CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Omgevingsvisie Gilze-Rijen CO2

Bijeenkomst (intern-groen) 25 augustus 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Stukken ter voorbereiding25.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

zijn

als

bebouwingslint

opgenomen

in

paragraaf

4.5

Ontwikkelingsrichting oude landschappen In de oude landschappen speelt de geschiedenis een belangrijke rol. Daarom kiezen we voor een evenwichtige aanpak: we respecteren het verleden, maar kijken ook naar de behoeften van nu en in de toekomst. In tegenstelling tot de jongere landschappen is hier meer ruimte voor nieuwe functies en ontwikkelingen. Veel agrarische bedrijven zijn al eerder herbestemd. Vooral in de buurtschappen liggen de erven dicht bij elkaar. Hierdoor is er weinig ruimte voor verdere agrarische groei. Tegelijk bieden deze erven juist wél kansen voor nieuwe functies. Denk aan wonen of werken met een duidelijke band met het buitengebied. Een oude boerderij kan bijvoorbeeld worden omgebouwd tot woning. Wonen blijft dan de hoofdfunctie. Soms kan dit gecombineerd worden met kleinschalige bedrijvigheid, zolang dit past bij het landschap en niet te veel opvalt. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om zorgvuldig met de ruimte om te gaan. We houden rekening met het landschap, de bodem, het water, de geschiedenis en duurzaamheid. Verbetering van de kwaliteit van de omgeving staat voorop. De oude landschapsstructuren en cultuurhistorische elementen willen we behouden en waar mogelijk herstellen.

65 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

66

3

3

3

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Netwerk Nederland Groen/bebossing Kernen Waterlichamen Historische stedenbouw

Legenda Infrastructuur t’ Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking oude landschappen

4.4.2

Jonge landschappen

Vroeger bestond een groot deel van de gemeente uit heide en bossen. Deze gronden waren gemeenschappelijk eigendom. Dorpsbewoners mochten ze onder voorwaarden gebruiken, bijvoorbeeld om schapen te weiden of plaggen te steken voor mest. Ook werd hier leem gewonnen, dat eerst vooral werd gebruikt voor boerderijwanden en het bouwen van kerken en kastelen. In de 19e eeuw groeide de vraag naar bakstenen en klinkers. Daarom werden er steenfabrieken gebouwd, onder andere bij Molenschot en Weilenseind. De hoge schoorstenen en diepe leemkuilen zijn nog steeds herkenbaar in het landschap. Aan het einde van de 18e eeuw werden boeren aangemoedigd om de heide te ontginnen. In het begin ging dat langzaam, omdat er weinig mest beschikbaar was. Maar in de 19e eeuw veranderde dit door de uitvinding van kunstmest. Daardoor konden meer heidevelden worden omgezet in landbouwgrond. Ook kochten grootgrondbezitters stukken grond op om bossen aan te planten. In 1873 bestond nog de helft van de gemeente uit heide; in 1923 was dat minder dan een kwart. De jonge ontginningen zijn opener en wat grootschaliger dan de oudere landbouwgebieden. In de jaren zeventig en tachtig veranderde dit landschap door herverkaveling. De rechte wegen uit de 19e eeuw zijn grotendeels bewaard gebleven. Op sommige plekken is het landschap later nog aangepast door de aanleg van golfterreinen en de A58.

De jonge ontginningen die vooral uit bos bestaan, worden apart benoemd onder het landschapstype ‘Bossen’. Ontwikkelingsrichting Jonge landschappen Het jonge landschap van Gilze en Rijen is open en ruim, met weinig bebouwing. Landbouw is hier de belangrijkste functie, en dat willen we in de toekomst zo houden. In vergelijking met de oude landschappen is het jonge landschap meer gestructureerd en planmatig ingericht. Dit maakt het geschikt voor vernieuwing en andere vormen van bodemgebruik. Hoewel het landschap vooral agrarisch is, zie je er ook sporen van het verleden. Het verschil met de oudere gebieden is goed zichtbaar en dat maakt het landschap afwisselend en aantrekkelijk. Deze kwaliteiten willen we behouden en versterken. De bosgebieden zijn hier belangrijk in: ze zorgen niet alleen voor natuur, maar maken het landschap ook mooier en aantrekkelijker voor recreatie. In de jonge landschappen liggen diverse deelgebieden die we afzonderlijk benoemen. We wijken daarbij af van de verdeling die in de cultuurhistorische waardenkaart is opgenomen als De Gagel, De Aard, Het Raakeind en Lange Reit. De reden hiervoor is dat er door de jaren heen veel veranderingen in het landschap hebben plaatsgevonden, zoals ruilverkaveling en de aanleg van de A58.

Ten zuiden van de A58 is in het gebied De Rimpelaar een goed ontsloten gebied ontstaan waar boomteelt en tuinbouw kansen hebben gegrepen. De Bavelseweg is een dekzandrug waar goede landbouwgronden liggen (deel van oud landschap/oude bouwlanden). Ten zuiden van de Bavelseweg zijn de minst waardevolle woeste gronden voor bosaanplant gebruikt (Chaamse bossen) en de overige arme landbouwgronden zijn in de loop van de tijd benut voor recreatie (golfbaan), horeca en grondgebonden landbouw. Ten noorden van de A58 tot aan Molenschot is voornamelijk grondgebonden landbouw te vinden voor met name veeteelt. Dit gebied kenmerkt zich door een bijzondere openheid. De volgende gebieden tussen Molenschot en Gilze onderscheiden we op basis van landschap en gebruik: Lijndonk, Rimpelaar, Lange Reit en de bebouwingsconcentraties Bavelseweg en Raakeind.

67 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Lijndonk Het gebied Lijndonk betreft een zeer open landschap dat met name bestaat uit weilanden met op de achtergrond het bos van de vliegbasis. Het gebied ligt tussen de kern Molenschot, de wegen Raakeindse-Kerkweg, Lijndonk en Chaamseweg en de bebouwingsconcentraties Biestraat en Raakeind. Het is ondanks de doorsnijding van de A58 herkenbaar door de openheid en de beperkte aanwezigheid van bouwpercelen. De ontwikkelingsrichting van dit gebied is voornamelijk gericht op de grondgebonden landbouw en het openhouden van het landschap. Rimpelaar De Rimpelaar betreft een landbouwgebied dat zeer goed ontsloten is via de A58 en dat enkele zeer innovatieve telers kent met een Europese afzetmarkt. Het gebied kent zowel plantenteelt, boomteelt als veeteelt waardoor het een afwisselend landschap betreft. De gronddruk is zeer hoog, mede vanwege de goede bereikbaarheid. De overgebleven veetelers hebben ingezet op verbrede landbouw (zorg, boerenterras, verkoop). Er wordt onderling veel samengewerkt, o.a. door de uitwisseling van reststromen. Voor het gebied wordt een gebiedsvisie opgesteld. Ontwikkelingsrichting Rimpelaar We zetten in op zorgvuldig, meervoudig ruimtegebruik door het stimuleren van vertical farming, samenwerking (circulaire economie), verbreding, klimaatadaptieve en/of natuuradaptieve/inclusieve landbouw en lokale verwerking van reststromen.

We zien kansen voor biobased teelten in combinatie met lokale verwerking, als intermediair tussen de boer en de bouwer. De ontwikkelingsrichting van De Rimpelaar dient in samenhang met die van de bebouwingsconcentraties Bavelseweg en Raakeind te worden gezien. Lange Reit/Nieuwe Maastrichtsebaan Het gebied Lange Reit en Nieuwe Maastrichtsebaan is het langgerekte gebied ten zuiden van de Bavelseweg dat de overgang vormt van de oude bouwlanden aan de zuid- en westzijde van Gilze en de bebouwingsconcentraties Bavelseweg en Raakeind naar de Chaamse Bossen. Het jonge heideontginningenlandschap tussen het bos en de Bavelseweg vormt een overgangszone tussen de natuur en het landbouwgebied Rimpelaar. Ontwikkelingsrichting Lange Reit/Nieuwe Maastrichtsebaan Grenzend aan de bosrand is er sprake van een grote openheid met uitzondering van de golfbaan Princenbosch. We zien met name kansen voor extensieve landbouw (waaronder biobased teelten) en extensieve vormen van recreatie). Vijfhuisheide/Gilzesche heide Ten zuiden en zuidoosten van Gilze liggen de jonge ontginningsgebieden Gilzesche Heide en Vijfhuisheide. Deze gebieden zijn in de 19e en 20e eeuw ontgonnen uit voormalige heidevelden en stuifzanden. Ze hebben een vrij open en grootschalig karakter, met rechte wegen en percelen die zijn ingericht voor de landbouw.

Het landschap wordt vooral gebruikt door grondgebonden agrarische bedrijven, zoals melkveehouderijen en akkerbouwbedrijven. De bebouwing is schaars en ligt voornamelijk verspreid langs de hoofdontsluitingswegen. De oorspronkelijke verkavelingsstructuur is grotendeels behouden gebleven. Er zijn relatief weinig landschappelijke elementen zoals houtwallen, singels of slootkanten met beplanting. Het gebied ten zuiden van Gilze is hierop wel een uitzondering, omdat hier in de 2e helft van de 19e eeuw een landgoed is ontwikkeld. In de loop van de jaren is het landgoed in delen uiteengevallen. De restanten zijn nog zichtbaar in de vorm van bospercelen langs de Langenbergseweg en de Alphensebaan. De ruimtelijke beleving van beide voormalige heidegebieden is open en geordend. Ontwikkelingsrichting Vijfhuisheide/Gilzesche heide Bij toekomstige ontwikkelingen is het van belang om het agrarisch gebruik te behouden waar mogelijk, maar ook kansen te benutten voor landschappelijke versterking, natuurverbindingen en duurzame landbouw. Ontwikkelingen dienen rekening te houden met het open karakter van het gebied, en kunnen bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie.

68 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

69

3

3

3

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Netwerk Nederland Groen/bebossing Kernen Waterlichamen Historische stedenbouw

Legenda Infrastructuur t’ Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking jonge landschappen

4.4.3

Broekontginningslandschap

Het gebied ‘De Leijen’ of ‘Rijens Broek’ was vroeger een nat gebied. Het werd vooral gebruikt als hooiland, weiland en voor hakhout. Droge delen hadden wat naaldbomen of heide. Door de vele beplanting oogde het gebied kleinschalig en gesloten. In het oosten en noorden lag het brede dal van de Donge, een kronkelende rivier. Het gebied werd ontwaterd via verschillende sloten, van west naar oost: de Schoorstraatsche Lei, de Eerste of Tweede Leij, de Tweede of Groote Leij, en de Derde Leij of Het Klein Leike. Vroeger was het gebied moeilijk bereikbaar. In de 19e eeuw kwamen er enkele wegen en werden er boerderijen gebouwd. Ook werd in 1863 langs de zuidgrens de spoorlijn Breda-Tilburg aangelegd. Pas in 1972 begon de ruilverkaveling. Wegen werden verhard en rechtgetrokken, sloten aangepast en percelen vergroot. Oude landschapselementen zoals hakhoutstroken en singels verdwenen. Het resultaat was een open en grootschalig landbouwgebied met verspreid liggende boerderijen. Het landschap is daardoor veel gelijkvormiger geworden. Aan het einde van de 20e eeuw is de oostgrens van het gebied veranderd. Dit gebeurde omdat Tilburg (Reeshof) hier woningen ging bouwen. De oude gemeentegrens langs de Donge is daarbij aangepast. Ontwikkelingsrichting Broekontginningslandschap Het gebied is veranderd van een kleinschalig, nat landschap naar een open landbouwgebied.

Bij toekomstige ontwikkelingen is het belangrijk om ruimte te geven aan natuur en water. Ook willen we het landschap weer afwisselender en groener maken. Het gebied moet als groene buffer tussen Rijen en Tilburg blijven bestaan. Herstel van beplanting, sloten en andere landschapselementen is belangrijk. Voor dit gebied wordt een aparte gebiedsvisie gemaakt.

70

71

3

3

3

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Netwerk Nederland Groen/bebossing Kernen Waterlichamen Historische stedenbouw

Legenda Infrastructuur t’ Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking Broekontginningslandschap

4.4.4

Bossen

Vroeger bestond een groot deel van het gebied uit droge heide en stuifzand, met paden en wegen erdoorheen. Er lagen kleine buurtschappen en akkers, en langs het beekdal van de Groote Lei waren ontginningen en een omgeven mastbos. In 1813 werd een nieuwe rechte weg aangelegd tussen Breda en Tilburg (de Bredaseweg). Vanaf het midden van de 19e eeuw kreeg het gebied een militair karakter: Kamp Rijen werd opgericht en het terrein werd gebruikt als oefenterrein. Rond het kamp zijn nog steeds herinneringen uit die tijd zichtbaar. Delen van de heide werden vanaf de 19e eeuw bebost met naaldhout. In 1928 kwam er een golfbaan op de beboste stuifduinen. In 1863 werd de spoorlijn Breda-Tilburg aangelegd en in 1871 de steenfabriek ‘De Vijf Eiken’. Rond 1910 kwam er een vliegveld, dat later sterk werd uitgebreid door het leger en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit vliegveld is nog steeds in gebruik. Het westelijke deel van het gebied is nu vooral recreatiegebied met natuur, vakantieparken, een golfbaan en nog zichtbare militaire relicten. Grote delen zijn niet veranderd, waardoor ook cultuurhistorische waarden bewaard zijn gebleven. De Chaamse Bossen in het zuiden waren vroeger woeste gronden met heide en werden in de 18e en 19e eeuw bebost met naaldbos, vooral voor de mijnbouw. De bossen hebben een recht stratenpatroon, met hier en daar slingerende wegen.

Vennen in het gebied zijn deels ontwaterd, maar oude laagtes zijn nog zichtbaar. In 1941 werd nabij het Prinsenbosch een kamp gebouwd voor militair personeel. Sinds 1993 is op deze locatie een asielzoekerscentrum gevestigd. Dit AZC heeft een capaciteit voor 1.200 bewoners en wordt daardoor in de gemeente het 5e dorp genoemd. Het bosgebied behoudt grotendeels zijn historische karakter. Door natuurontwikkeling is er meer variatie in het bos en is de ecologische waarde gestegen, maar dat kan soms ten koste gaan van cultuurhistorische waarden. Ontwikkelingsrichting Bossen De bossen zijn ontstaan uit oude heide- en stuifzandgebieden en hebben natuur- en cultuurhistorische waarde. Het is belangrijk om het karakter van rechte wegen, oude paden, greppels en waterlopen te behouden. De bossen moeten zich verder ontwikkelen tot een gevarieerd, gemengd bos met open plekken en natte natuur. Militair en recreatief gebruik blijft mogelijk, maar nieuwe ontwikkelingen mogen de historische structuren niet beschadigen en moeten deze waar mogelijk versterken.

72 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

73

3

3

3

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Netwerk Nederland Groen/bebossing Kernen Waterlichamen Historische stedenbouw

Legenda Infrastructuur t’ Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking bebossingen

4.4.5

Landgoed

In de gemeente Gilze en Rijen ligt slechts één landgoed: Valkenberg. Het bevindt zich in het uiterste zuidwestelijke deel van de gemeente Gilze en Rijen en sluit aan op de aangrenzende zone met landgoederen in de gemeente Alphen-Chaam. Het landgoed is ontstaan uit een middeleeuwse hoeve, waarvan de eerste vermelding dateert uit 1456. Het gebied bestond van nature uit een afwisseling van hoger gelegen gebieden, moerassige laagtes en beekdalen. Het huidige karakter van het landhuis en het landschapspark is in de 18e en het begin van de 19e eeuw ontstaan. De aanleg van de buitenplaats bestaat uit een afwisseling van bossen, bouw- en weilanden, waterpartijen en formele lanen (o.a. een patte d’oie). Hoewel in de Tweede Wereldoorlog veel bomen in opdracht van de Duitsers zijn gekapt, is de historische structuur van de buitenplaats over het algemeen goed bewaard gebleven. Een groot deel van de historische tuin- en parkaanleg is daarom aangewezen als rijksmonument. Ontwikkelingsrichting De ontwikkelingsrichting van de landgoederen is gericht op het herstel, behoud en versterking van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ontwikkelingen zijn voornamelijk maatwerk waarbij de duurzame instandhouding van een landgoed voorop staat. Nieuwe functies worden afgewogen op hun bijdrage aan een duurzame instandhouding.

74 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

75

3

3

3

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Netwerk Nederland Groen/bebossing Kernen Waterlichamen Historische stedenbouw

Legenda Infrastructuur t’ Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking landgoederen

4.5

Bebouwingsconcentraties

In paragraaf 4.3 hebben we uitgelegd waarom bebouwingsconcentraties belangrijk zijn en welke regels we gebruiken om ze te beoordelen. In onze gemeente onderscheiden we drie soorten bebouwingsconcentraties, elk met eigen kenmerken en mogelijkheden. • Categorie 1: Deze liggen dichtbij dorpen of langs hoofdwegen. Ze hebben veel gebouwen en verschillende functies. • Categorie 2: Deze liggen verder van dorpen, zijn minder goed bereikbaar en hebben minder gebouwen, maar er is nog wel ruimte voor nieuwe huizen en andere functies. • Categorie 3: Dit zijn rustigere gebieden, vaak gericht op landbouw. Hier is minder ruimte voor nieuwe woningen, maar wel voor het verbeteren van de leefomgeving. Voor elke bebouwingsconcentratie geven we een beschrijving en een ontwikkelingsrichting. We kijken altijd goed naar het landschap bij nieuwe plannen. Zo zorgen we voor een aanpak die past bij het gebied.

Dongenseweg (type 2) De Dongenseweg is de verbinding tussen Rijen en Dongen en maakt deel uit van de as JulianastraatStationsstraat-Hoofdstraat-Dongenseweg, waarlangs de kern Rijen is ontstaan. De weg is tevens van oudsher de grens met de gemeente Oosterhout. Hierdoor is er verschil ontstaan in de hoeveelheid erven aan deze weg. Aan de oostkant (gemeente Gilze en Rijen) zijn meer erven ontstaan dan aan de westelijke Oosterhoutse zijde. Relatief veel van de aanwezige bebouwing heeft cultuurhistorische of beeldbepalende waarde. Het bebouwingslint is redelijk langgerekt en tussen de erven ligt op bepaalde plaatsen redelijk veel ruimte. Deze open ruimten zijn als een kwaliteit van deze bebouwingsconcentratie te beschouwen, omdat het achterliggende agrarisch landschap goed beleefbaar en zichtbaar is. De open ruimte aan de westzijde draagt hier extra aan bij. De weg heeft een breed profiel en vrijliggende fietspaden aan weerszijden. Ontwikkelingsrichting Dongenseweg is een bebouwingsconcentratie die gelegen is aan een belangrijke verbindingsweg tussen Rijen en Dongen. Bovendien leidt de Dongenseweg mensen het stedelijke gebied van Rijen in of naar de randweg Hannie Schaftlaan en is het de gemeentegrens tussen de gemeenten Gilze-Rijen en Oosterhout.

Aan de noordzijde grenst deze bebouwingsconcentratie aan natuurgebied “De Duiventoren”, wat een veel bezochte, groene omgeving is waar mensen graag gaan wandelen/recreëren. De open uitstraling van deze bebouwingsconcentratie is een belangrijk pluspunt dat behouden dient te blijven. Hierdoor moet er goed worden nagedacht over het toevoegen van bebouwing, zodat de open uitstraling behouden blijft. Het voordeel is dat de westzijde van de weg (gemeente Oosterhout) amper bebouwd is en er dus sprake is van een zeer open uitstraling aan die kant van de weg. In het lint Dongenseweg worden geen nieuwe bouwkavels toegestaan, behalve als er sprake is van functieverandering en kwaliteitsverbetering op herstructureringslocaties in het lint Dongenseweg. In deze bebouwingsconcentratie is er sprake van cultuurhistorische bebouwing op een aantal locaties, waardoor sloop niet overal gewenst is. Door deze cultuurhistorische bebouwing te behouden, blijft het karakter/de identiteit van de concentratie in de komende jaren/decennia zichtbaar.

76 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Hulteneindsestraat (type 3) In het uiterste oosten van de gemeente Gilze en Rijen is de bebouwingsconcenratie Hulteneindsestraat te vinden. Deze bebouwingsconcentratie, gelegen in het buitengebied van Hulten, is voornamelijk gevestigd aan de Hulteneindsestraat, maar ook voor kleine stukjes aan De Blommers (een zijweg van de Hulteneindsestraat) en de Hultenseweg (gelegen aan de zuidzijde van de N282). De kern van de concentratie is omringd door een aantal harde barrières, zoals de N282 in het zuiden, de N260 in het oosten die het gebied scheidt van het Tilburgse stadsdeel “De Reeshof” en de noordelijk gelegen spoorweg die Rijen met Tilburg verbindt. In principe loopt het bebouwingslint door tot op grondgebied van de gemeente Tilburg. De Burgemeester Letschertweg doorkruist het lint waar de oorsprong ligt van de buurtschappen die Hulten vormen/vormden. Vergelijkbaar met de Dongenseweg heeft Hulten-Heikant een open uitstraling. Het is een lang uitgerekte bebouwingsconcentratie die als het ware twee clusters verbindt met een aantal agrarische woningen en bedrijven in het midden. Vooral dit middenstuk biedt dus veel doorkijk over de weilanden en het landschap richting de Reeshof of de kern van Hulten. Ontwikkelingsrichting De bebouwingsconcentratie Hulteneindsestraat bestaat uit smalle wegen en wordt begrensd door grootschalige infrastructuur.

Een belangrijke ontwikkeling is het afsluiten van de N282 (Rijksweg) voor doorgaand snelverkeer. Het gebied waarin de bebouwingsconcentratie ligt vormt een buffer tussen Rijen en de Reeshof in de gemeente Tilburg. Langs de Burgemeester Letschertweg wordt een ecologische verbindingszone gerealiseerd. De bebouwingsconcentratie leent zich niet om nieuwe functies toe te voegen. Aan de Hulteneindsestraat worden geen nieuwe bouwkavels toegestaan, behalve als er sprake is van functieverandering en kwaliteitsverbetering op herstructureringslocaties aan de Hulteneindsestraat. Door de nabijheid van stedelijk gebied, het afsluiten van de Rijksweg en natuurlijke ontwikkelingen, zijn recreatieve ontwikkelingen afweegbaar.

Bavelseweg/Gilzeweg (type 1) Dit is een hoofdweg tussen Gilze en Bavel met een zeer goede bereikbaarheid doordat de weg rechtstreeks aansluit op afrit 13 van de A58. Dit gebied ligt in de nabijheid van zowel Gilze als Bavel. De bebouwingsconcentratie kent een relatief dichte bebouwingstructuur ten opzichte van de wijde omgeving en herbergt veel verschillende functies (agrarisch, wonen, horeca, detailhandel, bedrijven, verblijfsrecreatie en sport). De meeste functies aan de Bavelseweg/Gilzeweg spitsen zich toe op het buitenleven (boerenterras, horeca met speeltuin, tuincentrum, zorgboerderij, tegel/houthandel, boerencamping, golfbaan, wandelpaden, verkoop streekproducten etc.), waardoor ook wel de metafoor “boerenwinkelstraat” wordt gebruikt voor deze bebouwingsconcentratie. Ontwikkelingsrichting We streven naar een gebalanceerde doorontwikkeling van deze “boerenwinkelstraat” in combinatie met de verbetering van de omgevingskwaliteit. Vanwege de goede bereikbaarheid zien we uitbreidingsmogelijkheden voor de bestaande functies in het gebied, en dan met name voor de functies die zich toespitsen op het buitenleven, mits dit gepaard gaat met het versterken van de biodiversiteit en/ of klimaatadaptieve maatregelen.

Het gebied kent meerdere waterlopen die zouden kunnen dienen als klimaatbuffer en met name aan de zuidkant van weg zien we ruimte voor opgaand groen als overgang naar het achterliggende bos. Daarnaast zien we ruimte voor het beperkt toevoegen van woningen, maar ook hiervoor geldt dat dit gepaard dient te gaan met het toevoegen van landschapselementen ten behoeve van groenblauwe dooradering.

77 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Raakeind (type 2) Raakeind is een historische nederzetting op een dekzandrug, bestaande uit de Hoogstraat en Korte Hoogstraat. In deze bebouwingsconcentratie bevinden zich voornamelijk woningen en enkele (agrarische) bedrijven. De bebouwingsconcentratie is goed ontsloten via de Bavelseweg. Ontwikkelingsrichting In Raakeind richten we ons op het versterken van de omgevingskwaliteit door middel van herontwikkeling. De (intensieve) veehouderijen en andere (agrarische) bedrijven kunnen worden omgezet naar andere in het gebied passende (agrarische) functies, zoals bijvoorbeeld recreatie of kleinschalige woningbouw, mits dit gekoppeld wordt aan maatregelen in het kader van beekdalherstel rondom de Gilzewouwerbeek, klimaatadaptieve maatregelen rondom de Schellekensloop en/of het toevoegen van landschapselementen ten behoeve van de belevingswaarde van het landschap. In Raakeind worden geen nieuwe bouwkavels toegestaan, behalve als er sprake is van functieverandering en kwaliteitsverbetering op herstructureringslocaties in Raakeind. Uitbreidingsruimte voor de bestaande niet-agrarische bedrijven wordt terughoudend overwogen en ook hier geldt de bovengenoemde koppeling met beekdalherstel, klimaatadaptatie en landschapsverbetering.

Biestraat-Horst (type 2) Biestraat – Horst bestaat eigenlijk uit twee aparte buurtschappen die dusdanig naar elkaar toegegroeid zijn dat er geen duidelijke grens meer is. Biestraat-Horst ligt maar een paar honderd meter westelijk ten opzichte van de bebouwde kom van Gilze, en heeft met de Oranjestraat een goede verbinding met het centrum. De straten Biestraat en Horst zijn de hoofdwegen binnen deze concentratie, maar ook delen van de Chaamseweg en de Oranjestraat en de kleinere straten Bessemeindseweg en het Laarspad worden gezien als onderdeel van de concentratie Biestraat-Horst. Biestraat-Horst heeft een andere uitstraling dan de meeste bebouwingsconcentraties. Grote delen van de concentratie zijn relatief dichtbebouwd, waardoor het een heel gesloten gevoel geeft. Daarnaast is er aan de oostzijde van de concentratie geen ver uitzicht op de open stukken, aangezien de concentratie zo dicht tegen Gilze aan ligt. Aan de westzijde kan men wel verder kijken. Het gedeelte aan de Biestraat en Chaamseweg is gelegen aan een bredere weg, heeft een relatief lage bebouwingsdichtheid en is een goede locatie voor grotere bedrijven die zich er hebben gevestigd.

In tegenstelling tot Horst die juist een concentratie is die gevestigd is rondom kleinere landwegen, meer bebouwing heeft (en ook in veel verschillende vormen) en juist meer beschikt over agrarische bedrijven, zoals kwekerijen en intensieve veehouderijen. Ontwikkelingsrichting Biestraat-Horst is een mix van woningen, agrarische bedrijven en niet-agrarische bedrijven. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk dat deze passend zijn en geen wederzijdse belemmeringen opwerpen. Ontwikkelingen met een verkeersaantrekkende werking zijn in het gedeelte Horst niet gewenst, maar kunnen wel afgewogen worden als ze aan de Chaamseweg of Biestraat plaatsvinden. Met het toevoegen van woningen gaan we in de kernrandzone van Gilze terughoudend om. Indien het gecombineerd wordt met het stoppen van veehouderijen en er kwaliteitsverbetering plaatsvindt, is het toevoegen van woningen afweegbaar. Voor Biestraat-Horst is het belangrijk om de historie van de buurtschappen, zowel in de vorm van bebouwing als de (wegen)structuur, te behouden bij eventuele ontwikkelingen.

78 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Bolberg (type 2) Zoals de naam al doet vermoeden, is de Bolberg een verhoging in het landschap ten zuiden van Gilze. Hierdoor zijn de gronden al vroeg ontgonnen en gaandeweg bebouwd langs de ontstane padenstructuur. Rondom de Versterstraat en de straat Bolberg is er relatief veel bebouwing, wat een vergelijkbare uitstraling biedt als in Biestraat-Horst. De bebouwing staat hier redelijk dicht op elkaar en daardoor is er hier weinig doorkijk naar het achterliggende landschap. Op andere delen van Bolberg, bijvoorbeeld aan de Horst en aan de Alphensebaan is de doorkijk wat beter. Er is meer ruimte tussen de bebouwing en meer groen. Ontwikkelingsrichting In 2023 is een bestemmingsplan vastgesteld om in de bebouwingsconcentratie Bolberg 4 intensieve veehouderijen te beëindigen en te saneren. Met de realisatie van dit plan worden 6 bedrijfswoningen omgezet naar reguliere woningen, 17 nieuwe woningen binnen de bestaande erven en linten ingepast en 1 woning in bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gerealiseerd. Binnen de bebouwingsconcentratie Bolberg liggen nog enkele grondgebonden agrarische bedrijven. Nagenoeg alle bouwpercelen in Bolberg zijn in gebruik als burgerwoning. Agrarische en niet-agrarische bedrijfsontwikkelingen zijn in Bolberg niet meer gewenst, tenzij activiteiten als ondergeschikt bij een bestaande woonfunctie aan te merken zijn.

Landschappelijk bezien is het voor Bolberg, net als voor de gehele kernrandzone van Gilze, belangrijk dat de zachte overgang van bebouwde kom naar buitengebied behouden blijft en buurtschappen niet aan elkaar vastgroeien.

Weilenseind (type 2) Weilenseind is een combinatie van een aantal kleinere buurtschappen ten zuiden van Gilze. Deze bebouwingsconcentratie ligt aan de rand van de verhoging Bolberg en is vroeg ontgonnen als landbouwgrond. Tussen de straten Weilenseind en Alphenseweg is golfbaan Weilenseind ontstaan. Er zijn nog enkele grondgebonden agrarische bedrijven in de bebouwingsconcentratie aanwezig, maar wonen is de meest aanwezige functie. De locatie Steenfabriek grenst aan de bebouwingsconcentratie, maar maakt er formeel geen deel van uit. Deze steenfabriek is ontstaan, omdat de leemlagen in de aangrenzende (woeste) gronden erg geschikt waren voor het maken van bakstenen. Het aangrenzende gebied vormt dan ook een laagte in het landschap. De locatie van de steenfabriek is in 2004 herontwikkeld voor woningen, kantoor en culturele expositieruimte. De schoorsteen vormt nog een prominent herkenningspunt in het landschap. Ontwikkelingsrichting Nagenoeg alle bouwpercelen in Weilenseind zijn in gebruik als burgerwoning. Agrarische en nietagrarische bedrijfsontwikkelingen zijn niet meer gewenst, tenzij activiteiten als ondergeschikt bij een bestaande woonfunctie aan te merken zijn.

Landschappelijk bezien is het voor Weilenseind, net als voor de gehele kernrandzone van Gilze, belangrijk dat de zachte overgang van bebouwde kom naar buitengebied behouden blijft en buurtschappen niet aan elkaar vastgroeien.

79 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Vossenberg/Tilburgsebaan (type 2) Vossenberg is een uitgestrekte bebouwingsconcentratie ten oosten van de kern van Gilze. De concentratie bestaat uit twee wegen, namelijk de Tilburgsebaan en de zijstraat Vossenberg. De Tilburgsebaan is de hoofdweg binnen de concentratie. Aan beide zijden van de weg is bebouwing gevestigd, zowel bedrijven als woningen. Ook indoorspeeltuin/speelboerderij “De Vossenberg” is gelegen aan de Tilburgseweg. Deze locatie kan vrij druk zijn, wat soms redelijk grote verkeersstromen oplevert. Ook het bedrijventerrein ten noorden van de bebouwingsconcentratie zorgt met enige regelmaat voor meer (en grootschaliger) verkeer. De uitstraling van Vossenberg heeft twee totaal verschillende kanten. Het grootste deel bestaat uit vrijstaande bebouwing met daar tussenin open velden met veel doorkijk. Dit geeft een open en groene uitstraling aan het gebied. Echter is er een gedeelte binnen Vossenberg dat een enorm dichte uitstraling heeft, namelijk het meest westelijke gedeelte van de Tilburgsebaan. Hier staat de bebouwing ten noorden van de weg ingesloten tussen de A58 en de hoge bedrijfsbebouwing van bedrijventerrein Midden-Brabant Poort. Dit zorgt ervoor dat er totaal geen doorkijk is in dit gedeelte van de concentratie en geeft een ‘vernauwend’ gevoel. Ontwikkelingsrichting Openheid richting het zuiden is een belangrijke kwaliteit om te behouden.

In de bebouwingsconcentraie liggen nog enkele grote agrarische bedrijven. Indien daar een ontwikkeling op het bestaand bouwperceel plaatsvindt, zijn nieuwe woningen op basis van de maatwerkregeling voorstelbaar. De noordzijde van de Tilburgsebaan ligt tegen bedrijventerrein Midden-Brabant Poort en daar zijn geen ontwikkelingen op gebied van wonen gewenst. Bestaande bouwpercelen kunnen wel benut worden voor niet-agrarische bedrijvigheid. Tussen het bestaande bedrijventerrein en de zijstraat Vossenberg ligt agrarisch gebied. Hier is uitbreiding van het bedrijventerrein gepland. Aan de Vossenberg liggen woonbestemmingen en 2 agrarische bedrijven. Ontwikkelingen dienen te passen bij de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein.

Schoolstraat Molenschot (type 1) De Schoolstraat is één van de linten waaraan Molenschot is ontstaan. De meest zuidelijke bebouwing van de Schoolstraat is, in tegenstelling tot de bebouwing aan de overige linten, niet opgenomen in het bestaande stedelijke gebied zoals is opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De in het landelijk gebied gelegen bouwpercelen aan de Schoolstraat zijn woonbestemmingen en 2 glastuinbouwbedrijven. Ontwikkelingsrichting Ontwikkelingen in de bebouwingsconcentratie Schoolstraat dienen in samenhang met de bebouwde kom bekeken te worden. Binnen de concentratie is in de huidige situatie weinig functiemenging te vinden. In de toekomst zijn functies met een lichte verkeersaantrekkende werking afweegbaar, mits de functie past binnen de omgeving. Beide glastuinbouwbedrijven zijn solitaire glastuinbouwbedrijven. De ontwikkelingsmogelijkheden daarvan zijn zeer beperkt. Herontwikkeling van deze bedrijven is voorstelbaar, waarbij eventuele nieuwbouw in de stedenbouwkundige opzet van het lint dient plaats te vinden en bebouwing daarachter gesaneerd dient te worden. Het lint heeft enkele open plekken, waarvan de landschappelijke waarde beperkt is. Mogelijkheden van woningbouw op basis van de maatwerkregeling is afweegbaar. Hier zou ook gebruik gemaakt kunnen worden van aankoop van rechten door kwaliteitsverbetering elders.

De mogelijkheden zullen echter beperkt worden door de beperkingen die de vliegbasis geeft in dit gebied.

80 - Gemeente Gilze en Rijen | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

05. UITVOERING VAN DE OMGEVINGSVISIE In dit hoofdstuk geven we aan hoe we de omgevingsvisie willen uitvoeren. Daarbij gaan we in op de verschillende rollen en taken die er zijn, de spelregels die we hanteren bij het beoordelen van initiatieven, de monitoring van de omgevingsvisie, de aard van de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan, en de verschillende financiële aspecten.

81

5.1

Samen

Samen met bewoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden werken we aan de omgeving van Gilze en Rijen. Zo is de omgevingsvisie samen opgesteld met iedereen die wil meepraten over de toekomstige leefomgeving van onze gemeente. Maar daar blijft het niet bij. De visie moet ook uitgevoerd worden. En daar hebben we de hulp van de samenleving bij nodig. De kracht zit namelijk in de gezamenlijkheid. Omdat de gemeente de omgevingsvisie graag samen met de bewoners en initiatiefnemers wil uitvoeren, zijn nieuwe samenwerkingsvormen belangrijk. We hebben elkaar nodig om de toekomst van onze gemeente vorm te geven, en dit vraagt om een open houding voor plannen die directe verbetering van de omgevingskwaliteit opleveren. Hier hoort een nieuwe rol- en taakverdeling bij. Er wordt meer van initiatiefnemers verwacht: niet alleen plannen ontwikkelen, maar ook op zoek gaan naar draagvlak in de maatschappij, het gesprek aangaan om plannen (nog) beter te maken en op zoek gaan naar oplossingen die bijdragen aan de doelen die we met elkaar in de omgevingsvisie hebben gesteld. De gemeente zal minder toetsend zijn, zal aan de voorkant van het plan met initiatiefnemers in gesprek gaan om samen te bezien hoe initiatieven optimaal kunnen bijdragen aan de gezamenlijke doelen. Maar ook om oplossingen te zoeken als wettelijke kaders in eerste instantie een belemmering lijken.

Om dit goed te organiseren zijn spelregels nodig. Deze zijn in paragraaf 5.2 beschreven. De omgevingsvisie is daarmee het hulpmiddel om gezamenlijk te bepalen of een idee een goed idee is.

Samenwerken met onze buren: Alphen-Chaam en Baarle-Nassau 1 januari 2016 is onze gemeente ambtelijk gefuseerd met Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. Schaalvergroting, samenwerking en professionalisering zijn de sleutelwoorden om te komen tot een toekomstbestendige en efficiënte dienstverlening. Wij willen juist dichtbij blijven en samen zaken oppakken.

Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT)

Het gebied rondom Breda – Tilburg kan worden gezien als een zogenoemd ‘daily urban system’. Het is één netwerk van steden en dorpen dat met elkaar verweven is. Deze stedelijke regio is door het Rijk ook aangewezen als NOVEX-gebied. In de NOVEX-gebieden gaat het Rijk een langjarige samenwerking aan met de regio om te komen tot een gezamenlijke aanpak van de complexe opgaven. Hierin vindt het belangrijkste deel van de dagelijkse woon-werkverplaatsingen plaats, zijn de voorzieningen nabij en zijn de lijntjes relatief kort. In dit samenwerkingsverband hebben verschillende gemeenten, waterschappen en de provincie afspraken gemaakt over de ruimtelijke ontwikkeling in de regio Breda-Tilburg voor de komende tien jaar. Hierin werken we samen met andere gemeenten, welke onderverdeeld zijn in subregio’s. Zo werken we binnen de regio aan meer en beter openbaar vervoer. Ook zijn we aangesloten bij de woondeal in de SRBT-regio.

Regio Hart van Brabant

Als gemeenten in Midden-Brabant werken we nauw samen, namelijk Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. Deze samenwerking is formeel vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant en wordt gestuurd door een kernagenda. Om de programma’s en projecten van deze agenda succesvol uit te voeren, vindt er regelmatig intensieve afstemming plaats en dragen we allen waar nodig bij met middelen en personeel. Zo werken we als gemeente intensief samen met andere gemeenten op onder andere het sociaal domein en daaraan gerelateerde veiligheidszaken en arbeidsmarkt. De regionale woonzorgvisie is hier een goed voorbeeld van.

82 - Gemeente Gilze en Rijen | Uitvoering van de omgevingsvisie

5.2

Spelregels voor initiatieven

Ideeën met betrekking tot de fysieke leefomgeving die invulling geven aan de visie, kunnen in principe rekenen op medewerking van de gemeente. Een goede omgevingskwaliteit is het uitgangspunt van de visie. Dit moet per individueel geval worden afgewogen en beoordeeld. Er is altijd afwegingsruimte, waarbij de kwaliteit afhankelijk is van de functie en van de locatie gecombineerd met verschillende belangen van gebruikers en (toekomstige) bewoners. Het is aan de initiatiefnemer om de maatschappelijke meerwaarde aan te tonen en aan te tonen dat er voldoende sprake is van omgevingskwaliteit.

spelregels 1

3

Bijdrage aan de doelen

De omgevingsvisie signaleert onderzoek bij ruimtelijke procedures; randvoorwaarden volgen beleid en wetgeving. Geen PlanMER vereist vanwege niet-plichtige projecten.

De gemeente beoordeelt of het initiatief bijdraagt aan de doelen uit de visie (zie hoofdstukken 2-4).

2

Maatschappelijk draagvlak

Voldoen aan omgevingsaspecten

WIE

Draagvlak voor een initiatief wordt bepaald door de initiatiefnemer, met gemeentelijke steun. WAT Belangrijke voorwaarden zijn wie betrokken is en wat er wordt bereikt. HOE

Betrek omwonenden en belanghebbenden bij het creëren van draagvlak. Lever een verslag aan over het draagvlak en het proces daarvan. De gemeente helpt bij het betrekken van belanghebbenden en faciliteren van gesprekken.

5

4

Bijdrage aan de omgevingskwaliteit

Rechtstreekse Fysieke verevening

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verwachten we investeringen in ruimtelijke kwaliteit. Raadsbesluit vereist voor fondsvorming en besteding van bijdragen. Dit kan via fysieke verevening (integraal, aansluitend, of op afstand) of een vereveningsfonds,

• Geïntegreerd in het project; • Aansluitend aan het project; • Op afstand van het project.

Compensatie via een (verevenings)fonds Initiatiefnemer stort geld in fonds; beheerder realiseert verevening met gebundelde bijdragen.

Financiering, prioriteitstelling en fasering Bij gemeentelijke (mede)financiering wordt het project in de begroting opgenomen, met prioritering en fasering indien nodig.

6

Besluitvorming De gemeente bewaakt de samenhang, faciliteert gesprekken, en neemt de uiteindelijke beslissing als het draagvlak onduidelijk is. Als een initiatief voldoet aan stappen 1-4 (of 5), zal het college en de raad het in principe ondersteunen.

Spelregels

Stap 1. Bijdrage doelen De gemeente beoordeelt of het initiatief bijdraagt aan de doelen die we in de visie hebben geformuleerd (zie hoofdstukken 2, 3 en 4).

Stap 2. Maatschappelijk draagvlak Wat onder ‘voldoende’ bijdrage aan de visie moet worden verstaan, wordt mede bepaald door het maatschappelijk draagvlak. Dit wordt door de initiatiefnemer georganiseerd. De gemeente kan hierbij behulpzaam zijn. De opgave is het creëren van draagvlak van binnenuit door het vinden van ‘balans, acceptatie en tolerantie’. Een gebiedsdialoog kan daar een belangrijke rol in spelen. Wel gelden enkele voorwaarden waar draagvlak in ieder geval aan moet voldoen. De voorwaarden hebben vooral betrekking op ‘wie’ en ‘wat’. Het ‘hoe’ wordt aan de initiatiefnemer overgelaten. Wij gaan hier kort op deze voorwaarden in.

83 - Gemeente Gilze en Rijen | Uitvoering van de omgevingsvisie

Wie: • De directe omgeving (omwonenden) moet worden betrokken bij het inventariseren en genereren van draagvlak. De directe omgeving wordt bepaald door iedereen waarop het initiatief effect heeft. • Belangenorganisaties: partijen die een belang hebben of wier belang geschaad kan worden door het initiatief. Wat: • Er moet draagvlak zijn voor het initiatief. Om te kunnen beoordelen of dit in voldoende mate is gebeurd, verlangt de gemeente een verslag over inhoud en proces. Hierin is aangegeven in hoeverre er draagvlak is voor het initiatief (inhoudelijk) en hoe dit draagvlak is verworven (procesmatig). Hoe: • Ondanks dat het ‘hoe’ aan de initiatiefnemer wordt overgelaten, valt daar toch iets over te zeggen. Zo kan de gemeente behulpzaam zijn bij het bepalen van de betrokkenen in een gesprek dat nodig is om draagvlak te krijgen. Ook kunnen wij faciliteren bij het op gang brengen van het gesprek. In feite wordt hiermee antwoord gegeven op de ‘wie’-vraag.

Stap 3. Voldoen aan omgevingsaspecten De omgevingsvisie heeft een signaalfunctie voor nader onderzoek bij ruimtelijke procedures. Er moet rekening worden gehouden met diverse randvoorwaarden die zijn vastgelegd in beleidstukken en wettelijke kaders. Er is voor deze omgevingsvisie geen PlanMER opgesteld omdat de nu bekende projecten niet PlanMER-plichtig zijn en deze omgevingsvisie geen grondslag biedt voor MER-plichtige activiteiten.

Stap 4. Bijdrage aan de omgevingskwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling verwachten wij van de initiatiefnemer dat er ook wordt geïnvesteerd in verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe economische ontwikkelingen een bijdrage leveren aan versterking van de kwaliteiten van de kernen en het buitengebied: ‘voor wat hoort wat’. Deze bijdrage (verevening) kan op twee manieren plaatsvinden: rechtstreekse fysieke verevening of compensatie via een (verevenings)fonds. Bij rechtstreekse fysieke verevening realiseert de initiatiefnemer van een project zelf de verevening. Deze vorm van verevening kan op drie wijzen plaatsvinden: • Geïntegreerd in het project; • Aansluitend aan het project; • Op afstand van het project. De gebiedsgerichte uitwerking geeft inspiratie als voorbeeld van wat we met omgevingskwaliteit bedoelen. Bij toepassing van een vereveningsfonds stort een initiatiefnemer een geldbedrag in een fonds, op basis van een kapitalisatie van de noodzakelijke verevening. De beheerder van het vereveningsfonds gebruikt het fonds vervolgens om de benodigde verevening te realiseren. Daarbij kunnen de vereveningsbijdragen van verschillende initiatieven gebundeld worden ingezet.

84 - Gemeente Gilze en Rijen | Uitvoering van de omgevingsvisie

De ontwikkeling van het vereveningsfonds moet nog verder worden uitgewerkt, waarbij over de ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’ en de financiële vertaling ervan nadere afspraken worden gemaakt. Programma’s zijn hiervoor het geschikte instrument onder de Omgevingswet.

Stap 5 Financiering, prioriteitstelling en fasering Als (mede)financiering door de gemeente noodzakelijk en gewenst is, dan wordt het project zo mogelijk in de begroting opgenomen. Omdat niet alles tegelijkertijd kan, zal de gemeente prioriteiten stellen en projecten zo nodig faseren.

Stap 6 Besluitvorming De gemeente is gesprekspartner, faciliteert (ambtelijk) en is op een hoger abstractieniveau de bewaker van de onderlinge samenhang (college en raad). Ook als het maatschappelijk draagvlak geen duidelijk beeld geeft van de wenselijkheid van het initiatief, zal het gemeentebestuur uiteindelijk de knoop doorhakken. Omgekeerd betekent dit dat als een initiatief voldoet aan stappen 1 tot en met 4 (of 5), het college en de raad het initiatief in principe zullen omarmen.

5.3 Beleidscyclus en monitoring omgevingsvisie Onze omgevingsvisie maakt onderdeel uit van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze cyclus is gebaseerd op een dynamisch proces van continue verbetering en aanpassing, gericht op het creëren van een duurzame en leefbare fysieke leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. Deze visie schetst de kaders en ambities die van belang zijn voor de thema’s en nader uitgewerkt kunnen worden in programma’s. Bovendien vormen deze visie en de daaropvolgende programma’s een basis voor het vorm te geven omgevingsprogramma. Gedurende de uitvoering van ons beleid monitoren we voortdurend de resultaten en effecten op de leefomgeving. We evalueren ons beleid op basis van concrete indicatoren en feedback van belanghebbenden. We zijn bereid om indien nodig aanpassingen door te voeren op onze omgevingsvisie om onze doelstellingen beter te bereiken. Dit zorgt voor een adaptief en veerkrachtig beleidskader dat flexibel kan inspelen op veranderende omstandigheden en behoeften in onze leefomgeving. Het monitoren van beleid is belangrijk om de doorwerking en het behalen van de beoogde ambities te bepalen. Op basis van de monitoring kan worden bezien of beleid, proces en/of middelen effectief worden ingezet. Daarnaast kunnen er gedurende de looptijd van de visie nieuwe inzichten en ontwikkelingen zijn, waarin de omgevingsvisie niet voorziet.

Dit kan leiden tot actualisering van de visie. Ook programma’s zullen periodiek worden geëvalueerd en geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en nieuwe projecten. Dit organiseren we rondom de begrotingsbehandeling omdat daarmee ook gemeentelijke kosten gemoeid kunnen zijn.

5.4 Omgevingsprogramma’s en omgevingsplan We zijn ons ervan bewust dat sommige onderwerpen een nadere uitwerking dienen te krijgen. Dit is nodig om de ambities concreter te maken, maar ook om op een meer samenhangende en efficiënte manier te werken aan doelen voor de leefomgeving. De programma’s kunnen beter worden afgestemd op de specifieke behoeften en omstandigheden van bepaalde gebieden of thema’s.

85 - Gemeente Gilze en Rijen | Uitvoering van de omgevingsvisie

Een programma kan bijvoorbeeld gericht zijn op het realiseren van bepaalde doelstellingen binnen een thema, zoals het bevorderen van duurzaamheid, wonen, of het verbeteren van de leefbaarheid in een bepaald gebied. In het omgevingsplan leggen wij de bestaande mogelijkheden van onze fysieke leefomgeving vast. De omgevingsvisie en de bijbehorende programma’s vormen de basis voor de inhoud van het omgevingsprogramma. Per 1 januari 2024 hebben we ons eerste omgevingsplan, dit is een omgevingsplan van rechtswege. We werken er stap voor stap naar toe om te komen tot een omgevingsplan dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. In dit proces zorgen wij ervoor dat het omgevingsplan zodanig is vormgegeven dat dit voldoende mogelijkheden biedt om te kunnen inspelen op de gewenste ontwikkelingen die voortvloeien uit deze omgevingsvisie.

5.5 Kostenverhaal en financiële bijdrage Voor het voeren van een grondbeleid beschikt de gemeente over verschillende instrumenten. Planologische instrumenten zijn gericht op de toebedeling van functies aan locaties (via het omgevingsplan en de omgevingsvergunning). Gericht op het grondbeleid kunnen we gebruik maken van meer specifieke instrumenten, zoals het voorkeursrecht. Financiële instrumenten helpen om gemeentelijke kosten te verhalen bij degenen die baat hebben bij de ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden zijn kostenverhaal en financiële bijdragen (plankosten en bovenwijkse voorzieningen), baatbelasting en leges. Het kostenverhaal regelen wij bij voorkeur door middel van een anterieure overeenkomst. Is het niet mogelijk om een overeenkomst af te sluiten, dan kunnen we de regeling van het publiekrechtelijke kostenverhaal toe passen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om in het omgevingsplan te bepalen voor welke ontwikkelingen een financiële bijdrage wordt verhaald op initiatiefnemers. Deze bijdrage kan enkel worden verhaald als tussen de bouwactiviteit van een initiatiefnemer en de ontwikkeling waarvoor een financiële bijdrage verhaald wordt, een functionele samenhang bestaat. Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling worden afgesproken.

Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van ecologische verbindingszones, nieuwe natuur, recreatievoorzieningen. Dit soort ontwikkelingen zijn veelal niet direct toe te rekenen aan de ruimtelijke ontwikkeling. In een programma zullen de hoofdlijnen van de bekostiging en planning van de ontwikkeling waar de vrijwillige financiële bijdrage voor is bedoeld worden uitgewerkt. In dit programma zal het volgende worden beschreven: • Omschrijving van het gebied dat ontwikkeld gaat worden. • Het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen. • Ingaan op de financiering van de ontwikkeling. • Een indicatie geven van de gewenste bijdrage. • Ingaan op de planning en realisatie van de ontwikkeling. We kunnen er ook voor kiezen om privaatrechtelijke instrumenten in te zetten, naast de publiekrechtelijke instrumenten. Dit privaatrechtelijke instrumentarium stelt ons in staat om regie te voeren op de betreffende locatie. Als eigenaar kan de gemeente meer invulling geven aan ontwikkellocaties dan vanuit het publiekrechtelijk instrumentarium mogelijk is. In een of meerdere programma’s wordt door de gemeente Gilze en Rijen een onderbouwing van functionele samenhang vastgelegd.

De financiële bijdrage wordt eveneens tezamen met andere afspraken gebundeld opgenomen in de anterieure overeenkomst.

86 - Gemeente Gilze en Rijen | Uitvoering van de omgevingsvisie

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15877693/1