CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Militaire Wijk ontwerp-Toelichting met bijlagen

Raadscommissie Ruimte 27 september 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan Militaire Wijk Rijen-Zuid30.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNB in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Rijen (gemeente Gilze en Rijen, Provincie Noord-Brabant). Het plangebied ligt tussen het spoor en de N282, ten westen van de Julianastraat. Binnen het plangebied staan meerdere woonblokken met tussengelegen openbare ruimte. De woonblokken betreffen rijtjeswoningen. De openbare ruimte bestaat voor een deel uit verharding (parkeerplaatsen, trottoir, speelplaatsen en wegen) en bestaat voor een deel uit groen in de vorm van gazon. Oppervlaktewater ontbreekt binnen het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt bosachtig gebied/park met opgaand naald- en loofhout. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het projectgebied en in Figuur 4.2 een overzicht van de fotolocaties met kijkrichting.

1 Park westzijde Generaal v. Geenstraat

2 Weide noordzijde Karel Doormanstraat

3 Karel Doormanstraat

4 Karel Doormanstraat

Figuur 4.1a. Impressie van het plangebied.

Blad 14 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

5 Willem I Plein

6 Willem I Plein

7 Julianastraat

8 Bosschage hoek Julianastraat/Saksen Weimarstraat.

9 Saksen Weimarstraat.

10 Park zuidwestzijde Saksen Weimarstraat.

11 Frederikplein.

12 Frederikplein.

Figuur 4.1b. Impressie van het plangebied.

Blad 15 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

2 1 3 4 5 11 12 6

7 9

10

8

Figuur 4.2. Fotolocaties Figuur 4.1 met kijkrichting.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de niet-

Blad 16 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2014-2019). Soortgroep Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Soort Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Roek

JRB

HR

A/B

X X X X X

Bunzing X Steenmarter X Zoogdieren Vleermuizen** X Eekhoorn X Alpenwatersalamander X Kamsalamander X Amfibieën Vinpootsalamander X Boomkikker X Reptielen Levendbarende hagedis X Planten Drijvende waterweegbree X Insecten - Dagvlinders Geen waarnemingen Insecten - Libellen Geen waarnemingen Vissen Geen waarnemingen Overige soortgroepen Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, baardvleermuis.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Aangezien het plangebied grotendeels verhard, gecultiveerd en bebouwd is, niet aansluit op grote natuur(lijke)gebieden, in een verstoorde omgeving ligt, geen open water bevat en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan Rijen loopt, zijn niet alle biotoopkritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: reptielen, dagvlinders, libellen, vissen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren, amfibieën en flora.

Blad 17 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Broedplaatsen van boombroedende soorten als buizerd, havik en roek ontbreken binnen het plangebied. Er zijn geen takkennesten aangetroffen die door deze soorten gebruikt kunnen worden. Voor de gebouwbewonende huismus en gierzwaluw zijn geschikte inkruipmogelijkheden onder dakpannen aanwezig binnen het plangebied. Op meerdere locaties binnen het plangebied, zijn tijdens het terreinbezoek huismussen opgemerkt. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.

Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie in het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten zoals houtduif, winterkoning, heggenmus, roodborst, merel, zanglijster en vink. Voornoemde soorten zijn tijdens het terreinbezoek, evenals Turkse tortel en kauw aangetroffen binnen het plangebied. Gevolgen van het plan op huismus, gierzwaluw en overige, algemene broedvogels wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen, zoals in de omgeving waargenomen gewone dwergvleermuis, verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen, zoals in de omgeving waargenomen watervleermuis en watervleermuis, verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied zijn ruimtes, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen of die vleermuizen toegang bieden tot de bebouwing. Er zijn geen holten in de bomen aangetroffen, echter tijdens het terreinbezoek is niet elke boom binnen het plangebied (goed) onderzocht.

Hierdoor is niet geheel uit te sluiten dat er een enkel of enkele geschikte holten in bomen aanwezig zijn. Daarnaast is er opgaande beplanting aanwezig wat onderdeel uit kan maken van foerageergebied voor vleermuizen. De opgaande bebouwing en opgaande beplanting kan tevens onderdeel uitmaken van vliegroutes voor vleermuizen. Gevolgen van het plan op vleermuizen wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Overige (land)zoogdieren Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor steenmarter, die recentelijk in de omgeving is waargenomen (een waarneming uit 2017 ten zuiden van bebouwde kom Rijen). Het is niet geheel uitgesloten dat deze soort via een inkruipruimte bebouwing binnen kan dringen, met name schuurtjes in de achtertuinen.

Blad 18 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Voor bunzing vormt het plangebied weinig geschikt leefgebied. De bunzing komt voor in kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Voorgenoemd biotoop komt niet binnen het plangebied voor. De aanwezigheid van bunzing binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Het plangebied vormt deels geschikt leefgebied voor eekhoorn. Nesten van eekhoorns zijn echter niet aangetroffen in de opgaande bomen binnen de openbare ruimte van het plangebied. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Het plangebied grenst aan de west- en zuidzijde aan parken waar eekhoorns voorkomen en naar verwachting maken de tuinen grenzend aan deze parken alsook het openbaar groen binnen het plangebied onderdeel uit van het leefgebied. Gevolgen van het plan op steenmarter en eekhoorn wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Amfibieën Oppervlaktewater ontbreekt binnen het plangebied, hierdoor is de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen van amfibieën uitgesloten.

Voor de in de omgeving waargenomen beschermde amfibieën vormen de poelen in natuurgebied De Leemputten en op de Molenschotse Heide geschikte voortplantingsplaatsen (de waarnemingen zijn dan ook afkomstig uit deze natuurgebieden). Landbiotoop wordt binnen het plangebied niet verwacht gezien de grote afstand tussen de natuurgebieden en het plangebied (groter dan 1,5 km) en het tussenliggende gebied met bos waar meer dan voldoende geschikt landbiotoop in aanwezig is. Effecten op beschermde soorten amfibieën zijn uitgesloten. Flora Uit de bureaustudie zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten uit de omgeving van het plangebied. Tijdens het terreinbezoek zijn ook geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn echter buiten het groei- en bloeiseizoen niet allemaal zichtbaar en/of herkenbaar. Gezien het sterk verstoorde karakter van het plangebied en de biotoopspecifieke eisen die beschermde planten aan hun standplaats stellen, wordt de aanwezigheid van beschermde soorten planten binnen het plangebied uitgesloten. Effecten op beschermde soorten planten zijn uitgesloten.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Soort Algemene broedvogels Vogels met jaarrond beschermd nest [huismus, gierzwaluw]

Beschermingsregime Artikel 3.1 en 3.5 Artikel 3.1

Aanwezigheid

Toelichting

Ja

Meerdere soorten waargenomen

Mogelijk

Bebouwing biedt potentieel geschikte verblijfplaats voor huismus en gierzwaluw

Blad 19 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Vleermuizen

Artikel 3.5

Mogelijk

Bebouwing en opgaande beplanting potentieel geschikte verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute

Steenmarter

Artikel 3.10

Mogelijk

Plangebied mogelijk onderdeel van leefgebied

Eekhoorn

Artikel 3.10

Mogelijk

Plangebied mogelijk onderdeel van leefgebied

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied gelegen. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het “Ulvenhoutse bos”. Dit gebied bevindt zich op een afstand van circa 7,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Dit Natura 2000-gebied is aangewezen als Habitatrichtlijngebied en heeft habitattypen die (zeer) gevoelig zijn voor vermesting en verzuring door stikstofdepositie uit de lucht. Zie Figuur 4.5 voor de ligging van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

Figuur 4.5. Ligging plangebied (gele ster) ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied. Bron: Natura2000 viewer ministerie LNV, 2017).

4.3.2

Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe mantel In het plangebied is geen NNB-gebied of Groenblauwe mantel aanwezig. Wel grenst het plangebied aan NNB-gebied langs de Generaal van Geenstraat en ten zuiden van de Saksen Weimarstraat. Het beheertype van het NNB grenzend aan het plangebied betreft ‘Droog bos met productie’ (N16.03). Zie Figuur 4.6 voor de ligging van de dichtstbijzijnde gebieden beschermd onder het NNB.

Blad 20 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Figuur 4.6. Weergave NNB (lichtgroene vlakken) grenzend aan het plangebied (rood omkaderd). Toelichting: groen: NNB; blauw: Groenblauwe mantel; Bron: Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerd januari 2019)

Blad 21 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNB-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb). Leystromen heeft een gebiedsontheffing (geldig van 15 september 2018 tot en met 15 september 2023) voor Wnb-soorten waaronder enkele vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (huismus, gierzwaluw en huiszwaluw) en enkele soorten vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger) gekregen van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze gebiedsontheffing is enkel van toepassing op planmatig onderhoud. Hieronder zijn de te renoveren woningen te scharen. Deze woningen vallen dan ook buiten deze toetsing en dienen te worden meegenomen in de voorschriften en administratie (logboek) van de gebiedsontheffing. De woningen die verkocht worden, vallen eveneens buiten deze toetsing. Hierbij vanuit gaande, dat voor de te verkopen woningen niets wijzigt in het bestemmingsplan. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is dit dan niet relevant. Als kopers iets wijzigen (renovatie, sloop) dient dit als afzonderlijk project te worden getoetst.

Voor de te slopen woningen is wel een effect te verwachten en dit valt niet onder planmatig onderhoud. Hierdoor kan er voor de te slopen woningen geen gebruik gemaakt worden van de generieke ontheffing en is onderstaande effectbepaling op van toepassing.

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: Woningen binnen het plangebied worden gesloopt; Deel van de (opgaande) vegetatie in het plangebied wordt verwijderd waaronder mogelijk kap van bomen; Er vindt grondverzet plaats.

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor vogels, vleermuizen, steenmarter en eekhoorn (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soort(groep)en een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.

5.2.1

Vogels Jaarrond beschermde nesten De huismus is een vogelsoort waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Deze soort behoort tot de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus onder de daken van de te slopen woningen aanwezig zijn. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van de soorten aanwezig zijn in de bebouwing en deze wordt gesloopt, dan worden de beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.1).

Blad 22 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Om de functie van het plangebied en tevens het effect van de plannen op deze eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten te kunnen bepalen evenals de eventueel benodigde maatregelen om de gunstige staat van instandhouding te borgen, is een vervolgonderzoek naar het voorkomen van huismus noodzakelijk. Nader onderzoek Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is tijdig en nauwkeurig inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing in het plangebied voor de huismus. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het geldende soortprotocol/kennisdocument van (BIJ12, 2017). Nader onderzoek, conform het kennisdocument (BIJ12, 2017), vindt in het voorjaar plaats (huismus: meerdere malen in de optimale periode 1 april – 15 mei). De gierzwaluw is eveneens een vogelsoort waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Voor gierzwaluw zijn echter geen geschikte invliegopeningen in de te slopen bebouwing. Hierdoor zullen er geen beschermde verblijfplaatsen verstoord en/of vernietigd worden. Er is dan ook geen sprake van een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming, negatieve effecten voor gierzwaluw zijn uitgesloten.

Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatie specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

5.2.2

Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mag worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling.

2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 23 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

Verblijfplaatsen In het plangebied zijn de te slopen woningen en de eventueel te kappen van bomen potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Voorafgaand aan sloop en eventuele kap is nader onderzoek naar het gebruik als verblijfplaats noodzakelijk. Indien blijkt dat verblijfplaatsen aanwezig zijn en deze verloren gaan dient een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om te bepalen of een eventuele aanwezigheid van verblijfplaatsen een belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het voornemen dient inzicht verkregen te worden of een eventuele ontheffing verleend kan worden. Vliegroutes Binnen het plangebied zijn opgaande lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van bomenrijen die als vliegroute kunnen dienen. Indien als gevolg van het plan deze lijnvormige structuren doorbroken wordt, kan een negatieve effect op een vliegroute voor vleermuizen niet worden uitgesloten en is nader onderzoek naar de aanwezigheid van een voor vleermuizen essentiële vliegroute nodig. Foerageergebied Mogelijk maken vleermuizen gebruik van de opgaande beplanting binnen het plangebied als foerageergebied. Met het verwijderen van een deel van de opgaande vegetatie kan foerageergebied voor vleermuizen verloren gaan.

Afhankelijk van de hoeveelheid te verwijderen opgaande vegetatie, is nader onderzoek naar de aanwezigheid van voor vleermuizen essentieel foerageergebied noodzakelijk. Nader onderzoek vleermuizen

Samengevat kan gesteld worden dat nader onderzoek naar verblijfplaatsen en eventueel naar vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen noodzakelijk is conform het Vleermuisprotocol 2017. Dit onderzoek houdt in dat het plangebied meerdere malen verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) wordt bezocht. Steenmarter Het is niet geheel uitgesloten dat steenmarters binnen het plangebied voorkomen en vaste verblijfplaatsen hebben in bijgebouwen (schuurtjes). Indien deze schuurtjes met de sloop meegenomen worden, is nader onderzoek naar het voorkomen van steenmarter noodzakelijk en/of dient er gewerkt te worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien er niet volgens een gedragscode gewerkt wordt en uit nader onderzoek blijkt dat steenmarter een vaste verblijfplaats heeft binnen te slopen bebouwing, dan dient er voor de sloop een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. De tuinen alsook het openbaar groen binnen het plangebied maken mogelijk onderdeel uit van het leefgebied van steenmarter. In het plan wordt mogelijk enkel een deel van de beplanting in het openbaar groen weggehaald. Dit openbaar groen is van beperkte waarde als foerageergebied voor steenmarter en vormt daardoor geen essentieel onderdeel van het leefgebied. Significant negatieve effecten op foerageergebied voor steenmarter als gevolg van het plan zijn uitgesloten.

Nader onderzoek/werken met gedragscode steenmarter

Indien met het voornemen schuurtjes binnen het plangebied gesloopt worden is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van steenmarter nodig en/of wordt er gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Eekhoorn De tuinen grenzend aan de parken alsook het openbaar groen binnen het plangebied maken mogelijk onderdeel uit van het leefgebied van eekhoorn. In het plan wordt mogelijk enkel een deel van de beplanting in het openbaar groen weggehaald. Dit openbaar groen is van weinig

Blad 24 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

waarde als voedselbron voor eekhoorn en vormt daardoor geen essentieel onderdeel van het leefgebied. Significant negatieve effecten voor eekhoorn als gevolg van het plan zijn hierdoor uitgesloten.

5.2.3

Uitvoerbaarheid/Ontheffing aanvragen Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen/essentieel foerageergebied/essentiële vliegroutes van beschermde soorten aanwezig zijn dan dient ter voorbereiding van het project een ontheffingsprocedure doorlopen te worden. Daadwerkelijke verblijfplaatsen (en essentiële onderdelen van de leefomgeving) van de desbetreffende soort(groep)en mogen niet zonder ontheffing en maatregelen aangetast worden. Een dergelijke procedure kan enkel doorlopen worden als volgens de geldende inventarisatieprotocollen onderzoek is gedaan. Wanneer vastgesteld is dat er verblijfplaatsen (en/of essentiële onderdelen van de leefomgeving) aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden enkel uitgevoerd worden indien hiervoor een ontheffing Wet natuurbescherming is verleend door de Provincie Noord-Brabant. Gelet op de onzekerheden is hieronder nagegaan of ontheffing verleend zou kunnen worden, indien verblijfplaatsen of essentieel foerageergebied/vliegroutes aanwezig zouden zijn.

“ De voorwaarden voor het verkrijgen van een ontheffing zijn;  de effecten zijn niet voorkomen door een andere oplossing of door de activiteit aan te passen; Hieraan is te voldoen omdat de voorgenomen ontwikkeling locatie gebonden is en er wordt rekening gehouden met kwetsbare periodes  De activiteit vindt plaats voor bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkeling (wettelijk belang voor vleermuizen/eventueel ook voor steenmarter indien geen gebruik gemaakt wordt van een gedragscode) of openbare veiligheid (wettelijk belang voor huismus), Hieraan is te voldoen omdat de oude bebouwing leidt tot verpaupering en verloedering.  De activiteit heeft geen invloed op het voortbestaan van de populatie Voor de soorten zijn bewezen effectieve maatregelen te nemen om een negatief effect door het verlies van de actuele functie van het gebied te voorkomen of te compenseren. Wanneer verblijfplaatsen van vleermuizen/huismussen aangetast worden bij de sloop en/of kap, dienen alternatieve (tijdelijke) verblijfplaatsen in de nabijheid te worden aangeboden. Afhankelijk van de functie van de verblijfplaats, moeten verschillende alternatieven aangeboden worden (zo is een alternatieve kraamverblijf anders van aard dan een alternatief zomerverblijf).

Met bovenstaande is onderbouwd dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hier voldaan zal kunnen worden aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een ontheffing. Het verkrijgen van een eventueel benodigde ontheffing Wet natuurbescherming staat de uitvoerbaarheid van bestemmingsplan hierdoor niet in de weg. Wanneer het bevoegd gezag akkoord is met de werkwijze omtrent de te nemen maatregelen voor aanwezige beschermde soorten, wordt een ontheffing (vaak onder voorwaarden) verleend. Een dergelijke procedure neemt circa 20 weken in beslag. Daarboven op komt een periode van 6 weken waarin de ontheffing ter inzage ligt en waarin bezwaar gemaakt kan worden.

Blad 25 van 27

Natuurtoets Herontwikkeling Rijen-Zuid projectnummer 0460276.100 4 mei 2020 revisie 01 Stichting Leystromen

5.3

Toetsing effect op beschermde gebieden

5.3.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op een afstand van meer dan zeven km ligt. Op een dergelijke afstand kan een groot aantal verstoringsfactoren op voorhand uitgesloten worden, zoals verstoring door licht, geluid en trillingen. Het effect van geluid, licht en trillingen reikt niet zo ver, op enkele honderden meter van het plan is een verstorend effect uitgesloten. Alleen heien heeft een groter invloedsgebied (tot enkele kilometers). In verband met de aard van de ontwikkeling (inzet van machines tijdens aanlegfase, verwarming en verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase) is sprake van een tijdelijke en/of beperkte depositie van stikstof in de omgeving. Tot voor kort (29 mei 2019) kon dan een Aerius-berekening uitgevoerd worden om het exacte effect te berekenen en de vervolgstappen binnen het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te bepalen. Echter, op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan inzake het PAS. Naar aanleiding van deze uitspraak mag het PAS niet meer worden gebruikt als basis voor het verlenen van vergunningen voor projecten en daarmee het aantonen van de uitvoerbaarheid van een plan. Daarom zijn vervolgstappen met betrekking tot stikstofdepositie voor het project maatwerk. Voorstel is om eerst een AERIUS-berekening te laten uitvoeren.

Op basis van deze berekening is een advies op maat mogelijk. Een Aerius berekening kan inzicht geven of er mogelijk een extern effect van stikstofdepositie optreedt voor de hiervoor gevoelige habitattypen in de Natura2000-gebieden. Zonder deze informatie kan niet met zekerheid gesteld worden dat de gebiedsbescherming de uitvoering van het plan niet belemmert.

5.3.2

Effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe mantel Voor wat betreft het NNB is bij directe en indirecte aantasting sprake van vervolgstappen, voor wat betreft Groenblauwe mantel enkel bij directe aantasting. Er bevindt zich geen NNB of Groenblauwe mantel binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van het NNB of Groenblauwe mantel dan ook geen sprake. In de directe omgeving van en grenzend aan het plangebied liggen wel NNB-gebieden. Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB als gevolg van het plan kunnen worden uitgesloten. De renovatie van de woningen grenzend aan het NNB brengt geen extra (wezenlijke) verstoring met zich mee ten opzichte van het dagelijkse gebruik van de woningen. De sloop van de woningen binnen het plangebied heeft eveneens geen effect op het NNB nabij het plangebied, vanwege het tussenliggende (bufferende) gebied (bebouwde kom met opgaande bebouwing/huizenblokken) waardoor een verstorende invloed niet aan de orde is. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNB en Groenblauwe mantel geen belemmeringen. Het provinciaal natuurbeleid inzake het NNB en de Groenblauwe mantel staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

Blad 26 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11802478/1