Transitiedocument bijlagen
Tekst van het document
Invoeringsbesluit §22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem
De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie is verantwoordelijk voor het in stand houden van de dikte van de leeflaag en tijdelijke beschermingsmaatregelen. Dit is geen extra taak , maar houvast bij toezicht en handhaving toezicht: alleen piepsysteem. De instructieregel uit het Bkl geeft de gemeente een verplichting om nazorg te registeren. De bruidsschatregel geeft daar invulling aan. De instructieregel gaat niet alleen over nazorg na saneren maar ook over maatregelen die bij een toevalsvondst worden genomen.
33
Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten Eventueel andere maatregelen voorschrijven of uitsluiten, bijvoorbeeld maatregelen bij bouwen die de blootstelling wegnemen (anders dan een afdeklaag), zoals mechanische ventilatie, dampdichte doorvoer van leidingen, dampdichte vloer. Er dient ervoor gezorgd te worden dat alle nazorg duidelijk geregistreerd wordt via een geografisch werkingsgebied in het omgevingsplan. Dan worden de regels ook zichtbaar via het DSO voor een initiatiefnemer die iets op zo’n locatie wil doen. 3.3 Invoeringsbesluit, §22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Geldt voor het graven in al beschikte gevallen van bodemverontreiniging die niet spoedeisend zijn en voor locaties die volgens de Bodemkwaliteitskaart diffuus boven de I-waarde zijn verontreinigd. Van te voren melden dat werk wordt gedaan, geen verplichting voor bodemonderzoek. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten 1. Als gemeente geen noodzaak ziet tot het stellen van regels over kleinschalig graven kan deze paragraaf worden geschrapt. Bijvoorbeeld als de gemeente geen sterke bodemverontreiniging in de gemeente heeft. 2.
Om administratieve lasten te besparen is het een overweging om de informatieplicht in bepaalde situaties te schrappen, als er geen noodzaak is om deze informatie voor ketentoezicht te verkrijgen omdat hiervoor andere informatiebronnen beschikbaar zijn zoals MOOR, Wet WIBON (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken, voorheen WION) of KLIC (Kabeld en Leidingen Informatie Centrum). Om administratieve lasten te besparen is het een overweging om de milieukundige begeleiding niet te verplichten in situaties waarin het herstel van de afdeklaag bij kleinschalig graven op een andere manier geborgd kan worden. Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%. Bodemspecialist beoordelen risico, aandachtspunten voor toezicht. Toezicht 10 %. Eventueel handhaving 1%. 3.4
§22.3.7.3 Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico
Specifieke zorgplicht bij activiteiten op al onder de Wbb beschikte gevallen (niet spoed zonder SP), hiervoor geldt dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk sanerende maatregelen moeten worden genomen. Nieuwe taak met bevoegdheid voor gemeente: extra toezicht op de risicovolle locaties bv een stortplaats of grote verontreinigingen zonder risico’s. toezicht (piepsysteem/ gericht op risicolocaties);
34
eventueel advies; eventueel handhaving; daar waar iemand een activiteit gaat verrichten in overleg treden om te kijken wat er redelijkerwijs opgepakt kan worden om de bodem te beschermen of te verbeteren. 3.5
§22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering
Bij lozingen op de bodem of het riool is de gemeente het bevoegd gezag. Deze activiteit is geregeld in de Bruidsschat en het Aanvullingsbesluit bodem (alleen het lozen op Rijkswater is in het Besluit activiteiten leefomgeving geregeld). De meldingsplicht uit het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen wordt onder de Omgevingswet een informatieplicht. Het algemene verbod tot lozen en het verbod op rechtstreeks lozen naar het grondwater staan niet in de Bruidsschat maar moeten in het Omgevingsplan worden opgenomen. Hiervoor gelden instructieregels. Er is geen maatwerk mogelijk.
4
Toevalsvondst en ongewone voorvallen en zorgplicht
Afdeling 1.3: zorgplicht: geldt voor eenieder die redelijkerwijs kan weten dat een activiteit nadelige gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving in combinatie met artikel 1.3 van het Omgevingsbesluit en afdeling 2.4 Bal (specifieke zorgplicht bij milieubelastende activiteit) en specifieke zorgplichten in de Bruidsschat. De zorgplicht geldt voor nieuwe bodemverontreinigingen of aantastingen die op of na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn ontstaan. Er geldt overgangsrecht voor 'nieuwe' verontreinigingen of aantastingen van de bodem die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veroorzaakt. Dat wil zeggen dat artikel 13 Wbb op die verontreinigingen of aantastingen (die op of na 1 januari 1987 zijn veroorzaakt) van toepassing blijft. Er moeten afspraken worden gemaakt met de provincie over op welke manier invulling wordt gegeven aan handhaving van de zorgplicht die onder overgangsrecht valt (art 13 Wbb, dus verontreinigingen ontstaan tussen 1-1-1987 en 1-7-2022). Afdeling 19.1 van de Omgevingswet : ongewoon voorval. Veroorzaker verplichten maatregelen te treffen en bevoegdheid om zelf maatregelen te treffen (artikel 19.4 en 19.5 ) Afdeling 19.2a van de Omgevingswet: toevalsvondst bodemverontreiniging, maatregelen (laten) nemen (opleggen gedoogplicht kan op grond van hst 10 van de Omgevingswet) alleen bij onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid door blootstelling.
Eigenaar of erfpachter verplichten tot het treffen van maatregelen. Toezicht; advies bodemspecialist: welke risico’s en welke maatregelen zijn nodig; zelf maatregelen nemen indien nodig + verhalen kosten; handhaving.
35
5
Overige taken
5.1
Bodemloketfunctie
Vanuit Squit IBIS kan een Omgevingsrapportage worden gemaakt met bodeminformatie van een bepaald gebied. Het is zeer gewenst dat daarin ook links zijn opgenomen voor het downloaden van de rapporten zelf. Vanwege de AVG is dat nog niet uitgevoerd. Zie verder het hoofdstuk “Archief en beschikbaarheid data””. Het goed beheren en ontsluiten van bodeminformatie is van belang voor de uitvoering van toekomstige activiteiten, voor beleidsvorming en het uitvoeren van toezicht en handhaving. Het kan besparen in onderzoekskosten. De overheid is de grootste opdrachtgever. Daarnaast zou relevante bodeminformatie zichtbaar moeten wordt gemaakt in het DSO, bijv. de toepassingskaart, uitzonderingskaart bodemonderzoek, interferentiegebieden bodemenergie, etc. 5.2
Beheer BIS
Bodemkwaliteitskaart: op grond van Bkl, art. 5.89o ook kaart met toelaatbare kwaliteit voor bouwen (5.89i en vrijstellingsgebieden) in het Omgevingsplan. 5.3
Advisering bij ruimtelijke plannen
Geen wettelijke taak: blijft vooralsnog bestaan voor Omgevingsplanactiviteiten. Het betreft wel een logische taak in verband met het principe uit de Omgevingswet van integrale afweging zeker als je de beoordeling van de bodemkwaliteit (chemisch, fysisch, ecologisch) meeneemt bij functiewijzigingen.. 5.4
Beleidsvorming
De Nota Bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart moeten op termijn in het Omgevingsplan worden geïntegreerd. Voor de verschillende onderdelen van de Nota geldt overgangsrecht met verschillende termijnen. Een deel van de nota bodembeheer komt via overgangsrecht na inwerkingtreding van rechtswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor andere onderdelen geldt dat deze direct na inwerkingtreding moeten worden omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Zie ook deze webpagina: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/thema/bodem/overgangsrecht/besluitbodemkwaliteit/. En zie ook het informatieblad voor het omzetten van de Nota bodembeheer naar het omgevingsplan https://www.samendedieptein.nl/wpcontent/uploads/2021/01/Transitienota-bodembeheer-en-bodemkwaliteits-enbodemfunctiekaarten-naar-het-stelsel-van-de-Omgevingswet-3.pdf. Opties voor maatwerkregels De werkgroep Bodembeheer van de Toekomst zegt in haar 1e concept over de Nota bodembeheer en bodemkaarten onder andere het volgende over maatwerk: •
het toepassen van grond en baggerspecie met de aard en het percentage bijmenging van bodemvreemd materiaal (strenger dan het percentage van 20% uit het Bbk);
•
het toepassen van grond ter voorkoming van het verspreiden van plaagsoorten (flora) zoals de Japanse duizendknoop;
36
•
het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag;
•
lood in de grond op terreinen met gevoelig bodemgebruik, ter voorkoming van risico’s voor jonge kinderen;
•
het toepassen van grond in onverharde wegbermen en taluds van wegen en spoorwegen;
•
het toepassen van grond met asbest op terreinen met gevoelig bodemgebruik;
•
etc.
5.5
Gesloten bodemenergiesystemen
Onder de Omgevingswet zal vergunningverlening, toezicht en handhaving van gesloten bodemenergiesystemen (gBES) een basistaak zijn. Tot nu toe werd deze taak ofwel door gemeenten of door de Omgevingsdienst uitgevoerd (Formeel is momenteel de vergunningverlening voor een gBES een verzoektaak, en het toezicht hierop een basistaak). Meldingen worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarna moet een aantal gegevens in het Landelijk Grondwater Register (hierna LGR) handmatig worden ingevoerd, in afwachting van een geautomatiseerde invoer. Een aantal gemeenten voert de meldingsgegevens niet in het LGR terwijl dit door aannemers en vergunningverleners wel geraadpleegd wordt. In de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zal een verplichting worden opgenomen om deze gegevens in het LGR in te voeren. Er gelden bruidsschatregels voor gesloten bodemenergiesystemen. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten Het Omgevingsplan kan richting geven aan de ruimtelijke inrichting om daarmee vraag en aanbod zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen. Ook kan voorkomen worden dat interferentie op gaat treden waardoor elk systeem optimaal kan functioneren.
Ook kan sturing worden gegeven aan de wijze waarop een gebied van bodemenergie wordt voorzien door bijvoorbeeld te kiezen voor 1 grote open WKO in plaats van vele kleine gesloten systemen per individueel gebouw. Dit verlaagt het risico op nieuwe bodemverontreinigingen. ontvangst melding en registratie in het Landelijk Grondwater Register door VVM; intern advies door bodemspecialist (controle op bodemverontreiniging, KWO vrije zones etc;) toezicht bij aanleg ondergronds deel, bij het doorboren van verschillende scheidende lagen, bij breuken, drinkwaterwingebieden, en bij locaties waarbij sprake is van gronden of grondwaterverontreinigingen die door de stofeigenschappen zich makkelijk in diepere bodemlagen kunnen verspreiden (zoals VOCL); controle naleving administratieve plichten bestaande systemen.
37
5.6 Taken samenhangend met nieuwe bodemproblematiek (sponsfunctie bodem, verschraling landbouwgronden, verspreiding Japanse Duizendknoop, enz.); Dit zijn bij uitstek taken waarbij samenwerking moet worden gevonden met landbouworganisaties, kennisinstituten als het Louis Bolk instituut en Universiteit Wageningen, Waterschappen en afdelingen beheer en onderhoud van gemeenten. Er moet integraal naar oplossingen worden gezocht. In de gemeentelijke Omgevingsplannen zou over dit soort onderwerpen aandacht moeten worden geschonken. Nagegaan moet worden of deze problemen opgelost kunnen worden en zo ja wat dan de meest effectieve manier is. Door de werkgroep “Bodembeheer van de Toekomst” zullen thema's als klimaatadaptatie, ordening van de ondergrond, voedselbossen en vitale bodems worden uitgewerkt. Voor sommige gemeenten zijn de nieuwe bodemtaken nu al essentieel en dienen tegelijkertijd met de ‘bestaande’ taken opgepakt te worden. Eventuele regels komen voort uit ambities die gemeenten hebben en zijn vastgelegd in de omgevingsvisie. 5.7
Voormalige stortplaatsen
Hoewel voormalige stortplaatsen nu niet altijd/vaak niet onder de Wbb vallen, vallen ze direct wel onder de Omgevingswet en de bevoegdheid van de gemeente. Onder voormalige stortplaatsen wordt verstaan de stortplaatsen waarvan het gebruik voor 1996 is beëindigd (inwerkingtreding van het Stortbesluit bodembescherming). Er zijn ongeveer 600 voormalige stortplaatsen in Noord-Brabant onderzocht door de Provincie in het kader van het landelijke onderzoekstraject NAVOS. Niet uitgesloten is dat er nog meer stortlocaties zijn. Het beeld dat uit dit onderzoek naar voren komt is dat de risico’s op bodemverontreiniging vanuit de stortplaatsen over het algemeen enorm meevallen. Er is echter geen onderzoek gedaan naar de precieze contouren en er heeft geen echte monitoring plaatsgevonden. Bij herontwikkeling van stortplaatsen moet dit alsnog plaatsvinden. Om aan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen regels te kunnen stellen heeft de provincie in 2004 aan de Provinciale Milieuverordening (PMV) kaders toegevoegd. Er kan middels het indienen van een hergebruiksplan ontheffing worden verleend voor het verbod op het uitvoeren van nieuwe handelingen. Overgenomen in het IOV? Deze ontheffingen blijven geldig onder de Omgevingswet en de provincie blijft hiervoor het bevoegd gezag.
Graven in de deklaag van een voormalige stortplaats wordt aangemerkt als de MBA Graven in bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde bodemkwaliteit Voor graven in stortmateriaal zijn in de Omgevingswet geen regels opgenomen. Onder de Omgevingswet wordt stortmateriaal bijvoorbeeld niet benoemd als een bodemverontreiniging. Het is aan te bevelen hiervoor regels in het Omgevingsplan op te nemen. De landelijke werkgroep Bodembeheer van de Toekomst gaat deze regels bedenken. Daarbij kan worden gedacht aan eenvoudige regels voor kleinschalig graven in stortmateriaal – in het Omgevingsplan bijvoorbeeld gelijk te stellen met de MBA Graven in bodem met een kwaliteit boven interventiewaarde bodemkwaliteit – en voor maatwerkoplossingen bij herschikken van stortmateriaal en herontwikkelingen.
38
Op provinciale schaal betreft het circa 10 aanvragen per jaar. De verwachting is dat dit niet zal toenemen. Op de meest daarvoor geschikte voormalige stortplaatsen vonden namelijk eerder al herontwikkelingen plaats. Het voeren van vooroverleg en het afhandelen van de aanvraag vergt circa 2 dagen. Daarnaast worden regelmatig vragen gesteld over voormalige stortplaatsen. Gezien de specifieke aard en de omvang van de werkzaamheden is het aan te bevelen om de uitvoering onder de Omgevingswet centraal op 1 punt te gaan realiseren. Voormalige stortplaatsen is ook een bouwsteen binnen Bodembeheer van de Toekomst: https://samendedieptein.nl/bodembeheer-van-de-toekomst/bouwsteen-stortplaatsen/
39
Bijlage 4: Digitale informatiebronnen Digitale informatiebronnen worden steeds belangrijker. Steeds meer informatie met betrekking tot de ondergrond is digitaal beschikbaar. Bijvoorbeeld bij infra zie je dat er een vraag naar is en aan behoeften kan worden voldaan. Kosten en schade kan op deze wijze worden voorkomen. Onderstaand een niet uitputtende opsomming waar informatie digitaal te vinden is: Informatie algemeen Informatiepunt Leefomgeving: https://iplo.nl/ Informatiepunt Leefomgeving zie onder thema’s: bijvoorbeeld bodem: https://iplo.nl/thema/bodem/ Bodembeheer van de toekomst: (https://www.samendedieptein.nl/bodembeheervan-de-toekomst/) Aan de slag met de omgevingswet: (https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/) Samen de diepte in: (https://samendedieptein.nl/) Veluweberaad: (https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/implementatie-wet/anderssamen-werken/veluweberaad/)
Informatie over de chemische bodemkwaliteit -
Bodemloket: (https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/). Bodeminformatiesystemen (squit ibis, Nazca). Archieven provincie, gemeenten, omgevingsdiensten, regionale historische archieven.
Andere informatie over de ondergrond -
-
-
-
GeoTOP(GTM), Digitaal Geologisch Model (DGM), Regis II, hydrogeologisch model (HGM), Bodemkaart (SGM), Geomorfologische kaart (GMM): (https://basisregistratieondergrond.nl/inhoudbro/registratieobjecten/modellen/geotop-gtm/). KLIC: informatie over situering kabels en leidingen: (https://klicapp.nl/?gclid=EAIaIQobChMIp_TBhMqv7gIVF-ztCh31Ww2gEAAYASAAEgL-KvD_BwE). Grondwateronttrekkingen: Vergunningen, meldingen en ontheffingen: (https://www.brabant.nl/loket/vergunningen-meldingen-en-ontheffingen). Grondwaterbeschermingsgebieden op kaart paragraaf 2.1.3.: (https://noordbrabant.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930InterimOvrgc-0320). Grondwaterstanden Noord-Brabant: (https://grondwaterstand.brabant.nl/nl/map/topography,assetgroup$be1ef6a,wmslay er$42a9f70/point/@51.5269,5.1191,10/-2Days0Hours+0Days3Hours). Meetnetten grondwater: (https://www.brabant.nl/onderwerpen/water/water-inbeeld/grondwaterstanden-en-meetnetten). Boringsvrije zones paragraaf 2.1.4.: (https://noord-brabant.terceraro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930InterimOvrgc-0320).
40
-
-
-
-
-
Stortplaatsen op kaart: (https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Stortplaatsen). Meer informatie mbt stortplaatsen: (https://www.brabant.nl/onderwerpen/milieu/bodem-enstortplaatsen/ontgrondingen). Ontgrondingen: Vergunningen, meldingen en ontheffingen: https://www.brabant.nl/loket/vergunningen-meldingen-en-ontheffingen. Meer informatie mbt ontgrondingen: (https://www.brabant.nl/onderwerpen/milieu/bodem-enstortplaatsen/ontgrondingen). Interim Brabantse Omgevingsverordening: (https://noord-brabant.terceraro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930InterimOvrgc-0320). Brabantse ondergrond op kaart: (https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/bodematlas?bookmark=38a137d20c694b89 8cbd7f79a1338278). Geologie, Geomorphologie: (https://www.brabantinzicht.nl/toestand-natuur-wateren-milieu/achtergrondinformatie/de-toestand-van-brabant/de-ondergrond-enbodem-van-brabant/). Data en informatie van de Nederlandse ondergrond; (www.dinoloket.nl) 100 jaar geologie in kaart: (www.grondwatertools.nl) Actueel hoogtebestand Nederland: (www.ahn.nl) eigendomssituatie (www.kadaster.nl) Niet gesprongen explosieven. Explosieven opruimingsdienst (EOD) (https://www.defensie.nl/organisatie/landmacht/eenheden/oocl/eod).
Historische informatie -
historische kaarten: (www.topotijdreis.nl).
Informatie betreffende bodemenergie -
Aardwarmte: (https://www.brabant.nl/onderwerpen/energie/energieneutraleindustrie/gebruik-van-aardwarmte). WKO-bodemenergietool: (https://wkotool.nl/).
Informatie betreffende de bodemvitaliteit: Vitaliteit van natuurbodems in Noord-Brabant, Prof. dr. Ir. J.P.M. Witte (KRW) et al, KWR 22018.105, 9 november 2018: Bodembiodiversiteit op de kaart van Noord-Brabant, Rutgers, M. et al, RIVM Rapport 607063001/2012, 2012: (https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607063001.pdf). De toestand van de Brabantse bodem in kaart:, vitaliteit landbouw – en natuurbodems: organische stof, bodemstructuur, fosfaat, bodembiodiversiteit, waterregulatie, regulatie van voedingsstoffen, bufferend vermogen voor atmosferische depositie, regulerend vermogen van infiltratiebodems etc.: (https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/bodematlas?bookmark=38a137d20c694b89 8cbd7f79a1338278). 41
`
De bodem bereikt, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, juni 2020: (https://www.rli.nl/publicaties/2020/advies/de-bodem-bereikt).
42
Bijlage 5: voorbeelden opleidingen vanuit de markt voor bodemmedewerkers
Niet uitputtend overzicht cursussen/opleidingen In den lande worden op dit moment op het vakgebied bodem voornamelijk korte cursussen (halve tot één dag) gegeven die hiervoor ingezet kunnen worden. Aangezien nog niet alles duidelijk en bekend is van de nieuwe wetgeving en de invoeringsdatum, zal de wens zijn om een cursus te volgen zo dicht mogelijk bij de invoeringsdatum van de omgevingswet zijn zodat implementatie in de lijn zo optimaal als mogelijk kan geschieden. Korte vakinhoudelijke bodem-technische cursussen worden bijvoorbeeld aangeboden door Geoplan, Bodembreed Academie, Scobe Academy. Op (bodem)juridisch gebied door Berghauser Pont Academie en Schulink opleidingen (Wolters Kluwer).
Voorbeelden van opleidingen: Geoplan
1-daagse cursus Bodem onder de Omgevingswet
Inhoud: - Bodem en sanering onder de Omgevingswet - Aanvullingswet bodem - Hergebruik grond en bouwstoffen - Beheer van bodeminformatie - Grondwater Doelgroepen: - medewerkers bodem werkzaam bij omgevingsdiensten, gemeenten, provincies, - medewerkers bodem werkzaam bij adviesbureaus en bedrijven uit de GWW-sector. BodemBreed Academie (BBA) 1-daagse cursus Bodem in de Omgevingswet Inhoud: Doel Omgevingswet, opzet Omgevingswet, planning Wbb integraal in de Omgevingswet? Aanpassing huidige artikelen Wbb Bbk opgesplitst? Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Aanvullingswet bodem De 4 Amvb’s
43
Doelgroepen: -
-
Milieukundig veldmedewerker, Milieukundig begeleider, Milieutoezichthouder, Inspecteur bevoegd gezag, Opsporings-ambtenaar/BOA Directie-voerder saneringen, Uitvoerder/ projectleider Jurist Bodemadviseur Manager
Scobe Academy
2-daagse opleiding bodem in de omgevingswet
Inhoud: Veranderende taken: -
Van saneren van het geval … naar een gebiedsbenadering Van saneren om milieuhygiënische redenen … naar regels stellen aan activiteiten in het omgevingsplan Van een centraal gereguleerde aanpak … naar meer bestuurlijke afwegingsruimte Versnellen en verbeteren van de besluitvorming over bouwactiviteiten Het zoveel mogelijk inzetten van algemene regels in plaats van beschikkingen
Veranderende rollen: -
Hoe veranderen de rollen hoe werk je met verschillende instrumenten
Doelgroepen: -
Bodemspecialisten Handhavers Beleidsmedewerkers Vergunningverleners Bodemadviseurs Adviseurs Grondzaken Beleidsadviseurs bodem Technische (sanerings)adviseurs bodem Kwaliteitsmedewerkers bodem
Schulink opleidingen (Wolters Kluwer) 1-daagse cursus Bodembescherming en de Omgevingswet Inhoud: De zorgplicht voor de bodem: hoe die in het verleden via Europese verdragen is vastgelegd, in Nederlandse wetgeving is verankerd en vooral op welke wijze de zorgplicht voor de bodem onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet. Waarom is het noodzakelijk om samen te werken met andere sectoren? Waar liggen handhavingstaken? Waar de knelpunten liggen, maar vooral ook welke kansen de nieuwe Omgevingswet biedt voor een integrale benadering van de
44
zorg om het milieu. Deze training geeft handvatten voor het opstellen van een bodemvisie, omgevingsvisie of milieubeleidsplan. Doelgroepen: - bestuurders, - handhavers, - adviseurs - geïnteresseerden vanuit het bedrijfsleven Berghauser Pont Academie:
1-daagse cursus Bodem in de Omgevingswet
Inhoud: Tijdens de cursus worden eerst kort de hoofdlijnen van de huidige wetgeving en de praktische uitwerking daarvan geschetst. Tevens wordt stilgestaan bij actuele jurisprudentie die relevant is en blijft voor uw praktijk. Doelgroepen: -
juristen, vergunningverleners en handhavers milieu/bodem bij gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, waterschappen e.d. beleidsmedewerkers omgevingsrecht adviesbureaus advocatuur milieumanagers in het bedrijfsleven
1
. Een algemene introductie voor het werken onder de omgevingswet blijft hier buiten beschouwing. Iedere organisatie geeft daar naar eigen inzicht invulling aan.
45