CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

006. Motivering ontwerp omgevingsplan Ketelhaven Noord

Besluitvormende raad 12 maart 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan Goes Ketelhaven-Noord10.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie In het plan is rekening gehouden met voorzieningen voor duurzame energie-opwekking, -levering en -opslag. 4.4.2 Circulaire economie In het ‘Beleidsplan Circulaire Economie Zeeuwse Gemeenten’ staat hoe Zeeland wil werken naar een 100% circulaire economie in 2050. In een circulaire economie zijn vrijwel alleen herbruikbare primaire, secundaire en duurzame biogrondstoffen in omloop. Producten worden binnen gesloten kringlopen geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Zodoende wordt de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden, waardoor er bijna geen afval meer is. De Nederlandse bouw neemt met de huidige groei in 2050 zo’n 40% van ons jaarlijkse energieverbruik en 30% van het totale jaarlijkse waterverbruik voor zijn rekening. In de bouw en gebouwde omgeving gaan veel materialen om en er is sprake van veel (zware) transportbewegingen. Met een circulaire economie is veel winst te behalen in de bouw en gebouwde omgeving. Voor nieuwbouw betekent het Zeeuws Beleidsplan Circulaire Economie dat naast de landelijke regelgeving, Zeeuwse gemeenten stapsgewijs zullen toewerken naar circulaire prestatie-eisen bij gebiedsontwikkelingen en circulaire criteria bij de gronduitgifte. Dat wordt ook bij Ketelhaven-Noord gedaan. Conclusie Het aspect circulaire economie vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

4.4.3 Duurzame mobiliteit Ingezet wordt op een duurzame mobiliteit conform het ThAMES-principe. Het stedenbouwkundig plan is hierop ingericht. Langzaam verkeer heeft voorrang. Lopen of fietsen wordt gestimuleerd door een fijnmazig netwerk van langzaamverkeerroutes: comfortabele fietsroutes, goed verlicht met waar mogelijk ongelijkvloerse kruisingen en een voorrangssituatie voor de fiets. Het toekomstige fietspad langs de Houtkade richting het station is van groot belang om ook verplaatsingen tot buiten Goes met de fiets te stimuleren. Om de fiets te stallen zijn inpandige fietsenbergingen voorzien. Daarnaast wordt rekening gehouden met laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Op grond van EU-wetgeving moet sinds 2020 bij nieuwbouw rekening worden gehouden met laadmogelijkheden. In Goes is deze regelgeving nog niet geconcretiseerd in lokale regels, maar gezien de duurzaamheidsambities is het volgende gewenst: minimaal vijf procent van de parkeerplaatsen wordt voorzien van een oplaadpunt en nog eens tien procent wordt daarop voorbereid qua kabels of (loze) leidingen. Op deze wijze kan in Ketelhaven-Noord in ruime mate worden voorzien in

laadmogelijkheden. Hoewel de capaciteit van het elektriciteitsnet als geheel ernstig tekortschiet, is het vooralsnog mogelijk dat reguliere laadpalen op het laagspanningsnet worden aangesloten. Conclusie Het aspect duurzame mobiliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.4.4 Biodiversiteit en natuurinclusiviteit De nieuwe woonwijk is zodanig opgezet dat er een royale groenstructuur aanwezig is. Aan de zijde van de Ketelhaven worden natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. In het water komen ook eilandjes die ruimte bieden aan natuurontwikkeling. Het toepassen van groene daken en groene gevels hebben een positieve invloed op de biodiversiteit. De gebouwen worden ook natuurinclusief gerealiseerd, door bijvoorbeeld holtes of kasten voor onder andere vleermuizen en vogels te realiseren. Conclusie Het project draagt bij aan het bevorderen van biodiversiteit en natuurinclusiviteit.

4.5 GEZONDE LEEFOMGEVING Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de kaders van Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. Het aspect gezondheid is veelomvattend en zeer divers. Aan de meeste milieuaspecten (o.a. luchtkwaliteit, geluid en geur) zijn in meer of mindere mate immers gezondheidsaspecten verbonden. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. 4.5.1 Bewegen Ketelhaven Noord wordt een woongebied dat uitnodigt om te bewegen. Niet alleen doordat ingestoken wordt op andere vormen van mobiliteit dan de auto, maar ook door het gebied zodanig in te richten dat er volop ruimte is voor beweging. Bij de school is ook een speelplein voorzien waarop kinderen zich ook kunnen uitleven in de buitenlucht. Conclusie Het aspect bewegen vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.5.2 Groen Het woongebied is ruim opgezet met veel ruimte voor groen en water, zie ook afbeelding 5. Door het groene karakter draagt dit bij aan een positieve gezondheid. Groen biedt rust en vermindert stress.

Conclusie Het aspect groen vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.5.3

Milieuzonering

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ervoor zorgen dat voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten voorkomen wordt. Sommige activiteiten die vanuit een planologisch perspectief mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Om de afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies te bepalen, wordt vooralsnog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Er is gedurende het planproces een nieuwe handreiking milieuzonering gepubliceerd door de VNG. Daarin is eveneens het doel scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies waarborgen. Voor dit plan is gekozen de oorspronkelijke handreiking nog te hanteren, gelet op het lopende proces.

Naar verwachting zal de uitkomst van een toetsing op basis van de nieuwe stijl niet wezenlijk afwijken van een beoordeling op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het reguleren van de gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf staat centraal in de nieuwe systematiek voor milieuzonering. De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. In de nabijheid van het plangebied zijn diverse bedrijfstypen toegestaan die relevant zijn voor de ontwikkeling: - Bedrijvigheid binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’; - Een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf; - Een groothandel in afval en schroot; - Bedrijven in categorie 4.1; - Een betonwarenfabriek en betonmortelcentrale. Deze zijn weergegeven op afbeelding 7. Hierna gaan we in op de verschillende specifieke bedrijfstypen.

Afbeelding 7 | milieuzonering omliggende bedrijvigheid (bron: Juust BV) Bedrijvigheid binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’ Direct aansluitend aan het plangebied aan de zuid- en westzijde grenst de bestemming Gemengd-2. Binnen die bestemming zijn diverse functies toegestaan. Dit betreffen onder andere bedrijven tot en met categorie 2 en ook bedrijven die qua milieu-effecten daarmee vergelijkbaar zijn, zoals maatschappelijke functies, sport, dagrecreatie, dienstverlening en cultuur en ontspanning. De richtafstand van de grens van categorie 2-bedrijven ten opzichte van de uiterste situering van de gevel van een woning bedraagt 30 meter in een rustig woongebied. In een gemengd gebied is dit 10 meter. De gemeente Goes heeft in de gebiedsvisie vastgelegd dat er sprake is van een gebied met gemengde functies. De afstand van de nieuwe appartementen tot de bestemming Gemengd-2 bedraagt meer dan 10 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand in een gemengd gebied. In de toekomst zal de bestemming Gemengd-2 naar verwachting worden gewijzigd en zal ook het aangrenzende gebied conform de gebiedsvisie worden ingericht. Mogelijk wordt daarmee in de toekomst zelfs voldaan aan de richtafstand in een rustige woonwijk.

Gedurende het tranfsformatieproces van Goese Schans kan de locatie in ieder geval worden gekwalificeerd als gemengd gebied waarin een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig is. Een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf Ten zuiden van het plangebied is binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’ een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf in milieucategorie 4.1 toegestaan. De richtafstand daarvan bedraagt 100 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. Ter plaatse van deze locatie was voorheen een straalbedrijf aanwezig. Deze is ter plaatse niet meer in bedrijf en de bebouwing is gesaneerd. De gronden zijn in bezit van een projectontwikkelaar met als doel realisatie van de gebiedsvisie. In de gebiedsvisie is niet uitgegaan van bedrijvigheid in deze milieucategorie. Het opnieuw

vestigen van een specifiek metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf op deze locatie is niet uitgesloten, maar niet aannemelijk. De kans dat er zich op die locatie een dergelijk bedrijf vestigt in de wetenschap dat de gemeente andere plannen heeft met het gebied is nihil. In de praktijk zal er in Ketelhaven Noord daarom geen hinder ondervonden worden van een dergelijk bedrijf. Een groothandel in afval en schroot Eveneens ten zuiden van het plangebied is binnen de bestemming ‘Gemengd – 2’ een groothandel in afval en schroot toegestaan. Dit betreft een bedrijf in milieucategorie 3.1. De bijbehorende richtafstand in gemengd gebied is 30 meter. De afstand tot de grens van de dichtstbij gelegen bebouwingszone bedraagt ca. 39 meter. Aan die richtafstand wordt voldaan. Bedrijven in categorie 4.1 Op een afstand van ca. 170 meter zijn gronden gelegen waar categorie 4.1-bedrijven zijn toegestaan. De richtafstand in een gemengd gebied ten opzichte van categorie 4.1-bedrijven is 100 meter in een gemengd gebied. Daar wordt aan voldaan. Een betonwarenfabriek en betonmortelcentrale Specifiek is op dezelfde locatie van bedrijven in categorie 4.1 een betonwarenfabriek en betonmortelcentrale in categorie 5.2 toegestaan. De richtafstand van die bedrijven tot een woning bedraagt in een gemengd gebied 500 meter. Daaraan wordt niet voldaan, de afstand is ca. 170 meter.

Voor dit bedrijfstype is het aspect ‘geluid’ het maatgevende aspect. Ter plaatse geldt reeds een geluidzone waarbij bepaald is dat geluidgevoelige gebouwen alleen zijn toegestaan als er voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde. Akoestisch onderzoek Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd vanwege het industrieterrein Havengebied Goes (bijlage 9). Daaruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 50dB(A) voor industrielawaai wordt overschreden. De ontheffingswaarde van 55dB(A) wordt niet overschreden. Om het plan mogelijk te maken dient een hogere waarde van 55dB(A) voor het industrielawaai te worden vastgesteld. Het leefklimaat wordt als ‘zeer goed’ tot ‘matig’ beoordeeld. Er is per woning minimaal één geluidluwe gevel aanwezig. Bij nieuwbouw dient de karakteristieke geluidwering 20-23dB te bedragen. Dit is eenvoudig realiseerbaar. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.5.4

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Omgevingswet bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een aandachtsgebied van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. De beoordeling van het wegverkeerslawaai is meegenomen in het onderzoek zoals bedoeld in paragraaf 4.5.3 (bijlage 9). De standaardwaarde van 53dB uit het Bkl voor wat betreft wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. Vanwege wegverkeerslawaai zijn geen maatregelen nodig. Op het industrielawaai is ingegaan in paragraaf 4.5.3. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

4.5.5

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Dit in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De doelstelling van omgevingsveiligheid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De instructieregels van paragraaf 5.1.2 zijn erop gericht gebouwen en locaties te beschermen waar personen gedurende een periode verblijven. Er zijn in het plangebied of in de directe omgeving geen risicobronnen aanwezig die van invloed zijn op het plan. Hoewel er op de locatie Zwembadweg 3 (Omnium) een chlooropslag aanwezig is, heeft deze geen invloed in het plangebied.

Ook zijn er geen relevante kabels en leidingen in de nabijheid van het plangebied aanwezig. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.5.6

Luchtkwaliteit

Bij het toelaten van activiteiten moeten, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, de gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld. Als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10 is geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarde wordt voldaan. Er is sprake van een 'niet in betekenende mate bijdrage’ wanneer de toename van de concentratie NO 2 en PM10 in de buitenlucht niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2. Daarnaast is een aantal categorieën aangewezen die in elk geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Bij activiteiten en werken die binnen deze categorieën vallen hoeft verder niet door middel van berekeningen of op een andere manier aangetoond te worden dat de toename van de concentraties niet de van toepassing zijnde grens voor NIBM overschrijdt. In artikel 5.54 Bkl zijn de standaardgevallen genoemd die niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10. Hierin is onder andere aangegeven, dat gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met ten hoogste 1.500 woningen en één ontsluitingsweg aan te merken zijn als een categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie van stikstofdioxide.

De voorgenomen ontwikkeling betreft een woongebied met maximaal 200 woningen. Deze valt onder de hiervoor genoemde categorie. De instructieregels voor de bescherming van de kwaliteit van de buitenlucht zijn derhalve niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling is te beschouwen als een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van stikstofdioxide. Ter controle is hiervoor ook de daarvoor beschikbare NIBM-tool gebruikt, zie onderstaande afbeelding. Dit is gebaseerd op ca. 1.600 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Dit betreft een worst case berekeningsaantal, gelet op het feit dat duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd.

Afbeelding 8 | NIBM (bron: Infomil) Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan. 4.5.7

Milieueffectrapportage

De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Bij de ontwikkeling van woningen moet beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit geldt een mer-beoordelingsplicht waarbij een zogenaamde ‘mededeling’ van het voornemen voor de planontwikkeling moet worden gedaan (voorheen de aanmeldnotitie). Er moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Deze motivering wordt gezien als de mededeling. Of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten is mede afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling en de relatie met andere plannen, projecten of activiteiten en de kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. In onderhavig plan worden in totaal tweehonderd nieuwe woningen (appartementen) mogelijk gemaakt in een transformatiegebied.

Daarbij worden bestaande bedrijfsactiviteiten, die qua milieuuitstraling een grotere impact op de omgeving hebben dan woningen, gesaneerd. Er zijn vanuit het woongebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten, omdat de milieueffecten zeer beperkt zijn (zie paragraaf 4.1 t/m 4.5). Ook in combinatie met andere projecten die in de toekomst in het gebied zijn gedacht zijn de effecten op het milieu niet aanwezig. De transformatie van het havenindustrieterrein naar een gemengd gebied met overwegend woonfuncties en daaraan gerelateerde functies geeft een positieve invloed op het milieu in het algemeen. Er worden geen grenswaarden overschreden. Het plan heeft een positieve invloed op de menselijke gezondheid. Het grondgebruik wordt ten opzichte van de oorspronkelijke situatie geëxtensiveerd. Conclusie Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

5. Conclusie 5.1 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht, volgens artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8.0b Bkl). In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschouwd. Hieronder is aangegeven of aan een aspect voldaan wordt, niet wordt voldaan of onder voorwaarden kan worden voldaan. Kan aan aspect worden voldaan Kan onder voorwaarden worden voldaan Kan niet aan aspect worden voldaan

V ~ X

Ondergrond en cultuurhistorie Archeologie Bodemkwaliteit Niet Gesprongen Explosieven Cultuurhistorische waarden

V V V V

Natuur en water Weging van het waterbelang Soortenbescherming Gebiedsbescherming

V V PM

Mobiliteit en bereikbaarheid Parkeren Verkeersgeneratie en ontsluiting

V V

Duurzaamheid Duurzame energie Circulaire economie Duurzame mobiliteit Biodiversiteit en natuurinclusiviteit

V V V V

Gezonde leefomgeving Bewegen Groen Milieuzonering Geluid Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage

V V V V V V V

5.2 BELANGENAFWEGING Zoals uit de tabel in paragraaf 5.1 blijkt, wordt aan nagenoeg alle aspecten voldaan. Ten aanzien van het aspect stikstof is nog nadere beoordeling en/of onderzoek nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling wordt aanvaardbaar geacht ten aanzien van de leefomgeving. PM stikstof

6. Uitvoerbaarheid 6.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het vaststellen van een wijziging omgevingsplan biedt het planologisch kader om omgevingsvergunningen te verlenen gericht op uitvoering van een project. Om te waarborgen dat het project ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd moet aangetoond worden dat het ook financieel uitvoerbaar is. Zo wordt voorkomen dat wijzigingen worden vastgesteld die uiteindelijk niet uitgevoerd kunnen worden. De gemeente Goes is eigenaar van het gehele plangebied. De grondexploitatie is dus in handen van de gemeente, maar nog niet gereed om vast te stellen. Dit heeft te maken met lopende subsidie-aanvragen. Vooruitlopend op het vaststellen van de grondexploitatie is aan de gemeenteraad voorgesteld om een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen om de planvorming door te kunnen laten gaan. Op die manier gaat er geen tijd verloren richting de uitvoering. 6.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.2.1 Participatie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Een initiatiefnemer (in dit geval de gemeente zelf) heeft de verantwoordelijkheid om bij een wijziging van het omgevingsplan een daarbij passend participatietraject te volgen. In het kader van de gebiedsvisie Goese Schans en specifiek ook het stedenbouwkundig plan zijn verschillende participatiebijeenkomsten georganiseerd.

Ook is er een ‘kopgroep’ geformeerd; een compacte groep van bewoners en ondernemers die de lokale kennis van het plangebied hebben ingebracht en meegedacht over de plannen. Er hebben meerdere kopgroepbijeenkomsten plaatsgevonden. Tot slot kon iedereen meedenken via ‘Goes Praat Mee’. In eerste instantie kon een vragenlijst worden ingevuld en op een later moment kon gereageerd worden op de concept gebiedsvisie. Het participatietraject is nader beschreven op pagina 8 van Bijlage 2: stedenbouwkundig ontwerp. Omdat de gebiedsvisie en het stedenbouwkundig plan tot stand is gekomen met medewerking van de omgeving wordt ervan uit gegaan dat er draagvlak is voor de voorgestane ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat individuele bedrijven of bewoners uiteraard de mogelijkheid hebben om tijdens de procedure een zienswijze in te dienen of beroep in te stellen.

Bijlagen

Bijlage 1: gebiedsvisie goese schans

Bijlage 2: stedenbouwkundig ontwerp

Bijlage 3a: archeologisch onderzoek ketelhaven

Bijlage 3B: archeologisch onderzoek courtinestraat

Bijlage 4a: overzicht bodemonderzoeken

Bijlage 4b: rapportage niet gesprongen explosieven

Bijlage 5: quickscan natuur

Bijlage 6: nader onderzoek natuur

Bijlage 7: stikstofberekening

Bijlage 8: mobiliteitsplan

Bijlage 9: akoestisch onderzoek

Juust(e) gegevens: Goessestraatweg 17a 4421 AD Kapelle info@juust.nl +31 (0)113 40 50 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16563402/1