiode en het vlak voor de termijn indienen van de ontwerpbegroting is er ten tijde van het maken van het collegeadvies nog geen advies vanuit de begeleidingscommissie en samenstellingscommissie over de begroting 2026-2029 en de 1e begrotingswijziging. Beide adviezen zijn inmiddels ontvangen en zijn in lijn met de voorstellen.
4.3 GR De Bevelanden Jaarrekening 2024 De exploitatie 2024 van GR de Bevelanden sluit af met een positief resultaat van €54.000 (afgerond). Het bedrag dat gemoeid is met de afkoop van de lease ICT is volledig verwerkt. Het positieve resultaat wordt grotendeels veroorzaakt door onderschrijdingen op het salarisbudget en ICT budgetten. De exploitatie 2024 van GR de Bevelanden sluit af met een positief resultaat van €54.000 (afgerond). Het bedrag dat gemoeid is met de afkoop van de lease ICT is volledig verwerkt. Het positieve resultaat wordt grotendeels veroorzaakt door onderschrijdingen op het salarisbudget en ICT budgetten. Door krapte op de arbeidsmarkt is het vinden van personeel met de juiste kwalificaties lastig. In 2024 zijn vacatures niet of later in het jaar ingevuld en is de voorgenomen inhuur van personeel niet volledig gerealiseerd. Daarnaast zijn nieuwe medewerkers lager in de functieschaal ingeschaald dan waarin de begroting voorziet. De begroting is vastgesteld op de laatste trede van de functieschaal. Tenslotte zijn de vacatures bij team ICT in 2024 niet ingevuld in afwachting van het resultaat in het onderzoek naar de benodigde formatie. Een deel van de salarisbegroting die samenhangt met deze vacatures is benut door inhuur van extern personeel.
Voor ICT zijn projecten vertraagd of niet uitgevoerd, ondanks de eerder beschikbaar gestelde middelen in het kader van de i-Visie. In 2024 is besloten tot afkoop van het ICT-leasecontract op basis van een rechtmatigheidsonderzoek. De volledige afkoopsom (€2.500.000) is binnen de exploitatie opgevangen, waardoor geen beroep gedaan is op middelen van de deelnemende gemeenten. In de jaarrekening zijn rechtmatigheidsbevindingen geconstateerd die de verantwoordingsgrens van € 251.000 overschrijden. In totaal is voor € 1.471.960 aan niet-rechtmatig verantwoorde lasten en mutaties vastgesteld. Het betreft: Een niet-Europese aanbesteding van het contract voor de applicatie Suites voor het sociaal domein (t.w.v. € 468.406) Begrotingsoverschrijdingen op de programma’s ICT en WIZ (€ 816.000) buiten het vastgestelde beleid, onder ander door afkoop van het leasecontract en hogere interne doorbelasting.
Agendapunt Pagina 12
De onregelmatigheden zijn vermeld en hebben hierdoor geen invloed gehad op de controleverklaring vanuit de accountant van de GR. Wel kunnen deze bevindingen gevolgen hebben voor de rechtmatigheidsverantwoording van onze eigen jaarrekening. De begeleidingscommissie van GR de Bevelanden is akkoord gegaan met de jaarrekening 2024. Het positieve resultaat van €54.000 wordt voorgesteld toe te voegen aan de algemene reserve. Aangezien er sprake is van een positief resultaat, hoeft de jaarrekening 2024 niet voor zienswijzen aan de deelnemende gemeenten te worden voorgelegd. Het college stelt daarom voor om de jaarrekening ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad. Begrotingswijziging 2025 Niet van toepassing. Begroting 2026 GR de Bevelanden heeft de Programmabegroting 2026–2029 opgesteld op basis van de VZG-richtlijn, met een indexering van 0,0% en een taakstelling van -2,2% op de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast is ruimte gezocht voor noodzakelijke formatieve uitbreiding, zoals binnen ICT (i-Visie), WIZ en HRM. Deze uitbreiding is grotendeels opgevangen binnen de bestaande begroting. Daarmee zijn indirect, niet gevraagde bezuinigingen gerealiseerd. Dit betreft een bedrag van ongeveer € 788.000. Hiervoor worden geen extra middelen gevraagd aan de deelnemende gemeenten. Daarnaast is een taakstellende stelpost opgenomen van €564.835.
De GR heeft aangegeven deze nader in te vullen bij de eerste begrotingswijziging 2026, in afstemming met de deelnemende gemeenten. Het strikt toepassen van de VZG-richtlijn zou betekenen dat ook de cao-verhogingen en indexeringen binnen de begroting opgevangen zouden moeten worden. Dit zou leiden tot een aanvullende bezuiniging van €1.277.832 en een forse reductie in personele capaciteit (circa 15 fte). Het Dagelijks Bestuur acht dit onwenselijk vanwege de directe gevolgen voor de bedrijfsvoering en dienstverlening. Daarom is besloten om deze extra lasten wel te verwerken in de begroting en door te berekenen aan de deelnemende gemeenten. De begeleidingscommissie adviseert hier echter negatief over. Zij stelt dat de begroting afwijkt van de VZG-richtlijn en vraagt de GR om scenario’s uit te werken waarin mogelijke verlagingen van de gemeentelijke bijdrage worden doorgerekend, inclusief de organisatorische en maatschappelijke consequenties. Inhoudelijk ligt de focus in de begroting onder andere op de invoering van de nieuwe Participatiewet, de vorming van regionale werkcentra, versterking van de schuldhulpverlening, voorbereiding op de inkomensafhankelijke Wmo-bijdrage per 2027 en op ICT vlak een nieuwe i-Visie. Daarnaast wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van de samenwerking met gemeenten, en de versterking van de organisatie via het plan van aanpak en strategisch HR-beleid.
Onder de doelstelling werk staat beschreven dat er meer re-integratie activiteiten in eigen beheer worden uitgevoerd om de kosten beheersbaar te houden. Dit is niet in lijn met de visie van de gemeenten. Die visie is dat er samenwerking met De Betho plaatsvindt en dat De Betho meer ingezet wordt om de kosten van reintegratieactiviteiten te beheersen en tegelijkertijd de infrastructuur van De Betho toekomstbestendig te houden. Advies is om deze doelstelling aan te passen op dit punt. Vanuit het college wordt een negatieve zienswijze ten aanzien van de programmabegroting geadviseerd en daarbij wordt geadviseerd om de GR verschillende scenario’s uit te laten werken voor verlaging van de gemeentelijke bijdragen. Inclusief de daarbij horende organisatorische en maatschappelijke consequenties. Hierbij wordt de GR meegegeven dit onder andere te betrekken op de voorziene uitbreiding van de ICT-formatie. Daarnaast wordt geadviseerd het AB van de GR opdracht te geven om na het besluit over de vaststelling van de programmabegroting terugkoppeling te geven aan de gemeenteraden over het gekozen scenario. De negatieve zienswijze is in overeenstemming met het advies vanuit de begeleidingscommissie. Op het moment van het opstellen van het voorstel was het advies van de samenstellingscommissie nog niet voorhanden.
Agendapunt Pagina 13
4.4 OLAZ Jaarrekening OLAZ 2024 De jaarrekening O.L.A.Z. 2024 sluit af met een positief saldo van € 129.846 in de vergadering van het algemeen bestuur van O.L.A.Z. op 29 maart 2017 is besloten om ingaande per 2016 bedragen aan het eigen vermogen toe te voegen. De achterliggende reden om het eigen vermogen te versterken is om te sparen om in de toekomst in staat te zijn om de ten behoeve van de overname van de ZRD afgesloten leningen bij de BNG Bank (gedeeltelijk) af te lossen. Dit besluit valt binnen de 5% richtlijn van de VZG. Daarom wordt voorgesteld het positieve saldo van 2024 toe te voegen aan de algemene reserve van het O.L.A.Z. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2024 na vaststelling van de jaarrekening €638.024 De totale algemene reserve van O.L.A.Z. bedraagt €767.870. Verantwoording rechtmatigheid dagelijks bestuur In de vergadering van het algemeen bestuur dd. 19 december 2024 is de verordening Financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 gemeentewet) opnieuw vastgesteld. In paragraaf 3 van de financiële verordening zijn de bepalingen over de rechtmatigheid opgenomen. Het dagelijks bestuur dient verantwoording af te leggen in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd.
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten (inclusief toevoegingen aan de reserves) volgens de begroting 2024 en is daarmee vastgesteld op 3% van €22.488.627 = €674.658. De totale lasten volgens de jaarrekening 2024 bedragen €21.937.686. Dit is een onderschrijding van €550.941 of 2,45 %. Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand gekomen zijn binnen de daarvoor gestelde grens. Stelpost voor toekomstige kapitaalslasten Vanaf 2024 is in de begroting een stelpost voor toekomstige kapitaallasten van ad €874.000 structureel opgenomen vanwege benodigde aanpassingen op de milieustraten in het kader van weten regelgeving en mogelijke meer verregaande kosten in geval van definitieve besluitvorming tot regionale spreiding van de milieustraten. Als er een dekkingsreserve is die dient als dekkingsreserve voor toekomstige kapitaallasten valt deze reserve valt buiten de berekening van de 5% richtlijn. Toelichting op jaarrekening De exploitatie van het O.L.A.Z. bestaat uit een tweetal onderdelen, namelijk de door het O.L.A.Z. te vermarkten aangeboden huishoudelijke afvalstromen en de exploitatie van de milieustraten.
Basis voor verrekening zijn de (langlopende) verwerkingscontracten voor brandbaar (rest)afval, groente- fruit en tuinafval (GFT), oud papier en karton (OPK), flessenglas en plastic-, metalenverpakkingen en drankenkartons (PMD). Op basis van werkelijke aangeboden hoeveelheden vindt per deelnemende gemeente doorbelasting plaats. Afvalhoeveelheden In de jaarrekening 2024 zijn de hoeveelheden afval stabiel te noemen. Dit komt omdat de meeste gemeenten geen ingrijpende wijzigingen in het afvalbeleid hebben doorgevoerd. Vanwege langdurige verwerkingscontracten zijn de verwerkingstarieven ook nagenoeg constant gebleven. Enkel in de transportkosten voor het restafval is een geringe afwijking te zien. Het gaat daarbij om een toename in kosten. Deze kosten zijn te wijten aan de brand bij afvalverwerker AVR waardoor het restafval naar andere locaties is vervoerd. Deze kosten zijn echter gecompenseerd door AVR waardoor er per saldo geen financieel effect is voor de gemeenten. Vanaf oktober 2024 zijn de verbrandings- en nascheidingsinstallatie van AVR weer operationeel. In onderstaande worden de meest opvallende ontwikkelingen nader toegelicht. In het document van de jaarrekening O.L.A.Z. 2024 zelf, is per afvalstroom een verklarende toelichting opgenomen.
Agendapunt Pagina 14
Brandbaar restafval Bij brandbaar restafval zien we de hoeveelheden in 2024 gelijk blijven. Enkele gemeenten zien de hoeveelheid restafval stijgen vanwege afkeur van recyclebare stromen (met name PMD). Tot slot is te noemen dat de nascheidingsgemeenten de brand bij afvalverwerker AVR als nadeel terugzien in de hoeveelheid restafval, omdat het PMD t/m oktober 2024 niet uit het restafval gehaald kon worden vanwege de brand in deze installatie. GFT Sinds 2023 wordt het GFT binnen een nieuw contract verwerkt bij Indaver. Onderdeel van dit contract betreft een bonus-malus regeling. Dit houdt in dat het verwerkingstarief lager wordt zodra de Zeeuwse gemeenten een betere kwaliteit GFT aanleveren dan landelijk gemiddeld (minder dan 5% vervuiling). De kwaliteit wordt gemeten op basis van steekproeven van het aangeleverde GFT door de afzonderlijke gemeenten. Gezien de kwaliteit die in 2024 is aangeleverd (vervuilingspercentage 2,2 %), is een besparing bewerkstelligd. Verder is in de transportkosten een afwijking te zien vanwege tijdelijke onbereikbaarheid van Indaver Nieuwdorp, waardoor het GFT-afval naar een andere locatie is vervoerd. Deze kosten zijn echter door Indaver gecompenseerd waardoor er per saldo geen financieel effect is voor de gemeenten. OPK Voor het oud papier en karton (OPK) is sprake van een lichte daling in de ingezamelde tonnage.
Digitalisering is hiervan de meest voor de hand liggende oorzaak. De hoeveelheid karton stijgt iets, maar vanwege het beperkte gewicht van karton is dat niet zichtbaar in de totale hoeveelheid OPK. De logistieke kosten komen overeen met de raming. De marktprijzen (opbrengst) voor OPK zijn in 2024 gunstiger uitgevallen dan geraamd. Flessenglas De hoeveelheid ingezameld glas is minder dan geraamd. Hier is geen directe oorzaak voor te noemen. Het verwerkingstarief en marktopbrengst zijn gunstiger uitgevallen waardoor er sprake is van een financieel voordeel. PMD De hoeveelheden PMD zijn nagenoeg gelijk gebleven. Bij enkele gemeenten is een groot verschil te zien in werkelijk 2023 in vergelijk tot 2024 of in de raming 2024 en werkelijk 2024. Het gaat daarbij om gemeenten die in 2023 een grote afkeur hadden of in 2024 te maken hebben gehad met afkeur. Het PMD afval wordt dan verwerkt als restafval. Aandachtspunt bij het interpreten van de cijfers is dat de inzamelvergoeding die de gemeenten ontvangen voor het verpakkingsafval direct aan de gemeenten worden betaald en daarom geen onderdeel uitmaken van de financiën van O.L.A.Z. Milieustraten Binnen de exploitatiekosten op de milieustraat is zichtbaar dat er in zijn totaliteit meer afval is aangeboden op de milieustraten.
Verklaring hiervoor is dat inwoners mogelijk gezien de aandacht voor de invoering van de toegangscontrole op de milieustraat in de veronderstelling zijn dat er straks betaald moet worden voor het gebruik van de milieustraat. Naast dat meer afval op de milieustraat leidt tot hogere kosten, nemen ook de beheers- en personeelskosten toe vanwege noodzaak tot meer inzet personeel (vanwege drukte) en stijging van de loonkosten vanwege een nieuwe CAO. Op de post ‘grond’ is een kostenverhoging zichtbaar vanwege een toename aan vervuilde grond met onder andere Pfas, die wordt aangeleverd door inwoners. Het afzetten van vervuilde grond lijdt tot hoge kosten omdat verwerkers hiervoor hoge tarieven hanteren. Overige kosten Op het gebied van afvalbeleid en consultancy zijn kosten gemaakt voor de voorbereiding tot realiseren van een circulair ambachtscentrum Oosterschelderegio en het realiseren van een overslaglocatie in Middelburg. Verder is vanwege een hogere rentestand in 2024, een overschot zichtbaar vanwege schatkistbankieren.
Agendapunt Pagina 15
Afrekening per gemeente Vanuit de jaarrekening O.L.A.Z. 2024 vindt een afrekening plaats per gemeente. In totaal is er aan de 13 Zeeuwse gemeenten een bedrag terug te betalen van €192.134. Door de gemeenten afzonderlijk betreft dit in totaal een terug te betalen bedrag die per gemeente is opgenomen op pag. 63 van de jaarrekening O.L.A.Z. 2024. Voor gemeente Goes betreft dit een te ontvangen bedrag van €6.251. Gezien het zeer geringe effect (> € 10.000) wordt geen budgettaire verwerking voorgesteld. Het advies is om de jaarrekening O.L.A.Z. 2024 voor kennisgeving aan te nemen. Wel moet door het algemeen bestuur van O.L.A.Z. een goedkeurende verklaring van de accountant wordt overlegd. Begrotingswijzing 2025 De tussentijdse rapportage van OLAZ heeft betrekking op het onderdeel Milieustraten. De milieustraten worden geëxploiteerd door de Zeeuwse Reinigingsdienst B.V. Zoals bekend is er in elke gemeente in Zeeland een milieustraat en worden de kosten van alle milieustraten in totaal omgeslagen over het aantal inwoners per gemeente. Uit de financiële administratie van de ZRD is gebleken dat de exploitatiekosten over 2024 significant gestegen zijn t.o.v. het jaar 2023. Dit heeft ook gevolgen voor de begroting 2025, omdat deze gebaseerd is op de exploitatiekosten van 2023. De begrotingswijziging O.L.A.Z. 2025 heeft betrekking op een tweetal componenten: 1. Milieustraten Zeeland en 2.
Afvalbeleid en consultancy. Milieustraten Zeeland De personeelskosten van de milieustraten zijn in 2024 gestegen t.o.v. 2023 door afgesproken loonstijgingen volgens de CAO Grondstoffen Energie en Omgeving (GEO). Per 1-1-2025 zijn er 56 medewerkers (45 FTE) werkzaam op de milieustraten. Daarnaast is in het jaar 2024 er ruim 112.000 ton afval aangeboden op de milieustraten t.o.v. 102.000 ton afval in 2023. Dit heeft op alle te onderscheiden posten een stijging van de kosten tot gevolg, omdat er meer handelingen moeten worden verricht om het afval op een verantwoorde wijze verder te verwerken. De kosten m.b.t. de exploitatie van de milieustraten worden door middel van een voorschot-tarief (bedrag per inwoner) in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Het voorschot-tarief wordt bepaald op basis van de raming van de exploitatiekosten van het desbetreffende jaar, zoals opgenomen in de begroting van OLAZ. Op basis van de in de jaarrekening 2024 weergegeven resultaten en verder voortschrijdend inzicht wordt een doorberekening gemaakt naar de exploitatiekosten van 2025. De raming leidt tot een stijging van de exploitatiekosten van €1.019.000 op jaarbasis. Afvalbeleid en consultancy De laatste jaren worden er in OLAZ- verband per gemeente afval sorteeranalyses uitgevoerd met als doel inzicht te verkrijgen in de samenstelling van het restafval.
Deze informatie wordt door de gemeenten gebruikt om betere afvalscheiding bij de inwoners te realiseren. Om binnen OLAZ een besparing te kunnen realiseren, wordt voorgesteld deze activiteit niet meer collectief uit te laten voeren maar dit als gemeentelijke keuze te laten binnen eigen beheer en op eigen kosten. Het vervallen van de analyse via OLAZ levert een besparing op van €70.000 op jaarbasis. Op pagina 10 van de tussentijdse rapportage/1e begrotingswijziging O.L.A.Z. 2025 is het financiële effect van de begrotingswijziging per gemeente weergegeven. Voor gemeente Goes betreft deze begrotingswijziging een nadeel van €95.680. Omdat de in de gemeentelijke begroting reeds opgenomen budgetten wat hoger uitvielen door een andere indexering en het vooraf al anticiperen op enkele budgetten valt het daadwerkelijke verschil lager uit. Er resteert nog een nadeel van c.a. € 36.200. Voorgesteld wordt dit ten laste van het begrotingssaldo bij te ramen via de bij het verzamelvoorstel gemeenschappelijke regelingen te voegen begrotingswijziging 2025. Het advies is een positieve zienswijze te geven over de 1e begrotingswijziging O.L.A.Z. 2025. Ontwerpbegroting 2026 Begrotingsrichtlijn VZG De gezamenlijke gemeentelijke bijdrage van alle deelnemende gemeenten wordt in 2026 voor O.L.A.Z. geraamd op € 23.625.377.
In deze gemeentelijke bijdrage wordt onderscheid gemaakt tussen beïnvloedbare activiteiten en niet-beïnvloedbare activiteiten. Het verschil van de begroting
Agendapunt Pagina 16
2026 t.o.v. de vorige begroting dient v.w.b. de toetsing aan de richtlijnen van de VZG te worden beoordeeld op de beïnvloedbare activiteiten. Het afvalaanbod van de gemeenten en de daarbij behorende verwerkingskosten worden in beginsel beschouwd als niet door OLAZ beïnvloedbare activiteiten. Dit geldt ook voor de kapitaallasten van de milieustraten, de financiële baten en lasten en de vennootschapsbelasting. De door OLAZ beïnvloedbare kosten die resteren betreffen dan de personeelskosten van de milieustraten, de aan de milieustraten toegerekende overheadkosten, alsmede de kosten van voorlichting/communicatie, de kosten van afvalbeleid/consultancy en de kosten van instandhouding van de GR (= overhead OLAZ). De kosten van de beïnvloedbare activiteiten in de begroting 2026 zijn met € 115.000 gedaald t.o.v. de vorige begroting. Hiervan komt een daling van € 97.000 voor rekening van de beïnvloedbare kosten van de milieustraten. De kosten van de beïnvloedbare activiteiten dalen in de begroting 2026 met 2,58 % t.o.v. de vorige begroting en vallen daarmee binnen de begrotingsrichtlijn van de VZG. In de toekomst moeten mogelijk wel maatregelen worden getroffen. Mogelijke toekomstige maatregelen zijn bijvoorbeeld gewijzigde financiering van de toekomstig te realiseren Milieustraten Compleet Plus.
Meer verregaande bezuinigingsopgaven zullen betrekking hebben op het (gedeeltelijk) sluiten van milieustraten, het beperken van openingstijden of aparte/aanvullende tarieven te hanteren voor het brengen van bepaalde afvalstromen bij de inwoners (toegangsbeperking). Deze maatregelen zijn voor de begroting 2026 nog niet nodig. Reserverichtlijn VZG De VZG-richtlijn geeft aan dat het eigen vermogen maximaal 5% van de jaaromzet mag zijn. Voor OLAZ komt dat neer op een eigen vermogen (exclusief bestemmingsreserve) van maximaal € 1.103.000 per 31-12-2024. Het eigen vermogen van OLAZ per 31-12-2024 bedraagt € 767.870 en dit valt ruim binnen de VZG-norm. Financiële verordening In december 2024 heeft het algemeen bestuur van O.L.A.Z. de verordening Financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 gemeentewet) opnieuw vastgesteld. Volgens deze financiële verordening wordt "bij iedere begroting een overzicht gegeven van de toedeling van de producten uit de productraming aan het programma Afvalverwijdering". De onderhavige begroting 2026 voldoet wat inrichting betreft aan deze criteria indien de kostenplaatsen worden gezien als de "producten" en de totale begroting van baten en lasten als het programma "Afvalverwijdering". Ontwerpbegroting O.L.A.Z. 2026 en meerjarenraming 2027-2029 In de ontwerpbegroting O.L.A.Z. 2026 is o.a.