tb2
Tekst van het document
o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen, alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld (www.checklistgroenbouwen.nl), waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen.
Voor de ontwikkeling van het plangebied Chaamseweg 4 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen aanwezig. Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen, inbouwstenen of vogelvides worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid. Deze zouden in de te verbouwen bergruimte kunnen worden geplaatst. Ook het ophangen van nestkasten behoort tot de mogelijkheden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen bij de nieuwe bed & breakfast. o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als verblijfplaats, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaats bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen in de te verbouwen bergruimte worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte te maken in (dubbele) daklijsten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
27
Ecologische quickscan Chaamseweg 4 Gilze o Om de biodiversiteit aan het begin van de kringloop te verhogen is het wenselijk om een bloementuin met insectenhotel aan te leggen met speciale bijen/vlindermengsels of met planten die van nature in een berm kunnen voorkomen, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid. o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied wordt bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
28
Ecologische quickscan Chaamseweg 4 Gilze
7. BRONNEN
Websites www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl kaartbank.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.vivarapro.nl www.ivn.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.wikipedia.nl www.vogelbescherming.nl www.floravannederland.nl
Andere bronnen Baijens et al., 2005 Netwerk Groene Bureaus Checklist Vleermuisprotocol Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
29
Project
: Chaamseweg
Referentie : BE-0938 Datum
: 03 augustus 2021
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 03 augustus 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 03 augustus 2021'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bastaardkikker
Amfibieën
0 - 1 km
Beekrombout
Libellen
0 - 1 km
Boommarter
Zoogdieren
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Eekhoorn
Zoogdieren
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
0 - 1 km
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Grote gele kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Havik
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
0 - 1 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
Wespendief
Vogels
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Boomkikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Bosbeekjuffer
Libellen
Bosvleermuis
Zoogdieren
Bunzing
Zoogdieren
Franjestaart
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Grote vos
Dagvlinders
1 - 5 km
Grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
1 - 5 km
Hazelworm
Reptielen
1 - 5 km
Kamsalamander
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
Steenmarter
Zoogdieren
0 - 1 km wnb-vrl
0 - 1 km 1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km
1 - 5 km
1 - 5 km wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
steenuil (s.l.)
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
1 - 5 km
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Wezel
Zoogdieren
Zwarte wouw
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Damhert
Zoogdieren
5 - 10 km
Das
Zoogdieren
5 - 10 km
Dennenorchis
Vaatplanten
5 - 10 km
Dreps
Vaatplanten
5 - 10 km
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
Gentiaanblauwtje
Dagvlinders
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Heikikker
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Hoogveenglanslibel
Libellen
5 - 10 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
5 - 10 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Knoflookpad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Knolspirea
Vaatplanten
5 - 10 km
Korensla
Vaatplanten
5 - 10 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
5 - 10 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Vermiljoenkever
Geleedpotigen
wnb-hrl
5 - 10 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
5 - 10 km
Wild zwijn
Zoogdieren
5 - 10 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
10 - 25 km
Beekprik
Vissen
10 - 25 km
Berggamander
Vaatplanten
10 - 25 km
Blaasvaren
Vaatplanten
10 - 25 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Bruine eikenpage
Dagvlinders
10 - 25 km
1 - 5 km
wnb-hrl
5 - 10 km 5 - 10 km
5 - 10 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Edelhert
Zoogdieren
Gestreepte waterroofkever
Kevers
Getande veldsla
Vaatplanten
10 - 25 km
Gevlekte glanslibel
Libellen
10 - 25 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Gewone zeehond
Zoogdieren
10 - 25 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
10 - 25 km
Gladde slang
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote modderkruiper
Vissen
10 - 25 km
Grote parelmoervlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Hermelijn
Zoogdieren
10 - 25 km
Iepenpage
Dagvlinders
10 - 25 km
Karwijselie
Vaatplanten
10 - 25 km
Kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
Kwabaal
Vissen
Meervleermuis
Zoogdieren
Muurbloem
Vaatplanten
Muurhagedis
Reptielen
Naakte lathyrus
Vaatplanten
10 - 25 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
10 - 25 km
Oostelijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Ringslang
Reptielen
Rivierrombout
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Schubzegge
Vaatplanten
10 - 25 km
Smalle raai
Vaatplanten
10 - 25 km
Speerwaterjuffer
Libellen
10 - 25 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
10 - 25 km wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Veldparelmoervlinder
Dagvlinders
Vroedmeesterpad
Amfibieën
Waterspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
10 - 25 km
Wilde weit
Vaatplanten
10 - 25 km
Wolfskers
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
25 - 50 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
25 - 50 km
Bruinvis
Zoogdieren
Eikelmuis
Zoogdieren
Gaffellibel
Libellen
Gewone bronlibel
Libellen
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
25 - 50 km
Groenknolorchis
Vaatplanten
wnb-hrl
25 - 50 km
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
Grote vuurvlinder
Dagvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Kempense heidelibel
Libellen
25 - 50 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
25 - 50 km
Kommavlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Kranskarwij
Vaatplanten
25 - 50 km
Kruiptijm
Vaatplanten
25 - 50 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
25 - 50 km
Pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Schubvaren
Vaatplanten
25 - 50 km
Spiegeldikkopje
Dagvlinders
25 - 50 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
25 - 50 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Aardbeivlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Adder
Reptielen
50 - 100 km
10 - 25 km wnb-hrl
wnb-hrl
10 - 25 km
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
25 - 50 km 25 - 50 km
25 - 50 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Beekdonderpad
Vissen
50 - 100 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
50 - 100 km
Bosdravik
Vaatplanten
50 - 100 km
Bosparelmoervlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
Brave hendrik
Vaatplanten
50 - 100 km
Bruin dikkopje
Dagvlinders
50 - 100 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Butskop
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Dikkopschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Duinparelmoervlinder
Dagvlinders
Dwergvinvis
Zoogdieren
Elrits
Vissen
50 - 100 km
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
50 - 100 km
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
wnb-hrl
50 - 100 km
Geel schorpioenmos
Mossen
wnb-hrl
50 - 100 km
Gestippelde alver
Vissen
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gladde zegge
Vaatplanten
50 - 100 km
Grijze zeehond
Zoogdieren
50 - 100 km
Groensteel
Vaatplanten
50 - 100 km
Grote bosaardbei
Vaatplanten
50 - 100 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
50 - 100 km
Hamster
Zoogdieren
Honingorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Kalkboterbloem
Vaatplanten
50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Kalketrip
Vaatplanten
50 - 100 km
Kleine ereprijs
Vaatplanten
50 - 100 km
Kleine heivlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
50 - 100 km
Knollathyrus
Vaatplanten
50 - 100 km
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Lederschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Liggende ereprijs
Vaatplanten
50 - 100 km
Moerasgamander
Vaatplanten
50 - 100 km
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Narwal
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
Potvis
Zoogdieren
Roggelelie
Vaatplanten
50 - 100 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
50 - 100 km
Rozenkransje
Vaatplanten
50 - 100 km
Sleedoornpage
Dagvlinders
50 - 100 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
50 - 100 km
Stofzaad
Vaatplanten
50 - 100 km
Tengere distel
Vaatplanten
50 - 100 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
50 - 100 km
Tonghaarmuts
Mossen
Trosgamander
Vaatplanten
Tuimelaar
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Vale vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Veldspitsmuis
Zoogdieren
50 - 100 km
Vliegend hert
Kevers
50 - 100 km
Vuursalamander
Amfibieën
50 - 100 km
Wilde averuit
Vaatplanten
50 - 100 km
Wilde kat
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
50 - 100 km
Zilveren maan
Dagvlinders
50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km 50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bosboterbloem
Vaatplanten
Brede geelgerande waterroofkever
Geleedpotigen
Breed wollegras
Vaatplanten
100 - 250 km
Donkere waterjuffer
Libellen
100 - 250 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
100 - 250 km
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
100 - 250 km
Griend
Zoogdieren
Groene nachtorchis
Vaatplanten
Hazelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Juchtleerkever
Kevers
wnb-hrl
100 - 250 km
Kleine vlotvaren
Vaatplanten
wnb-hrl
100 - 250 km
Lange zonnedauw
Vaatplanten
Noordse winterjuffer
Libellen
Scherpkruid
Vaatplanten
100 - 250 km
Steenbraam
Vaatplanten
100 - 250 km
Veenbesblauwtje
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenbesparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenbloembies
Vaatplanten
100 - 250 km
Veenhooibeestje
Dagvlinders
100 - 250 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
100 - 250 km wnb-hrl
wnb-hrl
100 - 250 km
100 - 250 km 100 - 250 km
100 - 250 km wnb-hrl
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Zinkviooltje
Vaatplanten
100 - 250 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
100 - 250 km
NADER ONDERZOEK MARTERACHTIGEN Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming
Locatie: Chaamseweg 4 5126 NE Gilze Rapportnummer: 2021-BE-0938 In opdracht van: Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0938 Opdrachtgever van Dun Advies BV Contactpersoon Mevrouw M. Raymakers Locatie Chaamseweg 4 5126 NE Gilze Auteur Frenk van de Wal
Opleverdatum 10 december 2021 Uitvoerder
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 3 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 3 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 3 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 3
2.
WETTELIJK KADER ..................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Zorgplicht ......................................................................................................................... 5
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 6 3.1 Situering plangebied ........................................................................................................ 6
4.
ONDERZOEK .............................................................................................................. 8 4.1 Volledigheid van de inventarisatie ................................................................................... 8 4.2 Marters ............................................................................................................................. 8 4.3 Inventarisatie ................................................................................................................... 9 4.4 Waarnemingen ............................................................................................................... 11
5.
RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 15 5.1 Resultaten ...................................................................................................................... 15 5.2 Conclusie ........................................................................................................................ 15 5.3 Aanbevelingen ................................................................................................................ 15
6.
BRONNEN ............................................................................................................... 16
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Initiatiefnemers hebben het plan om een logeerhuis en bed & breakfast te gaan exploiteren aan de Chaamseweg 4 te Gilze in de gemeente Gilze en Rijen. Om dit te realiseren zal de bestemming gewijzigd worden van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. Een van de criteria waaraan een dergelijke wijziging moet voldoen is overtollige voormalige bedrijfsgebouwen verwijderen. Om de gebiedswaarde te verhogen is initiatiefnemer bereid om de green house, schuur en hooimijt te slopen. De bergruimte zal verbouwd worden tot een logeerhuis en de bestaande garage tot bed & breakfast. Alvorens te mogen slopen moet eerst middels ecologisch onderzoek aangetoond worden dat er geen beschermde dieren aanwezig zijn, of een ontheffing verkregen worden nadat afdoende mitigerende maatregelen getroffen zijn om de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige dieren te kunnen waarborgen. In dit kader is in de zomer van 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Brabant Eco met rapportnummer 2021-BE-0938 d.d. 20 augustus 2021. Bij de ecologische quickscan is vastgesteld dat het slopen van de hooimijt nadelig kan zijn voor marterachtigen omdat er voor deze diersoorten mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen in voor kunnen komen. “Het voorkomen van marterachtigen in het plangebied kan, wat betreft de hooimijt, niet met zekerheid worden uitgesloten…..
Derhalve vindt mogelijk overtreding plaats van art. 3.10 lid 1a en 1b van de Wet natuurbescherming.”
In opdracht heeft Brabant Eco een nader onderzoek naar kleine marterachtige uitgevoerd. De bevindingen van dit vervolgonderzoek zijn beschreven in deze rapportage en kan als addendum van de quickscan worden gebruikt.
1.2 Doelstelling Het doel van het aanvullend nader onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van met name steenmarters. Daarnaast is ook onderzocht of wezels, hermelijnen of bunzings voorkomen. Eveneens wordt naar aanleiding van de onderzoeksresultaten een effectbeoordeling gedaan om te toetsen of de Wet natuurbescherming wordt overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ingreep.
1.3 Centrale vraagstelling Vragen die centraal staan binnen dit nader onderzoek zijn: o Maken wezel, steenmarter, bunzing, boommarter of hermelijn gebruik van de te slopen hooimijt? o Heeft de ruimtelijke ingreep een negatief effect op aanwezige genoemde diersoorten? o Is het naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep noodzakelijk een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming, waarbij onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van wezel, steenmarter, bunzing en hermelijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
o o o o
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. Het onderzoek naar marters is uitgevoerd conform de handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming van de Provincie Noord-Brabant. (Bijlage 1).
1.5 Geldigheid onderzoek Houdbaarheid van verspreidingsgegevens zijn aan een maximale periode gebonden. Voor de verspreidingsgegevens van licht beschermde soorten, of het juist ontbreken hiervan, wordt veelal een bruikbaarheidsperiode van circa 3 jaar gehanteerd, afhankelijk van de beschermingsgraad en situatie ter plaatse. Bovengenoemde geldigheidstermijn is in de Wet natuurbescherming niet dwingend voorgeschreven en kan afwijken indien de omstandigheden ter plaatse dat verlangen. Voor dit alles geldt wel dat de planlocatie niet significant veranderd waardoor nieuwe leefsituaties kunnen zijn ontstaan. Dit is hier echter, voorafgaande aan de voorgenomen sloop, niet het geval.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
2. WETTELIJK KADER
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.
2.1 Gebiedsbescherming Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland.
2.2 Soortenbescherming Het nader onderzoek naar genoemde beschermde diersoorten voor het project is uitgevoerd in het kader van hoofdstuk 3 (soortenbescherming) van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogel- en habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten.
2.3 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Situering plangebied De planlocatie, Chaamseweg 4, bevindt zich ten zuidwesten van de kern van Gilze in de gemeente Gilze en Rijen. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven, landbouwgronden en enkele burgerwoningen. In onderstaande afbeelding een bovenaanzicht van de planlocatie met de hooimijt als 5 genummerd en rood omkaderd.
Bovenaanzicht plangebied met hooimijt in rood omkaderd. Bron google maps.
3.2 Hooimijt en omgeving Achter op het perceel van het plangebied staat een hooimijt met een oppervlakte van ongeveer 11 vierkante meter. De hooimijt bestaat uit vier palen van beton met daartussen aan drie zijden een halfsteens muurtje van ongeveer 50 cm hoog. Eén zijde is dichtgemaakt met damwandprofielplaten en het dak bestaat uit roestige stalen golfplaten die worden gedragen door een houten constructie. De hooimijt is voor ongeveer 80 centimeter hoogte gevuld met oud stro op houten balken. Tijdens het veldonderzoek op 9 augustus 2021 behorende tot de quickscan hebben ecologen van Brabant Eco holen waargenomen waarin marters een verblijfplaats zouden kunnen hebben
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938 Citaat uit rapportage: “Ook zijn er in het plangebied verschillende hagen, takkenrillen, een takkenhoop, een stapel hout en enkele buizen aanwezig die marters zouden kunnen gebruiken om zich te verplaatsen of om te schuilen. Er is in de omgeving geen water aanwezig, dus de kans dat er een bunzing of hermelijn zit is vrij klein. Deze soorten zijn voor een groot deel afhankelijk van water. Vlakbij bevindt zich wel een bos, waardoor er mogelijk wel boommarters zouden kunnen voorkomen. Ook de wezel en de steenmarter, die bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap leven zouden in het plangebied kunnen voorkomen.”
Hooimijt
Holen in het stro
Uitwerpselen in het stro
Hooimijt met berken en takkenhoop
achterliggend kleinschalig landschap
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
4. ONDERZOEK
4.1 Volledigheid van de inventarisatie Dit onderzoek is uitgevoerd volgens aanbevelingen uit de handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming . Een inventarisatie blijft echter altijd een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan de Wet natuurbescherming. Wat betreft het (voor)onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
4.2 Marters In het rapport aangaande de quickscan van Brabant Eco (2021-BE-0938) is vermeld dat er volgens het NDFF de boommarter waargenomen is in een straal van 1 kilometer om het plangebied en dat er drie marterachtigen zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied, de bunzing, steenmarter en wezel. Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Daarnaast stellen de verschillende marterachtigen vaak specifieke eisen aan hun omgeving.
Boommarter De boommarter heeft een voorkeur voor volgroeide gemengde bossen en naaldwouden. Ook laat hij zich weleens zien in loofbossen en op rotswanden. De boommarter waagt zich overdag niet buiten het bos, en mijdt dan open plekken in het woud. Ten zuidwesten van het plangebied op 120 meter afstand is een bosgebied met voldoende bomen om te dienen als habitat voor een boommarter.
Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Er zijn geen (middel)grote waterstructuren aanwezig in of in de nabijheid van het plangebied. Daarnaast zijn er wel bosgebieden aanwezig in de directe omgeving van het plangebied.
Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Het leefgebied van de steenmarter is relatief groot en de soort kan per nacht 10 tot 15 kilometer afleggen. Groenstroken heggen, bosjes, bermen en greppels zijn voor de steenmarter van belang omdat hij daar zijn voedsel zoekt. Deze biotoop is aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Vandaar dat het onderzoek uitgevoerd is om aan te tonen of uit te sluiten dat het plangebied een belangrijk essentieel onderdeel vormt van een verblijfplaats van de steenmarter.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt.
Hermelijn De Hermelijn heeft een voorkeur voor een waterrijke omgeving. In en rondom het plangebied zijn geen of weinig waterstructuren aanwezig. Er zijn wel holen aanwezig in het plangebied en daarom is er ook vooraf het voorkomen van schuilgelegenheid voor de hermelijn niet volledig uit te sluiten.
4.3 Inventarisatie Er zijn holen waargenomen waarin marters een verblijfplaats zouden kunnen hebben onder het stro in de hooimijt. Ook zijn er in en in de directe omgeving van het plangebied verschillende hagen, takkenrillen, een takkenhoop, een stapel hout en enkele buizen aanwezig die marters zouden kunnen gebruiken om zich te verplaatsen of om te schuilen. Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Vervolgonderzoek verschilt per martersoort welke mogelijk aanwezig is. Na het voorgaande habitatgeschiktheidsonderzoek heeft het onderzoek naar marters plaatsgevonden van augustus tot en met november 2021. Het onderzoek bestond uit inspectierondes naar sporen van marters in de hooimijt en de directe omgeving en het plaatsen van cameravallen in en direct nabij de hooimijt. De cameravallen zijn van 12 augustus tot 22 november 2021 actief geweest.
Cameravallen oftewel wildcamera’s bezitten een infraroodsensor welke contrast in warmtestraling detecteert en de camera activeert zodra een contrasterend object zich door het beeld beweegt. Deze apparaten kunnen gedurende een langere tijd en 24/7 een gebied monitoren op het voorkomen van zoogdieren, vogels en dergelijke. Onderzoek met cameravallen kan gedurende het hele jaar plaatsvinden. Voor de bunzing en de steenmarter worden vooral cameravallen gebruikt, waarbij de camera wordt opgehangen op een locatie waar de meeste kans is dat de marter wordt gezien. Voor de wezel en hermelijn is gebruik gemaakt van een marterbox De marterbox is een speciale kist waarin een wildcamera geplaatst wordt die zo is afgesteld dat de scherpteafstand voldoende verkleind is om een scherp beeld vast te leggen van een marterachtige die door een opengewerkte tunnel door de kist heen loopt. Deze box wordt ook wel een “Mostela cameraval” of marterkist genoemd. De marterbox oftewel Mostela cameraval 'vangt' dus niet fysiek de dieren, maar legt ze onder geoptimaliseerde omstandigheden vast op foto of video. Aan de hand van deze beelden kunnen soorten en zelfs individuen van dezelfde soort onderscheiden worden zonder de dieren daadwerkelijk te vangen. Bij deze marterbox hoeven de schuwe soorten hun dekking niet te verlaten waardoor de trefkans groter wordt.
Wanneer onderzoek wordt verricht in de periode waarop de dieren het meest actief zijn, te weten van maart tot en met augustus, worden de eenheden minimaal zes weken in het gebied geplaatst. Buiten de actieve periode, met minder trefkans, worden de eenheden verdubbeld en minimaal twaalf weken geplaatst. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de handreiking kleine marters van de Provincie Noord-Brabant (bijlage 1). Er is tijdens het onderzoek naar marterachtigen continue gewerkt met 3 cameravallen en een Mostela cameraval. Deze zijn op de meest kansrijke plaatsen geplaatst. Tijdens alle bezoeken ter controle van de camera’s is gezocht naar sporen van marters. Tijdens de bezoeken werden de te slopen hooimijt en de directe omgeving geïnspecteerd op het voorkomen van marterachtigen naast het inspecteren van de camera’s en marterbox.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938 Op 12 augustus 2021 is er een eerste sporenonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van marterachtigen. Tijdens dit onderzoek zijn er geen verse sporen van marterachtigen waargenomen. Bij het plaatsen van de cameravallen en marterbox op drie rustige en voor marterachtigen te verwachten plaatsen zijn geen sporen van marters aangetroffen. Op 16 en 23 augustus, 16 en 24 september en 29 oktober zijn de opstellingen van de camera’s en marterbox gecheckt en zijn de SD-kaarten en batterijen gewisseld. Op 22 november zijn de camera’s en marterbox weer opgehaald en niet meer terug geplaatst. Onderzoek
Begin datum
Uitvoeringen
0 1
12-08-2021 16-08-2021
2
23-08-2021
3
16-09-2021
4
24-09-2021
5 6
29-10-2021 22-11-2021
Sporenonderzoek naar aanwezigheid van marterachtigen. Plaatsen van marterbox en 3 wildcamera’s. Gebied controleren op sporen. Controle 1, verwisselen geheugenkaarten en zo nodig batterijen en plangebied controleren op verse sporen. Controle 2, plangebied controleren op verse sporen. SD-kaarten vervangen. Controle 3, verse sporen zoeken, hulpmiddelen strooien, SD-kaart wisselen. Controle 4, SD-kaart wisselen Ophalen wildcamera’s en marterbox. Eindcontrole plangebied op sporen, SD-kaarten uitlezen.
De cameravallen waren zowel s ’nachts als overdag actief en waren ingesteld om van passerende dieren video-opnames te maken. Gedurende de periode van 12 augustus tot 22 november hebben de cameravallen geen opnames gemaakt van marterachtigen. Met de cameravallen zijn alleen meerdere opnames gemaakt van diverse vogel- en zoogdiersoorten. In onderstaande afbeelding zijn de locaties van de geplaatste camera’s en de marterbox weergegeven. De camera’s 1 en 2 zijn gericht in de hooimijt op plaatsen waar mogelijk marters zouden kunnen komen (uitgang hol en nabij ingang in de hoek). Camera 3 is hoger geplaatst om ook vogels, waaronder uilen , waar te nemen. De vierde camera heeft opnames gemaakt in de marterbox. In de tabel daarna staat per de waargenomen vogels en zoogdieren met de camera’s en de waargenomen soorten in de marterbox.
Locaties van geplaatste wildcamera’s in blauw en marterbox in geel
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
4.4 Waarnemingen diersoort Eekhoorn Gaai Gewone dwergvleermuis Huismus Huiskat Koolmees Huis- of bosmuis Roodborstje Pimpelmees Steenuil Pad Winterkoning Zwarte roodstaart
Aantal in hooimijt 1 7 1 1 16 23 3
Aantal in marterbox
5
1 2 1 1 3 39
Overzicht van waarnemingen met wildcamera’s
In totaal zijn er 104 bruikbare opnames gemaakt waaronder 16 opnames van 4 verschillende zoogdieren, 77 opnames van 8 soorten vogels en 1 amfibie. Daarnaast zijn er nog diverse waarnemingen van werkzaamheden nabij de hooimijt en van spelende kinderen. Volledigheidshalve is tijdens het onderzoek gelet op de aanwezigheid van kleine zoogdieren en nestindicatief gedrag van overige gebouw bewonende soorten welke mogelijk aanwezig zijn nabij het plangebied. Er zijn waarnemingen van 4 verschillende soorten zoogdieren waargenomen. De eekhoorn 1 keer passerend, 3 verschillende huiskatten met in totaal 16 opnames, de gewone dwergvleermuis 1 keer foeragerend en 8 keer een huismuis of bosmuis, waarvan 5 keer in de marterbox. Daarnaast is er een keer een pad door de marterbox gekropen en zijn er 8 vogelsoorten waargenomen, waarvan de meeste opnames zijn van de zwarte roodstaart en koolmees. Er zijn geen verblijf- of nestplaatsen van waargenomen soorten mogelijk aanwezig in de hooimijt.
Opname van eekhoorn 29 oktober 8h12
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
Opname van zwarte roodstaart. 20 september 9h21
Steenuil Met de wildcamera in de hooimijt is eenmalig een steenuil aangetroffen. Nest- en rustplaatsen van steenuilen zijn jaarrond beschermd. Steenuilen zijn sterk verbonden aan het kleinschalige agrarische cultuurlandschap en het zijn uitgesproken standvogels. Ze verblijven het hele jaar in hun territorium. De vogels hebben relatief kleine territoria. Het activiteitengebied rond de nestplaats is slechts enkele honderden meters De meeste nesten van steenuilen zijn te vinden op erven van (voormalige) boerderijen. De nesten zitten daar onder het dak, in schuurtjes of vooral in een steenuil kast. Overdag verblijven de uilen tijdens rustperioden vaak op vaste roestplekken. Dit doen ze in de dekking van beplanting of gebouwen of in de nestholte.
Opname steenuil. 30 september 7h26
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
In de directe omgeving van de planlocatie hangt een kast voor steenuilen. Deze kast hangt aan een wilgenboom op de hoek van het nabijgelegen perceel van 4a. De kast was tijdens de bezoeken aan de planlocatie niet bezet. De coördinatie van uilen onder aansturing van het Brabants Landschap wordt in Gilze uitgevoerd door de uilenwerkgroep Gilze en Rijen. De vrijwilligers van deze UWG zetten zich in om de uilenpopulatie in de Gemeente te behouden. Voor steenuilen stelt het Brabants Landschap speciale nestkasten beschikbaar. De UWG plaatst deze kasten bij gastgevers die een geschikt biotoop/leefgebied hebben voor uilen. Verspreid over de 4 kerkdorpen van de Gemeente Gilze en Rijen zijn inmiddels een zeventigtal nestkasten geplaatst voor de steenuil en kerkuil. Jaarlijks worden de nestkasten gecontroleerd op broedsuccessen door leden van de UWG. De gegevens worden doorgegeven aan het Brabants Landschap, die voor deze soort de gegevens van de provincie verwerkt. Ook worden de gegevens doorgegeven aan de Gemeente Gilze en Rijen zodat zij m.b.t. Ruimtelijk Ontwikkeling rekening kunnen houden met de aanwezige broedterritoria. In goed overleg worden uilen en hun leefgebieden beschermd.
Om kennis en ervaring te delen over het voorkomen van uilen in en rond het plangebied is er op 3 november overleg geweest met deze uilenwerkgroep (UWG) over de voorkomende uilen in de omgeving van Chaamseweg 4. De UWG doet geen uitspraken waar precies kasten van uilen hangen in verband met baldadigheid en diefstal. Wel is er gemeld dat er in de nabije omgeving twee nestkasten voor steenuilen hangen, wat ruim voldoende is. Een daarvan is duidelijk zichtbaar vanaf de planlocatie omdat deze in de naastgelegen wilgenboom hangt . Deze wilgenboom wordt regelmatig gesnoeid en de kast hangt waarschijnlijk in het territorium van een andere kast. Dit zijn waarschijnlijk de redenen dat deze nestlocatie niet in gebruik is. De tweede, iets verder weg gelegen kast is jaarlijks positief bebroed. Na voorstellen en overleg is de UWG Gilze en Rijen voorstander om de nestlocatie Chaamseweg 4a te verplaatsen naar Chaamseweg 4, aan de achterzijde of zijkant van de schuur. Afgesproken is om bewoners met de UWG contact op te laten nemen. In onderstaande afbeelding is de huidige locatie van de kast met een rode ster aangegeven, de toekomstige locatie met een gele ster.
Afbeelding met locaties van steenuil kasten. Bron: Google maps
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
Overige soorten Tijdens de veldbezoeken zijn met name vliegende, rustende of foeragerende vogels waargenomen. De waargenomen soorten betreffen onder andere: zwarte roodstaart, koolmees, gaai en pimpelmees. Er zijn geen nesten en er is geen nestindicatief gedrag waargenomen van algemeen broedende vogels. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.
4.5 Conclusie marters Er zijn geen sporen gevonden die kunnen duiden op de aanwezigheid van marterachtigen. Er zijn geen prooiresten gevonden, geen loopsporen en geen uitwerpselen gevonden. Daarnaast zijn er bij de opnames met de cameravallen geen marters waargenomen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
5. RESULTATEN EN ADVIES
5.1 Resultaten Op basis van de resultaten van het sporenonderzoek en het onderzoek met de cameravallen, kan uitgesloten worden dat marterachtigen de te slopen hooimijt gebruiken als verblijfplaats. De te slopen hooimijt was ten tijde van het onderzoek van 12 augustus tot 22 november 2021 niet in gebruik door marters. Bij de sloop zijn dan ook geen negatieve effecten te verwachten. Op basis van het onderzoek met cameravallen marterbox naar marterachtigen aan de Chaamseweg 4 te Gilze kan worden geconcludeerd dat in de hooimijt geen verblijfplaats van marters aanwezig is en dat het plangebied geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van marterachtigen. Dit vanwege het beperkte voedselaanbod, de grote mate van verstoring (werkzaamheden en spelende kinderen) en hoge concentratie aan predatoren (drie verschillende huiskatten). De sloop van de hooimijt heeft geen effect op vaste rust- en verblijfplaats of essentieel leefgebied van marterachtigen en is daarmee niet van invloed op deze soortgroep. Een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk.
5.2 Conclusie Op basis van het sporenonderzoek en het onderzoek met cameravallen naar marterachtigen in de hooimijt aan de Chaamseweg 4 te Gilze kan worden geconcludeerd dat in de te slopen hooimijt geen verblijfplaats van marterachtigen aanwezig is en dat de sloop geen effect heeft op vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter, boommarter, wezel, bunzing of hermelijn. Er bevindt zich geen verblijfplaats van marterachtigen in de hooimijt, waardoor het uitgesloten is dat het plangebied een essentieel onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. Het leefgebied van de eenmalig waargenomen steenuil zal verbeteren door het verhangen van de aanwezige nestkast, dichter bij de Chaamse bossen en te slopen hooimijt en verder van de naburige kast.
5.3 Aanbevelingen Verwachting blijft wel dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van steenmarter en eventueel bunzing. Dit blijft ook na de ontwikkeling nog steeds voorhanden. Daarnaast wordt aanbevolen de voor de hooimijt gelegen aanwezige steen- en takkenhoop te behouden en te verbeteren als martertakkenhoop. De marter-takkenhoop dient droog en vrij van tocht te zijn. Het moet met natuurlijk materiaal, zoals blad, stro en dergelijke, gevuld worden. De takenhoop wordt aangelegd met 9 stoeptegels als vloer, muren van bakstenen (2-3 stenen hoog) en 9 stoeptegels als plafond. Daarbovenop komt een laag van minimaal 0,5-1 m takken of snoeiafval (hoe meer hoe beter). Drie of minimaal twee in/uitgangen kunnen in de muren worden uitgespaard. Zie onderstaande afbeelding.
Tekening van een marter-takkenhoop. Bron: zoogdiervereniging
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het verwijderen van de vegetatie en opgeslagen stro en bij graafwerkzaamheden een kant op worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Aangetroffen egels dienen bijvoorbeeld voorzichtig naar een veilige gelijkwaardige locatie buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden te worden verplaatst. De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Bij onvoorziene omstandigheden dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Nader onderzoek marterachtigen Chaamseweg 4 Gilze BE-0938
6. BRONNEN 1. RESULTATEN EN ADVIESBRONNEN
Vooronderzoek Quick scan Brabant Eco met nummer 2021-BE-0938 d.d. 20 augustus 2021 Websites www.brabant.nl www.checklistgroenbouwen.nl www.natuurmonumenten.nl www.NDFF.nl www.rijksoverheid.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.brabantslandschap.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl
o
Als bijlage 1 is toegevoegd de handreiking kleine Marters in relatie tot soortbescherming van provincie Noord-Brabant
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17