CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ONBP Bavelseweg 5 Gilze (10-09-2021)

Raadscommissie Ruimte 4 november 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: b. RIB ontwerp-bestemmingsplan Bavelseweg 526.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|28

Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (plangebied rood omcirkeld)

Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Baronie De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het zandlandschap bestaat uit een grofmazige mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Daarnaast komen ook meer besloten jonge zandontginningen voor, met bebouwing langs oude wegen, kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten.

Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Beekdal van de Mark” en “Dekzandeiland Alphen-Baarle”.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|29

Historische geografie – lijnen Het plangebied wordt ontsloten door de Bavelseweg. De Bavelseweg is aangewezen als ‘Historische geografie – lijnen’. Bavelseweg 3 De weg van Gilze naar Bavel heet de Bavelseweg. Samen met de huidige Ridderstraat vormde de Bavelseweg de oude verbinding met Breda. In 1758 werd de weg dan ook de Bredaschenwegh genoemd en in 1887 de Oude Bredasche dijk. Pas in 1913 gaf de Provincie opdracht de weg met keien te verharden. De keien werden per smalspoor aangevoerd vanaf het station te Rijen en de weg was in 1915 voltooid. In 1972 en 1988 werd de weg gereconstructueerd en van een ander wegdek voorzien. In die jaren is de weg door de provincie overgedragen aan de gemeente. Op 13 november 1972 viel het besluit om deze weg in Gilze de naam Bavelseweg te geven. Toetsing Met het planvoornemen wordt een agrarische bedrijfsbestemming omgezet naar een woonbestemming en een extra wooneenheid toegevoegd in de cultuurhistorisch waardevolle schuur voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van de bebouwing. Door middel van dit plan wordt de aanwezige cultuurhistorische waarde in het plangebied versterkt. De bestaande woonboerderij blijft behouden en wordt opgeknapt. Door het realiseren van een woning in de bestaande cultuurhistorisch waardevolle schuur kan deze, en de andere bijgebouwen, duurzaam behouden blijven.

Het gehele plangebied wordt landschappelijk ingepast met de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden als uitgangspunt. Cultuurhistorische waarden Bavelseweg 5 Aanduiding karakteristiek bestemmingsplan Buitengebied Het perceel Bavelseweg 5 heeft in het bestemmingsplan Buitengebied de aanduiding ‘Karakteristiek”. De gronden met de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ zijn opgenomen in bijlage 5 van de regels van het vigerend bestemmingsplan als ‘Cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende panden’. In dit document staat een opsomming van de cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende panden in het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Voor het perceel Bavelseweg 5 is de volgende omschrijving opgenomen: “Bavelseweg 5 Ca. 1900, 1951 Boerderijhuis. Zadeldak belegd met riet. Gevel verbouwd in 1951 (gewijzigde vensters) en verbouwd in 1964 tot twee woongedeelten (ingangspartij erbij, vensters gewijzigd etc. Architect J.J. Keusters, Gilze). Beeldbepalend vanwege ligging en ensemblewerking.” Voor gebieden aangewezen als ‘karakteristiek’ geldt dat wordt gestreefd naar behoud en/ of herstel van de cultuurhistorische waarden van de op deze gronden aanwezige bouwwerken. Dit houdt in dat: a. De bouwwerken qua profiel, bouwmassa, gevelkarakteristiek, detaillering, kleur- en materiaalgebruik, situering en oriëntatie behouden dienen te blijven.

Het behoud van de verschijningsvorm heeft hoge prioriteit; b. Nieuw bebouwing dient de karakteristiek van de bestaande gebouwen afzonderlijk en/of als geheel niet aan te tasten. Waardestelling Monumentenhuis Brabant Monumentenhuis Brabant heeft, op verzoek van de initiatiefnemer, onderzoek gedaan naar de cultuurhistorische waarden van de boerderij, de grote veldschuur en het erf met overige samenstellende onderdelen aan de Bavelseweg 5, om de waarden vast te stellen. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Hieruit is het volgende gekomen:

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|30

Cultuurhistorische waarden De boerderij is van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de sociaaleconomische en agrarische ontwikkeling van Gilze, specifiek het gehucht Verhoven, vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw en mogelijk zelfs eerder. De boerderij is daarnaast van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de Brabantse langgevelboerderij. De schuur is van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de doorontwikkeling van het agrarisch bedrijf in de twintigste eeuw. Architectuur- en kunsthistorische waarden De boerderij heeft vele wijzigingen ondergaan, zowel aan het exterieur, als aan het interieur. Het exterieur is architectuurhistorisch waardevol vanwege de zichtbare opeenvolgende (ver)bouwfasen in relatie tot het gewijzigde gebruik. Met name het oude metselwerk in de linkerzijgevel met terracotte gedenksteen en de gepleisterde rechterzijgevel zijn bouwhistorisch waardevol. De interne constructie van moerbalken en kapspanten is bouwhistorisch waardevol. De interieurafwerkingen, zoals de schouwen, deuren en lambrisering zijn van enige waarde als uitdrukking was de veranderende interieuropvattingen in de twintigste eeuw. De schuur is uitgevoerd in traditionalistische bouwstijl waarvan nog veel kenmerken uit de bouwperiode aanwezig zijn zoals baksteengevels, betonnen vensters en ankerbalkgebinten.

Hiermee is de schuur architectuur- en bouwhistorisch waardevol. Situationele en ensemblewaarden De boerderij heeft een hoge situationele waarde vanwege de ligging aan de Bavelseweg, als onderdeel van het boerderijencluster en gehucht Verhoven dat terug gaat tot tenminste het midden van de negentiende eeuw. De schuur is van enige situationele waarde vanwege de ligging op het oorspronkelijke achtererf. De boerderij en schuur vormen samen met de kippenschuur en de voormalige stal aan de oostzijde van de boerderij een waardevol ensemble. Gaafheid en herkenbaarheid De gaafheid van de oorspronkelijke boerderij is door verschillende wijzigingen aangetast. Deze wijzigingen zijn, met uitzondering van de nieuwe voorgevel, als kenmerk van opeenvolgende gebruiksfasen waardevol. De hoofdvorm van de boerderij is daarnaast door het doortrekken van de kap en het verdwijnen van het wolfseind aangetast. De oorspronkelijke plattegrond van de boerderij met herd, opkamer en kelder is niet meer aanwezig. De schuur is van waarde vanwege de gaafheid en herkenbaarheid van de hoofdvorm en indeling van de gevels. De uitbreidingen hebben elkaar in een relatief korte periode opgevolgd en zijn in aansluiting op de traditionele bouwstijl van de bestaande schuur uitgevoerd.

Zeldzaamheid Vanwege de cultuurhistorische waarde, architectuur- en bouwhistorische waarde en met name de situationele en ensemblewaarde in relatie tot de gaafheid en herkenbaarheid is sprake van relatieve zeldzaamheid op lokaal niveau. Toetsing Met het planvoornemen wordt een agrarische bedrijfsbestemming omgezet naar een woonbestemming en een extra wooneenheid toegevoegd in de cultuurhistorisch waardevolle schuur voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van de gebouwen. Door middel van dit plan wordt de aanwezige cultuurhistorische waarde in het plangebied versterkt. De bestaande woonboerderij blijft behouden en wordt opgeknapt. Door het realiseren van een woning in de bestaande cultuurhistorisch waardevolle schuur kan deze, en de andere bijgebouwen, duurzaam behouden blijven. Het gehele plangebied wordt landschappelijk ingepast met de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden als uitgangspunt.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|31

Cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende panden in de omgeving In de omgeving zijn een aantal cultuurhistorische panden aanwezig, die in het bestemmingsplan Buitengebied de aanduiding “karakteristiek” hebben. De gronden met de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ zijn opgenomen in bijlage 5 van de regels van het vigerend bestemmingsplan als ‘Cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende panden’. In dit document staat een opsomming van de cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende panden in het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Het betreft de volgende panden: Bavelseweg 3 Ca. 1890, 1962, 1964. Herbouw gevels 2005 Langgevel boerderij met Vlaamse schuur en Mariakapel. Objecten vormen karakteristiek en waardevol ensemble. Gevels boerderij herbouwd met handgevormde rode baksteen. Object afgedekt met langgerekt zadeldak belegd met donkergrijze (blauwe) Muldenpannen. Oorspronkelijk (tot 1922) woonhuis afgedekt met riet. Diverse opstallen achter object waaronder Mariakapel uit 1946. Beeldbepalend vanwege ligging ensemble werking. Alleen Mariakapel wordt beschreven om cultuurhistorische waarde. Bavelseweg 7-9 Ca. 1900 Ca. 100 Bouw boerderijhuis. 1969 verbouwd (vensters, dakkapellen)(Architect J.J. Keusters, Gilze). Vormt een van de belangrijkste objecten in deze cluster van boerderijen aan de Bavelseweg. Karakteristieke dak- en gevelvorm.

2001 aan achterzijde serre aangebouwd. Object heeft beperkte cultuurhistorische waarde. Beeldbepalend vanwege clustervorming met boerderijen in omgeving en ensemblewerking. Toetsing Met het planvoornemen wordt een agrarische bedrijfsbestemming omgezet naar een woonbestemming en een extra wooneenheid toegevoegd in de cultuurhistorisch waardevolle schuur voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van de gebouwen. Door middel van het planvoornemen wordt de clustervorming met de boerderijen in de omgeving en ensemblewerking van het gehucht ‘Verhoven’ versterkt. De uitstraling van het gehucht ‘Verhoven’ wordt verbeterd. Aardkundig waardevolle gebieden Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Het landschap in Noord-Brabant is honderden tot honderdduizenden of zelf miljoenen jaren terug ontstaan. Deze dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen zijn gezichtsbepalend voor het Brabants landschap. De provincie wil deze onvervangbare gebieden behouden vanwege de ecologische en cultuurhistorische betekenis. De provincie heeft de ‘Aardkundige waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ ontwikkeld, welke is opgenomen in kaart 3: ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim Omgevingsverordening.

De kaart geeft aan op welke gebieden de bestaande beleidsregels betrekking heeft. In de regels is extra ruimtelijke bescherming voor het beheer en behoud van die gebieden geregeld.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|32

Toetsing Op de kaart ‘Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ is te zien dat het gebied niet in een aardkundig waardevol gebied ligt. De dichtst bijliggende aardkundig waardevolle gebied is de Strijbeeksche Heide, Chaamsche Beek. Met het planvoornemen vinden geen ontwikkelingen plaats welke in strijd zijn met de ontwikkelstrategieën behorende bij de Aardkundig Waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant. Conclusie De ontwikkeling voorziet in het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het plangebied. Ter bescherming van deze waarden is de specifieke bouwaanduiding ‘karakteristiek’ met bijbehorende regeling opgenomen.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleid De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/ rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdstructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.

Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/ rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties). Is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|33

De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Onderzoek Het planvoornemen betreft het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming en het toevoegen van één extra wooneenheid in de cultuurhistorisch waardevolle schuur ten behoeve van het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van het plangebied en de bebouwing. Door het planvoornemen wordt de bestaande agrarische bedrijfsbestemming, direct gelegen naast woningen, opgeheven, waardoor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied verbeterd. Bij de beoogde ontwikkeling moet voldaan worden aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. In de VNG publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/ rustig buitengebied gegeven. Het plangebied ligt in het buitengebied, direct aan de hoofdinfrastructuur (Bavelseweg en Klein Zwitserland) van Gilze. Rondom het plangebied liggen vooral woonbestemmingen. Het gebied is te kwalificeren als omgevingstype ‘rustig buitengebied’. In onderstaande tabel zijn de bestaande functies rond het plangebied weergegeven. Adres

Soort bedrijf

Milieucategorie

Hinderafstand rustig buitengebied

Bavelseweg 6

Agrarisch bedrijf (akkerbouw) Agrarisch bedrijf (akkerbouw) Intensieve veehouderij Agrarisch bedrijf (akkerbouw)

2

30 meter

Afstand vanaf bestemmingsgrens tot aan nieuwe woning 36 meter

2

30 meter

190 meter

4.1 2

200 meter 30 meter

270 meter 400 meter

Bavelseweg 25 Biestraat 12 Biestraat 14

De ontwikkeling ligt buiten de richtafstanden van de bedrijven in de omgeving. Het aspect geur is nader beschreven in paragraaf 5.7. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|34

5.3

Bodemkwaliteit

Beleid Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkeling zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Onderzoek Voor de planlocatie is door Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek (Aeres Milieu, Verkennend bodemonderzoek Bavelseweg 5 te Gilze, projectnr. AM20452, 28 september 2020) uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn plaatselijk sporen baksteen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met lood, zink en PAK. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen en naftaleen.

Op de onderzoekslocatie staat een loods en een schuur met asbestverdachte dakbedekking zonder goot. Om de aanwezigheid van asbest in de bodem (bovengrond) uit te sluiten, wordt geadviseerd om een verkennend onderzoek asbest in bodem (na sloop) conform NEN 5707 uit te voeren. De resultaten van dit bodemonderzoek gegeven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (bestemmingswijziging en bouw woning). Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Na het slopen van de bijgebouwen wordt een verkennend onderzoek asbest in bodem conform NEN 5707 uitgevoerd. Verder vormt het aspect bodemkwaliteit geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|35

5.5

Externe veiligheid

Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".

Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|36

Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van Nederland. Propaantank LPG reservoir

LPG reservoir

Buisleiding Z-528-01 Propaantank

A58

Munitieopslag Vliegbasis Gilze-Rijen Defensieleiding

Uitsnede Risicokaart Nederland (plangebied rood omcirkeld)

Inrichtingen In de omgeving van het plangebied komen de volgende risicovolle inrichtingen voor: • LPG reservoir van de Esso (875 meter) • LPG reservoir van de Shell (740 meter) • Propaantank van wegrestaurant (925 meter) • Propaantank van Studio Thielemans (550 meter) Binnen of direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichting. De dichtstbijzijnde inrichting bevindt zich op 550 meter van het plangebied. Het invloedsgebied van een LPG tankstation is 150 meter en de risicocontour van de propaantanken reikt niet verder dan de percelen waar de propaantanken gevestigd zijn. Het plangebied ligt volledig buiten de invloedsgebieden van bovenstaande risicobronnen. Het plangebied ligt binnen het invloedgebied van de munitieopslag van vliegbasis Gilze en Rijen. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 5.11. Transport over wegen Conform het gestelde in het Basisnet Weg hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in een gebied dat meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op een grotere afstand dan 200 meter van het plangebied. De dichtstbijzijnde Rijksweg (A58) ligt op 320 meter van het plangebied.

Transport over water Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied is geen vaarweg gelegen die een beperking in de externe veiligheid vormt voor dit plan.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|37

Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding Op circa 410 meter ligt een aardgasleiding van de Gasunie (Z-528-01). Op grond van de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen kunnen transportroutes op meer dan 200 meter van het plangebied buiten beschouwing blijven. De buisleiding ligt buiten de afstand van 200 meter van de planlocatie Bavelseweg 5 aan de overzijde van de A58. Op circa 540 meter ligt een Defensieleiding van de Defensie Pijpleiding Organisatie. Op grond van de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen kunnen transportroutes op meer dan 200 meter van het plangebied buiten beschouwing blijven. De buisleiding ligt buiten de afstand van 200 meter van de planlocatie Bavelseweg 5. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Geluid

Beleid Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen verkeers-, industrie- en spoorweglawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de wet iedere weg in beschouwing te worden genomen, met uitzondering van woonerven en 30 km/uur wegen. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te plaats vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (binnenstedelijk of buitenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Onderzoek In het kader van een verbouwing van een schuur naar woning aan de Bavelseweg 5 te Gilze is door K+ adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder.

Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de A58, Bavelseweg/ Biestraat, Klein Zwitserland/ Molenschotsedijk en Omloop. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in het rapport van 27 januari 2021 (Rm200458aaA0.teey_02). Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. A58 De voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de A58 is maximaal 60 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Indien de maximale ontheffingswaarde buiten stedelijk gebied wordt overschreden is nieuwbouw in dit gebied alleen mogelijk door het toepassen van een of meer dove gevels. Dit is een gevel waarin, voor zover zich daarachter een verblijfsruimte bevindt, geen te openen delen zijn opgenomen. NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|38

In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het een verbouwing betreft van een schuur naar een woning, naast bestaande woonbebouwing. Bij de gemeente Gilze en Rijen kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde ten aanzien van de A58 ter plaatse van de waarneempunten 2, 3, 5 en 6 op 1,5 meter hoogte. Bij waarneempunt 1 (1,5 en 4,5 m) en de waarneempunten 2, 3, 5 en 6 op 4,5 meter hoogte zal een dove gevel aanwezig moeten zijn als gevolg van de A58. De A58 is al voorzien van 1-laags ZOAB. Het aanbrengen van een ander stiller wegdek of hoger scherm om de geluidbelasting ten gevolge van de A58 terug te dringen is uit het oogpunt van financiële aard, praktische uitvoerbaarheid, esthetica, beheer en onderhoud niet wenselijk. Het betreft namelijk één woning. Ter plaatse is de A58 niet voorzien van een scherm. Om voldoende afscherming te kunnen bieden aan de nieuwe woonfunctie zou een dergelijk scherm een dergelijke grote afmeting moeten bezitten om voldoende afscherming te kunnen genereren. Dit ook gezien de grote afstand tussen de woning en de A58. De kosten voor zo’n scherm staan niet in verband met de transformatie van één woning en stuiten hiermee ook op bezwaren van financiële aard. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen.

Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen. De achtergevel van de huidige bebouwing wordt voldoende afgeschermd (voor alle bronnen gezien) waardoor deze geluidluw is. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie geen eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. Gezien er vanuit het Bouwbesluit geen eisen worden gesteld, is voor het garanderen van een goed woon- en leefklimaat aansluiting gezocht bij de streefbinnenwaarde van Saneringsprojecten, dit is echter niet verplicht. Bavelseweg/ Biestraat De voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Bavelseweg/ Biestraat is maximaal 58 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Indien de maximale ontheffingswaarde buiten stedelijk gebied wordt overschreden is nieuwbouw in dit gebied alleen mogelijk door het toepassen van een of meer dove gevels.

Dit is een gevel waarin, voor zover zich daarachter een verblijfsruimte bevindt, geen te openen delen zijn opgenomen. In voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het een verbouwing betreft van een schuur naar een woning, naast bestaande woonbebouwing. Bij de gemeente Gilze en Rijen kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde ten aanzien van de Bavelseweg/Biestraat ter plaatse van de waarneempunten 2 en 6 op 1,5 meter hoogte en waarneempunten 3 en 5 voor 1,5 en 4,5 meter hoogte. Aandachtspunt hierbij is dat voor waarneempunt 3 en 5 op 4,5 meter hoogte al een dove gevel noodzakelijk is ten aanzien van de A58. Echter voor de Bavelseweg dient alsnog een hogere waarde te worden aangevraagd. Een dove gevel is dan alsnog noodzakelijk gezien de overschrijding van de A58.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|39

Het treffen van maatregelen aan de bron van de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op € 30.000,- ( 100 m * 6 m * € 50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. Het aanbrengen van een stiller wegdek om de geluidbelasting ten gevolge van de Bavelseweg/ Biestraat terug te dringen is uit het oogpunt van praktische uitvoerbaarheid, beheer en onderhoud ook niet wenselijk. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen. De achtergevel van de huidige bebouwing wordt voldoende afgeschermd (voor alle bronnen gezien) waardoor deze geluidluw is. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie geen eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering.

Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. Gezien er vanuit het Bouwbesluit geen eisen worden gesteld (gedeeltelijke verbouw), is voor het garanderen van een goed woon- en leefklimaat aansluiting gezocht bij de streefbinnenwaarde van Saneringsprojecten, dit is echter niet verplicht. Klein Zwitserland/ Molenschotsedijk De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 46 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Omloop De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 46 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Conclusie Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat plaatselijk de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder zal worden overschreden. Op basis van gemeentelijk beleid kan een hogere waarden worden toegelaten, mits de woning één geluidluwe gevel (Lden < 48 dB) heeft.

Uit het rapport blijkt de achtergevel geluidluw te zijn. Bij de gemeente Gilze en Rijen dient een verzoek tot vaststelling van een hogere toelaatbare waarde te worden ingediend voor gevel 2,3, 5 en 6 op 1,5 meter hoogte vanwege de A58. Voor de Bavelseweg/Biestraat gaat het om de waarneempunten 2 en 6 op 1,5 meter hoogte en waarneempunten 3 en 5 voor 1,5 en 4,5 meter hoogte. Aandachtspunt hierbij is dat voor waarneempunt 3 en 5 op 4,5 meter hoogte al een dove gevel noodzakelijk is ten aanzien van de A58. Echter voor de Bavelseweg dient alsnog een hogere waarde te worden aangevraagd. Een dove gevel is dan alsnog noodzakelijk gezien de overschrijding van de A58. Het verzoek voor de hogere waarde zal samen met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Het besluit voor hogere waarde zal te zijner tijd als bijlage bij de toelichting worden toegevoegd.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|40

Gezien de bepaalde optredende gevelbelasting dient op een aantal plaatsen een “dove” gevel te worden toegepast. In onderstaande afbeelding staat weergegeven bij welke gevels een “dove” gevel dient te worden toegepast. Voor het waarborgen van de dove gevels wordt een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Bij de architectonische uitwerking is hier rekening mee gehouden. Gevel 1: Waarneemhoogte 1.5 m: dove gevel Waarneemhoogte 4.5 m: dove gevel Gevel 2: Waarneemhoogte 1.5 m: hogere waarde Waarneemhoogte 4.5 m: dove gevel

Gevel 6: Waarneemhoogte 1.5 m: hogere waarde Waarneemhoogte 4.5 m: dove gevel

Gevel 3: Waarneemhoogte 1.5 m: hogere waarde Waarneemhoogte 4.5 m: dove gevel Gevel 5: Waarneemhoogte 1.5 m: hogere waarde Waarneemhoogte 4.5 m: dove gevel Gevel 4: Geluidluwe gevel

Waarneempunten akoestisch onderzoek

5.7

Geurhinder

Beleid In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunde rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Locatie geurgevoelig object Ten hoogste toegestane geurbelasting Concentratiegebied, binnen bebouwde kom 3,0 OUe/m3 Concentratiegebied, buiten bebouwde kom 14,0 OUe/m3 Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde 2,0 OUe/m3 kom Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde 8,0 OUe/m3 kom NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|41

Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn. In artikel 4 van de Wgv zijn minimale afstanden opgenomen voor diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld. Buiten de bebouwde kom dient 25 meter aangehouden te worden tot een geurgevoelig object. Onderzoek Het planvoornemen betreft het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming en het toevoegen van één extra wooneenheid in een cultuurhistorisch waardevolle schuur voor het behoud en herstel. Dit is alleen mogelijk als er ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De aanwezigheid van veehouderijbedrijven in de directe omgeving is hierop van invloed. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen in een nietconcentratiegebied, waarvoor een norm van 8,0 OUe/ m3 geldt. Tevens dient te worden voldaan aan de vaste afstand van 50 meter. Bavelseweg 6 Op de locatie Bavelseweg 6 is een voormalige varkenshouderij gelegen op circa 36 meter van het plangebied. De vergunningen voor het houden van vee zijn op 19-12-2006 ingetrokken. Dit betekent dat op dit moment geen dieren worden gehouden op het perceel.

Op het perceel kan nog wel een grondgebonden veehouderij of paardenhouderij worden gehouden. Hiervoor geldt een vaste afstand van 50 meter. De nieuwe woning ligt op een afstand van circa 62 meter van de stal gevestigd aan de Bavelseweg 6. Daarnaast is het niet meer aannemelijk dat er een nieuwe milieuvergunning komt voor het houden van dieren. Tijdens de omgevingsdialoog hebben de bewoners van Bavelseweg 6 aangegeven dat zij akkoord zijn met het planvoornemen. Hiermee kan gesteld worden dat de locatie geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat van het plangebied. Bavelseweg 25 Op de locatie Bavelseweg 25 is een voormalige agrarische melkveehouderij gelegen op circa 190 meter van het plangebied. De vergunningen voor het houden van vee zijn op 23-01-2007 ingetrokken. Dit betekent dat op dit moment geen dieren worden gehouden op het perceel. Op het perceel kan nog wel een grondgebonden veehouderij of paardenhouderij worden gehouden. Hiervoor geldt een vaste afstand van 50 meter. Aan de vaste afstand kan worden voldaan. Hiermee kan gesteld worden dat de locatie geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat van het plangebied. Biestraat 12 Op de locatie Biestraat 12 is een voormalige intensieve veehouderij gelegen op circa 270 meter van het plangebied. De vergunningen voor het houden van vee zijn op 02-08-2010 ingetrokken.

Dit betekent dat op dit moment geen dieren worden gehouden op het perceel. Op het perceel kan nog wel een grondgebonden veehouderij of paardenhouderij worden gehouden. Hiervoor geldt een vaste afstand van 50 meter. Aan de vaste afstand kan worden voldaan. Hiermee kan worden gesteld dat de locatie geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat van het plangebied. Biestraat 14 Op de locatie Biestraat 14 is een voormalige varkenshouderij gelegen op 400 meter van het plangebied. De vergunningen voor het houden van vee zijn op 13-05-2005 ingetrokken. Dit betekent dat op dit moment geen dieren worden gehouden op het perceel. Op het perceel kan nog wel een grondgebonden veehouderij of paardenhouderij worden gehouden. Hiervoor geldt een vaste afstand van 50 meter. Aan de vaste afstand kan worden voldaan. Hiermee kan worden gesteld dat de locatie geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat van het plangebied.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|42

Driehoek 12 Op de locatie Driehoek 12 is een melkveehouderij gelegen op circa 700 meter van het plangebied. De veehouderij heeft vergunning voor het houden van 264 melk- en kalfkoeien, 79 vrouwelijk jongvee en 12 fokstieren. Voor het bedrijf gevestigd op Driehoek 12 geldt een richtafstand van 50 meter. Aan deze richtafstanden kan worden voldaan. Hiermee kan worden gesteld dat de locatie geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat van het plangebied. Driehoek 16 Op de locatie Driehoek 16 is een melkveehouderij gelegen op circa 870 meter van het plangebied. De veehouderij heeft vergunning voor het houden van 157 melk- en kalfkoeien en 108 vrouwelijk jongvee. Voor het bedrijf gevestigd op Driehoek 16 geldt een richtafstand van 50 meter. Aan deze richtafstanden kan worden voldaan. Hiermee kan worden gesteld dat de locatie geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat van het plangebied. Gesteld kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Luchtkwaliteit

Beleid De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit in het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguurgemiddelde). De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/ m3 40 µg/ m3 20 µg/ m3

Onderzoek Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2020 (gegevens 2020) ter plaatse gelegen tussen de 10-12 µg/ m3, is de concentratie PM10 in 2020 (gegevens 2020) tussen de 18-20 µg/ m3 en de concentratie NO2 in 2020 (gegevens 2020) gelegen tussen de 20-25 µg/ m3. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|43

Voorliggend planvoornemen betreft het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming en het toevoegen van één extra wooneenheid in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De realisatie van een tweede wooneenheid draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen betekent dat in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.9

Natuurwetgeving

Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|44

Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet.

Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Quickscan natuurwetgeving Door Aeres Milieu is een quickscan natuurwetgeving (Aeres Milieu, Quickscan natuurwetgeving Bavelseweg 5 te Gilze, rapportnr. AM20452, 1 oktober 2020) uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Natura 2000-gebied De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb. Natuurnetwerk Brabant De plannen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB. Vanuit het provinciale natuurbeleid zijn er daarom geen bezwaren te verwachten. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd.

Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|45

Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart -15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Stikstof Met de uitspraak van de Raad van State (29 mei 2019) is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden.

Voor het planvoornemen omtrent het omzetten van de agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming en het toevoegen van één extra wooneenheid in de karakteristieke schuur is een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 2020. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de aanleg- en gebruiksfase. Bij de bouwperiode van het planvoornemen worden enkele mobiele werktuigen (en de daarbij behorende verkeersgeneratie) ingezet welke stikstofuitstoten. Bij de gebruiksfase wordt afhankelijk van de functie, oppervlakte en verkeersgeneratie ook een bepaalde hoeveelheid stikstof uitgestoten. Uit de rekenresultaten blijkt dat bij een overschatting van de in te vullen gegevens geen rekenresultaat hoger is dan 0,00 mol/ha/j. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied, het gebruik van de tussenliggende gebieden, aard en omvang van de beoogde ontwikkeling en de uitkomst van de Aerius berekening, zijn geen negatieve effecten te verwachten op de flora en fauna in Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.10

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationaal waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een voortuitblik richting 2050.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|46

Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • • • • •

Heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; Beheersbaar programma voor de waterkeringen; Doelmatig beheer van de waterketen; Werkzaamheden slim combineren; Het waterschapsbestuur.

Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het Provinciaal Milieu- en Waterplan: • Voldoende water voor mens, plant en dier; • Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • Verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen. Waterbeheerplan 2016-2021 (Waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan ‘Grenzeloos verbindend’ beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van wateren zuiveringssystemen voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering van het werk wordt rekening gehouden met de toekomst: klimaatadaptie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging.

Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: • Het Nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; • Het optimaliseren van de zoetwatervoorzieningen met het oog op de toenemende droogte; • Inzet op de bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; • Helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; • Het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); • Afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afval water; • Een duurzame energie.

NL.IMRO.0784.Bavelseweg5-ON01 Bestemmingsplan Bavelseweg 5 Gilze

|47

Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlakte. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 500 m2 (wordt binnenkort gewijzigd naar 500 m2) stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid; • Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 500 m2, maar minder dan 10.000 m2 moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m2); • Bij een toename van het verhard oppervlakte van meer dan 10.000 m 2 is een watervergunning nodig. VGRP gemeente Gilze en Rijen De inzameling en het transport van afvalwater is een wettelijk vastgelegde gemeentelijke taak. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan is weergegeven hoe de gemeente Gilze en Rijen haar rioleringstaak de komende planperiode vorm wil geven.

Negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater dienen te worden voorkomen. Een van de uitgangspunten is dat alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten in principe waterneutraal dienen te zijn. de uitbreiding van het verhard oppervlak mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterbestand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Hiertoe dient een compensatie voor het plangebied te worden gerealiseerd, welke bij verschillende omstandigheden moet worden getoetst. Voor compenserende maatregelen ten aanzien van afvoer naar oppervlaktewater, wordt de afstroming vergeleken met de landbouwkundige afvoer. Het verschil tussen de afstroming en de landbouwkundige afvoer wordt gecompenseerd in een voorziening met voldoende retentie. De voorkeur voor hemelwater gaat uit naar, indien mogelijk, bergen en/ of infiltreren om verdroging te voorkomen. Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. De beoogde ontwikkeling betreft het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming en het toevoegen van één extra wooneenheid in de bestaande cultuurhistorisch waardevolle schuur. Bestaande situatie Het plangebied ligt in het buitengebied van Gilze.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10733747/1