CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitiedocument bijlagen

Raadscommissie Ruimte 18 januari 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:11.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transitie bodem naar Omgevingswet

Transitiedocument Deel Bijlagen September 2021 versie 1.1

-1-

-2-

Transitiedocument bijlagen Inhoudsopgave September 2021 versie 1.1

Bijlagen Bijlage 1: Taken en bevoegdheden ....................................................................................................................................................................................... 2 Bijlage 2: Verantwoord uitvoeringsniveau ........................................................................................................................................................................... 13 Bijlage 3: Verantwoord uitvoeringsniveau ........................................................................................................................................................................... 14 Bijlage 4: Digitale informatiebronnen ................................................................................................................................................................................. 40 Bijlage 5: voorbeelden opleidingen vanuit de markt voor bodemmedewerkers .................................................................................................................... 43

1

Bijlage 1: Taken en bevoegdheden In onderstaande ‘wordt-was’-tabel zijn de toekomstige bodemtaken onder de Omgevingswet naast de vergelijkbare taak in het huidige wetgevingskader opgenomen. Het gaat deels ook om nieuwe taken die onder de huidige wetgeving niet voorkomen. In de tabel is onderscheid gemaakt in basistaken en niet-basistaken of verzoektaken. De basistaken zijn uitgesplitst naar vergunningverlenende taken (inclusief afhandeling melding en informatieplicht) en toezichthoudende/handhavende taken. Bij de taken is het bevoegd gezag voor de taak aangegeven. Tevens is de vindplaats van de betreffende artikelen in de besluiten en regelingen van de Omgevingswet aangegeven. ‘Wordt-was’-tabel Taken en bevoegdheden bodem en ondergrond Toekomstige taak

Vindplaats

Bevoegd gezag

Bevoegd gezag uitzondering

Basistaak Omgevingsdienst

Huidig kader

Bevoegd gezag

Bal, § 3.2.21 en § 4.119

Gemeente

Zie link bij Toelichting

ja

Wbb (art 28)

Provincie/ B5 gemeenten

Informatieplicht graven in bekende gevallen van verontreiniging > I, < 25 m3 (bruidsschat)

Ib (bruidsschat), § 22.3.7.2

Gemeente

nee, tenzij onderdeel van andere activiteit die in hfst 3 Bal genoemd wordt

Wbb/ BUS

Provincie/ B5 gemeenten

Melding graven > I, > 25 m3, incl, zeven, tijdelijk opslaan en terugplaatsen na afloop van tijdelijk opslaan (max 8 weken) Melding saneren

Bal, § 3.2.22 en § 4.120

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Wbb/ BUS

Provincie/ B5 gemeenten

Bal, § 3.2.23 en § 4.121

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Wbb/ BUS

Provincie/ B5 gemeente

Vergunningverlening, afhandelen meldingen en informatieplicht Informatieplicht graven < I, > 25 m3, incl, zeven, tijdelijk opslaan en terugplaatsen na afloop van tijdelijk opslaan (max 8 weken)

2

Nazorg na saneren (bruidsschat)

Bkl, § 5.1.4.5.2; Ib (bruidsschat), § 22.3.7.1; Wkpb; Deels: Overgangsrecht Wbb

Vergunning of melding opslaan, zeven, Bal, § 3.2.24 en § 4.122 mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond/baggerspecie

Gemeente, voorzover overgangsrecht Wbb van toepassing is blijft provincie bevoegd gezag binnen niet B5gemeenten Gemeente

Provincie/B5 nee gemeenten voor deel van bestaande saneringen, nog niet duidelijk genoeg wat onder overgangsrecht valt en wat niet

Wbb/ BUS

Provincie: als het ja één van de activiteiten van een complex bedrijf betreft (Ob, afd. 4.1); zie verder link bij Toelichting zie link bij ja Toelichting

Wm, Provincie, Activiteitenbesluit, gemeente NRB (binnen inrichtingen) en Bbk (buiten inrichtingen) Bbk (meldingsplicht AVI-bodemas)

Gemeente

Bbk, Bkk, Nota bodembeheer

Gemeente

Informatieplicht toepassen AVIbodemas en immobilisaten

Bal, § 3.2.25 en § 4.123 Bbk, hst 2A, milieuverklaringen

Gemeente

Melding toepassen grond en baggerspecie

Bkl, § 5.1.4.5.3; Bal, § 3.2.26 en § 4.124 Bbk, hst 2A, milieuverklaringen

Gemeente

zie link bij Toelichting

Vergunning of melding grondbank of grondreinigingsbedrijf

Bal, § 3.5.8

Gemeente

Bodembescherming

Bal, zie aparte tabel Bodembescherming voor details

Gemeente

Provincie: als het ja (één van de activiteiten van) een complex bedrijf betreft (Ob, afd. 4.1); zie verder link bij Toelichting Provincie: als het ja (één van de activiteiten van) een complex bedrijf betreft (Ob, afd. 4.1); zie verder link bij Toelichting

3

ja

Provincie/ B5 gemeente

Wm, Provincie, Activiteitenbesluit, gemeente NRB

Wm, Provincie, Activiteitenbesluit, gemeente NRB

Plan van aanpak zorgplichtgevallen

Algemene zorgplicht: Ow, afd 1.3; Specifieke zorgplicht: Ow, hfst 19 en Bal, afd 2.4; Vangnetbepaling Ow: art. 1.7a en voornemen tot uitwerking in Ob, art. 1.3; Ib (bruidsschat), art. 22.42; Aw, hfst 3 (Overgangsrecht Wbb)

Gemeente

Provincie indien zij ja, maar alleen als relatie vergunningverlener met activiteit in hfst 3 Bal is

Wbb

Gemeente, provincie bij inrichtingen

Instemmen met melding grondwateronttrekking (huidig Wbb, art. 28 lid 3)

Meldplicht sec keert niet terug, maar is onderdeel van de beoordelingsregels voor wateronttrekkingsactiviteiten van het Bkl, afd. 8.9

Provincie/ waterschap

nee

Wbb

Provincie/ waterschap

Melding lozing (uit bedrijfsproces)

Bal, Omgevingsplan, Waterschapsverordening; Ib (bruidsschat), § 22.3.8

Afhankelijk van lozingspunt gemeente, waterschap, RWS

ja, alleen bij lozen op de bodem / riool en als functioneel ondersteunend aan een activiteit die is aangewezen in hfst 3 Bal

Besluit lozen buiten inrichtingen

Afhankelijk van lozingspunt gemeente, waterschap, RWS

Melding lozen buiten inrichtingen

Bal, Omgevingsplan;Waterschapsveror dening;Ib (bruidsschat), § 22.3.8

Afhankelijk van lozingspunt gemeente, waterschap, RWS

ja, alleen bij lozen op de bodem / riool en als functioneel ondersteunend aan een activiteit die is aangewezen in hfst 3 Bal

Besluit lozen buiten inrichtingen

Afhankelijk van lozingspunt gemeente, waterschap, RWS

4

Vergunning of melding aanleg en gebruik van open bodemenergiesystemen Melding aanleg en gebruik van gesloten bodemenergiesystemen (gBES)

Bal, art. 2.16, § 3.2.6, § 4.112

Provincie

ja

Bal, § 3.2.6, § 4.111; Ib (bruidschat), § 22.3.26

Gemeente

ja

Wm, Activiteitenbesluit

Toetsing nulsituatie- en eindonderzoek bodem

Bal, § 5.2.1; Provincie, Or, art. 7.27b (nulsituatiegemeente onderzoek uitsluitend nog verplicht bij vergunningplichtige activiteiten)

ja

Activiteitenbesluit, Provincie, Bor gemeente

Melding tanksanering

Bal, § 4.93 t/m 4.97

Gemeente

ja

Wm

Beschikking (wel/niet) instemmen (deel)saneringsplan

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Provincie/ B5 gemeenten

ja

Wbb

Beschikking (wel/niet)instemmen evaluatieverslag sanering en BUS

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Provincie/ B5 gemeenten

ja

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Beschikking (wel/niet) instemmen nazorgplan

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Provincie/ B5 gemeenten

ja

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Beschikking ernst en (wel/geen) spoed Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

n.v.t.

ja

Wbb

Beschikking niet ernstig

n.v.t.

n.v.t.

ja

Wbb

Instemmen plan van aanpak incl. aanwijzing art. 27 i.c.m. art. 13

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Provincie, gemeente, Inspectie

ja

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten Provincie/ B5 gemeenten Provincie/ gemeente/ Inspectie

Monitoring eeuwigdurende nazorg

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Provincie/ B5 gemeenten Provincie/ B5 gemeenten

ja

Wbb

ja

Wbb

Monitoring nazorg afgeronde sanering Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Gemeente kan i.o.m. provincie en Inspectie ook bevoegd gezag zijn

5

Gemeente

Provincie, gemeente Provincie/ B5 gemeenten

Provincie/ B5 gemeenten Provincie/ B5 gemeenten

Gebiedsgericht grondwaterbeheer

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb), overgangstermijn 4 jaar;Omgevingsprogramma

Provincie, gemeente

ja

Wbb

Provincie, gemeente

Actief Bodembeheer de Kempen

Ib (bruidsschat), § 22.3.7.4 Bal, § 3.2.23 en § 4.121

Provincie, gemeente

ja

Wbb

Provincie

Voormalige stortplaats: verleende ontheffing op verbod op uitvoeren van nieuwe handelingen Voormalige stortplaats: verleende beschikking Wbb op saneringsplan

Overgangsrecht IOV

Provincie

nee

IOV en Wabo

Provincie

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb)

Provincie / B5 gemeenten

nee

Wbb

Provincie / B5 gemeenten

Voormalige stortplaats: graven in deklaag (= MBA graven < I of > I)

Bal, § 3.2.21 en § 4.119

Gemeente

ja

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Voormalige stortplaats: kleinschalig graven in stortmateriaal

Geen regels in Ow Gemeente kan regels stellen in Omgevingsplan

Gemeente

nee, tenzij gemeente activiteit in het Omgevingsplan bijvoorbeeld gelijk stelt met MBA Graven > I

Wbb, IOV

Provincie

Voormalige stortplaats: herschikken Geen regels in Ow van stortmateriaal en herontwikkeling Gemeente kan maatwerkregels stellen in Omgevingsplan

Gemeente

nee tenzij functioneel ondersteunend of onderdeel van een mba die in hfst 3 Bal is aangewezen (herschikken zou je ook als een vorm van graven en toepassen kunnen beschouwen)

Wbb, IOV

Provincie

Kostenverhaal

Provincie, gemeente

Nee

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Ow, art 13.1 en 13.3; Iw, art. 13.3a

6

Taak

Bevoegd gezag

Bevoegd gezag uitzondering

Basistaak Omgevingsdienst

Huidig kader

Bevoegd gezag

Bal, § 3.2.21 en § 4.119

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Wbb (art 28)

Provincie/B5 gemeenten

Ib (bruidsschat), § 22.3.7.2

Gemeente

nee, tenzij onderdeel van andere activiteit die in hfst 3 Bal genoemd wordt

Wbb/ BUS

Provincie/ B5 gemeenten

Toezicht graven > I, > 25 m3, incl, zeven, tijdelijk opslaan en terugplaatsen na afloop van tijdelijk opslaan (max 8 weken) Toezicht saneren

Bal, § 3.2.22 en § 4.120

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Bal, § 3.2.23 en § 4.121

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Toezicht op nazorg na saneren (bruidsschat) (in stand houden dikte leeflaag en nemen tijdelijke beschermingsmaatregelen)

Bkl, § 5.1.4.5.2; Ib (bruidsschat), § 22.3.7.1; Wkpb; Deels: Overgangsrecht Wbb

Gemeente

Wbb/ BUS

Provincie/ B5 gemeenten

Toezicht opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen grond/baggerspecie

Bal, § 3.2.24 en § 4.122

Gemeente

Toezicht toepassen bouwstoffen en toezicht op eerder gerealiseerde toepassingen (verwijderingsplicht)

Bal, § 3.2.25 en § 4.123, Bbk (producteisen) en Bbk (art 33 oud) of Bouwstoffenbesluit

Gemeente

Provincie/B5 nee gemeenten voor deel van bestaande saneringen, nog niet duidelijk genoeg wat onder overgangsrecht valt en wat niet Provincie: als het ja één van de activiteiten van een complex bedrijf betreft (Ob, afd. 4.1); zie verder link bij Toelichting zie link bij ja Toelichting

Toezicht en handhaving Toezicht graven < I, > 25 m3, incl, zeven, tijdelijk opslaan en terugplaatsen na afloop van tijdelijk opslaan (max 8 weken) Toezicht graven in bekende gevallen van verontreiniging > I, < 25 m3 (bruidsschat)

7

Wm, Provincie, Activiteitenbesluit, gemeente NRB

Bbk

Gemeente

Toezicht toepassen AVI-bodemas en immobilisaten en toezicht op bestaande IBC-werken Toezicht toepassen grond en baggerspecie

Bal, § 3.2.25 en § 4.123 en Bbk, art 32 Bbk (oud)

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Bbk

Gemeente

Bkl, § 5.1.4.5.3; Bal, § 3.2.26 en § 4.124

Gemeente

zie link bij Toelichting

ja

Bbk, Bkk, Nota bodembeheer

Gemeente

Toezicht grondbank of grondreinigingsbedrijf

Bal, § 3.5.8

Provincie, gemeente

Toezicht historische bodemverontreinigingen zonder onaanvaardbaar risico (bruidsschat)

Ib (bruidsschat), § 22.3.7.3

Gemeente

Provincie: als het ja één van de activiteiten van een complex bedrijf betreft (Ob, afd. 4.1); zie link bij Toelichting ja, maar alleen als in combinatie met een mba die in hst 3 Bal genoemd is

8

Wm, Provincie, Activiteitenbesluit, gemeente NRB

Wbb/ BUS

Provincie/ B5 gemeenten

Toezicht toevalsvondst, ongewone voorvallen en zorgplicht

Toevalsvondst: art. 19.9 Ow; Algemene zorgplicht: art. 1.6 en 1.7 Ow; Ongewoon voorval: Hfst 19 Ow; Specifieke zorgplicht: art. 2.11 Bal en Hfst 19 Ow; Vangnetbepaling Ow: art. 1.7a en voornemen tot uitwerking in art. 1.3 Ob; Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb): art 3.2a (handhaving zorgplicht art. 13 Wbb): Wbb, art. 13, 27 en 95 zoals die luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op voor dat tijdstip veroorzaakte verontreiniging of aantasting als bedoeld in art. 13 Wbb die na dat tijdstip wordt ontdekt

Gemeente. En provincie en Rijk voor onontdekte art. 13 Wbb verontreinigingen

Toezicht aanleg en gebruik van open bodemenergiesystemen

Bal, art. 2.16, § 3.2.6, § 4.112

Toezicht aanleg en gebruik van gesloten bodemenergiesystemen (gBES)

Toevalsvondst: nog Wbb/ Wm. onduidelijk of Toevalsvondst is voorschrijven van nieuw tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst basistaak is. Er kunnen wel meerdere milieubelastende activiteiten uit hfst 3 Bal het gevolg zijn van een toevalsvondst; Ongewoon voorval en zorgplicht: ja, voor zover relatie met milieubelastende activiteit die is aangewezen in hfst 3 Bal

Provincie, gemeenten

Provincie

ja

Wm, Activiteitenbesluit

Provincie

Bal, § 3.2.6, § 4.111 Ib (bruidschat), § 22.3.26

Gemeente

ja

Wm, Activiteitenbesluit

Gemeente

Toezicht tanksanering

Bal, § 4.93 t/m 4.97

Gemeente

ja

Wm

Toezicht gebiedsgericht grondwaterbeheer

Aw, hfst 3 (overgangsrecht Wbb), overgangstermijn 4 jaar; Omgevingsprogramma

Provincie, gemeente

ja

Wbb

Provincie, gemeente Provincie, B5 gemeenten

9

Als sprake is van een activiteit, dan bevoegd gezag voor activiteit; zie link bij Toelichting

Controle lozing

Bal, Omgevingsplan, Waterschapsverordening

Afhankelijk van lozingspunt gemeente, waterschap of RWS

ja

Kwalibo

Bbk, hfst 2

ILT

nee, alleen indirect door Bbk sturen bodemsignaal over intermediair aan ILT

Budgethouder

Basistaak Omgevingsdienst

Huidig kader

Budgethouder

Gemeente

nee

Woningwet, Wabo, bouwverordening

Gemeente

Gemeente

nee, tenzij onderdeel van bodemtaak zijnde basistaak

Wbb, Bbk, Wm, Wabo

Gemeente

Wbb, Bbk, ..

Gemeente Provincie, gemeente

Taak Advisering en uitvoering projecten Toetsing voorafgaand Bal, Bkl, Ib, Omgevingsplan bodemonderzoek bij vergunningaanvraag bouwen op bodemgevoelige locaties (bruidsschat) Overige advisering bodem ikv Bal, Bbl, Omgevingsplan omgevingsvergunning bouw/VTH/Civieltechnisch/RO

Wm, activiteitenbesluit

Afhankelijk van lozingspunt gemeente, waterschap of RWS ILT

Vooroverleg bodem Bodemloketfunctie

Bal, Bbl, Omgevingsplan Omgevingsplan

Gemeente Provincie, gemeente

nee nee

Beheer bodeminformatiesysteem (BIS) Projectleiding uitvoering bodemsaneringen en advisering sanering Projectleiding gebiedsgericht grondwaterbeheer

Omgevingsplan

Provincie, gemeente Provincie/ B5 gemeenten

nee nee

Wbb

Vrijwillig programma; Overgangsrecht

Provincie/ B5 gemeenten

nee

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Bemiddeling bij saneringsopgaven derden

Overgangsrecht

Provincie/ B5 gemeenten

nee

Wbb

Provincie/ B5 gemeenten

Overgangsrecht

10

Provincie, gemeente Provincie/ B5 gemeenten

Projectleiding en uitvoering bodemonderzoek

Omgevingsplan, Omgevingsverordening, Bal, Bbl

Provincie, gemeente

nee

Opstellen bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer en advisering rond grondverzet Overige beleidsadvisering: opstellen bodeminterferentiekaarten, bodemenergie, verontreinigd grondwater. Opstellen en coördinatie van jaarprogramma's bodem. Advisering in breedste zin, dus ook in relatie met KRW, RO, klimaatadaptatie, energietransitie, natuur, sponsfunctie bodem, verschraling landbouwgronden, verspreiding Japanse Duizendknoop, etc. Advisering actualiteiten (bijvoorbeeld PFAS) Financiële zekerheid

Overgangsrecht, Bal, Omgevingsplan, Bbk

Gemeente

nee

Wbb, Provincie, Activiteitenbesluit, gemeente Bbk Bbk Gemeente

Omgevingsplannen, Omgevingsverordening, regionaal waterprogramma

Provincie, gemeente

nee

Wbb, Bbk

Provincie, gemeente

Bal, Bbk

nee

Wbb, Bbk

nee

Bfbb

Kostenverhaal

Ow, art 13.1 en 13.3; Iw, art. 13.3a

Provincie, gemeente Provincie, gemeente Provincie, gemeente

Provincie, gemeente Provincie/ B5 gemeenten Provincie/ B5 gemeenten

Subsidie (Bedrijvenregeling)

Bfbb komt te hangen onder de Kaderwet subsidies IenM.Huidige bedrijvenregeling: overgangsrecht Wbb

Omgevingswet, Omgevingsbesluit

Bijdrage bodem en ondergrond aan de Ow omgevingsvisie

Afhankelijk van het besluit Wbb waar kostenverhaal betrekking op heeft, kan dit een basistaak zijn

Gemeente

Provincie bij reeds aangevraagde subsidies

Gemeente

11

nee

Bfbb

Provincie/ B5 gemeenten

nee

divers

Gemeente

Overzetten tijdelijk deel omgevingsplan naar nieuw deel omgevingsplan (onderdeel bodem)

Ow, Ib (bruidsschat), Omgevingsplan

Gemeente

nee

Wbb, Bbk,…

Gemeente

Toelichting • Onder de Ow is de provincie hoeder van het grondwater in kader van de KRW. De gemeente heeft met het grondwater te maken als onderdeel van de fysieke leefomgeving; • Bodemtaken die niet tot de basistaken horen en die in de huidige wetgeving al onder de gemeente vallen, worden op dit moment door sommige gemeenten zelf uitgevoerd en bij andere gemeenten door hun omgevingsdienst. Dit zal na 2021 niet veranderen en het is aan de gemeenten om te bepalen waar die uitvoering komt te liggen; • Bevoegd gezag uitzondering: zie de volgende pagina van https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/vergunningverlening-toezichthandhaving-vth/bevoegd-gezag-omgevingswet/bepalen-bevoegd-gezagbal/milieubelastende/

Afkortingen: Aw: Aanvullingswet bodem Iw: Invoeringswet Ob: Omgevingsbesluit Or: Omgevingsregeling Ib: Invoeringsbesluit Bal: Besluit activiteiten leefomgeving Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving Ab: Aanvullingsbesluit bodem Bbk: Besluit bodemkwaliteit Wkpb: Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken Bfbb: Besluit financiële bepalingen bodemsanering IOV: (Interim) Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant Wbb: Wet bodembescherming Bbk: Besluit bodemkwaliteit Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

12

Bijlage 2: Verantwoord uitvoeringsniveau

Tabel verantwoord uitvoeringsniveau. Separaat per omgevingsdienst rondgestuurd. Zie voor tekst en uitleg tekst in bijlage 3.

13

Bijlage 3: Verantwoord uitvoeringsniveau Op grond van de Omgevingswet heeft de gemeente straks de onderstaande taken. In de wordt-was tabel in bijlage 1 is aangegeven welke taken basistaken zijn die bij de Omgevingsdienst worden ondergebracht. 1

Behandelen meldplichten op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 1.1

Bal, § 3.2.21 Graven in bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde bodemkwaliteit

1.2

Bal, § 3.2.22 Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit

1.3

Bal, § 3.2.23 Saneren van de bodem

1.4

Bal, § 3.2.24 Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie.

1.5

Bal, § 3.2.25 Toepassen van bouwstoffen.

1.6

Bal, § 3.2.26 Toepassen van grond of baggerspecie

1.7

Bal, § 3.5.8 Grondbank of grondreinigingsbedrijf:

2

Beoordelen bodemonderzoeken 2.1

Bal, § 5.2.1 Eindonderzoek bodem

2.2

Bal, § 5.2.2 Voorafgaand bodemonderzoek

3

Bruidsschat Bodem 3.1

Invoeringsbesluit, § 22.2.7.2 Bouwen op verontreinigde bodem:

3.2

Invoeringsbesluit §22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem:

3.3

Invoeringsbesluit, §22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit

3.4

§22.3.7.3 Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

3.5

§22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering

4

Toevalsvondst en ongewone voorvallen en zorgplicht

5

Overige taken 5.2

Beheer BIS

5.3

Advisering bij ruimtelijke plannen

5.4

Beleidsvorming

5.5

Gesloten bodemenergiesystemen

5.6

Taken samenhangend met nieuwe bodemproblematiek (sponsfunctie bodem, verschraling landbouwgronden, verspreiding Japanse Duizendknoop, enz.);

5.7

Voormalige stortplaatsen

Onderstaand wordt per taak het toepassingsbereik, het wettelijk kader, de regels, enkele opties voor maatwerk in het Omgevingsplan, een voorstel voor het uitvoeringsniveau, de risico’s van het niet uitvoeren van de taak en een toelichting vermeld.

14

1

Behandelen meldplichten op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

1.1 Bal, § 3.2.21 Graven in bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde bodemkwaliteit Toepassingsbereik Graven wordt gezien als milieubelastende activiteit. Onder de activiteit valt: •

graven

•

zeven

•

tijdelijk opslaan van grond

•

terugplaatsen van grond na afloop van het tijdelijk opslaan van grond (max 8 weken). Tijdelijke opslag moet binnen de grenzen van het werk plaatsvinden.

Onder de activiteit valt niet: •

graven in een bodemvolume minder dan 25 m3

•

graven in een waterbodem.

Wettelijk kader § 3.2.21 en § 4.119 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Regels •

voorafgaand onderzoek (in eerste instantie een vooronderzoek conform NEN5725, afhankelijk van de resultaten ook veldwerkonderzoek volgens NEN 5740 en/of NEN 5707 en/of NTA 5755)

•

Informatieplicht1: ten minste 5 werkdagen vóór start informeren over begrenzing, datum start en verwachte duur. Géén informatieplicht bij tijdelijke uitname. (Bij graven <IW hoeft achteraf geen informatie overlegd te worden.

•

partijen grond gescheiden houden bij graven, terugplaatsen en afvoeren

•

tijdelijk opslaan van de grond op de locatie van ontgraving.

1 Informatieverplichting en meldingsplicht In het aanvullingsbesluit bodem geldt voor activiteiten vaak een informatieplicht en regelmatig ook een meldingsplicht. Bij een meldingsplicht is het verboden de activiteit te verrichten zonder te melden, bij een informatieplicht geldt een dergelijk verbod niet. Bij een informatieverplichting gaat het veelal om informatie die voorafgaand aan het starten van de activiteit moet worden verstrekt, zoals de begrenzing van de locatie waarop de milieubelastende activiteit wordt verricht en de datum waarop met de activiteit wordt gestart. Deze informatie is onder meer nodig voor het kunnen uitoefenen van toezicht. In gevallen waarin risico’s voor de fysieke leefomgeving aanwezig zijn wordt een voorafgaande melding vereist. Deze melding geeft het bevoegd gezag de tijd voor een initiële controle van de activiteit, zodat het zich ervan kan vergewissen dat de regels worden nageleefd. Daarnaast kan het bevoegd gezag beoordelen of het nodig is om maatwerkvoorschriften te stellen. In het meldingsstelsel is niet voorzien in een inhoudelijke beoordeling van de gemelde activiteit door het bevoegd gezag, gevolgd door een beschikking. Als die melding is gedaan, mag de activiteit (uiteraard onder het voldoen aan overige in de algemene regels gestelde voorschriften) plaatsvinden.

15

Bij spoedreparaties geldt een uitzondering op de verplichting om voorafgaand onderzoek uit te voeren en op de informatieplicht. Wel moet er na afloop gegevens en bescheiden overlegd te worden volgens art. 4.1228 Bal. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten 1. Voorheen gold (op grond van artikel 28 van de Wbb) een meldplicht voor graafwerkzaamheden met meer dan 50 m3 grond. Onder de Omgevingswet geldt nu dus een verzwaring. In relatief schone gebieden kan voor wat betreft de informatieplicht volstaan worden met de 50 m3-grens of kan overwogen worden om de informatielicht voor die gebieden helemaal uit te zetten. In gebieden waar de kans op overschrijding van interventiewaarden aanwezig is (sommige historische binnensteden, te bepalen op basis van de bodemkwaliteitskaart) kan de 25 m3 grens worden vastgehouden. Het toepassingsbereik van de activiteit kan niet aangepast worden. 2. Als maatwerkregel kan worden opgenomen dat, voor gebieden waar de kans op overschrijding van interventiewaarden aanwezig is, in aanvulling op de aan te leveren gegevens, standaard ook een bodemonderzoek moet worden ingediend. Dit levert informatie op die zeer nuttig is in het kader van ketentoezicht bij hergebruik van verontreinigde grond. 3.

In veel regio’s is in de Nota bodembeheer geregeld dat bij terugplaatsen schone en verontreinigde grond wel bij elkaar mogen worden gedaan, omdat in veel gevallen het niet praktisch werkbaar is om schoon en niet schoon gescheiden te houden. Vooral in bestaande woongebieden is de kwaliteit van de bovengrond slechter is dan van de ondergrond. Vaak zijn de boven en ondergrond dan bij eerdere graafwerkzaamheden tbv kabels en leidingen al vermengd. Alleen bij afvoer van grond moet dit wel gebeuren als gescheiden ontgraven technisch mogelijk is. 4. Er is een mogelijkheid om op basis van beschikbare (historische) informatie voor gebieden aan te geven of bodemonderzoek wel/niet nodig is ter vermindering van onderzoeks- en administratieve lasten. 5. Ook zijn maatwerkregels mogelijk om verwaaiing van verontreinigde grond en vooral van asbest tegen te gaan. 6. Het is mogelijk om de termijn (standaard maximaal 8 weken na einde graven) te aan passen van voor hoe lang op de locatie grond mag worden opgeslagen na beëindiging van de activiteit. 7. Het is niet in alle gevallen nodig om het bodemonderzoek mee te laten sturen met de melding. Voorstel uitvoeringsniveau Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%.

Bodemtoezichthouder: risicogerichte snelle check om de vervolgacties bepalen: is toezicht noodzakelijk, eventueel initiatiefnemer op de hoogte stellen, waarschuwen als werk niet is toegestaan (omdat het mogelijk over grond boven de I-waarde gaat): o

wat voor werkzaamheden? Kabels en leidingen : weinig risico;

16

o

hoeveelheid: impact op omgeving /verkeer/geluid: wat moet ik aanvullend aan andere specialisten vragen? check explosieven en archeologie?;

o

verdachte locaties BIS en op basis van het bijgeleverde bodemonderzoek.

Alleen bij afvoer grond : 10% risicogericht toezicht. In gebieden waar kans op overschrijding interventiewaarden aanwezig is 100 % toezicht. Eventueel advies 20 % (melding en onderzoek inhoudelijk checken). Eventueel handhaving 1%. Risico bij het niet uitvoeren van de taak -

Partijen grond van verschillende kwaliteit raken vermengd.

-

Reeds aanwezige bodemverontreinigingen raken meer verspreid.

-

Het vooronderzoek of het bodemonderzoek zijn niet volledig uitgevoerd.

-

Overbodige grond blijft te lang op de locatie liggen.

Toelichting -

In gebieden waar de kans aanwezig is op overschrijding van interventiewaarden (bijvoorbeeld heterogeen diffuus verontreinigde gebieden zoals in sommige historische binnensteden) is het aan te raden om altijd toezicht te houden.

-

Administratief toezicht op de informatieplicht is nodig om informatie te verzamelen voor ketentoezicht. Nu wordt relatief weinig toezicht gehouden bij herkomstlocaties. De focus ligt meer op de toepassingslocatie. Het is zinvol om al informatie te hebben over locaties waar grond vrij gaat komen. Dan kan al hierop geanticipeerd worden. Bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond wordt niet altijd gemeld.

-

Graafwerkzaamheden zijn vanwege aard, omvang of hinder soms vergunning- dan wel instemmingsplichtig. De meeste gemeenten en aannemers zijn aangesloten bij het Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte (MOOR).

-

Deze applicatie automatiseert het proces van de vergunning aanvraag tot en met de verlening van een breekvergunning en het meldingsproces rondom werkzaamheden aan kabels en leidingen, van de ‘melding start werk’ tot en met de factuuropdracht. In de ODBN regio zijn alle gemeenten aangesloten bij MOOR. De informatie uit deze applicatie kan gebruikt worden om risicogestuurd toezicht te houden. De informatie uit het MOOR kan dus vergeleken worden met de gegevens en bescheiden die vanuit de informatieplicht overlegd worden.

-

Bij tijdelijke uitname is er geen informatieplicht. De afvoer van grond naar een verwerker wordt gecontroleerd in de inrichting van de verwerker (informatie in het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA). Hergebruik van grond elders wordt gemeld in kader van de activiteit toepassen van grond of baggerspecie (Bal) en is op die manier te controleren.

17

In veel regio’s is in de Nota bodembeheer geregeld dat bij terugplaatsen schone en verontreinigde grond wel bij elkaar mogen worden gedaan, omdat in veel gevallen het niet werkbaar is om schoon en niet schoon gescheiden te houden. Alleen bij afvoer moet dit wel gebeuren. Andere graafwerkzaamheden zullen vaak al bekend zijn omdat ze samenvallen met bouwwerkzaamheden of aanleg-werkzaamheden waarvoor vergunningen zijn aangevraagd/verleend. 1.2 Bal, § 3.2.22 Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Toepassingsbereik Graven wordt gezien als milieubelastende activiteit. Onder de activiteit valt: •

graven

•

zeven

•

tijdelijk opslaan van grond

•

terugplaatsen van grond na afloop van het tijdelijk opslaan van grond (max 8 weken)

Onder de activiteit valt niet: •

graven in een bodemvolume minder dan 25 m3 en kwaliteit boven de interventiewaarde.

•

graven in een waterbodem.

Wettelijk kader § 3.2.22 en § 4.120 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Regels •

voorafgaand onderzoek

•

meld- en informatieplicht

•

bij graven, terugplaatsen en afvoeren partijen grond gescheiden houden

•

tijdelijk opslaan van de grond op de locatie van ontgraving

•

erkenningsplicht uitvoering

•

erkenningsplicht milieukundige begeleiding (onder bepaalde voorwaarden)

•

informatieplicht na beëindiging activiteit.

Bij spoedreparaties geldt een uitzondering op de verplichting om voorafgaand onderzoek uit te voeren en op de meld- en informatieplicht voorafgaand aan de activiteit. Wel dient er na afloop gegevens en bescheiden overlegd te worden volgens art 4.1228 Bal.

18

Meldplicht Ten minste 4 weken vóór start melden onder overlegging van gegevens voorafgaand onderzoek, ontgraving (kaart en dwarsprofiel), hoeveelheden grond inclusief kwaliteitsklassen. Bij tijdelijke uitname is de termijn 5 werkdagen i.p.v. 4 weken. Informatieplicht Ten minste 4 weken vóór start informeren over begrenzing, datum start, verwachte duur, aanleiding/ doel. Bij tijdelijke uitname 5 werkdagen i.p.v. 4 weken. MKB is nodig als de grond deels wordt afgevoerd, er in een leeflaag wordt gegraven, of de ontgraving betrekking heeft op bodemlagen van verschillende kwaliteitsklassen. Ten minste 5 werkdagen vóór start gegevens aannemer (BRL 7000) en MKBer (BRL 6000). Ten hoogste 5 werkdagen na einde datum einde en, indien van toepassing, resultaten MKB met gegevens ontgraving (kaart en dwarsprofiel), bestemming grond, bijzonderheden. Bij spoedreparaties wordt onverwijld na afloop van de activiteit informatie verstrekt over de begrenzing, de datum van de werkzaamheden en aanleiding en doel. Voor deze activiteit geldt dezelfde informatieplicht als voor het graven in grond met kwaliteit onder de I-waarde. Alleen geldt aanvullend een meldplicht en zijn voorschriften over kwaliteitsborging van toepassing. Het einde van de werkzaamheden moet ook gemeld worden. Bij gescheiden ontgraven gelden aanvullende criteria bovenop het onderscheid op kwaliteitsklasse (zie art 4.1230 Bal).

Optie voor maatwerk in Omgevingsplan gemeenten 1. In de Bruidsschat is Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (§ 22.3.7.2) opgenomen. 2. Er kunnen voorwaarden worden gesteld aan het tijdelijk uitnemen van grond. 3. Aan de tijdelijke opslag kunnen voorwaarden worden gesteld zoals onder- en/of bovenafdichting, maatregelen ter voorkoming van verwaaiing en de maximale opslagtermijn. 4. Aanvullende regels gericht op het voorkomen van verspreiding en/of aanpak van grondwaterverontreinigingen (eventueel voortkomend uit de omgevingsverordening) Voorstel uitvoeringsniveau Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%. Bodemadviseur beoordeelt rapport: vervolgacties bepalen: is toezicht noodzakelijk, eventueel initiatiefnemer op de hoogte stellen, waarschuwen als werk is niet toegestaan. Toezicht 25 % bij tijdelijke uitplaatsing, 50 % bij projectmatig grondverzet Handhaving 5%

19

Ontvangst evaluatierapport: registratie (relevant voor bodeminformatiesysteem) Beoordeling, eventueel brief met nazorgpunten naar melder Handhaving (zorgen dat evaluatie wordt toegestuurd) in eerste instantie taak toezicht, 2%. Risico bij het niet uitvoeren van de taak Niet toepasbare grond wordt opgemengd met schone grond. Vooronderzoek of bodemonderzoek onvolledig uitgevoerd. Grond blijft na afloop te lang op de locatie liggen. Blootstelling aan ernstig verontreinigde grond op bodemgevoelige locaties. (Een bodemgevoelige locatie is een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw). (Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn). 1.3

Bal, § 3.2.23 Saneren van de bodem

Meldplicht (4.1236) 4 weken voor startdatum; uitvoering en milieukundige begeleiding 5 werkdagen vooraf melden (4.1238); achteraf een evaluatie (4.1234) voorafgaand bodemonderzoek (4.1239: par.5.2.2). Toepassingsbereik Saneren wordt gezien als milieubelastende activiteit. Het betreft een gerichte kwaliteitsverbetering. De activiteit wordt uitgevoerd omdat er op grond van het omgevingsplan een verplichting bestaat om te saneren bij een voorgenomen ontwikkeling of functiewijziging. Daar is in ieder geval sprake van bij het realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Onder de activiteit valt niet: •

saneren van grondwater

•

saneren van een waterbodem

Wettelijk kader § 3.2.23 en § 4.121 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Regels •

voorafgaand bodemonderzoek

•

meld- en informatieplicht

20

•

2 standaard aanpakken

•

Aanvullende eisen in geval van vluchtige verbindingen

•

Erkenningsplicht voor de uitvoering

•

Erkenningsplicht voor de milieukundige begeleiding

•

Informatieplicht (+evaluatieverslag) na einde activiteit

Standaard aanpak Afdekken •

duurzaam aaneengesloten verhardingslaag

•

leeflaag 1 m dik, kwaliteit in overeenstemming met de functie (landbouw/ natuur, wonen of industrie)

•

herschikken is mogelijk onder de afdeklaag

Ontgraven •

in overeenstemming met de bodemfunctieklasse, tot kwaliteitsklasse landbouw/ natuur, wonen of industrie

Combinatie van beide standaard aanpakken is mogelijk. Afwijkende saneringsaanpak is mogelijk via maatwerkvoorschriften of –regels. Meldplicht Ten minste 4 weken vóór start melden onder overlegging van gegevens voorafgaand onderzoek, keuze saneringsaanpak (afdekken, ontgraven), gegevens afdekken, gegevens ontgraven, indien van toepassing omschrijving maatregelen om uitdamping tegen te gaan, en als afvalwater wordt geloosd, de lozingsroutes. Informatieplicht Ten minste 4 weken vóór start informeren over begrenzing en datum start. Ten minste 5 werkdagen vóór start gegevens aannemer (BRL 7000) en MKBer (BRL 6000). Ten hoogste 4 weken na einde evaluatieverslag met gegevens MKB en indien van toepassing gebruiksbeperkingen en/ of beschrijving nazorg. In het Bkl staat een verplichting dat nazorg na een sanering in het omgevingsplan geregistreerd moet worden. Overwogen kan worden om deze locaties op te nemen als geografisch werkingsgebied voor de regels over nazorg. De registratieplicht in het gemeentelijk beperkingenregister of in het Kadaster, op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb). Komt bij saneringen onder het Bal te vervallen. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten Voor veel situaties zijn de standaardaanpakken afdoende, maar voor een aantal situaties voldoet deze aanpak niet.

De gemeente kan een besluit over maatwerkvoorschriften nemen naar aanleiding van een melding (op verzoek van de saneerder of ambtshalve) of voor een saneringsaanpak maatwerkregels in het omgevingsplan opnemen, bijvoorbeeld als de

21

bodemopbouw of de bodemkwaliteit in een specifiek gebied daartoe aanleiding geeft. Dit kan ook aan de orde zijn in gebieden met veel bodemvreemd materiaal als gevolg van slootdempingen of in gebieden met veel aaneengesloten verhardingslagen ter borging van klimaatadaptatie. Het is niet het doel om andere dan de standaard saneringsaanpakken te verbieden of innovatie tegen te gaan. De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om met een verzoek om een maatwerkvoorschrift een alternatieve aanpak aan te vragen. De gemeente neemt een besluit over het verzoek om een maatwerkvoorschrift, maar kan ook ambtshalve een maatwerkvoorschrift opleggen. Hieronder staat een aantal voorbeelden: 1. Maatwerkregels voor in situ saneringen (als deze regelmatig voorkomen). 2. Maatwerk is vooral ook van belang voor een deklaag. Mocht je als gemeente niet overal de 1 m deklaag willen hanteren dan kun je dit regelen in de omgevingsplan. Het is nu al mogelijk om in gebieden met een kwelsituatie een deklaag van 0,5 meter toe te staan. 3. Eisen aan de signaallaag (bijv. geen plastic). 4. Nadere invulling van wat onder duurzaam aaneengesloten verhardingslaag wordt verstaan. 5. Nader invullen / afwijken van regel over herschikken. 6. Daarnaast is maatwerk ook de normen, wanneer moet gesaneerd worden en tot welk niveau. 7.

Aanvullende regels gericht op het voorkomen van verspreiding en/of aanpak van grondwaterverontreinigingen (eventueel voortkomend uit de omgevingsverordening). Voorstel uitvoeringsniveau Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%. Beoordeling door adviseur: plan en onderzoeken beoordelen (brief met aandachtspunten aan melder en aandachtspunten voor toezicht). Toezicht eenvoudige saneringen die voorheen onder BUS vielen (afdekken, geen terugsaneerdoelstelling) 75 % o.b.v. risico-indicatoren (gevoeligheid gebruik perceel, mate van vervuiling/risico’s, aannemer/adviesbureau) na evaluatie zo mogelijk afschalen. Toezicht voorheen vergunningplichtige saneringen 100 %. Eventueel handhaving 10%. Ontvangst evaluatierapport: registratie. Beoordeling, brief/mail met nazorgpunten en eventuele gebruiksbeperkingen naar melder (100%?? zie opmerking n.a.v. Kamervragen hieronder). Registratie beperkingen nazorg in het omgevingsplan. Handhaving (zorgen dat evaluatie wordt toegestuurd) in eerste instantie taak toezicht, 2%.

22

Nota van toelichting Aanvullingsbesluit bodem: De informatieplicht na afloop van een sanering, is een verplichting voor de initiatiefnemer, in de vorm van een verslag van het resultaat en verloop van de sanering. Deze informatie is vooral bedoeld om het bevoegd gezag inzicht te geven of de sanering conform de melding is uitgevoerd, welk eindresultaat is behaald en of er sprake is van gebruiksbeperkingen of nazorgmaatregelen. Om die reden is het bevoegd gezag niet verplicht om te reageren op de verstrekte informatie. Tegelijkertijd is het begrijpelijk dat de initiatiefnemer behoefte kan hebben aan enige vorm van communicatie van het bevoegd gezag ter bevestiging dat de initiatiefnemer naar tevredenheid heeft voldaan aan de wettelijke vereisten. In de nota van toelichting van het Aanvullingsbesluit bodem is beschreven dat het het bevoegd gezag vrij staat om aan die behoefte tegemoet te komen. Als er in het omgevingsplan gebruiksbeperkingen voor de locatie gelden in relatie tot de bodemverontreiniging kan het bevoegd gezag deze naar aanleiding van de verstrekte gegevens wijzigen of opheffen. Dat kan ook op verzoek van de eigenaar. De communicatie tussen overheid en burger hoeft niet noodzakelijkerwijs altijd formeel te verlopen.

De toelichting draagt daarom uit dat het bevoegd gezag ook op andere manieren aan de initiatiefnemer – bijvoorbeeld via een brief of mondeling – op diens verzoek de boodschap kan overbrengen dat het van oordeel is dat de sanering naar behoren is uitgevoerd. Risico bij het niet uitvoeren van de taak Verontreinigingen worden onvoldoende gesaneerd. Gesaneerde grond wordt opgemengd met schonere grond. Locatie is niet geschikt voor het bouwen op een bodemgevoelige locatie. 1.4 Bal, § 3.2.24 Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie Toepassingsbereik Opslaan van grond en baggerspecie wordt gezien als milieubelastende activiteit. Onder de activiteit valt: •

opslaan, zeven en samenvoegen van grond;

•

opslaan, zeven, (mechanisch) ontwateren en samenvoegen van baggerspecie.

Bij tijdelijke opslag korter dan 8 weken zijn de regels van graven bij opslag op de locatie van graven van toepassing. Een weilanddepot valt niet onder opslaan maar valt onder de activiteit toepassen vangrond of baggerspecie. Wettelijk kader § 3.2.24 en § 4.122 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

23

Regels Vergunningplicht •

opslag grond van kwaliteitsklasse matig of sterk verontreinigd (gehalte hoger dan de maximale waarde industrie);

•

opslag baggerspecie van kwaliteitsklasse sterk verontreinigd (gehalte hoger dan de interventiewaarde / huidige klasse B);

•

opslag grond of baggerspecie zonder milieuverklaring bodemkwaliteit,

tenzij •

herkomst bekend, én

•

bodemkwaliteit locatie herkomst voldoet aan kwaliteitsklasse industrie.

(voor landbodem) of kwaliteitsklasse matig verontreinigd (voor waterbodem) •

opslag langer dan 3 jaar (landbodem) of 10 jaar (oppervlaktewater)

Meldplicht Ten minste 4 weken vóór start melden onder overlegging van gegevens kwaliteitsklasse grond/ baggerspecie, of partijen worden samengevoegd en als afvalwater wordt geloosd, de lozingsroutes. Bij eenmalige opslag geldt een termijn van 5 werkdagen. Administratie Administratie bijhouden van partijen: herkomst, kwaliteitsklasse, kwaliteitsverklaringen, plaats van opslag, hoeveelheid, aanvangsdatum. Verder zijn Rijksregels opgenomen over •

eindonderzoek;

•

wijze waarop baggerspecie moet worden opgeslagen;

•

lozen van afvalwater;

•

samenvoegen van partijen (vergelijkbare regels als in artikel 4.3.2 Rbk).

Nu geldt een vergunningplicht als het gaat om meer dan 10.000 m3 gemeente is bevoegd gezag tenzij er een IPPC installatie bij hoort. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten 1. (Aanvullende) uitzonderingen stellen waaronder geen eindsituatieonderzoek nodig is. 2. Andere lozingsroute stellen als alternatief naast lozen op een oppervlaktewaterlichaam.

24

3. Andere eisen stellen aan bodembeschermende voorzieningen (folie beklede grondput volledig omringd door dijklichaam). 4. Strengere eisen stellen aan de termijn van het opslaan (soepeler mag niet). Voorstel uitvoeringsniveau Melding Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%. Snelle check (zeef) om vervolgacties te bepalen: is toezicht noodzakelijk, eventueel initiatiefnemer op de hoogte stellen, waarschuwen als extra maatregelen nodig zijn Criteria: o

risico van de activiteit (bij opslaan niet zo groot als bij samenvoegen);

o

bv ‘zwarte lijst aannemers’;

o

Locatie (bv naast speelplaats of in natuurgebied (weidevogels).

Toezicht door toezichthouder grijs en bruin afhankelijk van milieukwaliteit grond en baggerspecie, melder en opslaglocatie. Eventueel handhaving 2%. Vergunning ontvangst aanvraag en registratie; behandeling door vergunningverlener milieu; intern advies door bodemspecialist niet alle aparte melding registreren; toezicht op de inrichting (regulier milieutoezicht cf werkprogramma) door toezichthouder grijs en bruin. Risico bij het niet uitvoeren van de taak Geen zicht meer op de totale keten van verontreinigde grond Risico op omkatten van grond. Partijen grond of baggerspecie kunnen ongezien langdurig op een locatie blijven liggen en/of illegaal elders toegepast of gedumpt worden. 1.5

Bal, § 3.2.25 Toepassen van bouwstoffen

Toepassingsbereik Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt gezien als milieubelastende activiteit. Het gaat hier specifiek om het toepassen van bouwstoffen. Het geldt niet voor het toepassen van bouwstoffen in een gebouw, mits er geen contact is met hemelwater, oppervlaktewater of grondwater.

25

Wettelijk kader § 3.2.25 en § 4.123 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Regels •

functionele toepassing;

•

functionele hoeveelheid;

•

terugneembaarheidseis;

•

minder dan 20% bijmengingen met grond en baggerspecie;

•

kwaliteitseisen in een milieuverklaring overeenkomstig eisen uit het Bbk (emissie, concentratie en samenstelling);

•

geen meld- of informatieplicht (NB wel bij het toepassen van AVI-bodemas en immobilisaten);

•

tijdens het toepassen van de bouwstoffen moeten milieuverklaringen en afleverbonnen beschikbaar zijn (NB er zijn uitzonderingen zie art. 4.1259 Bal). De afleverbonnen en milieuverklaringen ten minste 5 jaar bewaren.

Informatieplicht Bij het toepassen van AEC-bodemas (Afval Energie Centrale, voorheen Afval Verbrandings Installetie: AVI- bodemas) en immobilisaten geldt een informatieplicht om ten minste 4 weken voor start gegevens en bescheiden te verstrekken. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten 1. Een meldplicht voor AEC bodemas en immobilisaten. Als dit niet mogelijk is dan is een registratie nodig voor als de toegepaste assen en immobilisaten weer worden (op)gebroken en elders hergebruikt. 2. Het nader specificeren wat onder een functionele hoeveelheid en toepassing wordt verstaan. 3. Nadere invulling van de eisen die gesteld worden aan het voorkomen van vermenging van de toe te passen bouwstof met de onderliggende bodem (bijvoorbeeld aanbrengen van een folie of vergelijkbare maatregel). 4. Strengere kwaliteitseisen voor specifieke locaties of gebieden waar extra bescherming nodig is (bijvoorbeeld grondwaterbeschermingsgebieden of waterwingebieden). Advies om hier terughoudend mee om te gaan. Voorstel uitvoeringsniveau Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%. Bodemspecialist. Toezicht: bij melding toepassen ACE bodemassen en immobilisaten: 100 %,

26

bij melding/klacht overige bouwstoffen (b.v. vreemde kleur of geur) via piepsysteem of vrije veldtoezicht: 100 %. Eventueel intern advies 10 %. Eventueel handhaving 1%. Risico bij het niet uitvoeren van de taak AEC bodemassen en immobilisaten die teveel uitlogen en/of qua samenstelling niet voldoen aan de eisen komen in het milieu terecht en kunnen niet getraceerd worden. Bouwstoffen die Milieuhygiënisch niet voldoen aan de eisen uit het Bbk en toch worden toegepast kunnen negatieve consequenties hebben voor de kwaliteit van de bodem en grondwater Ongewenste vermenging van bouwstoffen met de bodem. 1.6

Bal, § 3.2.26 Toepassen van grond of baggerspecie

Toepassingsbereik Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt gezien als milieubelastende activiteit. Het gaat hier specifiek om het toepassen van grond of baggerspecie. Geldt niet voor: •

meststoffen

•

terugplaatsen na tijdelijk uitnemen van grond of baggerspecie

•

bouwstoffen en mijnsteen etc.

Wettelijk kader § 3.2.26 en § 4.124 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Regels •

meldplicht (voor de toepassing) en informatieplicht (per partij);

•

functionele toepassing (lijst in art. 4.1269 Bal);

•

functionele hoeveelheid;

•

niet terugneembaar (grond/ baggerspecie gaat deel uitmaken van de bodem waar deze wordt toegepast);

•

max. 20% steenachtig materiaal of hout, en sporadisch ander materiaal;

•

verplichte kwaliteitsbepaling via milieuverklaring bodemkwaliteit (eisen in Bbk);

•

alleen in overeenstemming met kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem en met de bodemfunctieklasse (dubbele toets: kwaliteit én functie);

•

afwijkende kwaliteitseisen voor grootschalige toepassingen, diepe plassen en verspreiden van baggerspecie;

27

•

afwijkende kwaliteitseisen voor tarragrond (aanhangende grond die vrijkomt bij het behandelen van gewassen na oogst).

Maatwerk •

als soepelere eisen worden vastgesteld dan geldt dat alleen als de grond/ baggerspecie afkomstig is uit een aangewezen bodembeheergebied en ook weer binnen dat gebied wordt toegepast;

•

bij sterk verontreinigde grond/ baggerspecie alleen als de locatie waar de grond/ baggerspecie is ontgraven én deze wordt toegepast, diffuus sterk verontreinigd is;

•

maatwerk is ook mogelijk voor grootschalige toepassingen en verspreiden van baggerspecie;

•

Afwijkende eisen aan percentage en aard bodemvreemd materiaal;

•

Omgaan met bepaalde niet genormeerde stoffen (b.v. chloride, sulfaat, etc).

Uitzonderingen voor grootschalige toepassingen (> 5.000 m3, weg, spoorweg, bouwwerk of dijk) en toepassingen in een diepe plas. Vergunningplicht Bij toepassen in een diepe plas, ook mer-beoordeling (milieu effect rapportage) door gemeente) Toelichting: Voor het verondiepen van een plas moet een Omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit worden aangevraagd. Daarbij is het verondiepen van een diepe plas een complexe en omvangrijke activiteit waarvoor een integrale beoordeling noodzakelijk is en sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Daarom is voor deze lozingsactiviteit ook een merbeoordelingsplicht ingesteld, door het verondiepen van diepe plassen toe te voegen aan bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Bij de mer-beoordelingsplicht moet rekening worden gehouden met alle gevolgen die het project voor het milieu kan hebben, ook als die gevolgen zouden vallen buiten het oogmerk van de wateractiviteit waaraan de vergunningplicht is gekoppeld. Bij de vergunningprocedure wordt uitgegaan van de algemene regels die voor het verondiepen van een diepe plas gelden. Voor de beoordeling van de lokale hinder is het noodzakelijk dat de waterbeheerder afstemt met de gemeente.

Mocht in een specifiek geval blijken dat beoordeling van andere dan wateraspecten doorslaggevend is en het meer voor de hand ligt dat de gemeente die integrale milieubeoordeling uitvoert en de vergunning verleent, dan kan gebruikt worden gemaakt van de flexibiliteitsregeling van artikel 5.16 van de wet, die het mogelijk maakt dat de waterbeheerder de bevoegdheid voor de vergunning voor de wateractiviteiten, inclusief de bijbehorende mer-beoordeling, aan de gemeente overdraagt. Meldplicht Ten minste 5 werkdagen vóór start melden functionele toepassing, dimensionering, hoeveelheid, datum, coördinaten en verder of sprake is van grootschalig toepassen, opvulling van een diepe plas of verspreiden van baggerspecie.

28

Er geldt een termijn van 4 weken als de grond/ baggerspecie bewerkt is in een grondreinigingsinstallatie en bij grootschalig toepassen. Informatieplicht Per toe te passen partij: Ten minste 5 werkdagen vóór start informeren over datum, milieuverklaring, herkomst, kwaliteit, milieuverklaring ontvangende bodem en verder bij het toepassen in een afdeklaag of in een diepe plas, de kwaliteit van de aangrenzende bodem, en bij het toepassen in zoet oppervlaktewater, hoeveelheid en zoutgehalte. Er geldt een termijn van 4 weken als de grond/ baggerspecie bewerkt is in een grondreinigingsinstallatie en bij het toepassen van grond/ baggerspecie in een diepe plas. Plichtenvrij •

voor particulieren mits het gaat om een toepassing van ten hoogste 25 m3 grond of baggerspecie;

•

bij toepassing op eigen landbouwgrond (openlucht);

•

uitzondering op de informatieplicht per partij bij toepassen van minder dan 50 m3 grond kwaliteit landbouw/ natuur, of baggerspecie kwaliteit algemeen toepasbaar;

•

bij verspreiding van baggerspecie in een weilanddepot en landbouwgrond op maximaal 10 km afstand.

Als al eerder een melding is gedaan, geldt alleen een informatieplicht per toe te passen partij. Administratie Gegevens melding en informatie moeten tijdens de activiteit beschikbaar zijn en na afloop voor ten minste 5 jaar bewaard blijven. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten Gebiedsspecifiek beleid uit de Nota bodembeheer. Via overgangsrecht is voorzien dat de bodemkwaliteitskaart van rechtswege onderdeel kan worden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit geldt ook voor de gebiedsspecifieke toepassingskaart. Onder het overgangsrecht valt alleen de bdemfunctieklassekaart en het gebiedsspecifiek beleid. De bodemkwaliteitskaart blijft geldig als milieuverklaring bodemkwaliteit (hiervoor is geen overgangsrecht nodig). Voorstel uitvoeringsniveau Registratie, neutrale ontvangstbevestiging 100%. Toezicht risicogericht aan de hand van verschillende informatiebronnen. Bodemspecialist risicogericht aan de hand van verschillende informatiebronnen. Bodemspecialist: maatwerkregels bij grootschalige bodemtoepassing (%). Eventueel intern advies 10 %.

29

Eventueel handhaving 2%. mer-beoordeling lozingsvergunning verondiepen plassen: Integrale beoordeling (extern advies complex) 100%. Risico bij het niet uitvoeren van de taak Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de eisen komen in het milieu terecht en kunnen niet getraceerd worden. Niet functionele toepassingen. Illegale (niet gemelde) toepassingen of partijen. 1.7

Bal, § 3.5.8 Grondbank of grondreinigingsbedrijf

Onder Wabo was voor inrichtingen met meer dan 10.000 m3 (Bor bijlage 1 cat 28.4) de gemeente het bevoegd gezag tenzij er ook een IPPC installatie (installatie waarin één of meer van de activiteiten plaatsvinden uit bijlage I van de Europese Richtlijn industriele emissies (RIE), bijvoorbeeld covergisten van mest) aanwezig is. Voor het opslaan van meer dan 10.000 m3 grond of baggerspecie geldt na 1-7-2022 geen vergunningplicht meer, waar dit onder het Activiteitenbesluit wel het geval was. Voor het zeven en mechanisch ontwateren van de grond of baggerspecie is ook geen vergunning meer nodig. De kwaliteit van de grond of baggerspecie bepaalt nu of een vergunning nodig is. Alleen de opslag van matig tot sterk verontreinigde grond en sterk verontreinigde baggerspecie is vergunningplichtig, ongeacht de omvang van de partij grond of baggerspecie. Dit geldt ook voor grond of baggerspecie van onbekende kwaliteit. Voorstel voor uitvoeringsniveau Vergunning ontvangst aanvraag en registratie; behandeling door VVM (vergunning verlener milieu?); Intern advies door bodemspecialist; toezicht op de inrichting (regulier milieutoezicht cf werkprogramma) door toezichthouder grijs en bruin.

2

Beoordelen bodemonderzoeken

2.1

Bal, § 5.2.1 Eindonderzoek bodem

Voor een beperkt aantal activiteiten geldt nog een verplichting tot het laten uitvoeren van een nulsituatieonderzoek. Het gaat om vergunningplichtige activiteiten (o.a. IPPC-installaties, zie artikel 7.27 onder b. Omgevingsregeling). Na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit in het Bal moet een eindsituatiebodemonderzoek worden gedaan en dit moet worden getoetst omdat mogelijk herstel van de bodem noodzakelijk is (art 5.6 Bal). Met name

30

bij agrarische bedrijven zullen eindonderzoeken meestal niet spontaan worden opgesteld, dus het zal een actie zijn naar aanleiding van toezicht (en handhaving) en via het combineren van informatiebronnen. Bij een nieuwe activiteit moet ook standaard worden nagegaan of er een eindsituatie is van de oude activiteit. Voorstel voor uitvoeringsniveau Via verschillende informatiebronnen toezicht op onderzoeksplicht; ontvangst onderzoek en registratie; beoordeling door bodemspecialist: brief met eindoordeel en eventueel vervolgactie (benodigde herstelmaatregel); toezicht op uitvoeren herstelmaatregel; eventueel handhaving. Risico bij het niet uitvoeren van de taak Verspreiding van bodemverontreiniging. Veroorzaker van de verontreiniging is niet meer aanspreekbaar. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten Eventueel toch vaststellen beginsituatie via nulsituatie-onderzoek bij bepaalde categorieën bedrijven. Hoe om te gaan met de wens van gemeenten of bedrijven dit toch te beoordelen? Daarnaast bedrijven informeren over het belang dat de bedrijven zelf hebben om de nulsituatie vast te leggen en daarmee stimuleren dat bedrijven wel nulsituatieonderzoek uitvoeren. 2.2

Bal, § 5.2.2 Voorafgaand bodemonderzoek

Voor de meeste milieubelastende activiteiten (uit het Bal) bestaat geen verplichting voor het uitvoeren van voorafgaand bodemonderzoek (behalve graven en saneren) en bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie. In het Omgevingsplan moet de gemeenten wel de verplichting voor een voorafgaand bodemonderzoek bij bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties opnemen (artikel 5891 ev). Dit geldt ook voor vergunningvrije bouwwerken. Deze taak kan als een verzoektaak bij de Omgevingsdienst worden neergelegd. Ook hier is de keuze of je wel of niet de bodemonderzoeken gaat beoordelen. Het is dezelfde principiële keuze die bij andere activiteiten terugkomt, waarbij we wel moeten motiveren waarom we voorafgaand aan het plan toch een bodemonderzoek toetsen. Er is wel een informatieplicht. Het is nu een indieningsvereiste om een bodemonderzoek bij een bouwaanvraag in te dienen en straks is het een informatieplicht achteraf. Er is wel een koppeling met de activiteit saneren. Als we alles achteraf gaan toetsen kan het zijn dat een initiatiefnemer verrast wordt door de hoge kosten van een bodemsanering waardoor het plan niet meer doorgaat.

31

De werkgroep Bodembeheer van de Toekomst staat hier ook bij stil. Ze gaan hier een overzicht van maken. De activiteit valt niet onder het BAL maar onder het BKL (Besluit kwaliteit leefomgeving). In het artikel is ook de verplichting opgenomen voor de gemeenten om in het omgevingsplan waarden op te nemen voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor bodemgevoelige locaties waar een bodemgevoelig gebouw is toegelaten. In de Bruidsschat is geregeld dat hiervoor de I-waarden gelden en de omvang van minstens 25 m3. Optie voor maatwerkregels in Omgevingsplan gemeenten In het omgevingsplan kunnen andere normen worden opgenomen, of kan worden geregeld dat vrijstelling van bodemonderzoek wordt gegeven als op basis van beschikbare (historische) informatie redelijkerwijs verwacht kan worden dat de kwaliteit van de bodem de gestelde waarden niet overschrijdt. Dit is nu al in de Nota Bodembeheer opgenomen. Ons advies is dit aan te houden. De normen gelden niet alleen voor wanneer actie nodig is, maar ook tot welke waarde teruggesaneerd moet worden. Bodemspecialist: advies beoordelen bodemonderzoek bij bouwactiviteiten (100 % van vergunningaanvragen). Toezicht bij graven of sanering voorafgaand aan het bouwen (…% van bouwtoezicht?? ). Bodemspecialist: beoordelen evaluatieverslag en vrijgeven voor bodemgevoelig gebruik (zie 1.3 saneren).

Risico bij het niet uitvoeren van de taak Er wordt gebouwd op ernstige verontreinigde grond waardoor mensen worden blootgesteld aan bodemverontreiniging. Een bodemverontreiniging is lastiger of niet meer te saneren omdat er een gebouw op staat.

3

Bruidsschat Bodem

Deze regels worden opgenomen in de Bruidsschat om te zorgen dat het beschermingsniveau op grond van de Wbb niet ineens wegvalt. De regels gelden zolang als de gemeente zelf geen omgevingsplan heeft opgesteld. In het omgevingsplan kan de gemeente zelf kiezen of ze dit opnemen of niet. Er is een onderscheid tussen verplichte bruidschatregels en bruidschatregels die niet verplicht zijn. De bruidsschatregels voor bouwen op verontreinigde bodem en voor nazorg na saneren hangen samen met een instructieregel uit het Bkl. Je moet met die instructieregels rekening houden. De bruidsschatregels geven daar invulling aan. Gemeenten kunnen deze bruidsschatregels (al dan niet met aanpassingen) overzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.

32

Bijvoorbeeld de regels omtrent voorafgaand bodemonderzoek bij bouwactiviteiten mogen niet afgeschaft worden, maar wel met andere normen en vrijstelling daar waar die normen redelijkerwijs niet worden overschreden. De bruidsschatregels voor kleinschalig graven en historische verontreiniging zonder onaanvaardbaar risico komen niet voort uit een instructieregel. Gemeenten hoeven hier dus geen regels aan te stellen en mogen de regels behouden, aanpassen of laten vervallen. Hieronder is eerst aangegeven wat de verplichting is vanuit het Bkl, vervolgens is de bruidsschat beschreven en is bekeken welke regel in de uitvoering invloed heeft op de benodigde capaciteit. 3.1

Invoeringsbesluit, § 22.2.7.2 Bouwen op verontreinigde bodem

Deze bruidschatregel moet worden gezien in samenhang met de volgende instructieregel: Bkl, § 5.1.4.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie De instructieregels zijn gebaseerd op de regelgeving die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold (o.a. geen onderzoek bij oppervlak kleiner dan 50 m2, alleen onderzoek bij gevoelig gebruik). De volgende afwijkingen die invloed op het uitvoeringsniveau hebben zijn mogelijk: 1. De gemeente mag een lagere grens (< 2 uur) in het omgevingsplan opnemen en de regels ook van toepassing verklaren op kleinere uitbreidingen, wijzigingen of bijgebouwen. Dat betekent het aanpassen van de definitie van een bodemgevoelige locatie en/of van een bodemgevoelig gebouw. 2. Een gemeente mag ook (voor een gebied of gebruiksfunctie) een lagere waarde dan de interventiewaarde opnemen in het omgevingsplan, bijvoorbeeld de waarde voor kwaliteit wonen bij de gebruiksfunctie wonen. Of een lagere waarde voor de stof lood bij wonen met tuin. Het mag ook een hogere waarde zijn, mits niet hoger dan de waarden uit het Bkl. 3.

in het omgevingsplan kunnen locaties worden aangewezen waarvoor de verplichting om een bodemonderzoek in te dienen bij de melding voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw niet geldt, omdat overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit redelijkerwijs uit te sluiten is, bijvoorbeeld omdat daar al voldoende onderzoek is gedaan en/of waar nodig is gesaneerd. Opties 1 en 2 brengen met zich mee dat de uitvoering meer capaciteit vergt, in tegenstelling tot optie 3. Optie 3 is nu vaak alleen van toepassing op niet bebouwd buitengebied maar dit kan uitgebreid worden. 3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10962857/1