CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant 2021-2024

Raadscommissie Ruimte 21 september 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:12.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

gebruiker centraal

inclusief

vergroten van de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van plannings- en informatie(systemen) voor gebruikers

gebruiker centraal

Inclusief; slim en efficiënt

verminderen van de vertraging in reistijd in stedelijke gebieden en rondom logistieke en leisure-hotspots

gebiedsgericht

robuust en betrouwbaar

op orde houden van de wegen en fiets- en wandelinfrastructuur, ‘basis op orde’-inspanningen

gebiedsgericht

robuust en betrouwbaar

verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod van (kleinschalig) openbaar vervoer (in tijd, plaats en capaciteit) in kleine kernen

gebiedsgericht

slim en efficiënt

Tabel 6: de investeringsagenda. 36

37

Hoofdstuk 6

Aanpak en samenwerking

38

39

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Aanpak en samenwerking

6.1 Programmatische aanpak Er staan in deze beleidsagenda ambities die we niet in 1 bestuursperiode kunnen bereiken. Maar ze zijn wel belangrijk om de leefbare, aantrekkelijke en dynamische regio te blijven die we zijn. We zetten onze kennis, kunde en karaktereigenschappen graag in samenwerking met de partners in. Doel is om een duurzaam en slim mobiliteitssysteem tot stand te brengen. Daarom richten we onze blik op de langere termijn. Dat vraagt om een gestructureerde aanpak die verschillende bestuursperioden overbrugt. Deze Regionale Beleidsagenda Mobiliteit is een belangrijke bouwsteen voor: • de Regionale Mobiliteitsagenda Hart van Brabant; • de programmatische aanpak van de mobiliteitstransitie in Hart van Brabant. Met de programmatische aanpak zorgen we dat we onze doelen en opgaven voor de 5 ambities halen. Daarvoor moeten we verschillende activiteiten uitvoeren. Denk aan het vertalen van de agenda van de regio naar gemeentelijk beleid en inspanningen. Of aan het uitwerken van de opgaven/inspanningen op regioniveau met de provincie samen. Dat werken we uit in projecten, creatieve processen, beslissingen, onderzoeken en metingen.

Schema 1: de gelaagde opbouw van de programmatische aanpak van de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant 2021-2024. 40

visie 2030 ambitie

ambitie

ambitie

ambitie

ambitie

Al doende ontdekken we welke activiteiten op een bepaald moment het meest bijdragen aan de doelen. We leven immers in een complexe maatschappij. Daarin zijn effecten van activiteiten niet altijd vooraf goed in te schatten.

Gelaagde opbouw

schoon, stil en gezond

veilig

inclusief

robuust en betrouwbaar

slim en efficiënt

doelen en opgaven tot en met 2024 uitgewerkt vanuit de invalshoeken gebruiker centraal datagestuurd - gebiedsgericht

deelagenda’s onderzoeksagenda

experimenteer- en innovatieagenda

lobbyagenda

investeringsagenda

Regionaal Mobiliteitsprogramma met jaarlijkse inspanningen (geen onderdeel van deze beleidsagenda)

Dat geldt zeker voor de mobiliteitstransitie. Of die slaagt, hangt voor een belangrijk deel af van de gedragsverandering van de gebruikers. Welke inspanningen kunnen we het beste inzetten om de gewenste gedragsverandering tot stand te brengen? Dat zullen we in veel gevallen nog moeten onderzoeken. Daarover is nog veel niet bekend. Of we zullen dat samen met de belangrijkste partners nog moeten bepalen. Daarom ligt het accent van deze beleidsagenda op visie en ambities, vertaald in doelen en opgaven. Het uitwerken in inspanningen volgt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. We kiezen voor een programmatische aanpak. Die legt de verbinding tussen de inspanningen voor de eerstvolgende jaren en de visie/ambities tot 2030. Zo ontstaat er een gelaagde opbouw. Zie schema 1. Deze aanpak biedt veel meer ruimte voor innovatie, experimenten en verschillende samenwerkingsvormen. Dat sluit goed aan bij de karakteristieken van Hart van Brabant. Wij zijn immers sociale ondernemers en creatieve doeners. Dat betekent dat wij integrale keuzes maken in beleid en uitvoering. Dat gebeurt in samenwerking met ondernemers, onderwijs, overheid en maatschappelijke organisaties. We testen vernieuwende oplossingen uit. Als uit metingen blijkt dat ze werken, zetten we ze breder uit tot een nieuwe standaard. Zo groeien wij meetbaar en merkbaar.

6.2 Uitvoering en monitoring Deze beleidsagenda brengt richting en focus aan in de gemeenschappelijke mobiliteitsopgaven van de regiopartners. Dit krijgt op de volgende manieren vorm: • We vertalen de visie/ambities voor 2030 naar opgaven voor de periode 2021-2024. • De bestuurders dragen met hun keuzes bij aan de ambities tot 2030. • Bij de bepaling van de opgaven en vertaling daarvan in inspanningen, gaan we altijd uit van 3 invalshoeken. Dat zijn ‘de gebruiker centraal’, ‘datagestuurd’ en ‘gebiedsgericht’. • Elk jaar bepalen we wat de inspanningen zijn om aan de opgaven te werken. Die volgen uit de Regionale Mobiliteitsagenda Hart van Brabant (RMA) en komen in het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). Dat pakken we samen met de provincie op. • We kunnen inspanningen die buiten het RMP vallen ook zelf, in de regio, agenderen. Dus zonder de samenwerking met de provincie. Op die manier verliezen we de inhoudelijke keuzes uit deze beleidsagenda niet uit het oog. • De opgaven en inspanningen delen we toe naar 4 deelagenda’s. Dat zijn de onderzoeksagenda, de experimenteer- en innovatieagenda, de lobbyagenda en de investeringsagenda. • We evalueren de opgaven uit de beleidsagenda jaarlijks. Waar nodig volgt een actualisatieslag. Ook zetten we nieuwe inspanningen op de agenda voor het volgende jaar.

• We spreken van een regionale inspanning als: • er minimaal 3 regiopartners meedoen; • 1 van de regiogemeenten een project uitvoert met meerwaarde voor de regio; • alle gemeenten uitwerking geven aan regionale afspraken (bijvoorbeeld lokale vertaling en uitvoering van regionaal EV-laadpalenbeleid). • We vertalen de programmeringsafspraken waar nodig naar financiële afspraken. Er komt een financiële bijdrageregeling op opgave- en programmaniveau. Die vervangt de huidige subsidieregeling Verkeer en Vervoer. We maken deze afspraken met de provincie vanuit de RMA en met het Rijk indien nodig.

Afstemming De vertaling van opgaven naar concrete inspanningen verdeeld over 4 deelagenda’s kent een eigen dynamiek. Want die inspanningen kunnen bewegen door de deelagenda’s heen. Bijvoorbeeld van de onderzoeksagenda naar de investeringsagenda. Daarnaast kunnen ze door actuele ontwikkelingen een andere status krijgen. Ook kan het gebeuren dat nieuwe inspanningen zich aandienen.

6.3 Samenwerking Binnen de regio Regio Hart van Brabant wil uitblinken in duurzame ontwikkeling. Onze missie is dat wij economische, ecologische en sociale groei combineren. We ontwikkelden in 2018 de Strategische Meerjaren Agenda (SMA). Die beschrijft de missie, visie en strategie van de regionale samenwerking voor de periode 2019-2024. De besturen van Regio Hart van Brabant, Midpoint Brabant én alle betrokken gemeenteraden stelden de SMA vast. 41

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Aanpak en samenwerking

Vanuit de SMA werken we met 3 programma’s: Mens & Samenleving

Leefomgeving & Milieu

Economie

We doen dat op zo’n manier dat welvaart en welbevinden elkaar op de juiste manier ontmoeten. We geven invulling aan deze programma’s aan de hand van 3 samenwerkingsprincipes die richting geven aan onze strategie: • we werken aan een slimme samenleving met maatschappelijke en ecologische meerwaarde; • we werken aan een slimme economie met hoog economisch rendement; • we doen dat vanuit kennis, kunde én karakter. We hebben daarbij steeds de duurzame ontwikkeling van samenleving en economie voor ogen. Mobiliteit is binnen de Hart van Brabant-samenwerking onderdeel van het programma Leefomgeving & Milieu. De gemeenten werken daarvoor samen in: • het ambtelijk overleg; • het portefeuillehoudersoverleg; • het combi portefeuillehoudersoverleg fysiek (onze bestuurders en die van Milieu, Economie en ROV). 42

Buiten de regio Buiten Hart van Brabant werken we samen met Rijkswaterstaat, de politie en provincie Noord-Brabant. Er is regelmatig overleg tussen alle mobiliteitsregio’s, Brabantstad en de provincie. Ook werken de bestuurlijke tafels van de mobiliteitsregio’s (GGA’s) en het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) samen. Dat gebeurt tijdens de regionale bestuurlijke ontwikkeldagen. Daaraan nemen wethouders, provinciebestuurders en bestuurders van de waterschappen deel. We bepalen dan samen de richting en maken uitvoeringsafspraken vanuit de integrale benadering.

De ontwikkeldagen zullen uitgroeien tot omgevingsoverleggen. Dat gebeurt in het licht van de Omgevingswet. We gaan dan samen met de provincie gebiedsagenda’s en later regionale omgevingsagenda’s opstellen. Daaruit vloeien dan onder meer de jaarlijkse Regionale Mobiliteitsprogramma’s voort. Daarin staat ook de vertaling van de klimaatopgaven naar concrete inspanningen op het gebied van de mobiliteit.

Dansen tussen de schalen en tafels

De infrastructuur is als een gelaagd netwerk. Daarbij zijn de lagen in knopen en zogenaamde mobility hubs verbonden. Dit netwerk kent daarnaast verschillende gebruikers en beheerders. We moeten dus kijken naar verschillende schaalniveaus met verschillende partners. We zoeken blijvend naar het passende niveau waarop we mobiliteitsvraagstukken kunnen agenderen. Dat kan nationaal, provinciaal of regionaal zijn. Daarna bepalen we wat de passende overlegtafel is. We noemen dat ‘dansen tussen de schalen en tafels’.

Mobiliteit verbindt. Dat betekent dat mobiliteitsvraagstukken al snel gemeentegrens-overschrijdend zijn.

Focus op keuzes en ruimte voor accenten De beleidsagenda is een uitwerking van de SMA. De agenda houdt ons scherp op strategisch niveau. Het biedt ons houvast bij te maken keuzes voor de kortere en de langere periode. Daarmee is deze beleidsagenda een basis voor continuïteit in regionale samenwerking en uitwerking. De agenda biedt tegelijk voldoende ruimte om accenten te leggen binnen de strategische keuzes. Daardoor kan de uitvoering van deze agenda aansluiten bij andere documenten. Denk bijvoorbeeld aan de: • agenda Slimme en Duurzame Mobiliteit Brabant; • Mobiliteitskoers 2030 die de provincie in 2020 maakt; • toekomstige omgevingsagenda’s. De regiopartners spreken af dat zij jaarlijks afspraken maken op opgave- en projectniveau. Deze meerjarenagenda is daarvoor de basis. Het gaat om afspraken met elkaar: • binnen de Hart van Brabant-samenwerking; • via de bestuurlijke ontwikkeldagen met de provincie Noord-Brabant als belangrijke samenwerkingspartner. Samen bewaken we zo een samenhangende lijn tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau.

Samenwerking met studenten Deze agenda kent per ambitie een set doelen. Die hebben we vertaald naar opgaven en inspanningen voor de komende jaren. Dit in het verlengde van de TELOS-aanpak in de SMA. We willen de doelen die we stellen kunnen meten. Om die reden is het belangrijk om de nulsituatie in kaart te brengen. We willen inzicht in data die voorhanden is. Ook willen we het verplaatsingsgedrag naar, door en in onze regio beter leren kennen. Daarbij willen we meer te weten komen over welke prikkels leiden tot (gewenste) gedragsveranderingen. We staan als regio voor veel nieuwe opgaven. Die brengen onzekerheden met zich mee. Daarom is het extra belangrijk om snel (2021) in te zetten op het vergroten van inzichten. Dan kan binnen de onderzoeksagenda. We willen een thermometer ontwikkelen. Die geeft voor de ambities waaraan we gaan werken aan of we met onze opgaven en inspanningen op de goede weg zitten. Voor het opzetten en uitvoeren van onderzoek dat daarbij hoort, maken we afspraken met BUas. We hebben een goede werkrelatie met deze Breda University of Applied Sciences. Dat geldt ook voor de provincie Noord-Brabant, de gemeente Tilburg en Regio Hart van Brabant. De afspraken gelden voor de hele doorloopperiode van deze beleidsagenda. We zetten studenten in. Zij brengen de nulsituatie in kaart en monitoren de impact van de opgaven en afgeleide inspanningen.

43

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Achtergrondinformatie

dan naar ‘s-Hertogenbosch. De bus ontsluit alle overige kernen. Overdag is de frequentie laag en ‘s avonds en in het weekeinde rijden de bussen soms helemaal niet. De grootste publiekstrekker in de regio, de Efteling, ligt op meer dan 10 kilometer van het dichtstbijzijnde intercitystation. Dat is in Tilburg. De tweede trekker, Beekse Bergen, ligt op iets meer dan 5 kilometer van dat station.

Achtergrondinformatie

Fietsnetwerk

1. Schets van Hart van Brabant Hart van Brabant kenmerkt zich door een combinatie van stedelijke en landelijke gebieden. Waalwijk en Tilburg zijn de grotere, stedelijke kernen met de N261 en F261 als verbindingsaders. Rond deze stedelijke kernen liggen

44

stukken en kwaliteiten. Waalwijk etaleert als middelgrote gemeente een bovengemiddelde economische dynamiek. De kleinere gemeenten profileren hun landelijke kenmerken met aantrekkelijke woonmilieus en ruimte voor landbouw, natuur en recreatie. Zij oriënteren zich voor werk en voorzieningen op grote steden en (minder) buiten de regio.

kleinere gemeenten. Die bestaan uit dorpen en veel landelijk gebied. Bijzonder aan de regio is de aanwezigheid van: • een groot aantal natuurgebieden en wisselende landschappen; • 2 grote attractieparken als trekkers van een uitgebreid leisure-aanbod; • sterke concentraties logistiek bij Tilburg en Waalwijk die samen 1 van de hotspots in Nederland vormen. We koesteren onze fysieke leefomgeving als een vitaal leisure-landschap. Dat vormt de basis voor een gezonde samenleving met meer welzijn.

Water

Tilburg heeft als zevende gemeente van Nederland grootstedelijke kenmerken met daarbij horende vraag-

Hart van Brabant ligt gunstig ten opzichte van de Randstad, de Vlaamse Ruit en het Rijn-Ruhrgebied. De regio is een belangrijke hub in het mondiale goederenvervoer:

De mobiliteit in de regio groeit de volgende jaren; richting de attractieparken en vanuit de logistiek.

• tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen; • als poort naar het Europese en Chinese achterland (One Belt - One Road). De Maas en het Wilhelminakanaal verbinden Waalwijk en Tilburg over het water met de genoemde havens.

Goederencorridor De A58 en A59 en spoorlijn Breda-Tilburg-Eindhoven zijn belangrijke dragers van de internationale goederencorridor door de regio. Dit verklaart waarom de goedereninfrastructuur zich vooral van oost naar west heeft ontwikkeld. Dwars daarop vormt de N261/N269 (Waalwijk-Tilburg-Turnhout) de enige doorgaande noord-zuid verbinding in de regio zelf. De A27, A58, A59 en in mindere mate de N261 zijn congestiegevoelige routes. Verkeer van buiten de regio (goederenvervoer door de regio en recreatief verkeer naar de regio) bepaalt dat voor een belangrijk deel.

Spoor Door het vervoer van gevaarlijke stoffen op de Brabantroute is er groot veiligheidsrisico ontstaan. Daarnaast nemen door goederenvervoer op deze route de trillingen en geluidsoverlast toe. Het spoor (met stations in Gilze en Rijen, Tilburg en Oisterwijk) heeft steeds meer te maken met de hoge belasting ervan. Ook neemt de oversteekbaarheid van het spoor af. De volle spoorlijnen zorgen daarnaast voor overvolle treinen met reizigers richting de andere steden in Brabant en erbuiten. Het is opvallend dat het noorden van Hart van Brabant geen spoorinfrastructuur heeft. Hierdoor is het niet mogelijk om het logistieke cluster van Waalwijk op de spoormodaliteit aan te sluiten.

De regio heeft een fijnmazig fietsnetwerk. Dat biedt de mogelijkheid om bijna elke locatie op de fiets te bereiken. We investeren in verschillende snelfietsroutes. Dit om het gebruik van de (elektrische) fiets voor verplaatsingen tussen de kernen en woon- en werkgebieden te verhogen. Ook het gebruik van de elektrische fiets over een wat langere afstand willen we hiermee stimuleren. Op NS-stations en het busstation Waalwijk zijn OV-fietsen beschikbaar. Daarnaast nemen experimenten met fietsdeelsystemen als Hopperpoint en het recreatief fietsdeelsysteem Ervaar Brabant toe.

Busvervoer Voor het busvervoer vormt de regio samen met Noordoost Brabant een concessie, gegund aan Arriva. De buslijnen met de hoogste frequentie liggen op de as Tilburg-Loon op Zand-Efteling-Kaatsheuvel-Waalwijk en 45

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Achtergrondinformatie

Verkeersveiligheid De verkeersveiligheid is in heel Brabant een aandachtspunt. Na jarenlang dalen stijgen de ongevalscijfers weer. Daarbij blijken vooral fietsers en ouderen de kwetsbare groepen te zijn. Er vallen ook naar verhouding veel doden in het verkeer onder jongeren en jongvolwassenen (15 tot 29 jaar). Door gebrek aan ervaring overschatten zij vaak hun eigen vaardigheden. Daardoor hebben zij 3 keer zo veel kans op een ongeluk met dodelijke afloop. We bespreken de beleidsinzet voor verkeersveiligheid in de regio aan de regionale overlegtafels.

We zien ook in Hart van Brabant dat de mobiliteit invloed heeft op de kwaliteit van de leefomgeving. Hiernaast staan 3 kaartjes uit de atlas voor de leefomgeving opgenomen. Hierop staat de uitstoot van stikstof, NOx en geluid door mobiliteit verbeeld. Afbeelding 4: fijnstofconcentraties in 2016.

46

Afbeelding 5: concentraties NOx in 2016.

Afbeelding 6: geluidbelasting in de regio door weg- en spoorverkeer.

47

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Achtergrondinformatie

2 Trends en ontwikkelingen We staan stil bij trends en ontwikkelingen die invloed hebben op het mobiliteitssysteem in Hart van Brabant. Met die kennis kunnen we een koers uitzetten voor de lange termijn (2030). Zo kan de regio vooruitzien op mogelijke veranderingen.

Demografische ontwikkelingen • Veel gebieden krijgen te maken met een bevolkingskrimp. Dat gebeurt vooral aan de randen van Nederland. We verwachten voorlopig weinig tot geen bevolkingskrimp in de Hart van Brabant-gemeenten. Zelfs juist een (lichte) bevolkingsgroei in meer stedelijke gemeenten, zoals Tilburg. • De samenstelling van de bevolking verandert. Want de levensverwachting stijgt en het aantal geboorten neemt af. Dat betekent dat ook in Hart van Brabant de bevolking vergrijst. • Door de vergrijzing verandert het verplaatsingsgedrag van minder regelmatig woon-werk verkeer naar meer onregelmatige vrijetijdsverplaatsingen.

• We verwachten dat het autoverkeer toch nog licht blijft groeien tot 2030. • De deelname van de vergrijzende bevolking aan het verkeer neemt toe, bijvoorbeeld op de elektrische fiets. • Ouderen gaan zich steeds vaker en verder verplaatsen. Dat kan onder meer bijdragen aan een gelijkmatigere verspreiding van (auto)verkeer over de dag. En dus ook aan een (lichte) toename van het aantal verkeersslachtoffers. • Ontwikkelingen op het gebied van flexibilisering en individualiseren zetten ook door. Meer mensen zullen

single zijn. Het aantal huishoudens groeit maar het aantal gezinsleden neemt af. Reizigers willen zich meer op maat kunnen verplaatsen. Dit gaat mogelijk samen met een verschuiving in de voorkeur voor bezit naar gebruik van voertuigen.

Technologische ontwikkelingen en digitalisering • ICT en het gebruik van big data bieden kansen voor nieuwe vormen van vervoer en nieuwe mobiliteitsconcepten.

• Mobiliteit verandert steeds meer in een dienst, Mobility as a Service (MaaS) genaamd. Daarbij staan deelconcepten en ketenverplaatsingen meer centraal. Dat hoort bij de verschuiving van bezit naar gebruik. Dat gebeurt zeker in gebieden met een hoogwaardig aanbod openbaar vervoer. • Intelligent Transport Systems (ITS) stellen ons in staat om de verschillende onderdelen van multimodaliteit te koppelen. En om die onderdelen beter op elkaar aan te laten sluiten. Dus beschikbare (digitale) informatie over reizigers, verschillende vervoermiddelen en infrastructuur aan elkaar te verbinden. Dat vergroot de veiligheid en de gebruiksvriendelijkheid van het mobiliteitssysteem. • Het gebruik van big data is het meest kansrijk op regioniveau. Daar verzamelen we namelijk meer cijfers en leggen we meer verbanden dan op lokaal niveau. Regionale kennispartners, zoals Tilburg University, kunnen helpen bij het ontwikkelen van een ‘sociaal algoritme’. Daarmee kunnen we de voorspellende data gebruiken voor beleid.

Klimaatverandering en gezondheid • Het klimaat verandert en mensen zijn zich steeds meer bewust van de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering. • We moeten het hoofd bieden aan de klimaatverandering. Transities in het energie- en mobiliteitssysteem staan daarbij centraal. De meeste inspanningen richten we op het terugdringen van de CO2-uitstoot. • In het overheidsbeleid staat de transitie naar nul-emissie mobiliteit de komende jaren centraal. De overheid zet in op onder meer schonere voertuigen, modal shift en gedragsverandering. Positieve bijvangst kan het 48

vergroten van de verkeersveiligheid zijn. • Ook het gezondheidsbewustzijn neemt toe. Het verkeer op de weg veroorzaakt veel uitstoot. Dat zorgt mede voor blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide. Schone, emissievrije mobiliteit krijgt steeds meer de aandacht.

Economie en consumptie • De verwachte stijging van de welvaart betekent een groei van de vrijetijdseconomie. Dat onderstreept het belang dat we de bereikbaarheid van recreatie-

voorzieningen in de regio vergroten. Denk aan de Efteling, Loonse en Drunense Duinen en Beekse Bergen. Maar ook aan de kernen waarin veel spelers in de vrijetijdseconomie zijn geconcentreerd. • De vrijetijdseconomie in Hart van Brabant groeit jaarlijks met meer dan 7%. We tellen 14.000 banen, meer dan 2.100 ondernemingen in de leisure-sector en elk jaar 10 miljoen dagrecreanten. De toeristische en recreatieve sector zijn een magneet voor de regionale economie.

49

Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Achtergrondinformatie

• De Efteling en Beekse Bergen zijn de hoofdrolspelers van de leisure-bedrijvigheid in onze regio. Ook het landschap met de bossen en vennen rond Oisterwijk en de Loonse en Drunense Duinen trekken veel dag- en verblijfstoeristen. Tel daar de grotere en kleinere culturele activiteiten en het museumaanbod bij op. Dat leidt allemaal tot een groei van het nu al grote aandeel van het vrijetijdsverkeer in de totale mobiliteit. Dat is namelijk een kwart van de verplaatsingen in de avondspits.

• Flexibilisering van werk maakt dat we in de toekomst minder plaatsgebonden werken. En dat woon-werkverplaatsingen diverser worden wat betreft afstand, vorm en frequentie. • Het totaal aan transportbewegingen in de regio blijft groeien. Zo neemt stadslogistiek toe. Dat komt door het veranderend koopgedrag van de consument. Het aantal online aankopen (e-commerce) neemt toe. Het terugsturen van artikelen is steeds makkelijker en komt steeds vaker voor. Ook de transacties tussen

particulieren onderling groeit. De groei van de logistieke sector in Tilburg en Waalwijk leidt tot meer vrachtverkeer. Over het water, spoor en zeker ook over de weg. Deze trends en ontwikkelingen maken dat het mobiliteitssysteem onder druk staat. Er komen meer inwoners bij. Het aantal verplaatsingen stijgt. Daar komt bij dat de negatieve effecten van mobiliteit toenemen of meer zichtbaar worden. De Hart van Brabant-bewoners zijn zich daar steeds meer van bewust. Zij oefenen druk uit op beleidsmakers om hier iets aan te doen. Een deel de oplossing zit in het gebruik van big data en innovatieve technieken. Die maken dat het mobiliteitssysteem slimmer en efficiënter functioneert. Dat gebeurt al op kleine schaal. Maar het is nog een uitdaging om dat daadwerkelijk op grote schaal toe te passen. We zullen op een andere manier naar mobiliteit moeten leren kijken. We gaan daarbij ook de negatieve aspecten van een alsmaar groeiende mobiliteit betrekken. Het is onontkoombaar dat we daarbij ook minder populaire inspanningen moeten overwegen. Hoe dan ook gaan we de mobiliteitstransitie in goede banen leiden. Daarvoor hebben we deze Regionale Beleidsagenda Mobiliteit ontwikkeld.

50

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449407/1