Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant 2021-2024
Tekst van het document
Mobiliteit op maat Hart van Brabant: leefbaar en bereikbaar
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024
Inhoudsopgave Samenvatting
4
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Introductie Verbonden met andere beleidskaders Leeswijzer
7 8 11 12
Colofon
Hoofdstuk 2 Een andere benadering 2.1 Focus op nieuwe mogelijkheden 2.2 Gebruiker centraal, datagestuurd en gebiedsgericht
15 16 19
opdrachtgever regionale samenwerking mobiliteit Hart van Brabant
Hoofdstuk 3 Visie op en ambities voor de mobiliteit 3.1 Onze visie: het streefbeeld voor 2030 3.2 Onze ambities
23 24 26
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Doelen en opgaven Schoon, stil en gezond Veilig Inclusief Robuust en betrouwbaar Slim en efficiënt
27 28 29 30 31 32
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4
Deelagenda’s De onderzoeksagenda De experimenteer- en innovatieagenda De lobbyagenda De investeringsagenda
33 34 35 36 36
credits van een groot deel van de gebruikte foto’s Regio Hart van Brabant/VanBerkel.studio
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Aanpak en samenwerking Programmatische aanpak Uitvoering en monitoring Samenwerking
39 40 41 41
credits coverfoto Ton van Rooij
Achtergrondinformatie 1. Schets van Hart van Brabant 2. Trends en ontwikkelingen
44 44 48
oplage 50 opstellen beleidsagenda Royal HaskoningDHV herschrijven tot leesniveau B1 en eindredactie www.penenpotlood.nl vormgeving www.kikkesite.nl
2
3
Samenvatting In Hart van Brabant werken we op het
nieuwe beleidsagenda. Deze Regionale
gebied van mobiliteit nauw samen.
Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 is
De samenwerkingspartners zijn de
méér dan een actualisatie van zijn
8 regiogemeenten, de provincie Noord-
voorganger. Want ‘de wereld’ en dus
Brabant, politie en Rijkswaterstaat (RWS).
daarmee ook de opgaven veranderden
Deze partners maken elke 4 jaar een
de afgelopen jaren flink.
Eerder hadden we vooral aandacht voor betere bereikbaarheid van en in onze regio, leefbaarheid en verkeersveiligheid. We verleggen onze aandacht nu meer naar de ambities voor het klimaat, duurzaamheid, gezondheid en inclusiviteit. Dit vraagt om een nieuwe aanpak van onze beleidsagenda: meer strategisch en integraal aangepakt. Zo blijft regio Hart van Brabant ook in de toekomst leefbaar en bereikbaar. We dragen daarmee op het vlak van mobiliteit ook meteen bij aan de (inter)nationale klimaatafspraken.
Deelagenda’s
Ambities
Nauwe samenwerking
Onze visie richt zich op 2030. Dat is de stip op de horizon. De visie schetst de belangrijkste kenmerken van het gewenste mobiliteitssysteem waar we naar toe willen werken. Daarvoor hebben we voor de komende 10 jaar 5 ambities voor de mobiliteit in Hart van Brabant geformuleerd: • schoon, stil en gezond • veilig • inclusief • robuust en betrouwbaar • slim en efficiënt.
Het realiseren van de regionale ambities is een forse uitdaging. Daarvoor is nauwe samenwerking tussen de provincie, gemeenten en de belangrijkste partners in de regio nodig. Dat vraagt om een perspectief voor de lange periode. Daarnaast is er een gestructureerde aanpak nodig die meerdere bestuursperioden overbrugt.
We hebben de opgaven uitgewerkt in 4 deelagenda’s. Dat zijn de onderzoeksagenda, experimenteer- en innovatieagenda, lobbyagenda en investeringsagenda. Die vormen samen een adaptieve agenda. Dat betekent dat we elk jaar kunnen bijsturen en/of aanvullen waar nodig. Die veranderingen vertalen we in het jaarlijks uitvoeringsprogramma met inspanningen. De stikstof- en coronacrisis laten zien hoe belangrijk het is om het beleid aan te willen/kunnen passen.
Opgaven Om deze ambities te halen, hebben we ze vertaald naar doelen en opgaven voor de periode 2021-2024. Dat brengt ons dichterbij waar we willen staan in 2030. Zónder de uitdagingen in het hier en nu te vergeten. We benaderen de opgaven waar mogelijk vanuit de invalshoeken gebiedsgericht, de gebruiker centraal en datagestuurd. Zo proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoeften en kenmerken van de regio.
4
4
5
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Samenvatting
Tot slot: deze beleidsagenda vormt een belangrijke basis voor afspraken met de provincie. Die staan voor de komende jaren in de Regionale Mobiliteitsagenda Hart van Brabant (RMA 2021-2024). Die agenda zoomt in op de gemeenschappelijke opgaven die we samen willen uitwerken in de regio. Elk jaar maken we samen met de provincie het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Hart van Brabant. Dat is de vertaling van de opgaven naar concrete onderzoeken, experimenten, lobby’s en investeringen. We gaan leren om op een andere manier naar mobiliteit te kijken. Zo leiden we de mobiliteitstransitie in goede banen. En zijn we samen en goed op weg naar een leefbaar en bereikbaar Hart van Brabant. Ook in 2030!
visie 2030 ambitie
ambitie
ambitie
ambitie
ambitie
schoon, stil en gezond
veilig
inclusief
robuust en betrouwbaar
slim en efficiënt
doelen en opgaven tot en met 2024 uitgewerkt vanuit de invalshoeken gebruiker centraal datagestuurd - gebiedsgericht
Hoofdstuk 1 deelagenda’s onderzoeksagenda
Schema 1: de gelaagde opbouw van de programmatische aanpak van de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant 2021-2024. 6
experimenteer- en innovatieagenda
lobbyagenda
investeringsagenda
Inleiding
Regionaal Mobiliteitsprogramma met jaarlijkse inspanningen (geen onderdeel van deze beleidsagenda)
fotograaf Ton van Rooij
7
Samenvatting
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Inleiding
De ‘wereld van de mobiliteit’ veranderde de afgelopen jaren flink. Dus ook wat ons te doen staat. We kiezen daarom voor een andere aanpak. We programmeren voor de korte periode adaptief. Dat betekent: slim omgaan met onzekerheden en kansen en meebewegen met ontwikkelingen. Door niet te doen alsof de toekomst vastligt, maar een stap voor stap aanpak te hanteren. Zo werken we toe naar het gewenste toekomstbeeld op de langere termijn. Dat maakt dat we tussentijds kunnen bijstellen en inspelen op veranderingen. Daarmee heeft deze beleidsagenda een sterk strategisch karakter. Het is een agenda waarmee we op tijd kunnen voorsorteren op ontwikkelingen op lange termijn.
Meer integraal
De stip in 2030
Regio Hart van Brabant stelde in 2018 een nieuwe Strategische Meerjaren Agenda (SMA) vast. De mobiliteitsopgaven van de regio staan daarin meer integraal opgenomen dan daarvoor. Leefomgeving Ze maken nu onderdeel uit van het & Milieu programma Leefomgeving & Milieu. Ook buiten Hart van Brabant is een integrale benadering een must. De veranderende samenwerkingsverbanden tussen overheden, tussen beleidsvelden en met de belangrijkste stakeholders vereisen dat.
Onze visie op mobiliteit richt zich op 2030. Dat is de stip op de horizon. De visie schetst de belangrijkste kenmerken van het gewenste mobiliteitssysteem waar we naar toe willen werken. Dat is een systeem dat bijdraagt aan een leefbaar en bereikbaar Hart van Brabant.
Mobiliteit
Eerder hadden we vooral aandacht voor het verbeteren van bereikbaarheid van en in onze regio, leefbaarheid en verkeersveiligheid. We verleggen onze aandacht nu naar de ambities voor het klimaat, duurzaamheid, gezondheid en inclusiviteit. Dit vraagt om een nieuwe aanpak van onze beleidsagenda: strategisch en integraal. Zo blijft regio Hart van Brabant ook in de toekomst leefbaar en bereikbaar. We dragen daarmee ook op het vlak van mobiliteit bij aan de (inter)nationale klimaatafspraken.
We hebben voor de periode 2018-2020 geen nieuwe beleidsagenda gemaakt. Dit komt omdat de provincie Noord-Brabant vanaf 2018 haar nieuwe mobiliteitsstrategie voorbereidde. We willen ons beleid laten aansluiten op dat van de provincie. Er ontstond ook steeds meer duidelijkheid over de relatie tussen de strategie mobiliteit en de Omgevingswet.
Regio Hart van Brabant, met als deelnemende gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. (bron: provincie Noord-Brabant)
1.1 Introductie In Hart van Brabant werken we op het gebied van mobiliteit nauw samen. De samenwerkingspartners zijn de 8 regiogemeenten, de provincie Noord-Brabant, politie en Rijkswaterstaat (RWS). Zie afbeelding 1. Deze partners stellen sinds 2004 elke 4 jaar samen de Regionale 8
Beleidsagenda Verkeer en Vervoer op. Dit gebeurde vanuit het Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (PVVP). De laatste versie verscheen in 2012 en ging over de periode 2013-2017.
Strategisch karakter De Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 is meer dan een bijgewerkte versie van zijn voorganger.
Met die Omgevingswet vervalt het provinciale beleidskader voor mobiliteit en infrastructuur. Dat geldt ook voor de eis om een PVVP te maken. In plaats daarvan komen er omgevingsagenda’s. Die zijn nu op nationaal, Brabants en regioniveau in de maak. Dit betekent dat ‘Verkeer en Vervoer’ de lading van onze strategie niet meer dekt. Daarom de keuze voor het bredere begrip ‘Mobiliteit’. De omgevingsagenda is een ruimtelijk en integraal sturingsinstrument. Het kan gebeuren dat de opgaven en afspraken uit deze regionale beleidsagenda later in de Omgevingsagenda Hart van Brabant komen.
Werkwijze We maakten deze Regionale Beleidsagenda Mobiliteit samen met de andere 3 O’s. Dat zijn de vertegenwoordigers van: • de overheid (de 8 regiogemeenten en de provincie Noord-Brabant); • de ondernemers; • de maatschappelijke organisaties en onderwijs- en kennisinstellingen.
• We = de samenwerkingspartners in Regio Hart van Brabant op het gebied van mobiliteit. • De regio/Regio Hart van Brabant = het brede samenwerkingsverband tussen de 8 regiogemeenten. • De gebruikers van het mobiliteitssysteem = de reizigers en de vervoerders van goederen en personen. We spreken in deze beleidsagenda voor het gemak vaak van ‘de gebruikers/de gebruiker’.
Deze partners gaven tijdens de ontwikkelsessie input voor deze agenda en stuurden bij op de inhoud. Met enkelen van hen hadden we diepte-interviews. We hechten namelijk veel belang aan een breed gedragen Regionale Beleidsagenda Mobiliteit. Bij het initiëren en uitvoeren van onderzoeken, experimenten, lobby’s, projecten en maatregelen hebben we deze partijen hard nodig. Want overheden alleen kunnen het verschil niet maken. We moeten gezamenlijk de mobiliteitstransitie in Hart van Brabant verder vormgeven.
9
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Inleiding Tabel 1: de bestudeerde beleidskaders.
1.2 Verbonden met andere beleidskaders beleidsveld algemeen/ integraal
rijksniveau
provinciaal niveau
regeerakkoord
regionaal niveau
bestuursakkoord 2019-2023
Nationale Omgevingsvisie verstedelijkingsstrategie en -akkoord
lokaal niveau
SMA 2019-2023
collegeakkoorden 2018-2022
omgevingsagenda Hart van Brabant
gemeentelijke omgevingsvisies
provinciale omgevingsvisie omgevingsagenda N-B verstedelijkingsstrategie stedelijk netwerk Brabant economisch programma Brabant 2020 provincie Noord-Brabant
economie topsectoren
Provinciale Economische Visie
goederencorridor Zuid-Oost
logistieke agenda Brabant
ruimte
regionale agenda werken
economische beleidsplannen
ruimtelijke visie Hart van Brabant
REOS Brabantse Omgevingsvisie koers mobiliteit 2030 SmartwayZ.nl & krachtenbundeling smart mobility
mobiliteit
Nationale Mobiliteitsagenda Klimaatakkoord- C2 mobiliteit
Brabantse VerkeersVeiligheidsPlan provincie Noord-Brabant visie gedeelde mobiliteit samenwerkingsagenda Brabant Fiets
integratie OV en doelgroepenvervoer 2021-2026 kaderrichtlijn water
waterschap, natuur, landschap
Werkagenda slimme en duurzame mobiliteit Brabant
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit
gemeentelijke mobiliteitsplannen
Regionale Mobiliteitsagenda Hart van Brabant Vitaal Leisure landschap natuurbod
landschap (ontwikkelings)plannen
masterplan Van Gogh Nationaal Park
energie
Nationale Energie Agenda
Energie Agenda 2030
Klimaatakkoord energiecorridor A58
10
Regionale Energie & Klimaat Strategie
gemeentelijke omgevingsvisies
Mobiliteit is nauw verbonden met verschillende andere opgaven die Regio Hart van Brabant heeft. Daarom bestudeerden we beleidsdocumenten en programma’s die belangrijk zijn voor deze beleidsagenda. Zie daarvoor tabel 1. De belangrijkste ambities van deze beleidskaders staan hieronder opgesomd. We noemen enkel de ambities die direct invloed hebben op de aanpak van mobiliteit in de regio. Dus los van de keuzes die we zelf maken. • Verlaging van de CO2-uitstoot met 49% in 2030. Dit halen we voor een groot deel vanuit de Regionale Energie en Klimaat Strategie Hart van Brabant. Daarnaast: vermindering van de uitstoot van mobiliteit tot maximaal 25 Mton in 2030 en 0 Mton in 2050. Dit zijn 2 doelen uit het Klimaatakkoord. • Vermindering van uitstoot fijnstof (NOx). Dit gebeurt door de (voorlopige) verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen naar 100 kilometer per uur. Dit tot er bijvoorbeeld aanzienlijk meer schonere auto’s rondrijden. • Duurzaamheid staat centraal in alle beleidsvelden. Zo vormen opgaven voor energie en klimaat een belangrijk onderdeel van de Omgevingsvisies en -agenda’s. Vooral grotere gemeenten als Tilburg en Waalwijk weten dit al te verbinden met mobiliteit. Ze doen dit door speerpunten op het gebied van slimme en schone mobiliteit aan te wijzen. Die leiden tot (proef)projecten. Denk aan zero-emissie stadslogistiek en autodelen.
• Een duurzamer en bereikbaar Brabant via de samenwerking met het bedrijfsleven. Het Brabant Mobiliteits-
netwerk brengt deze partijen samen. • De provincie Noord-Brabant wil de verbinding tussen verduurzaming van de gebouwde omgeving en elektrificatie van voertuigen verstevigen. • BrabantStad wil naast de traditionelere pijlers (bereikbaar en concurrerend) investeren in aantrekkelijkheid. Dat betekent sociaal, aangenaam, veilig, duurzaam en gezond. • Sociale inclusiviteit staat hoog op veel agenda’s, waaronder het provinciaal bestuursakkoord. Het Rijk en de provincie Noord-Brabant zetten in op het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. Dat kan door beter te integreren met het openbaar vervoer (OV). En door mensen met een mobiliteitsbeperking te stimuleren het OV te gebruiken. • De provincie Noord-Brabant zet stevig in om dé fietsprovincie van Nederland te worden. Dat vraagt om meer verkeersveiligheid en betere bereikbaarheid in de regio’s. Daarvoor is ook meer en betere kwaliteit van de leefomgeving nodig. Wij spelen hierop in door meer ruimte te bieden voor de fiets (snelfietsroutes). En door fietsgebruik te stimuleren, bijvoorbeeld als onderdeel van de werkgeversaanpak. • Het Brabants VerkeersVeiligheidsPlan (BVVP) stelt de noodzaak tot een trendbreuk centraal om het aantal verkeersslachtoffers omlaag te brengen. Wij stellen daarvoor onder meer regionale uitvoeringsagenda’s op, gebaseerd op risicoanalyses.
• In het landelijk gebied is er relatief veel aandacht voor betere kwaliteit van de infrastructuur. En voor minder overlast van bijvoorbeeld landbouwverkeer. • De gemeente Tilburg heeft het onderwerp ‘data’ breed opgepakt. Dat gebeurt onder meer samen met Breda University of Applied Sciences. Brabantstad wil groeien
naar ‘de top 5 van meest innovatieve stedelijke regio’s’. Deze samenwerking draagt daaraan bij. • De aandacht voor slimme en efficiënte mobiliteit blijkt ook uit de Strategische Meerjaren Agenda (SMA) 2019-2023 van Regio Hart van Brabant. Daarin komt de inzet op vraaggestuurde mobiliteit en smart mobility naar voren. Mét de IT-infrastructuur die daarvoor nodig is. Wij maken een regionaal uitvoeringsprogramma Smart Mobility 2021-2023. Dat is een onderdeel van SmartwayZ.nl. Vooral de ambities van de provincie en het Rijk geven richting aan onze (nog) te maken keuzes. We denken allemaal vanuit de Omgevingsvisie en werken integraal als 1 overheid. Het is dus niet vreemd dat in grote lijnen visie en ambities hetzelfde zijn. Het verschil zit vooral in hoe wij dat als regio vertalen in concrete opgaven en inspanningen.
Relatie met RMA Deze beleidsagenda heeft een bijzondere relatie met de Regionale Mobiliteitsagenda (RMA) Hart van Brabant. Beide agenda’s hebben een horizon van 4 jaar (2021-2024) en gaan over de regio Hart van Brabant. De RMA omschrijft de ambities en opgaven van de provincie NoordBrabant én Regio Hart van Brabant samen. Het is dus een combinatie van 2 inbrengen: • het provinciale vanuit het Koersdocument Mobiliteit; • het regionale met de visie, ambities en dominante opgaven uit deze agenda. De RMA is de basis voor een nieuwe samenwerking tussen de provincie en Regio Hart van Brabant. Samen voeren we onderzoeken, experimenten en investeringsprojecten uit. 11
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Inleiding
De RMA-opgaven werken we elk jaar uit in een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). Zo ontstaat er een adaptieve en programmatische werkwijze. Daarbij staan projecten nooit op zichzelf maar maken deel uit van een bredere, integrale aanpak. Zie schema 2.
provinciale inbreng (onder meer koersdocument mobiliteit)
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 • bevat: visie, ambities,dominante opgaven, doelen van: regio Hart van Brabant • input namens de regio voor de RMA • kader voor op te pakken initiatieven (buiten de RMA) door de regio
Met deze agenda kan Regio Hart van Brabant altijd vasthouden aan de eigen koers. Dat is de kracht van de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit. Want we kunnen projecten die niet in het RMP komen altijd alsnog uitvoeren. Als ze maar passen binnen onze visie en bij onze ambities.
Regionale Mobiliteitsagenda 2021-2024 • bevat: gezamelijke ambities, doelen, dominate opgaven en bijbehorende programma’s van: regio Hart van Brabant én provincie Noord-Brabant • basis voor uitwerking RMP
Regionaal Mobiliteitsprogramma 2021 • bevat: uitwerking van opgaven uit RMA in concrete deelprogramma’s én initiatieven voor 2021 voor: regio Hart van Brabant én provincie Noord-Brabant
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 De visie op de lange termijn (2030) leidt tot opgaven en inspanningen voor een kortere periode (2021-2024). We kunnen onze ambities namelijk niet waarmaken in 1 bestuursperiode. Dat maakt de relatie tussen ‘wat je later wilt en wat je binnenkort doet’ belangrijk. Zie tabel 2 voor de opzet van de beleidsagenda. Deze aanpak vraagt om een nieuwe benadering. Die staat uitgewerkt in hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 3 We hebben 5 ambities voor de mobiliteit in Hart van Brabant geformuleerd. Die geven de veranderingen weer die we in 2030 in de samenleving willen bereiken. Hoofdstuk 3 gaat hier verder op in.
uitvoeringsprogramma. Zo kunnen we inspelen op actuele ontwikkelingen. Deze aanpak geeft daarnaast de mogelijkheid om maatwerk te bieden. Daar gaat hoofdstuk 5 op in.
Hoofdstuk 6 En natuurlijk doen we ‘het’ niet alleen. Binnen en buiten de regio werken we samen. Mobiliteit verbindt. Dat betekent meer dan dat de mobiliteitsvraagstukken gemeentegrens-overschrijdend zijn. We verbinden ons aan partners, programma’s organisaties en studenten. Samen staan we voor de programmatische aanpak, uitvoering en monitoring. Lees daarover in hoofdstuk 6.
effectiviteit (monitoren)
voorbeeld: schoon, stil en gezond
visionair, aantrekkelijk toekomstbeeld (2030)
impact: de uiteindelijk bereikte veranderingen in de maatschappij
in 2030 kan iedereen in de regio op een gezonde manier de activiteiten verrichten die hij/zij wil doen en beschikken over de goederen die hij/zij nodig heeft in een duurzame (schoon, stil, circulair) leefomgeving
ambities
wat we op lange termijn (2030) willen bereiken om de visie te realiseren
impact: de uiteindelijk bereikte veranderingen in de maatschappij
mobiliteit is schoon, stil en gezond
doelen
wat we op korte termijn (2024) moeten bereiken om de ambities te realiseren
outcome: de directe effecten van de geleverde prestaties
doel 1: de emissies (CO2, NOx, fijnstof, geluid) als gevolg van de regionale mobiliteit zijn in 2024 afgenomen
opgaven
wat we de komende jaren (2021-2024) moeten doen om de doelen te bereiken
output: de prestaties de inspanningen opleveren
het vergroten van het gebruik van het openbaar vervoer en lopen/ fietsen voor verplaatsingen op de korte afstand, met name in stedelijk gebied
niveau
beleidslijn
visie
Hoofdstuk 4 Hoe kunnen we de ambities voor 2030 waarmaken? Daarvoor is het belangrijk om doelen te stellen voor de periode tot en met 2024. Deze doelen geven de verandering weer waaraan we de komende jaren een bijdrage willen leveren. Die doelen leiden tot een aantal dominante opgaven. Die geven aan wat ons op de korte termijn te doen staat. Lees daarover in hoofdstuk 4.
Hoofdstuk 5
Tabel 2: opzet van de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit.
We hebben de opgaven onderverdeeld in 4 deelagenda’s. Die vormen samen een adaptieve agenda. Dat betekent dat we elk jaar kunnen bijsturen en/of aanvullen waar nodig. Die veranderingen vertalen we in het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). Dat is het jaarlijks
Schema 2: overzicht samenhang beleidsagenda’s mobiliteit in Hart van Brabant. 12
13
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Een ander benaming
Hoofdstuk 2
Een andere benadering
14
15
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Een andere benadering
2.1 Focus op nieuwe mogelijkheden Met ‘het mobiliteitssysteem’ bedoelen we het geheel van infrastructuur en vervoermiddelen, de technologie én communicatiemiddelen. Dus: alles wat de mogelijkheden biedt om afstand te overbruggen hoort (potentieel) bij het systeem.
Grenzen bereikt Vaak is het verplaatsen geen doel op zich. Het is voor mensen een manier om: • goederen te vervoeren zodat anderen erover kunnen beschikken; • deel te kunnen nemen aan sociale en economische activiteiten; • deel te nemen aan recreatieve, sportieve of ontspannende activiteiten. De toename van het aantal verplaatsingen van mensen en goederen is enorm. Dat komt onder meer door het gemak waarmee we ons de afgelopen eeuw zijn gaan verplaatsen. Ook de toegenomen bevolkingsdichtheid en economische groei dragen eraan bij. Het gevolg is dat we de grenzen van het de capaciteit van onze infrastructuur hebben bereikt. In sommige gevallen is die al overschreden. Het is duidelijk dat het mobiliteitssysteem onder druk staat. De files, overvolle treinen, luchtvervuiling… De gebruikelijke oplossingen volstaan niet meer. Als we op dezelfde manier blijven denken, levert dat ook dezelfde resultaten op. Daarom kiezen we voor een andere benadering.
Want het is steeds lastiger om ruimte te vinden voor de aanleg van nieuwe infrastructuur. Meer asfalt roept in de samenleving ook meer en meer weerstand op. We zien ook steeds duidelijker wat de effecten van ons mobiliteitsgedrag is. Op onszelf, onze directe leefomgeving en de natuur.
Nieuwe mogelijkheden Tegelijkertijd zijn er ook ontwikkelingen die nieuwe perspectieven bieden voor de mobiliteit. Die gaan verder dan enkel aandacht voor verkeer en infrastructuur. Innovaties en technologische ontwikkelingen bieden kansen voor een andere benadering en invulling van het mobiliteitssysteem. Denk aan: • innovaties, zoals Flowtack en Talking Traffic, om het bestaande systeem beter en veiliger te benutten; • nieuwe en verbeterde vervoermiddelen, zoals Hoverboard en Pedelec, die de reiskeuzemogelijkheden vergroten; • hulpmiddelen om de reis makkelijker te maken, zoals Uber en Parkmobile.
Wat we willen, is dat iedereen bewust gaat nadenken over de verschillende vervoersmogelijkheden die er zijn. Dat verplaatsen kan op een manier die gezonder is en minder belastend voor de omgeving. We willen zelfs dat mensen gaan nadenken over de vraag of de verplaatsing wel noodzakelijk is. Want minder is ook een optie. Denk aan thuiswerken (coronacrisis!), online studeren of meer lokaal of regionaal geproduceerde producten kopen. We staan op dit moment aan het begin van een mobiliteitstransitie. Zie figuur 1.
drones reistijden connectiviteit
beschikbaarheid
Flow Tack Talking Traffic
e-bikes routekeuze
vervoermiddel keuze
ITS
schoon iVRI’s duurzaam
zelf rijdend
Uber
makkelijk
elektrisch <> waterstof
reismotieven
andere opties
aantallen & stromen
beschikbaar
veilig
publieke opinie
innovaties
big data
vraag & aanbod
comfortabel
gezond betrouwbaar betaalbaar
mobiliteitstransitie
andere keuzen
Willen we deze kansen benutten, dan is er ruimte nodig om te experimenten. Op die manier maken we de nieuwe mogelijkheden zichtbaar. Goede voorbeelden kunnen gebruikers verleiden om oude vervoermanieren los te laten.
toename files capaciteitsgebrek onzekere reistijden
systeem grenzen
andere eisen
negatieve effecten
leefbaarheid toegankelijkheid
ruimtegebrek
ander beleid
ander gedrag
geluid, fijnstof, geur CO2uitstoot
ongevallen kostenverdeling
storingsgevoelig
ruimtebeslag
natuur- & klimaatschade
mobiliteitsarmoede stikstof
files en vertraging
Figuur 1: de drijfveren van de mobiliteitstransitie, een combinatie van push- en pullfactoren. 16
17
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Een andere benadering
Twee bewegingen
destabilisatie
institutionalisering stabilisatie
oud
Dit zijn belangrijke uitgangspunten voor de uitvoering van het mobiliteitsbeleid (zie figuur 3). Hoe we dit uitwerken, staat in hoofdstuk 4.
Het mobiliteitssysteem dat we nastreven: • zet de gebruiker centraal; • maakt zoveel mogelijk gebruik van data die beschikbaar is via de techniek; • heeft aandacht voor de kenmerken van gebieden en de verschillen tussen die gebieden.
De gebruiker centraal We willen dat de gebruikers bewuster nadenken over hun verplaatsing. Ook willen we dat zij rekening houden met de effecten ervan op de omgeving. Dit kan aan de hand van vragen als:
kantelpunt beschikbaar
nieuw
afbraak
uitfasering
ur
emergentie experimenten versnelling
ge br
d betrouwbaar robuust flexibel
ruimtebesparend veilig
Daarnaast willen we het ongewenste gedrag geleidelijk minder aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld: het instellen van milieuzones in het centrum van steden om oude, vervuilende dieselauto’s te weren. Deze maatregel richt zich op het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ook prikkelt het eigenaren van dieselauto’s om hun auto in te ruilen voor een schoner type.
benadering van de mobiliteit richt zich sterk op het veranderen van hun verplaatsingsgedrag. Het is daarbij belangrijk dat mobiliteit voor iedereen beschikbaar is en toegankelijk blijft. Plus dat het bijdraagt aan de leefbaarheid. Dat geldt voor het stedelijk gebied en voor de kleine kernen in landelijk gebied.
toegankelijk slim
comfort
aantrekkelijk
betaalbaar gemak stil
raal cent
Figuur 2: schematische weergave van de mobiliteitstransitie.
schoon
toekomstbestendig
ge b
De gebruikers spelen een belangrijke rol in het veranderproces waar deze beleidsagenda voor staat. De nieuwe
fotograaf Jacomijn Dijker
gezond
ie d s g e ric h t
Gedragsverandering gebruikers
18
• is de verplaatsing echt nodig, zijn er alternatieven; • hoe kan ik me veilig verplaatsen (voor mezelf en voor anderen); • hoe kan ik mij schoon en stil verplaatsen; • kan ik me verplaatsen op een manier die goed is voor mijn gezondheid; • op welk tijdstip kan ik me het beste verplaatsen? Het antwoord op dit soort vragen geeft inzicht in de mogelijkheden om de mobiliteit te kunnen beïnvloeden.
r ke ui
Bij voorkeur maken we het nieuwe zo aantrekkelijk, makkelijk en comfortabel mogelijk. Zodat de gebruiker graag en uit zichzelf de overstap maakt. Bijvoorbeeld: gunstige belastingregels hebben de aanschaf van elektrische auto’s in een stroomversnelling gebracht. Dat heeft er weer toe geleid dat meer fabrikanten elektrische auto’s zijn gaan ontwikkelen.
optimalisatie
datage stu
Deze mobiliteitstransitie kent 2 bewegingen die tegelijkertijd aan de hand zijn. Aan de ene kant ontwikkelt de nieuwe mobiliteitsbenadering zich via innovatie en experimenten. Aan de andere kant nemen we geleidelijk afscheid van het oude. Dat gebeurt door omvorming, inperking, afbouw en uiteindelijk ontmanteling (figuur 2). Zodat we het nieuwe gaan gebruiken zonder terug te vallen/te blijven hangen in oud gedrag en gewoonten.
2.2 Gebruiker centraal, datagestuurd en gebiedsgericht
Figuur 3: de samenhang van de begrippen die het nieuwe mobiliteitsbeleid richting geven.
Aandachtspunten gebruiker centraal
leefbaar
• Mobiliteit is geen doel. Het is een middel om mensen en goederen van deur tot deur te verplaatsen. • Wat is bepalend voor de kwaliteit van mobiliteit? Naast voorzieningen (infrastructuur) is dat vooral een goede aansluiting op de behoeften en beleving van de gebruikers. • We stellen gebruikers in staat om te kiezen welk type vervoermiddel of combinatie van vervoermiddelen 19
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Een andere benadering
op een specifiek moment het beste passen. We nemen daarbij ook betaalbaarheid mee. Dat maakt mobiliteit inclusiever. • Dus niet: automatisch tegemoetkomen aan hun behoeften. Wel: aansluiten bij die behoeften. En indien nodig die behoeften proberen te veranderen richting gewenst gedrag. • We bekijken bij het opstellen van de inspanningen per gebied wie de gebruikers zijn. Waaruit bestaan hun behoeften en hoe kunnen we daar zo goed mogelijk op aansluiten?
• Als we gebiedsgericht werken, kunnen we bewoners, ondernemers en andere organisaties directer betrekken. Zij krijgen daardoor bij de uitvoering van de inspanningen een grotere rol en verantwoordelijkheid.
Maar we denken dat we dat nog veel beter en efficiënter kunnen benutten. Dat kan als er meer aandacht is voor het verplaatsingsgedrag in de totale vervoersketen, de technologische mogelijkheden en de specifieke kenmerken van gebieden.
effecten. Figuur 4 laat ziet hoe onze aandacht bij de nieuwe benadering verschuift. Ook verbeeldt dit figuur hoe we de verschillende aspecten van mobiliteit in samenhang met elkaar bekijken.
Aandachtverschuiving De mogelijkheden van het bestaande systeem vormen de basis voor het invullen van de verplaatsingsbehoeften.
Op die manier verminderen we de noodzaak om meer wegen aan te leggen. Want dat heeft ook veel negatieve
gedrag
gedrag
Datagestuurd
• We verzamelen actuele en betrouwbare data en benutten dat beter. Dat vergroot ons inzicht. Bijvoorbeeld op het gebied van reizigersgedrag- en behoeften en efficiency van vervoersstromen. Zo kunnen we flexibel sturen. • We zetten in op data-gedreven innovaties. Denk aan IT-toepassingen om de bestaande infrastructuur beter te benutten en reizigersinformatiediensten te verbeteren. Daarmee maken we het mobiliteitssysteem slimmer en efficiënter. • De privacy van gebruikers blijft gewaarborgd. 20
samenwerking
samenwerking
(orgware)
(orgware)
technologie
technologie
infrastructuur
infrastructuur
(software)
(software)
(software)
(mindware)
technologie
Aandachtspunten datagestuurd
(mindware)
sam
enh
ang
(orgware)
bestemming is. Het draait om de vraag hoe de gebruiker de gewenste verplaatsing zo efficiënt mogelijk kan afleggen. Met zo min mogelijk negatieve effecten voor de leefomgeving. ‘Veilig, schoon, stil en gezond’ staan voorop in het algoritme dat de beste mogelijkheden bepaalt. De gebruiker krijgt daarbij inzicht in de kosten, betrouwbaarheid en comfort van de reis om een goede keuze te kunnen maken.
gedrag
(mindware)
samenwerking
Het nieuwe mobiliteitssysteem gaat steeds meer gebruikmaken van data. Het gaat om informatie die steeds meer voorhanden en overal beschikbaar is. Zodat gebruikers die informatie kunnen benutten bij hun keuze voor de beste reis- en vervoermogelijkheden. We willen toe naar de situatie dat zij reisadviezen op maat krijgen aangereikt. Inclusief de directe mogelijkheid om deze reiswijze ook te regelen.
Aandachtspunten gebiedsgericht
Gebiedsgericht Ook gebiedskenmerken bepalen in het nieuwe systeem mee wat het beste reisadvies is. Het gaat om de kenmerken van het gebied waar de reis begint en waar de eind-
• Elk gebied heeft een eigen karakter. Met een eigen mobiliteitsprofiel en bereikbaarheidskenmerken. Met soms specifieke opgaven die vragen om specifieke typen oplossingen. We hebben oog voor de verschillen tussen kleinere gemeenten en meer stedelijke gemeenten. Per locatie kijken we welke inspanningen het beste werken. • Gebiedsgericht werken stelt ons in staat om opgaven in een bepaald gebied zoveel mogelijk aan elkaar te koppelen. Zo ontstaat er meerwaarde.
(hardware)
(hardware)
infrastructuur (hardware)
Figuur 4: de aandachtverdeling bij de oude (links) en nieuwe benadering. In de nieuwe benadering (midden) gaat de meeste aandacht uit naar het gedrag van de gebruiker; niet meer naar de infrastructuur. Daarbij bekijken we de aspecten steeds in samenhang (rechts) 21
Hoofdstuk 3
Visie op en ambities voor de mobiliteit
22
23
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Visie op en ambities voor de mobiliteit
3.1 Onze visie: het streefbeeld voor 2030
netwerk. Dat houdt looproutes kort en verbindt aantrekkelijke plekjes met elkaar.
In 2030 kan iedereen in de regio op een gezonde, veilige en prettige manier leven. Met de beschikking over goederen die zij nodig hebben. Dat kan in een duurzame (schoon, stil, circulair) en waardevolle (qua gebruik, toekomst en beleving) leefomgeving. Daarvoor zijn minder aantal gereisde kilometers nodig dan in 2021. Want gebruikers van het mobiliteitssysteem plannen hun vervoer slimmer dan nu. Daardoor verplaatsen zij zich minder vaak onnodig. De druk op dat systeem en de omgeving vermindert daardoor en de leefbaarheid verbetert. Dat vraagt om een mobiliteitssysteem dat zich richt op de hele verplaatsingsketen van personen en goederen. Die gaat van deur tot deur. Dat systeem biedt verplaatsingsmogelijkheden aan die veilig, robuust en betrouwbaar zijn. Slim en efficiënt. Inclusief, schoon en stil. Daarnaast bevordert het systeem de gezondheid van mens en omgeving. Dat maakt van de openbare ruimte (weer) een plek waar het fijn is om met elkaar te zijn. Een ruimte voor sociale en economische dynamiek.
Multimodaal reizen Verplaatsingen gebeuren op een schone en veilige manier. Dat vindt iedereen in de regio prettig. Want mede daardoor heeft Hart van Brabant een aangenaam en aantrekkelijk woon- en werkklimaat. De mobiliteitsconsument van 2030 reist multimodaal, efficiënt en slim. Dat gebeurt op basis van het doel van de reis in plaats van de beschikbaarheid van het vervoermiddel. Voor korte verplaatsingen binnen de steden en dorpen is de (elektrische) fiets het geëigende vervoermiddel. Ook verplaatsen veel mensen zich op de korte afstand te voet. De beweging doet ze goed en lopen is een normaal 24
2030
onderdeel van ‘gezond leven’. De openbare ruimte is daarom ook vooral beter en aantrekkelijker ingericht voor fietsers en voetgangers. Er zijn goede, directe, veilige en makkelijk te vinden routes voor fietsers en voetgangers. Waar het kan krijgen fietsers voorrang. Daardoor kunnen zij veel makkelijker door blijven rijden op de fietsroutes. Waar mogelijk krijgen fietsers op rotondes binnen de bebouwde kom voorrang. Dit verhoogt het comfort voor fietsers in de stad en is ook een grote plus voor de voetgangers. Want deze rotondes hebben ook zebrapaden. Verder ligt er voor voetgangers een fijnmazig
De digital assistant De reiziger beschikt over een digital assistant. Die geeft advies over de beste reisopties op basis van zijn agenda. Ook krijgt de reiziger advies over optimale locaties voor bijvoorbeeld vergaderingen. Dat gaat uit van de herkomst van alle deelnemers. Slechts 1 bevestiging en de reis kan beginnen. De assistant begeleidt de reiziger elke stap op de route. Onderweg zijn er mobility hubs die mogelijkheden bieden om van vervoermiddel te wisselen. Deze hubs voorzien ook in tijdelijke, gezamenlijke werkplekken. Ook zijn daar handige, ondersteunende voorzieningen; te reserveren via de digital assistant. De reiziger richt zijn reis naar eigen wens in. Wil iemand tijdens de reis calorieën verbranden of mediteren? Dan vindt de digital assistant een route/het vervoermiddel dat die wensen mogelijk maakt. Is er veel bagage? Daar houdt
2030 de assistant rekening mee. Ook reizend werken en vergaderen behoren tot de mogelijkheden. De digital assistant verwerkt de voorkeuren van de reiziger tot een persoonlijk reizigersprofiel. Dat profiel vormt de basis voor steeds betere reisvoorstellen.
Informatie delen De mobiliteitsaanbieders (openbaar vervoer en logistiek) bieden complete verplaatsingsarrangementen aan. Die gaan van deur tot deur. Door samen te werken hebben deze aanbieders een divers aanbod van schone vervoermiddelen. Zo maken ze optimaal gebruik van de ruimte in het netwerk en leveren maatwerk voor elke wens. Gebruikers stellen de reisinformatie uit hun agenda graag beschikbaar. In ruil daarvoor krijgen ze gemak, comfort en betrouwbaarheid terug. Want door informatie te delen, kunnen de mobiliteitsaanbieders optimaal gebruikmaken van de ruimte in het netwerk. Daardoor is er minimaal oponthoud en zijn de reistijden betrouwbaar. Daarvoor maken we gebruik van een publiek-privaat ontwikkeld mobiliteitscoördinatienetwerk, gebaseerd op de blockchain technologie. Dat systeem anticipeert op de aanstaande vervoersvraag. Het kan de vraag en aanbod van mobiliteit optimaal op elkaar afstemmen. Want iedereen stelt tijd- en plaatsinformatie beschikbaar. Elke vervoersaanbieder heeft dus op elk moment van de dag volledig inzicht in de vervoersvraag en het -aanbod. Hij biedt zijn klanten met deze informatie optimale arrangementen aan voor de gewenste verplaatsing.
Mobiliteitsgarantie Elektrische bussen rijden niet meer volgens vaste routes langs haltes. Zij passen hun routes en voertuigen waar mogelijk aan, afhankelijk van de vervoersvraag. Daardoor
zijn de wachttijden korter en is de bezettingsgraad hoger. De digital assistant weet waar de reizigers zich moeten verzamelen. Deze informatie gaat naar het mobiliteitscoördinatienetwerk. Dat stuurt een bus langs dat punt. Het effect van dit lerende systeem? Betere service voor de reiziger en betere efficiency voor de vervoerder. De reiziger verneemt van de digital assistant waar er in zijn omgeving bussen rijden die hij nodig heeft. Is er weinig vraag, dan komt er een suggestie voor een alternatief. Denk aan een minicar of taxi. Het kan ook zijn dat de reiziger een melding krijgt over een beschikbare deelfiets in de buurt. De slimme verdichtingsstrategieën verdelen de vervoersvraag optimaal over het gebied, afgestemd op de beschikbare vervoerscapaciteit. Met de mobiliteitsgarantie weet elke reiziger dat er altijd een mogelijkheid is om de bestemming te bereiken. Ongeacht waar de reis naartoe gaat.
Deelvoertuigen Mobiliteitsopties maken deel uit van de vastgoedontwikkelingen in de stedelijke en landelijke gebieden. Zo is het gebruik van deelvoertuigen onderdeel van het wooncomfort van de appartementen. Dat bespaart ruimte voor stalling. Terwijl de bewoners wel garantie hebben op vervoer en parkeerruimte. Ook in werkgebieden zijn deelvoertuigen de standaard. Het aanbod is divers. Er zijn minicars voor 1 of 2 personen. Ook staan er grotere, zelfrijdende auto’s klaar. Die vertrekken als er minimaal 3 personen gebruik van willen maken. De deelauto rijdt in kleinere kernen om bewoners te vervoeren naar de dichtstbijzijnde mobility hub.
Experience De totaalbeleving vanaf de eigen voordeur is het uitgangspunt bij het bezoek aan toeristische attracties en evenementen. De reis is een experience op zich. De bezoeker komt al reizend in de sfeer van de attractie of het evenement. Het gaat dan niet om een snelle maar om een comfortabele, ontspannen en inspirerende verplaatsing. Dat maakt de belevingswaarde van de attractie veel hoger.
Sturen met de prijs Dynamische beprijzing is 1 van de sturingsmiddelen om het mobiliteitsnetwerk optimaal te benutten. Als de vervoersvraag toeneemt en het aanbod vermindert, dan stijgt de prijs. Eerst waren daarmee experimenten in parkeergarages. Daarop volgde de omzetting van wegenbelasting naar kilometerbeprijzing. Nu geldt dynamische beprijzing ook voor het reizen. De digital assistant laat zien wat een reis op een bepaald moment kost. Ook zijn de alternatieven zichtbaar. De reiziger kan er ook voor kiezen om alleen de opties te zien die passen binnen het opgegeven prijskader. Het gevolg is dat de verplaatsingen zich beter verspreiden over de dag. Er is vrijwel geen ochtend- en avondspits meer. Winkels, kantoren en bedrijven passen hun openingstijden hierop aan. Daardoor is er langer levendigheid op straat. Dat draagt bij aan de aantrekkelijkheid en sociale veiligheid in Hart van Brabant. Ander voordeel is dat het intensieve gebruik van bedrijfsruimtes toeneemt. Dit komt omdat ze meer uren per dag beschikbaar zijn voor het eigen personeel en voor gasten. De moderne kantoren rond de mobility hubs hebben openbare ontmoetingsruimten. Daar zijn flexwerkers welkom. Externen kunnen er vergaderruimten boeken. 25
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Visie op en ambities voor de mobiliteit
3.2 Onze ambities We hebben onze visie vertaald naar 5 ambities. Die zijn in lijn met de ambities van de hogere overheden. Ze vormen de belangrijkste kenmerken van het mobiliteitssysteem in 2030 en geven richting aan onze inspanningen.
We weten: dit zijn verstrekkende, uitdagende ambities. We bieden ermee een aantrekkelijk perspectief waar we allemaal naar toe willen werken. Samen, want we kunnen het als regio niet alleen. Het mobiliteitssysteem van de toekomst bouwen we met de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Dat kost tijd en vraagt om een lange adem. De visie geldt dan ook voor de lange termijn. De aanpak daarentegen gaat over de korte termijn en het realiseren van behapbare opgaven.
Schoon, stil en gezond Ons mobiliteitssysteem is duurzaam en heeft geen negatieve effecten meer op de leefomgeving. Dat komt omdat het vervoer schoon en stil is en mogelijkheden biedt voor gezonde manier van verplaatsen.
Veilig Het gebruik van het mobiliteitssysteem is veilig. Veilig in het verkeer, op sociaal vlak en als het gaat om de uitwisseling van data.
Inclusief Het mobiliteitssysteem is voor iedereen beschikbaar om mensen en goederen van deur tot deur te verplaatsen.
Robuust en betrouwbaar
Hoofdstuk 4
Het mobiliteitssysteem van de toekomst is multimodaal, ketengericht en betrouwbaar. Dat draagt bij aan de bereikbaarheid van Hart van Brabant.
Doelen en opgaven
Slim en efficiënt Het mobiliteitssysteem is datagestuurd. Daardoor gebeuren verplaatsingen altijd slim en efficiënt. Dit zorgt voor een goede bereikbaarheid van Hart van Brabant. We zetten data in om zorgvuldig met de beschikbare ruimte en schaarse grondstoffen om te gaan. Dat draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving.
26
26
27
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Doelen en opgaven
Ging het vorige hoofdstuk over het strategisch niveau, in dit hoofdstuk staat het tactisch niveau centraal. We maken duidelijk wat we tot en met 2024 moeten bereiken om de ambities in 2030 te realiseren. We stellen voor alle 5 de ambities doelen vast tot en met 2024. Hoe we deze doelen willen halen, werken we uit in opgaven. Die werken we, waar mogelijk, uit vanuit de 3 invalshoeken gebruiker centraal, datagestuurd en gebiedsgericht (zie hoofdstuk 2). De uiteindelijke uitwerking van opgaven in concrete inspanningen is geen onderdeel van deze beleidsagenda. Dat komt aan de orde in het Regionaal Mobiliteitsprogramma. We hebben bij de doelen TELOS-indicatoren opgenomen. Met deze prestatie-indicatoren monitoren we het halen van de doelen. We brengen voor de doelen de nulsituatie in kaart. Vervolgens meten we periodiek het effect van de genomen inspanningen op deze doelen. De opgaven en afgeleide inspanningen sluiten zo goed mogelijk aan bij de doelen die we stellen.
4.1 Schoon, stil en gezond
Doelen voor 2024 bij de ambitie schoon, stil en gezond • Afname van uitstoot (CO2, NOx, fijnstof, geluid) door personen- en goederenvervoer in en door de regio. TELOS: zoals uitstoot, geluidhinder, overlast stank, stof of vuil. • Toename van de verplaatsingskilometers via lopen en fietsen. TELOS: onvoldoende bewegen. • Toename van de verplaatsingskilometers via het openbaar vervoer en elektrische voertuigen. TELOS: schone voertuigen, laadpalen.
Opgaven om deze doelen te bereiken Gebruiker centraal, vergroten van: • loop- en fietskilometers voor verkeer van huis naar werk, leisure-vrijetijdsverkeer en dagelijkse activiteiten; • het gebruik van elektrische voertuigen voor de verplaatsing van personen; • het aantal elektrische voertuigen en vervoer op waterstof (en binnenkort biobrandstoffen) voor de verplaatsing van goederen; • de kwaliteit en comfort van schone, gezonde en stille vervoersvormen. Datagestuurd, vergroten van inzicht in: • de capaciteit en behoefte aan uitbreiding van de elektrische laadinfrastructuur (op woon-, bezoek- en werklocaties);
28
• emissie-uitstoot, luchtkwaliteit en loop- en fietskilometers van gebruikers (beweging). Gebiedsgericht, vergroten van: • het aantal loop-, fiets- en openbaar vervoerbewegingen voor korte afstanden*; • het gebruik van elektrische voertuigen voor stedelijke logistiek; • het gebruik van de elektrische fiets en -auto • op de middellange afstand • tussen landelijk en stedelijk gebied • in gebieden waar sprake is van beperkte dekking van het openbaar vervoer (zoals bedrijventerreinen); • het gebruik van openbaar vervoer tussen grote kernen door snelle, frequente en betrouwbare verbindingen; • de toepassing van geluidarme infrastructuur in stedelijke gebieden; • het welzijn door minder overlast door geluid en trillingen van treinen in Tilburg, Oisterwijk en Gilze en Rijen. * vooral in stedelijk gebied en in kleine kernen in landelijk gebied
Zo willen we met gedragsinterventies inzetten op het beïnvloeden van de keuzes van gebruikers. Een voorbeeld daarvan is de werkgeversaanpak. Daarbij scheppen we de randvoorwaarden voor werkgevers. Daarmee kunnen zij werknemers stimuleren te kiezen voor duurzamere en gezondere manieren van verplaatsen.
Zo willen we de regionale uitvoering van het Klimaatakkoord verder vormgeven voor het domein mobiliteit. Dat kan bijvoorbeeld met: • een deelprogramma regionale uitwerking Klimaatakkoord; • een deelprogramma ‘schoon, stil en gezond’; • fietsstimulering; • de overstap van auto naar andere modaliteiten aantrekkelijker te maken.
4.2 Veilig Doelen voor 2024 bij de ambitie veilig • Afname van het aantal letselongevallen. TELOS: verkeersonveiligheid, riskant gedrag. • Minder onveiligheidsgevoel op de weg en rondom verblijfs- en openbaar vervoer-locaties. TELOS: onveiligheidsgevoel.
Opgaven om deze doelen te bereiken Gebruiker centraal: • verminderen van verkeersonveilig gedrag; • vergroten van het fietsgebruik en openbaar vervoer door het verminderen van het onveiligheidsgevoel.
Datagestuurd, vergroten van het inzicht in de oorzaken en omstandigheden van: • verkeersongevallen in de regio; • routes en locaties waar sprake is van sociale onveiligheidsbeleving. Gebiedsgericht, het verminderen van het aantal: • verkeersonveilige situaties bij onder meer scholen, dagelijkse voorzieningen en drukke kruispunten; • (sociaal) onveilige, 30 en 60 kilometer wegen in stedelijk en landelijk gebied.
Zo willen we meer aandacht voor verkeersveiligheid om het aantal verkeersdoden, -gewonden en onveilige situaties in de regio omlaag te brengen. Hiertoe zetten we in op een deelprogramma verkeersveiligheid in het uitvoeringsprogramma dat we jaarlijks opstellen. Op basis daarvan kunnen de verkeersveiligheidspartners uitvoering geven aan verkeersveiligheidsbeleid.
29
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Doelen en opgaven
4.3 Inclusief
4.4 Robuust en betrouwbaar
Doelen voor 2024 bij de ambitie inclusief
Doelen voor 2024 bij de ambitie robuust en betrouwbaar
• Toename van het aantal mindervaliden dat in staat is om zelfstandig te reizen. TELOS: maatschappelijke participatie. • Minder inwoners die zich beperkt voelen in hun mogelijkheden. Bijvoorbeeld omdat ze geen onderwijswerk-, recreatie-, en/of voorzieningenlocaties kunnen bereiken. TELOS: maatschappelijke participatie, afstand tot dagelijkse voorzieningen, afstand tot onderwijs.
30
Gebiedsgericht: • meer beschikbaarheid/inzet van andere vervoermiddelen of mobiliteitsconcepten in landelijk gebied waar het openbaar vervoer vermindert of verdwijnt; • minder vertraging in reistijd in stedelijke gebieden en rondom logistieke en leisure-hotspots; • het op orde houden van de wegen en fiets- en wandelinfrastructuur, ‘basis op orde’-inspanningen.
• Een versterkte concurrentiepositie van andere vervoermiddelen en -wijzen ten opzichte van de auto. Denk aan met name lopen, de fiets, lichte elektrische voertuigen en het openbaar vervoer. • De beschikbare reizigersinformatie (route, vervoermiddelkeuze en verplaatsingstijdstip) sluit beter aan bij de verschillende informatiebehoeften van gebruikers. TELOS: vertrouwen. • Verbetering van de bereikbaarheid van de regio over weg, water en spoor. TELOS: ontsluiting treinstations, ontsluiting hoofdwegen, afstand bushaltes.
Opgaven om deze doelen te bereiken Gebruiker centraal, het vergroten van: • de mogelijkheid dat iedereen zich (zelfstandig) op een betaalbare manier kan verplaatsen (tegengaan mobiliteitsarmoede); • de mogelijkheid dat iedereen, onder wie mindervaliden, gemakkelijk kan overstappen in de vervoersketen; • de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van planningsen informatie(systemen) voor gebruikers.
Datagestuurd, vergroten van inzicht in: • het verplaatsingsgedrag van mensen en goederen; • de ruimte die beschikbaar is in het mobiliteitssysteem; • de in te zetten vervoermiddelen voor verkeer van woning naar werk, logistiek verkeer en verkeer in vrije tijd; • manieren om de stiptheid van voorgestelde reis- en bezorgtijden te verbeteren.
Zo willen we de bereikbaarheid van OV-haltes verbeteren, lopend en met de fiets. Hiervoor zijn goede en voldoende stallingsmogelijkheden belangrijk. Zo willen we het fietsverbruik stimuleren onder alle doelgroepen. Dat kan onder meer door aanleg van snelfietsroutes en door betere kwaliteit van de overige fietsinfrastructuur en voorzieningen. Verder willen we het gemak en de voordelen van fietsen onder de aandacht brengen via voorlichting.
Gebiedsgericht: • meer en toegankelijk (kleinschalig) openbaar vervoer in kleine kernen. Datagestuurd: • meer inzicht in reizigersgedrag en -wensen van de verschillende soorten gebruikers in de verschillende deelgebieden.
Opgaven om deze doelen te bereiken Gebruiker centraal: • beschikbaar stellen van heldere informatie over mogelijke vervoerswijzen voor alle reizigerstypes. fotograaf Ton van Rooij
31
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Doelen en opgaven
4.5 Slim en efficiënt
Doelen voor 2024 bij de ambitie slim en efficiënt • De verplaatsing van mensen en goederen gebeurt slim en efficiënter. Daardoor is er minder verspilling van tijd, ruimte, grondstoffen en energie door mobiliteit. • We benutten de capaciteit van het beschikbare systeem in ruimte en tijd beter. Zodat we geen extra infrastructuur hoeven aan te leggen. • De groei van de mobiliteit door regionale economische ontwikkeling leidt niet tot meer ruimtebeslag. Wél tot dalende uitstoot. Dit door betere benutting van de mogelijkheden die beschikbaar zijn.
Opgaven om deze doelen te bereiken Gebruiker centraal: • minder onnodige verplaatsingen tussen vaak bezochte functies; • doelgroepenvervoer en openbaar vervoer in kleine kernen meer aan elkaar koppelen. Datagestuurd, vergroten van het inzicht in: • ritplanningen, capaciteit en wensen van de vervoerders; • de mogelijkheden van deelgebruik van vervoermiddelen, daardoor neemt de ruimte die stilstaande voertuigen innemen af; • de bezettingsgraad van voertuigen.
32
Zo willen we schone en slimme logistiek verder stimuleren. Dat kan onder meer door te onderzoeken hoe we data en informatie beter kunnen koppelen en ontsluiten.
Gebiedsgericht: • betere afstemming tussen vraag en aanbod van (kleinschalig) openbaar vervoer (in tijd, plaats en capaciteit) in kleine kernen; • betere benutting van de infrastructuur en vervoermiddelen in stedelijk gebied en naar bedrijventerreinen door individuele vervoersstromen in tijd en ruimte meer te verspreiden; • minder afstand tussen plaats van productie en plaats van consumptie en tussen plaats van wonen
en plaats van werken; • meer multimodale mogelijkheden tussen stedelijke gebieden (as tussen Tilburg en Waalwijk); • meer deelgebruik van vervoermiddelen in stedelijk gebied zodat de voertuigen minder ruimte in beslag nemen.
Hoofdstuk 5
Deelagenda’s
Zo willen we het aanbod van het openbaar vervoer beter afstemmen op de reizigerswensen. Dat vraagt onder meer om een onderzoek voor de kleine kernen in landelijk gebied. Daar is de vraag naar openbaar vervoer beperkter. We gaan kijken welke vervoersvorm daar het beste aansluit op de behoeften en die het meest efficiënt is.
fotograaf Ton van Rooij
33
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Deelagenda’s
We hebben de opgaven onderverdeeld in 4 deelagenda’s: • de onderzoeksagenda; • de experimenteer- en innovatieagenda; • de lobbyagenda; • de investeringsagenda.
opgave
invalshoek
draagt bij aan de ambitie
ontwikkelen van een thermometer, verbonden aan een dataset, die de bijdragen van de opgaven aan de ambities monitort
datagestuurd
alle 5 de ambities
Deze deelagenda’s vormen samen een adaptieve agenda. Dat betekent dat we elk jaar kunnen bijsturen en/of aanvullen waar nodig. Op deze manier kunnen we inspelen op actuele ontwikkelingen die bijvoorbeeld voortkomen uit de deelprogramma’s. Door deze aanpak is er ruimte om maatwerk te bieden. De uiteindelijke inspanningen komen jaarlijks in een uitvoeringsprogramma, het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP).
vergroten van inzicht in de capaciteit en behoefte aan uitbreiding van de elektrische laadinfrastructuur (op woon-, bezoek- en werklocaties)
gebruiker centraal; datagestuurd; gebiedsgericht
schoon, stil en gezond
vergroten van het inzicht in emissie-uitstoot, luchtkwaliteit en loop- en fietskilometers van gebruikers (beweging)
gebruiker centraal; datagestuurd; gebiedsgericht
schoon, stil en gezond
vergroten van het inzicht in de oorzaken en omstandigheden van verkeersongevallen in de regio
datagestuurd
veilig
5.1 De onderzoeksagenda
vergroten van het inzicht in de oorzaken en omstandigheden van routes en locaties waar sprake is van sociale onveiligheidsbeleving
gebruiker centraal; datagestuurd
veilig
vergroten van het inzicht in reizigersgedrag en -wensen van de verschillende soorten gebruikers in de verschillende deelgebieden
gebruiker centraal; datagestuurd; gebiedsgericht
vergroten van het inzicht in de in te zetten vervoermiddelen voor verkeer van woning naar werk, logistiek verkeer en verkeer in vrijetijd
Deze deelagenda (tabel 3) bestaat uit voorbereidende inspanningen die nodig zijn om te komen tot concrete investeringen. Daarnaast staan in deze deelagenda opgaven waarbij nog sprake is van onzekerheden en/of kennisleemtes. Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen we opgaven en inspanningen aanscherpen. We kunnen ook beslissen om ze op te nemen in 1 van de andere deelagenda’s. Is de set doelen compleet? Zijn de doelen meetbaar? Dragen de opgaven die we voor ogen hebben bij aan de doelen? Het antwoord op deze vragen is belangrijk. Dat hebben we geconstateerd bij de vertaling van de 5 ambities naar doelen en opgaven voor 2021-2024. Daarom starten we in 2021 met het ontwikkelen van een ‘thermometer’, gekoppeld aan een beperkte dataset. Daarmee gaan we de bijdragen van de opgaven aan de ambities monitoren. 34
5.2 De experimenteer- en innovatieagenda
opgave
invalshoek
draagt bij aan de ambitie
betere benutting van de infrastructuur en vervoermiddelen in stedelijk gebied en naar bedrijventerreinen door individuele vervoersstromen in tijd en ruimte meer te verspreiden
gebiedsgericht
slim en efficiënt
verminderen van de afstand tussen plaats van productie en plaats van consumptie en tussen plaats van wonen en plaats van werken
gebiedsgericht
slim en efficiënt
vergroten van het deelverbruik van vervoermiddelen in stedelijk gebied zodat het voertuigen minder ruimte in beslag nemen
gebiedsgericht
slim en efficiënt
verminderen van onnodige verplaatsingen tussen vaak bezochte functies
gebruiker centraal
slim en efficiënt
vergroten van het inzicht in de bezettingsgraad van voertuigen
datagestuurd
slim en efficiënt
inclusief
vergroten van het aantal elektrische voertuigen en vervoer op H2O (en binnenkort biobrandstoffen) voor de verplaatsing van goederen
gebruiker centraal
schoon, stil en gezond
datagestuurd; gebiedsgericht
robuust en betrouwbaar
doelgroepenvervoer en openbaar vervoer in kleine kernen meer aan elkaar koppelen
gebruiker centraal
inclusief; slim en efficiënt
vergroten van inzichten in manieren om de stiptheid van voorgestelde reis- en bezorgtijden te verbeteren
datagestuurd; gebiedsgericht
robuust en betrouwbaar; slim en efficiënt
gebiedsgericht
robuust en betrouwbaar
vergroten van het inzicht in ritplanningen, capaciteit en wensen van de vervoerders
vergroten van de beschikbaarheid/inzet van andere vervoermiddelen of mobiliteitsconcepten in landelijk gebied waar het openbaar vervoer vermindert of verdwijnt
datagestuurd
slim en efficiënt
gebruiker centraal; datagestuurd
slim en efficiënt
vergroten van het inzicht in de mogelijkheden van deelgebruik van vervoermiddelen, daardoor neemt de ruimte die stilstaande voertuigen innemen af
Deze deelagenda (tabel 4) bestaat uit opgaven en inspanningen die het behalen van de ambities kunnen versnellen. Maar daarbij zijn nog onzekerheden over onder meer de effectiviteit en efficiëntie. We onderzoeken via proeven op kleine schaal of innovatieve concepten voldoende betaalbaar, veilig en betrouwbaar zijn. Dat leert ons of we ze op grotere schaal of op structurele basis kunnen toepassen. Het kan ook zijn dat we erachter komen dat er nog aanpassingen nodig zijn.
Tabel 4: de experimenteer- en innovatieagenda.
Tabel 3: de onderzoeksagenda. 35
Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 | Deelagenda’s
5.3 De lobbyagenda De lobbyagenda (tabel 5) bestaat uit opgaven en inspanningen voor de agenda van externe partners. Zoals het Rijk, marktpartijen en belangenorganisaties. Denk ook
aan partners waarbij het belangrijk is om af te stemmen over de uitvoering. Het gaat om inspanningen die belangrijk zijn voor de regio. Maar waarbij het nemen van besluiten, de verantwoordelijkheid en/of de middelen liggen (voor een deel) bij anderen.
opgave
invalshoek
draagt bij aan de ambitie
vergroten van het gebruik van elektrische voertuigen voor stedelijke logistiek
gebiedsgericht
schoon, stil en gezond
vergroten van het aantal loop- en fietskilometers voor woon-werkverkeer, leisure-vrijetijdsverkeer en dagelijkse activiteiten
gebruiker centraal
schoon, stil en gezond
stimuleren van het gebruik van elektrische voertuigen voor de verplaatsing van personen
gebruiker centraal
schoon, stil en gezond
vergroten van het aantal elektrische voertuigen en vervoer op H2O (en binnenkort biobrandstoffen) voor de verplaatsing van goederen
gebruiker centraal
schoon, stil en gezond
beschikbaar stellen van heldere informatie over mogelijke vervoerswijzen voor alle reizigerstypes
gebruiker centraal
Tabel 5: de lobbyagenda.
robuust en betrouwbaar
5.4 De investeringsagenda Deze deelagenda (tabel 6) bestaat uit opgaven en concrete inspanningen waarin we de komende 4 jaar willen investeren. We bepalen elk jaar wat er in deze agenda komt. Ook kijken we welke partner binnen onze samenwerking ervoor aan de lat staat, de bestuurlijk trekker.
opgave
invalshoek
draagt bij aan de ambitie
vergroten van het aantal loop-, fiets- en openbaar vervoerbewegingen voor korte afstanden, vooral in stedelijk gebied en in kleine kernen in landelijk gebied
gebiedsgericht
schoon, stil en gezond
stimuleren van het gebruik van de elektrische fiets en -auto • op de middellange afstand • tussen landelijk en stedelijk gebied • in gebieden waar sprake is van beperkte dekking van het openbaar vervoer (zoals bedrijventerreinen)
gebiedsgericht
schoon, stil en gezond
vergroten van de toepassing van geluidarme infrastructuur in stedelijke gebieden
gebiedsgericht
schoon, stil en gezond
verminderen van het aantal verkeersonveilige situaties bij onder meer scholen, dagelijkse voorzieningen en drukke kruispunten
gebiedsgericht
veilig
verminderen van het aantal (sociaal) onveilige, langzame verkeersroutes in stedelijk en landelijk gebied
gebiedsgericht
veilig
verminderen van verkeersonveilig gedrag
gebruiker centraal
veilig
vergroten van het fietsgebruik en openbaar vervoer door het verminderen van het onveiligheidsgevoel
gebruiker centraal
veilig
meer en toegankelijk (kleinschalig) openbaar vervoer in kleine kernen
gebiedsgericht
inclusief; robuust en betrouwbaar
vergroten van de mogelijkheid dat iedereen zich (zelfstandig) op een betaalbare manier kan verplaatsen (tegengaan mobiliteitsarmoede)
gebruiker centraal
inclusief
vergroten van de mogelijkheid dat iedereen, onder wie mindervaliden, gemakkelijk kan overstappen in de vervoersketen