CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkeersonderzoek Tussen de Leijen

Bijeenkomst (intern-groen) 18 mei 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Voorlopig advies verkeersontsluiting Tussen de Leijen12.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke inpassing De ruimtelijke impact van deze variant ter hoogte van de aansluitingen van het plangebied op de Mosstraat en Zwarte Dijk is relatief laag. Beide aansluitingen liggen aan de linkerzijde van het respectieve wegvak. Ook is het ruimtebeslag van deze ontsluitingsvariant binnen de plangrenzen relatief beperkt.

28

Aanvullend neemt mogelijk de hinderbeleving bij bestaande omwonenden van de Mosstraat en Zwarte Dijk toe als gevolg van het extra verkeer op deze wegen.

Kosten De kosten voor deze variant met ontsluiting via de Zwarte Dijk en de Mosstraat zijn in vergelijking met de andere ontsluitingsvarianten laag. De benodigde ingrepen zijn beperkt, waardoor er weinig extra grond hoeft te worden verworven en geen omvangrijke inrichtingswerken zijn vereist.

5.2.4

Beoordeling Variant 4: Drie ontsluitingen Deze variant voorziet in drie ontsluitingen: via de Hannie Schaftlaan, de Mosstraat en de Zwarte Dijk. Zoals te lezen in de beoordeling van Variant 1, is bij een aansluiting op de Hannie Schaftlaan vanuit verkeersveiligheidsoogpunt de aanleg van een enkelstrooksrotonde noodzakelijk. Een voorrangskruispunt is een mogelijk alternatief dat ten aanzien van verkeersveiligheid wordt afgeraden. Zoals te lezen in de beoordeling van Variant 3, is vanuit het oogpunt van ruimtelijke inpasbaarheid op de Mosstraat en Zwarte Dijk alleen de aanleg van twee reguliere kruispunten (gelijkwaardig kruispunt of voorrangspunt) mogelijk. Rotondes vormen op deze locaties geen inpasbaar alternatief. Daarom wordt deze variant beoordeeld als aansluiting op de Hannie Schaftlaan middels een rotonde en aansluitingen op de Mosstraat en Zwarte Dijk middels twee reguliere kruispunten (gelijkwaardig kruispunt of voorrangskruispunt). Het kruispunt Hannie Schaftlaan – Mosstraat is in de huidige situatie een verkeersveiligheidsknelpunt waar ongeacht de ontwikkeling Tussen de Leijen maatregelen noodzakelijk zijn. Daarom worden verkeersveiligheid, ruimtelijke impact, mogelijke hinderbeleving en kosten van de benodigde maatregelen aldaar niet meegewogen in de beoordeling van deze variant.

Met deze ontsluitingsvariant wordt dit kruispunt zwaarder belast dat bij de varianten zonder ontsluiting via de Mosstraat, wat de noodzaak tot het treffen van maatregelen verder versterkt.

Afbeelding 12 Ontsluitingsvariant 4

29

Verkeersveiligheid De aanleg van een rotonde op de Hannie Schaftlaan biedt een voorspelbare voorrangssituatie en verhoogt de attentiewaarde voor kruisende verkeersstromen, in het bijzonder overstekende fietsers. Fietsers aan de zijde van het plangebied krijgen voorrang op gemotoriseerd verkeer. Het zicht op en vanaf de rotonde is voldoende, waardoor het risico op conflicten klein is. Een rotonde verlaagt de kans op ernstige ongevallen door lagere snelheden en diagonale conflictpunten. De Zwarte Dijk kent reeds een relatief hoge verkeersbelasting. Hoewel een aanzienlijk deel van het verkeer van en naar het plangebied (40% van het totaal) gebruik zal maken van de aansluiting op de Hannie Schaftlaan, leidt een aansluiting op de Zwarte Dijk tot meer in‑ en uitrijbewegingen (extra conflictpunt), waardoor de kans op conflicten met het doorgaand verkeer toeneemt. Op de Zwarte Dijk ligt aan de planzijde een vrijliggend fietspad, waardoor een nieuwe aansluiting leidt tot extra kruisende bewegingen tussen autoverkeer en fietsverkeer. Hoewel een aanzienlijk deel van het verkeer van en naar het plangebied gebruik zal maken van de aansluitingen op de Hannie Schaftlaan en Zwarte Dijk, zal een klein deel (15% van het totaal) van het verkeer van en naar het plangebied zich op de Mosstraat verzamelen.

Op een erftoegangsweg 30 km/h met directe aansluitingen van woonpercelen is een toename van verkeersstromen acceptabel maar vanuit verkeersveiligheidsoogpunt minder wenselijk dan de varianten waarbij de Mosstraat in zijn geheel wordt ontzien van een verkeerstoename.

Doorstroming Uit de kruispuntberekeningen van Variant 1 blijkt dat de I/C‑waarde bij één rotonde op de Hannie Schaftlaan circa 0,36 bedraagt, wat ruim onder de richtwaarde van 0,70 ligt. Dit geeft aan dat de rotonde de verwachte verkeersstromen, ook op piekmomenten, goed kan verwerken. Bij deze variant wordt de rotonde minder belast dan bij variant 1, waarmee een goede doorstroming geborgd is. De Hannie Schaftlaan blijft de meest logische primaire ontsluitingsroute voor de nieuwe woningbouwontwikkeling, gezien de functie en inrichting. Ondanks het feit dat de Hannie Schaftlaan een groot deel (40%) zal verwerken, zal in deze variant een aanzienlijk deel van de verkeersgeneratie ook worden afgewikkeld via de Zwarte Dijk (45%) en de Mosstraat (15%). Bij deze variant kunnen de nieuwe aansluitingen (Mosstraat en Zwarte Dijk) het toekomstige verkeersaanbod qua doorstroming goed verwerken. Bij deze ontsluitingsvariant wikkelt het verkeer van en naar de woningbouwontwikkeling via de interne ontsluitingswegen af naar de aansluitingen op de Hannie Schaftlaan, Mosstraat en Zwarte Dijk. Het verkeer verdeelt zich over de drie aansluitingen. Hoe dichter de woonstraat in het plangebied bij deze aansluitingen ligt, hoe hoger de verkeersintensiteit.

De verkeersintensiteit op de interne ontsluitingswegen is te allen tijde lager dan de richtintensiteit voor erftoegangswegen 30 km/uur binnen de bebouwde kom (maximaal 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal). Op de interne ontsluitingswegen worden geen knelpunten verwacht op het gebied van verkeersafwikkeling en doorstroming. Het verkeer zal zich binnen het plangebied verplaatsen over de diverse interne ontsluitingswegen. Verkeer zal over het algemeen gebruikmaken van de ontsluitingsmogelijkheid (Mosstraat, Hannie Schaftlaan of Zwarte Dijk) die het dichtst bij de woning ligt. Er is bij deze ontsluitingsvariant binnen het plangebied geen aanvullende knip noodzakelijk om het verkeer te sturen (buiten de knip die reeds in het plan is voorzien).

30

Ruimtelijke inpassing Met oog op een evenwichtige verdeling van het verkeer over de interne ontsluitingswegen en afstand tot de bestaande kruispunten, wordt de rotonde bij voorkeur gerealiseerd halverwege de Hannie Schaftlaan (tussen Mosstraat en Zwarte Dijk). Een meer noordelijke of zuidelijke ligging is niet aanbevolen. Dit zou namelijk leiden tot een onevenwichtige verdeling van het verkeer ten opzichte van de aansluitingen Mosstraat en Zwarte Dijk en leiden tot een relatief korte afstand tussen de nieuwe rotonde en de bestaande kruispunten op de Hannie Schaftlaan (rotonde Zwarte Dijk of kruispunt Mosstraat). Een rotonde vraagt een relatief groot ruimtebeslag, dit gaat ten koste van beschikbare ruimte voor bijvoorbeeld groen en water binnen het plangebied. Ook is aan de oostzijde van de Hannie Schaftlaan grondverwerving noodzakelijk. De ruimtelijke impact van deze variant ter hoogte van de aansluitingen van het plangebied op de Mosstraat en Zwarte Dijk is relatief laag. Beide aansluitingen liggen aan de linkerzijde van het respectieve wegvak. Ook is het ruimtebeslag van deze ontsluitingsvariant binnen de plangrenzen relatief beperkt. Aanvullend neemt mogelijk de hinderbeleving bij bestaande omwonenden van de Mosstraat en Zwarte Dijk (beperkt) toe als gevolg van het extra verkeer op deze wegen.

Kosten Deze Variant 4 resulteert in een totaal kostenniveau dat hoger ligt dan Variant 1 (rotonde Hannie Schaftlaan) en Variant 3 (alleen Mosstraat en Zwarte Dijk), maar lager dan Variant 2 (twee rotondes Hannie Schaftlaan).

5.2.5

Beoordeling Variant 5: Vier ontsluitingen Deze variant voorziet in vier ontsluitingen: twee via de Hannie Schaftlaan de Mosstraat en de Zwarte Dijk. Zoals te lezen in de beoordeling van Variant 2, is vanuit veiligheidsoogpunt een rotonde (of kruispunt met VRI) op de Hannie Schaftlaan het meest gewenste kruispunttype. Twee aansluitingen van het plangebied op de Hannie Schaftlaan middels voorrangskruispunten zijn qua doorstroming mogelijk, maar is minder verkeersveilig in verband met het beperkte snelheidsremmende effect. Daarom wordt deze variant beoordeeld als twee rotondes. Voorrangskruispunten zijn een mogelijk alternatief dat ten aanzien van verkeersveiligheid wordt afgeraden. Een kruispunt met VRI komt pas in beeld als dit qua doorstroming/verkeersafwikkeling nodig is, hetgeen op deze kruispunten niet aan de orde is. Zoals te lezen in de beoordeling van Variant 3, is vanuit het oogpunt van ruimtelijke inpasbaarheid op de Mosstraat en Zwarte Dijk alleen de aanleg van twee reguliere kruispunten (gelijkwaardig kruispunt of voorrangspunt) mogelijk. Rotondes vormen op deze locaties geen inpasbaar alternatief. Daarom wordt deze variant beoordeeld als twee aansluitingen op de Hannie Schaftlaan middels rotondes en aansluitingen op de Mosstraat en Zwarte Dijk middels twee reguliere kruispunten (gelijkwaardig kruispunt of voorrangskruispunt).

31

Het kruispunt Hannie Schaftlaan – Mosstraat is in de huidige situatie een verkeersveiligheidsknelpunt waar ongeacht de ontwikkeling Tussen de Leijen maatregelen noodzakelijk zijn. Daarom worden verkeersveiligheid, ruimtelijke impact, mogelijke hinderbeleving en kosten van de benodigde maatregelen aldaar niet meegewogen in de beoordeling van deze variant. Met deze ontsluitingsvariant wordt dit kruispunt zwaarder belast dat bij de varianten zonder ontsluiting via de Mosstraat, wat de noodzaak tot het treffen van maatregelen verder versterkt.

Afbeelding 13 Ontsluitingsvariant 5

Verkeersveiligheid De aanleg van twee rotondes op de Hannie Schaftlaan is in deze variant nodig om een verkeersveilige situatie te waarborgen, overeenkomstig Variant 2. De aanleg van twee rotondes biedt een voorspelbare voorrangssituatie en verhoogt de attentiewaarde voor alle kruisende verkeersstromen, in het bijzonder overstekende fietsers. Fietsers aan de zijde van het plangebied krijgen voorrang op gemotoriseerd verkeer. Het zicht op en vanaf de rotondes is voldoende, waardoor het risico op conflicten klein is. Een rotonde verlaagt de kans op ernstige ongevallen door lagere snelheden en diagonale conflictpunten. De Zwarte Dijk kent reeds een relatief hoge verkeersbelasting. Hoewel een aanzienlijk deel van het verkeer van en naar het plangebied (50% van het totaal) gebruik zal maken van de aansluitingen op de Hannie Schaftlaan, leidt een aansluiting op de Zwarte Dijk tot meer in‑ en uitrijbewegingen (extra conflictpunt), waardoor de kans op conflicten met het doorgaand verkeer toeneemt. Op de Zwarte Dijk ligt aan de planzijde een vrijliggend fietspad, waardoor een nieuwe aansluiting leidt tot extra kruisende bewegingen tussen autoverkeer en fietsverkeer.

32

Hoewel een aanzienlijk deel van het verkeer van en naar het plangebied gebruik zal maken van de aansluitingen op de Hannie Schaftlaan en Zwarte Dijk, zal een klein deel (10% van het totaal) van het verkeer van en naar het plangebied zich op de Mosstraat verzamelen. Op een erftoegangsweg 30 km/h met directe aansluitingen van woonpercelen is een toename van verkeersstromen acceptabel maar vanuit verkeersveiligheidsoogpunt minder wenselijk dan de varianten waarbij de Mosstraat in zijn geheel wordt ontzien van een verkeerstoename.

Doorstroming Uit de reeds uitgevoerde berekeningen blijkt dat een rotonde op de Hannie Schaftlaan een I/C‑waarde van circa 0,36 heeft, wat ruim onder de richtwaarde van 0,70 ligt. Met twee rotondes wordt de capaciteit per rotonde in de variant met vier aansluitingen verwacht voldoende te blijven. De Hannie Schaftlaan blijft de meest logische primaire ontsluitingsroute voor de nieuwe woningbouwontwikkeling, gezien de functie en inrichting. Ondanks het feit dat de Hannie Schaftlaan een groot deel (50%) zal verwerken, zal in deze variant een aanzienlijk deel van de verkeersgeneratie ook worden afgewikkeld via de Zwarte Dijk (40%) en de Mosstraat (10%). Bij deze variant kunnen de nieuwe aansluitingen (Mosstraat en Zwarte Dijk) het toekomstige verkeersaanbod qua doorstroming goed verwerken. Bij deze ontsluitingsvariant wikkelt het verkeer van en naar de woningbouwontwikkeling via de interne ontsluitingswegen af naar de aansluitingen op de Hannie Schaftlaan, Mosstraat en Zwarte Dijk. Het verkeer verdeelt zich over de vier aansluitingen. Hoe dichter de woonstraat in het plangebied bij deze aansluitingen ligt, hoe hoger de verkeersintensiteit. De verkeersintensiteit op de interne ontsluitingswegen is te allen tijde lager dan de richtintensiteit voor erftoegangswegen 30 km/uur binnen de bebouwde kom (maximaal 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal).

Op de interne ontsluitingswegen worden geen knelpunten verwacht op het gebied van verkeersafwikkeling en doorstroming. Het verkeer zal zich binnen het plangebied verplaatsen over de diverse interne ontsluitingswegen. Verkeer zal over het algemeen gebruikmaken van de ontsluitingsmogelijkheid (Mosstraat, Hannie Schaftlaan of Zwarte Dijk) die het dichtst bij de woning ligt. Er is bij deze ontsluitingsvariant binnen het plangebied geen aanvullende knip noodzakelijk om het verkeer te sturen (buiten de knip die reeds in het plan is voorzien).

Ruimtelijke inpassing Bij de realisatie van twee rotondes is het, ten behoeve van een evenwichtige verkeersafwikkeling, van belang de rotondes op een goede wijze te positioneren op de Hannie Schaftlaan, tussen de Zwarte Dijk en de Mosstraat. Hiermee wordt beoogd de verkeersstromen zoveel mogelijk evenredig over beide rotondes te verdelen en is de afstand tussen de twee nieuwe rotondes voldoende. Met oog op een evenwichtige verdeling van het verkeer over de interne ontsluitingswegen en afstand tot de bestaande kruispunten, is het nodig de rotondes te realiseren ter hoogte van de Hannie Schaftlaan noord en zuid (Afbeelding 7). Een combinatie van de middelste ontsluitingsmogelijkheid en de Hannie Schaftlaan noord of zuid wordt ten aanzien van een evenwichtige verdeling van het verkeer over de interne ontsluitingswegen niet aangeraden. Een nadeel van deze ontsluitingsvariant is de relatief korte afstand tussen de nieuwe rotondes en de bestaande kruispunten op de Hannie Schaftlaan (rotonde Zwarte Dijk en kruispunt Mosstraat).

33

Twee rotondes vragen een relatief groot ruimtebeslag, dit gaat ten koste van beschikbare ruimte voor bijvoorbeeld groen en water binnen het plangebied. Ook is aan de oostzijde van de Hannie Schaftlaan grondverwerving noodzakelijk. De ontsluiting Hannie Schaftlaan zuid is binnen het plangebied niet inpasbaar omdat hierbij ruimte nodig is die reeds is bestemd als bouwgrond, waardoor deze variant afvalt. De ruimtelijke impact van deze variant ter hoogte van de aansluitingen van het plangebied op de Mosstraat en Zwarte Dijk is relatief laag. Beide aansluitingen liggen aan de linkerzijde van het respectieve wegvak. Ook is het ruimtebeslag van deze ontsluitingsvariant binnen de plangrenzen relatief beperkt. Aanvullend neemt mogelijk de hinderbeleving bij bestaande omwonenden van de Mosstraat en Zwarte Dijk (beperkt) toe als gevolg van het extra verkeer op deze wegen.

Kosten In deze vier‑aansluitingen‑variant wordt de totale investering bepaald door de combinatie van de relatief kostbare rotondes op de Hannie Schaftlaan en de kosten voor extra aansluitingen op de Zwarte Dijk en Mosstraat.

34

6

CO NCLUSIE EN A A NBEV ELINGEN

6.1

Algemene conclusies en aanbevelingen Verkeersafwikkeling en doorstroming • •

De verkeersafwikkeling en doorstroming van het gemotoriseerde verkeer is bij alle onderzochte ontsluitingsvarianten acceptabel. Verschillen tussen varianten zitten vooral in verkeersveiligheid, hinderbeleving, ruimtebeslag en beleidsmatige passendheid.

Verkeersveiligheid (kruispunt Mosstraat – Hannie Schaftlaan) • •

•

Het kruispunt Mosstraat – Hannie Schaftlaan vormt een bestaand verkeersveiligheidsknelpunt. Ongeacht de woningbouwontwikkeling en gekozen ontsluitingsvariant zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk die de verkeersveiligheid ten goede komen. De uitwerking van maatregelen vraagt nader onderzoek. Bij alle ontsluitingsvarianten wordt het kruispunt Mosstraat – Hannie Schaftlaan extra belast met verkeer van en naar de woningbouwontwikkeling, wat de noodzaak tot het treffen van maatregelen verder versterkt. Bij de ene ontsluitingsvariant wordt het kruispunt zwaarder belast dan bij de andere, maar dit wordt in de variantenafweging niet als onderscheidend beoordeeld voor het al dat niet treffen van maatregelen.

Verkeersveiligheid (Hannie Schaftlaan, Mosstraat en Zwarte Dijk) •

•

•

Bij één of meerdere aansluitingen van de woningbouwontwikkeling op de Hannie Schaftlaan, is vanuit veiligheidsoogpunt een rotonde (of kruispunt met VRI) het meest gewenste kruispunttype. Vanuit het oogpunt van snelheid en verkeersveiligheid op de Hannie Schaftlaan is de aanleg van een enkelstrooksrotonde bij één ontsluiting en twee enkelstrooksrotondes bij twee ontsluitingen noodzakelijk. De rotonde heeft een snelheidsremmend effect, doordat het verkeer gedwongen wordt om af te remmen bij nadering van de rotonde. Een aansluiting van het plangebied op de Hannie Schaftlaan middels een voorrangskruispunt is qua doorstroming mogelijk, maar is minder verkeersveilig in verband met het beperkte snelheidsremmende effect en wordt daarom afgeraden. Een kruispunt met VRI komt pas in beeld als dit qua doorstroming/verkeersafwikkeling nodig is, hetgeen hier niet aan de orde is. De Zwarte Dijk is een wegvak waar reeds sprake is van een relatief hoge verkeersbelasting. Indien de woningbouwontwikkeling wordt aangesloten op de Zwarte Dijk, vergroot dit het aantal in- en uitrijbewegingen en daarmee de kans op conflicten met het doorgaande verkeer. Op de Zwarte Dijk ligt aan de planzijde een vrijliggend fietspad, waardoor een nieuwe aansluiting leidt tot extra kruisende bewegingen tussen autoverkeer en fietsverkeer. Hiermee wordt een potentieel verkeersveiligheidsknelpunt gecreëerd.

De Mosstraat wordt ter hoogte van het plangebied heringericht als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, met een maximumsnelheid van 30 km/h. Ook wordt de komgrens verlegd, waardoor de weg een meer verblijfsgericht karakter krijgt. Bij een aansluiting van de woningbouwontwikkeling op de Mosstraat, zal een deel van het verkeer van en naar het plangebied zich op deze weg verzamelen. Op een erftoegangsweg 30 km/h met directe aansluitingen van woonpercelen is een toename van verkeersstromen acceptabel maar vanuit verkeersveiligheidsoogpunt niet wenselijk. Extra in- en uitrijdend verkeer leidt hier sneller tot

35

mogelijke conflictmomenten, mede doordat fietsers op de rijbaan rijden en rechts voorrang geldt. Hierdoor neemt het aantal potentiële interacties tussen autoverkeer, fietsers en voetgangers toe. Dit kan de verkeersveiligheid en de leesbaarheid van de situatie negatief beïnvloeden.

Wegcategorisering en inrichting •

• •

Voor de Zwarte Dijk heeft gemeente Gilze en Rijen het beleidsvoornemen deze weg af te waarderen van 50 km/uur naar 30 km/uur. Op basis van de definitieve ontsluitingsvariant wordt beoordeeld in hoeverre deze categorisering en inrichting passend is (zie 6.3 Voorkeursvariant). Op de Mosstraat is de voorgenomen categorisering en inrichting als erftoegangsweg 30 km/uur (binnen de bebouwde kom) ongeacht de gekozen ontsluitingsvariant passend. Voor de Hannie Schaftlaan (tussen Mosstraat en Zwarte Dijk) heeft gemeente Gilze en Rijen het beleidsvoornemen deze weg bij de bebouwde kom te betrekken en af te waarderen van 60 km/uur naar 50 km/uur. Deze beoogde categorisering en inrichting is passend, maar snelheidsafdwinging met fysieke maatregelen is noodzakelijk. Een aansluiting van het plangebied Tussen de Leijen op de Hannie Schaftlaan middels een rotonde biedt kansen om de snelheid te reduceren.

Ruimtelijke inpassing •

•

•

Vanuit het oogpunt van ruimtelijke inpasbaarheid is op de Mosstraat en/of Zwarte Dijk alleen de aanleg van twee reguliere kruispunten (voorrangskruispunt of gelijkwaardig kruispunt) mogelijk. Rotondes vormen op deze locaties geen inpasbaar alternatief. De inpassing van een of meerdere aansluitingen op de Hannie Schaftlaan vraagt een relatief groot ruimtebeslag, dit gaat ten koste van beschikbare ruimte voor bijvoorbeeld groen en water binnen het plangebied. Ook is aan de oostzijde van de Hannie Schaftlaan grondverwerving noodzakelijk. Op de Hannie Schaftlaan zijn er drie opties om aan te sluiten op het plangebied (noord, midden of zuid). De zuidelijke ontsluitingsmogelijkheid gaat ten koste van bouwgrond binnen het plangebied. Een combinatie van de noordelijke en middelste ontsluitingsoptie zorgt voor een relatief korte afstand tussen de nieuwe rotondes en de bestaande kruispunten.

Interne knip •

•

In het stedenbouwkundig plan van Tussen de Leijen is tussen de twee zuidelijke woonvelden (westzijde plangebied) een knip voor gemotoriseerd verkeer beoogd. Deze knip is ongeacht de ontsluitingsvariant passend, omdat de interne autoverbinding op deze locatie functioneel overbodig is. o Bij Variant 3 (ontsluiting Mosstraat en Zwarte Dijk) is de knip een effectief middel om het verkeer beter te verdelen over beide ontsluitingen. De beoogde knip zorgt daarnaast voor een snelheidsreductie van autoverkeer en prioritering van langzaam verkeer.

36

6.2

Variantenafweging Varianten met twee rotondes Bij de varianten met twee ontsluitingen op de Hannie Schaftlaan (Variant 2 en 5), is vanuit verkeersveiligheidsoogpunt de realisatie van twee rotondes noodzakelijk. Deze varianten door middel van een of twee voorrangskruispunten op de Hannie Schaftlaan ontsluiten, wordt ten aanzien van verkeersveiligheid afgeraden. Aan het realiseren van twee rotondes op de Hannie Schaftlaan zijn een aantal nadelen verbonden: • Ruimtelijk niet inpasbaar, omdat de zuidelijke ontsluitingsmogelijkheid ten koste gaat van bouwgrond binnen het plangebied en een combinatie van de noordelijke en middelste ontsluitingsoptie zorgt voor een relatief korte afstand tussen de nieuwe rotondes en de bestaande kruispunten. • Hoge investeringskosten, terwijl twee kruispunten qua doorstroming geen voordelen bieden ten opzichte van één rotonde Om bovengenoemde redenen vallen Variant 2 en Variant 5 af.

Verkeersveiligheid en beleidsvoornemen Programma Mobiliteit Bij de varianten waarbij verkeer van en naar het plangebied zich (gedeeltelijk) verdeelt over de Mosstraat en Zwarte Dijk (Variant 3 en Variant 4), is sprake van verkeersveiligheidsrisico’s op de Zwarte Dijk en in mindere mate de Mosstraat. Een nieuwe ontsluiting middels een aansluiting van het woongebied op de Zwarte Dijk introduceert een extra conflictpunt op een wegvak waar reeds sprake is van een relatief hoge verkeersbelasting. Daarbij zal naar verwachting een aanzienlijk deel van de verkeersgeneratie via deze zijde worden afgewikkeld, namelijk 45% (Variant 4) tot 65% (Variant 3). Dit vergroot het aantal in- en uitrijbewegingen en daarmee de kans op conflicten met het doorgaande (fiets) verkeer. Dit geldt in mindere mate voor de Mosstraat, de huidige verkeersintensiteit is daar relatief laag en verwachte verkeerstoename als gevolg van het planvoornemen kleiner (15% tot 35% van de verkeersgeneratie van het plangebied). Op een dergelijke erftoegangsweg 30 km/h met directe aansluitingen van woonpercelen is een toename van verkeersstromen acceptabel maar vanuit verkeersveiligheidsoogpunt niet wenselijk.

Daar komt bij dat deze ontsluitingsvarianten niet in lijn zijn met het beleidsvoornemen uit het ontwerpProgramma Mobiliteit om autoverkeer zo direct mogelijk naar de hoofdontsluitingswegen te ontsluiten en verkeer van en naar ontwikkellocaties zo direct mogelijk naar gebiedsontsluitingswegen af te wikkelen. Om bovengenoemde redenen vallen Variant 3 en Variant 4 af.

37

6.3

Voorkeursvariant De voorkeursontsluiting van het woongebied Tussen de Leijen betreft Variant 1: de ontsluiting van het plangebied middels één aansluiting (rotonde) op de Hannie Schaftlaan. Daarbij gelden de volgende aanbevelingen, voor- en nadelen. • Aanbevolen ligging: met oog op een evenwichtige verdeling van het verkeer over de interne ontsluitingswegen en afstand tot de bestaande kruispunten, dient deze rotonde te worden gerealiseerd halverwege de Hannie Schaftlaan (tussen Mosstraat en Zwarte Dijk). Een meer noordelijke of zuidelijke ligging is niet aanbevolen. De aansluitingen op de Mosstraat en Zwarte Dijk zijn bij deze voorkeursvariant alleen toegankelijk voor langzaam verkeer. Deze kunnen tevens worden gecombineerd als calamiteitenontsluiting. • Beleidsvoornemen Programma Mobiliteit: deze voorkeursvariant is in lijn met het beleidsvoornemen uit het ontwerp-Programma Mobiliteit om autoverkeer zo direct mogelijk naar de hoofdontsluitingswegen te ontsluiten en verkeer van en naar ontwikkellocaties zo direct mogelijk naar gebiedsontsluitingswegen af te wikkelen. • Verkeersafwikkeling en doorstroming: met deze ontsluitingsvariant is een goede verkeersafwikkeling en doorstroming van verkeer van en naar het plangebied gewaarborgd.

• Interne ontsluitingswegen: bij deze ontsluitingsvariant wikkelt al het verkeer van en naar de woningbouwontwikkeling via de interne ontsluitingswegen af naar de Hannie Schaftlaan. Hoe dichter de woonstraat in het plangebied bij de rotonde ligt, hoe hoger de verkeersintensiteit. De verkeersintensiteit op de interne ontsluitingswegen is te allen tijde lager dan de richtintensiteit voor erftoegangswegen 30 km/uur binnen de bebouwde kom (maximaal 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal). Op de interne ontsluitingswegen worden geen knelpunten verwacht op het gebied van verkeersafwikkeling en doorstroming. • Verkeersveiligheid: deze variant betreft de meest verkeersveilige ontsluitingsvariant: het aantal conflictpunten is beperkt en een rotonde werkt snelheidsremmend, wat past binnen het beleidsvoornemen om de Hannie Schaftlaan af te waarderen naar 50 km/uur. • Categorisering en inrichting: de voorgenomen categorisering en inrichting van de Mosstraat als erftoegangsweg 30 km/uur (binnen de bebouwde kom) is bij deze ontsluitingsvariant passend. Het beleidsvoornemen om de Zwarte Dijk af te waarderen van 50 km/uur naar 30 km/uur is bij deze ontsluitingsvariant passend.

• Interne knip(s): de beoogde knip in het plangebied (tussen de twee zuidelijke woonvelden) is bij deze voorkeursontsluiting passend, omdat de interne autoverbinding hier functioneel overbodig is en deze maatregel zorgt voor een snelheidsreductie van autoverkeer en prioritering van langzaam verkeer. Aanvullende knips zijn niet noodzakelijk. • Ruimtelijke inpassing: een rotonde vraagt een relatief groot ruimtebeslag, dit gaat ten koste van beschikbare ruimte voor bijvoorbeeld groen en water binnen het plangebied. Ook is aan de oostzijde van de Hannie Schaftlaan grondverwerving noodzakelijk. • Kosten: de aanleg van een rotonde brengt hoge kosten met zich, mede door het relatief grotere ruimtebeslag en de noodzakelijke grondverwerving aan de oostzijde van de Hannie Schaftlaan. • Hinderbeleving omwonenden: aanvullend worden qua hinderbeleving bestaande omwonenden van de Mosstraat en Zwarte Dijk ontzien t.a.v. extra verkeer.

38

Afbeelding 14 Voorkeursvariant ontsluiting Tussen de Leijen

39

BIJLA GEN

B1 INDICA TIEV E KR UISP UNTBER EKENINGEN Om te beoordelen of de verschillende varianten de toename van het verkeer kunnen verwerken, is een indicatieve kruispuntberekening uitgevoerd. Hierbij is uitgegaan van een worstcase-scenario ten aanzien van capaciteit en doorstroming, namelijk een situatie met één ontsluiting op de Hannie Schaftlaan, waarbij de avondspits als maatgevend moment is beschouwd. Voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Verkeersintensiteit woningbouwontwikkeling Tussen de Leijen: 2.874 mvt/etmaal. • Voor de Hannie Schaftlaan is uitgegaan van een huidige intensiteit van 2.476 mvt/etmaal in zuidelijke richting en 2.449 mvt/etmaal in noordelijke richting. Met een autonome groei van 1% per jaar resulteert dit in planjaar 2036 in 2.737 en 2.707 mvt/etmaal. •

•

De etmaalintensiteiten op de Hannie Schaftlaan zijn omgerekend naar personenautoequivalenten (PAE) op basis van de volgende voertuigverdeling: 91% licht verkeer (factor 1,0), 5,3% middelzwaar verkeer (factor 1,5) en 3,7% zwaar verkeer (factor 2,3). Voor de bepaling van de spitsuurintensiteit is een spitsuurpercentage van 12% toegepast.

•

Voor de woningbouwontwikkeling is in de avondspits aangenomen dat 85% van het verkeer naar de locatie rijdt en 15% de locatie verlaat.

•

De richtingsverdeling hiervan is 60% in zuidelijke richting en 40% in noordelijke richting.

•

Er is rekening gehouden met kruisend langzaam verkeer op de Hannie Schaftlaan, met een intensiteit van 416 deelnemers in de huidige situatie en 459 in planjaar 2036.

•

In beide scenario’s heeft het langzaam verkeer voorrang op het in - en uitrijdende gemotoriseerde verkeer.

De gebruikte gegevens voor de kruispuntberekening zijn te zien in de onderstaande figuren:

mvt/etmaal

HS Laan 2.707 2.737

werkdag mvt

pae/etmaal

HS Laan 2707 2737

HS Laan 2.890 2.922

Ontwikkeling 1.437 1.437 Figuur 1 Invoergegevens indicatieve kruispuntberekening (etmaal)

werkdag

HS Laan 2.890 2.922

Ontwikkeling 1.437 1.437

spitsuur

HS Laan 347 351

werkdag

ontwikkeling

HS Laan

werkdag

HS Laan 347 351

HS Laan

351 117

Ontwikkeling 293 52

21 Ontwikkeling Figuur 2 Invoergegevens indicatieve kruispuntberekening (drukste uur avondspits)

347 176

31

Op basis van de genoemde uitgangspunten is de intensiteit/capaciteit-verhouding (I/C-waarde) per tak van het kruispunt berekend. De hoogste I/C-waarde bedraagt 0,38 in de avondspits. Een I/Cwaarde lager dan 0,70 wordt verkeerskundig beschouwd als goed en duidt op een acceptabele verkeersafwikkeling zonder structurele doorstromingsknelpunten. Op basis van deze berekening worden in de toekomstige situatie dan ook geen verkeerskundige of capaciteitsproblemen verwacht. De intensiteit/capaciteit-verhouding (I/C-waarde) per tak voor zowel de rotonde als het voorrangskruispunt is onderstaand weergegeven: Rotonde (2.1 betreft tak woningbouwontwikkeling)

Voorrangskruispunt (2.1 betreft tak woningbouwontwikkeling)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16931810/1